CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Inkomend - Provincie Zeeland - Zeeuws Gebiedsprogramma 2023 - Deel 3 maatregelpakketten

Informatiebijeenkomst 14 juli 2023, gemeente VlissingenBij agendapunt: Stukken36.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Planning met mijlpalen en afronding planuitwerking

Indicatieve planning met mijlpalen en afronding realisatie

Dit volgt. Hangt samen met de verdere uitwerking van de maatwerkafspraken. Het overleg hierover loopt. Er wordt naar gestreefd om maatwerkafspraken eind 2023 af te ronden. Op dat moment dient er inzicht te zijn in de maatregelen die de bedrijven gaan nemen als ook de kosten die daarmee samenhangen als ook hoe de verdeling van die kosten tussen Rijk en bedrijven is. Voorbereiding op uitvoering start in beginsel na afronding van de maatwerkafspraken. De planning is dat dit vanaf eind 2023 - begin 2024 zal zijn. Het is afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van de te treffen maatregelen hoe lang de voorbereiding op uitvoering in beslag gaat nemen. Hierover zal ook het e.e.a. worden opgenomen in de maatwerkafspraken.

94

R1. Onderzoek doorrekenen effectiviteit maatregelen recreatie Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start Planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties Samenvatting

Onderzoek doorrekenen effectiviteit maatregelen recreatie Provincie Zeeland Marcel van de Berge (mj.vanden.berge@zeeland.nl, 06-27596632) - Provincie Zeeland - Zeeuwse gemeenten - HZ University of Applied Sciences/Kenniscentrum Kusttoerisme - Economische Impuls Zeeland (EIZ) - Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ), inclusief brancheorganisaties zoals Hiswa/Recron - Zeeuwse recreatieondernemers, zowel logies, horeca als dagattracties. Zeeland Onderzoek doorrekenen effectiviteit maatregelen: zoals blijkt uit een recente uitvraag door de Hiswa/Recron onder hun Zeeuwse leden, hebben recreatiebedrijven in Zeeland de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in verduurzamingsmaatregelen. De geïnventariseerde reacties zijn echter voornamelijk de zogenaamde ‘koplopers’, bedrijven die meestal A-locaties hebben en daardoor een goede omzet en investeringscapaciteit. Hier gerealiseerde investeringen voor verduurzaming zijn echter niet voor de hele sector haalbaar. In deze inventarisatie hebben de betrokken ondernemers (indien mogelijk) aangegeven wat het resultaat is van de uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen. De realisering van deze verduurzamingsmaatregelen is de afgelopen jaren mede gestimuleerd door een uitgebreid aanjaagprogramma dat door Economische Impuls Zeeland (EIZ) wordt uitgevoerd in opdracht van de provincie Zeeland.

De maatregelen in dit bestaande innovatie- en aanjaagprogramma voor recreatie en toerisme hebben in hoofdzaak betrekking op circulaire maatregelen, klimaat adaptieve maatregelen en maatregelen voor slim en schoon watergebruik. Instrumenten die o.a. worden toegepast om tot stimulering en uitvoering van maatregelen te komen zijn: het gebruik van innovatievouchers: ondersteuning van bedrijven die advies nodig hebben over verduurzamingsmaatregelen voor energie/water/klimaat/afval/natuur en landschap, en; het benutten van het Fonds verblijfsrecreatie: financiële ondersteuning van recreatiebedrijven om daadwerkelijk investeringen voor uitgewerkte reductiemaatregelen te kunnen realiseren.

De mogelijkheden voor de realisering van maatregelen die bijdragen aan de doelen van het Gebiedsprogramma, zijn voor de vrijetijdssector mede afhankelijk van een aantal factoren, maar vooral financieringsmogelijkheden. Dit gelet op exploitatieopbrengsten in relatie tot hoge investeringen die gepaard gaan met reductiemaatregelen. Voor de vrijetijdssector in Zeeland is het daarom belangrijk eerst te laten onderzoeken welke maatregelen voor recreatie nu het meest effectief zijn. Het moet immers gaan om maatregelen die reductie van emissie opleveren en die bijdragen aan de doelen van het Gebiedsprogramma, zijnde het herstel van de kwaliteit van de Zeeuwse natuur, al dan niet per specifiek (natuur)gebied of regio. Hierbij is het belangrijk beter in beeld te brengen wat individuele bedrijven kunnen doen (footprint berekenen/maatwerk) en welke maatregelen, eventueel per gebied of regio, (meer) gestimuleerd moeten worden, al dan niet 95

gekoppeld aan het bestaande maatregelenpakket, zodat niet wordt geïnvesteerd in niet-effectieve reductiemaatregelen. Fase 1) Onderzoek mogelijke reductiemaatregelen vrijetijdssector in Zeeland en doorrekenen effectiviteit: Externe expertise is nodig om: A: te onderzoeken en inventariseren welke reductiemaatregelen er mogelijk zijn om te realiseren door de vrijetijdssector in Zeeland. Mede gelet op het huidige aanjaagprogramma en de recente inventarisatie van Hiswa/Recron, is er een scala aan mogelijke reductie- c.q. verduurzamingsmaatregelen in beeld. Zie de voorbeelden in dit format (onder 3). De vraag is echter of deze inventarisatie compleet is en of er inmiddels wellicht voorbeelden zijn van innovatie, nog effectievere maatregelen. Het is belangrijk een compleet beeld op te stellen van de mogelijkheden voor de vrijetijdssector. B: per maatregel door te rekenen wat de effectiviteit is van deze maatregelen. Hierbij is de vraag welke maatregel nu welke reductie van emissies oplevert. Hiervoor kan mede het recente door de Hiswa/Recron verstrekte overzicht worden benut. Voor beide onderzoeksvragen Fase A en B dient externe expertise te worden ingehuurd om tot een zo goed mogelijke inventarisatie van mogelijkheden te komen, alsmede een beeld van de effectiviteit van de maatregelen, zodat hierin keuzes gemaakt kunnen worden richting uitvoering.

Benodigde expertise zal zeer specifiek zijn, bijvoorbeeld door de TUA Wageningen of anderszins vergelijkbare expertise. Fase 2) Omslaan effectiviteit maatregel naar bijdrage herstel kwaliteit van de Zeeuwse natuur: Uiteindelijk gaat het er om dat de door de vrijetijdssector te treffen maatregelen daadwerkelijk een bijdrage gaan leveren aan het herstel van de kwaliteit van de (specifieke) Zeeuwse natuur, zodat de doelen van het Gebiedsprogramma daadwerkelijk behaald kunnen worden. In deze fase is het daarom belangrijk per maatregel of maatregelenpakket te onderzoeken en door te rekenen welke bijdrage deze (effectieve) maatregelen leveren in het herstel van de kwaliteit van de Zeeuwse natuur.

Kosten en dekking (kort)

Ook voor deze fase is specifieke expertise nodig, zodat de effectiviteit van de maatregelen kan worden afgezet tegen de specifieke gebiedsgerichte opgaven zoals opgenomen in het Gebiedsprogramma. Nader onderzocht moet worden welke specifieke expertise hiervoor nodig en beschikbaar is. De kosten van stap 1 van het maatregelenpakket voor recreatie in het Gebiedsprogramma worden globaal geschat op € 150.000,-. Per fase is specifieke inhuur van expertise benodigd om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Hierbij is het belangrijk de onderzoeksvragen per fase aan het begin van iedere fase helder te formuleren met overheidsspecialisten en met de sector, zodat deze onderzoeksvragen duidelijk in een externe opdracht kunnen worden gevat.

Bijlagen

Raming: Fase 1: € 75.000 Fase 2: € 75.000 Transitiefonds: € 150.000,Nog niet beschikbaar

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

Om de ambities van het Toekomstbeeld Bestemming Zeeland 2030 te bereiken is één van de pijlers om een toekomstbestendige vrijetijdssector te realiseren. Toekomstbestendig betekent ook een duurzame vrijetijdssector. De vrijetijdssector

96

Doel planuitwerking (in welke nog ontbrekende informatie / procedurele stappen te voorzien)

drukt immers in Zeeland, door de grootschalige omvang van deze sector, op onze natuurlijke bronnen en zorgt voor grote afvalstromen. De vrijetijdssector in Zeeland wil zelf positief bijdragen aan het verduurzamen van de regio, niet alleen in de kustzone, maar ook in het buitengebied. Naast de kustzone, is er in het buitengebied in Zeeland ook veel recreatie gevestigd, zoals o.a. minicampings. Deze positieve bijdrage kan de sector echter niet alleen realiseren. Men heeft hiervoor de inzet van het Rijk en de lokale overheden nodig. De ambitie van de vrijetijdssector sector is dat bedrijven in de vrijetijdssector doorgaan met het leveren van een betekenisvolle bijdrage aan de Zeeuwse biodiversiteit en zich maximaal inspannen op verduurzaming. Bedrijven in de vrijetijdssector reduceren hun ‘voetafdruk’, emissies en watergebruik maximaal. Hoofddoelen voor uitvoering van de maatregelen liggen vooral op het vlak van: Klimaat (voorkomen en reduceren van broeikasgassen) en water (slim en hergebruik); Impuls aan de kwaliteitsopgave voor natuur en bos/landschap (incl.

biodiversiteit) op en rondom recreatiebedrijven, in combinatie met wateropvang, schaduwplekken etc.); Mogelijke versterking en aansluiting bij het Natuurnetwerk Nederland; Meer groen/blauwe dooradering op recreatieterreinen in combinatie met klimaatadaptieve maatregelen; Beleid, inrichting en beheer van recreatieterreinen aangepast aan het veranderende klimaat ter voorkoming van ontwrichting door weersextremen; Koolstof vastlegging in bomen/bos/natuur. Concentraties nutriënten in grond- en oppervlaktewaterlichamen voldoet aan wettelijke normen; Beleid, inrichting en beheer aangepast aan het veranderende klimaat.

In stap 2 van de beoogde aanpak dient een nieuw maatregelenpakket per gebied/regio en deelnemend bedrijf te worden uitgewerkt passend bij de bedrijfsbehoefte, -filosofie, te bereiken doelen en haalbaarheid. Ook kan hierbij worden bezien of reeds bestaande maatregelen in het huidige aanjaagprogramma voldoende bijdragen en verder gemaximaliseerd kunnen worden. Eventuele wijzigingen ten N.v.t. opzichte van gebiedsprogramma Meekoppelkansen Klimaatadaptatie (o.a. i.v.m. tekort aan zoet water), duurzaam water(gebruik), biodiversiteit, natuur/landschapscreatie en energie.

Oplossingsrichtingen, doelbereik en (sociaaleconomische) effecten Maatregelen, instrumenten

Voor de vrijetijdssector is er een breed scala mogelijk aan (reductieve)maatregelen die kunnen bijdragen aan de doelen van het gebiedsprogramma. Gerelateerd aan het bestaande aanjaagprogramma zijn dit bijvoorbeeld: Circulair:  Hergebruik van materialen en/of afval, zoals duurzame verpakkingen en circulaire installaties  Hergebruik van (drink)water en voedsel (overschotten/restproducten);  Hergebruik/opslag en opwekking van energie en warmte (incl. warm water), door zowel zonne-energie als waterstof  (Bouw van circulaire) accommodaties en (gevel)bekleding  Gezamenlijke inkoop en bewustwording Klimaat:  Maatregelen tegen droogte, zoals het aanbrengen van waterpartijen en watermanagement

97

  

Maatregelen tegen hitte, zoals het aanbrengen van natuurlijke schaduwplekken Maatregelen tegen wateroverlast zoals een slimme indeling van het landschap en verandering van infrastructuur (waterafvoer en hergebruik) Landschaps- en natuurversterking op recreatieterreinen en/of in combinatie met omliggende (natuur)terreinen, met kansen voor versterking van biodiversiteit.

Water:  Afvalwater van douches, wasbakken en wasmachines zuiveren, opslaan en hergebruiken als spoelwater voor toiletten;  Zuiveren van douchewater voor het doorspoelen van toiletten en het irrigeren van planten;  Medicijnen en overige schadelijke resten zuiveren uit afvalwater voor het hergebruik van water voor omliggende recreatie en/of landbouw. Eventuele overige (reductie)maatregelen die voor de vrijetijdssector in beeld zijn:  Recreatiebedrijven van het gas af (stookinstallaties, zwembaden etc.);  Zonnepanelen op alle recreatiedaken (18.000 accommodaties);  Meer groen/blauwe dooradering op recreatieparken (Meenemen regelgeving/Ontwikkelkader logies). Bovenstaande maatregelen zijn vooral maatregelen die de sector zelf kan doen. Er zijn echter ook maatregelen in de openbare ruimte mogelijk zoals:  Duurzame mobiliteit (tegengaan uitstoot door recreatieverkeer);  Bezoekersmanagement (verleiden naar andere gebieden/koppeling natuur inclusief programma).

Doelbereik (in verhouding tot het gebiedsprogramma)

Onderbouwing

Dit brede scala aan mogelijkheden dient gereduceerd te worden in stap 1 van het recreatiemaatregelenpakket (door middel van de twee beschreven fasen), tot maatregelen die een effectieve bijdrage aan de doelen van het Gebiedsprogramma kunnen leveren. Hierbij dient ook onderzocht te worden welke eventuele nieuwe innovatieve maatregelen mogelijk zijn. Diverse maatregelen (zie hierboven), waaruit een keuze gemaakt moet worden en die een bijdrage kunnen leveren aan de doelen van het gebiedsprogramma, zoals bijvoorbeeld het verminderen van de emissie van stikstof(oxiden). Met de sector (brancheorganisaties en ondernemers) en experts, is het belangrijk te onderzoeken welke nieuwe innovatieve oplossingen mogelijk zijn om toe te passen op basis van de meest actuele technieken. Zie gebiedsprogramma voor de ambities voor recreatie en toerisme in Zeeland vanuit het ambitiedocument Toekomstbeeld Bestemming Zeeland 2030.

98

Besluitvorming en daarbij betrokken partijen Beschrijving partijen, rollen en verantwoordelijkheden

- Provincie Zeeland: stimulerend en faciliterend - HZ University of Applied Sciences/Kenniscentrum Kusttoerisme: kennisuitwisseling en data - Impuls Zeeland: kennis van innovatie en faciliterend (regelgeving etc.) - Toeristisch Ondernemend Zeeland (TOZ), inclusief brancheorganisaties: enthousiasmerend en uitdraging ambities van de vrijetijdssector op het gebied van verduurzaming - Zeeuwse recreatieondernemers, zowel logies, horeca als dagattracties: actieve deelname en realisatie reductiemaatregelen. Te doorlopen procedures 1. Formulering onderzoeksvragen Stap 1 recreatiemaatregelenpakket en besluitvorming gebiedsprogramma (met experts en de sector) 2. Offertetraject en opdrachtverstrekking fase a van stap 1: Onderzoek mogelijke reductiemaatregelen vrijetijdssector in Zeeland en doorrekenen effectiviteit: 3. Offertetraject en opdrachtverstrekking fase b van stap 1: Omslaan effectiviteit maatregel naar bijdrage herstel kwaliteit van de Zeeuwse natuur: 4. Opstellen vervolgstappen voor stap 2 en 3 van het recreatiemaatregelenpakket gebiedsprogramma. Participatie en Middels het gebiedsprogramma. betrokkenheid democratische vertegenwoordigingen

Financiën en risico’s Onderbouwing Zie gebiedsprogramma en de beschrijving van stappen 1 tot en met 3 van het rijksbijdrage recreatiemaatregelenpakket. Kostenraming Zie bovenstaande kostenraming. planuitwerking Dekkingsvoorstel Nog nader te bepalen, afhankelijk van de resultaten van het onderzoek naar de planuitwerking effectiviteit van de maatregelen. Indicatieve kostenraming Nader uit te werken per reductiemaatregel(en) per gebied en/of bedrijf. navolgende realisatie Indicatief dekkingsvoorstel Nog nader te bepalen, afhankelijk van de resultaten van het onderzoek naar de navolgende realisatie effectiviteit van de maatregelen. Verhouding tot indicatief budget voor realisatie van het gehele gebiedsprogramma (totaal maatregelpakketten) Risico’s en Voldoende deelname recreatiebedrijven: faciliterende/ondersteunende rol van beheersmaatregelen Impuls Zeeland en TOZ; Haalbaarheid te bereiken reductiemaatregel(en): goede planuitwerking per bedrijf en/of gebied. Daadwerkelijke realisatie maatregelen: voortgangscontrole op realisering per bedrijf.

Aanpak met planning en mijlpalen Aanpak Planning met mijlpalen en afronding planuitwerking

Planning nader uit te werken.

Indicatieve planning met mijlpalen en afronding realisatie

Planning nader uit te werken.

99

M 1. Openbaar vervoer – Veerdienst Westerschelde verduurzamen Aanvraag Rijksbijdrage voor beslissing tot start planuitwerking Algemene informatie aanvraag Naam Hoofdaanvrager incl. contactgegevens Deelnemende partijen

Gebied /locaties Samenvatting

Openbaar vervoer – Veerdienst Westerschelde verduurzamen Provincie Zeeland Martijn Hoosemans (mj.hoosemans@zeeland.nl, 06-25726535) Bij de exploitatie van het fietsvoetveer is, naast de Provincie Zeeland, ook de Westerschelde Ferry BV betrokken. Provincie Zeeland is enig aandeelhouder van de Westerschelde Ferry BV. Hoe de verdeling van verantwoordelijkheden bij het verduurzamen van de veerdienst zal zijn, is nog onderdeel van besluitvorming. Dit project heeft effect op de monding van de Westerschelde – specifiek gezien op het traject Vlissingen – Breskens. Voor voetgangers en (brom)fietsers is er na de opening van de Westerscheldetunnel een veerdienst gebleven tussen Vlissingen en Breskens. Dit fiets-voetveer wordt momenteel in opdracht van de Provincie Zeeland geëxploiteerd door de Westerscheldeferry BV. Hiervoor worden op dit moment twee veerboten (SWATH’s) ingezet. Deze schepen zijn eigendom van de Provincie Zeeland. PS hebben in april 2022 besloten om de twee schepen per 2028 te vervangen door zero emissie schepen. De schepen zijn dan ca. 25 jaar oud. De huidige schepen zijn voorzien van een dieselelektrische voorstuwing. Door het specifieke ontwerp van de schepen, gecombineerd met relatief ongunstige vaareigenschappen en gewichtsbeperking is ombouw van de huidige schepen naar ZE technisch niet mogelijk.

Daarnaast bevinden de schepen zich in de tweede helft van hun economische levensduur, wat een grote investering bedrijfseconomisch niet verantwoord maakt. De huidige schepen stoten op dit moment op grond van de dienstregeling op jaarbasis 51 ton NOx (zie bijlage) uit. Dat wordt op basis van het genoemde besluit vanaf 2028 gereduceerd tot nul. Daarnaast betekent het vervangen van de schepen ook een forse reductie van de uitstoot van fijnstof en CO2.

Kosten en dekking (kort)

Bijlagen

Het onderzoek naar het vervangen van de schepen is medio 2022 gestart. Eerste stap is het in beeld brengen van het programma van eisen van de nieuwe schepen. Het gaat daarbij niet alleen om de technische kant maar ook de gewenste dienstregeling en onderzoek naar het reizigerspotentieel maakt daar deel van uit. Aan de hand daarvan kan vervolgens bepaald worden welk type schip nodig is als ook het aantal. Op dit moment kan er dus nog geen uitspraak gedaan worden over de investering die met de aanschaf van de nieuwe veerbo(o)t(en) gemoeid is. Het onderzoek naar de technische haalbaarheid van een ZE-veerdienst is nagenoeg afgerond. Hieruit blijkt dat het technisch haalbaar is om een vloot van ZE-schepen te laten bouwen en exploiteren tegen een vergelijkbare kostenefficiëntie als de huidige exploitatie. Een zeer grove raming laat een investering in vloot en walinfrastructuur zien van €25-30 mln. Daarnaast is op hoofdlijnen bekend dat de exploitatie van de ZEveerdienst vergelijkbaar is met de huidige exploitatie. Aerius berekening

Opgaven/probleemanalyse en te bereiken doelen Analyse provinciale/ gebiedsopgaven NPLG

De sector mobiliteit is verantwoordelijk voor een deel van de NOx uitstoot in Zeeland. De mogelijkheden van de Provincie om gericht maatregelen in deze sector te treffen zijn gering. Structurele reductie is daarmee voornamelijk afhankelijk van autonome ontwikkelingen zoals strengere emissienormen voor verbrandingsmotoren en de verdere introductie van elektrische voertuigen. Op dat vlak zijn de afgelopen decennia al

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13004932/1