3.2 rvs Het bestemmingsplan Scheldekwartier, Stenenbeer bijlage 1 bestemmingsplan
Tekst van het document
Rekening houdend met de kengetallen voor verkeersgeneratie uit de eerder genoemde CROW publicatie betekent dat een extra verkeersgeneratie van 4.873 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag, ofwel afgerond circa 5.000 mvt/etmaal. In tabel 4.1 is de verkeersgeneratie per woningtype weergegeven. Deze verkeersgeneratie is in het verkeersmodel verwerkt. Tabel 4.1 Verkeersgeneratie nog te realiseren woningbouwprogramma Scheldekwartier
Juust
28
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Het verkeer is afkomstig uit de volgende deelgebieden uit het Scheldekwartier: Tabel 4.3 Verkeersgeneratie deelgebieden Scheldekwartier
Het gaat hier alleen om de verkeersgeneratie van licht verkeer. Daar komt nog bij de verkeergeneratie van middelzwaar verkeer (zoals busjes) en zwaar verkeer (zoals verhuis- en vuilniswagens). Doorgaans is dit een paar procent van de totale verkeersgeneratie. Het verkeersmodel geeft een doorkijk tot 2030. Het voornemen is om het verkeersmodel binnen afzienbare termijn te actualiseren. Daar kan dit bestemmingsplan echter niet op wachten. Duidelijk is dat de ontwikkeling van het Scheldekwartier een belangrijke invloed heeft op de verkeersafwikkeling vanuit de binnenstad naar de A58 en op de verkeersintensiteiten van de wegen rondom het gebied. De conclusies uit het MER zijn op hoofdlijnen nog steeds actueel. Verkeersontsluiting langzaam verkeer Het langzaam verkeer maakt gebruik van de verkeersstructuur in de binnenstad en kan gebruik maken van de vrijliggende fietspaden langs de ontsluitingswegen. Via de Walstraat en bijvoorbeeld het Groenewoud is de binnenstad eenvoudig bereikbaar voor langzaam verkeer vanuit het plangebied.
Juust
29
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Verkeersontsluiting openbaar/collectief vervoer De gemeente Vlissingen hanteert een straal van 600 meter als invloedsgebied voor bushaltes (GVVP Vlissingen 2012-2020). De meest nabij gelegen bushaltes (Scheldestraat, Paul Krugerstraat) liggen, gemeten vanaf de grenzen van het plangebied, op afstanden van circa 800 tot 900 meter en daarmee buiten de gewenste invloedssfeer. Gelet op de beperkte overschrijding van de gewenste afstand en de ligging van het plangebied in de directe nabijheid van het centrum en de aldaar gesitueerde voorzieningen, is de afstand tot de meest nabij gelegen bushalte acceptabel en is het plangebied voldoende bereikbaar met openbaar vervoer. Gelet op de functie van gebiedsontsluitingsweg van De Willem Ruysstraat, is het daarbij zeer wel denkbaar dat bij de feitelijke invulling van het Scheldekwartier met woningen het netwerk van openbaar verkeerroutes in dit gedeelte van de stad opnieuw bekeken zal worden door de Provincie Zeeland en De Willem Ruysstraat daarin een functie krijgt, in welk geval het waarschijnlijk is dat een dergelijke nieuwe halte ook in de invloedssfeer van dit plangebied zal liggen. Voor het collectief vervoer zal gebruik worden gemaakt van de straten en wegen, zoals hiervoor aangegeven onder gemotoriseerd verkeer.
Verkeersafwikkeling tijdens de aanlegfase Behalve verkeer in de gebruiksfase zal er ook in de aanlegfase verkeer van en naar de bouwlocatie rijden. Om bestaande woongebieden zo veel als mogelijk te ontzien, wordt het bouwverkeer via de Gravestraat – Hendrikstraat afgewikkeld.
4.3.3
Toetsing aan parkeerbeleid
Algemeen Voor het plangebied, als onderdeel van Vlissingen binnenstad en centrum, geldt in de Nota parkeernormering de stedelijkheidsklasse: 'sterk stedelijk' (figuur 4.2).
Figuur 4.2: Sterk stedelijk (1) (Bron: Paraplubestemmingsplan Parkeernormering) Daarmee gelden volgens de Nota parkeernormering voor de functie 'wonen' de volgende parkeernormen als uitgangspunt. Type woning Grondgebonden (GO)
Eenheid Gestapeld (appartement) (GO) < 60 m2 Woning 2 2 < 100 m 60 - 100 m Woning 2 2 2 100 m - 150 m 100 - 150 m Woning > 150 m2 > 150 m2 Woning Beroep aan huis (aanvullend) woning Woning
Juust
30
Centrum Vlissingen Aandeel bezoekers
1,0 1,4 1,5 1,6 1,0
0,3 0,3 0,3 0,3 100 %
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
GO: gebruiksoppervlak (conform begripsomschrijving NEN 25880) Tabel 4.4 Parkeernormen volgens de Nota parkeernormering Het parkeren door bezoekers zal, gelet op de beperkte beschikbaarheid van (extra) parkeergelegenheid in de openbare ruimte of in een openbaar toegankelijk gebied in de wijk, eveneens op eigen terrein plaats dienen te vinden. Het verdient aanbeveling er bij de planontwikkeling rekening mee te houden dat de parkeergelegenheid ook voldoende bereikbaar is voor bezoekers. Ten slotte is voor een aan-huis-gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit aan huis ten minste 1 extra parkeerplaats nodig. Hierbij is uitgegaan van beroepsuitoefening van één persoon zonder personeel die beperkt bezoek ontvangt (niet gelijktijdig meerdere bezoekers). In de berekening is echter geen rekening gehouden met eventuele parkeerbehoefte vanwege aan-huis-gebonden beroepen omdat niet op voorhand kan worden bepaald of hiervan sprake zal zijn. De benodigde parkeerbehoefte op basis van de Nota parkeernormering ligt daarmee tussen de 35 parkeerplaatsen voor 35 appartementen tot 60m² en 53 voor 35 appartementen van 100-150m². Bij de ontwikkeling van een concreet bouwplan dient tabel 4.4. in acht te worden genomen voor de bepaling van de exacte parkeernorm en het aantal op eigen terrein te realiseren parkeerplaatsen.
Ontwikkellocaties ten zuiden van het Dok Ten zuiden van het Dok bevinden zich drie resterende ontwikkellocaties; de plot Postkantoor (3C), plot van Dishoeckhuis (3A) en plot 2A aan de oostzijde. Op de plot 3A bevinden zich parkeerplaatsen uitsluitend voor bewoners. Op plot 3C bevindt zich nu het openbare parkeerterrein Stenenbeer. De parkeerplaatsen voor bewoners van de binnenstad worden in de directe nabijheid gecompenseerd, de parkeerplaatsen voor bezoekers van de binnenstad worden verplaatst naar de Machinefabriek. Voor het compenseren van de bewonersplaatsen zijn drie locaties beschikbaar; langs de straat Koudenhoek, ten noorden van de speeltuin (ten zuiden van plot 2A) en langs de Koningsweg.
Vervangende parkeerplaatsen Het parkeerterrein Stenenbeer telt in de huidige situatie 70 parkeerplaatsen. Deze plaatsen komen te vervallen bij herontwikkeling van het gebied zoals met onderhavig bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. De ontwikkeling Postkantoor is qua parkeerbehoefte zelfvoorzienend, één en ander zoals hiervoor omschreven. Deze bestaande worden volledig gecompenseerd, waarbij, in overeenstemming met de parkeervraag, vanuit het
Juust
31
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
centrum parkeerplaatsen naar buiten toe worden verplaatst. Compensatie wordt in de eerste plaats voorzien ten zuiden van de nabij gelegen plotontwikkeling 3A, langs de straat Koudenhoek. Met de beoogde herinrichting van de woonstraat Koudenhoek wordt langsparkeren gewijzigd in haaksparkeren. Hierdoor kan op deze locatie worden voorzien in 33 extra parkeerplaatsen ten opzichte van het huidige aantal aanwezige parkeerplaatsen in plot 3a. Deze parkeerplaatsen zijn beschikbaar als de locatie Postkantoor wordt opgeleverd. Voor de overige parkeerplaatsen zijn de locaties Koningsweg en speeltuin beschikbaar. Het gaat hier om bewonersparkeren (vergunninghouders) waarbij de laatst genoemde locaties tijdelijke een gemengd parkeerregime krijgen tot dat bezoekers in de Machinefabriek terecht kunnen. Bij de herinrichting van de Koningsweg is vooruitlopend op de ontwikkeling van de plots ten zuiden van het Dok al voorzien in 28 extra parkeerplaatsen. Met onderhavig bestemmingsplan wordt tevens voorzien in de realisatie van extra parkeerplaatsen door het bestaande terrein ten noorden van de speeltuin her in te richten en uit te breiden. Hier kunnen, naast de bestaande 5, 26 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Hiermee is in de directe nabijheid van de ontwikkellocaties Postkantoor voorzien in compensatie van 87 parkeerplaatsen verdeeld over bewonersparkeren en een tijdelijk gemengd parkeerregime tot de parkeerplaatsen in de Machinefabriek voor bezoekers gerealiseerd zijn. Daarna zullen alle plaatsen toegewezen worden als bewonersparkeren
In het Paraplubestemmingsplan parkeernormering is omschreven dat het gebruik van bestaande, of zoals in onderhavig geval, het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte op loopafstand van de ontwikkellocatie dient plaats te vinden. Voor de beoordeling van de situatie zoals hier beoogd, waarbij bestaande parkeerplaatsen als gevolg van de nieuwe ontwikkeling worden verplaatst, is gebruik gemaakt van dezelfde richtlijn voor acceptabele loopafstanden om te bepalen of de afstand tussen de nieuwe locatie en de bestaande locatie Stenenbeer. De parkeerplaatsen bij Koudenhoek worden op een afstand van 100-200 meter van de Stenenbeer gerealiseerd en zijn derhalve geschikt voor alle hoofdfuncties. De afstand tot de nieuwe parkeergelegenheid ten noorden van de speeltuin bedraagt circa 250-300 m en tot de plaatsen langs de Koningweg circa 300-350 meter. Daarmee blijven de betreffende plaatsen voor de meeste hoofdfuncties die thans gebruik maken van de locatie Stenenbeer beschikbaar en komen deze plaatsen binnen het bereik van andere bewoners van de binnenstad.
Juust
32
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Parkeren van tweewielers Het stallen van fietsen en gemotoriseerde tweewielers van bewoners kan in het gebouwen en/of op eigen terrein plaatsvinden. Conclusie Het (plan)gebied wordt goed ontsloten en is goed bereikbaar voor autoverkeer, langzaam verkeer en overig bestemmingsverkeer. De ontwikkeling van het Scheldekwartier, waar het plangebied deel vanuit maakt, heeft een belangrijke invloed op de verkeersafwikkeling vanuit de binnenstad naar de A58 en op de verkeersintensiteiten van de wegen rondom het gebied. Vooral op en de Prins Hendrikweg neemt de verkeersintensiteit toe. Er worden geen knelpunten verwacht voor het verkeer vanuit de stad. In de omgekeerde richting, vanaf de Prins Hendrikweg richting het centrum, kan stagnatie voor het autoverkeer ontstaan. De parkeerbehoefte, die voortkomt uit de planontwikkeling, wordt voor zowel bewoners als bezoekers op eigen terrein opgelost. De parkeerbalans in de omgeving verslechtert, ondanks de planologische wijziging, niet ten opzichte van de huidige situatie, door de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen op eigen terrein (binnen het plangebied) en in het openbaar gebied.
4.4
Cultuurhistorie en archeologie
4.4.1
Cultuurhistorie
Wettelijk kader In het Bro (artikel 3.6.1. lid 2) is bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In het gemeentelijk beleid wordt ingezet op het behouden en beschermen van bestaande kwaliteiten en waarden. Om te kunnen beoordelen of er in het plangebied en directe omgeving daarvan cultuurhistorische waarden zijn, kan gebruik worden gemaakt van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Toetsing Stenenbeer Cultuurhistorisch waardevolle objecten in of in de directe omgeving van het plangebied, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden, zijn aanwezig. Aan de westzijde van het plangebied is het beschermd
Juust
33
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
dorps- en stadsgezicht gelegen. In de directe omgeving van de Stenenbeer zijn verschillende MIP-objecten gelegen. Het dichtsbijgelegen MIP-object is de locatie Hendrikstraat 51. De ontwikkeling op de locatie Stenenbeer heeft echter geen negatieve effecten op de verschillende MIP-objecten aangezien het plangebied ruimtelijk gescheiden is van de locatie Hendrikstraat 51. Koudenhoek en Onderstraat In de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden. Koningsweg ongenummerd In de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gelegen, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden.
Afbeelding 17 | Uitsnede Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) (bron: provincie Zeeland) Cultuurhistorie als inspiratiebron voor de stedenbouwkundig opzet van het Scheldekwartier In januari 2005 is een cultuurhistorische verkenning uitgebracht voor het projectgebied van het project Scheldekwartier. In die verkenning is, voor wat dit plangebied betreft, het werfterrein in relatie tot de stad relevant: de stedelijke structuur van de oude binnenstad, de maatvoering van de gebouwen, de bouwstijl en de scherpe grens tussen stad en Scheldeterrein. Gezien vanuit de huidige oude binnenstad is het bouwblok in dit project gebaseerd op en geïnspireerd door de oude en oorspronkelijke situatie toen hier het Postkantoor was gelegen. Door een bij de bestaande binnenstad passende stedenbouwkundige herontwikkeling worden oude straten en routes weer hersteld. De straten beschikken weer over een begin en eindpunt en over sterk aanpalende functies. Tevens wordt Het Dok weer verbonden met de historische binnenstad van Vlissingen. Het gebied wat tot de Koninklijke Schelde Groep behoorde, krijgt zijn aansluiting weer op de binnenstad en gaat als één gebied functioneren.
4.4.2
Archeologie
Wettelijk kader Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Besluit omgevingsrecht
Juust
34
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Op grond van de Wro en de Wabo zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. In het Bor is bepaald, dat voor vergunningsvrije bouwwerken tot 50 m² geen beperkingen ten aanzien archeologie gelden. Beleid gemeente Vlissingen Op 23 februari 2006 heeft de gemeenteraad de 'Nota Archeologische Monumentenzorg Walcheren 2006' vastgesteld. De Nota archeologische monumentenzorg Walcheren 2006 is in 2008 geëvalueerd. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 24 april 2008 de nieuwe 'Nota archeologische monumentenzorg Walcheren evaluatie 2008' vastgesteld. Op 28 januari 2016 heeft de gemeenteraad een actualisatie van deze nota vastgesteld in de 'Nota archeologische monumentenzorg Walcheren 2016-2022'.
Onderdeel van de nota vormt een vrijstellingsregeling, waarbij is bepaald, dat in gebieden met een middelhoge en hoge verwachtingswaarde grondwerkzaamheden zonder archeologisch onderzoek mogen plaatsvinden tot een diepte van 0,40 m en een oppervlakte van 500 m2 . Voor gebieden ter hoogte van (AMK)terreinen met een vastgestelde archeologische waarde en voor gebieden ter hoogte van een zogenaamde verwachtingszone op basis van historische kaarten en voor gebieden binnen een straal van 50 meter rondom een vindplaats geldt, dat uitsluitend bodemingrepen, die niet dieper gaan dan 0,40 meter onder huidig maaiveld en geen grotere oppervlakte hebben dan 30 m2 , vrijgesteld zijn van archeologisch onderzoek. De archeologische waarden- en verwachtingskaart Walcheren en de archeologische beleidsadvieskaart Walcheren maken onderdeel uit van dit beleid. De verwachtingskaart is een nadere detaillering van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) die tot stand is gekomen door nader bureauonderzoek. De kaart is op maat gesneden op de Walcherse schaal en geeft de verwachting weer ten aanzien van archeologische vondsten. Op de beleidsadvieskaart is de vrijstellingsregeling gekoppeld aan de archeologisch waardevolle gebieden en verwachtingszones. Dit resulteert in een overzicht van de beleidsadviezen per gebied.
Onderzoek Voor het project Scheldekwartier is een bureauonderzoek uitgevoerd om te beoordelen of realisatie van de Ontwikkelingsvisie zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. In februari 2006 is de rapportage van het archeologische vooronderzoek – een bureauonderzoek – uitgebracht (Bijlage 3). Uit dit onderzoek kwam onder meer uit dat het gebied rond de Dokhaven een archeologisch waardevol gebied is. Als gevolg hiervan is, in het kader van de eerst geplande ontwikkelingen aldaar, een grootschalige opgraving uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten aan de zuidzijde van de Dokhaven. Hier is in de toekomst geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk. Alle archeologische resten zijn hier opgegraven, gedocumenteerd en vervolgens verwijderd.
Juust
35
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Afbeelding 18 | Het plangebied (bron: gemeente Vlissingen) Voor onderhavig plangebied geldt dat dit juist ten zuiden van de opgravingen is gelegen. De Walcherse Archeologisce Dienst (Bijlage 4) heeft geadviseerd dat ter hoogte van de gedempte haven geen onderzoek nodig is, maar zeker langs de randen van het plangebied kunnen nog resten van voormalige kade beschoeiingen aanwezig zijn. Ter plaatse wordt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' opgenomen. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 50 m2 en niet dieper reiken dan 40 centimeter. Ten behoeve van de toekomstige nieuwbouw is maatwerk noodzakelijk, afhankelijk van het bouwplan is mogelijk archeologisch onderzoek nodig. Indien voor de aanleg van de parkeerplaats grondroerende werkzaamheden nodig zijn op een grote diepte dan waarin de vrijstelling voorziet, blijft in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' gehandhaafd, zodat aan de uiteindelijke vergunning het voorschrift verbonden kan worden, dat de WAD op tijd van de startdatum van de graafwerkzaamheden op de hoogte wordt gesteld en dat de WAD in staat wordt gesteld documentatiewerkzaamheden te verrichten.
Juust
36
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
4.4.3
Conclusie
In het plangebied en directe omgeving daarvan zijn geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig die een belemmering kunnen zijn voor de beoogde ontwikkeling met woningbouw. In de stedenbouwkundige opzet van het Scheldekwartier is cultuurhistorie een inspiratiebron: de vorm van de oude lunet komt in het ontwerp terug. Mogelijk zijn er (aan de randen van) archeologische resten aanwezig, reden waarom de archeologische dubbelbestemming behouden blijft en bij de planontwikkeling de Walcherse Archeologische Dienst nader zal adviseren over (mogelijk) archeologisch onderzoek of andere methoden om op passende wijze om te gaan met mogelijk aanwezige resten.
4.5
Bodemkwaliteit
4.5.1
Beleids-/toetsingskader
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan, onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de beoogde nieuwe functie. Op grond van het Besluit Bodemkwaliteit wordt de verplichting gesteld om een bodemfunctieklassenkaart op te stellen. Op 26 juni 2013 is de Nota bodembeheer, inclusief herziene bodemfunctieklassenkaart, voor het grondgebied van de Gemeente Vlissingen vastgesteld door de Raad. Op deze kaart heeft het gebied van dit bestemmingsplan de functie 'wonen'. Bij het uitvoeren van een bodemsanering dient de bodemkwaliteit geschikt te zijn of geschikt te worden gemaakt voor de beoogde functie. Indien dat dat niet mogelijk is dienen maatregelen te worden genomen waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plan en dier heeft, voorkomt. Wanneer grond toegepast wordt binnen het gebied zal deze de kwaliteit 'wonen' of schoner moeten hebben. Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst.
Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel.
4.5.2
Onderzoek
Stenenbeer De gronden binnen het deelgebied Stenenbeer zijn in de geldende beheersverordening 'Scheldekwartier - Zuid' gelegen binnen het besluitvlak 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Het deelgebied Stenenbeer krijgt in de nieuwe situatie de bestemming 'Wonen'. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de woonbestemming en mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Een verkennend bodemonderzoek (inclusief vooronderzoek conform NEN 5725) is benodigd. Op 25 april 2022 is door MCG Zuidwest B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 22MCG075.10 (Bijlage 5) tot een diepte van 1,0 a 1,5m -mv. Uit het onderzoek blijkt dat in de mengmonsters (MM1, MM2, MM5 en M6) voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. In de mengmonsters (MM3 en MM4), van de bodemlagen waarin sprake is van enige bijmenging aan bodemvreemd materiaal (met name baksteen en kolengruis), zijn enkele licht verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 07 zijn, afgezien van een zeer licht verhoogd gehalte xylenen, geen overschrijdingen van de streefwaarde aangetoond.
Als gevolg van de waarschijnlijkheid dat ter plaatse een (half)verdiepte parkeervoorziening wordt gerealiseerd, is op 28 oktober 2022, eveneens door MCG Zuidwest BV, een verkennend en aanvullend onderzoek uitgevoerd met kenmerk 22MCG075.10 (Bijlage 6 ).
Juust
37
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Alle ten behoeve van voornoemd verkennend bodemondezoek uitgevoerde boringen zijn doorgezet tot 3,00 m-mv. Tevens is de nog niet onderzochte ondergrond geanalyseerd op het standaardpakket voor grond. Er zijn drie mengmonsters (M7, M8 en M9) van de ondergrond geanalyseerd. In mengmonster M7 zijn enkele licht verhoogde gehalten aangetoond, in de andere mengmonsters zijn geen verhogingen aangetoond. Omdat ter plaatse van boring 13 afwijkende bodemlagen zijn aangetroffen, zijn deze monsters apart geanalyseerd. In de diepere ondergrond van deze boring worden matig tot sterk verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn sterk verhoogde gehalten PAK aangetoond. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat binnen de onderzoekslocatie sprake is van meer dan 25m³ sterk verontreinigde grond en meer dan 100m³ sterk verontreinigd grondwater. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Mogelijk maakt de verontreiniging onderdeel uit van een grotere verontreiniging die zich uitstrekt tot buiten het plangebied. De verontreiniging is te relateren aan een afwijkende (slib-, baksteen- en kolengruishoudende) bodemlaag die in de ondergrond aanwezig is. Mogelijk is sprake van oud havenslib of een voormalige kade.
Gezien de situatie is het aannemelijk dat de verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een 'nieuw geval van bodemverontreiniging'. Formeel geldt een saneringsplicht ingeval de verontreiniging spoedeisend is of wanneer grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden. In dergelijke gevallen wordt, voorafgaand aan de sanering, een saneringsplan opgesteld, waarin de aanpak van de sanering en de randvoorwaarden worden beschreven, afgestemd op de toekomstige situatie. Koningsweg ongenummerd De gronden binnen het deelgebied Koningsweg ongenummerd hebben zowel de bestemming 'Verkeer-Verblijf' als de bestemming 'Cultuur en ontspanning'. Met het realiseren van een parkeerterrein wordt geen gevoelige functie mogelijk gemaakt. Van het uitvoeren van een (verkennend) bodemonderzoek is daarom afgezien.
4.5.3
Conclusie
Uit bodemonderzoek is gebleken dat de ondergrond sterk is verontreinigd met zware metalen en PAK. In verband hiermee dient de locatie gesaneerd te worden wanneer er grondroerende werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. In de planregels is hiertoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
4.6
Ontplofbare oorlogsresten
4.6.1
Beleids- en toetsingskader
Op 3 oktober 2013 heeft de gemeenteraad het beleid met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog met bijbehorende beleidskaart vastgesteld. In het beleid en op de beleidskaart is aangegeven in welk deelgebied onderzoek nodig is naar OO voordat grondroerende werkzaamheden mogen plaatsvinden. Daarnaast is voor de borging van de kwaliteit/ veiligheid van het opsporen van conventionele explosieven (CE) het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE) van kracht. Dit certificatieschema maakt onderdeel uit van het stelsel van wettelijk verplichte certificatie conform het Arbobesluit en bevat de proceseisen voor vooronderzoek en opsporing van CE.
4.6.2
Onderzoek
Op de OO-beleidskaart is te zien dat het plangebied van onderhavig bestemmingsplan gelegen is een gebied dat aangeduid is als 'vrijgegeven of niet verdacht gebied'. Nader onderzoek naar OO is niet benodigd.
Juust
38
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Afbeelding 19 | Uitsnede OO-beleidskaart (bron: gemeente Vlissingen)
4.6.3
Conclusie
Er is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Wanneer er binnen deze gebieden grondroerende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, hoeft vooraf aan de werkzaamheden geen vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de bestaande regelgeving. Het protocol "Toevalstreffer CE uit de WO II" is toepassing op deze gebieden.
4.7
Water(toets)
4.7.1
Beleids- en toetsingskader
Door de Commissie Waterbeheer 21e eeuw is het instrument van de watertoets geïntroduceerd. De watertoets is inmiddels verankerd op alle ruimtelijke planniveaus die Nederland kent. De watertoets is een beoordeling van de invloed, die ontwikkelingen of beheer van een projectgebied hebben op het watersysteem in dat gebied. Het is noodzakelijk de gevolgen van de beoogde ontwikkelingen voor de waterhuishoudkunde en het watersysteem na te gaan. Hoe met de watertoets om te gaan, is onder andere beschreven in de Zeeuwse Handreiking Watertoets. De provincie Zeeland heeft het beleid voor de bescherming van het grond- en oppervlaktewater opgenomen in het Omgevingsplan Zeeland 2018 en zijn daarover regels opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. In die verordening zijn ook regels opgenomen ter bescherming van verdrogingsgevoelige natuurgebieden en over de bescherming van waterkeringen. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2012-2017 (GRP) heeft de gemeente Vlissingen de verbrede zorgplicht uit de Waterwet vastgelegd. Dit plan geeft aan hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplicht voor de door haar te behartigen aspecten: afvalwater, hemelwater en grondwater. Vervolgens is voor het Scheldekwartier op 27 juli 2017 het 'Herziene rioleringsplan Scheldekwartier' vastgesteld, dat als Bijlage 9 is bijgesloten.
Dit plan (definitief verklaard op 2 augustus 017) is afgestemd op het grondstromenplan, dat is ontwikkeld voor het Scheldekwartier. Het rioleringsplan geeft weer op welke wijze met de (afval)waterstromen binnen het Scheldekwartier wordt omgegaan, waarbij aandacht is besteed aan de hoogteligging, de waterscheiding en waterkering en de afwatering vuilwaterriool en regenwater. Ook is er aandacht besteed aan de afvoercapaciteit in het kader van de klimaatbestendigheid en de fasering van de aanleg van de riolering.
4.7.2
Watertoets
Voor het Scheldekwartier is in het MER aandacht besteed aan de waterhuishouding, de riolering en de waterkwaliteit in het plangebied. Geconcludeerd is, dat de waterhuishoudkundige maatregelen, die zijn voorzien, voldoen aan de normen, die worden gesteld door de provincie en het waterschap.
Juust
39
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Om aan te tonen dat het voorliggend plan voldoet aan de waterdoelstellingen is de beoogde ontwikkeling van het Scheldekwartier voor de volledigheid ook getoetst aan de criteria uit de hiervoor genoemde Zeeuwse Handreiking Watertoets. Deze criteria zijn bijeengezet in de onderstaande watertoetstabel die door het Waterschap wordt gehanteerd. Uit toetsing aan deze criteria blijkt dat het aspect water geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Van meet af aan is het aspect waterhuishouding meegenomen in de planvoorbereiding en het Waterschap Scheldestromen is daarbij betrokken. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Alle kades binnen het Scheldekwartier doen dienst als Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening regionale waterkering. Het deelgebied Stenenbeer is houden met de daarvoor benodigde ruimte. voor een groot gedeelte gelegen in beschermingszone B (groen) en voor een klein gedeelte in beschermingszone A (blauw). Het deelgebied grenst aan het waterstaatswerk. De maximale overschrijdingskans van de regionale waterkering is 1:100. De waterkering moet in stand worden gehouden conform de ligging, vorm, afmeting en constructie overeenkomstig de situatie op 1 januari 2018. In de legger waterkeringen van het waterschap zijn de waterkeringszones vastgelegd: waterstaatswerk, beschermingszones A en beschermingszones B.
Binnen die zones moet een watervergunning worden aangevraagd bij het waterschap voor werken en werkzaamheden die van invloed kunnen zijn op de waterkeringen. Dat is geregeld in de Keur van het waterschap. Voorkomen overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het plangebied, zowel Het plan biedt voldoende ruimte voor het deelgebied Stenenbeer als Koningsweg ongenummerd, vasthouden, bergen en afvoeren van water. bijna volledig verhard. Watercompensatie is derhalve Waarborgen van voldoende bouwpeil om niet aan de orde. Dit aspect is in het kader van de overstroming vanuit oppervlaktewater in gehele herontwikkeling van het Scheldekwartier met maatgevende situaties te voorkomen. Rekening het Waterschap kortgesloten en goedgekeurd. houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het herziene rioleringsplan Scheldekwartier 2017 gaat Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ uit van een gescheiden rioolstelsel. De afvoer van het RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. afvalwater wordt aangesloten op het rioolstelsel. Het Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in hemelwater zal via de bodem afstromen naar het verband met de reductie van hydraulische belasting van oppervlaktewater van de Binnenhaven.
Bij de nadere de RWZI, het transportsysteem en het beperken van planuitwerking worden de mogelijkheden bezien om overstorten. hemelwater van verhard (terrein)oppervlak vast te houden en vertraagd af te voeren. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Juust
40
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een grondwaterkwaliteit. Denk grondwaterbeschermingsgebieden.
Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden goede geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn (daardoor) aan geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten.
Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid In het plangebied wordt geen nieuw oppervlaktewater Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en gerealiseerd. Het Dok van Perry vormt mogelijk een plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via beperkt verdrinkingsgevaar. Echter het Dok van Perry is o.a. de daarvoor benodigde ruimte. omgegeven door een hekwerk waardoor de steigers niet openbaar toegankelijk zijn. Het gevaar wordt hierdoor beperkt tot een minimum. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) zal niet optreden. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Er wordt gene natte natuur aangelegd. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden aanwezig. worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.
Juust
Niet van toepassing.
41
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Wegen in beheer bij het waterschap Niet van toepassing. (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
Afbeelding 20 | Uitsnede legger waterkering (bron: Waterschap Scheldestromen)
4.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het beleid en de normstelling ten aanzien van water. Het aspect water staat de vaststelling van dit bestemmingsplan niet in de weg.
Juust
42
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
4.8
Luchtkwaliteit
4.8.1
Wettelijk kader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het doel is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor luchtverontreinigende stoffen, waarvan stikstofdioxide en fijn stof de belangrijkste zijn. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd). Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de volgende grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang: jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide NO² (40 µg/m³ ); jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 (40 µg/m³ ); aantal dagen overschrijding van de grenswaarde van de 24-uursgemiddelde concentratie fijn stof PM10 (maximaal 35 dagen per jaar >50 µg/m³ ); jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 (25 µg/m³).
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien: de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a); de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1); bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2); de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c); het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d). De Wet luchtkwaliteit maakt tevens onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten: kleine projecten: projecten, die de luchtkwaliteit "niet in betekenende mate" (NIBM) verslechteren. Deze projecten hebben geen wezenlijke invloed op de luchtkwaliteit en hoeven niet meer te worden beoordeeld op luchtkwaliteit.
Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: 1. een project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); 2. een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m2 bvo bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. grote projecten: projecten, die de luchtkwaliteit "in betekenende mate" (NIBM) verslechteren; ze zijn waar mogelijk opgenomen in het gebiedsgerichte programma van het NSL; deze projecten worden niet meer beoordeeld op de afzonderlijke effecten op de luchtkwaliteit, maar getoetst aan de criteria van het NSL. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden wanneer: het project past binnen het NSL (art. 5.16, lid 1, aanhef en onder d Wet milieubeheer). de gestelde grenswaarden van bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden (art. 5.16, lid 1, aanhef en onder a Wet milieubeheer); door middel van projectsaldering (art. 5.16, lid 1, aanhef en onder b Wet milieubeheer); de ontwikkeling wordt aangemerkt als een NIBM-project (art. 5.16, lid 1, aanhef en onder c van de Wet milieubeheer).
Juust
43
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
4.8.2
Onderzoeksresultaten
Het aspect luchtkwaliteit kan uitsluitend in samenhang met het programma van de andere voorziene ontwikkelingen van het grotere projectgebied Scheldekwartier worden bezien. Het is dan ook onderzocht in het kader van de milieueffectrapport voor het Scheldekwartier en het naastgelegen Edisongebied dat is opgesteld (zie paragraaf 4.2). Geconcludeerd is dat de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit nergens worden overschreden. De Commissie voor de m.e.r. heeft echter geadviseerd het onderzoek naar de luchtkwaliteit ten behoeve van de besluitvorming over uitwerkingsplannen te actualiseren, waarbij rekening moet worden gehouden met de emissies van de scheepvaart en de dan geldende wetgeving. Naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de m.e.r. is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de emissies van de scheepvaart op het Kanaal door Walcheren. Uit het onderzoek (Bijlage 10) blijkt, dat de bijdrage van de scheepvaart aan de lokale concentraties NO2 en PM10 zeer laag is en zeker niet tot een overschrijding van de normen zal leiden. Ook is aanvullend onderzoek verricht naar de luchtkwaliteit binnen het projectgebied als gevolg van het verkeer. De gegevens uit de onderzoeken ten behoeve van het MER zijn daarbij geactualiseerd.
Uit het onderzoek blijkt, dat er weliswaar een kleine toename van de concentraties NO2 en PM10 voor 2020 plaatsvindt, maar dat er geen overschrijdingen van de normen plaatsvinden. In de ontwikkelingsvisie is uitgegaan van de realisatie van circa 1.400 tot 1.800 woningen in het Scheldekwartier. Voor de overige beoogde functies in het Scheldekwartier, zoals zorg, recreatie, detailhandel, (watersportgerelateerde) bedrijvigheid, horeca en maatschappelijke functies, zijn geen exacte gegevens bekend, en is daarom een inschatting gemaakt van het aantal personen dat zich in het Scheldekwartier gaat bevinden. In de ontwikkelingsvisie zijn, ten opzichte van het Masterplan Dokkershaven, enkele functies, waarin zich een groot aantal personen zou kunnen bevinden, komen te vervallen. Het gaat hierbij om functies als grootschalige detailhandel en een casino. Dit betekent ook minder vervoersbewegingen en daardoor minder emissies NO2 en PM10. De onderzoeken ten behoeve van het MER worden daarmee nog adequaat geacht en geven eerder een over- dan een onderschatting. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd, dat er vanuit luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan voor de ontwikkeling van dit project in het gebied Scheldekwartier.
Om toch zekerheid te hebben over het woon- en leefklimaat ten aanzien van de nieuw te bouwen woningen is in oktober 2022 een locatiespecifiek onderzoek uitgevoerd door Goudappel Coffeng. De resultaten hiervan zijn neergelegd in het rapport met kenmerk 011180.20221011.R1.01 dat is opgenomen in Bijlage 11. De berekeningen zijn uitgevoerd met de rekenmodule Aerius-lucht. Dit is het rekenhart van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Aerius-lucht rekent volgens standaard rekenmethode 1 en standaard rekenmethode 2 uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit (Rbl, 2007). De berekeningen zijn uitgevoerd op basis van achtergrondconcentraties en emissiefactoren voor zichtjaar 2023 en zichtjaar 2030. 2030 is het uiterste rekenjaar in Aerius-lucht. In alle gevallen is gerekend met de verkeersgegevens representatief voor de toekomstige situatie (2033). De verkeersgegevens komen overeen met de gegevens zoals gehanteerd in het akoestisch onderzoek (zie paragaaf 3.1.2). Uit de resultaten blijkt dat ook in 2030 ruim aan de normen voor luchtkwaliteit wordt voldaan. De concentraties nemen af naar de toekomst, ondermeer door lagere voertuigemissies. Omdat in alle gevallen ruim aan de normen uit de Wet milieubeheer wordt voldaan, wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoering van de plannen.
Nu uit het onderzoek is gebleken dat in alle beschouwde situaties en langs alle beschouwde wegen wordt voldaan aan de normen uit de Wet milieubeheer. Hiermee vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van de plannen. Dit in navolging van Artikel 5.16, lid 1 onder a van de Wet milieubeheer, waarin is bepaald dat een ruimtelijke ontwikkeling doorgang kan vinden indien geen sprake is van normoverschrijdingen.
Juust
44
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
4.8.3
Conclusie
Op voorhand is er geen aanleiding te veronderstellen dat het aspect luchtkwaliteit een belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.9
Bedrijven en milieuzonering
4.9.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om dit aspect inzichtelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG; versie 2009). Deze zonering gaat uit van richtafstanden tussen potentieel hinderlijke functies per milieuaspect (gevaar, geluid, geur en stof) en gevoelige functies (wonen) in relatie tot het heersende omgevingstype (rustige woonwijk of gemengd gebied). Tabel 4.6 Richtafstanden per milieucategorie
De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of plaatsvinden, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de werkelijk te verwachten milieubelasting in plaats van de veronderstelde milieubelasting bij de richtafstanden.
4.9.2
Toetsing
Het plangebied Scheldekwartier kan op grond van de in de VNG-publicatie worden getypeerd als een gemengd gebied. Dit betekent dat in beginsel de richtafstanden uit kolom 2 van tabel 4.6 moeten worden aangehouden. Onderstaande bedrijven zijn relevant voor het Scheldekwartier.
Tabel 4.7 Inschaling van relevante bedrijven en bedrijfsactiviteiten in de omgeving van het Scheldekwartier
Juust
45
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
Stenenbeer Ten opzichte van de KPN wijkcentrale wordt in beginsel voldaan aan de richtafstand. Omdat de ter plaatse aanwezige installaties worden gekoeld door middel van airco units is, om een goed woon- en leefklimaat te garanderen, een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn neergelegd in een rapport (Bijlage 12) en nader uitgewerkt in paragraaf 4.10.2. Samengevat blijkt uit het onderzoek dat het opgesteld bronvermogen met 4 dB(A) dient te worden verlaagd door het vervangen van de airco units. Het totaal opgesteld bronvermogen bedraagt nu 74 dB(A) en dient te worden verlaagd naar een totaal opgesteld bronvermogen van 70 dB(A). Dit kan door het vervangen van één of meerdere airco units. Deze voorziening dient te zijn getroffen voordat de woningen worden betrokken. In tabel 4.7 zijn de in acht te nemen afstanden aangegeven. De voor deze activiteiten van toepassing zijnde richtafstanden vloeien voort uit het milieuaspect geluid. Aan de richtafstanden wordt voor het plangebied voldaan, behalve voor Amels Holland. De bedrijfsbestemming is op circa 260 meter van het plangebied gesitueerd. Aldaar zijn echter de parkeervoorzieningen van het bedrijf gelegen, de feitelijke bedrijfsactiviteiten vinden plaats in de bedrijfsbebouwing op het perceel. Deze bedrijfsbebouwing is wel op tenminste 300 meter afstand van het plangebied gelegen.
De voor het bedrijf geldende geluidzone voor het industrielawaai op grond van de Wet geluidhinder is vastgesteld en vastgelegd in de parapluherziening geluidzone de Schelde/Buitenhaven. Deze geluidzone is gebaseerd op de in de actuele vergunning Wet milieubeheer voor de KSG beschreven concrete bedrijfsactiviteiten van de diverse onderdelen van KSG (waaronder Amels Holland en de helikopterlandplaats). De werkzaamheden moeten dus plaatsvinden binnen de vergunning en kunnen en mogen niet de voor de geluidzone vastgestelde geluidsbelasting van 50dB op de zonegrens overschrijden. De geluidzone raakt het plangebied niet. De geluidbelasting op de zonegrens mag 50dB bedragen. Een acceptabel woon- en leefklimaat is gewaarborgd voor de nieuwe woningen. Aan de Koningsweg is eveneens een helikopterlandplaats gelegen. Een helikopterlandplaats valt, conform de VNG-brochure 'Bedrijven- en Milieuzonering', in milieucategorie 5.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 300 meter. Geluid is hierbij het maatgevend aspect. De afstand tussen de landplaats en de grens van het deelgebied Stenenbeer bedraagt circa 320 meter. Aan de richtafstand wordt voldaan. Koningsweg ongenummerd Met het realiseren van een parkeerterrein wordt geen milieugevoelig object toegevoegd. Een nadere beoordeling in het kader van bedrijven- en milieuzonering is daarom niet benodigd.
4.9.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de omliggende bedrijven en bedrijfsactiviteiten ter plaatse van woningen niet zullen leiden tot milieuhinder voor de nieuwe woningen en omgekeerd zullen de woningen geen belemmering vormen voor de bedrijven en bedrijfsactiviteiten, mits het opgesteld bronvermogen van de KPN wijkcentrale wordt verlaagd tot 70dB(A) voordat de woningen zullen worden bewoond. Het aspect milieuhinder en omliggende functies staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.10
Geluid
4.10.1 Wettelijk kader Op grond van de Wet geluidhinder moeten bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan, waarbinnen nieuwbouw van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen worden toegelaten, de van belang zijnde akoestische aspecten worden onderzocht. Dit betreft geluid vanwege wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Conform artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) (2007) bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Alvorens geluidgevoelige objecten - zoals woningen of scholen - kunnen worden geprojecteerd, dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). Als er nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de onderzoekszone van een weg worden gerealiseerd, dan mag
Juust
46
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
de geluidbelasting van het wegverkeer niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde van 48 dB. Wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde dient onderzoek naar de mogelijke toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden uitgevoerd. Blijkt dat niet mogelijk of op overwegende bezwaren te stuiten dan is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde. Deze hogere waarde mag de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet overschrijden. Daarnaast worden in het Bouwbesluit 2012 eisen gesteld aan de karakteristieke geluidwering. Dit betreffen eisen aan de geluidwering van de gevel zodat deze zodanig wordt geconstrueerd dat in verblijfsruimten van woningen voldaan wordt aan de maximale binnenwaarde van 33 dB. Voor woonerven en voor wegen waarop de maximum snelheid 30 km/h bedraagt, geldt geen onderzoekszone, waardoor ze - strikt formeel gezien - niet hoeven te worden getoetst aan de normen van de Wgh. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel wenselijk dat deze wegen mee worden genomen in de afweging. De normen uit de Wet geluidhinder voor nieuwe woningen binnen de geluidzone van nieuwe wegen kunnen hierbij worden gehanteerd als richtwaarde. In dat geval geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 63 dB.
4.10.2 Onderzoeksresultaten Wegverkeerslawaai Ten behoeve van de realisatie van de nieuwe woningen is door Goudappel Coffeng akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport met kenmerk 011180.20221011.R1.01 dat is opgenomen als Bijlage 11. Samengevat kan uit het onderzoek het volgende worden geconcludeerd. Rondom het projectgebied liggen diverse 30 km/uur-wegen. Situaties langs dergelijke wegen behoeven geen toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het echter wenselijk de geluidssituatie langs 30 km/h-wegen te beschouwen. De situatie is daarmee beschouwd als ware het een formeel te toetsen situatie. De situatie is beschouwd per geluidsbron. In voorliggende situatie zijn de volgende wegen beschouwd: 1. Stenenbeer (inclusief Groenewoud en Koudenhoek) 2. Wilhelminastraat 3. Hendrikstraat 4. Nieuwstraat De in gezoneerde situaties geldende voorkeursgrenswaarde van 48 dB is als richtwaarde gehanteerd. Wanneer de geluidsbelasting hoger is dan deze waarde, dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden overwogen. Geconstateerd is dat ten gevolge van de Stenenbeer, Wilhelminastraat en Hendrikstraat, de geluidsbelasting hoger ligt dan de in formeel te toetsen situaties geldende voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Omdat sprake is van 30 km/h wegen is geen sprake van toetsing aan de normen uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de toepassing van geluidsreducerende maatregelen te worden afgewogen. De prioriteit die de Wet geluidhinder geeft aan geluidsreducerende oplossingen is als volgt: 1. 2. 3.
Bronmaatregelen, zoals verkeers- en wegdekmaatregelen. Overdrachtsmaatregelen, zoals het vergroten van de afstand tussen de woning en de weg, schermen en wallen. Ontvangermaatregelen, zoals toepassing van gevelwering of ‘dove gevels’; dit zijn gevels zonder te openen delen die grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.
Wanneer sprake zou zijn geweest van een formeel te toetsen situatie, zou ontheffing voor een hogere waarde benodigd zijn omdat de geluidsbelasting (ook na het eventueel toepassen van een stille elementenverharding) hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In geval van ontheffing stelt het Bouwbesluit eisen aan de maximale binnenwaarde. Deze mag ten hoogste 33 dB bedragen. Omdat sprake is van 30 km/h-wegen, is het verlenen van een ontheffing voor een hogere waarde niet mogelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt geadviseerd om wel aan te sluiten bij de eisen ten aanzien van de maximale binnenwaarde uit
Juust
47
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
het Bouwbesluit. Voor het bepalen van het benodigd geluidsisolerend vermogen van de gevel is in beginsel de hoogste geluidsbelasting – zonder correctie conform artikel 110g Wet geluidhinder – bepalend. In de praktijk wordt doorgaans de gecumuleerde geluidsbelasting gehanteerd, zoals deze is opgenomen in bijlage 1 van het rapport. Op de gecumuleerde geluidsbelasting is geen correctie volgens artikel 110g Wet geluidhinder van toepassing. De hoogst berekende gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt in voorliggende situatie 62 dB. Om te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB dient het geluidsreducerend vermogen van de gevel dus 29 dB te bedragen (62 dB – 29 dB = 33 dB). Op basis van de resultaten uit voorliggend onderzoek kan per geveldeel het benodigde geluidsisolerend vermogen bepaald worden. Bij de verdere uitwerking van de plannen rekening gehouden met de geluidssituatie. Door het toepassen van een verhoogde borstwering of geluidsafscherming op balkons of het realiseren van loggia’s, kan een geluidsluwe buitenruimte of geluidsluw geveldeel worden gecreëerd. Ook kan bij de indeling van de appartementen mogelijk rekening gehouden worden met de geluidssituatie door woon- en slaapkamers zoveel mogelijk aan de zijde met de laagste geluidsbelasting te situering. In de planregels is hiertoe voorzien in een voorwaardelijke verplichting.
Daarnaast zijn de gevolgen van geluidsreflecties naar de woningen aan de overzijde van de straat onderzoek. De aanvullende geluidsberekening maakt per weg de geluidsbelasting op bestaande woningen inzichtelijk, waarbij de plansituatie is vergeleken met de referentiesituatie, zonder de beoogde woningbouw. Uit de analyse blijkt dat de geluidsbelasting op de bestaande woningen toeneemt door de reflectie van geluid. Dez toename is ten hoogste (afgerond) 1 dB. Daarmee is geen sprake van significante toenames van de geluidsbelasting. Dergelijke verschillen in de geluidsbelasting zijn niet waarneembaar voor het menselijk oor. Industrielawaai Door Kraaij Akoestisch Adviesbureau is de geluidbelasting op het plangebied berekend vanwege airco installaties van het KPN gebouw aan de Hendrikstraat 51 in Vlissingen, welk gebouw in gebruik is als telefooncentrale. Hoewel het gebruik is afgeschaald, en naar verwachting op termijn wordt beëindigd, dienen nog steeds diverse ruimtes gekoeld te worden. Hiervoor hangen aan de noordgevel van het pand 2 airco units en een condensorbank met twee ventilatoren. Het perceel heeft een bedrijfsbestemming. Het plangebied is pal ten noorden van het KPN gebouw gelegen. Het uitgangspunt is dat de planontwikkeling, waarbij wordt voorzien in woningbouw, er niet toe mag leiden dat de bedrijfsvoering belemmerd wordt.
Door middel van een akoestisch onderzoek, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport met kenmerk BP.2158.R01.rev1 (Bijlage 12) is onderzocht of en in welke mate er sprake kan zijn van een belemmering in de bedrijfsvoering. Hierbij zijn de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, die voor het KPN-gebouw van toepassing zijn, als uitgangspunt gehanteerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege de installaties van het KPN gebouw de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer op het plangebied overschrijden. Dit betekent dat het bedrijf in zijn bedrijfsvoering kan worden belemmerd. Om dit te voorkomen dient het opgesteld bronvermogen met 4 dB(A) te worden verlaagd door het vervangen van de airco units. Het totaal opgesteld bronvermogen bedraagt nu 74 dB(A) en dient dus te worden verlaagd naar een totaal opgesteld bronvermogen van 70 dB(A). Dit kan door het vervangen van één of meerdere airco units. Deze voorziening dient te zijn getroffen voordat de woningen worden betrokken. Spoorweglawaai Het plangebied ligt buiten de wettelijk van toepassing zijnde invloedssfeer (250 meter) van de spoorlijn Vlissingen-Roosendaal. Om die reden kan onderzoek naar het spoorweglawaai achterwege blijven en vormt dit aspect geen belemmering voor de realisering van dit project.
Juust
48
Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer
4.10.3 Conclusie De resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wijzen uit dat de geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai en industrielawaai geen belemmering behoeven te vormen voor de voorgenomen planontwikkeling, mits maatregelen worden getroffen. In het geval van industrielawaai is het noodzakelijk het opgesteld bronvermogen met 4 dB(A) te verlagen alvorens de woningen te betrekken. Voor wat betreft het wegverkeerslawaai wordte geadviseerd om te zorgen voor een voldoende groot geluidsisolerend vermogen van de gevel, om te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit, ook al is dit formeel niet van toepassing vanwege 30 km/h-regime. Bij de verdere planvorming kan hiermee rekening worden gehouden.
4.11
Externe veiligheid
4.11.1 Wettelijk kader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Gemeentelijk en provinciaal beleid externe veiligheid In maart 2006 is door de gemeente de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Vlissingen vastgesteld. Een toelichting daarop is door de Gemeente Vlissingen op 28 september 2010 vastgesteld. In de beleidsvisie is aangegeven, dat de gemeente risicosituaties beoordeelt aan de hand van de volgende veiligheidscriteria: plaatsgebonden risico, groepsrisico, zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffect. Vervolgens heeft de provincie op 10 april 2012 de Beleidsvisie Externe Veiligheid "Verantwoorde Risico's" vastgesteld. Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) geven een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In het Revi zijn o.a.
standaardafstanden opgenomen waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (zie hierna). Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van belang. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Normstelling Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is omschreven als de kans dat een persoon, die gedurende een heel jaar onafgebroken en onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, ten gevolge van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof komt te overlijden. De PR-contour met kans 10-6 geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten. Dat wil zeggen dat in het gebied binnen deze contour geen kwetsbare objecten voor mogen komen. Kwetsbare objecten zijn gebouwen waar personen zich gedurende een dag langere tijd bevinden (zoals woningen) of gebouwen, waarin grote groepen van kwetsbare personen verblijven (zoals verpleeghuizen). De contour met kans 10-6 geldt als richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten, waar gemotiveerd van kan worden afgeweken.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour met kans 10-5 als grenswaarde. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen, die niet als kwetsbaar object worden aangemerkt (zoals bedrijfsgebouwen). Ook objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefooncentrale voor hulpdiensten, worden als beperkt kwetsbaar beschouwd. Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans dat een groep personen van 10, 100 en 1.000 personen tegelijkertijd komt te