CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lasten en lusten in balans Impact rapport Kerncentrales-afdrukversie (2)

Informatiebijeenkomst 19 maart 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Presentatie over Lokaal impactrapport kerncentrales37.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Wonen •

• •

De tevredenheid met de woonomgeving kan rondom de beoogde locatie dalen door ervaren lawaai, stof, verkeersdrukte en verstoring van het landschap. Wel moet hier worden opgemerkt dat het maximale geluid dat is toegestaan bij een bouw aan wettelijke eisen gebonden is. De activiteiten tijdens de bouw kunnen leiden tot trillingen en daarmee tot schade aan bestaande gebouwen en infrastructuur. Na de bouw kan het woongenot mogelijk weer herstellen, mits er wordt geïnvesteerd in bijvoorbeeld blijvende infrastructurele verbeteringen en groenvoorzieningen.

Gezondheid •

De bouw kan negatieve gezondheidseffecten hebben door ervaren hinder, overlast en mogelijke schadelijke emissies naar water, lucht en bodem.

Veiligheid •

Het gevoel van onveiligheid kan toenemen door de zorgen die er zijn over de aanwezigheid van kerncentrales in een risicovol gebied met onder andere bedrijven die aardolie verwerken en vloeibare gassen opslaan. Dit gevoel wordt versterkt door de verwachte toename van verkeersbewegingen, die de kans op ongevallen vergroten.

We bespreken de mogelijke effecten en impact hieronder. Sommige veranderingen raken aan de wensen die zijn geformuleerd door de Borselse Voorwaarden Groep (zie tabel 6.1). Tabel 6.1: Borselse Voorwaarden die raken aan (mogelijke) fysieke veranderingen

Nr.

Voorwaarde

1.2

Regulering bouwverkeer

1.3

Bouwverkeer scheiden van fietsverkeer

1.4

Onderzoek verdiept bouwen: horizonsvervuiling voorkomen

2.2

Waterveiligheid en financiering hiervan

2.3

Bescherming in ramp- en crisissituaties

2.6

Kernafval veilig verwerken en concreet zicht op definitieve berging

4.1

Behoud en versterking van het Natura-2000-gebied Westerschelde vóór, tijdens en na de realisatie van grootschalige energieprojecten.

4.2

Aaneengesloten groenbuffer tussen industrie

4.3

Geen impact op het huidige landschap: geen hoogspanningsmasten en koeltorens

6.3

Respecteer de zondagsrust

10.1

Bovenwettelijke ruimtelijke compensatie voor alle projecten afzonderlijk

10.4

Reductie overlast andere bedrijven in Sloegebied

67

Figuur 6.5: zorgen en verwachtingen die zijn geuit in de impactstudies van referentieprojecten en/of door lokale betrokkenen en experts

Leeswijzer figuur: De zorgen en verwachtingen in de figuur komen uit lokale impactstudies van referentieprojecten, interviews met experts en ervaringsdeskundigen uit Somerset, en gesprekken met regionale betrokkenen uit Zeeland. De figuur leest van links naar rechts en toont de keten van mogelijke veranderingen die optreden bij de komst van twee kerncentrales in Borssele. Aan de linkerkant staan de directe gevolgen van het geplande project. Deze gevolgen kunnen zowel vervolgeffecten veroorzaken als impact hebben op de brede welvaart in de regio. We maken onderscheid tussen de impact in de bouwfase en die in de exploitatiefase. De figuur houdt geen rekening met maatregelen die de veranderingen kunnen verlichten of versterken.

68

Effecten De bouw van de kerncentrales kan mogelijk leiden tot een lagere waardering van de omgeving door zowel inwoners als recreanten. Het unieke karakter van de regio, gekarakteriseerd door open polderlandschappen, kan door de bouw onder druk komen te staan. Daarnaast wordt verwacht dat de bouwactiviteiten hinder kunnen veroorzaken door geluid, stof, trillingen en nachtelijk licht. Er is bezorgdheid dat het toenemende verkeer leidt tot uitstoot van stoffen zoals fijnstof, stikstof en koolmonoxide. Het extra verkeer kan bovendien de verkeersveiligheid bedreigen, vooral voor kwetsbare groepen zoals kinderen en ouderen. De zorgen over de fysieke veiligheid in het Sloegebied worden versterkt door de angst voor grotere incidenten in de regio vanwege de aanwezigheid van andere zware industrieën in het Sloegebied. Ook wordt verwacht dat de doorkruising en het verlies van natuurlijke elementen schadelijk kunnen zijn voor flora en fauna, zowel op het land als in de Westerschelde.

Impact van bouw De verwachte horizonvervuiling, het verlies van het landschappelijke karakter en mogelijke overlast door bouwactiviteiten kunnen het woongenot van de inwoners verminderen. Ook is het mogelijk dat trillingen zorgen voor schade aan bestaande gebouwen. Er wordt daarnaast verwacht dat de bouw van de kerncentrales kan leiden tot stress en gezondheidsklachten bij omwonenden vanwege mogelijke ervaren hinder en onzekerheid rond de bouw. Verder kan het project in conflict komen met nationale en Europese natuurrichtlijnen, zoals de Vogelen Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. De werkzaamheden kunnen belangrijke natuurlijke elementen doen verminderen, het leefgebied van beschermde plant- en diersoorten verkleinen en zorgen voor verzilting en daling van het (grond)water. Ook bestaat de kans dat uitstoot van schadelijke stoffen de kwaliteit van het milieu en de biodiversiteit negatief beïnvloedt.

Impact tijdens exploitatie De verwachte impact tijdens de exploitatiefase vertoont zowel overeenkomsten als verschillen met de bouwfase. Een verwachte verbetering is dat de openbare ruimte rondom de kerncentrales mogelijk profiteert van de aanleg van betere infrastructuur (o.a. via weg en spoor) en een verbeterde bereikbaarheid. Tegelijkertijd wordt verwacht dat deze gebiedsontwikkeling ervoor zorgt dat andere ontwikkelingen, zoals woningbouw, worden belemmerd. Bijvoorbeeld omdat onder hoogspanningsmasten niet gebouwd mag worden36. De exploitatiefase kan verder blijvende negatieve invloed hebben op het landschap en de natuur. Ook kan de bezorgdheid over fysieke veiligheid blijven bestaan onder inwoners, mede door de nabijheid van het industriële cluster, de toegenomen verkeersdrukte, maar vooral vanwege meer transport en opslag van nucleair afval tijdens de exploitatiefase.

36) Zie: Wonen in de buurt van hoogspanningslijnen | Ruimtelijke ordening en gebiedsontwikkeling | Rijksoverheid.nl: Uit voorzorg adviseert het Rijk om geen nieuwe woningen in de buurt van hoogspanningslijnen te bouwen.

69

Kadertekst 6.1: ervaringen uit Somerset

In Somerset worden verschillende visuele en praktische veranderingen aan het landschap en de omgeving opgemerkt. Een respondent zegt het volgende over de visuele impact van de bouw: “It becomes a bit of a crane farm as much as it’s a construction site. […] So sometimes the earth that is dug out of the ground is repurposed into landscaping to make the visual impact of the reactors less noticeable for local communities. And again, if you’ve got a town there that has a line of sight to the site as it were […], the people build mounds of earth and plant trees to make it sort of soak up some of visual barrier.” De foto van de bouw van Hinkley Point C in figuur 6.6 geeft een indruk van de zichtbare activiteiten. Naast de zichtbare veranderingen overdag, worden zorgen geuit over de impact van de bouw ‘s nachts. Een respondent uit Hinkley merkt op: “Especially if the community is quite close to the site, […] you’d see lights at night from cranes and so on. But there’s probably an element of that already on the existing reactor, but the cranes are probably higher than the existing reactor buildings. So you just see a different, a different landscape of lighted lights.” Een andere respondent zegt hierover: “Usually […] there would be construction happening in the daytime.

You might find at certain critical points, so pouring the concrete, for instance is a continuous thing and […] through a sort of 36 hour period or something to lay the slab of the concrete base.” Om de overlast voor de omwonenden te beperken, wordt een aantal adviezen gegeven. Een van de suggesties is om strikte planningsregels in te voeren: “Make sure you’ve got as many planning controls in place as you think you need. So we’ve got a cap on the number of heavy goods vehicles that can be on the highway at any one time. We’ve got a cap on the number of deliveries that are done by road.” Verder wordt gesproken over het zware vrachtverkeer dat toeneemt: “Inevitably, you’d see a lot of heavy lorries moving in and out through the community at regular intervals and that happens for a long period of time.” Om de impact van dit verkeer te minimaliseren, wordt er gewerkt met limieten voor het aantal leveringen via de weg en via waterwegen, met een respondent die aangeeft: “We’ve got a cap on the number of deliveries that are done by road and how many are done by water to the jetty.

Just trying to reduce the impact on our local people of not having great big aggregate lorries trundling along their roads.” Een respondent benadrukt het belang van het onderhoud van de wegen, omdat de zware voertuigen die bij de bouw betrokken zijn schade kunnen veroorzaken: “Make sure you’ve got adequate coverage for repairing your roads once they’ve finished because their vehicles are very, very heavy. And the pieces of equipment that they need to move and put into place, are thousands of tons. And your road has got to be able to cope with lots and lots of tons of equipment going up and down it.”

70

Figuur 6.6: foto van de bouw van Hinkley Point C

6.6 Analyse beleid fysieke leefomgeving Zeeuwse overheden zetten zich in voor een hoge ruimtelijke kwaliteit met een groen, divers landschap, waarbij aandacht is voor samenhang met economische activiteiten en de lokale samenleving. De verschillende visies hierop zijn vertaald in ambities en beleid. De mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales is van invloed op de realisatie van deze beleidsambities. In deze paragraaf verkennen we aan welke beleidsambities de mogelijke komst van de kerncentrales een bijdrage kan leveren (+), welke ambities in de knel komen (-) en wat dat betekent voor Zeeland. De eerdere bevindingen uit dit hoofdstuk verbinden we daarmee aan het bestaande beleid. Omwille van de leesbaarheid zijn de geraadpleegde bronnen voor deze paragraaf apart weergegeven in de literatuurlijst (zie bijlage 4).

Omgevingsveiligheid Na Rotterdam-Rijnmond is Zeeland het grootste risicogebied van Nederland door aanwezigheid van chemische industrie, de bestaande kerncentrale en de Westerschelde. In de komende jaren komen daar nieuwe risicofactoren bij door de opslag en productie van ammoniak, de komst van twee waterstoffabrieken en realisatie van grootschalige energieprojecten. Voor het creëren en behouden van draaglak voor ontwikkelingen die plaatsvinden in Zeeland, wil het provinciebestuur geen concessies doen aan de veiligheid van de leefomgeving. De gemeente Borsele hecht eveneens aan veiligheid en wil het beleid voor vergunningen, toezicht en handhaving versterken en zorgdragen voor rampen- en crisisbestrijding. De eilandenstructuur met een beperkt aantal verbindingen maakt dat in verhouding tot het aantal inwoners relatief veel brandweerposten en -mensen noodzakelijk zijn voor een goede dekking.

71

Tabel 6.2: Ambities op terrein van omgevingsveiligheid, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

-

Het bouwen van twee kerncentrales betekent dat nieuwe verkeersstromen op gang komen, nieuwe huisvestingslocaties ingericht worden en een verdere cumulatie ontstaat van veiligheidsrisico’s door het realiseren van grootschalige energieprojecten in een klein gebied. In gesprekken en bijeenkomsten komt de zorg naar voren dat de Zeeuwse uitvoeringsorganisaties niet zijn toegerust voor deze werklast en complexiteit van veiligheidsrisico’s.

-

De veiligheid van kerncentrales is in de laatste decennia sterk verbeterd. Tegelijkertijd kan niemand een (nucleair) incident uitsluiten. De exploitatie van nieuwe kerncentrales betekent meer veiligheidsrisico’s voor de omgeving.

Infrastructuur De bereikbaarheid van Zeeland is regelmatig onderwerp van gesprek aan bestuurlijke tafels. De beoogde locatie wordt via de N62 verbonden met de Midden-Zeeland Route (MZR), één van de drie bovenregionale verbindingen van Zeeland en ligt op circa 7 kilometer afstand van de noordelijke zijde van de Westerscheldetunnel. De bestuurlijke ambities voor de MZR richten zich op het verbeteren van de verkeersveiligheid, de doorstroming en het toekomstbestendig maken van de infrastructuur. Vanaf 2025 is de doorgang door de Westerscheldetunnel tolvrij. Naar verwachting zal dit leiden tot een verkeerstoename tussen Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland, met name van vrachtverkeer. Tegelijkertijd is het de verwachting dat de omvang van toeristisch-recreatief verkeer groeit, in lijn met het toenemend aantal overnachtingen in Zeeland. De MZR is eveneens van belang als evacuatieroute in het geval van een calamiteit. Bij grotere calamiteiten zijn meerdere evacuatieroutes in elke windrichting gewenst. Tabel 6.3: Ambities op terrein van bereikbaarheid, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

+

Het tolvrij maken van de Westerscheldetunnel zorgt voor een betere ontsluiting van Zeeuws-Vlaanderen en België in termen van bereikbaarheids- en nabijheidseffecten. Dit bevordert het aantrekken van arbeidskrachten uit deze gebieden voor de bouw van de kerncentrales.

-

De bouw van de kerncentrales brengt stromen van bouw- en pendelverkeer op gang. Toenemende drukte op de MZR zorgt voor opstoppingen, ook op de A58 en het lokale wegennet. De toename van zwaar verkeer heeft een mogelijk negatief effect op de (ervaren) verkeersveiligheid.

Grote ambities in een klein gebied In het Sloegebied en de Sloerand-zone komen meerdere ambities samen. Er ligt een aantal ruimtelijke claims op het gebied voor het realiseren van grootschalige energieprojecten die van nationaal belang zijn en voor het ontwikkelen van een groenblauwe koppelingsgebieden tussen het havengebied en de Sloedorpen. In 2023 is daarom gestart met een gebiedsgerichte aanpak om verschillende projecten en initiatieven een plek te geven. Dit is een lopend proces waar relevante stakeholders bij betrokken zijn.

72

Tabel 6.4: Ambities op terrein van ruimtelijke inpassing, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

?

Het realiseren van twee nieuwe kerncentrales in het gebied maakt de ruimtelijke puzzel niet eenvoudiger. In afwachting van onderzoeken die lopen naar de inpassing en het ontwerp van de kerncentrales en het zoeken van werklocaties, achten we het vooralsnog niet mogelijk steekhoudende uitspraken te doen over welke impact het ruimtegebruik (van de bouwwerkzaamheden) heeft op het realiseren van de grootschalige energieprojecten in het Sloegebied. De ruimtelijke inpassing is onderwerp van nader onderzoek.

73

7. Monitoring en evaluatie 7.1 Inleiding In dit onderzoek hebben we de economische, sociaal-maatschappelijke en fysieke impact van de mogelijke komst van twee kerncentrales in Borssele in beeld gebracht. Aan de bouw van de centrales gaat een jarenlange periode van voorbereiding en onderzoek vooraf, waarna voor het daadwerkelijke bouwproces van een kerncentrale, zonder uitloop van het project, gemiddeld een periode van 10 tot 15 jaar wordt gerekend. Voor het in beeld brengen van de te verwachten effecten van de komst van de kerncentrales in Borssele, hebben we gebruikgemaakt van de Theory of Change (ToC)-methode. Een continu proces van monitoring en evaluatie is nodig voor het volgen van de gevolgen, te verwachten effecten, zorgen en impact, en om te toetsen of deze daadwerkelijk plaatsvinden. We beschrijven in dit hoofdstuk de ingrediënten voor een monitoringprogramma. Monitoring is primair bedoeld om zicht te houden op wat er gebeurt, om – waar nodig en mogelijk – tussentijds te handelen en bij te sturen. Worden negatieve effecten (tijdens de bouwperiode) bijvoorbeeld voldoende gemitigeerd? En worden kansen voor de regio voldoende gerealiseerd? Daarnaast is een monitor ook nodig om na te gaan in hoeverre de bouwer zich houdt aan gemaakte afspraken.

Bovendien is al jaren in Nederland geen kerncentrale meer gebouwd en levert monitoringonderzoek belangrijke informatie op voor toekomstige projecten. In de hoofstukken 4, 5 en 6 zijn de te verwachten effecten van de komst van de kerncentrales in beeld gebracht. Deze keten van effecten vormt daarmee het basisraamwerk om te bepalen wat er gemonitord moet worden en waarom. Bij de monitoring van de impact zijn verschillende partijen betrokken, elk vanuit hun eigen rol en met een eigen doel. Zo kunnen onafhankelijke onderzoeksinstituten, de bouwer, de (lokale) overheid en de lokale gemeenschap een rol spelen. We lichten deze rollen in dit hoofdstuk nader toe.

74

7.2 Monitoring van de impact De verschillende ketens van effecten, zoals in de voorgaande hoofdstukken uitgewerkt, vormen de basis voor een monitorprogramma. Het monitorprogramma beschrijft de doelen van de monitoring en bestaat uit een overzicht van de te volgen effecten, de daaraan gekoppelde indicatoren, de methodiek van onderzoek, de frequentie van het onderzoek, de rol van verschillende partijen en de wijze van publicatie van de monitorgegevens. In deze paragraaf leggen we uit hoe dit programma tot stand komt, geven we een voorbeeld van de uitwerking van een effect en schetsen we hoe het monitoringproces eruit kan zien.

Indicatoren en methodiek van onderzoek De eerste stap is het prioriteren van de outputs (effecten op de korte termijn) en de outcomes (effecten op middellange termijn): wat wordt wel en wat wordt niet gemonitord? En welke outputs en outcomes zijn het belangrijkst voor de opdrachtgever en de stakeholders? Vervolgens worden concrete en meetbare indicatoren per effect-categorie bepaald. Indicatoren geven aan of, en in welke mate, resultaten optreden. Per beoogd effect worden indicatoren vastgesteld om het effect te meten. Een indicator kan objectief zijn (meten van feiten) of subjectief (meten van beleving), en kan focussen op microniveau (directe verandering in de doelgroep of voor stakeholders) of macroniveau (verandering in de maatschappij). Als de indicatoren zijn bepaald, wordt de methodiek van dataverzameling uitgewerkt die past bij de gekozen indicatoren. Vervolgens wordt vastgelegd welke data op welk moment door wie worden verzameld, geanalyseerd en gerapporteerd. Samenwerking met een onafhankelijk onderzoeksinstituut is een belangrijke waarborg voor de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de monitoring.

Voorbeeld: Krapte op de arbeidsmarkt Een voorbeeld van een veranderpad betreft de ontwikkeling in vraag en aanbod op de Zeeuwse arbeidsmarkt. De bouw van twee nieuwe kerncentrales zal leiden tot een impuls van de vraag naar arbeid, voor een langere periode met een bepaalde piek. Deels zal die arbeidsvraag worden ingevuld door inzet van arbeidsmigranten (niet in schema te zien) en deels door werknemers uit de regio. Dit heeft impact op de krapte op de Zeeuwse arbeidsmarkt. Het is van belang om goed te monitoren wat hier gebeurt en idealiter wat de verwachtingen zijn voor de toekomst (bijvoorbeeld op basis van inzichten uit referentietrajecten). Door dit nauwlettend te volgen kan er, waar nodig, worden geanticipeerd op de Zeeuwse arbeidsmarkt. Hierbij valt te denken aan het inrichten van trajecten voor scholing en (om)scholing, zodat vraag en aanbod in balans blijven of komen.

75

Belang van de nulsituatie Zodra de indicatoren benoemd zijn, is het belangrijk de nulsituatie te bepalen door middel van een nulmeting. Voor een aantal indicatoren zullen dat bestaande en bekende gegevens zijn (denk bijvoorbeeld aan beschikbare CBS-data en brede-welvaartindicatoren). Voor andere indicatoren is het nodig om deze nog in beeld te brengen. Dit laatste geldt met name voor de effecten die liggen op het terrein van ervaren hinder en belasting van de omgeving met geluid, geur en fijnstof en waar op dit moment geen gegevens over bekend zijn. Deze gegevens moeten – tijdig en vóórdat de werkzaamheden beginnen – verzameld worden. Daarbij worden – op transparante wijze – zowel objectieve, feitelijke data (bijvoorbeeld luchtkwaliteit) als subjectieve data (burgerbeleving) in beeld gebracht. In relatie tot dit onderwerp merken we ook op dat naast de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales ook andere (bestaande) activiteiten in en rond het Sloegebied plaatsvinden die gepaard gaan met hinder op het gebied van geur, geluid en fijnstof. De bouw van kerncentrales in Borsele is geen afgezonderd project. Dit vraagt om samenwerking van de betrokken bedrijven en de omgevingsdienst om de benodigde gegevens te verzamelen en de effecten in beeld te brengen en te monitoren.

Wie is betrokken bij monitoring? Idealiter zou er een partnerschap moeten zijn tussen de verschillende belanghebbenden. Het verzamelen van relevante data zou kunnen gebeuren door de bouwer, de (lokale) overheid en de lokale gemeenschap. Het is belangrijk om te bepalen wie het monitoringssysteem en de daaruit voortvloeiende informatie beheert. De verzamelde informatie moet worden opgeslagen, geanalyseerd en bij voorkeur openlijk gedeeld worden tussen de betrokkenen. Onafhankelijke analyse, verificatie en presentatie van de informatie, draagt bij aan de geloofwaardigheid van het monitoringproces.

Rol van de bouwer De bouwer van de kerncentrale speelt een belangrijke rol bij monitoring van de effecten. Bij een groot infrastructureel project als de bouw van kerncentrales is het gebruikelijk dat de bouwer conform vergunningverlening verplicht wordt gegevens te verzamelen die verband houden met de impact van de bouw op de omgeving. Denk bijvoorbeeld aan metingen van geluid, trillingen, geur, emissies, fijnstof etc. Belangrijk is om bij het opstellen van een monitoringsprogramma ook overeenstemming te bereiken over de toetsing aan de nulmeting en welke grenswaarden worden gehanteerd. Als de opdrachtgever het in het kader van monitoring wenselijk acht dat de bouwer ook andere gegevens monitort en daarover rapporteert, dan moet dat voor aanvang van de werkzaamheden worden vastgelegd in de vergunning en de contractering van de aannemer. Het begint ermee dat de opdrachtgever samen met de stakeholders vaststelt welke data in het belang van de omgeving essentieel zijn om te volgen. Als voorbeeld noemen we het aantal werknemers dat in de verschillende bouwfasen aan het werk is, het aantal arbeidsmigranten dat wordt ingezet en het aantal vervoersbewegingen per dag. Daarbij is het nodig om de frequentie van data-verzameling te bepalen en de toegankelijkheid van de data vast te leggen in de overeenkomst met de bouwer.

Participatieve monitoring Om de betrokkenheid te vergroten, kan een citizen-science programma gefaciliteerd en opgezet worden. In Borsele zijn inwoners via de BVG vroegtijdig betrokken bij de komst van kerncentrales.

76

Dat is waardevol gebleken, omdat inwoners kennis hebben over de omgeving en inzichten bieden die anders niet naar voren komen. Dit is ook relevant bij het monitoringsprogramma. Door de lokale gemeenschap te betrekken, ontstaat ook een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid voor de monitoring. Dit maakt de monitoring transparanter en laat aan de inwoners zien dat hun input ertoe doet. Het citizen-science programma maakt onderdeel uit van het totale monitoringsplan.37 Samen met de lokale gemeenschap wordt bepaald welke data zij verzamelen, op welke manier en op welk moment. Het kan zijn dat de deelnemers een opleiding of een training nodig hebben. Ook worden met hen afspraken gemaakt over de presentatie van de gegevens. Het samen bespreken van de meetresultaten draagt bij aan een beter begrip van de interpretatie van de resultaten van het monitoringsprogramma. In Nederland zijn meerdere meetinitiatieven actief in verschillende plaatsen waarvan geleerd kan worden, zoals bijvoorbeeld ‘Meet je stad’, een initiatief voor burgerwetenschap. Het platform www.samenweten.nl is een initiatief van het RIVM voor citizen science over de leefomgeving en het ondersteunt en stimuleert burgers die zelf hun leefomgeving willen meten, zoals stoffen in de lucht en geluidsterktes.

7.3 Mitigerende maatregelen De bouw van kerncentrales gaat zoals beschreven in dit onderzoek gepaard met impact voor de omgeving. Om negatieve impact te verkleinen, worden mitigerende maatregelen genomen. In hoofdstuk 2 worden hier suggesties voor gedaan. De mitigerende maatregelen hebben invloed op wat gemonitord wordt zoals beschreven in paragraaf 2.2. Daarom is het belangrijk om dit soort maatregelen te betrekken bij de duiding en evaluatie van meetresultaten. Dat wil overigens niet zeggen dat het effect van een bepaalde maatregel gemeten kan worden. Daarnaast adviseren wij te monitoren of en welke maatregelen worden uitgevoerd en hierover net als de resultaten in paragraaf 2.2 regelmatig te rapporteren. Dit is belangrijk voor de stakeholders en biedt overheden kans om tijdig bij te sturen en aanvullende keuzes te maken gedurende de bouwperiode.

7.4 Monitoring van het verzilveren van kansen Het definiëren van kansen die de komst van kerncentrales met zich meebrengt, is nadrukkelijk onderdeel van dit impactonderzoek. Het vertalen van kansen in daadwerkelijke meerwaardeprojecten zal onderdeel uitmaken van de afspraken die tussen het Rijk en de regio gemaakt worden. Deze afspraken landen uiteindelijk in een Rijk-Regiopakket. Het monitoren van de resultaten van dit pakket is belangrijk en vraagt een apart monitoringsprogramma. Monitoring helpt om te evalueren of de gestelde doelen worden bereikt en de gemaakte afspraken worden nagekomen. Door regelmatig te monitoren kan tijdig bijgestuurd worden én kunnen partijen zich verantwoorden tegenover maatschappelijke stakeholders, waaronder de inwoners van de gemeente Borsele en de regio. Het monitoren van de afspraken binnen het Rijk-regiopakket vraagt een gestructureerde en systematische aanpak, vergelijkbaar met de ontwikkeling van het monitoringsprogramma voor de komst van kerncentrales. Het gaat hier om het monitoren van de voortgang van de afgesproken doelen en het vaststellen van de bredere impact van de samenwerking tussen het Rijk en de regio.

37) In het rapport van Glasson et al. wordt ook gesproken over het betrekken van stakeholders in het monitoringsproces, zie deze link.

77

Transparantie speelt hierbij een cruciale rol. Duidelijke communicatie over de behaalde resultaten, evenals over de uitdagingen en mogelijke vertragingen, is essentieel om draagvlak te behouden en waar nodig bij te sturen.

7.5 Transparantie en vertrouwen De komst van kerncentrales heeft een enorme impact op het gebied en de regio. Een bouwperiode van gemiddeld 10 tot 15 jaar heeft, zoals beschreven in dit onderzoek, gevolgen voor de directe leefomgeving van betrokkenen en de regio. Het belang van een monitoringsprogramma is evident. Daarbij zijn open data en onafhankelijke controle belangrijk. Een open platform waarop alle meetgegevens met aandacht voor privacy en veiligheid worden gepubliceerd, vormt hiervoor de basis. Hier komen de data van de verschillende monitoringsprogramma’s samen. Via begrijpelijke rapportages, voorzien van visuele tools, worden de data en de monitoringsprocessen toegankelijk gemaakt voor burgers en betrokkenen.

78

Bijlage 1: Referentieprojecten In het onderzoek refereren we meerdere keren aan de bouw van kerncentrales elders in Europa. Het gaat om de centrales van Hinkley Point C, Sizewell C en Olkiluoto 3. We benutten deze referentieprojecten om een realistisch beeld te schetsen en verwachte effecten te onderbouwen. Hoewel Nederland een unieke geografische, economische en maatschappelijke context heeft, blijft het bouwproces van een kerncentrale op hoofdlijnen hetzelfde. We verwachten dat de effecten die elders optreden ook kunnen plaatsvinden op en rond de voorkeurslocatie Borssele. Op basis van praktijkervaringen geven referentieprojecten inzicht in wat komt kijken bij het bouwen van kerncentrales en wat hiervan de impact is op de omgeving. De mogelijkheid ontstaat om te leren van knelpunten en geslaagde oplossingen. Hieronder zetten we de belangrijkste kenmerken van de drie referentieprojecten naast elkaar op een rij. Tabel B1: de belangrijkste karakteristieken van de 3 referentieprojecten

Hinkley Point C

Sizewell C

Olkiluoto 3

Locatie

Summerset, UK

Suffolk, UK

Olkiluoto, Finland

Reactor

ERP, Gen. III+

ERP, Gen. III+

ERP, Gen. III+

Capaciteit

3.260 MW (2x 1.630 MW)

3.260 MW (2x 1.630 MW)

1.600 MW

Aannemer

EDF

EDF

Areva en Siemens

Status

In aanbouw

In voorbereiding

In bedrijf, sinds 2022

Duur bouwproces

2016 – (2031)

Nog niet gestart

17 jaar (2005 – 2022)

Keuze voor referentieprojecten Vanaf eind jaren ’80 is het bouwen van nieuwe kerncentrales in Europa vrijwel stilgevallen. In de laatste jaren hebben enkele landen weer het initiatief genomen om nieuwe centrales te bouwen. Op dit moment wordt aan negen nieuwe kerncentrales gewerkt en wordt op verschillende plekken het initiatief genomen om nieuwe kerncentrales te gaan bouwen. De argumenten het selecteren van de drie referentietrajecten als focus binnen het literatuuronderzoek zijn als volgt: • De kerncentrales zijn van dezelfde generatie als de nieuwe kerncentrales die worden beoogd in Borssele. • Deze referentietrajecten zijn in verschillende stadia en bieden een mix van een gerealiseerde kerncentrale, een die in aanbouw is en een die zit in het laatste deel van de voorbereidingsfase (Sizewell C is in voorbereiding, Hinkley Point C is in aanbouw, Olkiluoto is in bedrijf sinds 2023 en Sizewell B is in bedrijf sinds 1995.) Daarmee proberen we een zo evenwichtig mogelijk beeld neer te zetten. • De UK en Finland zijn democratische Europese landen waar aspecten zoals veiligheidsstandaarden, besluitvormingsprocessen, processen om draagvlak te verkrijgen onder bewoners en arbeidsvoorwaarden vergelijkbaar zijn met Nederland.

De aannemer dient zich te houden aan regelgeving en toezicht binnen Europese kaders, waaronder de verplichtingen en richtlijnen van het Euratom-verdrag waarop ook de Nederlandse kernenergiewetgeving is gebaseerd.38

38) ANVS: toelichting op internationale regelingeving, richtlijnen en verdragen.

79

• •

•

De reactoren zijn/worden gebouwd op basis van dezelfde ERP generatie III+ technologie. De reactoren hebben een vergelijkbare capaciteit, en in het geval van Hinkley Point C en Sizewell C is eveneens gekozen voor parallelle bouw van twee reactoren op één locatie. Voor beide locaties is EDF de aannemende partij, één van de aannemers die het Rijk momenteel op het oog heeft als aannemer. Van deze trajecten zijn gedetailleerde impactrapporten aanwezig waar breed wordt ingegaan op de te verwachten impact op economisch, sociaal en fysiek vlak, en deze onderzoeken zijn beschikbaar gesteld.

Kanttekeningen bij de focus op de hierboven genoemde trajecten zijn als volgt samen te vatten: • Bij geen van deze trajecten bevinden dorpen, ter grootte van Borssele en met de economische welvaart van Borsele, zich zo dichtbij de kerncentrale. • EDF is de bouwer van de referentietrajecten Hinkley Point C en Sizewell C, terwijl in Nederland de keuze nog moet worden gemaakt uit drie bouwers waarvan EDF er één is. Iedere bouwer maakt zelf een voorstel voor het bouwproces en dit resulteert naar alle waarschijnlijkheid in verschillen die mogelijk invloed hebben op de mate van economische, sociale en fysieke impact.

80

Bijlage 2: Onderzoeksverantwoording In deze bijlage lichten we de keuzes in het uitgevoerde onderzoek nader toe en geven we een onderbouwing van gemaakte keuzes. We benoemen daarbij ook de beperkingen en uitdagingen. De tekst is een verdieping op de uitleg van het onderzoeksproces zoals beschreven in hoofdstuk 1 van dit rapport. Voor de volledigheid zijn de onderzoeksvragen hieronder nogmaals weergegeven. Wat is de verwachte impact van de komst van twee nieuwe kerncentrales op de brede welvaart in Zeeland voor inwoners in de directe omgeving van de centrales (de Sloedorpen), voor inwoners in het overige deel van Zeeland, en voor andere betrokkenen? Welke (aanvullende) maatregelen kunnen genomen worden om de brede welvaart in Zeeland te waarborgen en te versterken tijdens de bouw- en exploitatiefase van de nieuwe kerncentrales?

Theory of Change Het onderzoek is vormgegeven binnen het gedachtegoed van Theory of Change (ToC). Dit is een conceptueel model dat steeds meer wordt gebruikt voor het informeren en vormgeven van strategische planning, monitoring en evaluatie, gericht op de sociale en maatschappelijke aspecten van projecten en programma’s die impact genereren (Belcher, Bonaiuti & Thiel, 202439). Het gebruik van ToC in onderzoek is nog in ontwikkeling. Een ToC is een formatieve evaluatiemethode die bijdraagt aan projectplanning en ontwikkeling (Frey, 201840). Het gaat uit van een participatiemodel waarbij relevante betrokkenen gedurende het gehele proces actief betrokken zijn. Een project, initiatief of programma staat centraal en gezamenlijk wordt nagedacht over de verwachte impact hiervan op de omgeving en binnen de bestaande context. Lange-termijndoelen die worden nagestreefd, worden in het licht van de impact bezien. Voor dit onderzoek betekent dit concreet het volgende. Het project dat centraal staat is de bouw en opstart van twee nieuwe kerncentrales. De context en de omgeving zijn Zeeland en in het bijzonder Borssele en de andere Sloedorpen. Het impactonderzoek richt zich in de eerste plaats op de te verwachten effecten van het project op de korte termijn (output), de middellange termijn (outcome) en de lange termijn (impact).

Vervolgens worden adviezen gegeven om de negatieve impact te beperken en de positieve impact te versterken. Het naar de toekomst toe doordenken van verwachte effecten naar verwachte impact wordt ook wel ‘forward mapping’ genoemd. In de tweede plaats wordt ToC gebruikt om vanuit gewenste impact terug te redeneren wat kansen zijn (‘legacy’) en wat er nu al gedaan kan worden om die kansen zo goed mogelijk te benutten. Deze manier van toepassen van ToC wordt ook wel ‘backward mapping’ genoemd.

39) Belcher, B.M., Bonaiuti, E. & Thiele, G. (2024). Applying Theory of Change in research program planning: Lessons from CGIAR. Environmental Science and Policy, 160. 40) Frey, B. (2018). The SAGE encyclopedia of educational research, measurement, and evaluation (Vols. 1-4). Thousand Oaks, CA: SAGE Publications, Inc. doi: 10.4135/9781506326139.

81

Figuur A: schematische weergave Theory of Change (ToC)

Brede welvaart Het model van ToC hebben we gecombineerd met het conceptuele model van brede welvaart. Het concept van brede welvaart helpt om de inhoudelijke (verwachte) impact te structureren naar verschillende subdomeinen van kwaliteit van leven van inwoners. Op hoofdlijnen gaat het hierbij om onderscheid tussen economische impact, sociaalmaatschappelijke impact en impact op de fysieke leefomgeving. In onderstaande figuur zijn de acht thema’s van brede welvaart weergegeven. Figuur B: thema’s brede welvaart

We

bespreken

sommige

thema’s

in

meerdere

hoofdstukken, maar de acht thema’s van brede welvaart komen vooral aan bod in: Hoofdstuk 4 (economisch) Hoofdstuk 5 (sociaalmaatschappelijk) Hoofdstuk 6 (fysieke leefomgeving)

Mixed method onderzoek Om de ToC invulling te geven, is op meerdere manieren bij verschillende relevante betrokkenen en experts (nieuwe) informatie opgehaald. De gekozen onderzoeksmethodologie is dan ook een mixed method methodologie waarbinnen kwantitatieve en kwalitatieve data elkaar versterken, ondersteunen of aanvullen (Poth, 202341). In het bijzonder is voor dit onderzoek gekozen voor de mixed method methodiek, vanwege het multidisciplinaire karakter van de hoofdvraag en om kennis over ervaringen op andere locaties goed te kunnen plaatsen in de context van Borsele en Zeeland. Hieronder lichten we alle dataverzamelingsmethoden nader toe.

41) Poth, C.N. (Ed.). (2023). The Sage Handbook of Mixed Methods Research Design. Sage.

82

Dataverzamelingsmethoden Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, zijn zowel kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden gehanteerd en is er sprake geweest van zowel bron- als datatriangulatie (Poth, 2023). Deze bronnen en methoden vullen elkaar aan, informeren elkaar en ondersteunen elkaar, zie figuur B. Iedere vorm van data is hierbij een puzzelstukje, bijdragend aan het grotere geheel. Figuur C: schematische weergave dataverzameling

Literatuur referentietrajecten

Interviews experts en ervaringsdeskundigen referentietrajecten

Literatuur, visies en beleid Borsele en Zeeland

Cijfermatige analyse regionale context Borsele en Zeeland

Bijeenkomsten met regionale betrokkenen Borsele en Zeeland

Inventarisatie beleidsambities met regionale betrokkenen Borsele en Zeeland

In voorbereiding op de uitvoering van dit impactonderzoek, hebben twee leden van het onderzoeksteam Hinkley Point C bezocht. Zij woonden een serie lezingen bij van EDF (bouwer Hinkley Point C), van lokale overheden (Somerset), bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze lezingen, informele gesprekken en de observaties hebben contacten opgeleverd voor de verdere dataverzameling. Tevens heeft het bezoek zelf verkennende informatie opgeleverd in de vorm van observaties en presentaties die zijn bijgewoond.

Literatuur referentietrajecten en lokale visies en beleid We zijn het onderzoek gestart met literatuuronderzoek, waarbij we verschillende referentietrajecten bestudeerden. Voor het literatuuronderzoek is gekozen voor drie referentietrajecten, te weten Hinkley Point C (UK), Sizewell C (UK) en Olkiluoto (Finland) (zie hiervoor in bijlage 1). Aanvullend zijn de effectenstudies van Sizewell B (UK) gebruikt. Dit is één van de weinige trajecten waar achteraf diepgaand en breed onderzoek is gedaan naar de daadwerkelijke sociale en economische impact. Hierbij ligt de focus dus niet op verwachtingen, maar op ervaringen. Sizewell B is een reactor Generation II, maar de impact ten aanzien van de sociale en economische aspecten is minder afhankelijk van de soort reactor en meer afhankelijk van de soort en de schaalgrootte van het project. De bestudeerde referentietrajecten zijn weergegeven in bijlage 4 (documentenoverzicht). De body of knowledge van Glasson is gebruikt voor het vormgeven van het impactrapport in het algemeen (zoals Rodriguez-Bachiller & Glasson, 200442; Glasson, 201743).

42) Rodriquez-Bachiller, A. & Glasson, J. (2003). Expert systems and geographic information systems for impact assessment. London: Routledge. 43) Glasson, J. (2017). Socio-economic impacts 1: Overview and economic impacts. In R. Therivel, G. Wood (Eds.), Methods of Environmental and Social Impact Assessment (fourth ed.), Routledge, New York/Oxon.

83

Daarnaast zijn provinciale, regionale en lokale visies en beleidsstukken bestudeerd, zodat de beoogde toekomstplannen van Zeeland, en specifiek Borssele en de Sloedorpen, inzichtelijk gemaakt konden worden. Eerst zijn de beschikbare plannen in de regio geïnventariseerd. Te denken valt aan collegeprogramma’s, omgevingsvisies, de regionale woondeal en het programma landelijk gebied. Vervolgens zijn deze documenten geanalyseerd op de verschillende thema’s van brede welvaart en zijn de verschillende inhouden gecategoriseerd per thema. Het overzicht van geraadpleegde documenten is opgenomen in bijlage 4.

Interviews experts en ervaringsdeskundigen referentietrajecten Voor de interviews met experts zijn personen of instanties uitgenodigd, waarbij we steeds hebben gekeken in hoeverre de expertise en kennis paste bij de beoogde focus van de onderzoeksvragen. De interviewschema’s en de onderwerpen die in de interviews aan bod zouden komen, zijn vastgesteld door het onderzoeksteam aan de hand van kennishiaten in de literatuur of specifieke kennis die waardevol werd geacht voor Zeeland. Vier experts en/of ervaringsdeskundigen stonden open voor een interview, waarvan drie een bestaand contact waren vanuit het bezoek aan Hinkley en één persoon een nieuw contact was. Zij ontvingen allen een interviewschema vooraf aan het interview. De interviews zijn uitgevoerd via beeldbellen in Microsoft Teams (zie bijlage 5 voor overzicht geraadpleegde experts en ervaringsdeskundigen). In de interviews stonden met name de ervaringen bij Hinkley Point C centraal. Ook is gesproken over de bouw van de Pallas Reactor in Nederland, over plannen voor een kerncentrale in Wales, en over de kerncentrales in Sizewell en Hinkley Point B. Tweemaal is een aanvullende vraag gesteld per email en deze zijn ook per email beantwoord. Helaas hebben contacten richting Olkiluoto geen reactie opgeleverd.

Analyse regionale context Het Kenniscentrum Zeeuwse Samenleving heeft op basis van relevante statistieken een situatieschets kunnen geven op relevante onderwerpen, van de ‘host regio’. Hierbij doelen wij op Zeeland met een specifieke focus op Borssele en de Sloedorpen (zie bijlage 4 voor geraadpleegde bronnen).

Gesprek met regionale betrokkenen Er zijn twee bijeenkomsten geweest waarin met regionale betrokkenen is nagedacht over de mogelijke (lokale en regionale) effecten van de bouw en exploitatie van twee nieuwe kerncentrales in Borssele. Tijdens deze bijeenkomsten zijn ruim 60 mensen met relevante kennis betrokken bij het onderzoek. Aanwezigen kregen eerst een update van het onderzoeksteam en werden geïnformeerd door de opdrachtgevers van het onderzoek (Provincie Zeeland en gemeente Borsele). Aan de hand van de literatuur en de interviews ontwikkelden we de stroomdiagrammen met daarin een beschrijving van de verwachte ‘keten van veranderingen’ (ToC – ‘forward mapping’). Deze ToCdiagrammen werden besproken in subgroepen, waarbij een lid van het onderzoeksteam gesprekleider was. De aanwezigen werd gevraagd om vervolgens hun inzichten te delen rond de verwachte effecten (aanscherping en aanvulling), en mogelijke maatregelen om negatieve impact te mitigeren of juist kansen te benutten. De subgroepen werden ingedeeld naar clusters van (brede welvaarts)thema’s: 1) economie, arbeid en onderwijs, 2) Landschap, milieu en gezondheid, 3) Wonen, bereikbaarheid en voorzieningen en 4) Veiligheid en samenleving.

84

De uitkomsten van deze sessies zijn door de gespreksleiders schriftelijk vastgelegd en nabesproken met het onderzoeksteam. Voor de twee forward-mapping-sessies is een diverse vertegenwoordiging uitgenodigd (quadrupel helix); betrokkenen en organisaties met relevante inzichten rond bepaalde impact-thema’s. Aan de twee bijeenkomsten hebben in totaal 66 personen deelgenomen (zie bijlage 5).

Inventarisatie beleidsambities De backward mapping is een methode waarbij aan de hand van lange-termijndoelen terug wordt geredeneerd naar wat er nodig is om daar te komen. Aan de hand van de literatuurstudie gericht op visie en beleid in Zeeland is inzichtelijk gemaakt welke doelen er worden nagestreefd en deze vormden de basis voor drie backward-mapping-sessies. De eerste sessie vond plaats met de strategisch adviseurs van overheden die verenigd zijn in het OZO (Overleg Zeeuwse Overheden). De tweede sessie vond plaats met beleidsmedewerkers en de gemeentesecretaris van de gemeente Borsele. Bij de laatste bijeenkomst is gesproken met beleidsmedewerkers van de Provincie Zeeland. De deelnemers zijn werkzaam in verschillende beleidsdomeinen. Tijdens de backward-mappingbijeenkomsten hebben 47 betrokkenen inbreng geleverd. De gesprekken richtten zich op de ambities voor de toekomst van Zeeland en specifiek op mitigerende maatregelen om positieve impact voor de regio te versterken en negatieve impact voor de regio te verminderen. Het onderzoeksteam begeleidde de sessies en heeft de uitkomsten schriftelijk vastgelegd. In de sessies kwamen ambities van verschillende beleidsterreinen samen. Dit leidde tot interessante gesprekken over het werken aan brede welvaartthema’s vanuit meerdere invalshoeken.

Data-analyse Het literatuuronderzoek heeft geresulteerd in overzichten van enerzijds de mogelijke impact en anderzijds de toekomstvisies en het beleid voor Zeeland. Van de interviews met ervaringsdeskundigen en experts zijn verslagen gemaakt. Om de mogelijke impact vanuit de literatuur en de interviews op een rij te krijgen, hebben twee werksessies plaatsgevonden met de onderzoekers om per thema van brede welvaart de data vanuit de verschillende bronnen te ordenen en te koppelen. Deze ordening is vervolgens verwerkt in impactschema’s die zijn gebruikt tijdens de backward-mappingbijeenkomsten.

Advies De in het rapport geformuleerde adviezen bouwen voort op alle doorlopen stappen in het onderzoek, zoals in deze bijlage beschreven. Vanuit de verschillende dataverzamelingsmethoden zijn samenvattingen en overzichten gegenereerd door de onderzoekers. Dit includeerde overzichten vanuit de literatuur en de interviews met experts en ervaringsdeskundigen, alsook samenvattingen vanuit de groepsgesprekken tijdens de verschillende bijeenkomsten. Vervolgens zijn vanuit al deze documenten adviezen gedestilleerd. Dit heeft geresulteerd in de adviezen zoals deze zijn gepresenteerd in het rapport.

Rolverdeling Dit impactonderzoek is uitgevoerd door HZ | University of Applied Sciences en Lysias Advies, in nauwe onderlinge samenwerking en met gedeelde verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. HZ | University of Applied Sciences analyseerde de referentieprojecten en interviewde de experts en ervaringsdeskundigen uit referentiegebieden. De bevindingen hiervan zijn verwerkt in de hoofdstukken 4, 5 en 6 van dit rapport. HZ en Lysias organiseerden gezamenlijk de bijeenkomsten met betrokkenen en belanghebbenden uit de regio. Lysias Advies voerde de analyse van beleidsdocumenten uit en formuleerde de adviezen die zijn beschreven in hoofdstuk 2.

85

Bijlage 3: Suggesties voor maatregelen uit documentenstudie en gesprekken Inleiding Uit de analyse van lokale impactstudies van referentieprojecten, de interviews met experts en ervaringsdeskundigen en tijdens verschillende bijeenkomsten die we hebben georganiseerd met Zeeuwse, lokale betrokkenen zijn suggesties naar voren gekomen voor te treffen maatregelen om de lasten en lusten voor de inwoners van Zeeland zoveel mogelijk in evenwicht te brengen. Hierbij gaat het zowel om voorstellen voor te treffen (mitigerende) maatregelen om de negatieve impact van de bouw van de kerncentrales te verminderen, als om mogelijke kansen om Zeeland duurzaam te versterken en structurele meerwaarde te realiseren voor (de directe omgeving van) Borsele en de provincie Zeeland. In deze bijlage hebben we de aangereikte suggesties voor te treffen maatregelen geordend naar een aantal onderwerpen en deze puntsgewijs weergegeven. Dit overzicht vormde de basis voor het destilleren van onze aanbevelingen, zoals geformuleerd in hoofdstuk 2.

Profilering en positionering • •

• •

•

• •

• • • • •

Koploper zijn in Nederland op thema’s: groene industrie, gezonde omgeving en gelukkig. Zeeland profileren als ‘eerste groene provincie van Nederland’. Met dit imago ook de aantrekkingskracht vergroten. Dat vergt investeren in de randvoorwaarden, zoals toegankelijkheid van zorg en verbeteren van vestigingsklimaat/-imago op het moment dat de industrie in Zeeland meer kan verduurzamen. Zorg voor een positieve nalatenschap voor de regio. Investeer in de leefkwaliteit, de economie en het onderwijs in de regio. Zeeland heeft met de Deltawerken laten zien dat een grote opgave niet wordt geschuwd. Als we dit voor elkaar krijgen rond de complexe opgave van duurzame energie (op een beperkte oppervlakte – integrale gebiedsontwikkeling) dan straalt dat positief uit. Wens voor het bouwen van één of meerdere vliegwielen naar voorbeeld van Universiteit van Maastricht. Daarmee til je de hele regio op. Zo’n vliegwiel koppelen aan wegtrekken juridische rijksdiensten law – EBI. Alles versterken/ook rechtbank. Naar aanleiding van het rapport ‘Elke regio Telt’ zet het Rijk in op het beter spreiden van Rijksfuncties. Voor Zeeland schiet het nog niet echt op (zie artikelen PZC en Binnenlands bestuur).

Toekomstbeeld: Zeeland is een plek voor: 1) Toonaangevende instituties en Rijksorganisaties, 2) Internationaal Voortgezet Onderwijs, 3) Technische universiteit, 4) Kusttram, 5) A58/Tunnel naast de Zeelandbrug en 6) Extra beveiligde inrichting (EBI) Vlissingen. Zet in op meer Rijksdiensten in Zeeland. Op deze manier geef je meer duurzaamheid aan de investering in Zeeland. Zet in op het structureel aantrekken van nieuwe Zeeuwen (zorg dat nieuwe mensen blijven). Denk ook aan (investeringen in) de landbouw en de visserij. Financiële injecties in de regio, niet per se gelinkt aan kernenergie, maar gericht op wat belangrijk is voor de regio en door de inwoners wordt gewaardeerd. Positionering betekent ook keuzes maken: Maak een integrale afweging waarin ook het bestaande haven- en industriecluster is meegenomen. Uiteindelijk geldt ook: niet alles kan; je kunt als gemeente niet tegelijkertijd een energie-hub en een toeristische hub zijn. De regio is volop in transitie. Keuzes van vandaag en morgen zijn bepalend voor de toekomst van de regio.

86

Suggesties voor concrete investeringen kwaliteitsimpuls Zeeland • • • • • • • • • • • •

Gratis groene energie voor alle Zeeuwen. Geen netcongestie voor Zeeuwse bedrijven (voorrang geven). Verduurzamen bestaande woningen op kosten Rijk (geluids- en warmte-isolatie). Waterkerend landschap (waterveiligheid versterken): reactor mag nooit onder water lopen. Beschikbare en bereikbare zorg voor alle Zeeuwen. Aantrekkelijk studeren hoogopgeleid en MBO (nu onvoldoende instroom). Rijksbijdrage aan voorzieningen. OV: 6x per uur een intercity. OV: Westerschelde – Gent-Antwerpen-verbinding. Investeringsfonds leefbaarheid. Aantal en kwaliteit culturele voorzieningen (musea, theater) omhoog. Woningbouwplus (versnelling opgave).

Opwek, beschikbaarheid en gebruik van energie • •

Is er überhaupt voldoende energie beschikbaar voor de bouw van de kerncentrales? Wat betekent dit voor andere energievragers? Zijn of komen er wachtlijsten? Mogelijke kans: verbinding van het stroomnet van Zeeland met dat van België, zodat stroomnet ontlast kan worden.

Werkgelegenheid en arbeidskrachten •

• • • • •

Ook in andere sectoren, zoals onderwijs en zorg, zal de vraag toenemen (dus niet alleen technische beroepssectoren). Suggestie: leg het vraagstuk van arbeidskrachten, voor zover mogelijk, neer bij de bouwer. Als er grootschalig moet worden gebouwd, kan dit op zichzelf ook al leiden tot aanwas van arbeidsmigranten. Inzet van tolken. Probeer zoveel mogelijk gebruik te maken van werknemers uit eigen land. Groei van de beroepsbevolking (t.o.v. niet-werkenden). De ‘bust’ (van het ‘boom and bust’-scenario) zou kunnen meevallen als de kerncentrales worden beschouwd in de bredere context van de energietransitie en de bijbehorende opgaven en benodigde mensen en skills (ook na de bouw van de kerncentrales). Een overkoepelende (integrale) strategie is hiervoor wel een belangrijke voorwaarde.

Lokale ondernemers • •

• •

•

De kansen voor certificeren van bedrijven kunnen op lange termijn bijdragen aan de ‘legacy’ voor Zeeland. Is er een mogelijkheid om bij de bouwer te bedingen dat lokale ondernemingen ook in toekomstige projecten worden ingehuurd (bijvoorbeeld bouw andere kerncentrales), als onderdeel van de tender? Help lokale ondernemers bij het beperken van hun risico’s. Gezien de schaal van het project kan het werken met lokale consortia hierin een belangrijke rol spelen. Tijdig starten met een ondersteuningsprogramma voor lokale/Nederlandse bedrijven om hen te helpen om aan te haken bij de bouw van de kerncentrale. Denk daarbij aan: Omvang van de samenwerking; papierwerk, inclusief complexe contracten en aan kwaliteitszorg bij nucleaire bouwprocessen. Laat lokale ondernemingen die investeren ook een rol hebben in nieuwe (grote) infrastructurele projecten (na de bouw van de kerncentrales).

87

• •

Revolverend fonds voor lokale bedrijven opzetten voor innovatie waarbij milieuwinst voorop staat. Risico: Zeeuwse ondernemers trekken juist weg als de krapte op de arbeidsmarkt in Zeeland nog groter wordt tijdens de bouwperiode van de kerncentrales.

Training, onderwijs en innovatie • • •

• •

•

•

•

• • •

• • • •

Belangrijk bij onderwijs: je moet vroeg beginnen; opleiden kost tijd. Kansen (en uitdagingen) voor onderwijs zijn breed: naast het meer technische domein zal er bijvoorbeeld ook meer vraag komen naar geschoold personeel in zorg en onderwijs. Voor Zeeland ligt er een prachtige kans voor het opzetten van een International School. Hier moet je wel tijdig (twee jaar van te voren) mee beginnen. Betrek hierbij op tijd alle vormen van onderwijs (vanaf PO). Ook ligt er mogelijk een kans voor het regionaal onderwijsaanbod in de Bevelanden. Om te zorgen voor een zo goed mogelijke aansluiting met onderwijs zou in de tender samenwerking moeten worden gezocht met de Zeeuwse onderwijsinstellingen. Stimuleer de samenwerking met de regionale kennispartijen, zodat ook de regio meeprofiteert. Kansen voor HZ in het verlengde van de Duurzame Energie Campus – onderdeel van een nationaal netwerk rond de brede energietransitie. Kans voor de ‘legacy’: opgebouwde kennis en innovatie toepassen in Deltavraagstukken. Kans: Technische Universiteit – Meer behoefte (landelijk) aan technische studenten, positieve effecten voor de regio, dit is iets waar de regio echt iets aan heeft, koppeling met Campus Zeeland en Bèta Campus Zeeland. Verdieping op nucleair kenniscluster. Stel voorwaarden op voor samenwerking met het regionale onderwijscluster.

En niet alleen in het kenniscluster van energie, maar veel breder (PO t/m WO) en ook voor lange termijn borging. Geldt niet alleen voor onderwijs, maar ook voor onderzoeksfaciliteiten. Een krimpregio als Zeeland kan een dergelijke impuls bij uitstek gebruiken. Er is eigenlijk een onderwijsagenda nodig! Samenwerking tussen onderwijsinstellingen is hierbij essentieel. De landelijke ontwikkeling rond internationale studenten staat haaks op wat er straks aan kennis/ skills nodig gaat zijn in de regio, als er twee nieuwe kerncentrales gebouwd moeten worden. Kans: een technische universiteit/volwaardige universiteit in Zeeland, impuls HO/WO, ook breder dan alleen techniek. Zeeland innovatie-koploper op groene energie, innovatieve regio op energievraagstukken. Kijk naar mogelijkheden voor een internationale school (bijvoorbeeld VO). Deze kan centraal gepositioneerd worden (bijvoorbeeld in Goes). Zorg dat nieuwe kennisinstellingen dichtbij de bedrijvigheid zit, zodat de kansen op synergie vergroot worden. Risico: zijn er in Zeeland wel genoeg jongeren ‘warm te krijgen’ voor werken in de (nucleaire) energiesector? De ervaring uit Hinkley leert dat voor een carrière in de bouw werken aan een kerncentrale een mooie opstap kan zijn. Wellicht dat dit kan helpen om mensen hiervoor warm te krijgen.

Huisvesting en voorzieningen voor bouwpersoneel • •

Huisvesting regionaal afstemmen. Besteed aandacht aan de spreiding van arbeidsmigranten. Betrek Goes hierin (daar zijn voorzieningen). Stel voorwaarden aan de huisvesting van arbeidsmigranten (bepaalde mate van clustering). Denk hierbij ook aan voorzieningen.

88

• • • • • • • •

•

• • •

Tijdelijke werknemers hoeven niet in Zeeland te wonen; grote kans dat ze ook in een stad als Bergen op Zoom gaan wonen. Er moet dan een pendelbus rijden richting centrale. Huisvesting op zee op een cruiseschip: iedereen en alle voorzieningen op één plek. Dit idee is/ wordt al verkend. Ligplaats is een belangrijke horde. Grootschalige regionale huisvestingslocaties (woongroep de Bevelanden). Vooraf afspraken maken over bestemming van ‘tijdelijke gebouwen’ voor duurzame inzet in de regio. Koppelen aan Projectgroepen AZC en COA van gemeenten/Provincie. Suggestie: maak een verbinding met het ‘Voorzieningenplan’ van de gemeente Borsele. Capaciteit voor handhaving huisvesting vanuit Rijk. Als het gaat om de ondernemers in de toeristensector i.r.t. huisvesting van arbeidsmigranten (volle accommodaties voor jaren) kun je als voorwaarde bedingen dat ze t.z.t. het opgebouwde kapitaal terug investeren in de toeristische business case. Combineer de (tijdelijke) huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten met ontwikkelingen en behoefte in recreatiesector structurele verbetering van de demografische samenstelling van Zeeland (i.r.t. vergrijzing van de Zeeuwse bevolking). Duidelijke richtlijnen, afspraken en voorzorgsmaatregelen voor mentaal welbevinden van buitenlandse arbeiders om overlast te voorkomen. Tekort aan zorgprofessionals. Ziekenhuis Walcheren weer volledig maken.

Beperken vervoersbewegingen • •

• • • • • • • • • • • •

Infrastructuur verbeteren en verstevigen, zowel voorafgaand aan de bouw als na de bouw. Zowel voor het transport van goederen en bouwmateriaal als voor het vervoer van werknemers. Probeer een deel van het werk te organiseren in de buurt waar werknemers zijn. Niet al het werk hoeft op de bouwplaats te worden uitgevoerd. Meer werk in stedelijk gebied heeft voordelen (denk aan bereikbaarheid). Mogelijk nadeel: minder lokale economische toegevoegde waarde. Stel voorwaarden in de bouwfase aan vervoer en infrastructuur. Bijvoorbeeld: aanvoer via zee, aanleg van extra spoor, investering in OV. Duurzaam verbeteren van het OV-netwerk; draagt bij aan verbeterde bereikbaarheid en minimaliseren van stikstofuitstoot. Openbaar vervoer verbeteren om de hoeveelheid vervoersbewegingen te beperken. Meer aandacht voor verkeersveiligheid; extra veiligheidsmaatregelen weg, sport en waterweg. Wegen aanpassen naar gescheiden modaliteiten om veiligheid te bevorderen. Zwaar bouwverkeer, A- en N-wegen zijn daarop berekend. Niet alleen toename bouwverkeer, maar ook toename van woon-werkverkeer. Transport via water en/of spoor om overlast over de wegen te voorkomen. Collectief vervoer organiseren voor arbeiders, en dus huisvesting arbeiders concentreren op aantal plekken. Kans: Verbetering infrastructuur (bredere wegen/veilige wegen). Maatregel: Verkeerscirculatieplan/verkeersveiligheidsplan.

Zorg voor voldoende middelen voor het repareren van wegen na afloop van de bouw.

Woon- en leefomgeving van inwoners • •

Tijdige regeling voor omwonende, bijvoorbeeld om hun huizen ‘bouw proof’ te maken, danwel om zich te laten uitkopen. Alle woningen in Borsele verduurzamen; geluid, energie, isolatie etc. Liever doen dan een fonds waar bewoners geld moeten aanvragen.

89

• • •

Sociale cohesie onder druk, vanwege opkopen van huizen door nieuwkomers. Woonomgeving verbeteren; denk aan speeltuinen, groenvoorzieningen. Door hogere lonen zouden ook prijzen in Zeeland sneller kunnen gaan stijgen. Biedt compensatie in de vorm van subsidie voor inwoners om hun huis te isoleren/verduurzamen.

Fysieke veiligheid •

•

•

Kerncentrale komt in het Sloegebied waar een groot chemisch cluster van bedrijven is gevestigd. Dit maakt het een hoog-risicogebied. ‘Kans op domino-effect’ bij een calamiteit. Dit risico moet uitgesloten worden anders willen sommige deelnemers dat er niet gebouwd wordt. Ontruiming of evacuatie van het gebied is nu al een probleem. Uit modellen blijkt dat het enkele dagen zou duren om Zeeland te evacueren bij een (waternoods)ramp. Uitgaand verkeer moet bij een ramp over vier banen over de snelweg. Hulpdiensten komen binnen via (oude) Rijksweg. Nu al een crisisteam samenstellen voor snelle reactie en borging veiligheid. Dit vooral in relatie tot kernenergie en toenemende criminaliteit. Evacuatiemogelijkheden en -routes moeten nu al in kaart worden gebracht.

Ruimtelijke inrichting •

•

• •

Kijk naar het totaalplaatje voor Borsele en omgeving, qua ruimtelijke puzzel en qua impact. Er komen hier 9 energieprojecten van nationaal belang bij elkaar in een havengebied met zijn eigen dynamiek. We maken ons grote zorgen of dit allemaal past zonder coördinatie en een integrale aanpak. Werk zo snel mogelijk met de regio aan een toekomstbestendig totaalplan. Blijf binnen de grenzen van het Sloegebied. De dorpen liggen nu al dicht bij de industrie en de kerncentrale. Investeer tijdig in een sterke groene buffer tussen het Sloegebied en de dorpen. Doe dit met een stevige ambitie (toegankelijke natuur is nu relatief beperkt in omvang) en ook vooruitlopend op de bouw van de nieuwe kerncentrales. Dit schept vertrouwen. Zorg voor een logische clustering/spreiding van nieuwe dingen (huisvesting voor arbeidsmigranten) nieuwe voorzieningen, zodat dit logisch en duurzaam past in Zeeland. Bouwlocatie opspuiten in Westerschelde (vergelijk Neeltje Jans).

Landschap, natuur en water • • •

•

• • •

•

Benut ‘landscaping’ om de bouw aan het zicht te onttrekken, bijvoorbeeld door grond die wordt afgegraven te benutten om de visuele impact van de bouw te verminderen. Aantrekkelijk landschap, schone omgeving, versterking natuurwaarden. Rijk committeert zich aan het landschapsplan dat Zeeland maakt en investeert daarin. Niet zomaar een zak met geld, waarbij er – gezien de druk op de ruimte – geen fysieke ruimte beschikbaar is om te investeren in het landschap. Hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations en de mogelijke komst van koeltorens hebben impact op het Zeeuwse landschap, de natuur en de leefomgeving van inwoners. Betrek het College van Rijksadviseurs, zodat de kwaliteit van het landschap behouden blijft. Stel voorwaarden aan de (toegestane) aantasting van het landschap (als gevolg van infra, wegen en hoogspanningslijnen). Om nog meer hoogspanningsmasten door Zeeland te voorkomen; interconnectie via België. Bij de planvorming en ontwikkeling direct een plan maken wat er gebeurt met de restwarmte om te voorkomen dat de warmte (via water) wordt geloosd in de Westerschelde. Denk aan ‘in warmtenet’ of ’opwekking tot stroom’. Vergroen de uitbreiding van de infrastructuur die nodig is voor de bouw; pas de activiteiten landschappelijk in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15187292/2