CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting Bestemmingsplan Museumkwartier

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Bestemmingsplan Museumkwartier22.873 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.1.2

Doel en procedure Doel Met de gebiedsvisie Rivierzone Vlaardingen stelt de gemeente de kaders voor de ontwikkeling van het gebied. Deze kaders worden vertaald naar bestemmingsplannen of omgevingsplannen, waarmee de ontwikkeling planologisch mogelijk gemaakt wordt. Om de stap van visie naar planologisch kader te maken zijn belangrijke, gebiedsbrede keuzes te maken. Zowel de effecten van het planvoornemen als de aanwezige omgevingsaspecten van het gebied kunnen aanleiding geven om alternatieven te onderzoeken en vervolgens belangrijke keuzes te maken voor de vertaling naar de visie. Het MER maakt deze keuzes inzichtelijk en beoordeelt ze op de effecten op de leefomgeving. Dit doet het MER door een analyse van de relevante leefomgevingsaspecten in de referentiesituatie en de verwachte effecten van de ontwikkeling van Rivierzone. Hieruit volgen de thema's waar keuzes en afwegingen voor nodig zijn. De voorkeursoplossing voor deze keuzes wordt meegenomen in de gebiedsvisie en werkt door in de ruimtelijke plannen. Dit is het planMER-gedeelte. De projectMER vormt daarnaast het toetsingskader voor onderhavig bestemmingsplan en de ruimtelijke plannen die nog in procedure moeten worden gebracht. In paragraaf 4.1.5 is het onderhavige plan getoetst aan het spelregelkader uit het MER.

Procedure In het kader van het MER Rivierzone Vlaardingen zijn / worden de volgende procedurele stappen doorlopen: Opstellen en ter visie leggen MER (samen met ontwerpgebiedsvisie en ontwerpbestemmingsplannen) Aan de hand van de definitieve notitie Reikwijdte en detailniveau is het MER opgesteld. Het MER is met de ontwerpgebiedsvisie Rivierzone Vlaardingen en een aantal ontwerpbestemmingsplannen (waaronder het bestemmingsplan Maaswijk-West) ter inzage gelegd. In de gebiedsvisie en de bestemmingsplannen wordt gemotiveerd op welke wijze is omgegaan met de resultaten en conclusies uit het MER. Tevens wordt het MER ter toetsing naar de Commissie voor de m.e.r. gestuurd. In het toetsingsadvies beoordeelt de Commissie voor de m.e.r of het MER de juiste en voldoende milieu-informatie bevat om tot een afgewogen besluiten te komen. Gedurende de termijn van ter visie legging van het MER heeft een ieder de gelegenheid gehad om zienswijzen op het MER in te dienen. Deze periode heeft plaatsgevonden van 24 februari tot 7 april 2022. Vaststellingsfase gebiedsvisie en bestemmingsplannen Op basis van de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r. wordt het MER aangevuld in de vorm van een oplegnotitie. Het MER vormt een bijlage bij de vast te stellen gebiedsvisie en de ruimtelijke vervolgbesluiten. Monitoring van de effecten na realisatie

blad 34 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

De daadwerkelijk optredende milieugevolgen van de gebiedsontwikkeling worden gemonitord. In het MER is een aanzet gegeven welke milieuaspecten om evaluatie of monitoring vragen.

4.1.3

Resultaten planMER Rivierzone Vlaardingen In het MER (zie Bijlage 16) zijn de effecten van de ontwikkeling van de Rivierzone Vlaardingen op de leefomgeving in beeld gebracht. Daarbij is in eerste instantie uitgegaan van een effectbeoordeling zonder aanvullende maatregelen en spelregels. De beoordeling heeft vervolgens geleid tot een voorkeursvariant en een eerste set aan spelregels voor de ontwikkeling van de Rivierzone ten aanzien van verkeersafwikkeling, omgevingsgeluid, gezondheid, duurzame energie en waterveiligheid. Dit betreft bijvoorbeeld maatregelen om het omgevingsgeluid te beperken en maatregelen om een gezonde inrichting van de openbare ruimte te creëren. De voorkeursoplossingen per keuze vormen randvoorwaarden voor de verdere ontwikkeling van Rivierzone. Daarnaast zijn het planvoornemen en de verkeursvariant getoetst aan de gemeentelijke ambities voor de Rivierzone. Geconcludeerd is dat de ontwikkeling draagt bij aan de ambities op het vlak van wonen, ruimtelijke kwaliteit, werkgelegenheid en (in de voorkeursvariant) duurzaamheid. Dat geldt slechts in beperkte mate voor de ambities op het vlak van sociaal, veilig en gezond (met name vanwege de hoge geluidbelasting) en bereikbaarheid.

De beoordeling van het planvoornemen en de keuzes hebben geleid tot een spelregelkader voor de ontwikkeling van Rivierzone en de deelgebieden en ruimtelijke plannen die hier onderdeel van uitmaken. Dit is beschreven in de volgende paragraaf. De beschreven maatregelen in de Aanvulling MER Rivierzone zijn een verdere detaillering van maatregelen die reeds in het MER beschreven zijn. Dit leidt niet tot een nieuwe beoordeling in het MER.

4.1.4

Resultaten projectMER Rivierzone Vlaardingen De beoordeling van het planvoornemen en de keuzes zoals beschreven in de vorige paragraaf hebben geleid tot een spelregelkader voor de ontwikkeling van Rivierzone. Dit spelregelkader bestaat uit maatregelen en randvoorwaarden die verder uitgewerkt moeten worden in diverse vervolgstappen. Het gaat om spelregels buiten het plangebied, spelregels per deelgebied en spelregels die zijn toegespitst op de ontwikkelvelden. De spelregels buiten het plangebied hebben betrekking op verkeer en mobiliteit. Het bestemmingsplangebied Museumkwartier is onderdeel van het deelgebied 'Zuidelijke binnenstad'. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de spelregels binnen dit deelgebied. Aan deze spelregels is deels invulling gegeven binnen dit bestemmingsplan (met name waar het gaat om de herinrichting infrastructuur en herinrichting van de openbare ruimte met ontmoetingsplaatsen). Andere spelregels zullen locatieoverstijgend (buiten de scope van het voorliggende bestemmingsplan) bij de verdere planvorming voor de Rivierzone worden uitgewerkt. Tabel 4.1 Spelregels deelgebied Zuidelijke Binnenstad

Daarnaast is in het MER een groot aantal thematische spelregels opgenomen voor de blad 35 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

ontwikkelingen binnen de Rivierzone (zie tabel 4.2). Tabel 4.2 Spelregels per ontwikkelveld Mobiliteit

Woon- en leefklimaat en gezondheid

Duurzaamheid

Ruimtelijke kwaliteit

blad 36 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Water, bodem en ondergrond

Ecologie

4.1.5

Toets In deze paragraaf wordt het bestemmingsplan getoetst aan de spelregels die uit het MER volgen. Deze worden per thema behandeld. Mobiliteit Verkeersafwikkeling Voor de ontwikkeling is de verkeersgeneratie bepaald. De verkeersgeneratie verschilt in de nieuwe situatie niet veel van de huidige. Op de meeste omliggende wegvakken is sprake van een beperkte toename (+100 mvt/etm per richting), die ruim past binnen de (capaciteitsgrenzen van) de functionele classificatie van die wegen. Veiligheid en structuur Bij de inrichting van de (nieuwe) wegen worden de principes van Duurzaam Veilig toegepast. Met een aantal aanpassingen kan ook een verkeersveilige ontsluiting via de Parallelweg worden gerealiseerd. Parkeren In de Rivierzone Vlaardingen vormt het gemeentelijk parkeerbeleid het uitgangspunt. Voor parkeren is het gemeentelijk parkeerbeleid toegepast en een parkeerbalans opgesteld. Uit de parkeerbehoefteberekening volgt dat de parkeerbalans in het Museumkwartier sluitend is (zie paragraaf 4.10). Duurzame mobiliteit Bij de ontwikkeling van het gebied wordt ingezet op het optimaal benutten van de ligging nabij station Vlaardingen Centrum. Ook op andere punten zullen maatregelen worden getroffen om de automobiliteit zo veel mogelijk te beperken (zoals goede fietsvoorzieningen en faciliteren van deelauto's).

Voor langzaam verkeer sluit het plan aan bij de maatregelen uit de gebiedsvisie. Woon- en leefomgeving en gezondheid Milieuhinder

blad 37 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

In het bestemmingsplan zijn de aanwezige bedrijven en de bijbehorende richtafstanden in en rond het plangebied geïnventariseerd, uitgaande van een gemengd gebied. Geluid en gevaar zijn voor deze ontwikkelingen de relevante hinderaspecten. Dit is bij de betreffende aspecten nader onderzocht. Het plan zelf biedt ruimte voor bedrijfsactiviteiten. Binnen de bestemmingen 'Gemengd-1' en 'Gemengd-3' worden naast wonen ook andere functies toegestaan, waaronder horeca tot en met categorie 2. Horeca categorie 3 is hier niet toegestaan. Geluid Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen te toetsen aan de geldende normen. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege zowel de afzonderlijke wegen als de spoorweg niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is vanwege de nabije industrieterreinen wel hoger dan de grenswaarden. Hiervoor worden hogere grenswaarden aangevraagd. De hogere waarden worden op basis van gemeentelijk beleid alleen verleend wanneer de woning minimaal één geluidluwe zijde heeft en de meeste slaapkamers aan de geluidluwe zijde zijn gesitueerd. Hiermee worden zoveel mogelijk geluidluwe gevels gecreëerd en worden slaapverstoring beperkt door het plaatsen van de meeste slaapkamers aan de geluidluwe zijde van de woning. Hier is nader op ingegaan in paragaaf 4.3.

Daarnaast is er sprake van nestgeluid. Aan het nestgeluid zijn geen wettelijke normen verbonden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn deze wel nader onderzocht. Het nestgeluid betreft de geluidbelasting afkomstig van het geluid van afgemeerde schepen in de haven. Voor het industrieterrein VKV bedraagt deze geluidsbelasting hoogstens 55 dB(A). Analoog aan de Wet geluidhinder is dit niet hoger dan de maximale hogere waarde van 55 dB(A). Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het nestgeluid afkomstig van zeeschepen van Botlek-Pernis hoogstens 56 dB(A) bedraagt. Uit de maatregelenoverweging blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet van toepassing of onvoldoende doelmatig zijn. Het binnenmilieu wordt echter beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit. Hiermee kan worden geconcludeerd dat kan worden voldaan aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit Geconcludeerd wordt dat er ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit geen nadelige milieueffecten te verwachten zijn. Ook gelden er geen aanvullende spelregels vanuit het MER ten aanzien van dit aspect. Geur De spelregels ten aanzien van het aspect geur gelden niet voor het deelgebied waar het voorliggende plan onderdeel van uitmaakt. Externe veiligheid Het bestemmingsplan maakt geen risicovolle inrichtingen mogelijk.

In het bestemmingsplan zijn de aanwezige risicobronnen in de omgeving geïnventariseerd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van zowel risicovolle inrichtingen als transportroutes gevaarlijke stoffen. Dit zijn risicobronnen met verschillende scenario’s. Een beschouwing van het risico is toegevoegd aan het bestemmingsplan. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico dient de gemeente Vlaardingen in het kader van de ruimtelijke procedure de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen. Gezondheid De maatregelen voor geluid zijn mede in het kader van gezondheid opgenomen in het plan. Verder zijn er voor gezondheid in het bestemmingsplan geen specifieke maatregelen blad 38 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

opgenomen. Duurzaamheid Energie Er zijn geen regels ten aanzien van energie opgenomen in het bestemmingsplan. Klimaatadaptatie De groene steeg en het parkje bij de Touwbaan zijn belangrijke schakels in het totale systeem waterbuffering in het plangebied. Er zijn geen aanvullende spelregels ten aanzien van klimaatadaptatie voor het deelgebied Zuidelijke Binnenstad. Circulariteit Voor afvalbeleid en materiaalgebruik zijn in het bestemmingsplan geen bepalingen opgenomen. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt een rioolplan verder uitwerkt. Ruimtelijke kwaliteit Cultuurhistorie en archeologie Het plangebied maakt voor een deel onderdeel uit van het Beschermd Stadsgezicht. Ter bescherming van de cultuurhistorische en archeologische waarden zijn verschillende criteria en dubbelbestemmingen opgenomen. Ruimtegebruik Met het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan optimaal ruimtegebruik door de transformatie van verouderde leegstaande panden en een binnenterrein naar extra woningen en voorzieningen. Daarbij wordt rekening gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en het intieme karakter van het plangebied. Water, bodem en ondergrond Bodem en ondergrond De bodemkwaliteit in en rond het plangebied is nader onderzocht. Er is getoetst aan gemeentelijk bodembeleid en er is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd.

Er is geen sprake ernstige bodemverontreiniging geconstateerd. Wel gelden er aandachtspunten tijdens de (grondroerende) werkzaamheden en bij het afvoeren van eventueel overtollig grond. De onderzoeken zijn als bijlage opgenomen bij het bestemmingsplan. Waterstaat Voor het bestemmingsplan is een watertoets opgesteld en afgestemd met het hoogheemraadschap van Delfland en Rijkswaterstaat en de gemeente. De waterhuishoudkundige inrichting van het plangebied vormt geen knelpunt. In de regels van het bestemmingsplan is geborgd dat het bebouwen van gronden slechts is toegestaan als is voorzien in de aanleg van een waterberging van tenminste 50 liter per m2 bebouwd oppervlak, die tussen 24 en 48 uur na een bui weer beschikbaar is. Voor de waterberging wordt in aanloop naar de bouwvergunning een ontwerp gemaakt. Ecologie Beschermde natuurgebieden Bij het bestemmingsplan is onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot toename van stikstofdepositie op gevoelige Natura 2000-gebieden. Met het vervallen van de bouwvrijstelling is de verwachting nog steeds dat stikstof geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Biodiversiteit Ten behoeve van het bestemmingsplan is een quickscan naar aanwezige soorten uitgevoerd. In 2021 is nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van gierzwaluw, huismus, muurplanten en vleermuizen.

Voor de aangetroffen soorten wordt een ontheffing blad 39 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

aangevraagd en worden maatregelen getroffen. Daarbij zijn er bloemen, planten, bomen en nestkasten gepland voor het plangebied die bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit in het gebied.

4.1.6

Conclusie Met het MER Rivierzone Vlaardingen is voldaan aan de m.e.r-verplichtingen in het kader van het bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen. Uit de toets in dit hoofdstuk is gebleken op welke wijze invulling is gegeven aan de onderzoeksverplichtingen en randvoorwaarden die volgen uit de thematische spelregels. In het MER zelf is ingegaan op de wijze waarop tijdens de ontwikkeling van de Rivierzone de effecten kunnen worden gemonitord.

4.2

Bodemkwaliteit Kader Wet bodembescherming De Wet bodembescherming (Wbb) voorziet in maatregelen indien sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Het Bouwstoffenbesluit (Bsb) is opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

Relatie Wabo, Wbb en Woningwet (Wonw) De inwerkingtreding van de Wabo (1 oktober 2010) heeft ook effect op de Wbb en de Woningwet (Ww): in de Wabo is aangegeven dat in de plaats van de aanhoudingsgrond (uit de Ww) een afstemmingsregeling wordt opgesteld waarbij de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning wordt afgestemd op de acties ten aanzien van de bodemverontreiniging. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen. Die voorschriften moeten in elk geval betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. Gemeentelijk bodembeleid (Nota Bodembeheer 2016-2026) De gemeenten Maassluis en Vlaardingen willen nog beter invulling geven aan haar huidige duurzame bodembeleid. De gemeenten hebben daarom een bodemfunctieklassenkaart, een bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer opgesteld. De kaarten zijn de instrumenten voor dit duurzame beleid. Deze nota bodembeheer geeft aan hoe vrijgekomen grond op en in de landbodem van de gemeente Maassluis en Vlaardingen kan en mag worden opgeslagen (tijdelijk), hergebruikt of toegepast. Ook zijn regels en procedures voor dit beleid geformuleerd.

blad 40 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

De gemeenten vullen haar bodembeleid in door vrijkomende grond en baggerspecie (bij graaf- en baggerwerkzaamheden) zoveel als mogelijk te hergebruiken zodat minder materiaal wordt gestort en minder primaire grondstoffen worden gewonnen. De wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie is geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Het is niet zonder meer toegestaan om grond en baggerspecie ergens te ontgraven en op een andere plaats tijdelijk neer te leggen of het toe te passen. Voorkomen moet worden dat het tijdelijk opslaan en het toepassen van grond en baggerspecie de ontvangende bodem verontreinigd en risico's vormt voor het (toekomstige) bodemgebruik. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Maassluis en Vlaardingen zijn op basis van bodemtype, gebruikshistorie en bodemkwaliteit in totaal 17 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte en 16 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 1,0 tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden. Binnen een bodemkwaliteitszone wordt dezelfde gebiedseigen bodemkwaliteit aangetroffen. Hierbij is rekening gehouden dat de bovenste meter van de bodem doorgaans meer belast is met verontreinigende stoffen dan de onderliggende bodemlaag. De kaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en de afspraken die met de gemeenten en de DCMR zijn gemaakt.

De bodemkwaliteitskaart is vastgesteld voor de stoffen arseen, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Toetsing Bodemonderzoek Sweco april 2020 In het kader van dit bestemmingsplan is in april 2020 door Sweco een verkennend- en nader milieukundig bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek heeft betrekking op het zuidelijke- en het noordwestelijke deel van het plangebied. Het volledige onderzoek is terug te vinden in bijlage 2 van dit bestemmingsplan. In deze paragraaf worden de belangrijkste resultaten en conclusies uit het onderzoek behandeld. Milieuhygiënische bodemkwaliteit Geconcludeerd wordt dat op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met metalen, bestaande uit vier verontreinigingsvlekken.

Dit betreffen verontreinigingsvlekken met de volgende stoffen en omvang: zink in het midden van het noordelijke deel van de locatie met een omvang van tenminste 1.440 m3 en mogelijk 1.545 m3 ; koper, nikkel en zink in de zuidwestelijke hoek van de locatie met een omvang van circa 140 m3 met binnen de contour tevens een matige PAK-verontreiniging; lood langs de westelijke terreingrens in de noordwestelijke hoek van de locatie met een omvang van circa 35 m3 ; koper achter de bebouwing aan de oostzijde van de locatie ter hoogte van de bebouwing Westhavenkade 69-70A met een omvang van circa 30 m3 . De verontreiniging valt onder de Wet bodembescherming. De verontreiniging betreft, gezien de start van bodembedreigende activiteiten op de locatie voor de tweede wereldoorlog een historische verontreiniging. Uit de risicobeoordeling blijkt dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering niet spoedeisend is. Voor wat betreft de aangetoonde gehalten aan minerale olie, PAK, asbest en metalen elders op de locatie buiten de verontreinigingscontouren is ten hoogste sprake van gehalten onder de interventiewaarde. Voor wat betreft PFAS is de grond elders herbruikbaar.

De enige randvoorwaarde hierbij is, dat grond vrijkomend op het noordwestelijke en het gedeelte van de locatie op basis van de aangetoonde gehalten aan PFAS niet in grondwater-beschermingsgebieden en in oppervlaktewater toegepast mag worden. Dit geldt mits de grond op basis van de overige parameters toepasbaar is als vermeld in tabellen 6-1 tot en met 6-3 in bijlage 2. blad 41 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Bodemonderzoek BMA Milieu augustus 2021 Voor het noordoostelijke deel van het plangebied is door BMA Milieu in augustus 2021 een milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage 3 bij dit bestemmingsplan. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten en conclusies beschreven. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de hypothese 'verdacht' juist is. Ter plaatse zijn in de grond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarde vastgesteld. De locatie (ophooglaag) is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, waarbij sprake is van een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeeld geval welke gemiddeld onder de interventiewaarde is verontreinigd. Op basis van de Wet bodembescherming kan worden geconcludeerd dat derhalve geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Er geldt derhalve geen saneringsnoodzaak. Asbest Op basis van de indicatieve resultaten blijkt dat analytisch asbest is aangetoond, derhalve is aanvullend/nader onderzoek noodzakelijk. Aangezien de locatie momenteel is verhard met in- en uitpandige betonvloeren, wordt aanvullend/nader onderzoek naar asbest momenteel niet mogelijk geacht. Aanbevolen wordt na sloop van de vloeren en/of opstallen dit nader onderzoek te verrichten.

Barium en kobalt grondwater Uit de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2021 (d.d. 19 december 2017) en bijbehorende Beleidsregel Onderzoek en Sanering van Bodemverontreiniging blijkt dat in gebieden waar gehalten aan arseen, nikkel, zink, lood en/of barium de interventiewaarde voor grondwater overschrijden, nader onderzoek naar de grondwaterverontreiniging niet is vereist wanneer er geen specifieke bron voor deze verontreiniging aanwijsbaar is. Dit geldt alleen als de gehalten in de vaste bodem lager zijn dan de landelijke achtergrondwaarden of specifieke achtergrondwaarden. Aangezien in onderhavig bodemonderzoek de grond ter hoogte van de grondwaterstand niet is verontreinigd met barium en kobalt, behoeft geen nader onderzoek te worden aanbevolen. Bodemonderzoek BMA Milieu november 2021 In november 2021 is een aanvullend milieukundig bodemonderzoek verricht op perceel 2889 (gedeeltelijk) en 2891 (geheel). Aanleiding tot het uitvoeren van het milieukundig bodemonderzoek is de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. Doel van het milieukundig bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan. De belangrijkste resultaten en aanbevelingen zijn hieronder beschreven.

Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de opgestelde hypothese 'verdacht' juist is. Ter plaatse zijn in de grond en in het grondwater overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarde vastgesteld. Voor lichte verontreinigingen hoeft echter geen nader onderzoek te worden aanbevolen. Nader bodemonderzoek sterke verontreiniging met lood t.p.v. boring 05 Naar aanleiding van de aangetroffen sterke verontreiniging met lood is nader bodemonderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging. De verontreiniging is mogelijk perceel overschrijdend. De omvang van de sterke verontreiniging, binnen onderhavig onderzoeklocatie, geschat op circa 20 m3 en is er derhalve geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Nader bodemonderzoek t.h.v. mogelijk perceel overschrijdende verontreiniging zware metalen, PAK blad 42 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Binnen onderhavig (deel)locatie wordt de, in eerder uitgevoerd bodemonderzoek (kenmerk 369585, d.d. 8 april 2020) vastgestelde verontreiniging met koper, nikkel en zink en PAK niet boven de tussenwaarde aangetroffen. Aanvullend nader bodemonderzoek binnen onderhavig onderzoekslocatie wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Zuidelijke - en noordwestelijke deel van plangebied (Bodemonderzoek Sweco februari 2020) Bij grondroerende werkzaamheden of functiewijziging van de bodem ter plaatse van de bodemverontreiniging dient instemming van het bevoegd gezag verkregen te worden (saneringsplan, BUS-procedure tijdelijke uitplaatsing of BUS-procedure immobiel). Er dient binnen de loodcontour gewerkt te worden volgens de veiligheids-klasse ’’oranje, niet-vluchtig’’, zoals omschreven in de CROW 400. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een veiligheidsplan te worden opgesteld en goedgekeurd door een Middelbaar Veiligheidskundige. Buiten de loodcontour is er geen veiligheidsklasse van toepassing. Indien bij werkzaamheden sprake is van overtollige grond, kan (een deel van) deze grond niet zonder behandeling (zeven en/of reiniging) elders worden toegepast. Geadviseerd wordt eventuele overtollige grond naar een erkende verwerker te brengen.

Noordoostelijke deel van het plangebied (Bodemonderzoek BMA Milieu augustus 2021) Op basis van de Wet bodembescherming kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging, waardoor geen saneringsnoodzaak geldt. Er wordt aanbevolen om aanvullend onderzoek naar asbest uit te voeren na sloop van de vloeren en/of opstallen. Nader onderzoek naar barium en kobalt is niet nodig. Aanvullend milieukundig bodemonderzoek perceel 2889 en 2891 Er is geen sprake van ernstige bodemverontreiniging. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.

4.3

Akoestische aspecten Kader In de Wet geluidhinder (verder Wgh) zijn geluidbronnen aangewezen. Deze geluidbronnen zijn voorzien van een geluidzone. Per bronsoort zijn voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden opgenomen. Deze waarden gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone. Andere geluidgevoelige bestemmingen zijn onder andere scholen, kinderopvang, ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. Het plangebied heeft te maken met geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer, railverkeer, industrie (inclusief nestgeluid) en scheepvaartlawaai. Toetsing In het kader van dit bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. Doel van het onderzoek is om de om de geluidbelasting op het woningbouwplan vanwege nabijgelegen (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen in beeld te brengen en aan de hand hiervan te bepalen of wordt voldaan aan de grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder en aan eventuele vereisten die volgen uit het gemeentelijk beleid. Daarnaast heeft het akoestisch onderzoek tot doel om (voor wegen waarvoor geen wettelijk toetsingskader geldt zoals 30 km/uur wegen) aan de hand van de berekende geluidbelasting te bepalen of sprake is van goede ruimtelijke ordening in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege zowel de afzonderlijke wegen als de spoorweg niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de nabije industrieterreinen zijn wel hoger dan de grenswaarden. De geluidbelasting vanwege Botlek-Pernis bedraagt hoogstens 53 dB(A) op basis van het

blad 43 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Regionaal Afspraken Kader. De geluidbelasting vanwege Vulcaanhaven/Wilhelminahaven/Klein Vettenoord bedraagt 55 dB(A) op basis van eerder vastgestelde MTG waarden voor naastgelegen woningen. Uit de resultaten blijkt dat de geluidbelasting vanwege het nestgeluid afkomstig van zeeschepen van Botlek-Pernis hoogstens 56 dB(A) bedraagt. Dit is niet hoger dan de zeehavennorm van 60 dB(A) ingevolge de Wet geluidhinder. Tevens blijkt dat de geluidbelasting vanwege het nestgeluid afkomstig van het industrieterrein VKV hoogstens 55 dB(A) bedraagt. Analoog aan de Wet geluidhinder is dit niet hoger dan de maximale hogere waarde van 55 dB(A). Uit de maatregelenoverweging blijkt dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet van toepassing of onvoldoende doelmatig zijn. Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit. De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn dat het resulterende geluidniveau in de woning vanwege weg- of railverkeerslawaai niet meer bedraagt dan 33 dB en vanwege industrielawaai niet meer dan 35 dB(A). Gelet op de voorgenomen samenstelling van de uitwendige scheidingsconstructie van de nieuw te realiseren bebouwing, dient te worden beoordeeld of met de beoogde (bouw)materialen kan worden voldaan aan de aanvullende eis betreffende het ten hoogst toelaatbare binnenniveau voor de woningen.

Voor het geluid vanwege de industrieterreinen dienen hogere waarden te worden aangevraagd. Aan het aanvragen van hogere waarden als gevolg van industriegeluid zijn in het gemeentelijk beleid geen nadere eisen gesteld. Gezien het voorgaande, kan het college van burgemeester en wethouders overwegen om de volgende hogere waarden vast stellen: Industrieterrein Vulcaanhaven/Koningin Wilhelminahaven/Klein Vettenoord 55 dB(A) voor hoogstens 81 woningen (alle woningen binnen het plangebied). Industrieterrein Botlek-Pernis 53 dB(A) voor 4 woningen op de derde verdieping van bouwvlak 3b; 53 dB(A) voor 2 woningen ter plaatse van bouwvlak 6; 52 dB(A) voor hoogstens 75 woningen (alle andere woningen binnen het plangebied). In bijlage 6 bij de toelichting is het ontwerpbesluit hogere waarde opgenomen. Tevens wordt geadviseerd om, zodra het plan verder is uitgekristalliseerd, de geluidbelasting vanwege de industrieterreinen op de alle gevels van de bebouwing binnen het plangebied nader te bepalen door rekening te houden met de afschermende werking ervan. Ingevolge het Bouwbesluit dient met gevelwering onderzoek te worden aangetoond dat het resulterende geluidniveau vanwege industrielawaai van hoogstens 35 dB(A) en vanwege rail- en wegverkeerslawaai van hoogstens 33 dB in de woningen wordt gewaarborgd, waarmee de aanvaardbare geluidinvloed is gezekerd.

Nestgeluid Een aanzienlijk deel van de geluidbelasting op het plan is afkomstig van het geluid van afgemeerde schepen in de haven, het zogenaamde nestgeluid. Hiervoor worden in het Bouwbesluit geen eisen gesteld aan de geluidwering van de gevel. In aanvulling op de eisen uit het bouwbesluit moet bij de dimensionering van de gevelwering rekening worden gehouden met nestgeluid. Hiervoor mag de geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner zijn dan het verschil tussen de optredende gestandaardiseerd immissieniveau (Li) vanwege afgemeerde scheepvaart van een voor dit verblijfsgebied maatgevende ligplaats en de waarden van de Vercammen 3-10%-curve. In afwijking van NEN 5077 moet de gevelwering worden bepaald blad 44 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

tussen 31 en 125 Hz in een nauwkeurigheid van tertsbanden. Het opnemen van deze eisen, aanvullend op het Bouwbesluit, in de regels is op grond van de Wro echter niet toegestaan. Om toch een maat voor de aanvaardbaarheid van nestgeluid (vanuit goede ruimtelijke ordening) aan te geven, is, analoog aan de Wet geluidhinder, de geluidbelasting vergeleken met de zeehavennorm. De geluidbelasting vanwege het nestgeluid is lager dan de zeehavennorm van 60 dB(A). Op basis hiervan kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect akoestiek vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Luchtkwaliteit Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer).De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de grenswaarden van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. Toetsing In mei 2021 is door Antea Group onderzoek gedaan naar luchtkwaliteit op grond van de Wet luchtkwaliteit (hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer). Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 7 bij de toelichting. Het voorgenomen plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 131 woningen.

De omvang van dit plan past binnen de Regeling niet in betekenende mate bijdragen aangegeven categorie van gevallen die standaard niet in betekenende mate bijdragen. Hierdoor kan een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit achterwege blijven en staat de luchtkwaliteit op grond van artikel 5.16, lid 1, onder c verdere besluitvorming niet in de weg. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is eveneens gekeken naar de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (zowel PM10 als PM2,5) ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling. Om een goed beeld te krijgen van deze concentraties is gebruik gemaakt van de resultaten uit de NSL Monitoringstool (monitoringsronde 2020). Met de Monitoringstool wordt de luchtkwaliteit jaarlijks in beeld gebracht langs de drukste wegen in Nederland, zowel voor het gepasseerde jaar als voor de toekomst. De Monitoringstool wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de generieke invoergegevens van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de verkeersgegevens voor de rijkswegen en de wegen in beheer van provincies en gemeenten. De (maximale) concentraties ter plaatse van de voorgenomen ontwikkeling zijn in onderstaande tabel in beeld gebracht voor de meest kritische stoffen in Nederland: NO2, PM10 en PM2,5.

blad 45 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Tabel 4.3 Jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in µg/m3 ter plaatse van de voorgenomen activiteit Op basis van de resultaten uit de NSL Monitoringstool kan worden geconcludeerd dat de concentraties ruim onder de maatgevende grenswaarden voor deze stoffen liggen en naar de toekomst toe steeds verder dalen. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.5

Milieuzonering Kader Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging van een nieuw bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). Vervolgens worden in de brochure, op basis van een aantal factoren (geur, stof, geluid en gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied', waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied', dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd. Een 'gemengd gebied' is een gebied met matige tot sterke functiemenging.

In de onderstaande tabel worden de richtafstanden van de milieucategorieën ten opzichte van omgevingstype weergegeven.

Tabel 4.4 Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden Toetsing

blad 46 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Voor onderhavige locatie is enerzijds geïnventariseerd welke bedrijven of inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied voor overlast kunnen zorgen op het planvoornemen en anderzijds of onderhavige ontwikkeling kan leiden tot het beperken van deze bedrijven of inrichtingen in hun bedrijfsvoering. De VNG-handreiking omschrijft twee omgevingstypen; het omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied én het omgevingstype gemengd gebied. Voorliggend plangebied en de directe omgeving kunnen worden getypeerd als een gemengd gebied, aangezien in de directe omgeving diverse functies aanwezig zijn. Aanwezige bedrijvigheid/functies Beschouwd is welke milieuhinderlijke activiteiten, zoals genoemd in de VNG-handreiking, in de omgeving van het plangebied zijn gelegen. De gronden ten noorden van het plangebied hebben de enkelbestemming 'Bedrijf' en 'Gemengd'. Op de 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bedrijven tot milieucategorie 1 en/of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan. Hiervoor geldt een richt afstand van 10 m in een rustige woonwijk. Zoals eerder aangegeven ligt het plangebied in een gemengd gebied en mag de richtafstand met één stap worden verlaagd. Dit betekent dat voor de omliggende bedrijvigheid een richtafstand van 0 meter geldt. De gronden ten noorden van het plangebied met enkelbestemming 'Gemengd' hebben de functieaanduiding 'horeca'.

Ter plaatse van de aanduiding ‘horeca’ is horeca toegestaan tot en met categorie 3 echter met uitzondering van het verschaffen van logies. De richt afstand tot horeca categorie 3 bedraagt in gemengd gebied 30 meter. Daarnaast is bedrijvigheid tot milieucategorie 1 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Momenteel is op deze locatie een geen horeca gevestigd, maar 'The Boxing Academy'. Hierdoor is de richtafstand van 30 meter niet van toepassing. Ten zuiden van het plangebied is een supermarkt en detailhandel gevestigd. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Ten westen van het plangebied zijn met name woningen en een basisschool gelegen. Hiervoor geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Externe veiligheid Kader Eisen vanuit externe veiligheid beïnvloeden de ontwikkelingsmogelijkheden. De gemeente Vlaardingen heeft in de Visie externe veiligheid "Ruimte voor duurzame veiligheid" (2012) een nadere invulling van de wet- en regelgeving gegeven. Doel van het beleid externe veiligheid en de daaruit voorvloeiende wet- en regelgeving is het beperken van risico's die optreden als gevolg van een calamiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De aan de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen verbonden risico's moeten volgens het beleid externe veiligheid aanvaardbaar blijven. De wet- en regelgeving voor externe veiligheid is dan ook gestoeld op een risicobenadering. Het gaat in de eerste plaats om de kans op een groep dodelijke slachtoffers door een ongeval met een gevaarlijke stof, ofwel het groepsrisico. Dit risico drukt de kans uit op een ramp van bepaalde omvang in doden. In de tweede plaats gaat het over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, ofwel het plaatsgebonden risico. Dit is de overlijdenskans die een persoon loopt, door op een bepaalde afstand van een inrichting of een transportroute permanent aanwezig te zijn. De regels zijn vastgelegd in een aantal besluiten. Deze besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Voor het plaatsgebonden risico geldt een grens- en een richtwaarde. De

blad 47 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

beoordeling van het groepsrisico vindt niet plaats door toetsing aan een vaste norm maar door middel van het afleggen van een verantwoording. Het bevoegd gezag beoordeelt hierbij de aanvaardbaarheid van het groepsrisico in het ruimtelijk besluit. Toetsing In het kader van de ruimtelijke procedure is er onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid, zie bijlage 8. In deze paragraaf zijn de belangrijkste resultaten uit het onderzoek beschreven. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: VOPAK Vlaardingen; DFDS Seaways; Nieuwe Maas; Rijksweg A20; Rijksweg A4; Spoorlijn Pernis – Botlek.

Figuur 4.1 Globale ligging van het plangebied (rood) t.o.v. risicobronnen. Rijkswegen A20 en A4 en de spoorlijn Pernis – Botlek bevinden zich op grotere afstand ten zuiden van het plangebied (>1.500 meter) en vallen buiten deze figuur. Verantwoording groepsrisico Een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is verplicht ten aanzien van VOPAK Vlaardingen, DFDS Seaways, de Nieuwe Maas en de spoorlijn Pernis – Botlek. Algemene beschouwing veiligheidssituatie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van zowel risicovolle inrichtingen als transportroutes gevaarlijke stoffen. Dit zijn risicobronnen met verschillende scenario’s. Vanwege de afstand tussen het plangebied en de relevante risicobronnen (meer dan 600 meter) is alleen het toxisch scenario relevant in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen. Toxisch scenario Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval een tank(wagen) lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel (de dood veroorzakend) optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het blad 48 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Hoogte van het groepsrisico De risicobronnen waarvan de hoogte van het groepsrisico is beschreven (VOPAK Vlaardingen en DFDS Seaways), hebben een groepsrisico dat zich onder de oriëntatiewaarde bevindt. De hoogte van het groepsrisico van deze bedrijven neemt in de toekomstige situatie niet (in betekenisvolle mate) toe ten opzichte van de huidige situatie. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke wijze hieraan invulling kan worden gegeven. Bij de ontwikkeling van het Museumkwartier zijn er voldoende mogelijkheden om externe vluchtwegen in verschillende (risicoluwe) richtingen te realiseren (figuur 4.2).

Figuur 4.2 (vlucht)wegen (rood) Musuemkwartier, Bron: Stedenbouwkundig plan (BLAUW people driven architecture, november 2020) Op de website Rijnmondveilig.nl (Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond) staan onder ‘Wat te doen bij: gevaarlijke stoffen’ algemene instructies over wat te doen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. De Veiligheidsregio benadrukt het belang van goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen en verwijst mede naar voornoemde website en de campagne ‘Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand’. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. blad 49 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

In geval van een calamiteit met toxische stoffen is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden geen specifieke ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de langdurige aanwezigheid van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals kinderen, ouderen) faciliteren. Bestrijdbaarheid Bestrijdbaarheid is de mate waarin een rampscenario door de brandweer te bestrijden is. De verschillende scenario’s vragen allen een ander aanvalsplan.

De mate waarin uitvoering aan deze aanvalsstrategieën kan worden gegeven hangt af van de capaciteit van de brandweer (opkomsttijd en beschikbare blusmiddelen) en de bereikbaarheid van het plangebied (opstelplaatsen). Ten aanzien van de bestrijdbaarheid wordt door de gemeente Vlaardingen in het kader van de ruimtelijke procedure advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Toxische scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Risicobeschouwing In het kader van de ruimtelijke procedure dient het aspect externe veiligheid beschouwd te worden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich verschillende risicobronnen: VOPAK Vlaardingen, DFDS Seaways, Nieuwe Maas, de Rijkswegen A20 en A4 en de spoorlijn Pernis – Botlek. VOPAK Vlaardingen De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour van het bedrijf reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Het groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde, de bijdrage van het plan aan het groepsrisico wordt verwaarloosbaar geacht; Verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht.

DFDS Seaways De 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour van het bedrijf reikt niet tot het plangebied. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Het groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde, de bijdrage van het plan aan het groepsrisico wordt verwaarloosbaar geacht; Verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht. Nieuwe Maas Deze vaarroute heeft geen 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour. Er wordt voldaan blad 50 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

aan de grens- en richtwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Een nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig (afstand is meer dan 200 meter tot het plangebied); Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Rijkswegen A20 en A4 Het invloedsgebied van beide wegen reikt niet tot het plangebied. Het zijn daarmee geen relevante risicobronnen in relatie tot de voorgenomen ontwikkelingen. De spoorlijn heeft een 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour van maximaal 39 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied, er wordt daarmee voldaan aan de grens- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico; Een nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig (afstand is meer dan 200 meter tot het plangebied); Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Verantwoording groepsrisico In het kader van de ruimtelijke procedure is verantwoording van het groepsrisico ten aanzien van VOPAK Vlaardingen, DFDS Seaways, de Nieuwe Maas en de spoorlijn Pernis – Botlek verplicht conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Besluit externe veiligheid transportroutes. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Vlaardingen, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure.

Conclusie Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico dient de gemeente Vlaardingen in het kader van de ruimtelijke procedure de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in de gelegenheid te stellen advies uit te brengen. Dit advies wordt te zijner tijd toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Verder vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7

Natuur en landschap Kader Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. Gebiedsbescherming

blad 51 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door 'externe werking') op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Middels een 'habitattoets' dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (de voormalige Ecologische Hoofdstructuur / EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

De provincies hebben in een verordening regelgeving vastgelegd ten aanzien van het NNN. Toetsing Ruimtelijke plannen, zoals een bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze paragraaf zijn de resultaten van de natuurtoets samengevat. De volledige natuurtoets is toegevoegd als bijlage 9 bij de toelichting. Gebiedsbescherming In het plangebied is geen NNN-gebied of Natura 2000-gebied aanwezig. Er komen ook geen beschermde gebieden (NNN) voor binnen de invloedsfeer van het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNN dan ook geen sprake. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing voor wat betreft het NNN.

Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus, gierzwaluw); Algemene broedvogels (nestplaatsen stadsduiven); Zoogdieren (vleermuizen) In Tabel 4.5 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

blad 52 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

Tabel 4.5 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Nader onderzoek In 2021 is nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van gierzwaluw, huismus, muurplanten en vleermuizen. In het projectgebied is één nestlocatie van de gierzwaluw vastgesteld. Tijdens het onderzoek zijn enkele gierende en overvliegende individuen waargenomen. Binnen het projectgebied zijn verschillende foeragerende individuen aangetroffen. In de (directe) omgeving kunnen meer nestlocaties van de gierzwaluw worden verwacht, ten noorden, oosten en westen van het projectgebied. Er zijn twee nestlocaties van de huismus aangetroffen in het projectgebied. In de directe omgeving, ten westen van het projectgebied, is eveneens een nestlocatie van de huismus vastgesteld en zijn enkele foeragerende individuen waargenomen. Er zijn daarbuiten geen blad 53 van 69

Ruimte - Antea Nederland B.V.

vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100

essentiële onderdelen van het functioneel leefgebied van de huismus aanwezig binnen het projectgebied. Gedurende het onderzoek zijn geen beschermde muurplanten aangetroffen. In het projectgebied zijn exemplaren van de eikvaren (onbepaald), muurvaren, steenbreekvaren en de tongvaren vastgesteld. In het projectgebied zijn geen beschermde functies van vleermuizen vastgesteld. In het projectgebied zijn foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. In de directe omgeving van het projectgebied is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen en zijn twee baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Stikstofdepositie Voor het plan Museumkwartier te Vlaardingen een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn de effecten van de realisatie en het gebruik van de nieuwe woningen binnen het plangebied op de omliggende Natura 2000-gebieden beschouwd. Uit de berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2020) blijkt dat de maximale stikstofdepositie in de realisatiefase niet meer is dan 0,00 mol N/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden. Ook in de gebruiksfase van de ontwikkeling is de maximale stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden.

Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen worden uitgesloten. Doordat er geen overschrijding plaatsvindt kan het plan worden vastgesteld en zal het aspect stikstopdepositie geen belemmering vormen voor de verdere besluitvorming. Met het vervallen van de bouwvrijstelling is de verwachting nog steeds dat stikstof geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderzoek en de uitkomsten van AERIUS Calculator zijn toegevoegd als bijlage 10. Conclusie Het aspect 'natuur en landschap' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling, mits de benodigde ontheffingen worden verleend.

4.8

Water Kader In het kader van een ruimtelijke procedure dient de watertoets te worden doorlopen. Op basis hiervan dient een waterparagraaf opgesteld te worden. In deze waterparagraaf zijn de belangrijkste waterhuishoudkundige aspecten vastgelegd voor de ontwikkeling Museumkwartier in Vlaardingen. Het Hoogheemraadschap van Delfland is de waterbeheerder van het binnendijks gebied. Rijkswaterstaat is de waterbeheerder van de Nieuwe Maas en het buitendijks gebied. De waterparagraaf is opgesteld in afstemming met het Hoogheemraadschap van Delfland, en opgenomen als bijlage 11 bij de toelichting. In de waterparagraaf is uitgebreid ingegaan op het beleid, het watersysteem en hoe daar in het bestemmingsplan mee om is gegaan. Toetsing Het plangebied Museumkwartier is een lager gelegen gebied dat is omringd met bestaande bebouwing. Het gebied is gelegen aan de Westhavekade. Het gehele projectgebied omvat circa 1,3 hectare. Huidige situatie Het plangebied heeft een maaiveldhoogte van circa NAP + 0,0 m. De ondergrond tot een diepte van circa NAP -20 m bestaat uit een holocene deklaag. De holocene deklaag bestaat uit afwisselend slecht en goed doorlatende lagen. Hieronder volgen zandlagen van de formaties Kreftenheye, Waalre, Peize en Waalre. Sonderingen zijn in overeenstemming met

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12336724/1