B1 Jaarverslag-jaarrekening 2025 gemeente Vlieland
Tekst van het document
Algemeen Op 15 juli 2024 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen vastgesteld. Onderdeel van het programma is de wettelijk vereiste Woonzorgvisie. In het programma worden voor het thema wonen de strategische (beleid)keuzes voor 2024 - 2028 gepresenteerd. Het Programma Wonen geeft onder andere aan dat we op Vlieland zorgen voor een balans tussen verschillende generaties, met als uitgangspunt dat er voor elke levensfase een geschikte woonruimte is. In 2025 is de provincie begonnen met het opstellen van een provinciaal Volkshuisvestingsprogramma. In navolging daarvan is er ook de wettelijke verplichting voor de gemeente om een gemeentelijk Volkshuisvestingsprogramma (2026/2027) vast te stellen. Dit zal grotendeels ingericht kunnen worden met het Programma Wonen, maar er zullen enkele aanpassingen doorgevoerd moeten worden. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (deels) in werking getreden. Inmiddels is daar landelijk zowel als op Vlieland ervaring mee opgedaan. Al lerende en langzaam meebewegend wordt het gedachtengoed deel van het dagelijkse werken. Doordat de gemeente Vlieland hier al meerdere jaren op heeft geanticipeerd, is de overgang zonder veel problemen verlopen. Het is nu vooral een kwestie van ervaringen opdoen, het instrumentarium verder verbeteren en aanscherpen en de ontwikkelingen blijven volgen.
Het blijft telkens weer zoeken naar maatwerkoplossingen voor een kleine organisatie als Vlieland. Voor wat betreft het inrichten van de instrumenten bestaat nog de nodige onzekerheid, die niet alleen inhoudelijk, maar ook technisch van aard is. De verwachting is dat het omgevingsplan voor een groot deel in 2026 afgerond kan worden. Daarmee heeft de gemeente het volledig instrumentarium ingericht en is er de mogelijkheid ontstaan om de beleidscyclus in gang te zetten. Wat binnen die beleidscyclus de jaarlijkse werkzaamheden zijn, is nog afwachten. Vlieland moet een eiland blijven met een eigen gemeenschap, waarvan de samenstelling in balans is, waar goed geleefd kan worden, waar mensen met aandacht en zorg voor elkaar samenleven, dat bereikbaar blijft, waar recreanten naar draagkracht van het eiland worden ontvangen in een natuurlijke omgeving die robuust is, waar de biodiversiteit floreert en waar mens en dier samen in een gezonde en duurzame omgeving kunnen blijven leven. 57
Het gaat om de taakvelden: 8.1 fysieke leefomgeving 8.3 grondexploitatie 8.3 wonen en bouwen 0.3 beheer overige gebouwen en gronden Wat hebben we bereikt? Speerpunten 1. Uitvoering geven aan de uitvoeringsagenda uit het Programma Wonen 2024-2028 2. Het opstellen van het omgevingsplan, inclusief een milieueffectbeoordeling en het vaststellen van een omgevingskwaliteitskader en het verwerken van een archeologische en cultuurhistorische waardenkaart 3. Het verder implementeren van de Omgevingswet in het instrumentarium en de vergunningverlening 4. Het verder leren werken met de Wet kwaliteitsborging 5. Het blijven samenwerken met andere Waddeneilanden en ketenpartners voor wat betreft de implementatie van de Omgevingswet en het positioneren van de eilanden ten opzichte van Rijk en provincie 6. Inzet voor de programmalijn “Goed Wonen & Leven” van de Regiodeal. Speerpunt 1: Uitvoering geven aan de uitvoeringsagenda uit het Programma Wonen 20242028. Op 15 juli 2024 heeft de gemeenteraad het Programma Wonen vastgesteld. Het Programma Wonen is integraal en bevat de strategische keuzes voor de periode van 2024 tot 2028. Het programma richt zich enerzijds op het beter benutten én vergroten van de bestaande woningvoorraad op Vlieland.
Het programma geeft daarmee invulling aan nationale en regionale afspraken over woningbouw, waaronder de realisatie van meer betaalbare koop- en huurwoningen tot en met 2030, maar ook huisvesting voor seizoens- en (semi) overheidspersoneel. Het programma omvat bovendien ook nog de uitgangspunten voor wonen en zorg. Anderzijds geeft het programma invulling aan de visie en beleidsoverwegingen van de gemeente Vlieland. Bijvoorbeeld hoe we omgaan met bevolkingsgroei, woonruimteverdeling, woningsplitsing en onrechtmatig gebruik (handhaving). In 2025 heeft de gemeenteraad het beleidskader kleinschalige woonruimte vastgesteld, waardoor het mogelijk is om kleinschalige woonruimte op particuliere erven te realiseren. Ook is vanuit de Regiodeal capaciteit beschikbaar gekomen om rapportages op te stellen op grond waarvan oneigenlijk woninggebruik aangepakt kan worden en onderzoek wordt gedaan naar de piekhuisvesting van personeel. Het programma vormt de aanzet voor het aanscherpen van het (juridisch) instrumentarium, de huisvestingsverordening, en de toekomstige handhaving daarvan. In het nieuwe beleid is bovendien nadrukkelijk de verbinding gezocht met het sociaal domein, waaronder de levensloopbestendigheid en doorstroommogelijkheden voor verschillende (en kwetsbare) groepen.
Dit gaat zowel om de relatie tussen wonen en zorg, maar ook personeelshuisvesting, waaronder passende huisvesting van tijdelijke seizoen medewerkers en het voorkomen van misstanden in de verhuur- en huisvestingspraktijk. 58
Er is een werkgroep Wonen waarin de vijf Waddeneilanden gezamenlijk optrekken om ons als eilanden te positioneren in landelijke wetgeving en provinciale regels en beleidsvorming. Het is telkens weer nodig instanties ervan te overtuigen dat zaken op de eilanden niet te vergelijken zijn met zaken op het vaste land. Telkens is een uitzonderingspositie of een specifieke Waddentoets nodig om onze positie goed te verankeren in beleid en wetgeving. Vanuit de werkgroep maken we ook afspraken over vertegenwoordiging op bijeenkomsten en in provinciale werkgroepen. In 2025 hebben we dat onder meer gedaan ten aanzien van de woondeals, het provinciaal volkshuisvestingsprogramma, het provinciaal woningbehoefte onderzoek en de Wet op de Regie Volkshuisvesting. Wat hebben we gedaan in 2025? • We zijn aan de slag gegaan met de punten uit het actieplan voor 2025 bij de uitvoeringsagenda van het Programma Wonen en hebben hiervoor gebruik gemaakt van het werkbudget dat is vrijgemaakt in juli 2024. • We hebben opnieuw gekeken en inspanningen verricht voor het (strategisch) aanjagen, verwerven en/of vrijmaken van bestaande en nieuwe (bouw)locaties voor de realisatie van nieuwbouw. • We zijn onderdeel van de projectgroep om te komen tot de realisatie van huisvesting voor (semi) overheidspersoneel en de Vlieland academie op de locatie van de voormalige Vliehorst.
• In samenwerking met WoonFriesland is gewerkt aan de realisatie van sociale huurappartementen op de locatie van de voormalige bibliotheek. • We hebben een beleidskader opgesteld voor de realisatie van kleinschalige woonruimte op particuliere percelen. • Er is een start gemaakt met de aanpak van het oneigenlijk woninggebruik en een onderzoek naar piekhuisvesting. • We maken deel uit van een gezamenlijke werkgroep van de vijf Waddeneilanden om ons goed te laten horen en te vertegenwoordigen naar Rijk en provincie toe. Speerpunt 2: Het opstellen van het omgevingsplan, inclusief een milieueffectbeoordeling en het vaststellen van een omgevingskwaliteitskader en het verwerken van een archeologische en cultuurhistorische waardenkaart Vanaf 1 januari 2024 werken we met het tijdelijke omgevingsplan. In 2025 is verder gewerkt aan het opstellen van het definitieve omgevingsplan. Dit is een intensiever en ingewikkelder opgave dan eerst gedacht, maar we zijn een eind op weg. Ten behoeve van dat omgevingsplan is in 2025 de cultuurhistorische waardenkaart en de archeologische beleidsadvieskaart afgerond. Vanuit die inventarisatie wordt een erfgoedbeleid opgesteld, waarin keuzes worden gemaakt, die vervolgens in het omgevingsplan verankerd moeten worden. Voorts is het omgevingskwaliteitskader vastgesteld.
Sinds de vaststelling is dat het nieuwe kader op grond waarvan de gemeente bouwplannen kan toetsen aan het bredere begrip omgevingskwaliteit. Voorts is een milieu-effectbeoordeling gemaakt en zijn de gemeentelijke verordeningen nagelopen op alle regels die overgeheveld moeten worden naar het omgevingsplan. Al die deelproducten die straks onderdeel van het omgevingsplan worden zijn in 2025 geheel gereedgekomen. In 2026 willen we dan tot het in procedure nemen van het omgevingsplan komen. Voor het zee gedeelte van ons gemeentelijk grondgebied gelden nu binnen het tijdelijke omgevingsplan nog de regels van de Beheersverordening, die met alle 14 Waddengemeenten gezamenlijk is vastgesteld. De regels voor het omgevingsplan willen we opnieuw in gezamenlijkheid opstellen. Daarvoor is een werkgroep in het leven geroepen waarin we zowel 59
ambtelijk als bestuurlijk vertegenwoordigd zijn. Omdat er 14 gemeenten bij betrokken zijn en de materie erg complex is, zal dit een langdurig proces worden. In 2025 is toegewerkt naar een marktverkenning op grond waarvan een bureau geselecteerd kan worden en zijn afspraken gemaakt over de penvoering van het proces. In 2026 zal een eerste set basisregels worden uitgewerkt. Daarnaast vertegenwoordigen we de eilanden in de werkgroep UNESCO. Deze werkgroep moet de Outstanding Universal Values op een goede en uniforme wijze in de landelijke regelgeving een plek geven. Datzelfde geldt voor een kernteam waarin we vertegenwoordigd zijn die zich bezighoudt met een uitwerking van de landschappelijke kernwaarden, zoals die zijn opgenomen in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en in de Agenda voor de Wadden 2050, ten behoeve van het omgevingsplan. De techniek is nog altijd niet optimaal. Met meerdere gemeenten zijn we zoekende naar een goede (mogelijk nieuwe) softwareleverancier. Voor de implementatie van het omgevingsplan en het werken met het tijdelijke omgevingsplan zijn we deels afhankelijk van een goede software. In 2025 is gestart met een aanbestedingsprocedure voor een nieuw contract met betrekking tot de software. Wat hebben we gedaan in 2025? • Met de raad hebben we een drietal sessies met betrekking tot het omgevingsplan gehouden.
• We hebben het omgevingskwaliteitskader vastgesteld. • We hebben de archeologische en cultuurhistorische waardenkaarten afgerond en een begin gemaakt met erfgoedbeleid. • We hebben een milieu-effectbeoordeling opgesteld en verder gewerkt aan de inhoud van het omgevingsplan. • We hebben een begin gemaakt met het proces om te komen tot een set basisregels voor het zee gedeelte van ons gemeentelijk grondgebied. • We maken deel uit van meerdere overlegstructuren om tot inrichting van gemeenschappelijke waarden te komen in de omgevingsplannen. • In de tussentijd hebben we zo goed mogelijk met het tijdelijk omgevingsplan en het daarbij behorende speelveld van de Omgevingswet gewerkt. Speerpunt 3: Het verder implementeren van de Omgevingswet in het instrumentarium en de vergunningverlening Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Heel Nederland, inclusief de rechtspraak, is nu aan het ervaren wat dit betekent voor het eigen instrumentarium, voor de eigen organisatie en de werkwijzen en wat dit met zich mee zal brengen voor de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Er is een realistische inschatting gemaakt van de gevolgen die dit mogelijk voor Vlieland heeft. Daar is op geanticipeerd en daarvoor is alles in werking.
Die voorbereiding heeft zijn vruchten afgeworpen, in die zin dat de implementatie zonder grote problemen is verlopen en we nu al meebewegend leren te werken onder de Omgevingswet. Een eerste rechterlijke uitspraak over een verleende vergunning heeft geen onvolkomenheden aan het licht gebracht. Wat de Omgevingswet uiteindelijk verder gaat vragen, is nog afwachten. Al lerende zullen de nodige aanpassingen worden gedaan en verder gewerkt worden aan het optimaliseren van het werken onder de Omgevingswet. In de Omgevingswet komt een sterkere nadruk te liggen op toezicht en handhaving. Dit betekent onder meer structurele controles door toezichthouders op de naleving van de wetgeving. De controles richten zich op het plaatsen en gebruiken van bouwwerken zonder de vereiste omgevingsvergunning dan wel de controle dat in overeenstemming met vergunningen 60
wordt gebouwd. Ook wordt de naleving op de huisvestingsverordening gecontroleerd. Hiervoor maken we gebruik van zowel externe als interne toezichthouders. Wat hebben we gedaan in 2025? • Op grond van een eerste gerechtelijke uitspraak hebben we geconcludeerd dat we met onze vergunningverlening op een goede wijze op de Omgevingswet ingespeeld hebben. • We hebben kennis gedeeld door bijeenkomsten bij te wonen en deel te nemen aan bijeenkomsten van De Friese Aanpak • We hebben verder geleerd en ervaring opgedaan met het werken onder de Omgevingswet. Speerpunt 4: Het leren werken met de Wet kwaliteitsborging Op 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) deels in werking getreden. Die inwerkingtreding ziet alleen op nieuwbouw in de gevolgklasse 1. Een en ander houdt in dat het bouwtechnisch bouwtoezicht voor bepaalde categorieën bouwwerken wordt geprivatiseerd. De gemeente krijgt hierin vooral een repressieve toezichthoudende en controlerende taak. In het eerste jaar is gebleken dat een gering aantal van de aanvragen ziet op een bouwactiviteit die onder de Wkb valt. Het gaat daarbij vooral om de bouw van nieuwe recreatiewoningen en nieuwe kleinschalige woonruimte. We hebben met name over de inhoud van borgingsplannen de nodige aanpassingen gedaan. De praktijk doet steeds meer ervaring op zodat de processen telkens wat beter verlopen.
Voor het technisch bouwtoezicht en de bouwcontroles, en ook de controle van de borgingsplannen en de oplevering van de Private toetsing, wordt nog altijd externe deskundigheid ingezet. Voor 2026 zal dit worden voortgezet. Het is belangrijk om te blijven kijken wat de gevolgen zijn en ervaring op te doen. Daarna kunnen gerichtere keuzes worden gemaakt. Wat hebben we gedaan in 2025? • Aan de hand van ervaringen hebben we gestuurd op de inhoud van borgingsplannen en zijn we nadrukkelijk in contact met borgers en bouwers over de gevolgen van de nieuwe wet. • Aan de hand van de ervaringen hebben we het ‘Vlielandse’ proces verder verfijnd. Speerpunt 5: Het blijven samenwerken met andere Waddeneilanden en ketenpartners voor wat betreft de implementatie van de Omgevingswet en het positioneren van de eilanden ten opzichte van Rijk en provincie De gemeente is samen met de andere Friese Waddeneilanden vertegenwoordigd in een werkgroep die provincie breed de nieuwe ruimtelijke adviescommissie onderzoekt. Hierin wordt gekeken in hoeverre het mogelijk is om tot een eiland-specifieke adviescommissie te komen met inbreng van lokale deskundigheid. Dit proces heeft in 2025 vrijwel stilgelegen. De verwachting is dat dit in 2026 weer wordt opgepakt.
Daarnaast maakt de gemeente deel uit van De Friese Aanpak waarbinnen provincie breed gezamenlijk zaken worden opgepakt met betrekking tot de Omgevingswet. En tot slot is er een kernteam van alle vijf Waddeneilanden waarin de projectleiders implementatie Omgevingswet iedere zes weken bij elkaar komen om zaken rondom de implementatie te bespreken. Het onderwerp Omgevingswet is inmiddels uitgebreid tot de gehele fysieke leefomgeving. We delen daarin kennis en treden als vijf eilanden met één stem naar buiten als het gaat om nieuwe Rijkswetgeving en provinciaal beleid en regels. Ook verdelen we taken om bij bijeenkomsten afgevaardigd te zijn om telkens onze bijzondere positie voor het voetlicht te brengen. We hebben dat in 2025 onder meer gedaan met betrekking tot de provinciale Omgevingsvisie, de regels met betrekking tot stiltegebieden en de Nationale omgevingsvisie. 61
Wat hebben we gedaan in 2025? • We hebben constructief deelgenomen in meerdere verbanden om te werken en kennis te delen met betrekking tot de implementatie van de Omgevingswet en het afstemmen van beleidsterreinen en hogere regelgeving. Speerpunt 6: Inzet voor de programmalijn “Goed Wonen & Leven” van de Regio Deal De gezamenlijke eilanden werken samen aan de Regio Deal. Het ziet toe op vijf programmalijnen waarvan dit er één is. We zijn constructief deel van het ontwikkelteam dat vanuit deze programmalijn werkt aan de uitvering van het Programma Waddeneilanden. Wat hebben we gedaan in 2025? • We hebben deelgenomen aan het ontwikkelteam “Goed Wonen & Leven” ten behoeve van de uitvoering van Programma Waddeneilanden. • We hebben een bijdrage geleverd aan projecten die voortkomen uit bovenstaand programma. Wat is de betrokkenheid van verbonden partijen bij dit programma? • Zorg omgevingskwaliteit Hûs en Hiem. Hûs en Hiem behartigt binnen een gemeenschappelijke regeling de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de omgevingskwaliteit, bestaande uit onder meer de bouwkundige, stedenbouwkundige en landschappelijke schoonheid in de provincie Fryslân. De totale bijdrage aan Hûs en Hiem wordt in 2026 geraamd op rond de € 12.000. • FUMO De FUMO voert taken en bevoegdheden uit op het gebied van het milieu en de Omgevingswet.
Naast vergunningverlening, toezicht en handhaving geven zij ook advies over bijvoorbeeld geluid-, lucht-, water- en bodemvraagstukken, onder meer binnen het instrumentarium van de Omgevingswet. De totale bijdrage aan de FUMO is voor 2026 geraamd op € 89.542. • Samenwerkingsverband Waddeneilanden (programma Waddeneilanden) Het Samenwerkingsverband zorgt voor overleg, coördinatie en afstemming ten aanzien van beleids- en beheeraspecten op het gebied van de fysieke leefomgeving tussen de Friese Waddeneilanden. Zij biedt daarbij ook ondersteuning ten aanzien van uitvoeringszaken van deelnemende gemeenten. Voorts ondersteunt zij bij het voorbereiden en uitvoeren van gemeenschappelijk beleid. De totale bijdrage aan het samenwerkingsverband Waddeneilanden is in 2026 geraamd op € 88.448. • Veiligheidsregio Friesland De regio heeft binnen programma 8 tot doel het beoordelen en meedenken met de inrichting van het instrumentarium van de Omgevingswet, en ook het beoordelen en adviseren bij vergunningsaanvragen of ingrepen die plaatshebben in de fysieke leefomgeving. De regio richt zich daarbij op gezondheidszorg, externe veiligheid en de brandweerzorg. De totale bijdrage aan de Veiligheidsregio Friesland is in 2026 geraamd op € 291.070.
62
Kaderstellende nota’s • Programma Wonen 2024 • Beleidskader kleinschalig wonen 2025 • Programma Waddeneilanden 2022 • Het tijdelijke omgevingsplan • Omgevingskwaliteitskader 2025 • Huisvestingsverordening 2024 • Legesverordening 2025
63
Wat heeft het gekost? Rekening
Lasten Baten Saldo voor bestemming nadelig Saldo voor bestemming voordelig Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na resultaatbestemming
Begroting voor wijziging 2025 474.676 180.400 -294.276 0 0 0 -294.276
Begroting na wijziging 2025 718.562 306.424 -412.138 0 0 0 -412.138
Rekening
Lasten 586.757 106.920 17.591
Baten 440.228 163.358 0
Saldo -146.529 56.439 -17.591
1.475 712.743
1.299 604.885
-176 -107.858
Begroting voor wijziging 2025 0 0
Begroting na wijziging 2025 0 0
Rekening
2025 712.743 604.885 -107.858 0 0 0 -107.858
Samenstelling rekening huidig jaar 800 810 820 830 Totaal
Fysieke Leefomgeving Bouw- en woningtoezicht gemeentelijke gebouwen niet voor publieke dienst Volkshuisvesting
Investeringen
INV202504 Opstallen A1372 DS 188 Totaal
2025 2.793 2.793
Resultaat Belangrijkste verschillen tussen de begroting na wijziging en de jaarrekening Budgetten voor de omgevingswet Deze budgetten moeten in 2026 gedeeltelijk ( € 88.393 )opnieuw geraamd worden.
Verschil € 96.000
SPUK Middelen flexibele inzet ondersteuning woningbouw tweede tranche voor het project Vliehorst Het budget voor de planvorming voor het project Vliehorst werd overschreden maar doordat hier een subsidie voor werd binnen gehaald, kon de planvorming doorgang vinden. SPUK realisatiesimulans Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) heeft de Realisatiestimulans ingevoerd. Gemeenten kunnen via de SISA bijlage bij de jaarrekening een SPUK aanvragen . Het gaat om een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Het doel van de Realisatiestimulans is om woningbouw haalbaar te maken in heel Nederland, ook waar betaalbare woningen anders moeilijk tot stand komen.
€ 21.000
€ 147.000
Stads en dorpsvernieuwing Oorspronkelijk was de verwachting dat een trainnee werkzaamheden op dit taakveld zou gaan verrichten. Er is echter een tijd een vacature geweest waarna de functie anders werd ingedeeld en vrijwel geen werkzaamheden voor dit taakveld werden verricht. Leges omgevingsvergunningen Overige verschillen Verschil voor bestemming
€ 46.000
-€ 17.000 € 11.000 € 304.000
Verschil na bestemming
€ 304.000
64
Overzicht 2025 registratie woningzoekenden Totaal aantal nieuwe inschrijvingen mét economischmaatschappelijke binding Totaal aantal nieuwe inschrijvingen zónder economischmaatschappelijke binding Aantal woningzoekenden met een economischmaatschappelijke binding met Vlieland op 31 december -waarvan al woonachtig in een sociale huurwoning op Vlieland (doorstromers) -waarvan woonachtig in eigen woning op Vlieland Aantal voor (her)verhuur beschikbaar gekomen woningen Gemiddeld aantal reacties van economisch-maatschappelijk gebonden woningzoekenden op gepubliceerde woningen Aantal voor (her)verhuur beschikbaar gekomen seniorenwoningen Gemiddeld aantal reacties van economisch-maatschappelijk gebonden woningzoekenden op gepubliceerde seniorenwoningen
2022
2023
2024
2025
22
22
26
30
20
13
31
23
186
100
104
116
41
8
7
11
50
11
7
9
11
8
14
8
45,5
25,4
18,9
17,5
32
2
1
0
nvt
nvt
nvt
nvt
Toelichting • In 2023 is voor het eerst het effect zichtbaar van een regel die in 2020 is ingegaan: de regel dat de inschrijving als woningzoekende wordt beëindigd als de woningzoekende drie jaar lang niet heeft gereageerd op een te huur aangeboden woning. • Woningzoekenden zonder economisch-maatschappelijke binding komen op grond van de huisvestingsverordening niet in aanmerking voor een sociale huurwoning op Vlieland. Zij kunnen zich echter wel laten inschrijven in de Registratie van Woningzoekenden. • Aangegeven wordt hoeveel van de woningzoekenden al in een sociale huurwoning wonen (doorstromers) en hoeveel er een eigen woning bezitten. Een groot deel van de doorstromers en de eigenwoningbezitters hebben geen urgent woonprobleem maar staan 'voor de zekerheid' ingeschreven. • Een deel van de woningzoekenden met economisch-maatschappelijke binding reageert (nog) niet op te huur aangeboden woningen. Het kan zijn dat men nog niet reageert zolang er geen reële kans op toewijzing is. • In 2022 was het gemiddelde aantal reacties op een woning flink hoger. We constateren dat het aantal reacties hoger is als er meerdere woningen tegelijk worden aangeboden, wat in 2022 een paar keer het geval was.
(Een keer zes en een keer drie tegelijk.) Waarschijnlijk kunnen we hieruit concluderen dat veel woningzoekenden niet reageren op het moment dat ze denken toch nog niet aan de beurt te zijn. • In 2022 is de Boswijk gereed gekomen, dit komt tot uiting in het aantal beschikbaar gekomen seniorenwoningen. Ook in 2023 en 2024 zijn er woningen in de Boswijk en aan de Berkenlaan toegewezen. Omdat hier een ander toewijzingsbeleid voor geldt waarbij de zorgvraag leidend is, zijn deze woningen niet gepubliceerd.
65
Programma 9: Financiering en Algemene Dekkingsmiddelen
Algemeen Het programma Algemene dekkingsmiddelen en financiering gaat over de treasury functie, aandelen, de algemene uitkering uit het gemeentefonds, algemene baten en lasten zoals stelposten voor onvoorzien, de waardering van onroerende zaken (WOZ), de opbrengsten van algemene gemeentelijke belastingen: ozb, baatbelasting, woonforensenbelasting, toeristenbelasting, hondenbelasting, reclamebelasting, precariobelasting, de lasten die betrekking hebben op de heffing en invordering van de hiervoor genoemde belastingen. De onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves worden zo veel als mogelijk is verantwoord bij het programma waar de reserve betrekking op heeft. Het gaat om de taakvelden: 0.5 treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 belastingen overig 0.7 algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 overige baten en lasten 0.10 mutaties reserves 3.4 economische promotie Wat hebben we bereikt? Speerpunten 1. Actuele beleidstukken financiën 2. Een efficiënte oplegging en inning van toeristenbelasting 3. Het proces rondom de herijkingen van het Gemeentefonds is gevolgd.
66
Speerpunt 1: Actuele beleidstukken financiën Door middel van verschillende nota’s en verordeningen heeft de raad invloed op het financiële proces bij de gemeente. Deze beleidsstukken zijn geactualiseerd. Wat hebben we gedaan in 2025? • Vanwege ontwikkelingen moesten enkele beleidstukken financiën opnieuw worden geactualiseerd. Speerpunt 2: Een efficiënte oplegging en inning van toeristenbelasting De gemeenten Terschelling en Vlieland wilden samen het heffen en innen van toeristenbelasting efficiënter maken. De belangrijkste reden voor deze omslag was het ontzorgen van de logiesverstrekkers maar zeker ook de wens om een beter en vroeger inzicht in het aantal overnachtingen te krijgen. In 2023 werd een marktconsultatie uitgevoerd voor een systematiek waarbij heffing kan plaatsvinden bij de toerist/bezoeker zelf en waarbij deze verantwoordelijk is voor het betalen van de belasting. Uit de uitslag van deze marktconsultatie bleek dat deze systematiek op dit moment geen haalbare oplossing biedt voor de gemeente Vlieland Wat hebben we gedaan in 2025? • We bleven de ontwikkelingen op het gebied van het digitale nachtregister volgen en onderzoeken of dit wellicht wel een haalbare oplossing biedt voor een efficiënte oplegging en inning van de toeristenbelasting in de toekomst.
Het planbureau Friesland ondersteunde ons daarbij met het opstellen van een business case, afronding hiervan zal naar verwachting in 2026 plaats vinden. Daarnaast zijn met de Stichting Rekreatie Belangen afspraken gemaakt over een reëlere oplegging door middel van het forfait. Speerpunt 3: Het proces rondom de herijkingen van het Gemeentefonds is gevolgd Vanaf 1 januari 2023 wordt een compleet herzien verdeelmodel voor de algemene uitkering uit het Gemeentefonds gebruikt. Het doel van de herziene verdeling is een stabiel verdeelmodel dat zo goed mogelijk aansluit bij de kosten van gemeenten. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. In 2027 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd. Verder onderzoek en continu onderhoud van dit nieuwe model blijft nodig. Wat hebben we gedaan in 2025? • Onze gemeente heeft het proces rondom de verdeling van het Gemeentefonds gevolgd. • Aan de auditcommissie zijn voorstellen voorgelegd voor ombuigingsmogelijkheden en het creëren van extra inkomsten. Zodat keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld kunnen worden ten behoeve van behoud van een gezonde financiële situatie in combinatie met instandhouding van de noodzakelijk geachte voorzieningen. Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen bij dit programma? • De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten is een verbonden partij bij dit programma.
BNG Bank is van en voor de publieke sector, bij deze bank draait het niet om zo veel mogelijk winst maar om maximale maatschappelijke impact. • Aandeelhouders hebben stemrecht naar rato aandelenbezit. Gemeente Vlieland heeft een aandelenbelang van 3510 aandelen van €2,50 nominaal. Dit is 0,00630 % van het totaal. In totaal zijn er 100 miljoen aandelen. • De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies, waterschappen en andere openbare lichamen. 67
Dividend wordt verantwoord onder beleggingen en financieringsresultaat onder dit programma. Kaderstellende nota’s Financiële verordening 2025 Treasury statuut 2024 Controleverordening 2025 Belastingverordeningen De geldende verordeningen zijn te vinden op Overheid.nl; Precarioheffing Hondenbelasting Onroerendezaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Besluit budgetbeheer 2025
68
Wat heeft het gekost? Rekening
Lasten Baten Saldo voor bestemming nadelig Saldo voor bestemming voordelig Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na resultaatbestemming
Begroting voor wijziging 2025 1.300.146 8.297.237 0 6.997.091 0 69.194 7.066.285
Begroting na wijziging 2025 725.296 8.515.237 0 7.789.941 0 325.906 8.115.847
Rekening 2025 3.159.948 9.812.399 0 6.652.451 0 152.863 6.805.314
Lasten 156.046
Baten 163.526
Saldo 7.480
0 70.300
6.725.693 70.300
6.725.693 0
133.179
14.751
-118.428
0
2.838.128
2.838.128
2.800.422 3.159.948
152.863 9.965.262
-2.647.559 6.805.314
Begroting voor wijziging 2025 0
Begroting na wijziging 2025 0
Rekening
Samenstelling rekening huidig jaar 900 920 940 950 970 990 Totaal
Beleggingen en financieringsresultaat Uitkeringen gemeentefonds c.a. Gedetacheerd personeel en werken voor derden Wet WOZ en heffen en invorderen belastingen Gemeentelijke belastingen algemene middelen Mutaties van reserves
Investeringen
Totaal
2025 0
Resultaat Recapitulatie algemene dekkingsmiddelen Begroting Begroting na Rekening voor wijziging wijziging 2025 2025 2025 Lokale heffingen Beleggingen en financieringsresultaat Algemene uitkering Wet WOZ en heffen invordering belastingen Onvoorzien Overige baten en lasten Gedetacheerd personeel Totaal batig resultaat voor bestemming
2.921.401 3.903 5.278.000 -117.498 -189.000 0 0 7.896.806
2.971.401 3.903 5.446.000 -117.498 -86.100 0 0 8.217.706
2.838.128,16 7.480 6.725.693 -118.428 0 0 0 9.452.873 69
Taakveld 0.5 treasury: liquiditeitenbeheer en financiering Door actief budgetbeheer wordt getracht de geldstromen die gemoeid zijn met de uitgaven en de inkomsten zo goed mogelijk te beheersen. Ook in 2025 werd daarbij gewerkt overeenkomstig de geldende budgethouder regeling en het treasurystatuut. Specificatie berekening rente omslag; •
Werkelijke rente
Betaalde rente voor kort- en langlopende leningen -\- Ontvangen rente
328.867 281.187-\47.680
Totaal
-\- Rentelast naar grondexploitatie -\- Rentelast naar projectfinanciering +\+ Rentebaten verstrekte leningen met projectfinanciering
0 162.009-\125.150 10.821
Per saldo aan taakvelden toe te rekenen werkelijke externe rente
+\+ Fictieve rentekosten eigen vermogen +\+ Fictieve rentekosten voorzieningen
0 0 10.821
Totaal via omslag aan taakvelden toe te rekenen netto rentekosten
•
Berekening renteomslag
Boekwaarde 1-1 mat., immat. en fin.vaste activa -\- project gefinancierde en verstrekte leningen
32.418.132 21.683.655-\10.734.477
Boekwaarde als grondslag voor renteomslag
Omslagpercentage Aan taakvelden toegerekende rente (object financiering BNG 40.104019, 40.113789 en 40.115023) Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
0,1008% 162.099 10.821 0
Rente resultaat op het taakveld treasury
Dit jaar is er sprake van een lage rentelast die aan taakvelden moet worden toegerekend, dit komt doordat er via het schatkistbankieren meer rente wordt ontvangen dan geraamd omdat investeringen zijn uitgesteld, was dit positieve banksaldo hoger dan geraamd. Langlopende schulden 2025 Onderstaand overzicht geeft een specificatie van de langlopende schulden weer;
Oorspronkelijk bedrag van de
Jaar van Rentelaatste perLeaflos- cenning-
geldlening sing 870.350 2034 2.500.000 2028 2.000.000 2038 1.000.000 2028 5.000.000 2056 16.500.000 2060 5.000.000 2051 totaal
tage vorm 4,800 ann. 4,770 lin. 5,025 ann. 5,200 lin. 1,610 ann. 0,890 lin. 0,465 lin.
Restschuld 2024 Geldgever BNG 98922 BNG 98176 BNG 40.103842 BNG 40.104019 t.b.v. SRV BNG 40.110467 BNG 40,113789 BNG40.115023
404.013 400.000 1.289.452 200.000 4.238.006 14.850.000 4.500.000 25.881.470
In 2025 te betalen rente 19.393 19.080 64.795 10.400 68.232 132.165 20.925 334.990
In 2026 te betalen rente over 2025 8.918 4.548 24.766 919 44.390 32.123 6.717 122.381
In 2025 te betalen rente over 2024 9.696 6.064 26.096 1.225 45.488 33.041 6.975 128.585
Rentelast 2025 18.615 17.564 63.466 10.094 67.134 131.247 20.667 328.786
Aflossing 2025 32.422 100.000 65.679 50.000 102.279 412.500 166.667 929.546
70
Restschuld 31-dec-25 371.591 300.000 1.223.773 150.000 4.135.727 14.437.500 4.333.333 24.951.925
De gemiddelde rentelast in 2025 op de langlopende leningen bedroeg 1,29%. Dit percentage ontwikkelde zich in de loop der tijd als volgt; 2015 5,02 2021 1,46 2016 3,50 2022 1,35 2017 3,18 2023 1,32 2018 3,14 2024 1,32 2019 3,10 2025 1,29 2020 1,75 De plotselinge daling van dit rentepercentage in 2020 heeft vanzelfsprekend te maken met de lening die in 2020 is aangetrokken voor de ontwikkeling van de Boswijk en de aankoop gronden van Staatsbosbeheer. Laten we deze lening en ook de andere projectgebonden leningen buiten beschouwing dan komt het percentage op 1,8% uit. Dividend Verantwoord zijn de volgende dividenden:
Bank Nederlandse gemeenten Af: toegerekende rentelasten Totaal
Begroting voor wijziging 2025 4.000 99 3.901
Begroting na wijziging 2025 4.000 99 3.901
Begroting voor wijziging 2025
Begroting na wijziging 2025
Rekening 2025
Rekening 2025 7.489 9 7.480
Taakveld 0.6 en 3.4 Belastingen
Baten Belastingen: Onroerendezaakbelasting niet woning Onroerende zaakbelasting woning Baatbelasting Woonforensenbelasting Toeristenbelasting Hondenbelasting Precariobelasting Totaal belastingen Overige baten: Opbr. aanmaningen/dwangbevelen SPUK kwijtschelding gedupeerden KOT Totaal baten
405.405 383.292 400 315.000 1.750.000 18.208 49.096 2.921.401
405.405 383.292 400 315.000 1.800.000 18.208 49.096 2.971.401
392.680 400.065 20 280.085 1.704.883 14.154 46.241 2.838.128
6.000 0 2.927.401
6.000 0 2.977.401
14.751 0 2.852.880
Lasten Kosten heffing en invordering Kosten aanslagoplegging en WOZ Totaal lasten Batig saldo
73.498 50.000 123.498 2.803.903
73.498 50.000 123.498 2.853.903
82.601 50.578 133.179 2.719.701
71
Taakveld 0.7 Algemene uitkering gemeentefonds
Baten Algemene uitkering 2025 Algemene uitkering 2024 Maatstaf huishouden met laag inkomen definitief 2024 Algemene uitkering 2023 Totaal baten
Begroting voor wijziging 2025
Begroting na wijziging 2025
5.278.000
5.446.000
5.278.000
5.446.000
Rekening 2025 6.202.274 -29.616 545.000 8.035 6.725.693
De meeropbrengst in 2025 kwam onder andere door de stijging van de decentralisatie uitkeringen in de december circulaire ten opzichte van de septembercirculaire. Hier was een stijging van € 340.169 te zien, de vetgedrukte uitkeringen in het overzicht hieronder waren uitkeringen die in de decembercirculaire verhoogd werden of nieuw werden toegekend. De decembercirculaire komt te laat om in de laatste begrotingswijziging te worden meegenomen. In 2025 werden de volgende decentralisatie uitkeringen verstrekt: Voorschoolse voorz peuters Armoedebestrijding kinderen VTH provinciale taken Extra capaciteit BOA's Wet kwaliteitsborging bouw Meerkosten Oekraïne sociaal domein Veilig wonen Uitvoeringskosten Omgevingswet Gem. antidiscriminatie voorziening Alleenverdieners Landelijke aanpak adreskwaliteit Wet betaalbare huur Openbare bibliotheken Register externe veiligheidsrisico Spreidingswet Impulsbudget sociale infrastruct. Implementatie Plateau 2 Verduurzaming Vlieland Ondersteuning lokale energiehulp Totaal Decentralisatie-uitkering
2.653 2.404 10.215 28.565 4.423 1.329 7.062 62.272 175 14.297 2.454 12.029 100.000 2.485 20.617 1.939 13.304 325.000 536 611.759
Daarnaast ontving de gemeente Vlieland een Integratie-uitkering; Participatie Totaal Integratie-uitkering
16.506 16.506
72
Maatstaf “huishouden met laag inkomen boven drempel” Het nieuwe verdeelmodel algemene uitkering kent een maatstaf “huishouden met laag inkomen met drempel” waarmee veel geld wordt verdeeld: in 2025 landelijk € 9,5 miljard, ruim een vijfde van de algemene uitkering. Dat betekent dat relatief kleine veranderingen in de aantallen financieel vrij hard kunnen doorwerken. Een punt voor kleine gemeenten is dat de aantallen op 100-tallen worden afgerond. CBS doet dat om statistische redenen. Een preciezere presentatie (in 10-tallen) zou volgens de regels van de statistiek tot schijnnauwkeurigheid leiden. Vlieland zit ‘aan de goede kant van de streep’. Het aantal ging van 200 in septembercirculaire 2023 naar 300 in decembercirculaire 2023, tot nog toe bleef dit aantal gelijk. Een kleine verandering in aantallen kan er echter voor zorgen dat de afronding voor een 100 tal lager zorgt. De aantallen die de hoogte van deze uitkering bepaalden in 2024 zijn in december 2025 definitief vastgesteld. Het op de balans geplaatste bedrag van € 545.000 voor 2024 onder vooruit ontvangen kon daarmee nu in 2025 als opbrengst gerealiseerd worden. Aangezien het aantal huishoudens met een laag inkomen nu een aantal jaren hoog is gebleven plaatsen wij voor 2025 niet weer een bedrag op de balans als vooruit ontvangen.
Mocht dit aantal toch weer dalen en hierdoor een deel van de in 2025 ontvangen algemene uitkering terugbetaald moet worden dan zal deze terugbetaling ten laste van de algemene reserve geraamd moeten worden. Immers de extra inkomsten komen naar verwachting door de bestemming van het resultaat ten gunste van de algemene uitkering. Omdat bij de laatste begrotingswijziging van 2025 het aantal huishoudens met een laag inkomen van 2023, wat de grondslag was voor de uitkering van 2024, nog niet definitief was, is hiermee geen rekening gehouden. De totale afwijking ten opzichte van het budget bedraagt daarmee € 1.279.693 en wordt zoals hierboven geschreven veroorzaakt door extra decentralisatie uitkeringen en deze € 545.000 opbrengst uit 2024 en de extra opbrengst voor deze maatstaf in 2025. Taakveld 0.10 reserves: De onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves worden zo veel als mogelijk is verantwoord bij het programma waar de reserve betrekking op heeft. Onder dit programma valt de algemene reserve en de bestemmingsreserve voor tijdelijke formatieuitbreiding.
Baten Bijdrage algemene reserve opnieuw te ramen budgetten vanuit 2024 Bijdrage bestemmingsreserve tijdelijke formatie uitbreiding Totaal baten
Begroting voor wijziging 2025
Begroting na wijziging 2025
Rekening 2025
0
256.712
96.919
69.194
69.194
55.944
69.194
325.906
152.863
Algemene Reserve Vanuit de Algemene Reserve zouden diverse restant budgetten uit 2024 opnieuw geraamd worden. Dit is ook gebeurd, maar zoals gebruikelijk wordt de bijdrage uit de Algemene Reserve
73
bij het opstellen van de jaarrekening uiteindelijk alleen berekend op basis van het deel wat in 2025 daadwerkelijk is gerealiseerd. En dit bedrag was aanmerkelijk lager. Bestemmingsreserve tijdelijke formatieuitbreiding Omdat het uiteindelijk, over het gehele jaar genomen, niet is gelukt om de tijdelijke formatieuitbreiding volledig in te vullen is ook de onttrekking aan de bestemmingsreserve lager geweest dan was voorzien. Taakveld 0.8 overige baten en lasten: Gedetacheerd personeel en overige doorberekeningen Begroting Begroting na voor wijziging wijziging 2025 2025
Rekening 2025
Uren derden en boventallige uren Lasten
59.021
59.021
70.300
Baten
59.021
59.021
70.300
0
0
0
Voordelig saldo
Er zijn twee medewerkers van de gemeente die werkzaamheden voor andere organisaties verrichtten, die daarvoor een vergoeding betaalden aan de gemeente: Het Bunkermuseum en de gemeente Terschelling. Overige baten en lasten zijn in feite doorberekeningen aan derden die buiten de begroting van de gemeente vallen. Diverse stelposten onvoorzien • Als stelpost voor algemeen onvoorzien is een bedrag in 2025 opgenomen van € 189.000. Hierop heeft een aantal begrotingswijzingen plaatsgehad gedurende het jaar, waardoor de post afgenomen is naar € 16.100. • Daarnaast is een stelpost voor rentelasten voor een nieuw aan te trekken lening opgenomen. Omdat er nog geen nieuwe geldlening is aangetrokken is deze stelpost niet ingezet en bedraagt deze per 31 december 2025 nog € 70.000. Vennootschapsbelasting In deze jaarrekening is geen post voor nog te betalen vennootschapsbelasting opgenomen. Op basis van de aangiften van de afgelopen jaren gaan wij ervan uit dat wij geen vennootschapsbelasting verschuldigd zullen zijn over 2025.
74
Paragrafen
75
Paragraaf 1: Lokale heffingen
In 2025 was 29% van onze inkomsten afkomstig uit lokale heffingen, in 2024 was dit percentage 31%. De lokale heffingen vormen een belangrijke inkomstenbron van de gemeente, die worden opgebracht door de inwoners en de gasten. Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Onderstaande overzichten geven inzicht in de ontwikkeling van de opbrengsten en tarieven per heffing. Ten gunste/ten laste van 2025 zijn naar aanleiding van bezwaren nog enkele vermeerderingen en verminderingen van aanslagen toeristenbelasting en forensenbelasting 2024 geboekt. Ditmaal ging dat om een relatief aantal grotere verminderingen, waardoor ten opzichte van 2024 de toeristen- en forensenbelasting lager ingeschat is. De hieronder weergeven bedragen voor toeristen en forensenbelasting zijn ingeschatte bedragen omdat de oplegging hiervan pas in het 2e kwartaal plaats vindt.
Onroerende zaakbelasting Afvalstoffenheffing Reinigingsrechten Leges Overslag station Rioolrechten Omgevingsvergunning leges Precariobelasting Toeristenbelasting Burgerzaken leges Begrafenisrechten Leges inschrijving woningzoekenden Forensenbelasting Hondenbelasting Baatbelasting Totaal
Werkelijk 2024 762.832 338.444 194.265 12.426 210.964 112.548 50.305 1.952.126 140.077 23.086
Raming 2025 788.697 359.500 199.500 12.000 245.417 180.000 49.096 1.800.000 120.000 21.000
Werkelijk 2025 792.745 372.280 198.432 13.492 242.013 163.358 46.241 1.704.883 151.568 20.622
1.365
400
1.299
289.974 13.877 217 4.102.506
315.000 18.208 400 4.109.218
280.085 14.154 20 4.001.192
76
onroerende zaakbelasting woningen, eigenaren niet-woningen, eigenaren niet-woningen, niet-eigenaren Afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Rioolrechten tarief per 50 kub waterverbruik Precariobelasting tarief per m2 gebruik Toeristenbelasting tarief per dag verblijf Forensenbelasting tarief woning (indien van toepassing) Hondenbelasting tarief per hond (eerste)
Tarief 2024
Tarief 2025
0,06616 0,21419 0,20314
0,06452 0,21075 0,20575
€ 266 € 355
€ 280 € 374
€ 57,88
€ 63,67
€ 58,29
€ 61,38
€ 2,20
€ 2,32
€ 1.582,82
€ 1.666,71
€ 86,71
€ 91,31
Ontwikkeling van de lokale lasten • Onroerendezaakbelastingen De onroerendezaakbelasting (OZB) genereert de op één na hoogste belastingopbrengst. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting (voor zowel woningen als ook niet-woningen) en een gebruikersbelasting (voor alleen niet-woningen). De gemeente bepaalt het belastingbedrag dat belastingplichtigen moeten betalen op basis van de WOZ-waarde van de onroerende zaak. De waarderingsgrondslagen worden jaarlijks, volgens de regels van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ), vastgesteld. In 2024 zijn de WOZ-waarden opnieuw bepaald voor het belastingjaar 2025 met als peildatum 1 januari 2024. Begin 2025 zijn de aanslagen gemeentelijke belastingen 2025 met daarop vermeld de WOZ waarde naar de waardepeildatum 1 januari 2024 verzonden. Op Vlieland steeg de gemiddelde WOZ-waarde in 2025 van € 560.000 naar € 590.000 (gemiddelde WOZ waarde zonder recreatie is € 427.000). Het spreekt vanzelf dat door de geringe aantallen verkopen de gemiddelde verkoopprijs op Vlieland niet erg representatief is. Vlieland telt overigens circa 1.048 woningen waarvan er 442 recreatief worden gebruikt. Er zijn 34 belanghebbenden die een bezwaarschrift hebben ingediend tegen de aan hen afgegeven waardebeschikking tijdvak 2025. Deze hebben op vier na allemaal betrekking op woningen. Van de 34 bezwaren, zijn er zes van een No Cure No Pay bureau.
Bij 17 woningen en vier niet-woningen werd de WOZ-waarde verlaagd naar aanleiding van het bezwaar. Alle bezwaren zijn afgehandeld.
77
• Leges De tarieventabel bij de legesverordening kent drie titels, te weten; Titel 1. Algemene dienstverlening Titel 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning Titel 3. Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn. Uit efficiëntieoverwegingen is een aantal jaren geleden besloten sommige algemene dienstverlening gratis te verstrekken. Voor titel 2 wordt conform raadsbesluit gestreefd naar 80% kostendekkendheid en worden kosten voor vooroverleg niet in rekening gebracht, hiermee wordt een stimulering van het vooroverleg beoogd. De afzonderlijke kostendekkendheid van deze onderdelen als ook de integrale kostendekkendheid van deze onderdelen zijn als volgt; Recapitulatie Titel 1, 2 en 3 Kostendekking Titel 1 Kostendekking Titel 2 Kostendekking Titel 3 Kostendekking totale tarieventabel
Taakveld € 71.019 € 182.290 € 648 € 253.957
Overhead Totale Kosten Totale Opbrengsten Kostendekking € 25.293 € 96.312 € 147.415 153% € 59.305 € 241.595 € 163.698 68% € 205 € 853 € 527 62% € 84.803 € 338.760 € 311.640 92%
• Begraafplaatsleges De begraafplaatsleges zijn om historische redenen laag en zeker niet kostendekkend. Van oudsher ondersteunen vrijwilligers van de begrafeniscommissie bij een begrafenis. Dit is een argument geweest om niet te streven naar 100% kostendekkendheid van de gemeentelijke tarieven voor begraafplaatsleges. Kosten 7.5
Bedrag € 72.373 € 20.335
Begraafplaatsen en crematoria Overhead BTW
Totaal Kosten Opbrengsten
€ 92.708 Bedrag € 20.621 € 20.621 22%
1 Begraafplaatsen Totaal Opbrengsten Kostendekkendheidspercentage
• Afvalstoffenheffing Met betrekking tot de afvalstoffenheffing is gestreefd naar kostendekkende tarieven tot een niveau van ongeveer 100% (“de vervuiler betaalt”). Het landelijk gemiddelde tarief bedroeg in 2025 voor een meerpersoonshuishouden € 369, zoals in voorgaande tabel aangegeven was dit tarief op Vlieland in 2025 € 374. Afvalstoffenheffing 2025 jaarrekening Kosten 7.3 Afval Overhead BTW Totaal: Opbrengsten 1.1 Afvalstoffenheffing Totaal: Totaal kostendekkendheid:
Reinigingsrecht 2025 jaarrekening Kos ten 7.3 Afva l Overhea d BTW Totaal: Opbrengs ten 1.1 rei ni gi ngs recht Totaal: Totaal kostendekkendheid:
Bedrag € 280.254 € 76.319 € 33.285 € 389.858 Bedrag € 372.280 € 372.280 95%
Bedrag € 155.619 € 76.995
78
€ 232.614 € 211.905 € 211.905 91%
• Riool- en waterzorgheffing De aanslagen zijn afhankelijk van het waterverbruik. Er zijn in totaal 989 percelen in de heffing betrokken, waarvan er 95% een tarief opgelegd krijgen van het basistarief van € 63,67 per eenheid van 50m3 waterverbruik (of van een gedeelte van 50m3). Bij een verbruik boven 300m3 per jaar geldt een afwijkende staffel, dit geldt voor 42 percelen. Het landelijk gemiddelde tarief voor rioolrechten was per huishouden in 2025 € 233,00. Deze tarieven zijn niet zo goed te vergelijken met onze tarieven omdat wij uitgaan van het waterverbruik, op basis hiervan liggen onze aanslagen voor huishoudens tussen de € 127 (verbruik tot 100m3) en de € 191 (tot 150m3). Er wordt gebruik gemaakt van een voorziening waardoor schommelingen in de tarieven worden voorkomen. Rioolheffing 2025 jaarrekening Kosten 7,2 Riolering Reserves en voorzieningen Overhead BTW Totaal: Opbrengsten 1,1 Rioolheffing Totaal: Totaal kostendekkendheid:
Bedrag € 181.288 -€ 13.815 € 47.317 € 27.222 € 242.012 € 242.012 € 242.012 100%
• Lastendruk Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek verricht naar de ontwikkeling van de lokale lasten. Uit de rapportage over 2025 blijkt dat de omvang van de gemeentelijke heffingen in Friesland tot de laagste van Nederland behoort. Bij het onderzoek zijn betrokken de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De gemiddelde woonlasten in Friesland bedragen voor een eenpersoonshuishouden € 811 en voor een meerpersoonshuishouden € 927. De woonlasten op Vlieland bedragen € 760 en € 918. Alle (deel) gemeenten hebben een rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten. Nummer 1 heeft hierbij de laagste woonlasten. Het hoogste rangnummer bij koopwoningen voor meerpersoonshuishoudens is 346 voor Vlieland is dit nummer 52, in 2024 was dit 60. • Kwijtschelding Huishoudens met een inkomen op minimumniveau komen in onze gemeente in aanmerking voor kwijtschelding van lokale belastingen en heffingen. Kwijtschelding wordt verleend op basis van 100% van de bijstandsnorm, waarbij tevens een vermogenstoets plaats heeft. Het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente volgt overigens de advisering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
79
In 2025 zijn twaalf verzoeken om kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen ontvangen. Drie daarvan zijn afgewezen, acht zijn volledig toegekend en één is gedeeltelijk toegekend. In 2025 werd voor een totaalbedrag van € 3.599,89 gemeentelijke belastingen kwijtgescholden. kwijtschelding gemeentelijke belastingen aantal bedrag 2014 9 2015 10 2016 10 2017 12 2018 13 2019 7 2020 14 2021 7 2022 11 2023 10 2024 13 2025 9
•
3.808 4.818 4.442 4.287 4.108 2.850 4.934 2.782 2.359 4.037 4.053 3.600
Toeristenbelasting in aantallen overnachtingen 2020 2021
2022
2023
2024
2025
Vakantie-onderkomens
104.666 139.219 104.427 113.737
Hotels/Pensions
142.757 176.872 168.134 141.029 139.491 onbekend
Groepsverblijven
1.013
2.226
2.822
2.822
134.968 onbekend 2.734 onbekend
Kampeerterreinen
174.109 199.190 206.753 214.243 208.876
211.696
Jachthaven
64.323
106.160
Totaal overnachtingen
486.868 600.083 570.468 552.050
596.538
612.443
Waddentaxi
174.140 211.368 211.665 207.174 232 1.374 419
205.466 193
208.173 32
Totaal aantal grondslag
661.240 812.825 782.552 759.224
802.197
820.648
Afgedragen overzettingen Doeksen (niet eilanders)
82.576
88.332
80.219 110.469
In 2025 werden door Doeksen nog 211 overzettingen uit voorgaande jaren afgerekend. Dit ontstaat door het verplaatsten van boekingen, het toeristenbelastingtarief wordt door Doeksen dan niet aangepast, wanneer een boeking verplaatst wordt naar een volgend kalenderjaar. De aanslagen moeten in 2025 nog worden opgelegd, vaak zijn na de eerste oplegging nog wat aanpassingen nodig waarvan de resultaten dan in het jaar van oplegging geboekt worden.
80
Paragraaf 2: Weerstandsvermogen en risicobeheersing
In het Besluit Begroting en verantwoording provincie en gemeenten wordt het weerstandsvermogen omschreven als de relatie tussen de weerstandscapaciteit van de gemeente en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. In feite zou het weerstandsvermogen ook kunnen worden omschreven als de mate waarin de gemeente in staat is omvangrijke tegenvallers op te vangen, zonder dat het beleid behoeft te worden aangepast. De weerstandscapaciteit dient dus om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. In beginsel betreft dit de opstelsom van het vrij aanwendbare deel van de algemene reserves en de stille reserves. Bij de kadernota 2026 is op 7 juli 2025 besloten de ondergrens van de algemene reserve te verhogen naar € 2.000.000. Op 31 december 2025 bedraagt de algemene reserve € 4.905.053 , exclusief het resultaat van 2025. De voeding en de beschikking over de reserve wordt jaarlijks door de gemeenteraad bepaald. Stille reserves zijn er zo goed als niet. In de begroting 2025 was een bedrag van € 189.000 opgenomen op de stelpost onvoorzien. Door middel van begrotingswijzigingen is hier in 2025 een aantal keren een bedrag onttrokken, waardoor van deze post eind 2025 nog € 16.100 resteerde.
Deze post kon specifiek gebruikt worden voor begrotingswijzigingen die nodig waren door prijsstijgingen. Structurele weerstandscapaciteit Met de structurele weerstandscapaciteit worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. In de begroting 2025 was hiervoor een stelpost structureel onvoorzien opgenomen van € 70.000. De stelpost is bedoeld voor hogere rentelasten voor het aantrekken van een lening in de toekomst. Tenslotte is in een beschouwing over weerstandscapaciteit de vraag naar de flexibiliteit van de kosten van belang. Hoewel strikt genomen niet passend binnen de definitie, omdat het terugbrengen van de kosten (bezuinigen) vaak tevens een beleidswijziging inhoudt, is het beoordelen van (de kosten van) het bestaande beleid bij het opvangen van de gevolgen van onvoorziene lasten als gevolg van risico’s een voor de hand liggende optie. De mogelijkheid om het bestaande beleid om te buigen wordt beïnvloed door de mate van (in)flexibiliteit van de kosten.
81
Inventarisatie van de risico’s Onderstaand volgt een korte inventarisatie van mogelijke risico’s. Wij hebben geprobeerd deze lijst zo compleet mogelijk te maken. Toch is niet met zekerheid te zeggen of de lijst uitputtend is. Bovendien is het bij de meeste risico’s moeilijk gebleken deze te kwantificeren en te voorzien van een waarschijnlijkheid (kansberekening). • Sociaal Domein Met name de kosten van individuele trajecten in de jeugdzorg vormen voor kleine gemeenten een risico omdat deze kosten van jaar tot jaar zeer kunnen verschillen. De kosten over de laatste vier jaren varieerden van € 66.000 tot € 178.000 en in 2025 laten de voorlopige cijfers een bedrag van € 212.418 zien. Als een jongere intensieve zorg nodig heeft kunnen de kosten oplopen tot € 100.000 per client per jaar. Regelmatig is het ook zo dat deze intensieve zorg langer nodig is dan een jaar. Ook maatwerkvoorzieningen kunnen van jaar tot jaar zeer verschillen. Bijvoorbeeld woningaanpassingen vormen een risico voor de gemeente Vlieland. De totale gemeentelijke bijdragen voor woon- vervoers- en rolstoelvoorzieningen varieerden de laatste vijf jaren tussen de € 62.000 en € 183.000. Kosten voor Huishoudelijke hulp leken de laatste jaren redelijk constant te zijn en lagen rond de € 70.000. jaarlijks. De voorlopige cijfers laten nu echter een bedrag van € 88.077 zien.
Een reserve Sociaal Domein heeft de gemeente Vlieland niet. Vanaf de begroting 2025 is wel een stelpost jeugd van € 68.000 opgenomen, deze is door begrotingswijzigingen volledig gebruikt. • Toeristenbelasting De belangrijkste belastingopbrengst van de gemeente Vlieland is de toeristenbelasting (€ 1.704.883 op een totale opbrengst belastingen van € 4.001.192, dat is 43%). De grondslag van deze opbrengst is gevoelig voor de conjunctuur en afhankelijk van het weer (vooral in de jachthaven en op de kampeerterreinen). Daarnaast bestaat ten aanzien van deze opbrengst het risico dat de grondslag wordt aangetast door structurele ontwikkelingen in de toeristische sector zoals wijzigingen in de vakantiebestemmingen van de gasten. • Zorgwijk de Boswijk Er is een 40-jarige lineaire lening aan gegaan met een vast rentepercentage voor de gehele looptijd. Deze lening bedraagt € 15.084.000. Daarnaast gaat de gemeente er van uit dat het risico van leegstand en dus van huurderving minimaal is en slechts zal bestaan uit mutatieleegstand. Voor de woningen lijkt dat gezien de woningmarkt op Vlieland ook op langere termijn realistisch. De zorgvilla met zeven studio’s is ontworpen uitgaande van de visie in het Visiedocument De Bakens Verzet van “zo gewoon mogelijk wonen”, ook in een intramurale zetting van 7x24-uur zorg.
Door een zorgvilla te maken met studio’s zonder de uitstraling van een instellingsgebouw, is de verwachting dat ook bij eventuele wijzigingen van de financiering van de ouderenzorg door de rijksoverheid, het vastgoed goed verhuurbaar blijft. Oftewel dat ook bij een nog verdere extra muralisering door het rijk, de zorgvilla z’n waarde en verhuurmogelijkheden behoudt. Tenslotte gaan we ervan uit dat er ook voor het welzijnsgebouw steeds voldoende huurders zullen zijn die de benodigde opbrengsten genereren. Naast commerciële functies zoals bijvoorbeeld een fysiotherapiepraktijk en een kapper, zal het gebruik overigens voor een belangrijk deel bestaan uit het ouderenwelzijnswerk van de gemeente Vlieland. Dat betekent dat er vanuit het welzijnsbeleid voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om dit gebruik mogelijk te maken. De geprognotiseerde exploitatielasten liggen jaarlijks rond de € 650.000 82
Al met al een groot project voor de gemeente Vlieland, waar wel wat onzekerheden aan kleven, die zouden kunnen leiden tot negatieve resultaten. •
Leningen Geldnemer Stichting Recreatiebelangen Vlieland Stichting Flidunen Tennisvereniging Energie coöperatie Stichting Recreatiebelangen Vlieland Stichting Recreatiebelangen Vlieland Stichting Duinwijck gasvrij* Lening Lepelaar Totaal
Restschuld per 31-12-2025 150.000 146.250,00 13.750,00 146.666,67 448.571,43 4.482.758,63 210.000 160.000 € 5.757.997
* In de balans is een desinvestering op deze leningen doorgevoerd van € 120.000. Aan de lening op zichzelf verandert dit niets er wordt alleen voorzichtigheidshalve rekening gehouden met de moeilijke positie waarin zich de stichting bevindt. Voor de overige leningen wordt het risico niet groot in gezien, daarom wordt met slechts één derde van de restschuld rekening gehouden. • Gewaarborgde geldleningen Voor liquiditeitstekorten van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de G8 staat de gemeente Vlieland garant tot een bedrag van € 908.000. Bij het instemmen met de koopovereenkomst met Woon Friesland op 11 juli 2011 heeft de gemeenteraad ingestemd met de gemeentelijke achtervang positie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Leningen van Woon Friesland ter financiering van investeringen in de gemeente Vlieland worden hiermee geborgd tot een bedrag van 10 miljoen. Mocht Woon Friesland zijn leningen niet meer kunnen afbetalen, dan neemt het WSW de betaalverplichtingen over. Als het WSW deze betaalverplichting niet uit eigen vermogen en bij de corporatie te innen obligo kan voldoen moeten Rijk en gemeente ieder voor 50% bijspringen. Op grond van hun rol als achtervanger moeten zij in dat geval renteloze leningen aan het WSW verstrekken. • Meer Jaren Onderhoud Plannen De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud in de MJOP’s zijn gebaseerd op inspecties.
In totaal bedraagt de omvang van de voorgenomen investeringen vanuit de MJOP’s en het vervangingsinvesteringen overzicht voor tractiemiddelen in de planperiode 2026- 2029 afgerond 8,3 miljoen. Er is een kans op een foute inschatting, zowel voor de ingeschatte levensduur en kwaliteit van de kapitaalgoederen als op de ingeschatte prijs. Door de economische situatie wordt door partijen hoger ingeschreven dan in de afgelopen jaren. Daardoor is er amper meer sprake van aanbestedingsvoordelen. Onvoorziene investeringen of investeringen die veel eerder moeten worden gedaan als ingeschat kunnen zorgen voor het toenemen van de jaarlijkse kapitaallasten. Op dit moment zijn MJOP’s verlopen of hebben een te geringe looptijd waardoor de omvang van de benodigde voorziening niet te bepalen is. 83
Voor het risico van stijging van kapitaallasten maar ook een te geringe omvang van de voorzieningen voor groot onderhoud en de onderhoudsstaat van bijvoorbeeld de gebouwen, wordt gerekend met een percentage van 25% van 8,3 miljoen plus € 408.000 (het totale geraamde bedrag te onttrekken aan de onderhoudsvoorzieningen in 2026). Ontwikkelingen Naast de hierboven genoemde risico’s zijn er de laatste jaren ook wat ontwikkelingen die voor elke gemeente risico’s met zich meebrengen: • Klimaat Extreme weersomstandigheden zorgen ervoor dat vastgoed kan worden beschadigd. We hebben in het verleden al tornado’s gezien die daken eraf rukken, maar ook natheid, droogte en hitte kunnen bijvoorbeeld impact hebben op fundering, schilderwerk, wegen et cetera. Op de langere termijn van 10 jaar wordt dit risico naar verwachting groter. • Cyberonveiligheid Cyberonveiligheid zal als risico verder toenemen. Beheersmaatregelen zijn hiervoor, in tegenstelling tot het risico hiervoor, eenvoudiger zelf te nemen door een ISMS te implementeren. • Inflatie Inflatie kan de financiële positie van gemeenten bedreigen. We hebben de impact van de energierekening al gezien, maar ook op andere terreinen (onderhoudskosten, nieuwbouw, salarissen, ICT kosten, et cetera) kunnen de kosten sterker stijgen dan verwacht.
Het is goed om als gemeenten diverse scenario’s in beeld te hebben en via simulatie het weerstandsvermogen te bepalen in hoeverre je deze risico’s kunt opvangen. • Wijzigingen inkomstenbelasting box 3 en btw-logies verstrekking De aangekondigde wijzigingen in de inkomstenbelasting box 3 zijn van invloed op de plaatselijke economie. Straks moet, afhankelijk van besluitvorming en persoonlijke situatie, inkomstenbelasting worden afgedragen over werkelijke inkomsten in box 3. Welke uitwerking dit naast de BTW op logiesverstrekking zal gaan hebben op de toeristische verhuur op het eiland en dus op de toeristenbelastingopbrengst is af te wachten. • Algemene Uitkering Daarnaast moet ook zeker als risico worden gezien dat er veel onzekerheid bestaat rondom de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Er blijft onzekerheid bestaan over het meewegen van de overige eigen middelen en het vaste bedrag voor inwoners van Waddengemeenten. Daarnaast is nog niet zeker op welke wijze de maatstaf huishoudens met een laag inkomen bepaald zal worden, met deze maatstaf is veel geld gemoeid. Ook worden gemeenten vaker geconfronteerd met éénmalige gelden voor structurele taken. Voor de lange termijn begroten is daarom erg lastig geworden.