Ontwerpbegroting MRDH 2023
Tekst van het document
1.4
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer- en onderhoudskosten, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Naast de UAB, heeft het IPVa een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan: Verkenningen: Er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht. Planstudies: Na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking. De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie. Uitwerkingsfase: Voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa.
De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden. Realisatiefase: Het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend. Vaststelling: Het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. De Vervoersautoriteit MRDH verzorgt de financiële vaststelling. OV projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. 73
In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist.
74
2.
Financiële samenvatting
De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Om te bepalen of er over een looptijd van vier jaar voldoende middelen voorhanden zijn om alle kosten te dekken, wordt in de begroting een aanname gedaan voor het programma Kleine projecten op basis van de bestedingen in voorgaande jaren. Voor de gehele regio hanteren we voor 2023 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OV-projecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden opgedragen. Binnen de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van IenW in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet.
In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld. Voor het IPVa 2023 gelden de volgende randvoorwaarden: - Binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, educatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer. - Als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.
75
3.
Integrale programma’s
Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid uit de UAB betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen, met als doel het realiseren van een bepaalde beleidsdoelstelling passend binnen de UAB. Een voorbeeld daarvan is de Korte Termijn Aanpak MoVe 2020-2022 en 2021-2023, een kortlopend programma in uitvoering in samenwerking met het ministerie van IenW en de provincie ZuidHolland. In dit hoofdstuk is de indeling aangehouden van integrale programma’s, programma’s voor openbaar vervoer, fiets- en ketenmobiliteit, autoverkeer en intelligente transportsystemen/innovatie. Naast bovenstaande programma’s is er natuurlijk ook het programma Kleine Projecten met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen.
Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer. Vanwege de relatief beperkte omvang zijn verkeersveiligheidseducatie en de ombouw van VRI tot iVRI’s financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. In de hoofdstukken OV en Verkeer worden de programma’s beschreven die specifiek betrekking hebben op OV en Verkeer.
76
Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking 2020-2023 Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Planning : Realisatie 2020-2023 Investering : € 62,2 miljoen, oplopend tot maximaal € 100 miljoen Subsidie MRDH : € 20,8 miljoen, oplopend tot maximaal € 30 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener en coördinatie tussen gemeenten en MoVe De Korte Termijn Aanpak Mobiliteit en Verstedelijking (KTA MoVe) is een onderdeel van het Gebiedsprogramma ‘Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)’. De KTA bevat korte-termijn maatregelen die een bijdrage leveren aan doelen en opgaven van het gebiedsprogramma. Voor de periode 2020-2023 is door de Programmaraad MoVe een pakket van circa € 62,2 miljoen samengesteld met input van gemeenten en andere regionale partijen. Tussen Rijk, provincie en de MRDH zijn afspraken gemaakt over inhoud en bijdragen voor 2020 tot en met 2023. Dit programma vindt u terug in de bijlagen als KTA MoVe 2020-2022 en 2021-2023. Van de geoormerkte bijdrage van € 30 miljoen van de MRDH is reeds € 20,8 miljoen aan projecten geoormerkt. Daarnaast is € 1,76 miljoen ingezet voor de voorbereidingskosten verkenning Oeververbinding en € 3,5 miljoen voor metrostation Spijkenisse Centrum, zodat voor KTA-afspraken vanaf 2023 nog € 3,8 miljoen resteert.
De projecten van de KTA zijn globaal getoetst: • bijdrage aan de doelen van het bovengenoemde Gebiedsprogramma en in het bijzonder de opgaven van de prioritaire gebieden (Rotterdam, Westland en Voorne-Putten); • passend binnen de bestaande beleidskaders van Rijk en regio, waaronder het duurzaam versterken van de economie en concurrentiekracht; • uitvoerbaarheid: kan het project binnen de termijn gefinancierd en gerealiseerd worden. De KTA richt zich op korte termijnprojecten van de vijf opgaven binnen MoVe: - Westland Greenport 3.0 - Voorne-Putten en haven Rotterdam - Oeververbindingen Rotterdam - CID-Binckhorst. - Knooppuntenprogramma Voor Den Haag zijn projecten opgenomen in een pakket met No Regret-maatregelen Binckhorst, er zijn afgelopen MIRT (najaar 2021) geen KTA-projecten toegewezen. Daarnaast streven Rijk en regio naar versterking van het OV en knooppunten onder de noemer Adaptieve Ontwikkelstrategie Metropolitaan OV en Verstedelijking.
77
Central Innovation District-Binckhorst, No Regret-maatregelen Doelstelling S.A. : Samen voortvarend werken aan de bereikbaarheid van woon- en werklocaties Planning : Realisatie 2020-2025 Investering : € 137,7 miljoen Subsidie MRDH : € 41,1 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. De lijst met 16 projecten wordt uitgevoerd tussen 2020 en 2025. De financieel omvangrijkste projecten zijn de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe HOV-baan, de HOVbaan zelf tussen de Mercuriusweg en Zonweg, de fietssnelweg Verlengde Velostrada, de fietsroute Trekvliettracé, een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI, Mobility hubs en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De complete lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BOMIRT van november 2019.
De planning van de ombouw van de spoorviaducten is afhankelijk van de planning van ProRail, waarbij rekening wordt gehouden met bepaalde blokperiodes dat het spoor afgesloten wordt. Daarnaast wordt nog afgewogen of de voorgestelde variant daadwerkelijk een No Regret-maatregel is. Om die reden kan de planning voor dat project nog niet hard worden gemaakt. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. De maximale bijdragen zijn: IenW € 41,3 miljoen met een kleine bandbreedte voor verrekening btw, MRDH € 41,1 miljoen, Den Haag € 39 miljoen, provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen en Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen. De subsidie van de MRDH aan het No Regret-pakket is onderdeel van MIRT-verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst.
78
MIRT-verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CID-Binckhorst Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, Kansen voor mensen, duurzame regio Thema : Verstedelijking, reistijdverkorting, capaciteitsvergroting, CO2-reductie Fase: : Verkenning Planning : Verkenning gereed eind 2021, realisatie No Regret-pakket 2020-2025 Investering : Circa € 419 miljoen, waarvan voor No Regret € 137 miljoen Subsidie MRDH : Indicatie € 50 miljoen + aandeel resterend benodigde dekking Rol MRDH : Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Den Haag De centrale doelstelling voor deze MIRT-verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor het verbeteren van de duurzame bereikbaarheid van het gebied Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het verbeteren van de bereikbaarheid met het OV en langzaam verkeer van het gebied is een voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van 23.300 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen in het gebied. Het levert ook een belangrijke bijdrage aan het oplossen van Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) -knelpunten in het OV in het gebied en de versterking van de agglomeratiekracht, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid, kansen voor mensen en opgaven ten aanzien van duurzaamheid en klimaat en aan de mobiliteitstransitie in de regio Rotterdam Den Haag.
Het plangebied van de MIRT-verkenning CID-Binckhorst (Den Haag) beslaat globaal het gebied tussen en rondom de drie Haagse intercitystations, aansluitend op het bestaande kantorencluster, inclusief het gehele transitiegebied Binckhorst tot en met station Voorburg. Het studiegebied beschouwt de regionale context waaronder de gemeenten Rijswijk en Leidschendam-Voorburg, Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Delft. De verwachte doorlooptijd van de verkenning is drie jaar. De eerste fase van de verkenning (zeef 1) is in het najaar van 2019 afgerond. Naar verwachting kan op basis van de gehele verkenning eind 2022 een voorkeursbesluit genomen worden. In het BO-MIRT van najaar 2020 is een formele MIRT-startbeslissing genomen, met een budgetreservering door betrokken partijen van in totaal € 150 miljoen. Deze reservering is verdeeld over de gemeente Den Haag (€ 50 miljoen), Rijk (€ 50 miljoen), gemeente Leidschendam-Voorburg (€ 1,5 miljoen) en de MRDH (€ 50 miljoen), definitieve budgetten volgen in het najaar. Afhankelijk van het voorkeursbesluit voeren projectpartners overleg om tot volledige financiële dekking van de voorkeursvariant te komen. Over een eventuele additionele bijdrage van de MRDH daaraan, en de hoogte ervan, vindt aparte besluitvorming plaats.
79
Slim en Schoon van Strand naar Stad Doelstelling S.A. : Verbetering kwaliteit en efficiency OV, kansen voor mensen Fase : planstudie Planning : Realisatie tot 2027 Investering : € 30 miljoen Subsidie MRDH : € 5 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener
Dit dossier is een samenwerking met de gemeente Den Haag, HTM, NS en de MRDH en is gericht op nieuwe en duurzame vervoersoplossingen met OV, fiets en auto tussen de drie NS-stations en Scheveningen. Ideeën daarvoor zijn: versnellingsmaatregelen tramlijn 9 inclusief een intercitytram tijdens stranddagen, deelmobiliteitshubs en een reizigersverwijssysteem vanaf de stations Laan van NOI, Centraal Station en Hollands Spoor naar het strand. De betrokken partijen hebben in een overeenkomst, vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit februari 2021, afgesproken totaal maximaal € 30 miljoen te investeren tussen 2021 en 2027. De investeringen zijn gericht op slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen in het gebied op en bij de Haagse treinstations en de relatie naar de kust. Op basis daarvan starten de vier organisaties elk hun eigen projecten, dan wel subsidiëren zij elkaars projecten. De financiële inbreng van de NS is € 15 miljoen, van Den Haag € 10 miljoen, van de MRDH € 5 miljoen en van de HTM niets. Een van de waarschijnlijke projecten waar MRDH subsidie aan kan verlenen, is de aanleg van een tailtrack (keervoorziening) naast Den Haag Centraal Station. Op zomerdagen kunnen trams dan sneller en meer pendelen tussen station en kust.
80
MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Kansen voor mensen, Concurrerende Economie, CO2-reductie Thema : Verstedelijking, Reistijdverkorting, Capaciteitsvergroting Fase: : Verkenning Planning : Verkenning 2021-2022, planuitwerking 2023-2024, aanbesteding 2025, Realisatie 2026-2030 Investering : “meest voor de hand liggende variant” is € 687 miljoen, inclusief Algeracorridor Subsidie MRDH : € 95 miljoen Oeververbinding, € 21 miljoen Algeracorridor Rol MRDH : Mede-opdrachtgever verkenning, penvoerder is Rotterdam Rijk en regio hebben in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT) besloten een MIRT-verkenning te starten. Het centrale doel van deze verkenning is het ontwikkelen van een voorkeursalternatief voor de verdere (OV-gerelateerde) verstedelijking van de Rotterdamse regio in combinatie met het oplossen van IMA-knelpunten op de A16/Van Brienenoordcorridor, het knelpunt Algeracorridor en de knelpunten in het Rotterdamse OVnetwerk. De verkenning richt zich op mogelijkheden in het oostelijk deel van de Rotterdamse regio om de (multimodale) bereikbaarheid te verbeteren door onder andere het realiseren van een extra oeververbinding.
Andere doelen die in de verkenning worden meegenomen zijn de kansen voor verstedelijking en toplocaties, kansen voor mensen in met name Rotterdam-Zuid en de stedelijke leefkwaliteit. Concrete onderzoekpunten zijn de Algeracorridor, de mogelijkheden voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) in de Maastunnel en maatregelen op de A16. De meest voor de hand liggende variant bestaat uit een multimodale oeververbinding, een HOV-verbinding Kralingse ZoomZuidplein, een nieuw station Stadionpark, maatregelen op de A16 en op de Algeracorridor. In het BO-MIRT van november 2020 is de startbeslissing genomen en de notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld. De MIRT-verkenning is gericht op de nadere uitwerking van bereikbaarheidsmaatregelen om vervolgens te komen tot een voorkeursalternatief en besluitvorming daarover. De verwachte doorlooptijd van de MIRT-verkenning Oeververbinding regio Rotterdam is circa 2 jaar, met besluitvorming in het BO-MIRT in november 2022. Rijk en regio hebben samen € 526 miljoen euro gereserveerd voor deze maatregelen: de minimale zekerstelling van 75% om de verkenning te starten. Hiernaast: de scope van de MIRTverkenning Oeververbindingen regio Rotterdam 81
MIRT-gebiedsuitwerking Greenport 3.0 Westland Doelstelling S.A. : Betrouwbaar op weg Top-eis : Concurrerende economie/netwerkeis wegennet Fase : Verkenning Planning : Besluit over mobiliteitsopgaven in het BO-MIRT van voorjaar 2022 Investering : € 123,4 miljoen Subsidie MRDH : maximaal € 50 miljoen Rol MRDH : Mede-opdrachtgever, subsidieverlener KTA, meedenkend aan onderzoek De ‘Integrale gebiedsuitwerking ruimtelijke en logistieke invulling Greenport 3.0 Westland’ richt zich op de ruimtelijk-logistieke aspecten die de netwerkkracht versterken van de Greenports in samenhang met de mainports Rotterdam en Schiphol. De gebiedsuitwerking is nodig om te kunnen bepalen wat de opgaven zijn voor de bereikbaarheid van het glastuingebied tot 2040. Er wordt gebruik gemaakt van de toekomstbeelden van de Rotterdamse haven en de toekomstbeelden van het foodcluster in de Waal-Eemhaven, met als onderdeel de Coolport. Dit moet leiden tot een voorstel voor een adaptieve aanpak van de bereikbaarheid in het Westland, met voorstellen voor bekostiging en afspraken tussen overheden, bedrijfsleven en kennisinstituten. De gebiedsuitwerking wordt opgesteld in samenwerking met de gemeente Den Haag, de gemeente Westland, het Rijk (BZK, EZK, IenW) en de provincie Zuid-Holland. Er wordt gewerkt aan vier producten: 1.
de integrale scenario’s of toekomstbeelden van de ontwikkeling van het gebied in relatie met Mainports en andere Greenports in 2030-2040; 2. daaruit naar voren komende opgaven voor met name bereikbaarheid van het gebied; 3. maatregelen voor de Korte Termijn Aanpak ter verbetering van de bereikbaarheid (voornamelijk fietsinfrastructuur waarmee de Metropolitane Fietsroutes met de MRDH-bijdrage gedekt worden); 4. maatregelen bereikbaarheid voor de middellange en lange termijn. In 2022 worden de resultaten, de maatregelen, de bekostiging en de afspraken tussen partijen opgesteld. Dit zogenaamde basispakket bestaat uit lagere parkeernormen bij nieuwbouw in het gebied (Westland en Den Haag Zuidwest), een werkgeversaanpak, slimme VRI's, de metropolitane fietsroute Naaldwijk-Den Haag CID en de metropolitane fietsroute Naaldwijk-Monster-Den Haag. In 2022 vindt tevens een vervolgonderzoek plaats, waarna een maatregelenpakket voor de langere termijn kan worden vastgesteld, ook gericht op wegmaatregelen.
82
MIRT-gebiedsuitwerking Voorne-Putten Doelstelling S.A. : Betrouwbaar op weg Top-eis : Concurrerende economie (betrouwbaarheid), netwerkeisen weg Fase : Verkenning Planning : Besluitvorming maatregelenpakket in 2022 Investering : € 122 miljoen Subsidie MRDH : maximaal € 6,9 miljoen Rol MRDH : Mede-opdrachtgever De gebiedsuitwerking heeft als doel ‘het voor de korte, middellange en lange termijn verkennen van oplossingen en/of maatregelpakketten ter verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten, mede in relatie tot verstedelijkingsafspraken, ontwikkeling van de haven van Rotterdam en het goederenvervoer alsmede overige ruimtelijke en economische ontwikkelingen in dit gebied”. In november 2018 is de probleemanalyse afgerond en is bepaald welke oplossingen en/of maatregelpakketten onderzocht moeten worden op hun doelbereik. De effecten van de maatregelen zijn in 2019 in beeld gebracht en er zijn vervolgstappen bepaald met een in het KTA opgenomen programma. De beoogde vervolgstappen zijn, als onderdeel van het Gebiedsprogramma, in 2021 nader uitgewerkt inclusief kostenramingen en verdelingen. In het BO-MIRT van (het voorjaar) 2022 worden de voorstellen (maatregelpakket auto, fiets en OV) besloten. De MRDH is daarbij mede verantwoordelijk voor de realisatie en financiering van OV en fietsprojecten.
Daarbij maakt de gebiedsuitwerking een stap van onderzoek naar uitvoeringsagenda.
83
4.
Programma’s en projecten Openbaar Vervoer
Metropolitaan OV en verstedelijking horen bij elkaar De onderzoeken van de MRDH in het kader van de UAB bevestigen de conclusies uit het MIRTonderzoek Bereikbaarheid Rotterdam-Den Haag, dat het openbaar vervoer in toenemende mate de drager is van het versterken van de agglomeratiekracht van en verstedelijking in de metropoolregio. In 2019 is binnen het gebiedsprogramma MoVe de Adaptieve Ontwikkelstrategie Mobiliteit en verstedelijking vastgesteld, met de MRDH als partner. In 2020 en 2021 is dit vertaald in twee regionale programma’s gericht op samenwerking. In de ‘driehoek’ tussen gemeenten, vervoersbedrijven en MRDH wordt gezamenlijk gewerkt aan verkenningen en planstudies, alsmede projecten richting realisatie. Wanneer de dossiers gereed zijn voor een projectbesluit of realisatiebesluit, vindt besluitvorming over de investeringsbijdragen van de dossiers plaats door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit en het algemeen bestuur en/of binnen de colleges van de gemeenten. In de Rotterdamse regio werken de partners samen onder de naam Programma OV Ontwikkeling Regio Rotterdam (POORR) en in de Haagse regio onder de naam OV Next. Daarnaast loopt sinds medio 2021 de MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten.
Aangevuld met de elders beschreven MIRT-verkenningen CID-Binckhorst, Oeververbindingen en de gebiedsuitwerkingen Voorne-Putten en Westland, zijn daarmee vrijwel alle OV-gerelateerde studies uit de UAB belegd. Inhoudelijk draaien de OV-studies en projecten om vergroting van de capaciteit, verhoging van de snelheid en verbetering van de reisbeleving, gekoppeld aan de geplande verstedelijkingsopgave van 240.000 woningen in de Zuidelijke Randstad tot 2040. OV-ontwikkeling en verstedelijking horen bij elkaar, de werkgroepen sturen daarop. De ingrepen in het OV moeten ertoe leiden dat de huidige groei van OV-gebruik met 3% per jaar door kan zetten richting 2040. Daarbij is er veel aandacht op de aansluiting met van de verstedelijkingsplannen, locatieontwikkelingen en initiatieven voor mobiliteitstransitie op het lokale niveau. In 2022 zal de MRDH met haar partners alle studies en OV-projecten programmatisch blijven aansturen via de samenwerkingen: • MIRT-verkenning Oude Lijn en knopen. • POORR voor de ontwikkeling van OV in de regio Rotterdam. • OV Next voor de ontwikkeling van OV in de regio Haaglanden.
84
4.1
Programma’s Openbaar Vervoer
Programma InnOVatie Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Kansen voor mensen, efficiënt en rendabel Thema : Reistijdverkorting, kwaliteitsverbetering, terugwinnen reizigers Fase : Planuitwerking, realisatie Planning : 2020 – 2024 Investering : € 3,0 miljoen Subsidie MRDH : € 1,5 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener/opdrachtgever ‘De InnOVatieroute’ is de naam van het gezamenlijke innovatieprogramma van OV-bedrijven HTM en RET en de MRDH dat eind 2019 is gelanceerd. Ook vervoerder EBS is aangehaakt. Met InnOVatie worden onder meer startups geprikkeld om met innovatieve oplossingen te komen voor OV-vraagstukken. Er wordt bijvoorbeeld gezocht naar slimme manieren om het OV optimaler in te richten om de sterke reizigersgroei tot aan corona en de verwachte reizigersgroei in de toekomst mogelijk te maken. De initiatieven zijn te zien op de website Innovatieroute. Als gevolg van corona is het aantal reizigers in het OV sterk afgenomen, waardoor de OV-bedrijven geconfronteerd zijn met verliezen. Vanuit het innovatieprogramma ligt de focus voor komende jaren daarom op de thema’s ‘terugwinnen reizigers’ en ‘kostenbesparing/efficiëntie’.
Om verdere samenwerking tussen de OV-bedrijven mogelijk te maken en verdere voordelen te halen uit samenwerking (waaronder kennisdeling, gezamenlijk leren, voorkomen van dubbel werk, gezamenlijke ontwikkeling) is vanuit de Innovatieroute gekeken of het mogelijk is om voor de drie deelnemende organisaties een gezamenlijk platform voor idee-ontwikkeling te implementeren. Hiermee kunnen collega’s van verschillende afdelingen en bedrijven gezamenlijk werken aan de ontwikkelingen en uitdagingen van het OV. De RET en HTM stellen jaarlijks een budget beschikbaar wat door de MRDH met een even groot budget wordt opgehoogd. In bijlage K zijn de beschikbare budgetten en de uitgaven weergegeven.
85
Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio (INTHR) Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Kansen voor mensen, Efficiënt en Rendabel Thema : Capaciteitsvergroting, Reistijdverkorting, Kwaliteitsverbetering Fase : Uitwerking tot en met uitvoering Planning : Planstudies en realisatie tot en met 2025 Investering : € 192,7 miljoen aanpassing infrastructuur, € 60 miljoen remises Subsidie MRDH : € 132,6 miljoen aanpassing infrastructuur, € 60 miljoen remises. Van de € 132,6 miljoen nog € 3 miljoen te betrekken van het Kwaliteitsfonds HTM Rol MRDH : Trekker in samenwerking met HTM en Den Haag Instroom Nieuwe Trams Haagse Regio bestaat uit het vervangen van de oude GTL-trams door circa 60 nieuwe trams, gecombineerd met het moderniseren van de traminfrastructuur op de lijnen 1, 6, 12 en 16 naar toegankelijkheid en het breed materieel. Daarnaast vergt de introductie van de nieuwe tramvloot een aanpassing in een bestaande remise en de bouw van een nieuwe remise. Met dit maatregelenpakket worden doelen behaald om het openbaar vervoer in Den Haag en de omgeving te verbeteren: kortere reistijden, meer capaciteit en een betere toegankelijkheid.
Lijn 1 is binnen de gemeente Den Haag vrijwel geheel aangepast. Lijn 16 wordt in 2022 – 2023 onder handen genomen. De uitvoering voor lijn 12 en lijn 6 staat op de planning voor 2023- 2025.
86
Ketenmobiliteit en OV-knooppunten Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, kansen voor mensen, kwaliteit van plekken Thema : Verhogen betrouwbaarheid, capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering Fase : Verkenning, planuitwerking, realisatie Planning : 3 à 4 knooppunten per jaar Investering : per project te bepalen Subsidie MRDH : 50% (indicatie) Rol MRDH : Subsidieverlener Het verbeteren van de overstapkwaliteit op de knooppunten maakt het reizen met het openbaar vervoer gemakkelijk, aantrekkelijk en betrouwbaar. MRDH heeft de huidige kwaliteit in beeld gebracht. Gemeenten kunnen i n samenwerking met de station beheerders (RET, HTM en ProRail) projecten aanmelden. Deze doorlopen een traject in drie fasen: Opstart: in deze fase worden met alle beheerders de opgave en de uit te werken oplossingen bepaald. Het resultaat is een Plan van Aanpak als onderdeel van het startbesluit met overeenstemming over de doelstelling en inzicht in indicatieve kosten en benodigde projectorganisatie. Planuitwerking: de gemeente en/of station beheerder werkt de plannen uit. Daarbij worden zowel de lokale ontsluiting, fietsparkeren, P+R en reizigersbeleving in samenhang met elkaar verbeterd. Andere beheerders zijn nadrukkelijk partner in de planuitwerking.
Het resultaat van deze fase is een door partijen vastgestelde voorkeursvariant en een subsidieaanvraag dan wel samenwerkingsovereenkomst. Voorwaarden voor een subsidie zijn onder andere integrale planvorming, samenwerking tussen alle beheerders, goede afspraken over beheer na realisatie. De projecten worden ondergebracht in het programma Kleine Projecten, of volgen anders de gewone procedure voor grote projecten.
87
Ketenmobiliteit en OV-knooppunten: Optoppen garage P+R Kralingse Zoom Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, kansen voor mensen, kwaliteit van plekken Thema : Verhogen betrouwbaarheid, capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering Fase : Verkenning, planuitwerking Planning : 2022, uitvoering 2023-2024 Investering : € 13,5 miljoen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Subsidieverlener In 2013 is P+R-garage Kralingse Zoom met 1.040 parkeerplaatsen in gebruik genomen, waarmee het totale aantal P+R-plaatsen daar op circa 1.400 is gekomen. Met de aanwezigheid van een doelgroepensysteem op deze P+R kan uitsluitend de parkeerder die daadwerkelijk aanvullend gebruik maakt van het openbaar vervoer gratis parkeren, waarmee het zogenaamde ‘oneigenlijk gebruik’ wordt tegengegaan. Ondanks de aanwezigheid van een doelgroepensysteem lijkt op P+R Kralingse Zoom de parkeercapaciteit niet meer toereikend. Voor deze P+R-locatie maar ook voor P+R Meijersplein en P+R Slinge is door het ingenieursbureau van Rotterdam een ruimtelijke en financiële verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van hoe capaciteitsuitbreiding kan plaatsvinden en welke investeringen dit met zich meebrengt. De ruimtelijke verkenning toont de haalbaarheid voor P+R Kralingse Zoom. De huidige P+R-garage Kralingse Zoom is een eerste fase.
Het gebouw is zo ontworpen dat het uitgebreid kan worden met drie extra parkeerlagen wat ruimte biedt aan 525 extra P+R plaatsen.
88
Ketenmobiliteit en OV-knooppunten: Uitbreiden parkeercapaciteit P+R Meijersplein Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, kansen voor mensen, kwaliteit van plekken Thema : Verhogen betrouwbaarheid, capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering Fase : Verkenning Planning : 2022, uitvoering 2023-2024 Investering : € 9,5 miljoen Subsidie MRDH : n.t.b. Rol MRDH : Subsidieverlener In 2010 is met metrostation Meijersplein ook P+R Meijersplein met circa 500 P+R-plaatsen in gebruik genomen. Sinds juni 2020 is op deze P+R-locatie een doelgroepensysteem van kracht. Met de aanwezigheid van een doelgroepensysteem op deze P+R kan uitsluitend de parkeerder die daadwerkelijk aanvullend gebruik maakt van het openbaar vervoer gratis parkeren, waarmee het zogenaamde ‘oneigenlijk gebruik’ wordt tegengegaan. Ondanks de aanwezigheid van een doelgroepensysteem wordt verwacht dat op P+R Meijersplein de parkeercapaciteit niet toereikend is. Voor deze P+R-locatie is door het ingenieursbureau van Rotterdam een ruimtelijke en financiële verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden van hoe capaciteitsuitbreiding kan plaatsvinden en welke investeringen dit met zich meebrengt. De ruimtelijke verkenning toont de haalbaarheid voor Meijersplein. Er kunnen met het bouwen van een parkeerdek een extra 600 P+R plaatsen worden gerealiseerd.
89
Ketenmobiliteit en OV-knooppunten: Beurs Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, kansen voor mensen, kwaliteit van plekken Thema : Verhogen betrouwbaarheid, capaciteitsuitbreiding, kwaliteitsverbetering Fase : Pre-verkenning Planning : 2022 pre-verkenning gereed Investering : n.t.b. Subsidie MRDH : n.t.b. Rol MRDH : Subsidieverlener, mede opdrachtgever Beurs behoort tot de grootste OV-knooppunten van Nederland. Hier kruisen twee metrolijnen en komen diverse tramlijnen en stadsbussen samen. Het is tevens voor de gehele regio een belangrijke toegangspoort naar het centrum van Rotterdam. Tegelijkertijd speelt hier in de directe omgeving een grote verstedelijkingsopgave (‘Hart 010’) met nieuwbouw van woningen, kantoren en uiteenlopende stedelijke activiteiten. Het metrostation heeft uitgangen aan het Churchillplein, Binnenwegplein, Coolsingel en in de Beurstraverse (‘Koopgoot’). De overstap tussen beide metrolijnen kent capaciteitsknelpunten.
In het onderzoek naar de reizigersbeoordeling van ov-knooppunten in 2019 scoorde Beurs een 7,0, waar de UAB-norm voor metropolitane knooppunten een reizigerswaardering van tenminste 7,5 nodig heeft. Een substantiële verbetering van zowel de capaciteit als de kwaliteit vraagt om ingrijpende maatregelen om meer ruimte en licht te brengen in de centrale hal, de zichtbaarheid van de entree te verbeteren en zo nodig perrons te verbreden op de oost-west lijn. Hiervoor wordt nog nader onderzoek uitgevoerd. Deze maatregelen kunnen alleen uitgevoerd worden in nauwe samenhang met de vastgoed- en gebiedsontwikkeling en de stadsprojecten in de buitenruimte. MRDH, RET en gemeente Rotterdam hebben in een startdocument deze en andere opgaven in hun onderlinge samenhang beschreven. De verwachting is dat dit alles forse ingrepen, intensieve samenwerking en een multidisciplinaire aanpak vergt. De eerste vervolgstap is een pre-verkenning om de scope van het project verder af te bakenen, de benodigde nadere onderzoeken uit te voeren, alternatieven voor de verkenning te bepalen en een eerste kostenindicatie op te stellen. Bij verdere vervolgstappen zal nadere besluitvorming over verkenning en planstudie in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit aan de orde komen.
90
R-Net Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Kansen voor mensen, efficiënt en rendabel Thema : Reistijdverkorting, kwaliteitsverbetering Planning : Realisatie 2019-2024 Investering : € 6,4 miljoen Subsidie MRDH : € 5,8 miljoen voor de huidige tranche Rol MRDH : Trekker, subsidieverlener voor halte-aanpassingen en fietsvoorzieningen
Per buslijn het upgraden van de haltes, reisinformatie in de R-Net productformule, met additioneel vergroten fietsvoorzieningen, doorstromingsmaatregelen, verplaatsen/ samenvoegen haltes. Het betreft de lijnen: • Spijkenisse – Hellevoetsluis (lijn 404) • Spijkenisse – Brielle (lijn 403) • Rodenrijs metro – Zoetermeer Centrum West (lijn 170) • Rodenrijs metro – Bleiswijk – Zoetermeer – Lansingerland (lijn 173) • Den Haag Leyenburg – Naaldwijk – Schiedam (lijn 456) • Station Delft – Zoetermeer Centrum West (lijn 455) • Station Delft – Naaldwijk (lijn 32) Het aanpassen en vergroten van de capaciteit van fietsvoorzieningen verzorgt de wegbeheerder met 50% subsidie van de MRDH. Er is structureel € 0,7 miljoen per jaar gedurende 21 jaar in het meerjarenbeeld afgetrokken van exploitatie openbaar vervoer ten gunste van investeringen R-net. Na realisatie van de zeven genoemde lijnen is er dus nog circa € 8,9 miljoen ter dekking van andere R-net lijnen. Dit bedrag staat nog bij Exploitatie.
91
Verkenningen en studies Openbaar Vervoer MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen, verbeteren kwaliteit en efficiency OV Doel verkenning : Schaalsprong OV-systeem i.r.t. planning circa 190.000 woningen Planning : Start verkenning 2022, looptijd naar schatting tot 2024 Investering : Circa € 3,6 miljard inclusief btw Subsidie MRDH : Nader te bepalen per deeldossier na vaststelling verkenning Rol MRDH : Mede opdrachtgever binnen gebiedsprogramma MoVe
Sinds 2021 werkt het ministerie van IenW (trekker) met alle betrokken partners in het gebiedsprogramma MoVe aan een startbesluit verkenning Oude Lijn en knooppunten. Dit met de verwachting dat in 2022-2023 zowel de Oude Lijn als de vier knooppunten Leiden CS, Dordrecht CS, Den Haag Laan van NOI en Schiedam centrum, in een MIRT-verkenningstraject worden opgenomen. Dat is mede afhankelijk van het (definitief) toekennen van middelen uit het Nationaal Groeifonds. De verkenning is een onderzoek gericht op de realisatie van een vrijliggend regionaal OV-netwerk op de Oude Lijn tussen Den Haag en Dordrecht. Daarmee wordt een bedieningsconcept van spoorvoertuigen met een hoge frequentie (meer dan 8 treinen/voertuigen per uur) mogelijk en kunnen nieuwe stations worden toegevoegd. Daartoe wordt onderzoek gedaan naar: • westzijde variant • oostzijde variant • mogelijke tussenoplossing in geval Goederenvervoer Oost Nederland (nog) niet wordt gerealiseerd; • potentiele locaties voor zes nieuwe City-Sprinter stations; • consequenties van frequentieverhoging en reizigersgroei voor opstel- en stallingscapaciteit, geluid en trilling, energievoorziening en dergelijke; • fasering en kosten, inclusief besparingsmogelijkheden door waar mogelijk slim af te wijken van het bestaande ontwerp- en normenkader.
Het onderzoek voor de vier knooppunten bij Leiden CS, Den Haag Laan van NOI, Schiedam centrum en Dordrecht CS is gericht op een gezamenlijke en integrale uitwerking van maatregelen, die de basis vormen voor een voorkeursoplossing en -beslissing.
92
Verkenningen OV-Ontwikkeling regio Rotterdam (binnen POORR) Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen, verbeteren kwaliteit en efficiency OV Doel programma : accommoderen groei OV, ondersteunen verstedelijking, verstevigen samenwerking Planning : Gestart 2020, looptijd n.t.b. Investering : per project te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen per project na vaststelling verkenningen Rol MRDH : Trekker in samenwerking met RET, Rotterdam Het samenwerkingsprogramma POORR is een werknaam en in 2020 zo benoemd door de MRDH, de RET en de gemeente Rotterdam om alle beleidsdoelen en ambities op een samenhangende manier tot uitvoering te brengen. POORR dient meerdere doelen: • de geambieerde 3% groei van het OV tot 2040 accommoderen; • het ondersteunen van nieuwe verstedelijking, verbetering leefbaarheid en economie; • een verbeterd OV-vervoerssysteem realiseren als schakel in het schaalniveau Randstad; • versneld komen tot investeringsgerede projecten met het oog op het Nationaal Groeifonds, danwel het reguliere MIRT of opname in het IPVa; • afstemming op de OV-dossiers tussen MRDH, RET en gemeenten.
Studies en projecten die uit de overleggen van POORR (kunnen gaan) volgen zijn: • metrocapaciteit middellange termijn; • metrocapaciteit lange termijn (onder andere automatisch rijden); • plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam; • versnellen tram- en buslijnen (ook onderdeel Transitieprogramma OV en corona); • opwaardering van knooppunten zoals Spijkenisse centrum (in voorbereiding), Zuidplein (in uitvoering), Beurs, Waal- en Rijnhaven; • ontwikkelstrategie OV Zoetermeer-Rotterdam. • HOV Ridderkerk en HOV Maastunnel korte termijn Enkele verkenningen en planstudies worden verderop in dit hoofdstuk toegelicht. De dagelijkse taken zijn het voorbereiden van besluitvorming, inhoudelijke samenhang met lokale en (boven)regionale beleidsvelden, faseren en prioriteren, draagvlak organiseren, managen raakvlakken. Dit zal, via goed te keuren studies, met daarop volgend verdere uitwerking en realisatie van projecten, bijdragen aan de doelen van de UAB en de strategische agenda MRDH.
93
Plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam In de OV-visie Rotterdam 2040 is geconstateerd dat het tramnet te weinig bijdraagt aan de stedelijke ontwikkeling en reizigersgroei in het mobiliteitssysteem. Het doel van deze studie is om het tramnet zodanig te optimaliseren dat het, net als het metronet, een substantiële bijdrage gaat leveren aan de stedelijke ontwikkeling en leefbaarheid van de regio Rotterdam. In 2022 worden de contouren van dit plan vastgesteld, waarna toegewerkt wordt naar een concreet plan einde 2022.
Innovatie spoorbeveiliging samenloopdeel (naar automatische metro/lightrail) Indien de vervoersvraag in de metro en de lightrail regio Den Haag structureel met 3% per jaar groeien, zal rond eind jaren 30, ook na een frequentieverhoging, het metrosysteem en de RandstadRail hun maximumcapaciteit bereiken. Een systeemsprong naar (deels) automatische metro’s en een upgrade van de spoorbeveiliging van de RandstadRail is dan de enige optie om het systeem verder te laten groeien. Deze verkenning krijgt vorm op het zogeheten ‘samenloopdeel’ in de Haagse regio. Via het Nationaal Groeifonds worden in 2022 naar verwachting middelen toegekend om een innovatie aan de spoorbeveiliging door te voeren tussen 2030-2035.
94
Ontwikkelstrategie Zoetermeer Rotterdam In 2019 is de gebiedsuitwerking Middengebied afgerond. De MRDH en de gemeenten Zoetermeer, Lansingerland en Rotterdam starten op basis daarvan een ontwikkelstrategie met als doel de OVbereikbaarheid tussen Zoetermeer en Rotterdam aanzienlijk te verbeteren. De verstedelijkingsplannen in dit gebied spelen hier een belangrijke rol in. In 2020 is een ambtelijke studie gedaan naar de OV-verbinding Zoetermeer-Rotterdam. In 2021 is een vervolgstudie gestart die onderzoekt of het doortrekken van de metro vanuit Rodenrijs naar Lansingerland-Zoetermeer de verstedelijkingsplannen kan ondersteunen. In 2022 krijgt ook deze studie een vervolg, afhankelijk van besluitvorming en tempo van de verstedelijkingsplannen langs deze corridor. We werken daarbij aan een stappenplan tot 2040, waar verdere verstedelijking en upgraden van het OV hand in hand gaan.
95
Verkenningen OV Ontwikkeling regio Den Haag (OV Next) Doelstelling S.A. : Verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen, verbeteren kwaliteit en efficiency OV Doel programma : accommoderen groei OV, ondersteunen verstedelijking, verstevigen samenwerking Planning : Gestart 2020, looptijd tot 2023 Investering : per project te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen per project na afronden verkenningen Rol MRDH : Trekker in samenwerking met HTM, Den Haag De samenwerking OV Next is een werknaam en in 2020 zo benoemd door de MRDH, de HTM en de gemeente Den Haag om alle beleidsdoelen en ambities, op een samenhangende manier tot uitvoering te brengen. OV Next dient meerdere doelen: • de geambieerde 3% jaarlijkse groei van het OV tot 2040 accommoderen; • het ondersteunen van nieuwe verstedelijking, verbetering leefbaarheid en economie; • een verbeterd OV-vervoerssysteem realiseren als schakel in het schaalniveau Randstad; • versneld komen tot investeringsgerede projecten met het oog op het Nationaal Groeifonds, danwel het reguliere MIRT of opname in het IPVa; • afstemming op de OV-dossiers tussen MRDH, HTM en gemeenten.
Studies en projecten die uit de overleggen van OV Next (kunnen gaan) volgen zijn: • verkenning Koningscorridor; • gekoppeld rijden Leyenburgcorridor en ingrepen op het samenloopdeel RandstadRail; • knooppunten en hubs; • doorstroommaatregelen tram en bus (ook onderdeel Transitieplan OV en corona); Enkele verkenningen en planstudies worden verderop in dit hoofdstuk toegelicht. De dagelijkse taken zijn het voorbereiden van besluitvorming, inhoudelijke samenhang met lokale en (boven)regionale beleidsvelden, faseren en prioriteren, draagvlak organiseren, managen raakvlakken. Dit zal, via goed te keuren studies, met daarop volgend verdere uitwerking en realisatie van projecten, bijdragen aan de doelen van de UAB en de strategische agenda MRDH.
96
Den Haag zuidwest, Westland, Rijswijk, Delft De MRDH verkent samen met de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Delft en Westland en met de HTM de toekomstige mogelijkheden van het OV-netwerk in dit gebied. Met name een OV-ontsluiting tussen de verdichtingslocatie Den Haag zuidwest en de spoorlijn LeidenDen Haag-Delft-Rotterdam-Dordrecht is een opgave, voortvloeiend uit de Schaalsprong OV Den Haag. Daarnaast richt de verkenning zich op de wijzigingen in de infrastructuur van de verbindingen tussen het Westland en Delft Reinier de Graaff, en de spoorlijn Den HaagDelft. De MRDH geeft samen met de medeopdrachtgevers gemeenten Westland, Den Haag en Maassluis een vervolg aan de, in 2021 afgeronde, pré-verkenning HOV Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam. Onder de projectleiding van de gemeente Westland gaat een verkenning starten die onder andere meer inzicht moet geven in het tracé en de kosten van het beoogde BRT systeem (Bus Rapid Transit, een zeer hoogwaardig bussysteem).
Verkenning Koningscorridor De MRDH verkent met de HTM en de gemeente Den Haag op welke manier de OV-corridors Scheveningen-Binckhorst-Delft/Zoetermeer (Koningscorridor) stapsgewijs kunnen ontwikkelen tot volwaardige en hoogfrequente lightrailverbindingen. De verkenning richt zich op infrastructurele ingrepen als kruisingen, vrij liggende tracés, kunstwerken, tunnels, haltes enzovoort, met het doel om de reistijd en de capaciteit op deze corridor substantieel te verbeteren. Deze OV-lijnen functioneren als drager voor de verdere stedelijke ontwikkeling van de regio.
97
4.2
Planstudies Openbaar Vervoer
Er is op het moment van schrijven geen planstudie openbaar Vervoer. De provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer werken wel aan een planstudie voor Openbaar Vervoer Leiden-Zoetermeer, waar de MRDH later kennis van zal nemen.
98
4.3
Uitwerkingen Openbaar Vervoer
Verhoging capaciteit metronet Rotterdam (binnen POORR) Doelstelling S.A. : Verbetering kwaliteit en efficiency OV, verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, Kansen voor mensen, Efficiënt en rendabel, CO 2-reductie Thema : Reistijdverkorting, Kostenoptimalisatie, Kwaliteitsverbetering Fase : uitwerking Planning : uitwerking en realisatie maatregelen t/m 2030 Investering : circa € 200 miljoen Bijdrage MRDH : circa € 100 miljoen Rol MRDH : Trekker in samenwerking met RET en Rotterdam
In de OV-visie Rotterdam 2040 en de adaptieve ontwikkelstrategie Mobiliteit en Verstedelijking is geconstateerd dat een uitbreiding van de metrofrequentie op de E-lijn en C-Lijn van het Metronet tussen 2025 en 2030 een hoge maatschappelijke impact heeft op de reizigers en de verstedelijkingsplannen. De in 2021 afgeronde planstudie laat zien dat het aantal reizigers op het hele metronet jaarlijks met 3% groeit en er binnen enkele jaren op meerdere plekken in het metronet capaciteitsknelpunten ontstaan. De studie richt zich op frequentieverhoging in de spits van de huidige 18 naar maximaal 24 diensten per uur, met daarnaast onderzoek naar infravraagstukken, stallingscapaciteit, veiligheid en omgevingshinder. Eind 2022 wordt de planstudie vastgesteld door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit, inclusief een voorstel voor de bekostiging als onderdeel van de propositie voor het Nationaal Groeifonds. Dit behelst dan het aantal nieuwe voertuigen, en de aanvullend benodigde infrastructuur, zoals een stalling, extra stroomvoorziening, uitbreiding capaciteit metrostation Beurs, mogelijke sanering van een overweg, geluidswerende voorzieningen. Net als het project Gekoppeld rijden RandstadRail maakt dit project deel uit van de propositie Nationaal Groeifonds, waarover in het voorjaar 2022 meer duidelijkheid komt.
99
RandstadRail lijnen 3 en 4 gekoppeld rijden (=Leyenburgcorridor) (binnen OV Next) Doelstelling S.A. : Verbetering kwaliteit en efficiency OV, verbeteren bereikbaarheid toplocaties en banen Top-eis : Concurrerende economie, Kansen voor mensen, Efficiënt en rendabel, CO 2-reductie Thema : Reistijdverkorting, Kostenoptimalisatie, Kwaliteitsverbetering Fase : uitwerking Planning : uitwerking en realisatie maatregelen t/m 2030 Investering : circa € 180 miljoen Bijdrage MRDH : circa € 90 miljoen Rol MRDH : Trekker in samenwerking met HTM en Den Haag De lightraillijnen 3 en 4 tussen Zoetermeer en Den Haag Zuidwest groeien jaarlijks met 3% per jaar. In Den Haag zuidwest en centraal Den Haag vindt eveneens een substantiële verstedelijking plaats. Om deze groei door te kunnen zetten, is volgens de eind 2022 door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit vast te stellen planstudie, allereerst een verlenging van de lightrailvoertuigen op deze OV-lijnen nodig (Leyenburgcorridor). De verlenging bestaat uit het koppelen van voertuigen en het geschikt maken van perrons voor de lengte van deze gekoppelde voertuigen. Inpassing in de stad op de stedelijke delen van Lijn 3 en 4 zijn eveneens cruciaal in het slagen van dit project. Net als het project Metronet maakt dit project deel uit van de propositie Nationaal Groeifonds, waar voorjaar 2022 meer duidelijkheid over is.
100