CConstaterende datVlissingen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 rvs Het bestemmingsplan Scheldekwartier, Stenenbeer bijlage 1 bestemmingsplan

Commissie Ruimte 28 maart 2024, gemeente VlissingenBij agendapunt: Bestemmingsplan locatie Stenen Beer Vlissingen (voormalig Postkantoor)22.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Juust

49

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

overlijden als gevolg van een ongewoon voorval met een gevaarlijke stof. Het GR kan grafisch worden weergegeven in een curve, de zogenaamde fN-curve. Het GR is niet wettelijk genormeerd. Voor het GR geldt enkel de oriënterende waarde als richtlijn. Het invloedsgebied is het gebied, waarin personen nog worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt vaak bepaald door de berekening van het grootste mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt (1%-letaliteitsgrens). Bij een overschrijding van de oriënterende waarde en/of toename van het groepsrisico is een verantwoording van het groepsrisico verplicht. In de Beleidsvisie externe veiligheid is aangegeven, dat bij een toename van het groepsrisico van meer dan 10% van de oriënterende waarde, een uitgebreide verantwoording noodzakelijk is, waarbij aandacht wordt besteed aan de criteria zelfredzaamheid, beheersbaarheid en resteffecten.

4.11.2 Toetsing In de nabije omgeving van het deelgebied Stenenbeer is een bovengrondse propaantank met een inhoud van 9,1 m3 gelegen (afbeelding 13). Doordat de inhoud kleiner is dan 13 m3, valt de propaantank niet langer onder het Bevi maar is het Activiteitenbesluit wet milieubeheer van toepassing. Op grond van het Activiteitenbesluit geldt een veiligheidsafstand van 25 meter vanuit het vulpunt en de opslagtank. De voorgenomen woningbouw op de locatie Stenenbeer wordt gebouwd op meer dan 25 meter vanaf het vulpunt en de opslagtank. De propaantank vormt hiermee geen relevante risicobron voor onderhavige ontwikkeling. Het deelgebied Stenenbeer ligt daarnaast binnen het invloedsgebied van de Westerschelde waar vervoer plaatsvindt van gevaarlijke stoffen (afbeelding 21). De maatgevende scenario's bestaan uit het vrijkomen van giftige stoffen (ammoniak) of ongevallen met brandbaar gas (een explosie of ontbranding van een vrijgekomen wolk brandbaar gas). Het plangebied is niet gelegen binnen de 10-6 contour. In 2013 is voor het vervoer van gevaarlijke stoffen op de Westerschelde door DNV GL een groepsrisicoberekening uitgevoerd waaruit blijkt dat naar verwachting de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden (Bijlage 7). Begin 2021 is een aanvullende kwalitatieve analyse uitgevoerd waaruit blijkt dat deze conclusie nog steeds geldig is.

Aangezien het plangebied gelegen is binnen het invloedsgebied is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Volgens artikel 7 van het Bevt dient in de verantwoording van het groepsrisico en hulpverlening ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.

Afbeelding 21 | Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl)

Juust

50

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

4.11.3 Verantwoording groepsrisico Nabij het plangebied zijn voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig. Daarnaast is de bereikbaarheid van het gebied goed. Voor de ontwikkeling van het gehele Scheldekwartier is voorzien in een goede verkeersontsluiting, zodat het plangebied goed bereikbaar is voor hulpverleningsdiensten. Daarnaast zijn er voldoende vluchtmogelijkheden om het gebied te kunnen ontvluchten. Er zijn derhalve geen knel- of aandachtpunten aanwezig op het gebied van bestrijdbaarheid. Om de zelfredzaamheid te vergroten, worden de toekomstige bewoners geïnformeerd over hoe zij het beste kunnen handelen in het geval van een incident waarbij een toxische wolk vrijkomt. Hiertoe kan gebruik gemaakt worden van de infografic van de Veiligheidsregio Zeeland (Bijlage 8). Daarnaast worden de appartementen zodanig gebouwd dat deze luchtdicht afsluitbaar zijn. Zo kan bijvoorbeeld de mecha nische ventilatie met een eenvoudige handeling uitgeschakeld worden.

4.12

Windhinder

4.12.1 Wettelijk kader In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. De beoordeling van windhinder is nodig vanuit een goede ruimtelijke ordening. De, inmiddels algemeen en ook in de jurisprudentie, aanvaarde norm NEN 8100 geeft normen voor het beoordelen en onderzoeken van windhinder en windgevaar in de bebouwde omgeving. In deze norm is een beslismodel weergegeven, wanneer windhinderonderzoek nodig is: 1. 2. 3.

beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 – 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is; onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is. gebouwen, hoger dan 30 meter: windonderzoek.

4.12.2 Onderzoeksresultaten De aanvaarde norm NEN 8100 geeft normen voor het beoordelen en onderzoeken van windhinder en windgevaar in de bebouwde omgeving. In deze norm is een beslismodel weergegeven, wanneer windhinderonderzoek nodig is: 1. beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 – 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is; 2. onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 meter: een deskundige beoordeelt of windonderzoek nodig is. 3. gebouwen, hoger dan 30 meter: windonderzoek. Voor het appartementengebouw geldt dat een maximaal aantal bouwlagen van 5 is toegestaan in de vorm van hoogteaccenten in het midden en/of op de hoeken van de nieuwbouw. De bebouwing is daarmee circa 15-16 meter hoog. Het is gewenst inzichtelijk te maken of sprake kan zijn van windhinder. Door SIM Studio is op 11 augustus 2022 een quickscan windklimaat (deskundig oordeel) uitgevoerd (zie Bijlage 13). Hierbij is gekeken naar het effect van het bouwplan op het lokale windklimaat op voetgangersniveau. In de NEN8100 wordt gesteld dat gebouwen tot 1,5 keer de hoogte van de omliggende bebouwing naar verwachting geen overmatige windhinder veroorzaken. Bij een grotere verhouding bestaat de kans op windhinder. De beoogde ontwikkeling op deze locatie is ongeveer 1,5 keer hoger dan de naast gelegen gebouwen en kan daarmee effect hebben op het windklimaat.

Daarnaast ligt het bouwplan in het kustgebied waardoor de algemene windsnelheid hoger zal zijn. Omdat de wind bijna 50% van het jaar uit zuid- tot westelijke richting komt, zullen deze windrichtingen de meeste impact hebben op het windklimaat op straatniveau. Gezien de hoogte en de omgeving wordt er geen windhinder of windgevaar verwacht. Voor de meest voorkomende windrichting ligt de ontwikkeling vrij beschut in de omgeving. Langs de zuidzijde van de ontwikkeling is de grootste kans op een verhoogd windklimaat door dat het hoogte verschil het grootst is met de omgeving. Gezien de hoogte van de ontwikkeling zal dit maximaal een windklasse B of C zijn. Dit moet meegenomen worden wanneer er aan de zuidzijde een binnentuin wordt gesitueerd. Naast de westzijde van de ontwikkeling, is er ook een mogelijkheid op een iets verhoogd windklimaat rond de noordoost en noordwest hoek van het gebouw. Doordat op beide locaties bomen staan bomen wordt niet verwacht dat dit windklasse B of C zal overschrijden.

Juust

51

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

4.12.3 Conclusie Uit dit onderzoek blijkt dat, gelet op de hoogte en de omgeving, geen windhinder of windgevaar wordt verwacht. Daarmee hoeft er in een vervolg stadium geen CFD onderzoek uitgevoerd te worden.

4.13

Ecologie

4.13.1 Wettelijk kader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het NatuurNetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Dit is anders indien uit de Wnb voortvloeit dat een passende beoordeling moet worden gemaakt. Deze dient te zijn verricht ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan. Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: a. b. c.

Natura-2000 gebieden; Bijzondere nationale natuurgebieden; NatuurNetwerk Nederland (NNN).

Daarvan zijn de Natura-2000-gebieden en het NatuurNetwerk Zeeland (als onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland van belang). De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: a. b. c.

soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; en de bescherming van overige soorten.

De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij

Juust

52

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de provincie Zeeland geldt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud een vrijstelling voor een groot deel van de “overig” beschermde soorten. Deze lijst is in de provincie Zeeland ongeveer vergelijkbaar met de “Tabel 1-soorten”, dus de meest algemene soorten amfibieën en zoogdieren. Voor de Europees beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn) is er overigens geen beleidsruimte en blijft de bescherming onveranderd.

4.13.2 Onderzoeksresultaten Voor de beoordeling van de ecologische consequenties van de herontwikkeling van de locatie Stenenbeer is door Buijs Eco Consult een flora- en faunacheck (quickscan) uitgevoerd om natuurwaarden in beeld te krijgen en te bepalen of er al dan niet natuurwaarden in het geding zijn en hoe effecten op natuurwaarden kunnen worden voorkomen. Het plangebied is in het kader van de quickscan op 11 augustus 2022 bezocht door een ecoloog. De resultaten van de quickscan zijn neergelegd in een memo van 11 november 2022 (Bijlage 14). De conclusies en aanbevelingen luiden als volgt. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied is op ruime afstand (ca. 400 m) gelegen van het Natura 2000-gebied Westerschelde en Saeftinghe (zie afbeelding 22). Doordat de werkzaamheden fysiek zijn afgeschermd door de omringende bebouwing worden geen directe effecten verwacht op deze Natura 2000-gebieden. Effecten van stikstofdepositie zullen gelet op de afstand van het Natura 2000 gebied moeten worden berekend door middel van een Aerius berekening. Andere Natura 2000 gebieden zoals het Veerse Meer en de Manteling van Walcheren zijn op meer dan 11 km gesitueerd van het plangebied.

Afbeelding 22 Ligging t.o.v. Natura2000-gebied Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Juust

53

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

Her plangebied ligt op net iets meer dan 100 meter van het NNN. Het is aangemerkt als kruiden en faunarijk grasland. Gelet op de afstand en situering in een stedelijke omgeving kunnen effecten op het NNN op voorhand worden uitgesloten.

Afbeelding 23 Ligging t.o.v. NNN Stikstofdepositie Om inzicht te krijgen in de mogelijke gevolgen van de woningbouwontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 -gebieden, zijn de bouwfase en de gebruikssituatie berekend met het programma AERIUS-calculator (versie 2023). AERIUS is het ‘online rekeninstrument’ voor de leefomgeving, dat gebruikt kan worden zowel voor toestemmingverlening voor de Wet Natuurbescherming (Wnb) als voor beleidsmatige ondersteuning. In een memo met kenmerk 20221197 is Rho Adviseurs (Bijlage 15) achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en is conclusie gegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en dat er daarom geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn daarom niet aan de orde. Het plan is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Stikstofdepositie vormt geen probleem voor de uitvoerbaarheid van het plan. Soortenbescherming Beschrijving projectgebied en ingreep Binnen het plangebied staan enkele kleine bomen en is sprake van een smalle strook met struiken . Net buiten het plangebied staan wat grotere bomen . Binnen het plangebied ligt enkel (kruidenvrije) bestrating met openbare verlichting en is geen sprake van bebouwing welke geamoveerd dient te worden.

Grenzend aan het plangebied staat bestaande bebouwing. Ter plaatse is het ontwikkelen van nieuwe bebouwing beoogd. Hierbij zal met name in de aanlegfase sprake zijn van storing door trilling, geluid en licht. In de gebruiksfase zullen effecten beperkt zijn aangezien de omgeving eveneens woonhuizen betreft in een binnenstedelijk gebied. Beschermde soorten Het plangebied zelf is niet of nauwelijks geschikt voor beschermde soorten door het ontbreken van geschikt habitat. Er is nauwelijks sprake van groen. Toch kan het aanwezige groen binnen het plangebied wel gebruikt worden door algemeen voorkomende soorten zoals houtduif, Turkse tortelduif, merel, roodborst, heggenmus, roodborst en/of egel en algemeen voorkomende muizen (huisspitsmuis, huismus etc.). I de omringende bebouwing kunnen potentieel soorten voorkomen als huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende soorten vleermuis zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Voor andere (zwaarder) beschermde soorten: (muur)planten, zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden ontbreekt geschikt habitat binnen het plangebied of kunnen deze op grond van lokale verspreiding worden uitgesloten. Effect ingreep op beschermde soorten

Juust

54

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

Door de marginaal aanwezige beplanting binnen het plangebied na vrij gave ecoloog buiten het kwetsbaar voortplantingsseizoen( grofweg 1 maart t/m 1 september) te verwijderen kunnen effecten op algemeen voorkomende broedvogels worden uitgesloten. Tijdens de bouwfase kunnen effecten op potentieel gebouw bewonende vleermuizen grenzend aan het plangebied worden voorkomen door geen licht te laten uitstralen vanaf de bouwlocatie op gevels en daken van de aangrenzende bebouwing of de grote bomen in de Wilhelminastraat en Hendrikstraat. Effecten op eventuele broedvogels in deze bomen of bebouwing worden niet aannemelijk geacht aangezien het soorten van urbaan gebied betreft die gewend zijn aan fysieke aanwezigheid van mens en materieel. Wel heeft het de voorkeur om werkzaamheden op te starten buiten het broedseizoen zodat de aanwezige dieren kunnen wennen aan de nieuwe bewegingen binnen het plangebied. Verstoring van potentiële broedvogels wordt echter niet verwacht of aannemelijk geacht

4.13.3 Conclusie Er worden geen directe effecten verwacht van het projectvoornemen op beschermde gebieden. Het plangebied is nauwelijks geschikt voor beschermde soorten. Effecten op algemeen voorkomende broedvogels kunnen worden voorkomen door het marginaal aanwezige groen ruim voor het kritisch broedseizoen (1 maart t/m 1 september) te verwijderen. Tijdens de bouwfase moet uitstraling van bouwverlichting op de omringende bebouwing en bomen worden voorkomen in het vleermuisactieve seizoen (1 april t/m 1 november). Hiermee kunnen effecten op beschermde soorten op voorhand worden uitgesloten.

4.14

Kabels en leidingen

In en rondom het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig of in voorbereiding. Wel ligt de reguliere ondergrondse infrastructuur direct rondom het plangebied. Het kabel- en leidingenprofiel zal worden ingepast in de profielen van de openbare ruimte. Daarnaast is op het huidige parkeerterrein Stenenbeer een gasdrukregelstation aanwezig. Hiervoor is in overleg met DNWG een nieuwe locatie bepaald en de voorgenomen verplaatsing is voorzien in het voorjaar van 2024.

4.15

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

55

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

Hoofdstuk 5 Toelichting juridische plan 5.1

op

het

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de juridisch -planologische regeling in dit bestemmingsplan toegelicht. Die regeling moet voldoen aan bepaalde eisen. Zo is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en andere bestemmingsplannen en verordeningen zijn van belang voor het opstellen van een bestemmingsplan. De regels dienen op een dusdanige wijze te zijn opgesteld, dat deze uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. In dit bestemmingsplan zijn geen bestemmingen of gebruiksregels opgenomen, die doelbewust huidig feitelijk gebruik zouden uitsluiten.

5.2

Toelichting op de verbeelding

Algemeen Een bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Verder geldt het volgende: De ondergrond waarop de verbeelding is gebaseerd, geeft informatie over de actuele (kadastrale) situatie. Op de verbeelding wordt met de bestemming en de aanduidingen aangegeven of, en zo ja welke bebouwing is toegestaan. De beoogde nieuwbouw is bestemd voor Wonen en de daarbij behorende (parkeer)voorzieningen. De als gevolg van de beoogde nieuwbouw te verplaatsen parkeerplaatsen zijn, waar sprake is van een definitieve nieuwe locatie, als zodanig bestemd. Voor een deel van het plangebied zijn met arceringen gebiedsaanduidingen opgenomen. Hierover volgt later meer uitleg. Hoofdgebouwen mogen (uitsluitend) binnen het op de verbeelding aangeduide 'bouwvlak' worden opgericht. Bijbehorende bouwwerken (aan- en uitbouwen, bijgebouwen en uitbreidingen van het hoofdgebouw) mogen ook daarbuiten, mits deze binnen de bestemming worden gebouwd.

De maximale bouwhoogte van de hoofdgebouwen is op de verbeelding aangeduid met een aanduiding, evenals het maximaal te realiseren aantal woningen. Op de analoge (papieren) versie van het bestemmingsplan: 1. worden maatvoeringsaanduidingen zoals de maximum goot- of boeibordhoogte aangegeven door middel van een matrix bij het bouwvlak; 2. wordt de betekenis van de bestemmingen en de aanduidingen aangegeven op het renvooi. De gehanteerde bestemmingen Het deelgebied Stenenbeer 5 krijgt de bestemming 'Wonen' met bouwvlak. Ter plaatse van het bouwvlak geldt de aanduiding 'gestapeld' en zijn de maatvoeringsaanduidingen 'maximum aantal bouwlagen' en 'maximum aantal wooneenheden' opgenomen voor maximaal 5 bouwlagen en en maximaal 35 woninge. De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' is gehandhaafd. Het deelgebied Koningsweg ongenummerd heeft de bestemming 'Verkeer' met de functieaanduiding 'parkeerterrein'. De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' en de gebiedsaanduiding 'Geluidzone - Industrie' zijn gehandhaafd.

Juust

56

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

5.3

Toelichting op de regels

De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hieronder worden de hoofdstukken en onderliggende artikelen nader toegelicht.

5.3.1

Inleidende regels

Begripsbepalingen en Wijze van meten In de inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald.

5.3.2

Bestemmingsregels

Verkeer Binnen de verkeersbestemming is het nieuwe parkeerterrein bepaald, waar vervangende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Er zijn geen gebouwen toegestaan, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Deze bestemming geldt ook voor de Koudenhoek en de Onderstraat die aan onderhavig bestemmingsplan zijn toegevoegd. Wonen In de bouwregels zijn ten hoogste 35 woningen toegestaan en is vastgelegd dat deze gestapeld mogen worden gerealiseerd, waarbij het aantal toegestane bouwlagen op de verbeelding is weergegeven. De aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' maakt het mogelijk om ter plaatse van het aanduidingsvlak een vijfde bouwlaag te realiseren die ten hoogste 70% van de omvang van het aanduidingsvlak bedraagt. Het maximum aantal woningen kan door het college worden gewijzigd (lid 4.5) als blijkt dat na de oplevering van het gebouw minder woningen zijn gebouwd, c.q. in het plangebied aanwezig zijn. Elke woning mag worden bewoond door ten hoogste één huishouden. In artikel 1, lid 1.33 is beschreven wat onder een huishouden wordt verstaan. Met deze regeling wordt de huisvesting van meerdere personen in een los verband, bijvoorbeeld (internationale) werknemers, voorkomen. In de woningen wordt onder voorwaarden de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan.

Om hinder te voorkomen moet de oppervlakte beperkt blijven (maximum 50 m2) en mag er geen detailhandel en internetverkoop plaatsvinden. Tot slot is in de woonbestemming de verplichting opgenomen om voldoende parkeerplaatsen aan te leggen en in stand te houden. Daarbij is gekozen voor een maatwerkregeling. Waarde-Archeologie 1 De voor Waarde - Archeologie - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 50 m2 en niet dieper reiken dan 40 centimeter.

5.3.3

Algemene bepalingen

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Artikel 7 Algemene bouwregels

Juust

57

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

7.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten In lid 7.1 is geregeld dat bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die afwijken van de maten die in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd en die met vergunning tot stand zijn gekomen, mogen worden aangehouden. Er is dus geen sprake van een uitsterfregeling met overgangsrecht. Vanzelfsprekend geldt een dergelijke bepaling alleen voor bestaande bouwwerken. 7.2 Overschrijding bouwgrenzen In lid 7.2 is geregeld dat bouwgrenzen mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen van gebouwen. Er mogen geen bestemmingsgrenzen worden overschreden, want dan zou sprake zijn van strijdig gebruik. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels 8.1 Geluidzone - industrie De Schelde/Buitenhaven Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie De Schelde/Buitenhaven geldt dat nieuwe geluidgevoelige objecten slechts zijn toegestaan indien de geluidbelasting vanwege het gezoneerd industrieterrein op de gevels van de objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Geringe afwijkingen maten en bouwgrenzen Tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels voor: a. b.

afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Artikel 11 Overige regels 11.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

5.3.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.

Juust

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

58

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

1. 2.

b. c.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Scheldekwartier Zuid, Stenenbeer'.

Juust

59

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Kostenverhaal

In de Wro en het Bro zijn bepalingen opgenomen, die gaan over verplicht kostenverhaal door de gemeente. In bepaalde gevallen kan dit uitmonden in een verplicht op te stellen grondexploitatieplan. Nu dit bestemmingsplan ziet op de ontwikkeling van een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening is verplicht kostenverhaal in beginsel aan de orde. Op grond van artikel 6.12, lid 2, van de Wro kan worden afgezien van de vaststelling van een exploitatieplan, indien het verhaal van de kosten anderszins is verzekerd en het niet noodzakelijk is om een tijdvak of fasering te bepalen dan wel andere eisen te stellen aan de inrichting van het gebied. Deze bepaling brengt met zich mee, dat, indien alle gronden binnen een gebied, waarvoor een bestemmingsplan wordt vastgesteld op basis waarvan bouwplannen mogelijk zijn, in eigendom zijn van de gemeente, er geen exploitatieplan nodig is. De gemeente regelt het kostenverhaal via de uitgifte van de bouwgrond. Ook de fasering en inrichting bepaalt de gemeente zelf. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet vereist.

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

Voor het projectgebied Scheldekwartier is een grondexploitatie vastgesteld. De uitvoering van dit project past daar binnen. De financieel-economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is daarmee gewaarborgd.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak Met ingang van 31 juli tot en met 25 september 2023 heeft het voorontwerp bestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn 6 inspraakreacties ontvangen. Deze zijn samengevat en voorzien van overwegingen en een conclusie opgenomen in het document 'Inspraakreacties Voorontwerp bestemmingsplan Scheldekwartier Zuid, Stenenbeer'. Dit document is als bijlage bijgesloten (Bijlage 16). Als gevolg van de ingediende inspraakreacties is de bouwhoogte van de beoogde nieuwbouw beperkt; daar waar vijf bouwlagen kunnen worden gerealiseerd is dit beperkt tot 70% van de maximale breedte. Zienswijzen Burgemeester en wethouders hebben op grond van artikel 3.8 van de Wro jo. Afd. 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht het ontwerpbestemmingsplan vanaf 14 december 2023 tot en met 25 januari 2024 ter inzage gelegd. In deze periode kon een ieder een zienswijze indienen. Op grond van de Inspraakverordening is het plan in het huis-aan-huis blad de Vlissingse bode en in het GVOP bekendgemaakt. Tevens is het plan digitaal raadpleegbaar gesteld op de gemeentelijke website www.vlissingen.nl/bestemmingsplannen. Tijdens de inspraakperiode op het voorontwerp is er op 6 september 2023 een inloopbijeenkomst georganiseerd voor omwonenden.

Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn drie zienswijzen ontvangen van omwonenden en andere belanghebbenden, niet zijnde niet-officiële instanties. Deze zienswijzen zijn samengevat weergegeven in het document 'Reactie ingekomen zienswijzen' (Bijlage 17), waarna in een reactie is aangegeven hoe de zienswijze is beoordeeld en of deze tot aanpassingen in het bestemmingsplan heeft geleid.

6.4

Overleg instanties

Op grond van artikel 3.1.1 van het Bro moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg worden gepleegd met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen, die in het plan in het geding zijn. Dit zijn in ieder geval de volgende instanties.

Juust

60

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

1. 2. 3.

Provincie Zeeland, Postbus 165, 4330 AD Middelburg (provincie@zeeland.nl). Waterschap Scheldestromen, Postbus 1100, 4330 ZE Middelburg (info@scheldestromen.nl). Veiligheidsregio Zeeland, Postbus 8016, 4330 EA Middelburg (info@vrzeeland.nl).

Het voorontwerp bestemmingsplan is voor overleg verstuurd met het verzoek binnen 2 weken te reageren. Genoemde partijen hebben aangegeven in te kunnen stemmen met het voorliggende plan.

Juust

61

Scheldekwartier-Zuid, Stenenbeer

Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl

juust.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13917182/1