CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Rapport Staat van bestuur 2024

Informatiebijeenkomst 11 april 2025, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken74.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 8

waterschap betrof. Desgevraagd rapporteren ook lokale afdelingen van landelijke partijen en lokale partijen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen dat het lastiger was om kandidaten te vinden.86 Als redenen voor de kandidaatstellingsproblemen wijzen lokale afdelingen en partijen vooral op het grote tijdsbeslag dat het raadslidmaatschap vraagt en zodoende mensen zou af­schrikken. Andere redenen die zij vaak noemen zijn gebrek aan actie­ve leden waaruit partijen kunnen putten, het negatieve imago van de (lokale) politiek en de complexiteit van de gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. Bedreigingen aan het adres van lokale politici worden het minst frequent genoemd als reden voor kandidaat­ stel­lingsproblemen.

5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Databank verkiezingsuitslagen, Kiesraad. J. van Ostaaijen e.a., Lokale partijen in de praktijk, een overzicht van kennis over het functioneren van lokale partijen in Nederland, Den Haag, 2021. 83 M. Nagtzaam, S. Otjes en G. Voerman, Meervoudige kandidaturen in 2023. Een analyse van de kandidatenlijsten voor de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de waterschappen, Groningen, 2024. 84 Idem. 85 M. Boogers, S. Otjes, G. Voerman, Kandidaatstelling verkiezingen PS en Waterschap 2019, Groningen, 2020. 86 M. Boogers en G. Voerman, Kandidaat voor de raad. Rekrutering en selectie van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, UT/RUG, 2023. 81

82

Staat van het Bestuur 2024

40

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

In het Provinciaal- en Waterschapskiezersonderzoek 2023 is inwoners gevraagd naar de bereidheid om zich kandidaat te stellen.87 Daaruit blijkt dat 9 procent van de inwoners zou willen overwegen zich kandidaat te stellen voor de Provinciale Staten, en 6 procent voor het Algemeen Bestuur van een waterschap. Dat is een stuk lager dan voor gemeenteraden, waarbij 15 procent van de inwoners bereid is om kandidaat te zijn als het ze zou worden gevraagd.88 Niettemin is er onder de inwoners een zeer ruim potentieel aan kandidaten. Vooral mannen, mensen met een hbo- of wo-opleiding en jongeren zijn in principe bereid om zich te kandideren. Respondenten is ook in een open vraag gevraagd waarom ze bereid zouden zijn om zich te kandideren. Voor de Provinciale Staten hadden veel regelmatig genoemde motieven betrekking op beleid en bestuur. Mensen wilden hun provincie beter maken, opkomen voor inwoners, of vonden dat er een ander geluid of andere politieke stijl moest komen. Daarnaast hadden motieven ook regelmatig betrekking op de persoon zelf. Ze vonden het interessant of leerzaam, zouden zo zelf invloed kunnen uitoefenen, voelden de burgerplicht om verantwoordelijkheid te nemen, of achtten zichzelf geschikt.

Bij degenen die zich wilden kandideren voor het algemeen bestuur van waterschappen kwamen in antwoord op de open vraag motieven als interesse, de wens om zich in te zetten voor natuur, boer of inwoners, de mogelijkheid om zelf invloed uit te kunnen oefenen en de eigen geschiktheid ook regelmatig terug. Een derde van de inwoners die niet bereid zijn om kandidaat-­ Statenlid te worden, noemen gebrek aan interesse als motief. Hetzelfde aandeel van (deels dezelfde) inwoners noemen ook hun ongeschiktheid als reden. Daarnaast worden ouderdom en gebrek

aan tijd regelmatig genoemd. Ook een zekere afkeer van het politieke bedrijf speelt soms een rol. Opvallend is dat regelmatig besproken kwesties als vergoeding en agressie tegen politici nauwelijks worden genoemd. Onder inwoners die geen kandidaat voor het algemeen bestuur van het waterschap willen zijn, spelen dezelfde motieven mee.

2.4.4 Partijlidmaatschap De sleutelrol van politieke partijen in de selectie van kandidaten voor poli­tieke functies is een afgeleide van de schakelfunctie die partijen vanouds hadden tussen samenleving en bestuur. Die veronderstelt dat inwoners met uiteenlopende visies en belangen zich in partijen organiseren om invloed te verwerven op de standpunten, besluitvorming en mensen in politiek en bestuur. In de praktijk is altijd maar een beperkt deel van de inwoners lid geweest van een politieke partij en is dit aandeel in de loop der tijd ook nog eens aanzienlijk afgenomen. In 1950 waren er in Nederland nog zo’n 600.000 à 700.000 mensen lid van een (in de Tweede Kamer vertegenwoordigde) politieke partij.89 Sinds het begin van de jaren negentig schommelt het aantal partijleden in Nederland rond de 300.000 personen. Wel zien we de laatste jaren een stijging in het aantal partijleden, in het bijzonder in verkiezings­jaren. Nieuwe partijen als Volt, Forum voor Democratie, BBB, JA21 en BIJ1 nemen een deel van deze groei voor hun rekening. Op 1 januari 2023 zijn 378.902 personen lid van een politieke partij. Het aantal partijleden is daarmee vergelijkbaar met het niveau in 1987, zij het dat zij toen verdeeld waren over tien partijen, tegenover zeventien partijen nu. Op 1 januari 2024 is het aantal partijleden nog verder gestegen, naar een totaal van 392.009 personen.

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

H. Binnema en H. Vollaard, ‘Kandidaten gezocht!’, in: H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. H. Vollaard en G. Jansen, Waarom inwoners (geen) raadslid willen worden, in: H. Vollaard, G. Jansen, L. de Blok, M. Boogers en H. Binnema (2022), Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. 89 G. Voerman, Over de toekomst van de politieke partij, oratie RUG, 18 september 2012.

87

88

Staat van het Bestuur 2024

41

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

Tabel 2.3 Ledentallen politieke partijen, 2023-2024 1-1-2023

1-1-2024

Saldo 2023/2024

BBB

10.822

13.426

2.552

BIJ1

5.276

-

-

BVNL

6.305

-

-

CDA

31.916

29.721

- 2.195

ChristenUnie

25.281

24.709

- 552

D66

30.022

29.624

- 398

DENK

3.456

3.594

154

Forum voor Democratie

61.284

61.633

349

GroenLinks

33.806

40.621

6.815

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

JA21

5.060

4.466

- 1.262

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

NSC

-

9.979

9.979

Partij van de Arbeid

39.536

43.675

4.139

Partij voor de Dieren

24.848

30.333

4.585

SGP

29.877

30.306

429

SP

32.459

30.914

-1.545

Volt

12.406

15.020

2.620

VVD

23.818

22.473

-1.345

50 plus

2.730

1.515

- 213

Totaal

378.902

392.009

1.3431

Bron: DNPP

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Over het aantal actieve leden in partijen is weinig bekend; er zijn spora­disch indicaties van gegeven. Dan gaat het over het aantal mensen dat ‘weleens’ een partijbijeenkomst bezoekt of mee­ beslist over kandida­ten­lijsten en programma’s. Op basis van verschillende onderzoeken binnen ver­schillende partijen in verschillende perioden circuleren percentages tussen de tien en twintig procent van het aantal partijleden.90 Aangezien het aantal kiesgerechtigden door de groei van de bevolking is toegenomen, terwijl het aantal partijleden is afgenomen, is ook de zoge­heten politieke organisatiegraad afgenomen. Dit is het percentage kiezers dat partijlid is. In 1967 bedroeg die nog 6,6%. Nu is dit zo’n 2,8%. Dit betekent dat de toch al niet brede basis van de op deze wijze politiek georganiseerde mensen almaar smaller is geworden.

2.4.5 Andere vormen van participatie Beleidsbeïnvloedende burgerparticipatie Naast het stemmen bij verkiezingen komen er steeds vaker ook andere manieren en kanalen in zwang waarmee burgers beleids- en besluitvorming kunnen beïnvloeden. Vooral op lokaal niveau zijn die mogelijkheden er, in de vorm van inspraak, burgertoppen of burgerpanels, burgerbegrotingen, peilingen en online participatievormen. In de meeste gevallen komt het initiatief om deze ­mogelijkheden te introduceren uit het lokaal bestuur. “4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau”. In de praktijk benut slechts een klein deel van de inwoners deze mogelijkheden om invloed uit te oefenen. In het kader van het Nationale Wetenschapsagenda project Revitalized Democracy for Resilient Societies (Redress) is de steun voor en deelname aan verschillende typen democratische vernieuwing op een rij gezet.91 Daaruit blijkt dat er behoorlijke steun is voor democratische vernieuwingen, maar nadrukkelijk wel als aanvulling op de representatieve democratie. Er is met name grote steun voor

G. Voerman en W. van Schuur, ‘De Nederlandse partijen en hun leden (1945-2010)’ in R. Andeweg en J. Thomassen (red.), Democratie doorgelicht. Het functioneren van de Nederlandse democratie, Leiden, 2011. 91 J. den Ridder e.a., Democratische innovatie in Nederland, het perspectief van burgers, startnotitie vervaardigd t.b.v. het project Revitalized Democracy for Resilient Societies (Redress), 2021. www.redressproject.nl

90

Staat van het Bestuur 2024

42

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke

referenda en in mindere mate voor burgerbegrotingen. Vooral lager opgeleiden en inwoners met een laag politiek vertrouwen lijken vernieuwingen te steunen. Omgekeerd zijn hogeropgeleiden en inwoners met een hoog politiek vertrouwen het vaakst tegenstanders van democratische vernieuwingen. In de praktijk doen lageropgeleiden echter in mindere mate mee als er daadwerkelijk een burgerbegroting of burgertop plaatsvindt. In dezelfde inventarisatie is op basis van, schaarse, data bekeken aan welk type instrument welk type burgers deelnemen.92 Wat betreft de representativiteit van deelnemers naar opleidingsniveau scoren alle instrumenten matig, maar vooral burgertoppen vertonen een grote oververtegenwoordiging van hogeropgeleiden. Ook wat betreft leeftijd is die vertekening er. Burgerbegrotingen lijken het iets beter te doen in de leeftijdsverdeling. Wat betreft opleidingsniveau zijn referenda representatiever. In een apart onderzoek is gekeken naar het draagvlak voor een burgerforum.93 Daaruit blijkt dat een meerderheid (63 procent) na de uitleg het idee steunt van burgerfora met ingelote burgers die advies uitbrengen over maatschappelijke thema’s. Voor een lokaal burgerforum is meer steun dan voor een burgerforum op nationaal niveau: 66 procent vindt het een goed idee om op lokaal niveau burgerfora te houden, 54 procent vindt dat op nationaal niveau een goed idee.

Maatschappelijke thema’s als wonen, klimaat, zorg, onderwijs en democratie zouden zich volgens burgers kunnen lenen voor een burgerforum. Ook bij dit specifieke middel is de geneigdheid om zelf mee te doen lager dan de steun voor het instrument. Bij een burgerforum over klimaat of immigratie zegt iets minder dan de

helft waarschijnlijk of zeker mee te doen. Redenen die mensen noemen om thuis te blijven, zijn een gebrek aan kennis, interesse of tijd. Opvallend is wel dat de steun voor het idee van een burgerforum even groot is onder lager- en hogeropgeleiden. Bij de participatiegeneigdheid zijn er echter wel nog steeds grote verschillen: lageropgeleiden en mensen met laag politiek zelfvertrouwen zeggen veel minder vaak mee te zullen doen.

Steun en deelname lokale participatie Het Lokaal Kiezersonderzoek van 2022 heeft eveneens op verschillende manieren naar de steun gevraagd voor en deelname van inwoners aan andere, meer en minder ‘traditionele’, vormen van participatie dan stemmen. Er is gevraagd naar de steun in algemene zin, naar de mate waarin men inschat dat dergelijke participatie zin heeft en naar de feitelijke deelname aan uiteenlopende vormen van participatie.94 Aanzienlijk grote groepen inwoners zijn het eens met stellingen die betrekking hebben op het vergroten van de invloed van burgers op hun gemeentebestuur. Zo onderschrijft 41 procent de mogelijkheid van meer lokale referenda, steunt 49 procent de inzet van lokale burgerfora en is 44 procent het eens met het rechtstreeks kiezen van de burgemeester. Dat neemt niet weg dat 52 procent de eindbeslissing bij de gemeenteraad laat, slechts 9 procent is het daarmee oneens, en dat 29 procent vindt dat er al voldoende manieren voor burgers zijn om hun mening duidelijk te maken. Ook nemen grote groepen een neutraal standpunt in of geven ze te kennen het niet te weten.

5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Idem. J. den Ridder, T. Fiselier, C. van Ham, Draagvlak voor het burgerforum. Een verkenning van de Nederlandse publieke opinie, SCP/RUN/Redress consortium, 2021. 94 P. Dekker en J. den Ridder, Lokale betrokkenheid en non-electorale participatie, in: H. Vollaard, G. Jansen, L. de Blok, M. Boogers en H. Binnema (2022), Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. 92 93

Staat van het Bestuur 2024

43

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Tabel 2.4 Stellingen over lokale democratie oneens

neutraal

eens

weet niet

Vaker lokaal referendum over belangrijke beslissingen

16

25

41

18

Burgers die dat willen moeten vaker lokaal kunnen meepraten/meebeslissen in burgerforum

7

27

49

17

Uiteindelijk moet de gemeenteraad beslissen, ook als burgers meepraten

9

23

52

16

Burgers zijn niet deskundig genoeg om te besluiten

31

28

24

17

Burgemeester moet worden gekozen door inwoners

16

21

44

20

Voldoende manieren voor burgers om mening duidelijk te maken

17

28

29

27

Bron: LKO 2022 (nameting)

De bereidheid om deel te nemen aan uiteenlopende vormen van participatie ligt lager dan de steun ervoor, maar is nog wel aanwezig. Dit geeft het potentieel aan van diverse instrumenten, ook in vergelijking met elkaar. Er is meer bereidheid om mee te doen aan een referendum dan aan een burgerberaad of burgerbegroting. Hiervoor zijn verschil-

lende verklaringen denkbaar. Het kan zijn dat mensen eerder meedoen aan instrumenten die minder vragen van hun tijd, kennis en vaardigheden. Het is ook denkbaar dat mensen, met name die ontevreden zijn over de politiek, liever een wat harder instrument hebben met eenduidige conclusies.

Tabel 2.5 Bereidheid om deel te nemen aan lokale politieke activiteiten

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

zeker niet

2

3

4

zeker wel

weet niet

(zeker) wel)

te stemmen over een bepaalde kwestie in uw gemeente (lokaal referendum)?

11

9

22

24

19

15

43

Als het u zou worden gevraagd, in welke mate zou u bereid zijn samen met andere burgers te werken aan de veiligheid in uw straat?

10

11

27

26

14

12

40

samen met andere burgers het groen in uw buurt te onderhouden?

17

16

24

20

11

12

31

samen met andere burgers problemen in uw wijk op te lossen, met of zonder hulp van de gemeente (dat heet wel een burgerinitiatief)?

11

15

30

21

8

14

29

samen met andere burgers advies te geven of te besluiten over de besteding van een deel van de gemeentelijke begroting (burgerbegroting)?

18

29

24

16

6

16

22

samen met andere burgers mee te denken en te discussiëren over beleid (dat heet wel stadsgesprek, burgertop, burgerforum of G1000)?

19

20

27

14

5

15

19

Bron: LKO 2022 (nameting) Wanneer we vervolgens kijken welke bestaande mogelijkheden om invloed uit te oefenen inwoners daadwerkelijk benutten, dan gaat het om veel kleinere aantallen. Net als bleek uit ­eerdere edities van het Lokaal Kiezersonderzoek, is er ook in 2022 maar een kleine groep die aangeeft feitelijk te participeren buiten de stembus om.

Staat van het Bestuur 2024

44

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

Tabel 2.6 Digitale of fysieke lokale politieke participatie Contact gelegd met een ambtenaar

9

Een initiatief of petitie getekend over een lokale kwestie

8

Contact gelegd met een gemeenteraadslid, wethouder of burgemeester

7

Contact gelegd met andere inwoners en organisaties

7

Inspraakavond(en) van uw gemeente bezocht

6

Lidmaatschap van een politieke partij

3

Gemeenteraadsvergadering(en) bezocht

2

Contact opgenomen met een politieke partij in uw gemeente

2

Actief in een lokale actiegroep

1

Contact opgenomen met krant, radio of tv

1

Geen van bovenstaande

76

Bron: LKO 2022 (nameting)

Dit verschil tussen de steun voor de theoretische mogelijkheid van meer invloed en de aangegeven participatiebereidheid enerzijds en de daadwerkelijke participatie anderzijds is al geruime tijd constant. Wel opmerkelijk is dat inwoners desgevraagd aangeven andere vormen van participatie wel zinvol te vinden. Aan een inspraakavond bezoeken of een petitie tekenen, kent 42 procent redelijk veel zin toe, contact leggen met een gemeenteraadslid acht 38 procent zinvol, voor deelnemen aan een actiegroep is dit 31 procent en voor contact opnemen met een ambtenaar 25 procent. Er is dus een behoorlijke groep inwoners die inschat dat het zin heeft om buiten verkiezingen om te participeren, maar die het in de praktijk niet doet.

Actief burgerschap Mensen participeren ook op andere manieren in de samenleving, als vrijwilliger in een georganiseerd verband, door informele hulp te verlenen in hun gemeenschap of door zich in te zetten voor collectieve actie die niet op politieke besluitvorming is gericht. In 2023 gaf 49 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder aan zich minstens één keer per jaar als vrijwilliger ingezet te hebben voor een organisatie of vereniging.95 Dat is een forse stijging ten opzichte van 2022, toen 41 procent vrijwilligerswerk deed.

95 96

Tussen 2012 en 2019 was dat gemiddeld 49 procent. In 2020 daalde het percentage vrijwilligers naar 44 procent, in 2021 daalde het verder naar 39 procent, waarna weer een stijging is ingezet naar het oude niveau. De daling vanaf 2020 was het gevolg van corona en daaraan gerelateerde maatregelen zoals lockdowns. De meeste vrijwilligers zetten zich in voor sportverenigingen, verzorging, scholen, jeugdwerk en levensbeschouwelijke organi­ saties. Iets meer dan 1 procent zet zich in voor een politieke organisatie en 10,5 procent is actief in de eigen buurt. Vrijwilligers zijn vaker te vinden onder de middelbare leeftijdsgroepen dan onder de jongere en oudere leeftijdsgroepen. Vrouwen en mannen doen even vaak vrijwilligerswerk, maar zijn wel betrokken bij andere soorten. Vrijwilligers hebben verder relatief vaker een hoog onderwijsniveau, een hoog huishoudens­ inkomen en een Nederlandse achtergrond, behoren vaker tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering en wonen vaker in niet of weinig stedelijke gemeenten.

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam voerden een verkenning uit naar burgercollectieven als specifieke vorm van actief burgerschap.96 Zij definieerden burgercollectieven als initiatieven van groepen burgers die zich vrijwillig en zonder winstoogmerk inzetten voor maatschappelijke doelen, ten dienste van algemeen nut of groepsbelangen, die open staan voor iedereen en met maatschappelijk geaccepteerde middelen werken. Nederland telt een groot aantal burgercollectieven op vrijwel alle maatschappelijke terreinen, waaronder welzijn, wonen, energie, gezondheid, cultuur, en natuur en milieu. Gegevens van de Kamer van Koophandel laten een toename zien van het aantal coöperaties in Nederland, zowel op het terrein van ideële, belangen- en hobbyverenigingen, energie, en zorg. Van het aantal burgercollectieven in Nederland waren nog geen eerdere schat­ tingen bekend. Op basis van steekproeven uit gegevensbestanden van acht koepelorganisaties voor maatschappelijke initiatieven komen de onderzoekers tot een eerste grove schatting van het aantal burgercollectieven in Nederland: dat zijn er minstens 7.400. Omdat slechts een deel van alle burgercollectieven is aangesloten

CBS, Vrijwilligerswerk 2023, april 2024. R. Bekkers, T. Schuyt, J. Suijs, Burgercollectieven in Nederland. Een conceptuele en empirische verkenning, Centrum voor Filantropische Studies, VU, Amsterdam, 2024.

Staat van het Bestuur 2024

45

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

bij een koepelorganisaties is het totaal aantal burgercollectieven in Nederland zeker hoger. Een grote meerderheid van acht op de tien burgercollectieven in de verkenning is lokaal actief. Eerder keek ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar de specifieke vorm van inzet voor een burgercollectief of inwoners­initiatief.97 Drie procent van de bevolking van 15 jaar of ouder gaf in 2021 aan in de afgelopen 12 maanden op die manier actief te zijn geweest. De meeste mensen noemden hierbij in het bijzonder afval opruimen, buurt schoonhouden, opknappen van de buurt met buurtgenoten en planten in de buurt onderhouden. Daarnaast ook: buurtpreventie, boodschappen doen voor buurtbewoners, brunch/koffie-uurtje in de buurt verzorgen, behoud landschapscultuur, broodfonds, burgerinitiatief park­ behoud en geluidsscherm, fietsen met een gehandicapte ­dorpsgenoot. Vrijwilligers voor een burgercollectief of inwoners­ initiatief zijn vooral te vinden onder de leeftijdsgroep 45- tot 55-jarigen: van hen deed 5 procent dit vrijwilligerswerk. Het minst vaak zijn 15- tot 25-jarigen actief als vrijwilliger voor een burgercollectief of inwonersinitiatief (1 procent). Mensen met een hoog onderwijsniveau zijn vaker vrijwilliger (5 procent) dan mensen met een lager onderwijsniveau (2 procent). Er zijn geen verschillen tussen mannen en vrouwen.

2.4.6 Protest Pogingen om politieke besluitvorming te beïnvloeden, vinden niet alleen plaats binnen de institutionele kaders van het democratisch bestel, maar ook daarbuiten. Ook met andere vormen van (opstandig) gedrag geven inwoners uiting aan hun opinie en richten zij zich tot politiek en bestuur.98 Te denken valt aan demonstraties, maar ook aan rellen, stakingen en vormen van politiek geweld. Van Stekelenburg kenschetst protest als een actie van burgers gericht op het verbeteren van de condities van een groep als geheel

waarvan ze lid zijn, solidair mee zijn en/of zich mee identificeren dan wel zich gedragen als afgevaardigden van die groep.99 Deze definitie betekent dat het kan gaan om acties die men alleen onderneemt, bijvoorbeeld het tekenen van een protestpetitie, en om acties die men gezamenlijk onderneemt, zoals een demonstratie. Onderzoek laat zien dat er verschillende voorwaarden zijn voor mensen om over te gaan tot protest.100 Het bestaan van een door sommigen ervaren onrecht alleen is niet voldoende. De kans dat mensen protesteren is groter als zij ervan overtuigd zijn dat dit effectief is, als zij zich sterker identificeren met de protesterende groep en als ze vinden dat iets tegen hun waarden indruist. Zowel emoties als verontwaardiging en boosheid kunnen dit versterken, net als de netwerken waarin mensen verkeren. Of deze protestbereidheid overgaat in actie hangt er, tenslotte, ook van af of er in enigerlei vorm organisatiekracht is die dit weet te mobiliseren. Van Stekelenburg wijst erop dat sociale media deze mobilisatie hebben vergemakkelijkt.101 In kortere tijd en tegen lagere kosten kunnen meer mensen worden bereikt. Hierdoor is er niet altijd meer een traditionele organisatie of beweging nodig om een protestactie te organiseren.

Er is de afgelopen twee jaar veel media-aandacht geweest voor protesten en demonstraties: klimaatacties, boerenprotesten en demonstraties tegen de oorlog in het Midden-Oosten. Gegevens over de precieze aantallen zijn beperkt beschikbaar en hebben alleen betrekking op demonstraties waarvan de organi­ satie vooraf een kennisgeving afgaf aan de gemeente waar het protest plaatsvond. Waar cijfers wel beschikbaar zijn, laten die een flinke stijging zien. In typische demonstratiesteden als Den Haag en Amsterdam nam het aantal vooraf aangemelde demonstraties toe van respectievelijk 1.302 en 674 in 2017 tot 1.874 en 1.566

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

CBS, Vrijwilligerswerk 2021, september 2022. J. van Stekelenburg, ‘Protest voorspellen is zo eenvoudig nog niet’, in: S. de Lange en J. Zuure, #Woest. De kracht van verontwaardiging, ROB, 2018, p. 88 – 103. 99 J. van Stekelenburg, ‘Protest voorspellen is zo eenvoudig nog niet’, in: S. de Lange en J. Zuure, #Woest. De kracht van verontwaardiging, ROB, 2018, p. 90. 100 J. van Stekelenburg, ‘Protest voorspellen is zo eenvoudig nog niet’, in: S. de Lange en J. Zuure, #Woest. De kracht van verontwaardiging, ROB, 2018, p. 94. 101 J. van Stekelenburg, ‘Het nieuwe demonstreren’, in: Cahiers Politiestudies, 67, 2023. 97

98

Staat van het Bestuur 2024

46

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

in 2021.102 In 2023 en 2024 zouden alleen al in Amsterdam ruim 3.000 demonstraties zijn geweest.103 Ook in minder voor de hand liggende plaatsen wordt de laatste jaren meer gedemonstreerd. Zo steeg het aantal demonstraties tussen 2017 en 2021 in Eindhoven van 48 tot 318, in Nijmegen van 20 tot 67 en in Tilburg van 17 tot 45. Het journalistiek onderzoeksplatform Investico vroeg de cijfers van aantallen demonstraties op over een periode van tien jaar (2013 – 2022) bij achttien steden, te weten alle provinciehoofdsteden en de grootste stad van elke provincie (in verschillende gevallen is dat dezelfde stad).104 Dit resulteert in het onderstaande overzicht, dat eveneens een stijging illustreert. Figuur 2.6 Aantal demonstraties in achttien Nederlandse onderzochte steden: Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Haarlem, Enschede, Almere, Lelystad, Groningen, Middelburg, Maastricht, Nijmegen, Zwolle, Leeuwarden, Den Bosch, Assen, Utrecht, Eindhoven en Arnhem 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

0

2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Bron: Investico

Investico maakte een indeling van de thema’s van deze demonstraties en kwam tot negen categorieën: anti-discriminatie; klimaat; natuur en dieren; extreemrechts en -links; boeren; corona; woonproblematiek; gele hesjes; Gronings gas. Een tiende ‘restcategorie’ bevat grote demonstraties met een buitenlandse dimensie, zoals protesten met betrekking tot de situatie in Turkije of Israël/Palestina. Bij de analyse van de demonstraties signaleert Investico een toename van het aantal acties die te kenmerken zijn als burgerlijke ongehoorzaamheid: het collectief en geweldloos overtreden van de wet om zo een punt te maken. Daaronder valt bijvoorbeeld een wegblokkade of een bezetting van een gebouw. Van Stekelenburg signaleert dat er een trend is waarin demon­ straties meer ad hoc georganiseerd worden vanuit kleine groepen of individuen in plaats van vanuit organisaties zoals een vakbond.105 Ook zouden sommige groepen minder geneigd zijn vooraf melding te maken van het protest. Daarnaast verbreden de deelnemende groepen wat betreft leeftijd, sociaaleconomische status en politieke binding. Een groter aantal demonstraties wil nog niet zeggen dat hier grote aantallen mensen bij betrokken zijn. In Nederland demonstreren relatief weinig mensen.

Schattingen zijn dat vijf tot tien procent van de Nederlanders een keer per jaar de straat op gaat, terwijl dat bijvoorbeeld in Frankrijk rond de veertig procent is.106 Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) signaleerde een aantal jaar geleden geen toename in de actiegeneigdheid en de actieve steun voor protest.107 Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laat echter wel zien dat het aandeel mensen dat zegt het afgelopen jaar te hebben gedemonstreerd geleidelijk stijgt.108

Idem. ‘Burgemeesters hebben geen behoefte aan verbod op anoniem demonstreren’, in: Trouw, 17 oktober 2024. 104 Investico, Demonstratierecht in cijfers, 22 maart 2023. Voor 11 gemeenten zijn de gegevens compleet over de volledige periode, van 2013-2022. Bij de overige 7 gemeenten misten data, vooral voor de eerdere jaren. Voor die gemeenten is een extrapolatie gemaakt, gebaseerd op de 11 gemeenten waar het beeld wel volledig was. 105 J. van Stekelenburg, ‘Het nieuwe demonstreren’, in: Cahiers Politiestudies, 67, 2023. 106 H. de Sauvage Nolting e.a., Democratie op straat. Omgaan met protest in de digitale samenleving, Strategische verkenning, ministerie van BZK, 2021. 107 SCP, Sociale staat van Nederland, 2020. 108 CBS, Politieke participatie van sociaaleconomische groepen, april 2024. 102 103

Staat van het Bestuur 2024

47

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

Was dit in 2014 nog 4,5 procent, in 2022 is dit gestegen tot bijna 7 procent. Het ondertekenen van een petitie daarentegen wordt, als een andere niet-conventionele vorm van participatie, veel vaker gedaan. In 2022 zegt bijna 30 procent van de mensen dit het afgelopen jaar te hebben gedaan (25,5 procent in 2014). In het bijzonder onder jongvolwassenen stijgt de deelname aan deze vormen van participatie.109 In de periode van 2020 tot en met 2023 zei gemiddeld 44 procent van de 18- tot 25-jarigen in de afgelopen vijf jaar mee te hebben gedaan aan een of meer politieke acties. Dat is meer dan in de periode van 2012 tot en met 2019, toen dit 38 procent was. Ze namen vooral vaker deel aan onconventio­ nele acties, zoals protestmarsen en handtekeningenacties. De deelname van deze groep aan demonstraties is twee keer zo hoog als die van mensen ouder dan 25. Bij conventionele acties bleef de deelname van jongvolwassenen gelijk, alleen het aandeel dat zei een politieke partij te hebben benaderd nam iets toe. Alles bij elkaar bezien, zijn er dus wel indicaties dat het aantal burgers dat deelneemt aan niet-conventionele participatievormen is toegenomen.

I&O Research onderzocht wat Nederlanders vinden van het middel demonstratie.110 Daaruit blijkt dat ruim de helft van Nederlanders (54 procent) vindt dat demonstraties nodig zijn voor maatschappelijke verandering. Bovendien zeggen zeven op tien (72 procent) dat iedereen vrij moet zijn om ergens tegen of voor te demonstreren. Dit aandeel is toegenomen ten opzichte van 2018 toen zes op tien (58 procent) dit vond. Opmerkelijk is dat het onderwerp waarvoor gedemonstreerd wordt van grote invloed is op de mate van acceptatie. Zeven op tien mensen vinden het acceptabel als ziekenhuismedewerkers demonstreren voor betere arbeidsomstandigheden, terwijl demonstraties van Extinction Rebellion, Kick out Zwarte Piet of tegen de coronamaatregelen door de meerderheid als onacceptabel worden ervaren. De mate van acceptatie voor een demonstratie hangt sterk samen met politieke ideologie. Aan de flanken is de mate van acceptatie doorgaans iets hoger, al verschilt dit wel sterk per onderwerp.

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

109 110

CBS, Jongvolwassenen doen vaker mee aan politieke acties dan voorheen, november 2024. I&O Research, Opinieonderzoek demonstratievrijheid, in opdracht van Amnesty International, 2022.

Staat van het Bestuur 2024

48

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

Soevereinen in Nederland111

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

Verschillende organisaties in Nederland worden geconfronteerd met personen die zichzelf ‘autonoom’ of ‘soeverein’ verklaren. Zo ontvangen de Hoge Raad, de Belastingdienst, de Kiesraad, gemeentes en provincies duizenden brieven van burgers die zich nadrukkelijk buiten de samenleving proberen te plaatsen. Personen die zich ‘soeverein’ noemen, geloven dat de Nederlandse overheid geen legitiem gezag over hen uitoefent en dat ze zelf mogen bepalen of de Nederlandse wet- en regelgeving op hen van toepassing is. Sommigen betalen daarom geen belasting of boetes meer, ontwikkelen bijvoorbeeld eigen kentekenplaten of gaan zelfs zo ver dat zij een schadevergoeding eisen van instanties wegens ‘illegitiem handelen’ of overgaan tot eigenrichting. De ideeën waarop deze mensen zich baseren, zijn ontstaan in de Verenigde Staten in groepen die zich afzetten tegen de federale overheid daar en hebben een bredere internationale verspreiding gekregen via sociale media. In hun fenomeenanalyse onderscheiden de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), de Nationale politie en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) drie groepen: • Autonomen of soevereinen die verandering voorstaan binnen het huidige systeem. Zij vormen de grootste groep die waarschijnlijk bestaat uit enkele tienduizenden mensen.

Zij zijn op zoek naar zelfvoorziening en willen zo onafhankelijk mogelijk leven binnen het systeem, zonder dat zij het systeem afwijzen of gewelddadige intenties hebben. • Soevereinen die de legitimiteit en geldigheid van het huidige systeem ontkennen en zich daaraan onttrekken. Dit is een categorie van enkele duizenden mensen die een stap verder gaan. Zij geloven dat de Nederlandse overheid illegitiem is en kiezen er daarom voor om zich niet langer aan Nederlandse wet- en regelgeving te houden. Zij delen met elkaar manieren om geen belasting of huur te betalen en manieren om aan de maatschappij te tonen dat zij zich hiervan afwenden. Die bestaan bijvoorbeeld uit de introductie van eigen betaalmiddelen, de ontwikkeling van eigen documenten ter identificatie of het organiseren van eigen onderwijs, waarbij kinderen worden onttrokken aan regulier onderwijs. • Personen die actief verzet tegen het huidige systeem voorstaan, al dan niet met geweld. Dit zijn mensen die geloven dat een toekomstige gewelddadige strijd met de overheid en democratische instituties onvermijdelijk is. Dit is de kleinste groep van naar schatting enkele tientallen tot honderd mensen. De fenomeenanalyse stelt dat hoewel de weerbaarheid tegen het gedachtegoed in de Nederlandse maatschappij sterk is, deze in de afgelopen jaren waarschijnlijk is afgenomen.

Waar soevereine opvattingen eerder waren voorbehouden aan zeer kleine groepjes mensen die door weinigen serieus werden genomen, zijn deze geluiden inmiddels op verschillende plekken in de samenleving hoorbaar. Dit is problematisch omdat die op termijn het vertrouwen in en de legitimiteit van democratische instituties, media en wetenschap kunnen ondermijnen. Daarnaast veroorzaken zij ook nu al problemen voor het functioneren van onderdelen van overheden, in termen van werklast en handelingsverlegenheid. Tenslotte levert het geloof in deze geluiden ook voor de aanhangers en hun naasten zelf problemen op, aangezien zij zich buiten de samenleving plaatsen en confrontaties met instituties aangaan die nadelig voor hen uitpakken.

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

111

AIVD, Nationale politie, NCTV, Met de rug naar de samenleving. Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland, Den Haag, 2024.

Staat van het Bestuur 2024

49

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius

3

Het openbaar bestuur in functie

3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur Naast de vraag wat burgers vinden van en doen in de democratie, is het ook relevant om te weten wat zij vinden van het resultaat van hun democratisch handelen. Hoe tevreden zijn zij met het opereren en besluiten door bestuurders en uitvoerders van overheidsbeleid op het decentraal niveau?

2.5.1 Vertegenwoordigers en bestuurders Desgevraagd geeft 32 procent van de inwoners aan min of meer tevreden te zijn met hoe hun gemeenteraad zijn vertegenwoor­ digende rol vervult. 14 procent Is min of meer ontevreden.112 Het deel dat tevreden noch ontevreden is, bedraagt 24 procent en het deel dat aangeeft het niet te weten, is met 44 procent het grootst. In kleinere gemeenten is de tevredenheid groter. Uit ouder lokaal kiezersonderzoek blijkt dat wanneer dieper wordt ingegaan op verschillende onderdelen van het raadswerk, veel respondenten het antwoord ‘weet niet’ geven.113 Men blijkt dus geen scherp beeld te hebben van wat het werk van een gemeente­raadslid inhoudt en hoe raadsleden in de praktijk functioneren. Degenen die wel hun mening geven over verschillende aspecten van de vertegen­woordigende rol, hechten vooral aan de gemeenteraad als bewaker van een goed verloop van het democratisch proces. Respondenten in het Provinciaal- en Waterschaps­ kiezersonderzoek waarderen de volksvertegenwoordigers in hun provincie en waterschap in de afgelopen zittingsperiode gemiddeld met respectievelijk een 5,4 en een 5,5.114 Bestuurders, leden van Gedeputeerde Staten en Dagelijks bestuursleden van waterschappen, scoren eveneens een 5,5. Belangrijker is echter het aandeel dat aangeeft dit niet te weten.

Voor de provincie is dit 47 procent en voor de waterschappen maar liefst 55 procent. Voor de Provinciale

Staten en de besturen van de waterschappen geldt dus in nog sterkere mate dan voor de gemeenten dat voor veel inwoners niet duidelijk is wat daar gebeurt en hoe vertegenwoordigers er functioneren. Daar komt bij dat de waarderingscijfers van respondenten samenhangen met hun mate van vertrouwen in provinciale en waterschapspolitici. Hoe hoger dat vertrouwen, hoe hoger ook het cijfer dat zij geven voor tevredenheid. En aangezien eerder al bleek dat dit vertrouwen de (dalende) landelijke trend volgt, is de conclusie gerechtvaardigd dat er een zeker ‘spill over-´effect is van het lage vertrouwen in de landelijke politiek naar de tevredenheid met het decentraal bestuur. De leidende gedachte in een representatief bestel is dat kiezers hun vertegenwoordigers en bestuurders bij elke verkiezing opnieuw beoordelen en hen ‘afrekenen’ op geleverde prestaties. Hebben zij de kiezer gebracht wat die verwachtte bij het uitbrengen van de stem? Gezien de relatief lage opkomst, de geringe zichtbaarheid van politiek en bestuur in gemeenten, provincies en waterschappen en de samenhang met landelijke processen, ziet het er dus naar uit dat dit afrekenproces op decentraal niveau hapert. Toch zijn er ook voorzichtige indicaties waar kiezers op decentraal niveau meer of minder tevreden mee zijn.

Rienks laat zien dat zichtbare incidenten en misstanden in ieder geval niet worden gewaardeerd.115 Partijen waarvan politici zich in de ogen van kiezers misdragen, krijgen in daaropvolgende lokale verkiezingen minder stemmen dan vergelijkbare partijen zonder incidenten. Zowel corruptie-incidenten, schandalen in de privésfeer en professioneel falen worden afgestraft. In vergelijking met andere landen, is de afstraffing bij de stembus van corruptie-incidenten in Nederland relatief zwaar. Rienks onderzocht ook over een langere periode de veronder­ stelling dat goed presterende bestuurders niet worden afgerekend op hun eigen verrichtingen, maar op die van hun partijgenoten op

G. Jansen en H. Vollaard, Het oordeel van Nederlanders over hun gemeente, in: H. Vollaard, G. Jansen, L. de Blok, M. Boogers en H. Binnema (2022), Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. 113 B. Denters, H. Vollaard, H. van de Bovenkamp en F. Meijerink, ‘Gekozen en niet-gekozen vertegenwoordigers op lokaal niveau’ in SKON, Democratie dichterbij - Lokaal Kiezersonderzoek 2018, p. 18 – 27. 114 L. de Blok en H. Binnema, ‘Inwoners en hun provincie en waterschap: Minder onbekend en onbemind?’, in: H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. 115 H. Rienks, From preferences to policy. Turnout, accountability and policy responsiveness in Dutch local government, RUG, 2022. 112

Staat van het Bestuur 2024

50

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

landelijk niveau.116 Het gegeven dat regeren zetels kost, blijkt toch ook op lokaal niveau op te gaan. Partijen die voorafgaand aan de verkiezingen één of meer wethouders leveren, krijgen gemiddeld 6 procent minder stemmen dan partijen in de oppositie. Collegedeelname blijkt zetels te kosten na één, twee of drie periodes bestuursdeelname. Pas na vier of meer periodes wordt dit effect kleiner. Het effect van landelijk meebesturen blijkt wel groter dan dat van lokaal meebesturen, maar regeringsdeelname maakt geen verschil voor het effect van collegedeelname op het verkiezingsresultaat. Naarmate er meer verschillende partijen aan het college deelnemen, verliezen zij wel minder stemmen. Hoe meer partijen deelnemen, hoe lastiger het voor kiezers is om tegenvallende resultaten aan één partij toe te schrijven. Dit ­betekent dat er lokaal wel degelijk enig democratisch afrekenmechanisme in werking is.

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

116 117

Idem. Waarstaatjegemeente.nl.

2.5.2 De burger als afnemer van lokale overheidsdiensten Dit hoofdstuk gaat voor het grootste deel over de relatie die inwoners hebben met het bestuur in hun politieke rol van burger, als (mede-)beslisser, deelnemer en beïnvloeder van besluitvorming over lokale collectieve aangelegenheden. Daarnaast hebben inwoners echter ook een relatie met de overheid als afnemer van lokale overheidsdienstverlening. Die kan beschouwd worden als onderdeel van de ‘output’ van het democratische proces, waar participatie en beïnvloeding onderdeel zijn van de ‘input’-zijde daarvan. Uit de burgerenquête van Waarstaatjegemeente.nl blijkt dat 53 procent van de inwoners tevreden is over de voorzieningen in hun directe omgeving. De inspanningen van de gemeente waarderen zij in zijn algemeenheid met een 6,6. Over hun eigen buurt als leefomgeving zijn ze nog tevredener. Ze waarderen die met een kleine 8.117 De samenwerking van de gemeente met inwoners geven zij een 6.

Staat van het Bestuur 2024

51

Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1

Inwoners van Nederland

1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius

2

Inwoners en het openbaar bestuur

3

Het openbaar bestuur in functie

2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius

4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur

4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen

5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting

6

De balans opgemaakt

6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering

2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius Opkomstcijfers verkiezingen 2010-2024 De opkomstcijfers voor de eilandsraadverkiezingen van Bonaire, Saba en Sint-Eustatius liggen relatief hoog ten opzichte van de verkiezingen voor de gemeenteraden in Europees Nederland. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 was de opkomst circa 51 procent; voor Bonaire lag de opkomst voor de eilandsraadverkiezingen van 2023 op 64 procent, op Sint-Eustatius en Saba lag de opkomst zelfs boven de 80 procent. Voor Bonaire is dit hoger dan in 2019, toen was de opkomst 62,7 procent. Voor Saba was de opkomst lager dan in 2019, toen 92,1 procent van het electoraat ging stemmen. In 2019 vonden er geen lokale verkiezingen op Sint-Eustatius plaats. Het opkomstpercentage bij de verkiezingen in 2020 bedroeg 76,9 procent. Op Saba was de opkomst voor de lokale verkiezingen in 2023 83,56 procent. Op Bonaire en Saba is wel sprake van een dalende trend; op Sint-Eustatius lag de opkomst bij de laatste verkiezingen (81 procent, 2023) juist wat hoger dan de verkiezingen ervoor (65 procent, 2015; 77 procent, 2020). Tabel 2.7 Opkomst bij eilandsraadverkiezingen vanaf 2011 Verkiezingsjaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15420528/1