CConstaterende datVlaardingen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 -Welstandsnota

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente VlaardingenBij agendapunt: Beeldkwaliteitsplan Eiland van Speyk28.176 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Uitzondering zijn enkele vrijstaande woningen met een individuele uitstraling

Hoogteaccenten hebben een stedenbouwkundige aanleiding Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 60

Holy Zuid

Gebied 3G

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak of drie lagen met plat dak • appartementengebouwen hebben bij voorkeur een eenvoudige vorm en zijn in beginsel middelhoog • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakopbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan een voorkant de herhaling behouden • hoogteaccenten hebben een stedenbouwkundige aanleiding • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen

in beginsel een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster

Rijen woningen en appartementengebouwen in sobere baksteenarchitectuur

De individuele woning in een appartementencomplex is deel van het geheel

De architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk

Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan een voorkant in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen, pleisterwerk of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen Gebouwen met bijzondere functies wijken af in massa opbouw en vorm

Winkels zijn geclusterd in enkele buurtcentra, veelal met woningen erboven Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 61

Holy Noord Beschrijving Holy Noord is een uitbreidingswijk in een verzorgde en terughoudende baksteenarchitectuur waarin woningen van een gelijk type zijn gegroepeerd in clusters of rijen langs groene straten. De wijk bestaat in hoofdzaak uit de woonerven en -clusters die aantakken op de Amsterdamsingel, Olmendreef, Albert Schweitzersingel en Churchillsingel. De wijk vormt een besloten eenheid die bestaat uit een verzameling van woonerven ontsloten door een meanderend stratenpatroon. Daarnaast is er een wijkpark. De vele kleine groenelementen geven de wijk een groen uiterlijk. Binnen een erf komt in het algemeen één woningtype voor met verspringende nok- en rooilijnen. Laagbouw rijwoningen worden afgewisseld met middelhoge appartementenblokken Het beeld is gedifferentieerd door een wisselende oriëntatie van geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte. De opbouw van de woningen varieert, maar in het algemeen bestaat ze uit een of twee lagen met een kap, waarbij verlengde daken en aanbouwen vaak voorkomen. De afwisselende dakvlakken zijn vaak voorzien van dakkapellen en dakramen. De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig accenten. De meeste gevels zijn opgebouwd uit baksteen en vaak voorzien van houten of kunststof puien. Het kleurgebruik is oorspronkelijk terughoudend.

Uitzondering is het gedeelte aan de westkant van de Albert Schweitzersingel. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren in hoogte. Accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding. De architectuur van deze woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling in clusters in combinatie met een afwisselend beeld. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen, kantoorgebouwen en kerken. Deze gebouwen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Aan de oostkant van de wijk is een winkelcentrum. Aan de Joke Smitkade ligt een woonwagenkamp. Waardebepaling en ontwikkeling Holy Noord is een woonwijk aan de noordrand van Vlaardingen waar geen hoofdroutes door lopen. De waarde is vooral gelegen in de hoeveelheid groen en de samenhang tussen de stedenbouwkundige eenheden met ieder hun architectonische variaties. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van de wijk is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkappellen en uitbouwen. Gewoon welstandsgebied Holy Noord is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen, zoals ter plaatse van Het Oog aan de Johanna Naberkade.

Het beleid is terughoudend en gericht op het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden. Bouwplannen aan een achterkant zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik. Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 62

Gebied 3H

Rijwoningen worden afgewisseld met enkele appartementenblokken

Dakkapellen en -opbouwen komen in meerdere soorten en maten voor

Opbouwen in het zicht vormgeven als ondergeschikt element

Appartementengebouwen variëren in massa, vorm en uitwerking

Holy Noord

Gebied 3H

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met zadeldak • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm

Woningbouw in woonerfconcept, ontsloten door een grote ringweg

De kapvorm is sturend voor samenhang in rij en cluster

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijenwoningen aan voorkanten de herhaling behouden • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met de rij of het cluster • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbare materialen uitvoeren • hellende daken van woningen in beginsel voorzien van pannen

Rooilijnen zijn per blok in samenhang

Uitzonderingen zijn het winkelgebied en de kantoren aan de Churchillsingel

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 63

Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard Beschrijving De inbreidingen aan Rotterdamseweg en Engelse Boomgaard hebben een heldere structuur met gevarieerde woningen die per stedenbouwkundige eenheid worden herhaald. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Lusthofstraat, Eleonorastraat, Engelse Boomgaard en Jonkvrouw van Naaldwijcklaan. De gebieden hebben een open en groen karakter door brede straatprofielen, ruime tuinen en enkele grote groenelementen. De architectuur van de woningen is gebaseerd op herhaling in stedenbouwkundige eenheden als clusters en rijen met behoud van de individualiteit. Door de variatie tussen rijen en clusters is het beeld afwisselend. De woningen zijn gericht op de belangrijkste openbare ruimte. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De seriematig gebouwde woningen hebben een gevarieerde en gedifferentieerde opbouw van veelal twee lagen met variërende kappen of drie lagen met plat dak. Hoeken van rijen zijn vaak verbijzonderd met uitbouwen of hebben een extra laag. Het gevelbeeld is gevarieerd. Gevels hebben veelal accenten en een duidelijke horizontale of verticale geleding. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren hoogte. De architectuur van de woningen is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld. De detaillering is zorgvuldig en eenvoudig.

Accenten als luifels en structuur in het materiaal komen veel voor. Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen, soms met houten delen of plaatmateriaal. Het metselwerk heeft vaak vlakken of banen van afwijkende kleur. Hellende daken zijn gedekt met pannen. Kozijnen zijn van hout of kunststof. Samenhangend materiaal- en kleurgebruik is standaard. De overgang tussen openbaar en privé is vaak zorgvuldig vormgegeven met luifels, heggen of lage tuinmuurtjes. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de eenheid op schaal van de clusters en rijen in combinatie met de variatie op schaal van de wijk. Een andere kwaliteit is de hoeveelheid groenelementen in de wijk. De architectuur is verzorgd en gevarieerd. De dynamiek van de wijk is gemiddeld tot hoog en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Een deel van de gebieden is nog in ontwikkeling. Gewoon welstandsgebied De inbreidingen aan de Rotterdamseweg en Engelse Boomgaard zijn gewone welstandsgebieden. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het tot stand komen en het beheer van de samenhang binnen de stedenbouwkundige eenheden en het aanzien vanuit omringende gebieden.

De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 64

Gebied 3I

Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte

Rotterdamseweg/Engelse Boomgaard

Gebied 3I

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving en de beeldkwaliteitplannen getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met kap of tot drie lagen met plat dak • de nok is evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en

detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • bij rijenwoningen aan een voorkant zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • op maaiveldniveau hebben appartementengebouwen een bewoond karakter • de overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar materiaal uitvoeren • op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 65

Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon

Gevarieerde woningen worden per cluster herhaald

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig

Liesveld Beschrijving Liesveld is het winkelgebied van Vlaardingen met gevarieerde bebouwing in verschillende formaten, waarvan de onderste laag in gebruik is bij winkels en andere voorzieningen. Op de bovenlagen wordt gewoond. Het gebied ligt direct ten westen van het centrum en bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Waalstraat, Kuiperstraat, Veerplein en Gedempte Biersloot. De straten zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele panden van verschillende formaten. Gebouwen grenzen direct aan de openbare ruimte, soms is er een overgang door middel van een stoep. Voortuinen komen vrijwel niet voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen en complexen is de rooilijn in samenhang. De begane grond is veelal in gebruik als winkel of bedrijf. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg of een plein en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen en complexen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit twee tot vier lagen met een plat dak. Oudere bebouwing heeft veelal een kap. Gevels zijn in het algemeen verzorgd en hebben een eenvoudige detaillering. De begane grond heeft meestal een afwijkende invulling. De materialisering en detaillering zijn meestal eenvoudig en seriematig met weinig architectonische accenten.

Baksteen en beton bepalen het huidigebeeld. Invullingen bestaan uit houten en kunststof betimmeringen en puien. Kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang. Uitzondering is de kleinschalige historische bebouwing aan de randen van het gebied zoals de Kuiperstraat en de Waalstraat. Deze individuele bebouwing heeft één tot twee lagen met een kap en is veelal zorgvuldig uitgewerkt met een rijke detaillering en traditionele materialen. Bijzonder element is de toren aan het Liesveldviaduct. Dit gebouw vormt door zijn afwijkende hoogte en ranke massa een oriëntatiepunt in het gebied. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de functionaliteit en het afwisselende beeld van de straatwanden met bebouwing van verschillende schalen. Enkele gebouwen zijn cultuurhistorisch waardevol. De dynamiek van het gebied is gemiddeld tot laag. Gewoon welstandsgebied Liesveld is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op behoud van het afwisselend beeld zonder grote dissonanten tussen de gebouwen onderling. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de zorgvuldige architectonische uitwerking en in het materiaal- en kleurgebruik.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 66

Gebied 3J

De gevarieerde bebouwing vormt de openbare ruimte

Gebouwen met de voorgevel op de belangrijkste openbare ruimte richten

Liesveld

Gebied 3J

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vormen de openbare ruimte • gebouwen richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen of maken deel uit van het patroon van het cluster • expeditieruimte zoveel mogelijk van de openbare ruimte afkeren • opslag vindt uit het zicht plaats Massa • de bouwmassa en gevelopbouw zijn gedifferentieerd en in harmonie met het gebiedskarakter • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de onderste laag kan verspringen om de openbare ruimte te vormen • gebouwen hebben enkele lagen en zijn in beginsel voorzien van een plat dak • de individuele winkel of woning binnen een blok is deel van het geheel • entreepartijen en terrassen binnen de hoofdlijnen van het geheel vormgeven als accenten Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel (er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat) • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk binnen de doorgaande lijn van het geheel • elementen in

de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kleine wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume, grote wijzigingen beschouwen als een vernieuwing van het geheel

Winkels en woningen in gevarieerde gebouwen in een stenig gebied

De rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen of maken deel van een cluster

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig

Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen in combinatie met beton en glas • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang • materialen en kleuren van ondergeschikte bouwdelen afstemmen op het hoofdvolume of cluster Toren aan Liesveldviaduct met ranke en hoge massa is een oriëntatiepunt

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 67

Meubelboulevard Hoogstad Beschrijving Meubelboulevard Hoogstad ligt tussen A20 en Westlandseweg en heeft overwegend representatieve bedrijfsbebouwing in een ruime, groene opzet. Het gebied bestaat voornamelijk uit de bebouwing aan de Hoogstad en het Broekpad. Het terrein heeft een heldere stedenbouwkundige opzet. De inrichting van de openbare ruimte is zorgvuldig, doelmatig en representatief. Groenelementen als bomen, groenstroken aan de randen van de kavels en groenzones versterken de representativiteit. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats op eigen terrein uit het zicht van de openbare ruimte. Het terrein is intensief bebouwd met vrijstaande gebouwen in een verspringende rooilijn en georiënteerd op de weg. Representatieve ruimten en kantoorachtige delen liggen in het algemeen aan de voorzijde. De bebouwing is bij voorkeur individueel en eenvoudig van opzet. De opbouw bestaat in beginsel uit twee lagen met een plat dak of een flauw hellende kap. De hoogste kant ligt aan het openbaar gebied. De bebouwing bestaat uit loodsachtige volumes waarbij entreepartijen en kantoorgedeelten veelal zijn vormgegeven als accenten of zelfstandige volumes. Ze heeft een grote variatie in maat en schaal. De opbouw is eenvoudig. Gevels zijn representatief en hebben een eenvoudige detaillering. Bij gesloten gevels vormen entrees, representatieve ruimten en kantoorachtige delen accenten.

De gevelgeleding is horizontaal of verticaal en per cluster in samenhang. Het materiaalgebruik is overwegend modern en duurzaam. Het kleurgebruik is terughoudend en per cluster in samenhang. Waardebepaling en ontwikkeling Hoogstad is een relatief modern bederijventerrein. De waarde is vooral gelegen in de ruime stedenbouwkundige opzet en de verschijningsvorm van de bebouwing. De dynamiek van het terrein is gemiddeld tot laag. Eventuele aanpassingen dienen zorgvuldig ingepast te worden in de bestaande architectuur. Nieuwe gebouwen sluiten ligging, massa en uitwerking aan op de aanwezige bebouwing. Gewoon welstandsgebied Meubelboulevard Hoogstad is een gewoon welstandsgebied. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het beheer van de samenhang in de massa's en het straatbeeld met behoud van de verscheidenheid per gebouw. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 68

Gebied 3K

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig

Grote vlakken bestaan uit materiaal met structuur of onderverdeelde kozijnen

Meubelboulevard Hoogstad

Gebied 3K

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • per kavel is er één hoofdmassa • gebouwen zijn met de voorgevel gericht op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen van de hoofdmassa’s zijn teruggelegen en volgen de weg • expeditieruimte zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn overwegend vrijstaand, individueel en representatief • gebouwen hebben een eenvoudige vorm • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van twee lagen met plat dak • entreepartijen en kantoorgedeelten zijn vormgegeven als accenten of als zelfstandige volumes • bedrijven zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat

Representatieve bedrijfsbebouwing in een ruime, groene opzet

De rooilijnen van hoofdmassa’s liggen terug en volgen de weg

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien • materialen en kleuren van aanbouwen afstemmen op het hoofdvolume • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 69

Gebouwen met de voorgevel op de belangrijkste openbare ruimte richten

Buitengebied Beschrijving In het buitengebied van Vlaardingen komt lintbebouwing in lage dichtheid voor met (voormalige) boerderijen. Deze worden afgewisseld met woningen en bedrijfsgebouwen. Het buitengebied bestaat voornamelijk uit de bebouwing aan de Holyweg, Woudweg en een deel van de Zuidbuurt. De bebouwing staat langs de hoofdontsluitingswegen en ligt meestal iets terug op ruime kavels ontsloten door bruggen. De bebouwing bestaat voornamelijk uit boerderijen, woningen en (agrarische) bedrijfsgebouwen. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg of het water. Rooilijnen volgen de weg of de verkaveling en verspringen. De bedrijfsgebouwen als schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erf voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De bebouwing is individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één soms anderhalve laag met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De gebouwen hebben een zorgvuldige detaillering. Grote gevelopeningen zijn staand, waarbij de vensters veelal zijn onderverdeeld.

In het gevelvlak komen voornamelijk bij oudere panden baksteendetailleringen voor in de vorm van gemetselde lateien, vlechtwerk en andere patronen. Materialen zijn traditioneel. Gevels zijn gemetseld in gele danwel rode baksteen of in lichte tint gepleisterd. De meeste daken zijn gedekt met rode of gesmoorde pannen of riet. De gebruikte kleuren zijn terughoudend en in het algemeen traditioneel. Moderne (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen. Terughoudende materialen in combinatie met gedekte kleuren zorgen ervoor dat de gebouwen onnadrukkelijk in het landschap liggen en minder de aandacht trekken dan de woonbebouwing. Waardebepaling en ontwikkeling Het buitengebied van Vlaardingen is doorkruist met een aantal polderlinten. De waarde is vooral gelegen in de combinatie tussen de oorspronkelijke structuurelementen zoals polderwegen, waterlopen en de afwisselende lintbebouwing. In het gebied komen diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen als boerderijen voor. De dynamiek van de linten is gemiddeld tot hoog en betreft in het algemeen de plaatsing van op- en aanbouwen en de vervanging van oudere gebouwen. Gewoon welstandsgebied Het buitengebied van Vlaardingen is een gewoon welstandsgebied.

Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het beheer van de oorspronkelijke structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing, het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakken verharding. De welstandscommissie zal bij de advisering over woongebouwen en bedrijfsgebouwen onder meer aandacht schenken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 70

Gebied 3L

Gevarieerde lintbebouwing in lage dichtheid

De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en afwisselend

Buitengebied

Gebied 3L

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het hoofdgebouw aan de straatzijde, bijgebouwen in ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met behoud van doorzichten naar het landschap • (agrarische) bedrijfsgebouwen liggen achter woongebouw en bijgebouwen • gebouwen liggen op enige afstand van de perceelsgrens of de slootkant • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld inritten voorkomen Massa • gebouwen zijn individueel en afwisselend • woongebouwen bestaan uit één tot anderhalve laag met kap • bedrijfsgebouwen bestaan uit een onderbouw van één laag met bij voorkeur een kap en hebben een eenvoudige hoofdvorm met ongedeelde hoofdmassa • nok is in beginsel haaks op de weg of evenwijdig aan de verkavelingsrichting • zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en

afwisselend • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels van woongebouwen zijn bij voorkeur van baksteen of een vergelijkbaar steenachtig materiaal • hellende daken van woningen dekken met pannen of riet, daken van bedrijfsgebouwen zijn bij voorkeur donkergrijs • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • kleuren zijn traditioneel, terughoudend en harmoniëren met de omringende bebouwing • bedrijfsgebouwen in terughoudende kleuren uitvoeren (wanden bij voorkeur in groentinten en daken bij voorkeur donkergrijs) • aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op de hoofdmassa en aan een voorkant traditioneel uitvoeren of bijgebouwen uitvoeren in gepotdekselde planken

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 71

Voorgevel bebouwing op de weg richten met behoud van doorzichten

Hoofdbebouwing aan weg of water, bijgebouwen in ondergeschikte positie

Woongebouwen hebben veelal een onderbouw van één laag met kap

Groen en parken Beschrijving Dit zijn gebieden met een recreatieve of sportfunctie met overwegend eenvoudige bebouwing en een groen karakter. Naast recreatieterreinen en sportterreinen en -complexen vallen ook de daarop gelegen openluchtzwembaden en volkstuinen in deze categorie. Sport- en recreatieterreinen, bevinden zich meestal aan de randen van de kernen of op enige afstand daarvan en zijn in het algemeen in zichzelf gekeerd. Groen en parken zijn gebieden met weinig en overwegend eenvoudige bebouwing zijn verspreid over de gemeente te vinden. De terreinen zijn verschillend van grootte. Ook de bijbehorende bebouwing is verschillend in grootte en vormgeving. In het algemeen bestaat de veelal geclusterde bebouwing van de parken uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die meestal vrij op het maaiveld staan en waarbij het hoofdgebouw gericht is op de belangrijkste openbare ruimte of het hoofd sportveld. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. De hoofdbebouwing op begraafplaatsen heeft veelal representatieve gevels en is zorgvuldig gedetailleerd. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw en bestaan in hoofdzaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder en de architectuur en detaillering eenvoudig en verzorgd.

Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Het kleurgebruik is terughoudend. De gevels van de sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Uitzondering is het recente en relatief grote gebouw op de hoek van de de Marnixlaan en Marathonweg. Dit representatieve gebouw heeft een zorgvuldige architectonische uitwerking. Waardebepaling en ontwikkeling De gebieden zijn helder en eenvoudig qua opzet en bebouwing en hebben een groen karakter waarbij de gebouwen een ondergeschikte rol spelen. De architectuur is terughoudend. De dynamiek van deze terreinen is laag en betreft voornamelijk kleine uitbreidingen. Gewoon welstandsgebied Groen en parken zijn gewone welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Mogelijke uitbreidingen zullen met name buiten de kern goed in het landschap ingepast moeten worden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de terughoudende architectuur en landschappelijke inpassing.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 72

Gebied 3M

Groen en parken

Gebied 3M

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per terrein is er één hoofdmassa, die met de voorgevel wordt gericht op de belangrijkste openbare ruimte(n) • het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel • het individuele gebouw binnen een ensemble is deel van het geheel en voegt zich hier naar • bijgebouwen zijn ondergeschikt • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen zoveel mogelijk beperken Massa • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met flauw hellende kap of plat dak • gebouwen hebben per cluster samenhang • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat • aanbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw • geledingen in massa zijn wenselijk Architectonische uitwerking • er is ontwerpaandacht voor alle details • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • de detaillering is per cluster in samenhang • entreepartijen vormgeven als accent of als zelfstandig volume • bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of houten delen •

hellende daken dekken met pannen of plaatmateriaal met een structuur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang, waarbij eventuele verenigingskleuren als contrastkleur kunnen worden ingezet zonder de boventoon te voeren

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 73

Eén hoofdmassa per terrein, gericht op de belangrijkste openbare ruimte(n)

Het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 74

Welstandsluw gebied Gebied 4

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 75

Broekpolder Beschrijving De Broekpolder heeft een recreatieve en een sportfunctie met overwegend eenvoudige bebouwing en een groen karakter. De Broekpolder ligt afgeschermd van de bebouwde kom, ten noorden van de snelweg en ten westen van de Vlaardingervaart. De Broekpolder is een groot recreatieterrein met eenvoudige bebouwing van variërende omvang en vormgeving. In het algemeen bestaat de veelal geclusterde bebouwing uit een hoofdgebouw met meerdere bijgebouwen, die meestal vrij op het maaiveld staan en waarbij het hoofdgebouw gericht is op de belangrijkste openbare ruimte of het hoofd sportveld. De entree is gericht op de weg en veelal vormgegeven als accent. De gebouwen hebben een eenvoudige opbouw en bestaan in hoofdzaak uit een onderbouw van één tot twee lagen met een flauw hellende kap of plat dak. Hoewel de gebouwen verschillen van uiterlijk is de hoofdvorm helder en de architectuur en detaillering eenvoudig en verzorgd. Grote vlakken bestaan uit materiaal met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat. Het kleurgebruik is terughoudend. De gevels van de sporthallen zijn op het entreegedeelte na veelal gesloten. Waardebepaling en ontwikkeling De Broekpolder is helder en eenvoudig qua opzet en bebouwing en heeft een groen karakter waarbij de gebouwen een ondergeschikte rol spelen. De architectuur is terughoudend.

De dynamiek is laag en betreft voornamelijk kleine uitbreidingen. Welstandsluw gebied De Broekpolder is een welstandsluw gebied. Het beleid is terughoudend en gericht op beheer. Mogelijke uitbreidingen zullen met name buiten de kern goed in het landschap ingepast moeten worden. De welstandscommissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan het behoud van de terughoudende architectuur en landschappelijke inpassing.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 76

Gebied 4A

Broekpolder Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • per terrein is er één hoofdmassa, die met de voorgevel wordt gericht op de belangrijkste openbare ruimte(n) • het hoofdgebouw is vrijstaand en individueel • het individuele gebouw binnen een ensemble is deel van het geheel en voegt zich hier naar • bijgebouwen zijn ondergeschikt • grootschalige verharding van voorerven voor bijvoorbeeld parkeerplaatsen zoveel mogelijk beperken Massa • gebouwen hebben een eenvoudige hoofdvorm die bestaat uit een onderbouw van één tot twee lagen met flauw hellende kap of plat dak • gebouwen hebben per cluster samenhang • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat • aanbouwen zijn ondergeschikt en maken deel uit van de totale compositie van het gebouw • geledingen in massa zijn wenselijk Architectonische uitwerking • er is ontwerpaandacht voor alle details • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • de detaillering is per cluster in samenhang • entreepartijen vormgeven als accent of als zelfstandig volume • bijgebouwen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als het hoofdgebouw • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels zijn bij voorkeur van baksteen of

houten delen • hellende daken dekken met pannen of plaatmateriaal met een structuur • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang, waarbij eventuele verenigingskleuren als contrastkleur kunnen worden ingezet zonder de boventoon te voeren

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 77

Gebied 4A

Bedrijventerrein Beschrijving De bedrijventerreinen van Vlaardingen liggen aan de westkant van de stad en hebben een dichte bebouwingsstructuur met kleinschalige bedrijfshallen en een enkel kantoorgebouw. Het terrein bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de George Stephensonweg, James Wattweg, Energieweg en Taanderijstraat. Dit bedrijventerrein heeft een eenvoudige hoofdstructuur met dicht op elkaar staande individuele bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg. Opslag in het zicht is geen uitzondering. De loodsen en hallen bestaan uit maximaal drie lagen met een plat dak of flauw hellend zadeldak en zijn hoofdzakelijk functioneel en meestal eenvoudig van opzet en in architectonische uitwerking. Kantoren en entreepartijen vormen hier en daar een accent in overwegend gesloten gevels. Materialen en kleuren zijn overwegend traditioneel. De gevels zijn uitgevoerd in plaatmateriaal of bak- of betonsteen. Het kleurgebruik is rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten het meest aanwezig zijn. Waardebepaling en ontwikkeling De bedrijventerreinen zijn traditioneel van opzet. De waarde is vooral gelegen in de heldere opzet en eenvoudige bebouwing die de functie weergeeft.

De dynamiek van het terrein is gemiddeld en betreft in het algemeen de plaatsing van bijgebouwen en de opvulling van enkele lege kavels met nieuwe bedrijven. Welstandsluw gebied De bedrijventerreinen zijn welstandsluwe gebieden. Uitzondering hierop is de bijzondere inzet voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van de invalswegen. Het beleid is gericht op het behoud en zo mogelijk de versterking van de samenhang in de massa's en het straatbeeld. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 78

Gebied 4B

Gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend

Entreepartijen en kantoren vormgeven als accent of zelfstandig volume

Verspreid over de terreinen komen enkele woningen voor

Bedrijventerrein

Gebied 4B

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen oriënteren op de weg • representatieve, openbare en woonfuncties naar de straat richten • de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht plaats Massa • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend • gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa • gebouwen hebben een onderbouw van maximaal twee lagen met een plat of flauw hellend dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen evenwichtig, gevarieerd en sober • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, hout of plaatmateriaal • kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang

Overwegend kleinschalige bedrijfshallen in een dichte hoofdstructuut

De rooilijnen van hoofdmassa’s liggen terug en volgen de weg

De architectonische uitwerking is evenwichtig, gevarieerd en sober

Gevels bestaan uit materialen met een structuur

Rustig en sober kleurgebruik in de gevels Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 79

Rivierzone Beschrijving De Rivierzone ligt tussen spoor en Nieuwe Waterweg en is een gebied met enerzijds grootschalige bedrijvigheid en industrie en anderzijds bedrijfshallen van verschillende formaten, enkele kantoren en grootschalige winkels. Het terrein bestaat voornamelijk uit de bebouwing aan en in de omgeving van Deltapad, Trawlerweg, Zevenmanshaven, Heliniumweg, Vishalstraat en Schiedamsedijk. Het terrein heeft weinig samenhang in bebouwing en staat enigszins op zichzelf in de omgeving. De eenvoudige hoofdstructuur is ingevuld met individuele en veelal vrijstaande bebouwing, waarvan de rooilijnen verspringen. De gebouwen zijn in het algemeen georiënteerd op de weg. De inrichting van de openbare ruimte is doelmatig en eenvoudig op het sobere af. Groenelementen komen weinig voor, met uitzondering van braakliggende terreinen. De gebouwen weerspiegelen de functies en kennen weinig opsmuk. Tussen de opslagterreinen en bedrijfshallen staan hier en daar kantoren. Gebouwen zijn meestal eenvoudig van opzet met veel afwisseling in vorm. Kantoren en entreepartijen vormen hier en daar een accent in gesloten gevels. Productiegebouwen zijn schijnbaar willekeurig georiënteerd en hebben zelden een duidelijke voorgevel. De detaillering en het materiaalgebruik zijn in het algemeen erg sober en functioneel. De gevels zijn meestal van gevouwen staalplaat of beton, soms ook van baksteen.

Het kleurgebruik is rustig en sober, waarbij lichte grijzen en baksteentinten het meest aanwezig zijn. Uitzondering is de noordelijke rand van het gebied. Recente gebouwen aan de noordrand van het gebied vormen een representatieve rand naar overig Vlaardingen. Ook het kantoorgebouw aan het begin van de Maassluisedijk maakt deel uit van deze rand. Dit gebouw vormt door zijn afwijkende hoogte en ranke massa een oriëntatiepunt aan de kop van de Zeemanshaven. Nieuwe ontwikkelingen in deze rand worden strenger beoordeeld dan de rest van het gebied.

Gebied 4C

Kantoorgebouw aan de kop van de Zeemanshaven is een hoogteaccent

Bebouwing met representatieve gevel aan de noordelijke rand van het gebied

Waardebepaling en ontwikkeling De Rivierzone is een industriegebied met een aantal clusters kleinschaligere bedrijven. De waarde is vooral functioneel en economisch. Recente gebouwen aan de randen zijn representatief terwijl in de rest van het gebied functionaliteit voorop staat. De dynamiek van het terrein is gemiddeld. Braakliggende delen worden tezijnertijd (deels) ingevuld met bedrijven en grootschalige winkels. Welstandsluw gebied De Rivierzone is een welstandsluw gebied met een representatieve rand aan de Maassluisedijk, Deltaweg, Vulcaanweg en Schiedamsedijk. Het beleid is terughoudend en gericht op het goed functioneren van het gebied en het beheer van de verschijningsvorm van de gebouwen en terreinen, gezien vanaf de noordkant van het gebied. De commissie zal bij de advisering onder meer aandacht schenken aan de samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur en voornamelijk aandacht schenken aan de noordrand van het gebied.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 80

Functies van elkaar onderscheiden door accenten en geledingen

Rivierzone

Gebied 4C

Welstandscriteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen indien mogelijk oriënteren op de weg • representatieve en openbare functies bij voorkeur naar de straat richten • de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar • opslag vindt bij voorkeur uit het zicht van de noordelijke rand plaats Massa • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend • gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa • gebouwen hebben een onderbouw van maximaal twee lagen met een plat of flauw hellend dak • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als accenten of als zelfstandige volumes • gebouwen zijn bij voorkeur individueel • gebouwen bestaan bij voorkeur uit een ongedeelde en evenwichtige hoofdmassa en hebben een plat of flauw hellend (zadel)dak • aanbouwen zijn bescheiden en ondergeschikt • entreepartijen en kantoorgedeelten vormgeven als bescheiden accenten van een industriehal of als zelfstandige volumes Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn in het algemeen evenwichtig, gevarieerd en sober • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op de omringende bebouwing

Grootschalige industrie aan de Nieuwe Waterweg en bedrijfshallen

De rooilijnen van hoofdmassa’s kunnen verspringen ten opzichte van elkaar

Gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend

Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn overwegend utilitair • gevels bestaan uit materialen met een structuur, zoals baksteen, hout of plaatmateriaal • kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang met hier en daar een accent Overig • reclame is bescheiden en past bij de architectuur van het gebouw

De architectonische uitwerking is evenwichtig, gevarieerd en sober

Rustig en sober kleurgebruik in de gevels, reclame is bescheiden Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 81

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 82

Criteria objecten Hoofdstuk 4

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 83

Schema voor- en achterkant Erf

bebouwing achterkant voorkant Openbaar toegankelijk gebied

weg stoep en achterpad groen water

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 84

CRITERIA OBJECTEN De gemeente streeft ernaar veel voorkomende (kleine) objecten snel te beoordelen om zo de burger tegemoet te komen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid te geven. Deze criteria zijn opgesteld voor aanbouwen, bijgebouwen, erfafscheidingen, gevelwijzigingen, dakkapellen, dakopbouwen, dakramen panelen collectoren, installatie, rolluiken en reclame. Vergunning De bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. Preventieve toets Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, moet een vergunning worden aangevraagd en wordt bekeken of het bouwplan preventief getoetst zal worden aan de criteria voor objecten. In Vlaardingen is er voor objecten die niet nadrukkelijk zichtbaar zijn vanuit het openbaar toegankelijk gebied in beginsel geen preventieve toetsing aan redelijke eisen van welstand. Hier ligt het initiatief bij de aanvrager en stelt de gemeente zich terughoudend op. Voor de aanpak van eventuele buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken kan de gemeente de excessenregeling toepassen. Plannen duidelijk in het zicht van het openbaar toegankelijk gebied worden wel vooraf getoetst aan de objectcriteria.

Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt het bouwplan beoordeeld met gebruikmaking van de gebieds- en zo nodig algemene welstandscriteria. Standaardplan Een standaardplan is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden. Het zijn plannen die navolging verdienen, waarbij met name een gelijke uitvoering van belang is. Van belang daarbij zijn de architectonische verhoudingen, materiaal en kleur. Niet ieder bouwwerk is automatisch een standaardplan. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan is dit in de regel wel. Ook een oorspronkelijke optie voldoet aan redelijke eisen van welstand. Een standaardplan is van toepassing op een bouwblok, cluster of een groter gebied. Vlaardingen heeft een lijst met standaardplannen opgesteld. De gemeente wenst eenheid en rust in het bebouwingsbeeld. Op locaties zonder als zodanig vastgesteld standaardplan heeft daarom een van een positief welstandsadvies voorzien bouwwerk dezelfde functie als een standaardplan. Ook als deze enigszins afwijkt van de criteria op de volgende bladzijden. Voor- en achterkant Bij de criteria is er onderscheid in de voor- en de achterkant van bouwwerken.

Onder voorkant wordt ten eerste verstaan het voorerf, de voorgevel en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied.  Onder achterkant wordt ten eerste verstaan het achtererf, de achtergevel en het dakvlak aan de achterzijde van een gebouw en ten tweede het zijerf, de zijgevel en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar openbaar toegankelijk gebied. Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 85

Hoofdstuk 4

Aanbouwen Beschrijving en uitgangspunten Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gebouw zoals een uitbouw, erker, serre of garage. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen. Aanbouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. De voorkeur gaat daarom uit naar een aanbouw aan een achterkant. Om het straatbeeld te respecteren en intact te houden dient er aan de voorkant in de regel ruimte blijven tussen gevel en straat. De gemeente streeft in samenhangende gebieden naar een herhaling van gelijkvormige exemplaren, die passen bij het karakter van de straat en de contour van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar houden. Daarnaast is het gewenst, dat de aanbouw qua uitstraling en volume ondergeschikt is aan het oorspronkelijke gebouw. Bij geschakelde woningen moeten de buren een goede aansluiting kunnen maken, bijvoorbeeld op een gemetselde muurdam of een vergelijkbare oplossing. Beoordeling Een aanbouw aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige aanbouwen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een aanbouw als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken.

Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 86

Object 1

Aanbouwen

Object 1

 Criteria voor gewone en luwe gebieden

Aanbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • aanbouwen zijn ondergeschikte toevoegingen aan het hoofdgebouw • vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw of uitvoeren als serre • hoekaanbouwen alleen aan achterkanten • bij geschakelde woningen een overgang toepassen door bijvoorbeeld een muurdam met horizontale bovenbeëindiging op de erfgrens Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden Voor de overige gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en aantal • hoogstens één aanbouw per gevel • minstens 1,00 m achter de voorgevelrooilijn plaatsen met uitzondering van erkers aan de voorgevel • aanbouw direct tegen de hoofdmassa plaatsen of in identieke vormgeving vergroten Vorm en maat • plat afdekken of met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting • gevelgeleding van gevels die goed zichtbaar zijn vanaf openbaar toegankelijk gebied afstemmen op de gevels van het hoofdgebouw • de detaillering is bescheiden, eventueel een overstek, boeibord en ornamenten afstemmen op het hoofdgebouw • materialen en kleuren bij voorkeur gelijk aan het hoofdgebouw • goothoogte maximaal 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping en niet hoger dan de bovenzijde van de goot van het hoofdgebouw • diepte van een erker aan een voorgevel hoogstens dan 0,90 m en

breedte niet meer dan 50% van de gevel • oppervlak hoogstens 50% van het oorspronkelijke zij- of achtererf Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen • grotere aanbouwen uitvoeren met kap, kleinere in beginsel plat afdekken

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 87

Goed geplaatste aanbouw in passende vormgeving, materialen en kleuren

Bijgebouwen Beschrijving en uitgangspunten Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van in beginsel één bouwlaag los van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuur of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Vrijstaande bijgebouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. De voorkeur gaat daarom uit naar plaatsing aan een achterkant met een volume ondergeschikt aan het oorspronkelijke hoofdgebouw. De vormgeving is daarbij af te stemmen op het karakter van het hoofdgebouw of de inrichting van het erf. Beoordeling Een bijgebouw aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige bijgebouwen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een bijgebouw als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 88

Object 2

Bijgebouwen

Object 2

Criteria voor gewone en luwe gebieden Bijgebouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • het bijgebouw is ondergeschikt aan het hoofdgebouw • vormgeven in één bouwlaag met in beginsel een rechthoekige plattegrond • materialen en kleuren afstemmen op hoofdgebouw, erf- of tuinkarakter (bij voorkeur metselwerk of hout in combinatie met pannen of bij een overkapping transparant) Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en maat • op minstens 1,00 m vanaf het openbaar toegankelijk gebied • hoogte maximaal 3,00 m en niet meer dan 0,30 m boven het vloerpeil van de eerste verdieping Vorm en uitwerking • gevelgeleding in zoverre zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied afstemmen op de gevels van het hoofdgebouw • de detaillering is bescheiden met eventueel een overstek, boeibord en ornamenten afgestemd op het hoofdgebouw • plat afdekken of aan achterkanten met een van het hoofdgebouw afgeleide kapvorm, -helling en nokrichting • bij integratie in erfafscheiding materialen en kleuren gelijk aan deze erfafscheiding of gelijk aan het oorspronkelijke hoofdgebouw Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap

• bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 89

Goed geplaatst bijgebouw in passende vormgeving, materialen en kleuren

Erfafscheidingen Beschrijving en uitgangspunten Een erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen. Erfafscheidingen moeten passen bij het karakter van de omgeving. Het buitengebied vraagt bijvoorbeeld om andere erfafscheidingen dan de woongebieden. Erfafscheidingen moeten op een zorgvuldige en professionele manier worden geplaatst en moeten worden gemaakt van duurzame materialen. Een lange, gesloten, slecht onderhouden schutting wekt bij velen het gevoel op van verloedering en sociale onveiligheid. Begroeide hekwerken en beplantingen hebben een meer open en vriendelijke uitstraling. Beoordeling Een erfafscheiding in gewone en luwe gebieden wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Dit geldt ook voor erfafscheidingen aan achterkanten in overige gebieden. Overige erfafscheidingen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een erfafscheiding als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken.

Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 90

Object 3

Erfafscheidingen

Object 3

 Criteria voor gewone en luwe gebieden Erfafscheidingen in gewone en luwe gebieden worden niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende criteria: Maat • hoogte maximaal 2,00 m als erfafscheiding wordt geplaatst op: - een erf met een gebouw - achter de voorgevelrooilijn en minimaal 1,00 m van het openbaar toegankelijk gebied • hoogte in andere gevallen hoogstens 1,00 m Vorm en uitwerking • de erfafscheiding heeft een duurzame en deugdelijke uitvoering • rechte vormgeving afstemmen op erfafscheidingen naastgelegen percelen • materialen als metselwerk, hout of draadstaal gebruiken en daarbij aansluiten op erfafscheidingen van naastgelegen percelen • erfafscheidingen bij nieuwbouwprojecten bij voorkeur uitvoeren in metselwerk • terughoudende kleuren gebruiken afgestemd op het hoofdgebouw of uitvoeren in donkere kleurtinten Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • erfafscheidingen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar toegankelijk gebied en geen onderdeel vormen van een gesloten straatwand zijn in beginsel deels gemetseld en deels transparant, met zowel een horizontale als een verticale geleding • erfafscheidingen van hout of ijzerwerk schilderen in een donkere en gedekte tint (bijvoorbeeld zwartgroen) eventueel met witte accenten • in

gebied 1A erfafscheidingen in principe uitvoeren in gepotdekseld hout of baksteen

Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 91

Een erfafscheiding in de vorm van een heg is vergunningvrij

Kozijn- en gevelwijzingen Beschrijving en uitgangspunten Van een kozijn- of gevelwijziging is sprake bij het veranderen of verplaatsen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel. De opbouw en indeling van de gevel is een belangrijk onderdeel van de architectonische vormgeving van het gebouw en het aanzicht van de straat. Het is de wens de samenhang en ritmiek in straatwanden mag niet worden verstoort door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Een kozijn- of gevelwijziging aan een voorkant vraagt om een zorgvuldige vormgeving, die past bij het karakter van het hoofdgebouw en in de omgeving. Een naoorlogse rijwoning heeft bijvoorbeeld een andere vormgeving dan een villa uit de 19e eeuw. Het uitgangspunt is dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval niet strijdig is met redelijke eisen van welstand. Belangrijke kenmerken daarbij zijn de maatvoering van de negge en profilering van het kozijn en het raamhout. Beoordeling Een kozijn- of gevelwijziging aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige kozijn- en gevelwijzigingen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16070729/1