CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Rapport Staat van bestuur 2024

Informatiebijeenkomst 11 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken74.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 7 van 8

Leeftijdsverdeling gedeputeerden n=66

29 (44%)

95 (17%)

18 tot 30 jaar

31 tot 40 jaar

41 tot 50 jaar

51 tot 60 jaar

60 jaar of ouder

Onbekend

Bron: Overheid in Nederland, 2024

Het aandeel mannen en vrouwen varieert per provincie. NoordBrabant, Zeeland en Drenthe hebben de meeste mannelijke Statenleden, de meeste vrouwelijke Statenleden zijn te vinden in Utrecht en Noord-Holland. De hoogste percentages mannelijke gedeputeerden zijn te vinden in Zeeland en Flevoland.

Noord-Holland en Noord-Brabant hebben de meeste vrouwelijke gedeputeerden. Er zijn ook verschillen per partij. De ChristenUnie en de SGP hebben alleen mannelijke gedeputeerden. D66 en GroenLinks hebben evenveel mannelijke als vrouwelijke gedeputeerden.

Tabel 3.12 Procentuele verdeling van mannelijke en vrouwelijke statenleden en gedeputeerden, totaal en per provincie, 2024 Provinciale Staten

Gedeputeerde Staten

Man

Vrouw

Man

Vrouw

Totaal

60%

40%

76%

24%

Drenthe

65%

35%

60%

40%

Flevoland

56%

44%

100%

0%

Friesland

56%

44%

80%

20%

Gelderland

65%

35%

67%

33%

Groningen

56%

44%

80%

20%

Limburg

62%

38%

83%

17%

Nood-Brabant

67%

33%

57%

43%

Noord-Holland

55%

45%

50%

50%

Overijssel

64%

36%

83%

17%

Utrecht

53%

47%

80%

20%

Zeeland

67%

33%

100%

0%

Zuid-Holland

60%

40%

71%

29%

Bron: Overheid in Nederland, 1-10-2024

Staat van het Bestuur 2024

80

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Zittingsduur De meerderheid van de leden van Provinciale Staten is bezig met de eerste zittingstermijn. 73 Procent is korter dan vier jaar in functie. Hoeveel ervaring zij hebben, verschilt per provincie. Naarmate Statenleden langer in functie zijn, wordt het percentage mannen hoger. De zittingsduur van de leden van Gedeputeerde Staten ontloopt die van de Provinciale Statenleden niet veel. 76 Procent van de gedeputeerden is korter dan vier jaar in functie. In Zeeland zijn er meer oudgedienden onder de gedeputeerden dan in andere provincies; 40 procent zit langer dan acht jaar in GS en 20 procent van de leden maakt er tussen de vier en acht jaar deel van uit. Er zijn ook wat verschillen tussen politieke partijen. Van de CDAgedeputeerden is 29 procent langer dan acht jaar in functie, van de SGP gedeputeerden is dat 25 procent. De overige partijen hebben geen gedeputeerden die langer dan acht jaar in GS zitting hebben.

Profiel Commissarissen van de Koning Van de Commissaris­sen van de Koning zijn er in 2024 vijf afkomstig van de VVD en drie van de PvdA. Het CDA levert twee commissarissen en de ChristenUnie en de SP leveren ieder één commissaris. Van de twaalf Commissarissen van de Koning zijn er twee vrouw. De gemiddelde leeftijd van alle Commissarissen is 58 jaar en slechts twee Commissarissen hebben geen wetenschappelijke opleiding.

3.2.2 Tussentijds vertrek van Statenleden en Gedeputeerden Sinds de installatie van de nieuwe Provinciale Staten na de verkiezingen in maart 2023 hebben er al verschillende wisselingen plaatsgevonden. In 2023 vertrokken 78 Statenleden, waarvan ruim de helft toetrad tot het college van Gedeputeerde Staten.155 In 2024 vertrokken 31 statenleden, waarvan een derde een ander ambt in de politiek ging bekleden, zoals wethouder of Tweede Kamerlid. In datzelfde jaar

vertrokken er vier leden van Gedeputeerde Staten. Voorafgaand aan de Provinciale Statenverkiezingen van 2023 zijn de toen zittende statenleden bevraagd over hun bereidheid om al of niet opnieuw kandidaat te willen zijn.156 Degenen die geen kandidaat meer wilden zijn, motiveerden dit vooral met niet politiek-bestuurlijke redenen zoals dat zij lang genoeg lid van de Provinciale Staten waren geweest of dat het de beurt was aan een nieuwe generatie. Daarnaast waren genoemde exit motieven te weinig invloed in de Provinciale Staten (13 procent) en het niet meer kunnen combineren met werk en privé- of gezinsleven (13 procent).

3.2.3 Provinciale coalitievorming en coalitieakkoorden Na de Provinciale Statenverkiezingen in maart 2023 duurde de coalitievorming langer dan gebruikelijk.157 In 2019 lag er begin juni in acht provincies al een akkoord, in 2023 was dit nog slechts in één provincie het geval. Daarvoor waren meerdere redenen. Onderhandelingen duurden lang omdat de inhoudelijke standpunten van de onderhandelende partijen soms ver uit elkaar lagen, bijvoorbeeld tussen BBB en GroenLinks die in vier provincies met elkaar aan de onderhandelingstafel zaten. Ook besloot BBB als relatief nieuwe partij om voorzichtig te werk te gaan en ruim de tijd te nemen in de onderhandelingen. Tot slot hebben meerdere provincies ook ruimte ingebouwd in de onderhandelingen voor inspiratiesessies met inwoners. Over het algemeen hebben de onderhandelingen geresulteerd in brede coalities waarin uiteenlopende politieke kleuren samenwerken. In de coalitieakkoorden worden de belangrijkste problemen in het fysieke domein zichtbaar. 158De strijd om schaarse ruimte en de goede balans vinden tussen verschillende vormen van ruimtegebruik klinkt door in de akkoorden. De doelen van de akkoorden zijn gericht op een toekomstbestendige landbouwsector, herstel van natuur en ook het behoud van het zicht op de provincies. In meerdere provincies worden bodem en water als sturend genoemd in de ruimtelijke ordening.

In de akkoorden komt veel terug over de rol die provincies voor zich zien in de woningbouwopgave.

Overheid in Nederland, Overzicht tussentijdse uitstroom decentrale vertegenwoordigers en bestuurders, november 2024. Invior, Exit-onderzoek Statenleden. Provinciale Statenverkiezingen maart 2023, in opdracht van het ministerie van BZK en Statenlid.nu, juli 2023. 157 M. van Berkum, A. Blanksma Çeta, N. Wijnjeterp, Analyse provinciale coalitievorming en coalitieakkoorden, interne analyse ministerie van BZK, Den Haag, 2023. 158 Idem. 155

156

Staat van het Bestuur 2024

81

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

De provincies geven aan hier een meer ondersteunende rol te vervullen. Woningbouw is een taak die voornamelijk bij de gemeentes ligt, waarbij vanuit de provincies als middenbestuur dan ook de nadruk ligt op een goede samenwerking tussen gemeenten, woningbouwcorporaties en het Rijk. Hoe de provincies deze ondersteunende rol invullen, verschilt wel. Sommige streven expliciet naar een regierol, terwijl andere het meer zoeken in het ondersteunen van gemeenten met kennis en capaciteit. Er is in de akkoorden een grote mate van consensus dat er eerst in binnenstedelijk gebied gebouwd moet gaan worden. Mocht het echt nodig zijn, dan kan er gekeken worden naar locaties buiten bestaand bebouwd gebied, het liefst grenzend aan bebouwd gebied. Sommige coalities zijn hier stelliger in dan anderen. Stikstof was één van de meest gepolitiseerde thema’s in de verkiezingscampagne. De toonzetting op stikstof in de coalitieakkoorden is echter opvallend pragmatisch van toon. In de coalitieakkoorden valt op dat vrijwel alle provincies zich committeren aan de geldende landelijke wet- en regelgeving op het gebied van stikstof.

Provincies zijn tijdens deze coalitievorming proactief bezig geweest met het betrekken van burgers bij provinciaal beleid. Dit is ook zichtbaar in de akkoorden. Limburg heeft bij elk hoofdstuk in het coalitieakkoord inspiratie uit de samenleving opgenomen. NoordHolland heeft niet alleen burgers, maar ook belangengroepen en oppositiepartijen betrokken bij de totstandkoming van het provinciebeleid. De Zuid-Hollandse Gedeputeerde Staten waren al gestart met een burgerberaad en hebben zich (beargumenteerde uitzonderingen daargelaten) verbonden aan de uitkomsten daarvan. Voor andere provincies, zoals Drenthe, Noord-Holland, Overijssel en Flevoland vormt de instelling van een burgerberaad een onderdeel van bestuurlijke vernieuwing. Deze provincies zullen hun experiment met burgerberaden of -panels vermoedelijk aan het einde van de komende coalitieperiode evalueren.

Staat van het Bestuur 2024

82

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Financiële positie provincies Tabel 3.13 Kerngetallen financiële positie159

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

3.2.4 Financiën van provincies

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020*

2021

2022

2023

Exploitatiesaldi (in € mln.)

-685

-466

-987

-659

294

653

-59

91

85

96

3

312

Eigen vermogen (in € mln.)

17.099

16.782

15.937

15.579

16.112

16.764

16.707

16.812

16.877

16.974

16.964

17.276

Solvabiliteit (% van balanstotaal) Netto schuldquote gecorr. (% van baten)

73%

73%

72%

72%

77%

78%

78%

79%

79%

76%

75%

73%

-179%

-196%

-193%

-194%

-179%

-193%

-203%

-201%

-187%

-179%

-167%

-131%

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

Als groep hebben provincies al jaren een hoge solvabiliteit, grotendeels een gevolg van de verkoop van nutsbedrijven Essent en Nuon in 2009. De solvabiliteit van alle provincies samen, neemt de laatste jaren licht af van 79 procent in 2019 naar 73 procent in 2023. Dit is een gevolg van het feit dat provincies meer vreemd vermogen hebben aangetrokken en door per saldo onttrekkingen uit de reserves. De provincies Zuid-Holland, Zeeland en Groningen hebben relatief gezien een lagere solvabiliteit. De nettoschuldquote, gecorrigeerd voor doorgeleende gelden, is hierdoor gestegen van -201 procent in 2019 naar -131 procent in 2023. De schuldquote

is negatief omdat de som van wat provincies uitlenen en aan liquide middelen hebben, hoger is dan wat ze inlenen. De daling van de solvabiliteit en de stijging van de nettoschuldquote van alle provincies samen geven weinig aanleiding tot zorg. De solvabiliteit is hoog en de schuldquote erg laag. In 2023 boekten provincies een gezamenlijk overschot van €312 mln., waarvan ruim de helft, €158 mln., afkomstig was van Noord-Brabant. Van de 12 provincies hadden er 9 een overschot en 3 een tekort. Van die laatste 3 hebben 2 provincies al 3 jaar op rij een tekort.

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

159

Bronnen: Berekeningen BZK op basis van jaarrekening-, nationale rekening-, saldo- en schuldgegevens provincies van CBS. De kengetallen zijn definitief tot en met 2021. Die over 2022 zijn voorlopig (*); de kengetallen over 2023 zijn berekend op basis van onbewerkte Iv3-gegevens, aangeleverd door provincies (**). Het EMU-saldo is afkomstig uit de nationale rekeningen van het CBS en definitief tot en met 2021. De stijging opcenten is afkomstig van de Atlas van lokale lasten van COELO en definitief tot en met 2023.

Staat van het Bestuur 2024

83

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Baten Tabel 3.14 Inkomstenbronnen provincies (€ mln.)160 Jaarrekening

Begroting

2019

2020

2021

2022

2023*

2024**

2.120

2.325

2.424

2.758

3.051

3.319

Decentralisatie-uitkeringen

347

278

118

76

80

292

Specifieke uitkeringen en overige uitkeringen Rijksoverheid

453

336

466

552

488

434

1.679

1.701

1.736

1.773

1.802

1.879

Grondwaterbelasting

15

16

18

16

17

19

Totaal leges

13

15

21

24

22

30

Totaal overige inkomsten

1.068

1.195

1.137

984

1.615

467

Totaal

5.695

5.866

5.919

6.183

7.075

6.439

Algemene uitkering

Opcenten motorrijtuigenbelasting

De totale inkomsten van provincies bedroegen in 2023 €7,1 mld., bijna €0,9 mld. hoger dan in 2022. De ontwikkeling in inkomsten uit het provinciefonds was in lijn met voorgaande jaren; inkom-

sten uit specifieke uitkeringen waren zelfs iets lager. Baten uit geldleningen en uitzettingen stegen met €161 mln. Deelnemingen waren goed voor €68 mln. meer aan inkomsten.

Lasten Tabel 3.15 Nettolasten per taakveld (€ mln.)161 Jaarrekening

Begroting

2019

2020

2021

2022

2023*

2024**

Bestuur

173

172

181

186

210

245

Overhead

583

606

619

688

670

769

1.729

1.783

1.715

1.958

2.015

2.378

Water

111

100

92

96

133

126

Milieu

396

342

351

391

389

412

Natuur

596

627

707

757

779

864

Regionale economie

554

574

444

426

488

452

Cultuur en maatschappij

414

402

383

395

391

408

Ruimte

173

143

192

185

195

244

4.729

4.749

4.684

5.082

5.270

5.898

Verkeer en vervoer

Totale nettolasten

Bronnen: jaarverslagen provinciefonds en meicirculaire provinciefonds 2024 (algemene uitkering en decentralisatie-uitkeringen). Inkomsten uit specifieke uitkeringen zijn berekend op basis van onbewerkte Iv3-gegevens, aangeleverd door provincies. Voor 2023 zijn opcenten motorrijtuigenbelasting, grondwaterbelasting, leges milieubeheer, overige leges, baten leningen en uitzettingen, baten deelnemingen en overige inkomsten berekend op basis van onbewerkte Iv3-gegevens (*). Voor 2023 zijn deze posten afkomstig van begroting gegevens van het CBS en nog voorlopig (**). Gegevens van vóór 2023 voor deze posten zijn afkomstig van het CBS. 161 Het totaal van de nettolasten sluit niet aan op de totale inkomsten omdat veel inkomsten op deze taakvelden worden geboekt. 160

Staat van het Bestuur 2024

84

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De nettolasten stegen in 2023 met €188 mln. of 4 procent ten opzichte van 2022. Bij de nettolasten per hoofdtaakveld zijn de lasten gesaldeerd voor de baten die op dit taakveld worden geboekt, zoals leges of specifieke uitkeringen. Het hoofdtaakveld Regionale economie droeg hier met een nettolastenstijging van €62 mln. (14 procent) het meeste aan bij. Op het taakveld Overhead daalden de nettolasten ten opzichte van 2022, met €17 mln. of 3 procent.

3.3 Waterschappen 3.3.1 De mensen in de waterschapsbesturen162 De waterschappen hebben drie bestuursorganen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Anders dan de gemeenten en provincies hebben de waterschappen een monistische bestuursvorm: bij de waterschap­pen zijn de leden van het dagelijks bestuur ook lid van het algemeen bestuur. Alleen voor de voorzitter en in uitzonderlijke gevallen leden van het dagelijks bestuur die ‘van buiten het algemeen bestuur worden benoemd’, geldt dit niet. De voorzitter is wél lid van het dagelijks bestuur, maar niet van het algemeen bestuur.

Het algemeen bestuur (AB) In het algemeen bestuur van het waterschap zitten naast gekozen vertegenwoordigers van de inwoners een aantal afgevaardigden van beroepsgroepen en organisaties met geborgde zetels: agrariërs, overige ondernemers en van bos- en natuur­ter­ reinbeheerders uit het gebied.163

De provincie bepaalt de omvang van het algemeen bestuur en deze vari­eert op grond van de Waterschapswet tussen de achttien en dertig leden. De pro­vin­cies bepalen ook met ­hoeveel zetels de verschillende categorieën in het algemeen bestuur zijn vertegenwoordigd. De huidige samenstelling van de besturen van de waterschappen is het resultaat van de waterschapsverkiezingen in maart 2023 die tegelijk met de Provinciale Statenverkiezingen plaatsvonden.

Profiel algemene bestuursleden naar leeftijd, geslacht en zittingsduur Van de algemene bestuurs- (AB-)leden is 31 procent vrouw. De gemiddelde leeftijd van de AB-leden is 59 jaar. Hiermee zijn de vertegenwoordigers in dit bestuursorgaan ouder dan die in de gemeenteraden en Provinciale Staten. Het merendeel van de leden van het Algemeen Bestuur zit er nu korter dan vier jaar (69 procent). Minder dan een kwart van de leden (22 procent) is vier tot acht jaar actief in het algemeen bestuur; 9 procent is langer dan acht jaar in functie.

Het dagelijks bestuur (DB) De omvang van het dagelijks bestuur varieert per waterschap van drie tot zes leden. Er bestaat een wettelijke verplichting dat ten minste één lid van het dagelijks bestuur een vertegenwoordiger van één van de drie specifieke belangencate­gorieën is. Verder is de samenstelling vrij.

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

De gegevens in dit hoofdstuk over de kenmerken van de populatie decentrale politieke ambtsdragers zijn afkomstig van Overheid in Nederland (OiN), peildatum 1 oktober 2024. OiN beheert een real time databestand met gegevens van alle gekozen en benoemde ambtsdragers in Nederland. Leeftijd en opleiding zijn nog niet voor alle ambtsdra¬gers bekend. De informatie daarover berust op een valide steekproef uit het bestand. De overige gegevens hebben betrekking op het volledige bestand. Actuele (maandelijks geactualiseerde) informatie over de samenstelling van de vertegenwoordigende en bestuurlijke organen is te vinden op www.staatvanhetbestuurdashboard.nl. 163 Dit verloopt via de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) voor de agrariërs, VNO-NCW voor de overige ondernemers en de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE) voor de beheerders van bos- en natuurterreinen.

162

Staat van het Bestuur 2024

85

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke

Het aantal leden van de dagelijks besturen van de waterschappen bedraagt 90. Hiervan is 75 procent een vertegenwoordiger van de inwoners en 25 procent vertegen­woordiger van de geborgde zetels. De waterschapsverkiezingen van maart 2019 hebben tot veranderingen in de zetelverdeling geleid. De lokale partijen hebben veel zetels in het dagelijks bestuur gewonnen. Zij hebben tien zetels meer ten opzichte van 2018. De ChristenUnie, de VVD en vooral het CDA hebben zetels verloren.

Profiel leden dagelijks bestuur naar leeftijd, geslacht en zittingsduur In 2024 is 31 procent van het aantal leden van de dagelijkse besturen vrouw. Leden van het dagelijks bestuur zijn gemiddeld 57 jaar oud. Van de DB-leden is 7 procent ten minste acht jaar of langer als zodanig actief en 24 procent is vier tot acht jaar actief. 69 Procent zit er nog geen vier jaar.

Profiel van de voorzitters De voorzitter van een waterschap, ook wel ‘dijkgraaf’ of ‘water­ graaf’ genoemd, heeft een vergelijkbare functie als een burge­ meester en leidt de vergaderingen van het algemeen en van het dagelijks bestuur. Onder de 21 waterschapsvoorzitters zijn zes vrouwen (29 procent). Het aandeel van de voorzitters die niet verbonden zijn aan een politieke partij, is 33 procent. Daarna volgen het CDA en de VVD die respectievelijk 24 procent van de dijkgraven leveren. De gemiddelde leeftijd van de voorzitters was in 2024 58,6 jaar. Negentig procent van de voorzitters heeft een hbo- of wo-opleiding afgerond.

5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

3.3.2 De financiën van de waterschappen164 Opbrengsten, kosten en investeringen Meeste opbrengsten uit eigen belastingen De meeste opbrengsten van waterschappen komen uit eigen belastingen. De waterschappen hebben een eigen belastinggebied waarvan de opbrengsten nagenoeg al hun kosten dekken. Met deze belastingen voorziet ieder waterschap zich in het eigen gebied van de middelen die nodig zijn voor een goede uitvoering van het waterbeheer. De figuur laat zien dat de belastingopbrengsten in 2023 86% van de bruto-kosten dekten. Figuur 3.11 Bruto opbrengsten waterschappen naar categorie 2023 (realisatie in miljoenen euro’s en procenten) €247 (6,1%) €126 (3,1%) €191 (4,8%)

€3.450 (86%) Waterschapsbelastingen

Goederen/diensten aan derden

Bijdragen van derden

Overige baten

Bron: Waterschapsspiegel

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

164

Alle cijfermatige informatie in deze paragraaf is ontleend aan door de Unie van Waterschappen aangeleverde gegevens voor de Waterschapsspiegel, de jaarlijkse bedrijfsvergelijking van de waterschappen. De website www.waterschapsspiegel.nl is de landingspagina van de bedrijfsvergelijkingen van de waterschappen, waar naast meer informatie over de financiën van de waterschappen ook heel veel informatie over de opgaven en taakuitoefening van de waterschappen is te vinden.

Staat van het Bestuur 2024

86

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

Met het eigen belastingstelsel zijn de waterschappen, anders dan de gemeenten en provincies, nagenoeg niet financieel afhankelijk van het Rijk. Door deze financiële onafhankelijkheid hoeft er binnen de Rijksbegroting geen afweging te worden gemaakt tussen geld voor waterveiligheid, voldoende en schoon zoetwater en geld voor andere overheidstaken zoals defensie, ‘blauw op straat’ of onderwijs. Dit zorgt voor voldoende middelen voor een adequate uitvoering van het voor ons laaggelegen Deltaland zo essentiële waterbeheer, maar brengt ook een grote verantwoordelijkheid met zich mee om naar belastingbetalers en andere belanghebbenden transparant te zijn in hoe de middelen worden besteed. Vier verschillende waterschapsbelastingen

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

Figuur 3.12 Belastingopbrengsten waterschappen naar belastingsoort in 2023 (raming in miljoenen euro’s en procenten)

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

Figuur 3.13 Netto-exploitatiekosten waterschappen naar beleidstaken 2023 (realisatie in miljoenen euro’s en procenten) 4,4%

3,8% 1,9%

de watersysteemheffing, waarmee de kosten van waterveiligheid, voldoende en schoon oppervlaktewater worden gedekt;

8,1%

de zuiveringsheffing voor de bekostiging van de zuivering van rioolwater; de verontreinigingsheffing, die betaald wordt als een huishouden of een bedrijf zijn afvalwater rechtstreeks in het oppervlaktewater loost;

28,7%

de wegenheffing, waarmee de vijf waterschappen die als neventaak het wegenbeheer hebben, de kosten daarvan dekken.

€10 (0,3%)

€47 (1,3%)

42,5%

2010 HWBP bijdragen Afvalwaterzuivering Overig

Waterkeringen (Vaar)wegenbeheer

Watersystemen Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Bron: Waterschapsspiegel

€1.609 (45,8%)

Meeste investeringen in waterveiligheid en droge voeten €1.848 (52,6%)

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

De eerder getoonde opbouw van de belastingopbrengst over de vier soorten waterschapsbelastingen geeft al een eerste beeld van de kosten die de waterschappen maken. De opbouw van de totale netto-exploitatiekosten (€3,5 miljard in 2023) naar taakvelden geeft een verdiepend inzicht. [Zie figuur 3.13]. Hierin is te zien dat de kosten van installaties voor de zuivering van rioolwater (41%), gevolgd door de kosten van watersystemen (28%), oftewel het beheer van het oppervlaktewater, de grootste kostenposten zijn.

10,6%

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

Meeste kosten voor rioolzuivering en beheer oppervlaktewater

Watersysteemheffing

Zuiveringsheffing

Verontreinigingsheffing

Wegenheffing

Bron: Waterschapsspiegel

Wat betreft de bestedingen van de waterschappen zijn niet alleen de exploitatiekosten interessant, maar zeker ook hun investeringsuitgaven. De waterschappen moeten continu investeren om ervoor te zorgen dat hun infrastructuur (waterkeringen, waterlopen, gemalen, zuiveringsinstallaties en andere waterwerken) ook bij veranderende omstandigheden voor hun taak geschikt blijven. Hun investeringsagenda’s worden op dit moment vooral bepaald door het beperken van de gevolgen van klimaatverandering, zeespiegelstijging, bodemdaling, verzilting en aangescherpte (Europese) milieunormen

Staat van het Bestuur 2024

87

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

alsmede door de noodzaak om slagen te maken met de energietransitie en het sluiten van kringlopen (circulaire economie). De waterschappen investeerden in 2023 voor € 1,3 miljard. Verreweg het meeste hiervan was in de waterkeringen die ons land tegen het water beschermen en die ervoor zorgen dat we droge voeten houden. Het gaat hier om investeringen in primaire waterkeringen en overige waterkeringen. Primaire waterkeringen, waarvan de waterschappen ongeveer 3.200 km in beheer hebben, beschermen ons land tegen het water in de grote rivieren, meren en de zee. De ruim 14.600 km overige waterkeringen beschermen tegen het water in andere watersystemen. Figuur 3.14 Bruto-investeringsuitgaven waterschappen verdeeld naar beleidstaken 2023 (realisatie in miljoenen euro’s en procenten) 5,6%

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

De meest investeringen in de primaire waterkeringen van de waterschappen vinden plaats als onderdeel van het Hoogwater­ beschermingsprogramma (HWBP). Het HWBP is een gezamenlijk programma van de waterschappen en het Rijk dat sinds 2014 bestaat en zorgt voor de coördinatie van de versterkingen van de primaire waterkeringen in ons land. Het programma wordt aangestuurd door een programmabestuur met vertegenwoordigers van de waterschappen en het Rijk en beide organisaties zorgen ook voor de helft van de benodigde middelen. In 2023 ging het voor zowel waterschappen als Rijk om € 225 miljoen. Van de investeringen in primaire waterkeringen van de waterschappen die plaatsvinden binnen het HWBP wordt 90 procent gefinancierd vanuit het HWBP en 10 procent door het investerende waterschap zelf.

Financiële positie De tabel toont enkele financiële kengetallen die inzicht bieden in de financiële positie van de waterschappen per eind 2023.

28,9% Tabel 3.17 Financiële kengetallen waterschappen 2023 (realisatie) 46,1%

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

19,4%

244%

EMU-saldo

-453,7 miljoen -0,04% BBP

Weerstandsvermogen

2,3

Bron: Waterschapsspiegel

Waterkeringen

Rioolwaterzuivering

Watersystemen

Overig

Bron: Waterschapsspiegel

Netto-schuldquote

Vreemd vermogen: de netto-schuldquote van de waterschappen daalt Omdat waterschappen veel investeren, lenen ze ook relatief veel. De netto-schuldquote is een veelgebruikt kengetal dat inzicht geeft in de omvang van de leningen van een organisatie, afgezet tegen de inkomsten. Voor waterschappen vormen de belastingopbrengsten verreweg de grootste inkomstenbron en vandaar dat de omvang van de schuld daartegen wordt afgezet. De figuur laat zien dat de gemiddelde schuldquote van de waterschappen tot en met 2014 steeg, sindsdien dalende is en aan het eind van 2023 244 procent bedroeg.

Staat van het Bestuur 2024

88

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

Figuur 3.15 Netto-schuldquote waterschappen 2009-2023 (realisatie netto-schuld als % van de belastingopbrengsten) 300 290 280

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

270

3

230

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

260 250 240

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Alle waterschappen Bron: Waterschapsspiegel

Schuld hangt samen met de wijze waarop de waterschappen hun investeringen financieren. De waterschappen brengen de risico’s in beeld die in potentie aan schuld kleven, nemen maatregelen om deze risico’s te beheersen en dekken eventuele restrisico’s waar nodig financieel af.

Weerstandsvermogen: risico’s afdoende gedekt Waterschappen zijn zo goed mogelijk voorbereid op calamiteiten die zich bij de uitvoering van hun taken en in hun bedrijfsvoering kunnen voordoen. Ze maken kans op calamiteiten zo klein mogelijk door beheersmaatregelen te treffen. Toch is een calamiteit nooit helemaal uit te sluiten. Door middel van risico­ analyses brengen de waterschappen de financiële gevolgen van mogelijke calamiteiten in beeld, zodat die gevolgen financieel kunnen worden afgedekt. Zo voorkomen ze dat een calamiteit de financiën ernstig verstoort en de gevolgen voor de belastingtarieven

beperkt blijven. Waterschappen dekken de risico’s in financiële zin in eerste instantie af met verzekeringen, met (financiële) voorzieningen en met de post ‘onvoorzien’ in de begroting. Voor het overblijvende - niet-financieel afgedekte deel – bepaalt het bestuur van een waterschap welk bedrag in geval van nood vrijgemaakt moet kunnen worden om gevolgen van calamiteiten te bestrijden. Dit bedrag wordt de ‘weerstandscapaciteit’ genoemd. Een veelgebruikt kengetal dat aangeeft of een organisatie in staat is financiële tegenvallers op te vangen is het ‘weerstandsvermogen’, de verhouding tussen de weerstands­ capaciteit en de geraamde financiële impact van mogelijke calamiteiten. De waterschappen hadden eind 2023 een gemiddeld weerstandsvermogen van 2,3. Hiermee hadden de waterschappen hun risico’s gemiddeld genomen afdoende afgedekt. Bij een weerstandsvermogen kleiner dan één zou dat niet het geval zijn.

Staat van het Bestuur 2024

89

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen De tweede Basismonitor Politieke Ambtsdragers was gericht op het middenbestuur en geeft zicht op de beleving en rolvervulling van politieke ambtsdragers in de provincies en de waterschappen.165 Net als in gemeenten, schuiven politieke ambtsdragers in het middenbestuur vaak door vanuit een vertegenwoordigende rol naar een bestuurlijke rol. Bijna zestig procent van de provinciale bestuurders was eerder statenlid, en vergelijkbaar aandeel Dagelijks Bestuur-(DB-)leden bekleedde eerder een functie als Algemeen Bestuur-(AB-)lid. Ook hebben veel ambtsdragers ervaring bij andere bestuurslagen – met name in gemeenten als raadslid of wethouder. Net als op het niveau van de gemeenten hebben ook ambtsdragers in het middenbestuur vaker maatschappelijke motieven om zich kandidaat te stellen dan individuele motieven. Zij willen iets bijdragen aan de samenleving, politieke ideeën realiseren en invloed uitoefenen op besluitvorming. Onder politieke ambtsdragers bij de waterschappen speelt het verwezenlijken van politieke ideeën een minder grote rol. Leden van de Provinciale Staten besteden gemiddeld 22 uur per week aan hun werkzaamheden en leden van de Algemene Besturen van de waterschappen 12,4 uur. Voor gedeputeerden en DB-leden is dat respectievelijk 61,5 en 41,5 uur.

Persoonlijke achtergrondkenmerken of de grootte van het provincie en het waterschap maken hierin nauwelijks verschil. In lijn met eerder belevingsonderzoek gaat de tijd die politieke ambtsdragers aan hun ambt besteden in belangrijke mate op aan vergaderen. Volksvertegenwoordigers en bestuurders van provincies en waterschappen zijn matig tevreden over de werkdruk, werk-privébalans en verlof- en vervangingsregelingen. Ze geven een rapportcijfer van veelal tussen 5 en 6,5. Volksvertegenwoordigers en bestuurders van provincies en waterschappen zijn relatief tevreden over hun taakvervulling. Provinciale Staten- (PS-)leden en AB-leden zijn het meest kritisch, zowel op zichzelf als op de taakuitvoering door anderen. Het meest tevreden

165

zijn volksvertegenwoordigers en bestuurders met de taakvervulling van Commissarissen van de Koning (CdK’s) en dijkgraven. Opvallend is tot slot dat PS-leden van collegefracties substantieel tevredener zijn over de taakvervulling van PS en Gedeputeerde Staten (GS), dan PS-leden van niet-collegefracties. Onder AB-leden is een dergelijk verschil minder duidelijk waarneembaar. De ondersteuningsbehoefte is over het algemeen sterker onder PS-leden en minder sterk onder GS-leden. De ondersteuningsbehoefte van AB-leden lijkt op die van PS-leden maar is op veel terreinen iets minder sterk, ook zijn de verschillen met DB-leden kleiner. De ondersteuningsbehoeften van PS-leden en AB-leden hangen niet of nauwelijks samen met persoonlijke achtergrondkenmerken. Maar jongere en nieuwe politieke ambtsdragers hebben vaker behoefte aan ondersteuning dan hun oudere en meer ervaren ambtsgenoten. PS-leden hebben het vaakst behoefte aan ondersteuning door het ambtelijk apparaat. GS-leden en DB-leden geven daarnaast vooral aan behoefte te hebben aan ondersteuning in de vorm van uitwisseling van persoonlijke ervaringen en inzichten met anderen (van elkaar leren). PS-leden gebruiken ondersteuning vooral via de eigen politieke partij of de ambtelijke organisatie en veel minder via beroeps- en belangenverenigingen of via commerciële aanbieders.

Politieke ambtsdragers bij provincies en waterschappen zijn redelijk tevreden over het functioneren van de representatieve democratie in hun provincie of waterschap. Volksvertegenwoordigers (PS-leden en AB-leden) zijn daarbij minder positief dan bestuurders (GS-leden en DB-leden). Ook als het gaat om de kwaliteit van de politieke vertegenwoordiging – als onderdeel van het functioneren van de democratie – is het oordeel van de ambtsdragers bij provincies en waterschappers positief. Volgens ambtsdragers van zowel provincies als waterschappen hebben GS/ het DB relatief meer invloed op de besluitvorming dan PS/het AB en de ambtelijke organisatie. Bovendien heeft GS/het DB relatief meer invloed dan de CdK/de dijkgraaf en collegefracties meer dan niet-collegefracties. Gevraagd naar de eigen invloed, wordt deze dan ook het laagst ingeschat door de volksvertegenwoordigers.

Giedo Jansen, Bas Denters en Sabine van Zuydam, Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2020: Volksvertegenwoordigers en bestuurders in provincies en waterschappen over hun ambt, UT en UvT, 2021.

Staat van het Bestuur 2024

90

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Als het gaat om de invloedsverhoudingen binnen het Nederlandse openbaar bestuur, dan vinden zowel de volksvertegenwoordigers en bestuurders van provincies als van waterschappen dat het eigen bestuur dominant is ten opzichte van medeoverheden in hun invloed op de eigen besluiten. De enige uitzondering daarop is de ervaren invloed van de nationale overheid. Overigens zijn volksvertegenwoordigers kritischer over de relatieve invloed van het provincie- en waterschapsbestuur dan bestuurders.

Figuur 3.16 Totaal aantal regionale samenwerkingsverbanden in 2017, 2020 en 2024. 2.000 1.800 1.400 1.200 1.000

3.5 Regionale samenwerkingsverbanden166 Het is niet eenvoudig om de ontwikkeling van regionale samen­ werking cijfermatig in beeld te brengen, want niet alle overheden gebruiken dezelfde definitie van een ‘regionaal samenwerkings­ verband’. En ze houden ook niet op dezelfde manier bij aan welke samenwerkingsverbanden ze deelnemen. Gemeenten, provincies en waterschappen zijn verplicht167 om in hun jaarlijkse begrotingen te rapporteren over hun ‘verbonden partijen’ waarin zij een ‘bestuurlijk of financieel belang’ hebben, maar geven daaraan een eigen interpretatie.

3.5.1 Omvang van regionale samenwerking Over de afgelopen acht jaar is een toename zichtbaar in het totale aantal samenwerkingsverbanden.168 En dat terwijl het aantal gemeenten is afgenomen, van 388 gemeenten in 2017 naar 342 gemeenten in 2024. Het regio-landschap in Nederland laat zich het best vergelijken met een lappendeken, waarbij verschillende verbanden ook nog eens geografisch overlappen.

1.748

1.600

1.311 1.168

800 600 400 200 0

2017

2020

2024

Bron: KWINK-groep, PROOF-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen 2017-2024

We onderscheiden verplichte, semi-verplichte en vrijwillige samenwerkingsverbanden. Voor een drietal samenwerkingsverbanden zijn de taken, juridische vorm en samenwerkingspartners opgelegd vanuit het Rijk. In deze gevallen is er een landsdekkend stelsel ontstaan dat de afgelopen jaren stabiel is gebleven. Dit geldt voor de 25 Veiligheidsregio’s op basis van de Wet veiligheidsregio’s en de 25 GGD-regio’s op basis van de Wet publieke gezondheid. Het aantal Omgevingsdiensten is

Deze paragraaf is gebaseerd op: A. Beukema en S. Dreef, En wat brengt dat de regio? Ontwikkeling van regionale samenwerking in de periode 2017-2024, Berenschot, 2025. Deze analyse spreekt van een regionaal samenwerkingsverband als de samenwerking de alle van de volgende kenmerken vertoont: a) Er nemen ten minste twee overheidspartijen deel aan de samenwerking; b) Het samenwerkingsverband heeft een naam; c) Het samenwerkingsverband heeft een gedefinieerd, vastgelegd doel; d) Er vindt interactie plaats: Tussen een vaste groep mensen; Met een vaste frequentie; Op basis van een vooraf vastgestelde agenda voor elke bijeenkomst; Gedurende een periode van minstens één jaar (om kortlopende projectsamenwerkingen uit te sluiten). e) Er is geen enkele betrokkene die de samenwerking ontkent. 167 Zie art. 15, Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en hoofdstuk 4 en 5 van het Waterschapsbesluit. 168 Inventarisaties van respectievelijk Kwink, Proof, Berenschot en de RU Groningen. 166

Staat van het Bestuur 2024

91

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024 aangepast van 29 naar 28 regio’s, omdat de Omgevingsdienst Noord-Veluwe en Veluwe IJssel fuseerden tot de Omgevingsdienst Veluwe. Naast deze verplichte samenwerkingsverbanden bestaan er ook landsdekkende stelsels van semi-verplichte samenwerkingsverbanden. Daarin is het takenpakket van het samenwerkingsverband door het Rijk vastgesteld, maar bepalen gemeenten zelf met wie ze samenwerken en in welke vorm. De 30 Regionale Energie Strategie(RES-)regio’s zijn daarvan een voorbeeld, net als de 33 Zorg- en Veiligheidshuizen. En voor de 16 afgebakende Arbeidsmarktregio’s geldt dat er wordt gewerkt aan de opzet van één regionaal loket (Werkcentra) om een stevigere verbinding te kunnen leggen tussen overheidspartijen, onderwijsinstellingen, partijen uit het sociaal domein en werkgevers. Vrijwillige samenwerkingsverbanden ontstaan op initiatief van de samenwerkende partijen zelf – denk aan de structurele samenwerking in de Metropoolregio’s en in regio’s als Twente en de Achterhoek. Aan de samenwerking in deze categorie ligt soms een strategische, meerjarige agenda ten grondslag waarin de gezamenlijke ambities van de decentrale overheden (en partners) zijn weergegeven, als leidraad voor het handelen van ‘de regio’. Soms zien we dat het Rijk partij is bij vrijwillige samenwerkingsverbanden.

Dan kan het ook voorkomen dat de inhoud van de samenwerkingsagenda of de regio-afbakening door het Rijk is opgelegd of wordt gestimuleerd.

Lichte toename van het aandeel samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid In 2024 had 49 procent van alle samenwerkingsverbanden een zelfstandige organisatie, of rechtspersoonlijkheid gereguleerd onder publiek- of privaatrecht. 31 Procent van alle samenwerkingsverbanden is vormgegeven op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). 18 Procent van de samenwerkingsverbanden kent een privaatrechtelijke rechtsvorm, zoals een bijzondere of naamloze vennootschap, een stichting of vereniging. Medeoverheden hebben aandelen of zitting in het bestuur van de gezamenlijk opgerichte organisatie. De nipte meerderheid (51 procent) van de samenwerkingsverbanden kent geen eigenstandige rechtspersoonlijkheid of zelfstandige organisatie. In dit geval kunnen deelnemers aan het samenwerkingsverband wel bevoegdheden overdragen aan elkaar of publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden, maar richten zij daarvoor geen aparte rechtspersoon op. Voorbeelden hiervan zijn gemeenten die een samenwerkingsovereenkomst afsluiten waarin zij afspraken maken over gezamenlijke taak- of programma-uitvoering, of gemeenten en de Rijksoverheid die in een convenant afspraken maken over de uitvoering van een bepaald programma.

We zien een lichte toename van samenwerkingsverbanden in deze categorie ten opzichte van 2020, toen 44 procent van de samenwerkingsverbanden zich als ‘afstemmingsconstructie’ of ‘netwerkconstructie’ kwalificeerde. Uit de toename van het aandeel samenwerkingsverbanden zonder rechtspersoonlijkheid – ten opzichte van vier jaar geleden en ten opzichte van het aandeel samenwerkingsverbanden op basis van het publiek- of privaatrecht – ontstaat het beeld dat deelnemers aan samenwerkingsverbanden vaker de voorkeur geven aan ‘lichte’ organisatiestructuren die relatief eenvoudig te veranderen zijn. Daarvoor zijn verschillende verklaringen. Uit diverse onderzoeken onder gemeenteraden weten we dat raadsleden vaak geen ‘grip’ ervaren op gemeenschappelijke regelingen.

Staat van het Bestuur 2024

92

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

Ze hebben de indruk niet te kunnen sturen op besluitvorming in en de uitkomsten van regionale samenwerking,169 zelfs als er veel procedures en instrumenten zijn ingericht om raden wél te betrekken bij die besluitvorming of uitkomsten. Het is mogelijk dat er daarom vaker naar andere rechtsvormen dan een formele Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt gezocht om regionale samenwerking in te richten. Het wijzigen van deelnemende partijen of het besluitvormingsproces vraagt in een GR immers vaak meer tijd, menskracht, middelen, (juridische) expertise én bekrachtiging door de raden dan dezelfde ingrepen in een bestuurlijke samenwerkingsovereenkomst. Bovendien geeft een informele vorm van samenwerking de mogelijkheid om niet-overheidspartijen te laten aansluiten. Tegelijkertijd is de Wgr in 2022 juist gewijzigd en uitgebreid om de democratische legitimiteit van regionale samenwerkingsverbanden te versterken. De gewijzigde Wgr stelt gemeenteraden in staat om hun kaderstellende en controlerende taken vaker en gerichter uit te oefenen bij besluitvorming over GR-aangelegenheden. Voor samenwerkingsverbanden met een andere rechtsvorm zijn die waarborgen voor democratisch gelegitimeerde regionale besluitvorming niet wettelijk verplicht gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15420528/1