Bijlage 2 -Welstandsnota
Tekst van het document
Als er geen standaardplan is, voldoet een kozijn- of gevelwijziging als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 92
Object 4
Bestaande indeling gerespecteerd bij wijziging
Kozijn- en gevelwijzingen
Object 4
Criteria voor gewone en luwe gebieden Kozijn- en gevelwijzigingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • nieuwe gevelopeningen lijnen aan bestaande openingen • samenhang en ritmiek straatwand behouden • materialen en kleuren gelijk aan of gelijkend op die van het hoofdgebouw Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende aanvullende criteria:
Oorspronkelijke kozijnen uit de bouwperiode van voor 1900
Vorm en uitwerking • de wijziging maakt geen inbreuk op de architectuur en het tijdsbeeld van de oorspronkelijke gevel • gevelopeningen transparant invullen (niet blinderen met panelen of verf) • kleuren afstemmen op de kleuren van het gebouw Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • kozijn- en gevelwijzigingen alleen toepassen als het herstel betreft van historisch wenselijke eigenschappen • kozijnen zijn van hout en liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak • in gebied 1A: - metselwerk tussen deuren en ramen (penanten) behouden en versterken in verband met de samenhang in de gevel en relatie met de plint - de hoogte van de pui aansluiten op de oorspronkelijke kenmerkende hoogte - samenhang tussen de begane grond en verdieping(en) behouden - hoofdindeling komt overeen met de oorspronkelijke indeling - lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en rollagen blijven in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met de vormentaal van andere in de gevel voorkomende elementen - de gevelpui is uniek in vormgeving, tenzij de oorsprong seriematig is - individuele herkenbaarheid van (winkel)panden behouden - metselwerk tussen deur en kozijn is in de juiste verhouding - diepte van negge en oorspronkelijke profielafmetingen behouden (bij voorkeur hout, staal of aluminium gebruiken) - historische materialen en detailleringen behouden of
weer zichtbaar maken - kleuren komen overeen met oorspronkelijke kleuren - voegwerk past bij het pand, plinten en muurankers zijn donker van kleur - bakstenen gevels alleen schilderen bij technische noodzaak
Acceptabele vervanging van kozijnen uit de bouwperiode van voor 1900
Oorspronkelijke kozijnen uit de bouwperiode vanaf 1920
Acceptabele vervanging van kozijnen uit de bouwperiode van voor 1920
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 93
Dakkapellen Beschrijving en uitgangspunten Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Een dakkapel mag dus niet ten koste gaan van de kapvorm of het silhouet domineren. Het is gewenst de noklijn van het dak zichtbaar te houden. Bovendien moet de ruimte tussen dakkapel en goot voldoende groot zijn. Bij meerdere dakkapellen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok van dezelfde architectuur of bouwstijl is wenselijk om rust en samenhang te brengen. Een bijzonder type is de dakkapel over de nok. Deze dakkapel doorbreekt de noklijn en is daarmee in mindere mate een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak. Op bouwblokken met kappen van ongeveer 30 graden op een verdieping zonder knieschot, is dit type standaard toegepast. Plaatsing lager op het dakvlak levert in deze gevallen een te lage ruimte op. Beoordeling Een dakkapel aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige dakkapellen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan.
Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 94
Object 5
Dakkapel over de nok als oplossing bij flauwe kap tot op verdiepingvloer
Dakkapellen
Object 5
Criteria voor gewone en luwe gebieden
Dakkapellen worden beoordeeld aan de hand van deze criteria: • de dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak • meerdere dakkapellen op een gebouw of in hetzelfde bouwblok regelmatig rangschikken op horizontale lijnen • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel als onderdeel van de straatwand • gevelgeleding afstemmen op gevelgeleding hoofdgebouw Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden
Dakkapel niet op een wolfseind plaatsen
Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende aanvullende criteria:
Plaatsing en maat • alleen op daken met helling van minstens 30 graden • afstand tot voorgevellijn minstens 1,00 m • minstens 0,50 m dakvlak boven en aan weerszijden van de dakkapel • minstens 0,50 en hoogstens 1,00 m dakvlak onder de dakkapel met de onderkant van het kozijn minimaal 0,85 m boven de vloer • in een mansardekap in het onderste dakvlak plaatsen aansluitend op de knik • op een wolfseind geen dakkapel plaatsen • aan een voorkant hoogte maximaal 1,50 m en breedte in totaal hoogstens 50% van het dakvlak Vorm en uitwerking • plat afdekken • bescheiden detaillering zonder nadrukkelijke ornamenten, afgestemd op hoofdgebouw • boeiboord hoogstens 0,30 m en eventueel een klein overstek • materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw • dichte panelen in het voorvlak slechts beperkt toepassen • zijwangen donker, wit of in de kleur van het dakvlak danwel uitvoeren in zink Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of lood of bekleden met horizontale (houten) delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk • dakkapellen blijven minimaal 1,00 m onder de nok • in gebied 1A zijn dakkapellen smal en geplaatst op bouwmuur of goot
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 95
Bij schilddaken de kleinste afstand hanteren voor de plaatsing in het dakvlak
Dakkapel in mansardekap in onderste dakvlak plaatsen en aansluiten op knik
Dakopbouwen Beschrijving en uitgangspunten Een dakopbouw wordt op een gebouw geplaatst, waarbij een nieuwe ruimte ontstaat of een bestaande ruimte wordt vergroot. Het doel van een dakopbouw is de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakopbouwen zijn vrijwel altijd zichtbaar vanuit de openbare ruimte en voor het straatbeeld zeer bepalend. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van de woning: de nok- of gootlijn wordt (plaatselijk) verschoven. Om dit effect te beperken, is het van belang de dakopbouw zoveel als mogelijk op te nemen in de hoofdmassa. Dit kan bij eenvoudige dakvormen zoals een plat dak of een zadelkap. In Vlaardingen komen dakopbouwen in diverse soorten en maten voor. Een enkelzijdige nokverhoging is uitgangspunt voor daken met een flinke helling, terwijl daken met een flauwe helling vaak van een tweezijdige nokverhoging zijn voorzien. Op platte daken zijn platte dakopbouwen het uitgangspunt. Naast deze voorkeursvarianten komen in Vlaardingen diverse andere vormen voor, veelal gekoppeld aan een bepaald woningtype. Vaker voorkomend is de dakopbouw met (afgeknotte) nok op een plat dak. Deze dakopbouwen staan in de voorgevellijn en hebben de nok haaks op de voorgevel.
Bij meerdere dakopbouwen op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Herhaling binnen een blok (van dezelfde architectuur/bouwstijl) brengt rust en samenhang. Door nokverhogingen over de gehele woningbreedte te plaatsen, kunnen deze aan elkaar gekoppeld worden. Dakopbouwen zijn meestal geen verrijking van het straatbeeld. Wanneer het mogelijk is, zal de welstandscommissie dan ook adviseren de dakopbouw terug te leggen van de voorgevellijn en een nokverhoging aan de achterzijde van de woning aan te brengen. Indien gewenst kan dit laatste gecombineerd worden met een dakkapel aan de voorzijde van de woning. Beoordeling Een dakopbouw aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige dakopbouwen voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakopbouw als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 96
Object 6
Kap met nok evenwijdig aan gevel alleen op dit woningtype in Holy Noord
Opbouw op plat dak met nok haaks op de gevel in de voorgevellijn plaatsen
Dakopbouwen
Object 6
Criteria voor alle gebieden Dakopbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Algemeen • het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen • andere uitbreidingsmogelijkheden als dakkapellen en aanbouwen kunnen niet (voldoende) voorzien in de gewenste ruimtebehoefte • samenhang en ritmiek van het bouwblok behouden Aantal en plaatsing • hoogstens één dakopbouw per woning • op een plat dak: - platte dakopbouwen met de nieuwe gootlijn evenwijdig aan de voorgevel en plaatsing volgens het bestemmingsplan of terugleggen van de voorgevellijn - dakopbouwen met kap waarbij de nok haaks op de voorgevel staat in de voorgevellijn plaatsen • op een vrijwel plat dak een tweezijdige nokverhoging • op een zadeldak met een hellingshoek van minstens 30 graden alleen enkelzijde nokverhogingen aan een achterkant Maatvoering • op een zadeldak met een hellingshoek van minstens 30 graden: - over de gehele breedte van de woning aanbrengen, waarbij het metselwerk in de zijmuur van een blok doorloopt in de zijwang van de nokverhoging - de stahoogte in de bestaande ruimte is tussen de 2,00 m en de 2,70 m - kozijn tussen 0,90 en 1,20 m hoog, onderkant direct aansluiten op dakvlak - de goot van de nokverhoging gelijk aan de daknok of lager - hellingshoek gelijk aan het bestaande dak • op een vrijwel plat dak - tweezijdige nokverhogingen over de totale breedte van de woning
plaatsen - op hoekwoningen iets terugleggen van de kopgevel - hellingshoek opbouw gelijk aan de daknok • op een plat dak: - totale hoogte van platte dakopbouwen is maximaal 3,30 m - goothoogte dakopbouw met kap maximaal 2,00 m en nokhoogte tot 5,00 m - opbouw met nok over de gehele breedte van de woning aanbrengen Vormgeving • enkelzijdige nokverhogingen in stijl en afwerking gelijk aan het hoofdgebouw • tweezijdige nokverhogingen en opbouwen op platte daken afstemmen op het hoofdgebouw • elementen in de dakopbouw zoals kozijnen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen Materiaal en kleur • enkelzijdige nokverhogingen in materiaal en kleur gelijk aan het hoofdgebouw, overige dakopbouwen in materiaal en kleur afstemmen op het hoofdgebouw • beperk de toepassing van dichte panelen in het voorvlak
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 97
Uitgangspunt op woningen met plat dak is een plat afgedekte dakopbouw
Op zadeldak is enkelzijdige nokverhoging aan een achterkant uitgangspunt
Tweezijdige nokverhogingen op flauw hellende zadeldaken
Dakramen, panelen en collectoren Beschrijving en uitgangspunten Dakramen zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningvrij zijn. Ze kunnen met gemak zo worden aangebracht, dat de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Het plaatsen ervan mag niet ten koste gaan van de eenheid van het dakvlak. Zonnepanelen en zonnecollectoren zijn veelal nadrukkelijker aanwezig in het straatbeeld en vanuit welstandsoverwegingen minder wenselijk. De gemeente wil echter om andere redenen dan welstand meewerken aan aanvragen voor zonnepanelen en -collectoren. Bij meerdere dakramen, zonnepanelen of zonnecollectoren op één doorgaand dakvlak streeft de gemeente naar een herhaling van uniforme exemplaren en een regelmatige rangschikking op een horizontale lijn. Daarbij moet de ruimte ten opzichte van de goot of nok voldoende zijn. Ook de onderlinge afstand moet voldoende zijn om het dakvlak als eenheid te respecteren. Beoordeling Een dakraam, paneel of collector aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige dakramen, panelen en collectoren voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan.
Als er geen standaardplan is, voldoet een dakraam, paneel of collector als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 98
Object 7
Op schuine daken is de hellingshoek gelijk aan die van het dakvlak
Dakramen, panelen en collectoren
Object 7
Criteria voor gewone en luwe gebieden Dakramen, panelen en collectoren worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: • panelen en collectoren alleen op daken (niet aan gevels en wanden) • meerdere panelen en collectoren regelmatig rangschikken op horizontale of verticale lijn • kleuren komen overeen met het achterliggende dakvlak of anders zwart, antraciet of donker grijs Aanvullende criteria voor bijzondere gebieden Voor de bijzondere gebieden gelden de volgende aanvullende criteria: Plaatsing en maat • minstens 0,50 m dakvlak aanhouden boven, onder en aan weerszijden van het raam, paneel of de collector • bij individuele woningen in het dakvlak centreren of geleding voorgevel aanhouden • op hellende daken vlak aanbrengen, direct op of in het dakvlak, binnen het vlak van het dak en met de hellingshoek gelijk aan het dakvlak • op platte daken afstand tot de dakrand ten minste gelijk aan de hoogte van het paneel of de collector • bij meerdere exemplaren identieke maatvoering aanhouden Vorm en uitwerking • eenvoudig vormgeven en bescheiden detailleren • eenvoudige en onopvallende kleuren gebruiken afgestemd op het dakvlak Aanvullende criteria beschermd gezicht en overig cultureel erfgoed • dakramen blijven minimaal 1,00 m onder de nok • dakramen zijn rechthoekig en verzonken in het dakvlak • vlakke dakramen hebben een staande diagonaal, worden horizontaal
gelijnd (geen strookramen) en zijn in samenhang met onderliggende gevelindeling
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 99
Meerdere dakramen regelmatig rangschikken op horizontale lijn
Installaties Beschrijving Installaties voor bijvoorbeeld airconditioning, kleine windmolens en antennes kunnen vrijstaand worden geplaatst of op of aan een bouwwerk worden aangebracht. Een zorgvuldige plaatsbepaling kan een goed middel zijn om deze voorzieningen in te passen in de omgeving. De waarde van installaties is vooral gelegen in de functie. Installaties zijn echter zelden een verrijking van het straatbeeld. Wanneer het mogelijk is, zal de welstandscommissie dan ook adviseren de installatie aan een achterkant aan te brengen. De criteria voor installaties gelden met name bij monumenten. In de overige gevallen zijn de criteria vooral richtinggevend, omdat de mogelijkheden om met name installaties vergunningvrij te plaatsen zeer ruim zijn. Beoordeling Een installatie aan een achterkant wordt niet preventief getoetst aan redelijke eisen van welstand. Overige installaties voldoen aan redelijke eisen van welstand als deze gelijk zijn aan een standaardplan.Als er geen standaardplan is, voldoet een installatie als aan de criteria op de volgende pagina wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of is er twijfel aan de toepasbaarheid daarvan, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van gebieds- en eventuele andere criteria.
Welstandsnota Vlaardingen 2012, pagina 100
Object 8