3.2 rvs Programmabegroting 2026-2029 bijlage 1 progbegr
Tekst van het document
Voor groot onderhoud is een voorziening in gevormd. In 2026 beoordelen we de civiele kunstwerken en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning om het groot onderhoud uit te bekostigen.
96
Onderhoudskosten civiele kunstwerken (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Civiele kunstwerken
343
352
360
370
Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) Gebouwen De onderhoudskosten van de gemeentelijke gebouwen ziet u hieronder. Om het bestand van de gemeentelijke gebouwen/accommodaties op orde te krijgen is een Majeur project “Revitalisering gemeentelijke accommodatiebestand” opgezet. Voor de inhoud van dit project verwijzen wij u graag naar de projectpagina in dit document. Voor groot onderhoud is inmiddels een MJOP operationeel. Onderhoudskosten gebouwen (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Gebouwen klein onderhoud
819
900
942
1.000
Gebouwen groot onderhoud (MJOP)* Totaal
976
949
502
1.326
1.795
1.849
1.444
2.326
* ten laste van de voorziening groot onderhoud accommodaties
Beleidskader: bestuursopdracht “Revitalisering gemeentelijk accommodatiebestand” (2018) Groen Bos, bomen en stedelijk openbaar groen Onderstaande bedragen zijn de beschikbaar gestelde bedragen voor het onderhouden van onze kapitaalgoederen met betrekking tot het openbaar groen van de gemeente. Dit is inclusief onkruidbestrijding en de begraafplaatsen. Het onderhoud aan het groen wordt planmatig uitgevoerd. In dit onderhoud passen we de uitgangspunten van biodiversiteit toe. Speelvoorzieningen Uit het oogpunt van veiligheid is het belang van onderhoud aan en kwalitatief op peil houden van de speelvoorzieningen belangrijk. De speelvoorzieningen staan veelal in het groen. Het onderhoud aan speelvoorzieningen wordt zo uitgevoerd dat ze altijd veilig zijn voor de (kleine) gebruikers in de gemeente. In 2026 beoordelen we de speelvoorzieningen en maken we hiervoor een meerjaren onderhoudsplanning. Onderhoudskosten groen (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Groen
1.898
1.946
1.994
2.046
Speelvoorzieningen Totaal
110
115
118
120
2.008
2.061
2.112
2.166
Beleidskader: Nota kwaliteit openbare ruimte (2024) Kades De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan kades zijn opgenomen in de exploitatie. Voor groot onderhoud is momenteel een MJOP operationeel. Onderhoudskosten kades (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
39
39
38
37
Kades groot onderhoud (MJOP)*
1.197
343
0
24
Waterpartijen, vijvers en fonteinen
79
82
84
87
1.316
463
122
148
Kades klein onderhoud
Totaal * ten laste van de voorziening groot onderhoud kades
Beleidskader: Havenbeleidsplan binnenhavens (2024) en Havenbeheerplan (2022-2032) Openbare verlichting
97
De onderhoudskosten voor klein onderhoud aan openbare verlichting is opgenomen in de exploitatie. Vanaf 2027 passen we reguliere vervangingsinvesteringen toe voor armaturen en masten. (zie investeringsplanning) Onderhoudskosten openbare verlichting (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Openbare verlichting
470
485
487
509
Beleidskader: Beleidsplan OVL 2015-2024, Beheerplan OVL 2025-2044 Stedelijkwater / riool Algemeen De stedelijk water opgave van de gemeente behelst 3 componenten: de hemelwaterafvoer, het grondwaterbeheer en het rioolbeheer. Momenteel is het gemeentelijk hoofdrioolstelsel ± 260 km lang. Door de uitbreiding in de stad met verschillende wijken groeit dit aantal ieder jaar. De onderhoudskosten van de riolering bestaan uit kosten voor planmatig onderhoud en correctief onderhoud. Planmatig onderhoud Het inspecteren van, reinigen en repareren van hoofdriolering en rioolgemalen. Ook het baggeren van watergangen behoort hiertoe. Correctief onderhoud Het verhelpen van storingen van rioolgemalen en verstoppingen van aansluitingen, straatkolken en openbare riolering. En het verhelpen van verstoppingen van duikers of verhelpen van acute problemen van de waterkwaliteit. Stedelijk water/ riolering (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Stedelijk water/ riolering
556
581
599
620
Beleidskader: gemeentelijk rioleringsplan (2023) Wegen Onderhoudskosten wegen Onderstaande bedragen zijn beschikbaar voor het onderhoud van bestaande wegen. Dit betreft zowel asfaltwegen of wegen met open verharding. Het onderhoud van onze kapitaalgoederen is van belang om de veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. Periodiek laten we inspecties uitvoeren. Deze inspecties leveren informatie over de staat waarin de wegen zich bevinden. De uit te voeren werkzaamheden stemmen we af met de opgaves van de andere kapitaalgoederen in de openbare ruimte om de overlast voor de bewoners zo veel mogelijk te beperken. Ook vindt hier afstemming plaats met de nutsbedrijven voor water en energie (inclusief voor het warmtenet). Deze onderhoudskosten zijn inclusief het onderhoud op de verkeersregelinstallaties en op het wegmeubilair. Onderhoudskosten wegen (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Wegen
2.035
2.095
2.156
2.222
Wegen achterstallig onderhoud*
1.647
143
0
0
Totaal
3.682
2.238
2.156
2.222
* ten laste van de voorziening achterstallig onderhoud
Beleidskader: Wegenbeleidsplan (2021)
98
Paragraaf financiering Algemeen De Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) heeft als belangrijkste uitgangspunten het bevorderen van een solide financieringswijze met als doel het voorkomen van grote fluctuaties in de rentelasten, het bevorderen van transparantie, het bevorderen van de kredietwaardigheid en het beheersen van renterisico's. Het beheersen van risico's uit zich concreet in de kasgeldlimiet, de renterisiconorm en het met een prudent karakter uitzetten van gelden en afsluiten van leningen. Daarnaast zijn gemeenten verplicht om een treasurystatuut te hebben. Het treasurystatuut van de gemeente Vlissingen is vastgesteld in 2020. Renteontwikkeling Voor de uitvoering van het treasurybeleid is het belangrijk om de renteontwikkelingen te volgen. De accountant heeft echter aangegeven dat de rente die gebruikt wordt in de berekening aangetoond moet worden op basis van de cijfers die op het moment van samenstellen van de begroting in de markt gegeven worden. Een aangekondigde rentestijging of verwachtingen uit de markt mogen dus niet worden ingecalculeerd. Deze begroting is gebaseerd op de actuele rentestanden. Renterisicogevoeligheid De huidige leningportefeuille van de gemeente bestaat uit leningen die allemaal een vast rentepercentage hebben voor de gehele looptijd van de lening. Renteschommelingen binnen de huidige leningportefeuille treden daardoor niet op.
Voor leningen die nog aangetrokken worden, is in de begroting rekening gehouden met het actuele rentepercentage (zie renteontwikkeling) waarvoor deze leningen ten tijde van het samenstellen van deze begroting aangetrokken kunnen worden. Rentestijging of - rentedaling is dus niet meegenomen. Renterisicobeheer Het renterisico is het volume aan uitstaande schuld dat in een jaar aan renteherziening onderhevig is. In de wet FIDO zijn eisen gesteld aan het maximum aan renterisico. Dit komt tot uitdrukking in de kasgeldlimiet voor leningen met een looptijd tot 1 jaar, en de renterisiconorm voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar. Deze normen bepalen de ruimte voor de gemeente om verantwoord te financieren. Kasgeldlimiet De wettelijke toegestane omvang van de kasgeldlimiet is gelijk aan het bedrag ter grootte van een percentage van de jaarbegroting bij aanvang van het dienstjaar. Dit percentage is vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. Het percentage voor de gemeente is voor 2025 vastgesteld door de Rijksoverheid op 8,5%. De gemeente heeft voor 2026 een kasgeldlimiet van € 27,8 miljoen (8,5% van € 327,6 miljoen). Voor 2027, 2028 en 2029 zal de kasgeldlimiet op basis van deze begroting respectievelijk € 27,8 miljoen, € 27,3 miljoen en € 26,7 miljoen bedragen.
De doelstelling is om optimaal gebruik te maken van de kasgeldlimiet, omdat kort geld momenteel relatief goedkoper is dan lang geld. Indien de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient de kortlopende schuld omgezet te worden in een langlopende schuld. De provincie Zeeland houdt hier toezicht op. Het bedrag van de kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente aan kort geld mag lenen.
99
Renterisiconorm De Wet FIDO heeft aan het beperken van renterisico's een wettelijk kader toegevoegd in de vorm van een renterisiconorm. Met deze renterisiconorm wordt een kader gesteld om de opbouw van de leningenportefeuille dusdanig te spreiden dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. In de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden is bepaald dat de renterisiconorm maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. De renterisiconorm is als volgt berekend: Renterisiconorm (bedragen x € 1.000.000)
2026
2027
2028
2029
Begrotingstotaal
328
327
321
315
Norm 20%
66
65
64
63
Aflossingen
11
19
10
9
Renteherziening
0
0
0
0
Ruimte onder renterisiconorm
54
46
54
54
Aflossingen en renteherzieningen
Financiering Conform het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten' (BBV) moet er inzicht worden gegeven in de rentelasten, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast is het verplicht dat de rentekosten aan de desbetreffende taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslagpercentage. Dit omdat de onderlinge vergelijking tussen gemeenten het uitgangspunt is voor aanpassingen van het BBV. In de behoefte aan geldmiddelen voor de financiering van de uitgaven voorziet de gemeente in het aantrekken van kortlopende en langlopende (vaste) geldleningen. Hierbij houden we rekening met de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Er zijn criteria die meewegen bij de keuze voor een bepaalde financieringswijze. De volgende criteria worden gehanteerd: - Financiering geschiedt tegen de laagste kosten. - We houden rekening met de renterisiconorm. Bij het aantrekken van langlopende leningen, lenen we tegen een vast rentepercentage over de gehele looptijd. In het treasurystatuut staat de mogelijkheid voor het gebruik van derivaten open. Hiervan zal alleen bij uitzondering gebruik gemaakt worden en altijd advies van een extern deskundige worden ingeroepen.
100