CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Rapport Staat van bestuur 2024

Informatiebijeenkomst 11 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken74.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 8 van 8

Het feit dat een grote meerderheid van alle samenwerkingsverbanden niet wordt gereguleerd door de Wgr, werkt het beeld in de hand dat de legitimatie van regionale samenwerking door gemeenteraden, provinciale staten en algemeen besturen van waterschappen overal een probleem blijft.

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Alle medeoverheden nemen vaker deel aan regionale ­samenwerkingsverbanden In vergelijking met 2020 nemen gemeenten, provincies en waterschappen gemiddeld vaker deel aan samenwerkingsverbanden, hoewel de intensievere methode van dataverzameling dit beeld iets kan vertekenen.170 Voor de grote toename over de laatste acht jaar van het aantal samenwerkingsverbanden waaraan ten minste één waterschap deelneemt én het gemiddelde aantal samenwerkingsverbanden waaraan een waterschap deelneemt is nog een andere verklaring. De Europese Kaderrichtlijn Water, gezamenlijke verantwoordelijkheden van gemeenten en waterschappen in de afvalwaterketen en ook het efficiënter organiseren van bedrijfsvoering en belastingheffing zorgde al eerder dat waterschappen meer uitvoerende en ondersteunende taken met provincies en gemeenten gingen realiseren.

Maar de afgelopen jaren was er ook actievere betrokkenheid van de waterschappen in de regio bij strategische, maatschappelijke en meer integrale beleidsopgaven als klimaatverandering, bodemverontreiniging en de samenhang met de landbouwtransitie en de drinkwatervoorziening.171 Waterschappen treden dan ook vaker toe tot regionale bestuurlijke afstemmingsgremia of uitvoerende samenwerkingsovereenkomsten op dit type opgaven – bijvoorbeeld RES-uitvoeringsorganisaties, maar ook de zogeheten Nationale OmgevingsVisie Executiekracht(NOVEX-)verbanden en overlegtafels in het kader van de voormalige provinciale aanpakken voor het landelijk gebied en de ruimtelijke puzzels. Ook de landelijke richtlijn voor water- en bodemsturend beleid in ruimtelijke ordeningsvraagstukken lijkt impact te hebben op de toegenomen deelname van waterschappen aan regionale samenwerkingsverbanden.172

Dreef et. al. 2024. Besturen in Regionale Ecosystemen. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/rapporten/2024/03/29/besturen-in-regionale-ecosystemen Peters c.s. 2022. Regionale Samenwerking en gemeenteraden. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/01/20/bjlage-4-eindrapport-regionale-samenwerking-en-gemeenteraden-1jan2023 170 In 2024 zijn voor het eerst sinds 2017 ook provinciebegrotingen en waterschapsbegrotingen meegenomen in de inventarisatie van ‘verbonden partijen’. In 2020 is er voor de actualisatie van deze dataset niet – zoals in 2017 en 2024 - een analyse gemaakt van alle ‘paragrafen verbonden partijen’ uit gemeentebegrotingen, waardoor het mogelijk is dat het aantal samenwerkingsverbanden in 2020 al hoger lag dan toen is gerapporteerd in de Staat van het Bestuur. 171 Binnema, H. en Vollaard, H. 2023. Waterschappen – Democratie in een onbekend bestuur. Utrecht: Boom Geschiedenis. 172 Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening, 2022. https://open.overheid.nl/repository/ronl-c35e65eba0903d738ae26dab222462337b0d8de7/1/pdf/ water-en-bodem-sturend.pdf 169

Staat van het Bestuur 2024

93

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Figuur 3.17 Gemiddelde aantal samenwerkingsverbanden waaraan gemeenten, provincies en waterschappen deelnemen in 2017, 2020 en 2024. 70 60

66

50 40

42

41

37

30 27

20

29

27

10

14

13

2017

2020

0 2017

2020

2024

2017

2020

2024

2024

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

Figuur 3.18 Aantal samenwerkingsverbanden waaraan ten minste één gemeente, provincie of waterschap deelneemt in 2017, 2020 en 2024. 2.000 1.800 1.600

1.633

1.400 1.200 1.000

1.275 1.071

800 600 400

379

200 0

511

209 2017

2020

2024

2017

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

2020

2024

112

165

2017

2020

295 2024

Staat van het Bestuur 2024

94

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Samenwerking Rijk en regio In de Staat van het Bestuur van 2022 werd al erkend dat het aantal ‘gebiedsgerichte maatwerkoplossingen’ voor specifieke regionale opgaven toenam sinds de vorige rapportage in 2020. In de vorm van ‘deals’ of programma’s werken Rijksoverheid en regio samen aan de aanpak van deze opgaven. Voorbeelden zijn de Regio Deals (waarvan momenteel nog in totaal 61 in uitvoering), de 35 Woondeals, de City Deals (waarvan nog elf in uitvoering) en de Green Deals (waarvan nog vijf in uitvoering), maar ook de 16 NOVEX-gebieden en de bijbehorende grootschalige woningbouwlocaties, het programma Regio’s aan de Grens (sinds 2025 het Nationaal Programma Vitale Regio’s), het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie, het Programma Groen in en om de Stad en het Regionetwerk. Slechts in een beperkt aantal gevallen is sprake van een convenant of samenwerkingsovereenkomst waarin de deelname van departementen naast gemeenten, provincies of waterschappen is vastgelegd. In landelijke programmadocumenten of Kamerbrieven wordt dan wel melding gemaakt van samenwerking of partnerschap met medeoverheden, maar gemeenten of provincies vermelden de betreffende Rijksdepartementen niet als deelnemers aan het samenwerkingsverband die ze opnemen in de paragraaf ‘verbonden partijen’ van hun begrotingen.

Dat is bijvoorbeeld het geval bij regionale transitievisies warmte (onder het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie) en bij de Regionale Energiestrategieën en de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) in het veiligheidsdomein. Het feit dat Rijk en regio verschillend rapporteren over de deelname van Rijkdepartementen maakt het beeld over de totale omvang van Rijksdeelname in de regionale samenwerkingspraktijk diffuus. In 5,1 procent (89) van het totaalaantal samenwerkingsverbanden rapporteren medeoverheden wél over de deelname van het Rijk aan de samenwerking. Daarbij moet dus wel worden aangemerkt dat de dataset niet volledig is op alle vormen van samenwerking tussen Rijk en regio. De onderstaande figuur geeft de indicatie dat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en

173

het ministerie van Economische Zaken het vaakst deelnemen aan regionale samenwerkingsverbanden. Figuur 3.19 Deelname van Rijksdepartementen aan samenwerkingsverbanden – aandeel van het totale aantal regionale samenwerkingsverbanden waaraan ten minste één Rijkdepartement deelneemt. Min. VWS Min. VRO

2%

9%

Min. SZW

15%

8%

Min. OCW Min. LVVN Min. KGG

3% 8%

Min. JenV Min. IenW Min. FIN Min. EZ Min. DEF Min. BZK

13% 8% 2% 9% 2%

12% 7%

Min. BZ Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

Weinig structurele samenwerking met niet-overheidspartijen Al in 2016 constateerde de Studiegroep Openbaar Bestuur in het rapport Maak Verschil dat niet alleen de bestuurlijke, maar ook de economische en maatschappelijke werkelijkheid zich in toenemende mate manifesteerde op regionaal niveau.173 De werkelijkheid van alledag was verworden tot een regionaal netwerk, stelden de onderzoekers, waarin overheid, ondernemers, zorg- en welzijnsinstellingen en maatschappelijke initiatieven elkaar continue zouden treffen en samen zouden werken aan de uitvoering van een aanpak voor regionale opgaven. In het onderzoek Besturen in Regionale Ecosystemen bleek in 2024 dat er in de samenwerkingspraktijk van 10 van die regionale netwerken nog maar weinig structurele verbinding tot stand komt tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke

Studiegroep Openbaar Bestuur. 2016. Maak Verschil. https://www.kennisvandeoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/04/01/maak-verschil---rapport-studiegroep-openbaar-bestuur

Staat van het Bestuur 2024

95

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

instellingen.174 Dat beeld zien we terug in de cijfers: in slechts 5 procent van het totaalaantal samenwerkingsverbanden troffen we meer dan één niet-overheidspartij aan. In de 10 casusregio’s van het Bestuurlijke Regionale Ecosystemen(BRE-)onderzoek werden wel tijdelijke verbanden aangetroffen waarin overheden, ondernemers en onderwijs- of kennisinstellingen samen concrete, tastbare resultaten wisten te realiseren. Vaak startte de samenwerking op met een tijdelijke financiële prikkel van buiten, bijvoorbeeld vanuit een provincie of het programma Regio Deals, waar het bevorderen van samenwerking tussen overheids- en niet-overheidspartijen in een regio één van de doelstellingen vormt. Het onderzoek constateert dat de overheidsdeelnemers aan het triple-helix verband vaak een aanjagende rol hebben. In onder andere Agrofood Capital in Noordoost-Brabant, in het Innovatiepact Fryslân en in Samen maken wij Flevoland leidde dat tot structurele, langjarige ontmoeting én het uitlokken van private investeringen in de samenwerking om regionale opgaven aan te pakken. Als er structurele samenwerking tot stand komt, is die wel vaak gericht op één specifiek beleidsterrein.

Een derde van het totaalaantal samenwerkingsverbanden richt zich in ieder geval op opgaven in het ruimtelijk domein. Er is daarin weinig ontwikkeling zichtbaar over de afgelopen acht jaar: altijd is ruimtelijke samenwerking dominant geweest. Tegelijkertijd is samenwerking op economische thema’s (waaronder de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van human capital) en sociale vraagstukken (naast de klassieke ­sociaal domein thema’s WMO, Participatie en Jeugdzorg – bijvoorbeeld bestaanszekerheid en het beperken van gebruik van sociale voorzieningen) over de afgelopen acht jaar sterker toegenomen dan samenwerking op ruimtelijke thema’s. De toename van samen­ werking op het terrein van Ruimte lijkt in de periode 2020-2024 wel meer af te vlakken: een toename van 132 procent, waar het aantal samenwerkingsverbanden gericht op Economie, Sociaal Domein en Energie en Duurzaamheid met meer dan 150 procent toeneemt.

Figuur 3.20 Aantal samenwerkingsverbanden naar beleidsveld, 2017-2024 700 656

600 500 456

400 300 253

200 100

162 190

178 179 32 39

0 A) Bedrijfsvoering

2017

217

445

166

233

230

285 164

201

262

92

74

B) Belastingen

2020

216

497

358

326

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

3.5.2 Beleidsterreinen waarop wordt samengewerkt

C) Onderwijs, Cultuur en Sport

D) Energie & Duurzaamheid

E) Economie

F) Ruimte

G) Sociaal Domein

H) Veiligheid

2024

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

174

S. Dreef et. al. 2024. Besturen in Regionale Ecosystemen. https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/documenten/rapporten/2024/03/29/besturen-in-regionale-ecosystemen

Staat van het Bestuur 2024

96

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Vaker sectoraal dan integraal Functionele integraliteit gaat over de mate waarin samenwerkingsverbanden zich richten op meer dan één beleidsterrein. Uit de in 2024 verzamelde data blijkt een lage functionele integraliteit: 69 procent van de samenwerkingsverbanden werkt aan één beleidsthema, en het aandeel samenwerkingsverbanden dat zich op drie of meer beleidsthema’s richt is slechts 10 procent. Dat is geen vreemde bevinding, aangezien het gezamenlijk uitvoeren van taken niet per se vragen om een strategische, integrale

benadering waarin een afweging tot stand komt vanuit meerdere beleidsterreinen. De combinatie ‘ruimte’ en ‘economie’ komt het vaakst voor, namelijk in 28 procent van alle samenwerkingsverbanden. In 11,3 procent van de samenwerkingsverbanden richten partijen zich zowel op het ruimtelijk als het sociaal domein. Over de jaren 2017-2024 zien we tot slot een duidelijke toename van het aandeel samenwerkingsverbanden dat zich op meer dan één beleidsterrein richt.

Figuur 3.21 Aandeel samenwerkingsverbanden dat zich richt op 1-8 thema’s in 2017-2024. 70 60 50 40 30 20 10 0 80 70 60 50 40 30 20 10 0 80 70 60 50 40 30 20 10 0

62,1%

1

25,6%

6%

3%

2

3

4

1,1% 5

0,5% 6

0,5% 7

0,8% 8

0,3% 9

0,2% 10

73%

17,8% 1

2

4,6% 3

1,7% 4

1,2% 5

0,3% 6

1% 7

0,5% 8

1,8% 4

0,9% 5

0,4% 6

0,2% 7

0,2% 8

78%

14,3% 1

2

4,2% 3

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

De schaal waarop gemeenten hun samenwerking organiseren is de afgelopen jaren over het algemeen vrij stabiel.

Staat van het Bestuur 2024

97

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

17 14 12

11 9

8

7

9 7

5

A) Bedrijfsvoering

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

6

Figuur 3.22 Gemiddeld aantal deelnemende gemeenten per samenwerkingsverband, naar thema, 2017-2024.

2017

B) Belastingen

2020

6

9

9

7

C) Onderwijs, Cultuur en Sport

D) Energie & Duurzaamheid

10

10 8

E) Economie

7

7

F) Ruimte

7

7

11

8

G) Sociaal Domein

H) Veiligheid

2024

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

Figuur 3.23 Gemiddeld aantal deelnemende gemeenten per samenwerkings­ verband, 2017-2024. 10 9 8

9,1 8,3

7

7,7

6 5 4 3 2 1 0

2017

2020

2024

Bron: Dataset KWINK-Groep, Proof-adviseurs, Berenschot, Rijksuniversiteit Groningen.

Het gemiddeld aantal gemeenten dat deelneemt aan een regionaal samenwerkingsverband is al jaren 8 of 9. Alleen op het thema veiligheid is het gemiddeld aantal deelnemers al sinds 2017 iets groter. Samenwerking op dit beleidsdomein vindt primair plaats binnen de wettelijk verplichte Veiligheidsregio’s en GGD-regio’s, maar ook de (vrijwillige) Zorg- en Veiligheidshuizen vallen onder deze categorie. De ontwikkeling die het meest in het oog springt, is het afnemende aantal deelnemers aan samenwerkingsverbanden op het thema energie en duurzaamheid. Een mogelijke verklaring is dat bij het instellen van de RES-regio’s in 2019, gemeenten er klaarblijkelijk hebben gekozen om het aantal samenwerkingspartners scherp af te bakenen. Nieuwe samenwerkingsverbanden op het thema energie en duurzaamheid zijn zich naar hetzelfde kleinere schaalniveau zijn gaan organiseren.

Staat van het Bestuur 2024

98

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

3.5.3 Wat brengt regionale samenwerking teweeg? Op verzoek van de Tweede Kamer is in 2022 inventariserend wetenschappelijk onderzoek verricht naar de effectiviteit, legitimiteit en doelmatigheid van regionale regelingen.175 Hieruit bleek dat er nog veel witte vlekken zijn op dit terrein. Op basis van het beschikbare onderzoek was het toen niet mogelijk om algemene uitspraken te doen over de effectiviteit en doelmatigheid van regionale samenwerking, en vaak ook niet als het gaat om specifieke samenwerkingsverbanden. Naar aanleiding van deze bevinding hebben onderzoekers van de Erasmus Universiteit en de Radboud Universiteit Nijmegen een inventarisatie en analyse gemaakt van bestaand onderzoek in binnen- en buitenland naar de effectiviteit en doelmatigheid van regionale samenwerkingsverbanden.176 Dit vulden zij aan met een studie van enkele Nederlandse casussen. Samenvattend tonen de resultaten van ook dit onderzoek dat op basis van de bestaande literatuur en praktijk geen algemeen geldende indicatoren te formuleren zijn over de situaties waarin opgelegd of semi-verplicht samenwerken effectief en/of doelmatig is. Wel vallen er duidelijke aandachtspunten uit de literatuur te destilleren die in ogenschouw genomen kunnen worden wanneer er nagedacht wordt over het beleggen van taken in regionale samenwerkingsverbanden.

Het gaat dan over zaken als het voor- of nadeel van een bepaalde schaalomvang, de noodzaak om samenwerking al of niet te verplichten, de balans tussen centrale regie en autonomie van decentrale overheden, eenduidigheid in vooraf gestelde eisen en wensen en,

tenslotte de beschikbaarheid van voldoende middelen. Door het beperkte en weinig eenduidige onderzoeksmateriaal is het tevens lastig om steekhoudende uitspraken te doen over de relatie tussen de effectiviteit en de democratische legitimiteit van regionale samenwerking.177 Ook over de invloed en betrokkenheid van burgers bij regionale samenwerking is vrijwel niets bekend. De beelden die er zijn, zijn vooral gebaseerd op de percepties van direct betrokkenen. In de bestaande literatuur blijkt geen overeenstemming te bestaan over de vraag wat het probleem van de democratische legitimiteit van samenwerkingsverbanden precies inhoudt en wat daarbij de oorzaken zijn. Uit het beschikbare onderzoek blijkt wel dat veel raadsleden onvoldoende grip op regionale samenwerking ervaren. Wat raadsleden precies hindert in hun taakvervulling en of zij hun taak daardoor daadwerkelijk minder goed kunnen uitvoeren, is echter niet duidelijk. Gemeenteraden en -raadsleden gebruiken niet alle instrumenten en middelen die hen ter beschikking staan bij de kaderstelling en controle op regionale samenwerking. Gebrek aan tijd en ondersteuning speelt een rol, maar volgens een groot deel van de door de onderzoekers gevonden literatuur is ook de geringe betrokkenheid van raadsleden een belangrijke factor.

Volgens de onderzoekers is het onvermijdelijk dat regionale samenwerking gepaard gaat met minder of gebrekkige democratische legitimiteit op het niveau van de gemeenteraden en is het vooral de vraag hoe problematisch men dit vindt.

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

K. Peters e.a., Regionale samenwerking en gemeenteraden. Een samenvattend onderzoek naar de legitimiteit, effectiviteit en doelmatigheid van regionale ­samenwerkingsverbanden, stichting Decentraal bestuur, 2022. 176 K. Migchelbrink e.a., Doelmatigheid en effectiviteit van regionale samenwerkingen. Een verkennend onderzoek naar indicatoren voor effectiviteit en doelmatigheid van opgelegde en semi-verplichte regionale samenwerkingen, EUR/RUN, Rotterdam, 2024. 177 K. Peters e.a., Regionale samenwerking en gemeenteraden. Een samenvattend onderzoek naar de legitimiteit, effectiviteit en doelmatigheid van regionale ­samenwerkingsverbanden, stichting Decentraal bestuur, 2022. 175

Staat van het Bestuur 2024

99

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit?

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

Bonaire, Saba en Sint-Eustatius verkregen op 10 oktober 2010 de status van openbare lichamen in de zin van artikel 134 van de Grondwet. Hun bestuurlijke inrichting en de bestuurlijke en financiële verhouding tot het Rijk zijn geregeld in de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (FinBES). Bonaire, Saba en Sint-Eustatius hebben allen een eilandsraad en een bestuurscollege. Daarnaast hebben eilanden elk een gezaghebber. De gezaghebber is voorzitter van beide bestuursorganen en heeft onder meer taken op het gebied van een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het beleid van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius op het gebied van openbare orde en veiligheid. Bonaire, Saba en Sint-Eustatius zijn destijds nooit bij een bestaande of nieuwe provincie ingedeeld. De taken die de provincie normaal gesproken heeft, worden deels door de eilanden zelf uitgevoerd en deels door het Rijk. De eilanden hebben hierdoor meer taken en verantwoordelijkheden dan Europees Nederlandse gemeenten van dezelfde omvang. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba hebben met name op de terreinen van demografie en immigratie, veiligheid, economie, toegang en logistiek (in stand houden van een lucht- en zeehaven) omvangrijke taken.

Ook is sprake van taakverzwaring omdat de besluitvorming en uitvoering van Rijkstaken op bestuurlijk niveau zijn verweven met die van de eilanden. Vanwege het ontbreken van waterschappen, hebben de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius ook de verantwoordelijkheid voor de waterstaatkundige verzorging.

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Rijksvertegenwoordiger Vanwege het ontbreken van de provinciale laag is een Rijksvertegenwoordiger aangesteld. De Rijksvertegenwoordiger heeft onder meer de taak om een aanbeveling en een voorstel te doen tot (her-)benoeming van de gezaghebber, om bepaalde besluiten goed te keuren en goed bestuur in de openbare lichamen te bevorderen.

Het College financieel toezicht Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (Cft BES)

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

Het Cft BES is een zelfstandig bestuursorgaan, en heeft als taak om de openbare lichamen en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te adviseren over de begroting. Daarbij wordt gekeken naar de bij wet vastgestelde normen en of deze goed worden toegepast in de voorbereiding, uitvoering en verantwoording van de begroting. Daarnaast houdt het Cft BES toezicht op de verbeteringen van het financieel beheer van de openbare lichamen.

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

Bestuurlijke ingreep Sint-Eustatius

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke

Vanaf februari 2018 heeft Nederland een regeringscommissaris aangesteld om het bestuur van Sint-Eustatius te vervangen, wegens taakverwaarlozing van het bestuur. Stapsgewijs is er gewerkt om het bestuur van Sint-Eustatius weer op orde te krijgen, waardoor er vanaf 2020 weer een eilandsraad is. In 2023 kreeg de eilandsraad weer volledige bevoegdheden. Sinds 10 april 2024 is de gezaghebber van Sint-Eustatius benoemd. Daarmee kwam een einde aan de termijn van de regeringscommissaris. Per 1 september 2024 is de Wet herstel voorzieningen Sint-Eustatius komen te vervallen.178

5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De samenstelling van het bestuur

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Het bestuurscollege van Bonaire bestaat uit drie gedeputeerden en de gezaghebber. Zij worden ondersteund door een ambtelijke organisatie die geleid wordt door de eilandsecretaris. Op Saba wordt het bestuurscollege gevormd door twee gedeputeerden en de gezaghebber. Sint-Eustatius kent eveneens een bestuurscollege dat wordt gevormd door twee gedeputeerden en een gezaghebber.

178

Het bestuur van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba | Caribisch deel van het Koninkrijk | Rijksoverheid.nl

Staat van het Bestuur 2024

100

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Verdeling naar man-vrouw De huidige verdeling man-vrouw verdeling binnen de eilandsraden van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius is als volgt: in Bonaire bestaat de huidige eilandsraad uit 4 mannen en 5 vrouwen. In Saba en Sint-Eustatius hebben 2 vrouwen en 3 mannen zitting in de raad. Gemiddeld genomen is de verhouding voor Bonaire, Saba en Sint-Eustatius: 42,1 procent vrouw en 57,90 procent man. In Europees Nederland is de verhouding 33 procent vrouw tegenover 67 procent man.

Zittingsduur (anciënniteit) Als we kijken naar de huidige eilandsraadsleden van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius en hun zittingsduur, oftewel anciënniteit, zien we onderstaand beeld. De grootste verschillen met Europees Nederlandse gemeenteraadsleden zijn zichtbaar in de categorieën 4-8 jaar en langer dan 8 jaar (>8 jaar). Het aantal eilandsraadsleden dat langer dan 2 periodes zitting heeft in de eilandsraad is verhoudingsgewijs groot in vergelijking met Europees Nederland. Figuur 3.24 Zittingsduur verdeling van eilandraadsleden en raadsleden 60% 53%

52%

50% 40%

32%

30%

25%

20%

17% 11%

10%

6%

0%

<1 jaar BES

5% 1-4 jaar

4-8 jaar

>8 jaar

Europees Nederland

In algemene zin kan worden opgemerkt dat de duur van de zittende coalities in Bonaire beperkter is in vergelijking met Europees Nederlandse gemeenten en in vergelijking met Saba en Sint-Eustatius. Coalities volgen elkaar soms snel op. In dergelijke gevallen stroomden eilandsraadsleden vaak door naar het bestuurscollege. En werden gedeputeerden (weer) lid van de eilandsraad. Belangrijkste thema’s bestuursakkoorden Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft een coördinerende rol voor het Rijksbeleid ten aanzien van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Deze rol krijgt invulling via het sluiten van bestuursakkoorden tussen BZK en Bonaire, Saba en Sint-Eustatius. Eind 2023 zijn nieuwe bestuursakkoorden gesloten met Sint-Eustatius en Saba, en voor Bonaire in 2024. In deze akkoorden zijn afspraken gemaakt op tal van terreinen zoals onder andere Goed Bestuur, en Uitvoeringskracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15420528/1