CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Commissie Ruimte 7 november 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programmabegroting 2025-2028.33.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

55

•

Leveren van op maat gemaakte publieke diensten. Eenvoud en gemak staan hierbij voorop. Het streven is om zoveel mogelijk zaken digitaal af te handelen maar de klant bepaalt zelf welk beschikbaar kanaal deze kiest.

•

Digitalisering en innovatie in dienstverlening nemen steeds meer een vlucht. Door gebruik te maken van nieuwe technologieën waaronder kunstmatige intelligentie (AI), zoals ChatGPT of CoPilot, kunnen processen binnen de dienstverlening nog toegankelijker worden gemaakt voor onder andere inwoners en ondernemers.

Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Dienstverlening? Doel 1. In 2025 scoort de telefonische dienstverlening een 6,5. Met als uiteindelijk doel de waardering van een 6,7 in 2028. Doel 2. In 2025 scoort de klanttevredenheid van de bezoeker aan de balie en het stadhuis een 8,0. Met als uiteindelijk doel de waardering van een 8,5 in 2028. Wat zijn de indicatoren bij de beleidsdoelen voor het thema Dienstverlening? De totale waardering van de telefonische dienstverlening is gebaseerd op: •

Reactietijd (opnemen, wachtstand en doorverbinden);

•

Deskundigheid (verstrekte informatie, richtlijnen opnemen en afsluiten en doorvragen);

•

Houding (vriendelijkheid, betrokkenheid en beleefdheid).

bronnen: •

Onderzoek Mysteryguest – De Onderzoeksfabriek

•

Kwartaalmonitoring telefoonsysteem TEAMS

De totale waardering van de bezoekers aan de balie en het stadhuis is gebaseerd op: •

Wachttijd (conform servicenormen gemeente Vlissingen)

•

Houding (service, vriendelijkheid, betrokkenheid en beleefdheid).

bronnen: •

Integrale klantreizen

•

Klanttevredenheidsmonitor

Wat zijn de belangrijkste activiteiten om de beleidsdoelen te behalen? •

Aanscherping proces telefonie en inkomende brieven en uitbreiding kwaliteitscontroles;

•

Frequente afstemming met directie en teamleiders over resultaten kwaliteitscontroles;

•

Mystery-onderzoek (tweejaarlijks) rondom kwaliteit van telefonische dienstverlening;

•

Inhoudelijke reacties bezoekers worden meegenomen in kwartaaloverleg teams Publiekszaken;

•

Jaarlijks integrale klantreizen door afzonderlijke teams. Deze klantreis geeft het proces weer wat de klanten (inwoners, ondernemers, andere betrokkenen van de gemeente) doorlopen bij interacties met de gemeente Vlissingen.

•

Workshops en trainingen klantvriendelijkheid en gastvrijheid medewerkers.

56

Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor dit thema? Om de gestelde doelen te bereiken, is de mate van invloed redelijk groot tot groot (4-5). Met het regelmatig inventariseren van gewenste behoeftes, op maat gemaakte leerprogramma’s (trainingen, workshops) voor de medewerkers van de verschillende teams en duidelijke sturing en begeleiding van de medewerkers kunnen de gewenste doelen worden gerealiseerd. Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Dienstverlening? n.v.t.

4.2 Participatie Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema participatie? •

De samenleving wordt mondiger en wil meer invloed op beleidsontwikkelingen en besluiten.

•

Met de invoering van de Omgevingswet is participatie nog belangrijker geworden. De wet biedt uitdrukkelijk meer ruimte aan ideeën van initiatiefnemers en aan intensievere afstemming met bewoners.

•

Dé inwoner bestaat niet. Dat betekent iets voor de manier van participatie. Dus niet één generieke boodschap voor alles en iedereen, maar participatie op maat om zoveel mogelijk effect te genereren.

Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Participatie? •

In 2025 zijn 2000 (verdubbeling) meer inwoners betrokken bij bewonersparticipatie op het participatieplatform doemee.vlissingen.nl

•

We blijven initiatieven vanuit de samenleving stimuleren en faciliteren. In 2025 zijn er meer (van 5 naar 10) initiatieven uit de samenleving gefaciliteerd.

Wat zijn de indicatoren bij de beleidsdoelen voor het thema Participatie? •

Aantal unieke inwoners die geregistreerd staan in de Doemee

•

Aantal initiatieven (per wijk)

Wat zijn de belangrijkste activiteiten van de gemeente? •

Doemee.vlissingen.nl wordt voor steeds meer projecten ingezet als één van de participatiemiddelen

•

Uitgebreide communicatie over het platform doemee.vlissingen.nl

•

De wijkcoördinatoren sluiten aan bij wijkraden, dorpsraden en andere overleggen in de wijken

•

De wijkcoördinatoren treden op als verbinder tussen inwoners en de gemeente

•

De wijkcoördinator is makkelijk te benaderen voor advies en informatie van wijkbewoners en een goede stimulator voor participatie door inwoners.

•

Initiatieven ondersteunen, bekendheid geven aan deze initiatieven en het feit dat wij dit soort initiatieven willen faciliteren

•

Het participatiebeleid wordt geëvalueerd

57

Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor dit thema? De invloed van de gemeente op de doelstelling meer deelnemers op het participatieplatform aan te laten sluiten is groot. Door meer projecten en vooral meer variatie in onderwerpen aan te brengen, zal een groter en breder scala aan deelnemers zich aansluiten. De invloed op toename van faciliteren van het aantal gerealiseerde (bewoners)initiatieven is minder, omdat de gemeente daarbij mede afhankelijk is van het aantal nieuwe initiatieven dat zich aandient. Mocht de groei van het aantal initiatieven van derden deels uitblijven, wordt er meer geïnvesteerd in het stimuleren en informeren van bewoners(groepen) door onder andere de wijkcoördinatoren. Dit kan uiteindelijk tot meer en kansrijkere bewonersinitiatieven leiden. Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Participatie? Buurtteams Vlissingen.

4.3 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening

Programma totalen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

LASTEN

5.590

5.606

5.164

4.186

4.134

4.534

BATEN

661

899

669

693

699

726

4.929

4.707

4.495

3.493

3.435

3.808

-897

-469

-64

Saldo voor bestemming

Programmabegroting

Mutatie reserves Toevoeging reserve budgetoverhevelingen

3.658

Toevoeging reserve organisatie doorontwikkeling

1.173

Onttrekking reserve organisatie doorontwikkeling

-444

Onttrekking reserve budgetoverhevelingen

-1.534

Saldo na bestemming

9.316

2.276

4.026

3.429

3.435

3.808

LASTEN

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.1 Bestuur

2.730

2.937

2.863

2.938

3.050

3.151

0.2 Burgerzaken

2.861

3.285

3.401

3.534

3.488

3.635

-616

-1.099

-2.287

-2.404

-2.252

0.8 Overige baten en lasten Totaal lasten

5.590

5.606

5.164

4.186

4.134

4.534

BATEN

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.1 Bestuur

68

0.2 Burgerzaken

593

899

669

693

699

726

Totaal baten

661

899

669

693

699

726

4.4 Investeringen Voor dit programma zijn geen investeringen opgenomen.

58

Overhead Overhead Om de raad op eenvoudige wijze inzicht te geven in de totale overheadkosten van de organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, is voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht wordt opgenomen van de overheadkosten. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, dat wil zeggen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces: •

financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;

•

personeel en organisatie;

•

gemeentesecretaris;

•

inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement);

•

juridische zaken;

•

bestuurszaken en bestuursondersteuning;

•

informatievoorziening en automatisering van PIOFACH (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie, Huisvesting)-systemen;

•

facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging);

•

documentaire informatievoorziening (DIV);

•

managementondersteuning primair proces.

5.1 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening

Programma totalen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

21.809

26.569

23.604

24.248

25.225

25.907

LASTEN

Programmabegroting

BATEN

5.690

7.403

5.990

5.999

5.992

6.020

Saldo voor bestemming

16.119

19.166

17.614

18.249

19.233

19.887

Mutatie reserves Toevoeging reserve nieuwbouw stadsbeheer

1.300

Onttrekking reserve nieuwbouw stadsbeheer

-51

-53

-53

-53

Saldo na bestemming

16.119

19.166

18.863

18.196

19.179

19.833

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.4 Overhead

21.809

26.569

23.604

24.248

25.225

25.907

Totaal lasten

21.809

26.569

23.604

24.248

25.225

25.907

2023

2024

2025

2026

2027

2028

LASTEN

BATEN 0.4 Overhead

5690

7403

5.990

5.999

5.992

6.020

Totaal baten

5.690

7.403

5.990

5.999

5.992

6.020

59

5.2 Investeringen Voor dit programma is de volgende investering en de toelichting opgenomen. INVESTERINGSPLAN Investering (bedragen x € 1.000) 1 Hybride werken Totaal investeringsplan

Totaal

2025

2026

2027

2028

1.498

1.498

0

0

0

1.498

1.498

0

0

0

1. Hybride werken Met hybride werken creëren we een aantrekkelijke kantooromgeving met een passende werkplekmix die de organisatie maximaal ondersteunt om te presteren, te ontwikkelen en samen te werken aan de opgaven in de gemeente Vlissingen. Hybride werken vraagt om het verbouwen en herinrichten van de kantooromgeving .

60

Algemene dekkingsmiddelen Inleiding De algemene dekkingsmiddelen betreffen de middelen die door de gemeente vrij besteed mogen worden en niet gebonden zijn aan een specifiek (beleids)doel. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is Onder lokale heffingen worden de verwachte opbrengsten en uitvoeringskosten opgenomen die verband houden met de onroerende zaakbelasting, zoals toeristenbelasting en hondenbelasting aangezien deze middelen niet gebonden zijn aan een specifieke besteding. Daarnaast zijn onder de lasten de kosten van heffing en invordering en informatievoorziening (specifiek gebruikt voor de belastingen) opgenomen. Voor een toelichting op de gemeentelijke belastingen wordt verwezen naar paragraaf lokale heffingen waarin wordt ingegaan op de beleidsuitgangspunten, belastingvoorstellen en het kwijtscheldingsbeleid. In deze paragraaf wordt naast bovengenoemde belastingen ook ingegaan op de heffingen niet zijnde algemene dekkingsmiddelen. Algemene uitkeringen Betreft de algemene uitkering Gemeentefonds op basis van de uitgangspunten en ramingen inclusief de septembercirculaire 2024. Dividend Betreft het verwachte dividend over de aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Evides Aqua b.v. en Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH).

Saldo van de financieringsfunctie De financieringsfunctie betreft het saldo tussen de externe rentelasten en –baten en de rente die wordt toegerekend aan de grondexploitatie en taakvelden. Hiermee vormt dit het grootste deel van het renteresultaat. Een nadere toelichting op het renteresultaat is opgenomen in de paragraaf financiering.

61

6.1 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)

Jaarrekening

Programma totalen

2023

2024

2025

2026

2027

2028

LASTEN

2.089

1.549

1.795

1.862

1.801

1.876

Programmabegroting

BATEN

196.579

223.894

212.431

210.862

216.202

219.919

Saldo voor bestemming

-194.490

-222.345

-210.636

-209.000

-214.401

-218.044

Toevoeging algemene reserve

8.744

8.772

8.801

7.000

7.000

4.805

Toevoeging reserve GBE Aqua

5.121

9.294

Mutatie reserves

Onttrekking algemene reserve Saldo na bestemming LASTEN 0.5 Treasury

-4.591

-5.794

-185.215

-210.073

-201.835

-202.000

-207.401

-213.239

2023

2024

2025

2026

2027

2028

476

31

206

215

147

152

1.613

1.518

1.588

1.647

1.654

1.724

Totaal lasten

2.089

1.549

1.795

1.862

1.801

1.876

BATEN

2023

2024

2025

2026

2027

2028

0.5 Treasury

6.349

28.407

6.331

6.331

6.331

6.331

0.61 OZB woningen

7.017

7.292

7.593

7.824

8.125

8.444

0.62 OZB niet-woningen

8.683

8.737

9.140

9.442

9.808

10.970

0.61 OZB woningen 0.7 Alg. en ovg uitk. gemeentefonds

0.64 Belastingen overig 0.7 Alg. en ovg uitk. gemeentefonds 3.4 Economische promotie Totaal baten

-

668

752

782

807

838

870

172.597

177.213

187.062

184.529

188.456

190.277

1.264

1.493

1.523

1.930

2.644

3.028

196.579

223.894

212.431

210.862

216.202

219.919

62

Verplichte beleidsindicatoren Totaal overzicht verplichte beleidsindicatoren

63

Naam indicator

Beschrijving

Jaar Vlissingen Landelijk Bron laatste meting

Omvang huishoudelijk restafval

De hoeveelheid restafval per bewoner per jaar(kg)

2022

240,0

148,0 CBS

Hernieuwbare elektriciteit

Elektriciteit opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa

2022

34,8

41,3 RWS

Vestigingen (van bedrijven) Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar.

2023

168,5

197,1 LISA

Gemiddelde WOZ waarde De gemiddelde WOZ waarde van woningen.

2024

247,0

379,0 CBS

Nieuw gebouwde woningen

Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen

2023

17,6

9,1 Basisregistraties adressen en gebouwen

Demografische druk

De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar

2024

78,8

70,3 CBS

Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden éénperoonshuishouden betaalt aan woonlasten

2024

968

nnb COELO

Gemeentelijke woonlasten Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden meerperoonshuishouden betaalt aan woonlasten

2024

1.038

nnb COELO

Banen

Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar

2023

755,1

Verwijzingen Halt

Het aantal verwijzingen naar Halt per 1.000 inwoners van 12 t/m 17 jaar.

2023

17

Winkeldiefstallen

Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

2023

4,4

2,5 CBS

Geweldsmisdrijven

Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.).

2023

5,6

4,3 CBS

Diefstallen uit woning

Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners

2023

0,9

1,3 CBS

Vernielingen en beschadigingen

Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners.

2023

8,3

5,8 CBS

Functiemenging

De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.

2023

47,4

55,8 LISA

Absoluut verzuim

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. De periodeaanduiding '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.

2023

2,1

6,3 DUO

Relatief verzuim

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) waarbij sprake is van meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim gedurende 4 opeenvolgende lesweken.

2023

20

27 DUO

Voortijdige schoolverlaters Het percentage van het totaal aantal leerlingen van 12 tot zonder startkwalificatie 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. De periodeaanduiding '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.

2023

3,1

2,4 DUO

Niet-sporters

Het percentage niet - wekelijkse sporters t.o.v. de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.

2022

53,1

46,4 CBS

Jongeren met een delict voor de rechter

Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

2022

2

1 CBS

Kinderen in uitkeringsgezin Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.

2022

9

6 CBS

Werkloze jongeren

Het percentage werkloze jongeren (16-22 jaar).

2022

2

1 CBS

Netto arbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

2023

70,4

73,1 CBS

Personen met een bijstandsuitkering

Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.

2024

504,6

343,6 CBS

Lopende re integratievoorzieningen

Het aantal re - integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.

2023

126,0

191,5 CBS

64

891,8 CBS 9 Bureau Halt

Naam indicator

Beschrijving

Jaar Vlissingen Landelijk Bron laatste meting

Jongeren met jeugdhulp

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar

2023

17,4

13,5 CBS

Jongeren met jeugdbescherming

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbeschermingsmaatregel tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar

2023

1,7

1,1 CBS

Jongeren met jeugdreclassering

Het percentage jongeren( 12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar)

2023

0,7

0,3 CBS

Cliënten met een Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende maatwerkvoorziening Wmo bevolkingsgroep. Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten

2023

980

705 CBS

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

2025

10,1

Eigen indicator

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

2025

8,7

Eigen indicator

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

2025

386,0

Eigen indicator

Overheadkosten

% van de totale lasten

2025

5,62%

Eigen indicator

Externe inhuur

Kosten inhuur externen als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

2025

7,83%

Eigen indicator

65

Paragrafen Paragraaf lokale heffingen Inleiding De lokale lasten vormen een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente en worden betaald door burgers en bedrijven. De Gemeentewet geeft een limitatieve opsomming van de belastingen en heffingen die een gemeente mag opleggen. Deze heffingen worden onderverdeeld in twee categorieën, namelijk: Belastingen Tegenover een belasting staat geen rechtstreekse tegenprestatie van de gemeente. De opbrengsten dienen als algemeen dekkingsmiddel. Onze gemeente heft de volgende belastingen •

De onroerende zaakbelasting

•

De forensenbelasting

•

De precariobelasting

•

De parkeerbelasting

•

De toeristenbelasting

•

De hondenbelasting

Rechten Naast de belastingen worden er ook rechten geheven voor een geleverde dienst. Het is niet toegestaan een meer dan kostendekkend tarief te handteren voor deze rechten. Onze gemeente heft de volgende rechten: •

De rioolheffing

•

De afvalstoffenheffing

•

De leges

•

De marktgelden

•

De havengelden

•

De lijkbezorgingsrechten

Uitgangspunten Indexering en tariefverhoging Het beleidsuitgangspunt voor alle heffingen is dat de jaarlijkse verhoging beperkt blijft tot de inflatiecorrectie. Dit betekent dat alle heffingen trendmatig worden verhoogd met 3,9%, met uitzondering van de lijkbezorgingsrechten, afvalstoffenheffing, rioolheffing en de toeristenbelasting. De tarieven voor de lijkbezorgingsrechten worden jaarlijks met 5% extra verhoogd om de kostendekking te verbeteren. Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de tarieven in 2025 niet hoeven te worden verhoogd om kostendekkend te blijven. De rioolheffing moet, naast het inflatiepercentage van 3,9%, met 1,0% extra worden verhoogd om kostendekkend te zijn. De tarieven voor de toeristenbelasting worden verhoogd naar € 2,50. Het definitieve tarief van de OZB is afhankelijk van de stijging van de WOZ waarde. De verordening OZB wordt in de raad van december vastgesteld. Kostendekking Voor alle rechten is het kostendekkingspercentage in deze paragraaf vastgelegd. Hiermee wordt de transparantie m.b.t. verhouding kosten en baten per heffing vergroot.

66

Kwijtschelding Een inwoner van Vlissingen kan kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit kan indien het inkomen zo laag is dat aan de betalingsverplichting niet kan worden voldaan, ook niet door middel van een betalingsregeling. Of iemand in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is afhankelijk van de persoonlijke financiële situatie. Dit wordt gedaan aan de hand van een door elke gemeente vastgestelde leidraad. De ontwikkeling van de geraamde bedragen voor de kwijtschelding over de afgelopen jaren is als volgt. Kwijtschelding (bedragen x € 1.000) Afvalstoffenheffing

Rekening 2023

Begroting 2024

594

610

Begroting 2025 610 kwijtschelding

Rioolheffing

47

87

87

Totaal

641

697

697

kwijtschelding

Opbrengst heffingen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de geraamde en de werkelijke opbrengsten van de afgelopen jaren in relatie met het begrotingsjaar 2025. Opbrengstheffing (bedragen x € 1.000)

Begroting 2023

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Onroerende zaakbelastingen

15.805

15.794

16.086

16.789

Afvalstoffenheffing

8.071

8.064

7.909

7.991

Hondenbelasting

321

325

333

348

Forensenbelasting

400

396

413

429

Precariobelasting

130

104

134

140

Parkeerbelastingen

209

141

210

217

Toeristenbelasting

888

868

1.080

1.094

Rioolheffing

6.395

6.481

6.783

7.318

Totaal

32.219

32.173

32.948

34.326

Onroerende zaakbelasting De opbrengsten van de onroerendezaakbelasting (OZB) worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel. Eigenaren van woningen en niet-woningen zijn belastingplichtig, evenals de gebruiker van een niet-woning voor de ozb-gebruikersbelasting. De OZB-tarieven worden vastgesteld op basis van de gemiddelde waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen (zoals bedrijven, winkels en kantoren) en de in de begroting voor dit jaar vastgestelde opbrengststijging. Voor het bepalen van het OZB-tarief zijn we afhankelijk van het stijgingspercentage van de WOZ-waarden. Dit percentage kan pas eind oktober nauwkeurig worden doorberekend, aangezien dan meer dan 70% van de WOZgegevens bekend is. De verordening OZB wordt daarom in december aan de raad aangeboden. In beginsel wordt voor 2025 de OZB verhoogd met 3,9% inflatiecorrectie. Op basis van deze gegevens wordt in de verordening een percentage vastgesteld waarmee het aanslagbedrag wordt berekend. De formule hiervoor is: Waarde x percentage = aanslagbedrag. Daarnaast is in Vlissingen het stelsel van voorwaarden voor artikel 12 van invloed op de OZB-berekening. Dit betekent dat het gewogen gemiddelde van de OZB-tarieven in Vlissingen minimaal 140% moet bedragen van het landelijk gewogen gemiddelde. OZB

2021

2022

2023

2024

2025

Eigenaar woningen

0,1441%

0,1389%

0,1283%

0,1214%

0,1261%

Eigenaar niet-woningen

0,3867%

0,4052%

0,4399%

0,4393%

0,4564%

Gebruiker niet-woningen

0,3072%

0,3219%

0,3495%

0,3490%

0,3626%

67

Rioolheffing Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van het beheer van het riool gedekt. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Belastingplichtig zijn de gebruikers van woningen en niet-woning die direct of indirect lozen op de gemeentelijke riolering. De rioolheffing wordt trendmatige verhoogd met (3,9%). Daarnaast word het tarief met 1% extra verhoogd om te komen tot 100% kostendekkendheid. De financiële onderbouwing van de rioolheffingen is gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). In 2024 is deze vastgesteld. Dit geeft de volgende tarieven: Rioolheffing (per perceel, in €)

2021

2022

2023

2024

2025

Rioolheffing eigenaar

210,13

210,13

201,13

209,18

219,43

Rioolheffing gebruiker

68,80

60,54

60,54

62,96

66,05

Afvalstoffenheffing Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van de inzameling en verwerking van het afval gedekt dat door de reiniging wordt ingezameld. Belastingplichtige is de gebruiker van de woning, waar het huishoudelijk afval ontstaat. Vanaf 2024 is er een tariefstelsel wijziging doorgevoerd. Dit houdt in dat er een tarief is ingevoerd afhankelijk van de grootte van het huishouden. De opbrengsten van de afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Hierdoor is het niet noodzakelijk om de tarieven te verhogen ten opzichte van 2024 Voor nu geeft bovenstaande het volgende tarief: Afvalstoffenheffing (in €)

2021

2022

2023

2024

2025

Eenpersoonshuishouden

316,97

332,18

353,77

323,86

323,86

Tweepersoonshuishouden

316,97

332,18

353,77

346,58

346,58

Meerpersoonshuishouden

316,97

332,18

353,77

394,62

394,62

Hondenbelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Elke houder van één of meer honden is hondenbelasting verschuldigd. Op basis van aangifte wordt de houder aangeslagen. Voor de eerste hond wordt een basisbedrag in rekening gebracht. Voor elke tweede en volgende hond geldt het dubbele tarief. Dit geeft de volgende tarieven: Hondenbelasting (in €)

2021

2022

2023

2024

2025

Tarief 1e hond

94,40

95,82

99,56

102,75

106,75

Tarief 2e en volgende hond

188,79

191,62

199,09

205,50

213,60

Forensenbelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die een woning heeft in de gemeente Vlissingen maar hier niet feitelijk woonachtig is. De forensenbelasting wordt trendmatig verhoogd met (3,9%). Forensenbelasting (in €) Tarief per woning

2021

2022

2023

2024

2025

907,67

921,29

957,22

987,85

1.026,38

Precariobelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De belastingplichtige is degene die voorwerpen op of onder of boven gemeente grond heeft.

68

De precariobelasting heeft sinds 2022 geen inkomsten meer van de kabelbelasting. Wel loopt er nog een beroepsprocedure tegen de kabelbelasting. De tarieven voor deze heffing worden uitsluitend trendmatig verhoogd met 3,9%. Parkeerbelasting Om het parkeren te reguleren is het noodzakelijk om parkeerbelasting te heffen. De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De houder van het voertuig is belastingplichtig. De (basis)tarieven worden geïndexeerd met 3,9% en afgerond op 10 centen. Afronding op 10 centen is nodig om logische tarieven te communiceren en contante betalingen bij betaalautomaten mogelijk te houden. De naheffingsaanslag gaat wel omhoog van € 76,70 naar € 78,80. Toeristenbelasting De opbrengsten worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf. De toeristenbelasting wordt in 2025 verhoogd naar: Toeristenbelasting (in €)

2021

2022

2023

2024

2025

Bestaand verblijfsmiddel

1,76

1,79

2,04

2,11

2,50

Meegebracht verblijfsmiddel

1,59

1,61

1,83

1,89

2,25

Bedrijven Investerings Zone (BIZ) In samenwerking met de vertegenwoordigers van de winkeliers en horecaondernemers in de binnenstad, verenigd in de Vlissingse Ondernemers Centrale (VOC) is voor een deel van de binnenstad de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) gerealiseerd voor de periode 1 januari 2022 tot 1 januari 2027. Marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeentegrond en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen. De marktgelden worden verhoogd met de index (3,9%). Leges Voor het verstrekken van een vergunning of document wordt een vergoeding in de vorm van leges gevraagd. Deze leges worden ook verhoogd met de index (3,9%). Lijkbezorgingsrechten Voor het begraven en het huren van een graf enz. wordt een vergoeding in de vorm van lijkbezorgingsrechten gevraagd. Deze rechten worden naast de index (3,9%) extra verhoogd met 5% om de kostendekkendheid te verhogen. Havengelden Havengelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeentewateren en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen (kade). Deze rechten worden ook verhoogd met de index (3,9%). Belastingdruk De tarieven voor de rioolheffing en de onroerende-zaakbelastingen stijgen. Daarmee stijgen de woonlasten. Wat dit betekent voor een eigenaar van een pand in 2025 ten opzichte van 2024 wordt in onderstaande tabel weergegeven.

69

Geraamde opbrengst (in €)

2024

2025

OZB lasten voor een gezin met een eigen woning

302,17

329,21

Rioolheffing voor een gezin

272,14

285,47

Afvalstoffenheffing voor een gezin

394,62

394,62

Totale woonlasten voor gezin

968,93

1.009,30

Kengetallen belastingcapaciteit Sinds begroting 2016 worden in de paragraaf lokale lasten een aantal kengetallen opgenomen in relatie het landelijke gemiddelde. Voor 2025 gelden in Vlissingen de volgende kengetallen: Kengetallen belastingcapaciteit 2025 (in €) €

A. OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde: gemiddelde WOZ waarde

261.000

0,126%

329,12

B. Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde eigendom

219

gebruik

66

C. Afvalstoffenheffing

285,47 394,62

D. Heffingskorting

0

E. Totale woonlasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

1.009,31

F. Woonlasten landelijk gemiddelde voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde Gemeentelijke belasting capaciteit

994,00 E/F * 100%

101,54%

Kostendekking tarieven Vanaf de begroting 2017 moet in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten worden opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Bij de hierna opgesomde heffingen is hiervan sprake. Bij deze heffingen is het toegestaan om maximaal 100% van de kosten te dekken. Dit is in de gemeente Vlissingen uitgangspunt. In de onderstaande gegevens worden de totale kosten en baten met elkaar vergeleken en wordt het kostendekkingspercentage genoemd. Rioolheffingen kostendekking Rioolheffingen (bedragen x € 1.000)

2025

Overhead

337

BTW

523

Lasten kwijtschelding

87

Lasten riolering

5.771

Straatreiniging

397

Kosten samenwerking

181

Totaal lasten

7.296

Totale baten

7.268

Kostendekking percentage

99,6%

70

Afvalstoffenheffing kostendekking Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

2025

Overhead

800

Lasten afvalinzameling

5.476

Lasten straatreiniging

437

BTW

974

Lasten kwijtschelding

610

Lasten samenwerking

90

Totaal lasten

8.387

Totale baten

8.387

Kostendekking percentage

100,0%

Marktgelden kostendekking Marktgelden (bedragen x € 1.000)

2025

Overhead

25

Lasten marktgeld

96

BTW

12

Totaal lasten

132

Totale baten

65

Kostendekking percentage

49,1%

Lijkbezorging kostendekking Lijkbezorging (bedragen x € 1.000)

2025

Overhead

286

Lasten lijkbezorging

663

BTW Totaal lasten

949

Totale baten

666

Kostendekking percentage

70,2%

Havengelden kostendekking Havengelden (bedragen x € 1.000)

2025

Overhead

0

Lasten havengeld

31

BTW

6

Totaal lasten

37

Totale baten

9

Kostendekking percentage

23,1%

Naheffingsaanslag parkeer Totale kosten Totale baten

€ 442.000 € 217.000

Kostendekking percentage voor 2025 is 49% 71

Leges Totale kosten € 2.885.000 Totale baten € 2.187.000 Kostendekking percentage 75,8% Omdat leges over tal van producten wordt geheven en hierboven het gemiddelde kostendekkingspercentage (70 %) is aangegeven wordt in onderstaande tabel de kostendekking per hoofdstuk in de legesverordening aangegeven. In de onderstaande tabel wordt het kostendekkingspercentage per titel (het soort dienstverlening), nader toegelicht. We hanteren bij de leges de toegestane regels van kruissubsidiëring, waarbij binnen een titel een percentage boven de 100% op hoofdstukniveau is toegestaan onder voorwaarde dat het gemiddelde percentage per titel niet boven de 100% uitkomt.

72

Recapitulatie kostendekkenheid leges 2025 Vlissingen Personeels- Overhead lasten Totaal

(Bedragen x € 1.000)

Overige kosten

Totale Opbrengsten kosten

Kostendekkendheidspercentage

1.257

848

778

2.885

2.187

75,8%

Hoofdstuk Algemene dienstverlening 1

311

202

409

922

668

72%

Paragraaf 1.1

Burgerlijke stand

22

14

14

50

36

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten

79

51

245

374

299

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

61

40

95

196

161

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen uit de basis registratie personen

20

13

4

38

39

Paragraaf 1.5

Verstrekkingen uit het Kiezersregister

Paragraaf 1.6

Gemeentegarantie

Paragraaf 1.7

Bestuursstukken

Paragraaf 1.8

Vastgoedinformatie

Paragraaf 1.9

Overige publiekszaken

77

50

51

179

58

Paragraaf 1.10

Gemeentearchief

Paragraaf 1.11

Huisvestingswet

Paragraaf 1.12

Leegstandwet

Paragraaf 1.13

Gevaarlijke stoffen

Paragraaf 1.14

Vervallen

Paragraaf 1.15

Kansspelen

4

3

7

13

Paragraaf 1.16

Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuren - AVOI

32

21

53

54

Paragraaf 1.17

Algemene plaatselijke verordening Vlissingen

5

3

8

1

Paragraaf 1.18

Verkeer en vervoer

10

7

17

8

Paragraaf 1.19

Diversen 754

490

1.614

1.461

183

65

990

1.107

37

7

75

75

Hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het 2 kader van de omgevingswet

369

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

Paragraaf 2.2

Voorfase

111

72

Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

463

301

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

23

15

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

1

1

2

2

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

16

11

27

24

Paragraaf 2.8

Overige activiteiten

17

11

27

12

Paragraaf 2.9

Maatwerkvoorschriften

1

1

27

27

226

75

73

25

90%

Paragraaf 2.10

Gelijkwaardigheid

2

1

11

15

15

Paragraaf 2.11

Overige tarieven

37

24

4

65

61

Paragraaf 2.12

Modaliteiten

82

54

29

166

139

Paragraaf 2.13

Vermindering

-45

Paragraaf 2.14

Teruggaaf

-27

Hoofdstuk Dienstverlening vallend onder 3 Europese dienstenrichtlijn

193

156

349

58

Paragraaf 3.1

Horeca

64

52

116

44

Paragraaf 3.2

Organiseren evenementen of markten

126

102

227

12

Paragraaf 3.3

Prostitutiebedrijven

Paragraaf 3.4

Huisvestingswet 2014

Paragraaf 3.5

Brandbeveiligingsverordening

Paragraaf 3.6

Winkeltijdenwet

Paragraaf 3.7

Exploitatie Huisvesting (inter) nationale werknemers

Paragraaf 3.8

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of ander beschikking

3

3

6

2

74

17%

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en beleid Risicomanagement Het beleid dat de gemeente Vlissingen voert ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. In deze nota is de werkwijze vastgelegd en zijn de uitgangspunten bepaald ten aanzien van risicomanagement. De gemeente is verplicht zowel in de begroting als in de jaarrekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening dient een zo goed mogelijk beeld van kwantificeerbare risico’s aanwezig te zijn. Werkwijze Risicomanagement is een continu proces. Bij ieder besluit worden risico's afgewogen. Bij grote projecten worden mogelijke risico's afgewogen in relatie tot het risicoprofiel van de gemeente en expliciet vastgelegd. Twee keer per jaar worden alle risico's binnen de gemeente geactualiseerd. Op basis van deze actualisatie worden per team de huidige en mogelijk nieuwe risico's in beeld gebracht. Op basis hiervan ontstaat er een risico top 10 voor de gemeente. De risico's van de teams worden periodiek binnen het team besproken en waar nodig worden verdere beheersmaatregelen getroffen om de risico's zoveel mogelijke te beperken. De raad, het college en het management team worden geïnformeerd over de top 10 risico's van de gemeente.

Gedachte hierachter is dat de risico top 10 van de gemeente goed is voor ongeveer 90% van risicobedrag. Voorwaarden in een continu proces Risicomanagement heeft op het niveau van de raad, het college en het management team een structurele plek binnen de planning- en controlcyclus. Voor de raad betekent dit dat bij zowel de begroting als bij de jaarrekening gerapporteerd wordt hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Één van de voorwaarden voor een adequaat risicomanagement is dat bestuurlijke doelstellingen voor programma’s, strategische projecten en grondexploitaties helder zijn. Verder is het noodzakelijk dat zowel bestuur als management zich bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het normaal besturen en managen van de gemeente. Dit betekent dat het inventariseren van risico’s, het inschatten ervan en het treffen van maatregelen voortdurend in de praktijk wordt uitgevoerd. Risico-inventarisatie Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart (zie afbeelding). De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden.

Daarmee wordt direct inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied. Netto betekent de situatie van de risico's inclusief de genomen beheersmaatregelen om de risico's te beperken. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen er kunnen worden genomen om een risico te beperken. Voorbeelden hiervan zijn het opnemen van een reserve, verbeterde proces/ werkafspraken, interne controles of aanpassingen beleid.

75

Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Voor deze risico’s wordt het dan ook aangeraden niet lang te wachten met het nemen van verdere beheersmaatregelen. In de risicokaart wordt duidelijk dat er zich relatief veel risico’s in de groene en oranje zone bevinden, onder/midden in de risicokaart. Bij beheersing van deze risico’s die veel voorkomen kan op de langere termijn serieuze bedreigingen ten aanzien van de continuïteit van de bedrijfsvoering worden voorkomen. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de bedrijfsvoering wordt bedreigd. Risico's Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Vlissingen kan worden bepaald hoeveel geld benodigd is om alle risico’s te kunnen financieren. Dit wordt de benodigde weerstandscapaciteit genoemd. De financiële omvang van de risico's wordt berekend op basis van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen.

In totaal zijn er 89 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. Op basis van de risicosimulatie is het financieel risico € 17,6 miljoen. Bovenstaande berekening is gebaseerd op de doorontwikkeling van risicomanagement waar wij mee zijn gestart. Een voorbeeld van deze doorontwikkeling is dat de huidige nota weerstandsvermogen en risicomanagement zal worden geactualiseerd. De bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is hiervan een onderdeel en voor ons als Vlissingen belangrijk voor de eventuele exit artikel 12. We zijn van mening dat we hierin verbeteringen kunnen doorvoeren. Deze verbeteringen hebben betrekking op: De aanpassing van het zekerheidspercentage van gemiddeld naar 95%. De keuze voor de zekerheidspercentage maakt duidelijk welk bedrag wij dienen te reserveren om de risico’s met een bepaalde zekerheid (in dit geval 95%) te kunnen opvangen. Het benoemen van risico’s waarbij er sprake is van een structureel effect voor de begroting. Dit zijn risico’s waarbij de inschatting is dat het langer dan 1 jaar duurt voordat het risico dat zich manifesteert kan worden opgevangen in de begroting. Deze risico’s zullen een opslag krijgen van een factor 2 wat voor een gemiddelde tijd van 2 tot 3 jaar staat om de zich 76

manifesterende risico’s met een structureel effect op te vangen/bij te sturen. Deze verbetering hebben we voor het eerst toegepast bij de begroting 2024. Top 10 risico's In de hiernavolgende tabel wordt de top 10 risico’s van de gemeente Vlissingen gerangschikt naar financiële impact weergegeven. Het percentage geeft de weging van het betreffende risico aan t.o.v. het totaal aan risico’s. Hieruit is af te leiden dat de top 10 risico’s een weging heeft van ongeveer 90% in het totaal van de gedefinieerde risico’s. Begroting 2025

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Nummer

Nummer

Nummer Belangrijkste financiele risico's

Invloed

1

3

2 Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie

32%

2

2

4 Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente.

15%

3

7

- Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af.

10%

4

5

- Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald.

6%

5

9

10 Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd.

5%

6

1

1 De algemene uitkering valt lager uit.

5%

7

6

5 Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing

4%

8

-

8 Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd.

4%

9

-

- Werk en inkomen: Effecten Beleidsregie worden niet gerealiseerd.

3%

10

-

- Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW)

3%

Toelichting top 10 risico's 1. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden. Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de inflatie. Een hogere inflatie dan eerder geprognosticeerd leidt tot hogere kostenramingen en daarmee tot een hogere verliesvoorziening. De kans dat het risico zich voordoet wordt met de huidige kennis bepaald op hoog. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 6,4 miljoen. 2. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente Voor grondexploitaties met een nadelig eindresultaat wordt er een verliesvoorziening getroffen op basis van de geprognosticeerde eindwaarden. Bij elke herziening worden eventuele aanpassingen in de eindwaarden ook in de verliesvoorziening verwerkt. Aanpassingen zijn afhankelijk van een aantal parameters waaronder de rente. Omdat voor het financieren van de boekwaarde in de grondexploitaties geld geleend moet worden, wordt de rente over deze leningen doorberekend op de grondexploitaties.

Met een totale boekwaarde van circa € 167 miljoen heeft een rentestijging een forse negatieve impact op de verliesvoorziening grondexploitaties. Hierbij leidt vooral de hoge boekwaarde van het Scheldekwartier in combinatie met de relatief nog lange looptijd tot een hoge gevoeligheid voor mutaties in de langlopende rente. De kans dat het risico zich voordoet wordt met de huidige kennis is bepaald op hoog. De financiële impact als de rente voor nieuw af te sluiten geldleningen met 1% stijgt is € 3 miljoen. 3. Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af Het risico is aanwezig dat er sprake is van prijsstijgingen en volume indexeringen binnen de jeugdhulp. Hierdoor neemt het volume jeugdhulp en de bijbehorende kosten toe. Vanaf 1

77

januari 2026 starten wij met een nieuwe aanbesteding, waarbij de actuele opdracht is het terugdringen van jeugdhulpproducten, een vermindering van de kosten en het volume. Verder zetten wij in Vlissingen in om de bezuinigingen die de hervormingsagenda jeugd vraagt te implementeren door projecten op te zetten die eveneens het doel hebben om het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp (het volume) terug te dringen. De praktijk heeft aangetoond dat een kleine mutatie in zowel de duur van de jeugdzorg, de aanvragen jeugdzorg en wijzigingen in prijs (waaronder OVA-indexeringen) de kosten laten toenemen. De eindafrekening over 2023 liet een nadeel van € 987.000 zien. We houden rekening met het risico van prijs en volume indexeringen in de begroting, echter is de kans aanwezig dat deze inschatting niet correct is. We hebben gerekend met de prognose van het voorspelmodel IJZ voor 2025. Vanaf 2026 houden wij rekening met 6,93% volume en 3,9 % prijsindexering. De werkelijke jeugdlasten (stand prognose juni) 2024 zijn € 4,0 miljoen hoger dan primitief begroot, op een budget van € 20 miljoen. Er is een nieuwe prognose gedraaid voor 2025 en verder, deze geeft vooralsnog geen aanleiding de begroting aan te passen. Er zijn achterstanden bij de toegang ingehaald. In hoeverre declaraties op deze toekenningen leiden tot een toename van kosten is nog onbekend.

Wij schatten het risico van een nabetaling van het voorgaande jaar in op € 1 miljoen voor 2025. Dit is dan ook de financiële impact van het risico. De kans dat het risico zich voordoet is in 2025 beoordeeld als hoog. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 4. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald Het risico is aanwezig dat de ingeschatte resultaten van de projecten niet worden behaald. De ingeboekte resultaten op de projecten zijn schattingen. Verder zijn de resultaten van de projecten afhankelijk van een interne integrale samenwerking en van de samenwerking die we met onze netwerkpartners moeten bereiken. Dit zal invloed hebben op het tempo wat we zelf kunnen opbrengen en het commitment van anderen. Voor de komende jaren zijn de inschattingen van de projecten berekend. Een vertraging kost ons geld en de besparing schuift op in de tijd. De kans dat dit risico zich voordoet is bepaald op midden. De financiële impact is bepaald op € 1,0 miljoen. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 5. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd We maken jaarlijks een inschatting omtrent de verwachte rente. De bijbehorende rentelasten worden opgenomen in de begroting.

Het risico is aanwezig dat er nieuwe geldleningen worden aangetrokken, waarbij het rentepercentage hoger is dan geraamd. De kans dat het risico zich voordoet is bepaald op midden. De financiële impact is bepaald op € 960K per jaar (periode 2025-2028). Dit is gebaseerd op het uitgangspunt als de rente met 1% zou stijgen. De berekening is gebaseerd op het totaal verwachten af te sluiten nieuwe geldleningen als gevolg van herfinanciering en verwachte investeringen, bestedingen van reserves en mutaties grondexploitaties. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 6. De algemene uitkering valt lager uit Het risico dat de algemene uitkering gemeentefonds lager uitvalt is altijd aanwezig. Voor 2025 (vanaf 2026 de terugkeer van de opschalingskorting; nieuwe financieringssystematiek) heeft de meest recente voorjaarsnota van het rijk aangegeven dat ze een deel van het oorspronkelijke ravijnjaar van 2026 een jaar naar voren schuiven. Dit betekent voor Vlissingen een extra tekort van ruim € 2,5 mln. Wij hebben hier rekening mee gehouden in de kadernota 2025 en de begroting 2025. Het risico is echter wel aanwezig dat hier veranderingen in kunnen komen (o.a. wijzigingen circulaires en aanpassingen maatstaven). De kans dat het risico zich voordoet is bepaald als laag.

De financiële impact is bepaald op € 1,5 miljoen (1% van de algemene uitkering € 190 miljoen verminderd met de bijdrage voor centrumtaken € 40 miljoen). Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 7. Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing Het risico bestaat dat de gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker. Via 78

phishing (mail, bestand, website, etc.) en/of hack wordt data gestolen en/of versleuteld door cryptolocker. Criminelen eisen geld voor teruggave data (ongedaan maken cryptolocker) en/of niet publiceren gestolen data. De afgelopen jaren is er sprake van een stijging van het aantal hacks. Dit geld ook voor gemeenten. Naast gemeenten worden ook de leveranciers van SAAS, welke de gemeente gebruikt, getroffen. Als het risico zich voordoet heeft dit impact op de dienstverlening van de gemeente Vlissingen. Herstelkosten (o.a. inhuur bedrijven om het probleem te onderzoeken en op te lossen) zijn bij verlies ICT en data enorm. Er kan daarnaast sprake zijn losgeld en inkomstenderving. De financiële impact voor de gemeente Vlissingen is mede bepaald op ervaringen bij andere gemeenten (o.a. Hof van Twente en Haarlemmermeer), het type hack/afpersing cryptolocker en de getroffen beheersmaatregelen. Met betrekking tot de getroffen beheersmaatregelen zijn we vanaf 2023 bezig om awareness te creëren, maken we inzichtelijk wat onze kwetsbaarheden zijn in onze systemen en websites, maken we sinds 2024 gebruik van een Information Security Management System (ISMS) en gaan we een plan van aanpak maken hoe we als gemeente omgaan met een hack/cryptolocker. Dit zal in 2025 worden afgerond en bijbehorende verbeteringen zullen worden doorgevoerd.

De kans dat het risico zich voordoet hebben we beoordeeld als midden en de financiële impact is voor 2025 bepaald op € 2,0 mln. We hebben hiervoor geen bedrag opgenomen in de begroting. 8. Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd Jarenlang is er sprake van een exploitatietekort in het werkleerbedrijf. O.b.v. in 2021 door de gemeente(n) geïnitieerd onderzoek is gebleken dat door implementatie van verschillende verbetermaatregelen de komende jaren een ruime rendementsverbetering gerealiseerd moet kunnen worden. In 2022 heeft Orionis Walcheren verbeterplannen opgesteld. Als de verbeterplannen hun effect hebben is er eind 2027 sprake van een positief resultaat van circa € 2,8 miljoen (Orionis totaal , Vlissingens aandeel hierin is € 1,48 mln. Door economische ontwikkelingen is de realisatie van de plannen vertraagd. In de meerjarenbegroting 2025-2028 hebben wij de realisatie zij het met vertraging (oorspronkelijk plan was 2025/2026 realisatie) als gevolg van diverse (externe) oorzaken ruimschoots verwerkt (besparing van € 2,0 miljoen periode 2025-2028. De kans dat het risico zich voordoet is ingeschat op midden. Dit omdat externe factoren (waaronder marktwerking) van invloed blijven op het resultaat van het Werkleerbedrijf.

De financiële impact is gebaseerd op het feit de begrote besparingen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028 (totaal € 2,0 miljoen) niet worden gerealiseerd. 9. Werk en inkomen: Effecten Beleidsregie worden niet gerealiseerd We hebben de ambitie om door middel van het terugdringen van het inkoopvolume op Werk en Inkomen € 1,25 miljoen van de uitgaven te verminderen. Afgesproken is dat we dat gaan doen door inzet op beleidsregie. De volledige realisatie wordt verwacht vanaf 2028. In de jaren 2025- 2027 lopen we het risico op een niet gerealiseerd deel. De kans dat het risico zich voordoet is voor nu beoordeeld als hoog midden. Door middel van een inkoopmodel (SROI) is het de bedoeling aanvullende inkomsten te genereren die we in kunnen zetten binnen Werk en Inkomen. De financiële impact is bepaald op € 1,25 miljoen (gebaseerd op een het niet realiseren beoogd resultaat inzet beleidsregie). 10. Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW) Sinds 2015 mag er bij SW-bedrijven geen nieuwe instroom meer zijn van werknemers. Met krimp van die bedrijven tot gevolg. Uiterlijk vanaf 2051 blijft alleen een Beschut werkvoorziening over. De bedrijven moeten daartoe een transitiescenario opstellen. In december 2023 heeft het Rijk aangegeven hoe zij aankijken tegen de toekomstige infrastructuur van Sociaal Ontwikkelbedrijven (het voormalige SW-bedrijf).

Uitgangspunt is de zogenaamde sociale infrastructuur: een opstap, vangnet en beschutte omgeving. Een basisinfrastructuur gekoppeld aan de realisatie van landelijk ten minste 30.000 beschutte banen en in 2048 10.000 banen voor andere groepen mensen die niet regulier aan het werk kunnen komen. De financiering wordt hierop aangepast. Deze landelijke visie wordt in 2024

79

en 2025 voor Walcherse inwoners uitgewerkt door Orionis Walcheren en de Walcherse gemeenten. Vanuit het rijk komen middelen mee. Onzeker is of we het met alleen de extra rijksmiddelen gaan redden. Mogelijk is cofinanciering noodzakelijk. De financiële impact is in totaal bepaald op € 2,7 miljoen en dit betekent voor ons een bedrag van € 1,4 miljoen (53%). De kans dat het risico zich voordoet is bepaald op midden. Weerstandcapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: •

Vrij besteedbare reserves.

•

Budget onvoorziene uitgaven.

•

Onbenutte belastingcapaciteit.

•

Stille reserves.

Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:

Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar. Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te 80

verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor de jaren 2025-2028 gaat het om € 255.000. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken.

De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2023 is deze reeds nihil. Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 1,9 (-/- € 34,3 miljoen/ € 17,6 miljoen). Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de begroting 2025 bedraagt -€ 34,3 miljoen en is gelijk aan de actualisatie bij de jaarrekening 2023.

Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen. Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 17,6 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2023 € 18,9 miljoen). Ten opzichte van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2023 is hiermee sprake van een afname van de gekwantificeerde risico’s met € 1,3 miljoen.

81

Een groot deel van de benodigde weerstandscapaciteit wordt veroorzaakt door risico's in het sociaal domein. Deze risico's vangen we op door het inzetten van de reserve sociaal domein. Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:

Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld.

82

Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 - 2

Ruim voldoende

C

1 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

waardering ratio's

Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus zwaar onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De beschikbare weerstandscapaciteit van -€ 34,3 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 17,6 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 0,1 toegenomen in vergelijking met de jaarrekening 2023. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV. Kengetallen

Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 31-1231-1231-1231-1231-122024 2025 2026 2027 2028

1a. Netto schuldquote

39%

34%

38%

42%

39%

32%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

39%

33%

37%

41%

38%

31%

2. Solvabiliteitsratio

21%

30%

31%

33%

36%

40%

3. Kengetal grondexploitatie

9%

5%

2%

2%

0%

0%

4. Structurele exploitatieruimte

3%

5%

0%

0%

0%

0%

100%

97%

102%

102%

102%

102%

5. Belastingcapaciteit

1a. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. 3. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de 83

gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente.

Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

84

Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn ‘duurzame productiemiddelen’. Het zijn die materialen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor, dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering / water, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Per onderwerp wordt ingegaan op het beleidskader, voornemens voor de komende periode en de financiële consequenties voor de gemeente. Voor twee kapitaalgoederen Gebouwen en Kades) hebben we voor groot onderhoud inmiddels een meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) (bedragen x € 1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14751273/1