CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

5.2 rvs Jaarstukken 2025 bijlage 1 jaarstukken

Raadsvergadering 8 juli 2026, gemeente VlissingenBij agendapunt: Jaarstukken 202533.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2024

5,5

4,3 CBS

Diefstallen uit woning

Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners

2024

1,1

1,2 CBS

Vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag

Het aantal vernielingen en misdrijven per 1.000 inwoners.

2024

8,0

5,7 CBS

Functiemenging

De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.

2024

45,3

54,5 LISA

Absoluut verzuim

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'.

2024

4,3

6,7 DUO

Relatief verzuim

Het aantal leer- of kwalificatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) waarbij sprake is van meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim gedurende 4 opeenvolgende lesweken.

2024

21

28 DUO

Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie

Het percentage van het totaal aantal leerlingen van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten.

2024

3,2

2,3 DUO

56

9 Bureau Halt

Naam indicator

Beschrijving

Jaar Vlissingen Landelijk Bron laatste meting

De periodeaanduiding '2024' staat voor schooljaar '2023/2024'. Niet-sporters

Het percentage niet - wekelijkse sporters t.o.v. de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.

2024

53,1

42,5 CBS

Jongeren met een delict voor de rechter

Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.

2023

2

1 CBS

Kinderen in uitkeringsgezin

Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.

2024

9

6 CBS

Werkloze jongeren

Het percentage werkloze jongeren (16-22 jaar).

2024

2

2 CBS

Netto arbeidsparticipatie

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).

2024

70,7

73,2 CBS

Personen met een bijstandsuitkering

Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.

2025

417,4

281,2 CBS

Lopende re integratievoorzieningen

Het aantal re - integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.

2024

136,6

203,1 CBS

Jongeren met jeugdhulp

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar

2024

19,1

14,0 CBS

Jongeren met jeugdbescherming

Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbeschermingsmaatregel tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar

2024

1,7

1,0 CBS

Jongeren met jeugdreclassering

Het percentage jongeren( 12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar)

2024

0,7

0,4 CBS

Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo

Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten

2025

890

660 CBS

Formatie

Fte per 1.000 inwoners

2025

10,8

-

Eigen indicator

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners

2025

10,0

-

Eigen indicator

Apparaatskosten

Kosten per inwoner

2025

425,0

-

Eigen indicator

Overheadkosten

% van de totale lasten

2025

7,44%

-

Eigen indicator

Externe inhuur

Kosten inhuur externen als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

2025

22,90%

-

Eigen indicator

57

10. Paragrafen 10.1 Paragraaf lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf bevat nadere informatie over de gemeentelijke heffingen met betrekking tot het belastingjaar 2025. De gemeente Vlissingen kende in 2025 de volgende heffingen: 1. Onroerende zaakbelastingen (OZB) 2. Woonforensenbelasting 3. Toeristenbelasting 4. Hondenbelasting 5. Precariobelasting 6. Afvalstoffenheffing 7. Rioolheffingen 8. Begraafrechten 9. Marktgelden 10. Leges 11. Parkeerbelasting 12. Bedrijveninvesteringszone (BIZ) 13. Havengelden De opbrengst van de 1e 5 belastingen vormt een deel van de algemene dekkingsmiddelen. De opbrengst van respectievelijk de afvalstoffenheffing, rioolheffingen, de begraafrechten en parkeerheffingen dient om de kosten te dekken voor: 1. het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval; 2. de gemeentelijke riolering; 3. de gemeentelijke begraafplaatsen; 4. de parkeergarage en de maaiveldparkeerplaatsen. Alle heffingen, met uitzondering van de leges, zijn door middel van verordeningen vastgesteld door de gemeenteraad. Het college is bevoegd de legesverordening vast te stellen. Uitgangspunten Indexering en tariefverhoging Alle gemeentelijke belastingen zijn in 2025 in beginsel verhoogd met de index te weten 3,9 %, Met uitzondering van de afvalstoffenheffing, toeristenbelasting en de rioolheffingen.

Uitgaande van het principe van de 100% kostendekking bleef het tarief van de afvalstoffenheffing hetzelfde als in 2024 en stegen de tarieven van de rioolheffing met extra 1%. De tarieven van de toeristenbelasting zijn extra gestegen na de aanname van een amendement op de voorgestelde tarieven. Kwijtschelding Kwijtschelding wordt verleend op basis van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De berekening van de kosten van bestaan is vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Voor het bepalen van de kwijtschelding zijn de Zeeuwse gemeenten een samenwerkingsverband aangegaan met SABEWA Zeeland. Hierdoor hoeven de burgers maar 1 keer een aanvraagformulier in te dienen om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van zowel de waterschapslasten en de gemeentelijke belastingen die in de regeling zijn betrokken.

58

De verzoeken om kwijtschelding zijn voor 2025 tijdig afgehandeld. Voor het belastingjaar 2025 waren de uitgaven aan kwijtschelding afvalstoffenheffing en rioolheffing geraamd op € 696.780. De werkelijk verleende kwijtschelding over 2025 bedraagt € 580.033. Daarnaast is er een bedrag van € 24.283 aan kwijtschelding over oude jaren. Bedragen x € 1.000 Exploitatie

Realisatie 2024

Begroting 2025 na wijziging

Kwijtscheldingen

Realisatie 2025

619

697

604

Opbrengst heffingen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de geraamde en de werkelijke opbrengsten van de afgelopen jaren in relatie met het begrotingsjaar 2025. Het jaarrekening resultaat 2025 van onderstaande heffingen wordt, indien met een afwijking van > € 25.000 toegelicht in het hoofdstuk 11.7 toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Bedragen x € 1.000 Opbrengstheffing

Rekening 2024

Begroting 2025 incl. begr. wijziging

Rekening 2025

Begroting 2026

1. Onroerende zaakbelasting

16.657

16.789

17.035

17.322

2. Woonforensenbelasting

428

429

449

442

3. Toeristenbelasting

902

1.307

1.300

1.577

4. Hondenbelasting

335

348

330

359

5. Precariobelasting

121

140

129

145

6. Afvalstoffenheffing

8.003

7.945

8.059

8.521

7. Rioolheffing

6.884

7.318

7.254

7.666

8. Parkeerheffingen

120

217

143

221

9. BIZ (bedrijven investeringszone)

111

99

113

99

Positie op de lokale lastenladder In onderstaande tabel wordt een overzicht getoond van de lokale lastendruk 2025 van een meerpersoonshuishouden in de Zeeuwse gemeenten. Het tarief voor ozb is sterk afhankelijk van de gemiddelde WOZ-waarde per gemeente. Het Coelo baseert dit op de WOZ waarde van uitsluitend koopwoningen. Daarnaast neemt het Coelo die de lokale lasten publiceert ook mee het gemiddeld afval aanbod van de gemeente per huishouden, hierdoor kan het bedrag wat Coelo hanteert afwijken van de werkelijk te betalen bedrag aan afvalstoffenheffing. Bedragen x € 1.000 Gemeenten

OZB eig.

WOZ waarde

OZB

AFV

RIOG

Borsele

9,90%

374

370

390

218

978

Goes

11,18%

410

458

300

313

1.071

Hulst

9,77%

346

338

348

320

1.006

Kapelle

8,22%

412

338

264

323

926

Middelburg

10,31%

372

384

344

242

970

Noord-Beveland

8,88%

349

310

284

198

792

Reimerswaal

8,50%

349

297

347

318

962

Schouwen-Duiveland

9,48%

470

445

376

265

1.087

Sluis

8,03%

365

293

356

281

931

Terneuzen

12,42%

300

372

432

260

1.064

Tholen

9,93%

336

333

305

210

848

Veere

7,69%

474

364

325

171

861

Vlissingen

12,12%

318

385

395

285

1.065

59

TOTAAL

Onroerende zaakbelasting Onder de naam “onroerendezaakbelastingen” (OZB) wordt belasting geheven van eigenaren van woningen en van eigenaren voor de heffing gebruikers van bedrijfspanden en overige gebouwen. De grondslag is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De WOZ-waarde voor 2025 is bepaald naar waarde peildatum 1 januari 2024. De OZB wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Bedragen x € 1.000 OZB

Percentage 2024

Percentage 2025

Eigenaar woningen

0,12%

0,12%

Eigenaar niet-woningen

0,44%

0,42%

Gebruiker niet-woningen

0,35%

0,34%

Rioolheffing Rioolheffing wordt in rekening gebracht ter dekking van de kosten van de gemeentelijke riolering. Iedere gebruiker van een woning, bedrijfspand of gebouw met een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering wordt aangeslagen tegen een tarief dat afhankelijk is van het waterverbruik. Alleen bij hemelwater wordt het tarief van de 1e verbruiksklasse (tot 400 m3) in rekening gebracht. De eigenaar van een onroerende zaak betalen eveneens een rioolheffing. De totale begrote opbrengst mag de totale begrote lasten niet overschrijden. Naast de indexatie van 3,9% zijn de tarieven 2025 met 1% extra gestegen om aan 100% kostendekkendheid te komen. Rioolheffing

Tarief 2024

Tarief 2025

209,18

219,43

0-400 m3

62,96

66,05

401-1.000 m3

343,94

360,79

1.001-2.000 m3

615,48

645,64

2.001-3.000 m3

886,90

930,36

3.001-4.000 m3

1.158,56

1.215,33

33,51

35,15

Eigenarentarief Gebruikerstarief:

Boven 4.000 m3 per 100 m3

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een vergoeding voor de kosten van het ophalen en verwerken van huishoudelijk en tuinafval. Vanaf 2024 hanteren we 3 verschillende tarieven namelijk voor een, twee en meerpersoonshuishouden. De avalstoffenheffing is een bestemmingsheffing dit betekent dat de begrote opbrengst de totale begrote lasten niet overschrijden. De tarieven 2025 zijn daarom ten opzichte van 2024 niet gestegen. Afvalstoffenheffing in €

Tarief 2024

Tarief 2025

Eenpersoons

323,86

323,86

Tweepersoons

346,58

346,58

Meerpersoons

394,62

394,62

60

Hondenbelasting Elke Vlissingse houder van een of meer honden is hondenbelasting verschuldigd. Op basis van aangifte wordt de houder aangeslagen. Voor de 1e hond wordt een basisbedrag in rekening gebracht. Voor elke 2e en volgende hond geldt het dubbele tarief. De tarieven 2025 zijn ten opzichte van 2024 gestegen met de indexatie van 3,9%. Hondenbelasting in €

Tarief 2024

Tarief 2025

Tarief 1e hond

102,75

106,75

Tarief 2e en volgende hond

205,50

213,50

Kennel

374,17

388,75

Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van personen die niet binnen de gemeente Vlissingen wonen maar wel een woning voor zichzelf of hun gezin beschikbaar houden. De heffing betreft een vast bedrag per woning. Onder de woning moet mede worden verstaan een recreatiewoning. Het tarief 2025 was ten van 2024 gestegen met de indexatie van 3,9%. Forensenbelasting in € Per woning

Tarief 2024

Tarief 2025

987,85

1.026,38

Precariobelasting Wanneer een burger, bedrijf of instelling gemeentegrond in gebruik wil nemen voor bijvoorbeeld reclameborden of –uitingen, uitstallingen en containers op de openbare grond van de gemeente, dan moet er bij de gemeente een vergunning worden aangevraagd. Voor het gebruik moet huur of precario worden betaald. De tarieven 2025 zijn ten opzichte van 2024 gestegen met de indexatie van 3,9%. Parkeerbelasting Onder de naam ‘Parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven: 1. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening 2. dan wel in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; 3. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. De opbrengst van de parkeerbelastingen is een vergoeding voor de exploitatiekosten van de parkeergarages en –voorzieningen. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven voor het houden van nachtverblijf (tegen vergoeding) binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven. Met ingang van 2017 wordt het tarief gedifferentieerd naar bestaand of meegebracht verblijfsmiddel.

Naast deze differentiatie zijn de tarieven voor 2025 extra verhoogd met de aanname van een amendement hierop. Toeristenbelasting in €

Tarief 2024

Tarief 2025

Per persoon per overnachting bestaand verblijfsmiddel

2,11

3,00

Per persoon per overnachting meegebracht verblijfsmiddel

1,89

2,50

61

Bedrijven Investerings Zone (BIZ) In samenwerking met de vertegenwoordigers van de winkeliers en horecaondernemers in de binnenstad, verenigd in de Vlissingse Ondernemers Centrale (VLOC) is er voor een deel van de binnenstad opnieuw een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) ingesteld. Gedurende de periode 1 januari 2022 tot 1 januari 2027 wordt jaarlijks een belasting geheven. De gerealiseerde opbrengst wordt direct doorgesluisd naar de VOC. Degenen die dit fonds beheren (de vertegenwoordigers van de ondernemers zelf) bepalen hoe en waaraan het geld wordt uitgegeven. Marktgelden Voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt wordt een vergoeding in de vorm van marktgelden geheven. De tarieven 2025 zijn ten opzichte van 2024 gestegen met de indexatie van 3,9%. Leges Voor het verstrekken van een vergunning of document wordt een vergoeding in de vorm van leges gevraagd. Naast de wettelijk toegestane maximale tarieven zijn de tarieven leges verhoogd met de indexering van 3,9%. Lijkbezorgingsrechten Voor het begraven en huren van een graf enz. wordt een vergoeding in de vorm van rechten gevraagd. Havengelden Havengelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeente wateren en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen (kade). Havengelden

Tarief 2024

Tarief 2025

Vrachtschepen

0,175 per ton

0,18 per ton

Riviercruise

0,188 per m2

0,20 per m2

Rondvaartboot

14,56 per keer

15,13 per keer

Charterschip

0,134 per m2

0,14 per m2

Belastingdruk De tarieven voor de rioolheffing en de onroerende zaakbelastingen zijn gestegen. Daarmee zijn de woonlasten gestegen. Wat dit betekent voor een eigenaar van een pand in 2025 ten opzichte van 2024 wordt in onderstaande tabel weergegeven. Geraamde opbrengst (in €)

2024

2025

OZB lasten voor een gezin met een eigen woning

372

385

Rioolheffing voor een gezin

272

285

Afvalstoffenheffing voor een gezin

395

395

Totale woonlasten voor gezin

1.039

1.065

62

Kengetallen belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Voor de gemeente Vlissingen is de belastingcapaciteit als volgt: Kengetallen belastingcapaciteit 2025 (in €) A. OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde: Gemiddelde WOZ waarde

318.000 0,121%

385,42

B. Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde Eigendom

219,43

Gebruik

66,05

285,48

C. Afvalstoffenheffing

394,62

D. Heffingskorting

0

E. Totale woonlasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

1.066,00

F. Woonlasten landelijk gemiddelde voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde

1.052,00

Gemeentelijke belasting capaciteit

E/F * 100%

101,28%

Legestabel 2025 Totale kosten € 2.967.170 Totale baten € 2.595.079 Kostendekking percentage 87,5% In de onderstaande tabel wordt het kostendekkingspercentage per titel (het soort dienstverlening), nader toegelicht. We hanteren bij de leges de toegestane regels van kruissubsidiëring, waarbij binnen een titel een percentage boven de 100% op hoofdstukniveau is toegestaan onder voorwaarde dat het gemiddelde percentage per titel niet boven de 100% uitkomt. Recapitulatie kostendekkenheid leges 2025 Vlissingen Personeels- Overhead lasten Totaal

(Bedragen x € 1.000)

Overige kosten

Totale Opbrengsten kosten

Kostendekkendheidspercentage

1.257

848

860

2.967

2.595

87,5%

Hoofdstuk Algemene dienstverlening 1

311

202

491

1.004

1.089

108,5%

Paragraaf 1.1

Burgerlijke stand

22

14

36

28

Paragraaf 1.2

Reisdocumenten

79

51

266

396

543

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

61

40

143

244

292

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen uit de basis registratie personen

20

13

25

58

48

Paragraaf 1.5

Verstrekkingen uit het Kiezersregister

Paragraaf 1.6

Gemeentegarantie

0

0

0

0

0

Paragraaf 1.7

Bestuursstukken

0

0

0

0

0

Paragraaf 1.8

Vastgoedinformatie

0

0

0

0

0

Paragraaf 1.9

Overige publiekszaken

77

50

57

184

79

Paragraaf 1.10

Gemeentearchief

Paragraaf 1.11

Huisvestingswet

0

0

0

0

0

63

Recapitulatie kostendekkenheid leges 2025 Vlissingen Paragraaf 1.12

Leegstandwet

0

0

0

0

0

Paragraaf 1.13

Gevaarlijke stoffen

0

0

0

0

0

Paragraaf 1.14

Vervallen

Paragraaf 1.15

Kansspelen

4

3

0

7

2

Paragraaf 1.16

Algemene Verordening Ondergrondse infrastructuren - AVOI

32

21

0

53

87

Paragraaf 1.17

Algemene plaatselijke verordening Vlissingen

5

3

0

8

1

Paragraaf 1.18

Verkeer en vervoer

10

7

0

17

8

Paragraaf 1.19

Diversen

0

0

0

0

0

754

490

369

1.614

1.482

Hoofdstuk Dienstverlening en besluiten in het 2 kader van de omgevingswet Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

Paragraaf 2.2

Voorfase

111

72

0

183

66

Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

463

301

226

990

1.122

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

23

15

0

37

7

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

0

0

75

75

76

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

1

1

0

2

2

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

16

11

0

27

24

Paragraaf 2.8

Overige activiteiten

17

11

0

27

13

Paragraaf 2.9

Maatwerkvoorschriften

1

1

25

27

28

Paragraaf 2.10

Gelijkwaardigheid

2

1

11

15

15

Paragraaf 2.11

Overige tarieven

37

24

4

65

61

Paragraaf 2.12

Modaliteiten

82

54

29

166

69

Paragraaf 2.13

Vermindering

0

0

0

0

0

Paragraaf 2.14

Teruggaaf

0

0

0

0

0

Hoofdstuk Dienstverlening vallend onder 3 Europese dienstenrichtlijn

193

156

0

349

24

Paragraaf 3.1

Horeca

64

52

0

116

9

Paragraaf 3.2

Organiseren evenementen of markten

126

102

0

227

13

Paragraaf 3.3

Prostitutiebedrijven

0

0

0

0

0

Paragraaf 3.4

Huisvestingswet 2014

0

0

0

0

0

Paragraaf 3.5

Brandbeveiligingsverordening

Paragraaf 3.6

Winkeltijdenwet

0

0

0

0

0

Paragraaf 3.7

Exploitatie Huisvesting (inter) nationale werknemers

0

0

0

0

0

Paragraaf 3.8

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of ander beschikking

3

3

0

6

2

0

64

91,7%

6,9%

10.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en beleid Risicomanagement De gemeente Vlissingen heeft beleid voor risicomanagement. Dit staat in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. In deze nota staat hoe we met risico’s omgaan en welke afspraken daarbij horen. De gemeente is verplicht zowel in de begroting als in de jaarrekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening dient een zo goed mogelijk beeld van kwantificeerbare risico’s aanwezig te zijn. Werkwijze Risicomanagement is een proces dat altijd doorgaat. Bij elke beslissing wordt gekeken welke risico’s er zijn. Bij grote projecten worden de mogelijke risico’s beoordeeld in relatie tot het totale risicoprofiel van de gemeente. Deze risico’s worden ook duidelijk vastgelegd. 2 keer per jaar worden alle risico’s binnen de gemeente opnieuw bekeken en bijgewerkt. Per team wordt gekeken welke risico’s er zijn en welke nieuwe risico’s mogelijk ontstaan. Op basis hiervan wordt een top 10 van belangrijkste risico’s voor de hele gemeente opgesteld. De teams bespreken hun risico’s regelmatig en nemen maatregelen zodra dat nodig is om de risico’s zo klein mogelijk te maken. De gemeenteraad, het college en het managementteam krijgen informatie over deze top 10 risico’s.

Het idee hierachter is dat deze 10 risico’s samen ongeveer 90% van het totale risicobedrag vormen. Voorwaarden in een continu proces Risicomanagement heeft een vaste plek in de planning- en controlcyclus van de raad, het college en het managementteam. Voor de gemeenteraad betekent dit dat bij zowel de begroting als de jaarrekening wordt gerapporteerd hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de weerstandscapaciteit. Een belangrijke voorwaarde voor goed risicomanagement is dat de doelen van programma’s, projecten en grondexploitaties duidelijk zijn. Ook moeten bestuur en management zich ervan bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het dagelijks besturen van de gemeente. Dit betekent dat het herkennen van risico’s, het inschatten van risico’s en het nemen van maatregelen voortdurend moet gebeuren. Risico-inventarisatie Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in verschillende klassen zijn ingedeeld, kunnen worden geplaatst in een risicokaart (zie afbeelding). De risicokaart laat zien hoe de risico’s verdeeld zijn op basis van kans en gevolg. De nummers in de risicokaart geven aan hoeveel risico’s in elk vak staan. Hierdoor is direct te zien hoeveel risico’s in het groene, oranje en rode gebied vallen. “Netto” betekent dat er al rekening is gehouden met de maatregelen die zijn genomen om het risico te verkleinen.

Voor elk risico is bepaald welke maatregelen mogelijk zijn om het risico te beperken. Voorbeelden hiervan zijn: het aanleggen van een reserve, betere proces- of werkafspraken, interne controles of het aanpassen van beleid.

65

Een risicoscore in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Risico’s in het oranje gebied vragen wel om aandacht. Ze zijn op zichzelf meestal nog geen groot gevaar, maar als er lange tijd niets mee gebeurt, kunnen ze later wel een bedreiging worden. Daarom is het verstandig om voor deze risico’s op tijd extra maatregelen te nemen. Uit de risicokaart blijkt dat veel risico’s in het groene en oranje gebied staan, vooral in het midden en onderaan de kaart. Door deze veelvoorkomende risico’s goed te beheersen, kunnen we op de langere termijn serieuze problemen voor de bedrijfsvoering voorkomen. Een risico dat in het rode gebied valt, heeft wél directe aandacht nodig. Dit soort risico’s kan de continuïteit van de bedrijfsvoering snel in gevaar brengen en moet daarom meteen (waar mogelijk) worden aangepakt. Risico's Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Vlissingen kan worden bepaald hoeveel geld benodigd is om alle risico’s te kunnen financieren. Dit wordt de benodigde weerstandscapaciteit genoemd. De financiële omvang van de risico's wordt berekend op basis van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen. In totaal zijn er 68 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd.

Op basis van de risicosimulatie (met een zekerheidspercentage van 95%) is het financieel risico € 20,1 miljoen.

66

Top 10 risico's In de onderstaande tabel staat de top 10 risico’s van de gemeente Vlissingen. Ze zijn gerangschikt op financiële impact. Het percentage laat zien hoe groot het risico is in verhouding tot alle risico’s samen. Hieruit blijkt dat de top 10 risico’s samen ongeveer 90% vormen van het totaal aan gedefinieerde risico’s. Jaarrekening 2025

Begroting 2025

Jaarrekening 2024

Belangrijkste financiële risico's

Invloed

1

1

1 Stijging van de verliesvoorziening grondexploitaties door stijging van de inflatie.

32%

2

-

8 Werk en inkomen: Niet realiseren van de taakstelling werkleerbedrijf (Orionis sociale werkvoorziening).

15%

3

2

4 Stijging van de verliesvoorziening grondexploitaties door stijging van de rente.

14%

4

4

6 Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald.

10%

5

7

- De gemeente kan getroffen worden door een hack of cryptolocker, mogelijk met afpersing.

4%

6

6

9 De algemene uitkering valt lager uit.

4%

7

-

- Werk en inkomen: Rijksbijdrage uitkeringen is ontoereikend.

4%

8

-

- Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH)

3%

9

5

10 Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan vooraf gepland.

3%

10

10

8 Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW)

2%

Toelichting top 10 risico's 1. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie Als we verwachten dat een project verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Elke keer dat we de cijfers opnieuw bekijken, passen we de voorziening aan. De uitkomst hangt af van verschillende factoren, zoals inflatie. Als de inflatie hoger is dan eerder gedacht, worden de kosten ook hoger. Daardoor moet de verliesvoorziening omhoog. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 6,8 miljoen (bron 2e herziening 2025). 2. Werk en inkomen: Niet realiseren van de taakstelling werkleerbedrijf (Orionis sociale werkvoorziening) Jarenlang is er sprake van een exploitatietekort in het werkleerbedrijf. Op basis van in 2021 door de Walcherse gemeente(n) geïnitieerd onderzoek is gebleken dat door implementatie van verschillende verbetermaatregelen de komende jaren een ruime rendementsverbetering mogelijk is. In 2022 heeft Orionis Walcheren verbeterplannen opgesteld. Als de verbeterplannen hun effect hebben is er eind 2029 sprake van een positief resultaat van circa € 1,13 miljoen (Orionis totaal, Vlissingens aandeel hierin is € 0,59 miljoen). Door economische ontwikkelingen is de realisatie van de plannen vertraagd.

In de meerjarenbegroting 2026-2029 hebben wij de realisatie zij het met vertraging (oorspronkelijk plan was realisatie in 2025/2026) als gevolg van diverse (externe) oorzaken verwerkt (besparing van € 2,0 miljoen periode 2025-2028). De kans dat het risico zich voordoet is ingeschat op hoogstwaarschijnlijk (70 %). Dit omdat externe factoren (waaronder marktwerking) van invloed blijven op het resultaat van het Werkleerbedrijf. De financiële impact is gebaseerd op het risico dat de begrote besparingen zoals opgenomen in de begroting 2025-2028 (totaal € 2,0 miljoen) niet worden gerealiseerd. Dit risico is beoordeeld als een risico met een structureel effect. 3. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente

67

Als een grondexploitatie verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Bij elke herziening passen we de voorziening aan als de verwachtingen veranderen. Een belangrijke factor is de rente. Voor het financieren van de boekwaarde van grondexploitaties moeten we geld lenen. De rente op deze leningen berekenen we door in de grondexploitatie. Als de rente stijgt, heeft dat een negatief effect op de verliesvoorziening. Vooral het project Scheldekwartier is hier gevoelig voor, omdat de boekwaarde hoog is en de looptijd nog lang. Als de rente voor nieuwe leningen met 1% stijgt, is de financiële impact € 3,0 miljoen. 4. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald We hebben de taakstellingen van de Hervormingsagenda Jeugd aangepast. Door vertraging in de aanbesteding schuiven sommige plannen op naar 2028. We hebben dit in de kadernota 2026 verwerkt en in de begroting 2026 is nu uitgegaan van 100% taakstelling, in plaats van de eerdere 60%. Er is een risico dat de projecten niet het gewenste resultaat opleveren in de komende jaren. De financiële gevolgen zijn als volgt: 2026: € 120.000, 2027: € 360.000, 2028: € 3.220.000 en 2029: € 5.869.000. Volgens de VNG is 60% van de taakstelling haalbaar. Dat betekent dat 40% onzeker is.

Het is mogelijk dat het Rijk een deel van de kosten vergoedt als blijkt dat het onzekere deel niet haalbaar is, bijvoorbeeld door aanpassing van de wet. Maar dit is nu nog niet zeker. In 2025 hebben we diverse interventies ingezet, zoals: Kamers met Aandacht. Dit is Jeugdhulp dichterbij en meer laagdrempelig, bijvoorbeeld inwonend bij een hospita in plaats van een specialistische woonvorm. Voorbereidingen worden getroffen voor de vorming van het Stevige Lokale Team. Ook zijn er methodieken opgezet die ervoor zorgen om hulp effectiever, eenduidiger en gezinsgericht te kunnen inzetten vanuit een breed perspectief. De maatregelen vanuit Hervormingsagenda vragen een transformatie van het sociaal domein. Dit vraagt de nodige capaciteit, voorbereidingen en het samenbrengen van verschillende interne en externe partners. Daarom zullen de nodige interventies in 2026 en volgende jaren hun uitwerking krijgen. 5. Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing Er is een risico dat de gemeente wordt getroffen door een hack of cryptolocker. Dit kan gebeuren via phishing (bijvoorbeeld een foute e-mail, website of bestand). Criminelen kunnen dan gegevens stelen of versleutelen. Vaak eisen ze losgeld om de gegevens terug te geven of om te voorkomen dat ze openbaar worden gemaakt. Het aantal hacks neemt toe, ook bij gemeenten.

Niet alleen gemeenten worden getroffen, maar ook leveranciers van software die wij gebruiken. Als dit gebeurt, heeft dat grote gevolgen voor onze dienstverlening. De kosten voor herstel zijn hoog. Denk aan het inhuren van experts, verlies van gegevens, losgeld en minder inkomsten. De financiële impact hebben we ingeschat op basis van ervaringen bij andere gemeenten, zoals Hof van Twente en Haarlemmermeer, en hangt af van het soort aanval en onze beveiliging. Als beheersmaatregelen zorgen we voor bewustwording (awareness), brengen we onze kwetsbaarheden in kaart, maken we sinds 2025 gebruik van een Information Security Management System (ISMS) en zullen we in 2026 en plan van aanpak maken voor hoe we omgaan met een hack of cryptolocker. 6. De algemene uitkering valt lager uit Gemeenten krijgen geld van het Rijk via het gemeentefonds. Het is altijd onzeker hoeveel geld we precies krijgen. Dit komt bijvoorbeeld door veranderingen in de regels (circulaires) of in de manier waarop het Rijk het geld verdeelt. We hebben berekend wat het betekent als we 1% minder krijgen. De algemene uitkering is € 195,6 miljoen, maar daar gaan nog centrumtaken en extra bijdrage artikel 12 vanaf (€ 61,6 miljoen). De uitkering waar dit risico op geldt is dus € 134 miljoen. Een daling van 1% betekent een financiële impact van € 1,34 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect.

68

7. Werk en inkomen: Rijksbijdrage uitkeringen is ontoereikend BUIG (Gebundelde Uitkering Inkomensvoorziening Gemeenten) ontstaat uit 3 aspecten: 1. de omvang van het landelijke macrobudget; 2. het aandeel van de gemeente Vlissingen in het macrobudget op basis van het verdeelmodel; 3. het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden in de gemeente Vlissingen. De werking van BUIG is gebaseerd op een prikkelwerking waardoor gemeenten gedwongen worden continu bijstandsgerechtigden te re-integreren naar werk. Als in negatieve zin afgeweken wordt van de landelijke trend reintegratie van bijstandsgerechtigden naar werk ontstaat een tekort op BUIG of het tekort neemt toe. Dit is het gevolg van het ontstaan of het toenemen van een discrepantie tussen het aandeel in het macrobudget op basis van het verdeelmodel en het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden. In deze meerjarenbegroting doen wij in navolging op 2025 ook in 2026 een extra investering in re-integratie-activiteiten. Jaarlijks beoordelen wij of ook in 2027 tot en met 2029 extra investeringen moeten plaatsvinden om het risico op (een toenemend) tekort op BUIG te mitigeren. Er bestaat een aanzienlijke kans dat de rijksbijdrage BUIG ontoereikend is (het macrobudget is te laag of het aandeel op basis van het verdeelmodel valt te laag uit ten opzichte van het daadwerkelijk aantal bijstandsgerechtigden).

De kans dat het risico zich voordoet is bepaald op kan gebeuren (30%). De financiële impact is bepaald op € 750.000. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect. 8. Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij We hebben 5,76% van de aandelen in de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Volgens de laatste prognose keert ZEH tot en met 2033 het volgende dividend uit: 2025: € 135 miljoen, 2026: € 175 miljoen, 2027: € 155 miljoen en 2028 t/m 2033: elk jaar € 100 miljoen. De provincie heeft aangeboden om 75% van het laagste verwachte dividend (€ 100 miljoen) als structureel dekkingsmiddel te gebruiken. Wij hebben hiervan gebruik gemaakt en € 4,3 miljoen structureel ingezet. Vanaf 2028 bouwen we dit af. Het resterende dividend storten we elk jaar in de reserve Wind in de zeilen. Er is een risico dat de dividenduitkeringen lager uitvallen, zelfs lager dan 50% van € 100 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect. Vanaf 2028 starten we met de afbouw van de structurele inzet van het ZEH-dividend. Zo voorkomen we dat we in 2033 ineens een groot financieel probleem hebben. 9. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan vooraf gepland Elk jaar maken we een schatting van de verwachte rente. Op basis daarvan nemen we de rentelasten op in de begroting.

Er is een risico dat we in de toekomst nieuwe leningen moeten afsluiten tegen een hogere rente dan we nu verwachten. Als de rente 1% hoger uitvalt dan geraamd (uitgangspunt), kost dat ongeveer € 480.000 extra per jaar in de periode 2026 tot en met 2029. Dit risico beoordelen we als een risico met een structureel effect. 10. Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW) Sinds de wetswijziging in 2015 is er geen nieuwe instroom meer geweest bij de SWbedrijven. Hierdoor krimpen deze organisaties geleidelijk, totdat er vanaf uiterlijk 2051 alleen nog een voorziening voor Beschut Werk overblijft. In december 2023 heeft het Rijk een visie gepubliceerd op de toekomst van de Sociaal Ontwikkelbedrijven (de opvolgers van de SWbedrijven). Centraal staat de ontwikkeling van een sociale infrastructuur die bestaat uit 3 onderdelen: een opstap voor mensen die toewerken naar regulier werk; een vangnet voor mensen die tijdelijk niet regulier kunnen werken, een beschutte omgeving voor mensen die structureel ondersteuning nodig hebben Het Rijk streeft landelijk naar minimaal 30.000 beschutte banen en 10.000 tijdelijke werkplekken voor mensen die (tijdelijk) niet regulier kunnen werken. De financiering wordt hierop aangepast. In 2025 hebben Orionis Walcheren en de Walcherse gemeenten deze landelijke visie uitgewerkt in een transitieplan voor de inwoners van Walcheren.

Voor dit plan stelt het Rijk financiële middelen beschikbaar. Het plan kijkt 10 jaar vooruit, waardoor verschillende aannames noodzakelijk zijn. In de risicoparagraaf van het Transitieplan zijn de belangrijkste risico’s en onzekerheden opgenomen. Deze hebben betrekking op: landelijke politieke keuzes; toekomstige 69

Rijksbijdragen; economische ontwikkelingen; huisvesting; personeel; benodigde transitiekosten. Een belangrijk aandachtspunt is dat nog onzeker is of de beschikbare Rijksmiddelen voldoende zijn om de transitie volledig te financieren. De totale financiële impact is € 2,7 miljoen, waarvan € 1,4 miljoen (53%) voor ons is. De kans dat dit risico zich voordoet, is 50%. Het is nog niet zeker of we na de veranderingen alles kunnen uitvoeren binnen het beschikbare geld. Weerstandcapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: •

Vrij besteedbare reserves.

•

Budget onvoorziene uitgaven.

•

Onbenutte belastingcapaciteit.

•

Stille reserves.

Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:

Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar.

70

Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor het jaar 2025 gaat het om € 255.000. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen.

Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2025 is deze reeds nihil. Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/ Benodigde weerstandscapaciteit. Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 0,5 (-/- € 10,6 miljoen/ € 20,1 miljoen).

Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de jaarrekening 2025 bedraagt -€ 10,6 miljoen. Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10) voor de gemeente Vlissingen. Wij hebben op basis van de risico inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 20,1 miljoen (laatste risico inventarisatie jaarrekening 2024 € 31,2 miljoen). Ten opzichte van de risico inventarisatie bij de jaarrekening 2024 is hiermee sprake van een afname van de gekwantificeerde risico’s met € 11,1 miljoen. 71

Een groot deel van de benodigde weerstandscapaciteit wordt veroorzaakt door risico's in het sociaal domein. Deze risico's vangen we op door het inzetten van de reserve sociaal domein. Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:

72

Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Waardering

Ratio

Betekenis

A

>2

Uitstekend

B

1,4 - 2

Ruim voldoende

C

1 - 1,4

Voldoende

D

0,8 - 1

Matig

E

0,6 - 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

waardering ratio's

Gegeven de negatieve ratio betekent dit voor de gemeente Vlissingen dat het weerstandsvermogen volgens de waarderingstabel een waardering F heeft, hetgeen dus zwaar onvoldoende is. Op basis van de gehanteerde methode van kwantificering van de risico's en hetgeen is opgenomen in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement zou de ratio moeten liggen tussen de 0,8 en de 1,4. De beschikbare weerstandscapaciteit van € 10,6 miljoen is niet toereikend in relatie tot de berekende risico’s van € 20,1 miljoen. De ontwikkeling van de algemene reserve zal bepalend zijn of wij de gesignaleerde risico’s in de toekomst kunnen opvangen. De ratio weerstandsvermogen is met 0,2 toegenomen in vergelijking met de jaarrekening 2024. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV. Kengetallen

Jaarrekening Jaarrekening Begroting Jaarrekening Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2025 2026 2027 2028

1a. Netto schuldquote

39%

28%

38%

22%

41%

42%

44%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

39%

28%

37%

22%

39%

40%

39%

2. Solvabiliteitsratio

21%

24%

31%

28%

32%

35%

37%

3. Kengetal grondexploitatie

9%

10%

2%

9%

3%

3%

3%

4. Structurele exploitatieruimte

3%

0%

0%

2%

0%

0%

0%

100%

107%

102%

101%

101%

101%

101%

5. Belastingcapaciteit

1a. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote bedraagt 22% en is daarmee licht gedaald ten opzichte van voorgaand boekjaar (2024: 28%). De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert in de houdbaarheidstest gemeentefinanciën een signaalwaarde van 130% voor de netto schuldquote, waarboven sprake is van een verhoogd financieel risico en aandacht is vereist voor de ontwikkeling van de schuldpositie. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op deze manier brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel is van de verstrekte leningen en wat dat betekent voor de schuldenlast.

73

2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het eigen vermogen van de gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In 2025 is de solvabiliteit gestegen van 24% naar 28%. De solvabiliteit is in 2025 toegenomen door de toevoeging van het positieve resultaat aan het eigen vermogen. De VNG hanteert een signaalwaarde als de solvabiliteit onder de 20% komt. 3. Grondexploitatie De grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant beoordeelt ieder jaar of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte De exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we thans het onderscheid tussen structurele en incidentele lasten.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert ieder jaar deze lasten in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. Deze cijfers worden voortaan ook in de jaarlijkse meicirculaire bekend gemaakt zodat de gemeenten tijdig op de hoogte zijn van de hoogte van de lasten die voor de berekening moeten worden gebruikt. Voor de berekening wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen.

74

10.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn ‘duurzame productiemiddelen’. Het zijn die materialen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor, dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering/ water, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Per onderwerp wordt ingegaan op het beleidskader, voornemens voor de komende periode en de financiële consequenties voor de gemeente. Voor 2 kapitaalgoederen Gebouwen en Kades) hebben we voor groot onderhoud inmiddels een meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren of een bepaalde representativiteit te laten behouden. We onderscheiden klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud heeft geen invloed op de gebruiksduur van een gebouw of een object. Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Werkelijk 2025

350

316

34

Gebouwen

1.607

4.147

-2.540

Groen

1.928

1.869

59

Kades

253

185

68

Openbare verlichting

510

591

-81 -295

Civiele kunstwerken

Stedelijkwater/ riool

Restant

551

846

Wegen

2.362

2.503

-141

Totaal

7.561

10.457

-2.896

Onderhoud ten laste van de diverse voorzieningen

2.768

4.419

-1.651

Klein onderhoud Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties en kort-cyclisch onderhoud. De kosten komen ten laste van de exploitatie. Groot onderhoud De noodzaak tot groot onderhoud ontstaat over een langere periode en is ingrijpender van aard. De kosten daarvan komen voor sommige kapitaalgoederen ten laste van een voorziening en voor anderen uit de exploitatie. Wanneer een aanpassing leidt tot een belangrijke kwaliteitsverbetering en/of een significante langere gebruiksduur wordt het niet gerekend tot groot onderhoud, maar is het een investering die geactiveerd moet worden, zodat de lasten over meerdere jaren verspreid worden. Voor de laatstgenoemde categorie verwijzen wij u naar de investeringsplanning. Civiele kunstwerken Onder civiele kunstwerken wordt verstaan het geheel aan fiets- en voetbruggen, verkeersbruggen, vlonders en steigers. De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan civiele kunstwerken zijn opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is een voorziening gevormd. In 2025 hebben we de civiele kunstwerken beoordeeld en hebben we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning opgesteld. Onderhoudskosten civiele kunstwerken (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Civiele kunstwerken

350

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024)

75

Werkelijk 2025 316

Restant 34

Gebouwen De onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen ziet u hieronder. Om het bestand van de gemeentelijke accommodaties op orde te krijgen is een Majeur project “Revitalisering gemeentelijke accommodatiebestand” opgezet. Voor de inhoud van dit project verwijzen wij u graag naar de projectpagina in dit document. Voor groot onderhoud is inmiddels een MJOP operationeel. Onderhoudskosten gebouwen (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Gebouwen

1.607

Werkelijk 2025 4.147

Restant -2.540

In 2025 zijn er op basis van de MJOP diverse onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd aan verschillende gemeentelijke gebouwen. De huidige kwaliteit afgezet tegen het door de inspecteur opgelegde onderhoudsniveau 4, maakte het noodzakelijk om diverse forse technische ingrepen te verrichten die vooraf niet voorzien waren. Het doel hiervan was om de kwaliteit en de veiligheid te kunnen waarborgen. Bij de aanvraag van het renovatiekrediet voor het stadhuis is achteraf gebleken dat deze niet nodig was. Bij het opstellen van het voorstel zijn we ervan uitgegaan dat het stadhuis is geactiveerd volgens de componentenmethode. Bij deze methode worden onderdelen van een gebouw (zoals installaties) afzonderlijk op de balans gezet en bij vervanging opnieuw geactiveerd als investering. Vanuit deze gedachte is het renovatiekrediet aangevraagd. Inmiddels is vastgesteld dat deze aanname niet juist is. Hierdoor worden de werkzaamheden volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) aangemerkt als groot onderhoud. Kosten voor groot onderhoud mogen niet worden geactiveerd, maar moeten worden verwerkt via de exploitatie (of een onderhoudsvoorziening). Dit is gecorrigeerd in de jaarrekening.

Tot slot zijn er ook onderhoudswerkzaamheden verricht aan, weliswaar af te stoten panden, die echter nog niet afgestoten konden worden omdat zij afhankelijk waren van bijvoorbeeld nieuw te bouwen accommodaties. Ook hier diende de veiligheid en de kwaliteit van het vastgoed gewaarborgd te worden, echter waren deze kosten vooraf niet voldoende goed in te schatten. Beleidskader: bestuursopdracht “Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand” (2018) Groen Bos, bomen en stedelijk openbaar groen Onderstaande bedragen zijn de beschikbaar gestelde bedragen voor het onderhouden van onze kapitaalgoederen met betrekking tot het openbaar groen van de gemeente. Dit is inclusief onkruidbestrijding en de begraafplaatsen. Het onderhoud aan het groen wordt planmatig uitgevoerd. In dit onderhoud passen we de uitgangspunten van biodiversiteit toe. Speelvoorzieningen Uit het oogpunt van veiligheid is het belang van onderhoud aan en kwalitatief op peil houden van de speelvoorzieningen belangrijk. De speelvoorzieningen staan veelal in het groen. Het onderhoud aan speelvoorzieningen wordt zo uitgevoerd dat ze altijd veilig zijn voor de (kleine) gebruikers in de gemeente. In 2025 beoordelen we de speelvoorzieningen en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten groen (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Groen Speelvoorzieningen Totaal

Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024)

76

Werkelijk 2025

Restant

1.812

1.750

116

119

62 -3

1.928

1.869

59

Kades De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan kades zijn opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is momenteel een MJOP operationeel. Het onderhoudsbestek voor de havens dat in 2025 in uitvoering is gegaan is grotendeels uitgevoerd, maar loopt nog door in 2026. Voor het herstel van metselwerk wordt samen opgetrokken met Waterschap Scheldestromen. Deze werkzaamheden worden in 2026 opgestart in plaats van 2025. Hierdoor is er in 2025 minder uitgegeven. De kosten voor de nog niet uitgevoerde werkzaamheden schuiven door naar 2026 en 2027. De beoordeling van waterpartijen, vijvers en fonteinen is gestart en wordt in 2026 afgerond. Onderhoudskosten kades (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Restant

Kades

28

18

10

Waterpartijen, vijvers en fonteinen

225

167

58

Totaal

253

185

68

Beleidskader: Havenbeleidsplan binnenhavens (2024) en Havenbeheerplan (2022-2032) Openbare verlichting De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan openbare verlichting is opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is een voorziening gevormd. In de periode 2024-2028 vervangen we traditionele verlichtingsarmaturen voor de zuinigere LED-variant. Ook vervangen we masten die daarvoor in aanmerking komen. Door het toepassen van LEDarmaturen zullen de energiekosten van openbare verlichting dalen en worden deze jaarlijks bijgesteld. Deze energiekosten staan apart van de hierboven genoemde onderhoudskosten. In 2025 beoordelen we het restant areaal aan masten en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten openbare verlichting (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Openbare verlichting

510

Werkelijk 2025

Restant

591

-81

Bij openbare verlichting is meer uitgegeven vanwege de vele storingen aan de openbare verlichting waar we mee in 2025 te kampen hadden. Beleidskader: Beleids- en beheerplan OVL 2015-2024 Stedelijkwater/ riool Algemeen De stedelijk water opgave van de gemeente behelst 3 componenten: de hemelwaterafvoer, het grondwaterbeheer en het rioolbeheer. Momenteel is het gemeentelijk hoofdrioolstelsel 260 km lang. Door de uitbreiding in de stad met verschillende wijken groeit dit aantal ieder jaar. De onderhoudskosten van de riolering bestaan uit kosten voor planmatig onderhoud en correctief onderhoud. Planmatig onderhoud Het inspecteren van, reinigen en repareren van hoofdriolering en rioolgemalen. Ook het baggeren van watergangen behoort hiertoe. Correctief onderhoud Het verhelpen van storingen van rioolgemalen en verstoppingen van aansluitingen, straatkolken en openbare riolering. En het verhelpen van verstoppingen van duikers of verhelpen van acute problemen van de waterkwaliteit.

77

Stedelijk water/ riolering (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Stedelijk water/ riolering

Werkelijk 2025 551

Restant 846

-295

Omdat 2 jaar geleden een jaar minder werkzaamheden zijn uitgevoerd, zijn deze nu ingehaald. Dit resulteert in hogere uitgaves in 2025. Beleidskader: gemeentelijk rioleringsplan (2023) Wegen Onderhoudskosten wegen Onderstaande bedragen zijn beschikbaar voor het onderhoud van bestaande wegen. Dit betreft zowel asfaltwegen of wegen met open verharding. Het onderhoud van onze kapitaalgoederen is van belang om de veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. Periodiek laten we inspecties uitvoeren. Deze inspecties leveren informatie over de staat waarin de wegen zich bevinden. De uit te voeren werkzaamheden stemmen we af met de opgaves van de andere kapitaalgoederen in de openbare ruimte om de overlast voor de bewoners zo veel mogelijk te beperken. Ook vindt hier afstemming plaats met de nutsbedrijven voor water en energie (inclusief voor het warmtenet). Deze onderhoudskosten zijn inclusief het onderhoud op de verkeersregelinstallaties en op het wegmeubilair. Onderhoudskosten wegen (bedragen x € 1.000)

Begroot 2025

Wegen

2.362

Werkelijk 2025

Restant

2.503

Naast de hier weergegeven kosten zijn er ook inkomsten, deze zijn over 2025 € 152.000 hoger uitgevallen dan geraamd. Er is dus meer in de openbare ruimte uitgevoerd Beleidskader: Wegenbeleidsplan (2021)

78

-141

10.4 Paragraaf financiering Wettelijke kader De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Kasgeldlimiet Het hulpmiddel om renterisico's op korte financiering te beperken is de kasgeldlimiet. Als referentiekader voor de bepaling van de kasgeldlimiet geldt het begrotingstotaal. Voor 2025 is dit percentage bepaald op 8,5%. Voor 2025 betekent dit een kasgeldlimiet van € 26,6 miljoen. De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden. In 2025 zijn er geen kasgeldleningen afgesloten. Ontwikkeling kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

2025

Kasgeldlimiet van het begrotingstotaal

26.590

Gemiddeld netto vlottende schuld (+) Gemiddeld overschot vlottende middelen (-) per kwartaal 1e kwartaal

-5.553

2e kwartaal

-1.786

3e kwartaal

-14.226

4e kwartaal

-27.993

Renterisico's Met de renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningportefeuille zodanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De doelstelling van de renterisiconorm is dat in enig jaar het bedrag voor herfinanciering of renteaanpassing niet hoger mag zijn dan 20% van het primaire begrotingstotaal. Bij de gemeentelijke financieringsplanning wordt aan deze norm voldaan. Ontwikkeling renterisiconorm (bedragen € 1.000)

2025

Totale (primaire) begrotingstotaal

312,8

Norm (20% van begrotingstotaal)

62,6

Aflossingen

-12,2

Renteherziening

0

Aflossingen en renteherziening

-12,2

Ruimte onder de renterisiconorm

50,4

Renteschema Doorberekende rente Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen van het BBV. Op basis van het renteschema is de doorberekende rente over het verslagjaar als volgt:

79

Renteschema (bedragen x € 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.929

De externe rentebaten

-307

Saldo rente- en rentebaten

1.622

De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend

0

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Totaal

0

Aan taakvelden toe te rekenen rente

1.622

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.622

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.700

Renteresultaat op het taakveld treasury

-78

Leningenportefeuille De opgenomen geldleningen Het saldo van de opgenomen leningen is in 2025 gedaald van € 81,7 miljoen naar € 69,6 miljoen. Er zijn geen nieuwe leningen afgesloten en voor € 12,2 miljoen afgelost. De gemiddelde rente over de totale opgenomen leningenportefeuille was op 31 december 2025 2,6% (2024: 2,5%). De uitgegeven geldleningen Het saldo van de uitgegeven geldleningen bedraagt per 31 december 2025 € 4,4 miljoen. Een stijging van € 1,0 miljoen als gevolg van aanvullende storting in startersleningenfaciliteit. Gegarandeerde geldleningen In 2020 zijn de beleidsregels gemeentegarantie opnieuw vastgesteld. De risicoprofielen gaan van 1 (laag risico) naar 6 (hoog risico). Er zijn geen gegarandeerde leningen met profiel 6. In 2025 zijn er geen garanties opgevraagd. In 2025 is het totaal van de garanties gedaald. De grootste mutaties betreffen een toename bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw en een afname voor North Sea Ports. Het opgenomen bedrag voor zowel North Sea Ports als WarmCO2 is het totaal waarvoor de gemeente Vlissingen samen met de gemeente Borsele, gemeente Terneuzen en de Provincie Zeeland garant staat. De Gemeentelijke Hypotheek Garantie is volledig komen te vervallen. De betreffende garantie is voor het laatst verstrekt in 1994 en had een maximale looptijd van 30 jaar. In 2024 zijn daardoor alle nog lopende leningen onder deze garantie afgelost.

80

Profiel Organisatie (bedragen x € 1.000) 1

Aantal leningen

Borgstelling

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

3

100%

Oorspronkelijke hoofdsom

Garantiebedrag 31-12-2024

Garantiebedrag 31-12-2025

0

180.972

201.634

Nationaal Restauratie Fonds

3

100%

84

106

22

2

Waarborgfonds voor de Sport

4

50%

263

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17164141/1