CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Woononderzoek MVS 2022

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Aanvraag Wbmgp-aanwijzing (Rotterdamwet)40.817 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

januari 2023, versie 5

- 47 -

Woononderzoek MVS 2022

3.1.2 Tevredenheid met de eigen woning Ruim drie kwart van de inwoners van de MVS-gemeenten is (heel) tevreden met de eigen (koop- dan wel huur)woning, één op de negen is niet tevreden, maar ook niet ontevreden en één op de acht is (heel) ontevreden. Dit blijkt uit figuur 3.21. De tevredenheid is het grootst in Maassluis, iets minder in Vlaardingen en nog iets minder in Schiedam, al ontlopen de aandelen Vlaardingers en Schiedammers die (heel) ontevreden zijn elkaar niet veel. Figuur 3.21 Hoe tevreden bent u met uw huidige woning? MVS

32,3%

Maassluis

36,3%

Vlaardingen

33,3%

Schiedam

43,8% 43,4%

10%

43,7% 20%

30%

heel tevreden

40%

tevreden

50%

neutraal

8,6%

10,4%

43,8%

29,8% 0%

11,0%

60%

70%

ontevreden

4,3%

6,7%

3,1%

9,6%

8,9%

4,4%

12,8%

9,1%

4,7%

80%

90%

100%

heel ontevreden

De tevredenheid is het hoogst in Spaland/Sveaparken, Woudhoek en Kethel (Schiedam), Holy-Noord (Vlaardingen) en Steendijkpolder (Maassluis). In deze wijken is minimaal 89% van de inwoners (heel) tevreden met de woning. De hoogste ontevredenheid is te vinden in Nieuwland, Groenoord en Oost (Schiedam) en in Westwijk en Centrum (Vlaardingen). In deze wijken is minimaal 18% (heel) ontevreden met de eigen woning. Zie voor deze en andere cijfers per wijk bijlage 3. Woningeigenaren zijn veel vaker tevreden dan huurders, zo blijkt uit figuur 3.22. Huurders in de particuliere sector zijn nog iets minder tevreden dan huurders in de sociale sector. De verschillen hangen deels samen met het inkomen: personen met een laag inkomen wonen noodgedwongen vaak in minder aantrekkelijke woningen. Eigenaren hebben gemiddeld de hoogste inkomens, daarna huurders in de particuliere sector en daarna huurders in de sociale sector. Dat de ontevredenheid in de particuliere sector toch het grootst is, is te verklaren uit de hogere huren in die sector, waar lang niet altijd meer woongenot tegenover staat (zie ook de figuren 3.31 en 3.35 hierna). Figuur 3.22 Hoe tevreden bent u met uw huidige woning? naar eigendom particuliere huur

14,1%

sociale huur

41,0%

17,7%

koop

20,0%

17,2%

7,6%

16,9%

16,7%

8,6%

40,1% 44,2%

0%

10% heel tevreden

20%

2,5% 6,4% 0,5%

46,4% 30%

tevreden

40% neutraal

50%

60%

ontevreden

70%

80%

90%

100%

heel ontevreden

De verschillen in tevredenheid tussen de gemeenten laten zich verklaren uit de eigendom: Maassluis heeft een relatief groot aandeel koopwoningen, terwijl Vlaardingen en Schiedam meer huurwoningen tellen. In Schiedam is vooral de particuliere huursector groot. januari 2023, versie 5

- 48 -

Woononderzoek MVS 2022 Onder de huurders zijn zij die hun woning huren van vrienden of familie zijn het meest tevreden: bijna 89% is (heel) tevreden en nog geen 5% (heel) ontevreden. Dit is te zien in figuur 3.23. Overigens gaat hier om een kleine groep van slechts enkele tientallen respondenten. Daarna volgen de woningcorporaties, variërend van 69% tevredenheid voor woningen van Samenwerking (Vlaardingen) tot 51% tevredenheid voor woningen van Woonplus (Schiedam). Huurders die huren van een bedrijf of instelling, zoals een makelaarsbedrijf of een zorginstelling, zijn met een aandeel van 49% het minst tevreden met hun woning. Figuur 3.23 Hoe tevreden bent u met uw huidige woning? naar verhuurder familie/vrienden

88,6%

woningcorporatie Samenwerking

6,8% 4,5%

69,4%

12,8%

17,8%

een andere woningcorporatie

59,8%

17,5%

22,7%

woningcorporatie Maasdelta

59,8%

18,3%

21,9%

woningcorporatie Waterweg Wonen

58,7%

14,4%

26,9%

woningcorporatie Woonplus

51,2%

20,0%

28,8%

een bedrijf of instelling (bijvoorbeeld makelaarsbedrijf of zorginstelling)

49,0%

22,4%

28,6%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% (heel) tevreden

neutraal

(heel) ontevreden

De verschillen tussen de woningcorporaties zijn grotendeels te verklaren uit de ouderdom van het woningaanbod. Figuur 3.24 geeft een indicatie hiervan. Hieruit blijkt dat Waterweg Wonen en Woonplus relatief veel oude woningen in hun woningaanbod hebben en Samenwerking juist relatief weinig. Maasdelta zit hier tussenin. Figuur 3.24 Indicatie ouderdom corporatiebezit (bron: BAG, Woningcartotheek, WOZ) 80%

69%

70% 57%

60%

49%

50%

40% 34% 32%

40% 30% 20% 10%

24%

19% 6% 1% 3%

25% 18%

10%

8% 7%

0% < 1940

januari 2023, versie 5

1940-1969

1970-1989

Maasdelta (schatting per 2022)

Waterweg Wonen (per 1-1-2019)

Samenwerking (per 1-1-2019)

Woonplus (per 1-1-2022)

≥ 1990

- 49 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.25 laat zien in welke mate de inwoners het eens zijn met uitspraken over hun woning. Dat de indeling van de woning geschikt is, daarover zijn de meeste inwoners het eens: bijna 71% is het hier (helemaal) mee eens. Daarna volgen dat er voldoende buitenruimte is (68%), dat er voldoende bergruimte is (65%) en dat de woning goed onderhouden is (64%). De meningen lopen meer uiteen wat betreft de stellingen dat de woning levensloopbestendig (44%) of energiezuinig (38%) zou zijn. Een duidelijke minderheid vindt de eigen woning te klein (17%) of te groot (6%). Figuur 3.25 Uitspraken over de woning MVS De indeling van de woning is geschikt.

19,3%

51,6%

3,2% 17,1% 7,9% 0,9%

Ik heb voldoende buitenruimte (tuin, balkon e.d.) bij mijn woning.

24,2%

44,3%

11,2% 11,6% 7,7% 0,9%

Ik heb voldoende bergruimte (schuur, kelderbox) bij mijn woning.

20,2%

45,2%

12,5% 12,3% 8,8% 1,1%

De woning is voldoende onderhouden.

21,9%

42,1%

15,0% 11,6% 8,7% 0,6%

De woning is levensloopbestendig (geschikt voor zowel jongeren, gezinnen als ouderen).

11,7%

32,3%

De woning is energiezuinig (bijv. door goede isolatie en/of zonnepanelen).

13,8%

24,1%

19,9%

De woning is te klein. 6,2%10,4% 14,1%

40,2%

De woning is te groot. 1,6% 4,5% 16,9%

21,1%

45,5%

20,7% 21,4%

11,4% 2,7% 18,6%

2,1%

27,2%

2,0%

28,8%

2,7%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% helemaal mee eens

mee eens

neutraal

niet mee eens

helemaal niet mee eens

n.v.t. / is voor mij niet belangrijk

De figuren 3.26 tot en met 3.28 tonen de uitkomsten voor de afzonderlijke gemeenten. Over het algemeen zijn Maassluizers het meest te spreken over hun woning en Schiedammers het minst. Verder zijn er verschillen per stelling. Zo zeggen Maassluizers relatief vaak dat zij voldoende buitenruimte (tuin, balkon) hebben. In Maassluis zijn er dan ook relatief veel eengezinswoningen (zie figuur 2.42 in paragraaf 2.3). Maassluizers vinden juist minder vaak dat zij voldoende bergruimte (schuur, kelderbox) hebben. Verder vindt een relatief klein deel de huidige woning te groot. Vlaardingers vinden hun woning juist relatief vaak te klein. Een flink deel van de Vlaardingse woningen is gebouwd kort na de Tweede Wereldoorlog en deze woningen zijn vaak niet zo groot; gemiddeld genomen zijn vooral appartementen in Vlaardingen aan de kleine kant (zie figuur 2.43 in paragraaf 2.3). Schiedammers zeggen relatief weinig dat hun woning energiezuinig, goed onderhouden of levensloopbestendig is. Schiedam heeft relatief veel vooroorlogse en 19e-eeuwse woningen en die voldoen minder vaak aan deze wensen. Met de stelling dat de woning voldoende onderhouden is, zijn vooral de inwoners van Spaland/Sveaparken en Kethel (Schiedam), Steendijkpolder (Maassluis) en Holy-Noord (Vlaardingen) het eens. In deze wijken is minimaal 79% het (helemaal) eens met deze stelling.

Het meest oneens met deze stelling is men het in Groenoord, Nieuwland, Oost en Centrum (Schiedam), Centrum (Vlaardingen) en Taanschuurpolder (Maassluis). Daar is minimaal 24% het (helemaal) oneens met deze stelling.

januari 2023, versie 5

- 50 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.26 Uitspraken over de woning Maassluis Ik heb voldoende buitenruimte (tuin, balkon e.d.) bij mijn woning.

27,0%

4,8% 10,6% 8,5% 1,0%

48,0%

De indeling van de woning is geschikt.

20,2%

53,3%

1,5% 17,0% 7,1% 0,9%

Ik heb voldoende bergruimte (schuur, kelderbox) bij mijn woning.

22,0%

46,9%

12,3% 11,1%6,6% 1,1%

De woning is voldoende onderhouden.

22,7%

45,1%

14,0% 10,3%7,4% 0,6%

De woning is levensloopbestendig (geschikt voor zowel jongeren, gezinnen als ouderen).

13,8%

33,2%

De woning is energiezuinig (bijv. door goede isolatie en/of zonnepanelen).

17,4%

26,2%

3,6% De woning is te klein. 7,7% 13,1% De woning is te groot.

2,5% 4,6% 19,4%

22,7% 21,3%

9,3% 2,7%

18,4% 19,0%

44,1% 46,2%

14,2% 1,8%

29,0%

2,5%

24,0%

3,2%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% helemaal mee eens

mee eens

neutraal

niet mee eens

helemaal niet mee eens

n.v.t. / is voor mij niet belangrijk

Figuur 3.27 Uitspraken over de woning Vlaardingen 3,5% De indeling van de woning is geschikt.

20,0%

53,0%

15,8% 6,9% 0,9%

Ik heb voldoende buitenruimte (tuin, balkon e.d.) bij mijn woning.

25,7%

44,5%

9,5% 10,5% 9,0% 0,7%

Ik heb voldoende bergruimte (schuur, kelderbox) bij mijn woning.

21,8%

46,3%

11,4% 11,8% 8,0% 0,7%

De woning is voldoende onderhouden.

22,1%

42,9%

14,3% 12,0% 8,2% 0,5%

De woning is levensloopbestendig (geschikt voor zowel jongeren, gezinnen als ouderen).

11,9%

32,5%

De woning is energiezuinig (bijv. door goede isolatie en/of zonnepanelen).

13,1%

25,0%

20,0%

De woning is te klein. 6,7% 9,9% 13,2%

40,7%

4,4% De woning is te groot.1,2% 15,9%

22,0%

46,0%

20,7% 21,8%

9,9% 3,0% 18,3%

1,8%

27,6%

1,9%

30,2%

2,4%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% helemaal mee eens

mee eens

neutraal

niet mee eens

helemaal niet mee eens

n.v.t. / is voor mij niet belangrijk

januari 2023, versie 5

- 51 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.28 Uitspraken over de woning Schiedam 3,7% 9,3% 0,8%

De indeling van de woning is geschikt.

18,2%

49,6%

Ik heb voldoende buitenruimte (tuin, balkon e.d.) bij mijn woning.

21,5%

42,5%

13,2% 14,0% 7,7% 1,1%

De woning is voldoende onderhouden.

21,4%

40,1%

16,1% 11,9% 9,8% 0,6%

Ik heb voldoende bergruimte (schuur, kelderbox) bij mijn woning.

17,7%

43,5%

13,5% 13,4% 10,5% 1,5%

De woning is levensloopbestendig (geschikt voor zowel 10,7% jongeren, gezinnen als ouderen). De woning is energiezuinig (bijv. door goede isolatie en/of zonnepanelen). De woning is te klein.

13,1%

31,6%

19,7%

22,2%

19,2%

18,4%

21,8% 22,2%

13,9% 2,3% 20,8%

2,5%

26,0%

1,9%

29,5%

2,6%

6,7% 12,1% 15,3%

38,0%

4,6% De woning is te groot. 16,8% 1,8%

44,7%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% helemaal mee eens

mee eens

neutraal

niet mee eens

helemaal niet mee eens

n.v.t. / is voor mij niet belangrijk

Ongeveer een derde van de inwoners heeft last van tocht in huis en bijna een kwart van vocht en/of schimmel. Zoals blijkt uit figuur 3.29 en 3.30, komen deze problemen het meest voor in Schiedam en het minst in Maassluis. De inwoners van Groenoord, Zuid, Oost, Nieuwland en West (Schiedam) en Centrum (Vlaardingen) melden het vaakst tocht in huis. In deze wijken geldt dit voor 39% tot 52% van de woningen. Vocht en/of schimmel komt het meest voor in Oost, Nieuwland, West en Groenoord (Schiedam), Westwijk en Oostwijk (Vlaardingen) en Sluispolder (Maassluis). In deze wijken meldt 29% tot 38% van de inwoners dit probleem. Figuur 3.29 Heeft u last van tocht in uw woning? MVS

33,4%

Maassluis

66,6%

27,5%

72,5%

Vlaardingen

33,3%

66,7%

Schiedam

36,1%

63,9%

0%

10%

januari 2023, versie 5

20%

30%

40%

50%

ja

nee

60%

70%

80%

90%

100%

- 52 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.30 Heeft u last van vocht of schimmel in uw woning? MVS

24,1%

75,9%

Maassluis

20,8%

79,2%

Vlaardingen

22,7%

77,3%

Schiedam

26,8% 0%

10%

73,2% 20%

30%

40%

50%

ja

nee

60%

70%

80%

90%

100%

Tocht komt in huurwoningen ruim twee keer zo vaak voor als in koopwoningen, zoals te zien is in figuur 3.31. Bijna de helft van de bewoners van een huurwoning meldt dit. Vocht- en schimmelproblemen komen zelfs ruim tweeëneenhalf keer zo vaak voor in huurwoningen. Meer dan een derde van de bewoners van een huurwoning heeft hiervan last. Bewoners van een particuliere huurwoning melden dit type problemen net iets minder vaak dan bewoners van een sociale huurwoning, maar het verschil is gering. Figuur 3.31 Tocht en vocht/schimmelproblemen naar eigendom 35,7%

particuliere huur

43,3%

37,7%

sociale huur

48,5%

13,9%

koop

22,0% 0%

10%

20%

30%

40%

vocht/schimmel

50%

60%

70%

80%

90%

100%

tocht

Vocht- en schimmelproblemen komen het meest voor in de badkamer, bij bijna 84% van de inwoners die dit probleem hebben doet het zich voor in de badkamer. Dit blijkt uit figuur 3.32. Daarna volgen de slaapkamer(s) (ruim 65%), de woonkamer (ruim 43%) en het toilet (bijna een kwart). Onder het kopje ‘anders, namelijk’ worden onder meer genoemd: keuken, hal/gang/gangkast, zolder, kruipruimte, berging/kelder/schuur en combinaties van verschillende ruimtes.

januari 2023, versie 5

- 53 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.32 Waar in de woning heeft uw last van vocht of schimmel? (meerdere antwoorden mogelijk) 83,9% 82,1% 85,2% 83,8%

badkamer 54,9%

slaapkamer(s) 37,2%

woonkamer

65,2% 68,8% 66,5%

43,4% 46,9% 43,5%

22,4% 22,7% 21,4% 23,1%

toilet

50,5% 46,2% 55,0% 48,8%

anders, namelijk: 0%

10%

20%

30%

40%

MVS

Maassluis

50%

Vlaardingen

60%

70%

80%

90%

100%

Schiedam

Figuur 3.33 Hoe lang ventileert u de woning normaal gesproken? 1,6% MVS

61,1%

Maassluis

64,3%

24,5%

4,7% 6,4% 1,7%

21,6%

1,0% 5,4% 6,2% 1,5% 1,6%

Vlaardingen

60,7%

26,4%

4,0% 5,9% 1,4% 1,9%

Schiedam

60,0% 0%

10%

20%

30%

24,1% 40%

50%

60%

70%

5,0% 6,9% 80%

90%

2,1% 100%

ik ventileer mijn woning 24 uur per dag (bijv. met mechanische ventilatie) ik ventileer mijn woning alleen overdag ik ventileer mijn woning alleen ’s nachts ik ventileer mijn woning alleen met koken en douchen ik ventileer mijn woning ongeveer een half uur per dag ik ventileer nauwelijks of niet

Zoals te zien is in figuur 3.33, ventileert ruim 61% van alle inwoners de woning 24 uur per dag, bijvoorbeeld met mechanische ventilatie. Bijna een kwart ventileert alleen overdag, circa één op de zestien ventileert ongeveer een half uur per dag en bijna één op de twintig ventileert alleen met koken en douchen. Slechts ongeveer één op de 60 ventileert alleen ’s nachts en een ongeveer even groot aandeel ventileert nauwelijks of niet. Deze vraag is aan alle inwoners gesteld, ook aan degenen die geen vocht- of schimmelproblemen hebben.

januari 2023, versie 5

- 54 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.34 Lukt het u om uw woning aangenaam warm te krijgen? MVS

84,8%

15,2%

Maassluis

86,9%

13,1%

Vlaardingen

85,1%

14,9%

Schiedam

83,4%

16,6%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

ja

nee

60%

70%

80%

90%

100%

Het lukt bijna 85% van de inwoners om de woning aangenaam warm te krijgen. Ruim één op de zeven lukt dit dus niet. In Schiedam komt dit probleem het meest voor en in Maassluis het minst, zoals blijkt uit figuur 3.34. In huurwoningen is het veel vaker een probleem om de woning warm te krijgen dan in koopwoningen: ongeveer één op de dertien woningeigenaren krijgt de woning niet aangenaam warm, tegenover een kwart van de huurders. Dit is te zien in figuur 3.35. Particuliere huurwoningen scoren op dit punt nog net iets minder dan sociale huurwoningen, maar het verschil is ook hier gering. Figuur 3.35 Lukt het u om uw woning aangenaam warm te krijgen? naar eigendom particuliere huur

73,8%

26,2%

sociale huur

75,4%

24,6%

koop

92,4% 0%

10%

20%

30%

40% ja

50%

7,6% 60%

70%

80%

90%

100%

nee

In Nieuwland (Schiedam) melden inwoners het vaakst dat het niet lukt om de woning warm te krijgen; daar geldt dit voor maar liefst 26% van alle inwoners. Echter ook in Groenoord en West (Schiedam) en in Centrum en Westwijk (Vlaardingen) is dit aandeel minimaal 18%.

januari 2023, versie 5

- 55 -

Woononderzoek MVS 2022

3.2 Huidige woonsituatie Wat betreft de woonduur is er een tweedeling te zien in alle drie de gemeenten: bijna de helft van de inwoners woont al langer dan tien jaar in de huidige woning, terwijl ruim een derde woont er ten hoogste vijf jaar woont. Slechts ongeveer één op zes zit daar tussenin. Juist de laatste jaren zijn er dan ook veel huishoudens verhuisd. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn niet al te groot, zoals is te zien figuur 3.36. Figuur 3.36 Hoe lang woont u in uw huidige woning? 35% 30,4% 29,5% 29,5% 27,6%

30%

30,2% 29,0% 28,5% 28,0%

25% 19,9% 18,2% 19,3% 16,4%

18,7% 17,1% 16,6% 15,9%

20% 15% 10% 5%

7,5% 7,2% 6,2% 4,6%

0% korter dan 1 jaar

1 t/m 5 jaar MVS

Maassluis

6 t/m 10 jaar Vlaardingen

11 t/m 25 jaar

langer dan 25 jaar

Schiedam

Op wijkniveau zijn de verschillen veel groter, zoals is te zien in figuur 3.37. Een zeer lange woonduur komt het vaakst voor in Steendijkpolder (Maassluis) en Holy-Noord (Vlaardingen). In deze wijken woont minimaal een derde van de inwoners al 25 jaar of langer op het huidige adres. Hoewel dergelijke extreme waarden onder de Schiedamse wijken niet voorkomen, woont in Spaland/Sveaparken, Woudhoek, Groenoord en Zuid (Schiedam) toch meer dan de helft van de inwoners al meer dan tien jaar op hetzelfde adres. De verschillen tussen de wijken hebben geen eenduidige verklaring, zoals de ouderdom van de wijken, de ouderdom van de woningen, de leeftijden van de inwoners of de leefbaarheid in de wijk. Het lijkt erop dat het gaat om een combinatie van dit soort verklaringen, waarbij in de ene wijk de ene verklaring de doorslag geeft en in de andere wijk de andere verklaring. De meeste respondenten wonen in een rijtjes-, tussen- of hoekwoning. Dit geldt voor ruim 43%. Daarna volgt een appartement met lift (ruim een kwart), een appartement zonder lift (één op de zeven) en een boven- of benedenwoning (één op de twaalf). Dit is te zien in figuur 3.39. Op dit punt zijn de verschillen tussen de gemeenten aanzienlijk. De woningvoorraad verschilt dan ook per gemeente.

Maassluis telt de meeste rijtjeshuizen en de minste appartementen en boven- of benedenwoningen, Schiedam heeft juist relatief weinig rijtjeshuizen en veel appartementen en boven- of benedenwoningen. Vlaardingen zit wat dit betreft tussen Maassluis en Schiedam in. Het aantal appartementen hangt sterk samen met de mate van verstedelijking en van de drie gemeenten is Maassluis het minst verstedelijkt en Schiedam het meest. Ongeveer 7% van de respondenten woont in een woongebouw voor een speciale doelgroep. Het overgrote deel hiervan (6%) woont in een woongebouw voor senioren, de rest is vrijwel gelijk verdeeld over woongebouwen voor jongeren, zorginstellingen en woongebouwen voor andere doelgroepen. Figuur 3.38 toont de cijfers. Er zijn duidelijke verschillen tussen de drie gemeenten. Opvallend is vooral dat Vlaardingen in verhouding het meeste inwoners in een woongebouw voor senioren telt, terwijl in Maassluis in verhouding meer ouderen wonen. Daar woont dus een groter aandeel van de ouderen in een reguliere woning.

januari 2023, versie 5

- 56 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.37 Hoe lang woont u in uw huidige woning? naar wijk* Maassluis Taanschuurpolder Dijkpolder (incl. Wilgenrijk) Sluispolder (incl. Aalkeetpolder) Kapelpolder Burgemeesterswijk Steendijkpolder Vlaardingen Centrum (incl. Vettenoordse Polder) Westwijk Oostwijk Vlaardinger Ambacht Holy-Zuid Holy-Noord (incl. Broekpolder) Schiedam Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken

korter dan 1 jaar 7% 10% 11% 5% 7% 7% 6% 5% 7% 2% 7% 2% 8% 3% 7% 12% 10% 4% 6% 9% 5% 6% 7% 4%

1 t/m 5 jaar 28% 27% 24% 34% 33% 30% 16% 30% 34% 32% 30% 26% 32% 22% 30% 33% 36% 35% 28% 30% 25% 39% 23% 25%

6 t/m 10 jaar 17% 15% 15% 17% 18% 22% 10% 19% 16% 20% 20% 24% 21% 13% 16% 15% 15% 16% 15% 17% 19% 10% 17% 15%

11 t/m 25 jaar 29% 30% 26% 27% 33% 26% 30% 28% 28% 33% 24% 28% 21% 30% 30% 28% 23% 28% 34% 33% 35% 25% 29% 37%

langer dan 25 jaar 20% 18% 24% 17% 10% 14% 40% 19% 14% 13% 20% 20% 18% 33% 16% 12% 16% 16% 17% 10% 17% 20% 25% 19%

*Hoe donkerder de kleur, des te hoger het aandeel

Figuur 3.38 Woont u in een woongebouw voor een speciale doelgroep? 6,0% 6,2%

ja, in een woongebouw voor senioren 4,6%

ja, in een woongebouw voor jongeren

0,3% 0,2% 0,2% 0,4%

ja, in een zorginstelling

0,3% 0,5% 0,1% 0,3%

ja, in een woongebouw voor een andere doelgroep (kunstenaars, woongroep, enz.)

0,4% 0,1% 0,5% 0,3%

0% MVS

januari 2023, versie 5

Maassluis

1%

2%

Vlaardingen

3%

4%

5%

6%

7%

7,3%

8%

Schiedam

- 57 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.39 In wat voor type woning woont u? 43,3%

rijtjeshuis/tussenwoning/hoekwoning 37,0% 26,5% 25,7% 26,5% 26,8%

flat/appartement met lift 15,2%

flat/appartement zonder lift

9,3%

boven- of benedenwoning

8,5% 3,7% 6,8% 12,3%

15,9% 17,3%

4,3% 4,0% 4,4% 4,3%

half-vrijstaande woning (twee-onder-een-kapwoning)

1,6% 1,9% 1,3% 1,7%

vrijstaande woning

wooneenheid met gezamenlijk gebruik van keuken of toilet (bijv. studentenwoning, woongroep)

0,2% 0,1% 0,2% 0,2%

ander soort woning (bijvoorbeeld woonboot, woonwagen, tiny house)

0,4% 0,2% 0,1% 0,6%

0% MVS

55,1%

44,7%

Maassluis

10% Vlaardingen

20%

30%

40%

50%

60%

Schiedam

Figuur 3.40 In welke periode is uw woning gebouwd? Maassluis 24,2%

25%

20% 16,7% 15,4%

15%

16,5% 14,6% 11,1% 10,1%

11,0% 9,1%

10% 7,1%

5%

10,2% 7,8% 7,5%

5,6%

5,2% 4,0% 2,8%

10,0% 9,2%

1,8%

0% voor 1900 1900-1929 1930-1944 1945-1959 1960-1969 1970-1979 1980-1989 1990-1999 2000-2009

MVS

januari 2023, versie 5

2010 of later

Maassluis

- 58 -

Woononderzoek MVS 2022 De figuur 3.40 tot en met 3.42 laat zien uit welke bouwperiode de woningen van de respondenten stammen. De verdeling komt in grote lijnen overeen met de bouwperioden van de totale woningvoorraad (zie figuur 2.46): In Maassluis zijn er enerzijds veel woningen uit de jaren ’70 en anderzijds ook veel woningen van na 2010. Vlaardingen telt juist relatief veel woningen van kort na de Tweede Wereldoorlog. Schiedam heeft in verhouding veel vooroorlogse woningen, en ook veel woningen uit de jaren ’80 en ’90. Figuur 3.41 In welke periode is uw woning gebouwd? Vlaardingen 25%

20%

17,8% 15,4%

14,6%

15,4%

14,0%

15% 11,2%

11,1% 9,7%

11,0%

9,1%

10% 7,1% 5,6%

5%

10,6% 10,2%

10,0% 7,5%

7,1%

5,4%

4,0% 3,2%

0% voor 1900 1900-1929 1930-1944 1945-1959 1960-1969 1970-1979 1980-1989 1990-1999 2000-2009

MVS

2010 of later

Vlaardingen

Figuur 3.42 In welke periode is uw woning gebouwd? Schiedam 25%

20% 15,4%

14,6%

15%

12,7%

12,4% 9,5%

10%

10,4% 9,1%

11,0%

10,9%

9,1%

10,0%

9,3% 7,5%

7,1%

5%

11,1%

13,2% 10,2% 7,3%

5,2% 4,0%

0% voor 1900 1900-1929 1930-1944 1945-1959 1960-1969 1970-1979 1980-1989 1990-1999 2000-2009

MVS

januari 2023, versie 5

2010 of later

Schiedam

- 59 -

Woononderzoek MVS 2022

3.2.1 Kosten huurwoning Figuur 3.43 geeft een indicatie van de gemiddelde huur per gemeente, gebaseerd op de antwoorden van de respondenten. De gemiddelde huur ligt in Maassluis en Vlaardingen iets lager dan landelijk en in Schiedam iets hoger. De hoge huren in de particuliere huursector, die in Schiedam relatief groot is, trekken het gemiddelde in deze stad omhoog. In de MVS-regio is de gemiddelde huur in de particuliere sector ruim € 200 hoger dan in de sociale sector. Overigens wonen ook in Schiedam de meeste huurders in een sociale huurwoning (zie figuur 2.37 in paragraaf 2.4). Om een realistischer beeld te geven, zijn ook de doorsnee huren weergegeven. De doorsnee waarde of mediaan is de middelste waarde als alle antwoorden worden gerangschikt van hoog naar laag. De helft van de antwoorden is dus hoger dan of gelijk aan de mediaan en de andere helft lager of gelijk. De mediaan geeft een realistischer beeld dan het gemiddelde, omdat het minder gevoelig is voor een klein aantal extreme antwoorden. De doorsnee kale huur is in Maassluis en Schiedam gelijk, maar ligt in Vlaardingen iets lager. Wat betreft de huren inclusief service- en/of stookkosten zijn de verschillen tussen de gemeenten iets groter. Figuur 3.43 Gemiddelde en doorsnee huur per gemeente Maassluis Vlaardingen Schiedam Gem. huur excl. service-/stookkosten € 639 € 621 € 677 Gem. huur incl.

service-/stookkosten* € 676 € 652 € 695 Doorsnee huur excl. service-/stookk. € 633 € 602 € 633 Doorsnee huur incl. service-/stookk.* € 666 € 633 € 650

MVS € 647 € 674 € 621 € 645

NL** € 652 € 665

* Indien de stookkosten aan de woningcorporatie of huisbaas worden betaald ** Zie figuur 2.22 in paragraaf 2.3

Figuur 3.44 toont de doorsnee huur per inkomensgroep. Vanzelfsprekend zijn de verschillen hier groter. Hierbij geldt één kanttekening: de hoge inkomensgroep bevat slechts enkele tientallen respondenten die een woning huren, waardoor de bedragen voor deze groep niet representatief zijn. Inwoners met een hoog inkomen zijn in overgrote meerderheid woningeigenaren. Figuur 3.44 Doorsnee huur per inkomensgroep16 primaire secundaire doelgroep doelgroep Doorsnee huur excl. service-/stookkosten € 570 € 630 Doorsnee huur incl. service-/stookkosten* € 609 € 665

middenhoog inkomen inkomen** € 750 € 770 -

* Indien de stookkosten aan de woningcorporatie of huisbaas worden betaald ** De groep huurders met een hoog inkomen bevat slechts enkele tientallen respondenten. Bovendien heeft niet elke respondent deze vraag volledig beantwoord. De bedragen voor de hoge inkomensgroep zijn daarom niet representatief.

Zoals blijkt uit figuur 3.45, ontvangt ruim een derde van de huurders huurtoeslag. Daarnaast heeft iets minder dan 1% huurtoeslag aangevraagd, maar hierover nog geen beslissing ontvangen. Bijna twee 16 In dit onderzoek worden vier inkomensgroepen onderscheiden:

   

Primaire doelgroep: het inkomen ligt onder de grens voor ‘passend toewijzen’; deze huishoudens komen in aanmerking voor een sociale huurwoning; Secundaire doelgroep: het inkomen ligt boven de grens voor passend toewijzen, maar onder de grens voor toegang tot de sociale huursector; aan deze huishoudens mag een beperkt deel van de sociale huurwoningen worden toegewezen; Middeninkomens: het inkomen ligt boven de grens voor toegang tot de sociale huursector, maar onder de grens van de 20% hoogste inkomens in Nederland; Hoge inkomens: het inkomen behoort tot 20% hoogste inkomens in Nederland.

De primaire en secundaire doelgroep vormen samen de lage inkomens. Omdat het binnen de context van een schriftelijke enquête niet mogelijk is zeer gedetailleerde inkomensgegevens te vragen, gaat het om een benadering.

januari 2023, versie 5

- 60 -

Woononderzoek MVS 2022 derde ontvangt geen huurtoeslag. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn klein wat dit betreft. Van de respondenten die huurtoeslag ontvangen heeft in elk van de gemeenten ongeveer één op de acht (12%) de huurtoeslag afgetrokken van het huurbedrag dat in de figuren 3.43 en 3.44 is genoemd. Dit betekent dat bij slechts ongeveer 4% van de huurbedragen de huurtoeslag is afgetrokken van de huur; ongeveer 31% ontvangt wel huurtoeslag, maar heeft die niet van de huur afgetrokken en de overige 65% ontvangt geen huurtoeslag. Figuur 3.45 Ontvangt uw huishouden huurtoeslag? MVS

34,9%

64,2%

0,8%

Maassluis

35,6%

64,1%

0,2%

Vlaardingen

34,8%

64,8%

0,4%

Schiedam

34,8%

63,6%

1,6%

0%

10%

20%

30%

ja

nee

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

is aangevraagd en nog in behandeling

Figuur 3.46 laat zien in welke mate het huurders lukt de huur te betalen. Bijna 40% zegt dat dit (heel) makkelijk gaat, bijna de helft zegt dat het niet makkelijk, maar ook niet moeilijk gaat en ruim één op de tien zegt dat dit (heel) moeilijk gaat. Figuur 3.46 In welke mate lukt het u om de huur te betalen? MVS

7,8%

Maassluis

9,8%

32,6%

Vlaardingen

7,2%

35,9%

Schiedam

7,6% 0%

32,1%

49,6%

27,9% 10%

heel makkelijk

20%

8,7%

1,8%

48,6%

7,1%

2,0%

47,9%

8,1%

0,9%

52,0% 30%

makkelijk

40%

50%

60%

niet makkelijk, niet moeilijk

9,9% 70% moeilijk

80%

90%

2,6% 100%

heel moeilijk

In Maassluis en Vlaardingen zegt ongeveer één op de elf inwoners dat zij de huur (heel) moeilijk kunnen betalen, in Schiedam is dat één op de acht. De verschillen tussen de gemeenten zijn te verklaren uit een combinatie van de hoogte van de huren en het aandeel huishoudens met een laag inkomen. Vlaardingen telt in verhouding weliswaar meer huishoudens met een laag inkomen dan Maassluis, maar in Vlaardingen liggen de huren iets lager. Daardoor is er wat betreft het kunnen betalen van de huur niet zo veel verschil tussen Maassluis en Vlaardingen. Schiedam daarentegen telt van de drie gemeenten het hoogste aandeel huishoudens met een laag inkomen, terwijl de huren op ongeveer hetzelfde niveau liggen als in Maassluis. Dit verklaart waarom Schiedam het grootste aandeel huishoudens heeft dat de huur (heel) moeilijk kan betalen.

januari 2023, versie 5

- 61 -

Woononderzoek MVS 2022 In figuur 3.47 is te zien in welke mate het huurders lukt de energierekening te betalen. Bijna 38% zegt dat dit (heel) makkelijk gaat, iets meer dan 46% zegt ‘niet makkelijk, niet moeilijk’ en bijna één op de zes dat dit (heel) moeilijk gaat.17 Figuur 3.47 In welke mate lukt het u om de energierekening te betalen? MVS

8,2%

Maassluis

10,1%

Vlaardingen

7,2%

32,1%

Schiedam

8,5%

27,2%

0%

29,7% 29,8%

10%

3,5%

46,0%

11,5%

2,6%

45,1%

11,5%

4,1%

13,5%

3,3%

90%

100%

47,5%

20%

heel makkelijk

12,3%

46,2%

30%

makkelijk

40%

50%

60%

70%

niet makkelijk, niet moeilijk

moeilijk

80%

heel moeilijk

De verschillen tussen de drie gemeenten op dit punt zijn vooral te verklaren uit het aandeel huishoudens met een laag inkomen. In Maassluis ligt dit rond het landelijk gemiddelde, maar in Vlaardingen en vooral in Schiedam is het aanmerkelijk hoger. Daarnaast speelt ook de energiezuinigheid van de woningvoorraad een rol. Deze is het best in Vlaardingen en het slechtst in Schiedam, zie figuur 2.44 in paragraaf 2.3. Figuur 3.48 In welke mate lukt het u om de huur te betalen? naar inkomensgroep* * Cijfers voor hoge inkomens niet representatief vanwege geringe aantal

hoog inkomen

34,5%

middeninkomen

24,1%

16,5%

secundaire doelgroep

7,6%

primaire doelgroep

3,4% 0%

heel makkelijk

20,7%

43,7%

makkelijk

1,9%0,5%

50,7%

26,0% 20%

8,2%

54,5% 30%

40%

3,4%

37,3%

31,9%

10%

17,2%

50%

niet makkelijk, niet moeilijk

60%

13,2% 70% moeilijk

80%

90%

1,5% 2,9% 100%

heel moeilijk

De figuren 3.48 en 3.49 tonen de uitkomsten voor de betaalbaarheid van de huur en de energierekening per inkomensgroep. Zoals te verwachten was, hebben lagere inkomensgroepen meer moeite met het betalen van hun huur en energierekening dan de hogere inkomens. Overigens geldt

17 Het

veldwerk voor dit woononderzoek heeft plaatsgevonden in mei/juni 2022. De prijzen voor zowel aardgas als elektriciteit zijn vanaf juli 2022 echter nog veel sterker gestegen (bron: CBS, Gemiddelde energietarieven voor consumenten, 6 oktober 2022). Het is dan ook aannemelijk dat inmiddels een groter deel van de inwoners moeite heeft de energierekening te betalen. Het exacte effect van het door het Rijk ingestelde prijsplafond hierop is op dit moment nog onduidelijk.

januari 2023, versie 5

- 62 -

Woononderzoek MVS 2022 ook hier dat de cijfers voor de hogere inkomens niet representatief zijn vanwege het lage aantal: slechts enkele tientallen respondenten die een hoog inkomen hebben wonen in een huurwoning. Figuur 3.49 In welke mate lukt het u om de energierekening te betalen? naar inkomensgroep* * Cijfers voor hoge inkomens niet representatief vanwege geringe aantal

hoog inkomen

34,5%

middeninkomen

31,0%

18,3%

secundaire doelgroep

7,7%

primaire doelgroep

3,6% 0%

13,8%

41,3%

heel makkelijk

11,1%

51,7%

makkelijk

5,5% 0,2%

46,6%

21,0% 20%

30%

3,4%

34,8%

31,3%

10%

17,2%

40%

3,4% 5,2%

18,4%

50%

60%

niet makkelijk, niet moeilijk

70%

80%

moeilijk

90%

100%

heel moeilijk

Het aandeel huishoudens dat moeite heeft de huur te betalen is het grootst in de wijken Centrum, Groenoord en West (Schiedam), Taanschuurpolder en Burgemeesterswijk (Maassluis) en Centrum (Vlaardingen). In deze wijken zegt meer dan 11% (heel) moeilijk de huur te kunnen betalen. Het aandeel huishoudens dat moeite heeft de energierekening te betalen is het grootst in Centrum, Zuid en West (Schiedam), Centrum en Oostwijk (Vlaardingen) en Dijkpolder en Taanschuurpolder (Maassluis). Hier vindt meer dan 16% het (heel) moeilijk de energierekening te betalen. Figuur 3.50 toont de interesse van huurders in het kopen van hun huurwoning. Ruim één op de elf wil dit zonder meer, voor ruim één op de zes hangt dat van de prijs af, bijna twee derde wil het zeker niet en één op de twaalf weet het nog niet. Uitgaande van de aandelen ‘ja’ en ‘dat hangt af van de prijs’, is de interesse in het kopen van de eigen huurwoning in Maassluis en Schiedam in verhouding even groot, in Vlaardingen is het net iets minder. Figuur 3.50 Zou u uw huurwoning willen kopen? MVS

9,4%

17,6%

64,8%

8,2%

Maassluis

8,5%

19,3%

64,2%

7,9%

Vlaardingen

8,9%

16,8%

Schiedam

10,4% 0%

10% ja

64,7%

17,7% 20%

9,6%

65,0% 30%

40%

dat hangt af van de prijs

50% nee

60%

6,9% 70%

80%

90%

100%

dat weet ik nu nog niet

De belangrijkste reden om de eigen huurwoning te kopen is dat men daarmee hoopt vermogen op te bouwen, zoals blijkt uit figuur 3.51. Bijna 62% van de respondenten noemt deze reden. Daarna volgen het vermijden van de jaarlijkse huurverhoging (ruim de helft) en het zelf kunnen beschikken over de januari 2023, versie 5

- 63 -

Woononderzoek MVS 2022 woning (iets minder dan de helft). Ook de argumenten dat kopen goedkoper is (ruim 42%) en om zelf de woning te kunnen verduurzamen (ruim 38%) worden vrij veel genoemd. Het zijn overigens vooral jongeren die interesse hebben in het kopen van hun huurwoning. Dat verklaart ook de hoge aandelen onder Schiedammers bij de verschillende redenen; Schiedam heeft een relatief jonge bevolking. Figuur 3.51 Om welke reden(en) zou u uw huurwoning willen kopen? (meerdere antwoorden mogelijk) 61,9% 57,5% 54,9%

om te investeren in de toekomst / in eigen bezit

39,5%

om geen jaarlijkse huurverhoging meer te krijgen

50,7% 49,7% 56,5%

45,9% 41,7% 45,4% 48,2%

om eigen baas te zijn / zelf besluiten wat je met de woning doet

42,2% 34,2% 36,0%

kopen is goedkoper om zelf de woning te kunnen onderhouden/verduurzamen

29,8%

51,2%

38,4% 38,4% 42,4%

4,1% 3,9% 3,7% 4,4%

andere reden 0% MVS

70,6%

Maassluis

10%

20%

Vlaardingen

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Schiedam

Als ‘andere reden’ wordt onder meer genoemd: om de wooncarrière te starten en daarna een ander huis te kunnen kopen, om het huis te kunnen verbouwen/verduurzamen of juist omdat men al veel geld in de woning heeft gestoken, omdat investeren in een woning meer oplevert dan sparen, omdat men gehecht is aan de woning en/of de buurt of om in de woning te kunnen blijven wonen als de huidige hoofdbewoner zou verhuizen of overlijden. De huurders die geen interesse hebben in het kopen van hun huurwoning geven als redenen vooral dat kopen financieel niet mogelijk is (ruim een kwart), vanwege de leeftijd (ongeveer een kwart) en dat de woning of woonomgeving onvoldoende bevalt (iets minder dan een kwart). Overigens voeren niet de jongeren, maar vooral de ouderen leeftijd aan als reden: ruim 59% van de 65-plussers doet dit. Deze en andere redenen zijn te zien in figuur 3.52. De gemeenten verschillen sterk van elkaar wat betreft de mate van ontevredenheid met de woning en/of woonomgeving als reden om de huurwoning niet te kopen. De ontevredenheid is het laagst in Maassluis en het hoogst in Schiedam; onder Schiedammers is dit zelfs de meest genoemde reden. Verder zeggen Maassluizers minder vaak dat kopen financieel niet mogelijk is of dat het een te groot risico is. Dit is in lijn met het in vergelijking met Vlaardingen en Schiedam kleinere aandeel huishoudens met een laag inkomen.

Schiedammers juist zeggen minder dat de leeftijd een reden is om de huurwoning niet te willen kopen. Schiedam heeft dan ook een relatief jonge bevolking. Zij zeggen relatief vaak dat ze weer makkelijk willen kunnen verhuizen. Ook dit past bij een relatief jonge bevolking: jongeren maken vaker een belangrijke levensgebeurtenis mee met gevolgen voor de woonwensen, zoals gaan samenwonen, een gezin stichten of uit elkaar gaan.

januari 2023, versie 5

- 64 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.52 Om welke reden(en) zou u uw huurwoning niet willen kopen? (meerdere antwoorden mogelijk) 23,4%

kopen is financieel niet mogelijk

vanwege mijn leeftijd (te jong / te oud) 20,5%

24,7% 26,2% 28,1%

23,0%

28,3%

11,7% 9,7% 11,9% 12,4%

ik wil geen zorgen hebben over het onderhoud van de woning 6,2% 4,1% 5,7% 7,5%

ik wil makkelijk weer kunnen verhuizen

5,7% 3,7% 6,2% 6,3%

ik vind kopen financieel een te groot risico

2,3% 2,0% 1,7% 2,9%

huren is goedkoper

11,0% 12,2% 10,3% 11,1%

andere reden 0% MVS

27,1% 26,9%

23,8%

15,3%

de woning of woonomgeving bevalt me niet genoeg

26,4%

Maassluis

5% Vlaardingen

10%

15%

20%

25%

30%

Schiedam

Als ‘andere reden’ noemen de respondenten onder meer dat de woning onvoldoende bevalt (bijvoorbeeld vanwege achterstallig onderhoud, gehorigheid, te weinig of te veel ruimte of het ontbreken van een tuin of een lift), dat er veel overlast is in de buurt, vanwege de hoge leeftijd, vanwege de huidige hoge huizenprijzen of vanwege slechte ervaringen met Verenigingen van Eigenaren.

3.2.2 Kosten en onderhoud koopwoning Figuur 3.53 geeft een indicatie van de doorsnee (mediane) WOZ-waarde in de drie gemeenten, gebaseerd op de antwoorden van de respondenten. In Maassluis en Vlaardingen is de doorsnee WOZ-waarde vrijwel gelijk, in Schiedam is die lager. Het prijsniveau ligt dan ook iets lager in Schiedam, zie figuur 2.18 in paragraaf 2.3. In figuur 3.54 is een indicatie te zien van de doorsnee WOZ-waarde per inkomensgroep. Figuur 3.53 Doorsnee WOZ-waarde per gemeente per 1 januari 2021 Maassluis Vlaardingen Doorsnee WOZ-waarde € 305.000 € 304.000

Schiedam € 275.000

MVS € 300.000

Figuur 3.54 Doorsnee WOZ-waarde per inkomensgroep 1 januari 2021 primaire secundaire doelgroep doelgroep Doorsnee WOZ-waarde € 220.000 € 230.000

middeninkomen € 310.000

hoog inkomen € 395.000

januari 2023, versie 5

- 65 -

Woononderzoek MVS 2022 Iets minder dan negen op de tien huishoudens in een koopwoning heeft een lopende hypotheek, bij ruim één op de elf is de hypotheek al afgelost en één op de vijftig heeft nooit een hypotheek gehad, zo blijkt uit figuur 3.55. Figuur 3.55 Heeft uw huishouden een hypotheek op deze woning? MVS

88,8%

9,3%

2,0%

Maassluis

88,4%

8,9%

2,7%

Vlaardingen

87,9%

10,1%

1,9%

Schiedam

89,8%

8,6%

1,6%

0%

10%

20%

30%

40%

ja, de hypotheek loopt nog

50%

60%

70%

80%

90%

100%

nee, de hypotheek is inmiddels afgelost

nee, er is nooit een hypotheek geweest

In Schiedam zijn er in verhouding de meeste lopende hypotheken, in Vlaardingen de meeste afgeloste hypotheken en in Maassluis de meeste koopwoningen waarop geen hypotheek is afgesloten. De verschillen tussen de gemeenten zijn echter klein. Iets meer dan helft van de woningeigenaren heeft in de afgelopen vijf jaar energiebesparende maatregelen genomen, zo blijkt uit figuur 3.56. Dit aandeel is het hoogst in Maassluis, iets lager in Vlaardingen en nog iets lager in Schiedam. Figuur 3.56 Zijn er in de afgelopen vijf jaar energiebesparende maatregelen aan uw woning genomen? MVS

54,8%

45,2%

Maassluis

58,5%

41,5%

Vlaardingen

56,0%

44,0%

Schiedam

52,1% 0%

10%

20%

30%

47,9% 40%

50%

ja

nee

60%

70%

80%

90%

100%

Van de woningeigenaren die in de afgelopen vijf jaar energiebesparende maatregelen aan hun woning hebben uitgevoerd, heeft meer dan 60% kleine aanpassingen aangebracht, zoals waterbesparende kranen, tochtstrips, ledlampen of radiatorfolie. Dit is te zien in figuur 3.57. Daarnaast heeft iets minder dan de helft de CV-ketel, geiser of boiler vernieuwd, iets meer dan 40% heeft dubbel glas of glasisolatie aangebracht en iets minder dan 40% heeft zonnepanelen geïnstalleerd of vervangen, of de isolatie van dak, muren, vloeren of wanden verbeterd. januari 2023, versie 5

- 66 -

Woononderzoek MVS 2022 Schiedammers hebben relatief vaak kleine aanpassingen gedaan of de CV-ketel vernieuwd, Maassluizers hebben relatief vaak zonnepanelen geïnstalleerd en Vlaardingers hebben relatief vaak dubbel glas geplaatst of de isolatie van de woning verbeterd. Figuur 3.57 Welke energiebesparende maatregelen aan uw woning zijn in de afgelopen vijf jaar genomen? (meerdere antwoorden mogelijk) 60,1% 55,1% 59,0% 63,5%

kleine aanpassingen (bijv. waterbesparende kranen, tochtstrips, ledlampen, radiatorfolie) de CV-ketel of andere installaties (geisers, boilers etc.) vernieuwd

44,6% 38,3% 44,8% 47,2%

dubbel glas of glasisolatie aangebracht

42,0% 37,2% 45,4% 40,8% 39,6%

zonnepanelen geïnstalleerd of vervangen

39,9% 34,1% 37,9% 32,1% 43,5% 35,1%

de isolatie van dak, muur, vloer of wanden verbeterd 4,9% 7,1% 3,8% 5,0%

een warmtepomp geïnstalleerd of vervangen

17,6% 16,1% 17,9% 18,1%

andere energiebesparende maatregelen uitgevoerd 0% MVS

50,9%

Maassluis

10%

20%

Vlaardingen

30%

40%

50%

60%

70%

Schiedam

De belangrijkste reden om energiebesparende maatregelen te nemen is dat de investering zich terug verdient door een lagere energierekening. Dit geldt voor ruim 65% van de respondenten. Daarna volgen het aangenamer maken van de woning (57%), vanwege onderhoud dat toch nodig was (52%) en vanwege het milieu (41%). Ook de overige redenen zijn te zien in figuur 3.58. Maassluizers verduurzamen relatief vaak voor een lagere energierekening en vanwege het milieu, Vlaardingers iets vaker om de woning aangenamer te maken of omdat er toch onderhoud nodig was en Schiedammers relatief vaak omdat dit was afgesproken binnen de Vereniging van Eigenaren (Schiedam telt relatief veel appartementen) of om de woning beter te kunnen verkopen. De belangrijkste reden om geen energiebesparende maatregelen uit te voeren is dat de woning al energiezuinig is. Ruim een derde noemt deze reden, zoals blijkt uit figuur 3.59. Daarna volgen ‘nog niet aan toegekomen / niet aan gedacht’ (iets minder dan een kwart) en ‘ik kan dit niet betalen’ (ruim één op de zes). Bijna één op de zeven zegt niet goed te weten wat de mogelijkheden zijn. Overigens blijkt uit de energielabels dat er nog veel ruimte is voor verbetering van de energiezuinigheid van woningen, zie figuur 2.44. Let wel: in figuur 2.44 gaat het om alle woningen, in figuur 3.59 uitsluitend om koopwoningen.

januari 2023, versie 5

- 67 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.58 Wat was de belangrijkste reden om deze energiebesparende maatregel(en) uit te voeren? (meerdere antwoorden mogelijk) 65,3% 72,0% 66,4% 59,8%

de investering verdient zich terug door een lagere energierekening

57,4% 52,1% 63,2% 54,7%

om mijn woning aangenamer te maken

52,4% 46,2% 57,0% 51,0%

dit was toch al nodig vanwege onderhoud

40,8% 42,4% 41,4% 39,7%

vanwege het milieu 10,5% 8,6% 6,0% 14,8%

dit was afgesproken in de VVE

de woning is zo beter verkoopbaar

6,7% 5,0% 6,1% 8,0%

de vorige eigenaar heeft dit gedaan

6,1% 5,9% 7,3% 5,4% 16,6% 17,6% 14,3% 17,8%

andere reden

0% MVS

Maassluis

10%

20%

Vlaardingen

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Schiedam

In Maassluis zeggen woningeigenaren relatief vaak dat de woning al energiezuinig is of dat zij de maatregelen niet kunnen betalen, in Vlaardingen is een relatief groot aandeel er nog niet aan toegekomen zijn of heeft verhuisplannen en in Schiedam zeggen in verhouding veel respondenten dat zij niet weten wat de mogelijkheden zijn of dat de VvE het niet wil. Schiedam telt dan ook relatief veel appartementen. Acht op de tien inwoners is bereid om in de toekomst (nog meer of alsnog) energiebesparende maatregelen uit te voeren: vijf op de tien wil dit alleen als de uitgaven betaalbaar zijn (eventueel met subsidie), ruim twee op de tien wil dit alleen als zij de kosten kunnen terugverdienen met een lagere energierekening en ongeveer één op de veertien wil dit ook als de kosten niet geheel zijn terug te verdienen. Dit blijkt uit figuur 3.60. Verder wil ongeveer één op de twaalf geen energiebesparende maatregelen uitvoeren en ongeveer één op de acht weet het nog niet. De verschillen tussen de drie gemeenten zijn beperkt. Bijna een derde van de woningeigenaren die bereid zijn in de toekomst energiebesparende maatregelen uit te voeren overweegt om dit binnen twee jaar te doen, ongeveer één op de zes wil dit later doen en ruim de helft weet het nog niet. Dit is te zien in figuur 3.61. De uitkomsten zijn voor Maassluis en Vlaardingen vrijwel identiek.

In Schiedam twijfelt een iets groter deel nog over de termijn waarbinnen zij energiebesparende maatregelen uitvoeren.

januari 2023, versie 5

- 68 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.59 Om welke reden(en) zijn er in de afgelopen vijf jaar geen energiebesparende maatregelen uitgevoerd? (meerdere antwoorden mogelijk) 35,3% 38,5% 34,7% 34,4%

niet nodig: de woning is al energiezuinig 22,9% 23,2% 25,3% 20,7%

nog niet aan toegekomen / geen tijd / niet aan gedacht

17,7% 20,9% 18,0% 16,2%

ik kan dit niet betalen

13,5% 10,2% 11,3% 16,7%

ik weet niet wat de mogelijkheden zijn

dit levert niet genoeg besparing op

12,6% 14,7% 13,8% 10,8%

de VVE wil dit niet

10,3% 6,9% 7,8% 13,8%

ik heb verhuisplannen

8,0% 4,9% 10,4% 7,1%

ik wil geen verbouwing

5,2% 6,0% 4,3% 5,7% 11,9% 12,2% 11,8% 11,8%

andere reden 0% MVS

5%

Maassluis

10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45%

Vlaardingen

Schiedam

Figuur 3.60 Zou u bereid zijn om in de toekomst (nog meer / alsnog) energiebesparende maatregelen uit te voeren? 50,1% 48,3% 50,8% 50,2%

ja, maar alleen als de uitgaven betaalbaar zijn (eventueel met subsidie) 22,4% 24,4% 22,7% 21,3%

ja, maar alleen als ik de kosten kan terugverdienen met een lagere energierekening 11,8% 11,5% 11,9% 12,0%

weet ik niet

nee

8,2% 8,5% 7,7% 8,6%

ja, ook als ik de kosten niet kan terugverdienen met een lagere energierekening

7,4% 7,3% 7,0% 7,9%

0% MVS

januari 2023, versie 5

Maassluis

10%

Vlaardingen

20%

30%

40%

50%

60%

Schiedam

- 69 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.61 Overweegt u dit in de komende twee jaar te doen? MVS

31,4%

16,4%

52,2%

Maassluis

32,6%

16,4%

51,0%

Vlaardingen

32,4%

16,7%

50,8%

Schiedam

29,9% 0%

10%

januari 2023, versie 5

20%

15,9% 30%

40%

ja

nee

54,1% 50%

60%

70%

80%

90%

100%

weet ik nog niet

- 70 -

Woononderzoek MVS 2022

3.3 Verhuiswensen 3.3.1 Mate waarin verhuiswensen zich voordoen Zoals blijkt uit figuur 3.62, wil ongeveer één op de twaalf inwoners van de MVS-gemeenten beslist verhuizen in de komende (ongeveer) twee jaar. Daarnaast wil één op de zes wel verhuizen, maar kan geen andere woonruimte vinden. Nog eens ruim een kwart wil misschien verhuizen. Bijna de helft wil beslist niet verhuizen. Ongeveer één op de vijftig heeft kort geleden nieuwe woonruimte gevonden. Figuur 3.62 Wilt u binnen twee jaar verhuizen? MVS

46,8%

Maassluis

26,8%

52,9%

Vlaardingen

26,8%

48,8%

Schiedam 10%

20%

16,2%

27,9% 30%

40%

50%

17,9%

60%

8,3%

2,0%

7,4%

1,6%

7,1%

2,2%

9,8%

1,9%

11,3%

25,7%

42,4% 0%

16,1%

70%

beslist niet

eventueel wel, misschien

ik zou wel willen, maar kan niets vinden

beslist wel

80%

90%

100%

ik heb al een andere woning/huisvesting gevonden

Afgemeten aan de aandelen ‘beslist wel’ en ‘ik zou wel willen, maar kan niets vinden’, leeft de wens om te verhuizen naar verhouding het meest in Schiedam (27,8%) en het minst in Maassluis (18,7%). Vlaardingen (23,3%) zit zoals vaak tussen Maassluis en Schiedam in, al is het aandeel ‘beslist wel’ in Vlaardingen net iets kleiner dan in Maassluis. Op wijkniveau lopen de aandelen nog sterker uit elkaar, zoals blijkt uit de grafieken 3.63 tot en met 3.65. De wijk- en buurtindelingen van de drie gemeenten zijn te vinden in bijlage 4. Figuur 3.63 Verhuiswens naar wijk Maassluis (% 'beslist wel' + % 'ik zou wel willen, maar kan niets vinden') Sluispolder (incl. Aalkeetpolder)

26,7%

Dijkpolder (incl. Wilgenrijk)

22,7%

Burgemeesterswijk

19,5%

Maassluis

18,7%

Kapelpolder

14,2%

Taanschuurpolder

14,1%

Steendijkpolder

11,6% 0%

januari 2023, versie 5

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

- 71 -

Woononderzoek MVS 2022 Figuur 3.64 Verhuiswens naar wijk Vlaardingen (% 'beslist wel' + % 'ik zou wel willen, maar kan niets vinden') Westwijk

31,7%

Centrum (incl. Vettenoordse Polder)

29,8%

Vlaardingen

23,3%

Oostwijk

22,7%

Vlaardinger Ambacht

21,4%

Holy-Zuid

16,1%

Holy-Noord (incl. Broekpolder)

13,9% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

Figuur 3.65 Verhuiswens naar wijk Schiedam (% 'beslist wel' + % 'ik zou wel willen, maar kan niets vinden')

Nieuwland

40,7%

Groenoord

36,5%

Oost

34,7%

Centrum

29,4%

Zuid

28,3%

Schiedam

27,8%

West

27,1%

Woudhoek

17,3%

Kethel

10,7%

Spaland/Sveaparken

7,9% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

Het is niet verrassend dat de aandelen inwoners met een verhuiswens over het algemeen het laagst zijn in de wijken waar de leefomgeving het hoogst wordt gewaardeerd. Een vergelijkbaar verband bestaat tussen verhuiswens en de waardering van de eigen woning: het gemiddelde rapportcijfer voor de woning in een wijk verklaart voor 80% het aandeel inwoners met een verhuiswens in die wijk. Figuur 3.66 toont de verhuiswensen naar leeftijdscategorie. Hoe lager de leeftijd is, des te vaker men een verhuiswens heeft. Dit is te verklaren uit de levensfase. Ten eerste maken jongeren vaker een belangrijke levensgebeurtenis mee die gevolgen kan hebben voor de woonwensen, zoals gaan samenwonen, een gezin stichten of juist uit elkaar gaan. Ten tweede hebben inwoners van middelbare leeftijd vaak meer te besteden dan jongeren. Dankzij die bestedingsmogelijkheden hebben zij hun woonwensen vaak al gerealiseerd en is de behoefte om te verhuizen verdwenen. Tot slot is een januari 2023, versie 5

- 72 -

Woononderzoek MVS 2022 verhuizing een ingrijpende gebeurtenis die veel energie kost. Dit is voor ouderen vaak reden om niet te verhuizen, totdat de gezondheid of de behoefte aan zorg hen daartoe dwingt. Overigens doet dit verband tussen leeftijd en verhuiswens zich voor in alle drie de gemeenten. Figuur 3.66 Verhuiswens naar leeftijdscategorie 65+

63,9%

50-64 jr.

22,4%

51,8%

35-49 jr.

28,2%

43,8%

<35 jr.

12,4%

25,9%

30,4% 0%

18,8%

29,9%

20%

9,8% 3,1%0,9%

22,7%

40%

60%

6,1% 1,6% 9,2%

14,0% 80%

beslist niet

eventueel wel, misschien

ik zou wel willen, maar kan niets vinden

beslist wel

2,2% 3,0% 100%

ik heb al een andere woning/huisvesting gevonden

Een vergelijkbaar verband is te zien tussen verhuiswens en inkomensgroep (zie figuur 3.67):18 hoe lager het inkomen is, des te vaker men een verhuiswens heeft. Dit komt doordat inwoners met lagere inkomens vaker in minder aantrekkelijke woningen en buurten wonen.

Figuur 3.67 Verhuiswens naar inkomensgroep hoog inkomen

56,1%

middeninkomen

27,2%

48,6%

secundaire doelgroep

42,8%

primaire doelgroep

40,2% 0%

10%

20%

9,8% 4,3% 2,5%

28,4%

11,9%

27,7%

19,7%

23,2% 30%

40%

50%

22,2% 60%

70%

beslist niet

eventueel wel, misschien

ik zou wel willen, maar kan niets vinden

beslist wel

80%

8,4%

2,7%

8,6%

1,2%

13,6%

0,9%

90%

100%

ik heb al een andere woning/huisvesting gevonden

Opvallend is het grote aandeel ‘ik zou wel willen, maar kan niets vinden’ bij de primaire en secundaire doelgroep voor het sociale woonbeleid. Ongeveer één op de vijf inwoners uit deze lagere inkomensgroepen wil wel verhuizen, maar kan geen geschikte en betaalbare woning vinden. Dit is illustratief voor de huidige situatie op de woningmarkt. Ook dit verband bestaat in alle drie de gemeenten. Een uitschieter doet zich voor in Schiedam, waar maar liefst 27% van de inwoners in de primaire doelgroep zegt wel te willen verhuizen, maar niets te kunnen vinden.

18

Zie voor een toelichting op de inkomensgroepen de voetnoot in paragraaf 3.2.1.

januari 2023, versie 5

- 73 -

Woononderzoek MVS 2022 De belangrijkste reden waarom respondenten niet willen verhuizen is dat zij tevreden zijn met hun huidige woning. Dit geldt voor ruim 84% van de respondenten die niet willen verhuizen. De op één na belangrijkste reden is dat men tevreden is met de woonomgeving. Deze reden wordt genoemd door bijna de helft van de respondenten die niet willen verhuizen. Bijna een derde zegt niet weg te willen uit de huidige buurt. Een relatief onbelangrijke reden is dat men dicht bij werk, bedrijf of studie wil blijven wonen. Dit geldt voor slechts één op de twaalf respondenten die niet willen verhuizen. In figuur 3.68 zijn alle redenen te zien. Figuur 3.68 Om welke reden(en) wilt u niet verhuizen? (meerdere antwoorden mogelijk) 84,3% 83,3% 84,9% 84,1%

ik ben tevreden met mijn woning 48,0% 48,5% 45,9% 50,2%

ik ben tevreden met mijn woonomgeving 30,3% 26,4% 30,4% 32,4%

ik wil niet weg uit deze buurt ik woon hier nog niet zo lang

20,1% 22,4% 19,6% 19,6%

ik heb een lage huur/hypotheek

20,1% 19,6% 18,0% 22,7% 14,5% 15,6% 14,7% 13,7%

verhuizen kost te veel geld ik wil dichtbij mijn werk, bedrijf of studie blijven wonen ik wil nog thuis bij mijn ouder(s) blijven wonen andere reden

8,0% 6,9% 6,8% 10,0% 1,2% 1,5% 1,0% 1,2% 5,4% 4,3% 5,2% 6,2%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% MVS

Maassluis

Vlaardingen

Schiedam

Dit beeld is in grote lijnen gelijk voor de drie gemeenten, al zijn er wel enkele opvallende verschillen. Zo zeggen in Maassluis iets minder respondenten dat zij niet weg willen uit de huidige buurt en in Schiedam juist iets meer. Ook zegt een relatief groot deel van de Schiedammers dat zij niet willen verhuizen, omdat zij een lage huur of hypotheek hebben. In Spaland/Sveaparken, Woudhoek, West en Kethel (Schiedam) geldt dit voor één op de zes tot één op de acht huishoudens die niet willen verhuizen. Echter, ook in Steendijkpolder en Taanschuurpolder (Maassluis) en in Vlaardinger Ambacht en Oostwijk (Vlaardingen) komt dit relatief vaak voor. Het aandeel inwoners dat niet weg wil uit de huidige buurt is het hoogst in de wijken Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken (Schiedam) en in Vlaardinger Ambacht (Vlaardingen). Daar noemt afgerond 25% of meer deze reden. In Groenoord en Oost (Schiedam) en in Westwijk (Vlaardingen) is dit het laagst. Daar zegt minder dan 10% dat zij niet weg willen uit de buurt. De respondenten die de antwoordoptie ‘andere reden’ gebruiken, noemen onder meer dat de kinderen het naar hun zin hebben in de buurt en/of op school, dat zij geen geschikte woning kunnen vinden, dat zij graag dicht bij familie en/of mantelzorgers blijven wonen, dat zij te oud of niet fit genoeg januari 2023, versie 5

- 74 -

Woononderzoek MVS 2022 zijn om te verhuizen of dat zij tevreden zijn over (een combinatie van) de omstandigheden, zoals woning, tuin, woonlasten, woonomgeving, buren, bereikbaarheid, enzovoort. Als alle respondenten met de antwoorden ‘beslist wel’, ‘ik zou wel willen, maar kan niets vinden’ en ‘eventueel wel, misschien’ worden meegeteld, heeft iets meer dan de helft van de inwoners van de drie gemeenten een verhuiswens: 45,5% in Maassluis, 49,0% in Vlaardingen en 55,7% in Schiedam. Van deze woningzoekenden staat minder dan de helft ingeschreven bij Woonnet Rijnmond of een woningcorporatie, zoals blijkt uit figuur 3.69. In Maassluis staan in verhouding het grootste deel van de woningzoekenden ingeschreven, in Schiedam het kleinste deel. De gemiddelde inschrijvingsduur is 5,0 jaar voor de drie gemeenten samen: 5,6 jaar in Maassluis, 5,3 jaar in Vlaardingen en 4,5 jaar in Schiedam.

Figuur 3.69 Staat u bij Woonnet Rijnmond of een woningcorporatie ingeschreven voor een huurwoning? (aandeel onder alle woningzoekenden) MVS

41,3%

Maassluis

58,7%

47,1%

52,9%

Vlaardingen

42,0%

58,0%

Schiedam

38,6%

61,4%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

ja

nee

60%

70%

80%

90%

100%

Op wijkniveau varieert het aandeel ingeschrevenen, van slechts 19% tot maar liefst 65%. Het is relatief hoog in Dijkpolder en Sluispolder (Maassluis), Holy-Zuid en Westwijk (Vlaardingen) en Groenoord en Nieuwland (Schiedam). Dit aandeel is het laagst in Woudhoek, Kethel en Spaland/Sveaparken (Schiedam). Deze en andere cijfers op wijkniveau zijn te vinden in bijlage 3. Figuur 3.70 Wanneer wilt u verhuizen? MVS

20,5%

Maassluis

19,3%

Vlaardingen

19,6%

Schiedam

21,8% 0%

10%

18,7% 13,7%

30%

48,7%

16,8%

21,6% 20%

44,8%

18,3%

17,2%

zo snel mogelijk

januari 2023, versie 5

16,0%

46,4%

14,5% 40%

42,1%

50%

60%

70%

80%

over één tot twee jaar

later

weet ik nog niet

90%

100%

- 75 -

Woononderzoek MVS 2022 Van alle woningzoekenden wil ongeveer één op de vijf zo snel mogelijk verhuizen, een iets kleiner deel over één tot twee jaar en ongeveer één op de zes later. Bijna de helft van de woningzoekenden weet nog niet wanneer zij precies willen verhuizen. Figuur 3.70 toont de cijfers. Woningzoekenden in Schiedam hebben het meeste haast om te verhuizen, woningzoekenden in Maassluis het minste. Van de woningzoekende huishoudens heeft 81,3% na de verhuizing dezelfde samenstelling als daarvoor. In Maassluis is dit aandeel net iets lager dan in de andere twee gemeenten: 80,0% in Maassluis, 81,6% in Vlaardingen en 81,5% in Schiedam. Van de huishoudens waarvan de samenstelling wijzigt is de gemiddelde grootte na de verhuizing 2,27 personen: 2,31 in Maassluis, 2,21 in Vlaardingen en 2,28 in Schiedam. De gemiddelde huishoudensgrootte voor de totale bevolking is 2,12 personen: 2,22 in Maassluis, 2,11 in Vlaardingen en 2,09 in Schiedam. Figuur 3.71 Verhuizingen waarbij het huishouden van samenstelling verandert (van-naar)* Van:

Naar: echtpaar/vaste partners zonder thuiswonend(e) kind(eren) echtpaar/vaste partners met thuiswonend(e) kind(eren) echtpaar/vaste partners met thuiswonend(e) kind(eren) en met één of meer anderen

ik woon alleen

ik woon (gehuwd) ik woon samen (gehuwd) met samen partner met en kind partner (eren)

ik woon zonder partner met kind (eren)

ik ben inwonend bij ouder(s)

ik ben inwonend bij anderen

anders, namelijk:

14,5%

4,6%

16,1%

1,1%

2,4%

0,7%

0,3%

4,6%

5,6%

10,6%

2,8%

1,5%

0,0%

1,2%

0,5%

0,7%

0,3%

0,4%

0,0%

0,0%

0,0%

echtpaar/vaste partners met één of meer anderen

0,0%

1,2%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

één ouder met één of meer thuiswonend(e) kind(eren) één ouder met één of meer thuiswonend(e) kind(eren) en met één of meer anderen eenpersoonshuishouden/ alleenstaande andere samenstelling

0,4%

0,0%

1,7%

2,8%

0,5%

0,0%

0,0%

0,0%

0,1%

0,0%

0,5%

0,0%

0,0%

0,1%

2,8%

2,3%

0,4%

3,0%

8,2%

0,8%

0,0%

2,8%

0,3%

0,9%

0,3%

0,9%

0,4%

1,5%

* Hoe donkerder de kleur, des te groter het aandeel

Figuur 3.71 geeft voor verhuizingen waarbij het huishouden van samenstelling verandert weer wat de oorspronkelijke samenstelling is en wat de samenstelling zal zijn na verhuizing. De meest voorkomende veranderingen zijn volgens de respondenten:  een stel met inwonend(e) kind(eren) verhuist en het kind / de kinderen verhuizen niet mee (16,1% van alle verhuizingen waarbij huishouden van samenstelling verandert);  een alleenwonende trekt in bij de partner zonder kinderen (14,5%);  een stel met inwonend(e) kind(eren) verhuist en niet alle kinderen verhuizen mee (10,6%);  een inwonend kind gaat op zichzelf wonen (8,2%).

januari 2023, versie 5

- 76 -

Woononderzoek MVS 2022 Van de huishoudens met verhuisplannen gaat 91,1% naar een lege woning, terwijl 8,9% bij iemand intrekt. In Maassluis trekt 9,8% bij iemand in, in Vlaardingen 7,8% en Schiedam 9,7%. De belangrijkste reden om te verhuizen is dat de huidige woning niet (meer) voldoet. Dit geldt voor bijna 29% van de huishoudens die willen verhuizen. Een goede tweede is dat de huidige woonomgeving niet (meer) voldoet. Dit geldt voor ruim één op de vijf huishoudens. Bij ongeveer één op de twaalf huishoudens komt de verhuiswens voort uit gezondheidsproblemen en/of behoefte aan zorg. Deze cijfers en ook de overige redenen zijn te zien in figuur 3.72. Figuur 3.72 Wat is de belangrijkste reden voor verhuizing? 28,8% 26,0% 30,2% 28,7%

de huidige woning voldoet niet (meer) 15,3%

de huidige woonomgeving voldoet niet (meer)

8,2% 12,2% 8,5% 6,6%

gezondheid of behoefte aan zorg

samenwonen of trouwen

4,3% 4,5% 4,3% 4,4%

ik wil dichter bij familie, vrienden of kennissen wonen

3,7% 3,1% 3,8% 3,9% 2,8% 5,1% 1,6% 3,0%

financiële reden

wil zelfstandig gaan wonen

2,6% 2,8% 2,2% 2,8%

werk

1,5% 0,7% 1,2% 2,0%

beëindiging van relatie of scheiding

0,7% 1,4% 0,2% 1,0% 0,4% 0,5% 0,2% 0,5%

studie

26,5% 28,6% 26,2% 25,1%

andere reden, namelijk: 0% MVS

20,9% 21,5% 22,1%

Maassluis

5%

10%

Vlaardingen

15%

20%

25%

30%

35%

Schiedam

Van de respondenten die de antwoordoptie ‘andere reden’ gebruiken, zeggen velen dat zij een grotere of juist een kleinere woning willen. Een kleiner deel wil graag een tuin, een gelijkvloerse woning of een beter geïsoleerde woning. Anderen willen graag naar een buurt met minder geluidsoverlast van bijvoorbeeld de luchthaven, haven, spoorwegen, snelwegen of buren. Ook verloedering, onveiligheid of parkeerproblemen in de buurt zijn soms aanleiding om uit te zien naar een andere woning. Verder willen sommigen zich vestigen in een andere regio of in een ander land. Daarnaast zegt een deel van de respondenten te willen verhuizen zodra de omstandigheden wijzigen: als de kinderen het huis uit zijn, als de gezondheid of mobiliteit afneemt, als de buurt of flat (verder) achteruit gaat of als er een betere (nieuwbouw)woning binnen bereik komt.

januari 2023, versie 5

- 77 -

Woononderzoek MVS 2022 Ook hier zijn er verschillen tussen de drie gemeenten: in Maassluis, dat in vergelijking met Vlaardingen en vooral Schiedam veel oudere inwoners telt, is gezondheid of behoefte aan zorg een relatief vaak voorkomende reden, terwijl de redenen dat de huidige woning of woonomgeving niet (meer) voldoet er juist minder vaak voorkomen. Hiervoor bleek al dat jongeren relatief vaak een verhuiswens hebben en ouderen juist minder vaak (zie figuur 3.66). Daarnaast verschillen de redenen voor verhuizing per leeftijdscategorie; de woonwensen variëren immers sterk met de levensfase. Dit blijkt uit figuur 3.73. Figuur 3.73 Reden voor verhuizing naar leeftijdscategorie* de huidige woning voldoet niet (meer) de huidige woonomgeving voldoet niet (meer) gezondheid of behoefte aan zorg samenwonen of trouwen ik wil dichter bij familie, vrienden of kennissen wonen financiële reden wil zelfstandig gaan wonen werk beëindiging van relatie of scheiding studie

<35 jaar 44,3% 21,2% 1,6% 12,1% 4,9% 1,1% 7,2% 4,3% 2,0% 1,3%

35-49 jaar 36,7% 39,4% 3,8% 5,8% 4,0% 4,5% 2,7% 2,2% 0,4% 0,4%

50-64 jaar 31,1% 34,0% 15,4% 3,9% 7,0% 6,1% 0,2% 1,1% 0,9% 0,2%

65+ 18,5% 18,9% 50,5% 1,5% 4,7% 5,5% 0,0% 0,0% 0,4% 0,0%

* ‘Andere reden’ buiten beschouwing gelaten

Jongeren tot 35 jaar willen in vergelijking met andere leeftijdsgroepen vaak verhuizen omdat de huidige woning niet meer voldoet, om te gaan samenwonen of trouwen, om zelfstandig te gaan wonen, vanwege werk of studie of juist vanwege beëindiging van een relatie. Ook inwoners van 35-49 jaar willen relatief vaak verhuizen omdat de huidige woning niet meer voldoet, en nog vaker omdat de woonomgeving niet meer voldoet. Een groot deel van deze leeftijdscategorie heeft opgroeiende kinderen en de woonwensen worden medebepaald door de behoeften van de kinderen: een eigen kamer, plekken om buiten te spelen, een (verkeers)veilige buurt, goed bereikbare scholen, enzovoort. Inwoners van 50-64 jaar zeggen ook relatief vaak dat de huidige woonomgeving niet (meer) voldoet. Deze leeftijdscategorie heeft meestal geen thuiswonende kinderen (meer) en dan is een kindvriendelijke omgeving veel minder van belang. Daarnaast willen zij relatief vaak verhuizen om dichter bij familie, vrienden of kennissen te wonen. Ook noemen zij relatief vaak financiële redenen. Als de behoefte aan een ruime woning is afgenomen, bijvoorbeeld omdat de kinderen het huis uit zijn, kan het financieel aantrekkelijk zijn om kleiner te gaan wonen. Soms het gaat om vijftigers en zestigers die weinig te besteden hebben, bijvoorbeeld mensen die hun baan verliezen, geen nieuwe baan meer vinden en in de bijstand terecht komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14896936/1