CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lasten en lusten in balans Impact rapport Kerncentrales-afdrukversie (2)

Informatiebijeenkomst 19 maart 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Presentatie over Lokaal impactrapport kerncentrales37.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

5.3 Sociale kenmerken van de regio Bereik van de impact In het vorige hoofdstuk werd al aangegeven dat onderzoek aantoont dat regionale werknemers voor de bouw en exploitatie van een kerncentrale binnen 90 minuten reisafstand van de bouwlocatie te

44

werven zijn. Naast regionale werknemers zullen er ook mensen naar de regio verhuizen om mee te werken aan de kerncentrales, zoals arbeidsmigranten. Deze nieuwkomers zijn nodig door het grote aantal werknemers dat de bouw vraagt, evenals de specialistische vaardigheden en ervaring die mogelijk niet lokaal beschikbaar zijn. Bij projecten als Hinkley Point C en Sizewell C wordt aangenomen dat deze nieuwkomers in de buurt van de bouwlocatie gaan wonen en maximaal 60 minuten willen reizen voor hun werk (zie onder andere HJA, 2018 en EDF, 2011). Het vestigingsgebied van deze nieuwkomers is belangrijk voor het beoordelen van de sociale impact van de kerncentrales. Hun komst kan bijvoorbeeld de woningmarkt beïnvloeden, evenals het gebruik van lokale voorzieningen. Ook kan de verbondenheid in de buurt of het gevoel van (on)veiligheid onder de inwoners veranderen door de toename en diversiteit van de inwoners. Hoewel dit op aannames is gebaseerd, nemen we aan dat de sociale impact van de twee kerncentrales binnen een straal van 60 minuten reisafstand van de bouwlocatie merkbaar zal zijn. Dit komt neer op een zone van ongeveer 55 kilometer rond Borssele. Figuur 5.1 toont dat Zeeland, een deel van WestBrabant en een deel van België binnen deze zone vallen. Figuur 5.1: het ingeschatte vestigingsgebied van (tijdelijke) nieuwkomers tijdens de bouw van de kerncentrales

Bron: TravelTime (2024). Berekening in TravelTime is gebaseerd op reistijd met de auto op een doordeweekse dag om 8 uur ’s ochtends met als startpunt de beoogde locatie. Wij kiezen hier voor de reistijd met de auto aangezien automobilisten in 60 minuten het verst zullen komen vanaf de locatie in Borssele.

45

Relevante sociale indicatoren Als we kijken naar de regionale monitor brede welvaart van het CBS dan zien we het volgende voor de sociale aspecten van Zeeland (CBS, 2024)24: • Negen op de tien inwoners in Zeeland zeggen tevreden te zijn met hun woning en met hun woonomgeving.25 De provincie scoort op dit gebied beter dan de meeste andere provincies in Nederland. • Zeeland is een relatief veilige provincie. Het merendeel van de Zeeuwen voelt zich veilig in de eigen buurt (1,8 procent van de inwoners voelt zich vaak onveilig) en het aantal geregistreerde misdrijven is laag (34 per 1.000 inwoners) ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. • Inwoners van Zeeland moeten doorgaans verder reizen voor hun voorzieningen dan inwoners in veel andere provincies. Zo ligt de gemiddelde reisafstand tot bijvoorbeeld een (basis)school, een huisartsenpraktijk en het ziekenhuis op respectievelijk 0,9, 1,5 en 10,7 kilometer. • De tevredenheid van inwoners in Zeeland over de sociale samenhang in de woonbuurt ligt rond het Nederlands gemiddelde. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de tevredenheid van inwoners met het contact met andere buurtbewoners, de tevredenheid met de samenstelling van de bevolking in de buurt en de mate waarin mensen elkaar aanspreken op gedrag.

• Het aandeel inwoners in Zeeland dat (veel) vertrouwen heeft in anderen en in bestaande instituties (zoals de Tweede Kamer, politie en rechters) is lager dan in veel andere provincies. Wanneer we verder kijken dan de gegevens uit de regionale monitor brede welvaart, en kijken naar cijfers over de demografie en woningmarkt, valt nog een aantal zaken op. De provincie Zeeland had op 1 januari 2024 391.634 inwoners (CBS, 2024). Ten opzichte van het Nederlands gemiddelde wonen in Zeeland relatief veel ouderen, veel inwoners met een westerse migratieachtergrond (13 procent) en zijn er veel koopwoningen. Eén op de vier inwoners in Zeeland is 65 jaar of ouder; voor Nederland als geheel is dit één op de vijf. Het hoge aandeel inwoners met een westerse migratieachtergrond is met name toe te schrijven aan het aantal Belgen dat in Zeeland woont. In 2024 woonden 9.757 inwoners in Zeeland met een Belgische nationaliteit. In tegenstelling tot het relatief hoge aantal inwoners met een westerse migratieachtergrond26, is het aandeel inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond27 in Zeeland laag ten opzichte van veel andere provincies. In Zeeland heeft 7 procent van de inwoners een niet-westerse migratieachtergrond. In Nederland is dit gemiddeld genomen 14 procent.

Verder kent de provincie een lage bevolkingsdichtheid, zijn er relatief weinig huurwoningen en is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen lager dan in veel andere delen van Nederland. Van alle Zeeuwse inwoners woont 6 procent in de gemeente Borsele (in totaal 23.121 inwoners). De achtergrondkenmerken van de inwoners in de gemeente Borsele lijken op de kenmerken van de inwoners van Zeeland als geheel. Desondanks ligt het aandeel jongeren en het aandeel gezinnen met jonge kinderen wat hoger in de gemeente.

24) Dit zijn indicatoren die behoren bij de brede-welvaartsthema’s ‘wonen’, ‘veiligheid’ en ‘samenleving’. 25) Kwantitatieve gegevens over de mate waarin inwoners verwachten dat de woontevredenheid zal veranderen door de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales zijn er niet. Lokale zorgen en verwachtingen die de woontevredenheid kunnen beïnvloeden staan in de Borselse Voorwaarden. 26) Persoon met als migratieachtergrond een van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, en Indonesië en Japan. 27) Persoon met als migratieachtergrond een van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.

46

Ook wonen er weinig inwoners met een migratieachtergrond: 7 procent heeft een westerse migratieachtergrond en 3 procent heeft een niet-Westerse migratieachtergrond. Het aandeel koopwoningen in de gemeente ligt hoger dan in veel andere Zeeuwse gemeenten. Dit betekent dat de gemeente relatief weinig huurwoningen heeft. Figuur 5.2: algemene bevolking- en woninggegevens voor Zeeland en de gemeente Borsele (indexcijfers; Nederlands gemiddelde=100)

Bron: CBS (2024). Tenzij anders vermeld gaan de cijfers over het jaar 2024.

Als het gaat om de huizenmarkt in Zeeland, dan laten analyses van ABF research zien dat de provincie momenteel een tekort heeft van 3.000 woningen (cijfers over 2024). Dit drukt zich uit in een woningtekortpercentage van 1,6 procent. Ondanks dit tekort is Zeeland de enige provincie die voldoet aan de ambitie van het Rijk om het woningtekort in Nederland terug te brengen naar twee procent in 2030. Het Rijk stelt dat een tekort van twee procent passend is bij een ‘gezonde’ woningmarkt (niet alle woningzoekenden zullen direct een woning vinden en zij zullen enige tijd moeten zoeken en wachten op een geschikte woning). ABF verwacht dat tot 2030 ongeveer 9.400 woningen moeten worden bijgebouwd in Zeeland om aan de woningbehoefte te voldoen en onder de norm van twee procent te blijven. De Provincie en gemeenten in Zeeland sloten vorig jaar de Zeeuwse Woondeal (2023), aanvullend op de prognoses van ABF. De Zeeuwse partijen verwachten in de toekomst meer huishoudens dan het Rijk en stellen daarom de ambitie om van 2022 tot 2030 16.500 nieuwe woningen te bouwen. Hiervan moeten 13.720 betaalbaar zijn, waaronder sociale huurwoningen, betaalbare koopwoningen tot de NHG-grens en flexwoningen.

47

Naast de reguliere woningmarkt met koop- en huurwoningen, heeft Zeeland veel (toeristische) verblijfsaccommodaties. In 2022 had Zeeland ongeveer 85.000 verblijfsaccommodaties met een totale omvang van bijna 350.000 slaapplaatsen (HZ KCKT, 2022). Het aantal bedden lag daarmee op 890 per 1.000 inwoners. In de gemeente Borsele ligt het aantal accommodaties en bedden op respectievelijk 1.518 en 7.201. Dit komt neer op 311 bedden per 1.000 inwoners. De toeristische verblijfsaccommodaties zijn niet het hele jaar bezet. Wel is de veronderstelling dat nagenoeg alle accommodaties bezet zijn tijdens het hoogseizoen, hoewel cijfers om dit te toetsen ontbreken.28 Onder de verblijfsaccommodaties in Zeeland vallen logies met hoteldienstverlening (zoals hotels, B&B’s en appartementen met hoteldienstverlening), verblijfsrecreatie (o.a. huisjesterrein met centrale verhuur en kampeerterrein) en waterrecreatie (vaste en passantenligplaatsen).

5.4 Wat als er twee nieuwe kerncentrales komen? Twee nieuwe kerncentrales in Borssele leiden tot sociale veranderingen in Zeeland. We bespreken eerst de (directe) gevolgen van de mogelijke komst van twee kerncentrales. Daarna beschrijven we de mogelijke effecten en impact op de regio.

Gevolgen voor Zeeland Als het gaat om de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales, dan is een aantal directe gevolgen te verwachten. Deze directe gevolgen zijn: • De komst van nieuwkomers vergroot het inwoneraantal in Zeeland en verandert de samenstelling van de bevolking. Het aantal hangt af van afspraken met de bouwer en het lokaal gevoerde beleid. Bij Hinkley Point C en Sizewell C bestaat 64 procent van het personeel uit nieuwkomers; hetgeen ongeveer neerkomt op 5.000 mensen tijdens de piekfase van de bouw. • De vraag naar woningen in Zeeland zal stijgen, met een tijdelijke behoefte aan huurwoningen en verblijfsaccommodaties tijdens de bouw, en een toename van de vraag naar koopwoningen in de exploitatiefase. Bij Hinkley Point C en Sizewell C wordt de druk op de woningmarkt verminderd door campussen voor bouwpersoneel (twee op de drie nieuwkomers die betrokken zijn bij Sizewell C wonen op een campus). • Het verkeer rond de bouwlocatie zal toenemen door de komst van nieuwe werknemers. De toename hangt af van lokale keuzes en afspraken met de bouwer. Bij Hinkley Point C en Sizewell C wordt het verkeer beperkt door P&R-terreinen, bussen en campussen naast de bouwlocatie.

• In het algemeen zullen de sociale gevolgen van de bouw van de kerncentrales groter zijn dan die van de exploitatie, doordat veel nieuwkomers tijdens de bouw tijdelijk in de regio blijven, wat de sociale impact vergroot. In de exploitatiefase vestigen nieuwe werknemers zich langer of permanent.

Toename bevolking, met meer variatie De komst van nieuwkomers vergroot en verandert de bevolking van Zeeland. Het aantal nieuwkomers hangt af van de afspraken met de bouwer, zoals de bouwmethode, en het beleid

28) Het CBS publiceert bezettingsgraadcijfers, maar zij berekent deze cijfers op basis van het aantal slaapplaatsen in Zeeland. Een nadeel van deze rekenwijze is dat bijvoorbeeld een vakantiewoning met vijf slaapplaatsen die verhuurd wordt aan een echtpaar een bezettingsgraad heeft van 40 procent. Feitelijk zijn de resterende drie slaapplaatsen binnen de accommodatie dan niet meer te verhuren aan andere verblijfsrecreanten. De cijfers over de bezettingsgraad geven daarom geen beeld van het aandeel accommodaties dat bezet is in de regio.

48

rondom de betrokkenheid van regionale werknemers. Gedurende de bouwfase zal vooral personeel in een leeftijd tussen de 30 en 55 jaar komen, het kenmerkende profiel van bouwmedewerkers bij kerncentrales (Glasson & Durning 2019; ECITB, 2021). Ook betreffen het meestal buitenlandse werknemers die enkele maanden of jaren in de regio zullen verblijven (Housing Vision West Somerset, 2013; EDF, 2011). Voor de bouw van Hinkley Point C werden vier scenario’s onderzocht om het aantal nieuwkomers in te schatten (zie tabel 5.1). Het scenario met 80 procent nieuwkomers ging uit van het hoogste aantal nieuwkomers, terwijl het scenario met 50 procent uitging van een gelijke verdeling tussen nieuwkomers en regionale werknemers. De werkelijke cijfers liggen momenteel tussen de twee middelste scenario’s in: 64 procent van het bouwpersoneel is nieuwkomer, en 36 procent komt uit de regio (persoonlijke communicatie, 2024). Ook bij Sizewell C wordt ingeschat dat 64 procent van het bouwpersoneel uit nieuwkomers bestaat (HJA, 2018). Tabel 5.1: Uitgewerkte scenario’s voor Hinkley Point C voor het percentage nieuwkomers tijdens de bouwfase.

Scenario nieuwkomers

Beschrijving

50 procent

Dit scenario gaat uit van een weloverwogen programma dat gericht is op het lokaal werven en trainen van werknemers, sterke samenwerkingsverbanden en een ambitieuze planning. Er is weinig concurrentie voor arbeidskrachten van andere grote (bouw)projecten.

60 procent

Dit scenario gaat uit van doelgerichte projecten en overheidsinterventies, met overeenstemming tussen betrokken partijen over wat de sociaaleconomische doelen zijn voor de lokale gemeenschap. Samenwerking en planning zijn nodig om dit scenario te halen, maar het scenario gaat uit van beperkte overheidsfinanciering. Er is enige concurrentie voor arbeidskrachten van andere grote (bouw)projecten.

70 procent

Dit scenario veronderstelt een beperkte overheids- en projectfinanciering voor programma’s rond onder andere het lokaal opleiden van werknemers en het bereiken van sociaaleconomische doelen. Er wordt samengewerkt, maar de betrokkenen beheren hun eigen middelen. Er is enige concurrentie voor arbeidskrachten van andere grote (bouw)projecten.

80 procent

Dit scenario gaat uit van een minimale overheidssteun, beperkte samenwerking tussen de betrokken partijen en concurrentie voor arbeidskrachten van andere (bouw)projecten. Het scenario wordt als mogelijk, maar weinig waarschijnlijk gezien, omdat het project maatregelen kan nemen om dit scenario te voorkomen.

Bron: eigen bewerking op tabel in EDF (2010)

Toename van vraag op woningmarkt Een tweede gevolg is dat de komst van nieuwkomers de vraag op de woningmarkt vergroot. Tijdens de bouwfase, die vooral tijdelijk werk biedt, is er vooral vraag naar huurwoningen en (toeristische) verblijfsaccommodaties. In de exploitatiefase, wanneer het werk structureler is, zal de vraag naar koopwoningen toenemen. De behoefte aan huurwoningen en verblijfsaccommodaties hangt af van de afspraken met de bouwer. Zo zijn bijvoorbeeld bij Hinkley Point C tijdelijke campussen voor bouwpersoneel opgezet met een capaciteit van 2.400 bedden.

49

Cijfers van Hinkley Point C laten zien dat veel nieuwkomers verblijven op campussen of in toeristische accommodaties (respectievelijk 36 en 37 procent; gegevens 2024)29. Daarnaast huurt 28 procent een woning in de omgeving van de bouwlocatie, terwijl slechts 1 procent in deze fase een huis koopt (Glasson & Durning 2019).

Toename woon-werkverkeer Een derde gevolg is dat het woon-werkverkeer (tijdelijk) zal toenemen in Zeeland. Uit onderzoek blijkt dat nieuwkomers vaak kiezen voor meer stedelijk gebied en woonplaatsen die dichtbij de bouwlocatie liggen (Chadwick, 2009). Dit beeld wordt ondersteund door bevindingen uit de onderzochte referentiegebieden. Voor Zeeland zou dit kunnen betekenen dat nieuwkomers het liefst een huis of appartement willen in Vlissingen, Oost-Souburg, Middelburg, Terneuzen en Goes. Ook grotere dorpen dichtbij de bouwlocatie, zoals Heinkenszand, Arnemuiden en ’s Gravenpolder kunnen populair zijn. We denken daarom dat het woon-werkverkeer met name vanuit deze gebieden naar de nieuwe kerncentrales zal toenemen. Wederom hangt ook dit gegeven sterk af van de afspraken met de bouwer en de keuzes die worden gemaakt. In de buurt van Hinkley Point C is de toename van het woon-werkverkeer beperkt, onder andere door een campus naast de bouwlocatie te bouwen en door vier ‘Park and Ride’ (P&R)-terreinen aan te leggen op ongeveer 10 tot 15 kilometer afstand van de kerncentrales (Somerset Transport Review, 2024).30 Dit zorgt ervoor dat 9 procent van de werknemers momenteel te voet komt, 87 procent wordt vervoerd met een bus van EDF en 4 procent met de auto naar de bouwlocatie rijdt.

Het grote aantal busgebruikers is vooral te verklaren door het transferium dat van de P&R-terreinen naar de bouwlocatie rijdt. Als we namelijk kijken naar het belangrijkste vervoersmiddel naar de P&R-terreinen, is de auto het meest populair: ruim 90 procent van de P&R-gebruikers rijdt hier met de auto naartoe. Het is dus vooral de directe omgeving van Hinkley Point C die van auto’s wordt ontlast (Somerset Transport Review, 2024).

5.5 Verwachtingen over de effecten en impact voor Zeeland Naast de eerder genoemde gevolgen, worden ook andere veranderingen op sociaal gebied verwacht. Deze verwachtingen, weergegeven in figuur 5.3, zijn gebaseerd op lokale impactstudies van de referentieprojecten, en gesprekken met zowel betrokkenen uit Zeeland als Somerset. Het is belangrijk om te benadrukken dat de verwachte impact omgeven is met onzekerheid, omdat deze in de toekomst ligt en sterk afhankelijk is van nog te nemen beslissingen. Zoals eerder aangegeven scoort Zeeland goed op sociale veiligheid en zijn de inwoners over het algemeen zeer tevreden met hun woonsituatie, terwijl de sociale cohesie gemiddeld is. De provincie kampt echter met verschraling van voorzieningen, grotere afstanden tot deze voorzieningen, een vergrijzende bevolking, en relatief weinig jongeren. Daarnaast zijn er relatief veel koopwoningen en toeristische verblijfsaccommodaties in de regio. Tegen deze achtergrond worden de volgende veranderingen in de sociale aspecten van de samenleving verwacht waarbij wij onderscheid maken tussen ‘wonen’, ‘samenleving’, ‘veiligheid’ en ‘gezondheid’ (conform het model van brede welvaart).

29) Het gaat bijvoorbeeld om een hotel, vakantiewoning, bed & breakfast of camping. In Somerset huurt EDF bovendien een vakantiepark af voor werknemers; Pontins Holiday Park. Dit vakantiepark biedt een slaapplek voor 900 mensen. 30) Drie P&R-terreinen bevinden zich rond de stad Bridgwater, ten zuidoosten van Hinkley Point C. Twee voorbeelden: Williton, ten Westen van Hinkley Point C, en Junction 25.

50

Wonen • • •

•

Het bouwproject kan zorgen voor langere reistijden (door meer verkeersdrukte) en voor verlies van landelijke kenmerken waardoor de woonbeleving van inwoners in de regio kan verslechteren. Meer nieuwe inwoners in de regio kan helpen om voorzieningen in kleine dorpen te behouden. Na de bouw van de kerncentrales kan een ‘boom and bust’-scenario ontstaan op de woningmarkt, waarbij tijdelijk personeel vertrekt, wat leegstand, verlies van voorzieningen en dalende huizenprijzen tot gevolg kan hebben. Investeringen in de infrastructuur kunnen de regio beter bereikbaar maken en Zeeland mogelijk aantrekkelijker maken voor wonen en werken.

Samenleving • •

De komst van veel nieuwkomers kan de sociale cohesie in kleine dorpen onder druk zetten, door verdringing op de woningmarkt en culturele botsingen. Na de bouw kan de sociale cohesie verbeteren, vooral wanneer nieuwkomers zich permanent vestigen en het lokale leven stabiliseert.

Veiligheid •

De komst van nieuwkomers kan leiden tot meer (kleine) delicten en drukte op de weg, wat de feitelijke veiligheid kan beïnvloeden, en mogelijk ook gevoelens van onveiligheid vergroot.

Gezondheid • •

De toenemende vraag naar zorg kan leiden tot een daling in de zorgkwaliteit, door een tekort aan zorgprofessionals, langere wachttijden en vertraagde ambulances. Meer verkeer vergroot het risico op verkeersletsel en kan de gezondheid van bewoners langs drukke wegen schaden.

We lichten de mogelijke effecten en impact hieronder nader toe. De Borselse Voorwaarden die raken aan de verwachtingen staan hieronder in tabel 5.2. Tabel 5.2: Borselse Voorwaarden die raken aan (mogelijke) veranderingen op sociaal gebied.

Nr.

Voorwaarde

2.1

Waarborgen van sociale veiligheid

2.4

Monitoren van de fysieke gezondheid van de inwoners van de gemeente Borsele

2.5

Zorgvoorzieningen voor werknemers gegarandeerd

8.1

Behouden en uitbreiden openbaar vervoer

8.2

Dorpen niet overbelasten: huisvesting voor werknemers

8.3

Gemeentelijk beleid gericht op de huisvesting van arbeiders

8.4

Impact bouw: lokale bevolking niet de dupe!

8.5

Voorzieningen ten behoeve van werknemers

9.1

Ondersteuning lokale onderwijsinstellingen

51

Figuur 5.3: zorgen en verwachtingen die zijn geuit in de impactstudies van referentieprojecten en/of door lokale betrokkenen en experts

Leeswijzer figuur: De zorgen en verwachtingen in de figuur komen uit lokale impactstudies van referentieprojecten, interviews met experts en ervaringsdeskundigen uit Somerset en gesprekken met regionale betrokkenen uit Zeeland. De figuur leest van links naar rechts en toont de keten van mogelijke veranderingen die optreden bij de komst van twee kerncentrales in Borssele. Aan de linkerkant staan de directe gevolgen van het geplande project. Deze gevolgen kunnen zowel vervolgeffecten veroorzaken als impact hebben op de brede welvaart in de regio. We maken onderscheid tussen de impact in de bouwfase en in de exploitatiefase. De figuur houdt geen rekening met maatregelen die de veranderingen kunnen verlichten of versterken.

52

Effecten De komst van nieuwe werknemers voor de bouw kan de druk op de woningmarkt vergroten, vooral voor huurwoningen en tijdelijke verblijfsaccommodaties. Veel van hen zullen waarschijnlijk tijdelijk blijven, zoals het geval was bij Hinkley Point C, waardoor ze in deze fase niet snel een woning zullen kopen. Daarnaast zullen de nieuwkomers naar verwachting lokale voorzieningen zoals supermarkten, horeca, zorg en openbaar vervoer gaan gebruiken. Afhankelijk van het aantal werknemers dat met hun gezin verhuist, kan dit leiden tot een toenemende vraag naar onderwijs en kinderopvang. Onderzoek wijst uit dat tijdens de bouwfase van grote projecten ongeveer 10% van de nieuwkomers het gezin meeneemt, terwijl dit percentage in de exploitatiefase kan oplopen tot 90% (RodriquezBachiller & Glasson, 2004). De komst van veel nieuwkomers kan ook onrust veroorzaken, vooral in kleine gemeenschappen. Dit zou kunnen leiden tot een verhoogde perceptie van onveiligheid en een toename van (kleinere) delicten. Daarnaast zou het toegenomen aantal verkeersbewegingen files, geluids- en geuroverlast kunnen veroorzaken, en zorgen voor een grotere vraag naar parkeerplaatsen, wat druk kan leggen op de lokale parkeervoorzieningen (we komen hier in het hoofdstuk over de fysieke impact op terug).

Impact van bouw De grotere vraag naar woonruimte kan risico’s met zich meebrengen. Verdringing op de woningmarkt is mogelijk, vooral in de huursector, aangezien veel nieuwkomers op zoek zijn naar tijdelijke huisvesting. Dit kan met name lokale inwoners met lagere inkomens, starters en éénverdieners raken. Ook zou de vraag naar woningen het risico op uitbuiting kunnen vergroten, waarbij verhuurders slechte huisvesting aanbieden onder ongunstige omstandigheden. Verder kan de toenemende vraag naar woningen leiden tot vertragingen in de woningbouw, door een grotere behoefte aan aannemers en klusbedrijven, wat niet alleen nieuwe inwoners, maar ook andere inwoners met bouwplannen treft. Aan de andere kant kan het gebruik van lokale voorzieningen door nieuwkomers de levensvatbaarheid van voorzieningen in kleinere kernen vergroten. Voorzieningen die onder druk staan, zouden door de extra vraag beter in stand gehouden kunnen worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor kleinere (buurt)supermarkten, scholen en kinderopvang. Een toenemende vraag naar zorg kan echter leiden tot langere wachttijden en een mogelijke verlaging van de zorgkwaliteit, vooral gezien het tekort aan zorgpersoneel in Zeeland. Ten slotte wordt een negatieve impact van het toegenomen verkeer verwacht, zoals onveilige situaties, overlast en gezondheidsklachten door emissie.

Meer verkeer zou kunnen leiden tot files en langere reistijden, evenals vertragingen voor lokale hulpdiensten. Een geuite zorg is dat de ruimte die nodig is voor extra parkeerterreinen ten koste kan gaan van andere gebruiksruimte met landschappelijke waarde, zoals landbouwgrond en natuur.

Impact tijdens exploitatie Na de bouw van de kerncentrales kan een ‘boom and bust’-scenario voor de woningmarkt ontstaan. Veel tijdelijk personeel zal waarschijnlijk de regio verlaten, wat de lokale leefbaarheid kan aantasten. Het vertrek van veel mensen tegelijkertijd kan leiden tot leegstand, verlies van voorzieningen en dalende inkomsten bij lokale detailhandelaren en andere bedrijven.

53

Het vertrek van werknemers kan ook leiden tot een daling van de huizenprijzen. Daarnaast zouden woningen in de nabijheid van de kerncentrales mogelijk minder aantrekkelijk worden voor kopers door de aanwezigheid van de nieuwe kerncentrales. Extra investeringen in het wegennet en spoor tijdens de bouw zouden Zeeland na de bouwfase beter bereikbaar kunnen maken, waardoor de regio aantrekkelijker kan worden als woon- en werkgebied. Na de bouw wordt verwacht dat de sociale cohesie en veiligheid herstellen. Doordat de meeste nieuwkomers tijdens de exploitatiefase waarschijnlijk langdurig of permanent blijven, kan het lokale leven weer normaliseren. Kadertekst 5.1: Ervaringen uit Somerset

In de omgeving van Hinkley wordt gebruik gemaakt van vakantieparken, campings en (huur)woningen om tijdelijke arbeidskrachten onderdak te bieden. Veel vakantieparken zijn omgebouwd met chalets voor de Hinkley Point C-werknemers, zoals een respondent vertelt: “So it’s a holiday park, but it’s not caravans. It’s actually little chalets […] there’s no tourists there anymore. It’s all HPC [Hinkley Point C] workers and there’s 900 there.” Daarnaast worden huizen aangepast tot ‘houses of multiple occupation’ (HMO’s), waar meerdere werknemers in één woning verblijven. Een respondent legt uit: “A normal family house […] would get bought by a landlord. The landlord would change all of the bedrooms to be single bed sets […] and you’ve got a shared bathroom and kitchen.” Om in de zorgbehoefte van de toenemende arbeidskrachten te voorzien, is er een zorgcentrum opgezet op de bouwplaats van Hinkley Point C, met artsen en verpleegkundigen. In geval van ernstige incidenten wordt de National Health Service (NHS) ingeschakeld. “Any call out by ambulance to site that the onsite Health Centre can’t deal with […] maybe there is an incident that needs an ambulance to come and fetch them and take them to hospital.” Sommige werknemers, vooral uit het buitenland, kampen met mentale klachten.

Eén respondent beschrijft: “And there are non-home-based workers, this is the first time they’ve ever been away from home […] mental health is quite a big thing as well. And so we have lots of mental health buddies.” In Somerset is er geïnvesteerd in extra veiligheidspersoneel, vooral om sociale overlast door de werknemers te voorkomen. De lokale community safety liaison officer speelt hierbij een grote rol. Een respondent zegt hierover: “She goes out to any complaints that local people have. She will liaise with EDF on some things […] They have meetings with the owners of all of those pubs and clubs […] because some of the anti-social behavior that is experienced when Hinkley workers are off duty.” Parkeren in de woonwijken van Somerset wordt soms als een probleem gezien. Een respondent zegt: “Some of them are really big old Victorian terraced houses and they’ve got 5 bedrooms and they’ve put a person in the lounge […] There’s five cars in that house, and these roads are just jammed with cars everywhere. And the locals are really, really unhappy about it.” Daarnaast zorgt het toenemende verkeer door bouwpersoneel en logistiek voor extra verkeersdrukte en veiligheidsrisico’s. Een respondent zegt: “You’d see a lot of heavy lorries moving in and out through the community at regular intervals.

[…] Either lorries going in with concrete and coming out with earth or coming in with materials and going out empty.” Voor mogelijke leegstand na de bouw van Hinkley Point C wordt gezocht naar oplossingen, zoals het herbestemmen van appartementen die voor de bouw waren bedoeld. Een respondent vertelt hierover: “With careful planning you can be looking at a building that serves one purpose during construction, but maybe serves a different purpose in sort of the permanent operation of the facility.”

54

5.6 Analyse sociaalmaatschappelijk beleid Zeeuwse overheden willen bijdragen aan een gezonde, leefbare en veilige samenleving, waar genoeg huisvesting beschikbaar is. De verschillende visies hierop zijn vertaald in ambities en beleid. De mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales is van invloed op de realisatie ervan. In deze paragraaf verkennen we aan welke beleidsambities de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage kan leveren (+), welke ambities in de knel komen (-) en wat dat betekent voor Zeeland. De eerdere bevindingen uit dit hoofdstuk verbinden we daarmee aan het bestaande beleid. Omwille van de leesbaarheid zijn de geraadpleegde bronnen voor deze paragraaf apart weergegeven in de literatuurlijst (zie bijlage 4).

Spiraal van verschaling doorbreken Het inwoneraantal binnen Nederland is in de afgelopen decennia gegroeid. Tegelijkertijd is het aantal inwoners in Zeeland vrijwel gelijk gebleven. Enkele Zeeuwse gebieden hebben zelfs te maken met een krimpende bevolking. Door relatief sterke vergrijzing en ontgroening van de bevolking blijkt het steeds lastiger om voorzieningen als het voortgezet onderwijs, verpleeghuizen, poliklinieken, spoedeisende hulp, apotheken en bibliotheken in de lucht te houden. De lokale Zeeuwse samenleving raakt hierdoor uit evenwicht.

4.2 Kansen van ‘perifere’ gebieden belemm

Figuur 9: Spiraal van verschraling

Figuur 5.4: spiraal van verschraling

beleidsfocus op sterke regio’s

In hoofdstuk 3 hebben we vastgesteld dat de rijksov

gebieden relatief weinig investeert in de opbouw va

Grote investeringen in de ruimtelijk-economische en

Kinderopvang sluit

Jonge gezinnen verhuizen

structuur concentreren zich al decennialang vooral i

Burenhulp minder makkelijk Sluiting café als ontmoetingsplek

Minder veerkracht gemeenschap

Steeds minder leerlingen basisschool

Sportvereniging kan geen team bijeen brengen

regio’s die zijn aangesloten op de wereldeconomie, de regio Eindhoven. De achterliggende aanname is

de omliggende gebieden en ‘de rest’ mee omhoog t

laat echter zien dat het tegenovergestelde gebeurt e

Sluiting winkels Winkels nabij bushalte krijgen minder klandizie

Onevenwichtige samenstelling bevolking

Gebrek aan geschoold personeel

Minder betrokkenheid bij politiek

de andere gebieden juist verder leeg trekken. De bel

Concentratie middelbare scholen

regio’s waar sprake is van achterstanden in brede w

Weinig leden muziekvereniging

hoofdzakelijk tot het bekostigen van de gevolgen va

Mantelzorg onder druk

Student kan moeilijker stageplek vinden

Onvoldoende huizen voor starters en senioren

Bedrijf sluit vestiging

Studenten hbo/wo verhuizen uit regio

standen. Wat ontbreekt zijn gerichte investeringen in

singen en kansen voor regio’s buiten de economisch

Dalend aanbod mboopleidingen

op basis van een samenhangende toekomstgerichte

ontwikkeling van brede welvaart. Het rijksbeleid pla Mensen kunnen moeilijker naar streekziekenhuis

Geen toestemming voor nieuwbouw woningen

Bushalte wordt opgeheven

Huisartsen en apotheek naar gezondheidscentrum

wonden die door dat beleid niet worden gedicht en telkens verder open worden getrokken.

Als gevolg van deze focus op sterke regio’s wordt in

ling van brede welvaart tussen regio’s steeds scheve

dit. De onevenwichtige rijksinzet leidt tot sterkere ste Bevolking vergrijst en krimpt

Bron: ‘Elke Regio Telt!’

tegelijkertijd tot een gestage verzwakking van de reg

vaartsachterstanden. Door de afname van de econo in die regio’s trekken jongeren er bovendien steeds

Uit de monitor brede welvaart ‘Leven in Zeeland’ blijkt dat de leefbaarheid onder druk staat. Er is sprake van eenzaamheid, gezondheidsproblemen en verlies van sociale cohesie onder Zeeuwen. De ELKE REGIO TELT! | HOOFDSTUK 4 behoefte aan zorg neemt toe, terwijl tegelijkertijd ook de gemiddelde reistijd en vervoersarmoede toenemen. Dit geldt in het bijzonder voor regio Zeeuws-Vlaanderen, maar andere delen van Zeeland krijgen hier ook meer en meer mee te maken.

55

Het rapport Elke Regio Telt! laat de verwevenheid zien van verschillende oorzaken en gevolgen in een spiraal van verschraling (zie de afbeelding hierboven) waar Zeeland in toenemende mate mee te maken heeft. De gemeente Borsele noemt het behouden van de leefbaarheid en het betaalbaar houden van haar voorzieningen als een van haar speerpunten in het lopende bestuursprogramma. Zeeland vraagt al langer aandacht voor de uitdagingen die samenkomen in de spiraal van verschraling. In verschillende Regio Deals zijn programmalijnen opgezet met initiatieven. De samenbindende ambitie van deze deals is het doorbreken van de spiraal van verschraling. In dit najaar heeft ZeeuwsVlaanderen/Zeeland haar Regio Deal-aanvraag specifiek gericht op drie thema’s: • Een vitale leefomgeving voor vitale mensen; • Nieuwe oplossingen voor essentiële voorzieningen in rurale regio’s aan de grens; • Een vitale arbeidsmarkt: jongeren, wendbaarheid en veerkracht. Het kabinet-Schoof ziet het vitaliseren van gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat als een opgave waaraan de regering wil bijdragen. In het regeerakkoord is de ambitie geformuleerd om langs de lijnen van Elke Regio Telt! een lange-termijn-investeringsagenda op te stellen voor kwetsbare gebieden als vervanging van Regio Deals die gericht zijn op het geven van een tijdelijke impuls.

Tabel 5.3: Ambities voor het doorbreken van de spiraal van verschraling, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

+

Structurele oorzaken hebben geleid tot een spiraal van verschraling. Voor het doorbreken van die spiraal heeft Zeeland behoefte aan een grotere en meer gevarieerde beroepsbevolking die de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in stand kan houden. De mogelijke komst van kerncentrales zet een discussie over de toekomst en draagkracht van Zeeland op scherp en opent mogelijkheden om structurele investeringen te doen waardoor de toekomst van Zeeland niet langer gaat over wat het tekort komt, maar wat het juist kan bieden om zo de spiraal te doorbreken.

Draagvlak en vertrouwen in overheden Het vertrouwen in de overheid is in de afgelopen jaren afgenomen. Uit Atlas van Afgehaakt Nederland blijkt dat een deel van de Zeeuwen zich niet gehoord en begrepen voelt. Het tanende vertrouwen zit niet zozeer in te weinig mogelijkheden tot inspreken en participeren, maar gaat eerder over de vraag ‘is de overheid er ook voor mij?’ De Provincie Zeeland zet in op het vergroten van het vertrouwen in overheden door op te treden als betrouwbaar bestuur, met daadkracht en oog voor de belangen van inwoners, in samenwerking met maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en belangenverenigingen. De gemeente Borsele spreekt woorden van soortgelijke strekking. Het nadrukkelijk betrekken van inwoners bij noodzakelijke veranderingen en transities hoort daarbij. Een concreet voorbeeld is het instellen van de Borselse Voorwaarden Groep en de wijze waarop die is samengesteld. Het kabinet wil het vertrouwen van burgers herwinnen. De overheid moet er voor de burger zijn, en niet andersom. Het aanwijzen van Borssele als voorkeurslocatie voor het bouwen van nieuwe kerncentrales roept emoties op bij omwonenden en andere betrokkenen. Dit kwam duidelijk naar voren tijdens werksessies met lokale experts, strategisch adviseurs en beleidsmakers. Betrokkenen ervaren dat Zeeland wordt gezien als een uithoek en de term ‘wingewest’ is veelvuldig gevallen.

Het beeld dat de Rijksoverheid de belangen van Zeeland onvoldoende erkent, wordt ingekleurd met voorbeelden, zoals het afblazen van de marinierskazerne in Vlissingen en het testen van een nieuw spoorwegbeveiligingssysteem waardoor tussen Goes en Vlissingen vier maanden lang geen treinen kunnen rijden.

56

Tabel 5.4: Ambities voor het versterken van vertrouwen in de overheid, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

+/-

Er ontstaat een kans om het vertrouwen van de Zeeuwen en inwoners van Borsele te herwinnen door als overheden zorgvuldig te communiceren en zorgen van inwoners serieus mee te wegen. Dit vraagt om goede samenwerking en afstemming tussen verschillende overheden en de betrokken ministeries. Bij vertrouwen kan het immers ook de andere kant op werken. Als betrokkenen zich onvoldoende gehoord voelen, en een sentiment als ‘Zeeland is het nieuwe Groningen’ wordt versterkt, zullen meer Zeeuwen afhaken.

Een (woon)plek voor internationale werknemers De opgave van de Zeeuwse arbeidsmarkt is niet het creëren van banen, maar het vinden van voldoende mensen met de juiste opleiding voor het invullen van openstaande vacatures. Om hieraan te voldoen is het nodig (tijdelijke) internationale werknemers aan te trekken. Naarmate de regionale economie groeit en de beroepsbevolking krimpt, zullen op termijn meer en meer internationale arbeidskrachten nodig zijn. Het aantal internationale werknemers in Zeeland ligt momenteel rond de 15.000. Per jaar neemt dit aantal toe met ongeveer 17 procent. Eén op de veertien werknemers in Zeeland komt uit het buitenland. In Zeeland is de verdeling: 20 procent hoger opgeleide internationale werknemers (expats) en 80 procent lager opgeleide internationale werknemers (arbeidsmigranten). De aanwezigheid van internationale werknemers zorgt daarmee voor extra druk op de huizenmarkt. Voor het opvangen, informeren, coördineren en coachen van internationale werknemers is Expat Centre Zeeland opgericht. Waar mogelijk staat de Provincie ondernemers toe internationale werknemers op eigen terrein te huisvesten. Zeeuwse gemeenten hebben in regionaal verband afspraken gemaakt over het huisvesten van arbeidsmigranten. Het kabinet-Schoof heeft het beperken van arbeidsmigratie benoemd als een van haar prioriteiten.

Tabel 5.5: Ambities voor vestigen internationale werknemers, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

-

De regionale arbeidsmarkt is krap en kan onvoldoende personeel leveren voor het bouwen en exploiteren van nieuwe kerncentrales. Het zal nodig zijn een beroep te doen op internationale tijdelijke werknemers, zoals ook gebeurt bij de bouw van Hinkley Point C en eerder bij Olkiluoto 3. Het kabinet wil arbeidsmigratie echter beperken, maar wil tegelijkertijd ook nieuwe kerncentrales bouwen. Deze beleidsstandpunten vragen om het afwegen van prioriteiten. Daarnaast zien we een knelpunt ontstaan op het vlak van huisvesting.

Een goed functionerende woningmarkt Naar verwachting zal het aantal Zeeuwen in de komende jaren licht stijgen door vergrijzing, meer internationale werknemers en een groei van een- en tweepersoonshuishoudens. Hiervoor zijn nieuwe huizen nodig. Momenteel heeft Zeeland een tekort van 3.000 woningen. Zoals eerder in dit hoofdstuk toegelicht, is Zeeland met dit tekort de enige provincie die voldoet aan de ambitie van het Rijk om het woningtekort in Nederland terug te brengen naar twee procent in 2030. ABF verwacht dat tot 2030 ongeveer 9.400 woningen moeten worden bijgebouwd in Zeeland om de woningbouwopgave te realiseren. Daarnaast ligt er een opgave om een deel van de bestaande woningvoorraad toekomstbestendig te maken.

57

Vorig jaar sloten de Zeeuwse gemeenten en de Provincie een Woondeal met het Rijk. Het doel is in de periode tot 2030 in totaal 16.500 nieuwbouwwoningen te realiseren. Aanvullend daarop committeert de regio zich tot het realiseren van 3.070 woningen voor arbeidsmigranten. Voor het opvangen van acute woningnood zal de regio 795 flexwoningen gaan bouwen. Tabel 5.6: Ambities voor een goed functionerende woningmarkt, waar de mogelijke komst van kerncentrales een bijdrage aan kan leveren (+) en ambities die in de knel kunnen komen (-).

-

In de bouwfase zullen enkele duizenden (internationale) arbeidskrachten huisvesting moeten vinden binnen een acceptabele reisafstand van de kerncentrale. De huidige woningmarkt kan hier niet in voorzien, want er is sprake van een woningentekort. Ook is het aantal extra woningen, dat bestemd is voor arbeidsmigranten als onderdeel van de Zeeuwse Woondeal, waarschijnlijk onvoldoende en bovendien bedoeld voor het opvangen van de bestaande vraag. De beleidsambities op het vlak van wonen komen daarmee in de knel.

58

6. Impact fysieke leefomgeving 6.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de fysieke impact van de mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales in Borssele. Wij richten ons op de thema’s overlast, fysieke veiligheid (waaronder verkeers- en waterveiligheid), gezondheid en milieu. Het thema milieu bespreken we in dit hoofdstuk als een onderdeel van de brede welvaart in de regio. Dit thema zal uitgebreider aan bod komen in een milieueffectrapportage (mer) die het Rijk in een later stadium laat opstellen. We schetsen hieronder eerst de ruimtelijke omgeving rond de beoogde bouwlocatie in Borssele. Daarna bespreken we de gevolgen, en de mogelijke effecten en impact van de bouw en exploitatie van de kerncentrales.

6.2 Samenvatting advies voor impact fysieke leefomgeving De bouwactiviteiten zullen op lokale schaal overlast tot gevolg hebben voor omwonenden en de natuur. Concreet gaat het om een toename van verkeersbewegingen, hinder van geluid en (fijn)stof en verstoring van het landschap. Ook is sprake van een verhoogd veiligheidsrisico. Het realiseren van meerdere grootschalige projecten in een gebied vraagt om zorgvuldige afstemming en om een integrale benadering op basis van een toekomstgerichte landschapsvisie. Op basis van dit hoofdstuk formuleerden we in hoofdstuk 2 de volgende adviezen.

Maatregelen voor verminderen negatieve impact • •

Tref maatregelen om de overlast van het bouwverkeer te beperken en de verkeersveiligheid te waarborgen. Breng in beeld over welke onderwerpen afspraken nodig zijn in aanbestedingsvoorwaarden en vergunningverlening. De Omgevingsdienst en andere betrokken partijen dienen tijdig en goed in positie te worden gebracht en zij dienen over voldoende capaciteit en kennis te beschikken.

59

•

•

Daarnaast is het van belang dat bij de onderhandelingen die het Rijk voert met de bouwers, de lokale invloed vanuit Borsele en Zeeland wordt betrokken, vanwege de lokale kennis van het gebied, de bedrijvigheid, de omgeving, de arbeidsmarkt en de voorzieningen. Benut de structuur van de Veiligheidsregio om veiligheidsvraagstukken te identificeren, stel een crisisteam samen om snel en adequaat te kunnen handelen wanneer er iets misgaat, breng evacuatiemogelijkheden en -routes in kaart en ga op korte termijn in gesprek met de Veiligheidsregio over de aandachtspunten die zij signaleren in relatie tot fysieke veiligheid. Anticipeer op onzekerheden in de planning van het bouwproces en houd rekening met de mogelijkheid dat de uitvoering langer duurt dan oorspronkelijk gepland. Bedenk wat de mogelijke impact is van vertragingen en hoe negatieve gevolgen daarvan tijdig kunnen worden gemitigeerd.

Aanbeveling voor versterken positieve impact •

Ontwikkel een integrale landschapsvisie waarbij de gebiedskwaliteiten als uitgangspunt dienen en aandacht is voor de cultuurhistorie van het gebied. Benut eerder uitgewerkte visies voor deelgebieden en beschouw de nieuwe visie voor de Sloerand als één van de deelvisies voor de te ontwikkelen integrale landschapsvisie. Betrek het College van Rijksadviseurs bij het ontwikkelen van de landschapsvisie en koppel een investeringsprogramma aan deze visie.

6.3 Kenmerken van de omgeving Bereik van de impact Als het gaat over economische en sociale impact dan is het bereik van het impactgebied respectievelijk 90 en 60 minuten reistijd vanaf de beoogde locatie waarbij de hele provincie Zeeland wordt meegenomen. Als het gaat over impact op de fysieke leefomgeving dan beschouwen we het gebied met een straal van 8 kilometer rond de bouwlocatie als impactgebied. Dit impactgebied omvat met name delen van de gemeente Borsele en de gemeente Vlissingen. Zie figuur 6.1. Figuur 6.1: gebied van 8 kilometer rond de beoogde locatie voor de twee nieuwe kerncentrales

Bronnen: ProRail Basiskaart (2022), Nationaal Wegenbestand (2021) en CBS Bodemgebruik (2017).

60

Er zijn enkele redenen waarom wij dit bereik hebben gekozen. • De eerste en belangrijkste reden is dat het verst gelegen Sloedorp, Lewedorp, op ongeveer 8 kilometer van de bouwlocatie ligt (hemelsbreed gemeten). Borssele, Nieuwdorp en ’s-Heerenhoek liggen ook in dit gebied, net als Ritthem, Nieuw- en Sint Joosland, Hoofdplaat en enkele andere dorpen. • Een tweede reden is dat de (onderzoeks)literatuur informatie geeft over het gebied dat vooral te maken kan krijgen met overlast en landschappelijke veranderingen door de bouw en exploitatie van een kerncentrale. Zo wordt in de literatuur gesproken over een direct impactgebied van minimaal 500 meter tot maximaal 5 kilometer rondom de locatie (Rodriquez-Bachiller & Glasson, 2004). • Een derde reden is dat het gebied van 8 kilometer rondom de locatie in Borssele belangrijke infrastructurele aftakkingen omvat. De N-wegen die van de A58 naar de Westerscheldetunnel lopen, vallen grotendeels in het gebied. Ook valt de goederenspoorlijn die van de hoofdspoorlijn naar het Sloegebied loopt in het gebied evenals een groot deel van de Westerschelde met haar havens en terminals. We willen hier opmerken dat de fysieke impact mogelijk verder reikt dan 8 kilometer. Er zullen mogelijk nog extra terreinen worden aangewezen voor bijvoorbeeld goederenopslag, parkeergelegenheid en grondafvoer/-toevoer.

Op dit moment zijn de locaties en omvang van deze terreinen nog niet bekend. Ook zijn de twee nieuwe kerncentrales niet het enige beoogde energieproject in de regio; er zijn ook ontwikkelingen rond aanlanding van windenergie op zee, waterstof en hoogspanningsverbindingen (zie § 3.4). Waar relevant noemen we ook de andere energieprojecten in dit hoofdstuk.

Relevante fysieke indicatoren Als we kijken naar de regionale monitor brede welvaart van het CBS dan zien we het volgende voor de fysieke aspecten van Zeeland in het algemeen en de gemeenten Borsele en Vlissingen in het bijzonder (CBS, 2024)31: • Zeeland heeft weinig landnatuur vergeleken met andere provincies. Dit geldt ook voor Borsele en Vlissingen. In Zeeland is 8 procent van de totale oppervlakte bos en open natuurlijk terrein. Dit percentage is voor heel Nederland 14 procent. In Borsele en Vlissingen is dit 2 en 4 procent. De Kaloot, gelegen naast de bestaande kerncentrale, is een groter natuurlijk terrein in de gemeente Borsele. In Vlissingen vorm het gebied rond Fort Rammekens een groter natuurlijk gebied. • In Zeeland is de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof hoger dan in veel andere provincies. Vlissingen en met name Borsele zijn gemeenten met veel uitstoot. In Zeeland is de broeikasgasemissie gemiddeld 32 ton CO2-equivalent per inwoner; in de gemeente Vlissingen is dat 33,9 ton en in Borsele is dat 82,5 ton.32 • De ervaren gezondheid van inwoners in Zeeland is vergelijkbaar met die van inwoners in de rest van Nederland. Vlissingen scoort ondergemiddeld op het gebied van gezondheid, terwijl Borsele bovengemiddeld scoort op dit gebied. Ter illustratie: het aandeel inwoners in Zeeland met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen is 34 procent.

In Borsele is dit 31 procent en in Vlissingen is dit 40 procent.

31) De volgende brede-welvaartsthema’s horen bij deze beschrijving ‘milieu’, ‘veiligheid’ en ‘gezondheid’. 32) De broeikasgasemissies in de andere provincies zijn als volgt (in ton C02-equivalent per inwoner; van hoog naar laag geordend): Groningen 24,5; Zuid-Holland 11,0; Limburg 10,8; Drenthe 9,7; Friesland 9,4; Noord-Brabant 9,4; Noord-Holland 9,4; Flevoland 8,7; Gelderland 7,3; Overijssel 7,1; Utrecht 4,9.

61

Naast deze indicatoren van de regionale monitor brede welvaart, zien we ook dat: • Relatief veel inwoners in de gemeenten Borsele en Vlissingen last hebben van lawaai, stank, stof en/of roet uit de omgeving (bijvoorbeeld door verkeer, industrie, bedrijven en landbouw). Vooral inwoners uit de Sloedorpen zeggen hier last van te hebben. Ook het aandeel inwoners van Nieuw- en Sint Joosland dat hier overlast van ervaart ligt hoger dan het Zeeuws gemiddelde. In Vlissingen zijn het vooral inwoners van de binnenstad die deze overlast ervaren en niet zozeer die van Ritthem en omgeving (Leven in Zeeland, 2021). • Inwoners van de Sloedorpen zijn ongeveer net zo tevreden met het buitengebied als de meeste andere inwoners van Zeeland. In Ritthem en omgeving zijn de inwoners meer tevreden met het buitengebied. In Nieuw- en Sint Joosland zijn inwoners hier minder tevreden over (Leven in Zeeland, 2021). Het gebied van 8 kilometer rondom de kerncentrale wordt met name gekenmerkt door buitenwater (dit omvat 46% van het totale gebied; zie ook figuur 6.2). Het buitenwater van de Westerschelde is Natura 2000-gebied en wordt beschermd om de biodiversiteit in Europa te behouden. Verder bestaat het 8 kilometer-gebied uit agrarisch terrein (dit omvat 40% van het totale gebied) en overig bebouwd terrein (dit is vooral bedrijventerrein en omvat 6% van het totale gebied).

Een relatief klein deel van het gebied wordt gebruikt voor woningen en recreatie; 2 procent van het totale gebied wordt voor deze doeleinden gebruikt. Figuur 6.2: ruimtegebruik in het 8 kilometer gebied rond de beoogde locatie

Bron: CBS bodemgebruik (2017)

De infrastructuur via water, weg en spoor is volop aanwezig in de directe omgeving van de beoogde locatie van de kerncentrales. Het Sloegebied kent verschillende haventerreinen en terminals voor het laden en lossen van schepen. Daarnaast loopt een goederenspoorlijn vanaf Lewedorp over het Mallardviaduct naar het Sloegebied. De hoofdwegen zijn de N254 die loopt vanaf de afslag Middelburg en de N62 die loopt vanaf de afslag Heinkenszand naar de Westerscheldetunnel. In figuur 6.3 staat de hoeveelheid verkeer die tussen 2004 en 2019 is gemeten op deze en andere wegen in Zeeland33.

33) Hoewel de gegevens over de verkeersintensiteit ook beschikbaar zijn voor de periode 2020 – 2022 en voor het jaar 2024, presenteren wij de gegevens over de periode 2004 – 2019. De verkeersintensiteit is tussen 2004 – 2019 op meer wegen gemeten dan in de jaren daarna. Bovendien komen wij met gegevens over 2020 – 2022 en 2024 tot soortgelijke conclusies over de verkeersintensiteit op de N-wegen rondom de beoogde locatie.

62

Uit de figuur is op te maken dat de N254 en N62 tot de drukkere wegen van Zeeland behoren. Figuur 6.3: verkeersintensiteit op de Zeeuwse wegen, gemeten op werkdagen tussen 2004 en 2019; hoe donkerder/ roder de lijn, des te meer verkeer er is gemeten

Bron: Provincie Zeeland (2019)

Belangrijke ‘ontvangers’ van eventuele overlast door de bouwwerkzaamheden en het bouwverkeer zijn de inwoners in het 8 kilometer-gebied. In totaal wonen in het gebied van 8 kilometer rond de kerncentrale ongeveer 13.500 mensen. Dat is 3 procent van de totale Zeeuwse bevolking. De meeste inwoners wonen in de dorpen ’s-Heerenhoek (1.780), Lewedorp (1.380) en Borssele (1.265). Het gebied van 8 kilometer telt ongeveer 6.500 gebouwen met een woonfunctie. Deze woningen liggen op verschillende afstanden van de beoogde locatie voor de nieuwe kerncentrales. Zo ligt de woning die het dichtst bij de locatie gelegen is, op minder dan 500 meter afstand. Deze woning ligt ten zuiden van de bouwlocatie en ten Noordwesten van het dorp Borssele. Figuur 6.4 toont de afstand tot de dichtstbijzijnde woningen in de verschillende windrichtingen. De woningen in de gemeente Vlissingen en in de gemeente Terneuzen liggen het verst van de bouwlocatie (in alle gevallen op meer dan 5 kilometer).

63

Figuur 6.4: dichtstbijzijnde woningen tot beoogde locatie binnen een gebied van 8 kilometer

Bronnen: Eigen bewerking op BAG verblijfsobject (2024) en CBS Bodemgebruik (2017).

Het dorp Borssele is aan het begin van de 17e eeuw ontstaan en is gelegen in een polder die in de jaren 1615-1616 is bedijkt (zie o.a. Gemeente Borsele, 2024). Het dorp heeft de status van een ‘beschermd dorpsgezicht’. Deze status is onder meer verkregen door de unieke ligging en het stratenplan van het dorp. Zo heeft het dorp een volledig rechthoekig stratenplan, waarbij de rechte straten gedraaid zijn ten opzichte van de verkavelingsrichting van omliggende polder (beiden ongebruikelijk voor de tijd waarin het dorp is aangelegd).

6.4 Wat als er twee nieuwe kerncentrales komen? Als er twee nieuwe kerncentrales komen, kan dat de fysieke aspecten van de regio veranderen. We bespreken eerst de (directe) gevolgen van het beoogde project. Daarna beschrijven we de mogelijke effecten en impact op de regio.

Gevolgen voor de regio De mogelijke komst van twee nieuwe kerncentrales heeft directe gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Hoewel de exacte omvang van deze gevolgen nog niet in te schatten is, omdat er nog geen bouwer is gekozen en de bouwmethode onbekend is, zijn enkele gevolgen te verwachten. Deze zullen voortkomen uit plaatsgebonden werkzaamheden, zoals de bouw van de centrales, eventuele benodigde nevenlocaties en aanpassingen aan de infrastructuur. • De bouw van de nieuwe kerncentrales verandert het landschap in de directe omgeving door de omvang van de gebouwen, infrastructurele aanpassingen en de cumulatieve effecten van andere energieprojecten. Het open, vlakke gebied, dat weliswaar al zichtbare industrie bevat, maakt veranderingen al snel zichtbaar.

64

•

•

Door de komst van de kerncentrales in Borssele zal de beschikbare ruimte in de omgeving anders en intensiever worden gebruikt. Het toenemende aantal verkeersbewegingen, onder andere door vracht- en woon-werkverkeer, zal de bestaande infrastructuur verder belasten. De bouw en exploitatie van de kerncentrales kan de natuurlijke omgeving verstoren, bijvoorbeeld door het verdwijnen of doorkruisen van leefgebieden van planten en dieren en door emissie.

Verandering van het landschapsbeeld Een eerste gevolg is dat het landschap er anders uit zal zien door de bouw en aanwezigheid van de kerncentrales. Deze verandering wordt veroorzaakt door de omvang, hoogte, kleuren en materialen van de gebouwen en constructies, die zich voegen bij de reeds zichtbare industrie in het Sloegebied. Net als bij de bouw van Sizewell C en Hinkley Point C zullen de centrales bestaan uit grote gebouwen met twee kernreactoren als middelpunt, omringd door turbines en kantoorruimtes, waarvan de kantoorruimtes mogelijk later worden aangepast. Bovendien zullen de benodigde infrastructurele aanpassingen, zoals nieuwe viaducten, bruggen, (spoor)wegen en kruispunten, het landschap verder veranderen. Naast de mogelijke bouw van twee nieuwe kerncentrales staan er meer energieprojecten in de gemeente Borsele op stapel, waaronder de aanlanding van windenergie op zee en recente hoogspanningsverbindingen. Deze combinatie van projecten zorgt voor een cumulatief effect op het landschap, dat in het open, vlakke en agrarische gebied goed zichtbaar zal zijn.

Andere invulling van de fysieke ruimte Een ander gevolg is dat de fysieke ruimte rondom de locatie Borssele anders of intensiever zal worden gebruikt door de mogelijke komst van de kerncentrales. Dit gaat bijvoorbeeld over het verbreden van bestaande wegen, de aanleg van tijdelijke wegen en/of nevenlocaties. Het terrein van de huidige kerncentrale vormt de beoogde hoofdlocatie voor de bouw, waardoor het industriële gebruik van de ruimte niet wijzigt. De functies van de ruimte zullen vooral veranderen op de locaties waar straks extra parkeergelegenheid wordt gecreëerd, materiaalopslag zal plaatsvinden, tijdelijke verblijfsaccommodaties worden gerealiseerd en infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd. Daarnaast moet de ruimte rondom de beoogde locatie ook aangepast worden voor de verlenging en versterking van de Westerscheldedijk. Deze dijk, beheerd door Waterschap Scheldestromen, is een primaire waterkering en moet worden verlengd en versterkt om de waterveiligheid te blijven waarborgen. De exacte hoeveelheid ruimte die nodig is voor de verlenging en versterking van de dijk moet nader worden onderzocht. Ook zal tijdens de bouw grote hoeveelheden grond worden afgegraven om ruimte te creëren voor de constructie. Om de bouwput droog te houden, worden grote hoeveelheden water aan de bodem onttrokken.

Dit kan (tijdelijk) gevolgen hebben voor de grondwaterstand in de omgeving van de bouwlocatie. Het gebied rondom de locatie in Borssele beschikt al over diverse infrastructurele voorzieningen, zoals terminals, havens, een goederenspoorlijn en twee belangrijke wegverbindingen naar de A58. Per dag zijn er ongeveer 23.000 passages door de Westerscheldetunnel (N62; Westerscheldetunnel, 2023) en ongeveer 55.000 door de Vlaketunnel34 (A58; Rijkswaterstaat, 2024). De twee dichtstbijzijnde afritten van de N62 en N256 richting de beoogde locatie worden elk dagelijks door ongeveer 4.000 tot 5.000 voertuigen gebuikt (Provincie Zeeland, 2024).

34) Niet duidelijk is of dit betrekking heeft op enkele richting of op beide richtingen.

65

Met de komst van de nieuwe kerncentrales zal de bestaande infrastructuur intensiever worden gebruikt. Zo steeg bij de bouw van Hinkley Point C het vrachtverkeer met 500 tot 600 extra vrachtauto’s per dag, voornamelijk tijdens de ochtendspits (Glasson & Durning 2019). In Borssele, waar meer toegangswegen beschikbaar zijn dan in Somerset, zal het verkeer toenemen door zowel bouwverkeer als extra woon-werkverkeer. Gezien de huidige verkeersbewegingen op de wegen rondom de beoogde locatie zal deze toename vooral merkbaar zijn op de toegangswegen naar de nieuwe kerncentrales.

Verstoring van de ecologie Een derde gevolg is dat de bouw en exploitatie van de kerncentrales de natuurlijke omgeving kunnen verstoren, waaronder het Natura 2000-gebied van de Westerschelde. Deze verstoring wordt veroorzaakt door de bouw en aanverwante activiteiten, zoals het aanleggen van parkeerterreinen, tijdelijke wegen en opslagplaatsen. Door ruimte vrij te maken voor de logistiek rondom de bouw en de exploitatie kan het leefgebied van planten en dieren verdwijnen of versnipperd raken. Naast het ruimtegebruik zorgen de verkeersbewegingen zowel op land als via het water voor emissies van stoffen via lucht, water en bodem. Tijdens de exploitatie wordt bovendien het opgewarmde koelwater afgevoerd naar de Westerschelde. Deze indirecte gevolgen kunnen de ecologie in de regio mede aantasten. Hoe groot de gevolgen precies zijn, zal moeten blijken uit de nog op te stellen gedetailleerde milieueffectrapportage. Volgens Morris en Emberton (2009)35 moet de inschatting van deze gevolgen worden uitgevoerd door experts met kennis van impactfactoren en lokale ecosystemen. In de literatuur wordt benadrukt dat tijdens de bouwfase, waarin ruimtelijke aanpassingen vaak tijdelijk zijn, maatregelen vooral gericht zijn op het vermijden van negatieve effecten voor de natuur.

In de exploitatiefase, waar de aanpassingen permanent zijn, richten de maatregelen zich op het beperken of compenseren van de schade.

6.5 Verwachtingen over de effecten en impact voor Zeeland Naast deze directe gevolgen van het project voor de fysieke omgeving, zijn er ook andere veranderingen te verwachten. Deze veranderingen vloeien voort uit de hierboven beschreven gevolgen en staan in figuur 6.5 weergegeven. We willen benadrukken dat het hier gaat om zorgen en verwachtingen die zijn geuit tijdens lokale bijeenkomsten en/of voortkomen uit inzichten vanuit de referentietrajecten. De veronderstelde impact is met de grootste onzekerheid omgeven, omdat deze verder in de toekomst ligt en sterk afhankelijk is van keuzes die nog gemaakt moeten worden. Zoals eerder aangegeven, kampt het gebied rondom de beoogde locatie van de kerncentrales met een relatief hoge uitstoot van broeikasgassen en fijnstof, wat het welbevinden en de tevredenheid van sommige inwoners beïnvloedt. De infrastructuur in het gebied is goed ontwikkeld en de omliggende ruimte wordt met name gebruikt voor landbouw en industrie. Tegen deze achtergrond worden de volgende veranderingen in de fysieke aspecten van de samenleving verwacht waarbij wij onderscheid maken tussen ‘milieu’, ‘wonen’, ‘gezondheid’ en ‘veiligheid’ (conform het model van brede welvaart):

35) Bron: In Methods of Environmental Impact Assessment, Third edition. Edited by Peter Morris and Riki Therivel.

66

Milieu •

Door de werkzaamheden kan de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof toenemen. Tijdens de bouw wordt ook grondwater aan de bodem onttrokken wat (tijdelijke) gevolgen kan hebben voor de grondwaterstand en de mate van verzilting. Verder bestaat de zorg dat groene elementen uit het landschap verdwijnen met mogelijke negatieve gevolgen voor de biodiversiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15187292/2