CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting Rogplus 2023 versie 1 1 redacted

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2023Regionale Organisatie Gehandicaptenvoorzieningen (ROGplus)35.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voor de ontwikkeling van de aantallen cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis is per gemeente een scenario bepaald. Hierin is verwerkt dat de groei jaarlijks met een per gemeente verschillende factor afneemt. Hoe hoger de actuele groei, hoe sterker de afname van de groei in volgende jaren. Hier is voor gekozen, omdat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. Daarbij wijst Rogplus inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. Voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis geldt dat zowel de aantallen cliënten met een beschikking als de aantallen cliënten aan wie de voorziening is geleverd in 2021 in alle drie de gemeenten nagenoeg gelijk zijn gebleven. Ook de verzilveringsgraad laat hier dus geen opvallende ontwikkelingen zien. In de ontwerpbegroting 2023 gaat Rogplus daarom uit van stabiel blijvende aantallen cliënten voor de maatwerkvoorziening Schoon Huis. Mantelzorgers kunnen de algemene aanvullende voorziening (AAV) Schoon huis aanvragen.

Daarmee kunnen ze voor maximaal 104 uur per jaar hulp bij het huishouden krijgen voor een bedrag van € 7,50 per uur. In Maassluis wordt een inkomensgrens gehanteerd van 130% van het minimuminkomen. Voor Maassluis en Schiedam worden de budgetten voor de AAV gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die in 2020 gebruik hebben gemaakt van de AAV. Vlaardingen heeft de AAV in 2022 geherintroduceerd. De aantallen mantelzorgers worden hier gebaseerd op een opgave van de gemeente. Voor huishoudelijke hulp op basis van pgb wordt het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2022. Deze stand wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder per gemeente.

26

In het Regeerakkoord Rutte-4 is benoemd dat specifiek voor huishoudelijke hulp een ‘eerlijkere’ eigen bijdrage wenselijk is. Afschaffing van het abonnementstarief kan de groei van het beroep op huishoudelijk hulp op basis van de Wmo remmen. Omdat besluitvorming op dit onderwerp nog niet voorzien is, is in de ontwerpbegroting geen rekening gehouden met het effect van het afschaffen van het abonnementstarief op het beroep op huishoudelijke hulp.

Prijs Cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening Schoon Huis ontvangen jaarlijks gemiddeld 105 uur huishoudelijke hulp. De budgetten voor de algemene voorziening schoon huis worden in de ontwerpbegroting 2023 bepaald door per gemeente het aantal verwachte cliënten te vermenigvuldigen met 105 uur en met het in de overeenkomsten met de aanbieders opgenomen uurtarief. Dit uurtarief is ook van toepassing op de maatwerkvoorzieningen. In de contracten met de aanbieders is vastgelegd dat de uurtarieven jaarlijks opnieuw worden vastgesteld op basis van een kostprijsberekening gebaseerd op de AMvB reële prijs Wmo 2015. Voor 2022 is het in de verordening opgenomen uurtarief € 30,10. In de ontwerpbegroting wordt gerekend met het meest gebruikte uurtarief. Het uurtarief is ten opzichte van 2021 fors gestegen, omdat thuiszorgmedewerkers in 2020 en 2021 conform de CAO verschillende salarisverhogingen hebben gehad. Deze zijn vanaf 2022 verdisconteerd in het uurtarief. Voor 2023 en verder zijn de uurtarieven jaarlijks geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling, OVA) dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2020) van dit percentage is 3,87%7. Dit percentage is ook van toepassing op hulp bij het huishouden op basis van pgb.

Binnen de begroting voor de algemene voorziening schoon huis is een budget gereserveerd voor de was- en strijkservice. Dit budget is gebaseerd op de werkelijke bestedingen voor de was- en strijkservice in 2021, geïndexeerd met de consumentenprijsindex alle bestedingen. Ook is in de ontwerpbegroting een bedrag opgenomen voor huishoudelijke hulp in hospice ‘De Margriet’ in Vlaardingen. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Schoon Huis

Totaal Schoon Huis

7

Onderdeel Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen Aanvullende algemene voorziening pgb Overhead

Werkelijk 2021 16.023.510 1.516.565 25.815 137.000 1.734.736 19.437.626

Begroot Pr. 2022 21.720.100 2.803.100 83.500 229.000 1.840.500 26.676.200

Begroot Gew. 2022 20.178.400 1.668.200 83.000 151.100 1.730.000 23.810.700

Begroot 2023 21.833.200 1.732.800 86.200 157.100 1.755.800 25.565.100

https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten

27

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Schoon Huis

Onderdeel Algemene voorziening Schoon Huis Maatwerkvoorzieningen Aanvullende algemene voorziening pgb Overhead

Totaal Schoon Huis

2023 21.833.200 1.732.800 86.200 157.100 1.755.800 25.565.100

2024 L 23.472.100 1.799.900 89.500 163.200 1.789.100 27.313.800

2025 L 24.974.000 1.869.600 92.900 169.900 1.823.100 28.929.500

2026 L 26.392.200 1.942.000 96.500 176.900 1.857.700 30.465.300

2027 L 27.678.300 2.017.100 100.200 184.600 1.893.000 31.873.200

Risico’s • Er worden meer indicaties voor de Algemene Voorziening Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere indicaties voor Maatwerkvoorzieningen Schoon Huis afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Schoon Huis verzilverd dan voorzien • Loonontwikkelingen Cao VVT die rechtstreeks invloed hebben op de AMvB ‘reële prijs Wmo 2015’ en dat resulteert in een hogere prijsindex dan voorzien 3.2.5

Meedoen in de Stad

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad zijn de kosten begroot voor de ondersteuning bij het sociaal en persoonlijk functioneren van cliënten met matige of zware beperkingen op het terrein van: • sociale redzaamheid; • maatschappelijke participatie; • psychosociaal functioneren; • psychosociaal welbevinden en/of; • mentaal functioneren. Onder meer de volgende vormen van begeleiding worden aangeboden: • Individuele begeleiding. Individuele begeleiding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. • Dagbesteding. Dagbesteding wordt verstrekt voor het behouden dan wel bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij in zijn eigen leefomgeving kan blijven en verwaarlozing wordt voorkomen. Dagbesteding kan ook als respijtzorg (ontlasting van mantelzorgers) worden ingezet. • Logeren (kortdurend verblijf). Het zwaartepunt van deze maatwerkvoorziening ligt op logeren met als doel het overnemen van het permanente toezicht op de cliënt ter ontlasting van de gebruikelijke verzorger of mantelzorger. Ook voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 nieuwe contracten ingegaan.

Hierin is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – niet-ouderen). Beide contracten zijn in 2020 ingegaan. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen.

28

Uitgangspunten

Aantallen Rogplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van begeleiding van cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen). Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De ontwerpbegroting 2023 wordt op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Begeleiding binnen het genoemde contract is een vorm van Zorg in Natura. In 2021 heeft het nieuwe contract geen significante invloed op de vraag naar begeleiding op basis van een pgb. Aangenomen wordt dat dit in 2022 en verder ook niet zal gebeuren. Stroomopwaarts is in 2022 gestart met een intensief traject waarin voor alle bijstandsgerechtigden met grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt bekeken hoe zij het beste kunnen participeren in de maatschappij. Dit traject kan leiden tot een groei van het beroep op begeleiding en dagbesteding op basis van de Wmo, maar of en, zo ja, in welke mate dit gebeurt en effect heeft op de kosten is momenteel nog onduidelijk. In de ontwerpbegroting wordt daarom hiermee nog geen rekening mee gehouden. Wel blijft Rogplus in overleg met Stroomopwaarts, onder meer om het financieel effect van de (mogelijke) instroom in de Wmo te kaderen.

In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. In 2022 is besloten deze contracten vanaf 2023 met in ieder geval een jaar te verlengen. Het gebruik over 2021 wordt als basis gebruikt voor de berekening van de uitgaven over 2022 en verder, waarbij is aangenomen dat de groei van het beroep op Meedoen in de Stad – ouderen de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente volgt. Omdat begeleiding op basis van pgb zowel betrekking heeft op ouderdomsgerelateerde klachten als op niet-ouderdomsgerelateerde klachten is hier de groei gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder.

Prijs Meedoen in de stad – niet-ouderen wordt gefinancierd op basis van populatiebekostiging. De contractafspraken hierover worden overgenomen in de ontwerpbegroting 2023. Daarbij wordt rekening gehouden met de oproep van het ministerie van VWS, de werkgevers in en de VNG om de looncomponent in de tarieven voor Wmo-ondersteuning (en jeugdhulp) per 1 januari 2022 te verhogen met 1,13 %8. Voor Meedoen in de stad - ouderen en begeleiding op basis van pgb geldt dat in de ontwerpbegroting 2023 de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2022) van dit percentage is 3,87%. Voor Meedoen in de

8

Voor de overige begrotingsonderdelen geldt dat de ophoging van 1,13% is verwerkt in het gehanteerde prijsindexcijfer of is verrekend in het nieuw bepaalde uurtarief. Daarom is daar deze ophoging niet expliciet benoemd.

29

Stad – ouderen is dit ook zo vastgelegd in de (verlengde) contracten met de zorgaanbieders. Bij verlenging zijn verschillende contractvoorwaarden geactualiseerd. Hiermee is rekening gehouden in de ontwerpbegroting. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad

Onderdeel Meedoen in de Stad - niet ouderen Meedoen in de Stad - ouderen pgb Overhead

Totaal Meedoen in de Stad

Werkelijk 2021 9.360.450 1.615.031 1.895.000 1.193.016 14.063.498

Begroot Pr. 2022 9.589.200 2.940.000 2.548.000 1.242.400 16.319.600

Begroot Gew. 2022 9.589.200 1.695.400 1.973.900 1.038.800 14.297.300

Begroot 2023 9.495.900 1.803.600 2.051.300 910.900 14.261.700

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad

Onderdeel Meedoen in de Stad - niet ouderen Meedoen in de Stad - ouderen pgb Overhead

Totaal Meedoen in de Stad

2023 9.495.900 1.803.600 2.051.300 910.900 14.261.700

2024 L 9.224.900 1.887.200 2.131.200 928.300 14.171.600

2025 L 9.236.200 1.974.500 2.218.300 945.900 14.374.900

2026 L 9.248.100 2.066.900 2.309.300 963.900 14.588.200

2027 L 9.260.400 2.164.700 2.409.300 982.100 14.816.500

Risico’s • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden (gemiddeld) zwaardere en duurdere indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen afgegeven dan voorzien • Er worden meer indicaties voor Meedoen in de Stad – Ouderen verzilverd dan voorzien • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op begeleiding op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien. 3.2.6

Geclusterd Wonen

Omschrijving Verschillende zorgaanbieders hebben in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmo-ondersteuning in de vorm van Geclusterd Wonen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Sinds 2020 begroot Rogplus de kosten van Geclusterd Wonen in een apart begrotingsonderdeel. Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) • Schiedam: PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), Wonen en Begeleiden (Enver)

30

Uitgangspunten

Aantallen Per initiatief voor Geclusterd Wonen is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. Ook is in de ontwerpbegroting geanticipeerd op de realisatie van 70 nieuwe plekken Geclusterd Wonen in Schiedam in 2025. De berekening van de ontwikkeling van de aantallen cliënten wordt gebaseerd op de stand van de aantallen cliënten aan het begin van 2022.

Prijs Met Argos zijn recent prijsafspraken gemaakt voor Vertrouwd & Zeker voor 2022 en verder. De actuele prijzen worden toegepast in de ontwerpbegroting 2023. Voor alle vormen van Geclusterd Wonen wordt aangenomen dat de tarieven jaarlijks worden geïndexeerd met het (laatste bekende) prijsindexcijfer personele kosten dat bepaald wordt door de Nza (Nederlandse Zorgautoriteit). De actuele stand (2022) van dit percentage is 3,87%. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Geclusterd wonen Totaal Geclusterd wonen

Onderdeel Geclusterd wonen

Werkelijk 2021 2.095.218 2.095.218

Begroot Pr. 2022 2.722.800 2.722.800

Begroot Gew. 2022 2.157.000 2.157.000

Begroot 2023 2.175.800 2.175.800

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Geclusterd wonen Totaal Geclusterd wonen

Onderdeel Geclusterd wonen

2023 2.175.800 2.175.800

2024 L 2.195.200 2.195.200

2025 L 2.215.400 2.215.400

2026 L 2.387.600 2.387.600

2027 L 2.560.600 2.560.600

Risico’s •

De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien.

3.2.7

Regeling tegemoetkoming meerkosten

Omschrijving Rogplus voert voor de MVS-gemeenten de regeling tegemoetkoming meerkosten uit. De regeling kan worden gezien als een compensatie van de afschaffing van de rijksregelingen Wet tegemoetkoming chronische zieken en gehandicapten (Wtcg) en Compensatie Eigen Risico (CER). In de Verordening maatschappelijke ondersteuning MVS en in het Besluit en de Beleidsregels zijn de regels vastgelegd waarmee inwoners in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming. De regeling voor inwoners met een laag inkomen bestaat uit de volgende twee componenten: 1. Tegemoetkoming in verband met aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen.

31

2.

Tegemoetkoming bij aannemelijke meerkosten ten gevolge van beperkingen, chronische, psychische of psychosociale problemen wanneer de cliënt het volledige eigen risico op grond van de zorgverzekeringswet heeft betaald in het kalenderjaar.

Vlaardingen heeft in 2020 besloten dat de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten met ingang van 2022 vervalt. Voor Vlaardingen zijn daarom geen kosten voor deze regeling begroot. Uitgangspunten

Aantallen Maassluis en Schiedam kennen de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. Inwoners met hoge zorgkosten en een laag inkomen kunnen een tegemoetkoming aanvragen. Er bestaan twee varianten van de regeling: LI (Langdurige Indicatie) en ER (Eigen Risico). Maassluis hanteert een inkomensgrens van 130% van het minimuminkomen en een tegemoetkoming van € 200 per variant van de regeling. In Schiedam is de inkomensgrens 120% en de hoogte van de tegemoetkoming € 100. Vlaardingen heeft de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten met ingang van 2022 afgeschaft. In de ontwerpbegroting 2023 worden voor Maassluis en Schiedam de aantallen (toegekende) aanvragen gebaseerd op het (verwachte) aantal aanvragen over 2021. Meerjarig wordt de groei van het aantal aanvragen gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door het Kenniscentrum MVS.

Prijs In Maassluis is de tegemoetkoming voor beide varianten van de regeling € 200 is. In Schiedam is dit € 100 per variant. In de ontwerpbegroting zijn geen wijzigingen in dit tarief voorzien. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Onderdeel Tegemoetkoming meerkn Tegemoetkoming meerkosten Totaal Tegemoetkoming meerkn

Werkelijk Begroot Begroot 2021 Primair 2022 Gewijzigd 2022 542.800 360.300 360.300 542.800 360.300 360.300

Begroot 2023 363.000 363.000

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Onderdeel Tegemoetkoming meerkn Tegemoetkoming meerkosten Totaal Tegemoetkoming meerkn

2023 363.000 363.000

2024 L 366.000 366.000

2025 L 368.400 368.400

2026 L 371.900 371.900

2027 L 375.200 375.200

Risico’s • Meer mensen doen een beroep op de regeling tegemoetkoming meerkosten dan voorzien.

32

3.2.8

Projecten en innovatie

Omschrijving Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en innovatie zijn onder meer de kosten begroot van budgetten die Rogplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo. Ook de bijdragen van de gemeenten aan de Regiovisie Ouderenzorg worden gedekt uit dit budget. Rogplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie te organiseren en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn tot een terugverdieneffect leiden. Recente voorbeelden, zoals Fief en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten de transformatie succesvol ondersteunen. In 2023 worden onder meer de kosten van de pilot Powerful Ageing en de pilot Adviesgesprekken gedekt uit de middelen voor innovatie. Uitgangspunten

Aantallen De budgetten binnen dit begrotingsonderdeel zijn niet geïndexeerd voor aantallen.

Prijs De budgetten zijn geïndexeerd met het prijsindexcijfer personele kosten van de NZa. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Projecten en innovatie

Onderdeel Projecten Herindicaties Innovaties Totaal Projecten en innovatie

Werkelijk Begroot Begroot 2021 Primair 2022 Gewijzigd 2022 49.397 220.500 220.500 33.489 168.200 168.200 168.405 262.800 262.800 251.291 651.500 651.500

Begroot 2023 226.400 172.700 269.800 668.900

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Projecten en innovatie

Onderdeel Projecten Herindicaties Innovaties Totaal Projecten en innovatie

3.2.9

2023 226.400 172.700 269.800 668.900

2024 L 232.600 177.400 277.100 687.100

2025 L 238.900 182.200 284.600 705.700

2026 L 245.400 187.200 292.300 724.900

2027 L 245.400 187.200 292.300 724.900

Preventie

Omschrijving Al langere tijd is de rol van onze consulenten van Rogplus veranderd. In het kader van de transformatie hebben de consulenten ‘de kanteling’ in hun werk toegepast en zijn breder gaan kijken naar de individuele situatie van de hulpvrager. Maar ook zetten we meer in op preventie en daarmee het uitstellen of voorkomen van een ondersteunings- en of

33

zorgvraag. Om de inzet van Rogplus op het gebied van preventie ook in de begroting inzichtelijk te maken introduceert Rogplus in de begroting 2023 het begrotingsonderdeel ‘Preventie’. De budgetten in dit begrotingsonderdeel maakten voorheen deel uit van de directe overhead in de overige begrotingsonderdelen in het programma Wmo. Rogplus heeft verschillende kanalen voor preventie. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. Meer en meer laat Rogplus zich leiden door de principes van positieve gezondheid. In de adviesgesprekken met inwoners met een hulpvraag verkennen de consulenten van Rogplus wat er nodig is om betekenisvol te leven en wat bijdraagt in het leven van de hulpvrager aan een groter gevoel van eigenwaarde. Ook gaat de consulent in op leefstijl, gezondheid en zingeving. De consulenten draaien ook volop mee in de wijkteams waar zij in samenwerking met verschillende partners complexe casussen multidisciplinair aanvliegen, maar ook vraagstukken van inwoners verbinden en met afstemmen met het informele – en voorliggend veld. Daarnaast zijn de consulenten van Rogplus hier in het kader van de Wmo, de vraagbaak en sparringpartner voor de collega’s in de wijkteams.

Uitgangspunten De helft van de personeelslasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams, alle personeelslasten ten behoeve van Fief en een werkbudget voor Fief zijn toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Preventie

Onderdeel Wijkteams Fief

Werkelijk 2021

Totaal Preventie

Begroot Pr. 2022

Begroot Gew. 2022

0 0 0

0 0 0

2024 L 279.200 140.000 419.200

2025 L 284.500 142.800 427.300

0 0 0

Begroot 2023 273.900 137.400 411.300

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Preventie Totaal Preventie

Onderdeel Wijkteams Fief

2023 273.900 137.400 411.300

2026 L 289.900 145.400 435.300

2027 L 295.400 148.200 443.600

3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo Omschrijving De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. • Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling,

34

•

•

elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk. Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

Uitgangspunten De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: •

Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OV-tarieven, zoals afgegeven door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). Voor 2022 is het opstaptarief € 1,01 per persoon en het kilometertarief € 0,155 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,31 per kilometer voor ritten daar buiten. Voor 2023 en verder is aangenomen dat deze tarieven jaarlijks toenemen met het genoemde percentage voor de NEA-index.

•

Eigen bijdragen: Cliënten betalen het abonnementstarief wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk voor de eigen bijdrage. Verschillende gemeenten hebben kritiek geuit op het abonnementstarief en willen een terugkeer naar een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Deze wens is ook opgenomen in het Regeerakkoord Rutte-4. Omdat hier nog geen besluitvorming op plaats heeft gevonden, is in de ontwerpbegroting 2023 aangenomen dat het abonnementstarief van toepassing blijft. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2021. De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten in 2022 voor Schoon Huis stijgt zoals beschreven en voor de overige voorzieningen gelijk blijft aan 2021 en vanaf 2023 jaarlijks weer groeit. Deze groei wordt in de ontwerpbegroting gebaseerd op de verwachte groei van het aantal inwoners van 40 jaar en ouder, zoals afgegeven door het Kenniscentrum MVS.

•

Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. De ontwikkeling van de inkomsten uit bijdragen

35

voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis volgt de ontwikkeling van de kosten. •

Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten uit bijdragen van cliënten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten.

Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Inkomsten Wmo

Onderdeel Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

Totaal Inkomsten Wmo

Werkelijk 2021 -381.953 -1.363.253 -5.304 -43.616.317 -45.366.827

Begroot Pr. 2022 -627.900 -1.564.700 -19.600 -56.344.900 -58.557.100

Begroot Gew. 2022 -482.100 -1.402.800 -19.600 -49.839.600 -51.744.100

Begroot 2023 -598.600 -1.481.300 -19.600 -52.569.400 -54.668.900

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Inkomsten Wmo

Totaal Inkomsten Wmo

3.3

Onderdeel Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

2023 -598.600 -1.481.300 -19.600 -52.569.400 -54.668.900

2024 L -633.400 -1.550.500 -19.600 -54.308.200 -56.511.700

2025 L -669.900 -1.607.900 -19.600 -56.586.900 -58.884.300

2026 L -708.700 -1.628.800 -19.600 -58.872.600 -61.229.700

2027 L -749.500 -1.642.700 -19.600 -61.237.700 -63.649.500

Programma Beschermd Wonen

Omschrijving Beschermd Wonen wordt geboden als er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen kan als Zorg in Natura worden aangeboden of door de cliënten via een pgb worden ingekocht. De centrumgemeente Vlaardingen is materieel verantwoordelijk voor deze vorm van ondersteuning. In de Wmo 2015 is Beschermd Wonen als maatwerkvoorziening opgenomen naast de voorzieningen voor maatschappelijke opvang. In de Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning Maassluis, Vlaardingen en Schiedam 2015 is onder artikel 2.7.1 het volgende opgenomen: Beschermd Wonen wordt slechts geboden indien er voor een meerderjarige cliënt met psychische of psychosociale problematiek een noodzaak is voor verblijf in een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding en de cliënt niet in staat is zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen is bedoeld voor cliënten met de volgende kenmerken: • een gediagnosticeerde psychiatrische stoornis;

36

• • •

niet in staat om zelfstandig te wonen, onder meer door het ontbreken van daarvoor vereiste vaardigheden of remmingen; noodzaak tot permanent toezicht, onder meer door het ontbreken van vermogen om te beoordelen of er zorg nodig is; geen noodzaak tot opname in een behandelingsinstelling (zorgverzekeringswet) vanwege hun stoornis.

De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. De centrumregeling wordt vanaf 2024 in tien gelijke stappen afgebouwd. Dit betekent dat vanaf 2024 een deel van de kosten en inkomsten voor Beschermd Wonen (inclusief overhead) wordt toegerekend aan Maassluis en Schiedam. Uitgangspunten

Aantallen Door een stelselwijziging is eind 2020 en begin 2021 een aanzienlijk deel van de cliënten met Beschermd Wonen op basis van de Wmo overgegaan naar de Wlz. Per cliënt heeft het CIZ bepaald of een cliënt toegang bleef houden tot de Wmo of overging naar de Wlz. De stelselwijziging geldt zowel voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van een pgb. In de MVSgemeenten is als gevolg van de stelselwijziging het aantal cliënten dat op basis van de Wmo gebruik maakt van Beschermd Wonen met meer dan 60% afgenomen. In 2021 is een inkooptraject voor Beschermd Wonen doorlopen. Met ingang van 2022 zijn de nieuwe contracten met negen aanbieders van beschermd wonen van toepassing. Met deze aanbesteding is het aanbod van Beschermd Wonen als Zorg in Natura dusdanig verbreed dat een verplaatsing wordt voorzien van Beschermd Wonen op basis van pgb naar Beschermd Wonen als Zorg in Natura. Sinds eind 2021 worden geen cliënten meer geplaatst bij twee aanbieders van Beschermd Wonen op basis van pgb, waarvan de toezichthouder vast heeft gesteld dat de geleverde zorg van onvoldoende kwaliteit was. Voor het grootste deel van de betrokken cliënten is een alternatief in de vorm van Zorg in Natura gevonden. Ook met deze verplaatsing van cliënten van pgb naar Zorg in Natura is rekening gehouden in de ontwerpbegroting 2023.

Om (voormalige) cliënten van deze twee aanbieders te kunnen huisvesten, heeft Rogplus eind 2021 twee locaties gehuurd die voor Beschermd Wonen geschikt zijn gemaakt. Verschillende aanbieders verzorgen de begeleiding op deze locaties. De huur van deze locaties is tijdelijk. In de ontwerpbegroting 2023 is daarom niet voorzien dat Rogplus op structurele basis panden huurt voor Beschermd Wonen. Wel is voorzien dat de locaties die nu door Rogplus worden gehuurd door zorgaanbieders worden beheerd. De uitstroom van cliënten Beschermd Wonen wordt gehinderd door het beperkte aantal voor de cliënten geschikte woningen. Omdat niet alleen weinig plaatsen vrij komen, maar ook geen nieuwe plaatsen en nieuwe locaties worden gecreëerd, bestaan wachtlijsten voorj Beschermd Wonen. Rogplus en de MVS-gemeenten werken aan een actieplan om op korte termijn de wachtlijsten weg te werken en op lange termijn balans te houden tussen het

37

beroep op Bescherm Wonen en de daarvoor beschikbare plaatsen. In de begroting is geanticipeerd op de uitvoering van dit actieplan. Omdat er, ondanks dat de beschikbare plekken bezet zijn, wel een toenemende behoefte is aan Beschermd Wonen, ontvangen cliënten die in aanmerking komen voor Beschermd Wonen, maar waarvoor geen plek is, begeleiding vanuit het budget voor Beschermd Wonen. De ontwerpbegroting 2023 houdt daarom wel rekening met een beperkte instroom van nieuwe cliënten. Uitgangspunt daarbij zijn de aantallen cliënten (totaal Zorg in Natura en pgb) dat begin 2022 Beschermd Wonen ontvangt. Een landelijk ingegeven financiële ontwikkeling is de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De ingang van de aanpassingen stond voor 2022 gepland, maar is naar 2024 verschoven. In de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel bij beschermd wonen geldt als uitgangspunt voor de woonplaats de gemeente waar de cliënt onmiddellijk voorafgaande aan één of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de cliënt vandaan komt blijft dus verantwoordelijk voor de cliënt en voor de kosten van de hulp aan deze cliënt. Door de wijziging zal in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk worden voor de zorg. Op basis van de huidige inzichten, zijn vooralsnog geen significante wijzigingen in de aantallen cliënten beschermd wonen voorzien.

Daarom wordt in de ontwerpbegroting 2023 geen rekening met een financieel effect als gevolg van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Rogplus volgt de ontwikkelingen nauwlettend en zal als dat nodig is wijzigingen initiëren.

Prijs Tegelijkertijd met de hiervoor genoemde stelselwijziging is de methode voor tariefstelling voor Beschermd Wonen gewijzigd. Sinds 2021 wordt per cliënt bepaald welke ‘bouwstenen’ hij binnen zijn indicatie ontvangt. De bouwstenen die kunnen worden afgegeven zijn: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

Wonen 24-uurs toezicht in nabijheid 24 uurs toezicht op locatie Individuele begeleiding: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Dagbesteding: afhankelijk van de noodzaak tot 1-9 dagdelen per week Vervoer van en naar de dagbesteding Persoonlijke verzorging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Verpleging: afhankelijk van de noodzaak in uren per week Waakvlam: alleen voor plaatsing op een wachtlijst beschermd wonen Gebruik gezamenlijke ruimte

Aan elke bouwsteen is een contractueel vastgelegd tarief gekoppeld. De invoering van het bouwstenenmodel en de stelselwijziging (cliënten die in de Wmo zijn gebleven ontvangen gemiddeld minder complexe zorg en hulp) hebben tot lagere gemiddelde kosten per cliënt geleid.

38

In de ontwerpbegroting 2023 wordt uitgegaan van de gemiddelde kosten per cliënt begin 2022. De kosten voor Beschermd Wonen worden jaarlijks geïndexeerd met de Nza-index voor personele kosten. Voor 2022 is dit percentage 3,87%. Dit percentage wordt zowel toegepast op Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als op Beschermd Wonen op basis van een pgb. Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2021 geïnde eigen bijdragen. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Beschermd Wonen

Onderdeel Zorg in natura pgb Overhead

Beschermd Wonen

Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten

Werkelijk 2021 6.789.186 1.387.000 199.400 8.375.586 -361.069 -8.014.517 -8.375.586

Begroot Pr. 2022 9.235.400 1.724.300 186.700 11.146.400 -763.100 -10.383.300 -11.146.400

Begroot Gew. 2022 8.623.200 1.440.700 370.300 10.434.200 -375.000 -10.059.200 -10.434.200

Begroot 2023 8.956.900 1.496.500 436.100 10.889.500 -389.500 -10.500.000 -10.889.500

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Beschermd Wonen

Onderdeel Zorg in natura pgb Overhead

Beschermd Wonen

Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten

2023 8.956.900 1.496.500 436.100 10.889.500 -389.500 -10.500.000 -10.889.500

2024 L 9.303.600 1.554.400 444.300 11.302.300 -404.700 -10.897.600 -11.302.300

2025 L 9.663.700 1.614.500 452.800 11.731.000 -420.400 -11.310.600 -11.731.000

2026 L 10.037.700 1.677.000 461.400 12.176.100 -436.700 -11.739.400 -12.176.100

2027 L 10.426.200 1.741.900 470.100 12.638.200 -453.600 -12.184.600 -12.638.200

Risico’s • Het aantal cliënten Beschermd wonen stijgt meer dan voorzien; • Meer cliënten dan voorzien doen een beroep op beschermd wonen op basis van pgb • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.4

Programma Jeugdhulp

Omschrijving Op 11 november 2020 hebben de MVS-gemeenten besloten om gezamenlijk het MVS Jeugdmodel te realiseren. Met dit model willen gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp en beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp. Voor veel gemeenten, waaronder ook de MVS- gemeenten, vormen de stijgende jeugdhulp kosten een probleem. Belangrijke sleutels hierbij zijn: meer

39

mogelijkheden benutten om begeleiding, bijvoorbeeld door vrijwillige inzet, aan te bieden in het normale leven of te voorkomen (geen onnodig dure jeugdhulp), jeugdhulp slimmer organiseren en meer aan elkaar verbinden wat er al is (effectieve inzet van de beschikbare middelen) en een andere wijze van inkopen (vast bedrag, sturing en verantwoording ingericht op wat nodig is, minder bureaucratie). Het verkorten en tegengaan van wachtlijsten is voor de drie gemeenten essentieel. Een betere en beheersbare jeugdhulp willen de gemeenten realiseren door binnen de jeugdhulp beter samen te werken door het ontwikkelen van gezamenlijke werkwijzen door de schotten van organisaties heen waardoor daadwerkelijk het kind en de benodigde oplossing centraal staan en waarin de oplossing/ondersteuning zoveel mogelijk plaatsvindt in het normale leven. De verandering ten opzichte van nu betekent dat een netwerk van professionals en inwoners vanuit het belang van kind en gezin gaat handelen. Ten tweede willen gemeenten dit realiseren door een andere wijze van inkopen, via taakgerichte populatiebekostiging. Het MVS Jeugdmodel is gebaseerd op zeven lijnen van transformatiestrategie om de doelen te realiseren. Uit het koersdocument MVS Jeugdmodel: 1. Leidende principes.

De zes leidende principes verwoorden onze gezamenlijke visie en zijn het vertrekpunt voor het werken vanuit een gezamenlijke taal en werkwijze. 2. Gezamenlijke doelen. De doelencirkel beschrijft vooral de ontwikkelrichting die we voor ieder kind essentieel vinden. Per individu is het zaak om te bezien wat realistisch doelen zijn om te kunnen bereiken. Er is geen absolute norm; het is geen doel op zich. Onze doelen zijn vooral positief geformuleerd. Ze gaan niet over aandoeningen, gebreken of tekortkomingen maar over het potentieel van elk van onze kinderen. 3. Situationeel en netwerkgericht handelen. We willen dat elke professional netwerkgericht en situationeel handelt en haar/hem in de juiste positie brengen om gezamenlijk te doen wat nodig is voor onze kinderen, jongeren en hun ouders en opvoeders. Of deze nu als buurtsportcoach werkt, als leraar, als praktijkondersteuning huisarts (POH-er) of in de wijkteams of bij andere organisaties. 4. Dialoog als communicatieprincipe. We dagen onszelf en de ander uit om te bezien wat het beste is voor onze kinderen en daarover met elkaar een open dialoog te voeren, juist als we vanuit andere perspectieven naar de wereld kijken. Een GGZpsycholoog kijkt anders naar kinderen, dan een leerkracht, pastor, sportcoach, politieagent of ouder. Elk van de perspectieven is van waarde.

We dienen met elkaar te bepalen wat voor welke jeugdige in welke situatie het beste is. Dit is niet alleen een dialoog tussen professionals, maar ook een maatschappelijk debat over wanneer en waarom we wel of niet jeugdhulp willen inzetten. 5. De kracht van de mensen achter het MVS Jeugdmodel. Essentieel in jeugdhulp is de vertrouwensrelatie tussen het kind, het gezin en de (informele) hulpverlener. Er dient meer aandacht te komen voor professionals en vrijwilligers en minder nadruk op organisaties. De mensen achter het model dienen de ruimte te krijgen om met elkaar netwerken te smeden in en rondom jeugdigen en hun gezinnen om ‘elk kind een goede start en toekomst te geven’ en de tijd om dit met elkaar te kunnen

40

leren. Alleen dan zullen we een interessante werkgever blijven voor schaars wordende jeugdhulpprofessionals. 6. Sturing op de randvoorwaarden voor het MVS Jeugdmodel. We, en zeker de drie gemeenten, moeten de randvoorwaarden creëren om integraal, systeemgericht en situationeel te kunnen handelen. Dit vraagt om andere wijze van financieren, contracteren, organiseren en om samen leren op een niet-bureaucratische manier 7. Leiderschap en boegbeeldfunctie. Transformeren is altijd een leiderschapsvraag. Onze professionals moeten kunnen rekenen op de steun van hun managers en bestuurders om de andere manier van werken te mogen ontwikkelen en daarin te mogen leren. En het vraagt om consistente aansturing. Van iedere professional vraagt het om persoonlijk leiderschap. De MVS-gemeenten werken daarnaast volgens bovenstaande strategie met alle stakeholders aan zes belangrijke bouwstenen van het MVS Jeugdmodel, zoals het onderwijs, de ondersteuners in de huisartsenpraktijk, de wijkteams en veiligheid om zo de hulp beter te organiseren. De MVS-gemeenten willen hiermee een solide zorgstelsel voor hun jeugdigen inrichten, zodat zoveel mogelijk eerder lichte zorg geboden kan worden en zwaardere zorg ingezet kan worden als dit nodig is. De MVS-gemeenten zijn verantwoordelijk voor een integraal en dekkend aanbod van jeugdhulp waarbij wordt voldaan aan de doelen van de Jeugdwet.

Zij laten de uitvoering hiervan integraal als één Opdracht door één Opdrachtnemer verrichten. Het MVS Jeugdmodel is hiervoor het kader. Deze opdracht gaat in per 1 januari 2023. Deze opdracht omvat alle vormen van jeugdhulp met uitzondering van de jeugdhulp die is gecontracteerd middels het LTA, de maatregelen in het kader van de jeugdbescherming en jeugdreclassering (waaronder jeugdhulp door de Gecertificeerde Instellingen), Veilig Thuis en jeugdhulpvervoer. Ook het jeugd- en gezinsdeel van het Wijkteam en het flexibel team maakt deel uit van de opdracht, net als jeugdhulp die wordt geboden in en in samenwerking met het Onderwijs en jeugdhulp die wordt geboden in huisartsenpraktijken in de vorm van praktijkondersteuners. De Opdracht bevat zowel zorg in natura (ZIN) als PGB. De MVS-gemeenten hebben bepaald dat met ingang van 2023 Rogplus de uitvoeringsorganisatie is voor de Jeugdhulpopdracht. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Rogplus neemt de budgetten hiervoor op in een nieuw begrotingsprogramma Jeugdhulp. Uitgangspunten De bekostiging van de Jeugdopdracht vindt plaats op basis van populatiebekostiging. Voor de uit de opdracht voortkomende zorgkosten neemt Rogplus in de ontwerpbegroting 2023 de in de aanbestedingsleidraad opgenomen opdrachtwaarde over.

De zorgkosten voor de opdracht zijn voorlopig bepaald op € 48.406.000. Dit bedrag kan nog worden herzien als gevolg van de toepassing van het woonplaatsbeginsel voor de Jeugdwet en actuele inzichten in de omvang van de uitgaven voor de jeugdzorg in de MVS-gemeenten.

41

Bovenop de kosten voor de te leveren jeugdzorg zijn de opstartkosten en transformatiekosten voor de opdracht bepaald op € 968.120. Deze worden in voor 75% in 2023 en voor 25% in 2024 opgenomen in de ontwerpbegroting. Het budget voor de zorgkosten wordt gedurende de uitvoering van de opdracht jaarlijks, voor het eerst in 2024, geïndexeerd conform de volgende verdeling en prijsindexcijfers: • 70% personele kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer personele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit9 • 20% materiële kosten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer materiele kosten van de Nederlandse Zorgautoriteit10 • 10% kapitaallasten, conform het jaarlijkse prijsindexcijfer kapitaallasten van de Nederlandse Zorgautoriteit11 De samengestelde index heeft een voorlopig karakter en wordt later definitief vastgesteld. Op basis van de actuele waarden is de toe te passen index 3,22%. In de ontwerpbegroting rekent Rogplus met dit percentage. Op de betaling aan het consortium worden de bestedingen aan Jeugdhulp via pgb in mindering worden gebracht. In de ontwerpbegroting 2023 neemt Rogplus daarom de budgetten voor Jeugdhulp via pgb apart op. De hoogte van dit budget wordt bepaald op basis van de uitgaven over 2021 voor Jeugdhulp via pgb en een analyse van het (pgb-) cliëntenbestand in 2022.

Meerjarig wordt hetzelfde prijsindexpercentage op de pgbbudgetten toegepast als dat op de Jeugdopdracht van toepassing is. In de ontwerpbegroting wordt aangenomen dat het aantal pgb-cliënten in 2024 en verder gelijk blijft op de stand van 2023. Er wordt daarom geen index toegepast op de aantallen pgbcliënten. De jeugdhulpopdracht kent een overgangsregeling op basis waarvan jeugdigen tot uiterlijk 1 juli 2023 zorg kunnen krijgen op basis van de huidige contracten. Ook de bestedingen voor jeugdhulp op basis van overgangsrechten en zorgcontinuïteit worden in mindering gebracht op de betaling aan het consortium. In de ontwerpbegroting 2023 neemt Rogplus een budget op voor deze kosten. De hoogte van dit budget wordt bepaald op basis van de uitgaven over 2021 en een analyse van het cliëntenbestand in 2022 en de looptijd van de verstrekte indicaties. De uitvoeringskosten voor de jeugdhulpopdracht worden in de ontwerpbegroting 2023 gebaseerd op het Organisatieplan UOJ. Rogplus neemt in de ontwerpbegroting 2023 geen budgetten op voor jeugdhulp die in 2023 en verder door de GR Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) blijft worden ingekocht en taken die door de GRJR blijven worden uitgevoerd.

Dit betreft jeugdhulp op basis van landelijke contracten (LTA), jeugdhulp door Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering), de subsidies aan JBRR en VTRR, de uitvoeringskosten van de GRJR en andere algemene posten in begroting GRJR. Rogplus blijft wel verantwoordelijk voor de backofficetaken voor de jeugdhulp die ook in 2023 en verder door de GRJR wordt

9

https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-ishet-prijsindexcijfer-materiele-kosten 11 https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-is-het-indexcijfervoor-de-kapitaallasten-awbz-wlz 10

42

ingekocht. Rogplus houdt in de formatie rekening met de uitvoering van deze backofficetaken. Rogplus neemt in de ontwerpbegroting 2023 ook geen budgetten op voor de betalingen aan de contractpartijen voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. Deze kosten worden begroot door de gemeenten. Wel begroot Rogplus de uitvoeringskosten voor de backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer. De lasten van de uitvoering van deze backofficetaken worden vanaf 2023 opgenomen in het begrotingsprogramma Jeugdhulp. Voorheen was dat het programma Overhead. In de ontwerpbegroting is verwerkt dat Rogplus met ingang van het schooljaar 2022/2023 ook voor de gemeente Vlaardingen de backofficetaken voor leerlingen- en jeugdhulpvervoer uit gaat voeren. Rogplus voert deze taken al langere tijd uit voor Maassluis en Schiedam. De ontwikkeling en verdeling van overheadkosten is nader beschreven in het hoofdstuk over het programma Overhead. De uitgaven in het programma Jeugdhulp worden volledig gedekt door bijdragen van de gemeenten, omdat voor jeugdzorg geen eigen bijdrage wordt geheven. Ten slotte: In het Regeerakkoord Rutte-4 staat onder meer dat vanaf 2024 mogelijk een eigen bijdrage voor de jeugdzorg wordt ingevoerd en dat mogelijk de behandelduur aan banden wordt gelegd. Ook moet gespecialiseerde jeugdzorg (waaronder jeugd-GGZ) centraler worden ingekocht.

Het nieuwe kabinet gaat excessieve winstuitkering door zorgaanbieders tegen door nadere voorwaarden aan winstuitkering te stellen. Op het moment van opstellen van de kadernota is nog onduidelijk op welke wijze en op welk moment het kabinet invulling wil geven aan deze plannen. In de ontwerpbegroting 2023 is daarom nog niet geanticipeerd op mogelijke maatregelen voortkomend uit het regeerakkoord. Begroting 2023 Baten/ Lasten Lasten

Onderdeel Jeugdhulpopdracht pgb en maatwerk Uitvoeringsorganisatie Jeugd Backoffice llv en jhv

Totaal Lasten Baten Bijdrage gemeenten Totaal Baten Totaal Jeugdhulp

Werkelijk 2021

Begroot Pr. 2022 0 0 0 0 0 0 0 0

Begroot Gew. 2022 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0

Begroot 2023 47.061.000 2.071.100 1.751.000 151.200 51.034.300 -51.034.300 -51.034.300 0

43

Meerjarenperspectief 2023-2027 Baten/ Lasten Lasten

Onderdeel Jeugdhulpopdracht pgb en maatwerk Uitvoeringsorganisatie Jeugd Backoffice llv en jhv

Totaal Lasten Baten Bijdrage gemeenten Totaal Baten Totaal Jeugdhulp

Begroot 2023 47.061.000 2.071.100 1.751.000 151.200 51.034.300 -51.034.300 -51.034.300 0

2024 L 48.069.100 2.137.600 1.610.200 154.200 51.971.100 -51.971.100 -51.971.100 0

2025 L 49.435.900 2.137.600 1.615.000 157.100 53.345.600 -53.345.600 -53.345.600 0

2026 L 51.096.600 2.137.600 1.646.500 160.100 55.040.800 -55.040.800 -55.040.800 0

2027 L 52.810.700 2.137.600 1.672.200 163.300 56.783.800 -56.783.800 -56.783.800 0

Risico’s • De opdrachtwaarde voor de Jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten valt hoger uit. 3.5

Programma Overhead

Uitgangspunten

Personeel De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie zijn in de ontwerpbegroting 2023 berekend op basis van alle opgedragen taken op het gebied van de Wmo, Beschermd Wonen, Jeugdwet, leerlingen- en jeugdhulpvervoer en applicatiebeheer van het cliëntvolgsysteem Rondom voor de wijkteams. Ook is rekening gehouden met de doelen volgend uit het strategisch plan Rogplus 2022-2025. In de ontwerpbegroting 2023 is de formatie gebaseerd op de formatie van Rogplus aan het begin van 2022 (inclusief vacatureruimte) en de in het Organisatieplan UOJ opgenomen formatie voor de (nieuwe) Jeugdwettaken. Ook is rekening gehouden met de invoering van programmamanagement. Ten opzichte van de begroting 2022 is de formatie uitgebreid in overeenstemming met het Organisatieplan uitgebreid met de nieuwe functies voor de UOJ. De voor 2023 begrote vaste formatie bedraagt 93,2 FTE en is als volgt verdeeld over de afdelingen van Rogplus:

Afdeling Directie en staf Bedrijfsvoering Uitvoering Totaal

Gew. Begroting 2022 Aantal FTE 12 10,2 38 32,4 53 43,8 103 86,4

Begroting 2023 Aantal FTE 14 12,4 43 37,0 53 43,8 110 93,2

In de loonkosten is rekening gehouden met de actuele cao-afspraken. In 2023 en verder zijn de loonkosten geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 1,9%.

Algemene kosten Rogplus is in het eerste kwartaal van 2021 verhuisd naar de nieuwe locatie op de Westlandseweg 1. De huisvestingskosten worden in de ontwerpbegroting 2023 gebaseerd

44

op het huurcontract. De huurkosten worden vanaf 2022 conform het huurcontract jaarlijks verhoogd met de jaarmutatie per november van de consumentenprijsindex alle huishoudens. Actueel is deze index 5,2%12. In 2021 heeft Rogplus een Europese aanbesteding voor telefonie en ICT-diensten voltooid. In de ontwerpbegroting 2023 worden de kosten voor telefonie en ICT gebaseerd op de contracten met de leveranciers voor telefonie- en ICT-diensten. Deze kosten worden conform contract niet geïndexeerd. Wel wordt in de begroting rekening gehouden met de investeringen in hard- en software die nodig zijn om te (blijven) voldoen aan de steeds scherpere eisen op het gebied van gegevensbescherming. De overige kosten worden begroot op basis van het kostenniveau 2021, gecorrigeerd voor corona-meerkosten, waarbij de budgetten worden geïndexeerd met het in de indexatiebrief van de MVS-gemeenten opgenomen percentage van 1,9%. De uitgaven voor het Programma Overhead worden gedekt door bijdragen van de gemeenten. Directe en indirecte overhead De personeelskosten van Wmo-consulenten, medewerkers frontoffice en pgb-consulenten zijn toegerekend aan begrotingsprogramma’s Wmo en Beschermd Wonen; de personeelskosten van de UOJ aan het begrotingsprogramma Jeugdhulp. De personeelskosten van al het overige personeel zijn begroot binnen het programma Overhead.

Binnen het programma Wmo worden de helft van de lasten van de medewerkers van Rogplus in de Wijkteams en de personeelslasten ten behoeve van Fief toegerekend aan het begrotingsonderdeel Preventie. Voor de overige begrotingsonderdelen binnen dit programma zijn de budgetten voor directe overhead bepaald op basis van een gewogen gemiddelde van de werkelijk gemaakte kosten 2021. Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Totaal

% 2023 9,6% 7,2% 4,2% 52,0% 27,0% 100,0%

Met ingang van de begrotingswijziging 2022 geeft Rogplus de uitvoeringskosten voor Beschermd Wonen niet langer weer op basis van een (verouderd) vast bedrag, maar op basis van een berekening van de feitelijke kosten. Hierdoor is in de begroting een toename van de overhead van het programma Beschermd Wonen te zien. Deze wordt gecompenseerd door een even grote afname van de overhead in het programma Wmo.

12

https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/83131NED

45

De kosten voor externe advisering, het budget voor personeel van derden en de overige personeelskosten worden naar rato van de verdeling van de personeelskosten over de programma’s verdeeld. De algemene kosten vallen onder het programma Overhead. Overhead totaal Begroting 2023 Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten Personeel derden Externe advisering Algemene kosten Kapitaallasten Totaal

Overhead Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Preventie Totaal Wmo Programma Beschermd Wonen Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen Programma Jeugdhulp Uitvoeringsorganisatie Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Totaal Jeugdhulp Programma Overhead Contractmanagement Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead Totaal Overhead Totaal

Werkelijk 2021 6.349.786 233.926 182.412 1.220.928 97.214 8.084.266

Begroot Begroot Primair 2022 Gewijzigd 2022 6.906.500 7.246.400 178.000 178.000 99.300 98.000 1.231.700 1.231.700 85.100 85.100 8.500.600 8.839.200

Begroot 2023 8.198.800 483.700 147.000 1.365.500 110.000 10.305.000

Werkelijk 2021

Begroot Primair 2022

Begroot Gewijzigd 2022

Begroot 2023

373.779 317.570 189.386 1.734.736 1.193.016 0 3.808.487

400.500 319.000 196.100 1.840.500 1.242.400 0 3.998.500

347.900 267.300 145.200 1.730.000 1.038.800 0 3.529.200

326.500 243.700 141.600 1.768.000 917.300 411.300 3.808.400

199.400 199.400

186.700 186.700

370.300 370.300

436.100 436.100

0 0 0

0 0 0

0 0 0

1.751.000 151.200 1.902.200

469.200 92.700 3.514.479 4.076.379 8.084.266

481.900 95.400 3.738.100 4.315.400 8.500.600

715.900 122.000 4.101.800 4.939.700 8.839.200

0 0 4.158.300 4.158.300 10.305.000

46

Overhead totaal Meerjarenperspectief 2023-2026 Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten Personeel derden Externe advisering Algemene kosten Kapitaallasten Totaal

Overhead Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Preventie Totaal Wmo Programma Beschermd Wonen Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen Programma Jeugdhulp Uitvoeringsorganisatie Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Totaal Jeugdhulp Programma Overhead Contractmanagement Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead Totaal Overhead Totaal

Begroot 2023 8.198.800 483.700 147.000 1.365.500 110.000 10.305.000

2024 L 8.224.600 448.100 149.800 1.393.800 110.000 10.326.300

2025 L 8.354.600 456.600 152.600 1.423.300 110.000 10.497.100

2026 L 8.513.300 465.300 155.500 1.454.000 110.000 10.698.100

2027 L 8.668.500 474.100 158.500 1.485.900 110.000 10.897.000

Begroot 2023

2024 L

2025 L

2026 L

2027 L

326.500 243.700 141.600 1.768.000 917.300 411.300 3.808.400

332.600 248.300 144.200 1.801.600 934.700 419.200 3.880.600

339.000 253.000 147.000 1.835.800 952.500 427.300 3.954.600

345.400 257.900 149.800 1.870.700 970.600 435.300 4.029.700

351.900 262.700 152.600 1.906.200 989.100 443.600 4.106.100

436.100 436.100

444.300 444.300

452.800 452.800

461.400 461.400

470.100 470.100

1.751.000 151.200 1.902.200

1.610.200 154.200 1.764.400

1.615.000 157.100 1.772.100

1.646.500 160.100 1.806.600

1.672.200 163.300 1.835.500

0 0 4.158.300 4.158.300 10.305.000

0 0 4.237.000 4.237.000 10.326.300

0 0 4.317.600 4.317.600 10.497.100

0 0 4.400.400 4.400.400 10.698.100

0 0 4.485.300 4.485.300 10.897.000

Werkelijk 2021 3.514.479 469.200 92.700 4.076.379 -4.076.379 -4.076.379 0

Begroot Pr. 2022 3.738.100 481.900 95.400 4.315.400 -4.315.400 -4.315.400 0

Begroot Gew. 2022 4.101.800 715.900 122.000 4.939.700 -4.939.700 -4.939.700 0

Begroot 2023 4.158.300 0 0 4.158.300 -4.158.300 -4.158.300 0

Begroot 2023 4.158.300 0 0 4.158.300 -4.158.300 -4.158.300 0

2024 L 4.236.900 0 0 4.236.900 -4.236.900 -4.236.900 0

2025 L 4.317.700 0 0 4.317.700 -4.317.700 -4.317.700 0

2026 L 4.400.500 0 0 4.400.500 -4.400.500 -4.400.500 0

Begroting 2023 Baten/ Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Overhead

Onderdeel Overhead Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV Bijdrage gemeenten

Meerjarenperspectief 2024-2027 Baten/ Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Overhead

Onderdeel Overhead Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV Bijdrage gemeenten

2027 L 4.485.300 0 0 4.485.300 -4.485.300 -4.485.300 0

47

3.6

Overzicht algemene dekkingsmiddelen

Rogplus kent geen algemene dekkingsmiddelen: • Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is. Rogplus heft geen lokale heffingen; • Algemene Uitkeringen. Er zijn door Rogplus geen rechtstreekse baten ontvangen uit het Gemeentefonds; • Dividend. Rogplus bezit geen aandelen en heeft daarom geen baten in de vorm van dividend ontvangen; • Saldo van de financieringsfunctie. Er is in 2021 geen beroep gedaan op de kapitaalmarkt. In 2022 en 2023 is dit ook niet voorzien; • Saldo compensabele btw en de uitkering uit het btw compensatiefonds. Rogplus heeft periodiek een opgave verstrekt aan de drie deelnemende gemeenten van de omzetbelasting die zij aan derden heeft betaald. De gemeenten kunnen, in de visie van het Ministerie, alleen de omzetbelasting op de apparaatskosten verhalen op het btw-compensatiefonds (BCF). Voor zover van toepassing zijn alle vermelde bedragen in de jaarrekening inclusief btw met uitzondering van de apparaatskosten. De btw op de apparaatskosten wordt specifiek aan de MVS gemeenten doorberekend; • Overige algemene dekkingsmiddelen. Rogplus heeft geen overige dekkingsmiddelen. 3.7

Investerings- en financieringsstaat

TABEL VOLGT Onderhanden werk inz. Grondexploitaties: Eigen vermogen: Opgenomen langlopende geldleningen: Voorzieningen: 3.8

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen

Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen.

48

3.9

Geprognosticeerde balans

Activa Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa Totaal activa Passiva Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Vreemd vermogen Voorzieningen Vlottende passiva Vlottende schulden Overige vlottende schulden Overlopende passiva Vooruit ontvangen van overige overheden Overige overlopende passiva Totaal passiva

Werkelijk Ultimo 2021

Prognose Ultimo 2022

Prognose Ultimo 2023

Prognose Ultimo 2024

Prognose Ultimo 2025

Prognose Ultimo 2026

Prognose Ultimo 2027

339.516 339.516

250.000 250.000

250.000 250.000

250.000 250.000

250.000 250.000

250.000 250.000

250.000 250.000

245.868 122.069

250.000 120.000

400.000 120.000

400.000 120.000

400.000 120.000

400.000 120.000

400.000 120.000

12.845.535

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

568.571 13.782.043 14.121.559

1.200.000 2.570.000 2.820.000

1.200.000 2.720.000 2.970.000

1.200.000 2.720.000 2.970.000

1.200.000 2.720.000 2.970.000

1.200.000 2.720.000 2.970.000

1.200.000 2.720.000 2.970.000

0

0

0

0

0

0

0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

392.389

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

500.000

11.328.404 2.400.765 14.121.559 14.121.559

1.000.000 1.320.000 2.820.000 2.820.000

1.000.000 1.470.000 2.970.000 2.970.000

1.000.000 1.470.000 2.970.000 2.970.000

1.000.000 1.470.000 2.970.000 2.970.000

1.000.000 1.470.000 2.970.000 2.970.000

1.000.000 1.470.000 2.970.000 2.970.000

49

4. Paragrafen 4.1

Weerstandsvermogen

Omschrijving Het weerstandsvermogen en risicobeheersing van Rogplus bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit: de middelen en mogelijkheden waarover Rogplus beschikt om niet begrote kosten te dekken; • alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Inventarisatie van de weerstandscapaciteit Omdat Rogplus niet beschikt over reserves of andere vormen van eigen vermogen, is de weerstandscapaciteit nihil. Overschrijding van werkelijke kosten ten opzichte van begroting zal leiden tot een tekort. Dit tekort wordt aangevuld door de gemeenten. Zij zijn de feitelijke risicodrager. Wanneer blijkt dat de totale kosten een overschrijding te zien geven, wordt eerst bekeken of via besparingen de kostenoverschrijding beperkt kan worden. Wanneer de overschrijding ten opzichte van de begroting substantieel is, wordt in overleg met de gemeenten een begrotingswijziging in procedure gebracht. Overeenkomstig de Gemeenschappelijke Regeling worden de werkelijke kosten na afloop van het boekjaar in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van de risico’s Per programma en per begrotingsonderdeel zijn mogelijke risico’s geïnventariseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11551254/2