CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028

Commissie Ruimte 7 november 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Programmabegroting 2025-2028.33.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2025

2026

2027

Civiele kunstwerken

367

376

384

393

Gebouwen

2.455

2.236

2.362

2.062

Groen

2.056

2.036

2.043

2.105

Kades

735

637

202

146

Openbare verlichting

524

564

530

487

Stedelijkwater/ riool

586

605

623

642

Wegen

2.103

2.171

2.242

2.314

Totaal

8.826

8.624

8.386

8.148

Waarvan ten laste van diverse voorzieningen

2.010

1.649

1.134

684

2028

Onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren of een bepaalde representativiteit te laten behouden. We onderscheiden klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud heeft geen invloed op de gebruiksduur van een gebouw of een object. Klein onderhoud Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties en kort-cyclisch onderhoud. De kosten komen ten laste van de exploitatie. Groot onderhoud De noodzaak tot groot onderhoud ontstaat over een langere periode en is ingrijpender van aard. De kosten daarvan komen voor sommige kapitaalgoederen ten laste van een voorziening en voor anderen uit de exploitatie. Wanneer een aanpassing leidt tot een belangrijke kwaliteitsverbetering en/of een significante langere gebruiksduur wordt het niet gerekend tot groot onderhoud, maar is het een investering die geactiveerd moet worden, zodat de lasten over meerdere jaren verspreid worden. Voor de laatstgenoemde categorie verwijzen wij u naar de investeringsplanning. Civiele kunstwerken Onder civiele kunstwerken wordt verstaan het geheel aan fiets- en voetbruggen, verkeersbruggen, vlonders en steigers. De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan civiele kunstwerken zijn opgenomen in de exploitatie.

Voor groot onderhoud is een voorziening gevormd. In 2025 beoordelen we de civiele kunstwerken en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten civiele kunstwerken (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Civiele kunstwerken

367

376

384

393

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) 85

Gebouwen De onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen ziet u hieronder. Om het bestand van de gemeentelijke gebouwen/accommodaties op orde te krijgen is een Majeur project “Revitalisering gemeentelijke accommodatiebestand” opgezet. Voor de inhoud van dit project verwijzen wij u graag naar de projectpagina in dit document. Voor groot onderhoud is inmiddels een MJOP operationeel. Onderhoudskosten gebouwen (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Gebouwen klein onderhoud

1.171

1.211

1.413

1.503

Gebouwen groot onderhoud (MJOP)*

1.284

1.025

949

559

Totaal

2.455

2.236

2.362

2.062

* ten laste van de voorziening groot onderhoud accommodaties

Beleidskader: bestuursopdracht “Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand” (2018) Groen Bos, bomen en stedelijk openbaar groen Onderstaande bedragen zijn de beschikbaar gestelde bedragen voor het onderhouden van onze kapitaalgoederen met betrekking tot het openbaar groen van de gemeente. Dit is inclusief onkruidbestrijding en de begraafplaatsen. Het onderhoud aan het groen wordt planmatig uitgevoerd. In dit onderhoud passen we de uitgangspunten van biodiversiteit toe. Speelvoorzieningen Uit het oogpunt van veiligheid is het belang van onderhoud aan en kwalitatief op peil houden van de speelvoorzieningen belangrijk. De speelvoorzieningen staan veelal in het groen. Het onderhoud aan speelvoorzieningen wordt zo uitgevoerd dat ze altijd veilig zijn voor de (kleine) gebruikers in de gemeente. In 2025 beoordelen we de speelvoorzieningen en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten groen (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Groen

1.935

1.912

1.917

1.976

Speelvoorzieningen Totaal

121

124

126

129

2.056

2.036

2.043

2.105

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) Kades De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan kades zijn opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is momenteel een MJOP operationeel. In 2025 beoordelen we de waterpartijen, vijvers en fonteinen en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten kades (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028 54

Kades klein onderhoud

49

51

52

Kades groot onderhoud (MJOP)*

601

499

60

0

Waterpartijen, vijvers en fonteinen

85

87

90

92

Totaal

735

637

202

146

* ten laste van de voorziening groot onderhoud kades

Beleidskader: Havenbeleidsplan binnenhavens (2024) en Havenbeheerplan (2022-2032) Openbare verlichting De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan openbare verlichting is opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is een voorziening gevormd. In de periode 2024-2028 vervangen we traditionele verlichtingsarmaturen voor de zuinigere LED-variant. Ook

86

vervangen we masten die daarvoor in aanmerking komen. Door het toepassen van LEDarmaturen zullen de energiekosten van openbare verlichting dalen en worden deze jaarlijks bijgesteld. Deze energiekosten staan apart van de hierboven genoemde onderhoudskosten. In 2025 beoordelen we het restant areaal aan masten en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten openbare verlichting (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Openbare verlichting

524

564

530

487

Beleidskader: Beleids- en beheerplan OVL 2015-2024 Stedelijkwater / riool Algemeen De stedelijk water opgave van de gemeente behelst drie componenten: de hemelwaterafvoer, het grondwaterbeheer en het rioolbeheer. Momenteel is het gemeentelijk hoofdrioolstelsel 260 km lang. Door de uitbreiding in de stad met verschillende wijken groeit dit aantal ieder jaar. De onderhoudskosten van de riolering bestaan uit kosten voor planmatig onderhoud en correctief onderhoud. Planmatig onderhoud Het inspecteren van, reinigen en repareren van hoofdriolering en rioolgemalen. Ook het baggeren van watergangen behoort hiertoe. Correctief onderhoud Het verhelpen van storingen van rioolgemalen en verstoppingen van aansluitingen, straatkolken en openbare riolering. En het verhelpen van verstoppingen van duikers of verhelpen van acute problemen van de waterkwaliteit. Stedelijk water/ riolering (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Stedelijk water/ riolering

586

605

623

642

Beleidskader: gemeentelijk rioleringsplan (2023) Wegen Onderhoudskosten wegen Onderstaande bedragen zijn beschikbaar voor het onderhoud van bestaande wegen. Dit betreft zowel asfaltwegen of wegen met open verharding. Het onderhoud van onze kapitaalgoederen is van belang om de veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. Periodiek laten we inspecties uitvoeren. Deze inspecties leveren informatie over de staat waarin de wegen zich bevinden. De uit te voeren werkzaamheden stemmen we af met de opgaves van de andere kapitaalgoederen in de openbare ruimte om de overlast voor de bewoners zo veel mogelijk te beperken. Ook vind hier afstemming plaats met de nutsbedrijven voor water en energie (inclusief voor het warmtenet). Deze onderhoudskosten zijn inclusief het onderhoud op de verkeersregelinstallaties en op het wegmeubilair. Onderhoudskosten wegen (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Wegen

2.103

2.171

2.242

2.314

125

125

125

125

2.228

2.296

2.367

2.439

Wegen achterstallig onderhoud* Totaal * ten laste van de voorziening achterstallig onderhoud

Beleidskader: Wegenbeleidsplan (2021)

87

Paragraaf financiering Algemeen De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Renteontwikkeling Voor de uitvoering van het treasurybeleid is het belangrijk om de renteontwikkelingen te volgen. De accountant heeft echter aangegeven dat de rente die gebruikt word in de berekening aangetoond moet worden op basis van de cijfers die op het moment van samenstellen van de begroting in de markt gegeven worden. Een aangekondigde rentestijging of verwachtingen uit de markt mogen dus niet worden ingecalculeerd. Deze begroting is gebaseerd op de actuele rentestanden. Renterisicogevoeligheid De huidige leningportefeuille van de gemeente bestaat uit leningen die allemaal een vast rentepercentage hebben voor de gehele looptijd van de lening. Renteschommelingen binnen de huidige leningportefeuille treden daardoor niet op.

Voor leningen die nog aangetrokken worden, is in de begroting rekening gehouden met het actuele rentepercentage ( zie renteontwikkeling) waarvoor deze leningen ten tijde van het samenstellen van deze begroting aangetrokken kunnen worden. Rentestijging of - rentedaling is dus niet meegenomen. Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld dat in een jaar aan renteherziening onderhevig is. In de wet FIDO zijn eisen gesteld aan het maximum aan renterisico. Dit komt tot uitdrukking in de kasgeldlimiet voor leningen met een looptijd tot 1 jaar, en de renterisiconorm voor leningen met een looptijd vanaf één jaar. Deze normen bepalen de ruimte voor de gemeente om verantwoord te financieren. Kasgeldlimiet De wettelijke toegestane omvang van de kasgeldlimiet is gelijk aan het bedrag ter grootte van een percentage van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. Het percentage voor de gemeente is voor 2025 vastgesteld door de Rijksoverheid op 8,5%. De gemeente heeft voor 2025 een kasgeldlimiet van € 26,6 miljoen (8,5% van € 313,0 miljoen). Voor 2026, 2027 en 2028 zal de kasgeldlimiet op basis van deze begroting respectievelijk € 26,1 miljoen, € 26,0 miljoen en € 26,1 miljoen bedragen.

De doelstelling is om optimaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet, omdat kort geld momenteel relatief goedkoper is dan lang geld. Indien de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient de kortlopende schuld omgezet te worden in een langlopende schuld. De provincie Zeeland houdt hier toezicht op. Het bedrag van de kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente aan kort geld mag lenen Renterisiconorm De Wet FIDO heeft aan het beperken van renterisico's een wettelijk kader toegevoegd in de vorm van een renterisiconorm. Met deze renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningenportefeuille dusdanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. In de

88

Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden is bepaald dat de renterisiconorm maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. De renterisiconorm is als volgt berekend: Renterisiconorm (bedragen x € 1.000.000)

2025

2026

2027

2028

Begrotingstotaal

313

308

306

307

Norm 20%

63

62

61

61

Aflossingen

13

14

22

13

Renteherziening

0

0

0

0

Ruimte onder renterisiconorm

50

48

39

49

Aflossingen en renteherzieningen

Financiering Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen van het BBV. In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van de uitgaven voorziet de gemeente in het aantrekken van kortlopende en langlopende (vaste) geldleningen. Hierbij houden we rekening met de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Er zijn criteria die meewegen bij de keuze voor een bepaalde financieringswijze. De volgende criteria worden gehanteerd: - Financiering geschiedt tegen de laagste kosten. - We houden rekening met de renterisiconorm. Bij het aantrekken van langlopende leningen, lenen we tegen een vast rentepercentage over de gehele looptijd. In het treasurystatuut staat de mogelijkheid voor het gebruik van derivaten open. Hiervan zal alleen bij uitzondering gebruik gemaakt worden en altijd advies van een extern deskundige worden ingeroepen. Renteschema 2025 (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering

3.081

De externe rentebaten

-/-

Totaal door te rekenen externe rente

35 3.045

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-/-

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend

-/-

1.647 -/-

0

Rente over eigen vermogen

+/+

0

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

+/+

0

-/-

1.985

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury

-587

Financieringspositie en rentekosten De liquiditeitsbegroting voor 2025 laat een liquiditeitsbehoefte zien als gevolg van geplande investeringen, uitvoering grondexploitatie plannen en verwachte mutaties bestedingen van reserves en voorzieningen. Op basis van de berekende kasgeldlimiet voor 2025 kan dit niet 89

opgevangen worden met korte financiering en zullen er langlopende geldleningen worden aangetrokken. De rentekosten voor de gemeente staan voor een groot gedeelte al vast. Van de leningen die reeds aangegaan zijn, is exact te bepalen hoeveel rente deze leningen kosten in het begrotingsjaar. Voor de nog af te sluiten leningen gaan we uit van een rentepercentage van 3,3%, het op 1 augustus 2024 geldend percentage voor leningen met een looptijd van 10 jaar. Daarnaast houden we rekening met een rente van 5% voor rekeningcourant. Vanaf 2025 geldt dat we de rentekosten via een omslagpercentage toerekenen aan alle taakvelden. Dit percentage bedraagt voor 2025 afgerond 1%. Geprognosticeerde balans De geprognosticeerde balansen zijn als volgt: ACTIVA (x € 1.000)

Rekening 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Ultimo 2028

Vaste activa Immateriële vaste activa

3.376

1.976

1.738

1.506

1.287

1.067

Materiële vaste activa

147.906

196.538

229.424

250.008

257.659

249.682

Financiële vaste activa

16.449

25.743

25.743

25.692

25.692

25.692

Totaal vaste activa

167.731

224.257

256.905

277.206

284.638

276.441

Voorraden

27.613

16.200

7.146

5.202

0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar

21.952

14.665

15.460

15.244

14.485

14.460

Vlottende activa

Liquide middelen

19

19

19

19

19

19

Overlopende activa

17.444

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal vlottende activa

67.028

35.884

27.624

25.466

19.504

19.480

Totaal activa

234.759

260.141

284.529

302.671

304.142

295.921

PASSIVA (x € 1.000)

Rekening 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Ultimo 2028

Vaste passiva Algemene reserve

-43.964

-31.281

-24.950

-17.660

-10.360

Nog te bestemmen resultaat

9.704

-2.470

290

301

822

-4.733 21

Bestemmingsreserve

84.089

110.765

114.074

115.938

119.288

122.657

Voorzieningen

25.856

25.453

24.430

24.261

24.751

33.134

Vaste schulden met een rentetypische looptijd groter of gelijk dan 1 jaar

104.921

81.745

101.582

107.218

100.854

110.088

Totaal vaste passiva

180.604

184.210

215.426

230.058

235.355

261.167

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar

10.135

70.930

64.103

67.614

63.787

29.754

Overlopende passiva

44.020

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal vlottende passiva

54.154

75.930

69.103

72.614

68.787

34.754

Totaal passiva

234.759

260.141

284.529

302.671

304.142

295.921

Vlottende passiva

Ontwikkeling leningenportefeuille opgenomen en verstrekte langlopende geldleningen Opgenomen geldleningen De geprognosticeerde omvang van de opgenomen langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2025 circa € 81,8 miljoen. Op basis van deze primaire begroting is de verwachting dat de stand van de leningportefeuille eind 2025 circa € 101,6 miljoen zal bedragen. 90

Uitgegeven geldleningen Gelet op het verwachte financieringstekort worden geen gelden voor de korte of middellange termijn uitgezet. In het verleden zijn wel leningen verstrekt in het kader van de publieke taak. De geprognosticeerde omvang van de uitgegeven langlopende geldleningen bedraagt per 1 januari 2025 circa € 3,3 miljoen. Schatkistbankieren De gemeenten zijn verplicht om te schatkistbankieren. Dit betekent dat de gemeente haar tegoeden dient aan te houden bij het Ministerie van Financiën, met uitzondering van een drempelbedrag. Dit drempelbedrag is voor gemeenten bepaald op 2% van het begrotingstotaal. Voor de gemeente Vlissingen komt het drempelbedrag voor 2025 uit op € 6,2 miljoen. De gemeente Vlissingen beschikt incidenteel over een positief saldo op haar bankrekeningen. Naar verwachting zal er daarom in 2025 gebruik worden gemaakt van het verplicht schatkistbankieren. De doelstelling is en blijft echter om met de positieve saldo's de leningen af te lossen. Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet Hof) In de Wet Hof zijn de Europese afspraken inzake het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 vastgelegd. De Wet HOF bepaalt onder andere dat het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen een gelijkwaardige inspanning moeten leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën.

De tekorten van de provincies, gemeenten en de waterschappen worden door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort. Dit begrotingstekort mag volgens de Europese regels niet meer dan 3% bedragen. Bij overschrijding van deze 3% norm kan er een sanctie volgen vanuit de Europese Commissie. Deze sanctie kan doorberekend worden aan degenen die een bijdragen aan het tekort hebben geleverd. Elke gemeente heeft een individuele EMU-referentiewaarde. Dit EMUsaldo is het saldo van lasten en baten onafhankelijk of het exploitatie- of investeringsuitgaven en -inkomsten betreft. De berekening van het EMU-saldo op basis van de programmabegroting 2025 is als volgt (x € 1.000):

91

(bedragen x € 1.000) Cagtegorie 1.1

Salarissen en sociale lasten

2.1

Belastingen

2025

2026

2027

2028

Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten Uitgaven Inkomsten 45.331

46.251

48.156

756

731

731

49.836 731

2.2.1 Belastingen op producenten

18.444

17.497

18.065

2.2.2 Belastingen op huishoudens

7.577

7.077

7.128

19.136 7.462

3.1

Grond

2.647

19.834

3.228

22.447

3.228

14.950

2.297

12.461

3.2

Duurzame goederen

7.107

2.335

1.638

990

3.251

999

1.116

1.189

3.3

Pachten

2

392

2

368

2

366

2

365

3.4.1 Sociale uitkeringen in natura

44.625

3.4.2 E.b. en verhaal soc. Uitk. in natura 3.5.1 Ingeleend personeel

48.701 1.006

4.639

53.145 1.811

3.460

57.999 1.835

3.332

1.853 3.237

3.6

Huren

1.941

1.814

1.811

1.814

3.7

Leges en andere rechten

14.109

13.190

13.917

13.911

3.8

Overige goederen en diensten

4.1.1 Sociale uitkeringen in geld 4.2

Subsidies

4.3.1 Inkomensoverdrachten - Rijk

35.849

2.723

217

29.752

7.601

219

1.527

25.871

11.087

223

1.527

26.222

11.307

223

1.435

1.435

347

225.008

347

218.709

347

221.928

347

223.409

4.3.2 Inkomensoverdrachten - gemeenten

1.630

2.805

1.630

2.621

1.579

2.556

1.579

2.482

4.3.3 Ink.overdr. - gem.schap. regelingen

119.099

2.323 119.253

2.187 120.008

2.151 120.057

2.093

393

383

383

383

4.3.5 Inkomensoverdrachten waterschappen 4.3.6 Inkomensoverdr. - overige overheden

3.021

306

3.052

290

3.144

288

3.144

4.3.8 Ink.overdr. - over. instel. en pers.

5.991

1

5.751

1

5.470

-82

5.470

4.4.1 Kapitaaloverdrachten - Rijk 4.4.8 Kap.overdr. - ov. instel. en pers. 5.1

Rente

5.2

Dividenden en winsten

2.174

2.945

2.945

790

40

790

40

790

40

790

35

3.783

35

3.819

35

4.086

6.296

6.296

40 35 6.296

Totaal

277.225

307.351 270.498

305.920 274.914

306.314 278.955

Emu saldo

30.126

35.422

31.399

27.207

92

-80 2.102

3.252

6.296

287

306.162

Paragraaf bedrijfsvoering Organisatievisie ‘Vlissingen durft!’ is de missie die de gemeente Vlissingen als organisatie uitdraagt. Om uitvoering te geven aan tal van ambities, uitdagingen én kerntaken van de gemeente, die beschreven staan in de Strategische Visie 2040, zijn een organisatie én medewerkers nodig die zich voortdurend blijven ontwikkelen. Deze organisatieontwikkeling is dan ook een continue proces. Aan de wortels hiervan ligt een Organisatievisie. Dit is de leidraad voor het nemen van beslissingen om de gemeente Vlissingen in de gewenste richting te sturen. Daarnaast helpt de visie om medewerkers te motiveren en te inspireren om richting aan te brengen in het dagdagelijks werk. De visie van de gemeente heeft een drietal eigenschappen, namelijk Nieuwsgierig, Lef en Verbinding. Deze eigenschappen worden in 2025 op tal van manieren uitgedragen in de organisatie. Dit alles draagt bij aan het creëren van een consistente en optimale klantbeleving. Dienstverlening is hiervoor het fundament. Onder dit fundament liggen een drietal pijlers; een (financieel) gezonde bedrijfsvoering, aantrekkelijk werkgeverschap en datagedreven management. In 2025 worden vooral de accenten op deze pijlers gelegd.

Aantrekkelijk werkgeverschap De arbeidsmarkt is nog steeds gespannen, ook in gemeenteland, waardoor het steeds lastiger wordt om personeel aan te trekken. Het accent voor het komende jaar ligt vooral op 93

het binnenhalen van nieuwe medewerkers en huidige medewerkers aan boord houden. Dit moet onder andere leiden naar de gemeente Vlissingen als goede werkgever in Zeeland. Optimaal kijkend naar de samenwerking met andere organisaties in de publieke sector. Wat gaan we daarvoor doen? •

We zorgen voor competitieve arbeidsvoorwaarden met specifieke aandacht voor vitaliteit

•

Ontwikkeling traject Trainees

•

Optimale inrichting proces Onboarding – coaching en begeleiding medewerkers

Datagedreven informatiemanagement De overheidsdienstverlening wordt steeds digitaler. Daarnaast komen er met grote snelheid nieuwe mogelijkheden met Kunstmatige Intelligentie (AI) beschikbaar en zit de gemeente op een ‘goudmijn’ aan data. In 2025 zal vooral het accent liggen op de inrichting van informatievoorziening en processen. Zo worden processen nog beter meetbaar en kan er helder op gestuurd worden. Wat gaan we doen? •

Implementatie van digitale wetgeving, inhaalslag en structureel borgen

•

Formeren van en een team functioneel beheer, CIO-office

•

Uitvoering pilots om inzet van data en AI te toetsen.

•

Zorgdragen voor betrouwbare systemen en processen (bv binnen zaaksystemen, vergunningensysteem, sociaal domein)

(Financieel) gezonde bedrijfsvoering De gemeente staat voor grote (financiële) uitdagingen. Zo is er de ambitie om afscheid te nemen van de status Artikel-12 naar een duurzame gezonde organisatie. Ook zijn er de nodige ambities die samenhangen met Wind in de Zeilen, en RegioDeals en zijn er grote opgaven rondom het sociaal domein. Het komende jaar 2025 zal het accent liggen op meer grip te krijgen op financiën. Daarnaast een optimale afstemming en duidelijkheid in de processen, rollen en taken van medewerkers. Ook gaat in het nieuwe jaar de nodige aandacht uit naar de toegankelijkheid van financiële informatie. Op basis van betrouwbare en geautomatiseerde processen. Wat gaan we doen? •

Begroting beter leesbaar maken

•

Gebruiksvriendelijkere financiële tools voor medewerkers

•

Uniformering van softwarepakketten

•

Facturen automatisch koppelen zodat het betaalproces sneller verloopt

•

Opleiden van medewerkers op financieel gebied (projectmatig werken)

Rechtmatigheidsverantwoording Het college heeft bij de jaarrekening 2023 voor het eerst een rechtmatigheidsverantwoording afgeven. Met deze verantwoording geeft het college aan in hoeverre verantwoorde baten en lasten maar ook balansmutaties in de jaarrekening rechtmatig tot stand zijn gekomen. De accountant (Deloitte) heeft de beoordeeld dat de afgegeven rechtmatigheidsverantwoording door het college een getrouw beeld geeft. We zijn nu in staat om jaarlijks een rechtmatigheidsverantwoording af te geven. De basis hiervoor zijn onder andere het interne controleplan, het normenkader en bijbehorend beleid. Over het boekjaar 2025 zal het college ook een rechtmatigheidsverantwoording afgeven.

94

Doelmatigheid en doeltreffendheid Op 30 mei 2024 is de verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid bestuur door de raad vastgesteld. Hierin is opgenomen dat het college jaarlijks een onderzoeksplan opneemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting. Het onderzoeksplan zal in het 4e kwartaal van 2024 worden uitgewerkt en vastgesteld door het college. De Raad wordt via een RaadsInformatieBrief (RIB) hierover geïnformeerd.

95

Paragraaf grondbeleid Grondbeleid Grondbeleid kan worden omschreven als het geheel van de wijze van toepassing van het financiële en juridische instrumentarium dat de overheid ter beschikking staat om op de gewenste plaats, tijdig en tegen aanvaardbare kosten grond c.q. ruimte beschikbaar te krijgen voor de vestiging van door die overheid gewenste functies. Het grondbeleid bestaat uit de verschillende instrumenten die de gemeente heeft om de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente te realiseren. Daarbij staat de grondexploitatie centraal. Het grondbeleid spreekt zich met name uit over welke rol de gemeente in de grondexploitatie wil spelen. Uitgangspunt van de grondexploitaties is de structuur- en woonvisie van de Gemeente (2013). Het vigerende (afwegings)kader is de door de Raad eind 2021 vastgestelde nota Grondbeleid. Beleid Bij nieuwe ontwikkelingen wordt bij voorkeur een facilitair (passief) grondbeleid gevoerd, met als doel het minimaliseren van risico's en een evenwichtige cashflow. In een aantal specifieke gevallen is toch sprake van actief grondbeleid. Zo zijn er vanuit Wind in de zeilen middelen beschikbaar om de ontwikkeling van de Kenniswerf verder te versterken. Deze middelen worden ingezet voor het actief verwerven van gronden ten behoeve van herontwikkeling. Hiervoor is een grondexploitatie in voorbereiding.

Daarnaast zijn grondexploitaties in voorbereiding voor het project Stadslandgoed bij het JCV, Baskensburg West en locatie Dongestraat. Bij bestaande ontwikkelingen blijft een actief grondbeleid gehandhaafd, met als doel het maximaliseren van de opbrengst van ingezette ontwikkelingen. De uitvoering van het grondbeleid valt binnen een aantal kaders zoals Organisatie en Financiën. Organisatie Raad (Kaders stellen) •

ruimtelijke kaders vaststellen (Omgevingsplan; Omgevingsvisie; Bestemmingsplan).

•

beleidskaders, waaronder vaststellen Nota Grondbeleid en Nota Grondprijzen.

•

P&C cyclus, waaronder vaststellen, herzien en afsluiten grondexploitaties.

•

kredietverstrekking.

•

enz.

College van B&W (Uitvoeren en beheren) •

grondexploitaties beheren.

•

aan- en verkopen, verpachten en verhuren.

•

sluiten overeenkomsten.

•

enz.

Ambtelijke organisatie (Uitvoeren werkzaamheden) •

zorg dragen aan uitvoering verantwoordelijkheden college.

Faciliterend grondbeleid In het kader van het faciliterend (passieve) grondbeleid heeft de Raad geen rol wat betreft het beschikbaar stellen van middelen, omdat er bij een extern initiatief (in principe) geen middelen nodig zijn. De Raad heeft wel een rol in het stellen van ruimtelijke kaders. Het college en de ambtelijke organisatie hebben, passend binnen de kaders van de Raad, een 96

gelijke rol als bij actief grondbeleid. Hiervoor zijn geen middelen beschikbaar en hebben zij geen eigen uitvoeringsagenda of -proces omdat het door derden wordt gerealiseerd. Wel wordt door middel van het kostenverhaal conform de Omgevingswet de benodigde financiële middelen bij de initiatiefnemer verhaald. Financiën De financiële kaders liggen vast binnen de financiële verordening en het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV), Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2023). Onderstaand de richtlijnen en hoe we bij de gemeente Vlissingen daar uitvoering aan geven: •

Bij de start van een grondexploitatie wordt er een financieel-economisch haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd en een business case gemaakt. Als dit plan tot uitvoer wordt gebracht wordt deze, conform het Grondbeleid 2021, 2 x per jaar geactualiseerd.

•

Het risicomanagement binnen de grondexploitaties is opgenomen in het organisatiebreed risicomanagement en wordt 2 x per jaar geactualiseerd. Dit is per grondexploitatie verwerkt in het scenario ‘laag’.

•

Strategische aankopen, waarbij een langere periode zit tussen het moment van aankoop en het moment van ontwikkeling, worden opgenomen in de materiële vaste activa. Bij het vaststellen van een nieuwe grondexploitatie betreffende deze gronden worden deze in een grondexploitatie opgenomen.

•

Tussentijdse winstneming: per grondexploitatie met een voordelige eindwaarde is berekend of er een tussentijdse winstneming gedaan moet worden.

•

Indien gemeentegrond vanuit de algemene dienst wordt ingebracht in het grondbedrijf wordt die grond gewaardeerd tegen de waarde waarop de grond op de balans is opgenomen.

•

Cashflow beheersing: investeringen worden pas dan gedaan als hierdoor ook zicht is op het realiseren van inkomsten, of nadat de inkomsten gerealiseerd zijn. Zo wordt het bouwrijpmaken zoveel mogelijk pas uitgevoerd als er zicht is op afname van de bouwgrond.

•

Kostenverhaal: bij een particuliere ontwikkeling voert de gemeente een faciliterend (passief) grondbeleid. Hierbij gaat de gemeente over tot kostenverhaal conform de Omgevingswet.

•

Grondprijs: de gemeente Vlissingen hanteert standaard grondprijzen die afhankelijk zijn van de bestemming van de grond voor een aantal categorieën. Deze worden jaarlijks vastgesteld middels een separaat raadsvoorstel. Hiervan kan afgeweken worden en kan de grondprijs residueel berekend worden, zoals dit in het Scheldekwartier gebeurt.

•

Erfpacht: de gemeente Vlissingen biedt in specifieke situaties de mogelijkheid van erfpacht aan.

•

Rente: de rente waarmee gerekend wordt in de grondexploitaties, wordt gebaseerd op de gemiddelde rentevoet van de lopende leningen van de gemeente. Voor de grondexploitatie van het Scheldekwartier wordt tot en met 2024 gebruik gemaakt van projectfinanciering, deze heeft een eigen rentepercentage. De wijze van renteberekening is gebaseerd op de voorschriften conform de Notitie rente 2023 van de commissie BBV.

•

Kosten- en opbrengstenindexering: voor een zo goed mogelijke inschatting van de toekomstige kosten en opbrengsten wordt rekening gehouden met daadwerkelijke en toekomstige indexeringen van deze kosten en opbrengsten.

97

•

Looptijd: in de BBV is een richtlijn opgenomen voor de maximale looptijd van een grondexploitatie, deze is op 10 jaar gesteld. Indien hiervan afgeweken wordt moet dit gemotiveerd worden en moeten beheersmaatregelen genomen worden. Op dit moment zijn er geen actieve grondexploitaties die een looptijd hebben langer dan 10 jaar.

•

Bovenwijkse voorzieningen: of ook wel bovenplanse voorzieningen. Dit zijn voorzieningen die niet alleen voor het betreffende plan van nut zijn maar ook voor de omgeving of de hele stad. Te denken valt aan een toegangsweg die ook de toegang naar de omliggende gebieden verbetert, de aanleg van een brug waardoor ook andere wijken een voordeel hebben. Tot aan de 2e herziening 2016 waren deze zowel planmatig als financieel in de grondexploitaties opgenomen. Op basis van de BBV en de overleggen met de inspecteur van het ministerie van binnenlandse zaken zijn vanaf de 2e herziening 2016 de bovenwijkse voorzieningen ontvlochten. Daarbij zijn deze voorziening proportioneel binnen de grondexploitatie gehouden en voor het overige deel gedekt vanuit de algemene begroting. Deze proportionaliteit is op basis van het nut van deze voorziening voor de grondexploitatie en het algemene nut. Op deze manier ontstaat er een betere scheiding tussen grondexploitaties en de algemene begroting. Omdat een voorziening deel uit maakt van het betreffende plan blijft de aansturing en uitvoering van deze voorziening wel in het plan opgenomen.

Programmadoelstellingen Grondexploitatie is geen doel op zich. Het staat in het teken van de maatschappelijke effecten die we als gemeente beogen. In de 4 programma’s van onze Programmabegroting zijn doelstellingen opgenomen die we mede middels de grondexploitaties willen realiseren. Niet iedere grondexploitatie zal aan alle doelstellingen een bijdrage kunnen leveren. De grondexploitaties worden steeds getoetst op de bijdrage (of mogelijke strijdigheid) met de bovengenoemde doelstellingen. Op deze wijze zetten we grondexploitaties optimaal in ten behoeve van het bereiken van onze maatschappelijke doelstellingen. Met de ontwikkeling van het Scheldekwartier en de andere grondexploitaties op uitbreidingsen inbreidingslocaties wordt aan diverse doelstellingen uit de programmabegroting een bijdrage geleverd, met name op het gebied van wonen. Ook wordt aan vele maatschappelijke doelen en ambities vanuit de Strategische Visie Vlissingen 2040 een bijdrage geleverd. Het Scheldekwartier vormt een volwaardig stadsdeel waar het aantrekkelijk wonen, werken en recreëren is. Op het gebied van wonen wordt gestuurd op het bedienen van verschillende doelgroepen. Diverse bouwplannen zijn in voorbereiding, aanbouw of opgeleverd.

Met de bouw van de Kop van het Dok is een bijdrage geleverd aan het maatschappelijk belang om appartementen toe te voegen voor de doelgroep senioren en zorgbehoevenden, waarmee tevens doorstroming op de Vlissingse woningmarkt wordt bewerkstelligd. Met de oplevering van fase 3 van de Ketelmakerij, de Singel Noord en de 1e fase van De Broederband alsmede de voorgenomen realisatie van de 2e fase Broederband en Aan de Singel wordt een bijdrage geleverd aan de doelstelling om een gevarieerd woningaanbod aan te bieden en in te zetten op de realisatie van middeldure huurwoningen in Vlissingen. Met de nieuwbouw van projecten De Hofjes, Kop van het Dok, de in aanbouw zijnde De Dempo en in voorbereiding zijnde De Admiraliteit en Touwslagerij wordt een bijdrage geleverd aan het maatschappelijke doel om een deel van de verouderde sociale woningbouwvoorraad te vervangen maar ook met nieuwe duurzame sociale huurwoningen uit te breiden. Met de vervangende nieuwbouw van sociale woningen wordt een bijdrage geleverd aan het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Nieuw toe te voegen woningen in de vrije sector zijn duurzaam en gasloos. Claverveld en Souburg Noord spelen in op de behoefte om, voornamelijk, grondgebonden en in een groene setting te wonen. De snelle afzet in beide projecten toont de belangstelling in dit (hogere) segment voor het groen98

stedelijke wonen. Met het vergroten van het aanbod grondgebonden woningen op ruime percelen wordt bijgedragen aan de ambitie om een divers en hoogwaardig woonproduct te kunnen leveren. Ruim een derde van de op te leveren woningen is gericht op senioren (levensloopbestendig) en in beide ontwikkelingen worden vrije bouwkavels aangeboden. Klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling met aandacht voor de opgaves rondom biodiversiteit, water en droogte zijn dragers voor de openbare ruimte in Claverveld en Souburg Noord. Nieuwe vormen van ecologisch beheer worden toegepast, waarmee ook na realisatie van de woonwijken een duurzame bijdrage geleverd wordt aan de woon- en leefomgeving in de gemeente Vlissingen. Middels participatieve trajecten worden eindgebruikers betrokken bij de vorming van de openbare ruimtes, bijvoorbeeld de inrichting van de speelruimte met leerlingen van Het Kompas in Souburg-Noord en werkgroepen voor de groene ontmoetingsplekken met omwonenden in Claverveld. Met het bouwrijp opleveren van Scheldewijk is een maatschappelijke bijdrage geleverd aan het saneren van bodemverontreiniging, waarmee een aangenaam woon- en leefklimaat gerealiseerd wordt voor nieuw bewoners en bestaande omwonenden. Ook wordt door deze plannen de economische potentie vergroot en het woonklimaat verbeterd. Bijvoorbeeld in het Scheldekwartier.

met de oplevering van de Dokbrug is een bijdrage geleverd aan de bereikbaarheid van (de binnenstad van) Vlissingen. Met de oplevering van de brug wordt ook invulling gegeven aan de lang gekoesterde wens om een volwaardige tweede ontsluiting van de Binnenstad van Vlissingen te realiseren. Met het aanhelen van de stad middels de ontwikkeling van het Scheldekwartier, worden verbindingen gemaakt of herstelt, de economische potentie vergroot en het woonklimaat verbeterd. Vanuit de grondexploitatie en uitvoering heeft en krijgt dit een plaats via diverse projecten. Met de ontwikkeling van het Scheldekwartier wordt Vlissingen ‘op de kaart’ gezet en ontstaan nieuwe economische kansen. Het imago van Vlissingen bij (project)ontwikkelaars, ondernemers en aannemers kent een positieve wijziging, als gemeente van kansen en met een on-Zeeuwse ambitie. Daarnaast wordt Vlissingen nog interessanter voor een brede doelgroep toeristen hetgeen de Vlissingse economie ten goede komt. De herstelde kades langs het Dok gaan ruimte bieden aan een veelheid aan activiteiten en voegen een onderscheidend verblijfsgebied toe aan het Vlissings stedelijk gebied. Tevens ontstaat hiermee de mogelijkheid een (recreatieve) stadshaven te exploiteren.

De combinatie van stad en water, maritiem (erfgoed) karakter en aansprekende nieuwbouw nodigt uit tot gebruik en draagt bij aan ambities op het gebied van een aantrekkelijke stad om te wonen, werken en recreëren. Op het Scheldekwartier komen het verleden, heden en toekomst van Vlissingen samen. Het koesteren van het erfgoed en inpassen hiervan is binnen de Ontwikkelingsvisie Scheldekwartier een van de dragers en kwaliteit van het gebied, met een brede uitstraling op het karakter van Vlissingen. Met de herbestemming van de Timmerfabriek is een bijdrage geleverd aan het maatschappelijke doel om rijksmonumenten duurzaam te behouden en benutten. Met het cascoherstel en de in voorbereiding zijnde herbestemming van de Machinefabriek wordt een bijdrage geleverd aan het duurzaam behouden van kenmerkend maritiem industrieel erfgoed en inpassen in een hoogwaardig stedelijk gebied, waarbij de functies en uitstraling van het erfgoed elkaar versterken en dragers zijn in de identiteit van Vlissingen. Met de ontwikkeling van de bedrijventerreinen Kenniswerf en Souburg geeft de gemeente Vlissingen concreet invulling aan het Bedrijventerreinprogramma Walcheren 2022-2026.

De genoemde terreinen bieden voor de verschillende doelgroepen bedrijven een passend en onderscheidend aanbod in verschillende prijsklassen: zichtlocaties, niet-zichtlocaties, locaties voor woon-werkcombinaties, grote en kleine kavels, watergebonden terreinen, terreinen voor bedrijven met verschillende milieucategorieën, etc. Met de ontwikkeling van de bedrijventerreinen wordt (mede) vorm en inhoud gegeven aan de economische structuurversterking, die broodnodig is in de gemeente Vlissingen. Daarnaast dragen de bedrijventerreinen bij aan doelstellingen waar het gaat om het bevorderen van werkgelegenheid, het ondernemersklimaat en de samenwerking tussen overheid, onderwijs 99

en ondernemers (triple helix). Dit laatste punt speelt met name op de Kenniswerf een belangrijke rol. Met de beschikbare middelen uit het pakket Wind in de zeilen, wordt ruimte gecreëerd voor het vestigen van nieuwe bedrijvigheid, ontwikkel-, test- en demofaciliteiten, starters, scale-ups en R&D afdelingen op de Kenniswerf. Grondexploitaties Voor de volgende plannen is een grondexploitatie opgesteld, per plan is een korte beschrijving en het jaarplan van 2025 opgenomen:

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14751273/1