Inkomend - Rapport Staat van bestuur 2024
Tekst van het document
Tabel 3.3 Tijdsverdeling over verschillende activiteiten in uren en percentages*
Voorbereiden en bijwonen van raadsvergaderingen (inclusief raadscommissies en vergelijkbare bijeenkomsten)
Raadsleden (N=1.261)
Wethouders (N=373)
Burgemeesters (N=122)
7,0 (36,3%)
6,5 (11,8%)
5,7 (10,2%)
Voorbereiden en bijwonen van collegevergaderingen
7,6 (13,9%)
7,5 (13,7%)
Voorbereiden en bijwonen van fractievergaderingen
3,4 (18,4%)
2,4 (4,3%)
0,2 (0,4%)
Activiteiten van uw politieke partij
1,7 (8,6%)
1,6 (3,0%)
0,4 (0,7%)
1,0 (5,2)
5,8 (10,6%)
5,9 (10,5%)
Qualitate qua (q.q.) nevenfuncties
1,7 (6,5%)
2,6 (4,5%)
4,4 (7,8%)
Contact met individuele inwoners
1,6 (8,4%)
3,1 (5,6%)
4,8 (8,4%)
Contact met dorps/wijkraden/bewonersgroepen
1,1 (5,4%)
2,5 (4,4%)
2,7 (4,6%)
Contact met maatschappelijke organisaties
1,1 (5,6%)
3,3 (6,0%)
3,3 (5,7%)
Contact met bedrijven
0,7 (3,6%)
2,1 (3,8%)
2,4 (4,2%)
Contact met het ambtelijk apparaat
1,0 (5,3%)
11,0 (19,8%)
10,3 (18,5%)
Contact met andere overheden
0,5 (2,3%)
3,4 (6,1%)
4,3 (7,7%)
Andere activiteiten
1,5 (7,6%)
5,2 (9,4%)
6,2 (11,0%)
Activiteiten van regionale samenwerkingsverbanden en gemeenschappelijke regelingen
* Het aantal uren besteed aan de verschillende activiteiten is bij elkaar meer dan het gemiddelde aantal uur dat politieke ambtsdragers aan hun ambt besteden door het afronden van de tijdsbesteding op hele uren. Bron: BPA 2024
Binnen de groepen ambtsdragers zijn er wel verschillen, vooral onder raadsleden. Raadsleden zonder hbo- of wo-opleiding, oudere raadsleden, raadsleden van oppositiepartijen en raads leden van lokale partijen besteden iets meer tijd aan contact met de samenleving en andere overheden, dan hun tegenhangers. De tijd die raadsleden besteden aan contacten met de samen leving en andere overheden neemt verder toe naarmate de gemeente groter is. Raadsleden uit grotere gemeenten besteden ook meer tijd aan politiek-bestuurlijke activiteiten. Het verschil komt vooral voor rekening van het voorbereiden en bijwonen van raadsvergaderingen.
Ondersteuning Alle politieke ambtsdragers hebben behoefte aan vormen van ondersteuning, meer dan in 2019. Waar in 2019 bijna 59 procent van de raadsleden aangaf behoefte te hebben aan ondersteuning door het ambtelijk apparaat, is dat nu 69 procent. Bij wethouders is er een toename van 46,4 procent naar 71,4 procent die aangeeft dit te willen. Bij burgemeesters neemt de vraag toe van 52,2 procent naar 80,5 procent. De onderzoekers stellen dat deze gegroeide behoefte te maken kan hebben met ervaringsjaren. Na de verkiezingen in 2022 zijn immers veel nieuwe raadsleden en wethouders gestart.
Staat van het Bestuur 2024
67
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Tabel 3.4 Behoefte aan en gebruik gemaakt van ondersteuning door politieke ambtsdragers, uitgesplitst naar ambt. (in %) Raadsleden (N=1.248)
Wethouders (N=371)
Burgemeesters (N=123)
Behoefte
Gebruik
Behoefte
Gebruik
Behoefte
Gebruik
Volgen van opleidingen, cursussen en studiedagen
39,6%
60,5%
46,6%
71,0%
70,7%
92,7%
Uitwisselen van persoonlijke ervaringen en inzichten met anderen (van elkaar leren)
48,1%
81,8%
59,2%
89,0%
81,3%
98,4%
Coaching
29,7%
23,4%
30,8%
42,5%
33,3%
43,9%
Gebruik maken van digitale leeromgevingen, tools en online cursussen
31,2%
43,9%
16,4%
47,2%
22,0%
51,2%
Schriftelijk informatiemateriaal (handreikingen, checklists etc.)
40,2%
65,8%
26,3%
66,4%
30,9%
87,8%
Ondersteuning bij het vervullen van het ambt door het ambtelijk apparaat, door de griffie of andere vormen van assistentie (bijvoorbeeld voor fracties)
69,0%
92,0%
71,4%
86,9%
80,5%
93,4%
Tevredenheid mogelijkheden scholing en training
6,4
7,1
8,0
Bron: BPA 2024
Raadsleden, wethouders en burgemeesters hebben vooral behoefte aan ondersteuning door het ambtelijk apparaat, de griffie of andere vormen van assistentie, gevolgd door het uitwisselen van ervaringen met anderen. Dit zijn ook de twee vormen van ondersteuning waarvan zij het afgelopen jaar het meeste gebruik hebben gemaakt. Het minste behoefte is er aan digitale leeromgevingen, tools, online cursussen en schriftelijk informatiemateriaal. De antwoorden van politieke ambtsdragers laten echter zien dat het gebruik van deze vormen hoger is dan de aangegeven behoefte. Wat betreft de waardering van de mogelijkheden voor onders teuning geven alle groepen ambtsdragers deze een voldoende. Raadsleden en burgemeesters zijn ook heel tevreden over de ondersteuning van de griffie, raadsleden geven die een 7,8. Wethouders hebben hiermee minder te maken. Met de ambtelijke ondersteuning zijn wethouders juist het meest tevreden zijn, gevolgd door burgemeesters. Raadsleden zijn het meest kritisch. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de ambtelijke organisatie op relatieve afstand staat van raadsleden omdat die primair het college van B&W. Ook wat betreft ondersteuning en waardering zijn er verschillen tussen groepen.
Zo ervaren raadsleden zonder hbo- of wo-opleiding, die ouder zijn dan 55 jaar en die een lokale partij vertegenwoordigen een hogere maatschappelijke waardering dan andere raadsleden. Ook in de tevredenheid met de financiële vergoeding zijn verschillen zichtbaar. Raadsleden in gemeenten met 20.000 tot 50.000 inwoners zijn statistisch significant minder tevreden dan raadsleden in zowel kleinere als grotere gemeenten.
Daarnaast zijn raadsleden van lokale partijen iets minder tevreden over de financiële vergoeding dan raadsleden van landelijke partijen. Tot slot zijn raadsleden van o ppositiepartijen kritischer zijn over aspecten van ondersteuning en waardering dan hun collega’s van coalitiepartijen.
Motivatie, rolopvatting en zelfevaluatie Als motivatie om actief te zijn in hun ambt noemen alle groepen ambtsdragers in de eerste plaats de inzet voor de samenleving. Negen van de tien lokale politici is de politiek ingegaan om iets bij te dragen aan de samenleving. Zeven op de tien burgemeesters en vier op de tien wethouders deden dit om hun talenten verder te ontwikkelen. Vier op de tien raadsleden is vooral raadslid geworden om invloed uit te oefenen. Als het gaat om rolopvatting hechten raadsleden het grootste belang aan hun volksvertegenwoordigende rol, gevolgd door hun controlerende taak. Voor vrouwen, oudere raadsleden en raadsleden zonder hbo- of wo-opleiding en raadsleden van lokale partijen geldt dit belang van vertegenwoordiging nog in hogere mate. Raadsleden zijn wel minder tevreden geworden over hoe de vertegenwoordigende rol vervuld wordt. Wat betreft de invulling van die rol gaat hen daarbij vooral om de klassieke rol van vertrouwenspersoon: goed luisteren naar alle argumenten om daarna een eigen afweging te maken over wat de beste beslissing is. Ook hechten raadsleden aan democratische procesbewaking: zorgen dat in de gemeentelijke besluitvorming rekening wordt gehouden met meningen van inwoners en lokale organisaties. Gemiddeld
Staat van het Bestuur 2024
68
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
genomen vinden zij afspiegeling van de bevolking wat betreft geslacht en opleiding niet of nauwelijks van belang als ze een oordeel vellen over de kwaliteit van de representatie door de raad. Leden van het college van B&W hechten het meeste belang aan hun taken die verband houden met de gemeenteraad, zoals het informeren van de raad, het uitvoeren van hun besluiten en het afleggen van verantwoording. Burgemeesters zien het zijn van een burgervader/-moeder voor inwoners en het leiding geven bij rampen en crises als hun belangrijkste taken. Met een rapportcijfer tussen de 7,5 en 8 zijn politieke ambtsdragers het meest tevreden over de taakvervulling door de burgemeester. Het meest kritisch zijn ambtsdragers over het functioneren van de gemeenteraad. Het rapportcijfer voor de taakvervulling ligt eerder tussen een 6 en een 7. Dat geldt voor wethouders en burgemeesters, maar ook raadsleden zijn het meest kritisch op het eigen functione-
ren. Wel zijn raadsleden van oppositiepartijen kritischer dan raadsleden van coalitiepartijen, niet alleen over het functioneren van de gemeenteraad, maar ook over het functioneren van het college van B&W en de burgemeester. In vergelijking met 2019 is de tevredenheid over burgemeester, wethouders en raad min of meer hetzelfde. Toen viel op dat elke groep vooral tevreden is met zijn eigen taakvervulling.139 Zo waren raadsleden tevredener met de vervulling van taken door de gemeenteraad dan wethouders en burgemeesters. Wethouders en burgemeesters zijn ook in deze editie van de Basismonitor Politieke Ambtsdragers behoorlijk tevreden met hoe het college van B&W zijn taken vervult. Meermaals komt een score van 8 of hoger voor. Raadsleden scoren echter substantieel lager op hun tevredenheid over de taakvervulling door het college van B&W.
Tabel 3.5 Tevredenheid met vervulling diverse collegetaken – oordelen van college van B&W, wethouders, burgemeesters en raadsleden (0= zeer ontevreden, 10= zeer tevreden) College van B&W (N=523)
Wethouders Burgemeesters (N=396) (N=127)
Raadsleden (N=1.338)
Het informeren van de gemeenteraad*
8,0
8,1
7,9
6,4
Het afleggen van verantwoording aan de gemeenteraad*
8,1
8,2
8,0
6,4
Het uitvoeren van de besluiten van de gemeenteraad*
8,0
8,0
8,0
6,7
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
Het nemen van initiatieven voor nieuw beleid
7,7
7,8
7,4
6,5
Het leiding geven aan de uitvoering van beleid*
7,4
7,5
7,3
6,5
Het ervoor zorgen dat de gemeenteraad goede en uitvoerbare besluiten neemt*
7,6
7,6
7,5
6,4
Het ervoor zorgen dat het college van B&W goede en uitvoerbare besluiten neemt
8,0
8,0
7,8
6,6
Het samenwerken in regionale samenwerkingsverbanden waaraan uw gemeente deelneemt*
7,6
7,6
7,5
6,7
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke
Het samenwerken met overheden en maatschappelijke partners anders dan in regionale samenwerkingsverbanden*
7,5
7,5
7,4
6,6
Het vertegenwoordigen van inwoners*
7,5
7,5
7,4
6,1
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Vet gedrukt: verschillen tussen ambten statistisch significant bij p < 0,05, tweezijdig. * hier verschillen de scores van raadsleden statistisch significant van die van wethouders en burgemeesters; de verschillen tussen wethouders en burgemeesters zijn niet statistisch significant. Bron: BPA 2024
139
G. Jansen, B. Denters, S. van Zuydam, Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2019: raadsleden, wethouders en burgemeesters over hun ambt, Universiteit Twente, 2020.
Staat van het Bestuur 2024
69
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Politiek als loopbaan Uit de eerste Basismonitor bleek al dat er in het lokaal bestuur veelal sprake is van een politieke ‘loopbaan’, waarbij men doorgroeit van de ene functie naar de andere.140 Maar liefst 79 procent van de wethouders bleek toen eerder raadslid te zijn geweest. Van de burgemeesters was 70 procent raadslid geweest en een even grote groep burgemeesters was in het verleden wethouder. De Basismonitor uit 2024 gaat dieper is op de (politieke) ambitie van de verschillende groepen. 141Willen zij in hun functie blijven, de politiek verlaten of doorstromen naar een ander politiek ambt? Hieruit blijkt dat zestig procent van de burgemeesters over vijf jaar nog steeds burgemeester wil zijn. Wethouders zijn verdeeld: sommigen willen doorgaan, anderen willen de politiek verlaten. Veel raadsleden blijken te streven naar een voltijdsfunctie in de politiek, zoals het wethouderschap. De belangrijkste voorspeller van de wens om de politiek te verlaten is een gebrek aan werkplezier, zoals het wel ervaren van werkplezier juist een voorspeller is voor de wens om de huidige functie vast te houden. Oudere, vrouwelijke en universitair of hbo-opgeleide ambtsdragers van vooral landelijke partijen willen vaker de politiek uit. De belangrijkste voorspeller van de ambitie om een ‘hoger’ politiek ambt te zoeken is, naast een gebrek aan werkplezier, onvrede met de lokale democratie.
Ook een gebrek aan werkplezier is een belangrijke voorspeller hiervan. Oudere politici willen minder vaak doorstromen. Ook mannelijke ambtsdragers, ambtsdragers zonder een bachelor- of masterdiploma en politici van lokale partijen willen vaker op hun plek blijven. Ambtsdragers met een migratieachtergrond, die met een bachelor- of masterdiploma en die van landelijke partijen willen juist vaker wel doorstromen.
Ervaren invloed, functioneren en samenwerking Lokale ambtsdragers beoordelen het Rijk gemiddeld genomen als de meest invloedrijke speler in gemeenten, met name in het sociaal domein en op het terrein van veiligheid. In het econo mische en het fysieke domein is dit anders. In het economische domein wordt het bedrijfsleven als de meest 140 141
invloedrijke speler gezien, terwijl in het fysieke domein het gemeentebestuur en het provinciebestuur als de meest invloed rijke spelers worden aangemerkt. Binnen het gemeentebestuur wordt het college van burgemeester en wethouders (B&W) net als in 2019 als invloedrijker gezien dan de gemeenteraad, waarbij men coalitiefracties invloedrijker vindt dan oppositiefracties. Ook zien ambtsdragers het college als de dominante partij ten opzichte van de ambtelijke organisatie. Wethouders zien zichzelf als het meest invloedrijk, gevolgd door burgemeesters. Raadsleden, vooral van oppositiefracties, schatten hun eigen invloed lager in. Wel wordt de invloed van de gemeenteraad ten opzichte van het college nu wat hoger ingeschat dan in 2019, vooral door raadsleden zelf. Naarmate ambtsdragers langer actief zijn, vinden ze dat ze meer invloed hebben op beslissingen in het gemeentebestuur. Lokale ambtsdragers zijn over het algemeen positief over hun vermogen om lokale problemen aan te pakken. Gementeraadsleden, vooral uit de oppositie, zijn minder optimistisch over het probleemoplossend vermogen van hun gemeente. Het probleemoplossend vermogen van het gemeentebestuur hangt in de optiek van ambtsdragers vooral af van het samenspel tussen gemeenteraad en college van B&W.
Ook bestuurscultuur doet ertoe: als lokale ambtsdragers elkaar respectvol bejegenen en conflicten niet uit de weg gaan, is het gemeentebestuur beter in staat om de belangrijkste problemen van de gemeente aan te pakken. Gemeentekenmerken als meerkernigheid van een gemeente en de mate van politiek fragmentatie hebben, zij het beperkt, negatief effect op het probleemoplossend vermogen van de gemeente. Gemeentegrootte heeft hier juist een positief effect op. De onderlinge contacten binnen het gemeentebestuur zijn in het algemeen informeel. Conflicten worden niet uit de weg gegaan, maar leiden niet per se tot felle debatten in de gemeenteraad. Over het algemeen is men tevreden over de bestuurscultuur. Dit blijkt bij te dragen aan het werkplezier van ambtsdragers. Wel zijn er aanzienlijke verschillen tussen oppositie en coalitie in de beoordeling van omgangsvormen en bestuurscultuur. Volgens raadsleden van de oppositie is er sprake van meer afstandelijkheid
Idem. H. Vollaard (red.), Aansprekend en uitdagend. Raadsleden, wethouders en burgemeesters over hun ambt in de Basismonitor Politieke Ambtsdragers 2024, Utrecht, 2024.
Staat van het Bestuur 2024
70
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
in de onderlinge contacten. Ook vinden zij vergeleken met hun collega’s van de coalitie dat conflicten eerder uit de weg worden gegaan en dat raadsdebatten minder levendig zijn. Ze ervaren ook minder onderling respect en oordelen negatiever over het samenspel tussen raad en college. Een vergelijking tussen grote, middelgrote en kleinere gemeenten laat eveneens grote verschillen zien. Hoe meer inwoners een gemeente telt, des te formeler de onderlinge verhoudingen en levendiger het debat in de gemeenteraad. In grotere gemeenten vinden ambtsdragers dat men minder respectvol met elkaar omgaat en worden de verhoudingen tussen raad en college minder positief beoordeeld. Omdat in kleinere gemeenten persoonlijke en zakelijke verhoudingen lastiger te scheiden zijn,
zijn de verhoudingen hier informeler en respectvoller, waar tegenover staat dat politieke debatten hier minder levendig zijn.
Lokale democratie en relatie met burgers Ambtsdragers ervaren geen verval van democratie op lokaal niveau. Over het algemeen zijn zij redelijk tevreden met het functioneren van de lokale democratie in hun gemeente. Raadsleden van de oppositie oordelen hier overigens kritischer over, wat de lagere score van raadsleden verklaart. Het oordeel over de kwaliteit van de lokale democratie steekt positief af bij de opvattingen over het democratisch functioneren van andere bestuurslagen.
Tabel 3.6 Tevredenheid over democratie gemeente, regionale samenwerkingsverbanden, Nederland en Europa (1 = helemaal niet tevreden, 4 = zeer tevreden) Raadsleden (N=1.243)
Wethouders Burgemeesters (N=369) (N=123)
Hoe tevreden bent u in het algemeen over de manier waarop de democratie functioneert in…. …de gemeente
3,0
3,2
3,2
…regionale samenwerkingsverbanden
2,5
2,8
2,9
…de provincie
2,7
2,8
2,9
…Nederland
2,5
2,5
2,3
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
…Europa
2,4
2,5
2,6
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke
Vet gedrukt: verschillen tussen deze groepen zijn statistisch significant (p < 0,05; tweezijdig).
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
… de gemeente (N=1.235) raadsleden coalitie
3,2
raadsleden oppositie
2,7
Bron: BPA 2024
In deze Basismonitor is ook gekeken naar de samenhang tussen de opvattingen van burgers en die van lokale vertegenwoordigers. Daaruit blijkt dat raadsleden wat betreft inhoudelijke opvattingen een goede afspiegeling van de bevolking vormen, ondanks de relatief lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Wel hebben ambtsdragers over het algemeen meer vertrouwen in
politieke instituties dan de gemiddelde Nederlander. Opmerkelijk is dat zij over het algemeen het vertrouwen van inwoners in politiek en (ook lokale) instituties hoger inschatten dan het daadwerkelijk is. Alle groepen politici denken dat kiezers in meerderheid vertrouwen hebben in henzelf.
Staat van het Bestuur 2024
71
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
Tabel 3.7 Door ambtsdragers gepercipieerd politiek vertrouwen van inwoners in verschillende instellingen Inwoners met vertrouwen in…
Schatting allen (n=1435)
Schatting raadsleden (n=1018)
Schatting wethouders (n=308)
Schatting burgemeesters (n=109)
Percentage burgers (n=2851)
De gemeenteraad
54
52
58
61
48
Het college van B&W
53
49
62
63
46
De burgemeester
65
64
71
76
52
De regering
37
37
39
41
37
De Tweede Kamer
39
39
40
38
39
In u als raadslid, wethouder of burgemeester
62
60
65
76
n.v.t.
Percentage ambtsdragers dat antwoordde met ‘weet ik niet’ voor gemeenteraad, college, burgemeester, regering en Tweede Kamer is gemiddeld 5,7 procent. Percentage ‘weet ik niet’ voor gepercipieerd vertrouwen in henzelf liggen iets hogen: 23,1 procent voor raadsleden, 13 procent voor wethouders en 6,3 procent voor burgemeesters. Data van het Lokaal Kiezersonderzoek 2022. Betreft het percentage Nederlanders dat aangaf ‘tamelijk veel’ of ‘heel veel vertrouwen’ zei te hebben in verschillende instituties, tegenover hen die ‘niet zo veel’ of ‘helemaal geen’ vertrouwen hadden, of die het niet wisten. Bron: BPA 2024
Een andere benadering van de lokale democratie is de mate waarin burgers direct betrokken kunnen zijn. De overgrote meerderheid van de ambtsdragers (90 procent) hecht waarde aan directe inspraak van inwoners door hen te laten meepraten over besluitvorming en hen verantwoordelijkheid te laten nemen voor hun eigen woon- en leefomgeving. Tegelijk vindt slechts een beperkte groep van ambtsdragers het belangrijk dat burgers mee kunnen beslissen over beleid. Raadsleden staan wel positiever ten opzichte van burgerparticipatie dan bestuurders en raadsleden van lokale en oppositiepartijen hechten meer belang aan meepraten en meedoen dan raadsleden van nationale en coalitiepartijen. Ambtsdragers vinden in het algemeen participatie geschikter voor minder gevoelige en complexe onderwerpen (zoals groenbeheer) dan voor gevoelige onderwerpen (zoals de opvang van asielzoekers).
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
3.1.5 Tussentijds vertrek van raadsleden en wethouders Gekozen volksvertegenwoordigers worden geacht hun ambt te vervullen tot de volgende verkiezingen. Toch komt het regelmatig voor dat raadsleden en wethouders tussentijds vertrekken. Sinds de installatie van nieuwe raden na de gemeenteraads verkiezingen in 2022 stroomden 2.406 raadsleden (28 procent) tussentijds uit.142 Een deel daarvan deed dit omdat zij wethouder zijn geworden of een ander politiek ambt gingen bekleden. Ook zijn er raadsleden die ziek werden of overleden. De meest voorkomende andere reden van vertrek onder raadsleden blijkt desgevraagd dat het ambt niet langer te combineren is met werk of privéleven.143 Dit sluit ook wel aan bij de matige tevredenheid van zittende raadsleden met tijdsbeslag en werk-privébalans, maar voor een deel is het blijkbaar reden te stoppen. In de periode 2023 en 2024 vertrok 18 procent van de wethouders tussentijds.144 Ook hier spelen het vertrek naar een ander ambt, ziekte of overlijden een rol. Wethouders vertrekken daarnaast om politiek-bestuurlijke redenen.145
Overheid in Nederland, Overzicht tussentijdse uitstroom decentrale vertegenwoordigers en bestuurders, november 2024. Overheid in Nederland, Tussentijds exitonderzoek, in opdracht van het ministerie van BZK, 2024. 144 Overheid in Nederland, Overzicht tussentijdse uitstroom decentrale vertegenwoordigers en bestuurders, november 2024. 145 Overheid in Nederland, Tussentijds exitonderzoek, in opdracht van het ministerie van BZK, 2024. 142 143
Staat van het Bestuur 2024
72
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
3.1.6 Colleges en collegeakkoorden De duur van de collegevorming brak in 2022 records en leverde bredere colleges op dan die in de periode daarvoor.146 Door de fragmentatie in de gemeenteraad waren er meer partijen nodig om tot een college te komen en dat leidt er ook toe dat meer partijen een wethouderspost krijgen. Het gemiddeld aantal wethouders per gemeente komt uit op 4,13. Hierdoor is ook het totaal aantal wethouders gestegen in vergelijking met de raadsperiode daarvoor. Platform 31 heeft in opdracht van de VNG een analyse gemaakt van de collegeakkoorden.147 In de akkoorden wordt veel aandacht besteed aan de onzekere context in de wereld rondom het decentraal bestuur. Het gaat over de gevolgen van de coronacrisis, de inflatie en de oorlog in Oekraïne. In de coalitieakkoorden is er duidelijk veel meer aandacht voor de thema’s onrust, polarisatie, kloven en sociale scheidslijnen. Wat betreft de inhoudelijke keuzes wordt de term woningnood ruim tien keer zo vaak genoemd als in 2018 en speelt dit in het hele land, ook in de voormalige krimpregio’s. Er is veel aandacht voor groepen die het extra moeilijk hebben op de woningmarkt, zoals mensen met een laag inkomen, starters, studenten, ouderen en arbeidsmigranten. Ook het thema bestaanszekerheid is veel belangrijker geworden dan in de vorige periodes.
Met uiteenlopende concrete maatregelen, zoals gratis openbaar vervoer, aanpak van schulden en het
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
146 147
De collegetafel, Wethouders & collegevorming 2022, november 2022. Platform31, Analyse coalitieakkoorden, VNG, 2022.
bestrijden van energiearmoede, willen gemeenten hun inwoners hierbij te hulp schieten. De onderwerpen klimaat en energie leven eveneens in gemeenteland. Zo’n 60 procent van de akkoorden noemt de term klimaatadaptatie, 80 procent de term energietransitie. Er is in de coalitieakkoorden tot slot veel aandacht voor de financiële positie van gemeenten. Het valt op dat in diverse akkoorden aangekondigd wordt dat in de komende bestuursperiode de focus meer op de uitvoering komt te liggen en minder op nog meer plannen en ambities. Mede vanwege diverse incidenten is er in toenemende mate aandacht voor het belang van de kwaliteit van de uitvoering en de menselijke maat. Hiernaast kiest men voor organisatorische verbeteringen: betere dienstverlening, goede kwaliteit en snelheid van de gemeentelijke diensten, nabijheid, dienstbaarheid, beter luisteren, communiceren en betere participatietrajecten. In 20 procent van de akkoorden worden stappen aangekondigd in vormen van bestuurlijke en democratische vernieuwing. In 98 coalitieakkoorden wordt in verschillende toonaarden 188 keer gesproken over ‘democratie’. Dit is iets meer dan vier jaar geleden toen democratie in 76 akkoorden 143 keer werd besproken.
In bijna één vijfde van de akkoorden waarin gesproken wordt over democratie, streeft men naar nieuwe vormen zoals een gelote burgerraad, burgerberaad, burgerpanel, wijkraden, burgerbegroting en het uitdaagrecht.
Staat van het Bestuur 2024
73
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
3.1.7 Financiën van gemeenten Tabel 3.8 Kerngetallen financiële positie 2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Exploitatiesaldo (€ mln.)
-1.230
136
-76
497
493
263
-197
-739
4.585
1.761
3.745
1.732
Eigen vermogen (€ mln.)
29.943
30.010
29.062
29.603
30.188
30.472
30.273
29.471
34.081
35.875
39.651
41.393
Solvabiliteit (%)
33%
34%
33%
34%
34%
35%
34%
33%
37%
38%
40%
40%
Nettoschuldquote, gecorrigeerd voor doorgeleende gelden (%)
56%
60%
62%
56%
56%
57%
58%
55%
42%
43%
35%
41%
Aantal gemeenten met 3 jaar op rij negatief resultaat
107
103
83
54
39
42
56
82
69
30
5
9
Grondexploitatie (afgezet tegen totale baten)
18%
17%
16%
14%
13%
12%
10%
9%
7%
6%
5%
5%
In de eerste jaren na de decentralisaties in het sociaal domein kwam de financiële positie van gemeenten onder druk te staan. In 2018 en 2019 was het exploitatiesaldo negatief, wat betekent dat gemeenten reserves inzetten. Tussen 2017 en 2019 daalde het eigen vermogen daardoor van €30,5 mld. naar €29,5 mld.. Naast het inzetten van reserves tussen 2017 en 2019, zijn gemeenten overgegaan op: een reële verhoging van de OZB-lasten, bezuinigingen op eigen apparaat en het uitstellen/afname van investeringen. Gemeenten stellen dat er sprake is van achteruitgang in het voorzieningenniveau. Ondanks meerdere pogingen hiertoe, is het met onderzoek moeilijk objectief aan te tonen wat het voorzieningenniveau precies is en hoe het zich ontwikkelt. In 2023 boekten gemeenten voor het vierde achtereenvolgende jaar een gezamenlijk overschot, dit jaar van €1,7 mld.. Sinds 2019 is het eigen vermogen met 26,5 procent gegroeid naar €41,4 mld.. De stijging in eigen vermogen door de verkoop van aandelen Eneco door 44 gemeenten (€4,1 mld., dit verklaart ook grotendeels het overschot in 2020) is in dit groeipercentage buiten beschouwing gelaten omdat de verkoop een stille reserve zichtbaar maakte.
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
2022* 2023**
148
Figuur 3.7 Aantal gemeenten met gerealiseerd tekort en drie jaar op rij gerealiseerd tekort148 250 200 150 100 50 0
2019
2020
Gemeenten met tekort
2021
2022
2023
Gemeenten met 3 jaar op rij tekort
Het overgrote deel van de gemeenten had in 2023 een overschot, al liep het aantal gemeenten met een tekort wel op, van 25 in 2022 naar 72 in 2023; 9 gemeenten of 3 procent hadden in 2023 voor het derde jaar op rij een exploitatietekort (5 gemeenten hiervan verkochten in 2020 aandelen Eneco en hebben dus ook de ruimte om in te teren op hun eigen vermogen). Sinds 2008 heeft gemiddeld 15 procent van de gemeenten voor het derde jaar op rij een tekort.
Bron: Berekeningen BZK op basis van onbewerkte Iv3-gegevens, aangeleverd door gemeenten. De aantallen zijn berekend op basis van de gemeentelijke indeling van 2023. Gemeenten die zijn heringedeeld, zijn in de jaren ervoor samengevoegd.
Staat van het Bestuur 2024
74
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
Er is een aantal factoren die bijdroegen aan de overschotten van de afgelopen jaren. Er waren historisch hoge (en deels incidentele) accressen, waarvan veel middelen laat in het jaar werden verstrekt. Daardoor was het te laat voor gemeenten om deze middelen te besteden en tellen deze middelen dus wel op bij de baten, maar niet bij de lasten. Ook was er enige tijd onduidelijkheid over het gemeentefonds in 2026 en verder, na de aankondiging eind 2021 van de nieuwe financieringssystematiek en de uitwerking hiervan in de Voorjaarsnota 2024. Hierdoor hebben gemeenten mogelijk uitgaven aangehouden tot er duidelijkheid was. Verder hebben gemeenten de afgelopen jaren veel tijdelijke extra taken op zich genomen. Met de groei van de taken is de uitvoeringskracht niet in hetzelfde tempo meegegroeid. De baten stegen de afgelopen jaren sneller dan de lasten, al maakten de lasten in 2023 wel een inhaalslag. Figuur 3.8 Totale gerealiseerde baten en lasten gemeenten excl. mutatie reserves in € mld. 80 75
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
70
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
65 60 55
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke
50
5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
In de begrotingsenquête, die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de provinciale toezicht houders jaarlijks houden onder gemeenten, gaf 92 procent van de responderende gemeenten aan dat de realisatie in 2023 achterbleef bij de ambitie die is verwerkt in de begroting. Dit komt met name door personeelstekort, afhankelijkheid van externe partijen en gebrek aan benodigde expertise in de eigen organisatie.149
2017
2018
2019 Baten
2020
2021
2022
2023
Lasten
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
149
Bron: verslag onderzoek begrotingen gemeenten 2024 www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/rapporten/2024/06/verslag-onderzoek-begrotingen-gemeenten-2024/ verslag-onderzoek-begrotingen-gemeenten-2024.
Staat van het Bestuur 2024
75
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Baten Tabel 3.9 Inkomstenbronnen gemeenten (€ mld.)150 Jaarrekening
Begroting
2019
2020
2021
2022
2023*
2024**
Algemene uitkering
25,12
26,89
29,01
33,51
35,72
38,55
Decentralisatie-uitkeringen en integratie-uitkeringen (inclusief IUSD)
5,95
6,59
5,88
6,25
5,86
4,89
Specifieke uitkeringen en overige uitkeringen Rijksoverheid
6,89
10,01
9,22
9,60
11,80
8,57
Totaal onroerendezaakbelasting
4,17
4,40
4,66
4,88
5,27
5,49
Totaal overige belastingen
1,74
1,47
1,56
1,64
2,11
2,04
Totaal leges
4,60
4,81
5,15
5,31
5,69
5,76
Baten bouwgrond
3,14
3,48
3,36
2,92
2,44
3,33
Overige baten
8,20
11,89
8,64
9,12
8,22
5,36
Totaal
59,80
69,53
67,47
73,24
77,11
73,99
Gemeenten ontvangen het grootste deel van hun middelen via het Rijk. Dit gebeurt via uitkeringen uit het gemeentefonds en via zogeheten specifieke uitkeringen. Uitkeringen via het gemeentefonds zijn vrij besteedbare middelen, terwijl specifieke uitkeringen onder voorwaarden worden verstrekt. In 2019 kregen gemeenten 63,5 procent van hun inkomsten van het Rijk, in 2023 was dit opgelopen naar 69,2 procent. Een andere belangrijke inkomstenbron die gemeenten zelf innen is de onroerendezaakbelasting (ozb). Die leverden in 2023 €5,27 mld. op (6,8 procent van de inkomsten). Gemeenten haalden meer op met riool- en afvalstoffenheffing en andere leges (€5,69 mld., 7,4 procent van het totaal). Er is een verschil tussen de ozb en andere belastingen aan de ene kant en leges aan de andere kant. Belastinginkomsten vloeien naar de algemene middelen, gemeenten kunnen dit geld overal voor gebruiken. Leges moeten worden gebruikt voor de taak waarvoor ze geheven worden en mogen ook niet meer dan kostendekkend zijn. Net als in 2022 stegen inkomsten uit parkeer- en toeristenbelasting in 2023 sterk, met respectievelijk €190 mln. en €240 mln. ten opzichte van 2022. De dip van de coronacrisis is hiermee uit het zicht. De inkomsten uit precariobelasting daalden in 2022 doordat 150
gemeenten vanaf 1 januari 2022 geen precariobelasting meer mogen heffen op nutsnetwerken (leidingen, stroomkabels). De gemeentefondsuitkering steeg in 2023 met €1,8 mld. ten opzichte van 2022, minder dan in 2022, toen de gemeente fondsuitkering €5,1 mld. hoger was dan in 2021. In 2023 werd geen coronacompensatie meer uitgekeerd; in 2023 werden minder middelen voor energietoeslag (€867,5 mln.) verstrekt dan in 2022 (€1,9 mld., waarvan €500 mln. bedoeld voor 2023). Ook was het accres in 2023 iets lager, door lagere loon- en prijsontwikkeling. Inkomsten uit decentralisatie- en integratie-uitkeringen daalden in 2023 doordat een deel van de integratie-uitkering Voogdij/18 in dat jaar werd overgeheveld naar de algemene uitkering.
Lasten Gemeenten hadden in 2023 €46,21 mld. aan nettolasten. Nettolasten zijn de lasten minus de baten op een taakveld. Onder de baten vallen specifieke inkomsten gerelateerd aan het taakveld, zoals eigen bijdragen van burgers, leges of specifieke uitkeringen vanuit het Rijk. Negatieve nettolasten betekent dat de baten hoger zijn dan de lasten, zoals bijvoorbeeld op het taakveld Economie, waar toeristenbelasting wordt geboekt.
Bronnen: jaarverslagen gemeentefonds en meicirculaire gemeentefonds 2024 (algemene uitkering, decentralisatie-uitkering en integratie-uitkeringen), onbewerkte Iv3-gegevens, aangeleverd door gemeenten met correcties voor missende waarden (specifieke uitkeringen). Voor 2023 zijn onroerende zaakbelasting, overige belastingen, leges, baten bouwgrond, mutatie reserves en overige baten berekend op basis van onbewerkte Iv3-gegevens met correcties voor missende waarden (*). Voor 2024 zijn deze posten afkomstig van begrotinggegevens van het CBS en nog voorlopig (**). Gegevens van vóór 2023 voor deze posten zijn afkomstig van het CBS.
Staat van het Bestuur 2024
76
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
Tabel 3.10 Nettolasten per taakveld (€ mld.)151 Jaarrekening
Begroting
2019
2020
2021
2022
2023*
2024**
Bestuur en burgerzaken
1,51
1,38
1,32
1,35
1,58
1,58
Overhead
6,13
6,38
6,70
7,04
8,01
8,26
Veiligheid
1,80
1,92
2,02
2,08
2,24
2,47
Verkeer, vervoer en waterstaat
3,09
3,13
3,24
3,47
3,85
4,24
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
Sport, cultuur en recreatie
4,17
4,38
4,47
4,69
5,05
5,40
Sociaal domein
18,19
18,73
18,94
20,75
21,77
22,60
3
Algemene voorzieningen
2,88
2,89
3,03
2,73
2,96
4,27
Inkomensregelingen
1,64
1,36
1,55
3,38
3,25
2,33
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke
Economie
0,01
0,05
-0,10
0,00
-0,12
0,02
Onderwijs
1,90
1,99
1,93
1,99
2,15
2,38
Participatie
3,05
3,06
3,01
3,04
3,11
3,19
Maatwerkvoorzieningen Wmo
5,88
6,40
6,00
6,03
6,35
7,00
Maatwerkvoorzieningen Jeugd
4,73
5,03
5,35
5,57
6,10
5,81
Volksgezondheid en milieu
0,58
0,70
0,59
0,63
0,65
0,87
Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening
0,21
0,05
0,38
0,99
1,03
1,21
Totale nettolasten
37,58
38,72
39,48
43,00
46,21
49,02
De nettolasten stegen in 2023 met 7 procent, iets minder dan in 2022 (9 procent), wat grotendeels samenvalt met de lagere loon- en prijsontwikkeling in 2023. Bij de nettolasten per hoofdtaakveld zijn de lasten gesaldeerd voor de baten die op dit taakveld worden geboekt. Dat zijn bijvoorbeeld afvalstoffenheffing op het hoofdtaakveld Volksgezondheid en milieu, of de gebundelde uitkering (BUIG) van het Rijk op taakveld Inkomensregelingen, waarmee gemeenten
uitkeringen in het kader van onder meer de Participatiewet bekostigen. Van de €3,2 mld. stijging in nettolasten komt bijna €1 mld. door overhead, een stijging van 14 procent. Dit komt vooral doordat er meer salarissen en sociale lasten op dit taakveld werden geboekt (+9 procent ten opzichte van 2022), net als externe inhuur (+17 procent). De totale (bruto-) overheadlasten bedroegen in 2023 12 procent van de totale lasten.
5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
151
Bronnen: Jaarrekeninggegevens gemeenten CBS (2017-2020), Berekeningen BZK op basis van onbewerkte Iv3-gegevens, aangeleverd door gemeenten (2021, *, voor de tien missende gemeenten is 2% van de baten en lasten bijgeschat). Het totaal van de nettolasten sluit niet aan op de totale inkomsten omdat veel inkomsten op deze taakvelden worden geboekt.
Staat van het Bestuur 2024
77
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
Accountantsoordeel
Inwoners en het openbaar bestuur
Accountants toetsen of de opgenomen bedragen juist en volledig zijn (getrouwheid). Met ingang van verslagjaar 2023 geven accountants geen los oordeel meer af van of de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met regelgeving tot stand zijn gekomen
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
(rechtmatigheid). In plaats daarvan leggen gemeenten zelf verantwoording af over de rechtmatigheid in de rechtmatigheidsverantwoording, die onderdeel is van de jaarrekening. In hun oordeel over de getrouwheid nemen accountants dan ook mee of de informatie in de rechtmatigheidsverantwoording juist en volledig is.
Tabel 3.11 Gemeenten uitgesplitst naar oordeel accountant 2023152153 Getrouwheid (aantal)
Getrouwheid (%)
Goedkeurend
334
99,4
Beperking
2
0,6
Afkeurend
0
0
Oordeelonthouding
0
0
Van de 336 gemeenten in deze analyse hadden alleen de gemeente Amsterdam en Culemborg geen goedkeurende verklaring op getrouwheid (0,6 procent, tegenover 1,2 procent in 2022). Deze gemeenten kregen een verklaring met beperking.
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
152 153
Bron tabel en grafieken: onderzoek BZK op basis van controleverklaringen op de jaarrekeningen van gemeenten 2023. Van 6 van de 342 gemeenten was het oordeel van de accountant op het moment van schrijven nog niet bekend. Dit zijn de gemeenten Smallingerland, Waalre, Heiloo, Landsmeer, Rotterdam en Uitgeest. Aandelen zijn berekend op basis van het totaal zonder deze gemeenten.
Staat van het Bestuur 2024
78
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
3.2 Provincies
Samenstelling Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten per partij
3.2.1 De mensen in het provinciale bestuur154 In 2024 is het feitelijk aantal Statenleden 571. Het aantal Statenleden en gedeputeerden hangt af van het inwonertal van een provincie (artikel 8 en 35 Provinciewet). Het aantal gedeputeerden is 66.
De meeste Statenleden vertegenwoordigen de BBB (23 procent), gevolgd door de VVD (11 procent). FvD, die met zijn binnenkomst in de Staten in 2019 14 procent van de zetels had, is na de verkiezingen in 2023 gekrompen tot 2 procent. De verdeling in de Provinciale Staten is ook terug te zien in de colleges van Gedeputeerde Staten (GS). Daar domineren BBB en VVD. De PvdA is in GS met 11 procent van de leden meer vertegenwoordigd dan op grond van het aandeel Statenzetels te verwachten zou zijn.
Figuur 3.9 Verdeling van Statenleden en Gedeputeerden naar partij 2024 0,3 26%
0,25 0,2
23% 18%
0,15 0,1
11%
0,05 0
11%
2% VVD
Volt
4%
6% 6% 3% 3%
SP
SGP
6% 2%
PVV
PvdA
11% 8%
6% 6%
4%
3%
PvdD Lokaal
3%
JA21 GL-PvdA
Statenleden
6%
6%
6%
8%
2% GL
Gedeputeerden
FvD
1% D66
CU
CDA
BBB
2%
50 Partijloos PLUS
Bron: Overheid in Nederland, 1-10-2024
Profiel populatie Statenleden en gedeputeerden naar leeftijd, geslacht en opleiding Het profiel van Statenleden is net als dat van raadsleden vrij eenzijdig. 60 Procent van de Statenleden is man en 47 procent van hen heeft een hbo- of wo-opleiding. Van de gedeputeerden is 76 procent man en 79 procent hbo- of wo-opgeleid. Statenleden zijn
154
gemiddeld 50,6 jaar en gedeputeerden zijn gemiddeld 51,8 jaar. Statenleden in Flevoland zijn het oudst (gemiddeld 57 jaar) en die in Noord-Brabant het jongst (gemiddeld 47 jaar). 50PLUS levert de oudste Statenleden, gemiddeld 67 jaar, en GroenLinks-PVDA (gemiddeld 38 jaar).
De gegevens in dit hoofdstuk over de kenmerken van de populatie decentrale politieke ambtsdragers zijn afkomstig van Overheid in Nederland (OiN), peildatum 1 oktober 2024. OiN beheert een real time databestand met gegevens van alle gekozen en benoemde ambtsdragers in Nederland. Leeftijd en opleiding zijn nog niet voor alle ambtsdra¬gers bekend. De informatie daarover berust op een valide steekproef uit het bestand. De overige gegevens hebben betrekking op het volledige bestand. Actuele (maandelijks geactualiseerde) informatie over de samenstelling van de vertegenwoordigende en bestuurlijke organen is te vinden op www.staatvanhetbestuurdashboard.nl.
Staat van het Bestuur 2024
79
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Figuur 3.10 Leeftijdsverdeling leden van Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten (in procenten), 2024 Leeftijdsverdeling Statenleden n=571
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
1 (2%) 10 (15%)
11 (17%)
58 (10%) 11 (17%)
99 (17%)
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
6
4 (6%)
35 (6%) 58 (10%)
226 (40%)
Inwoners en het openbaar bestuur