CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenbegroting 2022-2025

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Meerjarenbegroting 2022-2025 (eerste termijn)32.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afspraken met GRJR over samenwerking in relatie tot ander inkoopmodel MVS Het besluit om het MVS Jeugdmodel binnen de contouren van de GRJR uit te voeren, betekent dat we hierover goede afspraken moeten maken met de GRJR. Het gaat dan om het formaliseren en concretiseren van de afspraken die eind 2020 op hoofdlijnen zijn gemaakt. Het gaat dan onder andere over het werken met twee inkoopmodellen, het leren van elkaar, de vertaling naar de financiële bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie van de GRJR, deelname aan vergaderingen (Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur, stuurgroepen en werkgroepen) en waar nodig borging in de governance van de GRJR. De gesprekken hierover zijn in 2021 gestart, maar gaan ook dit jaar door.

57 Verplichte indicatoren Ambitie 18: Regie op transformatie Wmo en Participatie

Bron

Vlaardingen Nederland Nederland Vlaardingen 50.000 2019 2019 2020 2020 100.000 inw. 2020

Clienten met een maatwerkarrangement Wmo (per 1000 inwoners)

GMSD

128

101

103

129

n.n.b.

Aantal banen (per 1000 inwoners tussen 15-64 jaar)

LISA

490,4

762,1

795,9

461,7

n.n.b.

Netto arbeidsparticipatie (% van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking)

CBS

67,2

68,8

68,4

66,6

n.n.b.

Werkloze jongeren (% 16-22 jarigen)

CBS Jeugd

n.n.b.

n.n.b.

9,1

10,9

n.n.b.

Lopende reintegratievoorzieningen (per 1.000 inwoners 15-64 jaar)

CBS

n.n.b.

n.n.b.

10

10

n.n.b.

Personen met een bijstandsuitkering (per 10.000 inwoners)

CBS

523

382

460

561

n.n.b.

Ambitie 19: Goede ondersteuning voor jeugd, dichtbij in het normale leven Jeugdhulp

Bron

Jongeren met een delict voor de rechter (% 12 t/m 21 jarigen)

Verwey Jonker instituut Kinderen in Tel

Vlaardingen 2019

50.000 - Nederland Vlaardingen 50.000 100.000 2020 2020 100.000 inw. 2019 inw. 2020

1

1

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Kinderen in uitkeringsgezin (% kinderen tot CBS 18 jaar) jeugdmonitor

10

6

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Jongeren met jeugdhulp (% van alle jongeren tot 18 jaar)

CBS

7,5

9,9

11,9

8,0

11,9

Jongeren met jeugdbescherming (% van alle jongeren tot 18 jaar)

CBS

1,4

1,1

1,2

1,6

1,3

Jongeren met jeugdreclassering (% van alle jongeren van 12 tot 23 jaar)

CBS

0,6

0,3

0,3

0,6

0,4

Verbonden partijen Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) Het uitvoeren van de bovenlokale jeugdhulp door middel van: * het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp en uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet; * het organiseren van een advies- en meldpunt huidelijk geweld en kindermishandeling; * het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten over de uitvoering van de jeugdhulptaken, die als gevolg van de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. ROGplus Het bieden van Wmo maatwerkvoorzieningen ter bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en ter ondersteuning van participatie aan bewoners die daar op eigen kracht niet of onvoldoende toe in staat zijn. De maatwerkvoorzieningen richten zich ook op de ondersteuning van mantelzorgers. StroomOpwaarts De gemeenschappelijke regeling is getroffen om een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering van taken en bevoegdheden van de deelnemers in het sociaal domein te borgen. Het betreft de uitvoering van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening (werkloze werknemers en gewezen zelfstandigen) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. GGD – Rotterdam Rijnmond (GR GGD-RR) Het op een proactieve wijze beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van inwoners in het bedieningsgebied van de GR GGD-RR.

Gezondheid wordt gedefinieerd als een toestand van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en is niet alleen van toepassing op de afwezigheid van ziekte of een handicap.

58 Financieel deel programma Sociaal domein Baten en lasten meerjarig Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2022-2025 het financieel deel van deze begroting. Bedragen x €1.000 Sociaal Domein

Begroting na wijziging 2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

145.303

150.450

148.809

149.890

152.491

Baten

45.183

40.819

43.663

44.092

44.959

-100.120

-109.631

-105.146

-105.799

-107.532

0

0

0

0

0

Onttrekkingen

656

0

0

0

0

Mutaties reserves

656

0

0

0

0

-99.464

-109.631

-105.146

-105.799

-107.532

01-01-2022

+

-

31-12-2022

Gerealiseerd saldo van baten en lasten Stortingen

Gerealiseerd resultaat

Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000) Sociaal domein Reserve centrum-middelen bw, mo en vo Inburgering Totaal reserves

874

0

0

874

4.606

0

0

4.606

411

0

0

411

5.891

0

0

5.891

Reserve Sociaal domein De reserve is ingesteld ter egalisatie van de lasten van het Sociaal Domein. Reserve centrummiddelen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang De gemeente Vlaardingen ontvangt als centrumgemeente middelen voor de taken Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Overschotten worden gereserveerd en deze middelen worden jaarlijks in overleg met de regiogemeenten ingezet. Reserve Inburgering Inburgeringsvoorzieningen die bij afrekening (deels) niet in aanmerking komen voor financiering uit de rijksbijdrage worden gedekt uit deze reserve. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma geen investeringen gepland.

59

Kunst, Cultuur en Erfgoed Actuele ontwikkelingen Corona De coronacrisis heeft nog steeds grote impact op de culturele- en erfgoedsector. Instellingen en mensen die werkzaam zijn in deze sector maken een zware tijd door. Met het schrijven medio 2021 is er nog geen zicht wat de impact zal zijn op deze sector in 2022. Wel is duidelijk dat veel evenementen die in 2020 en/of 2021 zouden plaatsvinden, inmiddels al uitgesteld zijn naar 2022 en dat wederom een belangrijk deel van de subsidiebudgetten die voor 2021 staan, in 2022 besteed zal worden. Ook heeft de coronacrisis uitwerking op het gemeentelijke team Kunst, Cultuur en Erfgoed. Door het onder andere niet kunnen of anders moeten beleggen van bijeenkomsten, het in mindere mate kunnen werken op locatie, het mondjesmaat kunnen inzetten van onze betrokken vrijwilligers of het verleggen van werkzaamheden vanwege andere prioriteiten door de crisis, zijn werkzaamheden vertraagd. Dit heeft invloed op de werkzaamheden in 2022; de werkzaamheden zullen voor zover mogelijk ingepast moeten worden in het jaarplan 2022. Dienstverlening door digitalisering Door het digitaliseren van de collecties waar mogelijk, kunnen we deze beter beschikbaar stellen. Door de aanschaf van een nieuw archiefbeheersysteem in 2021 kan bij het Stadsarchief een grote inhaalslag worden gemaakt. Dit zal in 2022 naast de reguliere werkzaamheden moeten plaatsvinden.

Kerkenvisie In 2021 is de kerkenvisie, in samenwerking met de vertegenwoordigers van de kerkgebouwen en torens, opgesteld en vervolgens vastgesteld. Nota Kunst en Cultuur In 2021 is een nieuwe nota kunst en cultuur opgesteld. De daaruit voortkomende keuzes zijn richtinggevend voor de werkzaamheden op dit vlak voor de komende jaren. 2023: 750 jaar stad Vlaardingen In haar vergadering van juli 2021 heeft de gemeenteraad zich uitgesproken dat aan de viering van 750 jaar stadsrechten aandacht besteed moet worden. Financieel meerjarenperspectief Binnen dit programma hebben geen financiële ontwikkelingen plaatsgevonden na vaststelling van de Kadernota 2021. Beleidsnota's Beleidsnota's

Jaar

Kerkenvisie

2021

Nota Kunst & Cultuur

2021

Kadernota Erfgoed

2019

Richtinggevende nota Vlaardings Erfgoed

2017

Ambities Ambitie 21 - Kunst, Cultuur & Erfgoed De visie van het team Kunst, Cultuur en Erfgoed is: "Met hart voor ons vak stimuleren we het gebruik van Vlaardings(e) kunst, cultuur en erfgoed”. De gemeente werkt daarbij nauw samen met de partners in de stad en andere betrokkenen. Onze rol daarin is stimulerend en faciliterend. Wij vinden het belangrijk dat ieder kind in aanraking komt met cultuur, de beoefening van de kunsten en kennis neemt van het rijke verleden van Vlaardingen en de instellingen die in deze sectoren actief zijn. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit:

60 Acties Wij werken met en bewaken de vastgestelde visie van de nieuwe cultuurnota

Wij zorgen dat wij op het gebied van monumenten en erfgoed klaar zijn voor de nieuwe Omgevingswet

Wij gaan verder met de uitvoering van de Kadernota VIaardings Erfgoed en voeren de projecten uit die genoemd zijn in het collectieplan Wij zullen een inhaalslag maken die is opgelopen door de coronacrisis en stellen eind 2022 een evaluatie op.

Wij besteden aandacht aan, stimuleren en faciliteren waar mogelijk de voorbereidingen voor de viering van 750 jaar stadsrechten in 2023

Lokale indicatoren Binnen het Programma Kunst, Cultuur & Erfgoed zijn er geen verplichte indicatoren. De laatste jaren hebben we de bezoekersaantallen laten zien in de jaarrekening, dat doen we nu weer. Het gaat daarbij om de volgende instellingen: Bibliotheek Vlaardingen, Stadsgehoorzaal, Kroepoekfabriek, Kade 40 (voorheen Vrije Academie en Opmaat), Museum Vlaardingen en festivals. In de aanloop naar de nieuwe nota kunst en cultuur zoeken we ook andere indicatoren met betrekking kunst, cultuur en erfgoed met het oog op het SMART maken van de ambities en het monitoren van ontwikkelingen. Daarbij wordt ook gedacht aan indicatoren voor het nemen van initiatieven op het gebied van 750 jaar stad in 2023. Publieksparticipatie (bezoekersaantallen x 1.000)

Bron

2017

2018

2019

2020

Bibliotheek Vlaardingen (bezoekers fysiek en digitaal)

Bibliotheek

298,8 287,7

Stadsgehoorzaal

St. Stadspodium

43,8

49,5

71,7

51,7*

Kroepoekfabriek

Kroepoekfabriek

28,2

25

40

110*

Kade 40 (voorheen Vr. Academie en Opmaat)

KADE40

18,2

24,9

17

20*

Kade 40 bezoekersaantal - inclusief scholen en cursisten

KADE40

87,8

40,3*

Museum

Museum Vlaardingen

12

12,5

13

67,5*

Festivals

Organisatoren festivals

105

312

214,9

20

275, 4 163,9

Bron: Rapportages culturele instellingen * inclusief digitale bezoekers

Verbonden partijen Stadsherstel Maassteden Stadsherstel Maassteden richt zich op de combinatie van beschermen, (her)benutten en beleven van cultureel erfgoed in Maassluis, Schiedam en Vlaardingen. Zij wil op duurzame wijze bijdragen aan de versterking van het historische karakter en de leefbaarheid van deze steden en omgeving door het verwerven, restaureren en exploiteren van panden met een cultuurhistorische waarde. De gemeente is vooral betrokken bij de koers van deze besloten vennootschap in Vlaardingen.

61 Financieel deel programma Kunst, cultuur en erfgoed Baten en lasten meerjarig Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2022-2025 het financieel deel van deze begroting. Bedragen x €1.000 Kunst, Cultuur en Erfgoed

Begroting na wijziging 2021

2022

2023

2024

2025

Lasten

8.459

7.731

7.800

7.900

8.013

Baten

708

719

729

740

756

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

-7.751

-7.012

-7.071

-7.161

-7.258

Onttrekkingen

1.196

112

113

113

113

Gerealiseerd resultaat

-6.555

-6.899

-6.958

-7.048

-7.145

Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)

01-01-2022

+

-

31-12-2022

Archeologie

86

0

0

86

Beeldende kunst

139

0

0

139

Totaal reserves

225

0

0

225

Reserve Archeologie De kosten van archeologieprojecten overschrijden het kalenderjaar. De reserve is getroffen voor specifieke uitgaven die niet in het jaarlijkse budget zijn voorzien en wordt gebruikt om verschillende jaar-overschrijdende projecten mee te financieren. Reserve Beeldende kunst Beeldende kunst in de openbare ruimte is kwetsbaar. Onvoorziene incidenten zorgen voor een onregelmatig patroon in uitgave op onderhoud, vervanging en reparatie. Als de uitgaven de raming overschrijden wordt het saldo ten laste gebracht van de reserve. Anderzijds vindt een storting plaats wanneer de uitgaven lager zijn dan het jaarbudget.

Investeringen De komende jaren zijn in dit programma geen investeringen gepland.

62

Sport en Recreatie Actuele ontwikkelingen Het jaar 2022 staat in het teken van de wederopbouw van de sport- en beweegaanbieders in Vlaardingen. De sport- en beweegsector heeft tijdens de coronapandemie flink moeten interen op de reserves. Vanwege de maatregelen is het sportseizoen 2020-2021 wat wedstrijden en toernooien betreft deels of volledig geannuleerd. Vanaf medio 2021 zijn de versoepelingen ingezet en zijn steeds meer mensen gevaccineerd. Door de pandemie hebben we nog indringender dan ooit ervaren hoe belangrijk gezondheid is. Aan een goede gezondheid kan sport en bewegen bijdragen. Ook zien we door de pandemie dat de trend om individueel te sporten en bewegen stijgt vergeleken met de ledenaantallen van de traditionele sportverenigingen. Het is belangrijk dat op de sport- en beweegbehoefte wordt geanticipeerd, verenigingsondersteuning blijft daarbij nodig. Een van de maatregelen vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een verdubbeling van het uitvoeringsbudget voor het lokale sportakkoord. Stichting Vlaardingen in Beweging blijft de kartrekker van de uitvoering van het Vlaardings Sportakkoord. De acties zijn gekoppeld aan de thema’s inclusief sporten en bewegen, vitale sport- en beweegaanbieders en vaardig in bewegen.

Daarnaast zetten we samen met allerlei maatschappelijke spelers in op het vroegtijdig signaleren van problemen waar sport en bewegen een oplossing voor kunnen zijn en stimuleren we preventieve activiteiten. Dat betekent dat we inzetten op sport en bewegen als middel voor zorg en armoedebestrijding. Dit doen we niet vanuit sport alleen, maar in samenwerking met onderwijs, zorg, welzijn en met nog veel meer partijen in Vlaardingen. We zetten het plan om tot toekomstige sportaccommodaties te komen voort voor het bewegingsonderwijs en de sportsector. In 2022 benutten wij de specifieke uitkering stimulering (SPUK) en de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA). De SPUK wordt voor alle gerealiseerde bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport aan de gemeente uitgekeerd. Ook kunnen de stichtingen, verenigingen en B.V. ’s zonder winstoogmerk subsidie van het Rijk ontvangen voor het realiseren van bouw, aanschaf en het onderhoud van sportaccommodaties en sportmaterialen. Financieel meerjarenperspectief Vanuit het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van Zwem- en Recreatiebad de Kulk is bezien welke onderhoudskosten voor de jaren 2022 tot en met 2025 noodzakelijk zijn. Voor 2022 staan volgens het MJOP kosten gepland van € 112.000, voor 2023 en 2024 bedragen de kosten resp. € 77.000 en € 79.000.

In de Kadernota is besloten deze kosten voor het regulier onderhoud op te nemen in de begroting. Binnen dit programma hebben geen financiële ontwikkelingen plaatsgevonden na vaststelling van de Kadernota 2021. Beleidsnota's Beleidsnota's

Jaar

Stichting Zwem- en Recreatiebad De Kulk

2022

Kadernota Sport en Bewegen

2019

Speelruimteplan

2013

Ambities Ambitie 22 - Inclusief sporten en bewegen Alle Vlaardingers worden actief gestimuleerd tot voldoende bewegen en een gezonde leefstijl. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit:

63 Acties Er wordt door de sportverenigingen, de gemeente, commerciële aanbieders, onderwijs, zorg en welzijnsinstanties een vervolg gegeven aan de uitvoering van het Vlaardings Sportakkoord. Stichting Vlaardingen in Beweging is kartrekker.

We continueren de inzet op verenigingsondersteuning In 2022 staat verenigingsondersteuning in het teken van wederopbouw van de sport- en beweegaanbieders.

We continueren de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties

We continueren de erkende interventies waarbij sport als middel ingezet wordt; dit zijn het YETS-programma, Beweegprogramma van Stichting Life Goals en Bewegen Werkt. Hierbij werken we samen met andere beleidsdomeinen.

Ambities Ambitie 23 - Duurzame sportinfrastructuur Er zijn voldoende, schone, veilige, toegankelijke en duurzame sportaccommodaties. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit:

Acties De sporthal op de Claudius Civilislaan in de Westwijk wordt medio 2022 opgeleverd

In 2022 wordt het nieuwe gymlokaal in de VOP op de Willem Pijperstraat gerealiseerd, ter vervanging van de huidige lijnbaanhal

We gaan een Integraal Huisvestingsplan Bewegingsonderwijs opstellen om het bewegingsonderwijs in de toekomst te kunnen blijven faciliteren

Er worden geen bestrijdingsmiddelen meer gebruikt op de sportvelden in Vlaardingen, ook gaan we stapsgewijs voorzieningen rondom de velden aanleggen om het verspreiden van kunstgraskorrels in het milieu te voorkomen. We gebruiken vanaf 2022 geen bestrijdingsmiddelen op de sportvelden in Vlaardingen. Zowel eigenaar als gebruiker van de kunstgrasvelden nemen de verantwoordelijkheid om de kunstgraskorrels op de velden te behouden, zodat deze niet in het milieu terecht komen. We gaan vanaf 2022 jaarlijks rondom twee sportvelden kantplanken verzorgen.

64 De uitbreiding van de kleedwasaccommodatie wordt uitgevoerd bij hockeyvereniging Pollux

We doen een extra investering in zwembad De Kulk om in het onderhoud te kunnen voorzien

Conform het Meerjaren Investeringsplan wordt grootschalig onderhoud en/of renovatie uitgevoerd aan velden bij Victoria’04 en CWO

Ambities Ambitie 24 - Recreatie De openbare ruimte is een beweegvriendelijke omgeving, met voldoende speelplekken en sport- en recreatiefaciliteiten. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit:

Acties Uitvoeren van het Speelruimteplan Om uitvoering te geven aan het Speelruimteplan gaan we speelplekken renoveren op onder andere de Coornhertstraat en de Geert Grootelaan in de Westwijk en passen deze zo goed mogelijk aan op de wensen van de kinderen.

Verplichte indicatoren Het percentage is niet gewijzigd sinds 2016 (Gezondheidsmonitor 2016), die wordt gebruikt op waarstaatjegemeente.nl. Nietsporters

Bron

Vlaardingen 2016

Nederland 2016

50.000 - 100.000 inw. 2018

Nederland 2020

Vlaardingen 2020

50.000 - 100.000 inw. 2020

% niet sporters

RIVM

54,9

48,7

51

n.n.b.

n.n.b.

n.n.b.

Verbonden partijen Coöperatie 'Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland UA' (CBG) Per 01-01-2018 is de coöperatie CBG opgericht en is hiermee de (rechts)opvolger van het Recreatieschap Midden Delfland. De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van recreatieve groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De deelnemende partijen zijn de gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.

Financieel deel programma Sport en recreatie Baten en lasten meerjarig Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2022-2025 het financieel deel van deze begroting.

65 Bedragen x €1.000 Sport en Recreatie

Begroting na wijziging 2021

Lasten

2022

6.449

Baten

2023 6.937

2024

2025

6.935

6.998

6.996

911

924

937

951

965

Gerealiseerd saldo van baten en lasten

-5.538

-6.012

-5.998

-6.047

-6.031

Gerealiseerd resultaat

-5.538

-6.012

-5.998

-6.047

-6.031

Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)

01-01-2022

+

-

31-12-2022

Nationaal actieplan sport en bewegen

50

0

0

50

Krabbeplas

801

0

0

801

Totaal reserves

851

0

0

851

Reserve Nationaal actieplan sport en bewegen Door het ministerie van VWS zijn middelen beschikbaar gesteld voor de realisatie van beweeginterventies en de stimulering van gemeentelijke plannen voor het lokale gezondheidsbeleid. Deze middelen zijn in de reserve opgenomen. Reserve Krabbeplas Dit betreft een reserve voor het verbeteren van de recreatieve waarde en toegankelijkheid van de Krabbeplas en het verbeteren van de Zuidbuurt - Oeverbos. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma de volgende investeringen gepland. Investeringen meerjarig (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Vettenoordse Polder Lijnbaanhal

1.300

0

0

0

0

361

0

0

0

0

Sportaccommodaties Buitensportaccommodaties (kunstgrasveld)

335

0

0

0

0

Krabbepark

1.050

0

0

0

0

Totaal investeringen meerjarig

3.046

0

0

0

0

66

Financiën Actuele ontwikkelingen Weerstandsvermogen/weerstandsratio De incidentele financiële risico’s actualiseren we twee maal per jaar (aan de hand van een inventarisatie van de risico’s in de organisatie) en laten die door het accountantskantoor PwC via een kansberekening (de zogenaamde. Monte Carlo-methode) vertalen in een minimaal benodigd vrij weerstandsvermogen. Dat vrije weerstandsvermogen gaat in de praktijk vooral om de algemene reserve. PwC raamt in de meest recente rapportage de benodigde weerstandscapaciteit op € 2,7 miljoen, inclusief het Sociaal Domein. De weerstandsratio is het getal dat weergeeft in welke mate het vrije weerstandsvermogen voldoende is om de omvang van de risico’s te kunnen afdekken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is vastgesteld welke ratio de gemeente Vlaardingen nastreeft. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Waardering

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

A

2,0

Uitstekend

B

1,5-1,9

Ruim voldoende

C

1,0-1,4

Voldoende

D

0,8-0,9

Matig

E

0,6-0,7

Onvoldoende

F

< 0,6

Slecht

Door het vaststellen van een amendement bij de kadernota 2020 heeft uw raad besloten om de minimale weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7. Een weerstandsratio van 1,0 betekent dat het weerstandsvermogen (lees: de algemene reserve) gelijk is aan de ingeschatte risico’s. De risico’s worden ingeschat op € 2,7 miljoen. Uit voorzichtigheidsoverwegingen gaan we voor de lange termijn uit van een geschatte omvang van de risico’s van € 5 miljoen. Bij een minimale weerstandsratio van 1,0 moet het minimale weerstandsvermogen daarom ook € 5 miljoen bedragen. Bij een weerstandsratio van 1,7 mag de algemene reserve nooit onder de € 8,5 miljoen (1,7 x € 5 miljoen = € 8,5 miljoen) dalen. De algemene reserve heeft bij het afsluiten van de jaarrekening 2020 (na resultaatbestemming) een stand van € 22,5 miljoen en stijgt naar verwachting naar ongeveer € 38,9 miljoen in 2025. De weerstandsratio ontwikkelt zich hiermee ruimschoots boven de door uw raad gestelde doel. Dit is wel onder voorwaarde dat de ombuigingen uit het Herstelplan en de aanvullende ombuigingen volledig worden gerealiseerd. Financieel meerjarenperspectief Onroerende zaakbelasting In het Herstelplan is opgenomen dat de OZB in de jaren 2021, 2022 en 2023 elk jaar met 3% extra wordt verhoogd bovenop de reguliere aanpassing voor inflatie.

In de raming van de OZB-opbrengsten is op basis van het Herstelplan rekening gehouden met de bouw van gemiddeld 500 extra woningen per jaar. De geraamde meeropbrengst OZB is mede afhankelijk van de ontwikkeling in de WOZ-waarde van de geplande woningbouw. De meeropbrengst valt, ondanks een lager woningbouwaantal, door de prijsontwikkeling gunstiger uit. Ombuigingstaakstellingen In de meerjarenbegroting zijn ombuigingstaakstellingen verwerkt uit het vastgestelde Herstelplan.

67 Deze taakstellingen bedragen € 11,5 miljoen in 2022 en lopen op tot ruim € 17 miljoen in 2025. Wij gaan, naar aanleiding van de aangenomen motie bij het vaststellen van de kadernota 2021, vier maal per jaar rapporteren over de voortgang van de realisatie van het Herstelplan. Bovenop het Herstelplan heeft uw raad bij het vaststellen van de begroting 2021 tot aanvullende ombuigingen besloten. De aanvullende ombuigingen bedragen € 6,3 miljoen in 2022 en lopen op tot € 7,8 miljoen in 2025. Ook deze aanvullende ombuigingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Privaatrechtelijke overeenkomst kabels en leidingen Netwerkbedrijf Stedin betaalt geen precariobelasting maar precariorecht op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst, die voor onbepaalde tijd geldt. In lijn met het vervallen van de precariobelasting heeft Stedin eenzijdig aangekondigd de privaatrechtelijke overeenkomst per 1 januari 2022 te willen beëindigen. De wetgever heeft met de wetswijziging op de precariobelasting kabels en leidingen nutsbedrijven niet de privaatrechtelijke vergoedingen bedoeld. Het college heeft daarom advies ingewonnen bij een externe deskundige over de te nemen vervolgstappen in het geschil met Stedin. Dit advies neemt het college over.

De volgende financiële ontwikkelingen hebben binnen dit programma plaatsgevonden na vaststelling van de Kadernota 2021 en zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2022 – 2025.

Bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Meerjarige verwerking meicirculaire 2021

530

707

426

-89

Totaal effect op begrotingssaldo

530

707

426

-89

Verwerking meicirculaire 2021 De bedragen in de tabel betreffen de verwerking van de meerjarige effecten op het begrotingssaldo. Beleidsnota's Beleidsnota's

Jaar

Richtlijn actieve informatieplicht

2013

Richtlijn begrotingsrechtmatigheid

2013

Treasurystatuut

2013

Financieel beleidskader

2016

Nota reserves en voorzieningen

2016

Notitie leenschuld

2016

Financiële verordening Vlaardingen

2018

Nota waardering en activering

2018

Toekomstvisie

2019

Herstelplan

2020

Uitvoeringsplan Sociaal Domein 2021

2020

Ambities Ambitie 25 - Financiën Vlaardingen heeft een financieel gezonde positie. De begroting van de gemeente Vlaardingen is structureel in evenwicht, waarbij de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De vermogenspositie is voldoende om de risico’s af te dekken. Via risicomanagement worden de risico’s jaarlijks geïnventariseerd en worden beheersmaatregelen genomen. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit:

68

Acties We voeren het door uw raad vastgestelde herstelplan uit Wij gaan, naar aanleiding van de aangenomen motie bij het vaststellen van de kadernota 2021, vier maal per jaar rapporteren over de voortgang van de realisatie van het Herstelplan.

Eenmaal per jaar verschaffen we inzicht in de prognoses, ontwikkelingen en risico’s van grondexploitaties met het Meerjarenprogramma Grondzaken

Incidentele voordelen voegen we aan de Algemene reserve toe

We zetten ons optimaal in voor externe financiering Bij het afsluiten van nieuwe langlopende leningen worden diverse partijen benaderd en wordt de lening bij de voordeligste aanbieder afgesloten. In 2022 herfinancieren wij € 20 miljoen.

Verplichte indicatoren De aanwezige weerstandscapaciteit 2022 wordt gepresenteerd door de prognose voor de stand van de Algemene reserve eind 2021 (= € 1 miljoen). Financiën

Bron

Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting

Bedragen x € 1 miljoen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Aanwezige weerstandscapaciteit Jaarstukken & begroting

18,2

21,6

25,0

29,0

34,1

38,9

Noodzakelijle weerstandscapaciteit

Jaarstukken & begroting

4,3

4,3

2,7

2,7

2,7

2,7

Omvang leenschuld

Jaarstukken & begroting

240

272

220

210

210

200

Verbonden partijen Regionale Belasting Groep (RBG) Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.

Financieel deel programma Financiën Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2022-2025 het financieel deel van deze begroting.

69

Bedragen x € 1.000

2021

2022

2023

2024

2025

1.686

1.720

1.774

1.819

1.875

0

0

0

0

0

4.188

3.542

3.582

3.303

3.303

Lasten Lokale belastingen Vennootschapsbelasting (Vpb) Financiering Onvoorzien

26

26

26

27

27

3.054

1.034

456

-181

-220

Lokale belastingen

21.802

22.495

23.659

23.995

24.339

Algemene uitkering

Overig Baten

164.050

172.602

170.769

172.325

173.948

Dividend

1.287

1.287

1.287

1.287

1.287

Financiering

4.829

4.936

5.075

4.860

4.851

376

389

410

416

422

183.390

195.386

195.361

197.915

199.861

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

1.791

0

0

0

0

185.181

195.386

195.360

197.915

199.861

Overig Saldo van baten en lasten

Geraamd resultaat

Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)

01-01-2022

+

-

31-12-2022

Algemene Reserve

22.555

2.495

0

25.049

Totaal reserves

22.555

2.495

0

25.049

Algemene reserve De Algemene reserve bedraagt op 31 december 2020 € 22,5 miljoen. De algemene reserve stijgt de komende jaren naar verwachting naar ongeveer € 38,9 miljoen in 2025. Deze stijging van de algemene reserve wordt pas gerealiseerd wanneer de ombuigingen uit het Herstelplan en de aanvullende ombuigingen volledig worden behaald. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma geen investeringen gepland.

70

Algemene dekkingsmiddelen Inleiding De onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Het gaat dan om middelen waar geen voorafgaand specifiek bestedingsdoel aan ten grondslag ligt. Bedragen x € 1.000 Onroerende zaakbelasting Hondenbelasting Precariobelasting en kabel- en buizenrecht Toeristenbelasting Algemene uitkering Gemeentefonds Dividenden Renteresultaat Geraamd resultaat

2021

2022

2023

2024

2025

19.750

20.821

21.977

22.306

22.640

297

302

306

311

315

1.698

1.314

1.316

1.319

1.325

329

334

339

345

350

164.050

172.602

170.769

172.325

173.948

1.287

1.287

1.287

1.287

1.287

647

1.399

1.498

1.562

1.553

188.059

198.059

197.493

199.454

201.418

Lokale heffingen De gemeente genereert zelf inkomsten door het heffen van belastingen. Het gaat dan met name om de onroerende zaak belastingen (OZB). De opbrengsten van belastingen kennen in tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. In het Herstelplan is afgesproken om de OZB in 2021, 2022 en 2023 telkens met 3% extra te verhogen bovenop de inflatie. De financiële verhouding met het Rijk In de septembercirculaire 2021 vindt er een belangrijke herverdeling van het gemeentefonds plaats. De uitkomsten hiervan zijn op het moment van opmaken van de begroting nog niet bekend. De financiele effecten van deze herijking zullen in de 2e voortgangsrapportage 2021 worden verwerkt. Dividenden De gemeente Vlaardingen neemt deel in het aandelenkapitaal van een aantal privaatrechtelijke organisaties die het publieke belang ondersteunen. De deelnemingen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Waterbedrijf Evides en Irado genereren jaarlijks een winstafhankelijk dividend. De betreffende deelnemingen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) De aandelen BNG zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor 50% in handen van gemeenten. De gemeente Vlaardingen heeft 0,36% van de aandelen in bezit.

Op basis van de gerealiseerde dividendontvangsten in de afgelopen drie jaren wordt voor 2022 en verder een dividendontvangst van € 359.000 geraamd. Waterbedrijf Evides Het Waterbedrijf Evides is ontstaan uit de fusie van Waterbedrijf Europoort, waar de gemeente Vlaardingen in deelnam, en Delta Waterbedrijf. De fusiepartners hebben ieder 50% van de nieuwe aandelen in handen. Het Vlaardingse belang bedraagt op dit moment 1,8% van het nominale aandelenkapitaal. Op basis van de gerealiseerde dividendontvangsten in de afgelopen drie jaren wordt voor 2022 en verder een dividendontvangst van € 671.000 geraamd. Irado N.V. De aandelen Irado zijn in handen van de gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel, ieder voor 33,33%. We verwachten een dividenduitkering van € 367.000. Een bedrag van € 110.000 wordt rechtstreeks als inkomsten verantwoord onder het programma Groen en Milieu, ten gunste van

71 het product Afvalverwijdering. Het overige deel van € 257.000 wordt aangemerkt als algemeen dekkingsmiddel. Renteresultaat De aan de taakvelden toe te rekenen rente (omslagrente) is bepaald op 1,5%. De afronding van dit percentage, binnen de door de commissie BBV toegestane marge van 0,5%, veroorzaakt het zogenaamde renteresultaat. Het meerjarig verloop van het renteresultaat tot circa € 2,2 miljoen in 2025, zoals hiervoor in de tabel weergegeven, is onder meer het gevolg van de huidige marktrente. Leningen worden aangetrokken tegen een lagere rente dan de rente van de af te lossen leningen waardoor de rentelasten gestaag dalen. Een nadere uiteenzetting over de totstandkoming van dit resultaat treft u aan in de paragraaf Financiering. Bedrag voor onvoorziene uitgaven Het is in de praktijk gangbaar dat als onderdeel van de weerstandscapaciteit c.q. in relatie tot het weerstandsvermogen door gemeenten een bedrag voor onvoorziene uitgaven wordt geraamd. De hoogte van deze post is niet voorgeschreven en wordt in Vlaardingen begroot op € 26.000. De hoogte van de post voor onvoorziene uitgaven is in basis overigens niet van dien aard dat omvangrijke afwijkingen op de begroting kunnen worden opgevangen. Daarvoor dient de beschikbare weerstandscapaciteit. Zie ook de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

72

Paragrafen

73

Lokale heffingen Inleiding De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies: De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB), hondenbelasting, precariobelastingen en toeristenbelasting. De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing. De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs. De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast. Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2022.

Beleid Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn: Onroerendezaakbelastingen: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 4,6% bestaande uit de algemene indexering van 1,6% vermeerderd met 3% gedurende 3 jaar zoals is vastgelegd in het Herstelplan “Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen” dat in maart 2020 is vastgesteld. Deze stijging van de opbrengst is exclusief de areaaluitbreiding.” De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,6%, met uitzondering van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam. Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt ca. € 169,17 Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt € 290,88 voor een éénpersoonshuishouden en € 371,93 voor een meerpersoonshuishouden. De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd. De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld. Woonlasten: lokale lastendruk Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing.

De ontwikkeling van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit.

74

Woonlasten

2018

2019

2020

2021

2022

OZB-eigenaar

€ 261,60

€ 267,85

€ 287,94

€ 308,00

P.m.

OZB-gebruiker

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Rioolheffing

€ 157,80

€ 157,80

€ 161,36

€ 159,28

€ 169,17

Afvalstoffenheffing

€ 325,14

€ 330,03

€ 356,43

€ 369,56

€ 371,93

Totaal

€ 744,54

€ 755,68

€ 805,73

€ 836,84

€ 541,10

Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin; De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen. De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2022 bedragen circa € 39 miljoen. Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 352 de duurste. In de atlas van 2021 neemt Vlaardingen de 200e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2021 zat Vlaardingen € 24,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten. Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten: Gemeente

Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2021)

Capelle a/d IJssel

€ 661

22

Nissewaard

€ 756

85

Rotterdam

€ 793

134

Vlaardingen

€ 837

200

Schiedam

€ 835

195

Westland

€ 955

328

Delft

€ 867

242

Maassluis

€ 908

294

Dit zijn gegevens gebaseerd op het peiljaar 2021. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2022 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing. Onroerendezaakbelastingen De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ en ‘gebruikersbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de nietwoningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds. De grondslag van de OZB voor het jaar 2022 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2021. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:

75

Ontwikkeling tarieven

2017

2018

2019

2020

2021

2022

OZB (eigendom) niet-woningen

0,3142%

0,3025%

0,3470%

0,3631%

0,7190%

p.m. ¹

OZB (gebruik) niet-woningen

0,2335%

0,2194%

0,3039%

0,3212%

0,00

0,00

OZB (eigendom) woningen

0,1536%

0,1482%

0,1477%

0,1426%

0,1391%

p.m. ¹

¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2021, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 4,6% (= 1,6% trendmatig + 3,0% extra uit het herstelplan) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).

Limitering OZB-tarieven Er komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb). Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. Vanaf 2020 is er een benchmark, waarin naast de ozb ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Opbrengst niet-woningen: € 9 miljoen Opbrengst woningen: € 11,8 miljoen Hondenbelasting De hondenbelasting heeft onder andere tot doel het aantal honden in de gemeente te beperken. Vandaar dat het tarief voor een tweede en volgende hond hoger is. De houder van de hond moet de belasting betalen. Regelmatig worden in de gemeente controleacties gehouden om het hondenbestand op peil te houden. Aantal eerste honden: 4.165 Aantal tweede en volgende honden: 400 Opbrengst: € 0,4 miljoen Ontwikkeling tarieven

2018

2019

2020

2021

2022

Eerste hond

€ 73,40

€ 75,15

€ 76,25

€ 77,55

€ 78,80

Tweede en volgende hond

€ 146,80

€ 150,30

€ 152,50

€ 155,10

€ 157,60

Precariobelasting De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond. Vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied heeft het kabinet de precario op nutsleidingen per 1 juli 2017 afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten in de toekomst geen

76 precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Overgangsrecht Er geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022 voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum waarop het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Opbrengst precariobelasting nutsbedrijven: € 0,5 miljoen Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,7 miljoen Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 1,6%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst. Ontwikkeling tarieven

2018

2019

2020

2021

2022

Toeristenbelasting

€ 2,16

€ 2,48

€ 2,52

€ 3,00

€ 3,05

Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ) Industrieterrein de Vergulde Hand is aangewezen als een BIZ waar een BIZ bijdrage wordt geheven. De bijdrage komt van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. De hoogte van de bijdrage is een vastgesteld percentage van de waarde van het bedrijfsobject. Opbrengst BIZ is een vast bedrag van: € 24.000 Rioolheffing De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2022 wordt de rioolheffing € 169,17.

77

Ontwikkeling tarieven Rioolheffing

2018

2019

2020

2021

2022

€ 157,80

€ 157,80

€ 161,36

€ 159,28

€ 169,17

Rioolheffing

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

3.130.115

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

85.000

Netto kosten taakveld(en)

3.045.115

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente

328.294

BTW

369.673

Totale kosten

3.743.082

Opbrengst heffing

6.460.937

Voorziening

-2.717.855

Totale opbrengsten

3.743.082

Dekkingspercentage

100%

Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. De tarieven stijgen in 2022 met ongeveer 0,64% ten opzichte van 2021. Doordat het aantal huishoudens hoger is dan in de begroting 2021, komen er ook meer inkomsten binnen terwijl de lasten minder hard stijgen. Het effect hiervan is dat het tarief in 2022 nauwelijks hoeft te stijgen om de geraamde kosten te kunnen dekken. Ontwikkeling tarieven

2018

2019

2020

2021

2022

Afvalstoffenheffing

€ 325,14

€ 330,03

€ 351,53

€ 369,56

€ 371,93

Afvalstoffenheffing 1-pers.

€ 253,28

€ 257,08

€ 274,93

€ 289,03

€ 290,88

Afvalstoffenheffing

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

10.959.839

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

1.244.295

Netto kosten taakveld(en)

9.715.544

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente

74.483

BTW

1.692.911

Totale kosten

11.482.938

Opbrengst heffing

11.482.938

Voorziening

0

Totale opbrengsten

11.482.938

Dekkingspercentage

100%

78 Reinigingsrecht Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 1,6%. Reinigingsrechten

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

180.161

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld(en)

180.161

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW

0 0

Totale kosten

180.161

Opbrengst heffing

180.161

Voorziening

0

Totale opbrengsten

180.161

Dekkingspercentage

100%

Binnenhavengeld Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V. Binnenhavengeld

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

262.834

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld(en)

262.834

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW

0 0

Totale kosten

262.834

Opbrengst heffing

155.150

Voorziening

0

Totale opbrengsten

155.150

Dekkingspercentage

59%

79 Havengeld pleziervaartuigen Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 1,6%. Havengeld pleziervaartuigen Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

2022 16.889

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

0 16.889

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente

0

BTW

0

Totale kosten

16.889

Opbrengst heffing

17.434

Voorziening

0

Totale opbrengsten

17.434

Dekkingspercentage

103%

Havengeld vaste ligplaatsen Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met 1,6%. Havengeld vaste ligplaatsen

2022

Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente

5.825

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld(en)

5.825

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente

0

BTW

0

Totale kosten

5.825

Opbrengst heffing

1.083

Voorziening

0

Totale opbrengsten

1.083

Dekkingspercentage

19%

Zeehavengeld Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat

80 verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V. Zeehavengeld

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

1.747.043

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld(en)

1.747.043

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW

0 0

Totale kosten

1.747.043

Opbrengst heffing

1.074.762

Voorziening

0

Totale opbrengsten

1.074.762

Dekkingspercentage

62%

Lijkbezorgingsrechten Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 1,6%. Lijkbezorgingsrechten

2022

Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente

606.359

Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld(en)

606.359

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW

135.544 0

Totale kosten

741.904

Opbrengst heffing

782.043

Voorziening

0

Totale opbrengsten

782.043

Dekkingspercentage

105%

Parkeerbelastingen Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld.

81

Parkeerbelasting Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)

2022 1.513.988 21.388 1.492.600

Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW

149.811 0

Totale kosten

1.642.411

Opbrengst heffing

2.598.287

Voorziening

0

Totale opbrengsten

2.598.287

Dekkingspercentage

158%

Leges Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 1,6% met uitzondering van de wettelijke leges. Kruissubsidiëring leges Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden.

Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling. Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is.

82

Kruis subsidie leges

Algemene dienstverlening

Fysieke leefomgeving

Europese Dienstenrichtlijn

Kosten taakvelden

544.181

734.634

18.156

Overhead

282.931

848.104

1.116

Totale kosten

827.112

1.582.738

19.272

Totale opbrengsten

762.742

1.342.228

18.164

Dekkingspercentage

92%

85%

94%

Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.700 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2022 een bedrag van circa € 919.000 te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd. Vaststellen nieuwe tarieven 2022 Nadat de begroting is vastgesteld worden de desbetreffende verordeningen hierop aangepast, alsmede aan wets- en beleidswijzigingen. De verordeningen worden daarna in de decembervergadering 2021 ter vaststelling aan de raad aangeboden.

83

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft dit vorm gekregen in risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de Planning & Control cyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats. Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio. Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit /risico's * 100% De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 170% (weerstandsratio van 1,7).

Dit betekent dat het aanwezige weerstandsvermogen ruimschoots boven het niveau van de ingeschatte risico's moet liggen. In 2022 gaan wij de methodiek waarop het weerstandsvermogen wordt bepaald evalueren en zo nodig herzien. De wijze waarop het weerstandsvermogen momenteel wordt bepaald is voornamelijk gericht op incidentele risico's van eenmalige onvoorziene gebeurtenissen. De visie hierachter is dat structurele risico's structureel moeten worden opgevangen in de meerjarenbegroting. In de evaluatie van de gehanteerde methodiek zullen wij overwegen in welke mate structurele risico's een plek moeten krijgen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Aanwezige weerstandscapaciteit De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2022 naar verwachting € 22,5 miljoen. Gewenste weerstandscapaciteit De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).

Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de MonteCarlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s. Bij de kadernota 2020 heeft uw raad een amendement aangenomen waarin is opgenomen om de weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7. De voor deze begroting van toepassing zijnde risico-inventarisatie is die overeenkomstig de in de Jaarstukken 2020 opgenomen risico’s. Gebleken is dat de benodigde weerstandscapaciteit weinig fluctuaties laat zien. Daarom is er voor gekozen om de risico-inventarisatie van maart jl. uit de Jaarstukken 2020 ook in deze begroting op te nemen.

84 Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de verwachte weerstandscapaciteit per 1 januari 2022 van € 22,5 miljoen levert dit een weerstandsratio op van: Weerstandsvermogen = € 22,5 miljoen / € 2,7 miljoen = 8,3 De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1,7 aan te houden is hiermee gehaald. Risico’s De activiteiten van de gemeente gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente over het algemeen blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. De actualisatie van de risico’s heeft echter geleid tot een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit van € 4,3 per maart 2020 naar € 2,7 per 31 december 2021. De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de vorige inventarisatie, zoals die in de jaarrekening van 2020 is opgenomen, betreffen: Vervallen van risico bij de inkomensvoorzieningen (bijstand); Zowel de specifieke risico’s als het risico van daling grondopbrengsten bij de grondexploitaties zijn afgenomen als gevolg van de voortgang van de projecten én de gunstige ontwikkelingen van economische omstandigheden. Een risico (p.m.) welke niet in de berekening van de weerstandscapaciteit is opgenomen, betreft de privaatrechtelijke overeenkomst kabels en leidingen .

Netwerkbedrijf Stedin betaalt geen precariobelasting maar precariorecht op basis van van een privaatrechtelijke overeenkomst. In lijn met het vervallen van de precariobelasting heeft Stedin eenzijdig aangekondigd de privaatrechtelijke overeenkomst per 1 januari 2022 te willen stoppen. De benodigde weerstandscapaciteit van € 2,7 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:

85

Onderwerp

GEVOLGEN CALAMITEIT/RAMP

Risico

Maatregel

Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de Rampenorganisatie, kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, rampenplannen, coördinator personele kosten e.d. voor rekening van de rampenbestrijding, gemeente komen. rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR.

GEMEENSCHAPPELIJKE Afgeleide risico's van gemeenschappelijke REGELINGEN regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren.

Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountants-verslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen.

Impact (most likely)

Kans op risico

x€ 1.000

(in % )

250

25%

500

30%

AFTREDEN WETHOUDERS

Als gevolg van het tussentijds (moeten) aftreden Geen. van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden.

FOUTEN INKOOPPROCEDURES

Als gevolg van (fouten in) de inkoopprocedures/aanbestedingstrajecten, bestaat de kans dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk de leverancier moet compenseren voor de misgelopen winst.

De gemeentelijke organisatie heeft een eigen inkoopafdeling, welke bestaat uit inkoopadviseurs, een contractadviseur en contractbeheerders. Daarnaast kent elke lijnafdeling Inkoopambassadeurs, die gedegen basiskennis hebben van Inkoop- en aanbestedingsprocedures.

75

10%

LOONSOM

Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat.

De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen.

180

50%

GEGARANDEERDE LENINGEN ZORGCENTRA

Als gevolg van het eventueel failliet van zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra.

Geen.

200

10%

CLAIMS EN NADEELCOMPENSATIE

Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke.

Deskundigheid voor de afhandeling verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico.

120

25%

SUBSIDIES

Als gevolg van onjuiste interpretatie van subsidievoorwaarden bestaat de kans dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld.

Het proces inkomende subsidies onderbrengen bij de verbijzonderde interne controle.

190

10%

GARANTIESTELLING WONINGBOUWCORPORATIES

De gemeente heeft voor een totaalbedrag van € De achtervang of 517,4 miljoen aan garanties verstrekt. Van dit zekerheidsstructuur bestaat uit bedrag wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd door drie lagen: het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Pas 1.Primaire zekerheid: de als het garantievermogen van het WSW daalt tot financiele middelen van de onder de drempel van 0,25% van het corporatie. garantievolume, dan treedt de achtervangpositie 2.Secundaire zekerheid: de van het rijk en de gemeente in werking in de borgstellingsreserve van het vorm van het verstrekken van renteloze WSW leningen. 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10731363/1