Inkomend - Rapport Staat van bestuur 2024
Tekst van het document
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Figuur 2.2 Ratings democratie dilemma Gelijke behandeling Vrije verkiezingen Bescherming tegen armoede Rechterlijke controle Algemeen stemrecht Minderheidsbescherming Afrekenen regering Burgers praten mee Media vrijheid Nationale soevereiniteit Demonstratierecht Verminderen inkomensverschillen Wetenschappelijk bewijs Hoge opkomst Opvattingen van gewone mensen Verschillende partijen Referendum Wil van het volk Vrijheid van meningsuiting
3,5 3,2 3,1 3,1 2,9 2,7 2,4
7
6,2
4,6 4,3
15,3 15,1
2 1,4 1,3 1,3 1,3 1,1 keer zo belangrijk als verkiezing minister-president 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Bron: NKO 2023
Het Nationaal Kiezersonderzoek 2023 ging na welk belang Nederlandse kiezers hechten aan diverse onderdelen van demo cratie door stellingen voor te leggen die horen bij uiteenlopende democratieopvattingen.53 Hieruit blijkt dat kiezers gelijke behan deling en vrije verkiezingen veruit het belangrijkste vinden. Op korte afstand gevolgd door het belang van bescherming tegen armoede, rechterlijke controle, algemeen stemrecht, en minderheids bescherming. Hiermee ziet het merendeel van de Nederlandse kiezers de kern van democratie in een mix van ‘liberale democratie’ (gelijke behandeling, rechterlijke controle, en minderheids bescherming), ‘electorale democratie’ (algemeen stemrecht en vrije verkiezingen) en ‘sociale democratie’ (bescherming tegen armoede). Andere aspecten komen eveneens naar voren als belangrijk, maar de meningen daarover lopen meer uiteen. Dat is bijvoorbeeld het geval het afrekenen van de regering, het hebben van een hoge opkomst bij verkiezingen of participatieve democratie door demonstraties of
meepraten over beleid. Opmerkelijk genoeg vinden kiezers (onbeperkte) vrijheid van meningsuiting juist minder belangrijk, net als meer directe vormen van democratie. Hoewel er een duidelijke kernopvatting is waarover de meeste kiezers het eens zijn, hangen de verschillende accenten die ze leggen samen met hun partijkeuze. Er zijn substantiële verschillen tussen stemmers op de zes grootste partijen in de laatste Tweede Kamerverkiezingen. PVV- en BBBstemmers zien democratie meer als directe democratie dan VVD- en NSC-stemmers voor wie de liberale aspecten belangrijker zijn. GL-/PvdA- en D66-stemmers leggen een groter accent op sociale democratie. De onderzoekers concluderen op basis van de gegevens dat een democratisch uitgangspunt als de scheiding der machten weliswaar steun krijgt van een meerderheid van de kiezers, maar dat de liberale democratie in de publieke opinie op onderdelen wel onder druk staat.54 Grote groepen kiezers vinden namelijk dat de meerderheid moet beslissen, ook als dat ten koste gaat van de
J. van Lit, ‘Opvattingen over democratie in Nederland’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 54 R. Voogd, K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings, ‘Inleiding: De verkiezingen van 2023: van onderstroom naar doorbraak’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 53
Staat van het Bestuur 2024
29
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
rechten van minderheden. Op de vraag of de meerderheid moet beslissen ook als dat ten koste gaat van de belangen van de minderheid, antwoordt bijna 30 procent het daarmee eens te zijn. Ook vindt een grote groep kiezers dat een sterke leider de regels wel wat mag oprekken om het gewenst resultaat te bereiken; 36 procent is het daarmee eens. In de steun voor deze opvattingen is er vooral samenhang met opleiding en met stemgedrag.
Spanningen in de publieke opinie over democratie De Staatscommissie Rechtsstaat, die in juni 2024 zijn advies over het versterken van de rechtsstaat aanbood aan het kabinet, heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau een analyse laten maken van de steun voor de democratische rechtsstaat onder burgers.55 Deze analyse bevestigt andermaal dat de steun voor democratie en democratische waarden in Nederland groot is. Tegelijk is er steun voor meer autocratische of technocratische vormen van bestuur en is er ook onder voorstanders van de representatieve democratie steun voor illiberale waarden als de situatie daar in hun ogen om vraagt. Maar nog altijd worden deze alternatieven vooral als aanvulling op de representatieve democratie gezien, niet als vervanging. Mensen willen geen sterke leiders of experts zonder democratische controle, bijvoorbeeld via referenda, en ook geen directe democratie zonder de professionele competentie van volksvertegenwoordigers. De auteurs van deze analyse voor de Staatscommissie Rechtsstaat signaleren een drietal spanningen in de publieke opinie over de democratische rechtsstaat.56 De eerste is die tussen democratie en rechtsstaat. De meeste mensen geven aan het recht op gelijke behandeling en de bescherming van rechten van minderheden erg belangrijk te vinden. Toch maken zij daarbij soms verschil tussen specifieke groepen.
Zo’n twee vijfde van de mensen maakt ook verschil tussen de rechten van de meerderheid en de rechten van de minderheid. De tweede spanning is die tussen homogeniteit en pluralisme. Een aanzienlijk deel van de publieke opinie gaat ervan uit dat politiek en bestuur beter zouden functioneren als ze beter zouden luisteren naar burgers. Daar ligt volgens de auteurs de
55 56
aanname onder dat die burgers één duidelijke mening hebben, waarnaar geluisterd moet worden. In de praktijk bestaat er een veelheid van opinies. De derde spanning komt daaruit voort: die tussen de uitvoerende en de controlerende macht. Als burgers denken dat de meerderheid van de bevolking het grotendeels eens is over de belangrijkste maatschappelijke problemen en over de richting waarin ze moeten worden opgelost, dan worden controlerende machten niet gezien als beschermers van burgers tegen een te sterke uitvoerende macht, maar eerder als krachten die de uitvoering van de wil van het volk tegenwerken. Ook voor deze opvattingen vond het SCP verschillen tussen diverse groepen burgers, wat betreft leeftijd, opleiding en partijkeuze. Jongeren benoemen rechtsstatelijke en sociale waarden minder vaak als belangrijk dan andere leeftijdsgroepen. Mensen met een hbo- of wo-opleiding oordelen vaker positief over de representatieve democratie en de politiek dan mensen met alleen een basis-vmbo- of mbo-1-opleiding. Kiezers van PVV, FVD, JA21 en BBB zijn minder vaak tevreden over de democratie en vaker kritisch over de mate waarin Nederland democratische principes waarmaakt. Dat geldt bijvoorbeeld voor vrije en eerlijke verkiezingen en vrije kritische media, al vindt nog altijd een ruime meerderheid onder hen dat deze twee principes wel goed functioneren.
Aan sommige rechtsstatelijke waarden zeggen zij ook minder groot belang te hechten dan andere stemmers, zoals vrije en eerlijke verkiezingen, de bescherming van minderheidsrechten en politiek pluralisme. Ze hechten juist grotere waarde aan nationale soevereiniteit en directe democratie.
2.2.5 Veronderstelde polarisatie en verruwing Een veelgehoorde veronderstelling is dat de polarisatie in Nederland toeneemt. Desondanks geeft onderzoek geen aan leiding om een grote polarisatie tussen burgers onderling te veronderstellen. Er zijn wel aanwijzingen voor een zekere polarisatie op specifieke thema’s. Het Nationaal Kiezersonderzoek 2021 onderzocht polarisatie op meer manieren: ideologische polarisatie, affectieve polarisatie en
SCP, Burgers over democratie en rechtsstaat. Kennisnotitie voor de Staatscommissie rechtsstaat, Den Haag, 2024. Idem.
Staat van het Bestuur 2024
30
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
polarisatie over feiten. Dit is bekeken op de thema’s herverdeling, klimaatverandering en de multiculturele samenleving. De meeste kiezers nemen nog steeds een middenpositie in op deze thema’s. Wel is de ideologische polarisatie toegenomen en noemen de onderzoekers de affectieve polarisatie (afkeer van andersdenkenden) historisch hoog. Vooral klimaatverandering is een polariserend thema. Feitenpolarisatie vindt vooral plaats rond klimaat en de multiculturele samenleving. Het vertrouwen in wetenschap en media hangt steeds meer samen met politieke voorkeur.57 In Nederland is echter geen sprake van ‘superidentiteiten’. Dat is een Amerikaans verschijnsel, dat daar ook sterk wordt beïnvloed door de inrichting en het functioneren van het politiek bestel. Hier vallen culturele identiteiten niet direct samen met politieke voorkeuren of geografische kenmerken, maar sommige mechanismen kunnen wel die kant op gaan, zoals bijvoorbeeld de Atlas van afgehaakt Nederland laat zien.58 De Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde verkende eveneens in hoeverre er in Nederland sprake is van polarisatie.59 De conclusie luidt dat er geen aanleiding is om polarisatie als overheersende brede trend te veronderstellen. In de afgelopen decennia zijn verschillen van mening tussen grote bevolkingscategorieën over de hele linie niet toegenomen. Wel is
er sprake van meer aandacht in (sociale) media voor polarisatie in het politieke debat. Ook zijn er aanwijzingen voor de ontwikkeling van een zekere tweedeling bij verschillen in politiek vertrouwen en zelfvertrouwen en in kosmopolitische versus nationalistische voorkeuren. Het ziet ernaar uit dat deze kenmerken meer met elkaar gaan samenhangen en meer onderscheidend worden voor mensen met verschillende opleidingsniveaus en in mindere mate ook voor bewoners van (binnen)steden en van het platteland. Het is echter geen scherpe tweedeling, maar eerder een tendens. Het Sociaal Cultureel Planbureau constateert dat in de samenleving wel de zorgen over polarisatie toenemen. Ongeveer driekwart van de mensen denkt dat de verschillen van mening over maatschap pelijke kwesties steeds groter worden.60 Daarbij blijkt het veelal te gaan over een verharding van de toon en verslechterde omgangsvormen in het debat, met name in de politiek en in het publieke debat via de (sociale) media. Men vindt dat het vooral kleine groepen met een harde toon zijn die veel aandacht vragen én krijgen. Wanneer het gaat om groepen die achterstelling ervaren of het gevoel hebben niet gehoord te worden, dan hebben mensen daar ook wel begrip voor. Toch staan zij afwijzend tegenover wat zij zien als extreme uitingen, vooral wanneer die actief worden uitgedragen.
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Eelco Hartelveld en Roderik Rekker, ‘Polarisatie in Nederland’, in: SKON (2021), Versplinterde vertegenwoordiging. Nationaal Kiezersonderzoek 2021. J. de Voogd en R. Cuperus, Atlas van afgehaakt Nederland. Over buitenstaanders en gevestigden, Den Haag, 2021. 59 Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde, Koester de democratie! Een dringende oproep om de democratische rechtsorde weer voor iederéén te laten werken, Eindrapport, Den Haag, 2023. 60 SCP. 2022. Burgerperspectieven 2022-2. 57
58
Staat van het Bestuur 2024
31
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
Jongeren en democratie: ontwikkeling d emocratische kernwaarden
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
De Universiteit van Amsterdam deed een langlopend onderzoek naar de ontwikkeling van democratische kernwaarden onder jongeren.61 Dezelfde groep scholieren is jaarlijks bevraagd. Jonge scholieren (eerste klas voortgezet onderwijs) blijken de kernwaarden van de democratische rechtstaat al in hoge mate te ondersteunen. Er is sterke steun voor de representatieve democratie onder jongeren en dit wordt steeds sterker naarmate ze ouder worden. Een autoritair bestuursmodel wordt steeds sterker afgewezen. Daarnaast wijzen ze inperking van het stemrecht massaal af, en onderschrijven ze in ruime meerderheid de vrijheid van meningsuiting. Zorgen dat jongeren steeds minder gehecht zouden zijn aan de democratie komen dus niet overeen met de onderzoeksresultaten. Niet alle jongeren voelen zich even sterk bij de politiek betrokken. De mate waarin jongeren van plan zijn om te gaan stemmen als ze 18 zijn, waarin ze het idee hebben dat ze de politiek begrijpen, of waarin ze vertrouwen hebben in publieke ambtsdragers, verschilt substantieel tussen groepen leerlingen, in het bijzonder die tussen verschillende opleidingstypen. Veel van deze structurele ongelijkheden ontstaan al voor de middelbare schoolleeftijd, en blijven gedurende de hele middelbare schoolperiode min of meer stabiel.
Dit duidt op een zeer beperkte invloed van scholen op het verkleinen van deze ongelijkheden tussen groepen leerlingen. Havo- en vwo-leerlingen uiten vaker de intentie om te gaan stemmen als ze 18 zijn en hebben sterker het idee dat ze de politiek begrijpen dan vmboleerlingen. Ook praten ze vaker over politiek met ouders en leeftijdsgenoten, en hebben ze een sterkere ambitie om later in de politiek te werken (al is die ambitie onder alle groepen laag). De ‘Diplomademocratie’ is al zichtbaar in de opvattingen, voorkeuren en intenties van jongeren, ruim voordat er sprake is van een diploma. Volwassenen met een migratieachtergrond hebben gemiddeld genomen minder vertrouwen in de politiek dan volwassenen zonder migratieachtergrond. Ook onder jongeren is dit het geval, en ze hebben minder het idee dat de politiek er voor hen is. Ook deze verschillen bestaan al vanaf de eerste jaren van het middelbare onderwijs en blijven stabiel. Ondanks de onderlinge verschillen zijn de opvattingen van jongeren niet statisch. Veel opvattingen en waarden zijn volop in ontwikkeling tijdens de middelbare schoolperiode. Jongeren hebben over het algemeen steeds sterker het idee dat ze de politiek begrijpen naarmate ze ouder worden. Ook lijken ze steeds beter in staat om genuanceerde differentiaties te maken tussen verschillende opvattingen of instituties.
Ze krijgen bijvoorbeeld steeds minder vertrouwen in politici, maar het vertrouwen in rechters blijft stabiel. Verder maken ze duidelijker onderscheid tussen uitspraken die ze wel en niet acceptabel vinden. Ook praten jongeren meer over politiek met hun vrienden en leren ze relatief steeds meer over politiek van leeftijdsgenoten dan van hun ouders. Democratische waarden ontwikkelen zich dus naarmate jongeren ouder worden. Deze trends zijn veelal vergelijkbaar tussen verschillende groepen leerlingen, waardoor bestaande ongelijkheden stabiel blijven.
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Het Nationaal Kiezersonderzoek 2023 laat zien dat kiezers verruwing van politieke omgangsvormen, onbeleefdheden en ruzie niet op prijs stellen.62 Dit geldt zeker voor vrouwelijke kiezers. Ook blijkt dat zij de verkiezingscampagne van 2023 niet als bijzonder onbeleefd of ruzieachtig hebben ervaren. Een aanzienlijke meerderheid van de kiezers ziet echter wel dat politici vaak het slachtoffer worden van bedreigingen en haat, onder andere op sociale media. “4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers”.
61 62
Kiezers keuren dergelijk geweld sterk af. Er is wel samenhang tussen de perceptie van verharding van de politiek en het gebruik van sociale media. Sociale mediagebruikers zagen iets vaker verharding in de politiek, maar toonden er ook meer tolerantie voor.
T. Huijsmans e.a., Democratische kernwaarden in het voortgezet onderwijs. Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen jaar 5 en 6, UvA, 2024. R. van Dijk, E. van der Goot, Z. Runderkamp, E. Turkenburg en C. Vargiu,´Verruwing in de politiek: hoe kiezers conflict en geweld in de politiek ervaren’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024.
Staat van het Bestuur 2024
32
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2.3 Inwoners en de decentrale democratie
Op de tweede plek voelen Nederlanders zich het meest verbonden met hun gemeente. In de lokale binding is een groei te zien, van 65 procent (zeer) verbonden Nederlanders met de gemeente in 2020 naar 73 procent in 2023. Op de derde plek komt dan de mate van binding met de provincie, gegroeid van 50 procent in 2020 naar 58 procent in 2023, gevolgd door verbondenheid met de EU (34 procent in 2020, 40 procent in 2023). Op de laatste plaats komt dan het waterschap, waarmee Nederlanders zich het minste verbonden voelen maar die wel iets is gestegen (van 20 procent naar 26 procent). Over de gehele linie gesproken, is de binding van inwoners met de decentrale democratie de afgelopen jaren dus gegroeid.
2
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
Inwoners en het openbaar bestuur
Het fundament voor een democratische gemeenschap is de verbondenheid die zijn leden ermee voelen. In hoeverre ervaren inwoners van Nederland verbondenheid met de verschillende geografische eenheden? Het Provinciaal- en Waterschapskiezersonderzoek ging na wat de verbondenheid van burgers is met provincies en waterschappen en vergeleek dit met andere bestuurslagen.63 Nederlanders voelen zich het sterkst verbonden met het land als geheel, en dit percentage is stabiel (84 procent in 2020, 83 procent in 2023).
3
Het openbaar bestuur in functie
Figuur 2.3 Gevoelens van verbondenheid met verschillende (bestuurs-)niveaus. In procenten. N = 2735. Data gewogen
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
120% 100% 80% 60% 40% 20%
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
0%
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
uw wijk of dorpskern
uw gemeente
Zeer verbonden Helemaal niet verbonden
uw streek
Tamelijk verbonden Weet ik niet
uw waterschap
uw provincie
Nederland
de Europese Unie
Niet erg verbonden
Bron: Provinciaal en Waterschapskiezersonderzoek 2023 Vraag: Hoe verbonden voelt u zich met….?
Er is weinig verschil in tevredenheid met de democratie op nationaal, provinciaal of lokaal niveau. Zo is de tevredenheid over het functioneren van de democratie in provincies en waterschappen de afgelopen jaren iets gedaald en lijkt die mee te bewegen met de dalende tevredenheid over de nationale democratie.64 Toch hebben mensen meer vertrouwen in de lokale politieke instituties dan in de nationale.
63 64
Vooral de burgemeester kan rekenen op ruime steun, maar ook het vertrouwen in de gemeenteraad en het college van B&W is hoger dan dat in het nationale parlement en de regering. Dit zou erop kunnen duiden dat lokale democratie en bestuur voor inwoners een minder politiek profiel hebben dan die op nationaal niveau.
H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. Idem.
Staat van het Bestuur 2024
33
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De interesse van inwoners in de decentrale politiek (50 procent lokaal en 46 procent provinciaal) daarentegen is lager dan die in de nationale politiek (59 procent).65 Dit cijfer is door de jaren heen behoorlijk stabiel. Als we de mate waarin ze geïnteresseerd zijn in lokale politiek vergelijken met hun interesse in landelijke politiek, blijkt ongeveer een op de vijf inwoners (21 procent) meer geïnteresseerd te zijn in de landelijke politiek. Uit lokaal kiezersonderzoek blijkt verder dat de kennis van de lokale politiek vrij oppervlakkig is. De helft van de inwoners weet wie de burgemeester is in hun gemeente, de andere helft weet dit niet. Vooral jongeren, lageropgeleiden en inwoners in middelgrote gemeenten moeten het antwoord vaker schuldig blijven.66 Iets vergelijkbaars geldt voor het provinciale niveau. Veel mensen geven aan weinig te weten over de kandidaten, volksvertegenwoordigers en bestuurders in hun provincie en ook zijn ze niet goed op de hoogte van kwesties die er spelen. Meer dan de helft van de respondenten in het provinciaal- en waterschapskiezers onderzoek weet niet wat de belangrijkste kwesties zijn in hun provincie of waterschap.67
2.4 Wat doen inwoners in de democratie?
2.4.1 Opkomst De opkomst bij verkiezingen is in Nederland redelijk stabiel. Er zijn wel aanzienlijke verschillen tussen de verkiezingen voor de diverse bestuurslagen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen stemmen nog altijd de meeste mensen: in 2023 was dat 77,7 procent. De opkomst voor lokale verkiezingen is op langere termijn gezien gestaag gedaald. De lichte stijging van de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 blijkt vooralsnog eenmalig te zijn geweest. Met een opkomst van 51 procent bij de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022 werd een dieptepunt bereikt. De opkomst voor de Provinciale Statenverkiezingen daarentegen stijgt geleidelijk. In 2023 was het opkomstpercentage 58,64 procent. Dit past in de meerjarig licht stijgende trend in de opkomst voor de Statenverkiezingen. Die is de laatste vier verkiezingen tot drie keer hoger geweest dan de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen. Daarmee kunnen we spreken van een trendbreuk, want de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen was in het verleden altijd hoger dan die voor de Provinciale Staten. Deze stijging laat zich waarschijnlijk mede verklaren doordat de landelijke dimensie van deze verkiezing (het verkiezen van de Eerste Kamer door de leden van PS) in het huidige politieke landschap aan belang wint.
Een levende democratie staat of valt met de bereidheid van mensen om zich ervoor in te zetten en er op de een of andere manier aan mee te doen: als kiezer, kandidaat, actieve burger of politiek ambtsdrager. In dit hoofdstuk gaat het over de eerste drie rollen, in het bijzonder in de context van het decentrale bestuur. Politieke ambtsdragers komen in het volgende hoofdstuk aan de orde. “3 Het openbaar bestuur in functie”.
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
P. Dekker en J. den Ridder, Lokale betrokkenheid en non-electorale participatie, in: H. Vollaard, G. Jansen, L. de Blok, M. Boogers en H. Binnema (2022), Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. 66 L. de Blok en M. Boogers, Opkomst en kiesgedrag, in: H. Vollaard, G. Jansen, L. de Blok, M. Boogers en H. Binnema (2022), Democratie in de gemeente: Lokaal Kiezersonderzoek 2022. 67 L. de Blok en H. Binnema, ‘Inwoners en hun provincie en waterschap: Minder onbekend en onbemind?’ in: H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. 65
Staat van het Bestuur 2024
34
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding Inwoners van Nederland
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Figuur 2.4 Opkomstpercentage bij verkiezingen in Nederland, 1970 – 2024
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 19 1970 1971 1972 1973 1974 1975 1976 1977 1978 1979 1980 1981 1982 1983 1984 1985 1986 1987 1988 1989 1990 1991 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 2099 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 24
1
Gemeenteraadsverkiezingen Europees Parlementsverkiezingen
Provinciale statenverkiezingen Waterschapsverkziengen*
Tweede Kamerverkiezingen
* De verkiezingen voor de waterschapsbesturen hebben betrekking op een deel van de zetels in het Algemeen Bestuur. De overige 'geborgde' zetels zijn gereserveerd voor vertegenwoordigers van bedrijven, boeren en beheerders van natuurterreinen, die worden voorgedragen door de betreffende koepelorganisaties.
Bron: Kiesraad
Uit de verschillende kiezersonderzoeken op nationaal en decentraal niveau blijkt dat de opkomst onder specifieke groepen hoger is. Stemmers zijn vaker relatief hoogopgeleid en hebben geen laag inkomen, ze zijn wat ouder, geïnteresseerd in politiek en hebben voldoende politieke kennis en zelfvertrouwen.68 Voor gemeenteraadsverkiezingen geldt dat het zich verbonden voelen met de gemeente eraan bijdraagt dat mensen gaan stemmen. Het is moeilijk om te spreken van ‘de’ niet-stemmer. Sommige mensen mijden de stembus structureel, maar een deel van de kiezers stemt soms wel en soms niet of alleen bij de nationale verkiezingen. Factoren die op individueel niveau verklaren of iemand wel of niet gaat stemmen, hebben te maken met iemands zogeheten hulpbronnen (zoals opleidingsniveau), socialisatie, blootstelling aan campagnes en media-aandacht, hoe belangrijk iemand bepaalde verkiezingen vindt, gewoonte, een gevoel van burgerplicht, politieke interesse en zelfvertrouwen.69 De opkomst was in
68 69
2022 vooral laag in meer stedelijke gemeenten, maar ook in enkele (minder stedelijke) gemeenten met een groter aandeel inwoners zonder hbo- of wo-opleiding en in gemeenten waar gezondheidsproblemen en eenzaamheid vaker voorkomen. Er zijn bepaalde groepen kiesgerechtigden waar het percentage stemmers bij gemeenteraadsverkiezingen relatief lager ligt, met name onder vrouwen, jongeren, inwoners met een mbo- of middelbare schoolopleiding, Nederlanders met een migratie achtergrond en inwoners van zeer stedelijke gemeenten. Verschillende groepen hebben ook verschillende motieven om thuis te blijven. Geen vertrouwen in de lokale politiek wordt vaker als beweegreden genoemd door mensen met een mbo- of middelbare schoolopleiding. Mensen met een hbo- of wo- opleiding stemmen vaker uit principe niet. Vrouwen en mensen met een hbo- of wo-opleiding noemen vaker hun tevredenheid met het gemeentebestuur als reden om niet te gaan stemmen.
Zie bijvoorbeeld het NKO 2021, het NKO 2023 en het LKO 2022. H. Vollaard e.a. (red.), De lokale niet-stemmer. Een analyse van de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, Universiteit Utrecht/SKON, 2022.
Staat van het Bestuur 2024
35
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
Zo’n 400.000 van de 13,6 miljoen kiesgerechtigde inwoners bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 had geen Nederlandse nationaliteit. Het gaat dan vooral om Polen, maar ook Duitsers, Italianen en Belgen. In sommige gemeenten maken zij een behoorlijk deel van het electoraat uit. Er zijn aanwijzingen dat zij minder stemmen. Gebrek aan interesse, beperkte lokale binding en een taalbarrière lijken daaraan bij te dragen.70 Rienks onderzocht de invloed van bestuurlijke schaalvergroting op de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen over een langere periode.71 Hij ontdekte dat ongeveer tien procent van de daling in opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen tussen 1990 en 2018 toe te schrijven is aan gemeentelijke herindelingen. Opmerkelijk is dat in heringedeelde gemeenten ook de opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen iets daalt. Vijf verkiezingen na de herindeling zijn deze effecten niet verminderd, waardoor ze structureel lijken te zijn. De effecten zijn sterker voor gemeenten die voor de herindeling relatief klein waren. Rienks ziet als meest waarschijnlijke verklaring de verzwakking van de sociale norm om te gaan stemmen en een grotere afstand tussen burger en politiek in de heringedeelde gemeenten.
Voor de Provinciale Statenverkiezingen op 15 maart 2023 toont Van der Kolk aan dat de nieuwe partij Boer Burger Beweging (BBB) een mobiliserend effect had op kiezers die bij eerdere verkiezingen niet altijd opkwamen.72 Ook laat hij zien dat de opkomst in sommige gebieden respectievelijk groter was of meer steeg dan in andere gebieden. De onderstaande kaart toont de verdeling van de opkomst.
Figuur 2.5 Verdeling opkomst Provinciale Staten verkiezingen naar gemeente
40
60
80
100
Bron: PWKO 2023
De opkomst was in 2023 vooral hoog in het oosten en in de ‘Biblebelt’, die grofweg loopt van Zeeland tot Zwolle. Net als in 2019 is er een verband met stedelijkheid: in beide jaren is de opkomst in de niet-stedelijke gebieden hoger dan de opkomst in stedelijke gebieden. De opkomst in gemeenten in het oosten, noorden en in het zuidoosten van Noord-Brabant is meer toegenomen dan in de gemeenten in de westelijke provincies. In Amsterdam, Almere en Rotterdam lag de opkomst wat lager dan in 2019.
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Idem. H. Rienks, From preferences to policy. Turnout, accountability and policy responsiveness in Dutch local government, RUG, 2022. 72 H. van der Kolk, ‘Hoe de BBB bijdroeg aan een hogere opkomst in 2023’, in: H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. 70 71
Staat van het Bestuur 2024
36
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius
3
Het openbaar bestuur in functie
3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
Interessant is opnieuw de rol van de al eerder benoemde geo grafische verbondenheid. Degenen die zich wel verbonden voelen met de provincie stemmen vaker dan degenen die dat niet doen. Van de mensen die zich niet verbonden voelden stemde 41 procent, terwijl van degenen die zich sterk verbonden voelden met de provincie 74 procent stemde.73
2.4.2 Kiezen Op 22 november 2023 vonden er verkiezingen plaats voor de Tweede Kamer. Op 15 maart van datzelfde jaar waren er zowel verkiezingen voor de Provinciale Staten als voor de (gekozen) leden van de Algemene Besturen van de waterschappen.
Tweede Kamerverkiezingen Vertrouwen in het verkiezingsproces Vertrouwen in een eerlijk verloop van het verkiezingsproces is onontbeerlijk voor de legitimiteit van verkiezingen. In Nederland is dit internationaal vergeleken hoog.
papier in een stemhokje, geven zij ook in 2023 aan het stemmen per post, volmacht en computer meer te wantrouwen. Het ten opzichte van 2021 toegenomen vertrouwen in het verkiezingsproces is het meest opvallend onder PVV-kiezers, lager opgeleiden en jongeren. Opleidingsverschillen in vertrouwen zijn nagenoeg verdwenen. Wel is dit nog steeds lager onder kiezers van Forum voor Democratie, DENK, en in mindere mate onder niet-stemmers en kiezers van JA21. Voor kiezers die het verkiezings proces wantrouwen, heeft dit dus ook een politieke dimensie. Slechts 3 procent van de respondenten zegt het verkiezingsproces te wantrouwen; de overige 7 procent weet het niet. Er is door gevraagd naar de redenen van wantrouwen en die blijken veelal niet over het stemproces zelf te gaan, maar meer over de gehele gang van zaken rond de verkiezingen en de verkiezingscampagnes. Men maakt zich zorgen over de herkomst en verspreiding van informatie, ongelijke aandacht voor partijen in de media, de rol van sociale media, mogelijke misinformatie en de invloed van deze zaken op de uitslagen van verkiezingen.
Trends in het landelijk kiesgedrag Tabel 2.2 Vertrouwen in verkiezingsproces Vertrouwen in verkiezingsproces
2017
2021
2023
Verkiezingen zijn eerlijk verlopen
86%
79%
90%
Verkiezingen zijn niet eerlijk verlopen
5%
10%
3%
Bron: NKO
Een grote meerderheid van 90 procent van de kiesgerechtigden in Nederland vond in 2023 dat de verkiezingen eerlijk zijn verlopen.74 Dit aandeel is hoger dan in 2021, toen de coronapandemie aanpassingen in het stemproces vergden zoals spreiding van de verkiezingen over meerdere dagen en het mogelijk maken van briefstemmen voor oudere kiezers. Waar kiezers relatief veel vertrouwen hebben in het ‘traditioneel’ stemmen met potlood en
De verkiezingsuitslag van 2023 laat een uitzonderlijk hoge veranderlijkheid zien. Meer dan een derde van het totale aantal Kamerzetels is van partij gewisseld ten opzichte van de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2021.75 Dit is naoorlogs niet eerder zo hoog geweest, namelijk 54 zetels, 36 procent van de zetels. Gemiddeld genomen was dit tussen 1994 en 2021 zo’n 19 procent. De fragmentatie in de Tweede Kamer is iets afgenomen, maar blijft nog steeds hoog. Het aantal partijen dat maar één zetel heeft, is afgenomen. Het aantal partijen met minder dan vijf zetels blijft gelijk. Het effectieve aantal parlementaire fracties daalde van 8,5 in 2021 naar 7 na de verkiezingen van november 2023. De traditionele regeringspartijen PvdA, VVD, D66 en CDA behaalden gezamenlijk nog nooit zo weinig zetels als in 2023. Voogd en Van der Meer stellen in het Nationaal Kiezersonderzoek 2023 dat
Idem. R. van Son en C. van Ham, ‘Vertrouwen in het stemproces en eerlijke verkiezingen in Nederland’ in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 75 R. Voogd en T. van der Meer, ‘De verkiezingen van 2023 in longitudinaal perspectief’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 73
74
Staat van het Bestuur 2024
37
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
daaronder de structuur van het partijlandschap wel enigszins standhield. De strijd om de kiezer vindt primair plaats binnen drie blokken: links, centrumrechts, en radicaal-rechts. Toch zien de onderzoekers dat de scheidslijnen tussen de blokken minder hard worden. Centrumrechts verzwakte in 2023, terwijl radicaal-rechts fors aan kracht won. Volgens de auteurs laat de verkiezingsuitslag van 2023 een vertraagde doorbraak zien van al eerder aanwezige trends. De verkiezingen van 2021 hadden een relatief stabiele uitslag met een wisseling van 21 zetels (14 procent van de zetels), doordat de pandemie had geleid tot hernieuwde steun voor de regerings partijen. De fluctuaties die daar ook toen al onder schuil gingen, kwamen in 2023 tot uiting. Het NKO 2023 benoemt daarbij een vertrouwensbreuk tussen burgers en de overheid en een dalende tevredenheid met het functioneren van de democratie, met name bij specifieke groepen kiezers. Opmerkelijk is ook dat meer kiezers later beslissen over hun stemkeuze.76 Het aantal kiezers dat in verkiezingstijd maar één partij serieus overweegt, neemt ook nog steeds af hoewel de gemiddelde grootte van de keuzeset van kiezers gelijk is gebleven. Kiezers zijn dus minder trouw aan een enkele partij. Dit maakt de keuzes van stemmers nog niet inhoudelijk inconsistent.
De ideologische en beleidsmatige voorkeuren van kiezers zijn al geruime tijd stabiel.77 De meeste stabiliteit is er in de gemiddelde links-rechtsplaatsing van kiezers. Hierin is sinds 1998 nauwelijks iets veranderd. Het gemiddelde van kiezers blijft vrij constant schommelen rond het midden van het links-rechtsspectrum. De gemiddelde kiezer is sociaaleconomisch (gematigd) links en sociaal-cultureel (gematigd) rechts-conservatief. Het enige punt waar het gemiddelde consequent aan de rechts-conservatieve kant ligt, is op het gebied van de integratie van nieuwkomers. De veranderingen in de uitslagen van de verkiezingen kunnen dus niet worden verklaard door verschuivingen in de vraagzijde van de
politiek, te weten de opinies en de links-rechtsplaatsing van de kiezers. Verklaringen moeten meer worden gezocht aan de aanbodzijde, de veranderingen in het partijlandschap.
Provinciale Statenverkiezingen en waterschapsverkiezingen De bekendheid van de provincie en het waterschap blijft beperkt, ook tijdens de verkiezingsperiode van 2023.78 Minder dan de helft van de inwoners denkt dat de provinciale politiek invloed heeft op het dagelijks leven en meer dan de helft heeft geen interesse in de provinciale - en waterschapspolitiek. Ook de mate van kennis en de deelname aan andere vormen van participatie blijven op deze niveaus zeer beperkt. Daarbij geldt voor alle aspecten van bekendheid dat het waterschap nog minder bekend is dan de provincie. De bekendheid van de provincie varieert sterk tussen provincies, waarbij inwoners van grensprovincies vaker meer geïnteresseerd zijn in de provinciale politiek dan de inwoners van de Randstedelijke provincies. Ook tussen bevolkingsgroepen zijn er in dit opzicht verschillen. Over het algemeen zijn ouderen, inwoners met een hbo- of wo-achtergrond of inwoners van een minder stedelijk gebied bekender met het reilen en zeilen van de provinciale en/of waterschapspolitiek. Wel is over de gehele breedte de interesse in de provinciale en waterschapspolitiek toegenomen in de afgelopen drie jaar. Toch was er nog een substantiële groep die niets van de campagne voor beide verkiezingen heeft meegekregen. Deze groep was voor de waterschappen bijna twee keer zo groot.
Wat betreft de uitslagen was de Boer Burger Beweging (BBB) in de Provinciale Staten de grote nieuwkomer. Dit was de tweede Provinciale Statenverkiezing op rij waar een nieuwe partij het grootst werd. De uitslag voor BBB was vooral hoog in provincies met een dominant landelijk karakter. Toch liet de uitslag niet louter een eenvoudige tegenstelling zien tussen ‘Randstadprovincies’ en ‘de regio’. BBB heeft in alle provincies veel stemmen gekregen.
J. van Holsteyn en G. Irwin, ‘De dag die je wist dat zou komen:22 november 2023, Kamerverkiezingen’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 77 K. Wijnen en W. van der Brug, ‘Kiezersvertegenwoordiging in een gefragmenteerd partijenlandschap’, in: Voogd, R., K. Jacobs, M. Lubbers en N. Spierings (2024), De verkiezingen van 2023. Van onderstroom naar doorbraak: onvrede en migratie, Stichting Kiezersonderzoek Nederland, 2024. 78 H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. 76
Staat van het Bestuur 2024
38
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius 2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
Een recordaantal zetels is in alle Provinciale Staten tezamen van partij gewisseld, namelijk ruim 40 procent. Dit past in de eerder gesignaleerde trend van toegenomen volatiliteit van de kiezers. De uitslagen bevestigden verder de fragmentatie die het partijlandschap al langere tijd laat zien. Dit betekent dat er meer partijen verkozen worden en dat, vooral, vroeger grote partijen kleiner worden. Er zijn geen echt grote partijen meer, alleen meerdere middelgrote partijen. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de landelijke verhoudingen, maar zeker ook voor de provinciale. Er zijn meer partijen nodig om colleges van Gedeputeerde Staten te vormen in de provincies. Mickler en Otjes laten zien dat landelijke overwegingen een belangrijke rol speelden bij de stemkeuze in deze verkiezingen.79 Dat geldt voor de loyaliteit aan landelijke partijen, die ondanks de grote bewegelijkheid van kiezers substantieel is. De kans om hetzelfde te stemmen als bij de landelijke verkie zingen was groot. Maar bovendien blijkt dat tevredenheid met de landelijke regering van groot belang was: mensen stemden veel minder vaak op een regeringspartij als ze ontevreden waren over de regering. Opmerkelijk is dat deze landelijke overwegingen van toepassing zijn op álle kiezers, en niet slechts op degenen die beseften dat ze
met hun stem de Eerste Kamer kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd speelden regionale thema’s zeker een rol in zowel de Provinciale Statenverkiezingen als de waterschapsverkiezingen. De provincies hebben een cruciale rol bij kwesties als de energietransitie en de stikstofproblematiek, terwijl in de waterschappen vraagstukken over belastingen en de spanning tussen belangen van boeren en de natuur centraal staan. Kiezers stemden vaker op een partij die op deze thema’s dicht bij hen staat. Dit effect is sterker in de provincie dan in het waterschap. De onderzoekers concluderen echter ook dat het functioneren van de democratie als afrekenmechanisme op deze niveaus niet sterk is.80 Veel kiezers geven aan dat ze niet weten welke partijen deel uitmaken van de provinciale- en waterschapsbesturen en ze hebben onvoldoende inzicht in het functioneren van deze besturen om hierover een oordeel te vellen. Voor de waterschappen is het gebrek aan kennis onder kiezers zelfs zo groot dat de algemene besturen niet verantwoordelijk worden gehouden door de kiezer. Voor de provincie is een dergelijke verantwoordings relatie zeer zwak. Al met al worden de kiezers die zijn opgekomen op deze niveaus inhoudelijk wel goed vertegenwoordigd, stellen Mickler en Otjes, maar de verantwoordingsrelatie tussen kiezer en gekozenen is er vrijwel afwezig.
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke 5.1 Inleiding 5.2 De thermometer 5.3 De eenvormigheid van de regio 5.4 De thermometer revisited 5.5 Afsluiting
6
De balans opgemaakt
6.1 Democratie en pluralisme 6.2 Vertrouwen niet eenduidig 6.3 Zelfstandig karakter decentraal bestuur slecht zichtbaar 6.4 De mensen in het bestuur: tevreden, gemotiveerd, druk en eenzijdig 6.5 Fragmentatie en verloop in het decentraal bestuur 6.6 Dilemma’s van democratisch besturen 6.7 Sterk bestuur vraagt mensen en middelen 6.8 Decentralisatie en regionalisering
T. Mickler en S. Otjes, ‘De partijkeuze in provincie en waterschap’, in: H. Vollaard (red.), Burgers en boeren in beweging. Het kiezersonderzoek in provincies en waterschappen van 2023, Utrecht, 2023. 80 Idem. 79
Staat van het Bestuur 2024
39
Staat van het Bestuur 2024 Inleiding 1
Inwoners van Nederland
Lokale partijen hebben het grootste aantal zetels in de gemeenteraden
1.1 Wie zijn de inwoners? 1.2 Wat doen de inwoners? 1.3 Hoe is het leven in Nederland? 1.4 Wat betekent dit voor het openbaar bestuur? 1.5 Bonaire, Saba, Sint-Eustatius
2
Inwoners en het openbaar bestuur
3
Het openbaar bestuur in functie
Veruit het grootste aantal zetels in de gemeenteraden wordt ingenomen door vertegenwoordigers van lokale partijen en lijsten. Dit zijn partijen die slechts in één gemeente meedoen aan gemeenteraadsverkiezingen. Deze categorie steeg van 2612 zetels in 2018 naar 2991 in 2022.81 Hiermee zet de meerjarige trend door dat steeds meer kiezers bij de gemeenteraadsverkiezingen lokaal stemmen, wat op veel plekken ook resulteert in deelname aan het college van burgemeester en wethouders. Over lokale partijen bestaan soms hardnekkige beelden. Het zou een relatief jong fenomeen zijn, vooral een uiting van populisme of protest, dat zich afzet tegen een bestuurlijke elite en als zodanig vooral lastig voor het vormen van een stabiel bestuur. De daarmee samenhangende benadering van lokale partijen als één categorie klopt echter niet, zo blijkt uit de resultaten van een onderzoeksprogramma dat een consortium van onderzoekers van vier universiteiten (Tilburg, Twente, Groningen en Leiden) heeft uitgevoerd.82 In werkelijkheid zijn er grote onderlinge verschillen tussen lokale partijen op het gebied van politieke oriëntatie, aanpak en organisatie. Lokale politieke partijen zijn ook zeker geen nieuw verschijnsel. In meerdere of mindere mate hebben zij altijd deel uitgemaakt van de lokale politiek in Nederland.
De keuze voor lokale partijen kan erop wijzen dat kiezers meer belang hechten aan lokale belangen en aan het zelfstandige karakter van het lokaal bestuur, maar een deel van deze stemmen kan ook gezien worden als een proteststem tegen de klassieke partijen.
2.1 Democratie als fundament van de samenleving 2.2 Hoe kijken inwoners naar de democratie? 2.3 Inwoners en de decentrale democratie 2.4 Wat doen inwoners in de democratie? 2.5 Tevredenheid van inwoners met het decentraal bestuur 2.6 Bonaire, Saba, Sint Eustasius 3.1 Gemeenten 3.2 Provincies 3.3 Waterschappen 3.4 Beleving en rolvervulling ambtsdragers in provincies en waterschappen 3.5 Regionale samenwerkingsverbanden 3.6 Hoe ziet het openbaar bestuur op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius eruit? 3.7 Financiën van de Openbare Lichamen Bonaire, Saba en Sint-Eustatius
4 Openbaar bestuur in beweging: thema’s in het decentraal bestuur
4.1 Agressie tegen decentrale politieke ambtsdragers 4.2 Integriteit en criminele beïnvloeding 4.3 Diversiteit in het decentraal bestuur 4.4 Participatiebeleid op decentraal niveau 4.5 Interbestuurlijke verhoudingen
5 Themahoofdstuk: de eenheid van het Huis van Thorbecke
2.4.3 Kandidaat staan In totaal stonden er ongeveer 6.561 personen kandidaat voor de verkiezingen van Provinciale Staten in twaalf provincies.83 Er waren 572 zetels te verdelen. Voor de Algemene Besturen van de waterschappen stonden 4.666 personen kandidaat voor 518 zetels.84 Bij de vorige Provinciale Statenverkiezingen van 2019 gaf 23 procent van de deelnemende partijen aan dat het enige of veel moeite had gekost om voldoende kandidaten te vinden voor de lijst.85 Bij de partijen die aan de waterschapsverkiezingen meededen, was dit toen maar liefst 46 procent. Volgens de partijen bij de provinciale verkiezingen gold het grote tijdsbeslag als de belangrijkste oorzaak, terwijl dat bij waterschapsverkiezingen vooral te weinig (actieve) leden en de onbekendheid van het