Bijlage 1 rapport inventarisatie_Zwartgemaakt
Tekst van het document
Landschapskaarten Holoceen afgedekt Nederland Op basis van onder meer een deel van de hiervoor genoemde bronnen is door TNO/Universiteit Utrecht/Deltares een landsdekkend kaartbestand gemaakt met begraven landschappen uit de laatste 14.000 jaar.46 Hierin is onder meer de ‘erosiestatus’ van het landschap in de tijdlagen die voor dit bestand zijn aangemaakt, aangeduid. Voor de archeologische potentie van een gebied is het van belang te weten waar een eerder bestaand landschap door latere erosie verdwenen is. Op basis van geologische karteringen en inzichten over de beschrijving van de verschillende eenheden, de kennis over de opbouw van de bronbestanden, de regionale karteerbaarheid van erosie-fenomenen en de archeologische
44
https://www.dinoloket.nl/detaillering-van-de-bovenste-lagen-met-geotop, geraadpleegd d.d. 17-11-2021.
45
Stafleu et al. 2019.
46
Cohen et al. 2017a.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
35
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
gebruikscontext zijn beslissingen genomen over de uitspraak van het al dan niet nog aanwezig zijn van het vroegere landschap.47 Dit heeft voor deze set kaarten geleid tot een indeling in vier categorieën: 1) bewaard gebleven 2) door erosie (gedeeltelijk) aangetast, 3) door erosie verloren gegaan 4) open-water gebied. Voor wat betreft het inzicht in de archeologische potentie van het begraven landschap is, mede door het beperkte zicht op de mate van aantasting in het geval van de tweede categorie, zowel verticaal als lateraal, alleen het onderscheid in ‘bewaard gebleven’ of ‘door erosie verloren gegaan’ van belang. De beoogde gebruiksschaal van de begraven landschappenkaart is regionaal – op de schaal van de ‘geologische kaart’, zoals in het toelichtende rapport beschreven is. 48 Uitgaande van de niet-voltooide landelijke geologische kartering zou dat een nauwkeurigheid/betrouwbaarheid op schaal 1:50.000 betekenen. In het hoofdrapport van de kaart wordt echter vermeld dat de bestanden bruikbaar zouden moeten zijn voor het ‘produceren van kaartbeelden tot een schaal 1:10.000’.
49 Gezien de nauwkeurigheid van de basisbestanden in het geval van het gemeentelijk gebied van Vlieland, is het verstandig maximaal het in het deelrapport genoemde ‘geologische kaart’-niveau aan te houden, aangezien dit onzes inziens meer overeenkomt met de onzekerheid die in het beeld van de begrenzingen van de verschillende eenheden is opgenomen. Paleogeografische kaarten Het onderscheid in genese van landschappelijke eenheden is wel onderdeel van de paleogeografische kaartenreeks van het eind van het Pleistoceen tot heden.50 “De kaarten geven op een landelijke schaal
informatie over welke delen van het landschap bewoonbaar waren en welke delen hiervoor minder geschikt waren. Deze landelijke kaarten kunnen als uitgangspunt dienen voor regionale verfijningen gemaakt worden”51; voor het IJmondgebied zijn dergelijke verfijningen in het recente verleden gemaakt
en daar waar relevant bevonden ook verwerkt in deze kaartenreeks. 52 De hoofd-informatiebron voor de verschillende kaartbeelden is, zoals al eerder voorbijgekomen in dit bronnenoverzicht, de DINOdatabank. De kaarten tonen aan de hand van tijdsuitsneden het verloop van natuurlijke processen zoals de relatieve stijging van de zeespiegel, de veranderende loop van de rivieren en de vorming van grote veenvlaktes. Deze natuurlijke ontwikkelingen - samen met de manier waarop de mens in het landschap heeft ingegrepen - maken duidelijk hoe het landschap van gedaante is veranderd en langzaam de vorm heeft gekregen zoals we het nu kennen. In de kaarten wordt, op basis van de hiervoor genoemde brongegevens, een onderscheid gemaakt tussen verschillende landvormen die aanwezig zijn geweest aan maaiveld in een bepaalde periode. Zo worden, per tijdsuitsnede, elementen als strandvlaktes, strandwallen en duinen aan/nabij de kust onderscheiden, en komen daarnaast en daarachter (in het achterland) eenheden voor als wadden, kwelders, kwelderwallen en -ruggen, en veen(vlaktes). Wanneer we deze landschappelijke eenheden kunnen koppelen aan het al dan niet voorkomen van archeologische indicatoren, kunnen we een beeld krijgen van de archeologische relevantie van delen uit het landschap.
Wat we wel steeds in het achterhoofd moeten houden, is dat de paleogeografische kaarten een beeld geven van hoe het landschap in
47
Cohen et al. 2017a, 23.
48
Cohen et al. 2017a, 80.
49
Cohen et al. 2017b, 22.
50
Vos et al. 2018 / 2020.
51
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/paleografische-kaarten, geraadpleegd d.d. 21-072020. 52
Inventarisatie van het Oer-IJ gebied: Vos/Soonius 2004. Aanpassingen uit Vos/Koning/Van Eerden 2015, aangevuld met en deels gebaseerd op de geolandschappelijke kaart uit Brugman et al. 2011.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
36
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
hoofdlijnen eruit kan hebben gezien, en met nadruk niet wat daar nu nog van in de ondergrond aanwezig is.
Afbeelding 4 GeoTOP modellering , met op 5 m (links) en 10 m (rechts) beneden NAP voorkomende lithostratigrafische eenheden, met daarop - links - in lichtblauw de boringen uit de DINO databank die tot ten minste 5 m beneden NAP reiken, en rechts in donkerblauw de boringen die tot ten minste 10 m beneden NAP reiken. Deze boringen vormen de daadwerkelijke controlepunten voor de getoonde ‘doorsneden’. Bron: GeoTOP / DINOLoket.
Archeologische onderzoeken Binnen het grondgebied van Vlieland zijn nog maar zeer beperkt archeologische onderzoeken uitgevoerd. Dit geldt zeker voor onderzoeken waarbij het bodemprofiel en de bodemopbouw is ontsloten, zoals bij booronderzoek, proefsleuven of opgravingen gebeurt. Onderzoeken met ingrepen in de bodem zijn enkel uitgevoerd binnen de historische dorpskern en leveren daarmee alleen voor dit gebied informatie op over de landschappelijke ontwikkeling en de huidige opbouw van de ondergrond op Vlieland. Hydrologie Voor de hydrologie bieden verschillende bronbestanden informatie. Op de gedetailleerde bodemkaart zijn gegevens beschikbaar over de stand van het grondwater ten tijden van het optekenen van deze kaart.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
37
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Deze kaart dateert uit 1986.53 Daarnaast zijn gegevens beschikbaar over de huidige stand van het grondwater op BIS-Nederland.54 Ook is informatie beschikbaar in het DINO-loket van peilbuizen.55 Bij deze data is gelet op de grondwaterstand-meetreeks, die het liefst zo lang mogelijk is en waar de meting heeft plaatsgevonden. Hierbij zijn de hogere duinen vermeden. Deze data is geanalyseerd om te kijken of er een trend van vernatting of verdroging waarneembaar is. Op Vlieland is de grondwaterstand over de jaren nog niet sterk gewijzigd. De gemiddelde grondwaterstand in verschillende delen van het eiland is archeologisch van belang om dat aan de hand daarvan een uitspraak kan worden gedaan over de conservering van archeologische resten. Onder grondwater blijven archeologische resten van organische aard (hout, leer, voedselresten) nu eenmaal beter bewaard dan daarboven. 5.1.2
Conclusies over de kwaliteit en dichtheid van de beschikbare bronnen
Hoewel het uitgebreide overzicht van de gegevens op het eerste gezicht misschien anders zou doen vermoeden, is over de ondergrond van de gemeente Vlieland en daarin al dan niet begraven voormalige landschap nog niet zoveel bekend. Meestal kunnen niet meer dan het aanwijzen van bepaalde geologische lagen en het indicatief aangeven van de globale diepteligging en variatie. Langzaam komt daarin door nieuwe waarnemingen en ontsluitingen verandering, maar die veranderingen hebben een zodanig beperkte ruimtelijke spreiding, dat het nog niet gesproken kan worden van een eiland-dekkend beeld van de ondergrond op het benodigde detailniveau. Over de paleo-geografische kaarten van het gebied dient naast de opmerking door de opstellers over de schaal,56 wellicht ten overvloede, gezegd te worden dat deze vooral een reconstructie geven van hoe het landschap er in de betreffende tijdsperiode uit heeft gezien. Ze geven niet aan wat daar nu daadwerkelijk nog van aanwezig is in de ondergrond.
Als we kijken naar de dichtheid van de informatie, die over de (ondiepe) ondergrond van de gemeente Vlieland aanwezig is, dan wordt, zoals in de beschrijving per bron reeds vermeld is, duidelijk dat we meestal niet alleen met een geringe dichtheid (en een grote variatie daarbinnen) van waarnemingen in het vlak te maken hebben, maar ook dat die dichtheid naar gelang de diepte onder het maaiveld, steeds verder afneemt. De bodemkaart, die voor de landelijke bodemkartering op schaal 1:50.000 is opgesteld, is nog gebaseerd op een gemiddelde dichtheid van 1 boring per hectare. Zodra we echter overschakelen naar de geologische gegevens, dan neemt de informatiedichtheid snel af. Voor het bereik tot 5 meter beneden NAP is er nog sprake van een gemiddelde dichtheid van 1 boring per 200 hectare. Wanneer we bij de 10 meter onder NAP zijn aanbeland, is de gemiddelde dichtheid reeds gezakt naar 1 boring per 384 hectare. Ook als we niet per sé kijken naar een vaste diepte onder NAP, maar bijvoorbeeld naar de top van het Pleistocene landschap, dat zich op variabele diepte bevindt (uiteenlopend van iets meer dan 2 meter beneden NAP in het Waddenzee-deel van de gemeente tot ongeveer 21 meter beneden NAP in het noorden), is er nog steeds sprake van een geringe dekkingsgraad.
Als het gaat om de dichtheid van boringen die ten minste de top van het Pleistoceen bereiken, komen op 1 boring per 10,58 hectare. De dichtheid is dus minder dan 1/10e deel van dat van de bodemkaart, terwijl we ook nog eens met een zeer variabele diepteligging van dat pleistocene oppervlakte van rond de 19 meter te maken hebben.
53
Oosten 1986.
54
https://bodemdata.nl/basiskaarten, Grondwater.
55
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, o.a. B04F0039-001. 56 De eerste generatie kaarten, voor de Atlas van Nederland in het Holoceen, is opgesteld op een schaal 1:100.000. Vos 2011
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
38
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
De dichtheid aan boorgegevens is gezien vanuit het perspectief van vereiste en benodigde dichtheden bij prospectief archeologisch onderzoek op landbodems dus nog altijd laag. De lage dichtheid aan gegevens zorgt ervoor dat eigenlijk alleen zeer algemene patronen met enige waarschijnlijkheid kunnen worden weergegeven. De eenheden op de kaart kunnen dan ook geenszins het detailniveau benaderen dat verkregen wordt uit gedetailleerde landschappelijke en archeologische karteringen op vindplaatsniveau. Buiten de Dorpskern ontbreken die helaas nog.
5.2 5.2.1
De archeologische vindplaatsen Inleiding
Voor de archeologische inventarisatie zijn gegevens uit verschillende bronnen geraadpleegd, welke hieronder nader worden toegelicht. Op basis van de inventarisatie zijn vondstlocaties aangemerkt en in GIS weergegeven. Voor de recentere historische perioden zijn deze vervolgens waar mogelijk gecorreleerd aan bekende cultuurhistorische waarden. Deze zijn ook als bron voor de archeologische inventarisatie gebruikt, als het aannemelijk is dat ook ondergronds resten aanwezig zijn. Eerst worden de vondsten en vindplaatsen op het land besproken, die op en onder de zeebodem worden besproken vanaf paragraaf 5.4 (Waterbodem). Een moeilijkheid bij het bepalen van de grens tussen landbodem en waterbodem is het Westerveld. Het betreft een wadplaat, die onder invloed van het getij nu droog en dan weer nat is. Aangezien de aanduiding als vindplaats voornamelijk in verband staat met het dorp is er voor gekozen om deze bij de landbodem te betrekken. Daarmee behoort ook het scheepswrak dat op Westerveld is aangetroffen bij de landbodem vondsten. In de volgende paragraven worden de bronnen, het bronnengebruik en de uitgangspunten van de inventarisatie nader toegelicht. 5.2.2
Perioden
Voor het opstellen van een archeologische inventarisatiekaart zijn de vindplaatsen en archeologische resten geïnventariseerd en beoordeeld op hun kwaliteit en betrouwbaarheid. Omdat door betrokken stakeholders landelijk de wens is uitgesproken om archeologische inventarisaties zoveel mogelijk volgens en vaste opzet uit te voeren, waardoor de resultaten tussen gemeentes beter vergelijkbaar worden, is een daartoe een standaardisering in periode-afbakening en complextypes voorgesteld. De aanwezige bekende archeologische vindplaatsen op het eiland zijn om te beginnen daarom aan de hand van deze standaardisering geïnventariseerd, De vier hoofdperioden zijn als volgt gedefinieerd: I Jagers-verzamelaars (9700 – 3700 v. Chr.) Periode: het ABR gaat voor de eerste hoofdperiode uit van jagers-verzamelaars én de vroegste boeren, dus van het Paleolithicum tot en met Midden-Neolithicum A. Bestaanswijze: deze periode wordt gekarakteriseerd door gemeenschappen die gespecialiseerd zijn in de seizoensmatige exploitatie van natuurlijke voedselbronnen. Dit betreft jagers/vissers en verzamelaars. Deze gemeenschappen hebben een sterk mobiel karakter; grotendeels bepaald door de seizoensmatige beschikbaarheid en aard van de voedselbronnen. Archeologische verschijningsvorm: kleine tot grote vondststrooiingen (palimpsests) van vooral (vuur)steen en in veel mindere mate verbrand dierlijk botmateriaal.
Grondsporen (met name kuilen) zijn zeldzaam of slecht herkenbaar, met uitzondering van haardkuilen. Begravingen zijn schaars en crematies nog zeldzamer. II Vroege landbouwers (3700 – 1500 v. Chr.) Periode: het ABR gaat voor deze hoofdperiode uit van het Vroeg-Neolithicum B (3400 voor Chr.) tot en met Midden-Bronstijd A (1500 voor Chr.). VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
39
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Bestaanswijze: deze periode wordt gekenmerkt door boerengemeenschappen met grotendeels een sedentair bestaan en kleinschalige landbouw; een bestaan dat in het Neolithicum deels nog wordt aangevuld met seizoensmatig in de natuur gejaagde of verzamelde voedselbronnen. Nederzettingen worden periodiek verplaatst. In de loop van de Bronstijd verandert de bestaanswijze echter in een volledig ontwikkelde en geïntensiveerde agrarische levenswijze, met meer plaatsvaste nederzettingen, robuuste boerderijen en uitgestrekte ‘ingerichte’, verkavelde akkercomplexen. In deze periode ontstaan de zogenoemde ‘Familiar Landscapes’. Kortom grote delen van het landschap worden door deze gemeenschappen ingericht. Archeologische verschijningsvorm: bewoningsresten uit de vroege (neolithische) periode worden gekenmerkt door geringe, slecht zichtbare grondsporen, ook van gebouwen en vondststrooiingen (vaak met een grotere tijdsdiepte); ook met aardewerk. Aardewerk krijgt een grote rol binnen het vondstenspectrum. Vuursteen is nog steeds dominant onder het lithische vondstmateriaal, stenen bijlen en eerste gebruiksvoorwerpen van metaal (brons, goud). In de loop van de Bronstijd verandert de verschijningsvorm. Nederzettingen worden gekarakteriseerd door resten van huizen, stallen, bijgebouwen, werkplaatsen, waterputten etc.
Nederzettingen zijn rijk aan vondsten en grondsporen, vondsten bevinden zich vaak geconcentreerd in (afval)kuilen. Gedurende deze periode wordt het grafgebruik archeologisch gezien beter traceerbaar: hunebedden, steenkisten, grafheuvels en vlakgraven. Infrastructuur, zowel lokaal als regionaal, wordt zichtbaarder in de vorm bruggen, wegen, kanalen etc. Het dodenbestel wordt archeologisch zichtbaarder: grafheuvels, vlakgraven, urnenvelden, rijengrafvelden en hergebruik van oudere begraafplaatsen. In sommige gevallen is sprake van begravingen met monumentaal karakter. III Late landbouwers (1500 v. Chr – 900 n. Chr) Periode: het ABR gaat voor deze hoofdperiode uit van de Midden-Bronstijd B (1500 v. Chr.) tot en met Vroege Middeleeuwen C (900 n.Chr.). Bestaanswijze: volledig ontwikkelde en geïntensiveerde agrarische levenswijze, met meer plaats vaste nederzettingen, robuuste boerderijen en uitgestrekte ‘ingerichte’, verkavelde akkercomplexen. In deze periode komen nog steeds de zogenoemde ‘Familiar Landscapes’ voor. Gedurende deze periode ontstaan er ook verschillende vormen van nijverheid en handel en zijn de gemeenschappen niet meer geheel zelfvoorzienend. Ontwikkeling van nederzettingen die zich focussen op handel en handwerk. In de loop van deze periode is sprake van centraal gestuurd regionaal of bovenregionaal gezag (Romeinse tijd/Frankische rijk in de Vroege Middeleeuwen).
Zekere mate van sociale differentiatie en acculturatie (lokale elites Romanisatie, Frankisering) en uiteindelijk kerstening. Archeologische verschijningsvorm: Nederzettingen worden gekarakteriseerd door resten van huizen (soms met steenbouw), stallen, bijgebouwen, werkplaatsen, waterputten etc. Nederzettingen zijn rijk aan vondsten en grondsporen, vondsten bevinden zich vaak geconcentreerd in (afval)kuilen. Naast handgevormd aardewerk doet ook gedraaid aardewerk zijn intrede. Aardewerk uit deze periode is vaak harder in vergelijking met het aardewerk uit de voorgaande periode. Metalen voorwerpen zijn steeds talrijker. Infrastructuur, zowel lokaal als regionaal, wordt zichtbaarder in de vorm van (monumentale) steenbouw zoals bruggen, wegen, kanalen etc. Het dodenbestel wordt archeologisch zichtbaarder: grafheuvels, vlakgraven, urnenvelden, rijengrafvelden en hergebruik van oudere begraafplaatsen. In sommige gevallen is sprake van begravingen met monumentaal karakter. Daarnaast komen heiligdommen zoals tempels, eerste kerken, kapellen en kloosters. IV Staatssamenlevingen (900 – 1950 n. Chr) Periode: Vroege Middeleeuwen D (900 n. Chr.) tot en met nieuwe tijd (1950). Binnen het grondgebied van Vlieland wordt hierin nog een onderscheidt gemaakt tussen bewoning op West Vlieland en Oost Vlieland, waardoor deze periode uiteenvalt in A (900 – 1250), B (1250 – 1750) en C (1750 – 1950).
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
40
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Bestaanswijze: Sterke uitbreiding van de bewoonde wereld: grootschalige georganiseerde ontginningen. Nederzettingen en eigendomsgrenzen komen definitief vast te liggen. Tot in de 13e eeuw domaniaal stelsel daarna opkomst markteconomie. Verder toenemende sociale differentiatie en elitevorming. Opkomst markteconomie leidt tot specialisatie (agrarisch, ambachtelijk, nijverheid, etc.), bevolkingsgroei tot intensivering en productieverhoging. Rurale nederzettingen groeien vanaf de late Middeleeuwen uit tot dorpen. Grote, complexe nederzettingen ontstaan, met centrale functies: steden. Gespecialiseerde handelsnederzettingen langs rivieren. Bevolkingsgroei en specialisatie leidt tot afhankelijkheid. Economie: grootschalige winning van grind, zand, klei en veen. Binnenlandse en internationale handel over land, via rivieren, en over zee. Verschillende vormen van staatsvorming: graafschappen, gewestelijke territoria. Archeologische verschijningsvorm: resten uit deze periode worden gekenmerkt door dichte grondsporenclusters en steenbouw. Ontwikkeling van ‘houtbouw’ naar ‘steenbouw’, veel eerder in de stad dan op het platteland. Na 1300 wordt houtbouw archeologisch grotendeels onzichtbaar. In steden is er sprake van ophogingspakketten en afvallagen. Het gehele scala aan materiele cultuur (huisnijverheid tot en met industrie) is aanwezig; aardewerk, keramiek, glas, metalen, steen, etc.
Voortschrijdende kerstening: kloosters, kerken, kapellen, kerkhoven etc. Graven zonder bijgiften. Elites: ‘moated sites’, waaronder kastelen, later land- en buitenhuizen. Ambachtelijke specialisatie: o.a. molens, potten- en steenbakkerijen, brouwerijen, etc. Territorialiteit en conflict: o.a. landweren, linies, vestingwerken, slagvelden. 5.2.3
Complextypen
Bij het inventariseren van de archeologische vindplaatsen worden deze ingedeeld in de volgende complextypen: Begraven, Wonen, Industrie / Ambacht, Verdedigen, Religie en Onbekend. Voor Vlieland worden ook Losse vondsten, Scheepswrakken en Verdronken dorp als complextype gedefinieerd. De Scheepswrakken worden echter besproken bij de Waterbodem. 5.2.4
Bronnen en bronnengebruik
Archeologische verwachtingskaart Vlieland beschikt niet over een gemeentelijke verwachtingskaart, maar maakt gebruik van de provinciale verwachtingskaart FAMKE (Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) 57. De FAMKE bevat twee archeologische verwachtings- en advieskaarten: een voor de periode steentijd-bronstijd en een voor de periode ijzertijd-middeleeuwen. Beide kaarten beslaan de hele provincie Fryslân. Voor Vlieland zijn slechts ter plaatse van het Dorp enkele delen aangeduid als van belang voor de periode IJzertijd – Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Voor de overige delen van het gemeentelijk grondgebied is geen archeologisch onderzoek verplicht gesteld. Deze twee kaarten doen geen recht aan de archeologische waarden die zich op het eiland bevinden. Archis Voor de ontsluiting van de archeologische gegevens is als startpunt de in Archis beschikbare dataset aan onderzoeksmeldingen en vondstmeldingen/locaties genomen. Bij de meldingen zijn vervolgens zoveel mogelijk de betreffende bronnen gezocht, zoals rapporten van uitgevoerde archeologische onderzoeken. Via Archis, Dans, RCE en andere portalen zoals NARCIS zijn rapporten, kronieken en andere informatie verzameld. Voor de vondstmeldingen/-locaties zijn de in Archis opgenomen omschrijvingen doorgenomen. Indien toegankelijke literatuur aangegeven was, is deze doorgenomen.
Deze dataset is opgenomen in een GIS-bestand en op grond van de beschikbare informatie en rapportages zoveel als mogelijk bijeengevoegd en vertaald naar ruimtelijk af te bakenen vindplaatsen.
57
http://www.fryslan.nl/famke.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
41
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Binnen Vlieland is nog maar weinig professioneel gravend onderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken hebben zich beperkt tot het dorp, waardoor over het buitengebied nagenoeg niets bekend is over vondstomstandigheden en archeologische en landschappelijke contexten. Het is daardoor nog maar zeer beperkt mogelijk om op basis van de bekende vindplaatsen een modelering uit te voeren of een voorspelling te maken van de dichtheid aan archeologische vindplaatsen of hoogte van de verwachting per landschapstype. Archeologische Monumentenkaart De voormalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), opgevolgd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), heeft sinds de jaren zestig van de vorige eeuw een kaart bijgehouden met daarop de al dan niet beschermde monumenten. Sinds de jaren ’90 wordt deze kaart aangeduid als landelijke Archeologische Monumentenkaart (AMK). Binnen het grondgebied van de gemeente is enkel de historische kern van Oost-Vlieland aangeduid als AMK-terrein. Voor de begrenzing is op die kaart de bebouwing van het dorp op oudste kadastrale minuut van 1830 als uitgangspunt genomen. PAN (Portabel Antiquities Netherlands) PAN is een project dat wordt gecoördineerd door de Vrije Universiteit Amsterdam (VU), waarbij het doel is om oudheidkundige vondsten in privé-bezit te documenteren en ontsluiten voor het publiek.
Daarmee worden vooral metaalvondsten gedaan door metaaldetectoristen, die dit als hobby uitvoeren toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. De locatie, aard en datering van de vondsten kunnen ons inzicht geven in mogelijk archeologische vindplaatsen.58 Voor Vlieland heeft dit helaas nog niet tot resultaten geleid, aangezien er geen vondsten binnen het gemeentelijk grondgebied in dit bestand staan geregistreerd. NUMIS Numis is een database waarin numismatische vondsten worden vastgelegd. Deze database wordt voornamelijk opgesteld doordat de vinder een melding maakt van zijn vondst. Mogelijk bestaat er nu een overlap met PAN, aangezien daar ook muntvondsten in worden opgeslagen. Meestal zal de beschrijving van munten in NUMIS nauwkeuriger zijn. Voor Vlieland zijn 5 penningen beschreven in NUMIS. De locatie waar deze penningen zijn gevonden en hun context zijn echter niet bekend. Overige bronnen In aanvulling op bovenstaande bronnen is gebruik gemaakt van de kennis uit de Cultuurhistorische verenigingen die Vlieland rijk is, zoals de mensen achter de Noordwester, het Bunkermuseum, het Tromp’s Huys en de Cultuur Historische Vereniging "Eylandt Flielandt". Daarnaast is gebruik gemaakt van eerder uitgevoerde onderzoeken, zoals de afstudeerscriptie van Robert De Hoop en het historische overzicht van Vlieland van Anne Doedens en Jan Houter (zie literatuurlijst). 5.2.5
Opbouw van het bestand
Aan de hand van bovenstaande bronnen en criteria zijn voor de archeologie van de landbodem twee bestanden aangemaakt, namelijk één met polygonen en één met puntlocaties. Alle vindplaatsen hebben een uniek ID-nummer gekregen, een beschrijving en een naam. Daarnaast is een complextype bepaald en een datering. Indien bekend is ook de diepteligging van de vindplaatsen opgenomen.
58
https://portable-antiquities.nl/pan/#/public/about
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
42
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
5.3
Militair Erfgoed
Het (modern) militair erfgoed wordt in toenemende mate erkend als waardevol cultuurhistorisch erfgoed. Naast de groeiende interesse van het algemene publiek en de archeologie in het tijdvak, ontdekken provincies en gemeenten eveneens de toeristisch-recreatieve potentie van deze locaties. Dit heeft er onder andere toe geleid dat tegenwoordig het (modern) militair erfgoed opgenomen wordt in archeologische en cultuurhistorische inventarisatie (en het daaruit voortvloeiende beleid). De verschijningsvormen van het (modern) militair erfgoed zijn erg divers. In het kader van het cultuurhistorisch onderzoek zijn de bovengrondse cultuurhistorische objecten, lijnen en vlakken van militair erfgoed geïnventariseerd. Veelal betreft het elementen die betrekking hebben op de Tweede Wereldoorlog, maar een aantal elementen gaan terug tot eind 18e – begin 19e eeuw. De inventarisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart, (historisch) kaartmateriaal, het raadplegen van explosievenonderzoek dat in opdracht van de gemeente of andere commerciële partijen is uitgevoerd en het raadplegen van literatuur en (beperkt) archieven. Vooral de websites als Atlantikwall-wadden,59 Traces of War, het Bunkermuseum Vlieland 60 en Visit Wadden61 dragen bij aan de kennis over het eiland en het militair erfgoed. 5.3.1
Opbouw van het bestand
Het bestand is opgebouwd uit één GIS-laag, namelijk vlakken voor de locaties waar de verschillende onderdelen van de Atlantikwall aanwezig zijn of verwacht kunnen worden. Voor alle locaties is indien bekend een gedetailleerde begrenzing opgenomen. Als de exacte locatie en omvang niet bekend is, is een buffer van ca. 25 -50 m aangeduid rondom de locatie waarbinnen resten kunnen worden aangetroffen. 5.3.2
Bronnen en bronnengebruik
Atlantikwall Gezien de Atlantikwall de gehele westelijke kust van Europa betreft geeft een algemene website te weinig informatie over wat de ligging van het eiland in deze frontlinie precies inhoud. Ten behoeve daarvan zijn voor bijna alle zones die aan deze linie liggen eigen websites gemaakt met ongelofelijk veel informatie. Bunkermuseum Vlieland De website en het museum zelf zijn van onschatbare waarde als het gaat om de resten behorende bij de Tweede wereldoorlog. Het enige nadeel van de informatie is dat deze slechts zeer globaal aan werkelijke locaties te koppelen is. Verliesregister 1939-1945 Het verliesregister 1939-1945 is een online database waarin de gegevens van alle tijdens de Tweede Wereldoorlog neergestorte vliegtuigen in Nederland verwerkt zijn. In het Verliesregister staan de basisgegevens van bijna 6.000 toestellen van Nederlandse, Duitse, Franse, Britse en Amerikaanse origine. De database wordt continue aangevuld en bijgewerkt. Op dit moment (juni 2021) bevat de database informatie over 7200 vliegtuig-registraties en circa 22000 registraties van bemanningsleden. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME)
59
https://www.atlantikwall-wadden.nl/nl/bezoek/vlieland/vlieland-in-de-oorlogsjaren.
60
https://bunkermuseumvlieland.nl.
61
https://www.visitwadden.nl/nl/waddeneilanden/vlieland/strijd-om-de-wadden-op-vlieland.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
43
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Resten van oorlog en defensie krijgen weliswaar steeds meer aandacht, maar de verwachte ligging van dergelijke resten is vaak niet goed bekend bij degenen die verantwoordelijk zijn voor cultuurhistorische waarden in relatie tot ruimtelijke plannen. IKME is zodoende primair bedoeld voor plannenmakers, beleidsmakers en terreinbeheerders die zich op bovenlokaal schaalniveau bezighouden met erfgoed en ruimtelijke plannen. Daarvoor voorziet de IKME in een integraal, afgewogen landelijk overzicht van de verwachte ligging van deze resten. Hiermee wordt het erfgoed van oorlog en defensie op een landelijk schaalniveau letterlijk op de kaart gezet. Dit is een eerste stap voor een zorgvuldige, afgewogen omgang met deze cultuurhistorische waarden. Het is de intentie om de kaart met nieuwe informatie en meer tijdlagen aan te vullen, van de Romeinse Tijd tot en met de Koude Oorlog. Tracesofwar.nl De website “TracesofWar” is een site welke door Stichting Informatie Wereldoorlog Twee (STIWOT) beheerd wordt.
Naast historische documentatie over individuen, onderscheiding en andere zaken verbonden aan de Tweede Wereldoorlog, richt de site zich voornamelijk op bezienswaardigheden en de locatie van deze objecten. Onderzoek Onplofbare Oorlogsresten (OOO) Ter plaatse van Vlieland zijn nog geen Onderzoeken naar Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
44
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
5.4
De zee- en andere waterbodems
5.4.1
Inleiding
De inventarisatie is erop gericht om de bekende historische scheeps- en andere archeologische resten op de kaart te zetten. Daarnaast kan op basis van de inventarisatie soms bepaald worden dat bepaalde gebieden verstoord, verspoeld of geërodeerd zijn, waardoor daar geen of minder archeologie meer te verwachten is. 5.4.2
Opbouw van het bestand
In het bestand zijn allereerst de identificatiegegevens uit de Top10NL opgenomen. Hieraan zijn verschillende bestanden toegevoegd met gegevens over de Waddenzee en posities van scheepswrakken. Dit zijn de historische en recente bathymetrische gegevens en de locaties van scheepswrakken uit drie verschillende databases: ARCHIS3, MaSS en MACHU. 5.4.3
Bronnen en bronnengebruik
Als uitgangspunt voor de verwachtingskaart met betrekking tot de waterbodems is de Top10NL uit 2019 gebruikt. De Top10NL is het meest gedetailleerde product uit de Basisregistratie Topografie (BRT). Hierin staan onder andere waterlopen. Informatie met betrekking tot de bodem van Waddenzee is hier niet beschikbaar. Daarom zijn bathymetrische gegevens toegevoegd. Bathymetrie laat zien hoe de zeebodem door de jaren heen is veranderd, waarbij erosie en verzanding vaak goed is te volgen. Hierdoor kunnen bepaalde vaarroutes en vaargeulen worden verklaard, of mogelijke historische vaarroutes en -geulen worden gereconstrueerd. Deze dataset is verkregen via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een overzicht van de bekende wrakken is gegeven in het boek ‘400 jaar strandingen en reddingen op en rond Vlieland, maar wordt tegenwoordig ook nauwkeurig bijgehouden in de registers van Rijkswaterstaat en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.’62 Tevens is het voor een inventarisatie van waterbodems belangrijk om te weten wat voor vondsten zijn gedaan. ARCHIS is als eerste gebruikt voor het in kaart brengen van bekenden vondsten en wrakken. Het is niet meer mogelijk om in het download bestand van de archeologische vondstlocaties in het Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, te zoeken op complextype of vondsten.
Daardoor is het lastig om een overzicht te krijgen van alle locaties waar een schip, een boot of scheepsresten zijn aangetroffen. In het veld met toelichting is gezocht op het voorkomen van ‘boot’, ‘schip’, ‘schepen’, ‘scheeps’ of ‘wrak’. Deze resultaten zijn meegenomen in het onderzoek. In Nederland werken Rijkswaterstaat, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine onderling samen op het gebied van het aanleggen en onderhouden van een gegevensbestand van alle bekende wraklocaties in de Nederlandse waterbodems. Dit gegevensbestand wordt echter door de overheidsdiensten niet ontsloten. Rijkswaterstaat ontsluit op dit moment geen gegevens uit haar contactendatabase (SonarREG en NCN). Het is wel mogelijk om wraklocaties uit het digitale wrakkenregister (HP39) van de Dienst der Hydrografie van de Koninklijke Marine aan te vragen. Deze bestanden zijn ook beschikbaar gesteld aan het onderzoek van de RCE ten behoeve van de historisch geomorfologische kaartensets van de Westenlijke Waddenzee en gebruikt binnen deze inventarisatie.63
62
Houter 2017.
63
Manders et al 2014, https://archaeology.datastations.nl/dataset.xhtml?persistentId=doi:10.17026/dans-2x8-bbgu.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
45
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Via de website mass.cultureelerfgoed.nl kunnen binnen het onderzoeksgebied ook wraklocaties worden geïdentificeerd. De betrouwbaarheid, volledigheid en actualiteit van deze dataset is echter onduidelijk. Deze informatie is daarna aangevuld met artikelen uit dagbladen om de verhalen achter de scheepswrakken enigszins te kunnen verwoorden. Tot slot is ook de database MACHU gebruikt om overige scheepswrakken binnen de gemeente Vlieland te identificeren. In deze database zijn gegevens van ARCHIS3, NCN en de SonarREG database (deels) samengevoegd, waaraan alleen (bekende) scheepswrakken zijn toegevoegd. 5.5 5.5.1
Bodemverstoringen Inleiding
Bij het bepalen van de uiteindelijke archeologische verwachting spelen recente verstoringen en afgravingen een belangrijke rol. Immers, terreinen of gebieden waar op basis van de landschappelijke situatie of oudere waarnemingen archeologie aanwezig was, kunnen nadien zijn vergraven of geëgaliseerd. Verstoringsinformatie is gehaald uit verschillende bronnen. Hieronder is per bron besproken welke informatie deze bevat en hoe deze bron gebruikt is om een verstoring vast te stellen. Op de inventarisatiekaart zijn de bekende verstoringen opgenomen. Indien informatie beschikbaar is over de exacte oppervlakte en de diepte van de verstoring, is op grond daarvan de archeologische verwachting naar beneden bijgesteld. Indien deze informatie niet beschikbaar is en de daadwerkelijke verstoring dus niet valt vast te stellen is, is blijft de oorspronkelijke archeologische verwachting gehandhaafd. En geldt alleen een signalering. 5.5.2
Opbouw van het bestand
In de inventarisatie van de verstoringenlaag voor Vlieland is per aangeduid gebied de verstoringsdiepte opgenomen in de kolom ‘diepte’. Daarnaast is de bron van de verstoring opgenomen en de soort verstoring. Bij de soort is zo mogelijk ook een datering aan de verstoring meegegeven. 5.5.3
Bronnen en bronnengebruik
Bodemloket Het bodemloket geeft bij de overheid beschikbare informatie over de bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om bekende bedrijfsactiviteiten, grondaanpassingen en saneringen. Zeker in het geval van de laatste is vaak sprake van bodemroering, daar sanering vaak gepaard gaat met ontgravingen. De contouren zijn beschikbaar via de website https://www.bodemloket.nl/kaart, maar ook in GIS-systeem te laden door gebruik te maken van de WMS-service van de Rijksoverheid.64 Veel van de meldingen betreffen onderzoek of volledig onderzochte terreinen, waarbij niet bekend is wat precies de resultaten van het onderzoek waren en of en hoe is gesaneerd. Deze terreinen zijn daarom niet als ‘verstoord’ opgenomen in de inventarisatie. Ook niet opgenomen in de inventarisatie zijn aanduidingen van brandstoftanks. Hoewel deze ondergronds aanwezig zijn en de aanleg zeker bodemverstorend is geweest, gaat het meestal om zeer kleine locaties. Het is meestal ook niet bekend waard de tanks op het aangeduide perceel zijn ingegraven. Veelal staat het contour ter plaatse van het gebouw. Daarnaast zijn er een aantal saneringslocaties waarbij de aangetroffen verontreiniging is afgedekt en daarmee geïsoleerd (bijvoorbeeld Willem de Vlaminghweg 17)65. Hier heeft waarschijnlijk geen bodemverstoring plaatsgevonden. Deze locaties zijn zodoende ook niet opgenomen als bodemverstoring.
64
https://www.gdngeoservices.nl/arcgis/services/blk/lks_blk_rd/MapServer/WMSServer.
65
Bodemloket FR009600030
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
46
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Wel opgenomen op de kaart zijn dempingen, de waterzuiveringsinstallatie, oude vuilstort uit het begin van de 20e eeuw en een tweetal saneringen. Voor de meeste terreinen op Vlieland is geen achtergronddocumentatie is opgenomen in het bodemloket. Het blijft daarom moeilijk om in te schatten of er daadwerkelijk sprake is van een verstoring van de bodem en tot welke diepte. De aanduidingen op de inventarisatiekaart dienen daarom vooralsnog voornamelijk ter signalering. Mogelijk kan gerichte navraag bij de gemeente in de toekomst meer duidelijkheid geven over de mate van verstoring. AHN Aan de hand van de Actuele Hoogtemeting Nederland (AHN) kunnen soms ook vergraven gronden aangetoond worden. Niet alleen door gebruik te maken van de laatste AHN (inmiddels AHN4) meting, waarmee opvallende, niet natuurlijke afwijkingen in het relief worden achterhaald, maar ook door een vergelijking te maken tussen de laatste AHN4 en de eerdere AHN1 of 2. Op deze manier is het mogelijk om recent vergraven gronden in kaart te brengen. Daarnaast is deze bron soms ook geschikt om de diepte van de betreffende verstoring te meten. Door een vergelijking te maken tussen de AHN2 uit 2014 en AHN4 uit 2021 /2022 zijn vergravingen uit periode tussen 2014 en 2022 zichtbaar.
Om te beginnen is bij de inventarisatie de meest recente AHNversie (in dit geval AHN4) bekeken op grote afwijkingen in hoogte tussen naast elkaar liggen percelen en bepaald of deze afwijking natuurlijk of mogelijk antropogeen van oorsprong is. Daarnaast zijn de AHN4, 3 en 2 door middel van rastercalculatie met elkaar vergeleken. Voor Vlieland heeft deze methode geen nieuwe verstoorde gebieden opgeleverd en is er op basis van deze gegevens geen grote ontgronding waar te nemen. Bodemkaart (historisch en recent) Aan de hand van oude bodemkaarten en ander historisch kaartmateriaal kan historisch bodemgebruik in kaart worden gebracht. De mate waarin dit bodemgebruik als verstoring moet worden aangemerkt is afhankelijk van de aard van het gebruik en de bijbehorende diepte van de verstoring.66 In paragraaf 5.1.1 is al besproken dat voor Vlieland enkel een landelijke kartering beschikbaar en geen detailkartering. Ook zijn er geen oudere bodemgebruikskaarten beschikbaar. Uit de landelijke kartering zijn geen historische vergravingen aan te merken op Vlieland. Waterbodems Het graven van waterlopen verstoort de mogelijk aanwezige archeologie. In paragraaf 5.4 is reeds beschreven hoe de inventarisatie van de waterlopen tot stand is gekomen. Daarbij zijn een aantal meren en vijvers aan het licht gekomen die als bodemverstoringen zijn aangemerkt.
Het gaat hierbij om kunstmatige uitgravingen, veelal recent van aard. Voor een inschatting van de verstoring is de AHN4 geraadpleegd en voor een datering is gebruik gemaakt van de Topografische kaarten die toegankelijk zijn via www.topotijdreis.nl. Uitgevoerd archeologisch onderzoek Archeologisch onderzoek is in potentie ook een vorm van bodemverstoring. Archeologisch onderzoek is gewoonlijk op te delen in een aantal stappen. Bureauonderzoek en karterend, verkennend of waarderend booronderzoek leidt nauwelijks tot verstoringen. Bij een proefsleuvenonderzoek is er al wel sprake van gedeeltelijke verstoring, maar kan nog steeds als resultaat hebben dat de archeologische vindplaats verder behouden kan blijven. Na een archeologische begeleiding of een definitieve opgraving zijn echter meestal alle sporen van de archeologische vindplaats geheel verdwenen en kan het betreffende gebied als ‘archeologievrij’ worden aangemerkt. Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd als om bepaalde redenen bij een werk niet vooraf archeologisch onderzoek kan hebben plaatsgevonden. De archeologen
66
Zo is bomen- of bollenteelt vaak diep verstorend en weidegrond veel minder.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
47
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
kijken in zo’n situatie als het ware mee als de verstoring wordt gemaakt. Aangezien bij een begeleiding de aanlegdiepte van het werk leidend is, is het in theorie nog mogelijk beneden de ontgraving nog archeologische resten achterblijven en afgedekt worden. In de praktijk komst zo’n situatie tegenwoordig maar weinig voor. Een definitieve opgraving betekent het verwijderen van archeologische resten. Vandaar de term definitief. De informatie over de vindplaats blijft behouden doordat alle sporen worden gedocumenteerd en alle vondsten en andere overblijfselen geborgen. Op de inventarisatiekaart staan de archeologische begeleidingen en definitieve opgravingen aangegeven. Het grootste probleem daarbij is het bepalen van de juiste omtrek van het uitgevoerde onderzoek. In het landelijk registratiesysteem ARCHIS moet die omtrek worden vastgelegd. Die omtrek komt helaas vaak niet overeen met het in de praktijk werkelijk onderzochte terrein. Soms bevatten kaarten in de rapportage geen coördinaten om deze op de juiste plek te plaatsen. Voor Vlieland betreft het tot nu toe gelukkig slechts een beperkt aantal onderzoeken. Op de verstoringskaart zijn enkele scheepsopgravingen opgenomen, indien de locatie voldoende nauwkeurig bepaald kon worden. Daarnaast zijn een proefsleuvenonderzoek en opgraving uitgevoerd aan de Dorpstraat 108-110 aangegeven.
Voor het Westelijk Waddenzeegebied is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd door de RCE. Het doel was om enerzijds tot een betrouwbaarder verwachtingsbeeld te komen voor de aanwezigheid van scheepswrakken, en anderzijds voor het voorkomen en diepteligging van het Pleistocene landschap. 67 In dit onderzoek is ook de diepte van verschillende vaargeulen en de mate van verzanding meegenomen en zijn verstoringen die door o.a. mosselpercelen en schelpenwinning hebben plaatsgevonden geïnventariseerd. Deze gegevens zijn verwerkt in de voorliggende archeologische waterbodemkaart van Vlieland. Verstoringsbronnenkaart De Verstoringsbronnenkaart is in 2017 uitgegeven door de RCE.68 Voor deze landelijke overzichtskaart is een inventarisatie gemaakt van de verschillende bronnen die gebruikt kunnen worden om bodemverstoringen in kaart te brengen. Daarbij zijn een aantal brongegevens ook direct toegankelijk gemaakt in een viewer. Deze viewer is ook geraadpleegd voor de kaart van Vlieland. Voor gegevens in de viewer geldt echter steeds dat betrouwbaarheid afhankelijk is van de schaal waarop de kaartlaag is gegenereerd, wat de actualiteit van de gegevens is, of de diepte van de verstoring bekend is en of de betreffende bodmingreep ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
In 2012 is het rapport ‘Vergraven Gronden’ van Alterra verschenen als toelichting bij de inventarisatie van diepe grondbewerkingen. Hierbij is ook een inventarisatie van transportleidingen gedaan van onder andere de Gasunie.69 De werkzone waarbinnen deze transportleidingen zijn aangelegd, zijn in hun geheel opgenomen in het bestand. Een selectie uit de rapportage van Alterra is verwerkt in de Verstoringsbronnenkaart, maar de volledige inventarisatie is toegankelijk via BIS (Bodem Informatie Systeem).70 Hierin zijn alle bodemdata opgenomen en via themakaarten zijn ook de gegevens uit Vergraven Gronden beschikbaar. Een speciale categorie in de Vergraven Gronden is de gemodificeerde natuur. In sommige gevallen gaat dit namelijk gepaard met flinke vergravingen van de ondergrond, bijvoorbeeld bij de aanleg van geulen, of meren en plassen. Deze zones zijn daarom ook opgenomen in de inventarisatie. Tevens opgenomen op de Verstoringsbronnenkaart zijn de CBS Bodemgebruik bestanden van 2010, 2015 en 2017. Een verandering in bodemgebruik kan namelijk eveneens op een verstoring wijzen. Hiervoor dienen vooral agrarische percelen en nieuwe natuurpercelen geïdentificeerd te worden, om vervolgens
67
Manders / Brenk / Kosian 2014.
68
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart#.
69
https://www.wur.nl/nl/project/Vergraven-gronden-1.htm.
70
https://bodemdata.nl/.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
48
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
te vergelijken met andere bronnen, zoals de luchtfoto’s en de AHN. Ook dit soort verstoringen kunnen van invloed zijn op het archeologisch bodemarchief. Overige bronnen Naast de hierboven beschreven bronnen is nog andere informatie opgehaald. waaronder de cultuurhistorische verenigingen. Zij zijn niet op de hoogte van grootschalige verstoringen. Daarnaast is bij de gemeente navraag gedaan over de uitgevoerde saneringen en mogelijk informatie over de dempingen. Onder andere het afvalveld van 1936-1980 is uit deze navraag naar voren gekomen. Naast een mogelijke verstorende werking op de onderliggende archeologische niveaus is de afvallaag zelf vanwege de datering archeologisch interessant. Historische topografische kaarten zijn ook geraadpleegd voor aanvullingen en op grootschalige verstoringen. Op basis hiervan hebben we een aantal situaties kunnen achterhalen en dateren, vooral waar het gaat om gemodificeerde natuur en de meren en plassen op Vlieland.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
49
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
DEEL C: Uitkomsten van de archeologische inventarisatie en het verwachtingsmodel archeologie
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
50
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
6
6.1 6.1.1
Uitkomsten van de archeologische en landschappelijke inventarisatie Vlieland De vorming van het natuurlijke landschap Landschappelijke ontwikkeling
Vlieland ligt in het waddengebied en heeft de landschappelijke kenmerken van zowel het duingebied als 71 het Holocene zeekleigebied. Het eiland bestaat voor het grootste deel uit duinen rustend op marien zand dat veelal erosief op het daaronder aanwezige pleistocene uitgangsmateriaal is afgezet. De hoogteligging van de top van het gehele pakket afzettingen loopt uiteen van ongeveer 45 m boven NAP op het huidige eiland Vlieland, ter plaatse van het Vuurboetsduin, tot ongeveer 20m beneden NAP in het Zuider Stortemelk en het deel van de Vliestroom dat zich binnen de Vlielandse gemeentegrenzen bevindt (Afbeelding 5).
Afbeelding 5 De gemeente Vlieland afgebeeld op het AHN4 en de Bathymetrie. Bron: ahn.nl / Rijkswaterstaat.
71
Berendsen 1997.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
51
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
De top van het pleistocene pakket afzettingen in de ondergrond van Vlieland 72 bestaat voor een groot deel uit afzettingen die tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zijn gevormd. Deze glaciale (onder invloed van het ijs gevormde) afzettingen (Laagpakket van Gieten, Formatie van Drente73) bestaan uit keileem/grondmorene, aangevuld met fluvioglaciale afzettingen (bijv. eskers) en glaciolacustriene afzettingen (gevormd in bijv. een gletsjermeer: warvenklei). Plaatselijk, zoals centraal onder het huidige Vlieland, maar ook aan de noordoostzijde van het eiland, zijn deze afzettingen afwezig, maar zijn er wel mariene afzettingen aanwezig uit de op het Saalien volgende warmere periode: het Eemien. De door het afsmelten van het landijs stijgende zeespiegel zorgt voor het snel vollopen van de glaciale bekkens die de ijskap heeft achtergelaten. De afzettingen hier zijn gevormd, worden gerekend tot de Eem formatie. 74 Plaatselijk wordt de top van het pleistocene pakket nog gevormd door afzettingen uit de laatste ijstijd: het Weichselien. In deze periode was er in Nederland geen ijskap aanwezig, maar zorgden koude poolwinden ervoor dat zand uit de droogliggende vlakten van de huidige Noordzee werd opgenomen en verplaatst totdat het tot afzetting kon komen in de vorm van een licht golvend zanddek.
Dit zogenoemde dekzand 75 wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden uit de Formatie van Boxtel. Ook afzettingen die onder invloed van bijvoorbeeld sneeuwsmeltwater zijn gevormd worden gerekend tot de Formatie van Boxtel. Deze laatstgenoemde afzettingen kunnen ook in de ondergrond van Vlieland vertegenwoordigd zijn. Onder het huidige Vlieland is de top van dit pakket afzettingen aan te treffen vanaf een diepte van ongeveer 13 meter beneden NAP. Naar het zuiden/zuidoosten toe loopt het voorkomen van de top van de afzettingen uit de Formatie van Boxtel snel op; op slechts een kilometer buiten de waddenzeekust bevindt deze top zich reeds op een geringe diepte van 5,65 meter beneden NAP; nog verder naar het zuidoosten, in het gebied van de Waardgronden, loopt de top nog verder op naar een waarde van plaatselijk minder dan 3 meter beneden NAP (Kaart 7). Als gevolg van de klimaatsverbetering aan het begin van het jongste tijdvak, het Holoceen, verandert het open karakter van de vegetatie geleidelijk naar een dichter, gemengd loofbos in het Atlanticum (vanaf ca. 9000 jaar geleden).76 De opwarming zwengelt ook het afsmelten van de ijskappen in onder meer Scandinavië aan; de hieruit vrijgekomen watermassa’s dragen vervolgens bij aan een aanvankelijk snel stijgende zeespiegel.
In het begin van het tijdvak bevindt de zeespiegel zich nog op een hoogte van ongeveer 45 meter beneden NAP, ongeveer 7000 jaar geleden heeft de zeespiegel aan de WestNederlandse kust de 8 meter beneden NAP-lijn bereikt (Afbeelding 6).77
72
Zie hiervoor tevens kaart 7.
73
TNO-GDN 2022a
74
TNO-GDN 2022b
75
TNO-GDN 2022c
76
Zie ook tabel 2.1.
77
Westerhoff et al. 1987; Hijma/Cohen 2010
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
52
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Afbeelding 6 Zeespiegelstijging tijdens het Holoceen, van 9000 jaar geleden tot nu. De curve van Roep/Beets 1988 in de linker grafiek geeft naast de gemiddelde zeespiegelstand (MSL) ook het gemiddeld laagwater (MLW) en hoogwater (MHW) aan. De rechter grafiek geeft de relatieve gemiddelde zeespiegelstand voor het nederlandse deel van het Waddengebied aan. Naar Jelgersma 1979, v.d. Plassche 1982, Roep/Beets 1988, Meijles et al. 2018
Ook bij het huidige Vlieland is een deel van het gebied binnen het bereik van de zee terechtgekomen. Het pleistocene landschap in het zuidelijke deel van het gemeentelijk gebied bevindt zich duidelijk hoger, waardoor dat, achter verschillende generaties van de meer naar het noordwesten gelegen strandwallen en getijdenlandschappen, nog lange tijd direct aan het oppervlak lag. Maar dat oppervlak nam met de tijd wel af in grootte (zie Afbeelding 67; 5500v.Chr. tot en met 2750v.Chr.). Relatief snel daarna is echter ook dit deel van het gebied, door de voortgaande (maar langzamer wordende) zeespiegelstijging opgeslokt door de zich naar het oosten uitbreidende Noordzee (te zien in de ontwikkeling van Afbeelding 7, van 2750 v.Chr. naar 1500 v.Chr.); Achter de strandwal ontstond in deze periode opnieuw een gebied met kwelders en veen. De afzettingen op de kwelders worden gerekend tot het Laagpakket van Wormer, onderdeel van de Formatie van Naaldwijk; het veen is onderdeel van het Hollandveen Laagpakket (Formatie van Nieuwkoop).78 Vanaf de Bronstijd werd het grootste deel van het veenmoeras opgeruimd en/of bedekt met zeeklei. De veelal zandige kleien die hierbij afgezet werden behoren tot de Formatie van Naaldwijk. Omstreeks het begin van de jaartelling was de strandwal richting Den Helder al doorbroken door een voorganger van het huidige Marsdiep.
Tot aan het eind van de Vroege Middeleeuwen vormden Eijerland (nu Eierland als onderdeel van Texel) en Vlieland nog een aaneengesloten kweldergebied; in 1230 was het kennelijk reeds gescheiden geraakt en tot zelfstandig eiland gevormd. Tussen de 13e en de 17e eeuw trad vervolgens weinig verandering/aantasting van het eiland op.79 Door het afsluiten van de zuidelijker gelegen zeegaten vanaf de 16e eeuw verdween een groot deel van de zandbron die zorgde voor de aangroei of tenminste de (sediment-)balans van het eiland. Het verdwijnen van deze zandbron luidde de afbraak van met name het westelijke deel van het eiland in. De kustlijn verplaatste zich steeds verder zuidwaarts (zie ook Afbeelding 8). Het dorp West-Vlieland had sterk daaronder te lijden; het moest in 1739 uiteindelijk geheel worden verlaten.
78
TNO-GDN 2022d, TNO-GDN 2022e
79
De Vries 1946; Allan (1857) beschrijft het nog als een ‘onbegroeide stuivende zandvlakte’.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
53
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Door verwaarlozing en overexploitatie zijn de duinen op (de rest van) het eiland in de 19e eeuw op veel plaatsen opnieuw gaan verstuiven.80 De in die tijd ontstane parabool- en loopduinen (en secundaire valleien) zijn later weer vastgelegd door de (aanplant van) vegetatie. Door de verplaatsing van de Stortemelk naar het zuidwesten, week de kust ook ten noorden en noordoosten van Oost-Vlieland sterk achteruit. Om verder wijken van de kustlijn te voorkomen werden hier in het begin van de 20e eeuw een aantal strandhoofden aangelegd. De verplaatsing van het Engelschmangat in de richting van Texel leidde tot het ‘versmelten’ van de oostelijke plaat van de Eierlandsche Gronden met de Vliehors, waardoor deze aanzienlijk in omvang toenam.
Afbeelding 7 Paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; deel 1. Zie voor de legenda-eenheden Afbeelding 9. Naar: Vos et al, 2018, 2020.
80
Van Oosten 1986, 16.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
54
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Afbeelding 8 Paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; deel 2. Zie voor de legenda-eenheden Afbeelding 9. Naar: Vos et al, 2018, 2020.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
55
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
Afbeelding 9 Legenda bij de kaartbeelden van de paleogeografische situaties vanaf het begin van het Holoceen; delen 1 en 2. (Afbeelding 7 en Afbeelding 8)
6.1.2
Bodem
Het jonge karakter van het nu zichtbare landschap van Vlieland komt tevens tot uitdrukking in de bodemtypen die op het eiland voorkomen. In het grootste, zandige, deel van het eiland bepalen vlakvaaggronden en duinvaaggronden het beeld (respectievelijk Zn21/Zn50A en Zd21/Zd20A op Kaart 8. Op het jongste deel van het eiland kunnen zij nog kalkhoudend zijn (op het strand en de zeereep – dit zijn de gronden met een A in de code). Voor het overgrote deel zijn zij echter kalkarm tot kalkloos in het grootste deel van het profiel. Buiten de stuifdijken van Kroon’s Polders, aan de waddenkust, komen gorsvaaggronden voor (MOb72, op Kaart 8). Deze niet-gerijpte minerale gronden komen voor op de lage en middelhoge kwelders. 81 Ze hebben een donkere, humeuze, doorwortelde kleiige tot venige bovengrond, die binnen 80 cm onder maaiveld wordt gevolgd door zand. In de Kroon’s Polders zelf is sprake van een afwijkende situatie, doordat zij via duikers onder de stuifdijken in verbinding staan met de Waddenzee. Met name aan de westelijke zijde van de polders heeft zich een bodem kunnen ontwikkelen die wordt gekenmerkt door een moerige bovengrond, die om en nabij de 10 cm dik kan zijn, en een hoog organisch stof-gehalte heeft. Soms bestaat de bovengrond zelfs vrijwel volledig uit (nog deels herkenbare) plantenresten.
Deze gronden worden tot de moerige eerdgronden (met een moerige bovengrond op zand) gerekend (vWz op Kaart 8) Tot in de tweede helft van de 19e eeuw was er op Vlieland nog uitgebreid sprake van in de winter onder water lopende duinvalleien, die ook in de zomer nog lang zeer vochtig bleven. 82 Sindsdien is de grondwaterstand sterk gedaald.
81
Van Oosten 1986, 105.
82
Van Oosten 1986, 42.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2566, definitief, versie 2.0, d.d. 7 februari 2025
56
V21-4907: Archeologische Beleidskaart en Cultuurhistorische Waardenkaart gemeente Vlieland. Naar de verankering van waardevol erfgoed binnen de Omgevingswet
6.2
Korte historische schets83
West Vlieland is vermoedelijk al bewoond in de 8e eeuw, aangezien de kerk is geweid aan Willibrord en verondersteld wordt dat hij een bezoek aan het eiland heeft gebracht.84 De eerste vermelding van de kerk op West Vlieland dateert echter pas uit 1245 op een pauselijke oorkonde.85 In de 8e eeuw liggen de eilanden Texel en Vlieland nog vast aan de kop van Noord-Holland en is er sprake van een bijna doorlopende duinenrij en een uitgestrekt kweldergebied. Door verschillende stormvloeden zoals de Allerheiligen en Sint Nicolaasvloed in de 12e eeuw komt er definitief een einde aan de verbinding van Vlieland aan Texel. Tussen Vlieland en Friesland kwam een ondiepe zee te liggen: de huidige Waddenzee. Over de vorming van het eiland is een sage bekend. 86 Vanaf de 8e eeuw vindt dus waarschijnlijk bewoning plaats op Vlieland. Tijdens de Late Middeleeuwen en de Vroege Nieuwe tijd ligt het zwaartepunt van de bewoning in West Vlieland, dat vooral bekend is uit de archieven.87 Vanaf de 12e eeuw is er ook sprake van een kapel in Oost Vlieland en wordt ook deze zijde van het eiland bewoond.88 Vanaf de tweede helft van de 16e eeuw ontwikkeld Oost-Vlieland zich verder. Dit dorp is vanaf 1595 een zelfstandige gemeenschap en bezit dan een eigen schepenbank en een eigen wapen en zegel.89 In deze periode begint de verschuiving van de bewoning van West naar Oost Vlieland.