CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 Rogplus

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze op de ontwerpbegroting 2024 Rogplus en kennisnemen van het meerjarenperspectief Rogplus 2025-2028 en de voorlopige jaarstukken 2022 Rogplus22.201 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Nieuwe mobiele telefoons Op het bericht dat het 3G netwerk wordt uitgeschakeld is besloten om 80 telefoons te vervangen. Veel van onze medewerkers hadden een telefoon waarmee niet via het 4/5G netwerk gebeld kon worden. Ook was het beheer op de telefoons verouderd. De mobiele

26

telefoons werden waar nodig vervangen voor de IPhone SE. Het beheer werd aangepast, door Jamf Pro aan te schaffen en Apple dep-portal te gaan gebruiken.

BI module In augustus 2022 werd een BI module van Zorgned aanschaft. Middels deze module wordt Rogplus minder kwetsbaar als het gaat om het bouwen en onderhouden van dashboard voor managementinformatie. De module faciliteert het weergeven van de data uit het cliëntvolgsysteem RondOm.

Pentest In oktober 2022 werd door een externe partij een Pentest uitgevoerd. Uit deze test bleek dat een aantal zaken omtrent de beveiliging niet op orde waren. Zo bood de firewall onvoldoende beveiliging, hadden een aantal account te hoge rechten en voldeed het wachtwoordbeleid niet de standaard. Hierop is door de afdeling ICT direct actie ondernomen. 3.3.4 Informatiebeveiliging en privacy

Oorlog Oekraïne, Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, nam wereldwijd de digitale dreiging vanuit Rusland toe. PQR heeft ons hiervoor gewaarschuwd. De procedure beveiligingsincidenten en datalekken is daarop extra onder de aandacht gebracht.

Verwerkersovereenkomsten In 2022 is Rogplus veranderd van organisatiestructuur. Voorheen was Rogplus een Gemeenschappelijk Regeling, dit is veranderd naar een Openbaar Lichaam. Er is een brief gestuurd naar alle organisaties waarmee Rogplus een verwerkingsovereenkomst heeft afgesloten om deze wijziging aan te kondigen.

Verwerkingenregister Het verwerkingenregister is in 2022 bijgewerkt. In 2023 zal het verwerkingenregister uitgebreid worden met de verwerkingen die voor de jeugdopdracht moeten worden uitgevoerd. Door de aanstelling van Privacy Officer en nieuwe CISO kan er ook op de juiste wijze een onafhankelijke controle plaats vinden van de Functionaris Gegevensbescherming.

Scholing Privacy Eind 2022 konden medewerkers van Rogplus zich weer inschrijven voor een nieuwe training over privacy. In totaal hebben 95 medewerkers zich ingeschreven voor de training. Daarnaast hebben de Functionaris gegevensbescherming, Privacy Officer, CISO, medewerker juridische zaken en teamleiders een training AVG gevolgd bij Vijverberg (AVG: de Algemene verordening gegevensbescherming in de praktijk’) en werden door de FG, PO en CISO een Cursus informatieveiligheid gevolgd bij BMC

Loggingbeleid Begin 2022 is er gelogd op onrechtmatigheden, bijvoorbeeld wanneer er een client van Rogplus in het nieuws kwam. Er wordt dan gekeken of dit dossier niet onrechtmatig is

27

ingezien. In 2022 zijn er op basis van de steekproeven geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Registratie Datalekken In 2022 zijn twee datalekken gemeld bij de functionaris gegevensbescherming van Rogplus. Een verkeerd verzonden e-mail en een e-mail waarin te veel gegevens van cliënten in een Excel bestand naar de zorgaanbieder werd verzonden. Beide e-mails zijn verwijderd nadat Rogplus contact had opgenomen met de ontvanger. Daarmee zijn de datalekken op de juiste wijze afgehandeld.

SIEM SOC Naar aanleiding van de Pentest zijn twee offertes opgevraagd voor het realiseren een SIEM SOC dienstverlening (Security information & event management en Security Operations Center). De CISO zal in 2023 een keuze maken over welke datamonitoring het meest geschikt is voor Rogplus.

Werkgroep BIO en AVG Na het vertrek van de medewerker die de rollen van Privacy Officer en CISO bekleedde is eind 2022 een werkgroep BIO en AVG gevormd. Dit team bestaat uit een Chief Information Security Officer (CISO), een Functionaris Gegevensbescherming (FG) en Privacy Officer (PO). De werkgroep wordt aangestuurd door de twee teamleiders van Bedrijfsvoering. 3.3.5 Financieel beheer

Financieel beleid De voornaamste taak van de financiële functie is het adviseren en ondersteunen van het bestuur, het management en de MVS-gemeenten op het gebied van financiën. Het doel daarbij is de ambities en verantwoordelijkheden waar te maken onder de voorwaarde van een evenwichtige financiële huishouding nu en in de toekomst. Het voornaamste onderdeel hiervan zijn de samenstelling en tijdige aanlevering van de planning en control producten (P&C): kaderbrief, begroting, tussenrapportages en jaarstukken.

Planning & Control In 2022 heeft Rogplus elk kwartaal financiële voortgangsrapportages opgesteld en besproken in de financiële overleggen met de gemeenten. De tussenrapportages dienen als input voor de aanlevering van financiële gegevens aan het CBS. De begroting 2022 is tweemaal gewijzigd om beter aan te sluiten op voortschrijdende inzichten in het beroep op de Wmo in de MVS-gemeenten. Zowel de jaarstukken 2021 als de begroting 2023 zijn gepubliceerd op de website, zowel in de volledige vorm als in een infographic.

Financieel systeem Rogplus heeft in 2022 het financiële systeem AFAS verder geoptimaliseerd. De aanbevelingen van de accountant uit het verslag van bevindingen over de jaarstukken en de interim-controle zijn in 2022 deels opgepakt. Dit heeft geleid tot een afname van het aantal bevindingen.

28

Rechtmatigheid De rechtmatigheidaspecten monitort Rogplus door verbijzonderde interne controles (VIC’s). Een VIC behelst een controle op de werking van de interne controle die medewerkers zelf uitvoeren als onderdeel van hun reguliere werkprocessen. De resultaten van de VIC’s worden gedeeld met de accountant. De accountant toetst mede op basis van de VIC’s of de in de programmarekening opgenomen baten en lasten, de balansmutaties en de vastlegging daarvan in de administraties en de financiële verslaglegging in overeenstemming zijn met de begroting, wetten en verordeningen. In 2022 is besloten dat overheden voor het eerst over het boekjaar 2023 een rechtmatigheidsverklaring moeten afgeven. Ter voorbereiding daarop is Rogplus in gesprek met de gemeenten en accountant over dit onderwerp. In september is bericht ontvangen van Gedeputeerde Staten (GS) dat de begroting 2023 voldoet aan de gestelde eisen in wet- en regelgeving. Hiermee is voldaan aan de belangrijkste voorwaarden om voor repressief begrotingstoezicht in aanmerking te komen. De accountant heeft over de jaarstukken 2021 een goedkeurend oordeel verstrekt. De sociale verzekeringsbank (SVB) verzorgt voor pgb-gebruikers de uitbetaling van de salarissen en declaraties.

Net als voorgaande jaren heeft de SVB, op basis van eigen bevindingen en controles van de accountant, moeten stellen dat de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo in 2022 niet rechtmatig is geweest. Om zelf een beeld te krijgen van de rechtmatigheid van het beheer en het gebruik van pgb’s in de MVS-gemeenten heeft Rogplus steekproefsgewijs controles uitgevoerd, waarbij nagegaan is of de pgb-houders de zorg geleverd hebben gekregen, zoals geïndiceerd. De controles laten een overwegend positief beeld zien.

29

JAARREKENING 4. Balans BALANS Rogplus Boekjaar 2022 Activa

31-12-2022

31-12-2021 Passiva

Vaste activa Materiële vaste activa Overige materiële vaste activa

Totaal vaste activa

Liquide middelen Kas en banksaldi Overlopende activa Overige overlopende activa

31-12-2021

Vaste passiva

319.835

319.835

Eigen vermogen 315.396 Bestemmingsreserves

0

0

Vreemd vermogen Voorzieningen

0

0

315.396 Totaal vaste passiva

0

0

665.368

392.265

6.266.730

10.430.797

4.886.213

4.519.997

Vlottende activa Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

31-12-2022

Vlottende passiva

264.406 282.163

10.480.322

471.585

265.015 487.341

Vlottende schulden Overige vlottende schulden

Overlopende passiva Vooruit ontvangen bijdragen 13.608.201 van overige overheden Overige overlopende passiva 667.106

Totaal vlottende activa

11.498.477

15.027.663 Totaal vlottende passiva

11.818.311

15.343.059

TOTAAL

11.818.311

15.343.059 Totaal

11.818.311

15.343.059

30

5. Overzicht van baten en lasten 5.1 Uitgangspunten Rogplus verzorgde in 2022 de uitvoering van de Wmo individuele verstrekkingen, Beschermd Wonen voor de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Nieuwe Waterweg Noord. In opdracht van de MVS-gemeenten voert Rogplus ook backofficetaken voor jeugdhulp en leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer uit. De uitgaven en de kosten van Rogplus worden ten laste gebracht van BBV-taakvelden 0.4 Overhead, 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO), 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+, 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- en 6.81 Geëscaleerde zorg 18+. De inkomsten bestaan uit bijdragen in de kosten (hierna: eigen bijdragen) voor verschillende Wmo-voorzieningen, bijdragen van cliënten voor vervoer met de Regiotaxi, bijdragen van cliënten aan de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis en bijdragen van de drie MVS-gemeenten. De gemeentelijke bijdrage is het verschil tussen de uitgaven en de overige inkomsten van Rogplus. Rogplus heeft hierom per definitie een sluitende begroting. Deze inkomsten worden verantwoord onder BBV-taakvelden 0.8 Overige baten en lasten, 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ en 6.81 Geëscaleerde zorg18+. De programmaverantwoording is opgesteld volgens het stelsel van baten en lasten. Voor zover mogelijk zijn alle directe verplichtingen uit de in 2022 ingediende aanvragen verwerkt in het resultaat.

Hiertoe zijn alle bekende verplichtingen meegenomen en verwerkt in de jaarcijfers. In deze jaarstukken zijn de uitgaven van Rogplus als positieve bedragen opgenomen en de inkomsten als negatieve. Deze worden voorafgegaan door het teken ‘-‘. Medio 2021 is de primaire begroting 2022 van Rogplus vastgesteld. Op basis van voortschrijdende inzichten is begin 2022 voorgesteld deze primaire begroting te wijzigen. De wijziging is medio 2021 vastgesteld. In het derde kwartaal is een tweede wijziging op doorgevoerd op de begroting 2022 van Rogplus. De begrotingswijzigingen zijn gespecificeerd in bijlage 8.

5.2 Totaaloverzicht Tweede Baten/

Werkelijk

Primaire

Gewijzigde

Begroting

Begroting

Werkelijk

Lasten

2021

2022

2022

2022

Lasten

58.343.943

74.018.900

61.545.700

60.747.599

Baten

-58.343.943

-74.018.900

-61.545.700

-60.747.599

0

0

0

0

Eindtotaal

31

Lasten: Tweede Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

Wmo

45.796.457

58.557.100

49.418.600

49.072.804

Beschermd Wonen

8.027.671

11.146.400

7.187.400

6.897.910

Overhead

4.519.814

4.315.400

4.939.700

4.776.885

Eindtotaal

58.343.943

74.018.900

61.545.700

60.747.599

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

Bijdrage gemeenten

-56.492.611

-71.043.600

-59.423.600

-58.571.767

Eigen bijdragen

-1.480.289

-2.327.800

-1.690.400

-1.751.348

Inkomsten Regiotaxi

-372.327

-627.900

-425.800

-415.517

1.284

-19.600

-5.900

-8.967

-58.343.943

-74.018.900

-61.545.700

-60.747.599

Programma

Werkelijk

Baten: Tweede Onderdeel

Bijdrage AAV Schoon huis Eindtotaal

De totale lasten van Rogplus over 2022 zijn per saldo € 798.101 lager dan begroot. De inkomsten uit eigen bijdragen van cliënten (inclusief bijdragen voor de Regiotaxi) zijn € 53.732 hoger uitgevallen dan begroot. Het totaal van de gemeentelijke bijdragen valt € 851.833 lager uit dan begroot. Inherent aan de financieringswijze van Rogplus is het resultaat € 0. De tabel hieronder geeft de baten en lasten per BBV-taakveld weer Tweede Baten/

Taakveld BBV

Lasten Lasten

0.4 Overhead

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

3.957.914

3.738.100

4.101.800

4.010.575

Werkelijk

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

5.394.297

6.713.100

5.679.000

5.974.729

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

40.402.160

51.844.000

43.739.600

43.098.075

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

561.900

577.300

837.900

766.310

8.027.671

11.146.400

7.187.400

6.897.910

Totaal Lasten

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

58.343.943

74.018.900

61.545.700

60.747.599

Baten

0.8 Overige baten en lasten

-56.492.611

-71.043.600

-59.423.600

-58.571.767

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

-1.480.795

-2.212.200

-1.834.500

-1.921.811

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

-370.537

-763.100

-287.600

-254.021

-58.343.943

-74.018.900

-61.545.700

-60.747.599

0

0

0

0

Totaal Baten Eindtotaal

32

De tabel hieronder geeft per programma de baten en lasten per BBV-taakveld weer Tweede Programma

Baten/

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

6.6 Maatwerkvoorziening (WMO)

5.394.297

6.713.100

5.679.000

5.974.729

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

43.098.075

Taakveld BBV

Lasten Wmo

Lasten

Werkelijk

40.402.160

51.844.000

43.739.600

Totaal Lasten

45.796.457

58.557.100

49.418.600

49.072.804

Baten

-44.315.663

-56.344.900

-47.584.100

-47.150.993

0.8 Overige baten en lasten 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

Totaal Baten Totaal Wmo

-1.480.795

-2.212.200

-1.834.500

-1.921.811

-45.796.457

-58.557.100

-49.418.600

-49.072.804

0

0

0

-0

8.027.671

11.146.400

7.187.400

6.897.910

Beschermd

Lasten

Wonen

Totaal Lasten

8.027.671

11.146.400

7.187.400

6.897.910

Baten

-7.657.134

-10.383.300

-6.899.800

-6.643.889

6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 0.8 Overige baten en lasten 6.81 Geëscaleerde zorg 18+

Totaal Baten Totaal Beschermd Wonen Overhead

Lasten

0.4 Overhead 6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

-370.537

-763.100

-287.600

-254.021

-8.027.671

-11.146.400

-7.187.400

-6.897.910

0

0

0

0

3.957.914

3.738.100

4.101.800

4.010.575

561.900

577.300

837.900

766.310

Totaal Lasten

4.519.814

4.315.400

4.939.700

4.776.885

Baten

-4.519.814

-4.315.400

-4.939.700

-4.776.885

-4.519.814

-4.315.400

-4.939.700

-4.776.885

Totaal Overhead

0

0

0

0

Eindtotaal

0

0

0

0

0.8 Overige baten en lasten

Totaal Baten

5.3 Doorberekening gemeenten De totale kosten van Rogplus worden verdeeld over de drie gemeenten (Maassluis, Schiedam en Vlaardingen) en afgerekend. Ter financiering van de lopende uitgaven, wordt maandelijks een voorschot verkregen op deze eindafrekening. Bij de toerekening van de kosten gaat per programma als volgt: • Wmo. De kosten worden per gemeente geregistreerd en op basis van werkelijkheid ten laste van de woonplaats van de cliënt toegerekend. Voor Regiotaxi zijn de kosten verdeeld op basis van het aantal verreden ritten en kilometers per gemeente. De directe opbrengsten en eigen bijdragen zijn in mindering gebracht op de kosten. • Beschermd Wonen. De uitvoering van Beschermd Wonen voor Maassluis, Vlaardingen en Schiedam valt vanaf 1 januari 2015 onder de verantwoordelijkheid van centrumgemeente Vlaardingen. De gemaakte kosten worden per gemeente geregistreerd, maar verantwoord bij de centrumgemeente Vlaardingen. Vanaf 2022 wordt de centrumregeling geleidelijk afgebouwd. • Overhead. Conform de Gemeenschappelijke Regeling worden deze kosten over de gemeenten verdeeld aan de hand van de in de volgende paragraaf genoemde verdeelsleutel.

33

Verdeelsleutel De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering 2022 over de drie gemeenten is afgestemd met de financiële commissie. Uitgangspunt is hierbij een evenwichtige verdeling op basis van een aantal kengetallen. De verdeelsleutel van de kosten van de uitvoering over de drie gemeenten wordt bepaald op basis van de vastgestelde kengetallen. Dit zijn: • Het aantal pashouders voor de Regiotaxi; • Het aantal unieke cliënten; • Het aantal aanvragen; In de begroting 2022 is per gemeente per kengetal het aantal bepaald voor het laatst afgesloten jaar. Voor de begroting 2022 is dit 2020. Per kengetal wordt de verhouding tussen de drie gemeenten berekend. Vervolgens wordt het gewogen gemiddelde berekend voor het aandeel van de gemeenten. Het aantal pashouders voor de Regiotaxi en het aantal unieke cliënten tellen hierin mee met een factor 1, het aantal aanvragen telt mee met een factor 2. Het gewogen gemiddelde wordt afgerond op halve procenten. De verdeling van de kosten is in 2022 gebaseerd op de volgende verdeelsleutel: • Maassluis 18,0% • Vlaardingen 42,0% • Schiedam 40,0% De doorberekening aan de gemeenten geeft het volgende beeld: Tweede Primaire

Gewijzigde

Begroting

Begroting

Gemeente

Programma

Werkelijk 2021

2022

2022

2022

Maassluis

Wmo

-7.740.526

-9.861.200

-8.519.200

-8.402.046

Beschermd Wonen Overhead Totaal Maassluis Vlaardingen

0

0

0

0

-830.829

-797.200

-902.200

-873.695

-8.571.355

-10.658.400

-9.421.400

-9.275.741

Wmo

-18.172.798

-23.305.500

-19.473.200

-19.090.238

Beschermd Wonen

-7.657.134

-10.383.300

-6.899.800

-6.643.889

Overhead

-1.860.402

-1.770.000

-2.040.100

-1.974.994

-27.690.335

-35.458.800

-28.413.100

-27.709.122

-18.402.338

-23.178.200

-19.591.700

-19.658.709

0

0

0

0

Totaal Vlaardingen Schiedam

Werkelijk

Wmo Beschermd Wonen Overhead

-1.828.584

-1.748.200

-1.997.400

-1.928.195

Totaal Schiedam

-20.230.922

-24.926.400

-21.589.100

-21.586.904

Eindtotaal

-56.492.611

-71.043.600

-59.423.600

-58.571.767

Ten opzichte van de begroting vallen de bijdragen van de drie gemeenten in totaal € 851.833 lager uit. De bijdrage van Maassluis is € 145.659 lager dan begroot, Vlaardingen € 703.978 en Schiedam € 2.196.

34

5.4 Onvoorzien Rogplus heeft in 2022 geen posten als onvoorzien aangemerkt en geboekt. Uitgaven voortkomend uit de coronamaatregelen (compensatie en meerkosten) zijn verantwoord binnen de voor de verschillende soorten Wmo-voorzieningen bedoelde begrotingsonderdelen.

5.5 Incidentele baten en lasten COVID-19 In de eerste maanden van 2022 zijn de COVID 19-maatregelen afgebouwd. Tot de afbouw van de maatregelen hebben veel Wmo-leveranciers vanwege de maatregelen extra kosten moeten maken. Voor de coronakosten van de leveranciers geldt dat deze kosten specifiek betrekking hebben op de dienstverlening aan cliënten in de MVS-gemeenten. Rogplus heeft de richtlijn van de VNG gevolgd om zorgaanbieders (deels) te compenseren voor gederfde omzet en meerkosten als gevolg van coronamaatregelen. Met NOOT, de vervoerder die in de MVS-gemeenten de Regiotaxi verzorgd, zijn aanvullende afspraken gemaakt om de continuïteit van de Regiotaxi te waarborgen. Het bestuur van Rogplus heeft in haar vergadering van 4 juni 2020 de voorwaarden vastgesteld waaronder leveranciers corona gerelateerde kosten vergoed kunnen krijgen. Ook in 2022 zijn alle aanvragen getoetst aan deze voorwaarden. Alleen de akkoord bevonden aanvragen zijn uitgekeerd. De volgende tabel geeft per begrotingsonderdeel en per gemeente een overzicht van de in deze jaarstukken verantwoorde uitgaven die specifiek toe te schrijven zijn aan de coronamaatregelen. Onderdeel Schoon Huis (AV) Geclusterd Wonen Meedoen in de Stad - Ouderen Woningaanpassingen Vervoerskosten

Maassluis Vlaardingen Schiedam Totaal 39.835 88.034 103.939 231.807 83.482 36.667 120.149 11.672 60.502 27.499 99.674 596 12.754 8.914 22.263 3.767 6.969 8.540 19.276 55.870 251.741 185.559 493.169

Huisvesting Beschermd Wonen Rogplus is betrokken geweest bij het aangaan van de bijzondere constructie waarbij Rogplus in 2021 twee panden heeft gehuurd om cliënten met een indicatie voor Beschermd Wonen te huisvesten. Er wonen vanaf 1 december 2022 geen cliënten meer en de huur van panden is inmiddels opgezegd. De panden zijn gehuurd als gevolg van het faillissement van een pgb-aanbieder van beschermd wonen en de ernstige twijfels bij Rogplus over de kwaliteit, doelmatigheid en rechtmatigheid van de geleverde BW-ondersteuning door een andere pgb-aanbieder. Om te voorkomen dat BW-cliënten ‘op straat’ zouden belanden is – in overleg met de MVSgemeenten - voor deze bijzondere constructie gekozen. Rogplus heeft van 23 november 2021 tot en met 23 mei 2022 een pand gehuurd aan de 2de Van Leyden Gaelstraat in Vlaardingen en van 23 november 2021 tot en met 31 januari 2023 een pand gehuurd aan de Houtzaagmolen in Maassluis. Rogplus heeft – als verhuurder – huurovereenkomsten gesloten met acht cliënten.

35

De totale gemaakte kosten betroffen € 16.468 voor het pand aan de 2e Van Leyden Gaelstraat en € 735.414 voor het pand aan de Houzaagmolen. Doordat Rogplus zelf verhuurder is geworden zijn de bouwstenen ‘wooncomponent’ niet geïndiceerd. Gevolg hiervan is dat de BW-aanbieders Timon en Stoed minder konden factureren. In totaal hebben alle cliënten samen 253 weken gewoond in een woning verhuurd door Rogplus. Hierdoor heeft Rogplus een ‘besparing’ van € 87.434 bewerkstelligd. Daarnaast heeft Rogplus huur geint bij cliënten en in totaal is dat € 12.483 aan inkomsten. Een aantal cliënten in de Houtzaagmolen hebben niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. In overleg met Stoed zijn de openstaande schulden, niet betaalde huur en/of borg, per 31-12-2022 kwijtgescholden door Rogplus. In totaal heeft Rogplus € 651.966 meer uitgegeven door zelf BW-plekken in te kopen.

Herstelactie Regeling Tegemoetkoming Meerkosten Rogplus heeft in 2022 geconstateerd dat sinds 2018 voor gepensioneerden verkeerde inkomensgrenzen zijn gehanteerd bij de uitvoering van de regeling tegemoetkoming. Voor niet gepensioneerden is de regeling wel correct uitgevoerd. Het rekenmodel dat is gebruikt om de inkomensgrenzen te bepalen heeft geen rekening gehouden met de afwijkende regelgeving voor belastingheffing voor gepensioneerden. Hierdoor zijn sinds 2018 te lage inkomensgrenzen gehanteerd. Het onjuist hanteren van de inkomensgrens kan de volgende gevolgen hebben gehad: • Doordat niet de juiste inkomensgrens is gebruikt, kunnen aanvragen voor de regeling voor gepensioneerden onterecht zijn afgewezen. • Omdat de inkomensgrenzen in euro’s op het aanvraagformulier zijn opgenomen, kan het ook zijn voorgekomen dat inwoners die wel aanspraak hadden kunnen maken op de regeling geen aanvraag ingediend hebben. Naar aanleiding van de constatering van deze fout heeft Rogplus, ook in 2022, een herstelactie gehouden. Alle op grond van inkomensgegeven afgewezen aanvragen zijn herbeoordeeld. Wanneer de aanvraag, uitgaand van de herberekende inkomensgrenzen, bleek te voldoen, is de tegemoetkoming alsnog toegewezen en uitgekeerd. Daarnaast zijn inwoners, die dat niet eerder hadden gedaan, in de gelegenheid gesteld alsnog een aanvraag voor de tegemoetkoming te doen.

In het kader van deze herstelactie is in 2022 in totaal € 167.900 aan nabetaalde tegemoetkomingen uitgekeerd. Bij de tweede begrotingswijziging is een hoger bedrag aangeraamd voor de verwachte uitgaven voor de herstelactie. Ook hierdoor blijven de uitgaven voor de regeling tegemoetkoming meerkosten achter bij de begroting. De herstelactie is in het eerste kwartaal van 2023 afgerond. Alle kosten voor de herstelactie vallen in boekjaar 2022.

Liquidatie Stichting Rogplus NWN Rogplus is met ingang van 2022 niet langer een stichting met een gemeenschappelijk orgaan, maar een gemeenschappelijke regeling als openbaar lichaam. Na het vaststellen van de definitieve jaarstukken over 2021 kon de stichting op worden geheven. Als onderdeel van de liquidatie van de stichting heeft een opschoning van de balansposten plaats gevonden. Alle verouderde, niet goed te onderbouwen bedragen zijn afgeboekt. Hiermee zijn feitelijk de afrekeningen tussen Rogplus en de gemeenten in

36

eerdere jaren gecorrigeerd. Voor de (nieuwe) gemeenschappelijke regeling geldt nu alle waarden op de balns traceerbaar en herleidbaar zijn. Voor de opschoning van de balansposten zijn in totaal € 284.360 aan eenmalige lasten in de jaarrekening opgenomen. Deze zijn opgebouwd uit een nadeel van € 64.750 voor Maassluis, een voordeel van € 130.805 en een nadeel van € 350.415.

Desinvesteringen Materiële Vaste Activa In het kader van de verandering van de governancestructuur van Rogplus is per 1 januari 2022 het overzicht van activa opgeschoond. Alle activa met per 31 december 2021 een boekwaarde van minder dan € 2.500 zijn niet overgeheveld van de Stichting Rogplus naar de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam. De totale som van deze desinvesteringen bedraagt € 35.961.

37

6. Toelichtingen 6.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is de jaarrekening in overeenstemming met de WNT opgesteld. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegelden verlofaanspraken en dergelijke.

Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.

Vaste activa Vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met de eventuele restwaarde. De investeringen worden geactiveerd per de eerste dag van de maand ná het moment van ingebruikname. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. Conform de uitgangspunten van de Belastingdienst wordt per jaar maximaal 20% van de waarde van de investering afgeschreven. Dat betekent dat de minimale afschrijftermijn vijf jaar is. Rogplus activeert daarom alleen investeringen, waarvan de verwachte gebruikstermijn minimaal vijf jaar is. De meest voorkomende investeringen bij Rogplus zijn hardware, software en kantoorinventaris. Hardware en software worden in beginsel in vijf jaar afgeschreven, kantoorinventaris in tien jaar. Rogplus hanteert een ondergrens voor de waarde van de te activeren investeringen van € 10.000. Voor laptops, mobiele telefoons en

38

kantoorinventaris geldt dat Rogplus per soort de totale waarde van alle in een kalenderjaar aangeschafte middelen (met een verwachte gebruiksduur van minstens vijf jaar) in één keer per jaar activeert, mits de totale waarde daarvan meer dan € 10.000 is. Dit gebeurt per 1 januari van het jaar na het jaar waren de investeringen zijn gedaan. Alle overige investeringen worden per geval geactiveerd (mits de verwachte gebruiksduur minstens vijf jaar is en de waarde meer dan € 10.000). Rogplus stelt een investeringsagenda op, waarin vijf jaar vooruit wordt aangegeven welke (af te schrijven) investeringen moeten worden gedaan. Rogplus activeert Wmohulpmiddelen niet, omdat de waarde van de in gebruik zijnde hulpmiddelen als ideaalcomplex wordt beschouwd. Rogplus rekent geen rente toe aan de investeringen, omdat Rogplus zelf extern geen middelen aantrekt en dus geen rentelasten kent. De kapitaallasten bestaan daarom alleen uit afschrijvingen.

Vorderingen Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De opgenomen vorderingen vallen volgens artikel 39 van het BBV in de categorie ‘vorderingen op openbare lichamen’.

Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Met betrekking tot de eigen bijdragen die het CAK int en aan Rogplus afdraagt geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2017 van de commissie BBV het volgende; Rogplus kan op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen per gemeente met de eigen Wmo-administratie. Rogplus mist echter inzicht in de inbaarheid van vordering. Ook kan het CAK eigenstandig vrijstelling verlenen voor het afdragen van een eigen bijdrage. Hierdoor zijn de overzichten van het CAK voor Rogplus ontoereikend om de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen verantwoordelijkheid van Rogplus is. Dat betekent dat door Rogplus namens de gemeente geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.

Passiva Onder “Bestemming resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar. Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen die direct gerelateerd zijn aan de investering in het vastgestelde project.

Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De Wmoverplichtingen hebben betrekking op aanvragen tot en met het boekjaar waarvan de afhandeling nog niet helemaal heeft plaatsgevonden. Zodra een aanvraag is ontvangen, ontstaat voor Rogplus een verplichting. Aanvragen bevinden zich in diverse stadia van het afhandelingsproces, zoals onderzoeksfase, besluitvormingsfase, in afwachting van offerte van de leverancier en in afwachting van de factuur. Voor zaken waarvan nog geen offerte of factuur is ontvangen, wordt gebruik gemaakt van ramingen. Rogplus heeft door haar

39

lange ervaring met het afhandelen van de aanvragen normen ontwikkeld voor de gemiddelde kosten van een voorziening. Hierdoor is Rogplus in staat de verwachte lasten van de aanvragen betrouwbaar te ramen. Bruikleenverstrekkingen worden niet in de balans opgenomen, maar als kosten beschouwd in het jaar van aanschaf. Redenen hiervoor zijn: • Elke verstrekking heeft cliënt-specifieke kenmerken, waardoor de waardering wordt bemoeilijkt (hoe specifieker veelal de aanpassingen, hoe duurder de stoel); ook belemmert dit de verhandelbaarheid van de verstrekkingen; • Hoe individueler de aanpassing hoe moeilijker de voorziening kan worden herverstrekt; • De verwachting bestaat dat er sprake is van een continue-instroom, waardoor een zogenaamd ideaal-complex ontstaat.

6.2 Toelichting balans 6.2.1 Vaste activa

Materiële vaste activa Activa

Afschrijf-

Boekwaarde Investeringen Afschrijving Desinvestering Boekwaarde

termijn

01-01-2022

Inventaris

10

242.924

Software

5

Hardware

5

Eindtotaal

2022

2022

2022

31-12-2022

-

29.839

35.961

50.023

-

14.723

-

35.300

22.448

94.786

9.823

-

107.411

315.396

94.786

54.385

35.961

319.835

177.124

Alle activa zijn verhandelbaar en derhalve van economisch nut. In het kader van de verandering van de governancestructuur van Rogplus is per 1 januari 2022 het overzicht van activa opgeschoond. Alle activa met per 31 december 2021 een boekwaarde van minder dan € 2.500 zijn niet overgeheveld van de Stichting Rogplus naar de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling als Openbaar Lichaam. 6.2.2 Vlottende activa

Uitzettingen 2021

2022

Vorderingen op openbare lichamen

265.015

264.406

Overige vorderingen

487.341

282.163

752.356

546.569

2021

2022

Liquide middelen ABN/AMRO

9.348.818

1.518

BNG

4.259.383

10.478.804

13.608.201

10.480.322

40

Na de verandering van governancestructuur van stichting naar gemeenschappelijke regeling als openbaar lichaam is Rogplus gebruik gaan maken van schatkistbankieren. Dit betekent dat de het banksaldo van de hoofdbankrekening van Rogplus bij de BNG dagelijks afgeroomd wordt tot € 400.000. Naast deze rekening gebruikt Rogplus een rekening bij de ABN Amro voor kleine dagelijkse betalingen (kleine kas).

Overlopende activa 2021

2022

Nog te ontvangen pgb van SVB

181.346

-

Te vorderen eigen bijdrage (CAK)

377.896

335.437

Overige

107.864

136.148

667.106

471.585

Toelichting: • Nog te ontvangen pgb van SVB. Dit betreft het verschil tussen de vooruitbetaalde voorschotten aan de SVB, die sinds 1 januari 2015 de trekkingsrechten pgb verzorgt. In mindering gebracht zijn de kosten pgb zoals opgenomen in de bijlagen van de gemeenten. • Te vorderen eigen bijdrage (CAK). Deze vordering heeft betrekking op nog te ontvangen afdrachten eigen bijdrage van het CAK. • Terug te vorderen pgb. Cliënten aan wie een pgb is verstrekt, hebben de verplichting verantwoording af te leggen en eventueel te veel betaalde pgb terug te betalen. Voorzichtigheidshalve is op deze vordering een voorziening getroffen voor oninbaarheid. • Overige vorderingen. Dit betreft voornamelijk betaalde voorschotten aan zorgleveranciers, welke worden teruggevorderd, dan wel verrekend met ingediende facturen. 6.2.3 Vlottende passiva

Vlottende schulden 2021

2022

392.265

665.368

392.265

665.368

2021

2022

Vooruit ontvangen bijdragen van overige overheden

10.430.797

6.266.730

Nog te betalen kosten Zorgleveranciers

4.355.335

4.526.024

Crediteuren

Overlopende passiva

Nog te betalen kosten pgb aan SVB Nog te betalen kosten Algemeen

-

223.179

164.662

137.010

14.950.794

11.152.943

De nog te betalen kosten vallen volgens de definitie in artikel 48 van het BBV in de categorie ‘overige schulden’. In 2022 zijn geen verplichtingen opgenomen op de balans.

41

De post overige nog te betalen kosten bestaat voornamelijk uit te verrekenen facturen van de zorgaanbieders. De betalingen aan de zorgaanbieders zullen in de eerste maanden van 2023 plaatsvinden. 6.2.4 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Huurverplichtingen Rogplus heeft vanaf 2021 een huurcontract voor het pand aan de Westlandseweg 1 in Maassluis. De huurovereenkomst loopt in eerste instantie tien. De huurverplichting voor de nieuwe locatie bedraagt ongeveer € 18.000 per maand.

ICT-diensten Vanaf mei 2021 heeft Rogplus (nieuwe) contracten met externe partijen voor IT- en telecommunicatiediensten. De maandelijkse kosten van deze contracten zijn om en nabij € 14.000 per maand. 6.2.5 EMU-saldo Het EMU-saldo geeft het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar hebben plaatsgevonden. Zoals weergegeven in de onderstaande tabel heeft Rogplus over 2022 een negatief EMU-saldo van € 4.439. Post 1 2 3 4 5

6 7 8 9

10 11

Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Verkoop van effecten Berekend EMU-saldo

+ / - Bedrag + + 54.385 +

-

-

94.786

+

-

+

35.961

+

-

+

-

-

-

-

-

-

-4.439

42

6.3 Toelichting overzicht baten en lasten 6.3.1 Programma Wmo

Taxi- en vervoerskosten Tweede Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten

Onderdeel Regiotaxi

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

3.485.378

4.691.500

3.726.100

3.680.613

Werkelijk

Individuele vervoerskosten

50.539

21.600

29.100

47.256

Overhead

327.893

400.500

347.900

339.599

3.863.810

5.113.600

4.103.100

4.067.468

Totaal Taxi- en vervoerskosten

De kosten voor het vervoer zijn in 2022 iets gestegen ten opzichte van 2021. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal ritten. In 2021 kwam het aantal ritten uit op 128.644. In 2022 was dit aantal 141.048. Ook de vervoerder heeft in 2022 te maken gehad met personeelskrapte. Dit heeft er onder andere toe geleid dat er op bepaalde momenten minder voertuigen inzetbaar waren omdat er minder chauffeurs beschikbaar waren. Dit is terug te zien in het aantal klachten. De klachten waren voor het merendeel te verklaren doordat leerlingenvervoer voorrang kreeg op het Wmo vervoer. Sinds 1 augustus 2022 wordt het leerlingenvervoer verzorgd door NOOT. Vanaf die periode zijn er veel klachten binnen gekomen. Te laat op de afspraak komt het meeste voor. Rogplus is samen met de gemeente in gesprek met NOOT om verbetering te realiseren.

Scootmobielen en rolvoorzieningen Tweede Begrotingsonderdeel Scootmobielen en rolvoorzieningen

Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

1.599.358

2.005.600

1.717.000

1.776.201

Autoaanpassingen / -verstrekkingen

47.069

105.900

105.900

71.779

Handbewogen rolstoelen

420.404

542.600

419.300

430.249

Electrische rolstoelen

547.767

736.800

598.200

677.344

Sportvoorzieningen

18.813

42.400

42.400

29.817

Aandrijfunits en fietsen

414.177

325.700

425.700

462.459

Kindvoorzieningen

113.462

169.200

104.000

123.226

Overhead

278.585

319.000

267.300

260.922

3.439.636

4.247.200

3.679.800

3.831.997

Onderdeel Scootmobielen

Werkelijk

In juni 2020 zijn nieuwe contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen ingegaan. In de afgelopen jaren zijn alle meer dan zeven jaar oude scootmobielen vervangen. De ‘vloot’ aan scootmobielen in de MVS-gemeenten is daardoor relatief jong, waardoor dit jaar weinig nieuwe voorzieningen moeten worden verstrekt en de onderhoudskosten beperkt zijn. In 2022 waren bepaalde scootmobielen en rolvoorzieningen soms lastig te leveren, of duurde het lang voordat een onderdeel leverbaar was waardoor reparaties lang op zich

43

lieten wachten. De leveranciers gaven aan dat dit kwam door problemen met onder meer containervervoer en tekorten aan chips. Het aantal klachten over de leveranciers is hierdoor gestegen. Rogplus heeft met de leveranciers afspraken gemaakt over met name de communicatie richting cliënten hierover en wat zij nog kunnen bedenken aan alternatieve oplossingen als een bepaald onderdeel niet leverbaar is. Wat verder opvalt is dat de wachtlijst voor een stallingsplek voor een scootmobiel in bepaalde seniorenflats verder toeneemt. Geen stallingsplek betekent geen verstrekking van een scootmobiel. De verwachting is dat dit probleem alleen maar verder toe zal nemen in de toekomst. Om die reden is Rogplus in 2022 gestart met het schrijven van een projectplan om deelscootmobielen in te gaan zetten op dit soort locaties. Geen individuele scootmobiel meer, maar een aantal scootmobielen per flat waar meerdere bewoners gebruik van kunnen maken. Naar verwachting zal de daadwerkelijke start van het project in 2023 plaats vinden.

Wonen Tweede Begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen

Onderdeel

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

Verhuis- en inrichtingskosten

52.110

33.300

33.300

35.735

Roerende woonvoorzieningen

190.852

337.400

206.600

207.284

Woningaanpassingen

1.263.767

1.511.400

1.303.900

1.498.701

Onderhoud / reparatie

281.796

387.700

310.200

259.276

Overhead

166.137

196.100

145.200

141.735

1.954.662

2.465.900

1.999.200

2.142.732

Totaal Woonvoorzieningen

Op het gebied van Wonen zijn de lasten in 2022 vergelijkbaar met 2021. De uitgaven voor woningaanpassingen blijven een onzekere factor. De kosten kunnen ineens stijgen als een grote woningaanpassing wordt opgeleverd. Het feit dat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen ziet Rogplus vooralsnog niet terug in haar uitgaven.

Schoon Huis Tweede Begrotingsonderdeel Schoon Huis

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

Algemene voorziening Schoon huis

15.917.247

21.720.100

18.260.500

18.311.979

Maatwerkvoorzieningen

1.607.756

Onderdeel

1.589.527

2.803.100

1.649.300

Aanvullende algemene voorziening

-6.763

83.500

25.300

47.825

pgb

163.427

229.000

122.000

128.800

Overhead Totaal Schoon Huis

Werkelijk

1.521.779

1.840.500

1.730.000

1.688.721

19.185.217

26.676.200

21.787.100

21.785.081

Het beroep op algemene voorziening Schoon Huis neemt per saldo toe ten opzichte van 2021. In 2022 liepen de wachtlijsten bij alle zorgaanbieders op met als voornaamste reden het personeelstekort. Hierdoor daalde de verzilveringsgraad. Verder is sinds de introductie van de algemene voorziening Schoon Huis het beroep op huishoudelijke hulp op pgb-basis afgenomen.

44

Meedoen in de Stad Tweede Begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

Meedoen in de Stad - niet ouderen

9.182.565

9.589.200

9.589.200

9.458.012

Meedoen in de Stad - ouderen

2.411.482

2.940.000

1.695.400

1.766.307

pgb

2.133.566

2.548.000

1.973.900

1.936.181

Overhead

1.046.562

1.242.400

1.038.800

1.014.014

14.774.174

16.319.600

14.297.300

14.174.513

Onderdeel

Totaal Meedoen in de Stad

Werkelijk

In de contracten voor Meedoen in de Stad is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – ouderen) en cliënten met niet-ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad – Niet-ouderen). De lasten voor Meedoen in de Stad zijn in 2022 nagenoeg gelijk aan het daarvoor in de begroting opgenomen budget. De bestedingen op de contracten voor Meedoen in de Stad – ouderen blijven achter bij afgelopen jaar. Het aantal cliënten is sinds de COVID-19-maatregelen gedaald en heeft zich in 2022 op een lager niveau gestabiliseerd. Meedoen in de Stad – niet-ouderen wordt geleverd op basis van populatiebekostiging. De uitgaven hiervoor zijn daarom gelijk aan de contractueel vastgelegde (een-op-een in de begroting verwerkte) betalingen aan het consortium. Het aantal cliënten aan wie het consortium zorg en begeleiding levert, is sinds het ingaan van het contract stabiel gebleven, terwijl het aantal cliënten dat op basis van een pgb zelf begeleiding inkoopt licht is afgenomen. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het contract Meedoen in de Stad – niet-ouderen.

Geclusterd Wonen Tweede Begrotingsonderdeel Geclusterd wonen

Onderdeel Geclusterd wonen

Totaal Geclusterd wonen

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

2021

2022

2022

2022

1.806.241

2.722.800

2.157.000

2.314.594

1.806.241

2.722.800

2.157.000

2.314.594

Werkelijk

De lasten voor Geclusterd Wonen zijn in 2022 gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Dit correspondeert met de stijging van het aantal cliënten dat woont in één van de voorzieningen voor Geclusterd Wonen. Mede naar aanleiding van de bevindingen van een intern kwaliteitsonderzoek is de toets op bekostiging van Geclusterd Wonen vanuit de Wmo aangescherpt.

Tegemoetkoming meerkosten Tweede Begrotingsonderdeel Tegemoetkoming meerkosten Totaal Tegemoetkoming meerkosten

Onderdeel Tegemoetkoming meerkosten

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

414.800

360.300

743.600

290.900

414.800

360.300

743.600

290.900

45

Net als in eerdere jaren, konden in 2022 cliënten met een laag inkomen en een langdurige indicatie Wmo of Wvg aanspraak maken op een tegemoetkoming in de zorgkosten. Ook konden cliënten met een laag inkomen die hun eigen risico voor de zorgverzekering hebben verbruikt een tegemoetkoming aanvragen. In Maassluis is de tegemoetkoming € 200 per toegekende aanvraag. Vanaf 2021 is deze regeling in Schiedam versoberd en is de hoogte van de tegemoetkoming verlaagd van € 200 naar € 100. Vlaardingen heeft de regeling met ingang van 2022 afgeschaft. Deze maatregelen hebben tot een afname in de uitgaven voor de regeling geleid. Ook speelt mee dat de tegemoetkoming voor cliënten met een langdurige indicatie niet langer automatisch gecontinueerd wordt. Rogplus heeft in 2022 geconstateerd dat sinds 2018 voor gepensioneerden verkeerde inkomensgrenzen zijn gehanteerd bij de uitvoering van de regeling tegemoetkoming. Voor niet gepensioneerden is de regeling wel correct uitgevoerd. Naar aanleiding van de constatering van deze fout heeft Rogplus een herstelactie gehouden. Alle op grond van inkomensgegeven afgewezen aanvragen zijn herbeoordeeld. Wanneer de aanvraag, uitgaand van de herberekende inkomensgrenzen, bleek te voldoen, is de tegemoetkoming alsnog toegewezen en uitgekeerd.

Daarnaast zijn inwoners, die dat niet eerder hadden gedaan, in de gelegenheid gesteld alsnog een aanvraag voor de tegemoetkoming te doen. In het kader van deze herstelactie is in 2022 in totaal € 167.900 aan nabetaalde tegemoetkomingen uitgekeerd. Bij de tweede begrotingswijziging is een hoger bedrag aangeraamd voor de verwachte uitgaven voor de herstelactie. Ook hierdoor blijven de uitgaven voor de regeling tegemoetkoming meerkosten achter bij de begroting. De herstelactie is in het eerste kwartaal van 2023 afgerond. Alle kosten voor de herstelactie vallen in boekjaar 2022.

Projecten en innovaties Tweede Begrotingsonderdeel Projecten en innovatie

Totaal Projecten en innovatie

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

Projecten

115.191

220.500

220.500

225.664

Herindicaties

52.770

168.200

168.200

82.308

Innovaties

189.958

262.800

262.800

157.547

357.918

651.500

651.500

465.519

Onderdeel

Ook in 2022 heeft Rogplus aan verschillende innovaties en projecten gewerkt. Een opsomming van deze projecten: •

Powerful Ageing. In samenwerking met HRC (Health Research Consultancy) is Rogplus in 2022 de Powerful Ageing gestart. Powerful Ageing is een persoonlijke interventie waarmee ouderen hun fysieke zelfredzaamheid leren behouden én verbeteren. Door middel van het programma zijn ouderen langer in staat om zelfstandig en actief deel te nemen aan de maatschappij. Cliënten trainen onder begeleiding van fysiotherapeuten om meer explosief spiervermogen op te bouwen om een beweging te starten, meer zelfvertrouwen te krijgen om vrij te bewegen, een beter reactievermogen te ontwikkelen bij onverwachte situaties, vallen te voorkomen

46

•

•

•

en meer tilkracht te krijgen. Deelname aan Powerful Ageing was in 2022 voor cliënten op vrijwillige basis. Deelscootmobielen: Dit is een project waarin uitgetest gaat worden hoe een pool van scootmobielen, op een locatie waar veel ouderen bij elkaar wonen, kan voorzien in de verplaatsingsbehoefte bij mensen met een mobiliteitsbeperking. Nu is het nog zo dat er in het beleid is opgenomen dat een scootmobiel individueel verstrekt wordt, maar in de praktijk blijkt dat dit steeds lastiger te realiseren is vanwege een gebrek aan stallingsmogelijkheden. Door de inzet van een pool aan ‘deelscootmobielen’ kunnen meerdere inwoners van eenzelfde flat gebruik maken van een beperkt aantal scootmobielen. Adviesgesprekken: Rogplus wil af van het imago van een ‘bureaucratisch indicatieorgaan op afstand’. De Wmo consulenten hebben de kennis en expertise in huis om mee te denken in oplossingen, passend bij de behoeften van inwoners en niet per se altijd met de inzet van maatwerkvoorzieningen. In 2022 heeft de afdeling Uitvoering een pilot gedraaid met het voeren van ‘adviesgesprekken'. Iedere hulpvraag wordt uiterlijk binnen 2 werkdagen door een Wmo consulent opgepakt en het gesprek wordt gevoerd vanuit het gedachtengoed van Positieve Gezondheid. De pilot heeft enkele maanden gedraaid en is na afloop geëvalueerd.

De resultaten waren heel positief en het besluit is genomen om ‘adviesgesprekken’ als structurele werkwijze op te gaan nemen. Om dit te realiseren is er een implementatieplan opgesteld en naar verwachting zal de nieuwe werkwijze half 2023 ingevoerd zijn. Opbouw UOJ. Op 1 januari 2023 is het contract van de MVS-gemeenten voor de jeugdhulpopdracht aan Mevis ingegaan. Rogplus is namens de gemeenten de contractbeheerder. In de tweede helft van 2022 heeft Rogplus de Uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp (UOJ) opgebouwd. Dit is de samenwerking tussen medewerkers van Rogplus die taken ten behoeve van Mevis en de Jeugdwet uitvoeren. De UOJ omvat onder meer programmamanagement, contractmanagement, applicatiebeheer, juridische ondersteuning en financieeladministratieve ondersteuning. Ook zijn vanuit Rogplus herindicatietrajecten doorlopen voor jeugdhulpcliënten die in 2022 jeugdhulp op basis van een pgb of in de vorm van maatwerk kregen.

Met ingang van 2022 heeft Rogplus Fief omgezet van pilot naar reguliere activiteit. Via het platform Fief kunnen inwoners die (nog) voldoende zelfredzaam zijn informatie vinden over zelfredzaamheid, tips over gezondheid, gezond en fit ouder worden en activiteiten in de buurt. Rogplus zet Fief in als een preventieve en voorliggende oplossing voor de Wmo.

Inkomsten Wmo Tweede Begrotingsonderdeel Inkomsten Wmo

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

Inkomsten Regiotaxi

-372.327

-627.900

-425.800

-415.517

Eigen bijdragen

-1.109.752

-1.564.700

-1.402.800

-1.497.327

Onderdeel

Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten Totaal Inkomsten Wmo

1.284

-19.600

-5.900

-8.967

-44.315.663

-56.344.900

-47.584.100

-47.150.993

-45.796.457

-58.557.100

-49.418.600

-49.072.804

47

De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gedekt: • Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. Als gevolg van de coronamaatregelen hebben cliënten aanzienlijk minder (declarabele) kilometers gereden met de Regiotaxi en zijn deze inkomsten lager dan begroot. • Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage was in 2021 een abonnementstarief van € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. • Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten. 6.3.2 Programma Beschermd Wonen Tweede Primaire

Gewijzigde

Begroting

Begroting

Begrotingsonderdeel

Onderdeel

Werkelijk 2021

2022

2022

2022

Beschermd Wonen

Zorg in natura

6.428.862

9.235.400

6.724.100

6.448.469

pgb

1.399.409

1.724.300

93.000

79.141

Overhead

199.400

186.700

370.300

370.300 6.897.910

Totaal Lasten Beschermd Wonen Totaal Baten Totaal Beschermd Wonen

Werkelijk

8.027.671

11.146.400

7.187.400

Eigen bijdragen

-370.537

-763.100

-287.600

-254.021

Bijdrage gemeenten

-7.657.134

-10.383.300

-6.899.800

-6.643.889

-8.027.671

-11.146.400

-7.187.400

-6.897.910

0

0

0

0

Door een stelselwijziging is eind 2020 en begin 2021 ongeveer 60% van de cliënten met Beschermd Wonen overgegaan van de Wmo naar de Wlz. In 2022 is een nasleep van deze beweging te zien. Per cliënt heeft het CIZ bepaald of een cliënt toegang blijft houden tot de Wmo of overgaat naar de Wlz. De stelselwijziging geldt voor zowel cliënten met Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van een pgb. Door de uitstroom van cliënten liggen de lasten aanzienlijk lager dan in 2021. De afname van de uitgaven door de stelselwijziging is groter dan voorzien in de begroting. De in de Wmo achtergebleven doelgroep heeft gemiddeld een minder zware ondersteuningsvraag. Daarbij wordt Beschermd Wonen sinds 2021 in ‘bouwstenen’ geïndiceerd. Voorheen werd per cliënt een totaalpakket geïndiceerd. Door de bouwstenen kan Rogplus beter maatwerk indiceren en bekostigt Rogplus de ondersteuning die nodig is. In de praktijk blijkt dat hierdoor de gemiddelde kosten per cliënt lager uitgevallen dan waarmee is gerekend in de begroting. Verder wordt de uitstroom van cliënten Beschermd Wonen gehinderd door het beperkte aantal voor de cliënten geschikte woningen. Omdat niet alleen weinig plaatsen vrijkomen,

48

maar ook geen nieuwe plaatsen en nieuwe locaties worden gecreëerd, zijn ook bij Beschermd Wonen wachtlijsten blijven bestaan. Sinds eind 2021 worden geen cliënten meer geplaatst bij twee aanbieders van Beschermd Wonen op basis van pgb, waarvan de toezichthouder vast heeft gesteld dat de geleverde zorg van onvoldoende kwaliteit was. Voor het grootste deel van de betrokken cliënten is een alternatief in de vorm van Zorg in Natura gevonden. Om (voormalige) cliënten van deze twee aanbieders te kunnen huisvesten, heeft Rogplus eind 2021 twee locaties gehuurd die voor Beschermd Wonen geschikt zijn gemaakt. Verschillende aanbieders verzorgden de begeleiding op deze locaties. Deze cliënten waren eind 2022 allen uitgestroomd of doorgestroomd en de huur van de panden is opgezegd. Voor Beschermd Wonen geldt dat de eigen bijdrage van cliënten inkomensafhankelijk is. Het lagere aantal cliënten en de lagere kosten per cliënt leiden ook bij Beschermd Wonen tot lagere inkomsten uit eigen bijdragen. 6.3.3 Programma Overhead

Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten Personeel derden Externe advisering Algemene kosten Kapitaallasten Totaal

Overhead Direct Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Beschermd Wonen Totaal direct Indirect Backoffice Jeugd UOJ Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead Totaal indirect Totaal

Primaire Begroting 2022 6.886.600 180.300 99.300 1.249.300 85.100 8.500.600

Tweede Gewijzigde Begroting 2022 7.184.000 202.200 133.000 1.210.000 110.000 8.839.200

Werkelijk 2022 6.677.254 593.156 98.570 1.132.849 90.347 8.592.176

Primaire Begroting 2022

Tweede Gewijzigde Begroting 2022

Werkelijk 2022

371.572 315.695 188.268 1.724.493 1.185.972 199.400 3.985.400

400.500 319.000 196.100 1.840.500 1.242.400 186.700 4.185.200

347.900 267.300 145.200 1.730.000 1.038.800 370.300 3.899.500

339.599 260.922 141.735 1.688.721 1.014.014 370.300 3.815.292

469.200

481.900

92.700 3.537.117 4.099.017 8.084.417

95.400 3.738.100 4.315.400 8.500.600

481.900 234.000 122.000 4.101.800 4.939.700 8.839.200

481.900 162.410 122.000 4.010.575 4.776.885 8.592.176

Werkelijk 2021 6.389.095 233.926 137.329 1.226.853 97.214 8.084.417

Werkelijk 2021

49

De totale overheadkosten bedroegen in 2022 € 8.592.176. Dit is een onderschrijding ten opzichte van de begroting van € 247.024. De overheadkosten worden waar mogelijk en relevant doorberekend aan de directe begrotingsonderdelen. De doorberekening en de verdeling van doorberekende overheadkosten over de taakvelden gebeurt op basis van ervaringscijfers uit voorgaande jaren. De totale doorberekening van de overheadkosten bedraagt € 3.815.292. Rogplus heeft te maken gehad met een aantal langdurig uitgevallen medewerkers. Om de continuïteit van het werk te waarborgen, heeft Rogplus daarom meer inhuurkrachten in moeten zetten dan bij de begroting voorzien. Door de vertraging in de gunning van de jeugdopdracht aan Mevis is ook de start van de uitvoeringsorganisatie Jeugdhulp vertraagd. Daarom zijn de uitgaven voor de implementatie van de Jeugdhulp achtergebleven bij de begroting. Het programma Overhead bevat de kosten van niet aan de andere begrotingsdelen toerekenbare overhead en de kosten van het contractmanagement voor de lokaal ingekochte jeugdzorg en de backoffice leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer. De omvang van het programma overhead bedroeg in 2022 € 4.776.885. Tweede Begrotingsonderdeel

Onderdeel

Overhead

Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV Overhead

Totaal Lasten Overhead Totaal Baten Totaal Overhead

Bijdrage gemeenten

Primaire

Gewijzigde

Werkelijk

Begroting

Begroting

Werkelijk

2021

2022

2022

2022

469.200

481.900

715.900

644.310

92.700

95.400

122.000

122.000

3.957.914

3.738.100

4.101.800

4.010.575

4.519.814

4.315.400

4.939.700

4.776.885

-4.519.814

-4.315.400

-4.939.700

-4.776.885

-4.519.814

-4.315.400

-4.939.700

-4.776.885

0

0

0

0

0

0

0

0

50

7. Wet Normering Topinkomens 7.1 Bezoldiging topfunctionarissen Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op Rogplus. Het voor Rogplus toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2022 € 216.000. Dit betreft een algemeen bezoldigingsmaximum. Door de wijziging van de topstructuur heeft Rogplus met ingang van 2021 een tweekoppige directeur met de heer Van Genabeek als directeur en de heer Jansen als adjunct-directeur. 2021

2022

A.J.G.M . van A.J.G.M . van Genabeek Genabeek Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

2021

2022

C. Jansen

C. Jansen

Directeur 01-01 / 31-12 1,0 ja

Directeur 01-01 / 31-12 1,0 ja

Adjunct Directeur 01-01 / 31-12 1,0 ja

Adjunct Directeur 01-01 / 31-12 1,0 ja

125.451 21.072 146.523 209.000 146.523 nvt nvt

126.901 23.299 150.200 216.000 150.200 nvt nvt

100.389 16.821 117.211 209.000 117.211 nvt nvt

107.872 17.791 125.664 216.000 125.664 nvt nvt

Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling:

7.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionaris kende Rogplus in 2022 geen andere functionarissen met dienstbetrekking die in 2022 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2022 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT vermeld zijn of hadden moeten worden.

51

BIJLAGEN 8. Bijlagen bij de jaarrekening 8.1 Controleverklaring VOLGT ALS BESCHIKBAAR

52

8.2 Begrotingswijziging Programma Wmo

Baten/ Begrotingsonderdeel Lasten Lasten Taxi- en vervoerskosten

Onderdeel Regiotaxi Individuele vervoerskosten Overhead

Totaal Taxi- en vervoerskosten Scootmobielen en rolvoorzieningen

Scootmobielen Autoaanpassingen / -verstrekkingen Handbewogen rolstoelen Electrische rolstoelen Sportvoorzieningen Aandrijfunits en fietsen Kindvoorzieningen Overhead Totaal Scootmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Verhuis- en inrichtingskosten Roerende woonvoorzieningen Woningaanpassingen Onderhoud / reparatie Overhead Totaal Woonvoorzieningen Schoon Huis Algemene voorziening Schoon huis Maatwerkvoorzieningen Aanvullende algemene voorziening pgb Overhead Totaal Schoon Huis Meedoen in de Stad Meedoen in de Stad - niet ouderen Meedoen in de Stad - ouderen pgb Overhead Totaal Meedoen in de Stad Geclusterd wonen Geclusterd wonen Totaal Geclusterd wonen Tegemoetkoming meerkosten Tegemoetkoming meerkosten Totaal Tegemoetkoming meerkosten Projecten en innovatie Projecten Herindicaties Innovaties Totaal Projecten en innovatie Totaal Lasten Baten Inkomsten Wmo Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten Totaal Inkomsten Wmo Totaal Baten Totaal Wmo Beschermd Lasten Beschermd Wonen Wonen Totaal Beschermd Wonen Totaal Lasten Baten Beschermd Wonen Totaal Beschermd Wonen Totaal Baten Totaal Beschermd Wonen Overhead Lasten Overhead

Totaal Overhead Totaal Lasten Baten Overhead Totaal Overhead Totaal Baten Totaal Overhead Eindtotaal

Zorg in natura pgb Overhead

Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten

Backoffice Jeugd Backoffice LLV en JHV Overhead

Bijdrage gemeenten

Primaire Begroting 2022 4.691.500 21.600 400.500 5.113.600 2.005.600 105.900 542.600 736.800 42.400 325.700 169.200 319.000 4.247.200 33.300 337.400 1.511.400 387.700 196.100 2.465.900 21.720.100 2.803.100 83.500 229.000 1.840.500 26.676.200 9.589.200 2.940.000 2.548.000 1.242.400 16.319.600 2.722.800 2.722.800 360.300 360.300 220.500 168.200 262.800 651.500 58.557.100 -627.900 -1.564.700 -19.600 -56.344.900 -58.557.100 -58.557.100 0 9.235.400 1.724.300 186.700 11.146.400 11.146.400 -763.100 -10.383.300 -11.146.400 -11.146.400 0 481.900 95.400 3.738.100 4.315.400 4.315.400 -4.315.400 -4.315.400 -4.315.400 0 0

Gewijzigde Begroting 2022 4.419.500 20.900 347.900 4.788.300 1.717.000 105.900 419.300 598.200 42.400 425.700 104.000 267.300 3.679.800 33.300 206.600 1.303.900 310.200 145.200 1.999.200 20.178.400 1.668.200 83.000 151.100 1.730.000 23.810.700 9.589.200 1.695.400 1.973.900 1.038.800 14.297.300 2.157.000 2.157.000 360.300 360.300 220.500 168.200 262.800 651.500 51.744.100 -482.100 -1.402.800 -19.600 -49.839.600 -51.744.100 -51.744.100 0 8.623.200 1.440.700 370.300 10.434.200 10.434.200 -375.000 -10.059.200 -10.434.200 -10.434.200 0 715.900 122.000 4.101.800 4.939.700 4.939.700 -4.939.700 -4.939.700 -4.939.700 0 0

Tweede Gewijzigde Begroting 2022 3.726.100 29.100 347.900 4.103.100 1.717.000 105.900 419.300 598.200 42.400 425.700 104.000 267.300 3.679.800 33.300 206.600 1.303.900 310.200 145.200 1.999.200 18.260.500 1.649.300 25.300 122.000 1.730.000 21.787.100 9.589.200 1.695.400 1.973.900 1.038.800 14.297.300 2.157.000 2.157.000 743.600 743.600 220.500 168.200 262.800 651.500 49.418.600 -425.800 -1.402.800 -5.900 -47.584.100 -49.418.600 -49.418.600 0 6.724.100 93.000 370.300 7.187.400 7.187.400 -287.600 -6.899.800 -7.187.400 -7.187.400 0 715.900 122.000 4.101.800 4.939.700 4.939.700 -4.939.700 -4.939.700 -4.939.700 0 0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12903814/1