CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Ingekomen stukken 28 mei tm 22 juni 2021

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Lijst van ingekomen stukken28.507 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Zorg In natura pgb Overhead

Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten

Totaal Beschermd Wonen Totaal Baten Totaal BW Overhead

Lasten

Overhead

Totaal Overhead Totaal Lasten Baten Overhead Totaal Overhead ____ Totaal Baten___________ Totaal Overhead____________________ EIndtotaal

Backoffice Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead

Bijdrage gemeenten

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 2.099.300 1.683.100

21.200 101.600

8.500 160.300

2.222.100

1.851.900

792.200 46.200 203.500 247.900 5.100

792.200

112.000 71.000 0

201.000

52.000 203.500

247.900 10.400 112.000 71.000 0 136.200 1.625.200

1.678.900 6.200 163.700 590.000 0 88.300 848.200 8.121.000 1.009.900 191.600 0 148.100 665.900 10.136.500 3.815.000 1.005.600 0 1.052.500 588.100 6.461.200 1.754.500 1.754.500 518.800 518.800 123.000 65.600 102.500 291.100 23.911.300 -242.100 -655.600 -49.100 -22.964.500 -23.911.300 ■23.911.300 __________0 0 0

291.100 22.245.800 -207.800 -621.000 -14.100 -21.402.900 -22.245.800 ■22.245.800 _________ 0 0 0

o o o o o o ______ o ______ o

o o o o o o ______ o ______ o

194.700 51.500 1.483.000 1.729.200 1.729.200 -1.729.200 -1.729.200

194.700 51.500 1.533.900 1.780.100 1.780.100 -1.780.100 ■1.780.100 ■1.780.100

■1.729.200

13.000 163.700 488.200 153.400 81.200

899.500 7.482.900 936.400

54.700 0 116.000 744.000 9.334.000 3.815.000 840.800 0 1.154.300 511.700 6.321.800

1.773.900 1.773.900 148.400 148.400 123.000 65.600 102.500

______ q

______

0

0

Verschil -416.200 -12.700 58.700 -370.200 0 5.800 0 0 5.300 0 0 0 -64.800 -53.700 6.800 0 -101.800 153.400 -7.100 51.300 -638.100 -73.500 -136.900 0 -32.100 78.100 ■802.500 0 -164.800 0 101.800 -76.400 -139.400

19.400 19.400 -370.400 -370.400 0 0 0 0 ■1.665.500 34.300 34.600 35.000 1.561.600 1.665.500 1.665.500 __________ 0 0 0 0 0 0

o o o

______ q^ ______ o o o 50.900 50.900 50.900 -50.900 -50.900 ■50.900 __________ 0 0

10

rogplus

Rapport

Bijdrage gemeenten De volgende tabel geeft het effect weer van de wijzigingen op de bijdrage van de gemeenten aan ROGplus:

Gemeente Maassluis

Totaal Maassluis Vlaardingen

Programma Wmo Beschermd Wonen Overhead

Wmo Beschermd Wonen Overhead

J'otaal_yiaardingen Schiedam Wmo Beschermd Wonen Overhead Totaal Schiedam Eindtotaal

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd -9.902.700 -8.999.900 0 0 -778.400 -756.600 -9.778.300 -10.659.300 -21.854.800 -21.643.200 -11.184.100 -10.185.000 -1.607.000 -1.655.600 -34.645.900 -33.483.800 -22.964.500 -21.402.900 0 0 -1.729.200 -1.780.100 -24.693.700 -23.183.000 -69.998.900 -66.445.100

Verschil 902.800 0 -21.800 881.000 211.600 999.100 -48.600 1.162.100 1.561.600 0 -50.900 1.510.700 3.553.800

11

rogplus

Rapport

Programma Wmo Taxi- en vervoerskosten Sinds 2018 verzorgt Noot BV de Regiotaxi voor de M VS-gemeenten. In 2020 is gebruik gemaakt van de optie tot verlenging van het contract met Noot met twee keer één jaar. Bij de verlenging is het contract aangepast en afgestemd op de gevolgen van de coronamaatregelen. De verlenging betekent dat de continuïteit van het Regiotaxi-vervoer in de MVS-gemeenten de komende jaren gewaarborgd wordt, terwijl tegelijkertijd de begrote kosten van het vervoer worden beheerst. Het contract loopt nu tot medio 2023. In de begroting worden de nu geldende contractvoorwaarden ook toegepast op de periode na afloop van het contract.

Bij de verlenging van het contract is afgesproken om de door Noot in rekening te brengen kosten te baseren op het gebruik van de Regiotaxi in 2019. Hierbij worden staffels toegepast als het gebruik hoger of lager is. Voor 2021 wordt uitgegaan van de eenheidsprijs die hoort bij de staffel die uitgaat van 90% van het gebruik in 2019. In de staffelprijs is verwerkt dat het tarief jaarlijks op wordt gehoogd met de NEA-Index. Het laatst afgegeven percentage voor de NEA-index is 1,0 %. Dit is een lager percentage dan toegepast in de primaire begroting 2021. Bij de verlenging van het contract is de bonus-malusregeling afgeschaft. In de begroting wordt hier dan ook geen rekening meer mee gehouden. De toerekening van directe overheadkosten aan de verschillende begrotingsonderdelen binnen het programma Wmo is herbepaald op basis van de herziene begroting van de directe kosten. Dit leidt tot een verschuiving van de toegerekende overheadkosten tussen de verschillende begrotingsonderdelen. Een inhoudelijke toelichting op de ontwikkeling van de overheadkosten staat in de toelichting op het Programma Overhead.

Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel af met € 1.208.100. Begrotingsonderdeel Taxi- en vervoerskosten

Onderdeel Regiotaxi Individuele vervoerskosten Overhead

Totaal Taxi- en vervoerskosten

Begroting 2021 primair

Begroting 2021 gewijzigd

5.984.700 53.000 242.000 6.279.700

4.669.000 20.900 381.700 5.071.600

Verschil -1.315.700 -32.100 139.700 ■1.20&100

Scootmobielen en rolvoorzieningen Sinds juni 2020 zijn de nieuwe contracten voor scootmobielen, rolvoorzieningen en roerende woonvoorzieningen van toepassing. ROGplus heeft vanaf 2021 haar begroting aangepast op de afspraken en de bekostiging van deze nieuwe contracten. Een gevolg hiervan is dat de kosten voor onderhoud van scootmobielen en rolvoorzieningen niet langer apart wordt begroot, maar verwerkt wordt in de totale begrote kosten per soort voorziening.

Bij het opstellen van de primaire begroting 2021 is voor de nieuwe contracten doorgerekend wat de verwachte kosten over 2021 zijn. Deze doorrekening is nog steeds valide. De

12

I

rogplus

Rapport

budgetten voor scootmobielen, handbewogen rolstoelen, elektrische rolstoelen, aandrijfunits en fietsen en kindvoorzieningen wijzigen daarom niet. De kosten voor autoaanpassingen en autoverstrekkingen en sportvoorzieningen vallen buiten de nieuwe contracten. Voorgesteld wordt deze budgetten te herijken op basis van de werkelijke kosten over 2020. Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel af met € 95.700. Begrotingsonderdeel Scootmobielen en rolvz

Onderdeel Scootmobielen Autoaanpassingen / -verstrekkingen Handbewogen rolstoelen Electrische rolstoelen Sportvoorzieningen Aandrijfunits en fietsen Kindvoorzieningen Onderhoud / depotkosten Overhead

Totaal Scootmobielen en rolvz

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 1.970.800 1.970.800 104.000 71.800 533.200 533.200 724.000 724.000 15.300 41.600 320.000 320.000 166.300 166.300 0 0 478.500 324.300 4.279.900 4.184.200

Verschil

0 32.200 0 0 26.300 0 0 0 -154.200 -95.700

Woonvoorzieningen Binnen het begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen begroot ROGplus de kosten van roerende woonvoorzieningen, woningaanpassingen en het onderhoud daarvan en verhuisen inrichtingskosten. Roerende woonvoorzieningen vallen onder dezelfde contracten als scootmobielen en rolvoorzieningen. Voor roerende woonvoorzieningen gelden daarom dezelfde aannames als voor scootmobielen en rolvoorzieningen en wordt de begroting niet gewijzigd. In de primaire begroting 2021 is abusievelijk geen budget opgenomen voor het onderhoud van niet-roerende woonvoorzieningen, zoals deurautomaten. Met de begrotingswijziging wordt het benodigde budget alsnog begroot. Ook wordt voorgesteld de budgetten voor verhuis- en inrichtingskosten en woningaanpassingen te herijken op basis van de werkelijke uitgaven in 2020. Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel toe met € 349.000. Begrotingsonderdeel Woonvoorzieningen

Totaal Woonvoorzieningen

Onderdeel Verhuis- en Inrichtingskosten Roerende woonvoorzieningen Woningaanpassingen Onderhoud / reparatie Overhead

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 19.300 32.300 332.500 332.500 1.515.600 1.489.200 0 379.300 210.300 193.400 2.077.700 2.426.700

Verschil 13.000 0 -26.400 379.300 -16.900 349.000

Schoon Huis

Sinds 1 januari 2020 wordt hulp bij het huishouden als algemene voorziening Schoon Huis aangeboden aan de inwoners van de MVS-gemeenten. Beschikkingen voor Schoon Huis worden op basis van deze algemene voorziening verstrekt met aanvullend de mogelijkheid

13

1

rogplus

Rapport

van een maatwerkvoorziening. De maatwerkvoorziening kan als zorg in natura en via pgb worden verstrekt. De algemene voorziening wordt alleen beschikt als zorg in natura. Met ingang van 2021 is de aanvullende algemene voorziening alleen in Maassluis en Schiedam alleen nog beschikbaar voor mantelzorgers, waarbij in Maassluis een inkomensgrens gehanteerd wordt van 130% van het minimuminkomen. Aangenomen is dat 30% van de cliënten die in 2020 gebruik maakten van de aanvullende algemene voorziening in 2021 en verder een beroep zal doen op de maatwerkvoorziening schoon huis. Het gebruik van de aanvullende algemene voorziening in 2021 is in de begrotingswijziging gebaseerd op de aantallen mantelzorgers die eind 2020 gebruik maakten van de aanvullende algemene voorziening. In 2020 zijn alle arrangementen omgezet naar de nieuwe systematiek van de algemene voorziening, indien noodzakelijk in combinatie met een maatwerkvoorziening. Het gebruik van de algemene voorziening schoon huis en de maatwerkvoorziening aan het begin van 2021 is daarom als basis gebruikt voor de berekening van de aantallen declaraties voor huishoudelijke hulp in heel 2021. Hierbij is aangenomen dat, vanwege de coronamaatregelen, het gebruik van de algemene voorziening schoon huis in 2021 gelijk is aan 2020. In de primaire begroting was rekening gehouden met een toename.

Hierdoor valt het budget na wijziging lager uit. Ook voor huishoudelijke hulp op basis van pgb is het gebruik gebaseerd op de stand van de pgb’s aan het begin van 2021. Voor de maatwerkvoorziening schoon huis geldt dat het gebruik aanzienlijk lager uitvalt dan aangenomen in de primaire begroting. Dit is deels toe te schrijven aan de remmende werking van de coronamaatregelen op het beroep op huishoudelijke hulp, maar ook aan het herindicatietraject, waarbij veel lang lopende indicaties lager zijn ingeschaald, en aan de aangescherpte werkwijze van Wmo-consulenten; consulenten gaan nóg actiever dan voorheen samen met de cliënt op zoek naar alternatieven in de eigen omgeving voor huishoudelijke hulp op basis van de Wmo.

Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel af met€ 1.235.600. Begrotingsonderdeel Schoon Huis

Totaal Schoon Huis

Onderdeel Algemene voorziening Schoon huis Maatwerkvoorzieningen Aanvullende algemene voorziening Arrangementen! Overgangsrechten pgb Overhead

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 19.223.500 18.867.700 2.225.300 3.029.500 267.000 75.900 0 0 287.900 217.400 1.585.500 1.771.500 24.393.400 23.157.800

Verschil -355.800 -804.200 -191.100 0 -70.500 186.000 -1.235.600

Meedoen in de Stad

Ook voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren zijn in 2020 nieuwe contracten afgesloten. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen begeleiding van cliënten met ouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - ouderen) en cliënten met nietouderdomsgerelateerde klachten (Meedoen in de Stad - niet-ouderen). Beide contracten

14

rogplus

Rapport

zijn in 2020 ingegaan. Daarnaast hebben cliënten de mogelijkheid om met een pgb zelf begeleiding in te kopen. ROGplus heeft met één samenwerkingsverband van zorgaanbieders een contract gesloten voor het leveren van dienstverlening met betrekking tot Meedoen in de Stad - niet ouderen. Het contract is gesloten op basis van populatiebekostiging: het samenwerkingsverband van zorgaanbieders ontvangt een vast bedrag per jaar om maatwerkoplossingen te leveren aan de doelgroep. De primaire begroting 2021 is op dit onderdeel gebaseerd op de contractafspraken met het samenwerkingsverband. Dit blijft ongewijzigd in de gewijzigde begroting.

Er is vooralsnog geen aanleiding aan te nemen dat het nieuwe contract een significante Invloed heeft op de vraag naar begeleiding op basis van een pgb. Wel is in 2020 de vraag naar begeleiding op basis van pgb autonoom gegroeid. Voorgesteld wordt deze begrotingspost te herijken op basis van de werkelijke vraag in 2020. In 2020 zijn alle arrangementen voor begeleiding bij ouderdomsgerelateerde klachten omgezet naar de nieuwe contracten. Net als bij de algemene voorziening schoon huis is het gebruik van de voorziening aan het begin van 2021 als basis gebruikt voor de berekening van de aantallen declaraties in heel 2021. Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel af met € 367.200. Begrotingsonderdeel Meedoen in de Stad

Totaal Meedoen in de Stad

Onderdeel Meedoen in de Stad - niet ouderen Meedoen in de Stad - ouderen Meedoen in de Stad / Begeleiding pgb Overhead

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 9.463.300 9.463.300 2671.800 2.294.500 0 0 2268.300 2460.300 1.400.200 1.218.300 15801600 15.436.400

Verschil 0 -377.300 0 192.000 -181.900 -367200

Geclusterd Wonen

De afgelopen jaren hebben verschillende zorgaanbieders in de MVS-gemeenten woonvormen gecreëerd waarbinnen cliënten op basis van de Wmo hulp bij het huishouden en/of begeleiding bij het sociaal en persoonlijk functioneren krijgen. Doorgaans is Wmoondersteuning in de vorm van Geclusterd Wonen kostenefficiënter dan dat cliënten apart hulp bij het huishouden en begeleiding ontvangen. Sinds 2020 begroot ROGplus de kosten van Geclusterd Wonen in een apart begrotingsonderdeel.

Onder Geclusterd Wonen vallen de volgende initiatieven: • Maassluis: Vertrouwd & Zeker (Argos) • Vlaardingen: PlusWonen (Frankeland) PlusWonen (Frankeland), Westvest (Pameijer), • Schiedam: Wonen en Begeleiden (Enver) Per initiatief is de verwachte (en mogelijke) groei van het aantal cliënten bepaald. Hierbij is rekening gehouden met de maximale capaciteit van de voorzieningen en de contractueel

15

rogplus

Rapport

vastgelegde aantallen te verzorgen cliënten. In de begrotingswijziging 2021 zijn de actuele inzichten over de aantallen beschikbare plaatsen verwerkt.

Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel toe met € 36.900.

Begrotingsonderdeel Geclusterd wonen Totaal Geclusterd wonen

Onderdeel Geclusterd wonen

Begroting 2021 primair

2.562.900 2.562.900

Begroting 2021 gewijzigd

2.599.800 2.599.800

Verschil 36.900 36.900

Regeling tegemoetkoming meerkosten Vlaardingen heeft in 2020 besloten dat de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten in 2021 wordt versoberd en met ingang van 2022 vervalt. De versobering in Vlaardingen is al verwerkt in de primaire begroting 2021.

Ook Schiedam heeft recent besloten te bezuinigen op de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten. In Schiedam gaat de inkomensgrens voor het in aanmerking komen voor de tegemoetkoming naar beneden. Dit was 130% van het minimuminkomen en dit wordt 120% van het minimuminkomen. Op basis van gegevens over de inkomensverdeling in Schiedam en een analyse van de aanvragen in eerdere jaren is aangenomen dat het beroep op de regeling met 34% afneemt als gevolg van de verlaging van de inkomensgrens. Daarnaast geldt dat zowel voor LI (Langdurige Indicatie) als voor ER (Eigen Risico) de tegemoetkoming teruggaat van € 200 naar € 100 per inwoner per jaar per variant van de regeling. Deze versoberingen zijn nog niet verwerkt in de primaire begroting 2021. Met de begrotingswijziging gebeurt dit wel. Ook heeft ROGplus ervoor gekozen te stoppen met het automatisch continueren van de Regeling Tegemoetkoming Meerkosten LI. Dit leidt vermoedelijk in alle drie de gemeenten tot een afname van het beroep op de regeling. Voorgesteld wordt het financieel effect van deze maatregel via de begrotingswijziging in de begroting te verwerken. Per saldo nemen de lasten binnen dit begrotingsonderdeel af met € 427.300.

Begrotingsonderdeel Onderdeel Tegemoetkoming meerkn Tegemoetkoming meerkosten Totaal Tegemoetkoming meerkn

Begroting 2021 primair

1.031200 1.031.200

Begroting 2021 gewijzigd

603.900 603.900

Verschil -427.300 ■427.300

Projecten en innovatie Binnen het begrotingsonderdeel Projecten en innovatie zijn de kosten begroot van budgetten die ROGplus organisatiebreed in kan zetten voor initiatieven die bijdragen aan de transformatie in het sociaal domein en het verbinden van de Wmo met andere beleidsvelden in het sociaal domein én daarbuiten. Daarnaast gaat het om budgetten voor projecten (waaronder scootmobielstallingen), het herindiceren van cliënten en het verbeteren en optimaliseren van de uitvoering van de Wmo.

16

4

rogplus

Rapport

ROGplus en de gemeenten zijn actief bezig de transformatie handen en voeten te geven en blijven dit ook de komende jaren doen. Hierbij is het belangrijk om te kunnen investeren in vernieuwing, pilots en samenwerkingsverbanden die op de langere termijn een terugverdieneffect bewerkstelligen. Recente voorbeelden uit het verleden, zoals De Buurtcirkel en PlusWonen, hebben aangetoond dat innovatieve projecten die de transformatie bevorderen succesvol financieel ondersteund zijn met deze budgetten.

De lasten binnen dit begrotingsonderdeel blijven ongewijzigd: Begrotingsonderdeel Projecten en innovatie

Onderdeel Projecten Herindicaties Innovaties

Totaal Projecten en innovatie

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 215.000 215.000 164.000 164.000 256.300 256.300 635.300 635.300

Verschil 0 0 0 0

Inkomsten Eigen Bijdrage Wmo

De kosten van het Programma Wmo worden op de volgende manieren gefinancierd: e

Regiotaxi. Cliënten betalen per rit met de Regiotaxi een eigen bijdrage. De ontwikkeling van de inkomsten uit eigen bijdragen voor de Regiotaxi volgt de ontwikkeling van de kosten de Regiotaxi. De inkomsten uit reizigersbijdragen voor het gebruik van de Regiotaxi zijn conform het contract gebaseerd op de OV-tarieven, zoals afgegeven door de MRDH. Voor 2021 is het opstaptarief € 0,98 per persoon en het kilometertarief € 0,15 per kilometer voor ritten binnen de MVS-regio en € 0,30 per kilometer voor ritten daarbuiten. In de begrotingswijziging zijn de inkomsten van bijdragen van cliënten voor het gebruik van de Regiotaxi herberekend op basis van het gebruik van de Regiotaxi in 2020. Eigen bijdragen: Cliënten betalen een eigen bijdrage wanneer ze vanuit de Wmo gebruik maken van huishoudelijke hulp, dagbesteding, logeren in een zorginstelling, elektrische deuropeners (bij de eigen voordeur), vlonders (bij de eigen voordeur), scootmobielen of begeleiding. De eigen bijdrage is altijd € 19 per maand, ongeacht het aantal voorzieningen dat een cliënt heeft. In een beperkt aantal gevallen is vrijstelling mogelijk. De inkomsten uit eigen bijdragen voor Wmo-voorzieningen zijn in de begrotingswijziging gebaseerd op de werkelijke inkomsten over 2020, gecorrigeerd voor de twee maanden dat in 2020 geen eigen bijdragen zijn geïnd.

De inkomsten volgen de verwachte ontwikkeling van het aantal cliënten, waarbij aangenomen is dat het aantal cliënten in 2021 gelijk blijft aan 2020.

e

Bijdrage Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis. Cliënten die extra uren huishoudelijke hulp inkopen binnen de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis betalen daar € 7,50 per uur voor. De ontwikkeling van de inkomsten uit bijdragen voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis volgt de ontwikkeling van de

17

i

rogplus

Rapport

kosten. De onder Schoon Huis genoemde versoberingen werken door in de inkomsten uit bijdragen van cliënten voor de Aanvullende Algemene Voorziening Schoon Huis.

Bijdrage gemeenten. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt door bijdragen van de MVS-gemeenten. De baten binnen dit begrotingsonderdeel nemen af met € 2.948.000. Begrotingsonderdeel

Onderdeel

Inkomsten Wmo

Inkomsten Regiotaxi Eigen bijdragen Bijdrage AAV Schoon huis Bijdrage gemeenten

Totaal Inkomsten Wmo

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd -659.800 -560.600 -1.489.500 -1.590.700 -19.600 -91.200 -54.722.000 -52.046.000 -57.063.700 -54.115.700

Verschil 99.200 101.200 71.600 2.676.000 2.948.000

18

*

rogplus

Rapport

Programma Beschermd Wonen De centrumgemeente Vlaardingen is voor de MVS-gemeenten verantwoordelijk voor Beschermd Wonen. Als gevolg van een stelselwijziging gaat in 2020 en (begin) 2021 een aanzienlijk deel van de cliënten met Beschermd Wonen op basis van de Wmo over naar de Wlz. Per cliënt bepaalt het CIZ of een cliënt in de Wmo blijft of over gaat naar de Wlz. De stelselwijziging geldt zowel voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van Zorg in Natura als voor cliënten met Beschermd Wonen op basis van een pgb. In de begrotingswijzing wordt per gemeente rekening gehouden met een uitstroom met het percentage van de cliënten waarvan aan het begin van 2021 bekend is dat ze overgaan de Wmo naar de Wlz. Ook is rekening gehouden met het gegeven dat de gemiddelde kosten van Beschermd Wonen lager liggen voor de cliënten die in de Wmo blijven dan voor de cliënten die zijn overgegaan van de Wmo naar de Wlz. De stelselwijziging en daarmee de overgang van cliënten van de Wmo naar de Wlz had volgens planning in 2020 moeten zijn voltooid. Door oorzaken buiten de invloedssfeer van ROGplus is dit traject uitgelopen en moet voor een beperkt aantal cliënten dat nog over moet gaan naar de Wlz de kosten van de Beschermd Wonen-voorziening uit Wmo-middelen worden bekostigd. Uiterlijk halverwege 2021 moeten alle cliënten over zijn gegaan.

In de begrotingswijziging wordt voorgesteld budget te reserveren voor deze kosten.

Voor Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen in natura geldt geen abonnementstarief, maar is de eigen bijdrage inkomensafhankelijk. De ontwikkeling van de opbrengsten uit eigen bijdragen voor Beschermd Wonen volgt daarom de ontwikkeling van de kosten. De begrote inkomsten voor de eigen bijdrage Beschermd Wonen zijn gebaseerd op de in 2020 geïnde eigen bijdragen, waarop in 2021 de effecten van de stelselwijziging zijn toegepast. Het verschil tussen de uitgaven en de inkomsten wordt gedekt uit bijdragen van de MVS-gemeenten. De baten en lasten binnen dit programma nemen beide af met€ 999.100 Baten/ Lasten Lasten

Begrotlngsonderde Onderdeel Beschermd Wonen Zorg in natura pgb Overhead Totaal Beschermd Wonen Totaal Lasten Baten Beschermd Wonen Eigen bijdragen Bijdrage gemeenten Totaal Beschermd Wonen Totaal Baten

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 10.115.600 9.107.400 1.634.700 1.625.600 199.400 199.400 11.940.600 10.941.500 10.941.500 11.940.600 -756.500 -756.500 -10.185.000 -11.184.100 ■11.940.600 -10.941.500 -11.940.600 ____ ÜO.941.500 0 0

Verschil -1.008.200 9.100 0 ■999.100 -999.100 0

999.100 999.100

999.100 0

19

t

t

rogplus

Rapport

Programma Overhead De personeelsformatie en personeelskosten van de uitvoeringsorganisatie zijn in de begrotingswijziging 2021 berekend op basis van de actuele stand van de formatie. Hierin is rekening gehouden met de in 2020 door het stichtingsbestuur goedgekeurde uitbreiding van de formatie met een juridisch medewerker.

ROGplus verhuist in het eerste kwartaal van 2021 naar de nieuwe locatie op de Westlandseweg 1. De huisvestingskosten worden in de begrotingswijziging aangepast op het nieuwe huurcontract. In de kapitaallasten is rekening gehouden met investeringen voor de nieuwe locatie en desinvesteringen voor de oude. In overeenstemming met de afspraken met de gemeenten worden de hogere huisvestingskosten vanwege de nieuwe huisvesting binnen de begroting van de uitvoeringskosten van ROGplus opgevangen. In 2021 voltooit ROGplus een Europese aanbesteding voor telefonie en ICT-diensten. De gunning zal medio 2021 plaats vinden. In de begrotingswijziging 2021 worden de kosten voor telefonie en ICT aangepast op de richtprijs die ROGplus hanteert bij de aanbesteding. Deze richtprijs is bekend gemaakt in de Nota van Inlichtingen. De overheadkosten voor Beschermd Wonen (alle gemeenten), het contractmanagement voor de lokale jeugdhulp (alle gemeenten), de backofficetaken voor leerlingenvervoer en jeugdhulpvervoer (Maassluis en Schiedam) zijn conform de afspraken met de gemeenten verwerkt in de begroting.

De totale overheadkosten van ROGplus nemen toe met € 94.000 van € 8.208.700 naar € 8.302.700.

Overhead Salariskosten, sociale lasten, personeelskosten Personeel derden Externe advisering Algemene kosten Kapitaallasten _____________________ Totaal

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 6.710.000 6.616.000 178.000 178.000 98.000 98.000 1.231.700 1.231.700 85.000 85.000 8.208.700 8.302.700

Verschil 94.000 0 0 0 0 94.000

ROGplus rekent de personeelskosten van Wmo-consulenten, frontoffice-medewerkers en pgb-consulenten, alsmede een deel van de kosten voor externe inhuur en advisering toe aan de programma’s Wmo en Beschermd Wonen. Naast deze directe overheadkosten, zijn er ook indirecte, niet toerekenbare overheadkosten deze worden verantwoord in het programma Overhead. De toerekening van directe overheadkosten aan de verschillende begrotingsonderdelen binnen het programma Wmo is herbepaald op basis van de herziene begroting van de directe kosten. Dit leidt tot een verschuiving van de toegerekende overheadkosten tussen de verschillende begrotingsonderdelen en een (beperkte) verschuiving tussen de directe en indirecte overheadkosten.

20

rogplus

Rapport

Begroting 2021 primair

Overhead Direct Taxi- en vervoerskosten Scoolmobielen en rolvoorzieningen Woonvoorzieningen Schoon Huis Meedoen in de Stad Beschermd Wonen__________________ JTotaaldirect_______________________ Indirect Contractmanagement Jeugd Backoffice Leerlingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead________________________ Totaal indirect________ Totaal

Begroting 2021 gewijzigd

Verschil

242.000 478.500 210.300 1.585.500 1.400.200 199.400 4.115.900

381.700 324.300 193.400 1.771.500 1.218.300 199.400 4.088.600

139.700 -154.200 -16.900 186.000 -181.900 ______ 0 -27.300

469.200 92.700 3.530.900 4.092.800 8.208.700

469.200 92.700 3.652.200 4.214.100 8.302.700

0 0 121.300 121.300 94.000

De baten en lasten binnen het programma Overhead nemen beide toe met € 121.300 Baten/ Latten Lasten

-

Begrotingtonderde Onderdeel Overhead Backoffice Jeugd Backoffice Leeriingen- en Jeugdhulpvervoer Overhead Totaal Overhead Totaal Lasten Bijdrage gemeenten Baten Overhead Totaal Overhead Totaal Baten

Begroting Begroting 2021 primair 2021 gewijzigd 469.200 469.200 92.700 92.700 3.652.200 3.530.900 4.092.800 4.214.100 4.092.800 4.214.100 -4.214.100 -4.092.800 -4.092.800 ■4214.100 ■4.214.100 ■4.092.800 0 0

Verschil 0 0 121.300 121.300 121.300 -121.300 -121.300 ■121.300 0

21

Geachte leden van de gemeenteraad, U zult inmiddels al weer druk bezig zijn met de voorbereidingen op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022. Een nieuwe kandidatenlijst moet worden samengesteld, een verkiezingsprogramma geschreven, en een campagne voorbereid. Wij merken als Raad voor het Openbaar Bestuur ook dat veel gemeenteraden en hun f racties zijn begonnen met nadenken over de aankomende raadsverkiezingen maar ook de periode daarna. We krijgen weer verzoeken voor toezending van of een toelichting op een publicatie die we kort voor de vorige verkiezingen uitbrachte n: Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden. In deze bundel staan de ervaringen van tien gemeenten die er na de verkiezingen van 2014 voor kozen hun burgers actief te betrekken bij het opmaken van hun bestuurs- en of beleidsakkoord. Voor lokale partijen, grif f ier s, burgemeesters en anderen die na de raadsverkiezingen voor de opdracht staan een nieuwe coalitie te sluiten in hun gemeente, blijken deze voorbeelden te inspireren en motiveren de burger hier meer bij te betrekken. Als deze bundel inspiratie biedt voor collega raadsleden elders in het land, zal het wellicht ook u interesseren. Daarom brengen we de bundel nog eens graag onder uw aandacht. We wensen u veel succes met de voorbereidingen op de aankomende raadsverkiezingen. Met vriendelijke groet, Namens de Raad voor het Openbaar Bestuur,

Rien Fraanje Secretaris-directeur

raad voor het openbaar bestuur

NIEUWE POLITIEK, NIEUWE AKKOORDEN

NIEUWE POLITIEK, NIEUWE AKKOORDEN

raad voor het openbaar bestuur

Vormgeving: Studio Tint, Den Haag Druk: Xerox OBT © 2018 Raad voor het Openbaar Bestuur isbn/ean 978-90-5991-108-6 nur 823

Inhoud

Voorwoord

5

Inleiding Tien gemeenten Verschillende typen akkoorden Context Communicatie met de samenleving Tien tips

7 8 10 12 13 15

Tien gemeenten over hun ervaringen met akkoorden nieuwe stijl Almelo Etten-Leur Kaag en Braassem Leiden Oude IJsselstreek Utrechtse Heuvelrug Zwijndrecht Alblasserdam Deventer Cranendonck

18 19 23 27 31 35 39 43 47 51 55

Samenstelling leesgroep Lijst gesprekspartners tien gemeenten

59 60

Voorwoord

In februari 2017 bracht de Raad voor het Openbaar Bestuur het signalement Het regeerakkoord als startdocument*uit. Daarin pleit de ROB voor een regeerakkoord op hoofdlijnen dat vervolgens met de samenleving verder wordt uitgewerkt. We hebben inmiddels kunnen zien dat de Haagse politieke partijen hun regeerakkoord op hun vertrouwde wijze hebben gesloten, namelijk: achter gesloten deuren en met als resultaat een dichtgetimmerd akkoord. Jornt van Zuylen van het Actieprogramma Democratic Challenge van de VNG maakte ons erop attent dat op lokaal niveau al tal van voorbeelden bestaan van hoe het anders kan, in de geest van Het regeerakkoord als startdocument. In 2014 is immers in tal van gemeenten gekozen voor een andere aanpak waarbij actief gebruik is gemaakt van de kennis, kunde en kracht van de samenleving. De VNG vroeg daarom de ROB een bundel samen te stellen met mooie voorbeelden van gemeenten die na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 op een andere dan de gebruikelijke wijze hun akkoorden sloten. Deze bundel is tot stand gekomen in samenwerking met de VNG en Code Oranje, een beweging van burgemeesters, wethouders, raadsleden, actieve inwoners, wetenschappers en ondernemers die vergaande vernieuwing van het openbaar bestuur nastreeft.

Het doel van deze bundel is om de hoofdrolspelers bij het sluiten van akkoorden te informeren, motiveren en inspireren de samenleving actief te betrekken bij de totstandkoming van hun akkoorden na de verkiezingen van 2018. In deze bundel leest u over de ervaringen van 10 gemeenten die er na de verkiezingen van 2014 voor kozen hun burgers actief te betrekken bij het opstellen en/of uitvoeren van hun bestuurs- en of beleidsakkoorden. U leest over de lessen, dilemma’s, de valkuilen en de succesfactoren. En u krijgt tips en suggesties hoe u in uw eigen gemeente te werk kunt gaan.

*

www.raadopenbaarbestuur.nl

5

6

Deze bundel is geschreven door Yolanda Adel, adviseur bij de ROB. Haar collega’s Pieter de Jong en Bart Leurs ondersteunden haar daarbij. Wij danken de geïnterviewden voor hun enthousiaste medewerking aan deze bundel. Verder zijn wij erg blij met het nuttige commentaar van de leesgroep op eerdere versies van de tekst. Wij wensen u veel wijsheid en succes bij het formeren van uw akkoord na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018.

drs. Han Polman Voorzitter Raad voor het Openbaar Bestuur

drs. Rien Fraanje Secretaris-directeur

Inleiding

In januari 2017 bracht de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) het signalement Het regeerakkoord als startdocument uit. Daarin pleit de ROB voor een nieuw soort regeerakkoord; benoem daarin de kernvraagstukken waarvoor het land staat, geef de richting aan waarin de oplossingen zullen worden gezocht en beschrijf hoe voor de gekozen aanpak draagvlak zal worden bevorderd in de samenleving. De ROB stelt dat een regeerakkoord een startdocument moet zijn, waarin richting en gezindheid belangrijker zijn dan gedetailleerde afspraken over een reeks van onderwerpen. In de praktijk van de lokale politiek en lokale democratie blijkt deze bepleite werkwijze al te worden toegepast. Tal van gemeenten hebben er na de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 voor gekozen hun akkoord op hoofdlijnen vast te stellen en de samenleving te betrekken bij de invulling daarvan. Gemeenten vinden het namelijk steeds belangrijker het draagvlak voor hun bestuur en beleid te verbeteren en willen daartoe constructief samenwerken met hun inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen.

Democratic Challenge (een experimenteer- en leerprogramma van BZK en VNG gericht op vernieuwing van de lokale democratie) en de beweging Code Oranje (een verbond van burgemeesters, wethouders, raadsleden, actieve inwoners, wetenschappers en ondernemers die vergaande vernieuwing van het bestuur bepleit) zijn enthousiast over deze ontwikkeling op lokaal niveau. De VNG heeft de ROB gevraagd mooie voorbeelden van gemeenten, die werken op de wijze zoals in het signalement van de ROB beschreven, in kaart te brengen. De ROB doet dit in de vorm van deze bundel waarin de ervaringen van 10 gemeenten met het actief betrekken van de samenleving bij de totstandkoming van hun bestuursen beleidsakkoorden centraal staan. Deze bundel heeft een tweeledig doel. In de eerste plaats om te laten zien aan Haagse politici dat formeren en het sluiten van akkoorden ook op een andere wijze kan dan via vertrouwelijke onderhandelingen achter gesloten deuren. Als tal van gemeenten bewijzen dat het mogelijk is om er een meer open proces van te maken waar inwoners, organisaties en ondernemers bij betrokken worden, dan zou dat toch ook mogelijk moeten zijn in de Haagse realiteit van de nationale politiek.

Het tweede doel van deze bundel is om lokale partijen, griffiers, burgemeesters en anderen die na de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 voor de opdracht staan een nieuwe coalitie te sluiten in hun gemeente te inspireren en motiveren van het geëigende pad af te wijken. De verhalen in deze bundel laten zien dat het niet altijd hoeft op de manier waarop we het al zo lang gewend zijn. Er zijn alterna-

7

tieven mogelijk. Daarmee is deze bundel ook een handreiking met lessen van de geïnterviewde gemeenten, randvoorwaarden en suggesties voor concrete acties, die behulpzaam kunnen zijn voor gemeentes die overwegen de kennis, kracht en kunde van hun inwoners te gebruiken bij het maken van hun akkoorden.

8

Hieronder gaan we eerst in op de selectie van de 10 gemeenten die geïnterviewd zijn, de typen akkoorden die er blijken te zijn, de context die nodig lijkt te zijn voor het succesvol opstellen van bestuursakkoorden nieuwe stijl en de communicatie met de samenleving hierin. Daarna volgen de interviews met de gemeenten. Tien gemeenten Voor de samenstelling van de bundel Nieuwe politiek, nieuwe akkoorden hebben we in totaal 20 gemeenten nader bekeken, waarvan 14 zijn aangedragen door de VNG en Code Oranje. De selectie van de 10 gemeenten die we hebben gesproken, is niet gebaseerd op een wetenschappelijke methode maar is een pragmatische exercitie geweest op basis van criteria als geografische spreiding, samenstelling gemeenteraad (verhouding landelijk/lokaal) en gemeentegrootte (20.000 – 124.000). Dat heeft geleid tot de keuze om de volgende tien gemeenten in deze bundel uit te lichten: Gemeente + Inwonertal

Provincie

Samenstelling gemeenteraad

Soort akkoord

Almelo 72.000 inwoners

Overijssel

14 fracties, waarvan 7 uit Raadsbreed programma + landelijke en 7 uit lokale partijen; college uitvoeringsraadsprogramma opgesteld en programma vastgesteld door voltallige gemeenteraad.

Alblasserdam 20.000 inwoners

Zuid-Holland

7 fracties, afkomstig uit 6 landelijke partijen en uit 1 lokale partij; SGP, PvdA en CDA hebben coalitieakkoord opgesteld.

Cranendonck 21.000 inwoners

Noord-Brabant

5 fracties, waarvan 3 uit Raadsbreed programma landelijke en 2 uit lokale partijen; 2 lokale fracties hebben een meerderheid in de raad. Bestuursprogramma door voltallige gemeenteraad vastgesteld.

Coalitieakkoord dat raadsbreed tot stand is gekomen + samenlevingsagenda

Gemeente + Inwonertal

Provincie

Samenstelling gemeenteraad

Soort akkoord

Deventer 99.000 inwoners

Overijssel

11 fracties, waarvan 6 uit Bestuursakkoord landelijke en 5 uit lokale partijen; vastgesteld door de Bestuursakkoord is opgemaakt coalitie door PvdA, CDA, D66 en Gemeentebelang.

Etten-Leur 43.000 inwoners

Noord-Brabant

8 fracties, waarvan 4 uit Raadsbreed programma landelijke en 4 uit lokale partijen. en raadsbreed beleidsNaast het raadsprogramma kader + collegewerkplan is er een collegewerkplan.

Kaag en Braassem 25.000 inwoners

Zuid-Holland

6 fracties, waarvan 3 uit Raadsbreed akkoord landelijke en 3 uit lokale partijen; 3 lokale fracties hebben een meerderheid in de raad Raadsbreed akkoord van alle 6 partijen.

Leiden 124.000 inwoners

Zuid-Holland

9 fracties, afkomstig uit 8 landelijke partijen en 1 lokale partij. Bestuursakkoord gesloten door alle partijen. Daarnaast een raadsbreed voorbereid beleidsakkoord gesloten door coalitiepartners D66, SP, VVD en PvdA.

Raadsbreed bestuursakkoord + raadsbreed collegeakkoord

Oude IJsselstreek 39.500 inwoners

Gelderland

1 zelfstandig raadslid en 6 fracties, afkomstig uit 5 landelijke partijen en 1 lokale partij; lokale fractie heeft grootste aantal zetels. Procesakkoord is ondertekend door alle partijen.

Raadsbreed procesakkoord + collegewerkakkoord + raadswerkplan

Utrechtse Heuvelrug 50.000 inwoners

Utrecht

8 fracties, afkomstig uit 7 landelijke partijen en 1 lokale partij. Raadsprogramma door alle 8 partijen vastgesteld.

Raadsbreed programma

Zwijndrecht 44.000 inwoners

Zuid-Holland

8 fracties, waarvan 6 uit landelijke en 2 uit lokale partijen; raadsakkoord is door een meerderheid van de raad vastgesteld, maar raadsbreed tot stand gekomen.

Raadsbreed programma + college uitvoeringsprogramma + PALT-afspraken (Prestatie Afspraken Lange Termijn)

Verschillende typen akkoorden Bestuurs- en beleidsakkoorden blijken in verschillende vormen voor te komen, waarbij 3 hoofdvormen te onderscheiden zijn: • raadsbrede akkoorden; • coalitieakkoorden en • samenlevingsakkoorden. 10 Een raadsbreed akkoord is een akkoord, waaraan alle fracties hebben meegewerkt en dat door alle fracties is vastgesteld. Gemeenten met een dergelijk akkoord zijn: •

Almelo met een raadsprogramma dat is opgesteld en vastgesteld door alle fracties en dat door het college verder is uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.

•

Etten-Leur met 2 richtinggevende documenten die raadsbreed zijn opgesteld en vastgesteld: het raadsprogramma en het beleidskader. In het eerste bepaalt de raad welke maatschappelijke effecten bereikt moeten worden, hoe de effecten hiervan gemeten moeten worden en wat de kosten mogen zijn voor het bereiken van deze effecten. In het tweede document heeft de raad uitgewerkt hoe het wensbeeld dat in 2012 is vastgesteld in de toekomstvisie 2020 Etten-Leur doet het gewoon binnen de raadsperiode gerealiseerd gaat worden. Het collegewerkprogramma waarin het raadsprogramma en het beleidskader verder zijn geconcretiseerd, wil Etten-Leur in de toekomst uitbouwen naar een samenlevingsagenda.

•

Kaag en Braassem met een raadsbreed akkoord, waar bij de totstandkoming van het akkoord de verbinding werd gezocht op de overeenkomsten die bleken uit de verkiezingsprogramma’s. Over de enkele politiek gevoelige onderwerpen waar een geen eenduidige koers over kon worden bepaald, is afgesproken dat daarover in wisselende meerderheden zou worden beslist. De fracties konden dus vaststellen dat zij zich aan de beloftes in hun verkiezingsprogramma’s hebben gehouden. In het raadsakkoord is de wat-vraag geformuleerd. Voor de uitvoering van dit raadsakkoord gaat de gemeenteraad in gesprek met inwoners, maatschappelijke organisaties, dorps- en wijkraden, bedrijven, verenigingen en andere groepen in de samenleving.

•

Leiden waar zowel het bestuursakkoord als het collegeakkoord is vastgesteld door alle fracties. Het Leidse bestuursakkoord bevatte een set van afspraken hoe met elkaar om te gaan en in het collegeakkoord waren naast harde afspraken ook onderwerpen aangewezen die nader uitgewerkt moesten worden door het nieuwe college.

•

Oude IJsselstreek waar een puur procesakkoord door de griffier is gemaakt in opdracht van de lijsttrekkers. Op basis van een eerder verschenen rapport Naar een nieuwe gemeente Oude IJsselstreek, maatschappelijke bouwstenen voor een nieuwe gemeente en op basis van de verkiezingsprogramma’s werd het procesakkoord opgesteld. Dit akkoord bevatte uitgangspunten voor een aantal

specifieke maatschappelijke thema’s en een gereedschapskist om deze met de samenleving te bespreken en aan te pakken. Ter aanvulling op het procesakkoord kwamen er een werkakkoord van het college en een raadswerkplan ter verdere concretisering van het procesakkoord. In het raadswerkplan is onder andere afgesproken hoe de overgang van transitie naar transformatie in het Sociaal Domein gerealiseerd kon worden en met wie. Het procesakkoord is een jaar lang in uitvoering geweest en werd als gevolg van een bestuurscrisis medio 2015 stopgezet. •

Utrechtse Heuvelrug met een raadsprogramma waar alle fracties aan hebben meegewerkt en waar 3 van de 4 wethouders bij betrokken zijn geweest. Het raadsprogramma is leidraad geweest voor het college. De uiteindelijke tekst van het raadsprogramma is met de inwoners besproken.

•

Zwijndrecht waar het raadsbreed programma volledig in de openbaarheid tot stand is gebracht en door een grote meerderheid van de raad is vastgesteld, met de opdracht aan het college een uitvoeringsprogramma op te stellen en de inwoners daarbij te betrekken.

De tweede vorm is het van oudsher veel voorkomende coalitieakkoord. Dit is meestal het product van de raadsfracties die in de meerderheid zijn, maar die wel op een verschillende manier tot stand kan komen. •

Alblasserdam spreekt van een coalitieakkoord, wat de indruk wekt dat de inhoud door de coalitie is bepaald; echter in de praktijk is bij de totstandkoming van dit akkoord aan alle fracties gevraagd welke zaken/thema’s zij hierin terug zouden willen zien. Daarnaast heeft Alblasserdam een maatschappelijk gesprek georganiseerd, waarbij per beleidsterrein met de belangrijkste actoren is geïnventariseerd wat deze actoren in het akkoord verwachten te zien. Het resultaat hiervan was de zgn. samenlevingsagenda, waarin beide partijen (maatschappelijke gesprekspartners en de gemeente) een gedeelde verantwoordelijkheid hebben.

•

Deventer waar de coalitie van Gemeentebelang, PvdA, D66 en CDA het bestuursakkoord op hoofdlijnen hebben gesloten. De uitvoering van dit bestuursakkoord gaat via de begroting en niet via een apart college-werkprogramma.

Het samenlevingsakkoord komt tot stand met de inbreng van de samenleving in al haar geledingen. Dit laatste akkoord kan ook worden onderscheiden naar een akkoord waar de voltallige raad of een akkoord waar alleen de coalitie aan meedoet. •

Cranendonck had conform een van de 3 pijlers van de nieuwe bestuursaanpak een raadsbreed programma met input van de samenleving tot stand willen brengen, maar dat is door tijdgebrek niet gelukt. Dus zijn de inwoners bij de uitvoering van het raadsprogramma actief betrokken. In de toekomst wil de raad de budgetten voor burgerinitiatieven uitbreiden naar burgerbudgetten, omdat dat beter past bij een verdere ontwikkeling van de burgerparticipatie.

11

In al deze akkoorden kan de focus gericht zijn op het proces of de inhoud of een combinatie van proces en inhoud. Over de thema’s waar partijen geen overeenstemming over kunnen bereiken, worden er in het algemeen procesafspraken gemaakt. Afspraken op inhoud doen zich voor bij thema’s die niet controversieel zijn.

12

Uit de gesprekken die in deze bundel zijn weergegeven, is af te leiden binnen welke context oftewel samenstel van voorwaarden de totstandkoming van bestuursakkoorden nieuwe stijl succesvol kan zijn. Bovendien zijn uit de interviews vele tips te destilleren, waaruit een top tien is samengesteld. Context Het proces om te komen tot bestuursakkoorden nieuwe stijl hangt af van de instelling, positie en samenwerking van de bestuurders (raad en college) en van de relatie tussen het bestuur en de ambtelijke organisatie. Tevens is de relatie tussen de gemeente en de samenleving van doorslaggevende betekenis. Bestuurders (raad en college) moeten de noodzaak zien van en voelen voor het actief betrekken van de samenleving bij de totstandkoming van bestuursakkoorden.

De noodzaak kan worden ingegeven door: • bestuursproblemen, weinig of geen vertrouwen van de samenleving in het bestuur, onvoldoende afstemming tussen bestuur en ambtelijke organisatie (Leiden, Alblasserdam, Utrechtse Heuvelrug); • de introductie van het dualisme (Etten-Leur); • versterken burgerparticipatie en ideeën over nieuwe politiek (Almelo, Cranendonck); • de roep van de samenleving om meer openheid en duidelijkheid (Zwijndrecht); • ad hoc besturen, de zoektocht naar een optimale bestuursschaal en bestuursstijl en een op handen zijnde fusie (Oude IJsselstreek); • wantrouwen tegen zittend bestuur en de organisatie (Deventer); • de decentralisaties in het sociale domein (Kaag en Braassem). (Kandidaat-)wethouders en/of lijsttrekkers betrekken bij de totstandkoming van het bestuursakkoord kan bijdragen aan een constructieve relatie tussen de raad en het college. Na het sluiten van het akkoord pakken raad en college ieder hun wettelijke bevoegdheden/rollen weer op, maar dan op basis van een agenda waar ook de partners uit de samenleving op ieder terrein verantwoordelijkheid in dragen.

Een flexibel ingestelde, goed samenwerkende driehoek van burgemeester, griffier en gemeentesecretaris die oog heeft voor de kennis, kracht en kunde van de samenleving en voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen raad en college kan helpen de continuïteit van bestuursakkoorden nieuwe stijl te waarborgen. De ambtelijke organisatie moet net als het bestuur meegaan met de ontwikkeling van de nieuwe bestuursstijl. Alle gemeenten hebben speciale trainingen en workshops voor hun ambtenaren georganiseerd om niet meer alleen vanachter hun bureau nota’s te schrijven, maar vooral de samenwerking met de samenleving op te

zoeken. Op deze manier komt het beleid gezamenlijk tot stand waardoor de kennis en energie van de samenleving en de ambtenaar optimaal worden benut. Discussies en meningsverschillen kunnen al in een vroeg stadium aan het licht komen en opgelost worden. Ook tussen het bestuur en de ambtelijke organisatie is een open en transparante relatie nodig voor constructief beleid. Het actief betrekken van de samenleving kan de gemeente extra geld, tijd en capaciteit kosten, maar komt tegelijkertijd de kwaliteit van en het draagvlak voor besluitvormingsprocessen en de genomen besluiten ten goede. Betrokken inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen voelen zich medeverantwoordelijk en mede-eigenaar voor het eindresultaat. Op langere termijn is de nieuwe aanpak wellicht zelfs voordeliger. Communicatie met de samenleving Gemeenten beseffen de toegevoegde waarde die de samenleving heeft voor het beleid. Zij vinden het dan ook zeker de moeite waard te investeren in de communicatie met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en ze serieus te nemen. Dat betekent onder meer: de burger/inwoner vooraf in de agenderings- of ontwerpfase te betrekken, hen vertellen wat met de input is gedaan en waarom en duidelijk zijn waarover zij wel of niet mogen meepraten.

Alle gemeenten besteden in hun raadsprogramma apart aandacht aan het betrekken van de samenleving bij de totstandkoming en de uitvoering van beleid en maken daartoe in min of meerder mate gebruik van social media en internet. Veel gemeenten wijzen op het belang om naar de inwoners toe te gaan en de onderwerpen te bespreken waar zij door geraakt worden (over hun straat, buurt of school) en hierbij duidelijk maken dat bij strijd tussen voor- en tegenstanders de gemeenteraad de knoop doorhakt. Cranendonck heeft bijvoorbeeld bij de komst van een AZC naar Budel met burgerpanels en een aselect gekozen aantal burgers geprobeerd het draagvlak voor dit AZC te peilen. De raad heeft ten aanzien van dit onderwerp uiteindelijk een getrapt besluit genomen: het eerste besluit (opening van het AZC voor één jaar) zonder raadpleging van de bevolking vanwege de urgentie van de asielinstroom in 2015; het tweede besluit voor het langer openhouden van het AZC na raadpleging van de bevolking. Om de samenleving actief of actiever te betrekken bij de voorbereiding en de uitvoering van het gemeentelijk beleid zetten de gemeenten verschillende instrumenten in. Bijvoorbeeld het aanstellen van wijkmanagers die de inwoners actief opzoeken, het organiseren van bewonersavonden, trainingen aan burgers over het raadswerk, presentaties op scholen over het raadswerk.

13

Etten-Leur organiseert 2x per jaar bijsturingsmomenten met de vijf O’s (Onze inwoners, Ondernemers, Onderwijs, maatschappelijke Organisaties en andere Overheden) om te horen of de gemeente nog goed op koers ligt, wat de vijf O’s van de samenwerking vinden en om de toekomst te bespreken. Daarnaast zijn wijkmanagers aangesteld die de inwoners actief opzoeken door onder andere het organiseren van bewonersavonden. 14 Het betrekken van de samenleving bij de totstandkoming van de akkoorden, vindt op verschillende momenten plaats: bij de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van het beleid. In Alblasserdam bijvoorbeeld is halverwege het opstellen van het coalitieakkoord een maatschappelijk gesprek georganiseerd. De gemeente EttenLeur heeft het concept-raadsakkoord eerst voorgelegd aan de samenleving alvorens dit vast te stellen. Leiden heeft voorafgaand aan het formatie- en akkoordenproces de samenleving gesproken, terwijl in Zwijndrecht de samenleving pas bij de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma betrokken is geweest.

Tien Tips 1

Begin zo vroeg mogelijk voor de raadsverkiezingen met de voorbereidingen van het bestuursakkoord. Dat scheelt tijd in het tot stand brengen van bestuursakkoorden nieuwe stijl. In Almelo bijvoorbeeld was het proces om te komen tot een raadsbreed akkoord een initiatief van de zittende raad in 2013. Voor de verkiezingen van 2018 is de griffier, in opdracht van de zittende raad, al meteen nadat de verkiezingsprogramma’s bekend waren, begonnen met het leggen van verbindingen tussen deze programma’s en daarmee met het benoemen van overeenkomsten en verschillen.

2

Benader niet alleen de usual suspects, maar ook de moeilijk bereikbare groepen en niet georganiseerde bewoners. Alblasserdam heeft t.b.v. het jeugdbeleid geprobeerd jongeren die het bestuur op straat tegenkomt, uit te nodigen voor een bijeenkomst in een café. Dankzij veel inspanning van de jongerenwerkers is het gelukt. Een ander voorbeeld van Alblasserdam is de inspiratie-agenda waarvoor de burgemeester iedere inwoner heeft uitgenodigd goede ideeën hiervoor aan te dragen. Deze input wordt aangeboden aan politieke partijen om in hun programma’s te verwerken. Op deze manier worden inwoners betrokken bij de agendering. Cranendonck doet mee aan het zgn Citizen Lab, een digitaal platform ván en vóór burgers, dat vergelijkbaar is met de inspiratieagenda van Alblasserdam.

3

Betrek de driehoek burgemeester, griffier, gemeentesecretaris intensief bij het akkoordenproces. Vóór de verkiezingen heeft de raad in Almelo alle personen op de kieslijst uitgenodigd om te vragen of ze mee zouden willen werken aan een raadsprogramma. Meteen na de samenstelling van de raad in 2014, zijn samen met de burgemeester 4 bijeenkomsten georganiseerd over de thema’s die in het akkoord moesten komen. In de laatste bijeenkomst is het raadsprogramma in een raadsvergadering geamendeerd vastgesteld. Externe notulisten hebben de verslagen gemaakt en het akkoord is door de griffier met ambtelijke ondersteuning opgesteld. Het proces was openbaar en de griffier had een belangrijke rol in het gehele proces, van initiatief, tot en met vaststelling, uitvoering en monitoring. Na vaststelling van het raadsprogramma kwam de gemeentesecretaris in beeld voor het proces t.a.v. het uitvoeringsprogramma.

15

4

Wees duidelijk over de competenties en rollen van de informateur en andere betrokkenen, zoals de burgemeester, de griffier en bestuursondersteuners. In Utrechtse Heuvelrug is de burgemeester duidelijk over zijn rol tijdens de raadsvergaderingen; hij is dan in functie bij de raad en niet bij het college.

16 5

Creëer een ontspannen, open en constructieve sfeer tijdens de onderhandelingen. In Leiden is besloten de gesprekken niet op het gemeentehuis te voeren, maar op een externe locatie die los staat van de politieke cultuur en setting. Er is gezorgd voor een goede ondersteuning voor onder andere de logistiek, catering en verslaglegging. Er werd geen onderscheid gemaakt naar omvang van de fracties en de fracties werden al met elkaar verbonden bij de uitwerking van de thema’s die in het akkoord moeten komen. Belangrijk hierbij was om zoveel mogelijk van de standpunten van minderheden mee te nemen in het akkoord en in meerderheidsbesluiten. Vooraf zijn de spelregels met elkaar afgesproken, spelregels die niet politiek maar professioneel ingegeven moeten zijn. Al deze stappen zijn belangrijk voor de samenwerking en het draagvlak niet alleen tijdens de onderhandelingen, maar ook daarna, bij de uitvoering van de akkoorden.

6

Zorg voor een sterke proces- en gespreksleider, die goed kan luisteren, partijen kan verbinden zowel op relatie als op inhoud en die zich niet laat leiden door politieke voorkeuren. De ervaring van Zwijndrecht en andere gemeenten is dat de totstandkoming van een raadsbreed akkoord gebaat is bij een goede procesbegeleider, sturing en een basistekst.

7

Het proces moet niet te lang duren, beperk daarom het raadsprogramma tot de hoofdlijnen. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat het raadsprogramma op een te hoog abstractieniveau zit, waardoor in het uitvoeringsprogramma van het college een andere uitleg of uitwerking komt dan de raad voor ogen had. Door de (kandidaat-)wethouders al vanaf het begin bij de totstandkoming van het raadsprogramma te betrekken kan dit probleem worden voorkomen. Het college kan met de kennis opgedaan tijdens de totstandkoming van het raadsprogramma een goede verbinding maken tussen dit programma en het uitvoeringsprogramma.

In Kaag en Braassem heeft blijkbaar het hoge abstractieniveau er uiteindelijk toe geleid dat het gezamenlijk beleid verschoof naar het denken in termen van oppositie versus coalitie. Er ontstond in de raad verschil van mening over wie verantwoordelijk is voor de hoe-vraag.

8

Neem het raadsprogramma op in de meerjarenbegroting en in de Planning & Control-cyclus. Er wordt hierdoor een duidelijke verbinding gemaakt tussen de in het programma geformuleerde maatschappelijke effecten en het beschikbare geld. In Etten-Leur is in 2013 deze cyclus vereenvoudigd, zodat deze toegankelijker werd voor de raad en de vijf O’s (Onze inwoners, Ondernemers, Onderwijs, maatschappelijke Organisaties en andere Overheden). Etten-Leur heeft zijn raadsprogramma op dezelfde wijze opgebouwd als de gemeentelijke begroting, waardoor de relatie met het geld duidelijker kan worden gelegd.

9

Zorg dat er altijd een raadsbesluit wordt genomen over het akkoord dat wordt afgesloten. In Oude IJsselstreek is het akkoord weliswaar in een raadsvergadering ondertekend door de fractievoorzitters, maar er is geen formeel raadsbesluit over genomen. Het ontbreken van dit raadsbesluit maakte het mogelijk het procesakkoord stop te zetten.

10 Het is belangrijk dat alle partijen de noodzaak voor een bestuursakkoord nieuwe stijl inzien en voelen. In Leiden is de raad het proces bewust ingegaan met fracties/personen die dezelfde bestuurscultuur (van rust, continuïteit, open houding, besluitkracht, bereidheid tot samenwerken) dragen. De bestuurskracht en de professionaliteit van de organisatie werden ook vergroot door de politieke cultuur waarin de gemeenteraad en het college elkaar iets gunnen.

17

Tien gemeenten over hun ervaringen met akkoorden nieuwe stijl

Almelo ‘Een raadsbreed programma verbindt raadsleden met elkaar én met de samenleving’ Almelo is een gemeente met ruim 72.000 inwoners en omvat naast de stad Almelo ook de kleine kernen Aadorp en Bornerbroek. De gemeente maakt tevens deel uit van de regio Twente. Het aantal leden in de gemeenteraad bedraagt 35 verdeeld over 14 fracties, waarvan 7 uit lokale en 7 uit landelijke partijen. Het college heeft op dit moment 3 wethouders afkomstig van een politieke partij (CDA als grootste, SP en CU) en 1 partijloze wethouder. In 2013 opperde de gemeenteraad van Almelo het idee om direct na de verkiezingen van 2014 te gaan werken aan een raadsbreed gedragen programma. De nieuwe raad pakte dit op en organiseerde bijeenkomsten en debatten, voorgezeten door de burgemeester en gefaciliteerd door de griffier, over thema’s die in een raadsprogramma zouden moeten komen. Uiteindelijk is een raadsprogramma vastgesteld. Op basis daarvan hebben de coalitiepartijen een uitvoeringsprogramma opgesteld. Bert Hümmels (l), fractievoorzitter van Leefbaar Almelo, Corrie Steenbergen (m), raadsgriffier, en Dörte Jürgensen (r), strategisch raadsadviseur, vertellen over hun ervaringen in Almelo met het tot stand komen van een raadsprogramma voor de periode 2014 – 2018 en over hun lessen en ideeën voor de periode 2018 – 2022.

Aanleiding en aanpak Bert Hümmels was voorstander van een raadsprogramma en heeft in 2013 samen met een ander raadslid, die inmiddels wethouder is, én op voorhand geen voorstander van een raadsprogramma was, een workshop voor de gemeenteraad georganiseerd over de plussen en minnen van een raadsprogramma. Tijdens deze workshop bleek de animo voor deze ontwikkeling groter dan verwacht. Hümmels: ‘Ondanks het feit dat meteen na de verkiezingen van 2014 er toch een politieke partij was die als vanouds de touwtjes in handen wilde nemen, is er een raadsprogramma gekomen met overeenkomsten en verkenningspunten. Nadat dit

19

raadsprogramma is vastgesteld met een raadsbesluit heeft het college een uitvoeringsprogramma getiteld Voortvarend te werk gemaakt.’

20

Steenbergen licht toe: ‘Het proces om te komen tot een raadsprogramma was een initiatief van de zittende raad in 2013. De raad heeft vóór de verkiezingen alle personen op de kieslijst uitgenodigd (potentiële raadsleden) om te vragen of ze mee zouden willen werken aan een raadsprogramma. Meteen na de samenstelling van de raad in 2014, zijn 4 bijeenkomsten georganiseerd. Deze bijeenkomsten vonden plaats op 4 opeenvolgende dinsdagavonden en werden voorgezeten door de burgemeester. Tijdens de eerste bijeenkomst mocht iedere fractie benoemen en onderbouwen welke 5 thema’s uit hun verkiezingsprogramma zij in het raadsprogramma zouden willen opnemen. In de vorm van debatten is daarover gesproken. Dat werkte verbindend en zorgde ervoor dat raadsleden elkaar leerden kennen op de inhoud. In de 4e en laatste bijeenkomst is het raadsprogramma in een raadsvergadering geamendeerd vastgesteld. Externe notulisten hebben de verslagen gemaakt en het raadsprogramma is door de griffier met ambtelijke ondersteuning opgesteld.” Het raadsprogramma sluit aan bij de beleving en begrippen die de raadsleden hanteren voor de vraagstelling uit de samenleving, zoals in verkiezingsprogramma’s verwoord. Het proces was openbaar en de griffier had een belangrijke rol in het gehele proces, van initiatief, tot en met vaststelling, uitvoering en monitoring.

Na vaststelling van het raadsprogramma kwam de gemeentesecretaris in beeld voor het proces dat zou uitmonden in het uitvoeringsprogramma van het college. Het uitvoeringsprogramma Voortvarend te werk is in 2014 gemaakt door de fracties van CDA, D66, PvdA en SP, een coalitie met de kleinst mogelijke meerderheid (18 zetels). Betrekken samenleving Steenbergen: ‘Een mooi neveneffect van het werken aan en met een raadsprogramma is dat dit heel goed past bij het werk van een raadslid; door de verbindende werking van het samenspel kon de raad in de nieuwe samenstelling meteen aan de slag en in debat over inhoudelijke zaken en over wat de raad verbindt met de Almelose samenleving. Een goede voorbereiding is gericht op de rol van de raad voor de samenleving en is bepalend voor de behandeling van onderwerpen door de raad.’ Om de samenleving te betrekken bij de uitvoering van het raads- en uitvoeringsprogramma beschikt het gemeentebestuur over meerdere mogelijkheden. Burgers kunnen onder andere politieke beraden (voorportaal van raadsvergaderingen) en/of raadsvergaderingen bijwonen en deze volgen via digitale stukken en web-uitzendingen. Burgers kunnen ook een politiek beraad aanvragen. Inwoners worden nadrukkelijk en gericht uitgenodigd (bijvoorbeeld via FaceBook) om mee te denken en praten.

De raadsleden bezoeken scholen (ook basisscholen), debatwedstrijden, democratiespelen en geven gastlessen op scholen. Naast het organiseren van meerdere stadsbezoeken per jaar kent Almelo sinds 2017 ook een Jongerenraad.

Stadhuis Almelo

‘

Raadsprogramma als bindmiddel Na de verkiezingscampagne waarin de verschillen tussen de politieke partijen en lijsten voorop staan om de kiezersgunst te veroveren, biedt het samenwerken aan het Raadsprogramma in de raad de zojuist gekozen raadsleden de gelegenheid om met elkaar in debat te gaan op wat je verbindt met de stad of gemeente. Met de vijf belangrijkste punten uit jouw verkiezingsprogramma voer je met collega’s het debat om elkaar te vinden en overtuigen op de inhoudelijke thema’s die ertoe doen voor de samenleving, zo concreet mogelijk te formuleren en vast te leggen in het Raadsprogramma voor de komende 4 jaar. Zo leer je elkaar kennen op de inhoud waarvoor je in de raad bent gegaan en ontstaat het Raadsprogramma als verkiezingsprogramma extract. [Corrie Steenbergen]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10371923/1