CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - TAM-omgevingsplan Vergulde Hand bijlagen bij motivering

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen van het TAM-IMRO omgevingsplan en plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen36.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

2.1.1

Prognoses afvalwateraanbod

Delfland actualiseert periodiek de prognoses van het afvalwater dat naar de zuiveringen komt. Dit is de basis voor de capaciteit waarop de zuiveringen wordt ontworpen en beheerd. De laatste prognose voor de AWZI in Vlaardingen dateert van juni 2024. De huidige afvalwaterzuiveringsinstallatie (hierna AWZI) De Groote Lucht zuivert het huishoudelijke afvalwater van inwoners en afvalwater van bedrijven uit De Lier (gemeente Westland), Maasland (gemeente MiddenDelfland), Maassluis, Vlaardingen en Schiedam. Het wordt aangevoerd via drie aanvoerstrengen (zie Figuur 2.1). Ook in de toekomst zal het water van deze gemeenten naar de nieuwe zuivering in Vlaardingen worden gebracht. Delfland heeft een afnameverplichting en zal het aangeboden water dus moeten zuiveren. Delfland is geen bevoegd gezag ten aanzien van lozingen op de riolering. Met de prognoses wordt het toekomstige afvalwateraanbod in kaart gebracht voor verschillende scenario’s. -

Biologische belasting: In de prognose wordt rekening gehouden met de economische ontwikkelingen en verwachte groei van de bevolking op basis van informatie van o.a. gemeenten, CBS en Regionale Belasting Groep. De hoeveelheid afvalwater zal daardoor in deze regio geleidelijk toenemen. Dit bepaalt de hoeveelheid vuil dat naar de zuivering zal komen (biologische belasting, uitgedrukt in vervuilingseenheden).

-

Hydraulische belasting: De hydraulische belasting kan worden uitgesplitst in Droogweeraanvoer (DWA) en Regenweeraanvoer (RWA, de optelsom van DWA en hemelwater). De RWA-prognose is bepalend voor de hydraulische ontwerpcapaciteit.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

28 van 226

De DWA-prognose groeit mee met het aantal inwoners en bedrijven. Een inwoner loost gemiddeld 120 liter afvalwater in tien uur.

Voor de RWA-prognoses wordt ook gekeken naar het aantal hectare aangesloten verhard oppervlak (denk aan daken, wegen, glastuinbouw, etc.) en het soort rioleringsstelsel om te bepalen hoeveel regenwater er naar het rioleringsstelsel gaat. Hierin is verwerkt wat de afspraken zijn met de aanvoerende gemeenten over het afkoppelen van verhard oppervlakte dat afvoert naar het rioleringsstelsel. De invloed van klimaatverandering op (intensiteit van) regenbuien en droogte is niet verwerkt in de prognose. Hier wordt nog landelijk onderzoek naar gedaan.

Hoeveel water er daadwerkelijk naar de zuivering gaat is ook afhankelijk van de maximale capaciteit van het aanvoerend rioolstelsel. Als er meer water komt dan het riool of de zuivering kan verwerken, dan vinden er overstorten plaats vanuit het riool op het oppervlaktewater. Dit heeft negatief effect op de waterkwaliteit.

Figuur 2.1: Schematische weergave van de afvoer van het afvalwater volgens het huidige systeem

Biologische ontwerpcapaciteit De huidige maatgevende belasting is afgerond 310.000 vervuilingseenheden of inwonerequivalenten (i.e.) 1 voor 2022. Deze belasting groeit afhankelijk van het scenario door naar afgerond 412.000 tot 422.000 i.e. voor 2060. Gezien het geringe verschil tussen de scenario’s hanteert het plan 420.00 als geprognotiseerde waarde. Met een reservecapaciteit van 30.000 i.e. is de ontwerpcapaciteit voor 2060 daarom op 450.000 i.e. bepaald. Deze reservecapaciteit is om onzekerheden in de prognose op te kunnen opvangen, om enige ontwerpruimte te hebben voor toekomstige nieuwe ontwikkelingen en voor redundantie in de zuivering (bijvoorbeeld om onderhoud uit te voeren). 5F

Hydraulische ontwerpcapaciteit De hydraulische capaciteit is erg bepalend voor de volumes van installaties in de zuivering. Het is niet eenvoudig om deze op een later moment aan te passen. De ontwerpcapaciteit is vastgesteld op 16.000 m3/uur. Zuiveringsslib van AWZI Nieuwe Waterweg Op de zuivering in Vlaardingen wordt niet alleen het slib verwerkt van die zuivering, maar ook het slib van AWZI Nieuwe Waterweg. Dit wordt met vrachtwagens aangevoerd. Dit slib wordt omgezet in groengas.

1

Zie voor verdere toelichting over vervuilingseenheden (v.e.) en inwoner equivalenten (i.e.) paragraaf 1.5.2.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

29 van 226

Samenstelling afvalwater en aangevoerde slib Delfland is verplicht om het door aangesloten inwoners en bedrijven via het riool aangeboden afvalwater te verwerken. Tot op heden werd het binnenkomend afvalwater niet structureel gemonitord op kwaliteit. Delfland is recent gestart met meer frequente meting van het binnenkomend afvalwater op AWZI De Groote Lucht. In algemene zin kan het volgende gezegd worden over de samenstelling: -

Het afvalwater dat naar de nieuwe AWZI komt is grotendeels afkomstig van de aangesloten rioolstelsels. Daarnaast is er aanvoer per as van communaal huishoudelijk afvalwater. Dit was in de afgelopen jaren tussen 30-200m3 per jaar. Dit is een zeer klein aandeel op totale aanvoer. Dit water heeft een vergelijkbare samenstelling als dat uit het riool. Er zijn geen industriële lozingen op de zuivering.

-

De samenstelling van het afvalwater is in het algemeen vergelijkbaar met landelijke gemiddelden voor wat betreft zeer zorgwekkende stoffen of microverontreinigingen.

-

Er wordt extern slib van AWZI De Nieuwe Waterweg aangevoerd voor verdere behandeling op de nieuwe zuivering. Dit slib is afkomstig uit communaal afvalwater.

-

Op basis van de aansluitingen is bekend dat momenteel 85% van de biologische belasting van inwoners en de overige 15% van bedrijven komt. De verwachting is dat deze verhouding iets gaat veranderen naar 80% van inwoners en 20% bedrijven als alle ontwikkelingen gaan zoals nu opgenomen in de prognose. Dit heeft geen impact op de samenstelling van het afvalwater, omdat het geen bijzondere bedrijven zijn.

-

Het afvalwater van de glastuinbouw uit de Lier zal komende jaren worden verwerkt op zuivering de Nieuwe Waterweg, waar collectieve zuivering plaatsvindt. In de toekomst komt dit afvalwater naar verwachting wel naar de zuivering in Vlaardingen, maar dan moet de glastuinbouw voldoen aan wettelijke eisen voor de verwijdering van gewasbeschermingsmiddelen, waardoor deze stoffen niet naar de zuivering komen.

2.1.2

Hoofdelementen van de biologische afvalwaterzuivering

In deze paragraaf wordt toegelicht uit welke onderdelen de biologische afvalwaterzuivering bestaat. Waterlijn Het te zuiveren water komt vanuit de verschillende aanvoerende leidingen bij de zuivering binnen en wordt daarna in een aantal stappen gezuiverd: 1 2 3

4

5 6

Verwijderen van grote stukken afval, zoals takjes, stukken plastics, vochtige doekjes of luiers. Dit gebeurt met een rooster waar het water doorheen gaat. Lichtere delen, zoals vet en olie, komen boven drijven en worden verwijderd. Zwaardere delen bezinken naar de bodem van installaties. Hierna wordt het water door bacteriën schoongemaakt. De bacteriën breken organische verbindingen af en verwijderen stikstof en fosfaat uit het water. Daarvoor zijn op verschillende momenten in het proces zuurstofrijke of juist zuurstofarme omstandigheden nodig. Daarom wordt er zuurstof toegevoegd aan het water en indien nodig ook chemische middelen, om de bacteriën te helpen. De grootte van verschillende installaties waarin dit gebeurt en de verblijftijd van het water (hoe lang het water in dezelfde tank zit) zijn ook van invloed op hoe goed het proces verloopt. De bacteriën bezinken als slib naar de bodem. Het grootste deel hiervan wordt teruggebracht eerder in het zuiveringsproces, waar ze opnieuw het water kunnen zuiveren. Het teveel aan bacteriën wordt naar de sliblijn gepompt. Naar verwachting is er een extra zuiveringsstap nodig om te voldoen aan de strengere eisen voor onder andere verwijderen van microverontreinigingen. Het gezuiverde water stroomt via de effluentleiding naar het oppervlaktewater.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

30 van 226

Sliblijn Het zuiveringsslib uit de waterzuivering wordt op dezelfde locatie verwerkt in een vergistingsinstallatie. De installatie in Vlaardingen verwerkt ook het slib van AWZI Nieuwe Waterweg. De sliblijn kent de volgende stappen: 1 2 3

4

Het zuiveringsslib uit de waterlijn bevat nog veel water. Dit wordt er zoveel mogelijk uitgehaald. Het slib wordt vergist. Hierbij zetten bacteriën het slib om in biogas. De omvang van de vergister, de verblijftijd en de temperatuur zijn hierbij bepalende factoren. Na vergisting blijft er nog slib over. Eerst wordt nog zoveel mogelijk water uit dit slib gehaald. Daarna wordt het slib door vrachtwagens afgevoerd naar slibeindverwerker HVC. Delfland is samen met veel andere waterschappen aandeelhouder van HVC, waardoor de eindbehandeling en de verduurzaming van het slib op grote schaal en daarmee (milieu)efficiënter kan plaatsvinden. Het water dat uit het slib is gehaald bevat nog veel stikstof. Daarom gaat het weer terug naar de waterlijn om verder gezuiverd te worden.

Gaslijn Het biogas dat uit de vergisters komt wordt omgezet naar groengas en geleverd aan het gasnet. Leidingstelsel De zuivering in Vlaardingen ontvangt het water van meerdere gemeentes. Dit wordt aangevoerd via de leidingen vanuit Maassluis, Schiedam en Vlaardingen. Afvoer van het gezuiverde water gaat via een effluentleiding. De nieuwe zuivering in Vlaardingen zal in elk geval een effluentleiding hebben naar Het Scheur (rijkswater) en naar de Waterharmonica voor aanvoer naar de Krabbeplas (regionaal oppervlaktewatersysteem). Een deel van de leidingen naar en van de nieuwe zuivering zal door de primaire waterkering gaan. Dat is nu ook al het geval voor enkele leidingen. Utiliteiten Naast de bovenbeschreven technische installaties, zijn er voor een afvalwaterzuivering nog veel andere functies nodig. Denk daarbij aan elektra-aansluiting, dienst- en kantoorgebouw, opslag voor stoffen, materialen en afvalstromen. Vloeistofdichte vloeren Onderdeel van het voornemen is de toepassing van vloeistofdichte vloeren, bijvoorbeeld bij de opslag van chemicaliën. Dit om bodemverontreiniging te voorkomen. Aanvullende functies Bij de nieuwe afvalwaterzuivering zullen mogelijk ook functies worden toegevoegd die niet (standaard) bij een afvalwaterzuivering aanwezig zijn en die nog niet aanwezig zijn op de bestaande zuivering in Vlaardingen.

-

-

-

2.2

Terugwinning van grondstoffen: In het streven om volledig circulair te worden is het terugwinnen van grondstoffen een belangrijke stap. Bij de uitwerking van de toekomstige zuivering wordt onderzocht welke grondstoffen, naast biogas, kunnen worden teruggewonnen, in 2030 of in de decennia daarna. Thermische Energie uit Afvalwater: wordt gebruikt door via pompsystemen, warmtewisselaars en een warmtepomp de warmte op te werken en over te dragen aan de vetzuur reactor (VFA-reactor), vergisters en voor het proces in de ammoniak stripper (afhankelijk van het alternatief). Educatie: Er wordt onderzocht of en op welke manier de nieuwe waterzuivering een educatieve functie kan krijgen. Hierover zijn echter nog geen concrete plannen of besluiten. In het plan-MER is daarom nog geen rekening gehouden met een educatieve functie

Onderzochte alternatieven voor waterzuivering

In deze fase van het plan onderzoekt Delfland vier alternatieven. Deze zijn allemaal integraal beoordeeld op effecten. Op basis daarvan neemt het bestuur van Delfland een besluit over het voorkeursalternatief. De

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

31 van 226

beoordeling van de milieuaspecten voor de alternatieven en het uiteindelijke voorkeursalternatief is beschreven in hoofdstuk 3 en 4 van dit plan-MER.

2.2.1

De vier alternatieven

De kansrijke alternatieven en varianten voor een biologische zuivering die de meeste potentie hebben om aan de eisen, wensen en ambities te voldoen, zijn: 1

2 3

Een modified University of Cape Town (mUCT) zuiveringssysteem Variant 1a. Met nabezinktank als slibscheidingssysteem (NBT) Variant 1b. Met een membraanbioreactor als geïntegreerd slibscheidingssysteem (MBR) Een AB+-zuiveringssysteem Een Aeroob korrelslibsysteem

Modified University of Cape Town (mUCT) Dit ontwerp heeft als kenmerken een conventionele opbouw waarbij het water stap voor stap door de verschillende onderdelen van de zuivering gaat, met voorbezinking, geoptimaliseerde biologische stikstof- en fosfaatverwijdering en daarnaast ook slibvergisting en groengasproductie. Ten minste twee grote zuiveringen in Nederland, te weten AWZI Harnaschpolder in Den Hoorn en de zuivering Amsterdam-West zijn zo opgebouwd, met een meerstappenproces binnen één tank. Deze zuiveringen lopen beide stabiel met betrouwbare resultaten. Dit proces kan worden uitgevoerd met membraanscheiding of nabezinking als slibafscheidingsproces. Wanneer het systeem wordt uitgevoerd met membraanscheiding wordt het systeem ook wel een membraanbioreactor genoemd (MBR). AB+-zuiveringssysteem Een AB+-systeem (alternatief 2) is erop ingericht om in de eerste trap (de A-trap) zoveel mogelijk koolstof af te vangen, zodat deze koolstof beschikbaar is om bijvoorbeeld biogas (c.q. groen-gas) op te wekken, of om in de toekomst grondstoffen uit terug te winnen. In de tweede stap (de B-trap) worden de resterende verontreinigingen verwijderd. Optimalisaties die bij alternatief 1 kunnen worden toegepast, zijn over het algemeen ook toepasbaar bij dit alternatief. Aeroob korrelslibsysteem Het derde kansrijke alternatief is gebaseerd op een aeroob korrelslibreactor.

Het bekendste voorbeeld hiervan is het NEREDA-principe, dat in Nederland is ontwikkeld. De layout van deze zuivering is anders dan van actiefslibsystemen (alternatief 1). Bij deze technologie groeit het slib in korrels, waardoor het sneller bezinkt. Het belangrijkste kenmerk qua opbouw is dat deze zuivering is ingericht als een batch-proces met meerdere reactoren, waarbij binnen elke reactor het volledige zuiveringsproces plaatsvindt (in plaats van achter elkaar in verschillende tanks). De stappen binnen een tank zijn: vullen/ legen (stap 1), reageren met en zonder zuurstof (stap 2) en versneld bezinken als gevolg van de hogere bezinksnelheid van de slibkorrels ten opzichte van actiefslib-vlokken (stap 3). Er zijn in dit alternatief wat andere procesonderdelen dan bij andere alternatieven aanwezig, zoals een korrelslibbuffer en potentieel een influentbuffer om het water tijdelijk op te slaan totdat een reactor klaar is met het zuiveren van een batch en weer gevoed kan worden.

2.2.2

Belangrijkste stappen voor waterzuivering per alternatief

De verschillen tussen bovengenoemde alternatieven hebben in principe alleen betrekking op de waterlijn, zoals beschreven in voorgaande paragraaf 2.1. In bijlage XII zijn de processchema’s van de alternatieven opgenomen. In Tabel 2.1 zijn de belangrijkste stappen van het proces per alternatieven beschreven. In de gekleurde cellen (rij 3 t/m 5) zijn de stappen in de waterlijn beschreven, waarin de alternatieven verschillen.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

32 van 226

Bij elk alternatief wordt in het ontwerpproces onderzocht welke optimalisaties mogelijk zijn om nu of in de toekomst prestaties van de zuivering te verbeteren (denk aan: nog hoger effluentkwaliteit, lager energieverbruik, terugwinnen van grondstoffen of verminderen grondstofverbruik). Tabel 2.1 Belangrijkste stappen van het proces bij de vier alternatieven met in gekleurde cellen de stappen in de waterlijn waarin de alternatieven verschillen mUCT + NBT Alternatief 1a

mUCT + MBR Alternatief 1b

AB+ Alternatief 2

Aeroob korrelslib Alternatief 3

Scheiding grove vervuiling (roostergoed en zand)

Scheiding grove vervuiling (roostergoed en zand)

Scheiding grove vervuiling (roostergoed en zand)

Scheiding grove vervuiling (roostergoed en zand)

Voorzuivering voor scheiding onopgeloste bestanddelen. Resulteert in primair slib

Voorzuivering voor scheiding onopgeloste bestanddelen. Resulteert in primair slib

Biologische zuivering (A-trap met bezinking). Binding onopgeloste delen met actief slib, scheiding via gravitatie, retourslib terug en secundair naar vergisting. Hoogbelast actiefslibsysteem

Voorzuivering voor scheiding onopgeloste bestanddelen. Resulteert in primair slib

Biologische zuivering middels bacteriën (actief slib) voor verwijdering nutriënten (N+P) en opgeloste stoffen

Biologische zuivering middels bacteriën (actief slib) voor verwijdering nutriënten (N+P) en opgeloste stoffen

Biologische zuivering (B-trap met bezinking) middels bacteriën (actief slib) voor verwijdering nutriënten (N+P) en opgeloste stoffen, retourslib terug en secundair naar vergisting. Laagbelast actiefslibsysteem

Biologische zuiveringsproces batchgewijs, bezinking vindt plaats in dezelfde tank. Secundair slib naar vergisting

Slibscheiding in nabezinktank, retourslib terug naar biologische zuivering, secundair slib naar vergisting

Slibscheiding via membraanfiltratie, retourslib terug en secundair naar vergisting

Nabezinking

Nazuivering via doekenfilter en verwijdering microverontreinigingen voor lozing op Het Scheur

Nazuivering via doekenfilter en verwijdering microverontreinigingen voor lozing op Het Scheur

Nazuivering via doekenfilter en verwijdering microverontreinigingen voor lozing op Het Scheur

Nazuivering via doekenfilter en verwijdering microverontreinigingen voor lozing op Het Scheur

Extra nazuivering (mediafiltratie) en desinfectie ingeval lozing via Waterharmonica

Extra nazuivering (mediafiltratie) en desinfectie ingeval lozing via Waterharmonica

Extra nazuivering (mediafiltratie) en desinfectie ingeval lozing via Waterharmonica

Extra nazuivering (mediafiltratie) en desinfectie ingeval lozing via Waterharmonica

Primair en secundair slib wordt omgezet vetzuren en biogas

Primair en secundair slib wordt omgezet vetzuren en biogas

Primair en secundair slib wordt omgezet vetzuren en biogas

Primair en secundair slib wordt omgezet vetzuren en biogas

Slibstroom uit vergisting wordt ontwaterd en afgevoerd

Slibstroom uit vergisting wordt ontwaterd en afgevoerd

Slibstroom uit vergisting wordt ontwaterd en afgevoerd

Slibstroom uit vergisting wordt ontwaterd en afgevoerd

Bijzondere bedrijfsomstandigheden De in dit plan-MER beschreven milieueffecten zijn bepaald op basis van de reguliere bedrijfssituatie van de zuivering. Tijdens de bedrijfsvoering kunnen daarnaast bijzondere bedrijfsomstandigheden optreden, zoals opstarten of beëindigen van het proces, storingen of calamiteiten. In de huidige ontwerpfase kan hier echter nog geen goed inzicht in gegeven worden. De alternatieven zijn daardoor ten aanzien van de milieuaspecten niet onderscheidend in deze voorkeursalternatief-fase aangezien de wijze waarop zal worden omgegaan met bijzondere bedrijfsomstandigheden specifiek bij het ontwerp zal worden meegenomen in de vervolgfase van het voorontwerp. Een analyse van deze bijzondere bedrijfsomstandigheden inclusief effecten en maatregelen komt daarom aan de orde in het project-MER.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

33 van 226

2.2.3

Lay out terrein per alternatief

Voor elk van de alternatieven is een eerste indeling van het terrein gemaakt, met het doel om te bepalen of het type zuivering past binnen de planstudiegrenzen. Tevens zijn deze indelingen gebruikt voor de effectbepalingen voor geluidhinder, luchtkwaliteit, stikstofdepositie en externe veiligheid. mUCT + NBT (alternatief 1a)

mUCT + MBR (alternatief 1b)

AB+-zuiveringssysteem (alternatief 2)

Aeroob korrelslibsysteem (alternatief 3)

Figuur 2.2 Schetsmatige indeling van het terrein per alternatief

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

34 van 226

Bij alle vier de alternatieven zijn de zuiveringsstappen grotendeels op dezelfde locatie geplaatst, omdat het te zuiveren water een vaste route volgt. Deze vaste volgorde bepaalt de optimale plaatsing van de stappen op het terrein. De zuiveringsstappen van de waterlijn zijn als volgt: 1 2 3

Voorzuivering Hoofdzuivering Nabehandeling

Naast de waterlijn staan er op het terrein de volgende onderdelen: -

Sliblijn Gaslijn Chemicaliën Overige utiliteiten

De voorzuivering en nabehandeling is voor alle alternatieven nagenoeg hetzelfde. De afmetingen van de installaties en tanks van de hoofdzuivering verschillen per alternatief. Het influent komt bij deze ontwerpen via leidingen binnen aan de oostelijke perceelgrens en ondergaat daar eerst de voorbehandeling, die zich daarom aan de oostelijke grens van het terrein bevindt. Daarna stroomt het water door naar de hoofdzuivering, die ten noorden en ten westen op het perceel is geplaatst. Tot slot gaat (een deel van) het water naar de nabehandeling, die zich in de zuidwestelijke hoek van het terrein bevindt. Vanaf hier kan het water worden geloosd in Het Scheur of - met hogere kwaliteitseisen - in de Waterharmonica. De sliblijn en gaslijn vormen beide een afzonderlijke stroom en zijn zo optimaal mogelijk op het terrein geplaatst, waarbij rekening is gehouden met geluid- en geurbronnen. De geluid- en geurbronnen zijn strategisch geplaatst om zoveel mogelijk afstand te creëren tussen deze bronnen en de woningen aan de noord- en zuidzijde van het perceel. De methanolopslag is vooralsnog geplaatst nabij de nabehandeling. De overige chemicaliën zijn hierbij geplaatst om een centraal los- en laadpunt te creëren. In een latere fase van het project wordt meer in detail gekeken waar chemicaliën opslagen moeten worden.

De utiliteiten, de sliblijn en de waterlijn zijn zo gepositioneerd dat het alle 3 losstaande terreinen zijn die via een van de twee geplande toegangswegen toegankelijk zijn. De toegangswegen worden aangesloten op de bestaande weg aan de oostzijde. Per alternatief is ook beoordeeld hoeveel ruimte er overblijft om in de toekomst technieken toe te voegen die het proces duurzamer kunnen maken. Deze technieken zijn nu nog niet beschikbaar, maar er wordt waar mogelijk al wel ruimte voor gereserveerd. Keuzes voor ruimtelijke inpassing Voor uitwerking van ruimtelijke inpassing is geen onderscheid gemaakt tussen de vier alternatieven. OD205 (extern bureau stedenbouw en landschapsontwerp) heeft een analyse gemaakt van karakteristieken van de omgeving in de huidige situatie, de mogelijkheden van de locatie met een nieuwe AWZI en referentieprojecten. Tevens is in een atelier met belanghebbenden in beeld gebracht welke wensen en aandachtspunten zij zien ten opzichte van de ruimtelijke inpassing. Dit heeft geleid tot inzichten en uitgangspunten, die als basis dienen voor de verdere uitwerking in de volgende fase. Er is soms sprake van tegenstrijdige wensen van belanghebbenden. Ook zal de confrontatie tussen het ruimtelijk perspectief en andere eisen, zoals techniek, financiën, bedrijfsvoering, veiligheid etc. nog moeten plaatsvinden om tot een voorlopig ruimtelijk ontwerp te komen.

De volgende richtinggevende inzichten zijn opgehaald: -

De nieuwe zuivering wordt aan elke kant begrensd door een andere functie. Dit werkt door in de manier van inpassing aan elke zijde en moet in samenhang worden bezien.

-

Het terrein ligt niet op een doorgaande route of drukbezochte locatie. Dat zal in de toekomst niet wijzigen.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

35 van 226

-

Er komt een mix van open en gesloten delen in de omlijsting op de randen van het AWZI-terrein. Volledig gesloten maken met groen of volledig open houden is niet nodig en niet wenselijk.

-

Bij verdere uitwerking van het voorkeursalternatief zal gekeken worden naar invulling van de omlijsting, zichtlijnen over het terrein, ligging, hoogte en dichtheid van bebouwing (waaronder in ieder geval het kantoorgebouw), terreininrichting, vormgeving van gebouwen en kansen voor educatie.

Figuur 2.3 Analyse van karakteristieken van de omgeving door OD205 (extern bureau stedenbouw en landschapsontwerp)

2.2.4

Drie fasen van het plan: de aanleg en het gebruik van de nieuwe zuivering en de sloop van de bestaande afvalwaterzuivering De Groote Lucht

Voordat de nieuwe zuivering in 2030 in gebruik genomen kan worden gaat hier nog een aanlegfase van meerdere jaren aan vooraf. Zowel de gebruiksfase als de aanlegfase zijn onderdeel van de scope voor het wijzigen van het Omgevingsplan, waarvoor dit plan-MER wordt opgesteld. Wanneer een nieuwe zuivering is gerealiseerd op Vergulde Hand West, zal de bestaande zuivering De Groote Lucht gesloopt worden. Dit heeft mogelijk ook gevolgen voor verschillende milieuaspecten. De sloop van De Groote Lucht valt niet binnen de scope van de wijziging Omgevingsplan waarvoor dit plan-MER is opgesteld. In hoofdstuk 6.3 wordt aangegeven hoe de gemeente op dit moment aankijkt tegen de besluitvorming over de herontwikkeling van De Groote Lucht. Niettemin zijn in dit plan-MER wel de consequenties van de sloop ten aanzien van luchtkwaliteit, geluid, verkeer, Natura 2000 en waterveiligheid in kaart gebracht om een compleet beeld te schetsen van de te verwachten milieueffecten.

2.3

Afgevallen alternatieven voorafgaand aan dit plan-MER

AWZI De Groote Lucht is niet meer toekomstbestendig en kan rond 2030 niet meer aan de (toekomstige) wettelijke eisen voldoen. Het ontwerpen en realiseren van een toekomstbestendig AWZI duurt gemiddeld zo'n zeven tot acht jaar. Alle tijd is noodzakelijk om met een nieuwe zuivering in 2030 operationeel te kunnen zijn volgens alle eisen van dat moment en om gesteld te staan voor de eisen in de toekomst. Daarom is Delfland in 2020 gestart met het onderzoeken van mogelijke opties om weer een toekomstbestendige zuivering te hebben. Andere locaties voor nieuwbouw of uitbreiding van huidige zuivering zijn geen optie Andere opties, zoals andere locaties of uitbreiding van de huidige AWZI De Groote Lucht, zijn na eerste beoordeling afgevallen en niet verder onderzocht. Dit wordt hieronder toegelicht. Geen andere geschikte locaties voor nieuwbouw De locatiekeuze voor het alternatief nieuwbouw op het terrein van ‘Vergulde Hand West’ is gebaseerd op onderstaande punten:

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

36 van 226

-

In de onmiddellijke nabijheid van De Groote Lucht zijn geen locaties – anders dan op het terrein “Vergulde Hand West” die geschikt zijn voor de functie van een AWZI. Nieuwbouw op afstand van De Groote Lucht zou betekenen dat het aan- en afvoerend leidingnetwerk fors moet worden gewijzigd. Dat leidt tot een kapitaalvernietiging van het bestaande netwerk. Bovendien is de aanleg van nieuwe leidingen in dit dichtbevolkte gebied complex en duur. De ervaring van Delfland met de afvalwaterzuiveringsinstallatie Harnaschpolder in Den Hoorn laat zien dat de aanleg van een vrijwel volledig nieuw ondergronds netwerk voor het transport van afvalwater en gezuiverd water bijna evenveel kost als een nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie zelf.

Op De Vergulde Hand West is onbebouwd bedrijventerrein beschikbaar van voldoende omvang. Het terrein grenst aan de bestaande AWZI, waardoor het bestaande leidingstelsel voor het aanvoeren en afvoeren van het water naar en van de zuivering, met minimale aanpassingen, gebruikt kan worden. Andere locaties voor nieuwbouw zijn derhalve geen redelijkerwijs in ogenschouw te nemen alternatief. Behoud huidige zuivering met uitbreiding elders Een uitbreiding van de bestaande AWZI De Groote Lucht in oostelijke, westelijke en zuidelijke richting stuit op de volgende bezwaren: -

-

Uitbreiding in oostelijke richting kan alleen als bestaand bedrijventerrein wordt geamoveerd. Dat leidt tot hoge verwervingskosten en, indien minnelijke verwerving niet (tijdig) zou slagen, tot langdurige onteigeningsprocedures. Bovendien druist uitbreiding van de AWZI ten koste van bedrijventerrein in tegen het provinciaal beleid (Woon-werkakkoord Hoekse Lijn; Provincie ZuidHolland, 2022). De provincie Zuid-Holland acht het van belang dat er voldoende bedrijventerreinen zijn en uitbreiding van de bestaande AWZI zou leiden tot vermindering van het areaal aan (bestaand) bedrijventerrein. Uitbreiding in westelijke richting wordt onwenselijk geacht, omdat die zou leiden tot een verkleining van het natuur- en recreatiegebied het Oeverbos. Het terrein van AWZI De Groote Lucht wordt aan de zuidzijde begrensd door een langzaamverkeersverbinding langs Het Scheur. Uitbreiding in zuidelijke richting zou ertoe leiden dat deze regionale langzaamverkeersverbinding wordt doorsneden. Dat wordt onwenselijk geacht 1. 6F

Gezien de beschikbaarheid van een nieuwe, nog onbebouwde locatie aan de overzijde van de dijk, waarbij bovengenoemde bezwaren niet van toepassing zijn, is uitbreiding direct naast het bestaande terrein niet verder onderzocht. Aan de noordkant van de huidige zuivering ligt de primaire waterkering met weg erop (de Maassluissedijk) en vervolgens het terrein Vergulde Hand West. Uitbreiding van de bestaande AWZI met een nieuw deel aan de overzijde van de dijk stuit op de volgende bezwaren: -

-

-

-

1

Het uitbreiden van de AWZI met bijvoorbeeld een extra waterlijn op de nieuwe locatie betekent dat er min of meer een tweede zuivering bij wordt gebouwd om de toename van het afvalwater te kunnen verwerken. Dit betekent dat verschillende installaties dubbel moeten worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld ontvangstwerk, roostergoedverwijdering, chemicaliëndosering, effluentgemaal, mogelijke terugwinning van grondstoffen. Ook moet het primair slib getransporteerd worden van de ene naar de andere locatie, door of over de primaire waterkering. Wanneer wordt gekozen voor bijvoorbeeld de realisatie van de sliblijn op de nieuwe locatie zal naar verwachting ook extra leidingwerk door of over de primaire waterkering nodig zijn. Kruisende leidingen in een waterkering moeten zo veel mogelijk worden voorkomen. Inventarisatie in de verkenningsfase toonde aan dat veel bestaande installaties niet kunnen worden hergebruikt. Doorgaan op de huidige locatie met een uitbreiding aan de overzijde betekent alsnog vervanging van bestaande installaties. Een uitbreiding zou leiden tot een groter totaaloppervlak voor de AWZI op twee locaties en daardoor een verkleining van het bedrijventerrein Vergulde Hand West. Dit is in strijd met het

Kwaliteitsprogramma Nieuw Waterland

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

37 van 226

provinciaal ruimtelijk beleid (woon-werkakkoord, zie hieronder), dat uitgaat van behoud en/of compensatie van het beschikbare areaal bedrijventerrein. Kort samengevat leidt uitbreiding van de bestaande zuivering op De Vergulde Hand West tot meer kosten (investering en exploitatie). Ook leidt het tot meer ruimtebeslag dan renovatie van de huidige zuivering of nieuwbouw op Vergulde Hand West. Nieuwbouw past namelijk op een kavel van vergelijkbare grootte als het huidige terrein van AWZI De Groote Lucht. Als randvoorwaarde voor nieuwbouw op Vergulde Hand West zijn gemeente Vlaardingen en provincie Zuid-Holland (met de andere Hoekse Lijn Partners) overeengekomen dat de afname van bedrijventerrein op Vergulde Hand West, door de bouw van een nieuwe zuivering, zal worden gecompenseerd door de huidige locatie van AWZI De Groote Lucht te herbestemmen naar bedrijventerrein van eenzelfde categorie als die van Vergulde Hand West (Woon-werkakkoord Hoekse Lijn; Provincie ZuidHolland, 2022). Hiermee blijft het areaal bedrijventerrein per saldo gelijk. Uitbreiding is derhalve geen redelijkerwijs te beschouwen alternatief. Verkenning renovatie huidige AWZI en nieuwbouw op Vergulde Hand West In de verkenning renovatie en nieuwbouw (Hoogheemraadschap van Delfland, 2022a) zijn twee opties met elkaar vergeleken: renovatie op huidige terrein en nieuwbouw op Vergulde Hand West.

Hieruit is gebleken dat nieuwbouw de beste mogelijkheden biedt om een zuivering te realiseren die nu en in de toekomst kan voldoen aan alle eisen. Starten op een leeg terrein betekent dat de zuivering helemaal opnieuw kan worden ontworpen met de best mogelijke technieken. Dit levert voordelen voor milieu, maar ook voor bedrijfsvoering en veiligheid. -

-

-

-

Met een nieuwe zuivering kan het water beter worden gezuiverd, waarbij ook ruimte is voor de benodigde extra zuivering om te voldoen aan de strengere eisen voor het effluent. Ook kan een nieuwe zuivering beter worden ontworpen op energiezuinigheid en het terugwinnen van grondstoffen. Met renovatie is dit niet goed mogelijk. Bij renovatie bestaan grote risico’s voor de continuïteit van het zuiveringsproces en de veiligheid van de mensen die op de zuivering werken (Horvat&partners, 2022). Het zuiveren van afvalwater moet namelijk altijd door blijven gaan, ook tijdens de verbouwing. Ook bij inzet van beheersmaatregelen blijft er een substantieel restrisico bestaan en de beheersmaatregelen brengen substantiële kosten met zich mee. Bij nieuwbouw zijn deze risico’s als zeer minimaal ingeschat. Uit het onderzoek naar beide opties is gebleken dat de investeringskosten voor renovatie en nieuwbouw bij gelijke prestaties in dezelfde orde van grootte liggen. Ook bij renovatie is veel vervanging en nieuwbouw van installaties nodig. Dit heeft verschillende oorzaken. Inventarisatie toonde aan dat veel bestaande installaties niet kunnen worden hergebruikt en de zuivering moet groter worden vanwege toename van de biologische capaciteit met ongeveer 50%.

In de verkenning is onderbouwd dat de milieueffecten zoals geur en geluid bij nieuwbouw niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie, ondanks dat de nieuwe locatie dichter bij een woonwijk ligt.

Genomen besluiten voor nieuwbouw In september 2022 is op grond van de resultaten van deze verkenning door het algemeen bestuur van Delfland een voorkeursbesluit genomen voor nieuwbouw (Hoogheemraadschap van Delfland, 2022b). In navolging heeft ook gemeente Vlaardingen eind 2023 ingestemd om nieuwbouw op De Vergulde Hand West mogelijk te maken door planologische medewerking te verlenen en de benodigde grond aan Delfland te verkopen (Gemeente Vlaardingen, 2023). Deze besluiten zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst en koopovereenkomst voor de benodigde grond, tussen Delfland en gemeente Vlaardingen. Recente ontwikkelingen sluiten renovatie uit Na de verkenningsfase (2020-2022) heeft een aantal relevante ontwikkelingen plaatsgevonden die invloed hebben op de benodigde ruimte van de waterzuivering: -

De gewijzigde EU-richtlijn Stedelijk afvalwater, 2024: de normen voor de lozing van fosfor en stikstof zijn aangescherpt en de richtlijn stelt strenge eisen voor verwijdering van microverontreinigingen in het afvalwater. Strengere effluent eisen hebben tot gevolg dat de installaties groter worden en dat er een zogenaamde vierde trap nodig is (een extra zuiveringsstap);

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

38 van 226

-

-

-

In 2022 is duidelijk geworden dat een beoogde extra zuiveringsstap ten behoeve van de lozing van een deel van het effluent op regionaal oppervlaktewater (de zoetwaterfabriek) niet kon worden gerealiseerd op AWZI De Groote Lucht. Met nieuwbouw op De Vergulde Hand West kan hoge kwaliteit wel worden gerealiseerd, maar dit betekent wel extra ruimtebeslag; De prognoses van het afvalwater dat moet worden gezuiverd is bij de periodieke bijstelling in 2024 hoger dan de vorige prognose. Er komen nog meer mensen en bedrijven bij in de regio. De ontwerpcapaciteit is daarom recent (2024) verhoogd van 400.000 i.e. naar 450.000 i.e.; Op de AWZI in Vlaardingen wordt ook extern slib van AWZI De Nieuwe Waterweg verwerkt en omgezet naar groen gas. Op basis van de nieuwste prognose neemt ook de hoeveelheid slib van AWZI De Nieuwe Waterweg toe ten opzichte van de eerdere prognoses.

Genoemde ontwikkelingen waren nog niet meegenomen in de verkenningsfase. Deze recente ontwikkelingen vragen veel meer ruimte dan de ontwerpen uit de verkenningsfase. De ontwerpen van renovatie uit de verkenningsfase tonen aan dat de ruimte op de huidige locatie nauwelijks toereikend is. Met deze recente ontwikkelingen, die meer ruimte vragen, is het te betwijfelen of renovatie op het huidige terrein zou passen. Bovendien is het ruimtegebrek een belangrijke oorzaak van de hoge risico’s tijdens de bouw. Deze zullen dus ook hoger worden. De voorkeur voor nieuwbouw wordt hierdoor nog duidelijker dan in 2022. Alternatieven voor waterzuivering Het alternatief - fysisch-chemisch zuiveren - is nog in een experimentele fase. De bevindingen daarvan zijn vooralsnog dat dit proces zeer veel energie en grondstoffen vraagt. Hiermee is het geen duurzame en rendabele route voor een grote zuivering van huishoudelijk afvalwater die in 2030 gerealiseerd moet zijn.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

39 van 226

3 VERGELIJKING VAN DE ALTERNATIEVEN In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste uitkomsten en milieueffecten van het plan beschreven. De milieueffecten zijn beschouwd in drie fasen: de aanlegfase en de gebruiksfase van de nieuwe zuivering én de sloopfase van de bestaande zuivering De Groote Lucht. De sloopfase maakt geen onderdeel uit van het voornemen. Voor de aanleg- en sloopfase is voor zover mogelijk alleen ingegaan op voor deze fases relevante milieueffecten. Voor de aanlegfase zijn dit luchtkwaliteit, geluid, verkeer, ecologie, waterkwantiteit en bodem. Voor de sloopfase zijn dit luchtkwaliteit, geluid, verkeer, Natura 2000 en waterveiligheid.

3.1

Milieueffecten in de gebruiksfase: de belangrijkste verschillen tussen de alternatieven

In Tabel 3.1 zijn de milieueffecten van de vier alternatieven in de gebruiksfase weergegeven. Uit de effectbeoordeling blijkt dat bij behoorlijk aantal aspecten sprake is van geen of een neutraal effect ten opzichte van de referentiesituatie en dat de alternatieven slechts op een beperkt aantal aspecten onderscheidend zijn. Onderscheidende effecten tussen de alternatieven Er zijn twee aspecten waar sprake is van een onderscheidende score tussen de alternatieven: geluid en energiebalans. Bij beide aspecten is in de beoordeling sprake van negatieve effecten.

-

-

-

Alternatief 1a scoort negatief op de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten, terwijl de andere alternatieven neutraal scoren. Er is sprake van één overschrijding van 50 dB(A) in de etmaalperiode. Het gaat hier om de woning aan de Maassluissedijk 192 en de overschrijding bedraagt 1 dB(A). Er is in de berekeningen rekening gehouden met toe te passen maatregelen aan het verdeelwerk, de gasbuffer en het afleverpunt groen gas. Indien alternatief 1a de voorkeur heeft moet in de verdere uitwerking gekeken worden hoe de geluidssituatie verder geoptimaliseerd kan worden. Alternatief 1b en 2 scoren zeer negatief effect op het aspect energiebalans, terwijl de andere alternatieven neutraal scoren. Alternatief 1b heeft het hoogste energieverbruik door het toepassen van membranen waar afvalwater doorheen moet en dat kost energie. Alternatief 1b scoort niet energieneutraal. Alternatief 1a en 2 scoren negatief op verhardingstoename/watercompensatie. In deze alternatieven is de verhardingstoename relatief groot en is inpassing van de watercompensatie complexer ten opzichte van alternatief 1b en 3. De invulling van de watercompensatie wordt te zijner tijd vastgelegd in een waterhuishoudkundig plan. Het beeld is dat deze inpasbaar is binnen het plangebied en de omliggende peilgebieden. Delfland zoekt zelf naar locaties waar uitbreiding van het watersysteem mogelijk en wenselijk is.

Negatieve effecten bij alle alternatieven De andere alternatieven scoren ook negatief op CO2-impact energieverbruik en -productie. De belangrijkste reden hiervoor is dat de voorgenomen alternatieven meer zuiveringsstappen hebben om een hogere effluentkwaliteit te produceren. Om een hogere effluentkwaliteit te produceren zijn meer energie en chemicaliën nodig, wat leidt tot een hogere CO2-impact en energieverbruik. Tot slot is er bij alle alternatieven een negatief effect voor landschap verwacht op de herkomstwaarde. De Maassluissedijk is een van de weinige historische structuren in het gebied en met de inpassing van de nieuwe

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

40 van 226

AWZI kan enige aantasting daarvan niet op voorhand worden uitgesloten. In de vervolgfase zal gekeken worden hoe de ruimtelijke inpassing vorm kan krijgen. Positieve effecten bij alle alternatieven Naast negatieve effecten zijn er ook (in alle alternatieven) positieve effecten op: geur, grondstoffenterugwinning, Natuurnetwerk Nederland, waterkwaliteit, waterkwantiteit van het watersysteem (tegengaan verdroging) en het overstromingsrisico.

-

-

-

-

-

-

De geurbelasting van alle alternatieven voldoen aan de wettelijke geurnormen. De normen voor een nieuwe waterzuivering zijn strenger dan voor de bestaande zuivering (De Groote Lucht). Hierdoor neemt de geurbelasting op woningen af ten opzichte van de referentiesituatie. Bij de alternatieven is uitgegaan van het nemen van maatregelen om aan de wettelijke normen te voldoen. Alle alternatieven zijn in staat om nutriënten, chemicaliën en bouwstoffen terug te winnen en hebben daarmee een zeer positief effect op grondstoffenterugwinning ten opzichte van de referentiesituatie. De rietputten (Waterharmonica) ten westen van De Vergulde Hand maken onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland. Het voornemen is dat de nieuwe AWZI in de zomer (nagezuiverd) water inlaat in de Waterharmonica. Dit zou gunstig zijn voor de moerasontwikkeling van de Waterharmonica en bijdragen aan het verbeteren van de natuurkwaliteit. De alternatieven hebben een positief effect op de waterkwaliteit. De kwaliteit van het effluent dat naar het Scheur gaat wordt beter ten opzichte van de huidige situatie (De Groote Lucht). Er worden minder nutriënten geloosd en er vinden minder vaak overstorten plaats. Alle alternatieven voldoen aan de lozingseisen gesteld in de Richtlijn Stedelijk Afvalwater (RSA).

Door het leveren van water aan de Waterharmonica kan de Krabbeplas doorgespoeld worden en de (zwem)waterkwaliteit verbeteren. Ook zal de ecologische toestand in de Krabbeplas verbeteren. In alle alternatieven zal een deel van het effluent binnendijks gehouden worden (Krabbeplas en/of boezem). Hierdoor worden watertekorten verminderd en wordt doorspoeling bevorderd. Dit is positief voor de waterkwantiteit van het watersysteem, omdat de Waterharmonica in de autonoom situatie verdroogt. Het verplaatsen van de afvalwaterzuivering van een buitendijkse naar een binnendijkse locatie wordt met het oog op overstromingsrisico’s positief beoordeeld.

Geen of neutrale effecten Uit de effectbeoordeling blijkt dat bij veel aspecten sprake is van geen of een neutraal effect ten opzichte van de referentiesituatie. Dit heeft onder andere te maken met de uitgangspunten die gehanteerd zijn voor de referentiesituatie, namelijk dat het terrein Vergulde Hand West bouwrijp wordt opgeleverd. De Vergulde Hand West heeft een bedrijfsbestemming, waardoor in de autonome situatie bedrijven zullen vestigen op het terrein. Een bouwrijp terrein kan gezien worden als een conservatieve aanname waar het gaat om het inschatten van de omvang van de effecten. Het effect van bijvoorbeeld verkeers- of geluidseffecten als gevolg van de zuivering ten opzichte van een bouwrijp (maar dus leeg) terrein is immers groter dan wanneer de effecten van de zuivering worden vergeleken met een bedrijfsterrein waar ook ook verkeers- en geluidseffecten zijn. In pararaaf 6.4 is dieper ingegaan op de referentiesituatie. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat alle vier de alternatieven maakbaar en vergunbaar zijn. Op basis van dit planMER kan een besluit genomen worden over het omgevingsplan. De milieueffecten zijn veelal gelijk aan de referentiesituatie of er is sprake van een positief effect.

Bij de aspecten waar sprake is van een negatief effect (geluid, energiebalans, CO2-impact energieverbruik en -productie, herkomstwaarde) moet gekeken worden naar een optimalisatie bij de nadere uitwerking van het voorkeursalternatief (VKA).

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

41 van 226

Tabel 3.1 Milieueffecten van de vier alternatieven in de gebruiksfase

Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Alternatief 1a

Alternatief 1b

Alternatief 2

Alternatief 3

Gebruiksfase

Leefomgeving

Geur

Geurbelasting op geurgevoelige objecten

+

+

+

+

Luchtkwaliteit

Verandering van de luchtkwaliteit op basis van de NO2 en PM10 concentraties

0

0

0

0

Geluid

Geluidbelasting op geluidgevoelige objecten

-

0

0

0

Externe veiligheid

Omgevingsveiligheidssituatie

0

0

0

0

Gezondheid

Gezondheidskwaliteit vanwege geluid, luchtkwaliteit, geur en omgevingsveiligheidsrisico’s

0

0

0

0

Verkeer

Bereikbaarheid

0

0

0

0

Verkeersveiligheid (kans op verkeersongevallen)

0

0

0

0

Energie

Energiebalans

0

--

--

0

Grondstoffen

Grondstoffenterugwinning

++

++

++

++

Klimaatneutraliteit

CO2-impact energieverbruik en -productie

-

-

-

-

Beschermde soorten en biodiversiteit

Soorten

0

0

0

0

Biodiversiteit

0

0

0

0

Houtopstanden

0

0

0

0

0

0

0

0

Natuurnetwerk Nederland

+

+

+

+

Behalen van de lozingsnormen van de Richtlijn Stedelijk Afvalwater

+

+

+

+

Effecten op het voldoen aan de KRW-normen

+

+

+

+

Behalen van de Zwemwaterrichtlijn voor zwemwaterplas

+

+

+

+

Verhardingstoename ten opzichte van beleid voor watercompensatie inclusief verwachte effecten door klimaatverandering

-

0

-

0

Voorziene effluentlozing op het watersysteem

+

+

+

+

Invloed op faalmechanismes

0

0

0

0

Overstromingsrisico

+

+

+

+

Bodemkwaliteit

Milieuhygiënische kwaliteit

0

0

0

0

Archeologie

Invloed op gebieden met (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde en bekende archeologische waarden

0

0

0

0

0

0

0

0

Herkomstwaarde

-

-

-

-

Impact op cultuurhistorische waarden

0

0

0

0

Duurzaamheid

Ecologie

Beschermde gebieden Natura 2000

Water

Waterkwaliteit

Waterkwantiteit

Waterveiligheid

Bodem

Ruimtelijke kwaliteit

Landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit

Belevingswaarde

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

42 van 226

3.2

Milieueffecten in de aanlegfase

In onderstaande Tabel 3.2 zijn de milieueffecten van de aanlegfase weergegeven. De aanlegfase is niet onderscheidend tussen de alternatieven, omdat er nog te veel onzekerheden zijn over de wijze en de duur van aanleg. Uit de effectbeoordeling blijkt dat er bij een aantal aspecten sprake is van een tijdelijk negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie.

-

-

De bereikbaarheid en de verkeersveiligheid verslechteren naar verwachting als een gevolg van extra (zwaar) verkeer van en naar het gebied. Tijdens de aanlegfase zijn uitstralende effecten van geluid, licht en menselijke aanwezigheid naar de omgeving te verwachten. Dit kan een negatief effect hebben op soorten en biodiversiteit. Een braakliggend terrein kan gebruikt worden door soorten als de rugstreeppad en kalegrondbroeders. Er zijn maatregelen voorhanden waardoor het gebied natuurinclusief ingericht kan worden. Dit moet verder uitgewerkt in het voorkeursalternatief en het waterhuishoudkundig plan. Wanneer deze maatregelen worden gehanteerd zijn de effecten van het plan voor soorten en biodiversiteit als neutraal (0) te beoordelen. In de aanlegfase wordt in de bodem geroerd waardoor niet uitgesloten kan worden dat verstoring of vernietiging van archeologische waarden optreedt. Er is op dit moment geen aanleiding voor het leggen van een archeologisch beschermingsregime, behoudens het AMK terrein Volksbos (zie paragraaf 11.2.3).

Omdat het nog niet duidelijk is welke werkzaamheden er precies plaats gaan vinden en op welke manier en locatie, valt er geen inschatting te maken van de geluidsniveaus ter plaatse van woningen. In de volgende fases van het project moet worden onderzocht wat het effect is van het bouwgeluid op de omgeving voor het voorkeursalternatief. Daarbij moet bepaald worden of het geluid op de geluidgevoelige objecten toelaatbaar is en of mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Tabel 3.2 Milieueffecten in de aanlegfase Aanlegfase Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Leefomgeving

Luchtkwaliteit

Verandering van de luchtkwaliteit op basis van de NO2 en PM10 concentraties

0

Geluid

Geluidbelasting op woningen

PM

Verkeer

Bereikbaarheid

-

Verkeersveiligheid (kans op verkeersongevallen)

-

Ecologie

Beschermde soorten en Soorten biodiversiteit

Beschermde gebieden

Effectbeoordeling

-

Biodiversiteit

-

Houtopstanden

0

Natura 2000

0

Natuurnetwerk Nederland

0

Water

Waterkwantiteit

Grondwaterkwantiteit tijdens de aanlegfase

0

Bodem

Bodemkwaliteit

Milieuhygiënische kwaliteit

0

Archeologie

Invloed op gebieden met (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde en bekende archeologische waarden

0

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

43 van 226

3.3

Milieueffecten in de sloopfase van de bestaande zuivering

In onderstaande Tabel 3.3 zijn de milieueffecten van de sloopfase van de bestaande zuivering weergegeven. Uit de effectbeoordeling blijkt dat er bij verkeer sprake is van een tijdelijk negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie. De bereikbaarheid en de verkeersveiligheid verslechteren naar verwachting tijdelijk als een gevolg van extra (zwaar) verkeer van en naar AWZI De Groote Lucht. Tabel 3.3 Milieueffecten in de sloopfase van de bestaande zuivering Sloopfase bestaande zuivering Thema

Aspect

Beoordelingscriteria

Effectbeoordeling

Leefomgeving

Luchtkwaliteit

Verandering van de luchtkwaliteit op basis van de NO2 en PM10 concentraties

0

Geluid

Geluidbelasting op woningen

0

Verkeer

Bereikbaarheid

-

Verkeersveiligheid (kans op verkeersongevallen)

-

Ecologie

Beschermde gebieden

Natura 2000

0

Water

Waterveiligheid

Invloed op faalmechanismes

0

3.4

Leemten in kennis en aandachtspunten voor het vervolg

Dit plan-MER is opgesteld voor het wijzigen van het omgevingsplan. In deze fase van de ontwikkeling van een nieuwe zuivering zijn details over de aanleg-, gebruik- en sloopfase nog slechts op hoofdlijnen bekend. De verdere detaillering gebeurt in de vergunningsfase, waarvoor een project-MER opgesteld zal worden. In deze fase wordt het voorkeursalternatief uitgewerkt naar een zogenaamd voorlopig ontwerp. De detaillering rondom de aanleg-, gebruik- en sloopfase kent in dit plan-MER daarom een hoger abstractieniveau. Op basis van de (uit te voeren) werkzaamheden in alle drie de fasen en alternatieven is een globale inschatting gemaakt van in te zetten materieel, verkeersbewegingen van en naar het plangebied, het verbruik en de locaties van installaties. De milieueffecten zijn bepaald op basis van deze inschattingen. In de project-mer-fase zal een nadere detaillering plaatsvinden van het voorkeursalternatief, waardoor te zijner tijd een gedetailleerder beeld geschetst kan worden over milieueffecten. Er zal dan ook een beter beeld bestaan van de bijzondere bedrijfsomstandigheden (opstartfase van de nieuwe zuivering, stoppen van de bestaande zuivering, calamiteiten), dit zal te zijner tijd nader aan de orde komen. Aanvullend op deze constatering is hieronder is per milieuthema ingegaan op de overige leemten in kennis.

Geur Er zijn aannames gemaakt om de geurbelasting zo goed als mogelijk te bepalen. De gemaakte aannames zijn consequent per alternatief en gemaakt op basis van representatieve kentallen. In de vervolgfase zal het ontwerp meer in detail worden uitgewerkt en zal wederom de geurbelasting worden berekend en getoetst ten behoeve van de aanvraag Omgevingsvergunning. Geluid Omdat het nog niet duidelijk is welke werkzaamheden er precies plaats gaan vinden en op welke manier en locatie, valt er geen inschatting te maken van de geluidsniveaus ter plaatse van woningen tijdens de aanlegfase. In de volgende fases van het project moet worden onderzocht wat het effect is van het bouwgeluid op de omgeving voor het voorkeursalternatief. Dit hoeft de besluitvorming rondom omgevingsplan niet in de weg te staan.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

44 van 226

Luchtkwaliteit, externe veiligheid en verkeer Er zijn geen specifieke leemten in kennis geconstateerd die relevant zijn voor de besluitvorming over het omgevingsplan ten aanzien van luchtkwaliteit, externe veiligheid en verkeer. Gezondheid Onder gezondheid is het effect op de tijdelijke arbeidsmigrantenwoningen in kaart gebracht. Dit is gedaan ter plaatse van de toekomstige locatie en specifiek voor geluid ter hoogte van drie verdiepingen. Het is echter nog onduidelijk hoe de tijdelijke arbeidsmigrantenwoningen eruit gaan zien en wat de exacte locatie is. Duurzaamheid De effectbeoordeling is gebaseerd op een kwalitatieve benadering voor de grondstoffenterugwinning. Zodra de hoeveelheden grondstoffenterugwinning (later in het proces) inzichtelijk zijn, dan kan dit de effectbeoordeling voor klimaatneutraliteit en grondstoffen beïnvloeden. Voor klimaatneutraliteit kan de CO2impact die gecompenseerd kan worden afwijken. Voor grondstoffen kan de hoeveelheid terugwinning van specifieke nutriënten, chemicaliën en bouwstoffen afwijken van de huidige aannames. Beschermde soorten en biodiversiteit Er zijn geen gebied dekkende inventarisatiegegevens bekend van het plangebied. Wel is er veel bestaande informatie uit de Nationale Databank Flora en Fauna. Dit geeft een voldoende nauwkeurig beeld van de gevolgen van het plan voor beschermde soorten en de uitvoerbaarheid van het plan.

In een vervolgfase kan eventueel nader onderzoek plaatsvinden naar het exacte voorkomen van beschermde soorten, waarmee mitigerende maatregelen geoptimaliseerd kunnen worden. Beschermde gebieden Voor het beoordelen van een ontwikkeling op planniveau is voldoende informatie beschikbaar om negatieve gevolgen voor Natura 2000-doelen in te kunnen schatten. De AERIUS-berekening is uitgevoerd op basis van een inschatting van de aanlegwerkzaamheden. Hierin zitten nog onzekerheden in fasering en wijze van uitvoering. Er is een conservatieve inschatting aangehouden, zie ook de uitgangspunten van de AERIUSberekening in bijlage XIV. In de project-mer-fase zal hier meer duidelijkheid over komen en kan de stikstofdepositiebijdrage ook nauwkeuriger berekend worden. Waterkwaliteit Het effect van een nieuwe zuivering op de specifiek verontreinigende stoffen is niet bekend, hier is in deze fase geen informatie over beschikbaar. Het debiet vanuit de AWZI is bijna tweemaal zo hoog als het huidige debiet in de Westboezem, en veel hoger dan het huidige debiet in de Aalkeet boezem. De effecten op mogelijke oeverafkalving of sedimentopwerveling op de Aalkeetboezem en Westboezem zijn onbekend. Er zijn immissietoetsen nodig om een vergunning te krijgen voor het lozen in oppervlaktewater.

En de impact van de verhoogde debieten in de Aalkeetboezem en Westboezem op oeverafkalving en sedimentopwerveling dient in een volgende fase van het plan grondig onderzocht te worden. Er is verder onderzoek nodig naar de effecten van het effluent op het watersysteem. De studie van Witteveen+Bos uit 2015 heeft andere uitgangspunten gehanteerd dan nu in de alternatieven wordt overwogen. Daarom is die studie niet voldoende om de effecten van de huidige plannen te voorspellen. Er is vooral een systeemanalyse nodig om de effecten op het westelijk deel van de Krabbeplas en op de Aalkeet buitenpolder te bepalen. Waterkwantiteit Er is weinig inzicht in de grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied. Om de grondwaterstanden te monitoren kunnen peilbuizen geplaatst worden. Het planvoornemen ligt in de omgeving van een spoorlijn. Met zettingsberekeningen dient aangetoond te worden dat geen onacceptabele zetting van het spoor plaatsvindt. Waterveiligheid Het planvoornemen ligt in de omgeving van een waterkering. Er dient geverifieerd te worden dat de bemaling en realisatie geen nadelige effecten heeft op de stabiliteit en het functioneren van de waterkering.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

45 van 226

Bodemkwaliteit Er zijn geen leemten in kennis geconstateerd ten aanzien van bodemkwaliteit. Archeologie Er zijn delen van het terrein waar nog niet opgegraven is en waar zich nog archeologische sporen kunnen bevinden die te relateren zijn aan de periferie van de opgegraven nederzettingen. Deze zones kunnen nog archeologische sporen bevatten. Er heeft echter grootschalig archeologisch onderzoek plaatsgevonden op de planlocatie in de vorm van inventariserende archeologisch onderzoeken en opgravingen. Er is op dit moment geen aanleiding meer voor het leggen van een archeologisch beschermingsregime, behoudens het AMK terrein Volksbos (zie paragraaf 11.2.3). Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit zal bepaald moeten worden op basis van een verder uitgewerkt ruimtelijk ontwerp. Hoe de ruimtelijke inpassing er uit gaat zien zal in de volgende fase (en in de project-MER) aan de orde komen.

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

46 van 226

4 KEUZE VOOR EEN VOORKEURSALTERNATIEF Om een toekomstbestendige waterzuivering te realiseren zijn er verschillende alternatieven uitgewerkt (zie paragraaf 2.2) en met elkaar vergeleken. Elk alternatief is beoordeeld op de hoofdcriteria: doelmatigheid, duurzaamheid, bedrijfsvoering en milieu & omgeving. Deze hoofdcriteria zijn uitgebreider toegelicht in paragraaf 1.4. De keuze voor een voorkeursalternatief (VKA) is dus niet alleen gemaakt op basis van de milieuaspecten zoals beschreven in dit plan-MER. In de voorbereiding van het project ‘Waterzuivering Vergulde Hand’ is het beoordelingskader opgesteld voor de afweging van alternatieven. Per hoofdcriteria zijn er (sub)criteria vastgesteld waarop de alternatieven zijn beoordeeld. De (sub)criteria staan in onderstaande Tabel 4.1. Tabel 4.1 Beoordelingskader afweging alternatieven en (sub)criteria Doelmatigheid

-

4.1

-

Flexibiliteit en ruimte voor toekomstige aanpassingen/uitbreiding

-

Energiebalans

-

Zoetwaterproductie

Investeringskosten Effluentkwaliteit

Bedrijfsvoering

-

Duurzaamheid

Levenscycluskosten instandhouding

Interne veiligheid Bedienbaarheid Onderhoudbaarheid Uitvoerbaarheid

Klimaatimpact, waaronder grondstoffengebruiken productie

Milieu & omgeving

-

Geur

-

Bodemkwaliteit

Luchtkwaliteit Geluid Externe veiligheid Gezondheid Verkeer Energie, grondstoffen en klimaatneutraliteit Natuur Water (kwaliteit, kwantiteit, veiligheid), inclusief klimaatadaptatie Archeologie Landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit

Voorkeursalternatief actief-slibsysteem met membranen

Het alternatief dat op basis van het beoordelingskader wordt voorgesteld als voorkeursalternatief is een conventioneel actief-slibsysteem volgens het modified University of Cape Town (mUCT)-proces met membranen voor slibscheiding (het alternatief 1b zoals beschreven in hoofdstuk 2). Voor de stap van slibscheiding worden in dit alternatief membranen (MBR) gebruikt waardoor het een compactere zuiveringsinstallatie is dan de andere alternatieven. Dit alternatief heeft de voorkeur, vanwege de ruimte voor verdere ontwikkelingen/inpassing, vanwege de hogere effluentkwaliteit en de potentie om nog schoner water te leveren. De operationele kosten zijn mogelijk wel hoger doordat de membranen meer energie gebruiken dan andere technieken en periodiek moeten worden vervangen. De investeringskosten van het voorkeursalternatief zijn juist lager. Over de gehele

Plan-MER AWZI Vergulde Hand Vlaardingen – 31 maart 2025

47 van 226

levensduur zijn de kosten van het voorkeursalternatief vergelijkbaar met de best scorende alternatieven, terwijl de effluentkwaliteit beter is. Het leveren van schoon water nu en op de lange termijn vraagt om extra inspanningen. Door te kiezen voor dit alternatief zet Delfland stappen op weg naar een toekomstbestendige, duurzame, circulaire en gebiedsgerichte zuivering. Schoon water met potentie voor hoogwaardig gebruik Hoewel alle alternatieven voldoen aan de eisen die nu zijn gesteld voor de effluentkwaliteit richting het Scheur en de Krabbeplas, levert het voorkeursalternatief door de membranen de betere effluentkwaliteit. Met name op de verwijdering van fosfaat, zwevende stof (deeltjes) en de bacteriologische kwaliteit - presteren membranen beter dan de andere opties. Hierdoor is het effluent ook gemakkelijker op te werken, waardoor er een kans is voor gebruik door derden (denk aan: industrie, demiwater, H2-electrolyzer). Met het oog op het toenemend belang van schoon water (KRW, drinkwater, tegengaan ontzilting) en toenemende tekorten kan Delfland met dit alternatief bijdragen aan het leveren van zo schoon mogelijk water en het sluiten van de kringloop. Compactheid biedt ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en inpassing in de omgeving Het voorkeursalternatief heeft het kleinste ruimtebeslag van de vier alternatieven.

Dit betekent dat er de meeste ruimte overblijft voor toekomstige voorziene of onvoorziene ontwikkelingen. Denk aan de invulling van toekomstambities om grondstoffen terug te winnen, aangescherpte wet- en regelgeving of het verwerken van een grotere capaciteit. Vanwege het relatief kleinere ruimtebeslag, geeft het voorkeursalternatief de beste mogelijkheden om de nieuwe afvalwaterzuiveringsinstallatie goed in te passen in de omgeving, met ruimte voor groene inpassing en inrichting en watercompensatie. Ook voor geur en luchtkwaliteit biedt een kleinere zuivering de meeste mogelijkheden voor het minimaliseren van de hinder voor de omgeving. De berekende geurcontour is het kleinst van de vier alternatieven en er kan in volgende ontwerpstappen nog gestuurd worden op optimalisatie. Energiegebruik en levensduurkosten hoger, klimaatimpact en investeringskosten gelijk Het zuiveren van water kost energie, chemicaliën en geld. Ook bij dit voorkeuralternatief vragen de hogere prestaties om meer energie. Voor de kosten geldt hierbij dat er met het detailniveau passend bij deze ontwerpfase nog grote onzekerheden zijn in de ramingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15937798/1