Ontwerpbegroting MRDH 2023
Tekst van het document
Afspraken over de rijksbijdragen aan infrastructuur worden jaarlijks gemaakt in het Bestuurlijke Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT). Hoofdpunten IPVa In het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) 2023 zijn alle infrastructuurprojecten en maatregelen samengebracht waaraan de MRDH een financiële bijdrage levert of gaat leveren. Het IPVa is opgesteld op basis van aanmeldingen van gemeenten en onze vervoersbedrijven en regiobrede programma’s voor bijvoorbeeld (metropolitane) fietsroutes, fietsparkeren en openbaar vervoer. De projecten, subsidies en studies zijn onderverdeeld naar grote en kleine projecten, waar de scheiding ligt op € 5 miljoen aan subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor de overige projecten. Die overige projecten zijn weer gecategoriseerd naar fiets- en ketenmobiliteit (FKM), verkeersmanagement en wegenstructuur (VMWS) en verkeersveiligheid (VV). Voor de kleine projecten is in 2023 € 30 miljoen beschikbaar. Voor circa € 3,5 miljoen zijn er al projecten aangemeld. In het late voorjaar van 2022 wordt de gemeenten en andere partners verzocht om nieuwe aanmeldingen voor 2023 te doen, die na toetsing ter goedkeuring aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit worden voorgelegd. De besluitvorming op die aanmeldingen is gepland voor december 2022.
In 2022 en 2023 worden verkenningen en planstudies uitgevoerd, die na afronding van een fase worden voorgelegd aan de bestuurscommissie Vervoersautoriteit. Indien een planstudie leidt tot een positief advies om door te zetten naar de uitwerkingsfase, dan wordt daar een onderbouwd voorstel voor gemaakt: op basis van beschikbaar budget, cofinanciering, planning van voorbereiding en uitvoering, etc. De begroting voor het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is opgezet langs de doelstellingen van de Strategische Agenda. Vanuit de invalshoek verkeer en vervoer geven de beschreven doelen en opgaven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? en Wat gaan we
24
daarvoor doen? Binnen het programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan vier doelstellingen: 1. Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen 2. Betrouwbaar op weg 3. Versnellen van innovatie in mobiliteit 4. Verhogen verkeersveiligheid
2.2.1. Wat willen we bereiken en wat gaan we ervoor doen? 2.2.1.1 Doelstelling: Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen De inzet is om in 2025 een verbetering van de bereikbaarheid van toplocaties en banen van minimaal 10% t.o.v. 2015 te realiseren via het OV, de fiets en ketenmobiliteit. De MRDH investeert daarvoor in het verhogen van de snelheid en de frequentie van het openbaar vervoer, het uitbreiden van de vervoerscapaciteit, de kwaliteitsverbetering van knooppunten en het realiseren van hoogwaardige fietsinfrastructuur. 2023 zal waarschijnlijk grotendeels in het teken staan van het herstel na de coronacrisis. De hieronder opgenomen ambities en activiteiten moeten dan ook in dat perspectief worden gezien. Er is nog veel onzekerheid over de financiële consequenties van de coronacrisis voor de ambities van de MRDH. De verwachting is dat deze consequenties komend jaar duidelijker zullen worden en dat daarmee ook kan worden gesproken of, en zo ja in welke mate, dit effect gaat hebben op de voorgenomen investeringen van de MRDH. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de investeringen zoals die voorgenomen zijn ook daadwerkelijk worden gedaan. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? Hieronder volgt een lijst met projecten die in 2023 in de realisatiefase of uitwerkingsfase zijn. Naast deze maatregelen, werkt de MRDH in 2023 met haar partners aan diverse planstudies en verkenningen.
Het totaaloverzicht is te vinden in het IPVa 2023 (zie bijlage 3 in deze begroting). • • • • • • • •
• •
realisatie van tramlijn 19B naar de TU Delft; realisatie van inframaatregelen voor de nieuwe hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)verbinding door de Maastunnel Rotterdam en in Ridderkerk; realisatie van de reconstructie van het metropolitaan OV-knooppunt Hart van Zuid (Rotterdam) ter bevordering van ketenmobiliteit; realisatie kwaliteitsverbetering van vijf regionale OV-knooppunten, onder meer Spijkenisse centrum ter bevordering van ketenmobiliteit; realisatie van verbeteringen van het comfort en de veiligheid van het Basisnet fiets; realisatie Nieuw Reijerwaard; realisatie bovengrondse ontwerp Beatrixlaan en kruising Erasmusweg-Lozerlaan en oplevering verkenning ondertunneling Beatrixlaan; realisatie van een hoogwaardig en veilig Metropolitaan Fietsroutenetwerk (MFR), routes uit de 1e en 2e tranche van het MFR-programma worden uitgewerkt in een verkenning of planstudie op weg naar uitvoering; realisatie van versnellingsmaatregelen tram in Den Haag en Rotterdam en enkele buslijnen onder meer buslijn 70 Rotterdam-Zuid; realisatie aanpassingen traminfra Hofplein Rotterdam voor een betere doorstroming.
25
•
•
•
realisatie van het deelprogramma Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio met onder meer de bestelling van 50 nieuwe trams, alsmede realisatie en deels nog uitwerking van het aanpassen van de traminfrastructuur op de tramlijnen 1, 6, 12 en 16. Ook wordt een nieuwe remise op de GAVI-locatie in Den Haag uitgewerkt; uitwerking van het technisch mogelijk maken van een frequentieverhoging op het samenloopdeel RandstadRail, daaraan gerelateerd het gekoppeld rijden van HTM-voertuigen op de lijnen 4 en (deels) 3; uitwerking van de frequentieverhoging op het metronet lijnen E en C, met onder meer de aanschaf van 35 nieuwe metro’s, ondersteunende inframaatregelen zoals aanpassing spoorbeveiliging, extra stallingscapaciteit, stroomvoorziening, saneren overweg en geluidsmaatregelen.
De aansturing van de OV-projecten binnen de metropoolregio kent een programmatische aanpak door twee regionale OV-ontwikkelprogramma’s in de regio’s Haaglanden en Rotterdam. Daarin zitten bovenstaande OV-dossiers, aangevuld met dossiers die in een verkenningsfase of planstudiefase zitten. De MRDH heeft daarnaast een metropolitaan Uitvoeringsprogramma voor de fiets en een metropolitaan knooppuntenprogramma. Op het niveau van de Zuidelijke Randstad werkt de MRDH samen met haar partners in het gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) aan de langere termijn opgaven in meerdere MIRT-verkenningen en gebiedsuitwerkingen. Deze dossiers zitten nog in een verkenning of planstudiefase, waarbij realisatie vanaf 2025 of later in beeld komt. De belangrijkste dossiers voor de regio binnen het gebiedsprogramma zijn: • MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam; • MIRT-verkenning CID-Binckhorst Den Haag; • MIRT-verkenning spoorlijn Leiden-Dordrecht en knooppunten; • gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten (met name fiets- en OV maatregelen) en Westland; • programmalijn Metropolitaan OV en Verstedelijking (MOVV) met onder meer de dossiers OV Zoetermeer-Rotterdam, de Koningscorridor en OV Leiden-Zoetermeer; • Verkenning/planstudie innovatie spoorbeveiliging op het samenloopdeel RandstadRail 20302035.
Voor deze verkenning, die deel uitmaakt van het gebiedsprogramma MoVe en het Nationaal Groeifonds, zijn middelen gereserveerd in het IPVa, als onderdeel van de uitwerkingen Metronet en RandstadRail. In het IPVa 2023 (zie bijlage 3 in deze begroting) worden bovengenoemde dossiers verder beschreven.
2.2.1.2 Doelstelling: Betrouwbaar op weg Een robuust en betrouwbaar samenhangend wegennetwerk realiseren. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Realisatie intelligente Verkeersregelinstallaties (iVRI’s). • Realisatie reconstructie IJsselmondseknoop. • Financieel bijdragen aan de Korte Termijn Aanpak (KTA) van het gebiedsprogramma MoVe, waaronder maatregelen op de Algeracorridor, op Voorne-Putten en in Westland. • Met de partners van Zuid-Holland Bereikbaar projecten uitvoeren die de bereikbaarheid tijdens de onderhoudsopgave van het wegennet waarborgen en bijdragen aan de mobiliteitstransitie.
26
2.2.1.3 Doelstelling: Versnellen van innovatie in mobiliteit Innovatie in mobiliteit is een belangrijk aandachtspunt van de MRDH. We werken daarvoor samen met gemeenten, provincie en Rijk, vervoerders, onderwijsinstellingen en bedrijfsleven. Innovatie is daarbij geen doel op zich, maar moet bijdragen aan de doelen uit de Strategische Agenda. Innovaties zijn daarbij gericht op duurzaamheid (reductie CO2), mobiliteitstransitie (meer met OV en fiets en ketenmobiliteit) en efficiency (meer of beter tegen lagere kosten). Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Uitvoeren van de uitkomst van de evaluatie van het programma AVLM (na besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in zomer/najaar 2022). Het realiseren van enkele voor eind 2022 aangevraagde automatisch vervoerprojecten (AVLM) op basis van een haalbaarheidsstudie en implementatieplan, zoals de HagaShuttle (Den Haag) en CAVIDOR (Schiedam), en mogelijk ook pilots op Future Mobility Park (Rotterdam), drie pilots met de nieuwe Parkshuttle (Capelle a/d IJssel), een shuttle bij Rotterdam The Hague Airport (Rotterdam) en bij de Mall of the Netherlands (Leidschendam-Voorburg). De MRDH treedt hierbij op als subsidiegever, monitort de voortgang van de projecten en deelt de geleerde lessen met de regio. • Opstarten van de MRDH-activiteiten op het gebied van deelmobiliteit, conform de in 2022 vast te stellen visie op deelmobiliteit.
2.2.1.4 Doelstelling: Vergroten verkeersveiligheid De 23 gemeenten van de metropoolregio Rotterdam Den Haag streven naar een verkeersveilige regio met nul verkeersslachtoffers in 2050 vanuit de aanpak “Maak een punt van nul”. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Uitvoeren van het Regionaal Uitvoeringsprogramma Verkeersveiligheid, in lijn met het Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV). De inzet is met name gericht op het veiliger maken van de fietsinfrastructuur en het inrichten van wegen conform het principe Duurzaam Veilig. De MRDH voorziet bij de tweede tranche van de Rijksinvesteringsimpuls (SPV) in cofinanciering. • Inzetten van verkeersleerkrachten op basisscholen in de metropoolregio. • Inzetten van verkeerseducatiepakketten Totally Traffic, SchoolopSeef en dodehoek-lessen.
27
2.2.2 Wat gaat het kosten? Programma 2: Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer (euro's) Lasten: Projectkosten Verkeer - Verkeersmanagement en wegenstructuur - Fiets- en ketenmobiliteit - Verkeersveiligheid Subtotaal Verkeer
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
21.348.211 6.686.434 4.479.685 32.514.330
43.767.079 41.055.573 20.539.484 105.362.135
47.898.974 30.559.250 8.990.115 87.448.339
46.598.368 39.347.200 11.171.615 97.117.183
53.344.924 28.370.000 9.853.250 91.568.174
30.500.000 21.500.000 8.946.750 60.946.750
Projectkosten Openbaar vervoer - Netwerk openbaar vervoer Subtotaal Openbaar vervoer
32.762.575 32.762.575
75.172.881 75.172.881
52.135.873 52.135.873
42.244.095 42.244.095
42.847.200 42.847.200
43.267.319 43.267.319
Apparaatslasten - Directe kosten personeel Subtotaal Apparaatslasten
1.878.611 1.878.611
1.339.611 1.339.611
1.392.148 1.392.148
1.392.148 1.392.148
1.392.148 1.392.148
1.392.148 1.392.148
Totaal lasten
67.155.516
181.874.628
140.976.359
140.753.425
135.807.522
105.606.217
Baten: Onttrekking fonds BDU Overige inkomsten
66.234.931 920.585
181.874.628 0
140.976.359 0
140.753.425 0
135.807.522 0
105.606.217 0
Totaal baten
67.155.516
181.874.628
140.976.359
140.753.425
135.807.522
105.606.217
0
0
0
0
0
0
Saldo van baten en lasten
Toelichting financiën De onderdelen Verkeersmanagement en wegenstructuur, Fiets- en ketenmobiliteit, Verkeersveiligheid en Netwerk openbaar vervoer bestaan uit bestedingen voor grote projecten en kleine projecten. Voor de kleine projecten geldt dat bestedingen zijn opgenomen voor de nog lopende subsidieverleningen, subsidieaanvragen die nog in behandeling zijn, de aanmeldingen van projecten voor het IPVa en de ruimte binnen het subsidieplafond dat nog niet is ingevuld met projecten. Verkeersmanagement en wegenstructuur In de begrotingsperiode wordt gewerkt aan de realisatie van de No Regret-maatregelen CIDBinckhorst. Hiervoor is € 82 miljoen (rijksbijdrage en MRDH-bijdrage) opgenomen gedurende 2022-2027. De piek van de investeringen ligt in de jaren 2023 en 2026. In de periode 2022-2025 wordt aan de Korte Termijn Aanpak € 24 miljoen besteed, € 13 miljoen aan de uitvoering voor het programma Automatisch Vervoer Last Mile (AVLM) en € 32 miljoen aan de realisatie van het bovengrondse ontwerp van de Beatrixlaan en kruising Erasmusweg-Lozerlaan en oplevering verkenning ondertunneling Beatrixlaan. Fiets- en ketenmobiliteit In 2022 wordt gestart met verkenningen, planstudies en uitvoering van het programma Metropolitane Fietsroutes (MFR).
Inmiddels zijn reserveringen gemaakt voor de MFR’s Westland – Rotterdam, Delft - Rotterdam Alexander en Zoetermeer in de periode 2022-2025 voor in totaal € 58 miljoen. Verders staat de route Den Haag - Pijnacker nog op de planning. Voor de MFR’s als onderdeel van de gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland is vanaf 2024 € 46 miljoen gereserveerd.
28
Verkeersveiligheid De bestedingen voor verkeersveiligheid bestaan uit bestedingen in het kader van lopende projecten en reserveringen voor projecten in het programma kleine projecten. OV-netwerk In de jaren 2022-2026 staat de realisatie van infrastructurele aanpassingen voor het programma Instroom Nieuwe Trams Haagse regio (INTHR) gepland voor € 116 miljoen. Daarnaast wordt in de beginjaren van de begrotingsperiode geïnvesteerd in de afronding van de projecten tramlijn 19 en Systeemsprong sneltram. Verder wordt in de periode in 2022-2025 onder andere gewerkt aan de uitvoering van de projecten OV-knoop en metrostation Nissewaard, R-net Ridderkerk – Rotterdam en aan doorstromingsmaatregelen. Apparaatslasten Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor dit programma, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2022 heeft te maken met de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht. Overige inkomsten De post overige inkomsten in 2021 betreft de specifieke uitkering van het Rijk voor verkeersveiligheidsmaatregelen.
29
2.3 Programma Economisch Vestigingsklimaat
De begroting voor het programma Economisch Vestigingsklimaat is opgezet langs de doelstellingen voor het vernieuwen van de economie uit de Strategische Agenda. De doelen geven invulling aan de vragen Wat willen we bereiken? Per doelstelling staat beschreven Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt gewerkt aan de volgende zeven doelstellingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Stimuleren van innovatie en economische groei Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Goede digitale connectiviteit Ruimte om te werken Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Meer regionale samenwerking bij de energietransitie
InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de MRDH met betrekking tot versterking van het economisch vestigingsklimaat. Daarom worden er jaarlijks afspraken gemaakt tussen IQ en de MRDH over de inzet die IQ als regionale ontwikkelingsmaatschappij levert om de economie te versterken door innovatie te stimuleren en de verbinding met het bedrijfsleven te bekrachtigen. Dit wordt gedaan in samenwerking met de Rijksoverheid, provincie Zuid-Holland, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijven en de MRDH. Ondernemers zijn daarbij de belangrijkste doelgroep. Zij investeren en creëren de banen die de economie verder helpen. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) brengt bedrijven, economische clusters, kennisinstellingen, beroepsonderwijs, lokale- en regionale overheden samen en bundelt zo kennis, netwerken en bestuurskracht. De gezamenlijke ambitie is economische groei en werkgelegenheid in Zuid-Holland aan te jagen. De EBZ focust daarbij op initiatieven binnen de speerpunten Haven in transitie, Feeding & greening megacities, Life Sciences & Health, Cybersecurity en Smart industry. Leden van de EBZ zijn CEO’s van beeldbepalende bedrijven uit de regio, voorzitters van de raden van bestuur van de belangrijkste kennis- en onderwijsinstellingen en bestuurders van gemeenten en provincie.
De MRDH is publieke partner in de EBZ. Het secretariaat van de EBZ is belegd bij IQ, zo zorgen we ervoor dat ontwikkelingen in de regio integraal plaatsvinden. De EBZ is partner in de Groeiagenda Zuid-Holland. Hierna volgt de uitwerking van de zeven doelstellingen uit de huidige Strategische Agenda.
2.3.1 Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? 2.3.1.1 Doelstelling: Stimuleren van innovatie en economische groei Fieldlabs, innovatieprogramma’s en onderzoek De afgelopen jaren heeft de MRDH, samen met de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en TNO geïnvesteerd in innovatie door te investeren in fieldlabs, programma’s en specifiek onderzoek. Hierdoor zijn er veel innovatieplekken ontstaan door de hele provincie waar bedrijven,
30
kennisinstellingen en andere organisaties samenwerken om technologische innovaties verder te brengen. In deze praktijkomgevingen wordt bijvoorbeeld gewerkt aan robotisering, sensortechnologie, big data en 3D printing. Aan de hand van maatschappelijke en economische opgaven zijn vier innovatieprogramma’s ontwikkeld waarbij ondernemers worden gestimuleerd gebruik te maken van de mogelijkheden die de fieldlabs te bieden hebben. Het eerste programma SMITZH richt zich op de maakindustrie. Het tweede programma Energie & Klimaat richt zich op de verduurzamingsopgave. Het derde programma Zorgtechnologie richt zich op innovaties die de zorg gaan ontlasten en het vierde programma AgriTech richt zich op de toepassing en doorontwikkeling van technologische innovaties van binnen en buiten de tuinbouw sector en een onderzoek naar de economische potentie van de eiwittransitie (overgang naar plantaardige eiwitten) voor Zuid-Holland. Door bedrijven te stimuleren innovatieve producten en systemen te ontwikkelen dragen de programma’s bij aan het versterken van de concurrentiekracht van bedrijven en zorgen deze voor een toename van werkgelegenheid op alle niveaus. Ondersteuning voor startende en groeiende bedrijven Het is van belang dat startende bedrijven én bedrijven die willen doorgroeien optimale ondersteuning krijgen.
Daarom wordt samen met YES!Delft gewerkt om gemeentelijke uitdagingen te koppelen aan technologische innovaties van startups. Opbrengsten van dit programma zijn (schaalbare) oplossingen die besparingen opleveren voor gemeenten of een verbetering van de leefomgeving van de inwoners. Deze doelstelling heeft direct raakvlakken met pijler 1 en 2 van de Groeiagenda Zuid-Holland: - uitbouwen kennis- en innovatie ecosystemen: bijdragen en invulling geven aan (nationale) proposities Artificial Intelligence (AI), quantum, biotech en medtech; - versterken regionale waardeketens en impuls maakindustrie: smart manufacturing propositie. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • In 2022 zal verkend worden welke rol de MRDH als projectpartner in de innovatieprogramma’s kan spelen, mede gezien de verschillende fases waarin de programma’s zich bevinden en de vervolgfinanciering door provincie Zuid-Holland en de Europese Unie die nu al loopt of er mogelijk aankomt voor fase III AgriTech. Daarnaast zal de effectiviteit van de innovatieprogramma’s worden onderzocht en hun bijdrage (impact) aan het economisch vestigingsklimaat in kaart worden gebracht. In 2023 leidt dit tot doorontwikkeling en opschaling van een aantal regionale innovatieprogramma’s met meer focus op ‘’investor readiness level’’ en bereik mkb.
• Het verbinden van maatschappelijke vraagstukken van gemeenten aan de oplossingen die startende bedrijven ontwikkelen en het versterken van de kennis bij en het netwerk tussen gemeenten. Medio 2022 wordt na een positief besluit door het algemeen bestuur een vervolg op dit programma gestart, waarbij de focus ligt op opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland. In 2023 zal worden gewerkt aan de eerste set opgaven waarbij kennisinstellingen en startende innovatieve bedrijven samen oplossingen gaan ontwikkelen voor gemeentelijke vraagstukken.
31
2.3.1.2 Doelstelling: Verbeteren aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Interactie tussen het bedrijfsleven en onderwijsinstellingen zorgt voor eigentijdse onderwijsprogramma’s met toekomst en daarmee voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De plek waar deze kruisbestuiving plaatsvindt is een campus. Samenwerking op deze campussen tussen bedrijven en kennisinstellingen wordt gestimuleerd om de impact van deze campussen te vergroten. Deze aanpak sluit aan bij het doel van het Human Capital Akkoord (HCA) Zuid-Holland: onze regio wordt concurrerend dankzij een arbeidsmarkt die talent van werkenden optimaal benut. Daarnaast komt de sectorale focus van de MRDH overeen met die van het HCA. Daarom zijn we een van de partners van dit akkoord, samen met opleiders, bedrijven en overheden in de regio. Deze doelstelling heeft direct raakvlakken met pijler 5 van de Groeiagenda Zuid-Holland: - intensivering Leven Lang Ontwikkelen (Human Capital): persoonlijke leerrekening voor iedereen, individuele leerrechten. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Versterken van het bestaande MBO-HBO campusecosysteem met als doel een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, een intensieve samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven en een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) aan te jagen.
Voortbouwen op eerdere investeringen in 12 campussen: in dat kader cofinanciering van minimaal twee campusversterkingsprojecten en twee LLO-projecten. Hierbij wordt voortgebouwd op het werk van de campusambassadeur en op de aanbevelingen uit de onderzoeken naar bereikbaarheid, inclusiviteit en kennisvalorisatie van de campussen in 2021. • Bekendheid vergroten van het mbo-hbo campusecosysteem, zodat bedrijven campussen regionaal actiever opzoeken en participeren in innovatie, onderwijsvernieuwing en LLO: uitvoeren van het actieplan wat daarvoor in 2022 door de campusambassadeur is opgesteld. • Versterken van het economisch rendement van campussen door regionale kennisdeling tussen onderwijs, bedrijven en overheid te bevorderen en meer centraal te stellen in de aanpak. Hiervoor worden minimaal vijf campusbijeenkomsten georganiseerd waarbij externe experts worden gevraagd kennis te delen met de onderwijspartijen, aangesloten bedrijfsleven en de publieke partijen op het gebied van onder meer governance, innovatiestrategie, kennisvalorisatie, verdienmodellen, (Europese) subsidies; de bijeenkomsten worden gewaardeerd met een 7,5. Verder zal er in deze bijeenkomsten ook ruimte zijn voor het delen van best practices vanuit eerder ondersteunde projecten om het regionale effect hiervan te borgen.
2.3.1.3 Doelstelling: Goede digitale connectiviteit Goede digitale connectiviteit is een belangrijke economische vestigingsvoorwaarde. Onze regio scoort hier tot nu toe goed op in vergelijking met andere Europese regio’s: 98% van de adressen in Zuid-Holland beschikt over ‘snel internet’. Deze positie willen we behouden en verbeteren. Daarom werken we aan de digitale connectiviteit van onze regio. Daarnaast sluit de MRDH vanaf 2022 aan bij de doelen van de Digitaliseringsagenda Zuid-Holland om de digitale economie van de regio te versterken. De samenleving en economie digitaliseren in hoog tempo en dat heeft impact op alle sectoren in onze regio. Het brengt verandering met zich
32
mee in type banen, dreiging van cybercrime en het risico dat niet alle burgers en bedrijven even snel mee kunnen gaan. Digitalisering is ook een middel om als samenleving steeds efficiënter, duurzamer en slimmer om te gaan met beperkte energie, ruimte, arbeid en materialen. Naast digitale connectiviteit werken we daarom regionaal samen aan drie andere essentiële randvoorwaarden: mens centraal, digitale innovatie en cybersecurity. Deze doelstelling heeft direct raakvlakken met pijler 1 in de Groeiagenda Zuid- Holland: - uitbouwen kennis- en innovatie ecosystemen: bijdragen en invulling geven aan (nationale) proposities Artificial Intelligence (AI), quantum, biotech en medtech. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van digitalisering. • Gemeenten ondersteunen bij vraagstukken over digitale connectiviteit en het ontwikkelen van strategie/visie op het gebied van digitalisering. • Stimuleren van digitale innovatie door bij te dragen aan projecten en de kennis die uit deze projecten komt met de regio te delen. • Bijdragen aan de cyberweerbaarheid van ondernemers en cyberveiligheid van de regio door projecten te steunen en kennis hierover te delen. • Faciliteren van het mkb in de digitaliseringstransitie.
Uit een verkenning in 2022 zal blijken welke activiteiten de MRDH op zich zal nemen (denk aan: kennis delen, projecten meefinancieren, relatie leggen met leven lang ontwikkelen/onderwijs).
2.3.1.4. Doelstelling: Ruimte om te werken De gemeenten van de metropoolregio Rotterdam Den Haag versterken samen het economisch vestigingsklimaat. Dat doen ze onder meer door te sturen op de voorraad van kantoren, bedrijventerreinen en detailhandel. Vitale werklocaties en marktevenwicht in vraag en aanbod is hierbij het doel. In de Strategie Werklocaties MRDH die in 2022 wordt geactualiseerd, zal de visie en de aanpak hierop worden aangegeven. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de overcapaciteit van kantoren en detailhandel en de transformatie van bedrijventerreinen naar gemengde woonwerkgebieden. Naast de omvang van werklocaties is ook de kwalitatieve toekomstbestendigheid belangrijk. Ondernemers willen de beste plek voor hun onderneming. Hoe kunnen we hen dan behouden in of aantrekken naar de metropoolregio? Aan welke ruimte is behoefte? Aan de hand van dit soort vragen brengt de MRDH advies uit aan gemeenten over ontwikkelingen op bedrijventerreinen, kantorenlocaties en winkelgebieden. Waar mogelijk biedt de MRDH ondersteuning bij ontwikkelplannen van gemeenten. De provincie Zuid-Holland heeft de uiteindelijke bevoegdheid om bestemmingsplannen met ontwikkeling van nieuwe en bestaande werklocaties te aanvaarden. Samen met de gemeenten en provincie Zuid-Holland werken we vervolgens aan het realiseren van gebieden waar wonen en werken gecombineerd zijn.
De vraag hiernaar wordt steeds groter. Dit is een trend die zichtbaar is op zowel detailhandel- en kantoorlocaties, als op bedrijventerreinen. We richten ons hierbij op zowel grootstedelijke locaties, als op meer landelijke locaties in de metropoolregio. De focus ligt op de werklocaties met grote regionale impact.
33
Wat gaan we daarvoor doen in 2023? Uitvoering van de regionale Strategie Werklocaties MRDH 2022: • we organiseren balans in vraag en aanbod op basis van de verzamelde kwalitatieve en kwantitatieve informatie en organiseren daarbij afstemming binnen de geconstateerde marktsegmenten gericht op een balans van vraag en aanbod; • we organiseren regionale afstemming tussen gemeenten en behandelen adviesaanvragen voor nieuwe initiatieven voor kantoren en detailhandel of transformatieplannen op bedrijventerreinen; • we doen voorstellen voor de aanpak van de strategische opgaven, wat waar nodig kan leiden tot het faciliteren van programma’s met samenwerkingspartners, zoals de provincie ZuidHolland; • we maken inzichtelijk waar gemeenten zich (de komende vijf jaar) qua bedrijventerreinen, kantorenparken en stads- en dorpskernen op inzetten, zodat kennis & expertise, financiering en ondersteuning bij de uitvoering gemakkelijker kan worden georganiseerd. De ondersteuning van de MRDH is aanvullend op de (financiële) ondersteuning vanuit de provincie Zuid-Holland, het Rijk en brancheorganisaties en gericht op de uitvoering van de Strategie Werklocaties MRDH 2022; • we delen kennis ten behoeve van het (gezamenlijk) werken aan strategische opgaven en de realisatie van projecten.
Belangrijke onderwerpen zijn onder meer gebiedsontwikkeling en financiering; • als onderdeel van de Strategie Werklocaties MRDH 2022 gaan we verder met de aanpak Next Economy Bedrijventerreinen, waarbij langs inhoudelijke aandachtsgebieden (mobiliteit/CO2, energie, circulariteit, informatie, personeel, financieringsvraagstukken) externe expertise en projectbijdragen beschikbaar worden gesteld voor kleinere en grotere opgaven. Het aandachtsveld Energie is daarbij de praktische uitwerking van de Regionale Energie Strategie op bedrijventerreinen.
2.3.1.5 Doelstelling: Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor Onze regio heeft veel te bieden: mooie en grote binnensteden, talloze historische dorps- en stadskernen, afwisselende polderlandschappen en kilometers duin, strand en zee. De coronapandemie heeft het inzicht dat (goede) recreatieplekken en groen noodzakelijk zijn voor het welzijn van de inwoners in onze regio sterk vergroot. De kunst is hierbij om meer bezoekers daarvan te laten genieten en tegelijkertijd de rust en ruimte te behouden. Bereikbaarheid is belangrijk, net als de bekendheid van de gebieden. Bezoekers, zowel inwoners (vrijetijdseconomie) als toeristen, dragen bij aan de regionale economie vanwege de impact op de werkgelegenheid, het imago van de gemeenten met hun iconen en bijzondere plekken, voorzieningen als wandel- en fietspaden, winkels, horeca en vitale binnensteden. In de metropoolregio Rotterdam Den Haag trekken de gemeenten samen op en delen kennis op het gebied van vrijetijdseconomie. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Ondersteunen van gemeenten die werken aan de kansen en mogelijkheden in onze regio op het gebied van vrijetijdseconomie, zowel met projectbijdragen als ook door middel van netwerkvorming en kennisdeling.
34
• Faciliteren en ondersteunen van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie en de Bestuurlijke Tafel Groen Blauwe Leefomgeving. • Verbinden van het regionale netwerk Vrijetijdseconomie en de Bestuurlijke Tafel Groen Blauwe Leefomgeving. • Verbinden van vrijetijdseconomie met andere werkterreinen zoals recreatief fietsen, bereikbaarheid plekken, digitalisering en vitale binnensteden. • Opnemen van groene- en blauwe kwaliteit in de integrale ontwikkelplannen voor verstedelijking.
2.3.1.6 Doelstelling: Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties We willen bijdragen aan de gebalanceerde ontwikkeling van woon- en werklocaties nabij het OV. Waar dit mogelijk is binnen bebouwde gebieden nabij bestaande infrastructuur, wil de MRDH graag ondersteunen bij de uitwerking en realisatie van deze plannen vanuit onze verantwoordelijkheid voor bereikbaarheid, knooppuntontwikkeling en werklocaties. Deze doelstelling heeft direct raakvlakken met pijler 4 van de Groeiagenda Zuid-Holland: Mobiliteitstransitie: nationale propositie metropolitaan OV & Verstedelijking. Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Ondersteuning bieden aan de Verstedelijkingsalliantie met focus op een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid. We ondersteunen waar zinvol onze partners bij het bespoedigen van de voortgang van zowel de planvorming als de realisatie. • Gemeenten die vergelijkbare locaties (verdichting in bestaand stedelijk gebied, nabij bestaande infrastructuur) hebben, dezelfde ondersteuning bieden als aan de hiervoor genoemde Verstedelijkingalliantie. Denk daarbij aan locaties langs de Hoekse Lijn, Barendrecht, station Lansingerland-Zoetermeer, Nissewaard en Capelle aan den IJssel.
In deze integrale plannen dient groene- en blauwe kwaliteit opgenomen te worden (zie de doelstelling ‘Stimuleren van het groengebruik en recreatie als vestigingsfactor’). • Ondersteuning bieden aan gemeenten met overige verstedelijkingsopgaven vanuit de verantwoordelijkheden van de MRDH op het gebied van Mobiliteit en Economisch Vestigingsklimaat.
2.3.1.7 Doelstelling: Meer regionale samenwerking bij de energietransitie Met de juiste kennis en ervaring is een versnelling van de energietransitie mogelijk. Kennisdeling is dan ook een belangrijke succesfactor. Dit geldt bijvoorbeeld voor het delen van kennis over verduurzaming van kantoren- en bedrijventerreinen. Of over energiezuinige mobiliteitsoplossingen voor een wagenpark. Het energienetwerk van de 23 gemeenten is het ideale platform om kennis te delen en inspiratie op te doen, maar ook om afstemming te organiseren over de Regionale Energie Strategie.
35
Wat gaan we daarvoor doen in 2023? • Faciliteren van het bestuurlijk en ambtelijk Netwerk Energie in de vorm van vergaderfaciliteiten en secretariaatsfunctie: met het Netwerk Energie is er een platform om met elkaar, de provincie Zuid-Holland en de waterschappen in gesprek te gaan over lokale en regionale energieprojecten in het kader van de Regionale Energie Strategie.
2.3.2 Wat gaat het kosten? Programma 3: Economisch vestigingsklimaat (euro's) Lasten: Subtotaal programmakosten Subsidie InnovationQuarter Subsidie YES!Delft Subtotaal directe kosten personeel
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
2.036.322 872.500 285.000 850.222
4.299.539 0 410.417 967.426
4.386.630 0 500.000 1.005.380
4.386.630 0 500.000 1.005.380
4.221.275 0 208.333 1.005.380
4.386.630 0 0 1.005.380
Totaal lasten
4.044.044
5.677.382
5.892.010
5.892.010
5.434.988
5.392.010
Baten: Inwonerbijdrage Bijdragen gemeenten
5.180.819 38.083
5.229.465 37.500
5.354.510 37.500
5.354.510 37.500
5.354.510 37.500
5.354.510 37.500
Totaal baten
5.218.901
5.266.965
5.392.010
5.392.010
5.392.010
5.392.010
Saldo van baten en lasten
1.174.857
-410.417
-500.000
-500.000
-42.978
0
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV Toevoeging aan Egalisatiereserve EV*
285.000 -1.459.857
410.417
500.000
500.000
42.978
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat
* Inclusief voorstel resultaatbestemming
Toelichting financiën De begroting 2023 bestaat voor € 4.386.630 uit programmakosten, voor € 500.000 uit een begrotingspost subsidie aan YES!Delft en voor € 1.005.380 uit directe kosten personeel. Het algemeen bestuur stelt de begroting op deze subtotalen vast. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat voert binnen deze kaders de begroting uit en verantwoordt zich hierover. Programmakosten De programmakosten van € 4.386.630 bestaan uit de volgende onderdelen: • cofinanciering beschikbaar stellen aan gemeenten voor projecten die tot doel hebben bij te dragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat MRDH, en binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde begroting, heeft de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat deze bevoegdheid. Tevens worden uit dit budget de samenwerkingsafspraken met InnovationQuarter bekostigd; • projectontwikkeling voor het realiseren van de programmadoelstellingen. • programma-overstijgende opgaven, waaronder ondersteuning bieden bij het maken van een samenhangende aanpak en planning voor wonen, werken, bereikbaarheid en duurzaamheid. Deze programma-overstijgende ondersteuning komt – in lijn met de door te belasten apparaatslasten – voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU-middelen.
36
Subsidie YES!Delft Het algemeen bestuur heeft op 10 juli 2020 een meerjarige begrotingspost subsidie aan YES!Delft verleend voor de periode juni 2020 tot juni 2022 van € 570.000. Het programma is een innovatieplatform voor alle 23 gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag. Gemeenten kunnen met alle uitdagingen waarbij innovatie en technologie een rol spelen, gebruik maken van de onderdelen in dit programma. Deze subsidie loopt nog vijf maanden in 2022, daarom wordt 5/24 deel ter begroting gebracht. Medio 2022 wordt na een positief besluit door het algemeen bestuur een vervolg op dit programma gestart, waarbij de focus ligt op opgaven die bij kunnen dragen aan oplossingen voor de strategische regionale uitdagingen, zoals gedefinieerd in de Groeiagenda Zuid-Holland. De subsidie voor dit programma dat van juni 2022 tot juni 2025 loopt bedraagt in totaal € 1.500.000, en wordt voor het grootste deel gedekt uit de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Directe kosten personeel Dit betreft de directe salariskosten van de formatie die werkt voor het programma Economisch Vestigingsklimaat, met uitzondering van de overhead functies. De stijging ten opzichte van de begroting 2022 heeft te maken met de verwachte cao stijging. In hoofdstuk 4.2 Overhead worden de totale apparaatslasten toegelicht.
Inwonerbijdrage De inwonerbijdrage stijgt ten opzichte van de Begroting 2022 met € 0,05 (Kadernota MRDH begroting 2023) naar € 2,82 per inwoner. Voor 2023 is dat een totaalbedrag van € 6.819.230. Van deze inwonerbijdrage van € 2,82 zal maximaal € 1,15 worden ingezet voor de dekking van apparaatslasten Economisch Vestigingsklimaat (kadernota MRDH begroting 2023). In de begroting 2023 wordt op begrotingsbasis € 1,02 van de inwonerbijdrage ingezet voor apparaatslasten. De resterende € 1,80 wordt ingezet voor de bekostiging van de programmaopgaven en de gemeentelijke projecten ter versterking van het economisch vestigingsklimaat. Van de totale inwonerbijdrage van € 6.819.230, wordt € 1.464.720 ingezet voor overhead (zie hoofdstuk 4.2). Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat wordt de resterende inwonerbijdrage van € 5.354.510 verantwoord ter dekking van de directe kosten van het personeel en het programmabudget, voor zover niet gedekt door aanvullende bijdragen. Overige inkomensoverdrachten gemeenten Dit betreft het gemeentelijk aandeel in de licentieovereenkomst met Locatus. De MRDH heeft een licentieovereenkomst met Locatus voor het gebruiksrecht van databestanden. Verschillende gemeenten maken gebruik van deze licentieovereenkomst en worden voor hun aandeel doorbelast door de MRDH. Dit gemeentelijke aandeel wordt als budget toegevoegd aan de begroting.
Onttrekking aan Egalisatiereserve EV De begrotingspost subsidie aan YES!Delft komt voor de jaarschijven 2021-2025 ten laste van de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat. Aan deze reserve wordt via de resultaatbestemming in de jaarrekening 2021 het benodigde budget toegevoegd. Zie verder de eerdere toelichting onder het kopje Subsidie YES!Delft.
37
Hoofdstuk 3 Algemene dekkingsmiddelen, overhead en vennootschapsbelasting 3.1 Algemene dekkingsmiddelen De MRDH-begroting kent de volgende algemene dekkingsmiddelen: 1. Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) 2. Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat 3. Financiering Brede Doeluitkering Voor de bekostiging van haar regionaal verkeer- en vervoerbeleid (wettelijke taak) ontvangt de Metropoolregio Rotterdam Den Haag jaarlijks via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een conform de Uitvoeringsregeling BDU verkeer en vervoer vastgesteld deel van de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer. In onderstaande tabel zijn de geraamde te ontvangen jaarbedragen binnen de kaders van deze begroting opgenomen op prijspeil 2021: 2021 537.548.603
2022 552.806.415
2023 538.478.413
2024 534.961.185
2025 549.311.305
2026 549.311.305
Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat Het programma Economisch Vestigingsklimaat en de daaraan toe te rekenen overhead wordt bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner op basis van het door het CBS vastgestelde inwonertal per gemeente op 1 januari van het voorgaande begrotingsjaar. Per inwoner bedraagt deze bijdrage in 2023 € 2,82. Daarvan mag maximaal € 1,15 worden besteed aan de bekostiging van apparaatslasten (Kadernota MRDH begroting 2023). De totale bijdrage voor 2023 is geraamd op € 6.819.230. In hoofdstuk 7 is een specificatie per gemeente opgenomen.
Financiering De opbrengsten van de financieringsfunctie worden uitsluitend bepaald door de financiering ten behoeve van de OV-bedrijven, aan wie de MRDH één of meerdere concessies heeft verleend. De ontvangen rente wordt uitsluitend aangewend voor de bekostiging van de rente die de MRDH in dit kader moet betalen aan externe financiers. Daarnaast wordt aan deze OV-bedrijven een marktconformiteitsopslag in rekening gebracht, die in eerste instantie wordt aangewend voor de vorming van een risicoreserve financieringen en daarna uitsluitend beschikbaar is voor de bekostiging van de programma’s verkeer en openbaar vervoer. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de hoofdstukken 4.1 (Financiering) en 4.3 (Weerstandsvermogen en risico’s).
38
3.2 Overhead De overhead dient, conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart te worden weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel de personele- als de materiële kosten. Volgens de Notitie Overhead van de commissie BBV bestaat overhead in ieder geval uit de volgende functies: 1. Hiërarchisch leidinggevenden; 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. P&O / HRM; 4. Inkoop; 5. Interne en externe communicatie (niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken); 6. Juridische zaken; 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning; 8. Informatievoorziening en automatisering; 9. Facilitaire zaken en Huisvesting; 10. DIV; 11. Managementondersteuning.
Voor de MRDH betekent dit dat de volgende salarislasten als overhead worden geclassificeerd: • Alle functies, ook management en secretarieel, binnen de bureaus Financiën & Control, Strategie & Bestuur en Interne Dienstverlening; • Overig management: secretaris-algemeen directeur, manager Economisch Vestigingsklimaat, manager Openbaar Vervoer en manager Verkeer; • Overig secretarieel: secretariaat Economisch Vestigingsklimaat, secretariaat afdeling Verkeer en secretariaat afdeling Openbaar Vervoer. Zie voor een toelichting op de organisatie van de MRDH hoofdstuk 4.5 paragraaf bedrijfsvoering. Daarnaast worden de materiële bedrijfsvoeringsbudgetten ook tot de overhead gerekend. Het niet toerekenen van de overhead aan de programma’s betekent niet dat de financiële dekking verandert. Het betreft alleen een andere manier van presenteren. De overhead wordt nog steeds betaald uit de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De salariskosten van alle medewerkers - dus inclusief management en secretariaat - van de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer worden bijvoorbeeld ten laste gebracht van de rijksmiddelen BDU. De salariskosten - dus inclusief management en secretariaat - van alle medewerkers van de afdeling Economisch Vestigingsklimaat komen ten laste van de inwonerbijdrage EV.
Net als in de Begroting 2022 wordt het relatieve formatiebudget van het primaire proces gebruikt om de salariskosten van de stafbureaus (inclusief secretaris-algemeen directeur) en de overige bedrijfsvoeringskosten door te belasten aan de rijksmiddelen BDU en de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. De verhouding van het relatieve formatiebudget is 20% Economisch Vestigingsklimaat versus 80% Verkeer en Openbaar Vervoer. 20% van deze kosten komt daarmee ten laste van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en 80% van deze kosten komt ten laste van de rijksmiddelen BDU. Bovenstaande uitgangspunten en verdeelsleutels zijn verwerkt in het volgende overzicht van de overhead:
39
Dekkingsbronnen overhead (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Onttrekking fonds BDU Inwonerbijdrage EV
5.262.783 1.416.457
5.276.381 1.418.983
5.443.659 1.464.720
5.443.659 1.464.720
5.443.659 1.464.720
5.443.659 1.464.720
Totaal dekkingsbronnen overhead
6.679.240
6.695.364
6.908.379
6.908.379
6.908.379
6.908.379
0
0
0
0
0
0
Resultaat
De stijging van de overheadkosten in de begroting 2023 ten opzichte van de begroting 2022 bestaat uit de (geschatte) cao stijging van de salarissen en indexatie van de materiële apparaatslasten (huur etc.). De totale apparaatslasten (overhead en directe personele lasten) worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 4.5).
3.3 Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de MRDH belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (hierna Vpb) voor zover zij voor een van haar activiteiten een onderneming drijft. De MRDH heeft hiervoor grondig onderzoek verricht (in samenwerking met het Fiscaal Team van de gemeente Den Haag) en heeft het standpunt ingenomen dat er geen sprake is van enige belastingplicht voor de MRDH. In de afgelopen jaren is er veelvuldig overleg gepleegd met de Rijksbelastingdienst. Voor wat betreft de activiteit ‘treasuryfunctie’2 (het aantrekken en vervolgens uitzetten van leningen bij de vervoerders) heeft de Rijksbelastingdienst in november 2019 per brief laten weten van mening te zijn dat deze activiteit voldoet aan de ondernemerscriteria en daarom in de Vpb-heffing wordt betrokken. Vanwege de wettelijk verplichte marktconformiteitsopslag (Wet fido/Ruddo) laat deze activiteit een ‘plus’ zien, die op dit moment door de MRDH wordt toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Deze ‘plus’ wil de Rijksbelastingdienst belasten met Vpb. In dit verband gaat de Rijksbelastingdienst voorbij aan het feit dat de MRDH deze leningen verstrekt vanuit haar rol als Vervoersautoriteit en ‘lender of last resort’. De vervoerders kunnen wel lenen bij banken, maar dan tegen (zeer) hoge rentepercentages. Om het openbaar vervoer betaalbaar te houden is ervoor gekozen om te lenen bij de MRDH.
Daarnaast subsidieert de MRDH de in rekening gebrachte opslag weer via de concessie aan de vervoerders. De Rijksbelastingdienst kijkt echter niet naar de MRDH als geheel, maar ziet de treasuryfunctie als aparte activiteit.
2
Niet alleen de MRDH heeft met deze problematiek te maken, maar alle publiekrechtelijke organisaties (gemeenten, provincies, etc.) die externe leningen aantrekken om deze vervolgens weer uit te lenen met een marktconformiteitsopslag, zullen met dit standpunt van de Rijksbelastingdienst te maken kunnen krijgen.
40
Gemiddeld bedraagt de risico-opslag ongeveer € 7 miljoen per jaar. De MRDH dient er rekening mee te houden dat van dit bedrag jaarlijks 25% vennootschapsbelasting moet worden betaald. Dat wil zeggen ongeveer € 1,75 miljoen per jaar aan belastingafdracht. De MRDH heeft dan ook bezwaar aangetekend tegen de aanslagen vennootschapsbelasting. Tot het moment van een definitieve uitspraak (eventueel na een procedure bij de belastingrechter) leidt een eventuele belastingaanslag nog niet tot lasten voor de MRDH. Inmiddels zijn de aanslagen voor de jaren 2016 tot en met 2020 ontvangen en, ter voorkoming van het oplopen van de belastingrente, betaald. Eind februari 2022 is er tussen de MRDH en de Rijksbelastingdienst een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij we voor de vennootschapsbelasting de jaren 2016 en 2017 kunnen gaan afronden. Er wordt hierbij gekozen voor een cost-plus methode waarbij de treasuryfunctie wordt uitgedrukt in een waarde. Over deze waarde wordt dan 5% berekend om op een belastbaar resultaat uit te komen. De intentie is om de afspraken voor de jaren 2018 en verder te continueren. De Rijksbelastingdienst vraagt de MRDH hiervoor aanvullende onderbouwing aan te leveren. Voor die onderbouwing wordt momenteel Deloitte ingehuurd. Op basis van het continueren van de afspraken zal het te betalen bedrag over de aanslagen 2016 t/m 2020 liggen op ongeveer € 10.000.
41
Hoofdstuk 4 Paragrafen 4.1 Financiering Treasuryfunctie en -beleid Het doel van de treasuryfunctie is: het sturen en beheersen van, verantwoording afleggen over en toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, geldstromen en posities en de hieraan verbonden risico’s, op een zodanige wijze, dat risico’s worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd. De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen vast in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de daarbij behorende ministeriële regelingen (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO), Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden (UFDO) en het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden (BLDO)). Het beleid van de MRDH voor de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut MRDH 2021. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De financieringsstructuur van de MRDH wordt in belangrijke mate bepaald door het verstrekken van middelen in de vorm van subsidies en (project)bijdragen aan gemeenten, bedrijven en instellingen, die eerder van vooral het Rijk zijn ontvangen. Omdat de middelen tot nu toe eerder worden ontvangen dan dat ze worden doorbetaald, is er qua exploitatie normaal gesproken sprake van een goede liquiditeitspositie.
Desondanks is er wel sprake van een financieringsbehoefte. Die wordt veroorzaakt door de volgende twee factoren: 1. de financiering van railvoertuigen en -infrastructuur van de regionale OV-bedrijven HTM en de RET; 2. het verstrekken van bussenleningen op grond van de Verordening bussenleningen. Financiering railinvesteringen De MRDH financiert de activa en nieuwe investeringen voor railvoertuigen en -infrastructuur van HTM en de RET, voor zover de daarmee samenhangende kapitaallasten door haar via de railconcessie worden vergoed. Voorheen financierden de gemeenten Den Haag en Rotterdam deze vervoerders. De rechtstreekse financiering door de MRDH zorgt ervoor dat, na de opbouw van de hiervoor benodigde risicoreserve, structureel extra middelen beschikbaar blijven voor de verkeer- en vervoeropgave in onze regio. Voor elke verstrekte lening, garantie en borgstelling wordt een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van 60 basispunten over de uitstaande leningen, garanties en borgstellingen ingezet. De uitstaande leningen financiert de MRDH door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Dit doet de MRDH om een renterisico uit te sluiten.
Bussenleningen De MRDH financiert bussen op basis van de Verordening bussenleningen. De belangrijkste overweging voor het instellen van deze verordening is het faciliteren van adequate en goedkopere
42
financieringsmogelijkheden voor vervoerbedrijven voor de gewenste transitie naar zero emissie busvervoer. Net als bij de financiering van de railinvesteringen wordt voor elke verstrekte lening een toereikende risicoreservering opgebouwd als onderdeel van het eigen vermogen van de MRDH. Daarvoor wordt afhankelijk van de noodzakelijke omvang van de risicoreserve de jaarlijks in rekening te brengen marktconformiteitsopslag van minimaal 60 basispunten (afhankelijk van solvabiliteit vervoerder) over de uitstaande leningen ingezet. Ook voor de bussenleningen geldt dat de MRDH deze leningen financiert door voor eenzelfde bedrag en looptijd leningen aan te gaan. Voor meer informatie over de wijze waarop de risicoreserve wordt opgebouwd, alsmede het geraamde verloop daarvan wordt verwezen naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risico’s (hoofdstuk 4.3). Samengevat wordt de financieringsbehoefte van de MRDH bepaald door de financiering van de railinvesteringen en de bussen bij de verschillende concessiehoudende vervoerders. In onderstaand overzicht is de geraamde totale financieringsbehoefte per jaar opgenomen: Financieringsbehoefte (euro's) OV-bedrijven Overbesteding Totalen per jaar
Voorlopige jaarrekening 2021 1.054.925.102 0 1.054.925.102
Raming 2022 1.049.722.194 0 1.049.722.194
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
1.130.387.131 0 1.130.387.131
1.219.824.207 0 1.219.824.207
1.253.430.788 0 1.253.430.788
1.303.004.930 0 1.303.004.930
Op basis hiervan zijn de kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie per jaar als volgt samen te vatten: Financieringsfunctie (euro's)
Voorlopige jaarrekening 2021
Raming 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Lasten Rente OV-bedrijven Totaal Baten Rente OV-bedrijven Marktconformiteits-opslag OV-bedrijven Totaal Resultaat voor reservemutaties
11.586.965 11.586.965
10.777.690 10.777.690
10.589.085 10.589.085
10.819.575 10.819.575
11.056.819 11.056.819
11.313.531 11.313.531
11.578.939 7.557.595 19.136.534 -7.549.569
10.777.690 7.685.992 18.463.682 -7.685.992
10.589.085 7.801.395 18.390.480 -7.801.395
10.819.575 8.208.065 19.027.640 -8.208.065
11.056.819 8.526.284 19.583.103 -8.526.284
11.313.531 8.779.356 20.092.888 -8.779.356
Dotatie risicoreserve financieringen
1.126.723
1.000.000
0
0
2.200.505
4.719.886
Netto resultaat
-6.422.846
-6.685.992
-7.801.395
-8.208.065
-6.325.779
-4.059.470
Kosten en opbrengsten van de financieringsfunctie zijn geheel toegerekend aan het programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. Schatkistbankieren Schatkistbankieren is een wettelijke verplichting voor de MRDH. Concreet betekent dit dat, behoudens een klein werkkapitaal, alle beschikbare liquide middelen in ’s Rijks schatkist moeten worden aangehouden. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op haar leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH tot nu toe uitsluitend leningen heeft aangetrokken, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden worden uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH (nog) niet relevant.
43
De renterisiconorm bedraagt voor 2023 20% van de lastenkant van de begroting en bedraagt € 115,3 miljoen. De MRDH voldoet naar verwachting meerjarig aan deze norm: Bedragen x € 1.000
Renterisiconorm en renterisico's 2023-2026 2023
2024
2025
2026
1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b)
-
-
3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld
106.840
183.483
193.615
135.215
3b. Nieuwe verstrekte lange leningen
106.840
183.483
193.615
135.215
-
-
-
-
102.816
104.176
101.606
91.239
6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
-
7. Renterisico op vaste schuld (2+6)
-
4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen
-
-
-
554.679
Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal
576.516
573.144
581.510
20%
20%
20%
20%
10. Renterisiconorm (8 x 9)
115.303
114.629
116.302
110.936
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld
115.303 -
114.629 -
116.302 -
110.936 -
11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
115.303
114.629
116.302
110.936
9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
De maximaal toegestane kasgeldlimiet voor 2023 bedraagt 8,2% van de lastenkant van de begroting en kan daarmee worden berekend op een bedrag van € 47 miljoen. Naar verwachting wordt in 2023 aan deze norm voldaan: Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2023
kwartaal 1 kwartaal 2 kwartaal 3 kwartaal 4 Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar
-
-
-
-
Schuld rekening courant
-
-
-
-
Gestorte gelden door derden < 1 jaar
-
-
-
-
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
-
-
-
-
Totaal netto vlottende schuld
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant
-
-
-
-
107.960
122.538
177.594
171.496
107.960
122.538
177.594
171.496
107.960
122.538
177.594
171.496
Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende middelen Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld Toegestande kasgeldlimiet
47.274
47.274
47.274
47.274
Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
155.234
169.812
224.868
218.770
Begrotingstotaal
576.516
Percentage vastgesteld per ministeriele regeling
8,20%
Kasgeldlimiet
47.274
44
4.2 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er tot en met de begroting 2022 drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., de RET N.V. en De Verkeersonderneming. Het jaar 2021 was het laatste jaar dat De Verkeersonderneming in zijn huidige vorm bestond.
Vanaf 2022 neemt de MRDH deel aan de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar, waarvoor een stichting is opgericht waarin alle deelnemende partijen zijn vertegenwoordigd. Binnen de nieuwe organisatie wordt gewerkt aan het programma Zuid-Holland Bereikbaar. Het programma is een gezamenlijke en langjarige bereikbaarheidsaanpak van provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat, Metropoolregio Rotterdam Den Haag, ProRail, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat met daarbij Havenbedrijf Rotterdam en de gemeenten Rotterdam en Den Haag. Binnen het programma wordt voortgebouwd op de huidige samenwerking tussen de partners, vanuit de bestaande uitvoeringsorganisaties Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland. Hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens van de naamloze vennootschappen HTM en de RET.
45
Naam
HTM Personenvervoer N.V.
Vestigingsplaats
Den Haag
Visie
Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV.
Rechtsvorm
Naamloze vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in HTM Personenvervoer N.V. van € 1,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2020: € 85.619.457
Vreemd vermogen
Per 31-12-2020: € 433.178.493
Financieel resultaat
Over 2020: € -/- 6.248.471
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam
RET N.V.
Vestigingsplaats
Rotterdam
Visie
Door middel van zeggenschap in de RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio.
Openbaar behartigd belang
Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt.
Deelnemende partijen
De andere aandelen van de RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam.
Rechtsvorm
Naamloze Vennootschap
Bestuurlijk belang
Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.
Financieel belang
Deelneming in de RET van € 1.000,-
Eigen vermogen
Per 31-12-2020: € 148.282.000
Vreemd vermogen
Per 31-12-2020: € 267.517.000
Financieel resultaat
Over 2020: € -/- 11.362.000
Risico’s
Zie hoofdstuk 4.3 onder Financiering OV-bedrijven.
Beleidsvoornemens
Uitvoeren OV concessies regio Rotterdam.
Monitoring prestaties
Via aandeelhoudersvergaderingen.
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
46
4.3 Weerstandsvermogen en risico’s Het begrip ‘weerstandsvermogen’ Het financieel weerstandsvermogen van de MRDH is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te vangen zonder dat de uitvoering van de taken in het gedrang komt. Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de bekende risico’s waarvoor geen afdoende stuur- en beheersmaatregelen kunnen worden getroffen of waarvoor geen voorzieningen bestaan. Beleidsnota Het algemeen bestuur heeft op 12 juli 2019 de beleidsnota Risicomanagement en Weerstandsvermogen vastgesteld. Relevante onderdelen uit deze beleidsnota zijn verwerkt in deze paragraaf weerstandsvermogen. Voor de structurele inventarisatie en beheersing van (mogelijke) risico’s bij infrastructurele projecten waarbij de MRDH als opdrachtgever of risicodragend subsidieverlener fungeert, is een eerste stap gezet met de aanschaf en inrichting van RISKID. Het project Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio wordt gebruikt als pilot voor deze werkwijze.