Begroting 2024-2024 versie Raad
Tekst van het document
59
Precariobelasting De opbrengsten worden verhoogd met 4,42% inflatiecorrectie. Het algemene tarief voor terrassen en winkeluitstallingen bedraagt voor 2024 € 58,29 per m2. Toeristenbelasting De opbrengsten toeristenbelasting worden met ingang van 2024 verhoogd met 4,42% inflatiecorrectie. Dit zal leiden tot een tarief van € 2,20 p.p.p.n. in 2024. Bij de meerjarenramingen wordt er vanuit gegaan dat er geen wijziging zal zijn in het aantal overnachtingen. De forensenbelasting volgt de toeristenbelasting en wordt met het zelfde percentage verhoogd. Het tarief hiervoor wordt € 1.582,82. Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2027
2026
2025
2024
hotels/pensions
132.000
132.000
132.000
132.000
groepsverblijven
6.000
6.000
6.000
6.000
kampeerterreinen
200.000
200.000
200.000
200.000
recreatiewoningen/appartementen
205.000
205.000
205.000
205.000
jachthaven
88.000
88.000
88.000
88.000
totaal
631.000
631.000
631.000
631.000
overzettingen Doeksen
217.000
217.000
217.000
217.000
totaal grondslag toeristenbelasting
848.000
848.000
848.000
848.000
€ 1.954.708 € 1.925.820 € 1.897.360 € 1.869.320
geraamde opbrengst
Hondenbelasting De opbrengsten worden verhoogd met 4,42% inflatiecorrectie. Hondenbelasting
Vieland 2023 Vlieland 2024 Stijging t.o.v. 2022 Nederland 2023
eerste hond
€ 83,04
€ 86,71
4,42%
iedere volgende hond
€ 128,88
€ 134,58
4,42%
€ 80,07
Kwijtscheldingsbeleid Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in onze gemeente in aanmerking voor kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaats heeft. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente volgt overigens de advisering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In de begroting 2024 is, evenals voorgaande jaren rekening gehouden met een totaalbedrag van € 6.000 aan kwijt te schelden lokale heffingen. Bestemmingsheffingen en leges Beleidsuitgangspunt is 100% kostendekkendheid van de verschillende heffingen en leges. Vanwege de (landelijk) wettelijk verplicht vastgestelde tarieven voor identiteitsbewijzen en rijbewijzen kan bij deze heffingen dat uitgangspunt niet worden gehanteerd. De toenemende vraag naar politieke en publieke verantwoording van tarieven is een belangrijke reden om over te gaan tot een beter systeem van kostprijsberekening. Dit betekent dat het tarief dat voor een product wordt gerekend op een inzichtelijke manier samengesteld moet worden uit de kosten en baten zoals opgenomen in de primitieve begroting en daarnaast uit de beleidsinhoudelijke keuzes die gemaakt worden. Kortom: het maakt de afwegingen over de hoogte van tarieven inzichtelijk en het
60
maakt daarmee het besluitvormingsproces helder. Niet alleen voor de gemeente zelf maar ook voor de burger. Pas wanneer gemeenten duidelijk maken hoe tarieven tot stand gekomen zijn, is een tariefvergelijking van diverse gemeente mogelijk. Als niet duidelijk is hoe een tarief tot stand gekomen is en hoeveel van de toe te rekenen kosten betaald worden uit de algemene middelen levert de onderlinge vergelijking van tarieven niet het gewenste inzicht op. Leges Zolang de maximale kostendekkendheid van 100% niet bereikt is, is er ruimte voor verhoging van tarieven. Daarbij mogen de in de tarieventabel voorkomende wettelijk voorgeschreven maximale tarieven niet verhoogd worden. Bij een keuze voor het verhogen van de tarieven is het niet noodzakelijk om alle tarieven te verhogen. Ook is het niet noodzakelijk om tarieven met hetzelfde percentage te verhogen. Zolang de maximale kostendekkendheid van het geheel (per titel) niet overschreden wordt, kan per tarief besloten worden of en met hoeveel procent het tarief verhoogd wordt. Het vaststellen van de tarieven in de Legesverordening is een bevoegdheid van de Raad. Omdat de toe te rekenen kosten grotendeels gebaseerd zijn op jurisprudentie is een exact 100% kostendekkende legesverordening risicovol. Wanneer nieuwe jurisprudentie tot een wijziging in de toe te rekenen kosten leidt, kan de kostendekkendheid overschreden worden.
Door iets onder het toegestane maximum te blijven wordt dit risico opgevangen. De tarieventabel bij de legesverordening kent 3 titels, te weten; Titel 1. Algemene dienstverlening Titel 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titel 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn. De afzonderlijke kostendekkendheid van deze onderdelen als ook de integrale kostendekkendheid van deze onderdelen zijn als volgt;
Kostendekkendheid leges Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 Kostendekking Titel 1 Kostendekking Titel 2 Kostendekking Titel 3 Kostendekking totale tarieventabel
Kosten Opbrengsten Kostendekking nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
Bij titel 1 wordt het verhogen van de tarieven beperkt voor wat betreft de paspoorten en rijbewijzen. Deze tarieven zijn momenteel gelijk aan de maximaal toegestane hoogte. Voor bijvoorbeeld de ontheffingen en huwelijksleges lijkt nog wel ruimte voor verhoging van de tarieven. Bij titel 2 lijkt een verhoging van de tarieven eveneens mogelijk. Vanwege de komst van de omgevingswet is dit onderdeel zo in beweging dat de tarieven meerdere jaren niet zijn verhoogd. De komende jaren wordt er onderzoek gedaan om te komen tot een snellere dienstverlening met als gevolg een lagere kostenpost wat een drukkend effect zal hebben op de kostendekkendheid. Titel 3 is een klein onderdeel van de legesverordening wat voor een groot deel bestaat uit evenementenvergunningen. Vanwege de maatschappelijke betekenis ervan is dit bij veel gemeentes niet kostendekkend. In onze begroting worden deze opbrengsten niet apart begroot maar vallen onder de algemene leges. Wat de tarieven werkelijk zullen worden is nog niet geheel duidelijk. Op het moment dat deze begroting is geschreven is het onderzoek naar de lasten, de baten en de hoogte van de leges op basis van de omgevingswet nog in volle gang.
61
Begraafplaatsleges De tarieven worden met 4,42% verhoogd (leges voor werkzaamheden). De tarieven zijn ook een aantal jaren niet verhoogd maar hier is wel ruimte voor. Begraafplaats leges Kosten 7.5
Bedrag Begraafplaatsen
€ 72.150
Overhead
€ 20.706 €0
BTW Totaal Kosten
€ 92.857
Opbrengsten
Bedrag € 21.000
1 Begraafplaatsen Totaal Opbrengsten
€ 21.000
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 92.857
Totaal opbrengsten
€ 21.000
Kostendekkendheidspercentage
22,62%
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt op grond van de kadernota 2024 is dat de tarieven voor het ophalen en verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen kostendekkend zullen worden vastgesteld. Uit de kostendekkendheidberekening blijkt dat er ruimte is om de tarieven voor 2024 te verhogen. Met hoeveel procent het tarief hierdoor moet stijgen moet bij het opstellen van de verordeningen precies berekend worden met exacte informatie over aantallen meer- en éénpersoonshuishoudens. In onderstaande tabel is voorlopig uitgegaan van een tariefverhoging van 4,42% het percentage wat volgens de Meicirculaire 2023 het gemiddelde stijgingspercentage voor gemeentelijke woonlasten is van 2022 op 2023.
62
Tarieven Afvalstoffenheffing Vlieland 2023
Vlieland 2024
Stijging t.o.v. 2023
Nederland 2023
éénpersoonshuishouden
€ 263,55
€ 275,20
4,42%
€ 266,00
meerpersoonshuishouden
€ 351,04
€ 366,56
4,42%
€ 329,00
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Kosten 7.3
Bedrag Afval
€ 308.200
Overhead
€ 88.328
BTW
€ 49.284
Totaal Kosten
€ 445.813
Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 359.500
Afvalstoffenheffing
€ 359.500
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 445.813
Totaal opbrengsten
€ 359.500
Kostendekkendheidspercentage
80,64%
Reinigingsrecht bedrijfsafval Bij de berekeningen voor de kostendekkendheid bleek dat er voor de reinigingsrechten nog steeds een behoorlijke ruimte is om de tarieven te verhogen. Dit wordt deels veroorzaakt doordat kosten voor een percentage van 35% van straatvuil ook meegenomen mogen worden in de berekening. Maar de stijgende tarieven van de kosten voor afvalinzameling werken ook voor bedrijfsafval behoorlijk kostenverhogend. Er is echter evenals voor de afvalstoffenheffing gekozen voor een opbrengstverhoging van 4,42%.
63
Kostendekkendheid bedrijfsafval Kosten
Bedrag
2.1
Verkeer en vervoer
€ 17.638
7.3
Afval
€ 185.154
Overhead
€ 57.164 €0
BTW Totaal Kosten
€ 259.957
Opbrengsten
Bedrag
1.1
€ 211.500
reinigingsrecht
€ 211.500
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 259.957
Totaal opbrengsten
€ 211.500
Kostendekkendheidspercentage
81,36%
Rioolrechten De aanslagen zijn afhankelijk van het waterverbruik. Er zijn in totaal ongeveer 900 aansluitingen. Op sommige aansluitingen zijn meerdere huishoudens aangesloten. In mei 2017 is het nieuwe GRP door de raad vastgesteld. Op dit moment wordt bij de rioolrechten uitgegaan van een stijging van het tarief van 5%, in overeenstemming met het MJOP.
64
Tarieven Rioolheffing Vieland 2023
Vlieland 2024 Stijging t.o.v. 2023 Nederland 2023
per 50m3, tot 300m3 waterverbruik
€ 55,13
€ 57,88
5,00%
per 100m3, tussen 301 - 1000m3 waterverbruik
€ 110,25
€ 115,76
5,00%
€ 1.097,54
€ 1.152,42
5,00%
per 1000m3, boven 1000m3 waterverbruik
€ 212,00
Kostendekkendheid rioolheffing Kosten 7.2
Bedrag Riolering
€ 205.577
Voorziening
-€ 65.173
Overhead
€ 60.608 € 30.512
BTW Totaal Kosten
€ 231.525
Opbrengsten
Bedrag
1.1
Rioolheffing
€ 231.525 € 231.525
Totaal Opbrengsten
Totaaloverzicht
Bedrag
Totaal kosten
€ 231.525
Totaal opbrengsten
€ 231.525
Kostendekkendheidspercentage
100,00%
De tarieven voor afvalstoffenheffing, reinigingsrecht en rioolrecht zijn voorlopig. De definitieve tarieven worden voorgelegd bij het vaststellen van de belastingverordeningen in december.
65
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In het Besluit Begroting en verantwoording provincie en gemeenten wordt het weerstandsvermogen omschreven als de relatie tussen de weerstandscapaciteit van de gemeente en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. In feite zou het weerstandsvermogen ook kunnen worden omschreven als de mate waarin de gemeente in staat is omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. De weerstandscapaciteit dient dus om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. In beginsel betreft dit de opstelsom van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserves en de stille reserves. In de in 2022 vastgestelde nota reserves en voorzieningen bedraagt de ondergrens van de algemene reserve € 1.000.000. Op 31 december 2024 bedraagt de algemene reserve naar verwachting € 2.083.952, exclusief het resultaat van 2024. De voeding en de beschikking over de reserve wordt jaarlijks door de gemeenteraad bepaald. Stille reserves zijn er nauwelijks. Structurele weerstandscapaciteit Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken.
In de begroting 2024 is een stelpost voor prijsstijgingen opgenomen van € 141.700 die oploopt tot € 500.600 in 2027. Daarnaast is de structurele begrotingsruimte een maat voor de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. Inventarisatie van de risico’s Onderstaand volgt een korte inventarisatie van mogelijke risico’s. Wij hebben getracht deze lijst zo compleet mogelijk te maken. Toch is niet met zekerheid te zeggen of de lijst uitputtend is. Sociaal Domein Met name de kosten van individuele trajecten in de jeugdzorg vormen voor kleine gemeenten een risico omdat deze kosten van jaar tot jaar zeer kunnen verschillen. Als een jongere intensieve zorg nodig heeft kunnen de kosten op lopen tot € 100.000 per client. Regelmatig is het ook zo dat deze intensieve zorg langer nodig is dan 1 jaar. Ook maatwerkvoorzieningen kunnen van jaar tot jaar zeer verschillen. Bijvoorbeeld woningaanpassingen vormen een risico voor de gemeente Vlieland. De afgelopen jaren laten zien dat de kosten voor maatwerkvoorzieningen zomaar € 160.000 per jaar hoger kunnen zijn dan het vorige jaar. Voor zowel jeugdzorg als voor de maatwerkvoorzieningen zien we de laatste jaren de kosten toenemen en komen er piekjaren voor. Een reserve Sociaal Domein heeft de gemeente Vlieland niet.
Toeristenbelasting De belangrijkste belastingopbrengst van de gemeente Vlieland is de toeristenbelasting (€ 1.869.320 op een totale opbrengst belastingen van € 3.903.279, dat is 48%). De grondslag van deze opbrengst is gevoelig voor de conjunctuur en afhankelijk van het weer (vooral in de jachthaven en op de 66
kampeerterreinen). Daarnaast bestaat ten aanzien van deze opbrengst het risico dat de grondslag wordt aangetast door structurele ontwikkelingen in de toeristische sector zoals wijzigingen in de vakantiebestemmingen van de gasten. En natuurlijk hebben we in de afgelopen jaren ook kunnen ervaren welke gevolgen overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van een virus kunnen betekenen voor ons eiland. Een fluctuatie van 20% (€ 360.000) in de baten kan zich door dergelijke ontwikkelingen voor doen. Zorgwijk de Boswijk Er is een 40-jarige lineaire lening aan gegaan met een vast rentepercentage voor de gehele looptijd. Deze lening bedraagt € 15.084.000. Daarnaast gaat de gemeente er van uit dat het risico van leegstand en dus van huurderving minimaal is en slechts zal bestaan uit mutatieleegstand. Voor de woningen lijkt dat gezien de woningmarkt op Vlieland ook op langere termijn realistisch. De zorgvilla met zeven studio’s is ontworpen uitgaande van de visie in het Visiedocument De Bakens Verzet van “zo gewoon mogelijk wonen”, ook in een intramurale zetting van 7x24-uur zorg. Door een zorgvilla te maken met studio’s zonder de uitstraling van een instellingsgebouw, is de verwachting dat ook bij eventuele wijzigingen van de financiering van de ouderenzorg door de rijksoverheid, het vastgoed goed verhuurbaar blijft.
Oftewel dat ook bij een nog verdere extramuralisering door het rijk, de zorgvilla z’n waarde en verhuurmogelijkheden behoudt. Tenslotte gaan we er van uit dat er ook voor het welzijnsgebouw steeds voldoende huurders zullen zijn die de benodigde opbrengsten genereren. Naast commerciële functies zoals bijvoorbeeld een fysiotherapiepraktijk en een kapper, zal het gebruik overigens voor een belangrijk deel bestaan uit het ouderenwelzijnswerk van de gemeente Vlieland. Dat betekent dat er vanuit het welzijnsbeleid voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om dit gebruik mogelijk te maken. De geprognotiseerde exploitatielasten liggen jaarlijks rond de € 585.000 Al met al een groot project voor de gemeente Vlieland, waar wel wat onzekerheden aan kleven, die zouden kunnen leiden tot negatieve resultaten. Subsidies Stichtingen De gemeente verstrekt subsidies aan verschillende stichtingen. Met behulp van deze subsidies kunnen deze stichtingen voorzieningen, op het door de raad voor zowel inwoners als gasten van Vlieland gewenste niveau, in stand houden. Steeds meer dringt zich echter de vraag op, of voorzieningen op het huidige niveau in stand gehouden kunnen worden, met de subsidies zoals ze nu verstrekt worden. Bij één van de stichtingen is een gedetacheerde werknemer van de gemeente werkzaam.
Wanneer de stichting niet meer kan blijven voortbestaan wordt de gemeente geconfronteerd met salariskosten van € 53.000. Pensioen- en wachtgeldvoorziening wethouders Op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) heeft een Arbeidsongeschikte burgemeester of wethouder recht op doorbetaling van zijn wedde tot zijn aftreden. Vervolgens is er recht op wachtgeld. Een arbeidsongeschikte wachtgeldgerechtigde kan recht houden op een verlengde uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Duurt daarna de arbeidsongeschiktheid van de burgemeester/wethouder/wachtgeldgerechtigde voort? Dan is er recht op een verlenging van de wedde of de wachtgelduitkering naar verhouding van de mate van arbeidsongeschiktheid tot uiterlijk de pensioengerechtigde leeftijd. Door verzekeringsvoorwaarden kan de gemeente in sommige gevallen ondanks een afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering geconfronteerd worden met extra kosten. Daarnaast heeft de gemeente een voorziening voor het pensioen van wethouders. Grondslagen voor de waardering van deze voorziening zijn een rekenrente die in lijn is met de rente die geldt voor individuele waardeoverdrachten en de sterftetafel GBM/GBV met een leeftijdsterugstelling m/v 5/1 of v/m 3/3. Wijzigingen in rekenrente en sterfte tabel maken soms grote extra toevoegingen aan de voorziening nodig.
Voor deze verhogingen van de voorziening is wel een jaarlijks budget opgenomen van € 50.000 maar de gemiddelde jaarlijkse toevoeging over de laatste 5 jaar ongeveer het dubbele.
67
Leningen Restschuld in euro’s 31-12-2023 31-12-2024 560.714 504.643 178.750 162.500 22.917 18.333 183.333 165.000 4.827.586 4.655.172 250.000 200.000 140.000 130.000 6.163.300 5.835.648
Geldnemer Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Stichting Flidunen Tennisvereniging TCV ’91 Energie coöperatie Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Stichting Rekreatiebelangen Vlieland Duinwijck Totaal
Op dit moment is er geen reden om aan te nemen dat de stichtingen/verenigingen niet aan hun betalingsverplichtingen zouden kunnen voldoen. Het risico is daarom laag. Gewaarborgde geldleningen Voor liquiditeitstekorten van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de G8 staat de gemeente Vlieland garant tot een bedrag van € 908.000. Bij het instemmen met de koopovereenkomst met WoonFriesland op 11 juli 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de gemeentelijke achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Leningen van WoonFriesland ter financiering van investeringen in de gemeente Vlieland worden hiermee geborgd tot een bedrag van 10 miljoen. Mocht WoonFriesland zijn leningen niet meer kunnen afbetalen, dan neemt het WSW de betaalverplichtingen over. Als het WSW deze betaalverplichting niet uit eigen vermogen en bij de corporatie te innen obligo kan voldoen moeten Rijk en gemeente ieder voor 50% bijspringen. Op grond van hun rol als achtervanger moeten zij in dat geval renteloze leningen aan het WSW verstrekken. Het is op dit moment onwaarschijnlijk dat dit zich voor doet maar mocht het zich voor doen dan zal de gemeente geconfronteerd worden met de rentelasten van ten hoogste 5 miljoen.
Financieel gevolg
Risico
Benodigde weerstandsKansklasse capaciteit
Sociaal domein Jeugdzorg
100.000
90%
90.000
Sociaal domein maatwerkvoorzieningen
160.000
70%
112.000
Toeristenbelasting
360.000
50%
180.000
Boswijk
585.000
10%
58.500
Subsidies stichtingen
53.000
30%
15.900
Pensioen en wachtgeldvoorziening wethouders
50.000
90%
45.000
Verstrekte leningen
5.835.648
10%
583.565
Garantstellingen
908.000
10%
90.800
Totaal van de riscio's
8.051.648
Voor het kwantificeren van de risico’s is gebruik gemaakt van onderstaande tabel;
68
1.175.765
Kansklasse Toelichting kansklasse
Kwantiteit
Referentiebeelden
10%
0 of 1 keer per 10 jaar
1
30%
1 keer per 5-10 jaar
2
50%
1 keer per 2-5 jaar
3
70%
1 keer per 1-2 jaar
4
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waaran het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen. Deze klasse hanteren we voor risico's waarvan het niet waarscdhijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen. Deze klasse hanteren we voor risico's die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waaran het waarschijlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen. Deze klasse wordt gehanteerd voor risico's waaran het zeer waarschijlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapciteit Beschikbare weerstandsvermogen
Algemene reserve 31 december 2024
€ 2.083.952
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van bovenstaande risico inventarisatie bedraagt het maximaal benodigde bedrag € 1.175.765. Het is echter niet waarschijnlijk dat alle risico’s tegelijk en in hun maximale omvang zullen optreden. Daarom gaan we uit van 90% zekerheid waardoor het bedrag aan benodigde weerstandscapaciteit € 1.058.188 bedraagt. De Ratio weerstandvermogen bedraagt 1,97, dit is conform onderstaande tabel (ruim)voldoende Meerjarig stijgt de ratio weerstandvermogen door de stijging van de Algemene Reserve en door de aflossingen van de uitstaande leningen. Na 2026 verwachten we een lichte daling als gevolg van een geprognositceerd negatief resultaat in 2026 en verder. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2,0
Uitstekend
B
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 - 1,4
Voldoende
D
0,8 - 1,0
Matig
E
0,6 - 0,8
Onvoldoende
F
<0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen De volgende kengetallen dienen ter ondersteuning bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente: 1. Netto schuldquote 2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 3. Solvabiliteitsratio 4. Structurele exploitatieruimte 5. Gemeentelijke belastingdruk Bij de beoordeling van de financiële positie is het van belang de kengetallen van een adequate toelichting te voorzien. Netto schuldquote De nettoschuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De nettoschuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
69
Nu kan er in een gemeente sprake zijn van het doorlenen, door weer aan andere partijen een lening te verstrekken: sportclubs, culturele organisaties, etc. Om vervolgens inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen moet de schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden worden weergegeven. Op deze manier ontstaan twee indicatoren: 1. De netto schuldquote. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze indicatoren brengen in beeld in hoeverre de netto schulden zich verhouden tot de totale baten (inkomsten) van de gemeente. Hoe hoger het percentage, hoe meer externe financiering de gemeente heeft aangetrokken om de activiteiten (investeringen) te financieren. Dit inzicht is uiteraard voor Vlieland zelf van belang, maar het is ook verplicht deze kengetallen in begroting en rekening op te nemen. Samen met de andere vier financiële kengetallen geven ze een beeld van de financiële situatie van de gemeente 2023
2024
2025
2026
2027
werkelijk prognose
2022
raming
raming
raming
raming
schuldquote: netto schuldquote
235%
241%
248%
242%
247%
245%
netto schuldquote gecorrigeerd
168%
180%
191%
190%
198%
199%
De netto schuldquote geeft aan of de gemeente investeringsruimte heeft. De te hanteren indicaties zijn: ·
Schuldquote onder de 100%:
voldoende
·
Schuldquote boven de 100%:
matig
·
Schuldquote boven de 130%:
onvoldoende
De gemeente Vlieland heeft volgens deze cijfers meerjarig onvoldoende investeringsruimte. Verhoudingsgewijs heeft de ontwikkeling van de nieuwe zorgwijk ervoor gezorgd, dat voor een kleine gemeente als Vlieland een grote investering werd gedaan. Hiervoor moest een hoge lening worden aangetrokken. Bij kleinere gemeenten hebben dergelijke projecten dan ook gauw een negatieve uitwerking op het kengetal netto schuldquote en automatisch ook op het volgende kengetal solvabiliteitsratio. Een kengetal staat echter nooit op zich zelf maar moet in samenhang met de overige kengetallen beoordeeld worden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan welk deel (percentage) van het totaal van wat de gemeente aan geldwaarde heeft (balanstotaal) wordt gevormd door het eigen vermogen. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Met andere woorden: of ze alles kan betalen en of er voldoende geld beschikbaar is. De solvabiliteitsratio is een veel gebruikt financieel vergelijkingsgetal. Het geeft relatief snel inzicht in de financiële positie van een organisatie en specifiek in de financiering. De stelregel is hierbij: hoe lager de solvabiliteit, hoe minder eigen vermogen de organisatie heeft om eventuele tegenvallers op te vangen of om te investeren.
70
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Werkelijk
raming
raming
raming
raming
raming
13%
12%
12%
12%
10%
8%
solvabiliteitsratio: solvabiliteitsratio
Deze ratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De te hanteren indicaties zijn: ·
Solvabiliteitsratio 50% en hoger:
voldoende
·
Solvabiliteitsratio lager dan 50%:
matig
·
Solvabiliteitsratio kleiner dan 30%:
onvoldoende
Structurele exploitatieruimte Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel (echt) in evenwicht is. Hierbij gaat het om het onderscheid tussen structurele (meerjarige) en incidentele (eenmalige) inkomsten en uitgaven. Voorbeelden van structurele inkomsten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Structurele uitgaven zijn bijvoorbeeld de personeelskosten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De incidentele inkomsten en uitgaven verschillen per jaar. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele inkomsten en de structurele uitgaven over meerdere jaren niet veranderen en ongeveer even hoog zijn, is evenwichtiger en zekerder dan een begroting waarin de inkomsten en uitgaven per jaar in hoogte en aard verschillen. Dan is de begroting door de jaren heen afhankelijk van verschillende éénmalige zaken en daarmee zijn er meer onzekerheden. De structurele exploitatieruimte laat zien in hoeverre we structureel middelen beschikbaar hebben voor (noodzakelijk) beleidsinitiatieven. De begroting moet structureel in evenwicht zijn en de provincie toetst daarop. Het is tevens verplicht dit kengetal in begroting en rekening op te nemen.
Samen met de andere vier financiële kengetallen geven ze een beeld van de financiële situatie van de gemeente.
Kengetal structurele exploitatieruimte saldo baten en lasten reservemutaties Begrotingssaldo na bestemming incidentele B&L structureel begrotingssaldo In percentages
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Werkelijk Prognose -2.410 -599 3.577 516 1.167 -83 -278 -318 889 -400 9,08% -3,93%
-180 213 34 109 142 1,39%
-162 262 100 10 110 1,05%
-645 290 -356 -32 -387 -3,73%
-779 305 -475 -40 -514 -4,89%
Geconcludeerd kan worden dat in 2024 en 2025 geen structurele lasten worden gedekt door incidentele baten en dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is tot en met 2025. Een overzicht van incidentele baten en lasten is in de financiële begroting opgenomen. Grondexploitatie: De gemeente Vlieland kent geen grondexploitatie. Belastingcapaciteit en structurele begrotingsruimte De onbenutte belastingcapaciteit is een mogelijkheid de belastingen te verhogen om tegenvallers op te vangen of om nieuw beleid te realiseren. Het geeft aan welke rek er nog zit in de gemeentelijke uitgaven via het verhogen van de belastingen. Een maat daarvoor kan zijn de woonlasten per huishouden. Als die hoog zijn, zeker gezien de woonlasten gemiddeld in Nederland, zijn er weinig 71
mogelijkheden de inkomsten te verhogen. Overigens zijn hier geen objectieve criteria voor te geven maar gaat het om politieke oordelen rond de vraag in hoeverre de hoogte van de woonlasten nog mogelijkheden biedt de onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Aangezien de kosten van riolering al voor 100% worden gedekt door de betreffende tarieven, bestaat de mogelijkheid te voorzien in extra begrotingsruimte met name bij de algemene belastingsoorten: onroerendezaakbelasting, toeristenbelasting, forensenbelasting, afvalstoffenheffing, reinigingsheffing hondenbelasting en precariobelasting. Gemeentelijke belastingcapaciteit
Werkelijk
Werkelijk
Werkelijk
Werkelijk
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
215
287
291
325
339
Rioolheffing voor gezin
150
150
158
165
173
Afvalstoffenheffing voor gezin
324
324
329
340
355
0
0
0
0
0
689
761
778
830
868
Eventuele hefffingskorting voor gezin Totale woonlasten Vlieland voor een gezin Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin
776
811
904
944
944
Belastingcapaciteit
89%
94%
86%
88%
92%
72
Paragraaf 3: Onderhoud kapitaalgoederen
Inleiding Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen komt in de verschillende begrotingsprogramma’s terug. In deze paragraaf wordt het gevoerde beleid met betrekking tot het beheer en onderhoud als een “dwarsdoorsnede” vanuit de programma’s aangegeven. Daarmee is het tegelijkertijd het beleidskader voor dit onderwerp. Kapitaalgoederen worden in deze paragraaf onderverdeeld in de categorieën: wegen (inclusief openbare verlichting en civiele kunstwerken), riolering, waterstaatswerken (inclusief oeverconstructies), groen (inclusief sportparken, speelterreinen en begraafplaatsen) en gemeentelijke gebouwen. Alle kapitaalgoederen dienen onderhouden te worden en dit onderhoud is onder meer bepalend voor de kwaliteit van het voorzieningenniveau in onze gemeente. Wegen Op 23/24 mei 2022 heeft de Raad het onderhoudsplan wegen 2023-2026 vastgesteld. De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening wegen geboekt. Buiten het onderhoud wat in Programma 2 onder wegen verder is toegelicht is voor 2024 alleen de voorbereiding van de Kampweg volgens het investeringsplan geraamd. De reconstructie zelf zal naar verwachting in 2024 plaatsvinden. De start voor de reconstructie van de Kampweg is inmiddels ingezet. Het ecologische onderzoek duurt wat langer dan verwacht, maar de uitvoering daarvan is nog steeds gepland voor 2024.
Onderzoek en besluitvorming door de raad moeten nog uitwijzen hoe de Kampweg precies zal worden vormgegeven. Tot op heden is het nog niet bekend of voor een eventuele reconstructie van deze orde subsidie verkregen kan worden. Met de (voorzichtig) geraamde kosten voor de Kampweg wordt de voorziening niet belast. De kapitaallasten komen ten laste van de exploitatie. Voor de reconstructie zal een separaat raadsvoorstel worden voorgelegd voor de uiteindelijke investering waarin tevens een keuze wordt gemaakt op welke wijze deze reconstructie wordt uitgevoerd. Na 2026 wordt een aantal grotere werken voorzien, zoals het westelijk deel van de Dorpsstraat, het zuidelijk deel van de Badweg, de Postweg en een volgende onderhoudsbeurt van het fietspad langs de zeereep. Het lange-termijnvooruitzicht van het verloop van de wegenvoorziening wordt na een aantal jaren negatief. Na een nadere analyse voor de lange termijn van de benodigde verwachte onderhoudsinspanningen, zal er de komende jaren moeten worden nagedacht over hoe de wegenvoorziening voldoende op peil blijft. Voor de begroting van 2025 zal er een beter beeld zijn wat het peil van de voorziening moet worden. Dit om vanaf 2026 de noodzakelijke onderhoudswerken aan de wegen te kunnen uitvoeren omdat op de middellange termijn combinatie met rioleringswerkzaamheden steeds minder zal voorkomen.
Openbare Verlichting De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor de verlichting langs de openbare wegen. De lichtmasten zijn eigendom van de gemeente, het beheer en onderhoud van de lantaarnpalen is gezamenlijk met Friese gemeenten en de provincie uitbesteed aan een uitvoeringsorganisatie. De
73
organisatie van het beheer is in handen van een gezamenlijk opgerichte stichting, die in 2018 is omgevormd naar de coöperatie Openbare Verlichting en Energie Fryslân U.A., afgekort OVEF. De gemeente heeft momenteel 325 lantaarnpalen/Openbare Verlichting-punten in beheer: - in de bebouwde kom (inclusief veerdam): 245 stuks - buiten de bebouwde kom (inclusief bedrijventerrein): 65 stuks - signaalverlichting in de vorm van bolders bij de veerdam en bij de Jutter: 15 stuks In december 2020 is een beleidsplan openbare verlichting door de raad vastgesteld. Mede op basis van dit plan is in mei 2022 een meerjarenraming voor onderhoud en vervanging van de openbare verlichting op Vlieland vastgesteld en aan de raad aangeboden, om de te verwachten kosten voor onderhoud en vervangingsinvesteringen de komende jaren te kunnen inschatten. Openbare verlichting (beheer en onderhoud) maakt onderdeel uit van de meerjarenraming wegen. De vervangingsinvesteringen voor openbare verlichting zijn toegevoegd aan de meerjarenraming (MJOP) wegen 2023-2026. Vervangingen zijn gebaseerd op leeftijd en theoretische levensduur van lichtmasten en armaturen. Elk jaar wordt bekeken of de geplande vervangingen van lichtmasten noodzakelijk zijn of eventueel uitgesteld kunnen worden.
74
Onderhoud wegen 2023-2026
stand voorziening per 1/1
2024
2025
2026
506.390
395.303
184.679
10.500 p.m. 4.000
12.250 p.m. 4.000
14.000 p.m. 4.000
KOSTEN: eenmalige budgetten onderhoud jaarlijks onderhoud Dorpsstraat verwijderen warmteleiding Nuon regulier onderhoud fietspaden Diverse gloppen Diverse gloppen Diverse gloppen Diverse gloppen Kerkplein middenweg Esdoornlaan (combi) Nieuwestraat Lutinelaan fietspad uitlegger midscheeps (combi) Badweg Camping weg Torenpad Dreef
35.500 28.000 22.500 100.000 94.000 6.250 110.667 70.000
24.300 66.000 36.500 27.000
Pad van 30 autopad Oude Postweg subsidie recreatiefonds pad van 30 subsidie recreatiefonds fietspaden
p.m.
p.m.
p.m.
183.500
279.467
206.500
15.000 24.503
15.000 24.503
15.000 24.503
5.000 13.100 5.000
5.000 13.100 5.000
5.000 13.100 5.000
246.103
342.070
269.103
Toevoeging aan de voorziening
135.016
131.446
132.335
totaal BATEN
135.016
131.446
132.335
Geraamde stand van de voorziening per 31/12
395.303
184.679
47.911
Exploitatie papierbakken en straatmeubilair OV volgens MJOP Kapitaallasten Fietspaden Kapitaallasten Kampweg gladheidsbestrijding onderhoud en beheer algemeen vegen wegen totaal KOSTEN BATEN:
Het MJOP wegen l oopt t/m 2026. In de begroti ng i s voor 2027 rekeni ng gehouden met dezel fde kos ten a l s i n 2026.
75
Rioleringen In mei 2017 heeft de gemeenteraad een nieuw basisrioleringsplan (BRP) en een nieuw Gemeentelijk rioleringsplan Vlieland 2016 – 2023 (GRP) vastgesteld. Het plan werd opgesteld door een extern deskundig ingenieursbureau. In 2022 hebben college en raad een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan (mjop) vastgesteld. In deze geactualiseerde planning zijn ook opgenomen de kosten van BTW en totale overhead gerelateerd aan het onderhoud van het rioolstelsel. In mei 2023 is gestart met het opstellen van de opvolger van het GRP, het Gemeentelijk Programma Water en Rioleringen (GPWR). In dit programma zal nadrukkelijk ook meer aandacht geschonken worden aan de gemeentelijke zorgplicht voor het grond- en hemelwater in het bebouwde gebied, ook met het oog op klimaatverandering. Het nieuwe GPWR zal een geactualiseerde planning voor onderhouds- en vervangingsinvesteringen bevatten, alsmede een geactualiseerd financieel meerjarenperspectief, waarmee in de volgende begroting rekening kan worden gehouden. Meerjarenraming rioleringen 2023-2026 onderhouds en vervangingsinvesteringen bedragen excl. Inflatie
kosten afschr. prijspeil termijn 2022 (jaren)
jaar geplande uitvoering
stand voorziening aan het begin van het jaar
2024
2025
2026
2027
379.331
346.193
305.499
228.897
53.054 19.976 11.141
53.054 18.599 11.141
53.054 30.906 11.141
53.054 29.827 11.141
840 3.136 594 1.400 2.000
827 3.104 588 2.772 3.960 2.400 8.500 533
813 3.072 582 2.744 3.920 4.752 10.030 683 2.800 1.200
800 3.040 576 2.716 3.880 4.704 9.860 672 5.544 2.376
1.253
3.696
4.536
4.536
200
396 200
392 396 200
388 392 396 200
42
84
126
168
was: KOSTEN kapitaallasten afschrijvingen uit het verleden t/m 2021 rente uit het verleden t/m 2021 fictieve BTW over de afschrijvingen
Vervangingsinvesteringen / kapitaallasten vervanging besturings software schuif dijk 10000 vervanging / berging riool / infiltratieriool Esdoornlaan 80000 Midscheeps (50 m vernieuwen) 15000 aanpassing duiker hemelwaterafvoer door zeedijk 70000 groot onderhoud buffer Oosterseveld 100000 vervanging AC-leiding Eureka en Doniastate 120000 vervanging kolkenzuiger 85000 vervanging rioolcamera 8000 vervanging riool Sparrenlaan 140000 vervanging riool Molenglop 60000 Dorpsstraat Molenglop - Westend 1000000 fictieve BTW over de afschrijvingen
15 50 50 50 50 50 10 15 50 50 50
2022 2022 2023 2024 (200000) 2024 2025 2025 (80000) 2025 2026 (130000) 2026 2029 (900000)
overige vervangingsinvesteringen vrij verval riolen / kapitaallasten volgens globale raming GRP 4 diversen, nader te bepalen 2024 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2025 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2026 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2027 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2028 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2029 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2030 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2031 (vlgs GRP 4) 39000 50 (36000) diversen, nader te bepalen 2032 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2033 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2034 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2035 (vlgs GRP 4) 36000 50 (33000) diversen, nader te bepalen 2036 (vlgs GRP 4) 74000 50 diversen, nader te bepalen 2037 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2038 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2039 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2040 (vlgs GRP 4) 10000 50 vervangen drainage sportveld 50000 15 2035 diversen, nader te bepalen 2041 (vlgs GRP 4) 10000 50 diversen, nader te bepalen 2042 (vlgs GRP 4) 10000 50 fictieve BTW over de afschrijvingen
76
Uitbreidingsinvesteringen / kapitaallasten Riool + hemelwatervoorzieningen Boswijk maatregelen IT-riool Bremweg (bv. verticale putten) verticale infiltratie sportveld herstel riool omgeving Vorkduin 14 afkoppelen hemelwater Duinwijck fictieve BTW over de afschrijvingen
4.074 1.027 2.053 396 990 1.008
4.032 1.013 2.027 392 980 1.008
3.990 1.000 2.000 388 970 1.008
3.948 987 1.973 384 960 1.008
27.000 500 2.500 5.000
27.000 500 2.500 5.000
27.000 500 2.500 5.000
27.000 500 2.500 5.000
2.000
2.000
5.000 2.000
2.000
20.000 10.000 10.000 5.000 20.000
20.000 10.000 10.000 5.000 20.000
10.000 20.000 10.000 10.000 5.000 20.000
20.000 10.000 10.000 5.000 20.000
15.645
15.645
18.795
15.645
totaal KOSTEN excl. overhead Overhead 22% over totale kosten (niet over BTW)
220.830 45.634
236.952 48.643
276.499 57.159
261.175 53.788
totaal kosten incl. overhead
266.463
285.595
333.658
314.963
1.800 231.525
1.800 243.101
1.800 255.256
1.800 268.019
totaal BATEN
233.325
244.901
257.056
269.819
Geraamde stand van de voorziening per 31/12 berekend benodigd nominaal stijgingspercentage rioolrechten benodigde hoogte voorziening volgens GRP 2016-2023 (prijspeil 1 jan. 2022 = + 27%)
346.193 5 494.030
305.499 5 483.870
228.897 5 455.930
183.753 5 407.670
exploitatie / eenmalig apparaatskosten en doorbelasting huisvesting belastingen en leges rioolbeheerpakket Kikker samenwerking in de waterketen (bv. Wateramb.) Camera-inspectie riolen reinigen riolen grondwaterbeheer herziening GRP onderzoek (persleidingen / watertaken) jaarlijks onderhoud en beheer (externe kosten) gas, elektra, telefoon/data vrij verval- en drukriolen rioolgemalen en -pompen drinkwaterbesparing en klimaatadaptatie** verleggen rioolaansluitingen voetpad dijk incl. BTW bijdrage aan AD ivm BTW-comp. En correcties
105000 20000 40000 10000 25000
50 2022 30 2023 30 2023 50 2023 50 p.m.
27000 500 (2000) 2500 5000 15000 (8) 5000 (3) 2000 (1000) 25000 (8) 2023 (20000) 12500 20000 10000 (7000) 10000 5000 20000 20000 2023 21% van de externe B&O-kosten (excl app & leges)
BATEN: leges diensten (benodigde) opbrengst rioolrechten
1800
Gemeentelijke gebouwen Jaarlijks worden de gebouwen van de gemeente geïnspecteerd en vindt er overleg met de beheerders of gebruikers plaats. Doel is een goede onderhoudstoestand van de gemeentelijke gebouwen en het voldoen aan de wettelijk gestelde eisen. Op basis van deze inspecties wordt een inschatting gemaakt van het te verwachten regulier en groot onderhoud en de daarmee gemoeide onderhoudskosten in de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Het actuele plan is voor de periode 2023-2026 en wordt jaarlijks bijgesteld. Alle objecten die hieronder worden genoemd heeft de gemeente momenteel in eigendom en soms in beheer en/of onderhoud. Gemeentehuis – Dorpsstraat 127 Eerder is al aan de orde geweest om het gebouw te verduurzamen. Wettelijk gezien moeten de kantoorgebouwen voldoen in 2023 aan de eisen voor een energielabel C. Door een gewijzigde berekeningsmethodiek voldoet het gebouw daar momenteel niet meer aan. Inmiddels is er een energiescan gemaakt waaruit blijkt welke maatregelen en investeringen genomen moeten worden om aan de wettelijke eisen te voldoen. Omdat het om aanzienlijke investeringsbedragen gaat worden gefaseerd en in samenhang met de ontwikkeling van de oude bibliotheek meerdere scenario’s uitgewerkt. Dit plan wordt lopende 2023 verder opgepakt en naar alle waarschijnlijkheid zal voor 2024 e.v. een keuze worden voorgelegd. Gemeentewerken – Fortweg 1A en 2A
77
De gemeentelijke werkplaatsen, waaronder ook “FRAM-loods” moeten de buitengevels opnieuw worden bekleed. Omdat het zout uit deze loods is weggehaald kan de vloer worden gerepareerd en kan de indeling wat worden aangepast. Zodoende kunnen ook de overheaddeuren worden vervangen. Door de recentelijke gewijzigde beleidsvoornemens voor het wijzigen en verduurzamen van het rollende materieel moet ook rekening worden gehouden met aanpassingen van de elektrische installatie. Voormalige bibliotheek – Dorpsstraat 152 Dit pand is intern verbouwd voor de fysiotherapie en aula. Met het gereedkomen van de Vliestroom zijn deze functies niet meer nodig en wordt gekeken naar de (on)mogelijkheden van dit pand, mogelijk in combinatie met de locatie van het gemeentehuis . In de tussentijd is er een tijdelijk start-up project gevestigd voor de looptijd van 1 jaar. De Jutter – Lutinelaan 3 In dit multifunctionele gebouw dat gerealiseerd is in 2015 zijn gevestigd: de openbare school voor basisonderwijs en VMBO, de kinderopvang, de bibliotheek en jeugd- en jongerenwerk de Vliering. Al eerder is als aandachtspunt de vloeren genoemd. Daarvoor zullen delen moet worden vervangen. Een groter probleem is de forse lekkage van het oostelijke gedeelte van het dak.
Diverse deskundigen zijn inmiddels geraadpleegd, maar tot op heden is de oorzaak daarvan niet te vinden zonder dat een heel groot gedeelte van het dak moet worden verwijderd. Bij het structureel repareren van het dak moet aan bedragen worden gedacht van € 150.000 en meer. De inspanningen zijn momenteel primair gericht op het vinden van de oorzaak en het herstellen ervan. Parallel daaraan loopt – afhankelijk van de aard van de oorzaak – de ingebrekestelling van een of meerdere betrokken partijen. Sportcentrum Flidunen/zwembad – De Uitlegger 2 De Stichting Recreatiebelangen Vlieland (SRV) heeft de exploitatie overgenomen van de Stichting Flidunen. Op basis van de samenwerking tussen de stichtingen en de gemeente is er een nulmeting is er een MJOP en conditiescore opgesteld. Afspraken over de verdeling van het onderhoud zijn gemaakt. Het (groot) onderhoud en beheer van het gebouw en de technische installaties blijft vooralsnog eerst nog bij de gemeente. Het pand is in 1992 gebouwd en vertoont tekenen van noodzakelijk onderhoud Met name het plenum (de kelderbak rondom het zwembad zelf) met de daar aanwezige kabels en leidingen kent problemen door grondwater en luchtvochtigheid. Ook grote uitgaven zijn te verwachten bij het nog verder verduurzamen van het zwembad door onder meer verdere isolatiemaatregelen, en de vervanging van het zandfilter systeem.
Tenslotte zal te zijner tijd een nieuwe vloer in de sporthal moeten worden aangebracht. Tevens heeft het stichtingsbestuur de wens geuit de kleedruimten aan te passen naar de huidige maatstaven. Verder zijn er problemen naar voren gekomen met het voegwerk van de tegels op het perron(gedeelte om het zwembad zelf). De omvang van het benodigde groot onderhoud is zodanig, dat in de zomer van 2023 op hoofdlijnen is onderzocht op welke wijze Flidunen in de toekomst op een exploiteerbare wijze kan voldoen aan de gestelde eisen en de gewenste gebruiksfuncties. Naar verwachting zal de rapportage met daarin voorstellen voor de toekomst van Flidunen eind 2023 bekend zijn, waarna een keuze kan worden gemaakt hoe het zwembad in 2024 e.v. in stand zal worden gehouden. Bezoekerscentrum de Noordwester – Dorpsstraat 150 De Noordwester, waddencentrum en zeeaquarium is een informatie- en bezoekerscentrum dat de beleving van de natuur en de (cultuur)historie van Vlieland wil stimuleren, zowel voor inwoners als voor bezoekers van het eiland. Het centrum is sinds 1983 gevestigd in het pand Dorpsstraat 150 (voormalige lagere school). Gebouw en presentatie van De Noordwester zijn aan vernieuwing toe, en de structuur van het gebouw is inefficiënt en versnipperd.
Het bestuur van Stichting De Noordwester wil toe naar een algehele herpositionering van het centrum, inspelend op de wereld-erfgoedstatus van de Waddenzee. Hiervoor is een separaat plan gemaakt. Inmiddels is de uitvraag voor een aannemer gestart. De beoogde nieuwe entree in glas en potvis in de hal aan plafond zal ten vroegste in 2024 worden gerealiseerd.
78
Apotheekhoudende huisartsenpraktijk – Molenglop 6 Gebouwd in de zomer van 2009. Er zijn weinig te verwachten onderhoudskosten voor dit pand. Schuurtje begraafplaats – Kerkplein 7 Er zijn weinig te verwachten onderhoudskosten voor dit zeer kleinschalige pand. Ambtswoning burgemeester – Lutinelaan 35 In 2016 is de ambtwoning geheel gerenoveerd, echter het keukenblok is toen niet meegenomen. Planmatig staat deze opgenomen om te worden vervangen. Boswijk het Zorggebouw en het Welszijnsgebouw – Boslaan 1 en Lutinelaan 2C Project Boswijk: nieuwbouw zorgbuurt met zorg- en welzijnsgebouw en 36 woningen is momenteel gerealiseerd. Alle woningen en gebouwen zijn opgeleverd en reeds in gebruik. Met Woon Friesland is overeengekomen dat zij het onderhoud van de 36 woningen voor ons uitvoeren. Het welzijnsgebouw is voor onderhoud van de gemeente. Hiervoor zal in 2023 een eerste opzet worden gemaakt voor een onderhoudsplan. Vooralsnog zijn voor 2024 weinig onderhoudskosten te verwachten. Helihaven – Havenweg 18A De gemeente is eigenaar van de helikopterhaven en hangar en verhuurt deze aan UMGC ambulancezorg.
De hangar bestaat uit een ruimte voor stalling van vervoermiddelen ten behoeve van ambulancevervoer en materieel/materialen voor de Grootschalige Geneeskundige Bijstand die op Vlieland wordt ingevuld door gemeentelijke vrijwilligers, en een afgescheiden ruimte ten behoeve van het onderbrengen van medewerkers die tijdens hun diensten gebruik maken van deze woon- en slaapvertrekken. Het pand is verbouwd en in gebruik en wordt volledig onderhouden door UMCG Ambulancezorg. De landingsplaats met apparatuur en uitrusting, zoals verlichting en hekken is wel in beheer bij de gemeente. Momenteel wordt de landingsplaats voorzien van de goede belijning en kleurenscharkering. Havengebouw jachthaven - Havenweg 68-70-72-74 Het Havengebouw is eigendom van de gemeente, het onderhoud van dit gebouw wordt volledig gedaan door de pachters. De energie besparingen Het Nationaal Klimaatakkoord heeft ook duurzaamheidsverplichtingen voor ons gemeentelijk vastgoed. Eind 2023 zal een overzicht van de stand van zaken m.b.t. de verduurzaming van ons eigen gemeentelijk vastgoed worden opgeleverd. De afgelopen jaren is er al veel gebeurd echter enkele gebouwen behoeven de benodigde aandacht. Dat betreffen het gemeentehuis, zwembad Flidunen, De Noordwester en de bibliotheek. Niet toevallig staan juist deze gebouwen voor het moment dat grootschalig onderhoud nodig is.
In 2024 wordt voor deze gebouwen verder onderzocht wat de mogelijkheden zijn, en keuzes voorgelegd. Bij renovatie/grootschalig onderhoud zal de verduurzaming een belangrijke onderdeel zijn. Bij nieuwbouw is uitgangspunt volledig duurzaam. De verduurzaming van de gemeentelijk tractie zal mogelijk ook aanpassingen op de gemeentewerf nodig maken.. In 2024 zullen de resultaten van de onderzoeken en plannen in separate voorstellen en/of adviezen worden aangeboden met betrekking tot de Noordwester, Flidûnen, het gemeentehuis en de voormalige bibliotheek.
79
Meerjarenraming gebouwen 2023-2026 onderhouds en vervangingsinvesteringen bedragen excl. Inflatie
stand voorziening per 1-1
exploitatie / eenmalig Onderhoud Installaties Onderhoud en beheer algemeen Schilderwerk klein Schilderwerk groot EP000 101 Flidûnen Onderhoud Installaties Onderhoud en beheer algemeen Bedrading plenum vervangen Glijbaan Schilderwerk klein Schilderwerk groot Dak sporthal Daktrimmen, of gelijktijdig met dakleer Vervangen vergaarbakken Schoonmaken m.b.v. hoogwerker Ophalen straatwerk zijkant Beplating binnenzijde / 2 componenten schilderwerk Onderhoud vloeren Epoxyvoegen vloeren Deuren kleedkamer Jaarlijks onderhoud voeg- en tegelwerk Legionellapplan uitvoeren Electra bekabeling zwemhal Trichlooramine meting Vloertegels perron vervangen/coaten EP000 153 Huisartspraktijk Onderhoud en beheer algemeen Vervangen 3 deuren Schilderwerk klein Schilderwerk groot EP000 185 Dooienhûsje Onderhoud en beheer algemeen repareren goot vervangen asbestdak Schilderwerk klein Schilderwerk groot EP000 199 Noordwester Onderhoud en beheer algemeen Schilderwerk klein Schilderwerk groot Uitvoering plan EP000 289 De Jutter Onderhoud Installaties Onderhoud en beheer algemeen Detaillering volgens beheerplan Vloerbedekking jaarlijkse coating Schilderwerk klein binnen Schilderwerk groot binnen Schilderwerk klein buiten Schilderwek groot buiten EP000290 De Jutter Onderhoud en beheer algemeen EP000 302 Gemeentehuis Onderhoud Installaties Onderhoud en beheer algemeen Schilderwerk klein Schilderwerk groot EP000
303 Werkplaatsen Onderhoud Installaties Onderhoud en beheer algemeen Aanpassen deur Schilderwerk klein Schilderwerk groot CV-ketel EP000 010 ambtswoning
2024
2025
2026
2027
180.650
122.800
105.650
94.800
500 4.000
500 4.000
500 4.000
500 4.000
3.500 18.000 15.000
18.000 15.000
18.000 15.000
18.000 15.000 10.000
3.500 pm 15.000 2.000
2.000
4.500 500
4.500 500
4.500 500
4.500 500
1.000 8.000 4.000 500
1.000
1.000
1.000
500
500
500
500
500
500
100
3.000 100
100
100
300 6.500
6.500
6.500 2.500
6.000
6.500
pm 1.000 16.000 7.000 4.000
1.000 16.000 8.000 4.000
1.000 16.000 8.000 4.000 2.500
1.000 16.000
7.500 7.000 7.500 2.500
7.500 7.000 7.500
7.500 7.000 7.500
7.500 7.000 7.500
10.250 16.000
10.250 16.000
10.250 16.000
4.500 10.250 16.000
4.000
1.500 pm
totaal exploitatie KOSTEN
177.850
137.150
130.850
128.850
Jaarlijkse toevoeging Geraamde stand van de voorziening per 31/12
120.000 122.800
120.000 105.650
120.000 94.800
120.000 85.950
80
Tractie- en overige hulpmiddelen Voor het beheer de tractiemiddelen is geen totaalbeleid vastgesteld. Wel is een meerjarenonderhoudsen vervangingsschema voor de tractie- en overige hulpmiddelen opgesteld. Gezien het geringe aantal voertuigen dat bij onze dienst in gebruik is wordt dit schema door de eigen dienst opgesteld. Naar de huidige inzichten zijn voor de loop van de onderhavige meerjarenbegroting de bestaande budgetten voldoende om de vervangingsinvesteringen te kunnen dekken. Groenvoorziening Gezien de geringe omvang van de hoeveelheid openbaar groen achten wij het niet zinvol hiervoor een beleidskader door uw raad vast te laten stellen. Het onderhoud vindt plaats binnen het bestaande budget van € 25.000 (product 530, openbaar groen), naast de inzet van de eigen dienst. Water- en kunstwerken Met ingang van 2008 zijn enige objecten van Rijkswaterstaat overgenomen: damwanden in de (jacht-) haven, de glooiing, strandovergangen. Er is een afkoopsom ontvangen van Rijkswaterstaat. In de begroting 2024 is een beheers- en onderhoudsbudget opgenomen en is gerekend met de inzet van uren van de eigen dienst. Daarnaast is een budget opgenomen om toe te voegen aan de afkoopsom, die is gestort in een bestemmingsreserve, die in 2022 is omgezet naar een voorziening om de gevolgen van de inflatie op te vangen.
Het onderhoud van de damwanden in de haven wordt integraal afgestemd met de Stichting Aanloophaven Vlieland. Anders dan in het verleden zullen toekomstige vervangingen van deze damwanden worden geactiveerd. Tot nu toe werd het schadeherstel aan de klinkerglooiing in de west betaald uit het jaarbudget. Dit is echter een methode van pappen en nathouden. Daarom gaat vanaf 2023 het onderhoud aan de klinkerglooiing op een meer gestructureerde wijze plaatsvinden, waarbij een bekleding wordt aangebracht die beter tegen stormen bestand is. Omdat het een reconstructie betreft zal deze investering geactiveerd gaan worden. Het is de bedoeling eerst een proefstuk met de nieuwe bekleding aan te leggen. Het onderstaande overzicht MJOP Waterstaatsobjecten is in de raadsvergadering van 23/24 mei 2022 door de raad vastgesteld.
81
meerjarenraming onderhoud waterstaatswerken
2024
2025
2026
2027
2.134.811
2.099.172
2.065.533
2.031.894
10.000 24.000 17.000
10.000 22.000 17.000
10.000 22.000 17.000
10.000 20.000 17.000
21.000
21.000
21.000
21.000
totaal kosten (excl. kapitaallasten)
72.000
70.000
70.000
68.000
BATEN inkomsten uit erfpacht percelen bedrijventerrein inkomsten uit erfpacht ondergrond meetverblijf benodigde extra toevoeging reserve / voorziening
6.595 4.766 25.000
6.595 4.766 25.000
6.595 4.766 25.000
6.595 4.766 25.000
totaal baten
36.361
36.361
36.361
36.361
saldo kosten - baten excl. kapitaallasten
35.639
33.639
33.639
31.639
2.099.172
2.065.533
2.031.894
2.000.255
voorziening per 1/1
KOSTEN exploitatie klein onderhoud voormalige rijkshaven c.a. schade herstel glooiingen onderhoud strandovergangen ophogen strandovergang Badhuys diktemetingen damwanden werkhaven salarissen team buitendienst
prognose voorziening per 31/12
Naam beheerplan
Vastgesteld in Looptijd de raad
Wegen Gebouwen Riolering
Mei 2022 Mei 2022
2023 - 2026 2023 - 2027
April 2022 2023 - 2032 Waterstaatswerken Mei 2022 2023 - 2032 Openbare verlichting Mei 2022 2023 - 2026
Is er achterstallig Zo ja, Lasten verwerkt in de begroting? onderhoud? hoeveel? Ja, via voorziening € 221.600 Ja, via voorziening € 177.850 Ja, via voorziening € 84.000 wijkt iets af van MJOP vanwege verschillen rente omslag- en overhead percentage Ja, via voorziening € 72.000 Ja, via voorziening € 29.503
Nee Nee
Nee Nee Nee
Investeringen Voorgenomen investeringen voor bovengenoemde kapitaalgoederen vindt u terug in het overzicht investeringen in de financiële begroting.
82
Paragraaf 4: Financiering
Inleiding In de paragraaf Financiering wordt de financieringsfunctie van de gemeente Vlieland uiteengezet voor de jaren 2023-2027. De uitvoering van de gemeentelijke financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO). Deze financieringsparagraaf is, samen met de financiële verordening en het treasurystatuut, een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Anders dan in de paragraaf “weerstandsvermogen” gaat het in de financieringsparagraaf om risico’s op het gebied van enkel het financieringsbeleid en die goed kwantificeerbaar zijn. In de paragraaf “weerstandsvermogen” zijn risico’s opgenomen, die door de gemeente beperkt of niet beïnvloedbaar zijn en waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. Voor de financieringsrisico’s kan vooraf wel een inschatting worden gemaakt van de bedragen, die met de verschillende risico’s gemoeid zijn Renteontwikkelingen De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Het belangrijkste rentetarief van de ECB (herfinancieringsrente) is voor het eerst sinds 11 jaar in 2022 verhoogd naar 1,25%. In 2023 is deze rente gestegen tot 4,25 % in augustus.
Naast het beleid van de ECB zijn ook andere macro-economische effecten van belang voor de renteontwikkeling. Nog steeds is veel onzeker door wereldwijde spanningen en wat die betekenen voor onze economie. Uiteindelijk moet de inflatie het gewenste peil van 2% bereiken. Inmiddels daalt de inflatie wel en de verwachting van DNB is dat de inflatie uiterlijk eind 2025 weer op het normale niveau zal zijn. Of daarvoor nog extra renteverhogingen nodig zijn is de vraag. Interne ontwikkelingen Voor een goede uitvoering van de financieringsfunctie is het tijdig, juist en volledig beschikbaar hebben van financiële informatie van wezenlijk belang. Hierbij gaat het bij onze gemeente vooral om de informatie die betrekking heeft op de liquiditeitsplanning. Financieren Wij streven ernaar de benodigde leningen tegen zo laag mogelijke kosten aan te trekken en tegelijkertijd de renterisico’s van de gemeente te beheersen. Daartoe wordt bij het afsluiten van leningen rekening gehouden met de bestaande liquiditeitsplanning, de rentevisie en de renterisiconorm. Op basis van de meerjarenraming 2024 – 2027 zal er in de loop van 2024 opnieuw een lening nodig zijn om de voorgenomen investeringen te kunnen betalen. Er is een stelpost van € 70.000 opgenomen voor de rentekosten van deze lening. Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. Overtollige middelen worden uitgezet bij ’ s Rijks schatkist.
Vaste opgenomen geldleningen Bij het opmaken van deze begroting zal de boekwaarde op 1 januari 2024 van alle vaste geldleningen € 26.804.769 bedragen. Het gemiddelde rentepercentage is hierbij 1,32%.
83
Langlopende schulden 2024
Onderstaand overzicht geeft een specificatie van de langlopende schulden weer;
Jaar van
Rente-
Oorspronkelijk laatste per-
Le-
bedrag van de
aflos-
cen-
loop ning-
geldlening
sing
tage
tijd
Restschuld
Restschuld
Restschuld
Restschuld
Restschuld
31-dec-23
31-dec-24
31-dec-25
31-dec-26
31-dec-27
vorm Geldgever
870.350 2034
4,800
ann. BNG 40.0098922
434.950
404.013
371.591
337.613
1.000.000 2023
4,510
lin.
BNG 40.0098025
0
0
0
0
0
2.500.000 2028
4,770
25 lin.
BNG 40.0098176
500.000
400.000
300.000
200.000
100.000
2.000.000 2038
5,025
30 ann. BNG 40.103842
1.351.988
1.289.452
1.223.773
1.154.794
1.082.348
1.000.000 2028
5,200
20 lin.
250.000
200.000
150.000
100.000
50.000
5.000.000 2056
1,610
40 ann. BNG 40.110467
4.338.664
4.238.006
4.135.727
4.031.802
3.926.204
16.500.000 2060
0,890
40 lin.
BNG 40,113789
15.262.500
14.850.000
14.437.500
14.025.000
13.612.500
5.000.000 2051
0,465
30 lin.
BNG40.115023
4.666.667
4.500.000
4.333.333
4.166.667
4.000.000
26.804.769
25.881.471
24.951.925
24.015.876
23.073.056
totaal
BNG 40.104019 t.b.v. SRV
302.004
De geprognotiseerde balans laat zien dat in de loop van 2024 een liquiditeits tekort zal ontstaan bij de geldstromen die horen bij de baten en lasten zoals ze in deze begroting zijn opgenomen. Verstrekte vaste geldleningen De gemeente heeft aan derden langlopende geldleningen verstrekt. De leningen zijn (deels) rentevast en (deels) vervroegd aflosbaar. Bij het opmaken van deze begroting zal de boekwaarde op 1 januari 2024 van alle verstrekte geldleningen € 6.163.301 bedragen. Het gemiddelde rentepercentage bedraagt 2,7%. Rentekosten en opbrengsten In de begroting is rekening gehouden met rentekosten van € 346.967. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij het uitvoeren van het financieringsbeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de onze gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet in vastrentende waarden, zoals deposito's. Door afstemming van de looptijden op de liquiditeitsplanning kunnen deze in principe tot het einde van de looptijd worden aangehouden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op deze einddatum is dus geen sprake van koersrisico's.
Ook de koersschommelingen gedurende de looptijd zijn beperkt, omdat de uitzettingen een relatief korte gemiddelde looptijd hebben. Renterisicobeheer 1. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft het renterisico op de korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Juist voor de korte termijn geldt dat de renterisico’s aanzienlijk kunnen zijn, gezien de fluctuaties op geldmarkt. De kasgeldlimiet voor onze gemeente bedraagt voor het jaar 2024 8,5% van de begroting. De kasgeldlimiet wordt in het begrotingsjaar naar verwachting niet overschreden. Dit wordt veroorzaakt doordat investeringen bij voorkeur gefinancierd worden met vreemd vermogen, terwijl de (onderhouds-)voorzieningen en de bestemmingsreserves voor een gedeelte in liquide vorm worden aangehouden.
84
2. Renterisiconorm De renterisico’s op de vaste schuld worden beperkt door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is op deze wijze spreiding te krijgen in de rentetypische looptijden in de leningenportefeuille waardoor een verandering in de rente vertraagd doorwerkt op de rentelasten. De renterisiconorm zal in 2024 niet worden overschreden. 3. Kredietrisico’s De gemeente zal in het begrotingsjaar slechts in zeer beperkte mate te maken hebben met kredietrisico. Deze hebben onder andere betrekking op de uitzettingen in het kader van de publieke taak. Het gaat om de volgende uitgezette leningen: Restschuld in euro’s 31-12-2023 31-12-2024 560.714 504.643 178.750 162.500 22.917 18.333 183.333 165.000 4.827.586 4.655.172 250.000 200.000 140.000 130.000 6.163.300 5.835.648