CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbegroting Rogplus 2023 versie 1 1 redacted

Gemeenteraad 16 juni 2022, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2023Regionale Organisatie Gehandicaptenvoorzieningen (ROGplus)35.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwerpbegroting 2023 en Meerjarenperspectief 2024-2027 Versie 1.1

Maassluis, 12 april 2022

Status: Ter goedkeuring

Opgesteld door:

Vertrouwelijkheid: Voor intern gebruik

, Manager Bedrijfsvoering

Voorwoord Voor u ligt de begroting 2023 van gemeenschappelijke regeling openbaar lichaam Rogplus (Rogplus). Deze begroting is gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De belangrijkste uitgangspunten bij het opstellen van de begroting 2023 staan aangegeven in de inleiding en zijn verderop in deze begroting financieel vertaald. De begroting 2023 is in vergelijking met de aan de gemeenten aangeboden gewijzigde begroting 2022 aangepast vanwege het onderbrengen van de uitvoering van de Jeugdhulp bij Rogplus vanaf 1 januari 2023. Vanaf 1 januari 2023 zijn bij Rogplus – naast de Wmo-voorzieningen en -diensten, uitgezonderd maatschappelijke opvang – alle vormen van jeugdhulp, uitgezonderd het Landelijk Transitie Arrangement (LTA), de Gecertificeerde Instellingen (GI) en Veilig Thuis, ondergebracht. Weliswaar hadden Covid-19 en de wijzigingen die in 2020 zijn doorgevoerd in een aantal belangrijke contracten voor de levering van Wmo-voorzieningen- en diensten een dempend effect op de begrotingen van 2021 en 2022, dit neemt niet weg dat wij voor 2023 een groei verwachten in de kosten van de Wmo-voorzieningen en -diensten. In het nieuwe contract voor de Jeugdhulp dat ingaat per 1 januari 2023 is vanwege de systematiek van populatie-bekostiging voor 2023 een vast bedrag afgesproken.

Rogplus zal voor zowel de Wmo als de Jeugdhulp werken aan een zo efficiënt en effectief mogelijke uitvoering van de door de drie gemeenten toevertrouwde taken. Het stimuleren van preventie door het betrekken van wijknetwerken en het voorliggend veld bij Jeugdhulp, begeleiding en dagbesteding van volwassenen en ouderen, het geven van duidelijke informatie en het actief samenwerken met en binnen de drie MVS-gemeenten, maken hier nadrukkelijk deel van uit. Anton van Genabeek Directeur Rogplus Maart 2022

2

Inhoud Voorwoord...............................................................................................................2 1.

Inleiding ......................................................................................................... 5

2.

Begrotingskaders ........................................................................................ 6

2.1

Missie en visie............................................................................................................. 6

2.2

Kernwaarden .............................................................................................................. 6

2.3

Doelstellingen............................................................................................................. 7

2.4

Algemene kaders ...................................................................................................... 8

2.5

Beroep op Wmo-voorzieningen ............................................................................ 9

2.6

Verdeling lasten en baten per gemeente .......................................................... 11

2.6.1

Uitgangspunten ...................................................................................................... 11

2.6.2 Verdeelsleutels ........................................................................................................ 11

3.

Programmaplan ......................................................................................... 13

3.1

Totalen......................................................................................................................... 13

3.1.1

Baten en lasten per programma ...................................................................... 13

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel .................................................... 14

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV) .................................................................16

3.1.4

Bijdrage gemeenten ............................................................................................. 17

3.2

Programma Wmo ....................................................................................................18

3.2.1

Vervoerskosten ......................................................................................................18

3.2.2 Scootmobielen en rolvoorzieningen ............................................................... 20 3.2.3 Woonvoorzieningen .............................................................................................. 21 3.2.4 Schoon Huis ............................................................................................................ 24 3.2.5 Meedoen in de Stad ............................................................................................. 28 3.2.6 Geclusterd Wonen ................................................................................................ 30 3.2.7 Regeling tegemoetkoming meerkosten ......................................................... 31 3.2.8 Projecten en innovatie ........................................................................................ 33 3.2.9 Preventie ................................................................................................................. 33 3.2.10 Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo .......................................................................34

3

3.3

Programma Beschermd Wonen ......................................................................... 36

3.4 Programma Jeugdhulp ......................................................................................... 39 3.5 Programma Overhead.......................................................................................... 44 3.6 Overzicht algemene dekkingsmiddelen ......................................................... 48 3.7

Investerings- en financieringsstaat ................................................................. 48

3.8

Stand en verloop van de reserves en voorzieningen ................................... 48

3.9

Geprognosticeerde balans ..................................................................................49

4.

Paragrafen .................................................................................................. 50

4.1

Weerstandsvermogen ...........................................................................................50

4.2

Onderhoud kapitaalgoederen .............................................................................51

4.3 Financiering ...............................................................................................................51

5.

Bijlagen......................................................................................................... 53

5.1

Overzicht baten en lasten ..................................................................................... 53

5.2

Specificatie kosten en baten ...............................................................................55

5.2.1

Begroting 2023 – Totaal ..................................................................................... 55

5.2.2 Meerjarenperspectief 2024-2027 Totaal - Lopende prijzen ..................... 57 5.2.3 Meerjarenperspectief 2024-2027 Totaal - Constante prijzen .................59 5.2.4 Begroting 2023 – Maassluis................................................................................61 5.2.5 Meerjarenperspectief 2024-2027 Maassluis - Lopende prijzen .............. 63 5.2.6 Meerjarenperspectief 2024-2027 Maassluis - Constante prijzen ..........65 5.2.7 Begroting 2023 – Vlaardingen .......................................................................... 67 5.2.8 Meerjarenperspectief 2024-2027 Vlaardingen - Lopende prijzen .........69 5.2.9 Meerjarenperspectief 2024-2027 Vlaardingen - Constante prijzen ...... 71 5.2.10 Begroting 2023 – Schiedam .............................................................................. 73 5.2.11 Meerjarenperspectief 2024-2027 Schiedam - Lopende prijzen.............. 75 5.2.12 Meerjarenperspectief 2024-2027 Schiedam - Constante prijzen .......... 77

4

1. Inleiding In deze ontwerpbegroting presenteert Rogplus per programma en per begrotingsonderdeel de begrote lasten en baten voor 2023 en het meerjarenperspectief voor de periode van 2024 tot en met 2027. Om tot deze ontwerpbegroting te komen heeft Rogplus een analyse gemaakt van de te verwachten ontwikkelingen van enerzijds de kosten en baten en anderzijds de aantallen cliënten per soort Wmo-voorziening. Als startpunt is daarbij de 'Kadernota Ontwerpbegroting 2023 Rogplus’ gehanteerd. Deze kadernota is in februari 2022 vastgesteld en aan de gemeenten verzonden. De ontwerpbegroting gaat verder uit van de geldende Verordening, van continuering van het bestaande beleid en van de actuele contracten. Recent heeft Rogplus de begroting 2022 gewijzigd. Er zijn verschillende ontwikkelingen en trends die aanleiding geven om de begroting over 2021 te wijzigen. Deze ontwikkelingen en trends zijn grotendeels ook van toepassing op de begroting voor 2022 en verder. Rogplus baseert de ontwerpbegroting zoveel mogelijk op actuele inzichten in de ontwikkeling van de aantallen cliënten en beschikkingen en op beschikbare rapportages over demografische ontwikkelingen en de ontwikkeling van het beroep op Wmovoorzieningen in de MVS-gemeenten. De prijsontwikkeling is waar mogelijk gebaseerd op door onafhankelijke instanties afgegeven indicatoren.

Ook is in de ontwerpbegroting de actuele stand van zaken voor het effect van de opgelopen inflatie op de Wmo verwerkt. Rogplus probeert zo de best mogelijke inschatting te maken om te komen tot een zo realistisch mogelijke begroting. Met ingang van 2023 is Rogplus de uitvoeringsorganisatie voor de jeugdhulpopdracht van de MVS-gemeenten. De zorgkosten voor deze opdracht en de met de opdracht gemoeide uitvoeringskosten worden met ingang van 2023 opgenomen in de begroting van Rogplus. Dit leidt ertoe dat in de begroting 2023 naast de bestaande begrotingsprogramma’s Wmo, Beschermd Wonen en Overhead een nieuw begrotingsprogramma Jeugdhulp wordt geïntroduceerd. De ontwerpbegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 worden opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Rogplus heeft geen reserves en voorzieningen. In de ontwerpbegroting 2023 zijn daarom geen onttrekkingen of dotaties aan reserves en voorzieningen opgenomen.

5

2. Begrotingskaders 2.1

Missie en visie

Rogplus zet zich in voor een betekenisvol leven voor de inwoners van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. We stimuleren de veerkracht van inwoners met een hulpvraag en de saamhorigheid in de samenleving. We houden het sociaal domein vitaal, beschikbaar en betaalbaar. Rogplus is de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en samenwerkingspartners. We gaan open en transparant het gesprek aan met inwoners met een hulpvraag en denken in mogelijkheden en oplossingen. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. We gaan langdurige samenwerkingsrelaties aan met betrouwbare partners en geven de professional op de werkvloer de ruimte te doen wat nodig is. Onze kennis, ervaring en informatie delen we met gemeenten en samenwerkingspartners. Daarmee helpen we niet alleen onze cliënten, maar ook de ontwikkeling van het sociaal domein vooruit. Rogplus als verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en partners! 2.2

Kernwaarden

Rogplus gebruikt de volgende kernwaarden: •

•

•

•

•

De inwoner centraal. Door onze inzet voelen inwoners zich gehoord en geholpen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen met hun vragen. Zij krijgen direct een goed en passend advies om zelfstandig te blijven of weer te worden. Minder veerkrachtige inwoners helpen we op weg met hulp en ondersteuning. Om inwoners vlot te woord te staan, zijn we snel en goed bereikbaar. Waardecreërend. Wij zijn de verbindende schakel tussen inwoners, gemeenten en onze partners. Wij zijn van mening dat we problemen alleen samen oplossen en hebben daarom oog voor ieders belang. Vanuit dit meervoudig perspectief gaan we op zoek naar de win-win-win situatie. Deskundig. Datgene wat we doen, doen we goed! Onze medewerkers zijn geselecteerd op hun talenten en kwaliteiten en krijgen de ruimte om die in te zetten in hun werk. Ze beschikken over de juiste vaardigheden, hebben ruime kennis en ervaring met de achtergrond van onze doelgroepen en vakkennis op het gebied van de Wmo, Jeugdhulp en andere wet- en regelgeving binnen het sociaal domein. We durven vernieuwend te zijn, hebben lef en nemen overwogen en verantwoorde risico’s wanneer de situatie daarom vraagt. Ontwikkelingsgericht. We zijn nieuwsgierig en blijven leren. We stellen onszelf open voor nieuwe dingen en delen onze kennis en ervaring met elkaar. Daarbij hebben we de moed om kritisch te kijken naar onszelf en de ander en hoe we met elkaar omgaan.

Landelijke en regionale ontwikkelingen volgen we met aandacht. Met training, scholing en coaching verbeteren we onze vaardigheden en breiden we onze vakkennis uit. Samenwerkend. Samen staan we sterker. We maken daarom verbinding met anderen, stemmen daarop af en durven vragen te stellen. We zijn nieuwsgierig naar de mening en werkwijze van anderen. We delen onze kennis niet alleen met elkaar, maar ook met onze samenwerkingspartners in wonen, zorg en welzijn, werk en inkomen en de gemeenten.

6

2.3

Doelstellingen

Uit de Wmo 2015, de gemeenschappelijke regeling Rogplus, de verordening maatschappelijke ondersteuning MVS 2022 en de beleidsregels en nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2022 volgt dat Rogplus de volgende doelstellingen heeft: •

•

•

Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem; Het verstrekken van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; Het verstrekken van voorzieningen ter compensatie van beperkingen en de inwoners in staat stellen een huishouden te voeren, zich in en om de woning te verplaatsen, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel of medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan.

Naast bovengenoemde doelstellingen heeft Rogplus ook de volgende algemene kaders geformuleerd: •

• •

•

Er wordt gestreefd om maatwerkoplossingen te bieden, waarbij eigen oplossingen, oplossingen via het eigen netwerk en oplossingen via algemene voorzieningen voorrang hebben; Er wordt gestreefd naar een zo efficiënt mogelijke organisatie, waarbij de uitvoeringskosten zo laag mogelijk worden gehouden; Er wordt gestreefd om de administratieve druk voor cliënten, zorgaanbieders en medewerkers zoveel mogelijk te beperken. In dit kader worden werkprocessen regelmatig geëvalueerd en aangepast; Er wordt gestreefd naar een beperking van de doorlooptijd van aanmelding tot en met beschikking. Er geldt een wettelijke termijn van zes weken voor het afhandelen van een aanmelding.

Op 11 november 2020 hebben de MVS-gemeenten besloten om gezamenlijk het MVS Jeugdmodel te realiseren. Met dit model beogen gemeenten een verdere transformatie van de jeugdhulp in de regio. Ook willen de gemeenten meer grip en sturing op de kosten van de jeugdhulp. Als onderdeel van het model hebben de gemeenten een aanbesteding gedaan voor het grootste deel van de aan de gemeenten toegewezen jeugdhulptaken. Ook is besloten dat Rogplus met ingang van 2023 de uitvoeringsorganisatie is voor de jeugdhulpopdracht. Uit de aanbestedingsleidraad voor deze opdracht volgen de volgende doelstellingen, waaraan Rogplus in haar rol als uitvoeringsorganisatie aan bijdraagt: •

De Cliënt en/of diens opvoeders krijgen tijdig de passende hulp en ondersteuning die zij nodig hebben en dit leidt tot een duurzaam resultaat, passend bij de specifieke situatie van iedere jeugdige.

7

•

De gewenste beweging in de transformatie van de jeugdhulp wordt gerealiseerd; de transformatiedoelen van de Jeugdwet worden gerealiseerd. De transformatiedoelstellingen zijn: 1. Preventie en uitgaan van eigen verantwoordelijkheid en eigen mogelijkheden van jeugdigen en hun ouders, met inzet van hun sociale netwerk. 2. De-medicaliseren, ontzorgen en normaliseren. 3. Eerder de juiste hulp op maat te bieden om jeugdigen en gezinnen zo snel mogelijk, zo dichtbij mogelijk en zo effectief mogelijk hulp te bieden met aandacht voor (kosten)effectiviteit van de geboden hulp. 4. Integrale hulp aan gezinnen volgens het uitgangspunt één gezin, één plan, één aanspreekpunt. 5. Meer ruimte voor professionals om de juiste hulp te bieden door vermindering van regeldruk. 2.4

Algemene kaders

De ontwerpbegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 zijn opgesteld volgens de meest recente richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV). De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van BBV-taakvelden 0.4 Overhead, 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken, 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie, 6.2 Wijkteams, 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO), 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en 6.81 Geëscaleerde zorg18+. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met de Regiotaxi, bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder BBV-taakvelden 0.8 Overige baten en lasten, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg18+. In dit begrotingsdocument zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. De begroting is opgesteld in lopende prijzen. Dit wil zeggen dat meerjarig rekening is gehouden met de ontwikkeling van prijzen.

In de bijlagen is ook de begroting opgenomen in constante prijzen. Wanneer in een tabel achter een jaartal de letter L staat duidt dit op lopende prijzen. De letter C duidt op constante prijzen. Rogplus heeft geen reserves of voorzieningen. In de begroting is dan ook geen rekening gehouden met onttrekkingen en dotaties aan reserves en voorzieningen. In dit document wordt de ontwerpbegroting 2023 vergeleken met de werkelijke lasten en baten in 2021, zoals opgenomen in de voorlopige jaarcijfers, en met de gewijzigde begroting 2022 (en dus niet met de primaire begroting 2022). De ontwerpbegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 zijn op 21 maart 2022 besproken in het financieel overleg van Rogplus met de accounthouders en financieel

8

adviseurs van de drie gemeenten. Op 7 april zijn de ontwerpbegroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027, na behandeling in de vergadering van het Dagelijks Bestuur van Rogplus, vastgesteld en voor zienswijze vrijgegeven. Op basis van de ontwerpbegroting stelt Rogplus de (definitieve) begroting 2023 en meerjarenperspectief 2024-2027 op. Hierin wordt input uit de ontvangen zienswijzen verwerkt. Rogplus is voornemens de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 vast te stellen in de bestuursvergadering van 7 juli 2022 en vervolgens aan te bieden aan de gemeenten. 2.5

Beroep op Wmo-voorzieningen

Rogplus monitort nauwgezet het beroep op de Wmo en de daarmee gemoeide uitgaven en inkomsten en houdt de MVS-gemeenten hierover op de hoogte. Gezamenlijk doen de MVS-gemeenten en Rogplus uitvraag bij stakeholders om de ontwikkelingen in de MVSgemeenten te duiden en te vergelijken met ontwikkelingen elders in het land. Hierbij wordt ook gekeken naar de ontwikkeling van de aantallen meldingen, afwijzingen en verwijzingen naar het voorliggend veld, signalen over cliënttevredenheid en de mate waarin aan de zorgbehoefte van de inwoners van de MVS-gemeenten wordt voldaan. Tot 2020 steeg over de hele linie het beroep op Wmo-voorzieningen en Wmodienstverlening. Deze stijging was het gevolg van verschillende factoren, zoals de vergrijzing van de bevolking, het beleid om ouderen langer zelfstandig thuis te laten wonen en de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage. De eerste twee ontwikkelingen brengen bovendien een toename van de behoefte aan complexere voorzieningen met zich mee. Sinds 2020 is in de MVS-gemeenten een trendbreuk zichtbaar. Hieraan liggen verschillende, voorziene en onvoorziene, oorzaken ten grondslag. Hoogstwaarschijnlijk is een belangrijke factor de invloed van COVID-19 en de COVID-19-maatregelen op het beroep op Wmo-voorzieningen.

Daarnaast zijn in de loop van 2020 verschillende nieuwe contracten ingegaan, is de Algemene Voorziening Schoon Huis ingevoerd en is voor Beschermd Wonen een stelselwijziging doorgevoerd. Daarbij wijzen de consulenten van Rogplus de inwoners nog actiever op oplossingen in het voorliggend veld en de eigen omgeving. Deze maatregelen zijn onder meer ingezet om de zorg, ondersteuning en dienstverlening aan cliënten te verbeteren en tegelijkertijd de uitgaven voor de Wmo beter te beheersen. Verder zijn de uitgaven voor de Wmo in 2021 en 2022 beïnvloed door (nog steeds) het abonnementstarief, krapte op de arbeidsmarkt, stijgende productiekosten bij leveranciers en demografische ontwikkelingen in de samenleving. Rogplus heeft, met uitzondering van Regiotaxi en Schoon Huis, geen aanwijzingen dat het beroep op Wmo-voorzieningen op korte termijn aantrekt of het niveau van voor de COVID-19-pandemie gaat bereiken. De ontwikkeling van het beroep op de Wmo in 2020 en 2021 werkt door in de ‘beginstand’ van de uitgaven en inkomsten in 2022. Rogplus heeft met name daarom begin 2022 de begroting 2022 gewijzigd. In deze wijziging is niet alleen ingespeeld op de actuele inzichten op het beroep op Wmo-voorzieningen, maar is ook rekening gehouden met geactualiseerde indexpercentages voor de contracten voor Wmo-diensten, de herintroductie van de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis (AAV) voor

9

mantelzorgers in Vlaardingen, de implementatiekosten voor de Uitvoeringsorganisatie Jeugd en de nieuwe CAO SGO. Rogplus heeft, waar nodig, in de ontwerpbegroting 2023 rekening gehouden met de in de begrotingswijziging 2022 opgenomen aanpassingen. Voor de meeste begrotingsposten heeft Rogplus de (begin)stand in 2023 (mede) bepaald op basis van extrapolatie van de stand in 2022. Na de uitbraak van COVID-19 heeft Rogplus met de zorgaanbieders overlegd om de continuïteit van de zorg en dienstverlening aan cliënten te waarborgen. Waar nodig is de vorm waarin de zorg wordt aangeboden aangepast op de COVID-19-maatregelen. Ook cliënten en mantelzorgers hebben in deze periode vaak laten zien creatief en pro-actief te zijn. De COVID-19-pandemie heeft tot nieuwe inzichten en werkwijzen geleid en zal een blijvend effect hebben op de wijze waarop Wmo-zorg en -dienstverlening uit wordt gevoerd. In 2021 is een groot deel van de Nederlandse bevolking gevaccineerd tegen COVID-19. Eind 2021 en begin 2022 hebben veel Nederlanders bovendien een boosterprik gekregen. Door het mildere karakter van de omikron-variant zijn in het eerste kwartaal van 2022 de COVID-19-maatregelen afgebouwd.

Voor het opstellen van de ontwerpbegroting 2023 gaat Rogplus uit van het scenario dat in de loop van 2022 dat het beroep op Wmovoorzieningen en -diensten in de MVS-gemeenten aantrekt, maar niet tot het niveau van vóór de COVID-19-uitbraak, omdat cliënten ten tijde van de COVID-19-maatregelen in de eigen omgeving alternatieven hebben gevonden voor vanuit Rogplus verstrekte Wmovoorzieningen. Uiteraard kleeft er een mate van onzekerheid aan deze aannames, maar met de kennis van nu acht Rogplus dit het meest aannemelijke scenario. Waar van deze aannames wordt afgeweken, is dit aangegeven in deze ontwerpbegroting. In de eerste maanden van 2022 is de inflatie sterk toegenomen. De in verschillende Wmocontracten opgenomen prijsindexen worden hierdoor beïnvloed. Rogplus anticipeert hierop in de ontwerpbegroting. Voor vervoerskosten wordt voor de jaarschijf 2023 eenmalig het gemiddelde scenario gebruikt uit een doorrekening van de gevolgen van de sterk stijgende brandstofprijzen op de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer van onderzoeksbureau Panteia1. Voor hulpmiddelen wordt voor de jaarschijf 2023 eenmalig uitgegaan van de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per maart uitgegaan (ipv september)2. Voor de contracten die de index voor personele kosten van de NZa gebruiken is geen wijziging doorgevoerd.

1 2

Sterke stijging brandstofprijzen zal leiden tot fors hogere NEA-index | TaxiPro StatLine - Jaarmutatie consumentenprijsindex; vanaf 1963 (cbs.nl)

10

2.6

Verdeling lasten en baten per gemeente

2.6.1

Uitgangspunten

De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: • Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor Regiotaxi zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. • Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrum gemeente Vlaardingen. Vanaf 2024 wordt de centrumregeling geleidelijk afgebouwd. • Jeugdhulp. De kosten worden volgens een door de gemeenten onderling bepaalde verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. De grondslag voor de verdeelsleutel is het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt. • Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel. 2.6.2

Verdeelsleutels

Wmo De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering van de Wmo over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: • Het aantal pashouders voor de Regiotaxi; • Het aantal unieke cliënten; • Het aantal beschikkingen; Per gemeente is per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de ontwerpbegroting 2023 is dit 2021. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor de Regiotaxi en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal beschikkingen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten.

11

De verdeling van de kosten is in deze begroting van de volgende verdeelsleutel: • Maassluis 18,5 % ( 18,0% in begroting 2022) • Vlaardingen 43,0% ( 42,0% in begroting 2022) • Schiedam 38,5% ( 40,0% in begroting 2022) Begrotingsonderdeel Pashouders Regiotaxi Unieke cliënten Beschikkingen

Totaal 9.804 16.442 13.312

Maassluis 1.837 3.029 2.455

Vlaardingen 4.304 6.884 5.677

Schiedam 3.663 6.529 5.180

Begrotingsonderdeel Pashouders Regiotaxi Unieke cliënten Beschikkingen Gewogen gemiddelde Verdeelsleutel

Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%

Maassluis Vlaardingen 18,7% 43,9% 18,4% 41,9% 18,4% 42,6% 18,5% 42,8% 18,5% 43,0%

Schiedam 37,4% 39,7% 38,9% 38,7% 38,5%

Jeugdhulp Voor de zorgkosten voor de Jeugdhulp en de kosten van de Uitvoeringsorganisatie voor de Jeugdhulp (UOJ) geldt de kostenverdeling, zoals deze is afgesproken met de drie gemeenten. Deze verdeling is: • Maassluis: 16,01% • Vlaardingen: 40,82% • Schiedam: 43,17% Leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer Met ingang van het schooljaar 2022/2023 verzorgt Rogplus ook voor de gemeente Vlaardingen de backofficetaken voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. Rogplus doet dit al langere tijd voor Maassluis en Schiedam. De verdeelsleutel voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer is gebaseerd op de oude verdeelsleutel tussen Maassluis en Schiedam, waarbij Vlaardingen gelijk is gesteld met Schiedam. Voor de kosten van de backofficetaken die Rogplus uitvoert voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer geldt daarom de volgende verdeelsleutel: • Maassluis: 28,56% • Vlaardingen: 35,72% • Schiedam: 35,72%

12

3. Programmaplan 3.1

Totalen

3.1.1

Baten en lasten per programma

Begroting 2023 Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten

Programma Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

Totaal Baten Eindtotaal

Werkelijk 2021 45.366.827 8.375.586 0 4.076.379 57.818.792 -45.366.827 -8.375.586 0 -4.076.379 -57.818.792 0

Begroot Begroot Primair 2022 Gewijzigd 2022 58.557.100 51.744.100 11.146.400 10.434.200 0 0 4.315.400 4.939.700 74.018.900 67.118.000 -58.557.100 -51.744.100 -11.146.400 -10.434.200 0 0 -4.315.400 -4.939.700 -74.018.900 -67.118.000 0 0

Begroot 2023 54.668.900 10.889.500 51.034.300 4.158.300 120.751.000 -54.668.900 -10.889.500 -51.034.300 -4.158.300 -120.751.000 0

2024 L 56.511.700 11.302.300 51.971.100 4.236.900 124.022.000 -56.511.700 -11.302.300 -51.971.100 -4.236.900 -124.022.000 0

2026 L 61.229.700 12.176.100 55.040.800 4.400.500 132.847.100 -61.229.700 -12.176.100 -55.040.800 -4.400.500 -132.847.100 0

Meerjarenperspectief 2024-2027 Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

Programma Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

2023 54.668.900 10.889.500 51.034.300 4.158.300 120.751.000 -54.668.900 -10.889.500 -51.034.300 -4.158.300 -120.751.000 0

2025 L 58.884.300 11.731.000 53.345.600 4.317.700 128.278.600 -58.884.300 -11.731.000 -53.345.600 -4.317.700 -128.278.600 0

2027 L 63.649.500 12.638.200 56.783.800 4.485.300 137.556.800 -63.649.500 -12.638.200 -56.783.800 -4.485.300 -137.556.800 0

13

3.1.2

Baten en lasten per begrotingsonderdeel

Begroting 2023 Programma Wmo

Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd Lasten Wonen Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Beschermd Wonen Jeugdhulp Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Overhead Eindtotaal

Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvz Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Geclusterd wonen Tegemoetkoming meerkn Projecten en innovatie Preventie Inkomsten Wmo

Beschermd Wonen Beschermd Wonen

Jeugdhulp Jeugdhulp

Overhead Overhead

Werkelijk 2021 3.810.436 3.223.631 1.942.328 19.437.626 14.063.498 2.095.218 542.800 251.291 0 45.366.827 -45.366.827 -45.366.827 0 8.375.586 8.375.586 -8.375.586 -8.375.586 0 0 0 0 0 0 4.076.379 4.076.379 -4.076.379 -4.076.379 0 0

Begroot Begroot Primair 2022 Gewijzigd 2022 5.113.600 4.788.300 4.247.200 3.679.800 2.465.900 1.999.200 26.676.200 23.810.700 16.319.600 14.297.300 2.722.800 2.157.000 360.300 360.300 651.500 651.500 0 0 58.557.100 51.744.100 -58.557.100 -51.744.100 -58.557.100 -51.744.100 0 0 11.146.400 10.434.200 11.146.400 10.434.200 -11.146.400 -10.434.200 -11.146.400 -10.434.200 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.315.400 4.939.700 4.315.400 4.939.700 -4.315.400 -4.939.700 -4.315.400 -4.939.700 0 0 0 0

Begroot 2023 4.780.500 3.904.200 2.538.400 25.565.100 14.261.700 2.175.800 363.000 668.900 411.300 54.668.900 -54.668.900 -54.668.900 0 10.889.500 10.889.500 -10.889.500 -10.889.500 0 51.034.300 51.034.300 -51.034.300 -51.034.300 0 4.158.300 4.158.300 -4.158.300 -4.158.300 0 0

14

Meerjarenperspectief 2024-2027 Programma Wmo

Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd Lasten Wonen Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Beschermd Wonen Jeugdhulp Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Jeugdhulp Overhead Lasten Totaal Lasten Baten Totaal Baten Totaal Overhead Eindtotaal

Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvz Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Geclusterd wonen Tegemoetkoming meerkn Projecten en innovatie Preventie Inkomsten Wmo

Beschermd Wonen Beschermd Wonen

Jeugdhulp Jeugdhulp

Overhead Overhead

2023 4.780.500 3.904.200 2.538.400 25.565.100 14.261.700 2.175.800 363.000 668.900 411.300 54.668.900 -54.668.900 -54.668.900 0 10.889.500 10.889.500 -10.889.500 -10.889.500 0 51.034.300 51.034.300 -51.034.300 -51.034.300 0 4.158.300 4.158.300 -4.158.300 -4.158.300 0 0

2024 L 5.044.200 4.019.100 2.295.500 27.313.800 14.171.600 2.195.200 366.000 687.100 419.200 56.511.700 -56.511.700 -56.511.700 0 11.302.300 11.302.300 -11.302.300 -11.302.300 0 51.971.100 51.971.100 -51.971.100 -51.971.100 0 4.236.900 4.236.900 -4.236.900 -4.236.900 0 0

2025 L 5.322.700 4.138.000 2.402.400 28.929.500 14.374.900 2.215.400 368.400 705.700 427.300 58.884.300 -58.884.300 -58.884.300 0 11.731.000 11.731.000 -11.731.000 -11.731.000 0 53.345.500 53.345.600 -53.345.600 -53.345.600 0 4.317.700 4.317.700 -4.317.700 -4.317.700 0 0

2026 L 5.491.000 4.250.000 2.515.500 30.465.300 14.588.200 2.387.600 371.900 724.900 435.300 61.229.700 -61.229.700 -61.229.700 0 12.176.100 12.176.100 -12.176.100 -12.176.100 0 55.040.700 55.040.800 -55.040.800 -55.040.800 0 4.400.500 4.400.500 -4.400.500 -4.400.500 0 0

2027 L 5.794.800 4.426.500 2.634.200 31.873.200 14.816.500 2.560.600 375.200 724.900 443.600 63.649.500 -63.649.500 -63.649.500 0 12.638.200 12.638.200 -12.638.200 -12.638.200 0 56.783.700 56.783.800 -56.783.800 -56.783.800 0 4.485.300 4.485.300 -4.485.300 -4.485.300 0 0

15

3.1.3

Baten en lasten per taakveld (BBV)

Begroting 2023 Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten

BBV-taakveld 0.4 Overhead 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+ 0.8 Overige baten en lasten 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Totaal Baten Eindtotaal

Werkelijk 2021 4.076.379 0 0 0 5.165.959 40.200.868 0 8.375.586 57.818.792 -55.707.213 -1.750.510 -361.069 -57.818.792 0

Begroot Begroot Primair 2022 Gewijzigd 2022 4.315.400 4.939.700 0 0 0 0 0 0 6.713.100 5.679.000 51.844.000 46.065.100 0 0 11.146.400 10.434.200 74.018.900 67.118.000 -71.043.600 -64.838.500 -2.212.200 -1.904.500 -763.100 -375.000 -74.018.900 -67.118.000 0 0

Begroot 2023 4.158.300 113.400 137.400 9.407.500 6.442.600 47.815.000 41.787.300 10.889.500 120.751.000 -118.262.000 -2.099.500 -389.500 -120.751.000 0

Meerjarenperspectief 2024-2027 Baten/Lasten Lasten

Totaal Lasten Baten

Totaal Baten Eindtotaal

BBV-taakveld 0.4 Overhead 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.6 Maatwerkvoorziening (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg 18+ 0.8 Overige baten en lasten 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

2023 4.158.300 113.400 137.400 9.407.500 6.442.600 47.815.000 41.787.300 10.889.500 120.751.000 -118.262.000 -2.099.500 -389.500 -120.751.000 0

2024 L 4.236.900 115.600 140.000 11.228.300 6.314.600 49.777.900 40.906.400 11.302.300 124.022.000 -121.413.800 -2.203.500 -404.700 -124.022.000 0

2025 L 4.317.700 117.900 142.800 11.535.900 6.540.400 51.916.600 41.976.300 11.731.000 128.278.600 -125.560.800 -2.297.400 -420.400 -128.278.600 0

2026 L 4.400.500 120.100 145.400 11.914.200 6.765.500 54.028.900 43.296.400 12.176.100 132.847.100 -130.053.300 -2.357.100 -436.700 -132.847.100 0

2027 L 4.485.300 122.400 148.200 12.303.200 7.060.700 56.145.200 44.653.600 12.638.200 137.556.800 -134.691.400 -2.411.800 -453.600 -137.556.800 0

16

3.1.4

Bijdrage gemeenten

Begroting 2023 Gemeente Maassluis

Programma Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

Totaal Maassluis Vlaardingen Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Totaal Vlaardingen Schiedam Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Totaal Schiedam Eindtotaal

Werkelijk 2021 -7.577.267 -753.570 -8.330.837 -17.990.638 -8.014.517 -1.670.799 -27.675.954 -18.048.412 -1.652.010 -19.700.422 -55.707.213

Begroot Begroot Primair 2022 Gewijzigd 2022 -9.861.200 -8.886.100 -797.200 -902.200 -10.658.400 -9.788.300 -23.305.500 -20.506.600 -10.383.300 -10.059.200 -1.770.000 -2.040.100 -35.458.800 -32.605.900 -23.178.200 -20.446.900 -1.748.200 -1.997.400 -24.926.400 -22.444.300 -71.043.600 -64.838.500

Begroot 2023 -9.456.200 -8.189.700 -769.300 -18.415.200 -21.796.200 -10.500.000 -20.824.400 -1.788.100 -54.908.700 -21.317.000 -22.020.200 -1.600.900 -44.938.100 -118.262.000

2024 L -9.861.900 -176.700 -8.339.900 -783.800 -19.162.300 -22.606.000 -10.073.000 -21.206.800 -1.821.900 -55.707.700 -21.840.300 -647.900 -22.424.400 -1.631.200 -46.543.800 -121.413.800

2026 L -10.691.300 -541.800 -8.832.100 -814.100 -20.879.300 -24.581.900 -9.030.300 -22.459.500 -1.892.200 -57.963.900 -23.599.400 -2.167.300 -23.749.200 -1.694.200 -51.210.100 -130.053.300

Meerjarenperspectief 2024-2027 Gemeente Maassluis

Programma Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead

Totaal Maassluis Vlaardingen Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Totaal Vlaardingen Schiedam Wmo Beschermd Wonen Jeugdhulp Overhead Totaal Schiedam Eindtotaal

2023 -9.456.200 -8.189.700 -769.300 -18.415.200 -21.796.200 -10.500.000 -20.824.400 -1.788.100 -54.908.700 -21.317.000 -22.020.200 -1.600.900 -44.938.100 -118.262.000

2025 L -10.305.400 -357.200 -8.560.400 -798.800 -20.021.800 -23.631.400 -9.584.300 -21.767.600 -1.856.600 -56.839.900 -22.650.100 -1.369.100 -23.017.600 -1.662.300 -48.699.100 -125.560.800

2027 L -11.068.700 -731.100 -9.111.600 -829.800 -21.741.200 -25.555.000 -8.468.200 -23.170.800 -1.928.700 -59.122.700 -24.614.000 -2.985.300 -24.501.400 -1.726.800 -53.827.500 -134.691.400

17

3.2

Programma Wmo

3.2.1

Vervoerskosten

Omschrijving Onder het begrotingsonderdeel Vervoerskosten vallen de Regiotaxi en de vergoedingen voor individuele vervoerskosten. Met ingang van 1 augustus 2018 wordt de Regiotaxi uitgevoerd door Noot Touringcar B.V. Het contract liep aanvankelijk tot en met 31 juli 2021 en is recent met twee jaar verlengd. In het vervoerscontract met Noot zijn onder meer de volgende kwaliteitseisen opgenomen: op tijd rijden; • locatie van de planning van de ritten in de regio; • transfers voor scootmobielgebruikers; • kwaliteitsborging, klachtafhandeling; • gebruik van terugbel-/aankondigingsservice (door chauffeur); • eisen aan centralisten, telefonisten en chauffeurs; • het gebruik van schone en duurzame transportbrandstoffen stimuleren en milieuvriendelijk rijgedrag. Cliënten betalen per rit een eigen bijdrage. Deze eigen bijdrage is begroot in het begrotingsonderdeel ‘Inkomsten Wmo’. Uitgangspunten

Aantallen Het gebruik van de Regiotaxi is sinds het ingaan van de COVID 19-maatregelen significant afgenomen. Dit duidt erop dat de vervoersbehoefte van cliënten is veranderd of dat cliënten alternatieve vervoersvormen voor de Regiotaxi zijn gaan gebruiken. Voor het begrotingsonderdeel Vervoerskosten wordt aangenomen dat het aantal vervoerde personen en gedeclareerde kilometers in 2023 gelijk is aan 90% van het aantal gedeclareerde kilometers in 2019. Voor dit percentage is gekozen, omdat cliënten ten tijde van de COVID-19-maatregelen in de eigen omgeving alternatieven kunnen hebben gevonden voor de regiotaxi, maar ook omdat Argos Mobiel (weer) gaat rijden in Maassluis en Vlaardingen. Ter referentie voor het percentage van 90%: in 2021 was dit ongeveer 65% en in de begrotingswijziging 2022 is uitgegaan van 75%. Voor 2024 en verder wordt aangenomen dat de stijging van het aantal ritten jaarlijks met hetzelfde percentage toeneemt als het geval was in 2019 ten opzichte van 2018. Dit percentage is 2,2%. Rogplus en de MVS-gemeenten werken momenteel plannen uit voor een integraal vervoersplan, dat mogelijk moet maken dat verschillende vormen van doelgroepenvervoer geclusterd uit worden gevoerd. Momenteel is nog niet duidelijk hoe deze plannen er precies uit zullen zien en wanneer deze ter besluitvorming aan worden geboden.

De onzekerheid is te groot om in de ontwerpbegroting al rekening te houden met het integraal vervoersplan. Deze ‘voorzichtigheid’ is in overeenstemming met de uitgangspunten, zoals opgenomen in het BBV.

18

Prijs Sinds 2018 verzorgt Noot BV de Regiotaxi voor de MVS-gemeenten. In 2020 is de optie gelicht tot verlenging van het contract met Noot met twee keer één jaar. Bij de verlenging is het contract aangepast en afgestemd op de gevolgen van de COVID-19-maatregelen. De verlenging betekent dat de continuïteit van het Regiotaxi-vervoer in de MVSgemeenten de komende jaren gewaarborgd is, terwijl tegelijkertijd de begrote kosten van het vervoer worden beheerst. Het contract loopt nu tot medio 2023. In de ontwerpbegroting worden de nu geldende contractvoorwaarden ook toegepast op de periode na afloop van het contract. Bij de verlenging van het contract is afgesproken om de door Noot in rekening te brengen kosten te baseren op het gebruik van de Regiotaxi in 2019. Hierbij worden staffels toegepast als het gebruik hoger of lager is. Voor 2023 wordt uitgegaan van de eenheidsprijs die hoort bij de staffel die uitgaat van 90% van het gebruik in 2019. Voor 2023 en verder wordt de eenheidsprijs toegepast die volgt uit de aantallen vervoerde personen en gedeclareerde kilometers volgens de hiervoor onder ‘Aantallen’ beschreven berekening. In de staffelprijs is verwerkt dat het tarief jaarlijks op wordt gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 3,5 %3.

Dit percentage is van toepassing op 2022, maar wordt in de ontwerpbegroting vanaf 2024 ook meerjarig toegepast. Voor de jaarschijf 2023 wordt eenmalig het gemiddelde scenario gebruikt uit een doorrekening van de gevolgen van de sterk stijgende brandstofprijzen op de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer van onderzoeksbureau Panteia4. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten

Onderdeel Regiotaxi Individuele vervoerskosten Overhead Totaal Taxi- en vervoerskosten

Werkelijk 2021 3.395.048 41.609 373.779 3.810.436

Begroot Pr. 2022 4.691.500 21.600 400.500 5.113.600

Begroot Gew. 2022 4.419.500 20.900 347.900 4.788.300

Begroot 2023 4.433.400 22.900 324.200 4.780.500

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten

Onderdeel Regiotaxi Individuele vervoerskosten Overhead Totaal Taxi- en vervoerskosten

2023 4.433.400 22.900 324.200 4.780.500

2024 L 4.689.600 24.200 330.400 5.044.200

2025 L 4.960.400 25.600 336.700 5.322.700

2026 L 5.120.900 27.000 343.100 5.491.000

2027 L 5.416.700 28.500 349.600 5.794.800

Risico’s • Het aantal en de duur van de reizen met Regiotaxi valt hoger uit dan voorzien; • Hogere NEA-index dan voorzien.

3

https://www.sfmobiliteit.nl/nea-index https://www.taxipro.nl/ondernemen/2022/03/25/sterke-stijging-brandstofprijzen-zal-leiden-tot-fors-hogere-neaindex/?gdpr=accept 4

19

3.2.2

Scootmobielen en rolvoorzieningen

Omschrijving Rogplus heeft sinds juni 2020 een contract met twee leveranciers voor de verstrekking van scootmobielen, rolstoelen (handbewogen en elektrisch), fietsen en roerende woonvoorzieningen. Onderdeel van dit contract is dat zoveel mogelijk voorzieningen worden herverstrekt en dat bij nieuw te verstrekken voorzieningen zoveel mogelijk een beroep wordt gedaan op het basispakket van de leveranciers. Nieuw in het contract is dat niet langer betaald wordt voor voorzieningen die bij de leveranciers in depot staan. De Begroting 2023 en de gewijzigde begroting 2021 zijn voor het begrotingsonderdeel scootmobielen en rolvoorzieningen opgebouwd naar analogie van het nieuwe contract. De kosten zijn weergegeven per soort voorziening en bevatten de kosten voor nieuwverstrekkingen, herverstrekkingen en onderhoud van de voorziening. In het nieuwe contract zijn de kindvoorzieningen (aangepaste kinderfietsen, kinderwagens en autostoeltjes) als een aparte categorie voorziening benoemd. Dit is zo overgenomen in de begroting. Met de ingang van het nieuwe contract worden de kosten voor onderhoud van scootmobielen en rolvoorzieningen niet langer apart begroot, maar verwerkt in de totale begrote kosten per soort voorziening. Voor rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen hoeft geen eigen bijdrage te worden betaald, voor scootmobielen wel. Uitgangspunten

Aantallen De budgetten in de ontwerpbegroting 2023 voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen zijn gebaseerd op de werkelijke kosten voor deze voorzieningen over heel 2021. Vervolgens is per soort voorziening op basis van de door het Kenniscentrum MVS afgegeven bevolkingsprognoses per leeftijdsgroep bepaald welk deel van de leeftijdsgroep in 2021 actief gebruik heeft gemaakt van de voorziening. Vervolgens zijn voor 2022 en verder de aantallen berekend op basis van de bevolkingsprognose per bevolkingsgroep. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat recent alle voorzieningen van zeven jaar of ouder zijn vervangen. De ‘vloot’ is relatief jong en vraagt daarom relatief weinig onderhoud. Ook het aantal vervangingen blijft hierdoor beperkt. Eind 2021 en begin 2022 kreeg Rogplus in een korte periode meerdere aanvragen voor Wmo-ondersteuning voor inwoners met de spierziekte ALS. Het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten is hierdoor de komende jaren hoger dan gemiddeld. ALSpatiënten hebben meestal complexe rol- en woonvoorzieningen nodig. Ook moet vaak hun woning aan worden gepast. Rogplus anticipeert in de ontwerpbegroting op het financieel effect van deze ‘piek’. Sportvoorzieningen en autoaanpassingen vallen buiten de nieuwe contracten.

In de ontwerpbegroting is op de budgetten van deze voorzieningen hetzelfde groeipercentage toegepast als voor de meest gebruikte voorziening binnen het contract: de scootmobiel.

20

Prijs Conform de nieuwe contracten wordt jaarlijks een prijsindex toegepast die gelijk is aan de met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 2,7%5. Vanwege de hoge actuele inflatie wordt voor de jaarschijf 2023 eenmalig uitgegaan van de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per maart uitgegaan (in plaats van september). Deze bedraagt 9,7%. Voor 2024 is gerekend met het percentage van 2,7%. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Scootmobielen en rolvz

Onderdeel Scootmobielen Autoaanpassingen / -verstrekkingen Handbewogen rolstoelen Electrische rolstoelen Sportvoorzieningen Aandrijfunits en fietsen Kindvoorzieningen Overhead Totaal Scootmobielen en rolvz

Werkelijk 2021 1.581.850 16.935 386.246 422.164 10.873 392.153 95.841 317.570 3.223.631

Begroot Pr. 2022 2.005.600 105.900 542.600 736.800 42.400 325.700 169.200 319.000 4.247.200

Begroot Gew. 2022 1.717.000 105.900 419.300 598.200 42.400 425.700 104.000 267.300 3.679.800

Begroot 2023 1.894.500 116.800 462.600 540.600 46.800 469.700 114.800 258.400 3.904.200

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Scootmobielen en rolvz

Onderdeel Scootmobielen Autoaanpassingen / -verstrekkingen Handbewogen rolstoelen Electrische rolstoelen Sportvoorzieningen Aandrijfunits en fietsen Kindvoorzieningen Overhead Totaal Scootmobielen en rolvz

2023 1.894.500 116.800 462.600 540.600 46.800 469.700 114.800 258.400 3.904.200

2024 L 1.958.200 120.800 478.200 546.000 48.400 485.500 118.700 263.300 4.019.100

2025 L 2.024.100 124.800 494.300 552.000 50.000 501.800 122.700 268.300 4.138.000

2026 L 2.086.200 128.700 509.500 557.000 51.600 517.200 126.500 273.300 4.250.000

2027 L 2.176.100 134.300 531.400 581.000 53.900 539.400 131.900 278.500 4.426.500

Risico’s • Er worden meer nieuwe scootmobielen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan scootmobielen uitgevoerd • Er worden meer nieuwe rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien • Er worden duurdere of complexere rolvoorzieningen verstrekt dan voorzien • Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan rolvoorzieningen uitgevoerd • De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien 3.2.3

Woonvoorzieningen

Omschrijving Onder het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen zijn de kosten van verhuis- en inrichtingskosten, roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en onderhoud verwerkt.

5

StatLine - Jaarmutatie consumentenprijsindex; vanaf 1963 (cbs.nl)

21

De te verstrekken woonvoorziening, ter compensatie van beperkingen bij het normale gebruik van de woning, kan bestaan uit: • een woonvoorziening in natura; • een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening. Bij dure woningaanpassingen moet worden verantwoord waarom verhuizen ofwel het verstrekken van een verhuis- en klusvoucher geen adequate oplossing is. Het primaat ligt immers bij verhuizen. Bij de afweging tussen aanpassen of verhuizen wordt er behalve met de kosten in verband met het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening met andere factoren rekening gehouden: bijvoorbeeld sociale factoren Landelijk, maar zeker ook in de regio, is een woningtekort ontstaan wat maakt dat verhuizen niet altijd haalbaar is. Rogplus voert op dit punt overleg en afstemming met de woningcorporaties om per situatie te bekijken wat de beste en goedkoopst adequate oplossing voor de langere termijn is. Rogplus werkt met woningbouwverenigingen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel om in regionaal verband meer samen op te trekken in het thema langer zelfstandig wonen.

In afwachting van vaststelling wordt in de ontwerpbegroting 2023 vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze samenwerkingsovereenkomsten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder hetzelfde contract als scootmobielen en rolvoorzieningen. Hier gelden dezelfde contractvoorwaarden en omstandigheden, zoals beschreven bij het onderdeel ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’. Uitgangspunten

Aantallen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot Rogplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde begrotingskaders als voor scootmobielen en rolvoorzieningen. In overeenstemming met het Rijksbeleid willen de drie MVS-gemeenten dat inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen. Door het gemeentelijke beleid in combinatie met de demografische ontwikkeling in de regio zal naar verwachting het beroep op woningaanpassingen toenemen. De woningvoorraad verschilt per gemeente. Bij oudere woningen zijn complexere aanpassingen nodig om inwoners zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Rogplus werkt met woningbouwverenigingen aan samenwerkingsovereenkomsten die mogelijk moeten maken dat cliënten nog meer dan nu in een geschikte woning kunnen worden geplaatst, zodat complexe woningaanpassingen kunnen worden vermeden. Momenteel wordt gewerkt aan een voorstel om in regionaal verband meer samen op te

22

trekken in het thema langer zelfstandig wonen. In afwachting van vaststelling wordt in de ontwerpbegroting 2023 vooralsnog geen rekening gehouden met een inverdieneffect van deze samenwerkingsovereenkomsten. In de ontwerpbegroting 2023 volgt de kostenontwikkeling voor woningaanpassingen, het onderhoud daarvan en verhuis- en inrichtingskosten de door het kenniscentrum MVS verwachte groei van het aantal inwoners van 65 jaar en ouder per gemeente. Rogplus houdt in de budgetten voor roerende woonvoorzieningen en woningaanpassingen rekening met de in de paragraaf ‘Scootmobielen en rolvoorzieningen’ genoemde piek in het aantal bij Rogplus bekende ALS-patiënten.

Prijs Conform contract worden de kosten voor roerende woonvoorzieningen jaarlijks geïndexeerd met jaarmutatie van de consumentenprijsindex per september van het laatst afgesloten jaar volgens het CBS. Actueel is de stand van deze index 2,7%. Net als bij scootmobielen en rolvoorzieningen wordt vanwege de actuele kostenontwikkelingen voor in 2023 eenmalig uitgegaan van de jaarmutatie van de consumentenprijsindex per maart uitgegaan (9,7%). Voor 2024 is weer gerekend met het percentage van 2,7%. Deze percentages wordt ook toegepast op verhuis- en inrichtingskosten. Ook voor woningaanpassingen en het onderhoud daarvan wordt in de ontwerpbegroting 2023 uitgegaan van de consumentenprijsindex voor alle bestedingen en (dus) van de hiervoor voor roerende woonvoorzieningen genoemde percentages. In het contract voor trapliften is vastgelegd dat de kosten geïndexeerd worden met de consumentenprijsindex voor onderhoud en reparatie van woning (jaarmutatie, stand september). Dit percentage is actueel 8,1%6. Vanwege het fluctuerende karakter van de kosten voor woningaanpassingen worden de werkelijke gemiddelde kosten over 2020 en 2021 als basis genomen voor de ontwerpbegroting. Begroting 2023 Begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen

Totaal Woonvoorzieningen

6

Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten Roerende woonvoorzieningen Woningaanpassingen Onderhoud / reparatie Overhead

Werkelijk 2021 44.240 190.880 1.217.791 300.031 189.386 1.942.328

Begroot Pr. 2022 33.300 337.400 1.511.400 387.700 196.100 2.465.900

Begroot Gew. 2022 33.300 206.600 1.303.900 310.200 145.200 1.999.200

Begroot 2023 36.900 299.300 1.713.500 341.200 147.500 2.538.400

https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table?ts=1640711269580

23

Meerjarenperspectief 2024-2027 Begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen

Onderdeel Verhuis- en inrichtingskosten Roerende woonvoorzieningen Woningaanpassingen Onderhoud / reparatie Overhead

Totaal Woonvoorzieningen

2023 36.900 299.300 1.713.500 341.200 147.500 2.538.400

2024 L 38.300 236.300 1.510.700 359.800 150.400 2.295.500

2025 L 39.700 243.600 1.587.600 378.300 153.200 2.402.400

2026 L 41.100 252.100 1.668.400 397.800 156.100 2.515.500

2027 L 42.600 260.900 1.753.100 418.500 159.100 2.634.200

Risico’s De woningmarkt zit op slot. Het aantal beschikbare nieuwe woningen is beperkt en daarmee stagneert de instroom en doorstroom op de woningmarkt. Als er onvoldoende geschikte woningen voor Rogplus cliënten beschikbaar zijn, dan bestaat er een reëel risico dat er meer woonvoorzieningen verstrekt moeten worden om mensen langer zelfstandig thuis te kunnen laten wonen • • • •

Er worden meer roerende woonvoorzieningen verstrekt dan voorzien Er wordt meer en/of duurder onderhoud aan woonvoorzieningen uitgevoerd Er worden meer of duurdere woningaanpassingen (individueel en collectief) gedaan dan voorzien De consumentenprijsindex valt hoger uit dan voorzien

3.2.4

Schoon Huis

Omschrijving Sinds 1 januari 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Rogplus heeft met zes zorgaanbieders contracten gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot een schoon huis (hulp bij het huishouden). De contracten zijn ingegaan op 1 januari 2020 en lopen, na verlenging, door in 2023. Er zijn drie onderdelen waaruit de dienstverlening kan bestaan: • Algemene Voorziening Schoon Huis • Maatwerkvoorziening Schoon Huis • Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis (Extra) De Algemene Voorziening Schoon Huis wordt door Rogplus beschikt op 105 uur per cliënt per jaar. De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert 105 uur op jaarbasis, ongeacht het daadwerkelijk aantal geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan 105 uur op jaarbasis. De eventueel niet geleverde uren worden door de zorgaanbieder ingezet bij andere cliënten. Schoon Huis maatwerk en extra worden door Rogplus beschikt op een nader te bepalen aantal uur per jaar.

De zorgaanbieder levert haar dienstverlening en factureert alleen de daadwerkelijk geleverde uren. Er kan nooit meer gefactureerd worden dan beschikt.

24

De Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis is de opvolger van de Huishoudelijke Hulp Toeslag. Cliënten kunnen tegen een vergoeding extra uren huishoudelijke hulp inkopen. Deze inkomsten zijn begroot binnen het begrotingsonderdeel ‘Inkomsten Wmo’. Voor de taak ‘de was doen’ is de was- en strijkservice een voorliggende voorziening. Uitgangspunten

Aantallen Sinds 1 januari 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor hulp bij het huishouden worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. De aantallen cliënten en declaraties voor huishoudelijke hulp in 2022 en verder worden in beginsel gebaseerd op het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening over 2021. Bij de berekening van de aantallen cliënten Schoon Huis wordt rekening gehouden met de volgende factoren: Ontwikkelingen met een versterkend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Abonnementstarief. In 2019, sinds de invoering van het abonnementstarief voor de eigen bijdrage, is de vraag naar hulp bij het huishouden sterk toegenomen. Begin 2020, in de maanden voor de uitbraak van COVID-19, werd zichtbaar dat de groei van de aantallen verstrekte beschikkingen voor hulp bij het huishouden afnam.

Een verklaring hiervoor is dat de aanzuigende werking van het abonnementstarief minder wordt en er binnen de doelgroep verzadiging optreedt: na verloop van tijd zal een groter deel van de inwoners die aanspraak kunnen maken op hulp bij het huishouden op grond van de Wmo dit ook hebben gedaan. • COVID-19. Cliënten zijn tijdens de COVID-19-pandemie terughoudend geweest met het aanvragen van huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. Als de COVID-19maatregelen worden beëindigd en als gewenning aan de maatregelen optreedt, kan de vraag naar huishoudelijke hulp weer aantrekken. • Vergrijzing. Met name oudere inwoners van de MVS-gemeenten doen een beroep op huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. De bevolking van de gemeenten vergrijst geleidelijk. Ontwikkelingen met een dempend effect op de uitgaven voor huishoudelijke hulp: • Adviesgesprekken. Rogplus wijst, meer dan voorheen, inwoners actief op andere oplossingen, zoals de inzet van particuliere hulp of hulp door familie en bekenden. Ook dit heeft een dempend effect op de groei. • COVID-19. Cliënten hebben gedurende de COVID-19-pandemie in de eigen omgeving alternatieven gezocht en gevonden voor huishoudelijke hulp op basis van de Wmo. • Krapte op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 hebben aanbieders steeds meer moeite met het vinden van personeel.

Door het tekort aan medewerkers kan niet altijd aan de vraag naar huishoudelijke hulp worden voldaan en zijn wachtlijsten ontstaan. Eind 2021 stond ongeveer 2% van de cliënten met een beschikking voor Schoon Huis op

25

een wachtlijst. De aantallen wachtenden en de duur van de wachttijd verschillen per gemeente en per aanbieder. In de meeste gevallen is de wachttijd korter dan één maand. De verwachting is dat de krapte op de arbeidsmarkt ook na 2021 aanhoudt. Het beroep op algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe. In 2021 is het aantal cliënten met een beschikking voor de algemene voorziening Schoon Huis gestegen met 4,6%. Lokaal zijn de verschillen aanzienlijk. In Maassluis was de stijging 7,9%, in Vlaardingen 6,2% en in Schiedam 1,7%. Door de wachtlijsten daalde de verzilveringsgraad. Het aantal cliënten aan wie huishoudelijke hulp is geleverd op basis van de algemene voorziening steeg daardoor slechts met 1,3%. Ook hier bestaan verschillen tussen de drie gemeenten. De stijging van de vraag naar de algemene voorziening Schoon Huis vertaalt zich, zolang er wachtlijsten bestaan minder dan evenredig in een stijging van de kosten. In de ontwerpbegroting neemt Rogplus aan dat de wachtlijstproblematiek in 2022 doorzet en vanaf 2023 op kan worden gelost, zodat op termijn de verzilveringsgraad van 2020 weer wordt bereikt. Rogplus speelt in de begroting op maatregelen die samen met aanbieders en gemeenten kunnen worden getroffen om de wachtlijsten aan te pakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11551254/2