CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

DCMR Jaarverslag en Jaarrekening 2020 ter informatie

Gemeenteraad 20 mei 2021, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2022 DCMR Milieudienst Rijnmond34.131 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Vennootschapsbelasting (VPB) DCMR heeft van al haar activiteiten beoordeeld of er sprake is van een belaste activiteit conform de VPB. Daarnaast zijn alle activiteiten voor de VPB geclusterd in 19 clusters, waar deze een samenhang met elkaar hebben. Voor 2016 tot en met 2019 heeft DCMR aangifte gedaan. Hieruit is naar voren gekomen dat uiteindelijk geen VPB verschuldigd is. De VPB aangifte over het boekjaar 2020 zal in de loop van 2021 worden opgesteld. Aangezien er geen grote wijzigingen in eventueel belaste activiteiten van de DCMR hebben plaatsgevonden, is de verwachting dat de aangifte 2020 wederom nihil zal zijn.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

42 / 88

7.5

Onderhoud kapitaalgoederen

Kapitaalgoederen zijn duurzame productiemiddelen die DCMR nodig heeft om de diensten en goederen te produceren die zij aan participanten en niet-participanten levert. Deze paragraaf moet op grond van het BBV tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen bevatten. DCMR heeft in 2020 geen kapitaalgoederen in de hiervoor genoemde categorieën. 7.6

Financiering

De financieringsparagraaf vloeit voort uit de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO). Voor DCMR is deze regelgeving vertaald in het door het Algemeen Bestuur vastgestelde treasurystatuut. Deze financieringsparagraaf is in samenhang met het treasurystatuut een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee sturen, beheersen en controleren van de treasuryfunctie van DCMR. De treasuryfunctie omvat het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Aandachtspunten vanuit de treasury zijn: - Facturering van de bijdragen van de participanten vindt vier keer per jaar plaats; de bijdragen van de participanten moeten uiterlijk halverwege het lopende kwartaal zijn ontvangen. - DCMR leent geen gelden uit aan derden. - DCMR maakt binnen de regelgeving voor decentrale overheden alleen gebruik van goed bekendstaande banken. - Voor de financiering van tekorten op de rekening-courant wordt gebruik gemaakt van kasgeldleningen via goed bekendstaande banken. In onderlinge samenhang worden het treasurystatuut, de financiële verordening en de controle verordening jaarlijks beoordeeld op hun actualiteit en indien nodig opnieuw vastgesteld door het Algemeen Bestuur.

De laatste vaststelling vond plaats in het Algemeen Bestuur van 6 december 2017. De wet FIDO geeft aan dat het maximale kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal (primair) mag zijn. Voor 2020 betekent dit een bedrag van k€5.805. DCMR voldoet het volledige jaar 2020 hieraan. 7.7

Bedrijfsvoering

Het jaar 2020 stond voor DCMR, net als voor de rest van Nederland, in het teken van corona. Tegelijk is er hard doorgewerkt aan de organisatieontwikkeling van DCMR, het verder brengen van de datagedreven organisatie, waaronder een aantal grote ICT-projecten. Procesoptimalisatie door middel van LEAN-trajecten is nu permanent in de organisatie ingebed. Corona Bij aanvang van de pandemie moest de bedrijfsvoering snel en flexibel aangepast worden aan de veranderende omstandigheden. Binnen de kortste keren was de organisatie omgeschakeld van een vol kantoor naar volledig thuiswerken. Daarna is veel gedaan om het thuiswerken optimaal te faciliteren; op automatiseringsgebied, met Arbofaciliteiten en door het aanpassen van de provinciale regelingen rondom de thuiswerkplek. Ook leverancierscontracten moesten snel worden aangepast. Tevreden kunnen we stellen dat de kritische processen niet belemmerd zijn geweest en dat het werk, zij het in aangepaste vorm, door kon gaan. Ter voorbereiding op de terugkeer is het kantoor aangepast aan de coronamaatregelen, hoewel thuiswerken tot op heden de norm is. Omdat de pandemie veel impact heeft op de medewerkers is er aanvullend HR-beleid ontwikkeld en gefaciliteerd op thema’s als vitaliteit en belastbaarheid van de medewerkers. Het management is begeleid bij het leidinggeven op afstand. De pandemie bood ook kansen.

Zo zijn enkele projecten die al op de plank lagen, versneld doorgevoerd. Er was extra inzet mogelijk op het op orde brengen van de datakwaliteit. En de situatie bood de mogelijkheid om te verkennen hoe ons toekomstige werk- en huisvestingsconcept er uit moet komen te zien, met thuiswerken als blijvend bestanddeel en minder vervoersbewegingen. Het gebouw zal op een veilige en duurzame manier ingezet worden als ontmoetings- en samenwerkruimte voor de medewerkers van DCMR en de participanten.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

43 / 88

Door de coronamaatregelen zijn diverse werkprocessen vanzelfsprekend ingrijpend aangepast. Dat geldt vooral op het gebied van fysiek toezicht. Onderzoek naar incidenten (door het milieupiket) en het toezicht op de meest risicovolle activiteiten is – rekening houdend met de geldende maatregelen – blijvend uitgevoerd. Daarnaast is het toezicht op de bedrijven uitgevoerd via videotoezicht op veiligheidsvoorzieningen, drones, administratieve controles, zelfchecklists en beoordeling van rapportages. Financieel gezien heeft corona geen negatief effect op de exploitatie van DCMR in 2020. Enerzijds is ca. k€400 aan meerkosten gemaakt voor de omschakeling naar het thuiswerken en de benodigde aanpassingen aan het kantoorpand. Anderzijds is ca. k€900 aan minderkosten gemaakt o.a. voor reiskosten woon-werkverkeer, catering, allerlei vormen van interne representatie, schoonmaak, afvalverwerking, bedrijfskleding en externe vergaderlocaties. Bij de tweede begrotingswijziging 2020 is hierop al (deels) geanticipeerd en hebben verschuivingen binnen de begroting plaatsgevonden. Ten opzichte van de tweede begrotingswijziging verklaart corona naar schatting ca. k€300 van het operationeel resultaat 2020. Organisatieontwikkeling en personeelsbeleid Het jaar 2020 heeft in het kader gestaan van de doorontwikkeling van DCMR.

Het doel van de doorontwikkeling is de organisatie klaar te maken voor de toekomst. Om daar richting aan te geven is een zestal thema’s (zogenaamde bouwstenen) vastgesteld waar de komende jaren aan gewerkt zal worden. Deze bouwstenen zijn: proactief en wendbaar, persoonlijke ontwikkeling, de datagedreven organisatie, opgavegericht samenwerken, kwaliteit, en structuur en sturing. In het afgelopen jaar is intensief ingezet op de bouwsteen structuur en sturing. Zo hebben we gezamenlijk met medewerkers en Ondernemingsraad een nieuwe, bij onze ambities passende organisatie-inrichting bereikt. Per 1 januari 2021 hebben we een ‘slanker’ lijnmanagement en werken we in units en teams, respectievelijk aangestuurd door unit- en teammanagers. De HR-verantwoordelijkheid is verschoven naar de onderste managementlaag, zodat er meer aandacht is voor medewerkers. Daarnaast is in 2020 de basis gelegd om met behulp van programmamanagement te gaan werken aan afdelingsoverstijgende opgaven. Hiermee is de basis gelegd voor een wendbare organisatie die flexibel kan inspelen op de snel veranderende behoeften van participanten, bedrijven, inwoners en medewerkers. In 2020 is er een traject van strategische personeelsplanning (SPP) uitgevoerd. Er zijn opleidingen aangeboden in het kader van professionalisering, vakmanschap en ter voorbereiding op de omgevingswet.

Er is een start gemaakt met een leiderschapstraject dat aansluit op de doorontwikkeling van DCMR. Gedurende het jaar is vrijwel volledig overgestapt op e-learning en digitale sessies. De employer branding is opnieuw vormgegeven, met de nadruk op het zijn van een inclusieve organisatie. Dit zal in 2021 verder in onze arbeidsmarktcampagnes duidelijk naar voren worden gebracht. DCMR heeft een partnerschap met de stichting Werken en Studeren op maat (SWOM). Dit is een Social Enterprise die zich inzet voor een unieke doelgroep: hoogopgeleide jongeren met een arbeidsbeperking. DCMR begeleidt samen met SWOM deze Young Professionals naar een baan, traineeship of stage. Twee medewerkers zijn op deze wijze afgelopen jaar in dienst getreden bij DCMR. Het ziekteverzuimpercentage (inclusief langdurig zieken, maar exclusief zwangerschappen) is iets gedaald naar 4,25%, dit is onder de norm van 4,5%. In 2020 zijn 50 medewerkers bij DCMR in dienst getreden en 35 medewerkers uitgestroomd. Communicatie Een goede verbinding met de omgeving is essentieel voor het werk van DCMR Milieudienst Rijnmond. Communicatie draagt daaraan bij. In 2020 is – vooral achter de schermen – hard gewerkt aan de ontwikkeling van een nieuwe website, die naar verwachting in april 2021 live gaat.

Daarnaast is een nieuw online magazine ontwikkeld – DCMR Connect – gericht op participanten, collega OD’s, ketenpartners, bedrijven en bewonersgroepen waar DCMR regelmatig mee samenwerkt. De eerste editie van DCMR Connect verscheen eind januari 2021. Tot slot is veel aandacht uitgegaan naar de interne communicatie over corona.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

44 / 88

Financiën en planning en control De start van 2020 ging gepaard met de omschakeling naar het nieuwe financiële systeem SAP by Design. SAP is gekoppeld aan onder andere de HR-applicatie en het datawarehouse. De implementatie van de verschillende functionaliteiten van SAP heeft tot ver in 2020 geduurd en loopt nog steeds. Door verder in te zetten op de mogelijkheden die de applicatie biedt, kunnen meer processen geautomatiseerd gaan verlopen, waardoor de focus van de financiële administratie gericht kan worden op de uitzonderingen. Hierdoor ontstaat meer ruimte om de financiële managementinformatie te verbeteren voor de organisatie en de opdrachtgevers. In 2020 is veel aandacht besteed aan de werking van de vernieuwde financiële processen en bijbehorende interne controlemaatregelen. Zo wordt er voor elke inkoop boven de duizend euro een inkoopverplichting vastgelegd en leggen we prestatieverklaringen vast als bewijs van ontvangst van levering. Op deze manier houden we goed zicht op de openstaande inkoopverplichtingen wat helpt de financiën beter te beheersen en onrechtmatige inkopen te voorkomen. In de eerste helft van 2020 is onderzocht hoe de rechtmatigheidsverantwoording van DCMR te versterken.

Dit is ter voorbereiding op de wijzigende regelgeving rondom de rechtmatigheidsverklaring die per 2021 door het dagelijks bestuur moet worden afgegeven, in plaats van door de accountant. Er is gekozen voor het inrichten van een Verbijzonderde Interne Controlefunctie, die in december ook is geworven. De VIC-functionaris is gestart met het inrichten van de processen en randvoorwaarden om tot een onderbouwde rechtmatigheidsverklaring te komen. Duurzaam Inkopen Uit de interne inkoopscan op het werken conform de Europese wet- en regelgeving over rechtmatigheid is gebleken dat DCMR in 2020 binnen de rechtmatigheidstoleranties is gebleven. DCMR vindt het belangrijk dat Inschrijvers in hun bedrijfsvoering rekening houden met maatschappelijk verantwoord ondernemen, duurzaamheid en milieu. DCMR houdt daarom bij inkopen van producten en diensten zoveel als mogelijk rekening met duurzaamheidsaspecten als onderdeel van de kwaliteit van het in te kopen product of dienst. In vier Europese aanbestedingen zijn deze kwaliteitseisen meegewogen, te weten levering dienstkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, lease en beheer van de voertuigen, onderhoud gebouwgebonden technische installaties en schoonmaak en glasbewassing. Deze aanbestedingen zijn facilitair van aard. DCMR onderzoekt hoe deze kwaliteitseisen in de toekomst ook verwerkt kunnen worden in aanbestedingen op bijvoorbeeld ICT.

Digitalisering en datagedreven organisatie Vanaf december 2018 tot oktober 2020 heeft een extern team de transitie van DCMR naar een datagedreven organisatie begeleid. Naast het onderzoeken van de benodigde stappen en randvoorwaarden, heeft het team de eerste onderdelen geïmplementeerd, waarna in oktober 2020 het plan is overgedragen aan de lijn. Een DCMR Informatiestrategie was een belangrijk onderdeel van het plan. Het opstellen van deze strategie is in het vierde kwartaal 2020 gestart en zal begin januari 2021 bekrachtigd worden. Eind 2020 is een DCMR-brede board opgezet die de uitvoering van de transitie naar de datagedreven organisatie gaat aansturen. Voor de prioritering van I-projecten zijn grote stappen gezet. Er zijn criteria vastgesteld waarmee nut en noodzaak van projecten kan worden getoetst. Eind 2020 zijn de diverse ICT-plannen hiermee geprioriteerd. Voor 2021 ligt er nu een door de organisatie gedragen projectenkalender, ondersteund door een roadmap automatisering. Er zijn afspraken gemaakt rondom monitoring van de voortgang, er is een standaard voor projectbeheersing en een portfoliomanager overziet en bewaakt het geheel. Door een betere forecasting op projecten kunnen afwijkingen tijdig worden gesignaleerd, en kan daarop worden geanticipeerd. Hetzelfde geldt voor de beschikbaarheid van (interne) resources.

De ontwikkeling van het datawarehouse, gestart in 2018, vordert gestaag. Het datawarehouse heeft als doel om data uit diverse bronapplicaties te combineren tot geïntegreerde rapportages, waarbij ook rekening wordt gehouden met de integratie van de nieuwe bronapplicaties. Het datawarehouse omvat momenteel data uit acht bronapplicaties en voorziet naast actuele informatie ook in historische analyses waarmee stapsgewijs een steeds vollediger beeld van de leefomgeving ontstaat. Het nieuwe

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

45 / 88

team datamanagement zal er per 2021 mede voor gaan zorgen dat de informatie van DCMR toegankelijk, vindbaar, bruikbaar, authentiek en integer is, zodat het te allen tijde verantwoording kan afleggen over zijn handelen. Het Loket Omgevingsdata levert hieraan een belangrijke bijdrage door het verzamelen, beschrijven en publiceren van omgevingsdata. De aanbevelingen van de archiefinspectie 2019 zijn voortvarend opgepakt en het DB is hierover geïnformeerd. Daarnaast is ruim 185 meter geschoond en overgedragen voor permanent beheer in de archiefbewaarplaats van het Stadsarchief Rotterdam. In 2020 is thuiswerken gefaciliteerd door onder meer het introduceren van videobellen en het uitleveren van laptops voor alle medewerkers. Er is een tool in gebruik genomen om te toetsen in hoeverre DCMR voldoet aan de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Tenslotte zijn meerdere Informatie- en dataprojecten afgerond (nieuw meldkamersysteem, digitale checklijsten, SAP) en wordt aan andere projecten voortvarend gewerkt (vervanging VTH-systeem, implementatie Microsoft365, implementatie Altijd Actuele Digitale Vergunning, Implementatie Omgevingswet en Regionale omgevingsinformatie). 7.8

Verbonden Partijen

In verband met bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en mogelijk daarmee verband houdende risico’s moet in de begroting en in de jaarstukken een paragraaf worden opgenomen waarin aandacht wordt besteed aan de verbonden partijen. Verbonden partijen zijn die partijen waarin de DCMR een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Dat kunnen zijn gemeenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden, vennootschappen, stichtingen en verenigingen. Een bestuurlijk belang betreft zeggenschap, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur van de verbonden partij, hetzij door stemrecht. Van een financieel belang is sprake als DCMR aan de verbonden partij een bedrag beschikbaar heeft gesteld dat niet verhaalbaar is als de partij failliet gaat of als DCMR aansprakelijk is voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. DCMR participeert weliswaar in vele vormen van samenwerking op projectbasis, maar er is geen sprake van een verbonden partij. Andersom hebben de participanten van DCMR wel bestuurlijke, beleidsmatige en/of financiële belangen en verantwoordelijkheid voor DCMR; daarmee is DCMR voor elk van hen een verbonden partij.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

46 / 88

Deel 2: Rapportage Meerjarenprogramma 2017 - 2020

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

47 / 88

8 Meerjarenprogramma VTH 8.1

Algemeen

DCMR werkt samen met haar participanten (de provincie Zuid-Holland en 15 gemeenten) aan een veilig en leefbaar Rijnmondgebied. We streven ernaar het gebied te ontwikkelen tot een economische topregio en tegelijkertijd de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving te verbeteren. Om dit te bereiken hebben we samen met onze participanten een Meerjarenprogramma VTH (MJP) opgesteld waarin we aangeven welke beleidsdoelstellingen we in de periode 2017 – 2020 willen realiseren. De doelstellingen zijn opgesteld rond de thema’s Veiligheid, Lucht en Geur, Geluid, Energie en Afvalwater. Daarnaast hebben de participanten in het MJP een aantal ontwikkelpunten benoemd, waarvan verkend wordt of, en zo ja hoe ze in het reguliere takenpakket van DCMR kunnen worden opgenomen. Het gaat om de onderwerpen Omgevingswet, Ontwikkeling gegevensbeheer, Nieuwe brandstoffen, Asbestketen en Grondstromen, Circulaire economie, Warmte/koude uitkoppelen, Cybersecurity en Ontkoppelen hemelwater. In de volgende paragrafen wordt per thema gerapporteerd over zowel kwantitatieve als kwalitatieve resultaten. Aansluitend wordt per ontwikkelingspunt aangegeven welke activiteiten in 2020 hebben plaatsgevonden. 8.2

Voortgang thema’s

Per thema in het MJP zijn focuspunten benoemd waarvoor geldt dat inzet daarop een duidelijk effect heeft op milieu en veiligheid. Voor elk focuspunt zijn weer indicatoren opgesteld waarmee de voortgang gemonitord kan worden. 8.2.1

Veiligheid

Het thema veiligheid kent vier focuspunten: Kritische veiligheidsvoorzieningen voor kleine kans groot effect-situaties Er zijn ongevallen en incidenten denkbaar waarvan de kans dat ze zich voordoen klein is, maar die, áls ze zich voordoen, een groot effect hebben. Bij bedrijven waar deze incidenten zich kunnen voordoen, let DCMR extra op de zogenoemde kritische veiligheidsvoorzieningen. Als rond dit onderwerp geen eisen in de vergunning zijn opgenomen, moet die vergunning geactualiseerd worden. Dit geldt naar verwachting voor ongeveer 20 vergunningen (dit aantal is bijgesteld ten opzichte van het oorspronkelijke aantal van 25 dat in het MJP opgenomen is). In het MJP 2017-2020 stonden bij het focuspunt Kritische veiligheidsvoorzieningen de aanwezigheid, werking en onderhoud van de kritische veiligheidsvoorzieningen centraal. In het MJP 2021-2024 is aandacht besteed aan de procesveiligheid, veiligheidscultuur en operationele processen. Er zijn 2 indicatoren voor Kritische veiligheidsvoorzieningen bekeken - aantal actuele vergunningen m.b.t. kleine kans groot effect; - naleving eisen kritische veiligheidsvoorzieningen. Wat is er bereikt? Eind 2016 is gestart met de inventarisatie van de bedrijven, bronnen en maatregelen door de adviseurs veiligheid.

Op basis van de QRA (kwantitatieve risicoanalyse) worden door de DCMRveiligheidsadviseurs de bedrijven bepaald waar ‘kleine kans groot effect’ (KKGE) kan optreden. Het focuspunt gaat om bedrijven waar een ongeval een effect op de woonbebouwing kan hebben. De bedrijven waarbij het effect kan optreden worden opgenomen in de werkvoorraad van de vergunningverleners. Vergunningen waarvoor nog geen procedure loopt worden ambtshalve geactualiseerd voor de maatregelen die een kleine kans moeten borgen en daarbij het grote effect naar de omgeving (bijvoorbeeld een toxische wolk) minimaliseren.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

48 / 88

Actualisaties kleine kans groot effect In de vergunningen is getoetst of aan het plaatsgebonden risico wordt voldaan en is verantwoording afgelegd over het groepsrisico, maar zijn de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om de kans op een groot effect te minimaliseren, vergunningtechnisch vaak onvoldoende in vergunningvoorschriften geborgd. Daarom is dit in het MJP en in de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018 - 2021 als speerpunt voor actualisatie benoemd. Tot en met 2019 zijn vier vergunningen hierop geactualiseerd. In 2020 zijn er zeven bedrijven voor het project kleine kans groot effect beoordeeld. Bij één bedrijf bleken de maatregelen voldoende in de vergunning verankerd. Eén bedrijf is failliet. Door het nieuwe rekenmodel Safeti, zijn bij één bedrijf de gegevens verouderd en eind 2020 opnieuw verstrekt. Bij drie bedrijven is de ontwerpbeschikking gereed. Bij één bedrijf is in beroep een aantal voorschriften die gerepareerd moeten worden, vernietigd door de rechtbank. Het totaal aantal geplande actualisaties in de planperiode is voor een deel gerealiseerd. Tabel: Aantal geactualiseerde vergunningen KKGE Jaar In behandeling 2017 1 2018 3 2019 0 2020 6 totaal Doel 2020

Vastgesteld 1 2 1 0 4 20

Naleving Tijdens de BRZO inspectie beoordelen experts de kwantitatieve risicoanalyse QRA. De QRA is onderdeel van de vergunningaanvraag en van het veiligheidsrapport. De QRA is een hulpmiddel om de veiligheidsrisico’s van het toepassen, vervoeren en opslaan van gevaarlijke stoffen inzichtelijk te maken. De experts beoordelen de uitgangspunten en maatregelen genoemd in de QRA in de praktijk. Dat betekent dat ze kijken of het ontwerp, de constructie, de exploitatie en het onderhoud van de risicovolle installaties voldoende veilig zijn uitgevoerd. In 2020 zijn bij 77 bedrijven op deze maatregelen geïnspecteerd. Naast de risicoscenario’s uit de QRA zet DCMR ook in op de effectscenario’s. Hoewel de kans klein is dat enkele effectscenario’s zich voordoen controleert DCMR of alle maatregelen zijn genomen die de kleine kans rechtvaardigen. In 2020 zijn 20 KKGE-inspecties uitgevoerd. Daarbij zijn geen overtredingen geconstateerd. Implementatie PGS 15 en 29 De Rijksoverheid publiceert en vernieuwt de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). PGS 15 en 29 bevat regels voor grote en kleinere tankopslagen, bijvoorbeeld van ruwe olie of chemicaliën in opslagtanks. DCMR verankert de nieuwe eisen in een vergunning. Met de provincie Zuid-Holland is afgesproken dat dit in principe binnen vier jaar moet gebeuren.

Dit is in de praktijk niet altijd haalbaar gezien bepaalde andere ontwikkelingen meer prioriteit moeten krijgen. Op dit moment zijn vooral de PGS 15 en PGS 29 in uitvoering. De PGS 29 aantallen die in de grafiek gepresenteerd zijn betreffen fase 1, wijzigingen naar aanleiding van het Buncefield-scenario. Bij Buncefield was in 2005 een grote brand in een olieopslag. Naar aanleiding daarvan zijn de richtlijnen van PGS 29 gewijzigd. Fase 2, tankputbrand, is in voorbereiding. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Implementatie PGS-sen het implementeren van de meest actuele best beschikbare technieken centraal, in het MJP 2021-2024 is dit focuspunt opnieuw relevant omdat bijvoorbeeld de PGS 29 in 2021 opnieuw wordt herzien, en de tweede fase moet worden geïmplementeerd. Er zijn 2 indicatoren voor Implementatie PGS-sen bekeken: - aantal actuele vergunningen m.b.t. PGS 15 en PGS 29 ; - naleving eisen PGS 15 en PGS 29.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

49 / 88

Wat is er bereikt? PGS15: Bij elf bedrijven is het nodig de vergunningen aan te passen in het kader van PGS 15. Tot en met 2020 zijn vier aanvragen in behandeling en zijn er twee vergunningen vastgesteld. De uitvoering van het actualiseren van de vergunningvoorschriften voor de PGS 15 verloopt moeizaam vanwege discussies met het bedrijfsleven over interpretatie van de voorschriften. PGS 29: In de periode vanaf 2015 is bij 31 bedrijven de PGS 29 geïmplementeerd in de vergunning (in de periode daarvoor nog tien). In 2020 zijn er drie vergunningen vastgesteld en er zijn twaalf nieuwe dossiers beoordeeld. In vier gevallen wordt de PGS 29 meegenomen in de lopende revisietrajecten van de vergunningen. Drie ontwerpbeschikkingen liggen ter visie en een vierde volgt begin 2021. In vier dossiers vallen de tanks buiten de scope van PGS 29 omdat het van cuptanks gebruik maakt, of omdat het bedrijf verzoekt de vergunning voor de tankinstallatie in te trekken. Het programma is op dit onderdeel grotendeels gerealiseerd. Voor de tweede fase van de implementatie van de PGS 29 zijn 38 locaties geïdentificeerd die relevant zijn voor het tankpuntbrandscenario. De bedrijven zijn aangeschreven voor het indienen van een implementatieplan uiterlijk december 2018. Omdat de meeste bedrijven geen plan hebben ingediend is deze aanschrijving herhaald.

De ingediende plannen bleken veel informatie te missen. Daarom zijn er in 2020 opnieuw zestien bedrijven aangeschreven voor nadere informatie. In 2020 hebben twintig bedrijven met grote tankputten besloten om gebruik te gaan maken van de Gezamenlijke Brandweer (GB) die mobiele blusmiddelen gebruikt bij de bestrijding van branden bij bedrijven. Hiervoor heeft de GB de werkgroep TPB 2.0 opgericht, waarin de partijen bepalen welke middelen moeten worden aangeschaft. De voorwaarde voor de inzet van mobiele blusmiddelen is de veiligheid voor brandweerpersoneel. De bedrijven hebben het rapport “Instabiele stoffen in relatie tot tankputten” opgesteld. In december 2020 hebben DCMR en de VRR ingestemd met dit rapport. De bedrijven dienen begin 2021 nieuwe implementatieplannen in waarin rekening wordt gehouden met deze aspecten. Tabel: PGS15 en PGS29 aantallen PGS15 In behandeling Vastgesteld 2015 2016 2017 2018 2019 2020 totaal Doel 2020

2 0 4 4 4

0 1 0 1 2 11

PGS29 In behandeling Vastgesteld 3 11 13 0 1 3 31 45

10 0 4 12 11

Naleving In 2020 zijn er 237 PGS 15 inspecties uitgevoerd. Dit aantal is bijna gelijk aan 2019. Het aantal bedrijven met overtredingen lag fors lager en ook het aantal overtredingen is bijna de helft lager dan in 2019. Het aantal PGS 29-inspecties is vrijwel gelijk aan het aantal inspecties in 2019, het aantal overtredingen aanzienlijk hoger. Jaarlijks worden andere thema’s en of installaties geïnspecteerd en dat is de reden is waarom de nalevingscijfers fluctueren. De gemene deler is wel dat er altijd veel overtredingen zijn op onderhoud van de tanks. Dat heeft ook onze aandacht. Naar aanleiding van de overtredingen wordt handhavend opgetreden. Tabel: Aantal inspecties PGS 15 Jaar #controles #bedrijven met overtreding 2018 97 15 2019 236 65 2020 237 18

#overtredingen 18 (niet ernstig) 62 (niet ernstig) 36 (niet ernstig)

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

50 / 88

Tabel: Aantal inspecties PGS 29 Jaar #controles #bedrijven met overtreding 2018 54 8 2019 59 7 2020 65 12

#overtredingen 10 (niet ernstig) 15 (niet ernstig) 53 (niet ernstig)

Veiligheidscultuur Veiligheidscultuur gaat over veiligheidsbewustzijn en gedrag van medewerkers. DCMR stimuleert verbetering van de veiligheidscultuur bij bedrijven en heeft dit opgenomen als onderdeel van het toezicht op risicovolle bedrijven. Aan de hand van gerichte adviezen aan bedrijven wordt de verbetering van de veiligheidscultuur gestimuleerd. Een cultuurtraject is een langdurig traject met een looptijd van jaren. Het wordt gestart met een cultuuronderzoek bij het bedrijf: elk jaar bezoeken veiligheidsadviseurs een aantal Brzo-bedrijven om te onderzoeken in welke fase een bedrijf zich bevindt qua veiligheidscultuur. Onderstaande tabel geeft gecumuleerd aan hoeveel bedrijven er zijn bezocht. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Veilgheidscultuur het veiligheidsbewustzijn en het beheersen van het gedrag van medewerkers centraal, om incidenten te voorkomen. In het MJP 20212024 is dit onderwerp opnieuw relevant en benoemd onder het focuspunt procesveiligheid in de industrie. Er zijn 2 indicatoren voor het focuspunt Veiligheidscultuur bekeken: - aantal ervaringen van ondernemingen - aantal CIN-meldingen van incidenten Wat is er bereikt? In 2020 is de veiligheidscultuur van veertien bedrijven beoordeeld, drie werden beoordeeld als startend, vijf als uitvoerend en zes als evaluerend.

Van het totaal aantal Brzo-bedrijven in de provincie Zuid-Holland zijn tot en met 2020 106 bedrijven beoordeeld in het kader van de veiligheidscultuur. Het doel van honderd bedrijven in de MJP-periode is daarmee voor meer dan 100% bereikt. Een aantal beoordelingen is via interviews op afstand uitgevoerd. De ervaring leert dat met interviews op afstand voldoende informatie verkregen kan worden om een inschatting op hoofdlijnen van de veiligheidscultuur van het bedrijf te verkrijgen. Een beoordeling op locatie geeft extra informatie over vooral de informele omgangsvormen binnen een bedrijf en blijven de voorkeur hebben boven een inspectie op afstand. Tabel: veiligheidscultuur beoordeling Jaar Startend 2016 18 t/m 2017 24 t/m 2018 28 t/m 2019 34 t/m 2020 37

Uitvoerend 16 22 28 35 40

Evaluerend 6 13 17 23 29

Startend: van plan met een aanpak voor veiligheidscultuur te starten Uitvoerend: gestart met of al een aantal jaar bezig met verbeteren veiligheidscultuur Evaluerend: al langere tijd bezig met specifieke aanpak, deze evaluerend en verbeterend.

CIN-meldingen Bedrijven in het Rijnmondgebied kunnen via het Centraal Incidenten Nummer (CIN) voorvallen melden die mogelijk om inzet van hulpdiensten vragen. Met een CIN-melding worden politie, brandweer, Rijkswaterstaat, Havenbedrijf Rotterdam en DCMR met één telefoongesprek gelijktijdig geïnformeerd. Bij de meeste meldingen is actie overigens niet nodig. Het aantal CIN-meldingen zegt niet direct iets over het aantal incidenten; het geeft wel een indicatie over het meldgedrag door bedrijven. Ervan uitgaande dat de meldingsbereidheid niet is gewijzigd, kan mogelijk worden aangenomen dat het aantal incidenten afneemt. Bedrijven kiezen er zelf voor om transparant te zijn, maar DCMR tilt ook zwaar aan het niet of verkeerd melden door bedrijven. Ook heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport het melden van voorvallen als speerpunt benoemd. Het is lastig om op basis van deze cijfers te constateren dat de veiligheid(scultuur) is verbeterd. Het aantal CIN-meldingen is – na de

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

51 / 88

stijging in 2018 – terug op het niveau van 2016. De coronacrisis in 2020 heeft weinig invloed gehad op de cijfers. Tabel: CIN meldingen 2009 2010 Brand Gevaar Zonder gevaar Totaal 8.2.2

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

126 13 191

158 10 150

140 15 137

101 6 134

146 25 129

151 33 147

186 26 154

149 20 149

196 30 111

220 37 145

150 29 146

149 32 131

330

318

292

241

300

331

366

318

337

402

325

312

Lucht en geur

Terugdringen emissies Een goede luchtkwaliteit is belangrijk. Een slechte luchtkwaliteit heeft negatieve gevolgen voor de gezondheid van mensen en voor de kwaliteit van natuurgebieden en biodiversiteit. DCMR richt zich op het terugdringen van emissies van bedrijven – zowel via de lucht als via lozingen (van ZZS) in het water – en op actualisatie van vergunningen vanwege wetswijzigingen. Dit doet DCMR voor stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische stoffen (VOS) en een aantal zeer zorgwekkende stoffen (ZZS). Daarnaast streeft DCMR uiteraard naar het terugdringen van geuroverlast van de industrie. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunten lucht en geur het terugdringen van emissies (NOx, VOS, ZZS en geur) centraal door middel van het implementeren van de best beschikbare technieken. In het MJP 2021-2024 zijn deze emissies opnieuw als focuspunten benoemd met de toevoeging van emissies naar bodem, afvalwater en afval. Er zijn vier indicatoren voor de Emissies bekeken: -

uitstoot door de bedrijven. stankklachten over de industrie. aantal actuele vergunningen met betrekking tot NOx, VOS, ZZS en geur. naleving eisen ten aanzien van NOx, VOS, ZZS en geur.

Wat is er bereikt? Over de jaren heen zien we duidelijk een dalende trend in de emissies. In het activiteitenbesluit is er een aanscherping geweest van de emissiegrenswaarde voor NOx, waardoor er veel rookgasreinigers zijn geïnstalleerd. Opmerkelijk is dat de ZZS-emissie in 2020 een stijging vertoont. Vermoedelijk heeft de inventarisatie van ZZS-emissies bij de bedrijven geleid tot een verbeterde registratie in het electronische milieujaarverslag Tabel: Emissies Emissies* Jaar 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019* 2020

Kton NOx 13,8 13,6 14,2 12,7 13,0 12,1 12,0 11,8 11,2 10,5 10,6

Kton VOS 11,9 10,8 10,6 10,7 10,1 9,5 10,0 8,3 7,6 7,0 7,0

Ton ZZS 144,4 105,2 85,8 92,1 155,7 117,1 69,6 84,4 68,7 63,5 97,5

# stankklachten**

4.339 2.136 1.445 1.613 1.375 1.439 1.478 1.175

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

52 / 88

* cijfers over NOx, VOS en ZZS komen in april beschikbaar, vandaar dat cijfers t/m 2019 zijn opgenomen. De cijfers kunnen een lichte afwijking vertonen t.o.v. de cijfers in het jaarverslag 2019. Dit wordt veroorzaakt door gecorrigeerde opgaven, nieuwe opgaven of herrekening door bedrijven al dan niet na controle van de cijfers door DCMR. ** het gaat om stankklachten in de branches chemie, tank op- en overslag, afvalwaterbeheer en de voedingsmiddelenindustrie.

Actualisatie vergunningen De Europese regelgeving waaraan bedrijven moeten voldoen in het kader van vermindering van uitstoot van NOx, VOS en ZZS is in 2017 aangescherpt. Dit betekent dat de vergunningen van veel bedrijven aangepast moeten worden. Dit moet binnen een termijn van vier jaar na het van kracht worden van de regelgeving afgerond zijn. Op provinciaal niveau zijn er ook aanpassingen gedaan in de regelgeving rond geurbeleid. Ook hierop moeten vergunningen aangepast worden. Voor het actualiseren van de vergunningen op de NOx, VOS en ZZS-regelgeving geldt een wettelijke termijn van vier jaar vanaf het van kracht worden van de regeling. Dit is een jaar langer dan de looptijd van het huidige MJP (2020). De actualisaties naar aanleiding van de nieuwe BREF LCP (een Europees document waarin de beste milieutechnieken staan ten aanzien van grote stookinstallaties) lopen enige vertraging op door het Schone Lucht Akkoord (SLA). Er is voor deze BREF een oplegnotitie opgesteld waarin de mogelijkheden van het vergunnen aan de onderkant van de BREF range is aangehaald. Dit levert veel discussie op met de bedrijven en hierdoor loopt dit proces uit en zal het moeilijk zijn om de termijn van vier jaar te halen voor het actualiseren van de vergunningen (wettelijke termijn loopt tot augustus 2021).

In opdracht van Rijkswaterstaat is, door adviesbureau Kokx de Voogd, een rapport opgesteld met betrekking tot de juridische mogelijkheid van het stellen van strenge emissiegrenswaarde naar de lucht zoals opgenomen in het SLA. De resultaten geven aan dat streng vergunnen (onderkant van de BREF range) zowel onder het huidig milieurecht als het toekomstig omgevingsrecht mogelijk is. Intern is DCMR bezig met het vaststellen van beleid in lijn met de resultaten van het Kokx de Voogd rapport. Hierna volgen de beoordelingen van de aangeleverde Best Beschikbare Technieken (BBT-)toetsen van bedrijven in het kader van de BREF LCP. Tabel: Aantal vergunningen aangepast op NOx (BREF LCP) NOx In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 4 1 2018 3 3 2019 9 4 2020 9 4 Doel 2020 15 Eind 2020 zijn ten aanzien van de BREF LVOC (organische bulkchemicaliën) achttien procedures in behandeling genomen en is één procedure gestopt. In 2020 zijn geen vergunningen vastgesteld. In 2019 waren alle BBT-informatie documenten ingediend. De uiterste datum voor het vaststellen van de conclusies over de BBT voor de BREF LVOC is 7 december 2021. Deze eindtermijn ligt buiten de huidige MJP periode. De doelstelling van twintig geactualiseerde vergunningen lijkt voor achttien procedures zeker nog haalbaar binnen de wettelijke termijn.

Tabel: Aantal vergunningen aangepast op VOS (BREF LVOC) VOS In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 0 0 2018 3 0 2019 19 0 2020 18 Doel 2020 20

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

53 / 88

In december 2019 is het beleidskader ZZS van de provincie Zuid-Holland vastgesteld als een digitale bijlage bij de Nota VTH 2018-2021. Het belangrijkste onderwerp is dat potentiële ZZS-emissies naar de lucht en indirecte lozingen naar water als ZZS moet worden behandeld op grond van het voorzorgsbeginsel. Dit geldt voor alle Zuid-Hollandse provinciale bedrijven en is van toepassing op de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. In 2020 zijn hiervoor standaardvoorschriften opgesteld. Dit zijn voorschriften voor emissies naar de lucht, indirecte lozingen naar water, ontdoen van (p)ZZShoudende afvalstoffen en een toetsingskader en standaardvoorschriften (in samenspraak met OZHZ) voor het bewerken en verwerken van ZZS-houdende afvalstoffen in het kader van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3). Er was onduidelijkheid (en inmiddels beroep van Chemours) over het opnemen van bepaalde voorschriften voor (p)ZZS in afval. Door de provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag is besloten de ingezette lijn door te zetten en het volledige voorschriften pakket voor (p)ZZS te gaan opnemen in de vergunningen. Inmiddels was het niet meer mogelijk om een aantal aanvragen, die de bedrijven op ons aandringen hadden ingediend, op tijd te vergunnen. Dit is terug te zien in een lagere KPI van 2020.

Tabel: Aantal vergunningen aangepast op ZZS ZZS In behandeling Vastgesteld (cumulatief) 2017 8 6 2018 2 3 2019 5 11 2020 4 11 Doel 2020 30 Het aantal vergunningen dat is geactualiseerd op geurvoorschriften blijft achter bij de planning, als gevolg van andere prioriteiten en personele bezetting. Het aantal klachten vanuit de industrie is toch fors gedaald. Tabel: Aantal vergunningen aangepast op nieuwe geurvoorschriften

Geur

In behandeling

2017 2018 2019 2020 Doel 2020

2 2 5 4

Vastgesteld (cumulatief) 2 5 5 6 20

Inspecties Elk jaar wordt intensief gecontroleerd of bedrijven zich houden aan de NOx-, VOS-, ZZS- en geurvoorschriften. Het onderwerp is relevant bij ongeveer 500 bedrijven in het Rijnmondgebied. Omdat bij inspecties elk jaar de focus ligt op een andere categorie installaties bij bedrijven, is het niet zinvol aantallen inspecties over de jaren heen bij elkaar op te tellen. Over de gehele linie houden de gecontroleerde bedrijven zich aan de opgelegde voorschriften. Het nalevingspercentage is hoog. Tabel: Aantal inspecties NOx Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 177 2018 71 2019 93 2020 70

#bedrijven met overtreding 1 8 9 2

#bedrijven zonder overtreding 176 63 84 68

De inspectie NOx ziet veelal toe op de stookinstallaties bij bedrijven, waarbij aandacht is voor keuring en onderhoud, meet- en registratiesystemen, tijdige uitvoering van periodieke controlemetingen, en het voldoen aan de emissiegrenswaarden.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

54 / 88

Tabel: Aantal inspecties VOS Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 118 2018 252 2019 262 2020 123

#bedrijven met overtreding 0 2 0 5

#bedrijven zonder overtreding 118 250 262 118

Bij de inspectie naar diffuse VOS-emissies wordt gebruik gemaakt van de FLIR-camera. De lekkages die worden aangetroffen leiden niet in alle gevallen tot overtredingen, omdat het vaak binnen de marge van de vergunningvoorschriften valt. Wel nemen bedrijven naar aanleiding van deze inspecties het initiatief om reparaties uit te voeren. Getoetst wordt of bedrijven een eigen monitoringssysteem hebben naar lekdetectie en een reparatieprogramma uitvoeren. Tabel: Aantal inspecties ZZS

Jaar

#bedrijven gecontroleerd 2 47 84

2018 2019 2020

#bedrijven met overtreding 0 0 1

#bedrijven zonder overtreding 2 47 83

Tijdens de inspecties is getoetst of de aangetroffen ZZS zijn vergund, of er een registratie wordt bijgehouden en of er lozing van deze stoffen op het afvalwater plaatsvindt. Tabel: Aantal inspecties geurvoorschriften Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 196 2018 184 2019 335 2020 4

#bedrijven met overtreding 6 0 1 0

#bedrijven zonder overtreding 190 184 334 4

Het aantal voorvallen (klachtengolven) vertoont een wisselend beeld. In 2020 ging het totaal om 890 klachten naar aanleiding van voorvallen waarbij meer dan 25 stankklachten ingediend werden. Veel klachten door de meldkamer zijn gezet op de industriegebieden, een algemene branche of een andere oorzaak. Er was dan ten tijde van de melding niet een directe oorzaak (bedrijf) aan te wijzen voor deze stankklachten. Na onderzoek ter plaatse kunnen deze klachten alsnog aan een bedrijf zijn toegewezen. 8.2.3

Geluid

In het MJP 2017-2020 is voor geluid het focuspunt geluidoverlast horeca opgenomen. Dit focuspunt is gericht op het voorkómen van geluidoverlast/klachten veroorzaakt door horecabedrijven. Geluidhinder heef een negatief effect op de gezondheid en leefkwaliteit. Geluid van horecabedrijven kan leiden tot klachten in de woonomgeving, vaak heeft dit te maken met muziekgerelateerde activiteiten in de avond en vroege nacht. Wat opvalt, is dat er met regelmaat sprake is van een terugkerend klachtenpatroon. Een van de oorzaken zijn de relatief snelle wisselingen van exploitanten van horecabedrijven. Preventieve aanpak De afgelopen vier jaar is extra ingezet op een effectieve, preventieve aanpak. DCMR wil geluidklachten over horecabedrijven en sportinrichtingen zoveel mogelijk voorkomen door in een vroeg stadium gemeenten te adviseren over de exploitatievergunning en bij gebleken overlast daadkrachtig op te treden. Daarnaast beoordeelt DCMR akoestische onderzoeken van bedrijven die meer willen dan alleen achtergrondmuziek. Onze inspanningen zijn erop gericht om de top 10-

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

55 / 88

bedrijven waarover het meest geklaagd is aan te pakken, zodat deze bedrijven het jaar daarop voor significant minder overlast zorgen. Voor het thema geluid zijn vier indicatoren bekeken: - aantal beoordeelde exploitatieaanvragen. ‐ aantal beoordeelde akoestische onderzoeken. ‐ klachten top 10. ‐ trend geluidklachten. Wat is er bereikt? In de periode 2017-2020 is 2.227 keer een beoordeling van een aanvraag tot exploitatievergunning uitgevoerd. In 2018 zijn de meeste beoordelingen uitgevoerd (704), vermoedelijk als gevolg van de stijging van het aantal horecabedrijven in dat jaar. In 2020 was dit aantal het laagst (394). Hoogstwaarschijnlijk werd dit veroorzaakt door de tijdelijke sluiting van de horecabedrijven in 2020 door corona. Het aantal beoordeelde akoestische onderzoeken laat eenzelfde patroon zien: een piek in 2018 met 35 onderzoeken en een afname in 2020 met 26 getoetste akoestische onderzoeken. Opmerkelijk is dat er in 2020 evenveel aanvragen waren voor sportinrichtingen als voor horecabedrijven. Door corona zagen Nederlanders hoe belangrijk het is om fysiek fit te blijven en zijn er meer sportinrichtingen opgericht. In 2019 is geconstateerd dat er opnieuw een dalende trend was in het aantal klachten ten opzichte van voorgaande jaren.

In 2020 is het aantal klachten over horecabedrijven en sportinrichtingen verder afgenomen (-60%), al is dit beeld sterk vertekend door corona. Van de top 10-bedrijven waarover in 2019 het meest is geklaagd, komt slechts één bedrijf voor in de top 10 van 2020. Een voorzichtige conclusie zou kunnen zijn dat de preventieve aanpak een gunstig effect lijkt te hebben, maar door de coronamaatregelen is dit voorbarig. Bovendien is de preventieve aanpak nog in ontwikkeling. In het MJP 2021-2024 komt dit focuspunt terug onder de noemer ‘geluidhinder voorkomen’. Daarbij is het bereik verbreed tot de aanpak van geluidoverlast bij vrijetijdsbesteding, te weten sport, recreatie, evenementen en horeca, en nestgeluid. 8.2.4

Energie

Energiebesparing is noodzakelijk. Het is onderdeel van de klimaataanpak en bovendien is het aantrekkelijk voor de gebruiker, omdat energiebesparende maatregelen leiden tot kostenbesparingen. Bedrijven in Nederland hebben met de overheid afgesproken hoeveel energie ze zullen besparen in de periode tot en met 2020. De afspraken zijn vastgelegd in energieconvenanten. Het Energieakkoord is een overeenkomst die in 2013 is gesloten met als oogmerk de energievoorziening duurzamer te maken. De gemaakte afspraken richten zich op energiebesparing, duurzame opwekking, schone technologieën en klimaatbeleid. Eén van de belangrijkste doelen is een besparing van gemiddeld 1,5% per jaar te realiseren op het energieverbruik. In het Energieakkoord is vastgelegd dat gemeenten en provincies prioriteit geven aan handhaving van de energiebesparingsverplichtingen in de Wet milieubeheer. Vanaf 1 juli 2019 is naast de energiebesparingsplicht ook de informatieplicht van kracht geworden. Bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per kalenderjaar hebben een informatieplicht energiebesparing. Het bedrijf moet rapporteren over het energiegebruik en de (te nemen) energiemaatregelen. Uit een analyse blijkt dat ongeveer 7.000 bedrijven in het Rijnmondgebied aan deze verplichting moeten voldoen. Nog lang niet al deze bedrijven voldoen hieraan.

Door een combinatie van communicatie en aanschrijvingen, willen wij ervoor zorgen dat alle inrichtingen daar alsnog aan voldoen. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Energie de besparingsmaatregelen centraal, in het MJP 2021-2024 het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen en de energietransitie. Er waren vier indicatoren voor energiebesparing: - potentiële CO2-reductie uit besparingsplannen. - aantal bedrijven met besparingsplan. - aantal actuele vergunningen m.b.t. besparingsmaatregelen energie.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

56 / 88

-

naleving besparingsmaatregelen energie.

De eerste 2 indicatoren zijn gemonitord t/m juni 2019. Vanaf 1 juli 2019 is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de trekker van de energieaudits in het kader van de EED (Energy Efficiency Directive) waardoor DCMR daarin geen rol meer heeft. Actuele vergunningen DCMR ziet erop toe dat bedrijven de wettelijke verplichting om energiemaatregelen te treffen nakomen. Daarbij richt DCMR zich op bedrijven die de meeste energie gebruiken, omdat daar in eerste instantie de meeste winst te behalen is, en op bedrijven die achterblijven. In het MJP 2017-2020 is als doelstelling opgenomen dat in de periode 2017-2020 tachtig vergunningen worden getoetst en waar nodig worden geactualiseerd. Bij het toetsen van relevante bedrijven bleek dat veertien vergunningen al actueel waren. Vijf vergunningen zijn geactualiseerd, daarmee zijn in totaal negentien vergunningen rond. Daarnaast zijn er eind 2020 vijf vergunningen in behandeling. Dit betekent dat de doelstelling niet geheel is behaald. Naleving besparingsmaatregelen energie De doelstelling van het MJP 2017-2020 is om met 1.400 bedrijven in het Rijnmondgebied afspraken te maken over energiebesparing, en deze vast te leggen in een besparingsplan. Gedurende deze vier jaar zijn in totaal 1.293 bedrijven gecontroleerd.

Het gestelde doel is hiermee voor 92% behaald, mede dankzij een aanzienlijke extra inspanning die aan het eind van de looptijd van het MJP is geleverd. Dit was mogelijk door de versterkte uitvoering die in 2020 van start is gegaan. Van de 1.293 gecontroleerde bedrijven is bij 537 bedrijven (42%) een overtreding vastgesteld. In hoofdzaak ging dit om overtredingen met beperkte gevolgen voor het milieu, de gezondheid en/of veiligheid. Tabel: Naleving besparingsmaatregelen Energie Jaar #bedrijven gecontroleerd 2017 170 2018 396 2019 25 2020 702 Totaal t/m 2020 1293 8.2.5

#bedrijven met overtreding 26 72 0 439 537

#bedrijven zonder overtreding 144 324 25 263 756

Afvalwater

De werking van het riool en de waterzuiveringsinstallaties kan ernstig verstoord raken als bedrijven waar voedingsmiddelen worden bereid (horeca en de voedingsmiddelenindustrie) oliën en vetten op het riool lozen. Het riool functioneert dan niet goed, wat kan leiden tot overlast voor bewoners en andere gebruikers. Ook kan er ongezuiverd afvalwater in het milieu terechtkomen. Lozingen vanuit bedrijfsrioleringen zijn daarom een belangrijk aandachtspunt in het toezicht door DCMR. In het MJP 2017-2020 stonden bij focuspunt Afvalwater het voorkomen van verstoppingen van de riolering centraal. In het MJP 2021-2024 komt dit onderdeel niet terug, omdat het toezicht op vetlozingen nu structureel is verankerd in de brancheplannen. Wat is er bereikt? Bij de inspecties is gekeken naar de zuiveringtechnische voorzieningen bij horeca, sportkantines en voedingsmiddelenbedrijven. In 2020 is de inspectie op afvalwater structureel in de checklijsten opgenomen en dat levert een toename van het aantal geïnspecteerde bedrijven op. Ook is de instructie gegeven om de putdeksels te (laten) lichten en een waterpasmeting te (laten) doen. Hierbij zijn bij de inspecties diverse onvolkomenheden geconstateerd. In 2020 is 176 keer op afvalwater gecontroleerd. Hierbij zijn bij negentien bedrijven overtredingen geconstateerd.

In 2020 waren veel horecabedrijven en sportkantines lange tijd niet in werking door de coronamaatregelen. Omdat er op het moment van inspectie geen risico op vetlozing was, was er ook geen sprake van een overtreding.

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

57 / 88

Door de coronamaatregelen is er in 2020 veel op afstand geïnspecteerd, door middel van beeldmateriaal en administratief toezicht op bonnetjes en afvoer van vet in Amice. Bij deze vorm van toezicht is men meer afhankelijk van de betrouwbaarheid van de ondernemer. Monitoring van de hoeveelheid verstoppingen die gerelateerd zijn aan oliën en vetten en aan horeca en voedingsmiddelenindustrie blijft een punt van aandacht voor gemeenten en DCMR. De uitdaging ligt vooral in registratie van de verstopping en wat de geografische ligging in de riolering binnen een gemeente is. Tabel: Naleving besparingsmaatregelen Afvalwater Jaar #bedrijven #bedrijven met gecontroleerd overtreding 2017 16 0 2018 23 1 2019 61 10 2020 176 19 Totaal t/m 2020 276 30 8.2.6

#bedrijven zonder overtreding 16 22 51 157 246

Ondermijning

De aanpak van ondermijnende criminaliteit is in het werkgebied van DCMR een aandachtspunt. In het werkgebied van DCMR worden we steeds vaker geconfronteerd met het feit dat bedrijven als dekmantel worden gebruikt voor criminele activiteiten. Ondermijning is opgenomen als focuspunt in het in 2020 opgestelde MJP 2021-2024. Dit betekent dat DCMR ondermijning samen met de andere overheidspartners zoveel mogelijk aan het licht brengt en aanpakt, en barrières oplegt om ondermijning in specifieke branches in de toekomst tegen te kunnen gaan. Rol DCMR De aanpak van ondermijning kan geen van de overheidspartijen alleen. Dat is waarom zowel de gemeenten als de provincie er belang aan hechten DCMR als noodzakelijke ketenpartner in de aanpak mee te nemen. Vanuit de kerntaak toezicht en handhaving levert DCMR een bijdrage aan het zichtbaar maken van en inzicht krijgen in ondermijnende activiteiten in een bepaald geografisch gebied. Op verzoek van onze opdrachtgevers ondersteunen we bij de aanpak van ondermijning met data-analyses, signaleren en uitvoeren van gezamenlijke acties. De uitvoering van de gezamenlijke integrale ondermijningscontroles vindt plaats op basis van een jaarkalender. De ketenpartners/participanten leveren hiervoor de data aan. Uitvoering 2020 Het jaarprogramma 2020 was goed gevuld met 79 acties, verdeeld over bijna al de gemeenten.

Twee gemeenten hadden geen acties gepland staan. Vanwege de coronabeperkingen zijn 45 van de 79 acties afgelast. Er is door DCMR aan 44 ondermijningsacties meegewerkt. Dit heeft tot uiteenlopende resultaten geleid. Enkele voorbeelden: - Fraude met betrekking tot de verwijdering en illegale opslag van asbest, met direct gezondheidsgevaar voor de omgeving en diffuse verspreiding in het milieu. - Aantreffen van een verborgen wietplantage achter de façade van een garagebedrijf met brandgevaarlijke elektrische aansluiting. - Een autobedrijf dat vooral verborgen ruimtes in voertuigen bouwt. - Een illegale autoreparatie ten behoeve van inrichting en onderhoud van voertuigen voor criminele doeleinden, waar men zich niet aan de regels van het Activiteitenbesluit houdt. - Opslag van pakketten drugs verborgen in potgrond in een ‘reguliere’ bedrijfsloods. - Het aantreffen van partijen vervalste merkkleding. - Chemisch afval achtergelaten of gestort in een illegaal ondergronds depot met direct gevaar voor omgeving en bodem. - Grootschalige bitcoinmining met risico op brandgevaar vanwege slechte en overbelaste aansluiting. Tijdens de uitgevoerde ondermijningsacties zijn bij de helft van de acties overtredingen van de milieuwetgeving geconstateerd. Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

58 / 88

8.3 Voortgang ontwikkelpunten 8.3.1

Omgevingswet

Net als in 2019 is ook in 2020 een forse inspanning geleverd als het gaat om de voorbereiding van de implementatie van de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Er is een start gemaakt met een uitgebreid opleidingsprogramma, er zijn voorbereidingen getroffen voor het aanpassen van de werkplannen, maar vooral is verder gewerkt aan aanpassingen in de werkprocessen, producten en diensten van DCMR. De voorbereidende werkzaamheden liggen op koers. Meer hierover leest u in paragraaf 3.2.2 van deel 1 van het jaarverslag. 8.3.2

Nieuwe brandstoffen

De verschuiving van fossiele brandstoffen naar nieuwe brandstoffen (duurzame energiedragers, omdat de transitie uit meer bestaat dan alleen nieuwe brandstoffen) verloopt in een snel tempo. Voorbeelden van duurzame energiedragers zijn: windmolens, zonne-energie, aardwarmte, waterstof en buurtbatterijen. De verwachting is dat de komende jaren het gebruik van fossiele brandstoffen steeds verder verschuift naar duurzame energiedragers. De introductie van duurzame energiedragers gaat over van de ontwikkelingsfase naar de uitvoerende fase. Het afgelopen jaar lag de focus vooral op ontwikkelingen met waterstof. In Stad aan ’t Haringvliet zijn nu vergevorderde plannen om de hele wijk over te laten gaan van aardgas naar waterstof. Daarnaast wordt er een waterstofconversiepark op Maasvlakte 2 gerealiseerd. Bij beide projecten is DCMR actief betrokken om de veiligheidsrisico’s te beoordelen en te anticiperen op het verlenen van vergunningen. Ook neemt DCMR deel aan onder andere kennistafels, netwerken en projectgroepen op het gebied van duurzame energiedragers en externe veiligheid. Een voorbeeld is de netwerkgroep ‘Nieuwe energie’ op initiatief van de provincie Zuid-Holland. In deze groep worden casussen, zoals de toepassing van waterstof bij een bedrijvenpark en geothermie, verder uitgewerkt. 8.3.3

Asbestketen en grondstromen

Asbest In 2020 heeft DCMR de asbestaken uitgevoerd voor de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne. Naast de wettelijk verplichte taken voert DCMR ook de plustaak uit voor particulieren. DCMR voldoet aan de kwaliteitscriteria. Alle inspecteurs hebben een persoonscertificaat of het diploma “deskundig toezichthouder asbest”. De gemeenten Rotterdam en Goeree-Overflakkee hebben de asbestaken in 2020 zelf uitgevoerd. Alle sloopmeldingen die via het Omgevingsloket worden ingediend, worden door DCMR inhoudelijk beoordeeld aan de hand van door ODNL opgestelde checklijsten. Zo wordt een level playing field gecreëerd. De sloopmeldingen en de asbestinventarisatierapporten worden op eenduidige wijze beoordeeld op de reikwijdte en de geschiktheid. In 2019 voldeed 26% van de sloopmeldingen niet aan de reikwijdte en geschiktheid van de asbestinventarisatierapportages en bijbehorende sloopmeldingen. Door DCMR is een informatiecampagne georganiseerd voor de asbestinventarisatiebureaus die in de regio werkzaam zijn. We hebben duidelijke afspraken gemaakt en uitgelegd dat we streng, maar rechtvaardig toetsen. In 2020 zijn er voor bovenstaande gemeenten 2.526 sloopmeldingen beoordeeld. Hiervan zijn er 2.219 goedgekeurd en 307 afgekeurd.

Het resultaat is dat we in 2020 nog maar 12% afkeur hebben van de sloopmeldingen. Er is een enorme stap gezet, maar we zijn er nog niet. Ook het toezicht wordt op eenduidige wijze uitgevoerd door de landelijke checklijsten van ODNL te gebruiken. In 2020 zijn er 1.800 startmeldingen ingediend. Hiervan zijn er 140 gecontroleerd. Er zijn 46 overtredingen geconstateerd. Eind februari 2020 heeft DCMR de ‘asbesttelefoon’ in het leven geroepen. Inwoners en bedrijven komen rechtstreeks in contact met een asbestdeskundige van DCMR. Hiervan is 258 keer gebruik

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

59 / 88

gemaakt. Inwoners en bedrijven kunnen meteen de vraag stellen die ze hebben en krijgen ook direct een deskundig antwoord. Afgaande op de reacties die we krijgen lijkt dit een schot in de roos te zijn. Grondstromen Partijen grond worden gemeld bij het Landelijk meldpunt besluit bodemkwaliteit. Bij toepassing van grond wordt naar de kwaliteit en de functie van de ontvangende locatie gekeken. Er is, alvast in de geest van de Omgevingswet, extra aandacht besteed aan ketensamenwerking in de grote infrastructurele projecten. In 2020 zijn ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit onder andere toepassingen van AEC Bodemas, thermisch gereinigde grond (TGG) en staalslakken actueel geweest. Er worden steeds vaker circulaire stoffen toegepast in of op de bodem. Grondwerk geeft ruimte aan grondbewerkers en toeleveranciers voor het toepassen van twijfelachtige materialen onder certificaat (waarvoor alleen naar genormeerde parameters wordt gekeken), illegaal mengen van partijen grond of voor het slim herbemonsteren van samengestelde partijen grond of bouwstoffen. DCMR heeft dit jaar veel verbeteringen doorgevoerd in de uitvoering van de werkprocessen bij bodemtoezicht, zowel voor de registratie van saneringen en de werkvoorraad in het zaaksysteem als het inhoudelijke werk door de checklijsten te updaten naar een hoger niveau.

DCMR investeert in gebiedsoverstijgende kennis en aanpak én in landelijke samenwerking inclusief het delen van relevante informatiebronnen. 8.3.4

Circulaire economie

DCMR brengt in het provinciale Omgevingsdienstenoverleg expertise in over circulaire economie. In dit overleg worden voorbeelden gedeeld waarin de omgevingsdiensten werken aan inpassing van nieuwe vormen van bedrijvigheid. Hierbij kan gedacht worden aan verzoeken voor vergunning voor de bedrijven Asbeter, uRecycle en Reko. Daarnaast neemt DCMR deel aan de begeleidende stuurgroep in het onderzoek van ZeroBrine – een Europees onderzoeksproject – naar opwaardering van afvalwater. Er is geadviseerd over een pilotproject voor monitoring van verwerking van waardestromen van oesterzwamproductie op het land en er is gewerkt aan voorbereiding van een vergunning voor de opwerking van autobanden. Er is op verschillende wijzen geadviseerd. In een vooroverleg zijn voorstellen gedaan voor het gebruik van circulaire alternatieven voor grondstoffen. In samenwerking met andere omgevingsdiensten en de transitieteams van de provincie is verder gewerkt aan het toepassen van biomassa als grondstof en is geadviseerd over de mogelijke risico’s voor verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) bij hergebruik van afvalstoffen. DCMR nam deel aan de Circo track workshop zonnecellen, waarbij gewerkt is aan nieuwe verdienmodellen. Er is deelgenomen aan nationale adviesteams van het landelijk afvalstoffenplan en voor wetenschappelijk onderzoek naar innovatieve processen in de industrie.

Binnen DCMR is een adviesteam opgericht met gespecialiseerde vergunningverleners, toezichthouders en juristen die adviseren over de wettelijke mogelijkheden om afvalstromen als grondstof te kunnen gebruiken volgens de nationale richtlijn (bijproduct, voortgezet gebruik of eindeafval). Samen met de provincie Zuid-Holland en acht omgevingsdiensten in Noord- en Zuid-Holland is gewerkt aan een inventarisatie van mogelijkheden om circulariteit in de vergunning op te nemen. In 2020 is een begin gemaakt om bij een aantal vergunningstrajecten de circulariteit nader te onderzoeken. 8.3.5

Warmte/koude uitkoppelen

In 2020 heeft DCMR de wettelijke mogelijkheden en taken vanuit de Wabo op energiegebied onderzocht bij bedrijven die deelnemen aan de CO2-emissiehandel (ETS-bedrijven, ETS staat voor Emissions Trading System). Dit is gedaan in opdracht van de provincie Zuid-Holland. Uit dit

Jaarverslag en jaarrekening DCMR Milieudienst Rijnmond 2020

60 / 88

onderzoek blijkt dat het bevoegd gezag voor de Wabo-vergunning terdege bevoegd is met betrekking tot warmte-uitkoppeling bij deze bedrijven. Daarnaast heeft DCMR gereageerd op de consultatieversie van de nieuwe Warmtewet (die nu Wet collectieve warmtevoorziening heet). Hierbij is vooral ingegaan op het onderwerp restwarmte, waarbij op grond van ervaringen in de naleving van de KBA-plicht, input is geleverd. De KBA-plicht vloeit voort uit EU-regelgeving en verplicht bedrijven bij oprichting of wijziging van grote stookinstallaties de kosten en baten van de uitkoppeling van restwarmte te onderzoeken. Tot slot is een eerste schets gemaakt van werkzaamheden die DCMR zou kunnen uitvoeren om vraag en aanbod van warmte structureel in kaart te brengen. Deze data is van belang voor gemeenten bij hun transitievisie warmte en voor ontwikkelaars van warmte-infrastructuur. Uitdieping van deze schets is nodig. 8.3.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10110862/2