CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Provincie Zeeland - Zeeuws Gebiedsprogramma 2023 - Deel 3 maatregelpakketten

Informatiebijeenkomst 14 juli 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken36.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

70

Risico’s en beheersmaatregelen

PM

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak Planning met mijlpalen en afronding planuitwerking

PM PM

Indicatieve planning met mijlpalen en afronding realisatie

PM

71

N2. Uitbreiding agrarisch natuurbeheer Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start realisatie Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties

Samenvatting

Uitbreiding agrarisch natuurbeheer Provincie Zeeland Alexandra Scherbeijn (a.scherbeijn@zeeland.nl, 06-21124813) Grondeigenaren (o.a. agrarisch ondernemers, landgoedeigenaren, uitvoerders van de maatregelen) Collectief Poldernatuur Zeeland (uitvoeren regeling, contact met grondeigenaren) Agrarisch Natuurverenigingen Natuur- en landbouworganisaties Waterschap Scheldestromen Onderzoeksinstellingen Koepelorganisatie BoerenNatuur Provincie Zeeland (regie op regelingen en uitvoering) Het landelijk gebied van Zeeland. Voor uitvoering van maatregelen m.n. de binnen het Natuurbeheerplan begrensde leefgebieden voor het ANLb; daarnaast ook de overgangszones rond N2000-gebieden en locaties aangewezen voor een integrale gebiedsaanpak. Binnen deze maatregelen wordt een uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer in Zeeland nagestreefd, zowel in areaal als ook in type maatregelen. Daarnaast is het cruciaal dat er voldoende begeleiding is bij de uitvoering en moet geïnvesteerd worden in organisatorische capaciteit en de ontwikkeling van ondersteunende systemen. Het agrarisch collectief Poldernatuur Zeeland is belangrijkste partner in het uitvoeren van het agrarisch natuurbeheer middels het instrument ANLb. Daarbij is ondersteuning vanuit en samenwerking met andere organisaties nodig.

Het ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer) in Zeeland is sinds 2016 weliswaar verdubbeld in omvang maar kent als akkerbouwprovincie nog veel potentieel dat door de beperkt beschikbare nationale middelen (grotendeels ingezet voor weidevogels en in veel mindere mate voor akkervogels) nog niet is benut. De belangstelling vanuit agrariërs is nog altijd groter dan het aantal deelnemers dat het budget toelaat. Vanuit de in 2021 uitgevoerde evaluatie is gebleken dat voor een daadwerkelijk herstel van de boerenlandvogelpopulatie een betere dekking en meer samenhang tussen de ANLb-maatregelen nodig is. Alleen met een forse uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer de komende jaren komt het behalen van 30% van de VHR doelen in zicht. In projecten als PARTRIDGE is gebleken dat een integraal pakket aan maatregelen van voldoende omvang (streven 10% van het areaal binnen een gebied), vergezeld van een goede begeleiding van de deelnemende agrariërs gecombineerd tot meer succes leidt in het herstel van de boerenlandvogels. Deze aanpak zal worden uitgebreid naar zoveel mogelijk top- of kerngebieden waar zich nog bronpopulaties van de Zeeuwse VHRdoelsoorten bevinden. Daarnaast is ruimte nodig om maatregelen te verbeteren en specifiek af te stemmen op de Zeeuwse situatie, zoals op dit moment wordt gedaan rondom de zomertortel en de veldleeuwerik.

Daarbij wordt ook gedacht aan relatief eenvoudige maatregelen zoals het langer laten staan van stoppels. Aan een stoppelveld-maatregelen zouden ook agrariërs buiten de begrensde leefgebieden mee kunnen doen. Tot slot dient geïnvesteerd te worden in een goede monitoring van de doelsoorten van het agrarisch natuurbeheer. Niet in de laatste plaats wordt daarbij gedacht aan

72

Kosten en dekking (kort)

Bijlagen

herkenning van boerenlandvogels door deelnemende agrariërs, omdat is gebleken dat dit de betrokkenheid bij de uitvoering vergroot. Voor het verder uitbreiden van het ANLb, het uitvoeren van gebiedsprocessen gericht op boerenlandvogels en ondersteunende projecten is naar schatting een bedrag van €24 miljoen nodig voor de periode 2024 t/m 2030, waarvan €4 miljoen in 2024-2025. Er zijn geen bijlagen bijgevoegd. Ingezet wordt op het uitbreiden van het bestaande instrument het ANLb, eventueel aangevuld met een provinciale regeling gebaseerd op de Catalogus Groenblauwe Diensten, en daarnaast op nieuwe of voort te zetten gebiedsprocessen plus het (door)ontwikkelen van organisatorische capaciteit en ondersteunende systemen.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

Een deel van de VHR doelen heeft betrekking op agrarisch natuurbeheer (open akkerlandschap en open graslandschap) en is bedoeld ter bescherming van onder andere de patrijs, veldleeuwerik, kluut, kievit en scholekster. Deze vogels zijn een wezenlijk onderdeel van de beleving van het Zeeuwse landschap. In Zeeland is het agrarisch natuurbeheer (het ANLb) hiervoor het belangrijkste in te zetten instrument. Agrarisch natuurbeheer is gericht met name gericht op het bieden van leefgebied voor weidevogels, akkervogels en wintergasten, maar ook van belang voor de realisatie en het beheer van de groenblauwe dooradering (hierna: GBDA) zoals kruidenrijke randen en de akkers en sloten die zowel de biodiversiteit als de waterkwaliteit bevorderen. Omdat er in Zeeland jaarlijks meer vraag dan aanbod is voor deelname aan het agrarisch natuurbeheer zijn er grote kansen voor de realisatie van extra hectares agrarische natuur in de komende jaren. Hiervoor is het noodzakelijk het collectief Poldernatuur Zeeland meer en meer professionele capaciteit krijgt om dit proces uit te voeren en daarin wordt bijgestaan door de Zeeuwse natuurorganisaties. Ook dienen de collectieve systemen voor de uitvoering van het ANLb verder ontwikkeld te worden.

Naar voorbeeld van PARTRIDGE zal gewerkt worden aan meer gebieden met een integrale aanpak en goede begeleiding van de deelnemers die agrarisch natuurbeheer uitvoeren en hun bedrijven natuurinclusiever maken. Omdat de kennis over akkervogels nog altijd beperkt is ten opzichte van weidevogels, is ruimte nodig om onderzoeksprojecten uit te voeren gericht op het ontwikkelen van de meest optimale maatregelen voor het herstel van VHR-soorten die het Zeeuwse bouwland als leefgebied hebben. Doelbereik NPLG Deze maatregel zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan het bereiken van 30% natuurherstel van de Zeeuwse doelsoorten uit de Vogel- en habitatrichtlijn en de gunstige staat van instandhouding. Het gevraagde budget zal in hoofdzaak ten goede komen aan de boerenlandvogels en dan met name de voor Zeeland belangrijke akkervogels. De uitvoering van agrarisch natuurbeheer levert tegelijk een belangrijke bijdrage aan de doelen op het gebied van stikstof en water. In de budgetten is ondersteuning door het agrarisch collectief en Zeeuwse natuurorganisaties meegenomen. Agrarisch natuurbeheer is een ‘no regret maatregel’ die gemakkelijk is uit te voeren en snel effect heeft. Een groot deel van de voorziene activiteiten kan op korte termijn van start gaan, voor andere is een langere voorbereiding nodig.

Eventuele wijzigingen ten nvt opzichte van gebiedsprogramma Meekoppelkansen Hiermee wordt in eerste instantie ingezet op het halen van de VHR doelen. Doordat de agrarische sector hier nauw bij betrokken wordt is dit tevens een inzet op de extensivering van de landbouw en het behoud van de verdienkansen van de agrariër. Projecten Het zijn 3 deelprojecten te weten: Uitbreiding ANLb met ondersteuning en monitoring (ca. €8 miljoen per jaar, totaal €40 miljoen voor periode 2026-2030 = 5 jaar)

73

-

Intergrale boerenlandvogel projecten (ca. €4 miljoen) Onderzoeksprojecten (ca. €2 miljoen)

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten en output

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma) Onderbouwing

De diverse maatregelen staan hierboven beschreven. Het belangrijkste instrument is het ANLb met vastgelegde beheeractiviteiten en (door BoerenNatuur) uitgewerkte beheerpakketten. Daarnaast zal gebruik gemaakt worden van de Catalogus Groenblauwe Diensten. Natuur: halen VHR doelen, vergroten biodiversiteit, gezonde bodem Landbouw: extensivering Stikstof: reductie vermesting Water: halen KRW doelen Zie elders in dit document

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden

Grondeigenaren – partij op wiens (landbouwgrond maatregelen uitgevoerd worden.  Poldernatuur Zeeland – collectief dat uitvoering agrarisch natuurbeheer begeleid en de contacten met grondeigenaren onderhoudt.  Agrarisch Natuurverenigingen - ANV’s vormen gezamenlijk het collectief en zijn de aanspreekpunten in de 9 regio’s.  Natuurorganisaties als SLZ en HZL - ondersteunen collectief met kennis en werken samen bij de uitvoering van integrale en onderzoeksprojecten  Waterschap Scheldestromen – samenwerkingspartner bij agrarisch waterbeheer  Onderzoeksinstellingen – begeleiding en uitvoering van projecten voor ontwikkelen van (toegepaste) kennis over akkervogels  Koepelorganisatie BoerenNatuur – ondersteuning collectief bij processen en systemen t.b.v. uitvoering agrarisch natuurbeheer  Landbouworganisaties – verspreiding van kennis  Provincie Zeeland - regie op regelingen en uitvoering Afgeronde procedures en Omdat wordt aangesloten op reeds bestaande regeling kan snel van start gegaan besluitvorming worden met deze maatregelen. Er zijn dus geen andere procedures nodig dan een nieuwe openstelling en in het geval van het stoppelvelden project het starten van het onderzoek. Voor het stoppelveldenproject moet daarna op basis van de catalogus groen blauwe diensten nog een provinciale regeling worden opgesteld.

Participatie en Bij het opstellen van het Zeeuwse Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied (UPLG) is betrokkenheid door betrokken partijen meermaals aangegeven dat zij groot belang hechten aan meer democratische kansen voor agrarisch natuurbeheer in Zeeland. vertegenwoordigingen 

Financiën en risico’s Onderbouwing rijksbijdrage Kostenraming

Dekkingsvoorstel

Er is vanuit de Provincie geen geld beschikbaar om dit te financieren om die reden worden middelen uit het transitiefonds gevraagd. Het zijn 3 deelprojecten te weten: Uitbreiding ANLb met ondersteuning en monitoring (ca. €8 miljoen per jaar, totaal €40 mijoen) Intergrale boerenlandvogel projecten (ca. €4 miljoen) Onderzoeksprojecten (ca. €2 miljoen) Transitiefonds: € 46.000.000,Dit zijn de kosten tot het eind van de looptijd van het transitiefonds inclusief de beheerkosten. De uitvoeringskosten zijn hierin meegenomen en deze liggen vooral bij Poldernatuur Zeeland en betrokken natuurorganisaties. Ook de kosten voor onderzoek zijn hierbij inbegrepen. Er wordt niet ingezet op cofinanciering

74

Verhouding tot indicatief PM budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en Voor deze maatregel bestaat een groot draagvlak in de Zeeland. Het risico zit in het op beheersmaatregelen tijd beschikbaar krijgen van capaciteit bij de deelnemers. Het gaat om een forse uitbreiding tov de huidige capaciteit.

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak

Planning met mijlpalen en afronding Gesteld staan voor realisatie

Aangesloten zal worden op de reeds bestaande beleidsmonitoring, uitgebreid zover nodig door vergroting van het areaal. Voor de onderzoeksprojecten wordt een eigen planning en monitoring opgesteld. Zie elders in het document Zie bij de risico’s

75

N3. Aanleg moeras (aansluiten bij zoet water opgave), treffen maatregelen Vogelrichtlijn en behoud NPO Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start realisatie Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties

Samenvatting

Aanleg moeras (aansluiten bij zoet water opgave), treffen maatregelen Vogelrichtlijn en behoud Nationaal Park Oosterschelde (NPO) Provincie Zeeland Alexandra Scherbeijn (a.scherbeijn@zeeland.nl, 06-21124813) Grondeigenaren (o.a. agrarisch ondernemers, landgoedeigenaren, uitvoerders van de maatregelen) Natuur- en landbouworganisaties Waterschap Scheldestromen Onderzoeksinstellingen Terreinbeherende organisaties Waterschap Rijkswaterstaat Provincie Zeeland (regie op regelingen en uitvoering) Nationaal Park Oosterschelde Het landelijk gebied van Zeeland voor wat betreft het aanleg van een moerasgebied. Dit gebied komt in aansluiting op de zoet water opgave en kan dienen als buffer in combinatie met de ontwikkeling van nieuwe natuur. Locatie en verdere invulling moeten nog worden uitgezocht. Voor de extra herstel- en beheermaatregelen ten behoeve van de habitattypen en beschermde soorten binnen de Vogelrichtlijn gebieden geldt dat dit gaat om maatregelen binnen de begrenzing van deze drie Natura 2000-gebieden (Veerse Meer, Zoommeer en Markiezaat) en het Nationaal Park Oosterschelde. De maatregelen voor de aanleg van een moeras kunnen twee doelen dienen namelijk de zoetwateropgave en het behalen van de VHR doelen. Door de aanleg van één of meer moerasgebieden kan waterbuffering gerealiseerd worden die in de zomer ook gebruikt kan worden als zoetwaterbassin voor de landbouw.

Een moerasgebied is gebaad bij een zomers lagere waterstand dan ‘s winters dus deze beide doelstellingen kunnen, indien goed ingericht, verenigbaar zijn. Voorgesteld wordt om in de komende periode één of meer moerasgebieden aan te leggen op een nog nader te bepalen locatie. Wel op basis van vrijwilligheid en in participatie met de omgeving. De drie Vogelrichtlijn gebieden in Zeeland zijn belangrijk voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Op dit moment worden de VR doelen niet gehaald (blijkt uit de monitoringsgevens). Omdat het hier geen habitatgebieden betreft wordt geen NDA opgesteld wel vraagt het gebied om vergelijkbare maatregelen als de maatregelen voor de VHR gebieden. Het gaat dan om systeemherstellende maatregelen en aanvullende noodmaatregelen. De maatregelen die noodzakelijk zijn de bestrijding van exoten, maatregelen ter versterking van de habitats, kwaliteitsimpuls aanwezige eilanden en aanleg nieuwe (tijdelijke) eilanden. Het exacte uitwerken van de maatregelen vind bij voorkeur plaats met de omgeving en de terreinbeheerders en experts van de gebieden. De Nederlandse Nationale Parken zijn de parels van de Nederlandse natuur. In onze provincie kennen we één Nationaal Park: het Nationaal Park Oosterschelde. Het Oosterscheldegebied kent een lange geschiedenis van leven met water.

Iedereen kent wel het verhaal van de Watersnoodramp en de bouw van de Oosterscheldekering. Sinds begin deze eeuw staat leven met water ook in het teken van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Welke maatregelen zijn hiervoor in de toekomst nodig?

76

Kosten en dekking (kort)

Bijlagen

De basis van een Nationaal Park is de bijzondere natuur. Provincie Zeeland wil graag het NPO als samenwerkingsplatform benutten om bij te dragen aan de grote opgaven als stikstofreductie, het reguleren van recreatiedruk en biodiversiteitsherstel. Om deze nieuwe rol te kunnen oppakken heeft het NPO (voldoende) menskracht en financiële middelen nodig (naar schatting €500.000,- structureel per jaar). Voor het aanleggen van de moerassen is een bedrag nodig van 7 miljoen, in de periode tussen 2025 en 2030, na aanleg 0,5 miljoen voor het beheer tot 2030 Voor de extra herstelmaatregelen van de 3 VR gebieden is een bedrag ingeschat van 2 miljoen. Voor het Nationaal Park Oosterschelde is een bedrag van € 3 miljoen nodig. N.v.t.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

Deze maatregelen dragen bij aan 30% natuurherstel Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) (2030) en de richtinggevende landelijke areaal- en kwaliteitsopgave natuur t.b.v. 30% VHR en de gunstige staat van instandhouding zoals dit is opgenomen in de handreiking voor de gebiedsprogramma’s. Doelbereik NPLG Deze maatregel zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan het bereiken van 30% natuurherstel van de Zeeuwse doelsoorten uit de Vogel- en habitatrichtlijn en de gunstige staat van instandhouding. Het gevraagde budget zal in hoofdzaak ten goede komen aan het habitat moeras en de daarin levende soorten en de vogelrichtlijngebieden Veerse Meer, Zoommeer, Markiezaat en aan de VHR doelen van de Oosterschelde. De uitvoering van deze maatregen levert tegelijk een belangrijke bijdrage aan de doelen op het gebied van stikstof en water. De maatregelen zijn ‘no regret maatregel’ die gemakkelijk uit te voeren zijn en snel effect hebben. Een groot deel van de voorziene activiteiten (Veerse meer, Zoommeer, Markiezaat en Oosterschelde) kan op korte termijn van start gaan, voor andere (moeras) is een langere voorbereiding nodig. Eventuele wijzigingen ten N.v.t. opzichte van gebiedsprogramma Meekoppelkansen Hiermee wordt in eerste instantie ingezet op het halen van de VHR doelen.

Er wordt aangesloten bij het zoet water project door met de aanleg van extra moeras zowel de natuur en klimaatdoelen te dienen. Projecten Het zijn 2 deelprojecten te weten: Aanleg moeras in aansluiting op de zoet water opgave. Geraamde kosten 7 miljoen eenmalig (aanleg en verwerving 100 hectare moeras), 0,5 miljoen jaarlijks onderhoud Treffen maatregelen in de Natura 2000-gebieden Veerse Meer, Zoommeer en Markiezaat die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn. Het betreft herstelen extra beheermaatregelen voor de aanwezige habitattypen in deze gebieden. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan kwaliteitsverbetering en uitbreiding van deze habitattypen. Ook kunnen het nemen van maatregelen ten gunste van het leefgebied van beschermde soorten ligt hier voor de hand. Geraamde kosten 2 miljoen eenmalig

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten en output

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma)

We verwachten dat we voor het uitvoeren van de maatregelen aan kunnen sluiten bij de reeds bestaande SNL regelingen (SKNL en SVNL). Ook voor de uitvoering van het programma natuur is deze regeling aangepast en we verwachten dat aanpassing voor de uitvoering van deze maatregelen ook mogelijk zal zijn. Daarnaast kan mogelijk worden aangesloten bij de nog in ontwikkeling zijn de regeling grond verwerving. Het uitvoeren van maatregelen kan net als nu of in opdracht of middels een regeling, indien noodzakelijk zal hiervoor een regeling worden opgesteld. Natuur: halen VR doelen, vergroten biodiversiteit, gezonde bodem Zoet Water en klimaat: waterbuffering

77

Onderbouwing

Zie elders in document

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden

-

Grondeigenaren (o.a. agrarisch ondernemers, landgoedeigenaren, terreinbeherende organisaties) Natuur- en landbouworganisaties (vanwege locatie zoet water) Waterschap Scheldestromen (vanwege de koppeling met zoet water en de uitvoering van de VR richtlijn maatregelen) Onderzoeksinstellingen (voor het verder uitzoeken van de noodzakelijke maatregelen) RWS (als voortouwnemer van de 3 VR gebieden) Provincie Zeeland (regie op regelingen en uitvoering) Nationaal Park Oosterschelde (coördinatie diversie activiteiten op en rond de Oosterschelde Afgeronde procedures en Moet nog starten besluitvorming Participatie en Een participatieproces is onderdeel van het proces om te komen tot breed gedragen betrokkenheid maatregelen voor het gebied en breed gedragen locaties voor het extra moeras. democratische vertegenwoordigingen

Financiën en risico’s Onderbouwing rijksbijdrage

Kostenraming

Er is vanuit de Provincie geen geld beschikbaar om dit te financieren om die reden worden middelen uit het transitiefonds gevraagd. Programma natuur voorziet niet in maatregelen in de VR gebieden terwijl daar de gestelde doelen met het huidige beleid niet gehaald worden. Een intensivering is noodzakelijk om de doelen te halen. Het zin no regret maatregelen waar inhoudelijk geen risico’s bij zijn. Voor wat betreft de zoet water opgave wordt uitgegaan van volledige vrijwilligheid . Het zijn drie deelprojecten te weten: Aanleg moeras in aansluiting op de zoet water opgave. Geraamde kosten 7 miljoen eenmalig (aanleg en verwerving 100 hectare moeras), 0,5 miljoen jaarlijks onderhoud Treffen maatregelen in de Natura 2000-gebieden Veerse Meer, Zoommeer en Markiezaat die zijn aangewezen op grond van de Vogelrichtlijn. Het betreft herstelen extra beheermaatregelen voor de aanwezige habitattypen in deze gebieden. Hiermee kan een bijdrage worden geleverd aan kwaliteitsverbetering en uitbreiding van deze habitattypen. Ook kunnen het nemen van maatregelen ten gunste van het leefgebied van beschermde soorten ligt hier voor de hand. Geraamde kosten 2 miljoen eenmalig. Nationaal Park Oosterschelde € 500.000,- per jaar.

Transitiefonds: aanleg moeras: € 7.000.000,- (aanleg), € 3.000.000,- (beheer) € 2.000.000,- (maatregelen Vogelrichtlijn) € 3.000.000,- (NPO) Dekkingsvoorstel Er wordt niet ingezet op cofinanciering Verhouding tot indicatief PM budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en PM beheersmaatregelen

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak Zie elders in het document 78

Planning met mijlpalen en afronding Gesteld staan voor realisatie

Zie elders in het document

79

N4. Groenblauwe dooradering Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties

Groenblauwe dooradering (GBDA) Provincie Zeeland, Jorien Voois (jm.voois@zeeland.nl, 06-25237049) Hieronder zijn de partijen genoemd die betrokken kunnen zijn in de toekomst bij de uitvoering van de opgave groenblauwe dooradering. Welke partijen uiteindelijk deelnemen en de verdeling in budgetten wordt in een later stadium bepaald. Grondeigenaren (particulier, agrarisch en anderen) Grootgrondbezitters (verpachters, w.o. div. stichtingen, kerken etc.) Agrarische ondernemers Agrarische natuurverenigingen Collectief Poldernatuur Zeeland Stichting Landschapsbeheer Zeeland Terrein beherende organisaties Waterschap Scheldestromen (KRW) North Sea Port district RWS Gemeenten Provincie Recron Hiswa en Vekabo Impuls Zeeland Om de opgave groenblauwe dooradering te realiseren worden initiatieven en mogelijkheden door heel Zeeland meegenomen. In bestaande en/of nog op te starten gebiedsprocessen gaan we samen met betrokken partijen bepalen hoe de Zeeuwse uitwerking GBDA eruit komt te zien en wáár we de extra groenblauwe dooradering gaan realiseren. Daarbij is het streven aan te sluiten bij de landschappelijke, cultuurhistorische karakteristieken van de Zeeuwse regio’s met behoud van streekidentiteit.

De Provincie heeft binnen het landelijk gebied vijf deelgebieden geselecteerd waar op korte termijn geïntegreerde gebiedsprocessen (gaan) lopen: Kop van Schouwen (KvS); Manteling van Walcheren (MvW); Grenspark Groot Saefthinge (GGS); North Sea Port District (NSPD); Veerse Meer (VM).

80

Afbeelding: Zeeland, inclusief deelgebieden voor een geïntegreerde gebiedsaanpak. De geïntegreerde gebiedsaanpakken hebben tot doel meerwaarde te creëren met een gezamenlijke aanpak van verschillende ruimtelijke opgaven. Op basis van de specifieke kwaliteiten wordt gewerkt aan een transitie: ‘streekontwikkeling’. Deze vijf geselecteerde gebieden vormen in principe een vliegwiel in het delen en opbouwen van werkwijze en instrumentarium voor de aanpak van het gehele Zeeuwse landelijke gebied.

Samenvatting

In de deelgebieden worden ook specifieke maatregelen uit het groenblauwe dooradering pakket toegepast, vooralsnog met name in KvS, MvW en GGS. Lessen en voortschrijdende inzichten uit de deelgebieden worden verwerkt in de provinciebrede uitrol van maatregelen. Het pakket voor de groenblauwe dooradering in Zeeland betreft een verscheidenheid aan maatregelen die betrekking hebben op de versterking en bescherming van het Zeeuwse cultuurlandschap. En dat is goed voor de biodiversiteit, klimaatbestendigheid, bodemleven, waterkwaliteit en onze eigen gezondheid. Maatregelen: Landschapsontwikkeling tot 2030: Versterking van het kenmerkende Zeeuwse landschap met groene en blauwe elementen. De maatregelen zullen sterk bij dragen aan het vergroten van biodiversiteit, ecologische dooradering agrarisch gebied, verbeteren duurzaam beheer, de beleving van de rust en ruimte van het landschap, versterken landschap, natuurinclusieve landbouw, koolstofvastlegging en het verminderen van emissies. Veldcoördinatoren: Met een ‘instrumentenkoffer’ aan regelingen voor GBDA, optimalisatie biodiversiteit en waterkwaliteit vertaalt de veldcoördinator dat naar maatwerk en praktische adviezen in het veld/op het bedrijf.

81

-

Kosten en dekking (kort) Bijlagen

Uitrol van maatregelen voor ecologisch beheer van groene maatschappelijke ruimte: Uitbreiding ecologisch bermbeheer bij Zeeuwse overheden. Project Erfplus in het Landelijk gebied: Erven van zowel van boeren als buitenlui aanpassen tot landschappelijk waardevolle erven, met erfbeesten als ambassadeur soorten voor een hoge biodiversiteit.

Transitiefonds: Totaal € 654.713.812,-,Momenteel wordt binnen de Provincie Zeeland op basis van beschikbare data geïnventariseerd hoeveel procent GBDA al aanwezig is en is een kaart in ontwikkeling met daarop alle bestaande landschapselementen in Zeeland. Aan de hand van deze inventarisatie kan gerichter bepaald worden wat de resterende opgave voor Zeeland is en waar deze zou moeten worden uitgevoerd. Tot die tijd gaan wij uit van de landelijke schatting van 3% voor al gerealiseerde GBDA in Zeeland en komt de resterende Zeeuwse opgave als volgt eruit te zien.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

GBDA is een essentieel onderdeel van het Zeeuwse cultuurlandschap. Een uitbreiding van de GBDA zal een structurele bijdrage gaan leveren aan de versterking en bescherming van het Zeeuwse cultuurlandschap. En dat is goed voor de biodiversiteit, klimaatbestendigheid, bodemleven, waterkwaliteit en onze eigen gezondheid. Momenteel wordt binnen de Provincie Zeeland op basis van beschikbare data geïnventariseerd hoeveel procent GBDA al aanwezig is en is een kaart in ontwikkeling met daarop alle bestaande landschapselementen in Zeeland. Aan de hand van deze inventarisatie kan gerichter bepaald worden wat de resterende opgave voor Zeeland is en waar deze zou moeten worden uitgevoerd. Tot die tijd gaan wij uit van de landelijke schatting van 3% voor al gerealiseerde GBDA in Zeeland en komt de resterende Zeeuwse opgave als volgt eruit te zien. 10% van Al het gerealiseerd Te realiseren Te realiseren Landelijk gebied Landelijk t/m 2023 t/m 2030 t/m 2050 gebied (3%) Resterende opgave in ha 135.900 13.590 4.077 4.756 4.756

Binnen heel het landelijk gebied dient meer GBDA gerealiseerd te worden. In bestaande en/of nog op te starten gebiedsprocessen gaan we samen met betrokken partijen bepalen hoe de Zeeuwse uitwerking GBDA eruit komt te zien en wáár we de extra groenblauwe dooradering gaan realiseren. Daarbij is het streven aan te sluiten bij de landschappelijke, cultuurhistorische karakteristieken van de Zeeuwse regio’s met behoud van streekidentiteit. Overigens weerhoudt dat ons niet van al aan de slag te gaan met kansen en initiatieven van onderop, in heel Zeeland. Doel Zoals hierboven beschreven, moet in de gebiedsprocessen duidelijk worden welke groenblauwe planuitwerking (in dooradering is gewenst. Vervolgens kan met behulp van bestaande visie en de inventarisatie van welke nog de aanwezige GBDA in Zeeland bepaald worden waar welke maatregelen van toepassing zijn. ontbrekende informatie / GBDA is een essentieel onderdeel van het Zeeuwse cultuurlandschap. Een uitbreiding van de procedurele GBDA zal een structurele bijdrage gaan leveren aan de versterking en bescherming van het stappen te Zeeuwse cultuurlandschap. En dat is goed voor de biodiversiteit, klimaatbestendigheid, voorzien) bodemleven, waterkwaliteit en onze eigen gezondheid.

Natuurfunctie GBDA draagt bij door het bieden van leefgebied voor planten- en diersoorten en levert een verbetering in het verbinden van het landschap met en tussen natuurgebieden. Groene lijnvormige landschapselementen, als hagen, singels, knotbomen, kruidenrijke- en bloemrijke akkerranden worden gebruikt als migratieroutes door veel soorten. De blauwe landschapselementen zoals poelen en sloten met natuurvriendelijke oevers dienen veelal als

82

voortplantingsplaats van amfibieën en insecten. Daarnaast vinden veel vogels schuilgelegenheid in dichte begroeiing gevormd door struweel of hagen6. Landbouwfunctie GBDA kan bijdragen aan natuurlijke plaagbestrijding en waterbeheer (verbeteren waterkwaliteit, retentie en conservering). Meerjarige akkerranden en keverbanken voorzien insecten, patrijzen en andere akkervogels voedsel én een veilige broedplek in het akkerland. Een belangrijk voordeel voor de landbouwer is dat ook natuurlijke vijanden van plagen op deze manier worden aangetrokken wanneer de juiste zaadmengsel worden gekozen waardoor minder gewasbeschermingsmiddelen nodig. Bloemrijke stroken kunnen verder helpen bij de bestuiving van gewassen. Cultuurhistorische en aardkundige functie Door de inzet van GBDA in het landschap worden aanwezige aardkundige en cultuurhistorische waarden versterkt en beschermd. Karakteristieke patronen van groene en blauwe elementen maken deel uit van de identiteit van het betreffende landschap. Hierdoor is aan het landschap de plaatselijke ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling als het ware af te lezen. Recreatieve functie GBDA kan van betekenis zijn voor recreatie in het agrarisch cultuurlandschap door deze te combineren met wandel- en fietspaden en de aanleg van groene recreatie zones.

Een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van het landelijk gebied zijn essentieel voor de leefbaarheid en de beleefbaarheid. Versterking van het groene, natuurlijke karakter, draagt bij aan de aantrekkelijkheid van het landschap voor diverse functies (wonen, werken, recreëren), verhoogt de biodiversiteit en het landschappelijke contrast met de stedelijke gebieden. N.v.t.

Eventuele wijzigingen ten opzichte van gebiedsprogramma Meekoppelkansen Natuuropgave In relatie tot de natuuropgave bestaat er grote samenhang tot de realisatie en beheer van groenblauwe dooradering, bijvoorbeeld bij de verbetering en versterking van leefgebieden voor doelsoorten. Zo liggen er ook meekoppelkansen voor GBDA en het uitbreiden van het agrarisch natuurbeheer ten behoeve van de instandhouding en het herstel van de boerenlandvogels als onderdeel van de VHR-doelstelling.

In Zeeland is de opgave voor meer bos en houtige elementen in 2020 en 2021 in beeld gebracht middels ‘De Zeeuwse bosvisie’ en het Uitvoeringsprogramma Landelijke gebied (UPLG) . Deze opgaven zijn verbreed met de doelen van het NPLG. In de Zeeuwse bosvisie zijn kansrijke gebieden aangewezen op kaart voor realisatie van bos en houtige landschapselementen. Deze kansenkaart laat gebieden zien die ook mogelijkheden kunnen bieden voor de ontwikkeling van groenblauwe dooradering. Deze kaart kan gebruikt worden als een leidraad en inspiratie voor de realisatie en beheer voor de resterende opgave groene dooradering. Tegelijk wordt gekeken waar met extra beplanting kan worden bijgedragen aan de uitvoering van de Zeeuwse bosvisie. Wateropgave Binnen de wateropgave wordt voor de blauwe maar ook groene dooradering onder andere koppelkansen gezocht bij de uitwerking van maatregelen ten behoeve van het aanvoeren en bergen van zoetwater in het agrarisch gebied en bij het inrichten van bufferstroken voor het beperken van uit- en afspoeling van landbouwgronden. Daarnaast liggen er koppelkansen voor de resterende opgave GBDA met maatregelen binnen het KRW-programma zoals meer ingerichte natuurlijke oevers die in samenhang met natuurlijk peilverloop de biologische waterkwaliteit, maar ook landnatuur en biodiversiteit zullen bevorderen. 6

https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/landschapselementtypen/l01-groenblauwe-landschapselementen/

83

Klimaatopgave Met name groene dooradering met houtige landschapselementen kan fors bijdragen aan koolstofvastlegging. Ook draagt GBDA bij aan de reductie van broeikasgassen, kan het zorgen voor meer waterberging voor de opvang van pieken en dalen. Recreatie en toerisme Recreatie en toerisme vormen een belangrijke sector voor de economie van Zeeland. Natuur zowel op land als aan en onder water, is voor recreërende inwoners en gasten een belangrijk onderdeel van de beleving. Bedrijven in de vrijetijdssector kunnen een betekenisvolle bijdrage aan de Zeeuwse biodiversiteit leveren en zo kunnen koppelkansen voor GBDA gezocht worden binnen de drie pijlers van het ‘Toekomst beeld bestemming Zeeland 2030’. Plantaardige landbouwsectoren/ natuurinclusieve landbouw Omdat in de provincie Zeeland de plantaardige landbouwsectoren een groot areaal beslaan, zullen met name deze sectoren een belangrijke rol gaan spelen voor GBDA als bijkomende natuur en biodiversiteit wordt versterkt in bijvoorbeeld zones rond Natura 2000-gebied. Agenda Natuurinclusief Agenda natuurinclusief omvat ook verschillende ambities gerelateerd aan het ontwikkelen van groenblauwe dooradering. Al deze ambities dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Zoals het natuurvriendelijke inrichten van bedrijfsterreinen, particuliere terreinen en natuurinclusief bouwen.

Projecten

Ook kunnen sommige (vaar)wegen een ecologische barrière vormen in de verbinding van natuurgebieden of in natuurgebieden zelf. Bij alles wat nu nog wordt gepland of aangelegd /gereconstrueerd wordt ontsnippering meegenomen in de ontwerpen.7 Goenblauwe dooradering is een middel om ontsnippering tegen te gaan. Landschapsontwikkeling: Versterking van het kenmerkende Zeeuwse landschap met groene en blauwe elementen Het kenmerkende Zeeuwse landschap met dijken, kreken, poelgebieden, verdichting op de oude kreekruggen, Zeeuwse hagen kan versterking gebruiken waaronder de volgende verbeteringen worden aangebracht: Het terugbrengen/zichtbaar maken van oude landschapsstructuren in lijn met de Zeeuwse bosvisie (meer bomen, bosschages, landschappelijke heggen); De unieke dijkstructuur (nog) beter zichtbaar maken; In lijn met de Zeeuwse bosvisie en aan de hand van Dijken en Krekenplan (landschapsplan) wordt de staat van de aanwezige dijken en kreken versterkt om weer te kunnen gaan functioneren als ecologische corridors. Waar nodig wordt het beheer duurzaam aangepast en verbetermaatregelen getroffen.

Verbeteren leefgebieden van specifieke doelsoorten van de habitat- en vogelrichtlijn Meer werk maken van de ontwikkeling van bloemrijke akkerranden en keverbanken (bij voorkeur koppelen aan het fiets-/en wandelroutenetwerk); In lijn met de Zeeuwse bosvisie en landschapsbiografieën worden cultuurhistorische en aardkundige waarden beleefbaar gemaakt met groene structuren en beleefzones in combinatie met het verbeteren van het fiets-/en wandelroutenetwerk; Versterken van de kern-randzones met beleefbare en biodiverse groenstructuren. Binnen deze groenstructuren heeft ook Klimaatadaptatie een belangrijke positie. De groenstructuren bieden verkoeling en kunnen wateroverlast verminderen. Door klimaatverandering worden buien namelijk steeds extremer en dan staat de afwatering van het stedelijk gebied onder druk. Slootjes rondom de kern zijn van oorsprong namelijk vaak erg smal. Aanleg van waterberging en verruiming van waterlopen in of langs de groenstructuren is een win-win. Veldcoördinatoren voor kennisdeling, ondersteuning en coaching.

7

Zeeuwse omgevingsvisie 15.2 Deel B ecologisch berm-dijkbeheer en ontsnippering

84

Het NPLG richt zich op het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied, mede met het oog op het voldoen aan internationale verplichtingen op het terrein van natuur (met als onderliggende opgave de reductie van stikstof) en water en klimaat (broeikasgassen). Binnen de toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied dient de Zeeuwse landbouw in zijn geheel te transformeren naar een volhoudbare landbouw. Dat vergt met betrekking tot groenblauwe diensten, andere keuzes dan die in het verleden werden gemaakt. Specifieke coaching bij die keuzes is nodig. Als veldcoördinator ben je voor de boeren en buitenlui het gezicht en het eerste aanspreekpunt. Met een ‘instrumentenkoffer’ aan regelingen voor optimalisatie biodiversiteit en waterkwaliteit vertaalt de veldcoördinator die naar maatwerk en praktische adviezen in het veld/op het bedrijf. Veldcoördinator ondersteunt in het veld de boeren en buitenlui om het beheer van hun percelen zo succesvol mogelijk te laten zijn. Uitrol van maatregelen voor ecologisch beheer van groene maatschappelijke ruimte Op basis van ervaring in lopende projecten als ecologisch bermbeheer en ecologisch gazonbeheer, zal worden onderzocht of verdere uitrol van een ecologisch aanpak van openbaar groen in Zeeland mogelijk is.

Daarbij wordt naast bermen en plantsoenen ook gedacht aan dijken, begraafplaatsen, industrie- en bedrijventerreinen etc. die zich buiten de bebouwde kom bevinden. Hiervoor dient samenwerking gezocht te worden met andere Zeeuwse overheden (gemeenten, waterschap, Provincie) en andere beheerders van openbaar groen of daaraan grenzende groene ruimte. Project Erfplus in het landelijk gebied Het project ‘ErfPlus’ (2024-2029) informeert erfbewoners over hun erf als leefgebied voor kenmerkende-/ doelsoorten, en geeft aan waar welke maatregelen uit te voeren zijn. Maatregelen die de kwaliteit van hun erf als leefgebied versterken. Het gaat verder dan een algemeen advies voor het erf. Er wordt op het erf een gestandaardiseerde erfscan gemaakt, waarbij specifiek op de behoeften van erfbeesten wordt gelet, zoals steenuil, kerkuil, torenvalk, groene specht, huis- en ringmus, zwaluwen, bunzing, egel, vleermuizen, kamsalamander en andere zangvogels.

Project ‘Erfplus’ bevat de volgende doelen Minimaal 120 erven (zowel van boeren als buitenlui) aanpassen tot landschappelijk waardevolle erven, met erfbeesten als ambassadeur soorten voor een hoge biodiversiteit; Het uitvoeren van landschap verbeterende maatregelen die het leefgebied van voor de ambassadeur soorten versterken; Het opzetten van een monitoringsplan om zo bewustwording en bescherming van de erfbeesten te verhogen; Voorlichtingsmateriaal per ambassadeursoort ontwikkelen; Erfeigenaren, vrijwilligers en medewerkers van Stichting Landschapsbeheer Zeeland opleiden en begeleiden om erfscans en monitoring uit te voeren. Het werkgebied voor dit project is heel Zeeland maar het accent ligt buiten gebieden waar bestaande projecten worden uitgevoerd (om ook in die “witte gebieden” iets te kunnen doen). Voorbeelden van bestaande projecten die voorgang hebben: POP (Plattelandsontwikkelingsprogramma) gebieden, Poelen.nu- kamsalamander project, ed. Aansluiting bij de Leefgebieden, met name de dooradering heeft wel een meerwaarde. Verder legt dit project de nadruk op kleine aanpassingen in het landschap met het vervolg van monitoring door (erf) eigenaren.

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten

Landschapsontwikkeling: Versterking van het kenmerkende Zeeuwse landschap met groene en blauwe elementen Landschapsontwikkeling: Gemeente Tholen Versterking van het kenmerkende polderlandschap met groene en blauwe elementen Na aanleiding van de regiodialogen heeft gemeente Tholen deze maatregel ingediend.

85

*Het kenmerkende Zeeuwse polderlandschap in Tholen met dijken en kreken kan wel een opkikker gebruiken en daarom krijgt dit een prominente rol in de omgevingsvisie van de gemeente Tholen. *De maatregelen zullen sterk bij dragen aan het vergroten van biodiversiteit, ecologische dooradering agrarisch gebied, verbeteren duurzaam beheer, de beleving van de Rust en Ruimte van het landschap, versterken landschap, natuurinclusieve landbouw, koolstofvastlegging en het verminderen van emissies. *De maatregelen omvatten in Gemeente Tholen voor de komende 7 jaar GBDA in gemeente Tholen *Instrumentarium: PM *Sociaal economische effecten: PM Landschapsontwikkeling: Groenblauwe dooradering in geïntegreerde gebiedsaanpakken *De maatregelen zullen sterk bij dragen aan het vergroten van biodiversiteit, ecologische dooradering agrarisch gebied, verbeteren duurzaam beheer, de beleving van de rust en ruimte van het landschap, versterken landschap, natuurinclusieve landbouw, koolstofvastlegging en het verminderen van emissies.

*De maatregelen omvatten voor de komende 7 jaar: in Kop van Schouwen 75 hectare, waarvan afgerond 18 hectare blauwe dooradering en 56 hectare groene dooradering in Manteling van Walcheren 90 hectare, waarvan afgerond 23 hectare blauwe dooradering en 68 hectare groene dooradering in Grenspark Groot Saefthinge 264 ha, waarvan 24 hectare blauwe dooradering en 240 hectare blauwe dooradering -Instrumentarium: PM -Sociaal economische effecten: PM Landschapsontwikkeling: Opgave Groenblauwe dooradering in het Landelijke gebied *De maatregelen zullen sterk bij dragen aan het vergroten van biodiversiteit, ecologische dooradering agrarisch gebied, verbeteren duurzaam beheer, de beleving van de rust en ruimte van het landschap, versterken landschap, natuurinclusieve landbouw, koolstofvastlegging en het verminderen van emissies. *De maatregelen omvatten de opgave groenblauwe dooradering voor de komende 7 jaar voor 2289 ha (inclusief Tholen).

*Bijdragen aan projecten die hiermee uitgevoerd kunnen worden: Uitbreiding ecologisch bermbeheer bij Zeeuwse overheden; Uitrol van maatregelen voor ecologisch beheer van groene maatschappelijke ruimte Dijkenactieplan: Zeeuws Uitvoering Programma Landelijk Gebied paragraven 3.2.2.3 en 3.2.2.6 Versterking TOP gebieden van Stichting Het Zeeuwse Landschap met GBDA Zeeuws actieplan doelsoorten versterking leefgebieden van specifieke doelsoorten Natuurvriendelijke waterbassins (SLZ) Landschapversterking (omgevingsvisie) Deltaplan agrarisch waterbeheer Erfgoed Deal (subsidie-matching voor betrekken agrarisch erfgoed bij andere opgaven) Recreatiezonering, verplaatsen van recreatieve druk (uit N2000) naar groene recreatieve zones *Instrumentarium: PM *Sociaal economische effecten: PM Veldcoördinatoren Het werkgebied voor deze maatregel zijn de 5 regio’s in Zeeland; Walcheren, Schouwen-Duiveland, Bevelanden, Tholen en Zeeuws-Vlaanderen. Voor elke regio een veldcoördinator van 1fte. In totaal 5 fte.

86

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma) Onderbouwing

Project Erfplus in het landelijk gebied Minimaal 120 erven (2024-2029) aanpassen tot landschappelijk waardevolle erven, met erfbeesten als ambassadeur soorten voor een hoge biodiversiteit; Het werkgebied voor dit project is heel Zeeland maar het accent ligt buiten gebieden waar bestaande projecten worden uitgevoerd. Zie onderdeel 2: Beschrijf de NPLG doelen die met het maatregelpakket gerealiseerd worden Volgt nadat toetsingsadvies EA is vastgesteld en SEIA verder is uitgewerkt.

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden

De maatregelen GBDA kunnen provinciebreed betrekking hebben op gronden van: Provincie Zeeland Gemeenten Rijkswaterstaat Waterschap Terrein beherende organisaties landbouwgrond (boer of pachters). particulieren, grootgrondbezitters Een lange lijst van partijen zullen betrokken zijn bij de realisatie. Rollen en verantwoordelijkheden worden in een later stadium op maatregelniveau uitgewerkt. Te doorlopen procedures Vooraf aan planuitwerking: en besluitvorming 1. Kwantitatieve inventarisatie /0-meting: wat hebben we en hoeveel daarvan is van voldoende ecologische kwaliteit (voor poelen reeds in gang gezet via poelen.nu)? Samen met belangenorganisaties criteria voor ecologische basiskwaliteit definiëren (wat telt mee en wat niet?). 2. Kwalitatieve inventarisatie. Bepalen wat er al is en welk deel daarvan (nog niet) van voldoende kwaliteit is. Dat deel is laaghangend fruit bij uitbreiden GBDA. 3. Opgave GBDA als impuls voor uitbreiden kweek-capaciteit autochtoon plantgoed (risico grootschalige aanplant van “verkeerd” plantgoed). 4. Opstellen Landschapsbiografieën / Landschapsanalyses, gebied specifiek en streekgerichte functies en waarden inventariseren 5. Onderzoek agrarische meerwaarde van GBDA: verbeterde productie, verbeterde bodemkwaliteit, verbeterde waterberging/-kwaliteit, verbeterd microklimaat veeteelt. 6.

Meerjarig beheer en monitoring moet vooraf geborgd worden: onderzoek kosten, knelpunten, en stimulans voor instandhouding. Planuitwerking: Provincie bespreekt mogelijke maatregelen in gebieden. Wat is waar van toepassing en wat is het potentieel van de maatregelen. Dit wordt opgenomen en geactualiseerd in volgende versies van het gebiedsprogramma. Indien noodzakelijk worden procedures en vergunningverlening in een later stadium uitgewerkt. Participatie en Bij het vormgeven van dit maatregelenpakket voor Zeeland zijn gemeenten, betrokkenheid waterschap en belangenorganisaties (o.a. SLZ en HZL) betrokken, o.a. in de democratische regiodialogen (mrt-mei 2023) vertegenwoordigingen In de geïntegreerde gebiedsaanpakken worden direct betrokkenen geraadpleegd. Nog nader te bepalen, maar gedacht wordt aan het betrekken van: Grondeigenaren (particulier, agrarisch en anderen) Grootgrondbezitters (verpachters, w.o. div. stichtingen, kerken etc.) Agrarische ondernemers Agrarische natuurverenigingen Collectief Poldernatuur Zeeland

87

-

Stichting Landschapsbeheer Zeeland Terrein beherende organisaties Waterschap Scheldestromen (KRW) North Sea Port district RWS Gemeenten Provincie Recron Hiswa en Vekabo Impuls Zeeland

Financiën en risico’s Onderbouwing rijksbijdrage

Bijdrage vanuit het Rijk is nodig om voor een langer termijn GBDA te realiseren, langdurig, duurzaam beheer en monitoring te bekostigen en toekomstperspectief te bieden voor o.a. agrariërs die zich inzetten voor de maatregelen GBDA.

Kostenraming planuitwerking

Dekkingsvoorstel planuitwerking

Maatregel tot 2030 Landschapsontwikkeling Voor 7 jaar Inrichting Afwaardering Beheer en onderhoud Landschapsontwikkeling Veldcoördinatoren Project Erfplus (20242029) Totaal

-

Gebied Opgave Zeeland Overige landelijk gebied VM, NSPD KvS, MvW, GGS 5 fte

Doel 4.327 ha Incl. Tholen

Kosten € € 607.510.800,-

429 ha GBDA 1 per regio

€ 43.203.012,€ 3.500.000,-

120 erven inpassen

€ 500.000,€ 654.713.812,-

Rijks Transitiefonds NPLG Rijks Programma Natuur SPUK fase 1&2 EU GLB ecoregeling EU GLB NSP Provincie Zeeland Verschillende sectoren (landbouw, industrie, scheepvaart, overige)

Indicatieve kostenraming Zie tabel navolgende realisatie Indicatief dekkingsvoorstel PM navolgende realisatie Verhouding tot indicatief PM budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en Niet tijdig voldoende autochtoon plantmateriaal beschikbaar beheersmaatregelen controle op kwaliteit uitgevoerde maatregelen Financiering voor langjarige instandhouding Staatsteun

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak

PM

Planning met mijlpalen en afronding planuitwerking

PM

88

Indicatieve planning met mijlpalen en afronding realisatie

PM

89

Bijlage 6 Maatregelpakket overig I1, R1 en M1 I1. Reductie stikstofuitstoot bij drie grootste industriële bedrijven Zld Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties

Samenvatting

Reductie stikstofuitstoot bij drie grootste industriële bedrijven Zeeland. Provincie Zeeland Jeroen Steenbakker (jjg.steenbakker@zeeland.nl, 06-21124882) De drie grote industriële bedrijven in de provincie Zeeland:  Yara  Dow  Zeeland Refinery De maatregelen worden getroffen op de bedrijfslocaties van de genoemde bedrijven. Deze zijn gevestigd binnen het beheergebied van het havenbedrijf North Sea Port.  Yara te Sluiskil  Dow te Terneuzen  Zeeland Refinery te Nieuwdorp De genoemde bedrijven zitten op dit moment aan tafel met de ministeries van EZK en I&W in het kader van het maken van maatwerkafspraken. Zij behoren alle drie tot de 20 grootste CO2 uitstoters in Nederland. Afgesproken is dat in dat kader ook gekeken wordt naar de mogelijkheden van stikstofreductie. Primair zal het nemen van de maatregelen dus via het traject van de maatwerkafspraken lopen. Omdat er nog geen 100% duidelijkheid is of en welke mate het daadwerkelijk tot afspraken komt tussen de bedrijven en de genoemde ministeries is het voor Zeeland van belang de maatregelen en ambities die de bedrijven hebben toch ook op te voeren in het gebiedsprogramma. Zo blijven de mogelijkheden voor stikstofreductie op de radar staan en kan daarmee mede invulling worden gegeven aan de doelstellingen. Het overleg over de maatwerkafspraken vindt in vertrouwelijkheid plaats.

Ook bevinden deze zich nog in de oriënterende/aftastende fase. In dit format kan derhalve niet heel veel inhoudelijke informatie over aard en kosten van de treffen maatregelen worden gedeeld.

Kosten en dekking (kort)

Per bedrijf worden verschillende maatregelen getroffen om invulling te geven aan de opgave van stikstofreductie  Yara Het implementeren van WESP-technologie waarmee de uitstoot van ammoniak en nitraatstof aanzienlijk wordt gereduceerd.  Dow In het kader van maatwerkaanpak zet Dow in op het fors reduceren van CO2 uitstoot. In dat verband wordt er tevens een reductie gerealiseerd van 10% van de NOx-uitstoot. De maatregelen die hiervoor worden getroffen zijn op dit moment nog niet bekend.  Zeeland Refinery In het kader van maatwerkaanpak is Zeeland Refinery voornemens de NOxuitstoot met 10% te reduceren. De maatregelen die hiervoor worden getroffen zijn op dit moment nog niet bekend. Kosten Enkel bij Yara is de te treffen maatregel bekend. Hiervoor is ook een kostenraming gemaakt.

90

Yara zal enkel voor de zogeheten onrendabele top een verzoek om cofinanciering doen. Het is bekend dat hiervoor rekening gehouden dient te worden met de kaders voor staatssteun. Ingezet wordt op wat maximaal mogelijk is. Voor de bedrijven Dow en Zeeland Refinery is nog niet bekend welke maatregelen exact worden getroffen om de gewenste stikstofreductie te realiseren. Hierover wordt momenteel nog gesproken. Het is dus ook nog niet duidelijk welke kosten met de maatregelen zijn gemoeid. Zodra hier meer over bekend is zal dit worden gedeeld.

Bijlagen

Dekking Insteek van de provincie Zeeland is dat alle sectoren hun bijdrage leveren. Voor de provincie volgt daaruit dat dekking van de benodigde kosten uit het transitiefonds komt.  Yara Transitiefonds (vangnetbepaling): met de maatregel die wordt toegepast (WESP) wordt de uitstoot van ammoniak gereduceerd.  Dow Transitiefonds (vangnetbepaling): De maatregelen die worden getroffen hebben primair tot doel de uitstoot van CO2 te reduceren. Daarbij is automatisch ook sprake van reductie van stikstof. In dit geval NOx.  Zeeland Refinery Transitiefonds (vangnetbepaling): de maatregelen die worden getroffen hebben primair tot doel de uitstoot van CO2 te reduceren. Daarbij is automatisch ook sprake van reductie van stikstof. In dit geval NOx. Op dit moment worden er nog geen bijlagen bijgevoegd. Als er meer duidelijkheid is over de maatregelen dan kunnen die alsnog worden gedeeld.

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

Doel planuitwerking (in welke nog ontbrekende informatie / procedurele stappen te voorzien)

Uitgangspunt van de provincie Zeeland is dat alle sectoren een bijdrage leveren aan de opgave t.a.v. stikstofreductie. Dus ook de industrie. Op grond van de feitelijke situatie in Zeeland voor wat betreft omvang en herkomst van depositie is niet reëel te verwachten dat de doelstelling uit het NPLG volledig gerealiseerd kan worden met maatregelen in de landbouw/natuur. Derhalve is de insteek van de provincie dat ook reductie van stikstof in andere sectoren waar nodig en mogelijk ook ingezet worden om de doelstelling te realiseren. In dit geval dus ook de reductie die in de grote(re) industriële bedrijven behaald kan worden. Binnen het traject van de maatwerkafspraken wordt invulling gegeven aan de maatregelen die worden getroffen kunnen worden om de opbrengst in de zin van o.a. de reductie van stikstof te kunnen realiseren. In de loop van 2023 moet en zal er meer duidelijkheid ontstaan over de aard van de maatregelen en hoe de verdere technische, juridisch-administratieve en financiële voorbereiding er uit ziet. Denk daarbij aan (niet limitatief):  Keuze maken m.b.t. maatregelen die worden getroffen en deze uitwerken in programma’s van eisen.

 Doorlopen van benodigde vergunningprocedures  Afspraken maken over verdeling van kosten  Nemen van investeringsbesluiten bij bedrijven  Plannen van de uit te voeren maatregelen / afstemmen met andere (onderhouds)werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden  Op de markt zetten van de opdrachten. Voorbereiding op de uitvoering zal naar verwachting plaatsvinden vanaf eind 2023 – begin 2024. Na deze fase zal uitvoering plaatsvinden. Het moment waarop dat exact

91

gebeurt is uiteraard van meerdere factoren afhankelijk en zal ook per maatregel en per bedrijf verschillen. De maatregelen dragen in meer of minder mate bij aan verbetering van:  Natuur (minder depositie van NH3 en NOx)  Milieu (minder depositie van fijnstof en nitraatstof)  Klimaat (minder uitstoot van CO2) Eventuele wijzigingen ten In de eerste versie was er nog geen sprake van treffen van maatregelen bij Zeeland opzichte van Refinery. Inmiddels hebben de ministeries van EZK en I&V ook met deze partij het gebiedsprogramma 0.5 overleg in het kader van de maatwerkafspraken gestart. Meekoppelkansen De maatregelen dragen in beginsel en niet limitatief ook bij aan:  Verbetering van klimaat (CO2 reductie)  Verbetering van milieu (reductie fijnstof) Projecten  Yara: implementeren WESP-technologie voor reductie NHNO en nitraatstof.  DOW: nog niet bekend, is onderwerp van overleg maatwerkafspraken.  Zeeland Refinery: nog niet bekend, is onderwerp van overleg maatwerkafspraken.

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten

Maatregelen worden uitgevoerd op de locaties van de bedrijven Yara, Dow en Zeeland Refinery. Welke maatregelen exact worden getroffen is momenteel nog onderwerp van gesprek bij de maatwerkafspraken.

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma)

Onderbouwing

M.b.t. Yara is duidelijk dat ingezet wordt op toepassen van WESP-techniek waarmee forse uitstoot van ammoniak en nitraatstof kan worden gerealiseerd. De maatregelen die worden benoemd dragen in positieve zin bij aan doelstellingen voor stikstofreductie in de provincie Zeeland. Bij Dow en Zeeland Refinery is de inzet op korte / middellange termijn minimaal 10%. Met het oog op de klimaatdoelstellingen voor 2050 wordt dit percentage logischerwijs aanzienlijk groter gelet op de relatie tussen CO2- en NOx reductie. Daarnaast is er ook sprake van reductie van fijnstof en zal er sprake zijn van duurzamer en efficiënter gebruik van water. Relatie tot andere maatregelpakketten is minimaal aangezien de maatregelen bij de bedrijven zelf op locatie worden uitgevoerd. Maatregelen worden in overleg tussen overheid en bedrijven benoemd in het kader van de maatwerkafspraken. Met het totaalpakket dat daarmee wordt overeengekomen wordt een bijdrage geleverd aan meerdere opgaven waaronder stikstof, klimaat, water en circulariteit. Daarmee is er overeenstemming over de te treffen maatregelen tussen bedrijven en overheid.

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden

Betrokken partijen zijn:  De bedrijven: o Yara o Dow o Zeeland Refinery  Provincie Zeeland  Ministerie EZK  Ministerie I&W

92

De uitvoering van de maatregelen ligt primair bij de genoemde bedrijven. Controle/toezicht daarop vindt plaats door de overheden die betrokken zijn bij de maatwerkafspraken. Tevens is er een rol voor de bevoegde gezagen in het kader van vergunningverlening wanneer daar sprake van is. Taken/rollen/verantwoordelijkheden worden vastgelegd in de overeenkomsten die worden opgesteld in het kader van de maatwerkafspraken of volgen daar uit voort. Te doorlopen procedures  Ondertekenen maatwerkafspraken en besluitvorming  Besluit over financiering  Voorbereiding uitvoering o.a.: o Vergunningverlening o Benodigde aanvullende onderzoeken o Opstellen PVE o Aanbesteding

Participatie en betrokkenheid democratische vertegenwoordigingen

Voorbereiding en uitvoering vraagt geen politieke besluitvorming. GS neemt wel een besluit over ondertekening van de maatwerkafspraken. Maatregelen worden in overleg tussen overheid en de betreffende bedrijven benoemd. Dat geldt ook ten aanzien van de randvoorwaarden waaronder deze genomen worden. In dat kader kan gesteld worden dat er sprake is van volledige participatie. Aangezien de te treffen maatregelen op de locaties van de bedrijven worden genomen en zien op reductie van stikstof, CO2 en andere schadelijke stoffen worden deze niet met de omgeving besproken. De provincie zit ook aan tafel bij het overleg over de maatwerkafspraken en ondertekent deze ook.

Financiën en risico’s Onderbouwing rijksbijdrage

De te treffen maatregelen komen voort uit overleg over maatwerkafspraken. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven maatregelen nemen die in beginsel verder gaan dan wat op grond van wet- en regelgeving moet en/of sneller wordt uitgevoerd dan nodig. In overleg wordt bekeken wat de bedrijven kunnen doen om stappen te zetten en wat de tegenprestatie van het Rijk daarbij is.

Bedrijven geven aan dat de maatregelen die worden genomen niet kostenefficiënt zijn. Op grond van bedrijfseconomische gronden zal een bedrijf zonder tegenprestatie van de overheid (in financiële of anderszins) daarom niet snel overgaan tot het nemen van de maatregelen als men daar op grond wet- en regelgeving wordt gedwongen. Kostenraming Nog niet bekend. planuitwerking Is mede afhankelijk van de uitkomsten van de maatwerkafspraken en de afspraken die in dat verband worden gemaakt over de treffen maatregelen en de verdeling van de kosten tussen bedrijven en overheid die daarmee samenhangen. Dekkingsvoorstel In welke mate er geld gevraagd wordt voor de planuitwerking is onderdeel van het planuitwerking overleg over de maatwerkafspraken. In het verlengde wat hiervoor reeds is aangegeven, is uitgangspunt voor de provincie dat de eventuele bijdrage komt uit het transitiefonds (vangnetbepaling) Indicatieve kostenraming Daar kan nu nog niets over worden gezegd. navolgende realisatie Eerst zal er overeenstemming moeten plaatsvinden over welke maatregelen genomen gaan worden en hoe de financiële verdeling tussen bedrijf en overheid daarbij is. Op basis van de kostenraming van de maatregelen als ook de tijdplanning m.b.t. voorbereiding en uitvoering kan een uitspraak gedaan worden over de benodigde financiële middelen over de verschillende jaren.

Indicatief dekkingsvoorstel In welke mate er geld gevraagd wordt voor de planuitwerking is onderdeel van het navolgende realisatie overleg over de maatwerkafspraken.

93

In het verlengde wat hiervoor reeds is aangegeven, is uitgangspunt voor de provincie dat de eventuele bijdrage komt uit het transitiefonds (vangnetbepaling) Verhouding tot indicatief Op dit moment niet bekend budget voor realisatie van Er is nog geen zicht op de maatregelen die worden uitgevoerd en in welke mate er ten het gehele aanzien van de kosten een beroep gedaan wordt op het transitiefonds. Dat wordt nader gebiedsprogramma (totaal uitgewerkt in het kader van de maatwerkafspraken. maatregelpakketten) Risico: Risico’s en Vergunning voor de uitvoering van de maatregelen wordt niet verleend. beheersmaatregelen Beheersmaatregel: Tijdig meenemen van bevoegde gezagen bij het vormgeven van de maatregelen Risico: Discussie bij Rijk over vraag of aard van maatregel past in maatwerkaanpak en of financiële bijdrage derhalve gerechtvaardigd is (inclusief check op staatssteun) Beheersmaatregel Tijdig betrekken van de departementen die besluit moeten nemen. (tijdig) wordt verstrekt. Risico Discussie tussen departementen over vanuit welk budget de financiële bijdrage voor een bepaalde maatregel betaald moet worden Beheersmaatregel Afspraak maken dat in beginsel alle financiële bijdragen gedekt worden uit transitiefonds en dat achteraf verrekening plaatsvindt met andere budgetten (bijvoorbeeld voor klimaatmaatregelen).

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13004932/1