08 Bijlage1 Chw bestemmingsplan Oosterseveld VO01 17-11-2020.pdf
Tekst van het document
Hierbij kan worden gedacht aan belemmering van de lichtval, stankoverlast en geluidsoverlast, bij voorbeeld ten gevolge van het starten en warmdraaien van grote voertuigen. Dat een dergelijke zinsnede houdbaar is, blijkt uit een reeds oude uitspraak van de Hoge Raad (HR 16 januari 1986, NJ 1968, 198) waarin de Hoge Raad de bedoelde zinsnede in de APV van Enschede verbindend achtte. Het begrip ‘parkeren’ wordt zo uitgelegd, dat het verbod in dit artikel zich niet alleen richt op de bestuurder van een voertuig maar ook op de andere belanghebbenden bij het voertuig. De opgenomen uitzondering ziet bijvoorbeeld op (het parkeren van) ‘hoogwerkers’, meetwagens e.d. 12.8. Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 46
20181658
Het is helaas een veelvuldig voorkomend verschijnsel dat groenstroken, openbare beplantingen, plantsoenen en grasperken worden benut voor het parkeren van voertuigen. Met deze bepaling wordt beoogd beschadiging van groenstroken e.d., die het uiterlijk aanzien van de gemeente beogen te verfraaien, te voorkomen en het groen beter aan zijn bestemming te doen beantwoorden. Aangezien deze bepaling zich uitsluitend richt tegen een ‘oneigenlijk’ parkeerexces -dat wil zeggen tegen een gedraging welke buiten de ‘weg’ plaatsvindt, behoeft voor strijd met de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet te worden gevreesd. Om deze reden bestaat er geen bezwaar tegen dat in deze bepaling ook het rijden over openbare beplantingen enz. wordt verboden. Doorgaans zal een groenstrook geen deel uitmaken van de weg. Bermen maken wel deel uit van de ‘wegen’. Aangezien de berm rechtens deel uitmaakt van de weg, gelden de op de desbetreffende weg betrekking hebbende verkeersvoorschriften eveneens voor de berm, zoals parkeerverboden, e.d. Daar waar op wegen geparkeerd mag worden, vallen daaronder ook de bermen van een weg. Indien in een bepaald geval het parkeren in een berm als ongewenst moet worden aangemerkt, kan een parkeerverbod voor die berm worden ingesteld.
Het is tevens mogelijk dat het parkeren op de rijbaan niet wenselijk is, bijvoorbeeld uit oogpunt van de verkeersveiligheid, maar dat het parkeren in de berm wel kan worden toegestaan. Ook in dit geval is plaatsing van het genoemde bord noodzakelijk. Bij een parkeerverbod is het doen of laten staan van een voertuig niet strafbaar, indien zulks geschiedt om personen de gelegenheid te geven in of uit te stappen dan wel voor het laden of lossen van goederen. Het moge duidelijk zijn dat de laatstgenoemde beperkingen niet van toepassing behoren te zijn op een verbod tot het doen of laten staan van voertuigen in groenvoorzieningen. Bewust is hier derhalve gekozen voor de bestanddelen ‘doen of laten staan’ in plaats van ‘parkeren’, omdat ook het tot stilstand brengen van een auto in een plantsoen beschadiging van het groen en vermindering van de aantrekkelijkheid veroorzaakt. Bij de in het tweede lid onder 1 bedoelde voertuigen kan worden gedacht aan voertuigen, in gebruik bij de politie of de brandweer, als ook bij de gemeentelijke plantsoenendienst. Campings vallen onder terreinen als bedoeld onder 2. 12.9. Overlast van fiets of bromfiets In de praktijk wordt regelmatig overlast ondervonden van fietsen en bromfietsen die her en der buiten de daartoe bestemde fietsenstallingen worden geplaatst.
Het gaat hierbij doorgaans om plaatsen, waar zich grote concentraties van gestalde (brom)fietsen voordoen. Voorop staat dat dan wel voldoende stallingsmogelijkheden ter plekke aanwezig zijn. Ter regulering van overlast van foutief geplaatste (brom)fietsen is in het eerste lid van dit lid aan het college de bevoegdheid gegeven om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is (brom)fietsen neer te zetten buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen dan wel deze daar te laten staan. De belangen die het college hierbij onder meer in overweging kan nemen zijn: de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de voorkoming of opheffing van overlast of de voorkoming van schade aan de openbare gezondheid. Bij het laatste motief kan worden gedacht aan het voorkomen van mogelijke verwondingen aan voetgangers die zich tussen een woud van (brom)fietsen een weg moeten banen. Na aanwijzing van een plaats waar het verbod zal gelden, kan tegen een foutief geplaatste (brom)fiets worden opgetreden. Door middel van borden moet worden aangegeven dat foutief geplaatste (brom)fietsen zullen worden verwijderd. Het feitelijk verwijderen dient dan beschouwd te worden als toepassing van bestuursdwang. Alvorens deze vorm van bestuursdwang te effectueren is het verstandig aan het publiek bekend te maken, dat onjuist geplaatste (brom)fietsen zullen worden verwijderd.
Tevens is het raadzaam aan te Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 47
geven waar de verwijderde fietsen weer kunnen worden opgehaald en hoe hoog de kosten zijn die vergoed moeten worden. 6.4.2.3.11 artikel 13 Activiteiten met betrekking tot reclameuitingen Dit artikel bestendigt een bestaande regel die ziet op het voorkomen van een ongebreidelde toepassing van reclameuitingen bij de bedrijven. Vanuit een goede omgevingskwaliteit die ziet op het behoud van een aanvaardbaar aanzien van het bedrijventerrein, is het wenselijk deze regel te handhaven en op dezelfde wijze te blijven toepassen als tot dusver is gedaan. 6.4.2.3.12 Artikel 14 Activiteiten met betrekking tot venten en standplaatsen Op basis van dit artikel is het venten toegelaten tenzij de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komen. Een vergunning is vereist voor het venten op het strand. De terminologie sluit aan bij de Europese Dienstenrichtlijn. Hieronder valt het aloude motief van verkeersveiligheid. Er is geen vergunning, met uitzondering van het strand, aan de orde, omdat venten (vrijwel) geen overlast e.d. oplevert. Er is dan geen goede reden waarom een vergunningstelsel nog noodzakelijk en proportioneel is. Overlast kan ook achteraf worden aangepakt. Het risico van achteraf controleren wordt niet veel groter geacht dan van het vooraf vaststellen van de voorwaarden die vaak dezelfde zijn.
Volgens de Dienstenrichtlijn is een vergunning alleen proportioneel als een controle achteraf onvoldoende is. De uitgangspunten van de Dienstenrichtlijn op grond van het EG-verdrag gelden overigens in het geval van venten ook voor het verkopen van goederen. Volgens het Hof van Justitie kunnen beperkingen gesteld worden aan de vrijheid van venten indien sprake is van een dwingende reden van algemeen belang. Het Hof bepaalde in de eerste plaats dat de regel niet discriminatoir mag zijn ten opzichte van de dienstverlener en verder dat moet worden nagegaan of de betrokken maatregel gerechtvaardigd is door een doelstelling van algemeen belang in de zin die de rechtspraak van het Hof aan dit begrip geeft of door een van de in artikel 30 EG genoemde doelstellingen, en of die maatregel evenredig is aan deze doelstelling. Op grond van de Dienstenrichtlijn mogen er eisen worden gesteld aan dienstverleners die tijdelijk in Nederland hun diensten aanbieden het belang van de openbare veiligheid. In de praktijk is het noodzakelijk beleidsregels te formuleren in welke gevallen sprake is van gevaar voor de in het artikel genoemde motieven. Dergelijke beleidsregels moeten bekend gemaakt worden. Ook beleidsregels moeten voldoen aan criteria van de Dienstenrichtlijn.
Immers volgens de Richtlijn vallen onder de definitie van eisen die gesteld kunnen worden: elke verplichting, verbodsbepaling, voorwaarde of beperking uit hoofde van de wettelijke een bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten. De regels willen voorkomen dat burgers op zondag of in de late avonduren en nacht worden lastig gevallen door venters. In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente ten behoeve van de consument als een belang aangemerkt. De gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt. Hierop wordt door de afdeling slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil een gemeente op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als door een venter dezelfde goederen aangeboden worden.
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 48
20181658
De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond voor venters die (mede) diensten verlenen niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten. Het blijft echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren voor het verkopen van goederen waarop de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is. 6.4.2.3.13 Artikel 15 Activiteiten met betrekking tot verkeer en verlichting De uitzondering heeft betrekking op situaties waarbij het desbetreffende specifieke belang, waterstaatswerken, verkeerslichtinstallatie, trafohuisjes en dergelijke, zich verzetten tegen het aanbrengen van allerlei voorzieningen daarop. In beginsel biedt de Belemmeringenwet privaatrecht het kader om op het eigendomsrecht van anderen inbreuk te maken. De Belemmeringenwet is echter in haar toepassing bedoeld voor zodanige inbreuken op dat eigendomsrecht waardoor het gebruik van de desbetreffende onroerend zaak al dan niet tijdelijk beperkt wordt. Wanneer daarvan sprake is kan niet een gedoogplicht op grond van het onderhavige artikel geconstrueerd worden. Deze gedoogplicht is alleen dan aanwezig wanneer de voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting het gebruiksrecht van de eigenaar niet aantasten. 6.4.2.3.14
Artikel 16 Benutten van de fysieke leefomgeving
Algemeen 16.1 Onder Algemeen zijn enkele regels gebracht die voor het hele plangebied van toepassing zijn. Om gebruikers in het plangebied de mogelijkheid te bieden om individueel verduurzamingsmaatregelen te treffen dan wel om duurzame energie te winnen, is het benutten van de ruimte hiervoor specifiek toegelaten. Dat betekent in beginsel dat die maatregelen binnen de gegeven bouwregels moeten plaatsvinden. Er is een bevoegdheid aan de regels toegevoegd op grond waarvan met een afwijking van de bouwregels kan worden afgeweken. Tot maximaal 10% mag van de gegeven maatvoeringen worden afgeweken om duurzaamheidsmaatregelen te realiseren, mocht dat noodzakelijk zijn. Dat kan dus ook boven op een dak tot een bouwhoogte van maximaal 8,80 m. Als voorwaarde is wel gesteld dat dit geen afbreuk mag doen aan het aanzien van het bedrijventerrein. Voorkomen moet worden dat iedereen hier op een eigen wijze gebruik van maakt zodat een rommelig en onrustig beeld ontstaat. Door de toelaatbaarheid aan een afwijking te verbinden, kan het college hier op toe zien. Daarnaast zijn enkele activiteiten zonder meer verboden in het hele gebied. Het gaat daarbij om verblijfsrecreatie en evenementen. Die zijn ook onder de algemene regels gebracht. Verboden activiteiten die voor delen van het gebied gelden, zijn aan die specifieke werkingsgebieden gekoppeld.
Bedrijventerrein 16.2 Algemeen Het doel is om het bedrijventerrein te behouden voor bedrijven die nodig zijn voor Vlieland. Dat is vooral de bedrijvigheid die zich hier de afgelopen periode heeft gevestigd. Daarin vindt een langzame transitie plaats, waarbij de aard van de bedrijvigheid redelijk consistent blijft: deels een industrieel karakter en anderdeels opslagruimte van en voor bedrijven. Nieuwe ontwikkelingen moeten in beginsel geen afbreuk doen aan dit bestaande karakter van het bedrijventerrein. Wel is het bedrijventerrein een plek waar onder andere ook een manege aanwezig is, waar een restaurant aan grenst, waar een bierbrouwerij met proeverij is gevestigd en waar veel burgers en recreanten zich bewegen van en naar het strand. Er is dus veel levendigheid op het bedrijventerrein. Die Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 49
levendigheid biedt zowel kansen als bedreigingen. De veiligheid van het langzaam verkeer staat onder druk, maar de aanwezigheid van het langzaam verkeer biedt ook kansen voor ontwikkelingen. Bovendien is dat verkeer er en dat zal niet veranderen. Het is daarmee een duidelijk bestaand kenmerk van het terrein dat als zodanig aanwezig is en blijft. Er is geen noodzaak dit anders te gaan inrichten. De regels voor bedrijven zien op activiteiten die plaatsvinden op het daadwerkelijke bedrijventerrein en hebben geen betrekking op de bedrijven die daarbuiten liggen, zoals de jachthaven, de heliplaats en de rioolwaterzuivering. Het betreft hier een bestaand bedrijventerrein dat zeer recent volledig is uitgegeven binnen de reikwijdte van de mogelijkheden die het bestemmingsplan Oosterseveld van 2006 bood. Dat betekent dat er een volledig uitgegeven en afgerond bedrijventerrein aanwezig is met bestaande bedrijvigheid waarin een transitiemogelijkeden zitten in verandering van gebruik van bestaande percelen. De regels zijn om die reden in eerste instantie gericht op het vastleggen en toelaten van de bestaande bedrijvigheid en de mogelijkheden zoals die golden onder de werking van het bestemmingsplan van 2006. Met de ondernemers en andere partijen is gesproken over de toekomst van het terrein, de verwachte ontwikkelingen en de wensen die er spelen.
Ook is hen gevraagd welke ontwikkelingen het plan zou moeten faciliteren en vooral ook welke niet. Daarmee is getracht om voor de komende periode een helder kader vast te leggen waarin staat wat wel en niet is toegelaten. Het kan zijn dat de Omgevingsvisie voor het hele eiland in de nabije toekomst nog tot gewijzigde keuzes leidt bij het maken van het Omgevingsplan voor het hele eiland, waarvan Oosterseveld deel zal uit gaan maken. Die wijzigingen zullen dan worden meegenomen. Een belangrijk uitgangspunt voor het bedrijventerrein is dat het 'eiland eigen' moet blijven. Daarvoor bestaat geen definitie, maar belangrijk is dat er functies uitgeoefend kunnen worden die nodig zijn voor het eiland. Daarnaast mag het qua uitstraling ook een eigen karakter hebben, waarbij een zekere mate van rommeligheid en bedrijvigheid passend bij hetgeen op het eiland gebeurt, aanvaardbaar is. Dat alles wel binnen zekere grenzen. Die grenzen zijn in de regels gesteld. Opslag en aanzien van het terrein Een te grote rommeligheid is al jaren een storend fenomeen. Daarover wordt al veel gesproken en worden gezamenlijke acties ondernomen. Vanuit de ondernemers is wel de wens uitgesproken dat de gemeente daarin een rol blijft spelen en dat de verantwoordelijkheid daarvoor niet op de ondernemers zelf afgeschoven kan worden.
Er zijn enkele regels opgenomen die zien op het gebruik van gronden langs de wegen en vóór de naar de weg gekeerde zijden van de bedrijfsgebouwen. Deze regels zien op het voorkomen van permanente opslag op die plekken. De regels moeten het kader bieden voor de handhaving van een aanvaardbaar aanzien van het terrein. Onder de werking van het bestemmingsplan Oosterseveld 2006 was het bedrijventerrein een welstandsvrij gebied. Vanuit een meerderheid van de ondernemers is de wens uitgesproken om niet alsnog welstandsregels in het plan op te nemen. Het aanzien van het terrein en het 'eiland eigen' karakter is in de bestaande situatie redelijk verzorgd en vraagt niet om nadere regels. Ook als visitekaartje bij de aankomst van de boot geeft het terrein geen negatief beeld. Het gebruik c.q het benutten van de percelen Zoals gezegd is in eerste aanleg gezorgd dat het huidige bedrijfsmatige karakter van het bedrijventerrein is vastgelegd, waarbij de bijzonderheden, zoals de aanwezigheid van de manege, specifiek zijn geregeld. Vanuit de participatie is gebleken dat er een duidelijk oordeel bestaat over een aantal voorzieningen die niet toelaatbaar worden geacht op het bedrijventerrein. Op Vlieland kan veel gebruik niet los worden gezien van het dorp.
Om het karakter en de leefbaarheid van het dorp te behouden, zijn meerdere voorzieningen niet wenselijk op het bedrijventerrein omdat die beter een plek kunnen krijgen bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 50
20181658
in het dorp of in aansluiting op voorzieningen in de nabijheid van het dorp. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om voorzieningen ten behoeve van sport, buitenactiviteiten, zorg, onderwijs, cultuur, verblijfsrecreatie, en andere maatschappelijke en sociaal-culturele voorzieningen. Om die reden worden ook zelfstandige winkels en horeca niet passend geacht op het bedrijventerrein. Al deze voorzieningen zijn dan ook verboden, zodat duidelijk is dat daarvoor geen plaats is op het bedrijventerrein. Minder duidelijkheid bestaat er over functies als ondergeschikte detailhandel, zelfstandige kantoren en wonen. Sommige ondernemers willen helemaal geen detailhandel op het bedrijventerrein. Als er verkoop plaats moet vinden, dan moet dat vanuit een locatie in het dorp. Meerdere ondernemers zien geen bezwaren in het ondergeschikt verkopen van materialen direct vanuit het bedrijfsgebouw. In de regels is een mogelijkheid geboden voor ondergeschikte detailhandel. Die mogelijkheid bestond ook al onder de werking van het bestemmingsplan uit 2006. Dat houdt in de eerste plaats in dat binnen de bedrijfsgebouwen geen specifieke winkel-/verkoopruimtes ingericht mogen worden. Verkoop is alleen toegelaten vanuit het bedrijfsgebouw zelf en het moet gaan om producten die direct en/of logischerwijs gerelateerd zijn aan het bedrijfsproces van het bedrijf zelf.
Tegen zelfstandige kantoren bestaat niet veel weerstand, mede ook omdat de verwachting is dat die er niet snel zullen komen. Toch bestaat de wens wel om de mogelijkheid op te nemen, omdat dit ook in heel ondergeschikte vorm ondernemers de kans kan bieden iets op Vlieland te beginnen en daarmee nieuwe bedrijvigheid naar Vlieland te trekken. Wat het verblijf van personeel betreft, is duidelijk dat er geen woonwijk moet en mag ontstaan. Ook de bouw van woonhuizen of vrijstaande bedrijfswoningen op het bedrijventerrein is niet wenselijk. Wonen moet in principe in het dorp plaatsvinden. Wel is er een aanzienlijk deel van de ondernemers die verblijf van personeel wenselijk vindt, omdat daar een duidelijk tekort aan is en er op dit moment in het dorp woonruimte wordt opgeofferd om personeel kwijt te kunnen. Dat gaat vervolgens ten koste van beschikbare woonruimte en de leefbaarheid van het dorp. De wens om personeel onder te brengen op het bedrijventerrein ontstaat omdat er in het dorp een te kort aan ruimte is. Uitgangspunt blijft en moet zijn dat het wonen plaatsvindt in het dorp, ook van personeel. In dit plan wordt verblijf van personeel mogelijk gemaakt dat tijdelijk, dat is gedurende een aantal maanden binnen een jaar, op het eiland aanwezig is. Het gaat hier duidelijk niet om het creëren van permanente woonruimte voor vast personeel.
Dat betekent ook dat er geen sprake is van bedrijfswoningen of woonruimte ten behoeve van permanente bewoning. Daarvoor moet woonruimte in het dorp gezocht worden. Duidelijk is dat dit vraagstuk niet los kan worden gezien van ontwikkelingen in het dorp en een algehele visie op Vlieland in zijn geheel. In de Omgevingsvisie zal dit onderwerp dan ook nog nadrukkelijk aan de orde komen. Dit CHW bestemmingsplan gaat aan de Omgevingsvisie vooraf. Het plan biedt de mogelijkheid om vooreerst tijdelijk te voorzien in een redelijk urgente behoefte die er bestaat en waarvoor op korte termijn geen goed alternatief voorhanden is. Als uit de Omgevingsvisie blijkt dat in de nabije toekomst oplossingen voor huisvesting in het dorp gevonden en gerealiseerd kunnen worden, vervalt de noodzaak van verblijf op het bedrijventerrein. In het Omgevingsplan voor het gehele eiland, dat volgt op de visie en waarin Oosterseveld opnieuw een plek krijgt, kan dan de mogelijkheid van verblijf van personeel weer komen te vervallen. Dan inmiddels bestaande situaties kunnen worden voorzien van een overgangsrecht op grond waarvan uiteindelijk weer gekomen wordt tot een terrein waar niet verbleven mag worden. Kortom, in het voorliggende plan is een mogelijkheid geboden om onder voorwaarden personeel ten behoeve van de bedrijvigheid op het terrein onder te brengen.
Die voorwaarden zijn dat het alleen om personeel mag gaan dat werkzaam is binnen het bedrijf zelf, dat de gebruiksoppervlakte van het verblijf niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het bedrijfsgebouw waarin het verblijf plaatsvindt en dat het verblijf inpandig in bestaande bedrijfsgebouwen plaats moet vinden. Er mag ten hoogste één personeelsverblijf per bedrijf worden Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 51
gevestigd, zodat niet bij één bedrijf met meerdere bedrijfsgebouwen meerdere personeelsruimtes worden gerealiseerd en er alsnog op een perceel een grote hoeveelheid personeel kan verblijven. Het verblijf van personeel wordt in de gemeentelijke milieuregels gezien als onderdeel van de inrichting en als zodanig wordt het niet gezien als een milieugevoelige functie. Wel moet het verblijf aan alle minimale bouwtechnische en gebruikseisen voldoen en moet er voor wat betreft geluid een aanvaardbaar binnenniveau aanwezig zijn waarbinnen goed en veilig verbleven kan worden. Wonen 16.3 De activiteiten ten behoeve van het wonen zijn gericht op het behoud van de woonpercelen, zoals die in de zuidoostelijke punt van het plangebied zijn gelegen. De mogelijkheden zijn afgestemd op de mogelijkheden die voor alle woonhuizen op het eiland gelden. In de woonbestemming is onderscheid gemaakt tussen het hoofdgebouw, zijnde het woonhuis, en de bijbehorende bouwwerken. De bijbehorende bouwwerken mogen niet voor bewoning worden ingericht. Daaronder worden ook voorzieningen verstaan die deels ten dienste van de bewoning staan, zoals sanitaire ruimtes of verblijfsruimtes. De regels zijn afgestemd op de situatie zoals die zich ter plaatse voordoet. Het gebruik is gericht op het wonen. Kleinschalige bedrijvigheid ondergeschikt aan het wonen mag worden uitgeoefend.
Een verblijfsrecreatief gebruik van de woonhuizen is niet toegestaan. Ook is het niet toegestaan om meer dan één woning in het woonhuis onder te brengen. Het wonen moet in beginsel in het dorp plaatsvinden, maar omdat hier sprake is van een bestaande situatie, is de situatie vastgelegd. Uitgangspunt is evenwel om hier grenzend aan het bedrijventerrein en de jachthaven geen verdere verruiming van de woonfunctie mogelijk te maken. Vanwege de bijzondere ligging van de woonhuizen in een kwetsbare omgeving is een regel opgenomen op grond waarvan niet meer dan 10% van het woonperceel, buiten de bebouwing, verhard mag worden. Deze regel dient naast het behoud van een passende groene inrichting van de woonpercelen, ook een klimaatbestendige omgeving. Recreatiewoning 16.4 Er is aan de westzijde van het bedrijventerrein een huis aanwezig dat recreatief wordt bewoond. Het gebruik van het huis is afgestemd op het feitelijk aanwezige verblijfsrecreatieve gebruik. Vanwege de bijzondere ligging aan de rand van het bosgebied in een kwetsbare omgeving is een regel opgenomen op grond waarvan niet meer dan 10% van het bebouwde perceel, buiten de bebouwing, verhard mag worden. Deze regel dient naast het behoud van een passende groene inrichting van het perceel, ook een klimaatbestendige omgeving. Jachthaven 16.5 De jachthaven is bedoeld als haven voor vaartuigen die Vlieland kortstondig aandoen.
Het is niet de bedoeling om er een woon- of verblijfshaven van te maken. Het bewonen van vaartuigen voor een langere periode is niet toegelaten. De maximale duur van aanwezigheid van een vaartuig binnen de jachthaven is vastgelegd op drie dagen. Twee bestaande boten die permanent wordt bewoond, zijn vanwege de historisch zo gegroeide situatie, een persoonsgebonden overgangsrecht toegekend. Dat betekent dat de huidige bewoners de bewoning voort mogen zetten. Op het moment dat die bewoning door de huidige bewoners wordt beëindigd, vervalt het recht op bewoning. Bij de jachthaven is een voorzieningengebouw aanwezig met een winkel, een restaurant en een bedrijfsruimte ten behoeve van de jachthaven. Deze functies zijn op de bestaande situatie vastgelegd. Uitbreiding daarvan is buiten de omvang van de bestaande bebouwing niet toegelaten. Het bestaande gebouw is uitgangspunt voor de maximaal toelaatbare bebouwing bij de jachthaven. Het huisvesten van personeel is toegelaten. Het gaat daarbij om huisvesting uitsluitend in het havengebouw en uitsluitend voor personeel werkzaam ten behoeve van het havengebouw en de jachthaven. Om te zorgen dat dit een ondergeschikte functie blijft, mag niet meer dan 20% van de bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 52
20181658
oppervlakte van het havengebouw voor bewoning worden benut. Helihaven 16.6 Het gebouw op de helihaven is deels in gebruik genomen als ambulancepost en ten behoeve van patiëntenvervoer. Deze nieuwe functie is met dit plan toegelaten. Dit gebruik is afkomstig van de Uiterton, waar het na sloop en de realisatie van een zorgbuurt een nieuwe plek is toegekend. In het gebouw is overnachtingsmogelijkheid voor personeel toegelaten. Het is niet de bedoeling dat die plekken voor permanente bewoning worden ingericht. Waterzuiveringsinstallatie 16.7 De rioolwaterzuivering is een bestaande functie die de komende jaren naar verwachting in ongewijzigde staat aanwezig blijft. De regels zijn afgestemd op de bestaande situatie en zijn enkel gericht op het functioneren van de zuiveringsinstallatie als zodanig. Verduurzaming is toegelaten als daarvoor binnen bepaalde afmetingen bouwwerken nodig zijn. Verkeer 16.8 Het verblijfsgebied betreft de verharde gronden rondom de jachthaven. Deze gronden worden benut door personen om te verblijven en voor activiteiten van langzaam verkeer. Zo wordt de ontsluiting van de jachthaven en het havengebouw voorzien. Bebouwing dient hier uitsluitend ten behoeve van het verblijfsgebied. Waterbouwkundige werken 16.9 Rondom de jachthaven is een dijk aangelegd die de jachthaven beschermd tegen golfslag. Deze dijk heeft verder geen watekerende functie.
Deze gronden zijn aangemerkt als waterbouwkundige werken en zijn bedenkt met steen en gras. Er kan op gewandeld en verbleven worden door personen. Wat betreft bebouwing staan er enkele geleidingsbakens. Verder zijn deze gronden onbebouwd en is bebouwing ook niet van belang. Invliegfunnel 16.10 Activiteiten die het veilig landen van een helicopter schaden zijn geen vlottende activiteiten. Het gaat om activiteiten die gedurende kortere of langere periode de gronden benutten en die op het moment dat een helicopter moet landen of op moet stijgen niet eenvoudig en snel zijn te verwijderen. Zeedefensie 16.11 De gronden in het plangebied die een waterkerende functie hebben in de vorm van de duinen in de zeereep zijn aangewezen voor Zeedefensie. Dit betekent dat in de afweging van eventuele activiteiten op die gronden het belang van de zeewerende functie voorop staat. Daarmee vindt afstemming plaats op het beleid van Rijkswaterstaat. Waterkering 16.12 De waterkering betreft hier de kade en de dijk langs de haven. De gronden zijn primair bedoeld voor waterkering en als laad- en loswal. Alle activiteiten die schade brengen aan de waterkerende functie zijn verboden. Natuur 16.13 Enkele kleine randgebiedjes en een klein deel van de Waddenzee zijn als natuur aangemerkt.
Daarbij is de Waddenzee speciaal aangeduid, omdat daar enkele specifieke regels ter bescherming van de waarden van het gebied gelden. De activiteiten zijn afgestemd op het feitelijk, bestaande gebruik, waarbij voorts voor alle overige activiteiten geldt dat de bescherming van de natuur voorop staat. 6.4.2.3.15 Artikel 17 Bouwactiviteiten Nutsvoorzieningen 17.1 Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 53
Omdat nutsvoorzieningen binnen het hele plangebied en gerelateerd aan alle aanwezige activiteiten denkbaar zijn, is een algemene regel opgenomen op grond waarvan kleine gebouwtjes ten behoeve van nutsvoorzieningen, waaronder bijvoorbeeld ook de peilschaalstations, gebouwd kunnen worden. Bedrijven 17.2 De bouwregels voor de bedrijfsgebouwen zijn afgestemd op de principes die in eerdere plannen zijn bepaald, zoals de maximale bouwhoogte van 8 m en het niet meer bebouwen van een perceel dan 80%. Wel is de uiteindelijke inrichting van het bedrijventerrein zodanig, dat er aanleiding is geweest om een aantal regels niet weer terug te laten komen, zoals de afstand tot de perceelgrens. De regels zijn daarmee in aanzienlijke mate versoberd. In afwijking van eerdere plannen is een mogelijkheid geboden om tot maximaal 10% van die afmetingen af te mogen wijken als die extra ruimte nodig is om maatregelen ter verduurzaming van de bedrijfsgebouwen te treffen. Dat moet kwalitatief wel op een passende manier gebeuren om te voorkomen dat er rommelig en onrustig bebouwingsbeeld ontstaat. Dit is in een algemene afwijking ondergebracht, omdat dit op meerdere bouwwerken van toepassing is (zie 17.13). Wonen 17.3 Een woonhuis moet ter plaatse van het bestaande woonhuis worden gebouwd. Dat hoeft niet exact op dezelfde locatie, omdat de vorm of de oppervlakte van het woonhuis kan worden gewijzigd.
De bedoeling is dat het woonhuis niet achter op het perceel wordt gebouwd. Het is wenselijk het bestaande beeld te bewaren en de woonhuizen te situeren ter plekke van het bestaande woonhuis. De oppervlakte van een woonhuis mag ten hoogste 150 m² bedragen. De bouwhoogte is bepaald op 8 m, waarbij de algemene afwijking (17.13) ook hier van toepassing is. De woonhuizen moeten zijn voorzien van een kap. Bijbehorende bouwwerken mogen het straatbeeld niet bepalen en moeten daarom achter de naar de weg gekeerde gevel van een woonhuis worden gebouwd. Gezamenlijk mag de oppervlakte niet meer dan 60 m² bedragen. Bijbehorende bouwwerken zijn bouwwerken die bij een hoofdgebouw, zijnde het woonhuis, behoren en dienen om die reden ondergeschikt te zijn aan het woonhuis. Dat geldt zowel qua afmetingen als qua gebruik. Vanwege de bijzondere omgeving en ten behoeve van klimaatbestendigheid is vastgelegd dat ten hoogste 10% van de gronden buiten de gebouwen verhard mag zijn. Recreatiewoning 17.4 De bouwregels voor de recreatiewoning zijn afgestemd op de meest recente bouwregels voor recreatiewoningen op het recreatiewoningenterrein. In afwijking daarvan wordt hier niet met het kwaliteitsdocument gewerkt, maar wordt de bouwruimte meteen bij recht toegekend, omdat er hier sprake is van een solitaire recreatiewoningen in een gebied waar het benutten van die ruimte passend wordt geacht.
Havengebouw 17.5 De bouwregels voor het havengebied zijn afgestemd op de regels die hiervoor golden. Dat betekent dat het gebouw niet groter mag worden dan 800 m² en vanwege de ligging niet hoger dan 7 m. De afwijking van 17.13 is hier van toepassing. In deze oppervlakte moet ook de ruimte worden benut die nodig is voor het onderhoud en het beheer van de jachthaven. Het havengebouw moet ter plaatse van het bestaande havengebouw worden gebouwd. Dat hoeft niet exact op dezelfde locatie, omdat de vorm of de oppervlakte van het havengebouw kan worden gewijzigd, maar het is wenselijk het bestaande beeld te bewaren en het havengebouw te situeren ter plekke van het bestaande gebouw. Jachthaven 17.6 Binnen de jachthaven mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Alle benodigde ruimte moet in het havengebouw worden gevonden. Binnen de jachthaven mogen alleen andere bouwwerken bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 54
20181658
worden opgericht ten behoeve van de jachthaven zelf, zoals afscheidingen, steigers, en dergelijke. Helihaven 17.7 Het gebouw bij de helihaven is onlangs verbouwd ten behoeve van het nieuwe gebruik als ambulancepost. De bouwregels zijn hierop afgestemd. De afwijking van 17.13 is hier van toepassing. Het gebouw moet ter plaatse van het bestaande gebouw worden gebouwd. Dat hoeft niet exact op dezelfde locatie, omdat de vorm of de oppervlakte van het gebouw kan worden gewijzigd, maar het is wenselijk het bestaande beeld te bewaren en het gebouw te situeren ter plekke van het bestaande gebouw. Waterzuiveringsinstallatie 17.8 De bouwregels voor de waterzuiveringsinstallatie zijn afgestemd op de regels die hiervoor golden. Dat betekent dat er gezamenlijk niet meer dan 700 m² aan gebouwen gebouwd mag worden met een bouwhoogte die niet hoger is dan 7 m. De afwijking van 17.13 is hier van toepassing. Helicopterlandingsplaats 17.9 Rondom de landingsplaats mag een afscheiding geplaatst worden. De invliegfunnel ziet op de aanvliegroute van helikopters van en naar de helihaven en dient daarmee de vliegveiligheid van de aanvliegroute te garanderen. Dit heeft tot gevolg dat een getrapte hoogtebeperking voor andere bouwwerken is opgenomen.
Hiermee wordt voorkomen dat andere bouwwerken dan wel boten/vaartuigen met masten de aanvliegende/vertrekkende helikopters van en naar de helihaven hinderen. In overleg met de gebruiker van de landingsplaats kan hiervan worden afgeweken. Natuur 17.10 Het duingebied rondom het bedrijventerrein en het deel van de Waddenzee ten zuiden van het bedrijventerrein maken deel uit van het totale natuurgebied van Vlieland en is daarom als natuur aangemerkt. De activiteiten zijn volledig gericht op de instandhouding en/of verhoging van de aan de gronden toegekende landschappelijke, natuurwetenschappelijke en/of historische waarden. In verband met het behoud van deze waarden mogen op deze gronden geen gebouwen worden gebouwd. Andere bouwwerken mogen uitsluitend ten behoeve van de toegelaten activiteiten worden opgericht. 6.4.2.3.16 Artikel 18 Werken en werkzaamheden Voor het behoud van de kwaliteit van de natuurgronden en het functioneren van de waterkering is een vergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden in de gebieden aangewezen voor natuur, waterkering en Waddenzee.
Al deze genoemde werken en werkzaamheden zijn in beginsel passend binnen de activiteiten die op de gronden zijn toegelaten, maar omdat de gevolgen van de ingrepen niet op voorhand kunnen worden ingeschat en de gevolgen dus ook behoorlijke inbreuk kunnen doen op de beschermde waarden van de gronden, is een vergunning vereist die getoetst kan worden aan de benoemde waarden. Een vergunning wordt in beginsel verleend, maar het kan zijn dat de waarden dermate onevenredig worden geschaad, dat de vergunning moet worden geweigerd. Die bevoegdheid is aan het college en moet per geval worden beoordeeld. Normale onderhoudswerkzaamheden of werkzaamheden die zien op het beheer van de gronden zijn niet vergunningplichtig. Het gaat daarbij veelal om regelmatig terugkerende activiteiten voor het onderhoud en beheer van de gronden.
Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 55
6.4.2.4 Hoofdstuk 4 Beheer en onderhoud Deze bepalingen lopen vooruit op de zorgplicht die in zijn algemeenheid in de Omgevingswet is opgenomen. Een ieder is verantwoordelijk voor een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en voor een goede omgevingskwaliteit. Als mensen zich daar niets aan gelegen laten liggen, kan de gemeente daartegen optreden. In eerste instantie gaat de gemeente er vanuit dat dit met het structureel overleg opgepakt kan worden en dat dit ieders verantwoordelijkheid wordt. Gezamenlijk moet dan kunnen worden voorkomen dat handhavend opgetreden moet worden. Dit artikel is dan met name ook bedoeld als vangnet en excessenregeling als er in alle redelijkheid geen oplossing voor een overtreding gevonden kan worden. 6.4.2.5 Hoofdstuk 5 Procesregels Het is de intentie om met name het onderhoud en beheer, het aanzien van het terrein, mogelijke problemen die zich voordoen, het specifieke gebruik en de toelaatbare activiteiten en ontwikkelingen in gezamenlijk overleg te bespreken en van daaruit de benodigde vervolgstappen te zetten. Dit overleg moet regulier plaatsvinden, in ieder geval eenmaal per jaar, maar vaker als daar behoefte aan is. De gemeente wil haar allesbepalende en regisserende rol hier zoveel mogelijk loslaten en kijken in hoeverre er meer in gezamenlijkheid over het gebied besloten kan worden.
Dit reguliere overleg kan er ook toe leiden dat de regels mettertijd worden aangepast. Daarnaast kent het plan enkele afwijkingen van de basisregels. Ten behoeve van de toepassing van die afwijkingsbevoegdheid zijn enkele procesregels opgenomen. De gemeente wil daarmee het proces versnellen en teleurstellingen voorkomen, maar ook de verantwoordelijkheid meer bij de initiatiefnemer neerleggen. In het plan zijn die regels alleen gekoppeld aan afwijkingen, omdat de gemeente het van belang vindt om daar juist een goede afweging te kunnen maken met inachtneming van alle kenbare belangen. Dit wil de gemeente met deze specifieke regel op voorhand kenbaar maken. In de Omgevingswet wordt in alle gevallen, dus ook bij vergunningen waarvoor geen afwijking nodig is, van initiatiefnemers gevraagd om aan te geven in hoeverre er overleg is geweest met belanghebbenden. De gemeente heeft ervoor gekozen dit niet als indieningsvereiste in het plan op te nemen, maar hiervoor specifiek participatiebeleid op te stellen dat in alle gevallen van toepassing is en waarbij per geval maatwerk kan worden gevraagd. 6.4.2.6 Hoofdstuk 6 en 7 Overgangsrecht en Slotbepaling Het overgangsrecht en de naam van het CHW bestemmingsplan zijn opgenomen in dit hoofdstuk.
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 56
Rho Adviseurs B.V. ld
20181658
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
Hoofdstuk 7
blz 57
Uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak en overleg Het plan is met veel participatie tot stand gekomen. Al hetgeen is ingebracht, is gewogen en al of niet in het plan verwerkt. In de toelichting op dit plan is daarover het nodige gezegd en geschreven. Vervolgens volgt de gemeente voor het bestemmingsplan de binnen de gemeente gebruikelijk procedure om te komen tot vaststelling van het plan. Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerp CHW bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het CHW bestemmingsplan geven. Vaststelling Het CHW bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het CHW bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemers hebben aannemelijk gemaakt dat het plan financieel haalbaar is. Kostenverhaal Kostenverhaal is een wettelijke plicht als er een bouwplan ligt dat voldoet aan de criteria in artikel 6.2.1 Bro. Naast de criteria ten aanzien van de omvang van het bouwplan dient tevens sprake te zijn van een nieuwe bestemming, die op basis van het voormalige bestemmingsplan niet mogelijk is, waardoor de betreffende grondeigenaar in principe een mogelijkheid heeft gekregen tot waardevermeerdering van zijn/haar perceel. In dit CHW bestemmingsplan met verbrede reikwijdte worden geen nieuwe bouwmogelijkheden en ook geen nieuwe bestemmingen geboden. Indien op basis van het CHW bestemmingsplan de verwachting is dat er geen bouwplannen
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 58
20181658
ingediend zullen gaan worden kan de gemeente verklaren dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Omdat er geen nieuwe bouwmogelijkheden worden geboden, is er geen sprake van kostenverhaal. De gemeente hoeft daarmee niet te verklaren dat de kosten anderszins zijn verzekerd. Indien verder de verwachting is dat de gemeente geen kosten voor aanpassingen in de openbare ruimte behoeft te maken, kan de gemeente eveneens verklaren dat kostenverhaal anderszins verzekerd is. Toetssteen voor de gemeente daarbij is de kostensoortenlijst in artikel 6.2.4/6.2.5 Bro waarin in een limitatieve lijst de door de gemeente te verhalen kosten staan vermeld. Het gebied is volledig ingericht en ontwikkeld. De verwachting is gerechtvaardigd dat de gemeente geen kosten hoeft te maken voor de aanpassingen in de openbare ruimte. Mochten die kosten in de loop van de planperiode alsnog gemaakt moeten worden, dan is het kostenverhaal anderszins verzekerd. Op het moment dat er wel bouwplannen ingediend kunnen worden op basis van het CHW bestemmingsplan en de gemeente meer dan € 10.000,- aan kosten in de openbare ruimte of voor plankosten maakt dan is er een plicht tot kostenverhaal. Deze nieuwe bouwmogelijkheden zijn er niet, dus is er geen plicht tot kostenverhaal. Voor het CHW bestemmingsplan is duidelijk dat er geen sprake is van nieuwe planologisch mogelijk gemaakte bouwmogelijkheden.
De gemeente hoeft niet te verklaren dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Kostenverhaal hoeft in dit CHW bestemmingsplan niet te worden opgenomen.
Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
BIJLAGEN TOELICHTING
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 59
blz 60
Rho Adviseurs B.V. ld
20181658
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
Bijlage 1
blz 61
Watertoets
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
datum 16-3-2020 dossiercode 20200316-2-22741 Wateradvies geen waterschapsbelang Project: Chw bestemmingsplan Oosterseveld Gemeente: Vlieland Aanvrager: Stephan Latuputty Organisatie: Rho Adviseurs Geachte heer/mevrouw Stephan Latuputty, Voor het plan Chw bestemmingsplan Oosterseveld heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. Hierdoor kan de procedure geen waterschapsbelang worden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat u verder geen contact hoeft op te nemen met Wetterskip Fryslân. Deze uitkomst kunt u opnemen in de ruimtelijke onderbouwing van het plan. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via onderstaande contactgegevens. Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.
Gebied
Stedelijk (>200 m²)
Landelijk (>1.500 m²)
Boezem
5%
5%
Polder
10%
10%
Vrij afstromend
Maatwerk mogelijk
Maatwerk mogelijk
Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.
Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl
Procedure Via www.dewatertoets.nlhebben wij uw watertoets als een melding ontvangen. Wij archiveren deze melding. De watertoets is hiermee voor Wetterskip Fryslân afgerond. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring
Met vriendelijke groet,
Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E info@wetterskipfryslan.nl
www.dewatertoets.nl
blz 64
Rho Adviseurs B.V. ld
20181658
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 65
REGELS
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 66
Rho Adviseurs B.V. ld
20181658
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 67
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Algemene bepalingen
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het Chw bestemmingsplan Oosterseveld met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen met identificatienummer NL.IMRO.0096.20181658-0001 van de gemeente Vlieland; 1.2 Chw bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde; 1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.7 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.8 bestaand (in relatie tot bebouwing): een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.9 bestaand (in relatie tot benutten): het legale
gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 68
20181658
1.11 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw/bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.13 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.16 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.17 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.18 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.19 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.20 dakoverstek: een verlengstuk van het dakvlak dat uitsteekt boven de verticale projectie van de gevel(s), maar geen deel uitmaakt van het volume van het dak; 1.21 detailhandel: het bedrijfsmatig
te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling en ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.22 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 69
1.24 gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden: de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.25 hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. Onder vellen wordt mede verstaan: rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben. 1.26 handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 1.27 hoofdgebouw: een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.28 horeca: het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse, al dan niet in combinatie met het bedrijfsmatig verstrekken van logies; 1.29 horecabedrijf: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.30 houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; 1.31
huishouden: de bewoning door een persoon of meerdere personen in de vorm van een vast samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur of een bijzondere woonvorm, van een woning; 1.32 incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein; 1.33 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.34 kap: een dak dat voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.35 landschappelijke waarde: de cultuurhistorische en de visuele waarden van het landschap, zoals aangegeven in de toelichting; 1.36 ligplaats innemen: het afmeren aan een daartoe bestemde inrichting en het vervolgens doen of laten liggen van een schip;
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 70
20181658
1.37 logies: het bedrijfsmatig verschaffen van nachtverblijf aan personen die kortdurend nachtverblijf houden en waarbij er sprake is van een pensionhouder dan wel een aanspreekpunt bij calamiteiten; 1.38 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en opvang, alsook productiegebonden detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.39 manege-activiteiten: bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, die zijn gericht op het bieden van gelegenheid tot het berijden en verzorgen van paarden en pony's (waaronder het lesgeven, de verhuur of het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen); 1.40 meetverschil: een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens; 1.41 milieusituatie: de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkómen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, (bodem)verontreiniging, stikstof, licht en/of trilling; 1.42 motorschip: een schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, met uitzondering van een schip waarvan de motor
slechts wordt gebruikt voor het zich verplaatsen over een kleine afstand of ter verbetering van zijn bestuurbaarheid wanneer het wordt gesleept of geduwd. 1.43 natuurlijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied. Onderdeel van de natuurlijke waarden vormt steeds een beoordeling van de soortbescherming op basis van de Wet natuurbescherming; 1.44 negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie: elke toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol stikstof) per hectare per jaar op voor stikstof gevoelige habitats en leefgebieden van soorten in een Natura 2000-gebied; 1.45 normaal onderhoud: het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren; 1.46 nutsvoorzieningen: voorzieningen voor algemeen nut, zoals afvalinzameling, elektriciteit, gas, (tele)communicatie en dataverkeer, openbaar vervoer en water. Het gaat hierbij om andere bouwwerken zoals antennes, bakken, borden, containers, hekken, kastjes, palen, zuilen en wat met deze bouwwerken te vergelijken is.
Onder nutsvoorziening wordt ook verstaan een schakelstation, een rioolwaterzuiveringsinstallatie, een telecommunicatiestation en een transformatorstation; 1.47 ondergronds: beneden het maaiveld;
Rho Adviseurs B.V. ld
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseve Status: voorontwerp / 11-11-2020
20181658
blz 71
1.48 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of een ander bouwwerk, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport; 1.49 parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen; 1.50 permanente bewoning: het gebruik van een woonruimte tenminste 2/3 van de tijd als woonruimte in een aaneengesloten periode van 180 dagen en minimaal 50 overnachtingen in de maanden december, januari en februari. Als permanente bewoning wordt tevens gezien het hebben van een pand voor bewoning door personeel, volgens een (langdurige) huurovereenkomst voor minimaal 4 dagen per week.
De duur van deze overeenkomst moet voor minimaal 1 jaar worden aangegaan; 1.51 platen: onder platen worden verstaan die gedeelten van Waddenzee, Eems, Dollard en Noordzee, die bij gemiddeld laag water geheel of grotendeels droogvallen; 1.52 (dag)recreatief medegebruik: een (dag)recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.53 recreatiewoning: een gebouw dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.54 risicovolle inrichting: een inrichting bij welke ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico, dan wel een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het CHW bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.55 schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water. 1.56 schipper: degene die een schip of een samenstel voert dan wel degene die de leiding heeft over een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting.
1.57 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een seksbioscoop, een seks automatenhal, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.58 snuffelmarkt: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats;
bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Oosterseveld Rho Adviseurs B.V. Status: voorontwerp / 11-11-2020
blz 72
20181658
1.59 standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt; b. een vaste plaats op een evenement. 1.60 stikstofdepositie: neerslag van stikstofverbindingen uit de atmosfeer op een habitat c.q leefgebied van soorten, waarbij de belasting, op een punt binnen het habitat, wordt uitgedrukt in mol N/ha/jr en de belasting op het habitat in geheel in mol N/jr; 1.61 straat- en bebouwingsbeeld: de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd; 1.62 van schepen: het doen of laten liggen van een schip anders dan op een daartoe bij CHW bestemmingsplan of door burgemeester en wethouders aangewezen ankerplaats, jachthaven of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander schip.