Ontwerpbegroting MRDH 2023
Tekst van het document
Risico’s algemeen De mogelijke maatregelen om de risico’s te beheersen en/of financieel te dekken zijn: - risico’s onder controle houden door stuur- en beheersmaatregelen (bijvoorbeeld door het afsluiten van verzekeringen of het aanscherpen van de regelgeving); - risico’s kunnen financieel worden afgedekt door het instellen van voorzieningen voor risico’s die kunnen worden gekwantificeerd en het instellen van een weerstandsvermogen voor risico’s die niet financieel kunnen worden gekwantificeerd. Normale bedrijfsrisico’s doen zich regelmatig voor en deze zijn daarom vrij goed meetbaar. Hierdoor kunnen ze worden gedekt door ofwel beheersmaatregelen ofwel het afsluiten van verzekeringen. Risico’s programma Economisch Vestigingsklimaat De risico’s die samenhangen met de taken voor het versterken van het economisch vestigingsklimaat kunnen alleen met eigen weerstandscapaciteit van de MRDH worden afgedekt. In een uitgevoerde financiële risicoanalyse (2015) is het risico bepaald dat een gemeente niet kan voldoen aan haar verplichte bijdrage aan het programma Economisch Vestigingsklimaat. Bij het eventueel wegvallen van een deel van de inwonerbijdragen is een weerstandscapaciteit van € 100.000 nodig om het dekkingstekort op de (vaste) apparaatskosten op te vangen.
In bovengenoemd audittraject is bepaald dat dit risico eenmaal per vier jaar (collegeperiode) voor kan komen en dat voor het opvangen daarvan 1/23 deel van € 2,29 miljoen (apparaatslasten EV begroting 2016) nodig is. Dit kwam neer op een bedrag van circa € 100.000, dat iedere vier jaar benodigd zou zijn. Voor ditzelfde bedrag is daarom in 2015 de Reserve weerstandsvermogen economisch vestigingsklimaat gevormd. Dit risico is met de vaststelling van zogenaamde uittreedregels komen te vervallen. Op 12 juli 2019 stelde het algemeen bestuur de ‘Algemene regels voor uittreding uit de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014’ vast. Daarin staat opgenomen dat bij uittreding een uittreedsom wordt bepaald: het bedrag dat de uittredende deelnemer dient te betalen aan de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (GR MRDH)
47
en dat bestaat uit de schade die de GR MRDH lijdt als gevolg van de uittreding. Het aanhouden van een aparte reserve is daardoor niet meer nodig. Risico’s programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De risico’s die samenhangen met de activiteiten voor verkeer en vervoer worden allereerst opgevangen met een risicobuffer die binnen de projecten, waarbij financiële risico’s worden geïdentificeerd, wordt aangehouden. Wanneer deze risicobuffer niet afdoende is, worden de BDUmiddelen aangesproken. Dit heeft tot gevolg dat andere bestedingen ten laste van de BDUmiddelen lager worden en/of vertragen. De taken voor verkeer en vervoer worden in hoge mate (>99%) gefinancierd met rijksmiddelen. Omdat deze middelen, voor zover ze nog niet besteed zijn worden beschouwd als vreemd vermogen, kan er geen risicoreserve worden opgebouwd van deze middelen. Afname reizigers openbaar vervoer Het openbaar vervoer is door de COVID-19-pandemie hard geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de metropoolregio opbrengstverantwoordelijk zijn. Vanaf het jaar 2020 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot een Beschikbaarheidsvergoeding.
Daarmee wordt tot september 2022 een groot deel van de kosten van de vervoerders vergoed. Onderdeel van die afspraken is dat de MRDH de volledige begrote exploitatievergoedingen blijft uitkeren aan de vervoersbedrijven. Daarnaast is het in 2021 opgestelde Transitieprogramma OV en corona onderdeel van de afspraken. Het transitieprogramma wordt tot en met 2022 periodiek herijkt, om zo elke keer bij te kunnen sturen als de situatie daar om vraagt. Deze begroting gaat uit van een gelijkblijvende structurele inzet van middelen voor de exploitatie van het openbaar vervoer ten opzichte van de begroting 2022. Financiering OV-bedrijven Zoals in hoofdstuk 4.1 (Financiering) reeds gemeld, financiert de MRDH de investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven. Dat brengt risico’s met zich mee, die in een in 2016 uitgevoerd extern onderzoek nader zijn geduid. Daaruit is geconcludeerd dat een reserve moet worden gevormd om de risico’s die van directe invloed zijn op de economische waarde van het te financieren materieel, naar behoren af te dekken.
Daarbij is meegewogen dat de MRDH voor de periode 2016-2026 een railconcessie heeft gegund aan voornoemde OV-bedrijven, dat de MRDH een eerste zekerheidsrecht verwerft over de te financieren activa en dat het kredietrisico wordt beperkt, doordat de afschrijvingen over door de MRDH goedgekeurde railinvesteringen en de rente over de daarvoor verstrekte leningen in de maandelijks door de MRDH te betalen concessievergoeding zijn opgenomen. Op grond van een referentievergelijking is vastgesteld dat een waardedaling van 35% als uitgangspunt voor de risicoberekening verdedigbaar is. De risico-inschatting voor de beide OV-bedrijven is daarnaast als “laag” geclassificeerd en daaruit volgt een risicoweging van 8% als uitgangspunt voor de risicoberekening. Ook financiert de MRDH op grond van de verordening Bussenleningen investeringen in bussen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor concessiehoudende vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer.
48
De ondergrens voor de opbouw van de risicoreserve financieringen wordt net als in de begroting 2022 berekend op basis van de maandelijks te betalen concessievergoedingen. De maandelijkse concessievergoedingen voor rail en bus bedragen gemiddeld € 31 miljoen. Uitgaande van een worst case scenario (faillissement) wordt de kans dat maximaal één maand aan concessievergoeding als verloren moet worden beschouwd, als hoog (90%) ingeschat. De ondergrens van de op te bouwen risicoreserve wordt daarmee bepaald op € 28 miljoen. De verschillen tussen de in rekening te brengen marktconformiteitsopslag en de jaarlijks benodigde toevoeging aan de risicoreserve worden vanaf 2021 aangewend als aanvullende dekking voor de lasten van het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer (hoofdstuk 2.1.2). De daarvoor benodigde BDU-bijdrage wordt daardoor lager. In de volgende tabel is de op te bouwen risicoreserve financieringen in cijfers uitgewerkt: Risicoreservering financiering regionale OV-bedrijven per jaar (euro's) Financiering aan HTM, RET en EBS (inclusief garanties) boekwaarde MVA HTM, RET en EBS Economische waarde MVA (65% boekwaarde) Dekkingstekort economische waarde versus financiering
Voorlopige jaarrekening 2021 1.158.925.102 1.420.422.451 923.274.593 235.650.509
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.149.722.194 1.347.007.597 875.554.938 274.167.255
1.226.387.131 1.384.861.186 900.159.771 326.227.360
1.311.824.207 1.512.424.478 983.075.911 328.748.296
1.341.430.788 1.482.960.734 963.924.477 377.506.311
1.387.004.930 1.462.307.764 950.500.047 436.504.883
Weging risico
8%
8%
8%
8%
8%
8%
Netto/gewogen risico Netto/gewogen risico (ondergrens € 28 miljoen) Risicoreserve financieringen aanvang jaar cumulatief In rekening gebrachte marktconformiteits-opslag per jaar Toevoeging opslag aan risicoreserve* Dekkingstekort risicoreserve ultimo jaar Beschikbaar voor exploitatie
18.852.041 27.000.000 25.873.277 7.334.239 1.126.723 0 6.207.516
21.933.380 28.000.000 27.000.000 7.685.992 1.000.000 0 6.685.992
26.098.189 28.000.000 28.000.000 7.801.395 0 0 7.801.395
26.299.864 28.000.000 28.000.000 8.208.065 0 0 8.208.065
30.200.505 30.200.505 28.000.000 8.526.284 2.200.505 0 6.325.779
34.920.391 34.920.391 30.200.505 8.779.356 4.719.886 0 4.059.470
Hieruit blijkt dat de benodigde weerstandscapaciteit voor de financieringsactiviteiten in 2022 zal worden bereikt. Er is dan geen dekkingstekort meer op de te bereiken reserve. De meerjarenbegroting geeft aan dat er na 2024 wel weer toevoegingen aan de reserve nodig zullen zijn om de benodigde weerstandscapaciteit te bereiken. Samenvatting weerstandsvermogen-ratio begroting 2023: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen ratio = Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandcapaciteit Financiering OV bedrijven: Benodigde weerstandscapaciteit Financiering OV bedrijven: Weerstandsvermogen ratio:
€ 28.000.000 € 28.000.000 1 (voldoende)
Vennootschapsbelasting Zoals in hoofdstuk 3.3 is weergegeven heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat de hiervoor genoemde wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag die de MRDH in rekening brengt aan de vervoerders in de Vpb-heffing wordt betrokken. Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH
49
heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH en zal via de geëigende weg bezwaar aantekenen tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Zie voor een actuele status op dit dossier hoofdstuk 3.3. Als de MRDH uiteindelijk niet in het gelijk wordt gesteld, betekent dit dat het opbouwen van de benodigde risicoreserve financieringen ongeveer een jaar langer duurt en dat na deze periode structureel € 1,75 miljoen minder beschikbaar is voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Zoals ook verwoord in de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen zal dan worden gekeken of binnen de wettelijke begrotingskaders de resterende BDU-middelen aangesproken kunnen worden. Indien dat onvoldoende mogelijk is, kan het bestuur besluiten om andere bestedingen ten laste van de BDU-middelen te verlagen en/of te vertragen. De in enig jaar nog niet bestede rijksbijdrage BDU betreft vreemd vermogen en van deze middelen kan geen reservevorming plaatsvinden. Er kan daarom geen weerstandsvermogen van deze middelen worden opgebouwd, omdat er geen sprake is van eigen vermogen. Kengetallen
Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Voorlopige Jaarrekening 2021 165,6% -5,1% 2,2% n.v.t. 0,5% n.v.t.
Raming 2022 155,2% -4,9% 2,5% n.v.t. 0,2% n.v.t.
Begroting 2023 190,7% -5,5% 2,4% n.v.t. -0,1% n.v.t.
Begroting 2024 207,5% -5,5% 2,2% n.v.t. -0,1% n.v.t.
Begroting 2025 209,0% -5,8% 2,3% n.v.t. 0,7% n.v.t.
Begroting 2026 226,0% -6,9% 2,5% n.v.t. 1,7% n.v.t.
Opmerkingen De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de MRDH niet van toepassing. De netto schuldquote moet inzicht geven in de ontwikkeling van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de quote inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Dit maakt inzichtelijk wat het aandeel is van de verstrekte leningen in de exploitatie. Daarnaast welke invloed de verstrekte leningen hebben op de schuldenlast. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen. Het geeft daarmee inzicht in de mate waarin de MRDH in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. Bij de beoordeling van de in bovengenoemde tabel opgenomen kengetallen voor netto schuldquote en solvabiliteitsratio dient het volgende in aanmerking te worden genomen. Ruim 99% van de exploitatie van de MRDH vindt plaats binnen het fonds BDU verkeer en vervoer. Het per balansdatum aanwezige fondssaldo is daarnaast conform de bepalingen in het BBV als een vlottende schuld te beschouwen.
Als gevolg daarvan zijn voornoemde kengetallen niet voor elk in de tabel opgenomen (begrotings-)jaar zonder meer te beschouwen als een realistische weergave van de financiële positie van de MRDH. Het kengetal structurele exploitatieruimte geeft inzicht in welke mate de structurele lasten gedekt zijn door structurele baten. Dit is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de MRDH
50
heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. De in de tabel weergegeven positieve percentages betekenen dat de structurele lasten van de MRDH tenminste volledig worden gedekt door structurele baten. In de begroting 2023 en 2024 zorgen de incidentele bijdragen uit de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat voor een tijdelijke negatieve structurele exploitatieruimte.
4.4 Onderhoud kapitaalgoederen Investeringen Eventuele toekomstige investeringen worden gepland en begroot vanuit een investeringsplan. Investeringsplannen maken integraal deel uit van de bestuurlijk vast te stellen begroting(swijzigingen). Afschrijvingen Voor zover niet bij wettelijke bepaling geregeld, gelden de volgende uitgangspunten voor het afschrijvingsbeleid voor de materiële vaste activa, zoals vastgelegd in de Financiële verordening 2015 van de MRDH. Afschrijvingsbeleid materiële vaste activa met economisch nut Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair afgeschreven in: a. maximaal 10 jaar: verbouwing, inrichting, renovatie, restauratie van kantoren en bedrijfsgebouwen; b. maximaal 10 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen; c. 5 jaar: telefooninstallaties; d. 3 jaar: automatiseringsapparatuur; e. 10 jaar: kantoormeubilair; f. maximaal 10 jaar: straatmeubilair. De eerste afschrijving voor de activa met economisch nut start op 1 juli in het jaar van aanschaffing.
Bedrijfsgebouw Westersingel Eind oktober 2017 is de nieuwe huisvesting van de ambtelijke organisatie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag aan de Westersingel 12 te Rotterdam in gebruik genomen. Dit pand is gehuurd voor een periode van 10 jaar. Ten behoeve van de verbouwing en herinrichting van dit pand is in 2017 een bedrag geïnvesteerd van € 1,2 miljoen. In 2019 is er geïnvesteerd in het parkeerterrein op de Westersingel. Deze investeringen wordt in 10 jaar afgeschreven. De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud hiervan en heeft daartoe contracten afgesloten met gespecialiseerde marktpartijen.
51
Kapitaallast Bedrijfsgebouw
€
2022 127.101 €
2023 127.101 €
2024 127.101 €
2025 127.101 €
2026 127.101
Overige materiële vaste activa Kantoorinventaris en ICT hardware zijn bij de start van de MRDH in 2015 om niet overgenomen van het Stadsgewest Haaglanden. Als gevolg van de verhuizing naar het nieuwe pand in 2017 (zie hiervoor) moest in 2017 een nieuw datanetwerk worden aangelegd en nieuw meubilair worden aangeschaft tot een totaal bedrag van € 457.000. In 2018 zijn nieuwe investeringen in ICT gedaan. Het gaat om de noodzakelijke vervanging van de werkplek hardware in combinatie met een nieuwe provider, de doorontwikkeling van het financiële systeem (projectadministratie en verdere digitalisering werkprocessen) en de digitalisering van de voorbereidings- en autorisatieprocessen van bestuurlijke voorstellen. De komende jaren vinden geen nieuwe investeringen plaats in ICT. In 2019 heeft vervanging van de hardware plaatsgevonden op basis van huur contracten waardoor geen afschrijvingslast ontstaat. Noodzakelijke eenmalige software updates in 2019 (o.a. document management systeem en vergadersysteem) zijn ten laste gebracht van de hiervoor ingestelde Reserve Interne kwaliteitsverhoging. Investeringen in kantoormeubilair worden in 10 jaar afgeschreven, ICT hardware in 3 jaar, software en ICT-investeringen in verbeterprocessen in 7 jaar.
De MRDH is zelf verantwoordelijk voor het noodzakelijke onderhoud van deze activa en heeft dit uitbesteed aan meerdere gespecialiseerde marktpartijen. In 2019 is er geïnvesteerd in meubilair en het terras. Voor 2022 worden er investeringen verwacht in het kader van telefonie en vervanging van meubilair. Investering Meubilair ICT
Investeringsbedrag € 244.000 € € 45.000 €
Kapitaallast Meubilair ICT
€ €
Kapitaallast Overige materiële vaste activa
€
2022 244.000 45.000
2023 €
2024 €
2025 €
2026 -
2022 12.200 € 7.500 €
2023 24.400 € 15.000 €
2024 24.400 € 15.000 €
2025 24.400 € 7.500 €
2026 24.400 -
2022 50.159 €
2023 50.159 €
2024 50.159 €
2025 50.159 €
2026 50.159
Haltevoorzieningen Conform de overeenkomst heeft de MRDH vanaf medio 2014 het economisch eigendom van alle bestaande en nieuwe haltevoorzieningen (de zgn. abri’s) in de gemeenten Den Haag, Delft, Westland en Midden-Delfland. Alle investeringen hieraan en het beheer en onderhoud hiervan zijn voor rekening van de MRDH. De investeringen worden in 5 jaar afgeschreven. De jaarlijkse kosten worden geheel gedekt door reclameopbrengsten, waartoe de MRDH zelfstandig een contract heeft aanbesteed. Beheer en onderhoud zijn uitbesteed aan HTM. De boekwaarde van de haltevoorzieningen per 31 december 2021 bedraagt € 0. Gronden De MRDH heeft diverse percelen grond in eigendom dan wel een recht van opstal daarop gevestigd ten behoeve van de aanleg van tramlijnen. Volgens een actuele kadasteropgave gaat het daarbij om de volgende percelen:
52
Perceel 1 Rijswijk A 3914 2 Rijswijk D 8010 3 Rijswijk D 8011 4 Rijswijk D 8015 5 Rijswijk D 8038 6 Rijswijk G 2984 7 Rijswijk G 2985 8 Rijswijk G 2989 9 Rijswijk G 2994 10 Rijswijk G 2999 11 Rijswijk G 3001 12 Rijswijk G 3002 13 Rijswijk G 3009 14 Rijswijk G 3050 15 Rijswijk G 3054 16 Rijswijk I 2128 17 Rijswijk I 2131 18 Rijswijk I 2134 19 Rijswijk I 2137 20 Rijswijk I 2139 21 Veur B 9432
Adres Burgemeester Elsenlaan Burgemeester Elsenlaan/Van Vredenburchweg 77B Burgemeester Elsenlaan Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Limpqergstraat/Limpergstraat 11 Burgemeester Elsenlaan Veraartlaan/Visseringlaan Visseringlaan/Volmerlaan Volmerlaan Sir Winston Churchilllaan Lange Kleiweg/Lange Kleiweg 2A Generaal Eisenhowerplein Sir Winston Churchilllaan Sir Winston Churchilllaan Prinses Beatrixlaan Weidedreef Florence Nightingalestraat Eikelenburglaan/Eikelenburglaan 4 Eikelenburglaan Burgemeester Banninglaan
Eigenaar Gerechtigde Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk/Railinfratrust MRDH (opstal) MRDH geen MRDH geen Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) Gemeente Rijswijk MRDH (opstal) St. Medisch Centrum Haaglanden MRDH (erfpacht)
Omschrijving wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen wegen wegen wegen wegen wegen bedrijvigheid (nutsvoorziening) wegen openbaar vervoer
Er zijn geen financiële verplichtingen ten aanzien van deze gronden.
4.5 Bedrijfsvoering MRDH-organisatie De ambtelijke organisatie van de MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur. Alle lijntaken zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB). De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie, geeft leiding aan vijf managers en vervult daarbij zelf het management van bureau Interne Dienstverlening. De
53
verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is gelijk aan de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komt van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer In de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU verkeer en vervoer. Het aantal fte in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. Economisch Vestigingsklimaat (EV) De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het programma Economisch Vestigingsklimaat ligt bij de manager EV. Dit organisatieonderdeel telt 10 fte en is ongewijzigd ten opzichte van de begroting 2022. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Strategie & Bestuur (BSB) en Interne Dienstverlening (BID).
De uitvoering van stafzaken is op centraal niveau georganiseerd in drie bureaus: BFC, BSB en BID. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, informatiebeheer en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Het aantal fte stafzaken in de begroting 2023 is gelijk gebleven ten opzichte van de begroting 2022. De salarissen van de medewerkers komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutels hoofdstuk 3.2 Overhead. Van de inwonerbijdrage voor EV van € 2,82 (prijspeil 2023) wordt conform de afspraken (Kadernota MRDH begroting 202) maximaal € 1,15 (prijspeil 2023) ingezet voor apparaatslasten. Voor de salarislasten volgt de MRDH de bedrijfseigen cao, die weer de rechtspositie van de gemeente Rotterdam en de cao gemeenten volgt. In november 2021 hebben werkgevers en vakbonden een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector. Het akkoord geldt voor 24 maanden. De salarissen stijgen per 1 december 2021 met 1,5% en per 1 april 2022 met 2,4%. Voor het jaar 2023 wordt rekening gehouden met een loonstijging van 1,9%.
Dit percentage sluit aan met de macro economische verkenning 2022 (MEV 2022) van september 2021 van het Centraal Planbureau. De begrote personele formatie en de daaraan verbonden salariskosten (inclusief sociale lasten) zijn als volgt te specificeren:
54
fte's 2022
fte's 2023
Begroting 2023 (euro’s)
Secretaris-algemeen directeur
1,0
1,0
205.552
Bureau Financiën & Control
9,1
9,1
989.730
Bureau Strategie & Bestuur
15,0
15,0
1.532.257
Bureau Interne Dienstverlening
5,5
5,5
407.140
Afdeling Verkeer
25,0
25,0
2.559.219
Afdeling Openbaar Vervoer
24,0
24,0
2.429.656
Economisch Vestigingsklimaat
10,0
10,0
1.219.364
Totalen
89,6
89,6
9.342.919
Onderdeel
* De MRDH begroot op formatie en werkgeverslasten
In combinatie met de materiële apparaatslasten en de uitgangspunten voor de bepaling en de verdeling van de overhead (zie hoofdstuk 3.2) levert dit de volgende kostenverdeling op van de personele en materiële apparaatslasten:
De materiële apparaatslasten betreffen de materiële budgetten voor HRM (o.a. HRM ondersteuning en advies, opleidingen), financiën (o.a. accountantskosten), facilitair (o.a. huur en servicekosten en afschrijvingskosten huisvesting), ICT/DIV (o.a. licenties document management systeem), communicatie (o.a. kosten website), bestuurszaken (o.a. vergaderkosten, bekendmakingen besluiten) en juridische zaken (o.a. juridisch advies, bezwaar en beroepskosten).
55
Hoofdstuk 5 Financiële begroting 5.1 Overzicht baten en lasten In het hierna opgenomen overzicht zijn de baten en lasten per programma verantwoord. Programmabegroting 2023 (euro's) Lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
538.127.670 67.155.516 4.044.044 6.273.618 0
460.832.597 181.874.628 5.677.382 6.695.364 0
422.738.887 140.976.359 5.892.010 6.908.379 0
419.590.361 140.753.425 5.892.010 6.908.379 0
433.358.804 135.807.522 5.434.988 6.908.379 0
436.772.056 105.606.217 5.392.010 6.908.379 0
Totaal
615.600.848
655.079.971
576.515.635
573.144.174
581.509.692
554.678.662
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar Vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
539.254.393 67.155.516 5.218.901 6.273.618
461.832.597 181.874.628 5.266.965 6.695.364
422.738.887 140.976.359 5.392.010 6.908.379
419.590.361 140.753.425 5.392.010 6.908.379
435.559.309 135.807.522 5.392.010 6.908.379
441.491.942 105.606.217 5.392.010 6.908.379
Totaal
617.902.428
655.669.554
576.015.635
572.644.174
583.667.219
559.398.548
Saldo van baten en lasten
2.301.580
589.583
-500.000
-500.000
2.157.527
4.719.886
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
285.000 -2.586.580
410.417 -1.000.000
500.000 0
500.000 0
42.978 -2.200.505
0 -4.719.886
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Voor een toelichting op de fluctuaties in de baten en lasten per jaar wordt verwezen naar hoofdstuk 2, waar de genoemde programma’s inhoudelijk worden beschreven. De baten en lasten van de treasuryfunctie worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering). Lasten en dekking van de Overhead worden inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 3.2. De gespecificeerde onttrekking en toevoeging aan reserves is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026. Per taakveld is de begroting als volgt te rubriceren: Begroting 2023 per taakveld (euro's) Lasten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling 0.4 Overhead
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
38.474.084 555.230.163 11.578.939 4.044.044 6.273.618
115.078.517 516.851.019 10.777.690 5.677.382 6.695.364
94.140.487 458.985.674 10.589.085 5.892.010 6.908.379
103.809.331 445.714.880 10.819.575 5.892.010 6.908.379
98.260.322 459.849.184 11.056.819 5.434.988 6.908.379
67.638.898 463.425.844 11.313.531 5.392.010 6.908.379
Totaal
615.600.847
655.079.971
576.515.635
573.144.174
581.509.692
554.678.662
Baten per taakveld 2.1 Verkeer en vervoer 2.5 Openbaar vervoer 0.5 Treasury 3.1 Economische ontwikkeling Dekking overhead uit BDU en Inwonerbijdrage EV
38.474.084 548.795.456 19.140.369 5.218.901 6.273.618
115.078.517 510.165.027 18.463.682 5.266.965 6.695.364
94.140.487 451.184.279 18.390.480 5.392.010 6.908.379
103.809.331 437.506.815 19.027.640 5.392.010 6.908.379
98.260.322 453.523.405 19.583.103 5.392.010 6.908.379
67.638.898 459.366.374 20.092.888 5.392.010 6.908.379
Totaal
617.902.427
655.669.554
576.015.635
572.644.174
583.667.219
559.398.548
Saldo van baten en lasten
2.301.580
589.583
-500.000
-500.000
2.157.527
4.719.886
Onttrekking aan reserves Toevoeging aan reserves*
285.000 -2.586.580
410.417 -1.000.000
500.000 0
500.000 0
42.978 -2.200.505
0 -4.719.886
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
56
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de begroting materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor het materieel in evenwicht zijn van de begroting. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: • Stortingen in en onttrekkingen aan reserves; • Bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Verdere kaders zijn opgenomen in de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 van de commissie BBV en de Handreiking 2021 - verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten van de toezichthoudende provincies, waaronder de provincie ZuidHolland. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) betreft in principe een structurele geldstroom en daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel aangemerkt te worden. Dat geldt ook voor de projecten, die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd.
Ook de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan gerelateerde uitgaven worden als structureel aangemerkt. In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven: Incidentele baten en lasten (euro's) Incidentele lasten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead
Voorlopige jaarrekening 2021*
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
129.470.723 16.462.558 285.000 0
1.000.000 12.981.538 410.417 0
0 8.744.628 500.000 0
0 7.000.000 500.000 0
2.200.505 10.000.000 42.978 0
4.719.886 10.000.000 0 0
Totaal
146.218.281
14.391.955
9.244.628
7.500.000
12.243.483
14.719.886
Totaal
128.344.000 16.462.558 285.000 81.316 145.172.874
0 12.981.538 410.417 0 13.391.955
0 8.744.628 500.000 0 9.244.628
0 7.000.000 500.000 0 7.500.000
0 10.000.000 42.978 0 10.042.978
0 10.000.000 0 0 10.000.000
1.045.407
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
Baten per programma 1. Exploitatie verkeer en openbaar Vervoer 2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat Overhead
Saldo van incidentele baten en lasten
* ExcIusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting incidentele baten en lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Incidentele lasten betreffen de toevoegingen aan de risicoreserve financieringen en voor het jaar 2021 aanvullend € 128.344.000 vanwege de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (tevens incidentele baat 2021). Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Voor een aantal projecten ontvangt de MRDH incidentele bijdragen van Rijk, provincie en gemeenten en overige partijen. Deze zijn als volgt te specificeren:
57
Projecten gefinancierd met incidentele bijdragen Voorlopige (euro's) jaarrekening 2021 Incidentele baten Maatregelen Grote Kruising/Algera (onderdeel KTA Move 2020-2022) 4.132.231 Veilig Slim en Duurzaam 3.179.000 Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid 1.000.000 pilot Maas 413.000 Fietssnelroutes 768.000 Digitalisering overheden 562.000 Spuk verkeersveiligheidsmaatregelen 5.412.728 KTA Move 2021 Zuid-Holland bereikbaar expl 2022 Fietsstimulering 2021 Onderwijsaanpak 2021 Opgave Fiets Inzet tour de Force Oeververbinding Regio Rotterdam Studie Voorne-Putten 75.000 Studie en innovatie CID Binckhorst Zoetermeer ontwikkeling Entreegebied No regret Den Haag Zero Emissie Stadslogistiek Fietenetwerkplannen Zuidwest Totaal 15.541.959
Raming 2022
Begroting 2023
1.265.848 2.450.000 61.989 82.685 75.000 250.000 3.078.000 102.000 378.000 2.255.372 2.900.000 41.322 41.322 12.981.538
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.744.628 7.000.000
7.000.000
10.000.000
10.000.000
8.744.628
7.000.000
10.000.000
10.000.000
Economisch Vestigingsklimaat Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in alle reserves als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. Dat betreft hier de onttrekkingen aan de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat ter dekking van de subsidie aan YES!Delft (lasten en baten). De commissie BBV adviseert in haar Notitie structurele en incidentele baten en lasten van 30 augustus 2018 het structureel begrotingssaldo te presenteren conform een voorgeschreven format. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenbegroting structureel in evenwicht zijn: Presentatie van het structureel begrotingssaldo (euro's) Saldo baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Voorlopige jaarrekening 2021 2.301.580 -2.301.580 0 1.045.407 1.045.407
Raming 2022
Begroting 2023
589.583 -589.583 0 1.000.000 1.000.000
-500.000 500.000 0 0 0
Begroting 2024 -500.000 500.000 0 0 0
Begroting 2025 2.157.527 -2.157.527 0 2.200.505 2.200.505
Begroting 2026 4.719.886 -4.719.886 0 4.719.886 4.719.886
Uit het overzicht blijkt geen negatief saldo, en dat betekent dat de begroting structureel in evenwicht is.
5.3 Uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting Inleiding De begroting 2023 is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten. Materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De afschrijvingen zijn lineair en overeenkomstig de in de Financiële verordening opgenomen percentages berekend. De geraamde baten en lasten zijn toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben, ongeacht of zij tot ontvangsten en uitgaven in het jaar hebben geleid. Rijksbijdragen zijn geraamd volgens het principe van Single Information Single Audit op basis van het baten- en lastenstelsel.
58
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid Financiering OV-bedrijven Eind 2016 heeft de MRDH besloten om de financiering van activa en nieuwe investeringen betreffende railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET over te nemen van respectievelijk gemeenten Den Haag en Rotterdam, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Daartoe zijn vanaf 2016 de bestaande leningen en borgstellingen overgenomen van de gemeenten Den Haag en Rotterdam. Hierdoor blijven, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Daarnaast heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag op 21 december 2017 de Verordening bussenleningen ingesteld. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven ten behoeve van de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. De hieruit voortvloeiende financiële gevolgen worden nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 (Financiering) en de daaraan verbonden risico’s in hoofdstuk 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Overbesteding De kaders voor een tijdelijk tekort op de BDU-middelen voor verkeer en vervoer zijn conform de wettelijke vereisten.
Concreet betekent dit dat overbestedingstekorten zijn gelimiteerd op een maximale periode van drie achtereenvolgende kalenderjaren. De voorliggende begroting 2023 laat geen overbestedingstekorten zien. Deze voldoet daarmee aan het hiervoor genoemde kader. Een verdere toelichting op de overbesteding is opgenomen in de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s). Geprognosticeerde balanscijfers ACTIVA
Vaste activa (art. 33) Materiële vaste activa (art. 35) Investeringen met economisch nut
Voorlopige jaarrekening 2021
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
1.006.635 1.006.635
1.098.676 1.098.676
882.016 882.016
665.357 665.357
456.198 456.198
254.538 254.538
Financiële vaste activa (art. 36) Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen en overige langlopende leningen
1.054.926.103 1.001 1.054.925.102
1.049.723.195 1.001 1.049.722.194
1.130.388.132 1.001 1.130.387.131
1.219.825.208 1.001 1.219.824.207
1.253.431.789 1.001 1.253.430.788
1.303.005.931 1.001 1.303.004.930
Totaal vaste activa
1.055.932.738
1.050.821.871
1.131.270.148
1.220.490.565
1.253.887.987
1.303.260.469
294.250.513 47.685.926 245.504.891 1.059.697
223.227.178 47.500.000 173.727.178 2.000.000
216.868.965 47.500.000 167.368.965 2.000.000
210.998.144 47.500.000 161.498.144 2.000.000
208.940.242 47.500.000 159.440.242 2.000.000
231.656.795 47.500.000 182.156.795 2.000.000
49.945 49.945
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
50.000 50.000
Overlopende activa (art. 40a) De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
116.443.244 92.406.273
72.803.570 58.203.570
37.789.846 23.189.846
28.444.922 13.844.922
19.100.000 4.500.000
19.100.000 4.500.000
24.036.971
14.600.000
14.600.000
14.600.000
14.600.000
14.600.000
Totaal vlottende activa
410.743.702
296.080.748
254.708.811
239.493.066
228.090.242
250.806.795
1.466.676.440
1.346.902.619
1.385.978.959
1.459.983.631
1.481.978.229
1.554.067.265
Vlottende activa (art. 37) Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 39) Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
Liquide middelen (art. 40) Banksaldi
Totaal activa
59
Voorlopige jaarrekening 2021
PASSIVA
Vaste passiva (art. 41) Eigen vermogen (art. 42/43) Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
32.507.907 100.000 30.948.050 1.459.857
33.097.490 0 33.097.490 0
32.597.490 0 32.597.490 0
32.097.490 0 32.097.490 0
34.255.017 0 34.255.017 0
38.974.903 0 38.974.903 0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer (art. 46) Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen
1.054.909.811 1.054.909.811
1.049.722.194 1.049.722.194
1.130.387.131 1.130.387.131
1.219.824.207 1.219.824.207
1.253.430.788 1.253.430.788
1.303.004.930 1.303.004.930
Totaal vaste passiva
1.087.417.718
1.082.819.684
1.162.984.621
1.251.921.697
1.287.685.805
1.341.979.832
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar (art. 48) Overige schulden
24.155.058 24.155.058
24.000.000 24.000.000
24.000.000 24.000.000
24.000.000 24.000.000
24.000.000 24.000.000
24.000.000 24.000.000
Overlopende passiva (art. 49) Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
355.103.664
240.082.935
198.994.339
184.061.933
170.292.424
188.087.433
136.770.967
93.685.481
58.955.097
49.893.513
38.181.906
33.260.362
215.175.167 3.157.530
143.397.454 3.000.000
137.039.241 3.000.000
131.168.420 3.000.000
129.110.518 3.000.000
151.827.071 3.000.000
Totaal vlottende passiva
379.258.722
264.082.935
222.994.339
208.061.933
194.292.424
212.087.433
1.466.676.440
1.346.902.619
1.385.978.959
1.459.983.631
1.481.978.229
1.554.067.265
Vlottende passiva (art. 47)
Totaal passiva
EMU-saldo EMU saldo (euro's) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Berekend EMU-saldo
Voorlopige jaarrekening 2021 2.301.580 439.348 0
Raming 2022 589.583 196.959 -289.000
Begroting 2023 -500.000 216.659 0
Begroting 2024 -500.000 216.659 0
Begroting 2025 2.157.527 209.159 0
Begroting 2026 4.719.886 209.159 0
2.740.928
497.542
-283.341
-283.341
2.366.686
4.929.045
Het negatieve begrote EMU-saldo voor 2022 betekent dat het totaal aan uitgaven, inclusief uitgaven aan investeringen, hoger is dan het totaal aan inkomsten. Vooralsnog is er geen sanctie op overschrijding van het EMU-saldo bij begroting. Arbeidskostengerelateerde verplichtingen Het BBV schrijft voor dat inzage wordt gegeven in jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, waarvoor geen voorziening is getroffen. De verschuldigde bedragen wegens vakantietoeslag, eindejaars- en levensloopuitkeringen worden sinds de verplichte invoering van het Individueel Keuzebudget vanaf 2017 geheel toegerekend aan het begrotingsjaar, waarin zij zijn verschuldigd. In de begroting 2023 zijn geen bedragen opgenomen en/of gereserveerd voor niet opgenomen vakantie- en verlofrechten. Ten tijde van het opmaken van deze begroting 2023 waren er geen afspraken en/of regelingen bekend, die leiden tot ontslag- en/of afvloeiingsuitkeringen in 2023. De MRDH is aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Er zijn geen aanvullende pensioenverplichtingen anders dan door hogere premies. Investeringen Voor een overzicht van de waardering en het onderhoud van de aanwezige en nieuw te investeren materiële vaste activa wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4 (Onderhoud kapitaalgoederen).
60
Financiering Voor een uitvoerige toelichting op dit item wordt verwezen naar hoofdstuk 4.1 (Financiering). Reserves Het verloop van de reserves in de periode 2021 t/m 2026 is opgenomen in hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen.
61
Hoofdstuk 6 Staat van reserves en fondsen 2021-2026 Voorlopige jaarrekening 2021 *
Omschrijving
Raming toevoeging 2022
Raming onttrekking 2022
Raming saldo 31-12-2022
Raming toevoeging 2023
Raming onttrekking 2023
Raming saldo 31-12-2023
Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen
100.000 3.948.050
0 1.559.857
100.000 410.417
0 5.097.490
0 0
0 500.000
0 4.597.490
27.000.000
1.000.000
0
28.000.000
0
0
Subtotaal reserves
31.048.050
2.559.857
510.417
33.097.490
0
500.000
Fondsen BDU Mobiliteitsfonds Subtotaal fondsen
215.175.167
552.806.415
624.584.128
143.397.454
538.478.413
544.836.627
215.175.167
552.806.415
624.584.128
143.397.454
538.478.413
544.836.627
28.000.000 0 32.597.490 0 0 137.039.241 0 137.039.241
TOTAAL-GENERAAL
246.223.217
555.366.272
625.094.545
176.494.944
538.478.413
545.336.627
169.636.731
* Inclusief voorstel resultaatbestemming Omschrijving Reserves Reserve weerstandsvermogen EV Egalisatiereserve EV Reserve interne kwaliteitsverhoging Risicoreserve financieringen
Raming toevoeging 2024
Raming onttrekking 2024
Raming saldo 31-12-2024
Raming saldo 31-12-2025
Raming toevoeging 2026
Raming onttrekking 2026
Raming saldo 31-12-2026
0 500.000
0 4.097.490
0 0
0 42.978
0 4.054.512
0 0
0 0
0 4.054.512
0
0
2.200.505
0
4.719.886
0
0
500.000
2.200.505
42.978
4.719.886
0
549.311.305
551.369.207
549.311.305
526.594.752
549.311.305
551.369.207
30.200.505 0 34.255.017 0 0 129.110.518 0 129.110.518
549.311.305
526.594.752
34.920.391 0 38.974.903 0 0 151.827.071 0 151.827.071
551.511.810
551.412.185
163.365.535
554.031.191
526.594.752
190.801.974
Fondsen BDU Mobiliteitsfonds Subtotaal fondsen
534.961.185
540.832.006
534.961.185
540.832.006
TOTAAL-GENERAAL
534.961.185
541.332.006
163.265.910
62
Raming onttrekking 2025
0 0
28.000.000 0 32.097.490 0 0 131.168.420 0 131.168.420
Subtotaal reserves
Raming toevoeging 2025
Toelichting staat van reserves en fondsen Reserve weerstandsvermogen EV Zie de toelichting in hoofdstuk 4.3. Egalisatiereserve EV Deze reserve bevat voornamelijk de nog niet financieel afgewikkelde bijdragen aan gemeenten op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH. Zie voor een toelichting op de onttrekkingen hoofdstuk 2.3.2 (Wat gaat het kosten programma Economisch Vestigingsklimaat). Risicoreserve financieringen Voor meer informatie over de wijze waarop deze reserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Fonds BDU Jaarlijks ontvangt de MRDH een rijksbijdrage in het kader van de wet Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Deze toevoegingen aan het fonds zijn opgenomen in hoofdstuk 3.1. De onttrekkingen betreffen de BDU-bijdragen aan de exploitatie in de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer zoals opgenomen in 2.1.2 (Wat gaat het kosten programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer) en 2.2.2 (Wat gaat het kosten programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer). Daarnaast vindt er jaarlijks een onttrekking plaats ter dekking van de overhead gerelateerd aan verkeer en vervoer (hoofdstuk 3.2).
63
Hoofdstuk 7 Inwonerbijdragen per gemeente Alle deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag betalen in 2023 een bijdrage in het kader van het versterken van het economisch vestigingsklimaat. In onderstaande tabel zijn de bijdragen per gemeente opgenomen:
Gemeente
Aantal inwoners 1 januari 2022 (*)
Bijdrage per inwoner
Totaal inwonerbijdrage 2023
Albrandswaard
25.929
2,82
73.120
Barendrecht
48.723
2,82
137.399
Brielle **
17.714
2,82
49.953 189.465
Capelle aan den IJssel
67.186
2,82
Delft
104.533
2,82
294.783
Den Haag
553.039
2,82
1.559.570
Hellevoetsluis **
40.570
2,82
114.407
Krimpen aan den IJssel
29.416
2,82
82.953
Lansingerland
64.118
2,82
180.813
Leidschendam-Voorburg
76.648
2,82
216.147
Maassluis
34.148
2,82
96.297
Midden-Delfland
19.480
2,82
54.934
Nissewaard
86.340
2,82
243.479
Pijnacker-Nootdorp
56.551
2,82
159.474 132.836
Ridderkerk
47.105
2,82
Rijswijk
56.954
2,82
160.610
Rotterdam
655.473
2,82
1.848.434
Schiedam
79.777
2,82
224.971
Vlaardingen
74.159
2,82
209.128 76.436
Wassenaar
27.105
2,82
Westland
112.487
2,82
317.213
Westvoorne **
14.958
2,82
42.182
Zoetermeer
125.754
2,82
354.626
Totaal
2.418.167
6.819.230
(*) bron: CBS StatLine info van 14-3-2022. (**) naar verwachting gaan de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne met ingang van 1 januari 2023 fuseren. Per die datum ontstaat dan de nieuwe gemeente Voorne aan Zee.
De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2022 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2023) naar € 2,82 per inwoner. De inwonerbijdrage EV bedraagt in 2023 € 6,8 miljoen en wordt voor € 5,35 miljoen verantwoord als baten ter dekking van de lasten binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat (Wat mag het kosten? hoofdstuk 2.3.2). Daarnaast wordt ter dekking van de kosten van overhead gerelateerd aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat (hoofdstuk 3.2) € 1,45 miljoen ingezet.
64
Hoofdstuk 8 Besluit De begroting 2023 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag vast te stellen, de in de programma’s opgenomen budgetten vast te stellen op subtotalen en kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2024-2026;
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van 8 juli 2022
de secretaris,
de voorzitter,
Christel Mourik
Jan van Zanen
65
Bijlage 1 Indicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincie en gemeenten (BBV) is bij ministeriële regeling een set van verplichte beleidsindicatoren vastgesteld. De insteek van deze set is dat de hiervoor benodigde informatie met een zo gering mogelijke inspanning beschikbaar is (via de website Waarstaatjegemeente.nl). Met ingang van 29 december 2018 is in de ministeriële regeling een aantal indicatoren komen te vervallen, waaronder de indicatoren voor het taakveld Verkeer en Vervoer. Voor het taakveld Economie maken de volgende indicatoren onderdeel uit van de regeling: ‘Functiemenging’ en ‘Vestigingen (van bedrijven)’. Voor deze begroting wordt ervan uitgegaan dat de deelnemende gemeenten zelf verantwoording afleggen over de indicatoren voor het taakveld Economie, omdat dit geen wettelijke taak betreft van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. In deze begroting worden wel de verplichte indicatoren met betrekking tot bestuur/bedrijfsvoering opgenomen. Zie hiervoor onderstaande tabel. # 1 2 3 4 5
Taakveld 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning 0. Bestuur en ondersteuning
Indicator Formatie
Apparaatskosten
Periode 2022 per 1000 inwoners 1 januari 2022 per 1000 inwoners 2023
Externe inhuur
2021
Overhead
2021
Bezetting
Waarde B2023 0,037 fte per 1000 inwoners 0,035 fte per 1000 inwoners € 5,15 per inwoner 6,34% van de totale loonsom 1,20% van de totale lastenbegroting
Waarde B2022 0,037 fte per 1000 inwoners 0,036 fte per 1000 inwoners € 5,02 per inwoner 7,48% van de totale loonsom 1,14% van de totale lastenbegroting
Ad 1) In de begroting 2023 bedraagt de formatie 89,6 fte. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 2) De bezetting per 1 januari 2022 bedraagt 84,2 fte. Het betreft in alle gevallen de medewerkers met een aanstelling bij de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en betreft niet de externe inhuur. Deze inhuur wordt verantwoord binnen de indicator Externe inhuur. Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 3) De totale begrote apparaatskosten bedragen in 2023 € 12.461.919 (zie hoofdstuk 4.5). Het aantal inwoners van de metropoolregio Rotterdam Den Haag bedraagt per 31 december 2021 2.418.167 (zie hoofdstuk 7). Ad 4) de totale loonsom bedroeg in 2021 € 8.636.596. De externe inhuur bedroeg in 2021 € 547.130. Voor 15% betreft deze inhuur medewerkers van de aangesloten gemeenten. Ad 5) In de Begroting 2023 bedraagt de overhead € 6.908.379 (zie 3.2 Overhead). De totale lasten bedragen € 576.515.635 (zie hoofdstuk 1). De indicator is voornamelijk afhankelijk van de totale lasten van de begroting. Die kan vanwege de realisatie van grote infrastructurele projecten schommelen. De kosten van overhead volgen de verwachte materiële en personele prijsontwikkeling.
66
Bijlage 2 Detail projecten en programma’s meerjarenbeeld BDU (bedragen x € 1.000.000)
Projectnaam Systeemsprong Sneltramtraject Hoekse Lijn Rotterdam A16 Lijn 19 KTA 2020-2023 AVLM MFR - Westland Rotterdam R-Net: Upgrade 6 buslijnen Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio Aanpassing Schiedam ivm 4-sporigheid Hart van Zuid Beatrixlaan fase 1 kruising Erasmusweg-Lozerlaan Busstation Nissewaard Metrostation Nissewaard Doorstroming OV R-net Ridderkerk-Rotterdam (HOV Ridderkerk) Ketenmobiliteit (Transitieprogramma) Programma kleine projecten Move- CID Binckhorst no regret - Rijksbijdrage Move - CID Binckhorst no regret - Eigen bijdrage Move - Binckhorst Move - Oeververbinding Move - Algera Move - gebiedsuitwerking Westland: MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag MFR Westland - Monster - Den Haag MFR Westland - Midden Delfland - Delft Greenport 3.0 Move - gebiedsuitwerking Voorne Putten Move - gebiedsuitwerking (nog in te vullen) Nieuw Reijerwaard Movv Metronet Movv RandstadRail (Leyenburgcorridor) MFR Rotterdam- Zoetermeer MFR Delft - Rotterdam Alexander MFR Den Haag - Pijnacker
MRDH bijdrage Fase 14 Realisatie 410 Realisatie 65 Realisatie 54 Realisatie 30 Realisatie 15 Realisatie 21 Realisatie 6 Realisatie 130 Realisatie 7 Realisatie 12 Realisatie 9 Uitwerking 22 Uitwerking 8 Uitwerking 8 Uitwerking 8 Uitwerking 7 Uitwerking 9 Uitwerking 540 Uitwerking 41 Uitwerking 41 Uitwerking 50 Uitwerking 95 Uitwerking 21 Uitwerking Uitwerking 14 Uitwerking 19 Uitwerking 12 Uitwerking 5 Uitwerking 7 Uitwerking 23 Uitwerking 5 Uitwerking 100 Uitwerking 90 Uitwerking 16 Uitwerking 20 Uitwerking 6 Uitwerking
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 na 2040 3 4 9 9 9 9 5 4 4 4 7 10 4 4 3 2 8 6 6 3 2 1 33 17 28 23 14 3 3 1 1 4 4 1 6 6 6 4 2 4 2 4 4 3 4 1 2 3 1 1 2 1 1 1 1 1 1 1 10 20 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 3 7 7 10 10 4 3 7 7 10 10 4 2 12 12 12 12 14 30 30 21 3 5 5 5 3 3 4 3 1
2 1 1 3 5 5
2 1 1 6 5 1
4 5 3 1
1 1
10
4 5
2 5
67
4 5 3 1
20
3 5 3 2 3 6 20
4 6
6
5
10 10
10 10
10 22
17 23
23
Projectnaam MFR Den Haag - Pijnacker Movv Leizo P+R Kralingse Zoom en Meijersplein HOV Ridderkerk fase 2 MFR route Dordrecht -Rotterdam Beatrixlaan fase 2 Aanpassing Schiedam ivm 4-sporigheid Move - Binckhorst - aanvullend Move - Oeververbinding - aanvullend Movv Knooppunten Laan van NOI en Schiedam Oude lijn Movv ZoRo Metropolitane fietsroutes - fase 3 Metropolitane fietsroutes - complexe schakels Mobiliteitstransitie (oa. P+R) Movv innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Move - gebiedsuitwerking boven de 80 Dak metrostation Nissewaard Movv Koningscorridor west (excl Binckhorst) Movv Koningscorridor oost (CS - Madurodam) Movv Koningscorridor Oost (Telderstracé) National Toekomstbeeld Fiets Knooppunt Beurs 2e tranche knooppunten MoVe en MOVV Stationslocaties/revitalisering (metro)stations Projecten nav nieuwe strategische agenda Nieuwe nationale en regionale programma’s
68
MRDH bijdrage
Fase 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 na 2040 Plan Plan Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning Pre-verkenning
Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2023
69
Inhoudsopgave 1.
Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 70 1.1
Inleiding ................................................................................................................. 71
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 72
1.3
Van beleid naar uitvoering ..................................................................................... 73
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 73
2.
Financiële samenvatting .......................................................................................................... 75
3.
Integrale programma’s ............................................................................................................. 76
4.
Programma’s en projecten Openbaar Vervoer ......................................................................... 84
5.
6.
4.1
Programma’s Openbaar Vervoer ........................................................................... 85
4.2
Verkenningen en studies Openbaar Vervoer ......................................................... 92
4.3
Planstudies Openbaar Vervoer .............................................................................. 98
4.4
Uitwerkingen Openbaar Vervoer ............................................................................ 99
4.5
Realisatie Openbaar Vervoer ............................................................................... 107
Programma’s en projecten Verkeer........................................................................................ 111 5.1
Programma’s Verkeer .......................................................................................... 113
5.2
Verkenningen en planstudies Verkeer ................................................................. 117
5.3
Uitwerkingen Verkeer........................................................................................... 119
5.4
Realisatie Verkeer ............................................................................................... 120
In 2021 en 2022 in gebruik genomen projecten ..................................................................... 123
Bijlagen: Bijlage A Bijlage B1 Bijlage B2 Bijlage B3: Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J
Grote projecten Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: aanmeldingen 2022 In 2021 afgesloten projecten Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2023 Automated Vehicles Last Mile (AVLM) R-net Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstromingsmaatregelen Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio InnOVatie Afkortingenlijst
70
1.
Inleiding, achtergronden en kaders
1.1
Inleiding
De Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de Metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is de concrete uitwerking van de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid, gericht op het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden, de bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidie-aanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 23 gemeenten en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Tegelijkertijd is in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) door het Rijk en de regiopartners afgesproken om in te zetten op het Gebiedsprogramma Rotterdam - Den Haag voor zowel de korte termijn als voor de middellange termijn.
Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Het programma voor de Korte Termijn Aanpak tot en met 2023 valt onder de hoede van de Programmaraad MoVe (Mobiliteit en Verstedelijking). Het Rijk stelt budget beschikbaar wanneer het een prioriteit is uit het regeerakkoord, of als het gaat om potentiële opgaven uit de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA), onder voorwaarde dat de regio bereid is tot cofinanciering. Om programma’s en projecten in aanmerking te laten komen voor Rijksbijdragen, zal de regio dus ook zelf budgetten beschikbaar moeten stellen. Hoofdstuk 4 is gericht op openbaar vervoer (OV). Naast specifieke programma’s is een fasering van onderwerpen opgenomen, van verkenning tot en met de realisatiefase. Daar waar verkenningen soms zijn ondergebracht in verschillende programma’s, en de besluitvorming over het vaststellen van een fase nog niet afgerond is, is gekozen voor een zo logisch mogelijke rubricering ten bate van de leesbaarheid. Hoofdstuk 5 omvat programma’s en projecten op het gebied van auto, fiets, AVLM, verkeersveiligheid en ITS. Hoofstuk 6 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2021 en 2022 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.
71
1.2
Werkgebied van de Vervoersautoriteit
De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. De gemeenteraden van Hellevoetsluis, Westvoorne en Brielle hebben in december 2020 het herindelingsontwerp vastgesteld. Daarmee is de fusie van deze gemeenten per 1 januari 2023 realiteit. De nieuwe gemeente krijgt de naam Voorne aan Zee. Na de fusie omvat het werkgebied van de MRDH nog 21 gemeenten.
72
1.3
Van beleid naar uitvoering
In de Uitvoeringsagenda Bereikbaarheid 2016-2025 (UAB) is het centrale thema “Versterking agglomeratiekracht” uitgewerkt naar ambities qua bereikbaarheid, kansen voor mensen, duurzaamheid, kwaliteit van plekken, efficiency en kwaliteit van de netwerken van weg, openbaar vervoer en fiets. Na de vaststelling van de UAB zijn deze eisen verder geconcretiseerd en worden samen met de gemeenten uitgewerkt tot concrete maatregelen. Er zijn programma’s opgesteld voor: - OV Ontwikkeling, met een programma in regio Rotterdam en regio Den Haag; - Implementatie R-net; - Het Transitieprogramma OV en corona gerelateerd aan de effecten van de pandemie; - Automated Vehicles Last Mile (AVLM); - Korte Termijn Aanpak 2020 – 2022 en 2021-2023; - Prioritair Metropolitaan fietsnetwerk; - Ketenmobiliteit en knooppunten; - Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR); - Regionale Fietsagenda voor Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF).