Lijst van ingekomen stukken 10 februari tm 6 april 2022
Tekst van het document
36.873 5.786 11.585 32.906 87.150 171.313 75.043 37.856 284.211 30.315 84.110 114.425 11.192 11.192 496.978 6,23
6,23 1,58 7,81
€ € € €
6,23 1,80 8,03
Vlaardingen
Westvoorne
€ € € € € € € € € € € € € € € €
€ € € € € € € € € € € € € € € €
34.276 5.379 10.769 30.589 81.012 159.249 69.758 35.190 264.196 28.181 78.187 106.367 10.404 10.404 461.980 6,23
6.914 1.085 2.172 6.170 16.340 32.121 14.070 7.098 53.289 5.684 15.770 21.454 2.098 2.098 93.182 6,23
Totaal € € € € € € € € € € € € € € € €
617.806 96.946 194.100 551.336 1.460.188 2.870.335 1.257.339 634.269 4.761.942 507.933 1.409.258 1.917.191 187.522 187.522 8.326.843 6,23
€ € €
203.816 € 203.816 € 2,55 €
169.937 € 169.937 € 2,29 €
19.347 € 19.347 € 1,29 €
2.998.262 2.998.262 2,24
Tuberculosebestrijding € Extra bijdrage van de gemeente Rotterdam aan het basistakenpakket€ Extra inwonerbijdrage gemeente Rotterdam 2023
- € - €
- € - €
- € - €
510.165 510.165
€ € € €
6,23 € 1,29 € 7,52 €
6,23 2,24
Inspecties kinderopvang en gastoudergezinnen Variabel deel basistakenpakket (indicatief) 2023 Variabele inwonerbijdrage (indicatief) per gemeente 2023
Bedrag per inwoner Vast deel basistakenpakket Variabel deel basistakenpakket Extra bijdrage Rotterdam voor tbc-bestrijding Totaal
€ € € €
16
6,23 2,55 8,78
€ € € €
6,23 2,29 8,52
8,47
Basistakenpakket voor de fusie gemeente Voorne aan Zee (m.i.v. 2023) Productnaam
Voorne aan Zee
Ondersteuning bestuur gemeenschappelijke regeling € Informatieverstrekking € GGD Rampen opvangplan (GROP) € Integrale Gezondheidsmonitor Rijnmond € Totaal algemeen productenaanbod € Infectieziektebestrijding € Tuberculosebestrijding € Soa/hiv preventie en bestrijding € Totaal infectieziektebestrijding € Technische hygienezorg € Medische milieukunde € Totaal milieu en hygiëne € Psychosociale Hulpverlening bij incidenten (voorheen KIZ) € Totaal persoonsgerichte zorg € Totaal vaste deel basistakenpakket (zonder extra bijdrage Rotterdam) € Vaste inwonerbijdrage per gemeente 2023 €
6.914 1.085 2.172 30.210 80.011 157.279 68.896 34.755 260.930 27.832 77.220 105.052 10.275 10.275 456.268 6,23
€ € €
98.627 98.627 1,93
Tuberculosebestrijding € Extra bijdrage van de gemeente Rotterdam aan het basistakenpakket€ Extra inwonerbijdrage gemeente Rotterdam 2023
-
Inspecties kinderopvang en gastoudergezinnen Variabel deel basistakenpakket (indicatief) 2023 Variabele inwonerbijdrage (indicatief) per gemeente 2023
Bedrag per inwoner Vast deel basistakenpakket Variabel deel basistakenpakket Extra bijdrage Rotterdam voor tbc-bestrijding Totaal
€ € € €
6,23 1,93 8,16
Extra bijdrage gemeente Rotterdam Voor de basistaak tuberculosebestrijding liggen de productiecijfers aanzienlijk hoger in Rotterdam dan in de overige gemeenten. Om die reden is bij de begrotingsbehandeling vanaf het jaar 2011 reeds afgesproken om de gemeente Rotterdam een extra inwonerbijdrage in rekening te brengen voor de extra formatie die nodig is voor de bovengemiddelde productiecijfers (na correctie voor de schaalvoordelen van het samen optrekken van Rotterdam en regiogemeenten binnen één gemeenschappelijke regeling). Deze afspraak wordt gecontinueerd voor 2023. BTW-compensatie Per 1 januari 2003 is de Wet op het BTW-compensatiefonds (BCF) ingevoerd, ten gevolge waarvan gemeenten de omzetbelasting (BTW) die zij voor haar overheidsmatige activiteiten in rekening gebracht krijgen in principe kunnen declareren bij het BCF. Een en ander geldt evenwel slechts voor die taken welke niet uitgesloten zijn van compensatie. De gemeenschappelijke regeling GGD-RR kan gebruik maken van de zogeheten transparantieregeling; wat betekent dat de aan het lichaam in rekening gebrachte omzetbelasting (inkoop-BTW) naar de participerende gemeenten kan worden doorgeschoven, die op hun beurt deze omzetbelasting op het BCF kunnen claimen. Gebruikmaking van de transparantieregeling is door de Belastingdienst goedgekeurd.
Doorschuiven van omzetbelasting impliceert dat de hiervoor genoemde inwonerbijdragen inclusief doorschuif-BTW is. Op de voorschotnota’s zal deze compensabele inkoop-BTW zichtbaar worden gemaakt. Op grond hiervan kunnen de deelnemende gemeenten deze compensabele inkoop-BTW claimen op het BTW-compensatiefonds (BCF). Facturatie De nota’s voor de GGD basistaken worden in de loop van 2023 door de GGD-RR verstuurd naar de regiogemeenten.
17
4. VERANTWOORDING Verantwoording aan de hand van kengetallen en prestatie-indicatoren De GGD-RR legt verantwoording af over de uitvoering van de producten in de twee tussentijdse rapportages en het jaarverslag. Het jaarverslag is de definitieve jaarrapportage waarin ook verantwoording wordt afgelegd over de financiële consequenties van de geleverde productie. De basistaken en prestaties die in de voorliggende begroting worden vastgesteld voor 2020 vormen de kern van de rapportages. Rapportage vindt waar mogelijk plaats per gemeente. Afwijkingen van deze kengetallen en prestaties zijn onderwerp van discussie. De eventuele extra af te nemen plusproducten worden bilateraal per gemeente verantwoord en niet in de verantwoordingsrapportages over de basistaken opgenomen. Rotterdam als risicodrager Nagenoeg alle GGD-organisaties vallen onder een gemeenschappelijke regeling en zijn in feite “eigendom” van de deelnemende gemeenten. Deze gemeenten zijn risicodragend voor de GGD-organisatie. Voor de GGD Rotterdam-Rijnmond geldt dit echter niet. De GGD-RR is onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Rotterdam. Rotterdam is daarom risicodragend voor de GGD. De GGD legt verantwoording af over de bedrijfsvoering aan het College van de gemeente Rotterdam.
Jaarrekening De begroting 2022 voor het basistakenpakket is in feite een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke regeling GGD-RR en de gemeente Rotterdam voor de levering van de wettelijke taken. De gemeenschappelijke regeling besteedt de uitvoering van de basistaken uit aan de gemeente Rotterdam. Dit geldt ook voor de bestuurlijke ondersteuning alsmede het verzorgen van de financiële transacties. De GGD legt over de bedrijfsvoering verantwoording af aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De rekening van de gemeenschappelijke regeling is slechts een weergave van het geheel aan baten en lasten voor de regiotaken per gemeente en is onderdeel van de rekening van de gemeente Rotterdam. Voor de informatievoorziening naar het bestuur van de gemeenschappelijke regeling GGD-RR wordt een jaarverslag opgesteld met daarin een weergave van de gerealiseerde prestaties op de basistaken. Omdat de gemeenschappelijke regeling geen eigen jaarrekening kent, kan ze in die zin, in tegenstelling tot de gemeente Rotterdam, niet voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit is ook met de Provincie Zuid-Holland, als toezichthouder op gemeenschappelijke regelingen, afgestemd.
Benchmarking Hoe verhoudt de inwonerbijdrage in onze regio zich tot die van andere regio’s? We hebben bij de begroting 2019, zoals we elke vier jaar doen, de kosten per inwoner voor het basispakket van alle GGD’en in Nederland met elkaar vergeleken. Deze Benchmark is gebaseerd op de jaarverslagen van 2016 van alle 25 GGD’en. Dit is het meest recente jaar waarvan de jaarverslagen beschikbaar waren. Bij begroting 2024 zullen we opnieuw een benchmark opstellen, gebaseerd op de meeste recente jaarverslagcijfers van dat moment, naar verwachting jaarverslag 2021. Alle GGD’en zijn meegenomen in de benchmark, de jaarverslagen zijn via internet opgevraagd. Er is bij de vergelijking gekeken naar het basistakenpakket zoals dit door de betreffende GGD-instelling werd aangeboden. De producten zijn zo gerangschikt dat alle cijfers goed te vergelijken waren met het productaanbod van Rotterdam-Rijnmond.
18
kosten per basisproduct per GGD obv. Jaarverslagen 2016 Gemiddeld Zuid-Holland Zuid Zeeland Zaanstreek-Waterland West-Brabant Twente regio Utrecht Limburg-Zuid Limburg-Noord Kennemerland IJsselland Hollands Noorden Hollands Midden Hart voor Brabant Haaglanden Groningen Gooi & Vechtstreek Gelderland Zuid Noord- en Oost Gelderland Gelderland Midden Fryslan Flevoland Drenthe Brabant Amsterdam Rotterdam Rijnmond begr. 2018 Rotterdam Rijnmond jv. 2016
€ 14,33 € 12,43 € 19,62 € 8,48 € 9,60 € 31,07 € 4,35 € 20,80 € 24,60 € 7,48 € 16,40 € 18,48 € 29,94 € 28,52 € 7,88 € 6,52 € 8,87 € 11,35 €5,10 € 12,64 € 43,84 € 8,95 € 8,49 € 6,27 € 9,95 € 5,77 € 5,07 €-
€ 5,00 € 10,00 € 15,00 € 20,00 € 25,00 € 30,00 € 35,00 € 40,00 € 45,00 € 50,00
Inclusief JGZ Exclusief JGZ geruit=
GGD is onderdeel van een (veiligheids)regioorganisatie
effen=
GGD is geen onderdeel van veiligheidsregioorganisatie
In deze benchmark zijn de kosten per inwoner voor het basispakket van verschillende GGD-instellingen vergeleken. Dit is gedaan op dezelfde wijze als de benchmark die in 2015 is opgesteld en de benchmark van KPMG in 2011. De benchmark is gebaseerd op de jaarrekeningen van 2016 van alle 25 GGD’en. Daarnaast is er voor aanvullende informatie over de kosten en inhoud van de producten gebruik gemaakt van de begrotingen voor 2018. Dit is het meest recente jaar waarvan de jaarverslagen vastgesteld en beschikbaar zijn. In totaal zijn de jaarverslagen van alle 25 GGD’en in Nederland vergeleken en opgenomen in de benchmark. De begrotingen zijn via internet opgevraagd en er is gekeken naar het basistakenpakket zoals dat afgenomen wordt door de gemeenten in de betreffende GGD-regio. Om een zo zuiver mogelijk beeld te krijgen is geprobeerd de Jeugdgezondheidszorg buiten de vergelijking te houden. Dit was echter niet in alle gevallen mogelijk omdat sommige GGD’en de JGZ functie nog in eigen huis hebben, en de kosten hiervoor niet gespecificeerd zijn. Dit zijn de gegevens die een gele kleur hebben in de grafiek. De kosten van de Jeugdgezondheidszorg zorgen ervoor dat de kosten voor het basistakenpakket bij de betreffende GGD’en hoger zijn. Daarnaast is een aantal GGD’en onderdeel van een veiligheidsregio, en deze horen daarom ook begrotingstechnisch bij de veiligheidsregio.
Dit zorgt ervoor dat de overhead van de volledige regio, dus ook de overhead voor de veiligheidstaken, meegenomen is in de benchmark, de betreffende GGD’en hebben namelijk geen uitsplitsing van de overhead gemaakt. In veel gevallen zorgt dit voor een hogere prijs per inwoner. De inwonerbijdragen lopen tussen de GGD-en sterk uiteen. Twee GGD’en zijn goedkoper dan GGD Rotterdam-Rijnmond. Dit betreft GGD regio Utrecht en GGD Noord- en Oost-Gelderland, de kosten voor het basispakket zijn €4,35 respectievelijk €5,10. De taken die de GGD uitvoert voor dit bedrag zijn vergelijkbaar met de GGD Rotterdam-Rijnmond.
19
De goedkoopste GGD is GGD regio Utrecht met een pakket van €4,35 en de duurste GGD is Fryslân met een pakket van €43,84 per inwoner. Deze GGD is echter onderdeel van een veiligheidsregio, en een groot deel van dit bedrag zijn kosten voor de organisatie van de veiligheidsregio, dit kan maar voor een klein deel worden toegerekend aan de GGD. Als de organisatiekosten niet meegerekend zouden worden, ligt de prijs van het basispakket van deze GGD nog steeds boven gemiddeld, de kosten voor het basispakket zouden dan op €25,80 per inwoner uitkomen. Er zijn 22 GGD’en duurder dan de GGD Rotterdam-Rijnmond, het gemiddelde voor een basistakenpakket ligt op de €14,33. Dit is ruim boven de prijs van het basistakenpakket van Rotterdam-Rijnmond in de begroting van 2018, deze prijs is vastgesteld op €5,77.
20
BIJLAGE 1: Tarieven 2023 voor het basistakenpakket GGD-RR
Uurtarieven
Salarisschaal
uurtarieven 2022 na index 5 6 7 8 9 10 11 12 13
uurtarieven 2023 na index
€ 75,54 € 78,25 € 82,58 € 90,27 € 97,67 € 105,63 € 117,50 € 128,83 € 137,21
€ 79,17 € 82,01 € 86,54 € 94,60 € 102,36 € 110,70 € 123,14 € 135,01 € 143,80
21
BIJLAGE 2: Inwoneraantallen voor de berekening van gemeentelijke bijdragen
Inwoneraantallen 1 januari 2022 tbv begroting 2023 Peildatum voor het aantal inwoners per gemeente is 1 januari 2022. gemeente Albrandswaard Barendrecht Brielle Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Hellevoetsluis Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Westvoorne Totaal
Totale bevolking 25.929 48.723 17.714 67.186 51.044 40.570 29.416 64.118 34.148 86.340 47.105 655.473 79.777 74.159 14.958 1.336.660
Bron: CBS Statline, 2 maart 2022
22
BIJLAGE 3: Beschrijvingen basistaken A. Ondersteuning bestuur, advies en onderzoek A.1 Ondersteuning en beleidsvoorbereiding bestuur gemeenschappelijke regeling A.2 Informatieverstrekking A.3 GGD Rampen opvangplan (GROP) A.4 Integrale gezondheidsmonitor Rijnmond A.5 Coördinatie Psychosociale Hulpverlening (PSi voorheen KIZ) B. Infectieziektebestrijding, hygiënezorg en milieu B.1 Infectieziektebestrijding B.2 Tuberculosebestrijding B.3 Soa/hiv-preventie en –bestrijding B.4 Technische hygiënezorg B.5 Medische milieukunde (inclusief Collectieve advisering gezonde leefomgeving) C. Jeugd en kinderopvanginspecties C.1 Toezicht kinderopvang
23
A1. Ondersteuning en advisering bestuur gemeenschappelijke regeling Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Staf directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Bieden van inhoudelijke en bedrijfsmatige ondersteuning aan het bestuur van de gemeenschappelijke regeling.
Doelgroep van het product
• bestuur gemeenschappelijke regeling; • ambtelijke contactpersonen gemeenschappelijke regeling.
Activiteiten
• voeren van het secretariaat van het algemeen bestuur; • voeren van het secretariaat van het ambtelijk kernteam; • advisering aan het algemeen bestuur • advisering aan ambtenaren van de deelnemende gemeenten • uitvoeren van klanttevredenheidsenquête
Prestatie-indicatoren/kengetallen
• tevredenheidscore over GGD (tweejaarlijkse meting) • aantal wethoudersbezoeken in een jaar • aantal adviezen in AB vanuit de GGD-RR
Bijzonderheden
geen
Kosten
Zie begroting basistakenpakket
24
A2. Informatieverstrekking en website Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Staf directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Vergroten van de kennis van burgers en organisaties over gezondheid en gezond gedrag.
Doelgroep van het product
• • •
alle inwoners van het werkgebied; specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld jongeren); organisaties in zorg, welzijn en onderwijs in het werkgebied.
Activiteiten
•
Ter beschikking stellen van actuele informatie over gezondheid en gezond gedrag via de websites van de GGD Rotterdam-Rijnmond, zoals bijvoorbeeld www.ggdrotterdamrijnmond.nl en www.gezondheidinkaart.nl
Prestatie-indicatoren/kengetallen
Bezoekcijfers websites
Bijzonderheden
geen
Kosten
Zie begroting basistakenpakket
25
A3. GGD Rampen Opvang Plan (GROP) Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Staf directie Publieke Gezondheid, Welzijn en Zorg met bijdragen van diverse afdelingen
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid (2008); Wet veiligheidsregio’s (oktober 2010)
Doel van het product
Met het GROP als intern crisisbeheersingsplan wordt geborgd dat de GGD in staat is ten tijde van incidenten en crises de haar wettelijk toegemeten taak m.b.t. de coördinatie/inhoudelijke uitvoering blijvend optimaal uit te voeren.
Doelgroep van het product
Alle inwoners van het werkgebied.
Activiteiten
• Ten tijde van rampen en crises draagt de GGD zorg voor coördinatie en inhoudelijke uitvoering van de vier primaire processen die onder haar wettelijke verantwoordelijkheid vallen (zie onder “bijzonderheden”). • De GGD maakt in het kader van deze coördinerende verantwoordelijkheid afspraken met andere (zorg)instellingen en houdt deze levend en actueel. • Doorlopende opleiding, training en oefening van het betrokken GGD-personeel, conform het aan het GROP gekoppelde en jaarlijks bij te stellen OTO-plan, bestaand uit * algemene trainingen GROP en crisisbeheersing * specifieke trainingen per onderstaand GROP-proces. * oefeningen crisisteam GROP
Prestatie-indicatoren/kengetallen
• •
Bijzonderheden
De GGD is regulier en tijdens crises verantwoordelijk voor diverse processen die onder publieke gezondheidszorg en psychosociale hulpverlening bij crisis en rampen vallen: Medische Milieukunde (die de vorm van GAGS (= Gezondheidkundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen) krijgt bij GRIP (Gecoördineerde Regionale IncidentbestrijdingsProcedure)); Infectieziektebestrijding (IZB); Gezondheidsonderzoek bij Rampen (GOR) en Psychosociale Hulpverlening bij Ingrijpende gebeurtenissen bij regulier en PSHOR bij GRIP. Daarnaast wordt door de GGD-RR het onderdeel Communicatie eveneens beschouwd als behorend bij het primaire proces. In het kader van haar verantwoordelijkheid voor coördinatie van de inhoudelijke uitvoering moet de GGD afspraken maken met andere (zorg)instellingen.
Aantal OTO-trainingen per GROP-proces; Aantal oefeningen crisisteam GROP
Het GROP zorgt ervoor dat de GGD ten tijde van incidenten en crises snel, samenhangend en optimaal presteert. Het betreft het afstemmen en aansluiten van al bestaande ketens en afspraken rond paraatheid met betrekking tot incidenten die buiten de GRIPprocedure vallen (Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure) maar tegelijkertijd ook “buitenregulier” zijn (bv. een zedenzaak met veel media-aandacht). Naast bovenstaande vereist het GROP regelmatig opleiden, trainen en oefenen (OTO) van de betrokkenen. Het OTO-plan maakt deel uit van het GROP. Cofinanciering met betrekking tot OTO vindt plaats vanuit het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg).
26
Kosten
Zie begroting basistakenpakket
27
A4. Integrale Gezondheidsmonitor Rijnmond Productsoort
basistaak
Productverantwoordelijke
Staf directie publieke gezondheid, welzijn en zorg
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Het in kaart brengen en op systematische wijze volgen en signaleren van ontwikkelingen in de gezondheidstoestand en gezondheidsbevorderende- en bedreigende factoren van de inwoners van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Het adviseren over gemeentelijk volksgezondheidsbeleid op basis van een integrale analyse van de gezondheidssituatie in de gemeenten. Meer concreet: 1. Het verwerven van op epidemiologische analyse gebaseerd inzicht in de gezondheidssituatie van de inwoners in het algemeen en specifieke groepen daarbinnen. 2. Het digitaal presenteren van de gegevens, gericht op het doen van beleidsaanbevelingen als basis voor het gemeentelijk jeugden volksgezondheidbeleid. 3. Het voorzien in een databank met actuele gegevens van de gezondheidssituatie.
Doelgroep van het product
Bestuurders en beleidsmedewerkers van gemeenten, jeugdigen, ouders, scholen, organisaties in zorg en welzijn.
Activiteiten
Het basisproduct bestaat uit drie monitormomenten (0- t/m 11- jarigen, 13 t/m 16-jarigen en 18+) en één keer in de vier jaar het formuleren van kernboodschappen voor lokaal gezondheidsbeleid. Monitormoment: kinderen van 0 tot en met 11 jaar Vaststellen meetinstrument en dataverzameling De gezondheidssituatie van kinderen van 0 t/m 11 jaar wordt eens in de vier jaar in kaart gebracht met behulp van een postenquête onder een steekproef van ouders uit het BRP. Twee doelgroepen worden onderscheiden: 0- t/m 3-jarigen en 4- t/m 11-jarigen; voor de doelgroep 0 t/m 11 jaar is de omvang van de steekproef zo groot dat uitspraken op gemeenteniveau mogelijk zijn. Voor de aparte leeftijdsgroepen wordt hier ook naar gestreefd, maar in kleinere gemeenten niet altijd mogelijk om dit te realiseren. Voorafgaand aan het vaststellen van het meetinstrument vindt consultatie bij de gemeenten en bij professionals binnen de GGD plaats om prioriteiten in de onderwerpen vast te stellen. Gebruik wordt gemaakt van de uniforme standaardvragen vastgesteld door GGD GHOR-Nederland. Deze monitor wordt (nog) niet in landelijke samenwerking met alle GGD’en uitgevoerd. Data-analyse en beschikbaar stellen gegevens De verzamelde gegevens worden geschoond, statistisch bewerkt en trends en verschillen worden berekend en getoetst.
De gegevens worden digitaal ontsloten via Gezondheid in Kaart (www.gezondheidinkaart.nl).
28
Monitormoment: jongeren klas 2 en klas 4 VO (13 t/m 16 jaar) Vaststellen meetinstrument en dataverzameling De gezondheidssituatie van jongeren wordt eens in de vier jaar in kaart gebracht met behulp van een klassikale digitale enquête op scholen voor voortgezet onderwijs in de klassen 2 en 4. Na het invullen ontvangen leerlingen een persoonlijk gezondheidsprofiel met adviezen om hun gezondheid te verbeteren (indien de gegevens hier aanleiding toe geven). Scholen ontvangen een schoolrapportage en kunnen op verzoek een terugkoppelingsgesprek aanvragen aangeboden waarbij het schoolrapport wordt doorgesproken. Doel is om aan de hand van de schoolrapportage de scholen op de hoogte te stellen van de collectieve gegevens en inzichtelijk maken van mogelijk zorgelijke ontwikkelingen. Op deze wijze monitoren de scholen de gezondheid en leefstijl van hun populatie. Voorafgaand aan het vaststellen van het meetinstrument vindt consultatie bij de gemeenten en bij professionals binnen de GGD plaats om prioriteiten in de onderwerpen vast te stellen. Gebruik wordt gemaakt van de uniforme standaardvragen vastgesteld door GGD GHOR-Nederland. Deze monitor wordt in landelijke samenwerking met alle GGD’en uitgevoerd. Data-analyse en beschikbaar stellen gegevens De verzamelde gegevens worden geschoond, statistisch bewerkt en trends en verschillen worden berekend en getoetst.
De gegevens worden digitaal ontsloten via Gezondheid in Kaart (www.gezondheidinkaart.nl). Monitormoment: inwoners van 18 jaar en ouder Vaststellen meetinstrument en dataverzameling De gezondheidssituatie van inwoners van 18 jaar en ouder wordt eens in de vier jaar in kaart gebracht met behulp van een postenquête die uitgezet wordt onder een steekproef uit het BRP. Drie doelgroepen worden onderscheiden: 18- t/m 23-jarigen, 24- t/m 64jarigen en 65 jaar en ouder; voor deze groepen zijn uitspraken op gemeenteniveau mogelijk. Deze monitor wordt in landelijke samenwerking met alle GGD’en uitgevoerd. Sinds 2012 is vastgesteld dat alle GGD’en een basisvragenset opnemen (12 pagina’s). Daarnaast zal een deel van de vragenlijst in overleg met de G4 worden afgestemd. Het overige deel wordt lokaal ingevuld. Voorafgaand aan het vaststellen van het meetinstrument vindt consultatie bij de gemeenten en bij professionals binnen de GGD plaats om belangrijke gezondheidsthema’s te inventariseren. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de standaardvragen vastgesteld door GGD GHOR-Nederland. Data-analyse en beschikbaar stellen gegevens De verzamelde gegevens worden geschoond, statistisch bewerkt en trends en verschillen worden berekend en getoetst. De gegevens worden digitaal ontsloten via Gezondheid in Kaart (www.gezondheidinkaart.nl).
Daarnaast wordt er een tabellenboek gemaakt waarin de resultaten worden vergeleken met de resultaten van de voorgaande monitor, met de regionale resultaten en indien beschikbaar de landelijke resultaten.
Gezondheid in Kaart (GiK)
29
Op basis van een integrale analyse van de resultaten van de gezondheidsenquête en andere onderzoeken en registraties formuleert de GGD kernboodschappen voor gemeentelijk gezondheidsbeleid. Daarbij worden waar mogelijk toekomstverwachtingen ten aanzien van gezondheid meegenomen. GiK komt uit vóór de gemeenteraadsverkiezingen. De kernboodschappen kunnen aanleiding vormen voor het geven van beleidsadvies op een op meerdere onderwerpen of thema’s.
Prestatie-indicatoren/kengetallen
•
• • • • • •
Bijzonderheden •
• •
Website Gezondheid in Kaart waar alle informatie digitaal beschikbaar is. Na elk monitormoment worden de gegevens via deze website ontsloten en ontvangt elke gemeente een rapportage met een begeleidende brief met de meest opvallende resultaten. Aantal schoolrapportages (voor scholen voor voortgezet onderwijs) Aantal presentaties/adviezen gemeenten Aantal informatie aanvragen waarvoor verdiepende analyses nodig zijn Rapport/ Drieluik / infographic na elk onderzoek Na elke monitormoment verschijnen minimaal 3 inhoudelijke feitenkaarten met gegevens over trends, risicogroepen en samenhang met andere uitkomstmaten. Aantal training/ workshops over de Gezondheid in Kaart (op aanvraag)
Aanvullend op het basisproduct kunnen verschillende plusproducten worden afgenomen: Steekproefophoging: de enquête kan op dusdanige schaalgrootte worden uitgevoerd dat er statistisch verantwoorde uitspraken mogelijk zijn op lagere geografische eenheden zoals wijkniveau, of wijkteamindeling. De resultaten van de wijkophoging worden ontsloten via een tabellenboek. Beantwoording van meer uitgebreide verdiepende vragen. Informatievragen met een maximale urenbesteding van 8 uur per vraag worden tot het basisproduct worden gerekend. Voor deze plusproducten kunnen gemeenten aparte offertes opvragen en kunnen bilateraal afspraken gemaakt worden met de GGD.
Prijs
Zie begroting basistakenpakket
30
A5. Coördinatieteam Psychosociale hulpverlening bij ingrijpende gebeurtenissen (PSHi) Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Staf directie publieke gezondheid, welzijn en zorg met bijdragen van diverse afdelingen
Wettelijke basis
Wet Maatschappelijke Ondersteuning, Wet Publieke Gezondheid en Justitiële maatregelen
Doel van het product
Het doel van het PSHi-coördinatieteam is het voorkomen van maatschappelijke onrust door het bieden van psychosociale hulp bij kleinschalige incidenten en zedenzaken (die niet onder de Gripprocedure van de GHOR vallen). Daarnaast wordt ingezet op vermindering van de met het kleinschalig incident of zedenzaak samenhangende psychosociale klachten/ gezondheidsproblemen. Voorbeelden van een PSHi-zaak zijn een zedenzaak op een school, een brand waarbij kinderen uit een gezin zijn omgekomen of dodelijk geweld met getuigen.
Doelgroep van het product
• De direct getroffenen: personen die het incident hebben meegemaakt (aan den lijve hebben ondervonden) en in een (levens)bedreigende situatie hebben verkeerd. • De indirect getroffenen: personen die het incident niet zelf hebben meegemaakt maar er door de relatie met de direct getroffenen mee geconfronteerd worden. Deze groep is omvangrijk te weten: ● partner, kinderen, familie, vrienden, kennissen, buren. ● collegae (werk/opleiding) ● ooggetuigen ● hulpverleners, dienstverleners ● overigen (bijvoorbeeld personen bij wie door het incident onverwerkt leed wordt geactiveerd)
Activiteiten
Activiteiten Gezien de verantwoordelijkheid van de GGD voor psychosociale opvang bij ingrijpende gebeurtenissen van collectieve aard, is een vertegenwoordiger van de GGD aangewezen als coördinator kleinschalige incidenten en zedenzaken van dit regionaal coördinatieteam. Het coördinatieteam bestaat uit vertegenwoordigers van de volgende organisaties: • GGD Rotterdam-Rijnmond, coördinator PSHi • Parnassia BAVO groep • GGZ Delfland • Politie Rotterdam-Rijnmond • Centrum voor Dienstverlening • Kwadraad • Minters • Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond • Slachtofferhulp Nederland • Ambtenaar Openbare Veiligheid Het PSHi-coördinatieteam kan worden aangevuld met functionarissen van hulpverleningsdiensten die een directe betrokkenheid hebben bij de bestrijding van het kleinschalig incident / de zedenzaak. Het PSHi-coördinatieteam kan ook worden versterkt met interne en/of externe professionals.
31
Het coördinatieteam heeft onder meer de volgende taken: • Het treffen van maatregelen om het hoofd te kunnen bieden aan de gevolgen van het incident ter voorkoming van maatschappelijke onrust. • Het coördineren van de hulpverlening met behulp van bij de bestrijding betrokken diensten en organisaties. • Het identificeren van personen die dringend psychische hulp behoeven en deze hulp faciliteren. • Het bevorderen van herstel van het psychisch evenwicht van de getroffenen. • Het vroegtijdig herkennen van verwerkingsstoornissen bij getroffenen en het bevorderen van een adequate behandeling daarvan. • Het organiseren van de opvang, de voorlichting en de hulp aan de (in)direct getroffenen. Procedure & draaiboek Het PSHi-coördinatieteam hanteert een gestandaardiseerde aanpak. Ter ondersteuning van deze procedure is een ‘Draaiboek Kleinschalige Incidenten en Zedenzaken met maatschappelijke onrust’ ontwikkeld, voor het gehele verzorgingsgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Het draaiboek bevat onder meer een stappenplan voor de coördinatie van de psychosociale opvang, de voorlichting en de hulpverlening bij kleinschalige incidenten en zedenzaken en achtergrondinformatie met voorbeeldmateriaal.
In het draaiboek zijn vijf scenario’s opgenomen waarin het stappenplan is uitgewerkt: ▪ zedenzaken, geweldsdelicten en incidenten met dodelijke afloop; ▪ infectieziekten; ▪ milieu-incidenten; ▪ incidenten op afstand; ▪ brand. De scenario’s treden in werking door de melding van een incident of zedenzaak, waarbij mogelijk maatschappelijke onrust ontstaat. Politie en gemeente komen hiermee in eerste instantie in aanraking. De gemeente (burgemeester, ambtenaar openbare orde en veiligheid) beslist in overleg met de politie (bij zedenzaken in overleg met het OM) over het activeren van het coördinatieteam PSHi. Besluit de gemeente daartoe, dan neemt de burgemeester, ambtenaar openbare orde en veiligheid contact op met de GGD. Binnen de GGD is een PSHi-coördinator bereikbaar, die het PSHi-coördinatieteam bijeenroept en de eerste bijeenkomst voorzit, waar het plan van aanpak wordt gemaakt. Het PSHi-coördinatieteam besluit zo nodig andere instellingen en organisaties om inzet te vragen bij de aanpak van het incident. Prestatie-indicatoren/kengetallen
• Aantal afgehandelde casussen. • Hoeveelheid PSHi gerelateerde zaken
32
Bijzonderheden
De capaciteit is berekend op 6 uur inzet PSHi-coördinator per 10.000 inwoners per jaar. De inzet per gemeente kan per jaar sterk wisselen. Het aantal zaken is gegroeid maar de capaciteit is nog steeds wel toereikend en wordt jaarlijks geëvalueerd. De deelnemers aan een PSHi-coördinatieteam worden (aanvullend) opgeleid voor deze specifieke taak. De GGD heeft hiervoor een scholings- en trainingsplan. Er wordt onder andere jaarlijks een training georganiseerd waarbij de PSHiprotocollen als uitgangspunt dienen.
Kosten
Zie begroting basistakenpakket
33
B1. Algemene infectieziektebestrijding Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Afdeling Infectieziektebestrijding, team Infectieziekten
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van infectieziekten en waar nodig bestrijden van infectieziekten. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling van infectieziekten, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van infectieziekten coördineren.
Doelgroep van het product
Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor infectieziekten of waar infectieziekten relatief vaker voorkomen: ouderen, woonachtig in woon-zorginstellingen, jongeren, migranten, dak- en thuislozen, druggebruikers, mannen met homoseksuele contacten.
Activiteiten
Landelijk zijn negen deeltaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld en is zorg voor kwaliteitsbeleid als tiende aandachtspunt toegevoegd. • Surveillance Het monitoren van de verspreiding van infectieziekten ter ondersteuning van de beleidsuitvoering, de bestrijding en het informeren hierover aan relevante veldpartijen. • Activiteiten in het kader van de Wet Infectieziekten Het optreden na meldingen van infectieziekten. • Preventie Geven van voorlichting aan burgers en professionals en het communiceren van maatregelen ter beperking van de verspreiding van infectieziekten. • Bron- en contactopsporing Naar aanleiding van een signaal van een infectieziekte een eventuele bron opsporen en zo mogelijk het infectieziekterisico opheffen en het opsporen van eventuele contacten die risico op infectie hebben gelopen, hen waarschuwen en waar mogelijk beschermende maatregelen nemen (informeren van (behandelaars van) risicocontacten, adviseren inzake vroegsignalering, diagnostiek en behandeling, in uitzonderingsgevallen kan de GGD zelf (groepsgewijs) profylaxe voorschrijven of vaccineren). • Beleidsadvisering Het adviseren van gemeentebesturen en van andere relevante partners (bijvoorbeeld verzorgings- en verpleeghuizen, kinderdagverblijven, scholen etc.) over gewenste maatregelen en de consequenties daarvan.
• Netwerk en regiefunctie Het onderhouden van contacten met relevante ketenpartners en waar nodig coördineren van activiteiten. • Vangnetfunctie Burgers en professionals kunnen terugvallen op de GGD in het geval van vragen en problemen op het gebied van infectieziekten. • Outbreakmanagement Het bestrijden van verheffingen van infectieziekten ter voorkoming van verspreiding en vermindering van eventuele onrust.
34
• Onderzoek In het basispakket betreft het alleen dat onderzoek dat gekoppeld is aan de directe preventie en bestrijding (bijvoorbeeld rondom een uitbraak om een mogelijke bron te identificeren of te achterhalen welke factoren een rol hebben gespeeld bij verspreiding van een ziekte). Overig onderzoek wordt met externe financiering uitgevoerd. Prestatie-indicatoren/kengetallen
• • • • •
Bijzonderheden
Uitgangspunt voor de afhandeling van meldingsplichtige ziekten en de bestrijding van uitbraken van infectieziekten zijn de protocollen en draaiboeken van de Landelijke Coördinatie-structuur Infectieziekten / Centrum Infectieziektebestrijding. Bij bestrijding van uitbraken in de gemeente wordt de gemeente actief geïnformeerd over de afhandeling en wordt afgestemd over eventuele communicatie richting burgers en andere betrokkenen. In de wet Publieke Gezondheid worden in het kader van de door de Wereldgezondheidsorganisatie opgestelde ‘Internationale Gezondheidsregeling’ eisen gesteld aan zee- en luchthavens.
Aantal meldingen; Aantal outbreaks van infectieziekten en wijze van opvolging; Aantal werkgerelateerde besmettingsaccidenten; Aantal niet-werkgerelateerde besmettingsaccidenten; Oefeningen ter voorbereiding op grootschalige uitbraken infectieziekten; • Snelheid meldingen: percentage meldingen dat conform landelijke richtlijnen op tijd is.
Voor het gehele havengebied in de regio Rijnmond geldt dat bij ernstige dreiging op of bij uitbraken van infectieziekten voorzieningen aanwezig zijn en procedures geïmplementeerd. Dit heeft de GGD in een convenant geregeld met een achttal verantwoordelijke instanties. De doelgroep kan zich wenden tot de Port Health Authority Bestrijding Antibiotica Resistentie is een speerpunt voor GGD Rotterdam-Rijnmond. Rotterdam-Rijnmond is door het ministerie van VWS gefinancierd voor het in stand houden van een regionaal zorgnetwerk voor preventie en bestrijding Antibiotica Resistentie (ABR). Binnen dit kader is een regionaal meldpunt uitbraken ontwikkeld (MUIZ). Dit wordt inmiddels op landelijke schaal gebruikt en uitgerold. Uitbraken kunnen daar digitaal door ziekenhuizen en verzorgingshuizen aan de GGD en elkaar gemeld worden. Zo kan worden voorkomen dat zorginstellingen patiënten binnenhalen die ongemerkt een infectie hebben. Voordelen van het regionaal meldpunt zijn: De GGD bouwt expertise op rondom signalering en bestrijding van uitbraken in de haven. Middels (uitbraak)onderzoek expertise opbouwen, bijvoorbeeld rondom risicofactoren op ernstig ziektebeloop voor verschillende sociale groepen in de regio Om de infectieziektebestrijding op een hoog niveau te houden en toekomstbestendig te zijn is een deskundige infectiepreventie aangesteld.
35
De GGD is op het onderdeel infectieziektebestrijding HKZ gecertificeerd. Kosten
Zie begroting basistakenpakket,
36
B2. Tuberculosebestrijding Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Afdeling Infectieziektebestrijding, team Tuberculosebestrijding
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van tuberculose in het werkgebied door het vroegtijdig opsporen en behandelen van tuberculose en tuberculose-infecties, surveillance van de verspreiding van tuberculose en het ontwikkelen van beleid.
Doelgroep van het product
Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Specifieke doelgroepen zijn groepen die een hoger risico hebben voor tuberculose of tuberculose-infectie: immigranten, asielzoekers, gedetineerden, reizigers, zeevarenden, kinderen van ouders uit risicolanden en werkers met een beroepsrisico.
Activiteiten
Landelijk zijn negen deeltaken voor de infectieziektebestrijding vastgesteld en is zorg voor kwaliteitsbeleid als tiende aandachtspunt toegevoegd. • Surveillance Het monitoren van de verspreiding van tuberculose om zo nodig maatregelen te kunnen nemen. • Aangifte en registratie van tuberculose in het kader van de Wet Publieke Gezondheid De GGD ontvangt meldingen van behandelaars in ziekenhuizen en meldt deze aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg en aan het Centrum Infectieziekte-bestrijding. • Preventie - Screenen van groepen met een verhoogd risico op tuberculose of tuberculose-infectie (zeevarenden, immigranten, asielzoekers, gedetineerden). - BCG-vaccinatie bij kinderen van ouders uit landen waar tuberculose veel voorkomt en bij personen die langdurig in risicolanden gaan verblijven. - Voorlichten van specifieke groepen. • Behandeling en begeleiding Behandelen en begeleiden van tuberculosepatiënten en personen met een latente tuberculose-infectie. • Bron- en contactopsporing Naar aanleiding van een melding van tuberculose of vaststelling van een tuberculosebesmetting (bronopsporing) worden contacten onderzocht op tuberculose. • Beleidsadvisering Het adviseren van gemeentebesturen en van andere relevante partners.
• Netwerk en regiefunctie Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners (bijvoorbeeld medische opvang asielzoekers, medische diensten penitentiaire inrichtingen, verslavingszorg, medische specialisten, etc.) en waar nodig coördineren van activiteiten. • Vangnetfunctie - Advisering aan individuele burgers en professionals (meestal telefonisch). - Laagdrempelige spreekuren voor personen met klachten al of niet na doorverwijzing door een huisarts. - Zorg aan onverzekerden.
37
• Outbreakmanagement Het bestrijden van verheffingen van tuberculose ter voorkoming van verspreiding en vermindering van eventuele onrust. • Onderzoek Onderzoek, gekoppeld aan de directe preventie en bestrijding. • Kwaliteit en opleiding - Certificering volgens de landelijk vastgestelde normen. - Regionale visitatie. - Opleidingsinstelling voor professionals in de tuberculosebestrijding. Prestatie-indicatoren/kengetallen
• Aantal meldingen van tuberculosepatiënten en registraties van tuberculose-infectie; • Aantal cliëntcontacten; • Aantal longfoto’s, Mantouxtesten, IGRA-testen en BCG-vaccinaties; • Percentage tbc-patiënten dat behandeling voltooit; • Percentage geïnfecteerde personen dat preventieve behandeling voltooit.
Bijzonderheden
In 2016 is de GGD Rotterdam-Rijnmond geëvalueerd en goedgekeurd volgens de normen vastgelegd in HKZ Publieke Gezondheidszorg (2011). Op 6 juli 2016 is het certificaat uitgereikt. Tuberculosebestrijding maakt deel uit van de afdeling Publieke Gezondheid. Wanneer na een tbc-besmetting een contactonderzoek gaat plaatsvinden wordt de gemeente actief geïnformeerd en wordt afgestemd over eventuele communicatie richting burgers en andere betrokkenen. De tbc bestrijding in Zuid-Holland is sinds 2015 provinciaal georganiseerd. De 4 betrokken GGD-en werken nauw samen in het REC (Regionaal Expertise Centrum TBC). GGD Rotterdam-Rijnmond verzorgt in dit kader óók de tbc-dienstverlening voor de Dienst Gezondheid & Jeugd in de regio Zuid-Holland-Zuid.
Kosten
Zie begroting
38
B3. Soa/hiv-preventie en –bestrijding Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Afdeling Infectieziektebestrijding, team Soa en Seksualiteit
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid (WPG)
Doel van het product
Het voorkomen van introductie en (verdere) verspreiding van seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) en hiv en waar nodig bestrijden van soa/hiv. Het via surveillance monitoren van de ontwikkeling op het gebied van soa en hiv, beleid op dit terrein ontwikkelen en waar nodig de bestrijding van soa en hiv coördineren.
Doelgroep van het product
• Bevolking van het werkgebied van de GGD Rotterdam-Rijnmond inclusief risicogroepen (jongeren, migranten, prostituees en prostituanten, mannen die seks hebben met mannen en druggebruikers)
Activiteiten
Uitvoering van taken in het kader van de Wet Publieke Gezondheid. Alle deeltaken die voor de infectieziekte-bestrijding gelden, zijn ook van toepassing op soa en hiv: • Surveillance Het monitoren van de verspreiding van soa/hiv om zo nodig maatregelen te kunnen nemen. • Preventie Het uitvoeren van algemene preventieactiviteiten gericht op hiv, soa en seksuele gezondheid. • Bron- en contactopsporing Het informeren/voorlichten van iemand die besmet is met een soa over mogelijkheden om zelf (ex)partners te waarschuwen. Deze ‘passieve’ vorm van partnerwaarschuwing kan in opdracht van huisartsen en andere specialismen worden gedaan of in relatie tot de uitvoering van de regeling aanvullende curatieve soa-bestrijding. • Beleidsadvisering Het adviseren van gemeentebesturen en van andere relevante partners (bijvoorbeeld kinderdagverblijven, scholen etc.). • Netwerk- en regiefunctie Het onderhouden van contacten met relevante (medische) ketenpartners en waar nodig coördineren van activiteiten. • Vangnetfunctie Burgers en professionals kunnen terugvallen op de GGD met vragen en problemen over soa/hiv. • Outbreakmanagement Het bestrijden van verheffingen van soa ter voorkoming van verspreiding en ter vermindering van eventuele onrust.
• Onderzoek In het basistakenpakket betreft het alleen onderzoek dat gekoppeld is aan de directe preventie en bestrijding (bijvoorbeeld bij stijging van een soa onder een bepaalde groep). Overig onderzoek wordt met externe financiering uitgevoerd. • Kwaliteit en opleiding - Certificering volgens de landelijk vastgestelde normen. - Regionale visitatie en intervisie. - Opleidingsinstelling voor professionals in de soa- en hivbestrijding. • Subsidiebeleid hulpverlening voor mensen met hiv
39
In opdracht van de gemeente Rotterdam voert de GGD het subsidiebeleid uit voor de aanvullende hulpverlening voor mensen met hiv en hun naasten. Voor andere gemeenten is dit aanbod ook mogelijk.
Prestatie-indicatoren/kengetallen
• Aantal mensen bereikt met algemene preventie-interventieactiviteiten; • Aantal mensen dat geïnformeerd is over partnerwaarschuwing (passieve vorm).
Bijzonderheden
Soa/hiv-preventie is een basistaak waar ten behoeve van de algemene bevolking een basisaanbod van collectieve preventieactiviteiten op het gebied van seksuele gezondheid wordt aangeboden. Gemeenten kunnen afspraken maken met de GGD over de uitvoering van aanvullende soa/hiv-preventie en -bestrijding als plusproduct.
Kosten
Zie begroting basistakenpakket
40
B4. Technische hygiënezorg Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Afdeling Publieke Gezondheid, Team Reizigerszorg & Hygiëne
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid (WPG). Hygiënerichtlijnen van het Landelijk Centrum voor Hygiëne en Veiligheid. International Health Regulations algemeen plaatselijke verordening.
Doel van het product
Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door een veilige en hygiënische omgeving van basisvoorzieningen te controleren en indien nodig te bevorderen.
Doelgroep van het product
Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD RotterdamRijnmond.
Activiteiten
• Legionellapreventie • Signalering van ongewenste situaties op het gebied van hygiëne • Voorlichting en risicocommunicatie bij uitbraken van infectieziekten • Advisering gemeente, bijvoorbeeld in het traject van vergunningaanvraag evenementen en seksinrichtingen • Hygiëne-inspecties bij verblijfsinrichtingen (opvangvoorzieningen voor dak- en thuislozen, sociale pensions, asielzoekerscentra) en seksinrichtingen • Behandeling van vragen en klachten bij de bevolking • Vergunningverlening tattoo- en piercing studio’s • Verstrekken Ship Sanitation certificates (WPG/IHR)
Prestatie-indicatoren/kengetallen
Aantal adviezen/inspecties/vergunningen technische hygiënezorg.
Bijzonderheden
Volgens het Warenbesluit Tatoeëren en Piercen zijn de eigenaren van de bedoelde voorzieningen verplicht tegen betaling advies bij de GGD in te kopen. Het gaat hier om een Rijksverantwoordelijkheid, die krachtens mandaat wordt uitgeoefend op het grondgebied van binnen de regeling deelnemende gemeenten. De GGD verstrekt (in mandaat) een vergunning aan eigenaren die aan de eisen van Hygiëne en veiligheid voldoen. De beschikkingen worden door de GGD namens het Rijk afgegeven. De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit is toezichthouder. Volgens de International Health Regulations van de WHO dienen zeeschepen over een geldig Ship Sanitation Certificate te beschikken. Een dergelijk certificaat is een half jaar geldig. In de zeehavens van Nederland kan het certificaat via de betreffende GGD worden aangevraagd. Deze taak wordt door de GGD RR 16 uur per dag 7 dagen in de week tegen betaling uitgevoerd. Technische hygiënezorg is HKZ-gecertificeerd.
Kosten
Zie begroting basistakenpakket.
41
B5. Medische milieukunde (inclusief collectieve advisering gezonde leefomgeving) Productsoort
Basistaak
Productverantwoordelijke
Afdeling Publieke Gezondheid, Team Gezondheid en Milieu
Wettelijke basis
Wet Publieke Gezondheid
Doel van het product
Het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers door het contact met milieuverontreiniging te beperken en een veilige en aantrekkelijke leefomgeving te bevorderen die uitnodigt tot gezond gedrag.
Doelgroep van het product
Bevolking van de gemeenten van het werkgebied van GGD RotterdamRijnmond.
Activiteiten
collectieve advisering gezonde leefomgeving • Ter beschikking hebben en houden van een toolbox (zoals Richtlijnen publieke gezondheid, kernwaarden Gezonde leefomgeving); • Vertegenwoordiging publieke gezondheid in regionale gremia zoals Rijnmondberaad Omgevingswet en programma Gezond en veilig Zuid-Holland; • Faciliteren van gemeenten in hun rol voor een gezonde leefomgeving: trainingen, bestuurdersreis, e.a., in samenwerking met de provincie • Kunnen werken met basisinstrumenten en -processen van de Omgevingswet, waaronder het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO); • Brengen van samenhang in de uitvoeringsdiensten DCMR (milieudienst Rijnmond), de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) en de GGD voor efficiënte dienstverlening aan de gemeenten; • Deelnemen in landelijke inhoudelijk vak- en expertisegroepen met RIVM. • Daarbij zijn er ruimtelijke opgaven die de gemeentegrenzen overstijgen. Denk hierbij aan de regionale energiestrategie (o.a. windmolens, biomassa), aanleg en/of uitbreiding van (snel)wegen, Rotterdam-The Hague Airport, dossier Havengeluid en omgeving i.r.t. de woningbouwopgave, etc. Gevoelige opgaven waarbij het wenselijk is dat de gezondheidsbescherming van alle inwoners op eenzelfde wijze geborgd is, ongeacht de gemeente waar je woont. Adviesvragen van individuele gemeenten maken geen onderdeel uit van deze basis.
Medische milieukunde • signalering van ongewenste situaties; • advisering aan gemeente, bevolking, milieudiensten en –afdelingen, gezondheidszorg, ruimtelijke planners, stedenbouwers etc., • advisering in de nazorg bij de incidenten met gevaarlijke stoffen • behandeling van vragen en klachten bij de bevolking (meldingen); • voorlichting en risicocommunicatie, reactief; • onderzoek, reactief (beoordeling, begeleiding).
Prestatie-indicatoren/kengetallen
Medische milieukunde • aantal meldingen medische milieukunde • percentage afgehandelde binnenmilieumeldingen • aantal adviezen medische milieukunde collectieve advisering gezonde leefomgeving worden nog ontwikkeld
Bijzonderheden
Collectieve advisering gezonde leefomgeving Toolbox − Richtlijnen publieke gezondheid (i.s.m. RIVM)
42
− − − − − −
Kernwaarden gezonde leefomgeving Omgevingsplan o Handreiking planregels gezonde leefomgeving o ‘Bruidsschat’ (van het Rijk) en gezondheid Rijnmondberaad Omgevingswet, en werkgroepen daarvan zoals vergunningverlening Monitoring op leefomgeving (zoals in omgevingseffectrapportage (verbrede MER) of bijv. ten behoeve van hitte-maatregelen) Inhoudelijke expertise op peil houden en bijdragen aan gezamenlijke ontwikkeling toolbox Netwerk onderhouden, regionaal en landelijk
Gemeente-overstijgende opgaven − Havengeluid en omgeving − Luchthaven − Bedrijvigheid, infra − Bodem − Sommige klimaatmaatregelen en energietransitie (bijv. windmolens, biomassa) − Burgerwetenschap (citizen science) Uitvoeringsdiensten voor de Rijnmondgemeenten − Samenhang in uitvoeringstaken GGD – DCMR – VRR o advisering, o vergunningverlening, o toezicht en handhaving − Producten- en dienstencatalogus tbv efficiente dienstverlening aan gemeenten Provincie − Inhoudelijke advisering provincie Zuid Holland in het prioritair programma van Provinciale Staten “Gezond en veilig Zuid Holland”, complementair aan lokale uitvoering. − Gemeenten faciliteren in nieuwe rol. W.o.: o Trainingen ‘gezondheid en omgevingswet’ ontwikkelen voor ambtenaren in de regio o ‘Bestuurdersreis omgevingswet’ ontwikkelen tbv nieuwe wethouders Volksgezondheid o Referenties en voorbeelden van gemeenten in ZH
Medische milieukunde De GGD heeft bilaterale contracten met GGD’en in Zuid-Holland voor (tweedelijns) ondersteuning. Het basisproduct Medische Milieukunde wordt uitgevoerd op een absoluut minimumniveau qua formatie. Dit betekent dat activiteiten vooral reactief plaats kunnen vinden. Kosten
Zie begroting basistakenpakket.
C1. Toezicht kinderopvang
43
Productsoort
Basisproduct toezicht kinderopvang: inspectie kinderdagverblijven, locaties voor buitenschoolse opvang, gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang.
Productverantwoordelijke
Afdeling Publieke Gezondheid, Team inspectie kinderopvang,
Wettelijke basis
Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (verder IKK).
Doel van het product
Toezicht op de kwaliteit van kinderopvang
Doelgroep van het product
Kinderdagverblijven, Locaties voor buitenschoolse opvang (BSO) , gastouderbureaus (GOB), voorzieningen voor gastouderopvang in gemeenten van het werkgebied van GGD Rotterdam-Rijnmond.
Activiteiten
• Reguliere/jaarlijkse inspecties met onderscheid in vier kleuren op basis van het risicoprofiel: groene, gele, oranje en rode inspecties • Onderzoek voor registratie (OVR) • Onderzoek na aanvang exploitatie (ONAE) • Incidentele onderzoeken op basis van signalen en klachten • Nader onderzoeken op basis van handhaving door de gemeente. • Advisering gemeenten over toezicht en handhaving • Jaarlijks afstemmingsoverleg met de gemeenten • Regionaal overleg beleidsmedewerkers regiogemeenten • Continue rapportage in GIR met planning en verrichte aantallen inspecties per soort opvang inzicht in besteed bedrag t.o.v. inkoop.
Prestatie-indicatoren/kengetallen
Aantal inspecties, percentage t.o.v. begroting.
Bijzonderheden
De Wet IKK verplicht gemeenten om een jaarlijkse inspectie te verrichten, indien nodig te handhaven en een register kinderopvang te beheren. Vanaf 2012 wordt een nieuwe methode van risicogestuurd toezicht toegepast op de kwaliteit van de kinderopvang. Door het risico te bepalen op (niet-) naleving van de kwaliteitseisen, kunnen de toezicht inspanningen gerichter worden ingezet. Intensiever toezicht waar dat nodig is en minder toezicht waar dat mogelijk is. Risicobepaling gebeurt met een landelijk vastgesteld risicoprofiel waarbij de inspectieactiviteit met een kleurindeling wordt bepaald (Groen, Geel, Oranje en Rood). Alle kinderdagverblijven, voorzieningen voor buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouderbureaus moeten nog steeds jaarlijks geinspecteerd worden, maar de inspectieactiviteiten worden voor iedere locatie op maat ingezet. De gastouders worden steekproefsgewijs geïnspecteerd. De steekproef bevat minimaal 5 en maximaal 30% van alle binnen een gemeente geregistreerde gastouders. Vanaf 2018 is de Wet IKK Nieuw Toezicht (NT) ingevoerd en in de plaats gekomen van de Wet Toezicht kinderopvang en peuterspeelzalen. Met NT wordt maatwerk beoogd en zijn de verschillen tussen kinderopvang en peuterspeelzalen vervallen als het gaat om de bekostiging en kwaliteitseisen. Vanaf 7 december 2021 is het wettelijk mogelijk flexibel te inspecteren.
Vanaf 1 januari 2022 is het dan niet meer nodig om de verplichte set onderwerpen (items) te toetsen en andere items te kiezen die passen binnen de risicoprofielen. Een aantal onderwerpen blijven nog wel verplicht met o.a. de controle op VOG en de pedagogische kwaliteit.
44
Kosten
Zie begroting basistakenpakket. Gemeenten kunnen aan het eind van een kalenderjaar (november) de door hen gewenste inspecties en overleguren doorgeven voor het daaropvolgend kalenderjaar. Deze afspraken en eventuele afwijkingen van het bedrag in de basisbegroting worden vervolgens middels een offerte aan de gemeente bevestigd.
45
Geachte leden van de gemeenteraad van Vlaardingen
Klimaatbeleid: voor niets komt de zon op! Inleiding In uw Beleidskader Windenergie heeft u als Raad van de gemeente Vlaardingen besloten dat er op het Vlaardings grondgebied ook ruimte moet zijn voor de ontwikkeling van windenergie als onderdeel van de regionale energiestrategie. Hierdoor heeft de provincie geen locaties toegewezen, zoals de Broekpolder. Aan de wieg van de uiteindelijk gekozen locaties, stonden door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten met betrokken inwoners, waar ook leden van het huidige Vlaardings Energie Collectief bij aanwezig waren. De wens is geuit dat de exploitatie van de windmolens voor een substantieel deel in eigendom van lokale partijen/inwoners moet komen en de opbrengst aan Vlaardingers ten goede komt. Door Vlaardingers en voor Vlaardingers dus. In feite is dat de drijfveer geweest voor de oprichting van de coöperatieve vereniging het Vlaardings Energiecollectief (VEC CV u.a.), een coöperatie gerund door vrijwilligers die de daad bij het woord voegen. We zijn al ver gevorderd, maar zullen u middels deze brief uitleggen op welke wijze wij uw hulp kunnen gebruiken.
Activiteiten Vlaardings Energie Collectief Het VEC zit niet stil. Wij grijpen iedere gelegenheid aan om voorlichting te geven over o.a. het nut van isolatie en andere manieren om het energieverbruik te verminderen dan wel energie op te wekken. Het VEC is actief in zon- en windprojecten. Inmiddels hebben onze leden al circa 450 zonnecollectoren op twee daklocaties bekostigd. En we kijken uit naar meer daken die we voor deze zonnecollectoren kunnen gebruiken en denken daarbij ook aan daken van gemeentelijk vastgoed. In het kader van het opwekken van energie zijn wij bezig met een groot project dat gaat over de realisering van windturbines. Prioriteit heeft de locatie langs de oevers van het Scheur nabij het Oeverbos, waar uiteindelijk 4 windturbines kunnen worden gerealiseerd. Vanwege de aanleg van de Blankenburgtunnel wordt nu de focus gelegd op 2 molens ten oosten van de in aanleg zijnde tunnel. Wij zijn dit project ongeveer 4 jaar geleden gestart in de wetenschap dat wij als vrijwilligers zo’n miljoenenopdracht niet zelfstandig zouden kunnen managen. Daarom hebben wij toenadering gezocht tot een aantal partijen, waaronder de coöperatie de Windvogel, een landelijk opererende instelling, die al veel langer bestaat en ervaring heeft in de realisatie en exploitatie van windturbines.
Overigens is het redelijk uniek in Nederland dat 2 coöperaties samen deze kar trekken zonder een commerciële partij. We zijn inmiddels hard op weg alle mogelijke voorbereidende werkzaamheden te verrichten. Dit is niet zonder slag of stoot gegaan, een kleine greep; er zijn zienswijzen ingediend tot en met de Raad van State die gelukkig en zoals te verwachten in positieve zin voor ons zijn afgehandeld, en hindernissen als vervuilde grond, hoogtebeperkingen door de aanwezigheid van de luchthaven Rotterdam-The Hague, oplopende staal- en transportkosten en wisselende wethouders in het College van B&W. Het project heeft de titel gekregen ‘OEVERWIND VLAARDINGEN’ . De energieopbrengst van de twee te bouwen windturbines staat gelijk aan het energieverbruik van ruim 5000 Vlaardingse huishoudens (zo’n 15% van alle Vlaardingse woningen dus). Daarnaast ontstaan er groenfondsen die investeringen in groene projecten in overleg met Vlaardingse vertegenwoordigers mogelijk maken!
1
Voortgang Het proces is inmiddels zo ver gevorderd dat we aan de vooravond staan van de definitieve aanbesteding van de turbines, civiele werken, energievoorzieningen e.d.. Mede als gevolg van deze voorspoedige voortgang richting aanbesteding loopt het VEC nu echter tegen een acuut financieel probleem aan. Oeverwind BV is opgericht door de 2 coöperaties, Vlaardings Energie Collectie en De Windvogel; de voorzitter en de administrateur zijn Vlaardingers. De exploitatieopzet, die thans voorligt, gaat uit van een investering van circa € 10,5 miljoen. Een optimale balans tussen eigen vermogen en vreemd vermogen (bank) ligt op circa 24% en 76%. Dit betekent dat de twee coöperaties ieder € 1,26 miljoen moeten inbrengen in de BV. Het VEC geeft obligaties uit vanaf € 50,- per stuk met een verwacht rendement tussen de 4 en 5%. Leden en anderen is gevraagd deze te kopen. Dit obligatievermogen wordt als lening ingebracht in de exploitatie bv, die de turbines gaat exploiteren. Wij mogen ons verheugen dat vanuit onze leden van het VEC en de Vlaardingse bevolking zo veel mensen hebben gereageerd op onze op handen zijnde verkoop van obligaties. Ons financiële probleem is echter concreet dat wij als VEC toezeggingen hebben gedaan voor een bedrag van circa € 5,5 ton, maar we komen dus ruim € 6 ton tekort om ons aandeel in de BV vol te kunnen storten.
Het is voor een positieve exploitatie beter om het resterende deel via een lening aan te trekken tegen een aanmerkelijk lagere rente dan de rente die aan obligatiehouders wordt uitgekeerd. Dit is van belang omdat momenteel een positieve exploitatie steeds meer onder druk staat vanwege de fors stijgende prijzen en de grote bedragen, die (semi)overheidsinstellingen denken vanuit onze exploitatie te kunnen vorderen. Om de exploitatie op het vereiste niveau te brengen is dus niet extra obligatievermogen de remedie, maar een laagrentende lening van 1 á 1,5%. Zo kan de balans ten gunste van de exploitatie, maar zeker ook ten gunste van de toekomstige obligatiehouders sterk worden verbeterd.
Verzoek Dit brengt ons op ons verzoek aan u als leden van de Vlaardingse gemeenteraad. Wilt u toestemming geven om het VEC vanuit de gemeente Vlaardingen een laagrentende lening te verstrekken van ruim € 6 ton óf een gemeentegarantie af te geven voor hetzelfde bedrag, opdat wij een lening van een fonds1 of een commerciële bank kunnen krijgen? Dit vergt wellicht een beleidswijziging. Wij hebben echter haast om op korte termijn bij een bank een forse lening te krijgen, terwijl de rente nu aan het stijgen is. Het zou natuurlijk een teleurstelling zijn voor ons als vrijwilligers van het VEC, maar zeker een voor het klimaat, de beoogde energietransitie in onze stad en voor de gemeente Vlaardingen als geheel als dit Vlaardingse project niet doorgaat. Wij staan niet alleen, wij van het VEC vertegenwoordigen in feite de Vlaardingse bevolking, die ook wil participeren in dit turbineproject, daarom is uw medewerking nodig om dit project alsnog tot een succes te maken. Als u vragen heeft over onze notitie, dan zijn wij uiteraard zeer bereid om mondeling met u te overleggen en te verduidelijken. Hopend op een positief besluit en met vriendelijke groet, Vlaardings Energie Collectief, het bestuur.
1
We hebben via gesprekken met 2 fondsen al tevergeefs getracht financiering voor ons project te krijgen, maar wellicht dat dit met gemeentegarantie wel lukt. 2
4-2-2022 Geacht college- en raadsleden, Mijn naam is Shiva de Winter voorzitter van de Nederlandse Stichting Water- & Zwemveiligheid die opkomt voor alle commerciële zwemlesaanbieders in Nederland. Zoals u misschien weet is het zwemlandschap ernstig versnipperd en heeft Corona de problematiek op de kaart gezet. De NSWZ zet zich dagelijks in voor zwemveiligheid en zwemles voor alle kinderen en volwassenen. Hieronder vallen ook de kinderen waarvan de ouders door hun moverende redenen geen vaccinatie of na vandaag geen boost vaccin hebben genomen en daardoor niet over een coronatoegangsbewijs beschikken. Hierdoor kunnen zij als ouder niet mee als functionele begeleider om hun eigen kind te begeleiden en om te kleden voor zwemles. Een basis prioriteit. De afgelopen maanden is er veel gebeurt rondom de QR-code en de zwemlessen. In Hilversum is door de voorzieningen rechter een voorlopige uitspraak gedaan waarbij de activiteit zwemles als onderwijs en niet sportactiviteit werd bestempeld. Hierdoor verviel de QR-plicht voor deelnemers en begeleiders. Dit was niet alleen een uitspraak voor het zwembad in Hilversum, maar voor alle zwembaden omdat het hier de activiteit betrof.