Plantoelichting Bestemmingsplan Museumkwartier
Tekst van het document
blad 54 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
deze bevinding en laten zien dat een zandlaag volgt tot een diepte van NAP -35 m. De grondwaterstanden rondom het museumkwartier zijn recentelijk vastgesteld. De grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied zijn zeer hoog, circa 40 cm lager dan het maaiveld. De watergangen ten oosten van het plangebied betreffen wateren van de categorie “secundair water”. Schuin langs de noordgrens van het plangebied bevindt zich een ondergrondse inlaat. Deze inlaat staat in verbinding met de duiker van het hoogheemraadschap ter hoogte van de Vettenoordskade. In het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel. Het door de gemeente ingezamelde afvalwater voert af naar de zuivering De Groote Lucht. Bovengenoemde RWZI is in eigendom van en in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland. In het gebied ten zuiden van het plangebied ligt de primaire kering waterstaatswerk Delflandsedijk. Volgens de overstromingsrisico kaarten van de Klimaateffectatlas is er in het plangebied sprake van een bijzonder kleine kans op overstroming. Toekomstige situatie BPD is voornemens om de nieuwe woonwijk aan het Museumkwartier bij Vlaardingen te realiseren. Een totaal van maximaal 87 woningen wordt hierbij gerealiseerd in de vorm van terraswoningen, steegwoningen en appartementen. In de huidige situatie is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied.
Op basis van de voorgenomen ontwikkelingen neemt het verhard oppervlak met circa 14% af. Grondwater Voor een klimaat robuuste inrichting wordt geadviseerd om na te denken hoe wateroverlast in woningen voorkomen kan worden. De bovengrondse inrichting dient bij extreme neerslag in staat te zijn, het deel van de neerslag dat niet afgevoerd kan worden door het hemelwaterriool, af te voeren naar hiervoor aangewezen locaties. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) verdient aandacht in het plangebied. Ophoging kan nodig zijn om grondwateroverlast te voorkomen. Aanvullende ontwatering is mogelijk wenselijk in het plangebied door en ontwatering in de vorm van drainage toe te passen. Hierbij dienen de negatieve effecten op de monumentale panden, veelal voorzien van houten paal funderingen, gemitigeerd te worden. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Oppervlaktewater Het risico op wateroverlast neemt vergeleken met de huidige situatie af door de verhardingsafname. Vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland is hierdoor geen aanvullende vereist en is aangegeven is dat de verhardingsafname voldoende is om de klimaatopgave te compenseren. Overeengekomen tussen de gemeente Vlaardingen en de opdrachtgever is dat 50 mm in het gehele gebied dient te worden geborgen.
Vastgesteld is dat op het moment dat de hemelwaterverordening (eis: 60mm) van kracht wordt, dat de gemaakte overeenkomst (eis: 50 mm) als leidend wordt beschouwd. Aanbevolen wordt hierbij het plangebied met 10-30 cm op te hogen om voldoende drooglegging te realiseren. Vuil- en hemelwaterafvoer Het ontwerp wordt opgesteld in afstemming met het hoogheemraadschap en de gemeente waarbij wordt onderzocht of hemelwater afgevoerd kan worden onder vrij verval richting de beduikerde watergang onder de Vettenoordsekade Voor berging op het openbaar terrein kan het hemelwaterriool worden ingezet. Uitgegaan dient te worden van een rioolcapaciteit conform een neerslag bui 09 met 30 mm neerslag. Hiernaast dienen nieuwe stelsels ook getoetst te worden aan bui 10+10%, waarbij niet langer dan 30 minuten water op straat mag staan. Na het vaststellen van het bestemmingsplan wordt een rioolplan nader uitgewerkt. Antea Group adviseert om blad 55 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
bemaling toe te passen tijdens de aanleg van het riool en de leidingen. Waterveiligheid In de omgeving van het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. Er zijn daarom geen effecten te verwachten voor de waterveiligheid. Juridische borging De benodigde waterberging dient te worden opgenomen in de uitwerking van het bestemmingsplan middels een voorwaardelijke verplichting. In overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland en de gemeente Vlaardingen is bepaald op welke manier de voorziening tijdig beschikbaar is. Vastgesteld is dat: 1.
Op de gronden met de bestemming verhard is het bebouwen van de gronden slechts toegestaan als is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 50 liter per vierkante meter (50 mm) bebouwd oppervlak, die tussen 24 en 48 uur na een bui weer beschikbaar is. 2. 2. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het eerste lid als het realiseren van de waterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Conclusie De waterhuishoudkundige inrichting van het plangebied vormt geen knelpunt om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Het aspect water leidt niet tot een belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. Vanuit het hoogheemraadschap is geen sprake van vereiste watercompensatie. Met de gemeente is een bergingsopgave van 50 mm voor verhard oppervlak overeengekomen. Hier dient nog wel een ontwerp voor worden opgesteld. In verband met de slechte doorlatendheid en de hoge grondwaterstanden is ondergrondse berging slechts beperkt mogelijk. Het ontwerp van de waterberging wordt voor aanvang van de nog af te geven bouwvergunning getoetst. Naast de bovenstaande aanbevelingen dient het rioolontwerp te worden opgesteld in afstemming met het hoogheemraadschap en de gemeente.
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
4.9.1
Archeologie Kader In de Monumentenwet 1988 is opgenomen dat de gemeenteraad bij de bestemming van de grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Hoewel met het in werking treden van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 de Monumentenwet is vervangen, is via het overgangsrecht (hoofdstuk 9 van de Erfgoedwet) geregeld dat bepalingen uit de Monumentenwet 1988, waaronder de hier genoemde, nog altijd van toepassing zijn. Toetsing Voor dit bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd (bijlage 12). Hierin is voor het plangebied de volgende archeologische verwachting opgenomen: Voor de onderzoekslocatie geldt op basis van de informatie over de ondergrond ter plekke en het schaarse voorkomen van archeologische resten voor verschillend perioden een lage archeologische verwachting voor de periode tot en met de ijzertijd. De kans op het aantreffen van mesolitisch materiaal is door de verwachte afwezigheid van een rivierduin klein, en bij afwezigheid van veraard veen geldt hetzelfde voor de ijzertijd. Vondsten uit het neolithicum en de bronstijd zijn schaars in Vlaardingen, zodat de kans op aantreffen van resten uit deze periode klein is. In de bodem van het plangebied lijkt sprake te zijn van een (top van een) geulrug op de
blad 56 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Romeinse tijd op een diepte van ca 3,5 m onder NAP. Aan de zuidzijde lijkt deze te zijn weggespoeld door latere invloed vanuit de Maas. De middelhoge verwachting van Archeomedia blijft staan voor de Romeinse tijd blijft staan, zij het niet voor het gehele gebied. Niet uitgesloten is dat het plangebied tot het middeleeuwse Vlaardingen behoorde. Misschien zijn de in twee boringen aangetroffen fosfaatvlekken, gezien hun diepere ligging, aan deze periode te relateren. Een betredingsniveau uit deze tijd is echter niet meer aanwezig. De kans op aantreffen van pre-12e eeuwse resten moet als klein ingeschat worden. In het plangebied kunnen gezonken resten uit de 13e – 15e eeuw, toen het plangebied onder water stond, aangetroffen worden, hoewel ook de kans hierop niet groot is. Binnen de noordzijde van het plangebied ligt de Vettenoordskade uit 1552. Vanaf begin 18e eeuw verschijnt aan de oostzijde van het plangebied bebouwing. De achtererven en mogelijk nog bebouwing zelf lopen door binnen het plangebied. De kans op aantreffen van resten uit deze periode, deel van de historische stadskern van Vlaardingen, is hoog. Vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw wordt de rest van het plangebied bebouwd. Het vondstenspectrum kan bestaan uit aardewerk, (on)verbrande leem, keramisch bouwmateriaal, natuursteen (bouwmateriaal, gereedschap, evt. siervoorwerpen) en vuursteen (gereedschap, evt.
siervoorwerpen), metaal (gereedschap, siervoorwerpen), glas (sier- en gebruiksvoorwerpen), (on)verkoold hout (m.n. bouwmateriaal en gereedschap), menselijke en dierlijke (on)verbrande (bewerkte) botresten, organische resten als houtskool, fosfaten, leer en textiel en (on)verkoolde ecologische resten (zaden, pollen). Op basis van historisch gegevens kunnen resten van stenen gebouwen en stenen of houten bijgebouwen (funderingen, muren, kelders, waterputten, beerbakken, beerputten, afvalkuilen) worden verwacht, alsook van sloten/perceleringsgreppels, tuinen en sporen van ambachtelijke activiteiten. Er worden antropogene ophooglagen vanaf ca 2 meter diepte verwacht met nederzettingsafval en mestpakketten. Ook oude wegen/straten en (houten) resten van infrastructurele werken kunnen worden verwacht, zoals van een sluisje, beschoeiing en duikers. Vanwege de recente/huidige bebouwing binnen het bestemmingsplangebied dient rekening te worden gehouden met de kans op (plaatselijke) verstoring van de oudere bewoningsresten, alsook met recente ophooglagen. De kans op het aantreffen van vondsten van organisch materiaal en van paleo–ecologische resten is sterk afhankelijk van de bodemgesteldheid ter plaatse. Onverbrande vondsten van organisch materiaal en paleo–ecologische resten zullen over het algemeen slechts beneden de grondwaterspiegel kunnen worden aangetroffen.
Vanwege de lage grondwaterstand is dat hier mogelijk vanaf 120 cm –mv. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat organisch materiaal goed bewaard is gebleven in het onderzoeksgebied. Verbrande vondsten van organisch materiaal en paleo-ecologische resten kunnen daarnaast ook in grondsporen worden aangetroffen Vertaling in bestemmingsplan In het vigerend bestemmingsplan 'Vettenoordsepolder Oost' zijn twee dubbelbestemmingen ten behoeve van de bescherming van de archeologische waarden opgenomen. Het betreft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1', welke gericht is op de historische kern en dieper gelegen resten uit oudere perioden en 'Waarde - Archeologie - 2, welke zicht richt op de dieper gelegen resten. Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek is de grens tussen beiden scherper te stellen. Ook is de omvang van het gebied 'Waarde - Archeologie 2' geringer dan eerder aangenomen omdat aan de zuidzijde de archeologische verwachting naar laag bijgesteld kan worden. Tevens kan op basis van het uitgevoerde onderzoek gesteld worden dat de vrijstellingsdiepte binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie 2', verruimt kan worden naar 3 meter onder NAP. Dit is ongeveer een meter dieper dan in het vigerend blad 57 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
bestemmingsplan. Conclusie Het bestemmingsplan houdt rekening met in de grond te verwachten archeologische waarden door het opnemen van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'.
4.9.2
Cultuurhistorie Kader Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte. In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Mede in het licht van de voorgenomen sloop van een Rijksmonument binnen het plangebied heeft er overleg plaatsgevonden met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). Tijdens dit overleg is een toelichting gegeven op de stand van zaken van de herontwikkeling van het Museumkwartier. Voor de sloop is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Naar aanleiding van het overleg is een notitie opgesteld waarin alle relevante aspecten ten aanzien van de planontwikkeling en de sloop van het monument zijn toegelicht. Daarbij gaat het erom dat de sloop volledig ten dienste staat van de totale herontwikkeling. Deze notitie is als bijlage toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning. Toetsing Beschermd Stadsgezicht Het plangebied maakt voor een deel onderdeel uit van het Beschermd Stadsgezicht.
Het Beschermd Stadsgezicht is een samenhangend geheel van kwaliteiten, die met elkaar een bijzondere waarde hebben. In Vlaardingen gaat het om een relatief omvangrijk beschermd gezicht, dat in drie deelgebieden uiteenvalt, die echter onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zowel in ruimtelijke als in historische zin. Het plangebied behoort bij het deelgebied Markt/Hoogstraat en Oude Haven. Voor wat betreft dit deelgebied gaat het in het bijzonder om de typering van de onderstaande te beschermen waarden: de differentiatie in de bebouwing in de oude stadskern met oorspronkelijke 17e-eeuwse bebouwing en verdichting door 19e- en 20e-eeuwse woonwinkelpanden, pakhuizen en bedrijfspanden. Vooral de maximale historische bouwhoogte van 3 bouwlagen met/plus kapverdieping is beeldbepalend. Dit geldt ook voor de bebouwing aan weerszijden van de Oude Haven; karakteristiek voor het gebied tussen de Vetteoordsekade en de Maassluisedijk is de overwegend aaneengesloten bebouwing met de nokrichting evenwijdig aan de straat en een relatief lage bouwhoogte van één of twee bouwlagen met kap; de 19e-eeuwse pakhuizen / bedrijfspanden aan de Vetteoordsekade. Ter bescherming van de bovengenoemde waarden is er een (dubbel)bestemming Waarde – Cultuurhistorie opgenomen.
De betreffende waarden zijn daarin als volgt opgenomen Ter bescherming van de karakteristieke bebouwing zijn diverse criteria opgenomen. Allereerst is opgenomen dat de voorgevel (en in hoeksituaties ook de zijgevel) in de grens van het bouwvlak moeten worden gebouwd. De maximale karakteristieke historische bouwhoogte van 3 bouwlagen met/plus kapverdieping is vastgelegd door in de onderliggende bestemmingen de maximale goothoogte en bouwhoogte hoofdzakelijk te stellen op 9 respectievelijk 12 meter. Vervolgens is opgenomen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, kapvorm en dakhelling pas na advies van de
blad 58 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Commissie voor welstand en monumenten mogen worden gewijzigd. Als laatste geldt er een sloopverbod, dat pas na advies van de Commissie voor welstand en monumenten kan worden doorbroken. In Bijlage 13 is een overzicht van rijksmonumenten en karakteristieke objecten in het plangebied opgenomen. Ten behoeve van de voorgenomen planontwikkeling is het Transformatiekader opgesteld. Dit Transformatiekader vormt de basis voor het architectonisch en stedenbouwkundig ontwerp en is ook als bijlage opgenomen in de plantoelichting (Bijlage 14). Conclusie Het bestemmingsplan houdt rekening met in de grond de cultuurhistorische waarden en het Beschermd Stadsgezicht door het opnemen van de dubbelbestemming 'Waarde Cultuurhistorie'. De RCE wordt bij de verdere invulling en inrichting van het plangebied betrokken.
4.10
Mobiliteit Kader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) voorziet een groei in de mobiliteitsbehoefte tot 2030. Deze groei is het grootst in de Randstad en Brabant. Om de concurrentiekracht van Nederland te versterken, is een netwerk van hoogwaardige internationale verbindingen nodig, net als een goede nationale bereikbaarheid van onze belangrijkste economische regio's. Het Rijk zet de gebruiker van mobiliteit centraal. Het verknopen van verkeerssystemen en vervoerwijzen neemt daarbij een belangrijke plaats in, net als het beter benutten van infrastructuur, met een volwaardige plaats voor langzaam en recreatief verkeer. Het Rijk mikt op multimodale (keten)maatregelen die het gebruik van de capaciteit optimaliseren. In de ambitie van het Rijk is Nederland in 2040 een bepalende speler in de transitie naar duurzame mobiliteit. In de SVIR gaat het Rijk vooral in op de transitie naar schone voertuigen, uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda. Deze doet een beroep op bedrijfsleven (Green Deals) en decentrale overheden (Klimaatagenda). Toetsing Voor de ontwikkeling van het Museumkwartier is een verkeersmemo opgesteld waarin de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie berekend zijn. Voor de volledige berekeningen wordt verwezen naar de memo 'Berekening parkeerbehoefte en verkeersgeneratie', die opgenomen is als bijlage 15 bij de toelichting.
Parkeerbehoefte Op basis van het programma is de parkeerbehoefte berekend. Hiervoor is als uitgangspunt de parkeernota van de gemeente Vlaardingen, de 'Beleidsregel Parkeernomen 2019', versie 1.0 van juli 2019 gehanteerd. De daarbij gehanteerde parameters zijn 'zeer sterk stedelijk' en qua ligging 'schil centrum'. Normatieve parkeerbehoefte en correcties Uitgaande van de in het plan opgenomen woningaantallen bedraagt de normatieve parkeerbehoefte 156,1 parkeerplaatsen. Hier mag volgens het beleid gemotiveerd van worden afgeweken. In de berekeningen is van die mogelijkheid gebruik gemaakt door de volgende correcties toe te passen op de normatieve parkeerbehoefte: Nabijheid openbaar vervoer (cfm. Beleidsregel Parkeernomen 2019, p. 24)
blad 59 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Reductie in verband met extra fietsparkeerplaatsen (cfm. Beleidsregel Parkeernomen 2019, p. 23) (reductie met 15,6 parkeerplaatsen betekent 48 openbare fietsstalplaatsen erbij) Inzet van deelauto's (via de VVE). Hiervoor kan worden aangesloten bij het parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer, waar inmiddels ervaringen met de inzet van deelauto's zijn opgedaan. In Haarlemmermeer mag maximaal 10% van de parkeervraag worden ingevuld met deelauto's, waarbij 1 deelauto tot een reductie van 5 auto's leidt (cq. netto 'besparing'; van 4 parkeerplaatsen per deelauto). In dit geval is conform het gemeentelijk beleid van een meer conservatieve redenering (-2 parkeerplaatsen per deelauto) en inzet van 3 deelauto's uitgegaan. In totaal mag daarmee (theoretisch) een correctie van 36,3 pp worden toegepast, waardoor de resterende parkeervraag afgerond 116 parkeerplaatsen bedraagt. Parkeervraag Uit de parkeerbehoefteberekening volgt, uitgesplitst naar periode van de week (zonder verdere correcties) op basis van aanwezigheidspercentages over de dagen/dagperiodes van de week een (maximale) parkeervraag van 134,0 parkeerplaatsen. Die berekende maximaal optredende gelijktijdige parkeervraag bedraagt na toepassing van de correcties 101,2 parkeerplaatsen.
Die vraag treed op tijdens een werkdagavond, waarin dus -naar ratorekening is gehouden met correcties voor de nabijheid van openbaar vervoer (-10%), reductie voor realisatie van extra fietsparkeerplaatsen (eveneens -10%), inzet van 3 collectieve deelauto's (-6 pp) en de aanwezigheidspercentages. Parkeeraanbod In het plan worden de volgende parkeervoorzieningen gerealiseerd. parkeerdek zuidkant, ontsloten via Parallelweg 80 parkeerplaatsen in deelplan Warmelo & Van der Drift 8 parkeerplaatsen achterterrein CRV (Parallelweg 2) 5 parkeerplaatsen In totaal zijn daarmee 93 parkeerplaatsen in en om het plangebied beschikbaar. Daarnaast mag gebruik worden gemaakt van de parkeervraag van de recentelijk vervallen (actuele) functies in de openbare ruimte aan de Vetteoordskade en Westhavenkade van respectievelijk (theoretisch) 18,3 en 8,4 pp. Dit wordt aangeduid als salderen. Gecorrigeerd naar aanwezigheidspercentages leidt dat tot een maximale correctie van 17,0 pp. Conclusie parkeerbehoefte (auto) Uit de parkeerbehoefteberekening volgt dat de de parkeerbalans sluitend is. De maximaal gelijktijdig optredende parkeervraag bedraagt (afgerond en zonder marge) 93 parkeerplaatsen, terwijl het aantal beschikbare parkeerplaatsen eveneens 93 bedraagt. In de berekening is vooralsnog geen rekening gehouden met de optie voor 4 aanvullende appartementen Westerhavenkade 73-74.
Bij gebruik van die optie stijgt de parkeervraag, wat ingevuld zou kunnen kan worden door de inzet van 2 extra deelauto's. Fietsparkeren Voor de nieuwbouw worden zijn 172 fietsparkeerplaatsen nodig, die in gemeenschappelijke fietsenstallingen worden gerealiseerd, als gelijkwaardige oplossing in plaats van de door het Bouwbesluit voorgeschreven individuele (buiten) berging. Deze bevinden zich op maaiveld niveau onder een deel van de appartementen aan het plein en tegen de Van Gelder locatie aan. Daarnaast zijn in de openbare ruimte als compensatie voor de reductie van het aantal parkeerplaatsen voor auto's 41 openbare stallingsplaatsen nodig (correctie van 13,4 parkeerplaatsen x 3). Daarvoor zijn binnen het plan centrale fietsparkeervoorzieningen opgenomen. Conclusie fietsparkeren blad 60 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
In het plan worden voldoende stallingsplaatsen voor fietsen opgenomen, inclusief de correctie van plaatsen die gecompenseerd moeten worden voor het verlagen van de parkeerbehoefte van de auto. Verkeersgeneratie Aan de hand van CROW 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ van december 2018 is met overeenkomstige parameters als gehanteerd in de Beleidsregel Parkeernormen 2019, de verkeersgeneratie van de ontwikkeling berekend (zie bijlage 15 voor de berekening). CROW 381 maakt onderscheid naar categorieën woningen, waarvoor verschillende verkeersgeneratiecijfers gelden. Op basis van het voorlopige woningaantallen en gebruiksoppervlakte daarvan de verkeersgeneratie berekend. Dit betreft voor het merendeel tussen/hoekwoningen en appartementen. De berekende verkeersgeneratie geldt voor een gemiddelde weekdag. Deze is voor beoordeling van de verkeerseffecten omgerekend naar gemiddelde werkdagintensiteit, waarbij is uitgegaan van het maximale kencijfer. Dit leidt, op basis van de huidige planinvulling, tot een verkeersgeneratie van afgerond 750 mvt/etm op een gemiddelde werkdag. Om wijzigingen in de plansamenstelling (en de daarmee samenhangende aanpassing van de verkeersgeneratie) op te kunnen vangen is voor beoordeling van de verkeerseffecten uitgegaan van naar boven afgeronde waarden.
Daarmee worden tevens effecten van fluctuaties ten opzichte van de CROW-gemiddelden opgevangen. Voor de Vetteoordskade gaat het dan om 70 verkeersbewegingen /etm voor de Westhavenkade om 80 (vnml. de panden aan de Westhavenkade) en voor de ontsluiting van het parkeerdek aan de Parallelweg om 600 verkeersbewegingen per etmaal. Daarbij is uitgegaan van de maximumwaarden uit CROW 381. In alle gevallen gaat het om weekdagetmaaltotalen van en naar samen. Dit kan gezien worden als worstcase benadering. Verkeerseffecten De woning Vetteoordskade 15a en de woningen in het binnegebied van het plan Warmelo & Van der Drift worden ontsloten via de aansluiting van de Vetteoordskade op de Westhavenkade. Aan de Westhavenkade zal een deel van de bewoners van de daar aanwezige parkeerplaatsen gebruik maken. In het plangebied is voor de resterende woningen/appartementen aan de Westhavenkade en voor de woningen/appartementen in het binnengebied aan de zuidzijde van het plan een centrale parkeervoorziening opgenomen. Het parkeerdek ontsluit op de Parallelweg. Om de effecten van de ontwikkeling qua verkeersgeneratie (verkeersproductie/–attractie) in beeld te brengen heeft een beoordeling plaats vinden van de effecten op de aanwezige infrastructuur plaats gevonden.
Daar voor is gebruik gemaakt van het VMRDH 2.0 –model van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, waar ook de gemeente Vlaardingen aan deel neemt. Door de gemeente is aangegeven dat de aansluiting van de Prins Bernhardstraat op de Parallelweg in verband met diverse ontwikkelingen in de spoorzone zal worden gereconstrueerd. Nadere details daarvan zijn nog niet beschikbaar. Voor beoordeling is derhalve uitgegaan van de huidige situatie. Als uitgangspunt is daarbij gehanteerd dat in het spitsuur ca. 10% van het etmaaltotaal (55% van de 2-uurs spits) wordt afgewikkeld.
blad 61 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Figuur 4.3 Verkeersstromen etmaal 2030 autonoom
Figuur 4.4 Verkeersstromen etmaal 2030 met plan Conclusie De verschillen tussen de autonome situatie 2030 (referentie) en de situatie met ontwikkeling in 2030 zijn beperkt. Op de meeste omliggende wegvakken is sprake van een beperkte toename (+100 mvt/etm per richting), die ruim past binnen de (capaciteitsgrenzen van) de functionele classificatie van die wegen. Overigens wordt opgemerkt dat in vergelijking met het gemeentelijk verkeersmodel (plot 2016 etmaal, als verstrekt door de gemeente), in het gebruikte VMRDH-model de intensiteiten (in 2016) hoger te liggen. Microniveau blad 62 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Het effect van het verkeer dat via de Vetteoordskade en Westhavenkade als gevolg van de ontwikkeling wordt toegevoegd is zeer beperkt (resp. 70 en 80 mvt/etm) en is verder buiten beschouwing gelaten. De aansluiting van het parkeerdek op de Parallelweg is ongeregeld. De Parallelweg is een voorrangsweg, waarbij niet-zijwegen (in casu de uitrit van de parkeergarage) bij een toekomstige reconstructie ook voorrangsondergeschikt zullen aansluiten. Een verkeersveilige ontsluiting via de Parallelweg is mogelijk, al dienen er wel diverse aanpassingen doorgevoerd te worden. De ontsluiting van de nieuwe parkeervoorziening wordt uitgevoerd als voorrangsondergeschikte aansluiting (in huidige situatie is hier reeds een inritconstructie aanwezig). Dat betekent dat ter plaatse het trottoir en fietsstrook gehandhaafd blijven en autoverkeer van/naar de parkeervoorziening dus moet wachten op verkeer op de Parallelweg dat oost-west en vice versa rijdt. Wel is het wenselijk de middenberm te doorbreken, eventueel opstelruimte in de middenberm te creëren en wellicht op andere plaatsen aansluitingen dicht te zetten (het parkeerterrein voor het station heeft nu 3 ontsluitingen). Om een toekomstige ontwikkeling op de hoek (Parallelweg 2) mogelijk te maken is sowieso een ontsluiting direct op de Parallelweg nodig. De Parallelweg dient derhalve ook daarvoor aangepast te worden.
Combinatie met de ontsluiting van de parkeervoorziening uit dit plan ligt dan voor de hand. In de navolgende afbeelding is een schetsmatige opzet van deze ontsluiting en de daarbij behorende aanpassingen aan de Parallelweg opgenomen.
Figuur 4.5 Indicatie ontsluiting Parallelweg Uit berekening van de verkeersafwikkeling op dit kruispunt met de ‘methode Harders’ volgt dat op geen van de richtingen een zodanige wachttijd ontstaat dat maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast zijn er nog optimalisatiemogelijkheden aanwezig door bijv. aanleg van een linksafopstelstrook in de middenberm uit de richting Van Beethovensingel. Voor het aantal uitrijders van het parkeerterrein aan de overzijde is in de berekeningen een aanname gedaan. Toevoegen van het verkeer van de ontwikkeling leidt in het planjaar niet tot problemen. Zowel in de ochtend- als avondspits liggen de wachttijden op de maatgevende richtingen op 0 seconden, cq. is sprake van een nagenoeg ongestoorde afwikkeling. Gelet op de relatief lage spitsuurintensiteiten in 2030 (zie bijlage), zal ontsluiting op de locatie, als die op voldoende afstand na de bocht vanaf de Westhavenkade wordt aangelegd -ook in combinatie met de nog te ontwikkelen 40 appartementen op de hoek- niet tot problemen leiden qua verkeersafwikkeling. blad 63 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Conclusie Met het plan wordt voorzien in de parkeerbehoefte voor zowel auto als fiets. Op de meeste omliggende wegvakken is sprake van een beperkte toename, die ruim past binnen de (capaciteitsgrenzen van) de functionele classificatie van die wegen. Het aspect mobiliteit vormt hiermee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
blad 64 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen Het bestemmingsplan 'Museumkwartier' bestaat uit bestemmingen en regels. De bestemming van de gronden is geometrisch bepaald door middel van lijnen, coderingen en arceringen. In de bestemmingen zijn regels ten aanzien van het bouwen en het gebruik opgenomen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. In de toelichting worden de keuzes die zijn gemaakt bij het opstellen van de geometrische plaatsbepaling en de regels verantwoordt en verduidelijkt. Vervolgens wordt hierin de uitvoerbaarheid van het plan aangetoond.
5.2
Methodiek en ontwikkelingsstrategie In een bestemmingsplan kan worden gekozen voor een globale of een gedetailleerde wijze van bestemmen, of voor een tussenvorm. De bestemmingsplanmethodiek is afhankelijk van het soort plan (conserverend of ontwikkelingsgericht) en van hoeveel flexibiliteit er wenselijk is. Een gedetailleerd plan geeft veel rechtszekerheid, maar is vaak ook star. Een globaal plan is flexibel, maar geeft weer weinig rechtszekerheid. Het voorliggende bestemmingsplan moet de ontwikkelingen mogelijk maken uit het stedenbouwkundig plan. Aangezien het uiteindelijke eindbeeld nog niet vastligt (er zijn nog geen concrete bouwplannen) is gekozen voor een globale bestemmingsmethodiek. Dit betekent dat de stedenbouwkundige uitgangspunten als onderlegger zijn overgenomen en dat daaroverheen ruimere bestemmingen zijn gelegd. In het bestemmingsplan zijn hoofdzakelijk eindbestemmingen opgenomen. Dat zijn bestemmingen waarbij in principe – dat wil zeggen wanneer een bouwplan past binnen de bestemmingsplankaders – een directe bouwtitel geldt.
5.3
Opzet regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels Bestemmingsregels Algemene regels Overgangs- en slotregels Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan opgenomen regels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is in Artikel 1 Begrippen een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is Artikel 2 Wijze van meten opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan geïnterpreteerd moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In deze paragraaf zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Hierna wordt een artikelsgewijze toelichting gegeven. Artikel 3 Gemengd - 1
blad 65 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
De met 'Gemengd - 1' bestemde gronden zijn delen van het naastgelegen bouwplan van de transformatie van 35 woningen die met het 'Wijzigingsplan Museumkwartier' mogelijk worden gemaakt. Deze gronden vallen echter buiten het wijzigingsgebied. Op gronden van de bestemming 'Gemengd - 1' zijn woningen toegestaan, evenals functies zoals horeca, maatschappelijke voorzieningen, ambachtelijke bedrijvigheid, culturele voorzieningen en detailhandel. Er zijn tevens ondergeschikte doeleinden toegestaan zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden en nutsvoorzieningen. Artikel 4 Gemengd - 3 De bestemming 'Gemengd - 3' is opgenomen voor het bestaande gebouw in het plangebied. Binnen de bestemming zijn diverse functies mogelijk gemaakt voor het gebouw, zoals culturele en ontspannende voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening met daaraan ondergeschikt horeca, kantoren en detailhandel. Verder zijn in deze bestemming ondergeschikte doeleinden zoals voet- en fietspaden, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen mogelijk gemaakt. Artikel 6 Verkeer De verkeersbestemming is opgenomen ter plaatse van wegen en het parkeerterrein in het zuiden van het plangebied. Naast ontsluitingen zijn binnen deze bestemming ook voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en overige doeleinden zoals nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen toegestaan.
Artikel 7 Verkeer - Verblijfsgebied De bestemmings 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor het gebied waar hoofdzakelijk een verblijfsfunctie de primaire functie is. Nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken en water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding zijn tevens ook toegestaan. Artikel 8 Wonen De bestemming 'Wonen' is opgenomen ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen in het Museumkwartier. Er zijn maximaal 87 woningen toegestaan in het plangebied. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan. Naast woningen zijn overige doeleinden toegestaan zoals tuinen, groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en nutsvoorzieningen. Artikel 9 Waarde - Archeologie 1 en Artikel 10 Waarde - Archeologie 2 Voor de bescherming van de eventueel aanwezige archeologische waarden, is een dubbelbestemming opgenomen. Artikel 11 Waarde - Cultuurhistorie Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van het Beschermde Stadsgezicht. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkingsen wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
blad 66 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
5.4
Geometrisch bepaalde bestemmingen Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een topografische ondergrond gebruikt. Met behulp van lijnen, coderingen en arceringen is aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.
Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro, de Wabo of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.
blad 67 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
blad 68 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Museumkwartier Vlaardingen Gemeente Vlaardingen Projectnummer 0415387.100
Hoofdstuk 6
6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid De gronden uit het plangebied waar ontwikkelingen zullen plaatsvinden, zijn in eigendom bij de ontwikkelende partij. Tussen de gemeente en de ontwikkelende partij is een overeenkomst gesloten om het kostenverhaal te verzekeren. Hierdoor wordt het plan economisch haalbaar geacht.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Wettelijke procedure De bestemmingsplanprocedure is gevoerd conform de Wro, welke wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Er hebben overleggen plaatsgevonden en er is een informatieavond gehouden. Daarnaast zijn er zienswijzen ingediend, welke van een antwoord zijn voorzien. De Nota van zienswijzen is bijgevoegd in Bijlage 18 De zienswijzen staan de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.
6.2.2
Overleg ex. artikel 1.3.1. Bro Artikel 1.3.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De betrokken instanties worden in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. De reacties van deze instanties worden, indien daar aanleiding toe bestaat, in het plan worden verwerkt.
blad 69 van 69
Ruimte - Antea Nederland B.V.