3.2 rvs Programmabegroting 2026-2029 bijlage 1 progbegr
Tekst van het document
Samen kunnen we meer bereiken als één overheid. Belangrijk blijft het compensatiepakket 'Wind in de Zeilen' waarin we met het Rijk en de provincie de voortgang en integraliteit van de uitvoering van dit pakket bewaken. Als het gaat om het samenspel tussen bestuur en organisatie accepteren en respecteren we een duidelijke rolverdeling tussen gemeenteraad, college en organisatie. De gemeenteraad vertegenwoordigt de inwoners en ondernemers, stelt de kaders vast en controleert het college. Het college bestuurt collegiaal de gemeente. De ambtelijke organisatie adviseert onafhankelijk, bereidt de besluiten voor en voert deze uit. We zijn in deze rolverdeling transparant over de manier waarop we met bevoegdheden omgaan. De besluiten die we nemen en andere overheidsinformatie publiceren we actief op grond van de Wet open overheid én omdat we transparantie een belangrijke kernwaarde vinden in onze woorden en daden als gemeente. De gemeente wil zich verder ontwikkelen tot een integrale overheid; een servicegerichte én betrouwbare organisatie zonder onnodige drempels en procedures. Bestuur en organisatie inspireren, stimuleren en faciliteren daarbij inwoners, ondernemers, instellingen en andere (triple helix) partners en zoeken actief de dialoog en samenwerking met hen. Daarvoor gebruiken we ook de website, sociale media en bieden we ook digitale kanalen.
Bestuur en organisatie tonen zich een betrouwbare partij: we zeggen wat we doen en doen wat we beloven. We zeggen het ook als iets niet kan en dan zoeken we samen naar oplossingen, in de geest van de Omgevingswet en in het gezamenlijke belang van Vlissingen. We blijven investeren in de verbetering en het op peil houden van onze dienstverlening en willen daarbij ook digitalisering een ondersteunende rol laten spelen. Randvoorwaardelijk daarvoor is dat we voldoende gekwalificeerd personeel hebben. Dat is een uitdaging in de huidige arbeidsmarkt. Tenslotte gaan we actief op zoek naar subsidiemogelijkheden voor cofinanciering van onze projecten.
65
4.1 Dienstverlening Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Dienstverlening? Voor de komende jaren zien we enkele belangrijke ontwikkelingen in de dienstverlening: 1. Omnichannel dienstverlening Omnichannel betekent dat alle kanalen (balie, telefoon, e-mail en online) goed op elkaar aansluiten. Alle kanalen werken samen en de gebruiker ervaart dezelfde kwaliteit van dienstverlening. 2. Publieke diensten op maat We willen de diensten zo eenvoudig en gebruiksvriendelijk mogelijk maken zodat iedereen ze kan gebruiken. De voorkeur gaat uit naar een digitale afhandeling. Tegelijkertijd kan de gebruiker altijd zelf kiezen welk kanaal het beste past bij zijn of haar situatie. 3. Digitalisering en innovatie De inzet van nieuwe technologieën waaronder kunstmatige intelligentie (AI) neemt verder toe. Met behulp van toepassingen als CoPilot kunnen processen efficiënter en toegankelijker worden ingericht. In 2026 wordt er ruime aandacht besteedt aan de kwaliteit van brieven. Naast de Intensivering schrijftrainingen ‘Schrijven van een goede nota en raadvoorstel’ en ‘Schrijven van een goede brief of e-mail’ worden. Ook wordt er een zogeheten ‘APK van standaardbrieven’ uitgevoerd. Deze standaardbrieven van de hele organisatie worden naar gewenst taalniveau. Dit alles volgens de landelijke richtlijnen van het taaltraject ‘Direct Duidelijk’.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Dienstverlening? De doelen zijn afgeleid vanuit de Visie op Dienstverlening 2026-2030 Doel 1. Verbetering van digitale dienstverlening. Klanten kunnen altijd en overal informatie vinden en zaken zelf regelen. Doel 2. Verbetering van afhandeling van telefoontjes en e-mails in doorlooptijd en kwaliteit en verbetering van de kwaliteit van brieven. Wat zijn de indicatoren bij de beleidsdoelen voor het thema Dienstverlening? Met het oog op de visie op Dienstverlening 2026-2030 worden de volgende resultaten nagestreefd in 2030. •
Algehele tevredenheid dienstverlening
De algemene klantwaardering stijgt naar minimaal 7.0 •
Aantal formele klachten
70 (afname 10%) (bron: Jaarverslag Klachten 2026) •
Klantwaardering afhandeling e-mail
De tevredenheid rondom afhandeling van e-mail scoort een 7,1 •
Klantwaardering telefonische bereikbaarheid en deskundigheid
De telefonische klanttevredenheid heeft een algemene waardering van minstens 6.8
66
•
Klantwaardering fysieke bezoek
De klanttevredenheid van fysieke bezoeken aan receptie en balies scoort minimaal 8.5 •
Waardering digitale dienstverlening
De tevredenheid rondom digitale communicatie scoort minimaal 6.8 Wat zijn de belangrijkste activiteiten van de gemeente voor het thema Dienstverlening? •
Uitvoering van het actieplan Bouwen aan Dienstverlening 2026-2030
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Dienstverlening? Om de gestelde doelen te bereiken, is de mate van invloed groot tot zeer groot (4-5). Met het regelmatig inventariseren van gewenste behoeftes, op maat gemaakte leerprogramma’s (trainingen, workshops) voor de medewerkers van de verschillende teams en duidelijke sturing en begeleiding van de medewerkers kunnen de gewenste doelen worden gerealiseerd. (1= Zeer klein, 2= Beperkt, 3= Redelijk, 4= Groot, 5= Zeer groot) Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Dienstverlening? n.v.t.
4.2 Participatie Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen voor het thema Participatie? •
De samenleving wordt mondiger en wil meer invloed op beleidsontwikkelingen en besluiten.
•
Met de invoering van de Omgevingswet is participatie nog belangrijker geworden. De wet biedt uitdrukkelijk meer ruimte aan ideeën van initiatiefnemers en aan intensievere afstemming met bewoners.
•
Dé inwoner bestaat niet. Dat betekent iets voor de manier van participatie. Dus niet 1 generieke boodschap voor alles en iedereen, maar participatie op maat om zoveel mogelijk effect te genereren.
•
De inwoners, bedrijven en instellingen in de gemeente Vlissingen zorgen ervoor dat we mogen werken voor onze mooie gemeente. Hun input is waardevol en kunnen we goed gebruiken bij het realiseren van onze doelen en het mooier maken van onze gemeente. Elke ontwikkeling vraagt om een specifieke aanpak en we zorgen ervoor dat onze burgers, binnen de beleids- en financiële kaders, maximaal kunnen participeren.
•
Er zijn signalen van participatiemoeheid onder inwoners. Dit is een ontwikkeling waar rekening mee wordt gehouden. Teveel enquêtes over (beleids)ontwikkelingen in korte tijd kunnen ertoe leiden dat de bereidheid voor participatie afneemt. Spreiding van en variatie in participatieaanpak is noodzakelijk.
Wat zijn de belangrijkste beleidsdoelen voor het thema Participatie? •
In 2026 zijn 2000 meer inwoners betrokken bij bewonersparticipatie op het participatieplatform doemee.vlissingen.nl
•
We blijven initiatieven vanuit de samenleving stimuleren en faciliteren. In 2026 zijn er 10 initiatieven uit de samenleving gefaciliteerd.
67
Wat zijn de indicatoren bij de beleidsdoelen voor het thema Participatie? •
Aantal unieke inwoners die geregistreerd staan in de Doemee
2026 is streefwaarde Bron: doemee.vlissingen.nl •
Aantal initiatieven (per wijk)
Wat zijn de belangrijkste activiteiten voor het thema Participatie? •
Doemee.vlissingen.nl wordt voor steeds meer projecten ingezet als één van de participatiemiddelen
•
De wijkcoördinatoren sluiten aan bij wijkraden, dorpsraden en andere overleggen in de wijken
•
Bewonersinitiatieven ondersteunen, bekendheid geven aan deze initiatieven en het feit dat wij dit soort initiatieven willen faciliteren
•
Het participatiebeleid en/of de Participatie- en inspraakverordening Vlissingen 2023 worden waar nodig aangepast naar aanleiding van (aanbevelingen uit) de evaluatie van het participatiebeleid
•
Doorontwikkeling jongerenparticipatie
Wat is de mate van invloed van de gemeente op het bereiken van de doelen voor het thema Participatie? De invloed van de gemeente op de doelstelling meer deelnemers op het participatieplatform aan te laten sluiten is groot. Door meer projecten en vooral meer variatie in onderwerpen aan te brengen, zal een groter en breder scala aan deelnemers zich aansluiten. De invloed op toename van faciliteren van het aantal gerealiseerde (bewoners)initiatieven is minder, omdat de gemeente daarbij mede afhankelijk is van het aantal nieuwe initiatieven dat zich aandient. Mocht de groei van het aantal initiatieven van derden deels uitblijven, wordt er meer geïnvesteerd in het stimuleren en informeren van bewoners(groepen) door onder andere de wijkcoördinatoren. Dit kan uiteindelijk tot meer en kansrijkere bewonersinitiatieven leiden. (1= Zeer klein, 2= Beperkt, 3= Redelijk, 4= Groot, 5= Zeer groot)
68
Welke verbonden partijen zijn betrokken bij het thema Participatie? •
Buurtteams Vlissingen
4.3 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening
Programma totalen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
LASTEN
7.006
6.896
5.171
5.018
5.156
5.153
996
1.109
1.034
1.040
1.067
1.095
6.010
5.787
4.137
3.978
4.088
4.058
694
188
BATEN Saldo voor bestemming
Programmabegroting
Mutatie reserves Toevoeging reserve budgetoverhevelingen
3.042
Toevoegingen
3.042
Onttrekking reserve organisatie doorontwikkeling
984
Onttrekking reserve budgetoverhevelingen
3.199
Onttrekkingen
4.183
694
928
Saldo na bestemming
4.869
6.481
5.065
3.978
4.088
4.058
LASTEN
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.1 Bestuur
3.715
2.883
3.002
3.251
3.364
3.494
0.2 Burgerzaken
3.291
3.759
3.766
3.743
3.888
4.014
254
-1.597
-1.976
-2.096
-2.355
0.8 Overige baten en lasten
740
Totaal lasten
7.006
6.896
5.171
5.018
5.156
5.153
BATEN
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.2 Burgerzaken
996
1.109
1.034
1.040
1.067
1.095
Totaal baten
996
1.109
1.034
1.040
1.067
1.095
4.4 Investeringen Voor dit programma zijn geen investeringen opgenomen.
69
Overhead Overhead Om de raad op eenvoudige wijze inzicht te geven in de totale overheadkosten van de organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, is voorgeschreven dat in het programmaplan een apart overzicht wordt opgenomen van de overheadkosten. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, dat wil zeggen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces: •
financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie;
•
personeel en organisatie;
•
gemeentesecretaris;
•
inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement);
•
juridische zaken;
•
bestuurszaken en bestuursondersteuning;
•
informatievoorziening en automatisering van PIOFACH (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie, Huisvesting)-systemen;
•
facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging);
•
documentaire informatievoorziening (DIV);
•
managementondersteuning primair proces.
5.1 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening
Programma totalen
2024
2025
2026
2027
2028
2029
25.472
26.849
25.383
25.882
26.586
27.583
LASTEN
Programmabegroting
BATEN
6.070
6.707
5.923
6.084
6.314
6.615
Saldo voor bestemming
19.402
20.143
19.459
19.798
20.272
20.967
53
53
Mutatie reserves Toevoeging reserve nieuwbouw stadsbeheer
1.300
Toevoegingen
1.300
Onttrekking reserve nieuwbouw stadsbeheer
53
Onttrekking reserve budgetoverhevelingen
2.761
Ontrekkingen
53
53
53
19.402
20.143
2.761 19.459
22.398
20.272
20.967
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.4 Overhead
25.472
26.849
25.383
25.882
26.586
27.583
Totaal lasten
25.472
26.849
25.383
25.882
26.586
27.583
BATEN
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.4 Overhead
6.070
6.707
5.923
6.084
6.314
6.615
Totaal baten
6.070
6.707
5.923
6.084
6.314
6.615
Saldo na bestemming LASTEN
70
5.2 Investeringen Voor dit programma zijn geen investeringen opgenomen.
71
Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Dit zijn inkomsten die de gemeente vrij mag besteden. Ze zijn niet gekoppeld aan een specifiek beleidsdoel. Lokale heffingen Onder lokale heffingen vallen belastingen zoals: •
Onroerendezaakbelasting (OZB)
•
Toeristenbelasting
•
Hondenbelasting
Deze belastingen leveren geld op dat niet aan een bepaald doel is verbonden. De kosten voor het innen van deze belastingen en voor de informatievoorziening hierover hebben we ook opgenomen. Meer uitleg over deze belastingen staat in de paragraaf Lokale heffingen. Daar lees je ook over het beleid, de voorstellen en het kwijtscheldingsbeleid. In die paragraaf staan ook belastingen die niet onder de algemene dekkingsmiddelen vallen. Algemene uitkering Dit is het geld dat de gemeente krijgt uit het Gemeentefonds. De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op landelijke berekeningen, waaronder de meicirculaire 2025. Dividend De gemeente ontvangt dividend (winstuitkering) uit aandelen in: •
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
•
Evides Aqua B.V.
•
Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH)
Financieringsfunctie Dit is het verschil tussen: •
Rente die de gemeente betaalt of ontvangt van externe partijen
•
Rente die intern wordt toegerekend aan bijvoorbeeld grondexploitatie en taakvelden
Dit vormt het grootste deel van het renteresultaat. Meer uitleg hierover staat in de paragraaf Financiering.
72
6.1 Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening
Programma totalen
2024
2025
2026
Programmabegroting 2027
2028
2029
LASTEN
1.897
1.573
2.269
1.083
851
1.894
BATEN
230.609
221.553
226.344
229.469
225.881
226.873
Saldo voor bestemming
-228.712
-219.979
-224.075
-228.387
-225.030
-224.979
Toevoeging algemene reserve
13.772
8.801
10.500
10.000
6.555
1.000
Toevoeging reserve GBE Aqua
9.294
Toevoegingen
23.066
8.801
10.500
10.000
6.555
1.000
Onttrekking algemene reserve
2.798 -208.444
-202.377
-203.075
-208.387
-211.920
-222.979
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Mutatie reserves
Onttrekkingen Saldo na bestemming LASTEN 0.5 Treasury
2.798
390
-26
676
-450
-682
361
0.61 OZB woningen
1.508
1.599
1.593
1.532
1.533
1.533
Totaal lasten
1.897
1.573
2.269
1.083
851
1.894
BATEN
2024
2025
2026
2027
2028
2029
0.5 Treasury
28.774
8.396
10.648
9.496
6.328
6.328
0.61 OZB woningen
7.060
7.593
7.824
8.125
8.444
8.767
0.62 OZB niet-woningen
9.381
9.140
9.442
9.808
10.191
10.579
0.64 Belastingen overig 0.7 Alg. en ovg uitk. gemeentefonds 3.4 Economische promotie Totaal baten
686
782
777
808
840
872
183.379
193.906
195.636
198.709
196.884
196.951
1.330
1.736
2.019
2.524
3.194
3.375
230.609
221.553
226.344
229.469
225.881
226.873
73
Verplichte beleidsindicatoren Totaaloverzicht verplichte beleidsindicatoren
74
Naam indicator
Beschrijving
Jaar Vlissingen Landelijk Bron laatste meting
Omvang huishoudelijk restafval
De hoeveelheid restafval per bewoner per jaar(kg)
2023
224,0
180,0 OLAZ, vergelijking is t.o.v. Zeeland i.p.v. landelijk
Hernieuwbare elektriciteit
Elektriciteit opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa
2022
34,6
32,5 RWS
Vestigingen (van bedrijven) Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar.
2023
153,8
181,8 LISA
Gemiddelde WOZ waarde
398,0 CBS
2025
259,0
Nieuw gebouwde woningen Het aantal nieuwbouwwoningen per 1.000 woningen
De gemiddelde WOZ waarde van woningen.
2024
12,9
8,4 Basisregistraties adressen en gebouwen
Demografische druk
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar
2025
78,4
70,7 CBS
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénperoonshuishouden betaalt aan woonlasten
2025
994,0
957,0 COELO
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerperoonshuishouden betaalt aan woonlasten
2025
1.065,0
1.050,0 COELO
Banen
Het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar
2023
704,3
836,6 CBS
Verwijzingen Halt
Het aantal verwijzingen naar Halt per 1.000 inwoners van 12 t/m 17 jaar.
2024
13
Winkeldiefstallen
Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners
2024
2,5
2,2 CBS
Geweldsmisdrijven
Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.).
2024
5,5
4,3 CBS
Diefstallen uit woning
Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners
2024
1,1
1,2 CBS
Vernielingen en beschadigingen
Het aantal vernielingen en beschadigingen per 1.000 inwoners.
2024
8,0
5,7 CBS
Functiemenging
De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen.
2023
45,7
54,2 LISA
Absoluut verzuim
Het aantal leer- of kwalificatieplichtige jongeren dat absoluut verzuimer is (geweest) gedurende het schooljaar: de jongere is niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling en beschikt niet over een vrijstelling. De periodeaanduiding '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.
2024
4,3
6,7 DUO
Relatief verzuim
Het aantal leer- of kwalificatieplichtige leerlingen (per 1.000 leerlingen) waarbij sprake is van meer dan 16 uur ongeoorloofd verzuim gedurende 4 opeenvolgende lesweken.
2024
21
28 DUO
Voortijdige schoolverlaters zonder startkwalificatie
Het percentage van het totaal aantal leerlingen van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. De periodeaanduiding '2023' staat voor schooljaar '2022/2023'.
2024
3,2
2,3 DUO
Niet-sporters
Het percentage niet - wekelijkse sporters t.o.v. de bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet.
2024
53,1
42,5 CBS
Jongeren met een delict voor de rechter
Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen.
2023
2
1 CBS
Kinderen in uitkeringsgezin
Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt.
2023
9
6 CBS
Werkloze jongeren
Het percentage werkloze jongeren (16-22 jaar).
2023
2
2 CBS
75
9 Bureau Halt
Naam indicator
Beschrijving
Jaar Vlissingen Landelijk Bron laatste meting
Netto arbeidsparticipatie
Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking).
2024
70,7
73,2 CBS
Personen met een bijstandsuitkering
Het aantal personen met een bijstandsuitkering, per 10.000 inwoners.
2024
504,6
343,6 CBS
Lopende re integratievoorzieningen
Het aantal re - integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar.
2024
136,6
203,1 CBS
Jongeren met jeugdhulp
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar
2024
18,7
13,7 CBS
Jongeren met jeugdbescherming
Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdbeschermingsmaatregel tenopzichte van alle jongeren tot 18 jaar
2024
1,7
1,0 CBS
Jongeren met jeugdreclassering
Het percentage jongeren( 12-22 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12-22 jaar)
2024
0,8
0,4 CBS
Cliënten met een maatwerkvoorziening Wmo
Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten
2024
990
720 CBS
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2026
10,3
Eigen indicator
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2026
9,3
Eigen indicator
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2026
425,0
Eigen indicator
Overheadkosten
% van de totale lasten
2026
5,95%
Eigen indicator
Externe inhuur
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen
2026
10,14%
Eigen indicator
76
Paragrafen Paragraaf lokale heffingen Inleiding De gemeentewet bepaalt welke belastingen en heffingen een gemeente mag invoeren. Er zijn twee soorten heffingen. Eerst komen de uitgangspunten aan de orde. Daarna volgt een overzicht van de geraamde opbrengsten van de heffingen met per heffing een toelichting. Vervolgens gaan we in op de kostendekkendheid. 1. Belastingen Bij belastingen krijg je geen directe tegenprestatie van de gemeente. De opbrengst wordt gebruikt voor algemene kosten. Wij heffen de volgende belastingen: •
Onroerendezaakbelasting (OZB)
•
Forensenbelasting
•
Precariobelasting
•
Parkeerbelasting
•
Toeristenbelasting
•
Hondenbelasting
2. Rechten Rechten betaal je voor een dienst die je van de gemeente krijgt. De gemeente mag hiervoor niet meer vragen dan het kost. Wij heffen de volgende rechten: •
Rioolheffing
•
Afvalstoffenheffing
•
Leges (bijvoorbeeld voor paspoorten of vergunningen)
•
Marktgelden
•
Havengelden
•
Lijkbezorgingsrechten
Uitgangspunten Indexering en tariefverhoging Het beleidsuitgangspunt voor alle heffingen is dat de jaarlijkse verhoging beperkt blijft tot de inflatiecorrectie. Dit betekent dat alle heffingen trendmatig worden verhoogd met 3,9%, met uitzondering van toeristenbelasting, de marktgelden, de parkeerbelasting en de lijkbezorging. De tarieven van de toeristenbelasting worden naast de indexatie extra verhoogd met € 0,25 zoals bepaald in de meerjarenbegroting 2025-2028. De verordeningen van de marktgelden, de parkeerbelasting en de lijkbezorging worden in een separaat traject, als gevolg van een actualisatie van beleid, op een ander moment aan de raad voorgelegd. De verordening OZB wordt in de raad van december vastgesteld. Het definitieve tarief van de OZB is afhankelijk van de stijging van de WOZ-waarde welke eind oktober voor meer dan 70% bepaald is. Het vaststellen van de legesverordening is gedelegeerd aan het college. Kostendekking Voor alle rechten is het kostendekkingspercentage in deze paragraaf vastgelegd. Hiermee wordt de transparantie m.b.t. verhouding kosten en baten per heffing vergroot.
77
Kwijtschelding Een inwoner van Vlissingen kan kwijtschelding krijgen voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit kan indien het inkomen zo laag is dat aan de betalingsverplichting niet kan worden voldaan, ook niet door middel van een betalingsregeling. Of iemand in aanmerking komt voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding is afhankelijk van de persoonlijke financiële situatie. Dit wordt gedaan aan de hand van een door elke gemeente vastgestelde leidraad. De ontwikkeling van de geraamde bedragen voor de kwijtschelding over de afgelopen jaren is als volgt. Kwijtschelding (bedragen x € 1.000) Afvalstoffenheffing
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
507
610
610
Rioolheffing
94
87
87
Totaal
601
697
697
Opbrengst heffingen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de geraamde en de werkelijke opbrengsten van de afgelopen jaren in relatie met het begrotingsjaar 2026. Opbrengstheffing (bedragen x € 1.000)
Begroting 2024 Rekening 2024
Begroting 2025 incl. begr.wijziging Begroting 2026
Onroerende zaakbelastingen
16.470
16.657
16.789
17.322
Afvalstoffenheffing
7.938
8.003
7.945
8.758
Hondenbelasting
333
335
348
359
Forensenbelasting
413
428
429
442
Precariobelasting
134
121
140
145
Parkeerbelastingen
210
120
217
221
Toeristenbelasting
880
902
1.307
1.577
Rioolheffing
6.913
6.884
7.318
7.666
Totaal
33.291
33.450
34.493
36.490
Onroerende zaakbelasting De opbrengsten van de onroerendezaakbelasting (OZB) worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel. Eigenaren van woningen en niet-woningen zijn belastingplichtig, evenals de gebruiker van een niet-woning voor de OZB-gebruikersbelasting. De OZB-tarieven worden vastgesteld op basis van de gemiddelde waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen (zoals bedrijven, winkels en kantoren) en de in de begroting voor dit jaar vastgestelde opbrengststijging. Voor het bepalen van het OZB-tarief zijn we afhankelijk van het stijgingspercentage van de WOZ-waarden. Dit percentage kan pas eind oktober nauwkeurig worden doorberekend, aangezien dan meer dan 70% van de WOZgegevens bekend is. De verordening OZB wordt daarom in december aan de raad aangeboden. In beginsel wordt voor 2026 de OZB verhoogd met 3,9% inflatiecorrectie.Op basis van deze gegevens wordt in de verordening een percentage vastgesteld waarmee het aanslagbedrag wordt berekend. De formule hiervoor is: Waarde x percentage = aanslagbedrag. OZB
2022
2023
2024
2025
2026
Eigenaar woning
0,1389%
0,1283%
0,1214%
0,1212%
0,1259%
Gebruiker niet woning
0,3219%
0,3495%
0,3490%
0,3403%
0,3536%
Eigenaar niet woning
0,4052%
0,4399%
0,4393%
0,4239%
0,4404%
78
Rioolheffing Met de opbrengst van de heffing worden de lasten van het beheer van het riool gedekt. De opbrengsten mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Belastingplichtig zijn de gebruikers van woningen en niet-woning die direct of indirect lozen op de gemeentelijke riolering. De rioolheffing wordt trendmatige verhoogd met (3,9%). De opbrengsten van de rioolheffing mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. De financiële onderbouwing van de rioolheffingen is gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Dit geeft de volgende tarieven: Rioolheffing (per perceel, in €)
2022
2023
2024
2025
2026
Rioolheffing eigenaar
210,13
201,13
209,18
219,43
227,99
Rioolheffing gebruiker
60,54
60,54
62,96
66,05
68,62
Afvalstoffenheffing Met de opbrengst van de afvalstoffenheffing worden de lasten van de inzameling en verwerking van het afval gedekt. Belastingplichtige is de gebruiker van de woning, waar het huishoudelijk afval ontstaat. Sinds 2024 wordt de afvalstoffenheffing en het aantal openingen van de ondergrondse voor fijn huishoudelijk restafval gekoppeld aan de omvang van het huishouden. Het uitgangspunt bij de afvalstoffenheffing is 100% kostendekking, zodat de gemeentelijke kosten voor afvalinzameling en -verwerking volledig worden gedekt door de opbrengsten. Ten opzichte van 2025 worden de tarieven in 2026 verhoogd met het inflatiepercentage van 3,9%. Afvalstoffenheffing (in €)
2022
2023
2024
2025
2026
Eenpersoonshuishouden
332,18
353,77
323,86
323,86
336,49
Tweepersoonshuishouden
332,18
353,77
346,58
346,58
360,10
Meerpersoonshuishouden
332,18
353,77
394,62
394,62
410,01
Hondenbelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Elke houder van één of meer honden is hondenbelasting verschuldigd. Op basis van aangifte wordt de houder aangeslagen. Voor de eerste hond wordt een basisbedrag in rekening gebracht. Voor elke tweede en volgende hond geldt het dubbele tarief. De hondenbelasting wordt trendmatig verhoogd met 3,9%. Dit geeft de volgende tarieven: Hondenbelasting (in €)
2022
2023
2024
2025
2026
Tarief 1e hond
95,82
99,56
102,75
106,75
110,91
Tarief 2e en volgende hond
191,62
199,09
205,50
213,50
221,83
Forensenbelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die een woning heeft in de gemeente Vlissingen maar hier niet feitelijk woonachtig is. De forensenbelasting wordt trendmatig verhoogd met 3,9%. Forensenbelasting (in €) Tarief per woning
2022
2023
2024
2025
2026
921,29
957,22
987,85
1.026,38
1.066,41
79
Precariobelasting De opbrengst wordt gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. De belastingplichtige is degene die voorwerpen op of onder of boven gemeentegrond heeft. De precariobelasting heeft sinds 2022 geen inkomsten meer van de kabelbelasting. Wel loopt er nog een beroepsprocedure tegen de kabelbelasting. De tarieven voor deze heffing worden uitsluitend trendmatig verhoogd met 3,9%. Parkeerbelasting Om het parkeren goed te regelen, is het nodig om parkeerbelasting te heffen. Het geld dat hiermee binnenkomt, gebruiken we voor de algemene uitgaven van de gemeente. De eigenaar van de auto moet deze belasting betalen. De (basis)tarieven blijven in 2026 hetzelfde. Vorig jaar zijn de tarieven al verhoogd. Toen ging het tarief voor parkeren op straat omhoog naar € 2,20 per uur. De boete bij niet betalen (naheffingsaanslag) gaat wel omhoog: van € 78,80 naar € 82,00. Toeristenbelasting De opbrengsten worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel. Belastingplichtige is degene die gelegenheid biedt tot verblijf. De toeristenbelasting wordt in 2026 verhoogd met het inflatiepercentage van 3,9% en de extra jaarlijkse verhoging van € 0,25 naar: Toeristenbelasting (in €)
2022
2023
2024
2025
2026
Bestaand verblijfsmiddel
1,79
2,04
2,11
3,00
3,37
Meegebracht verblijfsmiddel
1,61
1,83
1,89
2,50
2,85
Bedrijven Investerings Zone (BIZ) In samenwerking met de vertegenwoordigers van de winkeliers en horecaondernemers in de binnenstad, verenigd in de Vlissingse Ondernemers Centrale (VOC) is voor een deel van de binnenstad de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) gerealiseerd voor de periode 1 januari 2022 tot 1 januari 2027. Marktgelden Marktgelden zijn kosten die betaald moeten worden voor het gebruik van openbare grond van de gemeente en voor het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, zoals stroom of water. Vanaf 2026 worden de kosten voor stroom apart in rekening gebracht door een externe leverancier. Deze leverancier stuurt de factuur namens de gemeente Vlissingen. De nieuwe verordening voor marktgelden leggen we in december samen met de nieuwe marktverordening aan de gemeenteraad voor. Leges Voor het verstrekken van een vergunning of document wordt een vergoeding in de vorm van leges gevraagd. Deze leges worden ook verhoogd met de index 3,9%. Lijkbezorgingsrechten Voor het begraven en het huren van een graf wordt een vergoeding in de vorm van lijkbezorgingsrechten gevraagd. De extra 5% verhoging van het tarief wordt vanaf de begroting 2025 niet meer toegepast; hiertoe is besloten met het aannemen van een amendement. Een extern bureau heeft het Beleidsplan Begraafplaatsen Vlissingen opgesteld, de verordening geactualiseerd en de tarieven onderzocht.
Daarbij is onder andere nagegaan of de tarieven in lijn zijn met die van de buurtgemeenten en of ze marktconform zijn. De verordening lijkbezorgingsrechten 2026 wordt in december 2025 aan de raad voorgelegd, samen met de nieuwe beheersverordening begraafplaatsen.
80
Havengelden Havengelden worden geheven voor het innemen van openbare gemeentewateren en voor de beschikbaarstelling van gemeentelijke voorzieningen (kade). Deze rechten worden ook verhoogd met de index 3,9%. Belastingdruk De tarieven voor de rioolheffing en de onroerende-zaakbelastingen stijgen. Daarmee stijgen de woonlasten. Wat dit betekent voor een eigenaar van een pand in 2026 ten opzichte van 2025 wordt in onderstaande tabel weergegeven. Geraamde opbrengst (in €)
2025
2026
OZB lasten voor een gezin met een eigen woning
384,20
387,85
Rioolheffing voor een gezin
285,47
296,61
Afvalstoffenheffing voor een gezin
394,62
410,01
Totale woonlasten voor gezin
1.064,30
1.094,47
Kengetallen belastingcapaciteit Sinds begroting 2016 worden in de paragraaf lokale lasten een aantal kengetallen opgenomen in relatie het landelijke gemiddelde. Voor 2026 gelden in Vlissingen de volgende kengetallen: Kengetallen belastingcapaciteit 2026 (in €) A. OZB lasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde:
€
gemiddelde WOZ waarde
308.000
0,126%
387,85
B. Rioolheffing voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde eigendom
228
gebruik
69
C. Afvalstoffenheffing
296,61 410,01
D. Heffingskorting
0
E. Totale woonlasten voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde
1.083,00
F. Woonlasten landelijk gemiddelde voor een gezin bij de gemiddelde WOZ waarde Gemeentelijke belasting capaciteit
994,00 E/F * 100%
110,11%
Kostendekking tarieven Vanaf de begroting 2017 moet in de paragraaf lokale heffingen een overzicht van baten en lasten worden opgenomen voor de heffingen waarbij sprake is van het verhalen van kosten. Bij de hierna opgesomde heffingen is hiervan sprake. Bij deze heffingen is het toegestaan om maximaal 100% van de kosten te dekken. Dit is in de gemeente Vlissingen uitgangspunt. In de onderstaande gegevens worden de totale kosten en baten met elkaar vergeleken en wordt het kostendekkingspercentage genoemd.
81
Rioolheffingen kostendekking Rioolheffingen (bedragen x € 1.000)
2026
Overhead
400
BTW
560
Lasten kwijtschelding
89
Lasten riolering
6.026
Straatreiniging
440
Kosten samenwerking
180
Totaal lasten
7.695
Totale baten
7.686
Kostendekking percentage
99,9%
Afvalstoffenheffing kostendekking Afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)
2026
Overhead
915
Lasten afvalinzameling
6.126
Lasten straatreiniging
484
BTW
1.084
Lasten kwijtschelding
623
Lasten samenwerking
89
Totaal lasten
9.321
Totale baten
9.321
Kostendekking percentage
100,0%
Marktgelden kostendekking Marktgelden (bedragen x € 1.000)
2026
Overhead
28
Lasten marktgeld
101
BTW
12
Totaal lasten
141
Totale baten
67
Kostendekking percentage
47,84%
Lijkbezorging kostendekking Lijkbezorging (bedragen x € 1.000)
2026
Overhead
327
Lasten lijkbezorging
794
BTW Totaal lasten
1.121
Totale baten
609
Kostendekking percentage
54,35%
82
Havengelden kostendekking Havengelden (bedragen x € 1.000)
2026
Overhead
0
Lasten havengeld
31
BTW
6
Totaal lasten
37
Totale baten
18
Kostendekking percentage
48,65%
Naheffingsaanslag parkeren Naheffing parkeer (bedragen x € 1.000)
2026
Vast en variabele informatieverwerkingskosten
31
Kosten van afschrijving
15
personeelskosten
353
Overhead
176
Totaal lasten
577
Totale baten
328
kostendekking percentage
58,82%
Leges In de onderstaande tabel wordt het kostendekkingspercentage per titel (het soort dienstverlening), nader toegelicht. We hanteren bij de leges de toegestane regels van kruissubsidiëring, waarbij binnen een titel een percentage boven de 100% op hoofdstukniveau is toegestaan onder voorwaarde dat het gemiddelde percentage per titel niet boven de 100% uitkomt.
83
Recapitulatie kostendekkenheid leges 2026 Vlissingen Personeels- Overhead Overige Overige Totale Opbrengsten lasten diensten kosten kosten Totaal
(Bedragen x € 1.000)
1.432
931
Hoofdstuk Algemene dienstverlening 1
403
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
Paragraaf 1.2
200
Kostendekkendheidspercentage
733
3.297
2.078
63,0%
262
554
1.219
1.067
88%
23
15
6
43
44
102%
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
194
126
330
651
611
94%
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
121
79
85
285
252
88%
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie personen
16
10
38
64
31
102%
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
94%
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
88%
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
Paragraaf 1.8
Gemeentearchief
Paragraaf 1.9 Paragraaf 1.10
23
15
73
111
99
Bijzondere wetten
23
15
24
61
27
Diversen
3
2
5
4
89%
722
469
1.570
966
62%
204
51
25%
Hoofdstuk Dienstverlening en 2 besluiten in het kader van de omgevingswet
200
179
48%
Paragraaf 2.1
Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2
Voorfase
123
80
Paragraaf 2.3
Bouwactiviteiten
426
277
126
829
591
71%
Paragraaf 2.4
Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
29
19
2
50
7
14%
Paragraaf 2.5
Milieubelastende activiteiten
26
114
84
74%
Paragraaf 2.6
Lozingsactiviteiten
1
1
2
2
140%
Paragraaf 2.7
Aanlegactiviteiten
11
7
18
50
279%
Paragraaf 2.8
Overige activiteiten
20
13
32
66
11
17%
Paragraaf 2.9
Maatwerkvoorschriften
2
2
30
33
32
96%
Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
3
2
13
17
16
94%
Paragraaf 2.11
Overige tarieven
3
2
4
9
6
68%
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
103
67
34
228
114
50%
Paragraaf 2.13
Vermindering
Hoofdstuk Dienstverlening vallend 3 onder Europese dienstenrichtlijn
308
200
508
45
9%
Paragraaf 3.1
Horeca
127
83
210
30
14%
Paragraaf 3.2
Prostitutiebedrijven
88
84
24
Recapitulatie kostendekkenheid leges 2026 Vlissingen Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
Paragraaf 3.5
Standplaatsen (gereserveerd)
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap)
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
1
0
1
1
69%
177
115
291
13
4%
2
1
4
0
2%
85
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicomanagement en beleid Risicomanagement Het beleid dat de gemeente Vlissingen voert ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement. In deze nota is de werkwijze vastgelegd en zijn de uitgangspunten bepaald ten aanzien van risicomanagement. De gemeente is verplicht zowel in de begroting als in de jaarrekening de risico’s te vermelden die de financiële positie van de gemeente kunnen beïnvloeden. Bij het opstellen van de begroting en jaarrekening dient een zo goed mogelijk beeld van kwantificeerbare risico’s aanwezig te zijn. Werkwijze Risicomanagement is een continu proces. Bij ieder besluit worden risico's afgewogen. Bij grote projecten worden mogelijke risico's afgewogen in relatie tot het risicoprofiel van de gemeente en expliciet vastgelegd. 2 keer per jaar worden alle risico's binnen de gemeente geactualiseerd. Op basis van deze actualisatie worden per team de huidige en mogelijk nieuwe risico's in beeld gebracht. Op basis hiervan ontstaat er een risico top 10 voor de gemeente. De risico's van de teams worden periodiek binnen het team besproken en waar nodig worden verdere beheersmaatregelen getroffen om de risico's zoveel mogelijke te beperken. De raad, het college en het managementteam worden geïnformeerd over de top 10 risico's van de gemeente.
Gedachte hierachter is dat de risico top 10 van de gemeente goed is voor ongeveer 87% van risicobedrag. Voorwaarden in een continu proces Risicomanagement heeft op het niveau van de raad, het college en het managementteam een structurele plek binnen de planning- en controlcyclus. Voor de raad betekent dit dat bij zowel de begroting als bij de jaarrekening gerapporteerd wordt hoe de risico’s zich ontwikkelen en hoe deze zich verhouden tot de ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. 1 van de voorwaarden voor een adequaat risicomanagement is dat bestuurlijke doelstellingen voor programma’s, strategische projecten en grondexploitaties helder zijn. Verder is het noodzakelijk dat zowel bestuur als management zich bewust zijn dat risicomanagement onderdeel is van het normaal besturen en managen van de gemeente. Dit betekent dat het inventariseren van risico’s, het inschatten ervan en het treffen van maatregelen voortdurend in de praktijk wordt uitgevoerd. Risico-inventarisatie Risicokaart Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn kunnen geplaatst worden in een risicokaart (zie afbeelding). De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden.
Daarmee wordt direct inzichtelijk hoe de risico’s zijn verdeeld over het groene, oranje en rode gebied. Netto betekent de situatie van de risico's inclusief de genomen beheersmaatregelen om de risico's te beperken. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen er kunnen worden genomen om een risico te beperken. Voorbeelden hiervan zijn het opnemen van een reserve, verbeterde proces/ werkafspraken, interne controles of aanpassingen beleid.
86
Een risicoscore in het groene gebied, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Risico’s die in het oranje gebied zitten vragen om aandacht. Ze vormen individueel nog geen reëel gevaar voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, maar naarmate de tijd vordert, kan het risico wel een bedreiging gaan vormen. Voor deze risico’s wordt het dan ook aangeraden niet lang te wachten met het nemen van verdere beheersmaatregelen. In de risicokaart wordt duidelijk dat er zich relatief veel risico’s in de groene en oranje zone bevinden, onder/midden in de risicokaart. Bij beheersing van deze risico’s die veel voorkomen kan op de langere termijn serieuze bedreigingen ten aanzien van de continuïteit van de bedrijfsvoering worden voorkomen. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de bedrijfsvoering wordt bedreigd. Risico's Op basis van het risicoprofiel van de gemeente Vlissingen kan worden bepaald hoeveel geld benodigd is om alle risico’s te kunnen financieren. Dit wordt de benodigde weerstandscapaciteit genoemd. De financiële omvang van de risico's wordt berekend op basis van een risicosimulatie (Monte Carlo methode). Uitgangspunt hierbij is een statistische benadering die er van uit gaat dat nooit alle risico’s zich én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen.
In totaal zijn er 66 risico’s geïdentificeerd en gekwantificeerd. Op basis van de risicosimulatie (met een zekerheidspercentage van 95%) is het financieel risico € 21,9 miljoen. Top 10 risico's In de hiernavolgende tabel wordt de top 10 risico’s van de gemeente Vlissingen gerangschikt naar financiële impact weergegeven. Het percentage geeft de weging van het betreffende risico aan t.o.v. het totaal aan risico’s. Hieruit is af te leiden dat de top 10 risico’s een weging heeft van ongeveer 85% in het totaal van de gedefinieerde risico’s.
87
Begroting 2026
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Belangrijkste financiele risico's Invloed
1
1
1 Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie.
29%
2
8
8 Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd.
13%
3
4
2 Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente.
13%
4
3
4 Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald.
9%
5
2
3 Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af.
7%
6
-
7 Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing.
4%
7
9
6 De algemene uitkering valt lager uit.
4%
8
-
- Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH)
2%
9
10
5 Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd.
2%
10
-
10 Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW)
2%
Toelichting top 10 risico's 1. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging inflatie Als we verwachten dat een project verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Elke keer dat we de cijfers opnieuw bekijken, passen we de voorziening aan. De uitkomst hangt af van verschillende factoren, zoals inflatie. Als de inflatie hoger is dan eerder gedacht, worden de kosten ook hoger. Daardoor moet de verliesvoorziening omhoog. De financiële impact, met een uitgangspunt van 2% stijging van de kosten en -2% opbrengsten, betreft € 6,8 miljoen (bron 2e herziening 2025). 2. Werk en inkomen: Taakstelling sociale werkvoorziening (werkleerbedrijf) wordt niet gerealiseerd In december 2023 heeft de Rijksoverheid een visie gegeven op de toekomst van sociaal ontwikkelbedrijven (voorheen SW-bedrijven). Het uitgangspunt is een sociale infrastructuur: een plek waar mensen kunnen beginnen, opgevangen worden of beschermd werken. Het Rijk wil een basisstructuur met minimaal 30.000 beschutte banen en 10.000 tijdelijke banen voor mensen die (nog) niet regulier kunnen werken. De financiering wordt hierop aangepast. In 2025 maken Orionis Walcheren en de Walcherse gemeenten een plan om deze landelijke visie toe te passen voor inwoners van Walcheren. Het Rijk geeft hiervoor geld, maar het is nog niet zeker of dat genoeg is.
Misschien is er extra geld van gemeenten nodig (cofinanciering). De financiële impact is berekend op € 2,7 miljoen. Voor ons betekent dat een bijdrage van € 1,4 miljoen (53%). Het is nog onzeker of we na de overgang (transitie) genoeg geld hebben om aan de nieuwe regels te voldoen. In 2026 wordt dit duidelijker. Wat nu al wel duidelijk is: als we doorgaan met het huidige beleid, nemen de risico’s op lange termijn toe. 3. Stijging verliesvoorziening grondexploitaties door stijging rente Als een grondexploitatie verlies oplevert, maken we een verliesvoorziening. Dit doen we op basis van de verwachte eindresultaten. Bij elke herziening passen we de voorziening aan als de verwachtingen veranderen. Een belangrijke factor is de rente. Voor het financieren van de boekwaarde van grondexploitaties moeten we geld lenen. De rente op deze leningen berekenen we door in de grondexploitatie. Als de rente stijgt, heeft dat een negatief effect op de verliesvoorziening. Vooral het project Scheldekwartier is hier gevoelig voor, omdat de boekwaarde hoog is en de looptijd nog lang. Als de rente voor nieuwe leningen met 1% stijgt, is de financiële impact € 3,0 miljoen.
88
4. Jeugd: resultaten uitvoering projecten hervormingsagenda worden niet behaald We hebben de taakstellingen van de Hervormingsagenda Jeugd aangepast. Door vertraging in de aanbesteding schuiven sommige plannen op naar 2028. We hebben dit in de kadernota 2026 verwerkt. In de begroting 2026 is nu uitgegaan van 100% taakstelling, in plaats van de eerdere 60%. Er is een risico dat de projecten niet het gewenste resultaat opleveren in de komende jaren. De financiële gevolgen zijn als volgt: 2026: € 120.000 2027: € 360.000 2028: € 3.220.000 2029: € 5.869.000 Volgens de VNG is 60% van de taakstelling haalbaar. Dat betekent dat 40% onzeker is. Het is mogelijk dat het Rijk een deel van de kosten vergoedt als blijkt dat het onzekere deel niet haalbaar is, bijvoorbeeld door aanpassing van de wet. Maar dit is nu nog niet zeker. 5. Jeugd: Volume jeugdhulp en bijbehorende kosten nemen niet af Er is een risico dat de kosten voor jeugdvoorzieningen stijgen. Dit kan komen door meer gebruik (volume) of hogere prijzen. In de begroting hebben we hier rekening mee gehouden. We gebruiken steeds de beste schatting op basis van de nieuwste cijfers over prijs- en volumeontwikkeling. Toch zijn de uitgaven voor jeugd zo groot, dat zelfs een kleine stijging veel geld kost. Als de kosten onverwacht met 5% stijgen, kost dat ongeveer € 1,5 miljoen extra. Dit bedrag werkt structureel door in de jaren daarna.
Daarom beoordelen we dit risico als een risico met een structureel effect. 6. Gemeente wordt getroffen door een hack en/of cryptolocker inclusief mogelijke afpersing Er is een risico dat de gemeente wordt getroffen door een hack of cryptolocker. Dit kan gebeuren via phishing (bijvoorbeeld een foute e-mail, website of bestand). Criminelen kunnen dan gegevens stelen of versleutelen. Vaak eisen ze losgeld om de gegevens terug te geven of om te voorkomen dat ze openbaar worden gemaakt. Het aantal hacks neemt toe, ook bij gemeenten. Niet alleen gemeenten worden getroffen, maar ook leveranciers van software die wij gebruiken. Als dit gebeurt, heeft dat grote gevolgen voor onze dienstverlening. De kosten voor herstel zijn hoog. Denk aan het inhuren van experts, verlies van gegevens, losgeld en minder inkomsten. De financiële impact hebben we ingeschat op basis van ervaringen bij andere gemeenten, zoals Hof van Twente en Haarlemmermeer, en hangt af van het soort aanval en onze beveiliging. Als beheersmaatregelen zorgen we voor bewustwording (awareness), brengen we onze kwetsbaarheden in kaart, maken we sinds 2025 gebruik van een Information Security Management System (ISMS) en zullen we in 2026 en plan van aanpak maken voor hoe we omgaan met een hack of cryptolocker. 7. De algemene uitkering valt lager uit Gemeenten krijgen geld van het Rijk via het gemeentefonds.
Het is altijd onzeker hoeveel geld we precies krijgen. Dit komt bijvoorbeeld door veranderingen in de regels (circulaires) of in de manier waarop het Rijk het geld verdeelt. We hebben berekend wat het betekent als we 1% minder krijgen. De algemene uitkering is € 195,6 miljoen, maar daar gaan nog centrumtaken en extra bijdrage artikel 12 vanaf (€ 61,6 miljoen). De uitkering waar dit risico op geldt is dus € 134 miljoen. Een daling van 1% betekent een financiële impact van € 1,34 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect.
89
8. Structurele inzet dividenden Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij We hebben 5,76% van de aandelen in de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). Volgens de laatste prognose keert ZEH tot en met 2033 het volgende dividend uit: 2025: € 135 miljoen 2026: € 175 miljoen 2027: € 155 miljoen 2028 t/m 2033: elk jaar € 100 miljoen De provincie heeft aangeboden om 75% van het laagste verwachte dividend (€ 100 miljoen) als structureel dekkingsmiddel te gebruiken. Wij hebben hiervan gebruik gemaakt en € 4,3 miljoen structureel ingezet. Vanaf 2028 bouwen we dit af. Het resterende dividend storten we elk jaar in de reserve Wind in de zeilen. Er is een risico dat de dividenduitkeringen lager uitvallen, zelfs lager dan 50% van € 100 miljoen. Dit risico beoordelen we als een risico met structureel effect. Vanaf 2028 starten we met de afbouw van de structurele inzet van het ZEH-dividend. Zo voorkomen we dat we in 2033 ineens een groot financieel probleem hebben. 9. Aantrekken van leningen tegen een hoger rentepercentage dan geraamd Elk jaar maken we een schatting van de verwachte rente. Op basis daarvan nemen we de rentelasten op in de begroting. Er is een risico dat we in de toekomst nieuwe leningen moeten afsluiten tegen een hogere rente dan we nu verwachten.
Als de rente 1% hoger uitvalt dan geraamd (uitgangspunt), kost dat ongeveer € 510.000 extra per jaar in de periode 2026 tot en met 2029. Dit risico beoordelen we als een risico met een structureel effect. 10. Werk en inkomen: Transitie scenario wet sociale werkvoorziening (WSW) Als gevolg van gewijzigde wetgeving in 2015 is bij SW-bedrijven geen nieuwe instroom meer van werknemers. Met krimp van die bedrijven tot gevolg. Uiterlijk vanaf 2051 blijft alleen een Beschut werkvoorziening over. In december 2023 heeft het Rijk in een visie aangegeven hoe zij aankijkt tegen de toekomstige infrastructuur van Sociaal Ontwikkelbedrijven (het voormalige SW-bedrijf). Uitgangspunt is de zogenaamde sociale infrastructuur: een opstap, vangnet en beschutte omgeving. Een basisinfrastructuur met landelijk ten minste 30.000 beschutte banen en 10.000 banen voor mensen die tijdelijk niet regulier kunnen werken. De financiering wordt hierop door het Rijk aangepast. In 2025 maken Orionis Walcheren en de Walcherse gemeenten een plan om deze landelijke visie uit te voeren voor de inwoners van Walcheren. De overheid geeft hiervoor geld, maar het is onzeker of dit genoeg is. Misschien is er extra geld nodig van andere partijen. De totale financiële impact is € 2,7 miljoen, waarvan € 1,4 miljoen (53%) voor ons is. De kans dat dit risico zich voordoet, is 50%.
Het is nog niet zeker of we na de veranderingen alles kunnen uitvoeren binnen het beschikbare geld. Eind 2025 of begin 2026 wordt dit duidelijker. Wat wel zeker is: als we doorgaan met het huidige beleid, worden de risico’s op lange termijn groter. Door veranderingen in de doelgroep en weinig nieuwe instroom, kunnen de kosten uiteindelijk hoger worden dan als we nu op tijd veranderen. Daarom is het belangrijk om het beleid goed te bekijken en waar nodig aan te passen.
90
Weerstandcapaciteit Wat is weerstandscapaciteit? Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd in financiële zin. Dat betekent als (weerstands)bedrag. De minimale weerstandscapaciteit is het bedrag dat we eventueel nodig hebben ter afdekking van financiële verliezen die kunnen optreden, als risico´s zich feitelijk gaan manifesteren. Het gaat daarbij om verliezen die niet al op een andere manier (bijv. via verzekering of afzonderlijk getroffen financiële voorziening c.q. reservering) financieel zijn ondervangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit: •
Vrij besteedbare reserves.
•
Budget onvoorziene uitgaven.
•
Onbenutte belastingcapaciteit.
•
Stille reserves.
Het voorgaande kan als volgt schematisch worden weergegeven:
Vrij besteedbare reserve Als vrij besteedbare reserve beschouwen wij de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. Bestemmingsreserves zien wij niet als vrij besteedbaar. Bestemmingsreserves worden ingezet voor het realiseren van onze doelstellingen. Periodiek wordt onderzocht of de omvang van de bestemmingsreserves nog juist zijn. Eventueel overbodige bestemmingsreserves vallen vrij ten gunste van de algemene reserve en worden op die manier vrij besteedbaar. Onbenutte belastingcapaciteit Hieronder wordt verstaan de mogelijkheid die de gemeente heeft om belastingen te verhogen. Bij tarieven waar kostendekking een rol speelt is van onbenutte belastingcapaciteit sprake voor zover nog geen volledige kostendekking is gerealiseerd. Aan de hoogte van de belastingen en de overige tarieven is geen bovengrens gesteld. Aangezien er geen expliciet beleid is en de gemeente Vlissingen in vergelijking met andere Zeeuwse gemeenten gemiddeld hogere belastingen heeft, is in de berekening van de weerstandscapaciteit geen rekening gehouden met de mogelijkheid van onbenutte belastingcapaciteit. 91
Onvoorziene uitgaven Voor onvoorziene uitgaven is in de begroting jaarlijks een bedrag opgenomen. Voor de jaren 2026-2029 gaat het om € 255.000. Stille reserves Van stille reserves is sprake wanneer de marktwaarde van bepaalde bezittingen van de gemeente hoger is dan op de balans opgenomen boekwaarde. De aanwezigheid van dergelijke stille reserves is het gevolg van het voorschrift dat de boekwaarde van de activa gebaseerd moet zijn op historische kostprijs. Een stille reserve kan tot de weerstandscapaciteit worden gerekend indien: de bezitting die vrij verhandelbaar zijn en de opbrengst bij verkoop uitgaat boven het bedrag dat nodig is om wegvallende inkomsten op te vangen. Voor de bezittingen die vrij verhandelbaar gaan we uit van een PM bedrag omdat hierover geen inschattingen zijn te maken. De werkelijke waarde van de gemeentelijke aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij is wellicht hoger dan de nominale waarde (verkrijgingsprijs). Aangezien de aandelen niet vrij verhandelbaar zijn kan deze meerwaarde (stille reserve) niet worden opgenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Omvang weerstandscapaciteit De vrij besteedbare reserves zijn gebaseerd op de omvang van de algemene reserve. In principe wordt ook de omvang van de reserve grondexploitatie opgenomen echter ultimo het verslagjaar 2023 is deze reeds nihil.
Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen: koppeling weerstandscapaciteit en financiële risico's In het voorgaande is zowel de benodigde als de beschikbare weerstandscapaciteit bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de bestaande risico's kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt de ratio weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit Voor de gemeente Vlissingen betekent dit een negatieve ratio van - 1,05 (-/- € 22,9 miljoen/ € 21,9 miljoen). Beschikbare weerstandscapaciteit De berekende beschikbare weerstandscapaciteit bij de begroting 2026 bedraagt -€ 22,9 miljoen en is gelijk aan de actualisatie bij de jaarrekening 2024. Benodigde weerstandscapaciteit De inventarisatie van risico’s, welke in deze paragraaf is opgenomen, geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet. We kunnen hiermee vervolgens de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Daarbij geven we een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (top 10). Wij hebben op basis van de risico-inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is.
Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 21,9 miljoen (laatste risico-inventarisatie jaarrekening 2024 € 31,2 miljoen). Ten opzichte van de risico-inventarisatie bij de jaarrekening 2024 is hiermee sprake van een afname van de gekwantificeerde risico’s met € 9,3 miljoen. Een groot deel van de benodigde weerstandscapaciteit wordt veroorzaakt door risico's in het sociaal domein. Deze risico's vangen we op door het inzetten van de reserve sociaal domein.
92
Ontwikkeling risicoprofiel De ontwikkeling van het risicoprofiel toont het volgende beeld:
Beoordeling Weerstandsvermogen Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen maken wij gebruik van de onderstaande waarderingstabel die in samenspraak tussen het NAR (Nederlands Adviesbureau Risicomanagement) en de Universiteit Twente is opgesteld. Waardering
Ratio
Betekenis
A
>2
Uitstekend
B
1,4 - 2
Ruim voldoende
C
1 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
waardering ratio's
93
De gemeente Vlissingen heeft op dit moment een negatieve ratio voor het weerstandsvermogen. Volgens de waarderingstabel betekent dit dat de gemeente een score F krijgt. Dat is een zwaar onvoldoende. Volgens de methode die we gebruiken om risico’s te berekenen, en zoals beschreven in de nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement, zou de ratio eigenlijk tussen 0,8 en 1,4 moeten liggen. De beschikbare weerstandscapaciteit is -€ 22,9 miljoen. Dat is niet genoeg om de berekende risico’s van € 21,9 miljoen op te vangen. Of we in de toekomst deze risico’s kunnen opvangen, hangt vooral af van hoe de algemene reserve zich ontwikkelt. Kengetallen Onderstaand is de beoordeling van de diverse kengetallen in relatie tot de begrote financiële positie. Deze kengetallen zijn voorgeschreven door de BBV. Kengetallen
Jaarrekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 31-1231-1231-1231-1231-122025 2026 2027 2028 2029
1a. Netto schuldquote
28%
38%
39%
42%
44%
47%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
28%
37%
39%
40%
39%
43%
2. Solvabiliteitsratio
24%
31%
33%
36%
37%
37%
3. Kengetal grondexploitatie
10%
2%
3%
3%
3%
3%
4. Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
0%
0%
0%
105%
102%
110%
110%
110%
110%
5. Belastingcapaciteit
1a. Netto schuldquote De netto schuldquote laat zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen geld. Dit kengetal geeft een beeld van hoeveel druk de rente en aflossingen leggen op de begroting. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Soms leent de gemeente geld uit aan anderen. Om te laten zien hoeveel van de schuld hierdoor komt, tonen we de netto schuldquote met en zonder deze uitgeleende bedragen. Zo is duidelijk welk deel van de schuld door het doorlenen komt. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio laat zien of de gemeente genoeg eigen geld heeft om haar verplichtingen te kunnen betalen. Het eigen vermogen bestaat uit de algemene en bestemmingsreserves en het resultaat van de jaarrekening. 3. Grondexploitatie Grondexploitatie geeft aan hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de verwachte opbrengsten. De waarde van de grond moet worden terugverdiend bij verkoop. De accountant controleert elk jaar of de waarde van de grond op de balans nog klopt met de marktwaarde. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal laat zien hoeveel ruimte de gemeente heeft om haar vaste kosten te betalen. Het geeft aan of er genoeg vaste inkomsten zijn, of dat er een stijging van inkomsten of daling van kosten nodig is. We kijken hierbij naar het verschil tussen vaste inkomsten en uitgaven, inclusief het gebruik van reserves.
Dit wordt uitgedrukt als percentage van de totale inkomsten. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit laat zien hoe hoog de woonlasten in de gemeente zijn vergeleken met het landelijk gemiddelde. Het gaat om de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een gemiddelde woning. Deze cijfers worden elk jaar gepubliceerd door het Coelo en staan ook in de meicirculaire. Zo weten gemeenten op tijd welke cijfers ze moeten gebruiken. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: 94
Woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage.
95
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Kapitaalgoederen zijn ‘duurzame productiemiddelen’. Het zijn die materialen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen die zij aan haar burgers levert te produceren; grote zaken die vaak veel waarde hebben en meerdere jaren meegaan. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV art.12) schrijft voor, dat in elk geval de kapitaalgoederen wegen, riolering / water, groen en gebouwen aan de orde worden gesteld. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze paragraaf geeft daar meer inzicht in. Per onderwerp wordt ingegaan op het beleidskader, voornemens voor de komende periode en de financiële consequenties voor de gemeente. Voor 2 kapitaalgoederen (gebouwen en kades) hebben we voor groot onderhoud inmiddels een meerjaren onderhoudsprogramma (MJOP). Voor openbare verlichting is een meerjaren investeringsplanning beschikbaar. Via de investeringsplanning wordt voor openbare verlichting jaarlijks het benodigde investeringsvolume aangevraagd. Onderhoudskosten (volgens de BBV-categorieën) (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Civiele kunstwerken
343
352
360
370
Gebouwen
1.795
1.849
1.444
2.326
Groen
2.008
2.061
2.112
2.166
Kades
1.316
463
122
148
Openbare verlichting
470
485
487
509
Stedelijkwater/ riool
556
581
599
620
Wegen
3.682
2.238
2.156
2.222
Totaal
10.170
8.029
7.281
8.361
Waarvan ten laste van diverse voorzieningen
3.820
1.435
502
1.350
Onderhoudskosten kapitaalgoederen zijn uitgaven om de kwaliteit van gemeentelijk eigendom dat vele jaren meegaat op een tevoren vastgesteld onderhoudsniveau te houden of weer te brengen. Dit met als doel het naar behoren te laten functioneren of een bepaalde representativiteit te laten behouden. We onderscheiden klein onderhoud en groot onderhoud. Klein onderhoud heeft geen invloed op de gebruiksduur van een gebouw of een object. Klein onderhoud Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties en kort-cyclisch onderhoud. De kosten komen ten laste van de exploitatie. Groot onderhoud De noodzaak tot groot onderhoud ontstaat over een langere periode en is ingrijpender van aard. De kosten daarvan komen voor sommige kapitaalgoederen ten laste van een voorziening en voor anderen uit de exploitatie. Wanneer een aanpassing leidt tot een belangrijke kwaliteitsverbetering en/of een significante langere gebruiksduur wordt het niet gerekend tot groot onderhoud, maar is het een investering die geactiveerd moet worden, zodat de lasten over meerdere jaren verspreid worden. Voor de laatstgenoemde categorie verwijzen wij u naar de investeringsplanning. Civiele kunstwerken Onder civiele kunstwerken wordt verstaan het geheel aan fiets- en voetbruggen, verkeersbruggen, vlonders en steigers. De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan civiele kunstwerken zijn opgenomen in de exploitatie.