Bijlage 2.10 - Programmabegroting 2021-2024
Tekst van het document
Wmo lokaal
Mogelijke toename door verlaging eigen Er wordt ten aanzien van alle bijdrage van het aantal cliënten zorgtarieven gewerkt volgende de individuele begeleiding van het sociaal AMvB. De verkenning naar en persoonlijk functioneren. beheersmaatregelen voor onder andere Wmo-voorzieningen zijn gestart en worden in de eerste helft van 2020 verwacht.
100
15%
Veilig thuis
1. Mogelijke noodzaak tot uitbreiding capaciteit Crisisopvang door toenemend aantal slachtoffers uit MVS 2. Door aanscherping van de meldcode huiselijk geweld/kindermishandeling neemt bij Veilig Thuis het aantal meldingen toe.
Er wordt ten aanzien van alle zorgtarieven gewerkt volgende de AMvB. Getracht wordt met de nieuwe aanbesteding en de daaruit voortvloeiende transformatie de kosten per persoon omlaag te brengen door meer in te zetten op kwalitatief goede algemene voorzieningen.
491
90%
Formatie wijkteams
In 2014 is de integrale beleidsvisie Uit besparing wegens terugdringen Volle kracht vooruit vastgesteld. In 2019 van de inzet van speciailistische wordt dit beleid herijkt. Het aantal voorzieningen kan mogelijk de meldingen bij de wijkteams is in de formatie-uitbreiding van de afgelopen drie jaar met ruim 25% is wijkteams worden bekostigd. toegenomen. Wijkteams kampen met een tekort aan FTE's.
145
25%
Minimabeleid
Het beroep op minimavoorzieningen neemt toe door o.m. toename aantal bijstandsgerechtigden.
125
10%
Verzekeringen
De verzekeringsportefeuille is Geen. substantieel verminderd. Een aantal verzekeringen zijn beëindigd en bij een aantal verzekeringen is het eigen risico verhoogd.
350
10%
Achterstallig onderhoud
De laatste jaren wordt minder onderhoud gepleegd bij eventueel af te stoten panden. Hierdoor ontstaan veiligheidsrisico's.
300
25%
40%
1%
Discreet
100
75%
Maatregel
Geen. In beginsel zijn deze regelingen 'open-einde-regelingen' waardoor het gebruik niet stuurbaar is. Het bereik, dus de mate waarin burgers worden gewezen op deze voorzieningen, is wel stuurbaar.
Voor alle panden is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld en het onderhoud wordt planmatig bijgehouden.
Impact Kans op (x € 1.000) risico 100 50%
65 Onderwerp
Risico
Maatregel
Leegstand
Minder inkomsten uit huur door wegvallen commerciele huurders door faillissement/verhuizing. Toename leegstaande panden door terug levering panden vanuit de organisatie (scholen, sportfaciliteiten). Waardevermindering door leegstand.
Jaarlijks wordt de lijst af te stoten bezit vastgesteld met als doel de vastgoedportfeuille te beperken tot de kerntaak. Dit leidt tot minder leegstand en een betere inzet van het vastgoed.
Asbestsanering
Wegens aanscherping van de wetgeving bij verkoop van een pand is een asbestinventarisatie en een kostenraming nodig. Aanwezigheid van asbest leidt tot: a. lagere verkoopopbrengst; b. afzonderlijk scheiden van asbest bij sloop; c. asbestsanering toepassen bij het reguliere of planmatig onderhoud.
Bij elke verkoop of sloop wordt standaard een asbestinventarisatie uitgevoerd. Het risico van aanwezigheid van asbest dat niet bij de inventarisatie is geconstateerd wordt zoveel mogelijk overgedragen aan koper.
Als gevolg van planvertraging van grondexploitaties, bestaat de kans op nadelig effect op het financiële resultaat.
Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken e.d.
430
Als gevolg van diverse factoren die bij grondexploitaties kunnen optreden bestaat de kans op effecten op het financiële resultaat.
Continue toetsing grondopbrengsten en kosten (2x pj én na elke grondafname), openbare aanbestedingen, goede marketing en communicatie, tijdige onderzoeken enzovoorts.
475
Grondexploitaties: vertraging plannen
Grondexploitaties: diverse specifieke risico's
Speelautomatenhal
Impact Kans op (x € 1.000) risico 100 99%
150
50%
Kengetallen weerstandsvermogen De voorgeschreven set van kengetallen geeft in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente. Als gevolg van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) worden kengetallen opgenomen voor: De netto schuldquote De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De solvabiliteitsratio De structurele exploitatieruimte De grondexploitatie
Een beroepszaak tegen een verleende Nieuwe procedure doorlopen. speelautomaten-vergunning heeft geleid tot een gedeeltelijke onverbindendheid van de Verordening Speelautomatenhal Vlaardingen 2008 In maart 2019 is een nieuwe vergunning verleend, die eveneens wordt aangevochten. De procedure daartoe loopt op dit moment. De eiser kan nog steeds een schadeclaim bij de gemeente indienen.
500
10%
33%
50%
De belastingcapaciteit Bij ministeriële regeling zijn regels vastgesteld over de wijze waarop de kengetallen moeten worden vastgesteld en op welke wijze deze in de begroting worden opgenomen. In onderstaande tabel worden de kengetallen weergegeven, waarna elk kengetal nader wordt toegelicht. Kengetallen Netto schuld-quote (excl erfpacht) Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (excl erfpacht) Netto schuld-quote (incl erfpacht) Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (incl erfpacht) Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
Rek 2019 85,2%
Begr 2020 100,5%
Begr 2021 107,7%
Begr 2022 107,8%
Begr 2023 99,3%
Begr 2024 100,5%
84,2% 98,0%
98,3% 100,5%
106,8% 119,3%
107,1% 118,5%
98,5% 109,2%
99,8% 109,8%
97,0% 11,3% 6,1% -2,5% 103,3%
98,3% 18,1% 5,7% -0,8% 106,3%
118,5% 7,3% 6,8% -3,9% 106,3%
117,7% 7,8% 4,8% -1,3% 106,3%
108,5% 9,8% 1,0% 1,8% 106,3%
109,2% 11,5% 0,0% 0,9% 106,3%
66 In onderstaand tabel worden de VNG-normen behorende bij de kengetallen weergegeven. Kengetallen Minst risicovol < 90%
Netto schuld-quote Netto schuld-quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit
< 90% > 50% < 20% > 0% < 95%
VNG Normen Neutraal 90% - 130% 90% - 130% 20% - 50% 20% - 35% 0% 95% - 105%
Meest risicovol > 130% > 130% < 20% > 35% < 0% > 105%
Netto schuldquote De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de inkomsten. Eenvoudig gezegd betekent een netto-schuldquote van 100% dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet. Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden en aan verbonden partijen kan het beeld nuanceren. Daarom is ook een kengetal opgenomen waarin de netto schuldquote gecorrigeerd wordt voor verstrekte leningen. De indicator vertoont ratio’s iets boven de 100 in afnemende lijn en is daarmee redelijk neutraal. In het coalitieakkoord is een maximale schuldquote afgesproken van 110%. Hier blijven we derhalve ruimschoots binnen. Netto schuldquote & quote minus verstrekte leningen (x € 1.000) A1. Vaste schulden (leningen o/g) A2. Vaste schulden (afkoopsommen erfpacht) B. Netto vlottende schulden C. Overlopende passiva D. Financiële vaste activa (> 1 jaar): D1. - uitzettingen D2. - verstrekte leningen en uitzettingen E. Uitzettingen < 1 jaar F. Liquide middelen G. Overlopende activa Netto schuld
Rek 2019 240.000 34.069 8.554 24.150
Begr 2020 240.000 0 0 60.598
Begr 2021 235.000 31.301 7.500 88.355
Begr 2022 257.500 29.917 7.500 78.154
Begr 2023 275.500 28.533 7.500 43.663
Begr 2024 305.500 27.149 7.500 19.871
5.906 8.621 34.968 200 3.456 262.243
1.575 7.182 10.000 500 24.500 264.023
5.906 8.111 10.000 500 24.500 321.250
5.906 8.031 10.000 500 24.500 332.165
5.906 7.951 10.000 500 24.500 314.290
5.906 7.871 10.000 500 24.500 319.114
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen H. Baten, excl. onttrekkingen reserves
259.528 267.657
258.416 262.761
319.045 269.311
330.040 280.299
312.245 287.890
317.149 290.543
85,2%
100,5%
107,7%
107,8%
99,3%
100,5%
84,2%
98,3%
106,8%
107,1%
98,5%
99,8%
98,0%
100,5%
119,3%
118,5%
109,2%
109,8%
97,0%
98,3%
118,5%
117,7%
108,5%
109,2%
Vaste schuld exclusief afgekochte erfpachten Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen =(A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100% Vaste schuld inclusief afgekochte erfpachten Netto schuldquote = (A+B+C-D1-E-F-G)/H x 100% Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen =(A+B+C-D2-E-F-G)/H x 100%
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft weer in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Wanneer de helft of meer van het totaal vermogen uit eigen vermogen bestaat, dan is een gemeente voldoende solvabel. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 30%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Versterking van het eigen vermogen, lees dealgemene reserve, is al enkele jaren ons streven mede vanwege de ons gestelde norm voor voldoende weerstandscapaciteit. Solvabiliteitsratio (x € 1.000) A. Eigen vermogen B. Totaal activa (totaal vermogen) Solvabiliteitsratio = A/B x 100%
Rek 2019 41.093 364.942 11,3%
Begr 2020 71.945 398.586 18,1%
Begr 2021 28.884 396.139 7,3%
Begr 2022 31.592 404.992 7,8%
Begr 2023 38.529 392.312 9,8%
Begr 2024 44.306 385.430 11,5%
De indicator neemt af naar 10,0% in 2024. In het coalitieakkoord is afgesproken om als ondergrens een solvabiliteitspercentage te hanteren binnen een bandbreedte van 16% tot 20%, zonder daarbij de daaraan verbonden risico’s uit het oog te verliezen. Grondexploitatie Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd. Een norm bepalen voor het kengetal grondexploitatie is lastig. De boekwaarde van de gronden in bezit zegt namelijk nog niets over de relatie tussen de vraag en aanbod van woningbouw dan wel m2-bedrijventerrein. Daarnaast is het van wezenlijk belang wat de te verwachte vraag zal zijn. De paragraaf Grondbeleid en het Meerjarenprogramma Grondzaken (MPG) bieden hierin meer inzicht. De boekwaarde van de gronden geeft wel weer in welke mate er middelen zijn aangewend in de grondexploitatie. Dit geld dient namelijk ook nog terugverdiend te worden.
67 Grondexploitatie (x € 1.000) A. Boekwaarde grondexploitaties B. Baten, excl. onttrekkingen reserves Grondexploitatie =(A+B)/C x 100%
Rek 2019 16.442 267.657 6,1%
Begr 2020 14.988 262.761 5,7%
Begr 2021 18.362 269.311 6,8%
Begr 2022 13.474 280.299 4,8%
Begr 2023 2.870 287.890 1,0%
Begr 2024 0 290.543 0,0%
Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een percentage kleiner dan 20 wordt als gunstig beschouwd. De ratio geeft een afname weer die het gevolg is van voltooiing van grondexploitaties. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waarvan op grond van het BBV eveneens een overzicht moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. Uit onderstaande tabel blijkt een negatieve uitkomst, hetgeen betekent dat er geen ruimte is om een stijging van structurele lasten te kunnen opvangen. Structurele exploitatieruimte (x € 1.000) A. Structurele lasten B. Structurele baten C. Structurele toev. aan reserves D. Structurele onttr. aan reserves E. Baten, excl.
onttrekkingen reserves Structurele expl. ruimte in % = (((B-A)+(D-C))/(E) x 100%
Rek 2019 273.118 260.992 2.584 7.930 267.657
Begr 2020 266.325 262.761 1.649 3.033 262.761
Begr 2021 273.564 268.766 5.171 -545 269.311
Begr 2022 282.986 280.638 1.706 339 280.299
Begr 2023 285.122 288.229 -2.344 -339 287.890
Begr 2024 288.673 290.882 -853 -339 290.543
-2,5%
-0,8%
-3,9%
-1,3%
1,8%
0,9%
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit luidt: woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 uitgedrukt in een percentage.
Gemeentelijke belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde F. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 Gemeentelijke belastingcapaciteit in % = (E/F) x 100%
Rek 2019
Begr 2020
Begr 2021
Begr 2022
Begr 2023
Begr 2024
268
288
288
288
288
288
158 330
161 356
161 356
161 356
161 356
161 356
0
0
0
0
0
0
756
805
805
805
805
805
732
757
757
757
757
757
103,3%
106,3%
106,3%
106,3%
106,3%
106,3%
68
3.
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen
Omschrijving Aantal kilometers wegrijbanen* waarvan binnen de bebouwde kom waarvan buiten de bebouwde kom
Kerncijfers 198 kilometer 186 kilometer 12 kilometer
Percentage 100% 94% 6%
Oppervlakte wegennet rijbanen waarvan klinkers waarvan asfalt
1.401.885 m² 974.865 m² 427.020 m²
100% 70% 30%
Aantal kilometers fietspad* waarvan binnen de bebouwde kom waarvan buiten de bebouwde kom
76 kilometer 66 kilometer 10 kilometer
100% 87% 13%
Oppervlakte fietspaden waarvan klinkers waarvan asfalt
220.440 m² 108.145 m² 112.295 m²
100% 49% 51%
Oppervlakte overig waarvan klinkers waarvan asfalt
1.485.525 m² 1.421.247 m² 64.278 m²
100% 95% 5%
Totaal verharding openbare ruimte waarvan klinkers waarvan asfalt
3.107.850 m² 2.504.257 m² 603.593 m²
100% 80% 20%
Aantal rioolaansluiting Aantal trottoir- en straatkolken Aantal gemalen en pompputten Lengte vrijverval riolering Lengte persleiding en drukriolering
Inleiding Deze paragraaf, in combinatie met de onderliggende beleids- en beheerplannen, geeft inzicht in de stand van het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen et cetera en de bijbehorende onderhoudskosten. De gemeente Vlaardingen heeft ruim 7 km² openbare ruimte in beheer. In die ruimte bevindt zich een groot aantal kapitaalgoederen. Deze goederen moeten onderhouden worden. Dit is een taak die continu budgettaire middelen vergt. In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor wegen, riolering, water en groen weergegeven.
Aantal bruggen Aantal lichtmasten Aantal armaturen Aantal lampen Aantal duikers Lengte watergangen
Oppervlakte beplantingen Oppervlakte gazon Oppervlakte ecologisch gras Oppervlakte water singels Lengte sloten Aantal bomen
36.294 stuks (heffingseenheden) 23.000 stuks 51 stuks 269 kilometer 34,4 kilometer 130 stuks 13.312 stuks 14.114 stuks 14.576 stuks 8 kilometer HHD, 2,4km gemeente 731.123 m² 989.270 m² 1.527.131 m² 561.305 m² 92.385 m² 28.428 stuks
* totaal wegennet (rijbaan/fietspad) 274 kilometer, waarvan 92% binnen de bebouwde kom en 8% buiten de bebouwde kom
69 In onderstaande tabel worden de kerncijfers voor gebouwen weergegeven. Functie/doel Maatschappelijk
Aantal
- Dienstgebouw
15
- Wijkcentrum
3
- Overig
10
- Kerktoren
4
- Multifunctioneel
3
- Kinderopvang
1
- Zaalsport
7
- Onderwijs
37
- Veldsport
10
Economisch - strategisch
2
- overig
30
- rioolgemaal
6
Totaal
128
Beheerplannen en planning In het BBV wordt gesteld dat voor tenminste de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen het volgende wordt aangegeven: Het beleidskader De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Onderstaand volgt een overzicht van de geldende beheerplannen, waarna per beheerplan een nadere toelichting is opgenomen. Van ieder substantieel kapitaalgoed wordt vervolgens het beleidskader aangegeven, gekoppeld aan het geldende beheerplan. Daarna volgt een verantwoording over de uitvoering in het afgelopen jaar. Op basis van de beheerplannen en actuele ontwikkelingen stelt de gemeente jaarlijks in november een integraal plan op voor het onderhoud van alle kapitaalgoederen.
Beheerplannen
Door de raad vastgesteld Looptijd d.d. t/m
Programma
Wegen Civieltechnische kunstwerken Riolering en grondwater Waterbodems (Waterplan) Groenvoorzieningen Kades en glooiingen Havens Oppervlaktewater (Waterplan) Ondergrondse containers Speeltoestellen Openbare verlichting Verkeersregelinstallaties (Nota verkeerslichten)
19 februari 2015 19 februari 2015 31 januari 2019 28 november 2013 April 2012 19 februari 2015 Zie kades en glooiingen 28 november 2013 2013 18 september 2014 Ter kennisname raad 18 december 2012 8 maart 2014 B&W 7 april 2011 Raad Niet voorgelegdaan Raad Ter kennisgeving B&W september 2013
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
4. Verkeer en mobiliteit 4. Verkeer en mobiliteit 3. Groen en milieu 4. Verkeer en mobiliteit 3. Groen en milieu 6. Onderwijs, economie en havens 6. Onderwijs, economie en havens 3. Groen en milieu 3. Groen en milieu 9. Sport en recreatie 4. Verkeer en mobiliteit 4. Verkeer en mobiliteit
n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
1. Bestuur, participatie en dienstverlening 5. Wonen 1. Bestuur, participatie en dienstverlening 9. Sport en recreatie
Gebouwen Nota grondbeleid Nota Vastgoed Meerjareninvesteringsplan sportterreinen
Wegen en civieltechnische kunstwerken (CTK) Beleids- en beheerkaders Tot de beleidskaders behoren het Beheerplan Wegen en het Plan Civieltechnische kunstwerken. Bepalend voor de wijze en het niveau waarop het wegenbeheer en het beheer civieltechnische kunstwerken worden uitgevoerd, zijn de kaders uit de beleids- en beheerplannen Wegen en Civieltechnische kunstwerken. De actuele areaalgegevens en technische levensduur zijn leidend. Wegen Het onderhoudsniveau is C (sober) De wegen worden 1x per 2 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan wordt het moment van vervanging bepaald. Acute maatregelen per direct opgepakt om de veiligheid in de openbare ruimte te waarborgen. Civieltechnische kunstwerken Het onderhoudsniveau voor CTK is ’sober ‘. Uitgangspunt hierbij is dat technisch adequaat onderhoud plaatsvindt, waarbij het kapitaalgoed duurzaam in stand gehouden wordt. Voor de civieltechnische kunstwerken geldt dat het basis instandhoudingsniveau (heel, veilig en toegankelijk) wordt gegarandeerd. De civieltechnische kunstwerken worden 1x per 3 jaar gedetailleerd geïnspecteerd. Financiën De financiële consequenties van de beleids- en beheerplannen met de daarbij behorende kwaliteitskeuze zijn in deze begroting verwerkt in het programma Verkeer en Mobiliteit. Conform de beleids- en beheerplannen heeft een financiële vertaalslag plaats gevonden.
70 Omschrijving Klein onderhoud wegen Klein onderhoud CTK Groot onderhoud wegen Groot onderhoud CTK Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten CTK Totaal
Rek 2019 766.686 114.852 1.213.666 77.000 365.057 n.v.t. 179.838 2.717.100
Begr 2020 678.449 149.965 1.482.287 77.000 521.776 n.v.t. 176.793 3.086.270
Begr 2021 689.983 148.738 1.497.316 77.000 734.046 n.v.t. 168.339 3.315.422
Begr 2022 700.159 152.068 1.519.400 77.000 744.873 n.v.t. 145.704 3.339.204
Begr 2023 710.336 155.397 1.541.484 77.000 755.699 n.v.t. 143.729 3.383.646
Begr Programma 2024 720.513 Verkeer en mobiliteit 158.727 Verkeer en mobiliteit 1.563.569 Verkeer en mobiliteit 77.000 Verkeer en mobiliteit 766.526 Verkeer en mobiliteit n.v.t. n.v.t. 125.455 Verkeer en mobiliteit 3.411.790
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op onderhoud installatie, onderhoud markeringen, afval gerelateerde zaken, aanschaf materialen, magazijnuitgiftes etc. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren
Riolering en grondwater Beleids- en beheerkaders Als beleidskader voor het rioolbeheer geldt het op grond van de Wet milieubeheer verplichte verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (Waterplan, deel 1a). In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019 beschrijven wij hoe wij invulling geven aan onze zorgplicht voor de inzameling en het transport van afvalwater, inzameling en verwerking van overtollig regenwater en het voorkomen van structurele grondwateroverlast. Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan vertaalt de gemeentelijke ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Het dient als leidraad bij het water robuust maken van de stad. Nieuwbouwprojecten, herstructureringen en vervangingsopgaven van de riolering grijpen wij aan om vasthoudmaatregelen of extra bergingscapaciteit te realiseren en waar mogelijk verhard oppervlak af te koppelen. Financiën De exploitatiekosten van het rioolstelsel worden gedekt uit de opbrengst rioolheffing. Deze lasten en opbrengsten zijn verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle kosten aan het rioolstelsel en de aan de grondwaterzorgplicht gerelateerde activa mogen via de rioolheffing worden doorberekend. De exploitatie van het rioolstelsel is binnen de begroting budgettair neutraal.
Eventuele saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de spaarvoorziening riolering verrekend.
Omschrijving Klein onderhoud Groot onderhoud Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten Totaal
Rek 2019 614.950 IP 351.896 1.527.563 2.041.058 4.535.467
Begr 2020 989.375 IP 549.000 2.517.445 1.076.754 5.132.574
Begr 2021 920.894 IP 609.183 2.548.857 925.457 5.004.391
Begr 2022 935.470 IP 618.168 2.717.855 933.511 5.205.003
Begr 2023 950.046 IP 627.153 2.786.298 1.032.666 5.396.163
Begr Programma 2024 964.621 Groen en milieu IP Groen en milieu 636.138 Groen en milieu 2.922.370 Groen en milieu 1.090.526 Groen en milieu 5.613.655
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Het groot onderhoud en vervanging van riolering bij integrale ophogingsprojecten wordt gefinancierd vanmuit het IP. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.
Waterbodems Beleids- en beheerkaders De beleidskaders zijn opgenomen in het Waterplan. Diverse wetten zijn kaderstellend en geven verplichtingen voor de waterbeheerder. Het onderhoud van de waterbodems bestaat uit baggeren, dat door het Hoogheemraadschap van Delfland (HHvD) wordt uitgevoerd op basis van een planning die uitgaat van een achtjarige cyclus. Financiën De hoofdwatergangen zijn in beheer bij het Hoogheemraadschap van Delfland en de overige watergangen zijn in beheer bij de gemeente. Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan watergangen die de gemeente beheert, zijn in deze begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. Omschrijving Klein onderhoud
Rek 2019 18.951
Begr 2020 44.613
Begr 2021 45.371
Begr 2022 46.041
Begr 2023 46.710
Begr Programma 2024 47.379 Verkeer en mobiliteit
Groot onderhoud
106.690 142.676 145.101 147.242 149.382 151.522 Verkeer en mobiliteit
Overig onderhoud
3.378
18.345
18.657
18.932
19.207
Mutatie voorziening/reserve
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
19.482 Verkeer en mobiliteit n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten
52.067
51.098
42.040
6.602
6.511
2.843 Verkeer en mobiliteit
Totaal
181.086 256.732 251.170 218.816 221.810 221.226
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op energiekosten en betaalde belastingen. Cijfers zijn exclusief ambtelijke uren.
Groenvoorzieningen Beleids- en beheerkaders De beleid- en beheerkaders voor het openbaar groen zijn vastgelegd in het Groenplan Vlaardingen Blijvend Groen en de Bomenverordening Vlaardingen 2010. Duurzaamheid in inrichting en beheer zijn belangrijke aspecten van het beleid. Het onderhoudsniveau voor het groen is bepaald op niveau Sober. Voor het adequaat
71 en efficiënt uitvoeren van technisch beheer wordt Boom Veiligheids Onderzoek (BVO) uitgevoerd in een driejarige cyclus. Ambities uit het Groenplan worden zoveel mogelijk gerealiseerd door aan te sluiten bij integrale projecten. Financiën Voor het uitvoeren van groenonderhoud zijn in de begroting in het programma Groen en Milieu de benodigde financiële middelen voorzien. De ramingen zijn gebaseerd op regulier (jaarlijks terugkerend) onderhoud. Omschrijving Klein onderhoud Groot onderhoud
Rek 2019 72.726
Begr 2020 65.078
Begr 2021 65.674
Begr 2022 66.201
Begr 2023 66.727
Begr Programma 2024 67.253 Groen en milieu
2.410.645 2.232.561 2.423.970 2.460.164 2.496.359 2.532.553 Groen en milieu
Overig onderhoud
168.206
225.195
228.851
232.077
235.303
Mutatie voorziening/reserve
23.425
23.425
23.425
23.425
23.425
23.425 Groen en milieu
Kapitaallasten
112.410
124.138
142.301
148.850
142.288
126.556 Groen en milieu
Totaal
Omschrijving Klein onderhoud kades en glooiingen Klein onderhoud havens Groot onderhoud kades en glooiingen Groot onderhoud havens Overig onderhoud kades en glooiingen Overig onderhoud havens Mutatie voorziening / reserve K&G Kapitaallasten K&G Totaal
Rek 2019 85.004 246.704 0 60.000 0 95.888 n.v.t. 641.769 1.129.364
Begr 2020 141.918 163.412 0 60.840 0 55.633 n.v.t. 747.079 1.168.882
Begr 2021 144.331 166.190 0 61.874 0 43.133 n.v.t. 641.942 1.057.470
Begr 2022 146.459 168.641 0 62.787 0 43.769 n.v.t. 679.176 1.100.832
Begr 2023 148.588 171.092 0 63.699 0 44.405 n.v.t. 672.388 1.100.173
Begr Programma 2024 150.717 Onderwijs, economie en haven 173.544 Onderwijs, economie en haven 0 Onderwijs, economie en haven 64.612 Onderwijs, economie en haven 0 Onderwijs, economie en haven 45.042 Onderwijs, economie en haven n.v.t. n.v.t. 660.391 Onderwijs, economie en haven 1.094.305
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op schadeuitkeringen en acualiseren plan kades en glooiingen. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
238.528 Groen en milieu
2.787.411 2.670.397 2.884.221 2.930.716 2.964.101 2.988.315
Overig onderhoud heeft o.a. betrekking op verwerkingskosten groenafval, betaalde belastingen, huisvestingskosten, kantoorartikelen, aanschaf materiaal. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
Kades en glooiingen Beleids- en beheerkaders De veiligheid en functionaliteit van de kades en glooiingen zijn van groot belang voor de continuïteit van de havenactiviteiten. Het Plan Kades en glooiingen (2015) is de basis voor het beheer van de gemeentelijke kades en glooiingen. Op basis van de opgenomen uitgangspunten worden veiligheid en functionaliteit gewaarborgd. De nadruk in het plan ligt met name bij de technische kwaliteit en minder op de belevingswaarde. Voorafgaand aan het uitvoeringsjaar laten wij een kwaliteitsonderzoek uitvoeren om de definitieve maatregelen op jaarbasis goed in beeld te krijgen. Financiën De uitgaven voor kleinschalig en dagelijks onderhoud zijn conform het beheerplan opgenomen in de begroting bij de producten Zeehavens en Binnenhavens binnen het programma Economie en Haven. Groot onderhoud wordt gefinancierd vanuit het Investeringsplan.
Oppervlaktewater Beleids- en beheerkaders Op grond van de Waterwet dragen de gemeente en het Hoogheemraadschap van Delfland samen zorg voor een doelmatig en samenhangend waterbeheer. Financiën De financiële consequenties van het gemeentelijke waterbeleid zijn in het Uitvoeringsprogramma (Waterplan, deel 7) vastgelegd. Vanwege het samenwerkingsverband met het Hoogheemraadschap van Delfland geldt hierbij voor een aantal onderdelen een gedeelde financiering. Om de waterkwaliteit en kwantiteit van het oppervlaktewatersysteem te verbeteren streeft de gemeente naar scheiding van afvalwater (riolering) en hemelwater, het vinden van meer ruimte voor waterberging en het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers. Verder treft de gemeente maatregelen in de rioleringssfeer. Door de riolering te ontlasten neemt het aantal overstortgebeurtenissen verder af en daarmee de vuilemissie op het oppervlaktewater. Met de beschikbare middelen die in de begroting in het programma Groen en Milieu zijn opgenomen kunnen de onderhoudskosten worden gedekt. Omschrijving Klein onderhoud
Rek 2019 206.992
Begr 2020 227.643
Begr 2021 231.513
Begr 2022 234.928
Begr 2023 238.342
Groot onderhoud
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Overig onderhoud
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Mutatie voorziening/reserve
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
Kapitaallasten
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
206.992
227.643
231.513
234.928
238.342
Totaal
Begr Programma 2024 241.757 Groen en milieu
n.v.t. n.v.t. 241.757
Het groot onderhoud wordt door de gemeente voor rekening van Midden-Delfland gedaan. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
72
Ondergrondse containers Beleids- en beheerkaders De gemeente wil met ondergrondse containers het straatbeeld verbeteren en meer service aan bewoners leveren. Nieuwe ondergrondse containers zijn op grote schaal geplaatst. In 2019 is gestart met het vervangen en uitbreiden van het aantal Afval Apart Punten hetgeen is afgerond. In totaal zijn er 1090 ondergrondse restafvalcontainers in heel Vlaardingen. Het grootschalig onderhoud is opgenomen in de begroting van het product Afval van het programma Groen en Milieu. Financiën De kosten van de nieuw te plaatsen ondergrondse containers worden gedekt uit de beschikbaar gestelde investeringskredieten. Dit staat verantwoord in het programma Groen en Milieu. Alle aan de afvalverwijdering en –verwerking gerelateerde kosten mogen via de afvalstoffenheffing worden doorberekend. Daarom is de exploitatie van de afvalverwijdering en –verwerking binnen de begroting budgettair neutraal. Saldi die na afsluiting van een boekjaar ontstaan worden via de egalisatievoorziening Afvalverwijdering verrekend. Voor de komende jaren worden er maatregelen voorgesteld om de gewenste kostendekkendheid te handhaven. Omschrijving Klein onderhoud Groot onderhoud IP Groot onderhoud Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten Irado Kapitaallasten gemeente Totaal
Rek 2019 220.005 IP 118.879 -1.059.738 473.464 606.642 359.251
Begr 2020 258.351 IP 135.000 -495.763 492.024 769.986 1.159.598
Begr 2021 258.276 IP 245.651 -30.515 491.882 749.160 1.714.454
Begr 2022 258.276 IP 249.274 491.882 739.660 1.739.091
Begr 2023 258.276 IP 238.937 491.882 730.162 1.719.257
Begr Programma 2024 258.276 Groen en milieu IP Groen en milieu 242.360 Groen en milieu - Groen en milieu - Groen en milieu 491.882 Groen en milieu 720.661 Groen en milieu 1.713.179
Het groot onderhoud heeft betrekking op het plaatsen van de ondergrondse containers. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
Speeltoestellen Beleids- en beheerkaders De gemeente Vlaardingen wil de leefbaarheid van buurten en wijken bevorderen. Een goed en veilig ingerichte openbare ruimte is een onderdeel van een prettige leefomgeving. Hiertoe behoren ook de speelplaatsen. De gemeente stelt kwaliteit boven kwantiteit. Gestreefd wordt naar voldoende speelplaatsen die zo goed mogelijk over de stad verdeeld zijn, aansluiten bij de wensen en behoeften van de gebruikers en technisch goed worden onderhouden. Tot het beleidskader behoort het Speelruimteplan. De speelvoorzieningen worden ieder jaar geïnspecteerd op veiligheid en de staat van onderhoud.
Financiën Voor de speelvoorzieningen zijn in de begroting in het programma Sport en Recreatie financiële middelen opgenomen voor vervanging en het dagelijks beheer en onderhoud. Omschrijving Klein onderhoud Groot onderhoud Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten gemeente Totaal
Rek 2019 120.880 281.503 3.374 n.v.t. 5.160 410.917
Begr 2020 85.045 303.305 207 n.v.t. 3.356 391.913
Begr 2021 86.491 308.461 211 n.v.t. 3.197 398.359
Begr 2022 87.766 313.011 214 n.v.t. 3.153 404.144
Begr 2023 89.042 317.560 217 n.v.t. 3.110 409.929
Begr Programma 2024 90.318 Sport en recreatie 322.110 Sport en recreatie 220 Sport en recreatie n.v.t. n.v.t. 3.067 Sport en recreatie 415.715
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
Openbare verlichting Beleids- en beheerkaders De openbare verlichting draagt bij aan de sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente Vlaardingen gaat de openbare verlichting verder verduurzamen door bij einde levensduur de conventionele verlichting te vervangen door moderne ledverlichting. De gemeente voert zelf de regie, beleidsmatig en operationeel, en laat zich daarbij ondersteunen door specialisten uit de markt. Het onderhoud en spoedreparaties zijn ondergebracht bij een marktpartij. Financiën Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de openbare verlichting zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen. Omschrijving Klein onderhoud Groot onderhoud Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten gemeente Totaal
Rek 2019 n.v.t. 357.211 379.090 n.v.t. 211.940 948.241
Begr 2020 n.v.t. 401.828 310.000 n.v.t. 255.103 966.931
Begr 2021 n.v.t. 408.659 315.270 n.v.t. 258.957 982.886
Begr 2022 n.v.t. 414.687 319.920 n.v.t. 276.889 1.011.496
Begr 2023 n.v.t. 420.714 324.570 n.v.t. 295.721 1.041.004
Begr Programma 2024 n.v.t. n.v.t. 426.741 Verkeer en mobiliteit 329.220 Verkeer en mobiliteit n.v.t. n.v.t. 314.261 Verkeer en mobiliteit 1.070.222
Overig onderhoud heeft onder andere betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
Verkeersregelinstallaties Beleids- en beheerkaders De beleidskaders voor de verkeersregelinstallaties zijn vastgelegd in de Nota Verkeerslichten. In deze nota zijn uitgangspunten voor het niveau van beheer en onderhoud en vervanging van verkeersregelinstallaties opgenomen. Het onderhoud en spoedreparaties van de installaties zijn ondergebracht bij een marktpartij.
73 Financiën Voor het uitvoeren van dagelijks en groot onderhoud aan de Verkeersregelinstallaties zijn in de begroting in het programma Verkeer en Mobiliteit de benodigde financiële middelen opgenomen.
Financiën Het gemeentelijk vastgoed is divers en vraagt dan ook om afwegingen bij het plegen van regulier en groot onderhoud.
Omschrijving
Het werken met normbedragen per kostensoort die geactualiseerd zijn naar het huidige prijsniveau en meerjarig worden doorvertaald, resulteert in meer overzicht bij de jaarlijkse onderhoudslast. Het MJOP vormt daarmee de basis en onderbouwing voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen Met deze jaarlijkse dotatie worden de kosten van het onderhoud van gemeentelijke gebouwen gelijkmatig verdeeld over meerdere jaren.
Klein onderhoud Groot onderhoud Overig onderhoud Mutatie voorziening/reserve Kapitaallasten gemeente Totaal
Rek 2019 n.v.t. 130.657 6.672 n.v.t. 268.752 406.080
Begr 2020 n.v.t. 326.025 n.v.t. 293.617 619.642
Begr 2021 n.v.t. 331.567 n.v.t. 331.572 663.139
Begr 2022 n.v.t. 336.458 n.v.t. 342.088 678.546
Begr 2023 n.v.t. 341.348 n.v.t. 351.263 692.611
Begr Programma 2024 n.v.t. n.v.t. 346.239 Verkeer en mobiliteit - Verkeer en mobiliteit n.v.t. n.v.t. 293.101 Verkeer en mobiliteit 639.340
Overig onderhoud heeft betrekking op energiekosten. Cijfers zijn exclusief inzet ambtelijke uren.
Gebouwen Beleids- en beheerkaders In 2020 wordt het ‘Beheerplan Vastgoedobjecten’ vastgesteld. Tot voor kort was het gebruikelijk om te werken met een jaarplan, daarna is de overstap gemaakt naar een meerjaren onderhoudsplan (hierna MJOP). Een MJOP is een rapport dat per object aangeeft wanneer onderhoud moet plaatsvinden en wat de kosten zullen zijn. Met een MJOP is het mogelijk om aan de hand van conditiemetingen te sturen op planmatig onderhoud op basis van de staat van onderhoud van gebouwen. De herziene werkwijze voor beheer van de gemeentelijke gebouwen vormt één van de beleidsuitgangspunten van het vernieuwde Vastgoedbeleid dat in 2021 zijn beslag krijgt. De vastgoedportefeuille is ingericht op basis van de volgende categorieën: Dienstgebouwen Maatschappelijk vastgoed Onderwijsgebouwen en (veld)sportaccommodaties Strategisch bezit Overig (incl. af te stoten objecten) De huidige gemeentelijke vastgoedportefeuille telt ca. 134 objecten met een totale omvang van 164.000 m² (peildatum 2020). De portefeuille heeft een totale verzekerde waarde van € 353 miljoen.
In de begroting is een jaarlijkse toevoeging aan de reserve Onderhoud van € 596.000 verwerkt. In het verleden zijn middelen vrijgemaakt om achterstallig onderhoud weg te werken. Naast de jaarlijkse storting in de reserve Onderhoud is er structureel een bedrag van € 250.000 gereserveerd voor het projectmatig wegwerken van het achterstallig onderhoud. Dat achterstallig onderhoud is grotendeels ingelopen, uitgezonderd het pand Markt 11 (Stadhuis). Omschrijving Klein en groot onderhoud
Rek 2019 3.008.000
Begr 2020 1.824.000
Begr 2021 1.780.000
Begr 2022 1.806.000
Begr 2023 1.833.000
Mutatie voorziening/reserve
124.000
846.000
860.000
873.000
885.000
Kapitaallasten gemeente
5.712.000
3.288.000
2.852.000
2.789.000
2.738.000
Totaal
8.844.000
5.958.000
5.492.000
5.468.000
5.456.000
Begr Programma 2024 1.859.000 Bestuur, dienstverlening en participatie 898.000 Bestuur, dienstverlening en participatie 2.701.000 Bestuur, dienstverlening en participatie 5.458.000
74
4.
Paragraaf Financiering
Doelstellingen In het statuut zijn de algemene doelstellingen van het treasurybeleid opgenomen. Deze luiden: Het garanderen van een duurzame toegang tot de financiële markten en het beperken van de kosten die daarmee samenhangen. Het beschermen van de gemeentelijke vermogenspositie middels het beheersen van de financiële risico’s. Het optimaliseren van het extern renteresultaat. In het vervolg van deze paragraaf worden de onderwerpen die bij deze doelstellingen horen, besproken. Allereerst wordt ingegaan op de wijze waarop Vlaardingen haar bezit financiert, daarna worden de risico’s die aan dit financieren verbonden zijn in beeld gebracht, vervolgens wordt stil gestaan bij het kredietrisico op uitzettingen (gelden bij derden) en komt ook het renteresultaat aan de orde. Financiering Eind 2014 bereikte de leenschuld zijn hoogste punt van € 298 miljoen. Sinds 2015 is de leenschuld dalende. Op dit moment wordt verwacht dat de leenschuld van onze gemeente aan het einde van 2020 op € 235 miljoen uitkomt.
Inleiding De treasuryfunctie maakt deel uit van de bredere financiële functie. De treasuryfunctie houdt zich bezig met financiering, risico- en cashmanagement en de hiermee samenhangende baten en lasten. In onze gemeente worden de treasurytaken overwegend centraal uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats binnen de kaders van het treasurystatuut. Dit verplichte document (artikel 212, Gemeentewet) is voor het laatst in september 2013 door uw raad vastgesteld. Uitgangspunt Het treasurystatuut stelt dat het treasurybeleid in onze gemeente defensief van karakter behoort te zijn. Dit betekent dat financiële risico’s, die betrekking hebben op de uitvoering van de treasuryfunctie, beperkt dienen te blijven. Deze risicohouding vloeit enerzijds voort uit het idee dat prioriteit gegeven moet worden aan een ongehinderde continue uitvoering van de publieke taak, anderzijds uit de gedachte dat met gemeenschapsgeld met de nodige voorzichtigheid dient te worden omgegaan.
Opbouw leenschuld per 1 januari 2021
Bedrag (x € 1 miljoen)
Vaste component (langlopende leningen)
235
Vlottende schuld (kortlopende leningen)
10
Totaal
245
Het is beleid (zie onderdeel Renterisico) om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld af te lossen en voor zo ver noodzakelijk her te financieren. Alleen in 2020 is er meer afgelost, namelijk € 55 miljoen. Voor de in 2021 nieuw af te sluiten geldleningen betekent dit dat de looptijd minimaal 12 jaar is omdat het aflossingsschema van de vaste geldleningen in eerdere jaren geen ruimte biedt. De vlottende schuld bestaat over het algemeen uit leningen met een looptijd van slechts enkele weken. Door voor een korte looptijd te kiezen is het eenvoudiger om in te spelen op het soms grillige verloop van de gemeentelijke geldstromen. Renterisico Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het renterisico van de gemeente Vlaardingen maakt deel uit van het, met behulp van de MonteCarlomethode, vastgesteld benodigd weerstandsvermogen. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers
75 het gevaar dat de begroting geconfronteerd wordt met hogere rentelasten: de nieuwe lening kan door ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt duurder uitvallen dan de oude. Renterisico is niet uit te sluiten, maar kan wel worden gespreid om het risico per begrotingsjaar te beperken. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijk maximum vastgesteld. Het te lang niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van de gemeente, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. In laatste instantie behoort preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen tot de mogelijkheden. Renterisiconorm Vaste Schuld De renterisiconorm heeft betrekking op de vaste schuld van de gemeente. Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer. De renterisiconorm moet gemeenten en andere decentrale overheden aanzetten tot spreiding van dit specifieke risico over toekomstige begrotingsjaren. De totale schuld in verband met het afsluiten van langlopende geldleningen bedraagt begin 2020 € 240 miljoen. Wij hechten eraan om de omvang van onze schulden beheersbaar te houden.
Aan schulden zijn immers rentelasten en renterisico’s verbonden. In ons huidige financiële beleid streven wij naar een schuldquote (omvang schulden gerelateerd aan de omvang van onze begroting) van maximaal 100%. Onze schuldquote zit op dit moment iets onder deze norm. In het coalitieakkoord is afgesproken dat wij deze norm de komende jaren iets moeten verhogen tot een plafond van maximaal 110% om de noodzakelijke investeringen in onze stad mogelijk te maken, uiteraard zonder de omvang van de schulden en het renterisico daarbij uit de hand te laten lopen. Door bij het afsluiten van nieuwe geldleningen voor verschillende looptijden te kiezen wordt het renterisico gespreid. Het treasurybeleid is erop gericht om jaarlijks € 20 miljoen op de vaste schuld her te financieren. Het jaarlijks bedrag waarover de gemeente renterisico loopt blijft hierdoor tot dit bedrag beperkt. Alleen in het jaar 2020 is er € 55 miljoen afgelost. Over de periode 2021 tot en met 2024 bedraagt het totale risicobedrag € 80 miljoen (zie onderstaande overzicht).
Toekomstig beeld renterisico (x € 1 miljoen)
2021
2022
2023
2024
Aflossingen
20
20
20
20
Renteherzieningen
0
0
0
0
Renterisico
20
20
20
20
Om de mogelijke impact van renterisico (vaste schuld) voor de komende vier jaar te kunnen bepalen zijn verschillende rentescenario’s mogelijk. Voor de eenvoud hebben wij gekozen voor een gemiddelde stijging van de toekomstige marktrente met 1%. Als deze stijging zich daadwerkelijk voordoet de komende jaren, dan stijgen de rentelasten met ingang van 2024 met € 800.000 (1% van € 80 miljoen). Uiteraard zijn ook andere rentescenario’s mogelijk. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is op voorhand niet te zeggen. De financiële markt is onvoorspelbaar, omdat zij van vele factoren afhankelijk is. Gemeenten zijn niet vrij in het bepalen van de omvang van de jaarlijks te betalen aflossingen. De renterisiconorm geeft aan welk bedrag maximaal per begrotingsjaar kan worden afgelost en kan worden her gefinancierd. Berekening renterisiconorm
2021
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen)
275
B. Percentage (gemeenten)
20%
Renterisiconorm (A*B)
55
Met een jaarlijks aflossingsbedrag van circa € 20 miljoen blijft onze gemeente de komende jaren ruimschoots binnen de in de Wet Fido opgenomen norm. Renterisico Vlottende Schuld Vlottende schuld ontstaat wanneer geldleningen worden afgesloten met een rentetypische looptijd die korter is dan 1 jaar. In Vlaardingen gaat het veelal om leningen met een looptijd van 4 weken. Het financieren door middel van kortlopende geldleningen kent twee voordelen: 1. Snel kunnen inspelen op schommelingen in de financieringsbehoefte 2. Het is bij de huidige rentestructuur een relatief goedkope financieringsvorm (momenteel is de rente op kortlopende geldleningen zelfs negatief). Het treasurybeleid is erop gericht om zoveel mogelijk van deze voordelen te profiteren. De keerzijde van de medaille is echter de korte rentevastheid (renterisico) van kortlopende leningen. Om te voorkomen dat decentrale overheden zich teveel laten leiden door de voordelen van deze financieringsbron is door de wetgever de
76 kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de vlottende schuld.
In onderstaand overzicht is aangegeven bij welke partijen er begin 2021 nog gelden uitstaan.
Berekening kasgeldlimiet
2021
A. Begrotingstotaal (lasten, x € 1 miljoen)
275
B. Percentage (gemeenten)
8,5%
Kasgeldlimiet (A*B)
23
Door tijdig en in voldoende mate langlopende leningen af te sluiten, voorkomen we dat de kasgeldlimiet te lang, dat wil zeggen meer dan twee achtereenvolgende kwartalen, wordt overschreden. De rente op de geldmarkt is op dit moment extreem laag. Het is echter niet uit te sluiten dat de Europese Centrale Bank (ECB) haar tarieven gaat verhogen. Uitgaande van een gemiddeld bedrag aan vlottende schuld van € 10 miljoen heeft een stijging van de geldmarktrente met 1% een toename van de rentekosten met € 100.000 tot gevolg. Deze mogelijke extra kosten geven een goede indruk van welk risico Vlaardingen komend jaar loopt. Ook nu geldt dat andere rentescenario’s mogelijk zijn. Welk scenario het meest waarschijnlijke is, is echter op voorhand niet te zeggen. De gemeentelijke rentevisie stelt namelijk dat toekomstige rentestanden nauwelijks tot niet voorspelbaar zijn. Prognose netto vlottende schuld per kwartaal
2021
1 januari 2021
€ 10 miljoen
31 maart 2021
€ 10 miljoen
30 juni 2021
€ 10 miljoen
30 september 2021
€ 10 miljoen
31 december 2021
€ 10 miljoen
Debiteurenrisico Uitstaande Gelden Aan het voor langere tijd verstrekken van gelden aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een veelal onvoorzien moment niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Dit kan ertoe leiden dat enerzijds een openstaande vordering als oninbaar moet worden afgeboekt (ten laste van de algemene reserve) en, anderzijds een deel van de rente-inkomsten wegvalt. In principe kan door de gemeente om twee redenen geld aan derden worden uitgeleend. Ten eerste wanneer dit in functie van de publieke taak gebeurt, ten tweede wanneer er voor een bepaalde tijd sprake is van een overschot aan liquide middelen. Deze laatste situatie heeft zich de afgelopen jaren niet meer voorgedaan. Het treasurybeleid is er namelijk op gericht om de geldstromen van onze gemeente zo te sturen dat overschotten worden voorkomen, dan wel zo snel als contractueel mogelijk is in te zetten ter verbetering van de schuldpositie en daarmee ter verlaging van het debiteurenrisico.
Debiteur/geldnemer
Restantbedrag 1 januari 2021 (x € 1 miljoen)
Ontstaansgrond
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
5,7
Volkshuisvesting
Ambtenarenhypotheken
0,9
Arbeidsvoorwaarde
Dierentehuis Nieuwe Waterweg Totaal
0,2
Nieuwbouw
Bovenstaand overzicht vermeldt dus uitsluitend geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak. Bij deze categorie van geldleningen speelt het debiteurenrisico een betrekkelijk ondergeschikte rol. Aan het maatschappelijk belang, dat verbonden is aan het verstrekken van een dergelijke lening, is tijdens de besluitvorming immers een hogere prioriteit toegekend dan aan het bijbehorende financiële risico. Renteresultaat 2021 Aan het afsluiten van geldleningsovereenkomsten zijn uiteraard renteverrekeningen verbonden. Naast renteverrekeningen met derden vinden ook interne verrekeningen plaats, bijvoorbeeld ten laste van begrotingsprogramma’s waarvoor in het verleden investeringen zijn gedaan. De interne rekenrente voor het begrotingsjaar 2020 is voor deze investeringen op 1,50% bepaald. Hieronder ziet u het renteschema van de gemeente Vlaardingen Renteschema, x € 1.000 A. De externe rentelasten over de korte en lange financiering
Begroting +
4.174
Totaal door te rekenen externe rente
-/=
-71 4.103
C1. De rente die aan de grondexploitaties moet worden doorberekend
-/-
-333
-/-
-
Saldo door te rekenen externe rente
-/=
3.769
D1. Rente over eigen vermogen
+
-
D2. Rente over voorzieningen (gewaardeerd tegen contante waarde)
+ =
3.769
-/=
-4.491 -722
B. De externe rentebaten
C2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend C3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering) die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
De aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toe te rekenen rente E. De werkelijk aan taakvelden (programma's inclusief overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag) F. Renteresultaat op het taakveld Treasury
77 Het totaal door te rekenen externe rente van € 4,2 miljoen wordt omgeslagen op het totaalbedrag van de verwachte boekwaarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2021 van € 300 miljoen. Hieruit volgt een percentage van 1,4% dat wij afronden op 1,5%. Het BBV staat een afwijking toe van maximaal 0,5%. De afronding met 0,1% geeft een renteresultaat van ongeveer € 0,3 miljoen. Daarnaast wordt ook ruim € 0,3 miljoen toegerekend aan de grondexploitaties bedragen de externe rentebaten bijna € 0,1 miljoen zodat het totale renteresultaat € 0,7 miljoen bedraagt. Het renteresultaat maakt net als de algemene uitkering, de gemeentelijke heffingen en de dividendinkomsten, deel uit van de algemene dekkingsmiddelen. Het renteresultaat is volgens het bovenstaande schema van de commissie BBV berekend. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het toerekenen van rente aan de andere taakvelden vindt plaats via het taakveld treasury.
78
5.
Paragraaf Bedrijfsvoering
Missie en kernwaarden
De veranderende rol van de overheid vraagt om een gemeente die als een eenheid opereert in een netwerk van partners. Om in dat netwerk een positie in te nemen moeten politiek, bestuur en organisatie als eenheid optreden. Voor de organisatie houdt dat in dat deze ‘in controle’ is. Dit ‘in controle’ zijn is een steeds grotere opgave. Het politieke veld waarin de organisatie opereert is niet altijd stabiel, samenwerkingsverbanden vragen om een bijzondere sturing bij beleidsontwikkeling en -uitvoering, terwijl de steeds digitaler wordende wereld om een nieuwe relatie vraagt met de samenleving. Daarbij vragen medewerkers een grotere zelfstandige positie. Steeds meer samenwerkingsverbanden, extra taken vanuit het Rijk, de Omgevingswet, digitalisering, zaakgericht werken, opgaven gestuurd werken en andere ontwikkelingen vragen om adequaat procesmanagement. Om de basis op orde te hebben zijn eenduidige, geoptimaliseerde en vastgelegde processen een vereiste. Processen zijn het hart van elke organisatie. Het rapport van de interim gemeentesecretaris geeft aan dat er stappen moeten worden gezet om ‘in control’ te komen en een situatie te creëren waarin de kwaliteiten van medewerkers optimaal tot hun recht komen.
Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling De wereld om ons heen is het afgelopen jaar ingrijpend veranderd en is ook nu nog volop in beweging. Onze gemeentelijke organisatie wordt voortdurend uitgedaagd om te kunnen omgaan met de veranderingen die dit met zich meebrengt. Tegelijkertijd moet het onverminderd in staat zijn om de opgaven waar Vlaardingen voor staat het hoofd te bieden: het uitvoeren van het Herstelplan, het implementeren van de Omgevingswet, het vormgeven van duurzaamheidsopgaven, een forse woningbouwopgave voor de komende jaren etc.. Stuk voor stuk opgaven die vragen om slagkracht en veerkracht, vooral van onze medewerkers. Het vraagt ook soms om anders te gaan werken, meer in wisselende verbanden, gericht op de gezamenlijke opgave en met onze maatschappelijke partners in de stad. Het is belangrijk dat wij als organisatie kunnen omgaan met veranderingen, met de nieuwe realiteit van op grote schaal op afstand werken en nadenken over wat belangrijk is als het om de doorontwikkeling van de organisatie en goed werkgeverschap gaat.
Hoe gaan we ervoor zorgen dat medewerkers vanuit een online werkomgeving toch de verbinding met de organisatie blijven ervaren? Hoe werken we ook op afstand zo goed mogelijk samen, met elkaar en met de stad? Als er iets is dat wij als les kunnen meenemen uit de huidige situatie is het dat we met elkaar in staat zijn snel en veel te leren en dat de organisatie de uitdagingen op het gebied van flexibiliteit, wendbaarheid, samenwerking en meer innovatie goed aankan. Investering in medewerkers en beheersing kosten van extern ingehuurd personeel Onze medewerkers zijn ons belangrijkste kapitaal en een cruciale factor voor succes. Altijd voldoende, goed gekwalificeerde medewerkers hebben, helder hebben waar je als organisatie heen wilt, welke talenten en competenties daarbij belangrijk zijn, wat je als organisatie ‘in huis hebt’ en of je die voldoende benut, waar het aan ontbreekt, wat op termijn nodig is of juist overbodig? Dat gaan we de komende periode, samen met het management, onderzoeken en in kaart brengen. Op deze wijze verwachten we ook goed invulling te kunnen geven aan uw wens (zoals verwoord in de motie ‘grip op externe inhuur’) om meer inzicht te krijgen in de achtergrond, de beweegredenen en dus ook in de kosten met betrekking tot het inhuren van extern personeel.
Bij de bespreking van de kadernota heeft uw raad een motie aangenomen waarin u onder meer heeft gevraagd om in de paragraaf Bedrijfsvoering in de komende begroting aan te geven op welke wijze de kosten van externe inhuur worden beheerst en hoe hiermee wordt voorkomen dat in de toekomst weer negatieve resultaten ontstaan. Managers binnen de ambtelijke
79 organisatie hebben de mogelijkheid om binnen de financiële kaders van de begroting extern medewerkers in te huren wanneer hiertoe de noodzaak bestaat. Deze noodzaak kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt doordat vacatures moeilijk vervuld kunnen worden of wanneer bijvoorbeeld slechts tijdelijk van een bepaald specialisme gebruik moet worden gemaakt. Tijdelijke externe inhuur kan dan uitkomst bieden. De financiële ruimte die hiervoor beschikbaar is, kan bestaan uit specifieke inhuurbudgetten, niet bestede loonkostenbudgetten door onvervulde vacatures, projectbudgetten of bijdragen van derden. Managers mogen niet extern inhuren wanneer de financiële ruimte ontoereikend is. Om hier op te kunnen monitoren wordt iedere maand een rapportage opgesteld met de stand van zaken. Deze rapportage wordt besproken in het Centraal Managementteam (CMT). Door middel van ‘strategische personeelsplanning’, een methodiek om knelpunten op het gebied van personele bezetting en inzet inzichtelijk te maken op de korte en lange termijn, geven we inzicht in de huidige situatie met betrekking tot ons personeelsbestand (vergrijzing, ontgroening, de krapte op de arbeidsmarkt) en de oplossingen die daarbij passen, zoals onder meer het inhuren van extern personeel.
Wanneer we vervolgens een koppeling maken met de langere termijn, de investering in medewerkers, beheersing van de kosten van extern ingehuurd personeel, missie en visie en de gewenste ontwikkelingsrichting van de organisatie, kunnen we van daaruit onderbouwen waar we ons op moeten richten. Denk aan wat het bijvoorbeeld betekent voor beleidsontwikkeling op het gebied van instroom en uitstroom, training en ontwikkeling etc. Wanneer we daar in hoofdlijnen zicht op hebben, kunnen we de toekomst met meer vertrouwen tegemoet treden. We starten in het vierde kwartaal van 2020 met de voorbereiding (o.a. een intake met het Centraal Managementteam), waarna we begin 2021 met elkaar, aan de hand van onze strategie en ambitie en met oog voor externe en interne ontwikkelingen, het gewenste personeelsbestand in kaart brengen om vervolgens te kunnen vaststellen wat er nodig is om daar te komen. De richting die wij de afgelopen jaren zijn ingeslagen met betrekking tot het investeren in onze medewerkers zetten wij onverminderd voort: wij vragen van onze medewerkers dat zij zich ontwikkelen tot ‘Vlaardingse professionals’, zelf hun pad daarin kiezen en de regie nemen, zich professioneel gedragen en bovenal verantwoordelijkheid nemen voor de bijdrage die ze leveren aan de organisatie en aan de stad.
We hebben de afgelopen jaren vanuit onze visie en missie twee competentieprofielen opgesteld: voor medewerkers (de Vlaardingse professional) en voor managers (de Vlaardingse manager). Deze profielen vormen de rode draad in ons HRM beleid. Vanzelfsprekend faciliteren wij hierbij op het gebied van trainingen en ontwikkeltrajecten. Onlangs is een eerste versie van een organisatie brede leergang “Zo werkt Vlaardingen: Samen! afgerond. We evalueren eerst de
bevindingen hieruit, samen met de deelnemers aan deze training, om vervolgens te onderzoeken of en hoe we deze leergang de komende periode verder uitrollen. Daarnaast wordt een vernieuwd leermanagementsysteem geïmplementeerd, waarin – naast klassikale trainingen – een ruim aanbod aan e-learnings en webinars is opgenomen. Aantrekken en behouden van het juiste talent De crisis als gevolg van het coronavirus heeft naar verwachting gevolgen voor de (gemeentelijke) arbeidsmarkt. Welke gevolgen dit precies zijn (wordt de arbeidsmarkt voor overheidspersoneel nog krapper of kiezen juist nu meer mensen voor een functie in het publieke domein?) en in welke hoedanigheid die zich in Vlaardingen gaan openbaren is op dit moment nog niet te voorspellen. Daarom blijven we ons de komende periode niet alleen richten op het vinden van jonge talenten, maar zeker ook op het binden en boeien van alle talenten die wij in huis hebben. Dat doen we door met medewerkers in gesprek te blijven over hun ontwikkeling en ambities en samen met hen te bekijken welke mogelijkheden er in de organisatie zijn (functieroulatie, deelname projectteams, mentor voor nieuwe collega’s etc.) Het management speelt hierin een belangrijke rol; zij (her)kennen de kwaliteiten van hun medewerkers en weten de wensen en de ambities.
Deze kennis is waardevol bij het bepalen van een effectieve manier om ons zo goed mogelijk te profileren op de arbeidsmarkt. Ziekteverzuim Duurzame inzetbaarheid van medewerkers en gezond werken is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van een medewerker en de manager. Ook hierbij is strategische personeelsplanning een belangrijke pijler. De motivatie van de medewerker voor een gezonde en duurzame inzetbaarheid is van groot belang. Iedere medewerker is zelf verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op zijn of haar vitaliteit. De manager is verantwoordelijk als het gaat om het realiseren van de condities die nodig zijn om verzuim te voorkomen en om re-integratie en inzetbaarheid te bevorderen. Het document “Eigen regie op inzetbaarheid” is een belangrijk handvat om deze gezamenlijke verantwoordelijkheid zo concreet mogelijk te maken voor zowel de medewerker als de manager. Het afgelopen jaar heeft Vlaardingen deelgenomen aan een VNG-pilot ‘Grip op verzuim”, waardoor er meer inzicht is verkregen in de (achterliggende) oorzaken van verzuim om daarmee aanknopingspunten voor verzuimreductie te vinden en duurzame inzet te verhogen.
80 Wij analyseren (vanaf 2020) het verzuim op drie aspecten: 1. Risicobereidheid: wat zijn de verzuimdoelen, de ambitie en het verzuimbeleid; 2. Risico-identificatie: wat zijn de invloeden op het verzuim in relatie tot de verzuimpopulatie, doelgroepen en oorzaken en totale kosten; 3. Risicomanagement: monitoring, arbodienst, aandacht voor preventie en het herkennen van signalen bij (dreigend) verzuim. Zodra we de resultaten van deze analyse beschikbaar hebben, worden deze voorgelegd aan het Centraal Managementteam. Wanneer deze analyse voor het CMT aanleiding geeft tot het nemen van (aanvullende) maatregelen, worden deze opgenomen in het document ‘Eigen regie op inzetbaarheid’. We beogen hiermee in de komende jaren tot een reductie van het verzuim (en de verzuimkosten) te komen. We hebben het jaar 2019 afgesloten met een verzuimpercentage van 6,81%. Op de peildatum 30 juni 2020 was het verzuim 5,46% terwijl de sectornorm (A&O fonds) op 5,8% staat. De doelstelling voor Vlaardingen is om voor 2021 uit te komen op een maximum verzuimpercentage van 5,5%. Personeelsbegroting Elk jaar zijn er wijzigingen in (de omvang van) gemeentelijke taken. Soms omdat er nieuwe taken bijkomen, soms vervallen taken. Vaker betreft het prioriteitstelling of accentverschuivingen. Binnen de personeelsbegroting sturen wij op de totale loonsom en niet op formatie.