Bijlage 2.10 - Programmabegroting 2021-2024
Tekst van het document
41 Financieel deel programma Sociaal domein Baten en lasten meerjarig Bedragen x € 1.000
2020
2021
2022
2023
2024
141.855
134.292
134.468
132.296
134.759
Baten
37.256
38.452
39.346
40.269
41.076
Saldo van baten en lasten
104.599
95.840
95.122
92.027
93.683
Toevoegingen reserves
780
3.302
3.545
3.724
4.055
Onttrekkingen reserves
1.190
0
0
0
0
104.188
99.142
98.667
95.750
97.739
Lasten
Geraamd resultaat
Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2021-2024 het financieel deel van deze begroting. Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)
1/1/'21
+
-
31/12/'21
Sociaal domein
1.035
0
0
1.035
Reserve centrum-middelen bw, mo en vo
3.572
3.302
0
6.874
411
0
0
411
5.019
3.302
0
8.321
Inburgering Totaal reserves
Reserve Sociaal domein De reserve is ingesteld ter egalisatie van de lasten van het Sociaal Domein. Reserve centrummiddelen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang De gemeente Vlaardingen ontvangt als centrumgemeente middelen voor de taken Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Overschotten worden gereserveerd en deze middelen worden jaarlijks in overleg met de regiogemeenten ingezet. Reserve Inburgering Inburgeringsvoorzieningen die bij afrekening (deels) niet in aanmerking komen voor financiering uit de rijksbijdrage worden gedekt uit deze reserve. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma de volgende investeringen gepland. Investeringen meerjarig (bedragen x € 1.000) Kleding- en voedselbank
2020 240
2021 -
2022 -
2023 -
2024 -
42
8.
Kunst, Cultuur en Erfgoed
gezet binnen de regio. De historische panden zijn goed onderhouden en de informatievoorziening voor toeristen is verbeterd." Collectieplan Eind 2019 is het integrale collectieplan voor het team KCE gereed gekomen en in mei 2020 door B&W vastgesteld. In dit collectieplan staan verschillende projecten genoemd die in de periode 2021-2022 uitgevoerd worden. Digitalisering Een belangrijk onderdeel van onze gemeentelijke organisatie is dienstverlening. Door het digitaliseren van de collecties waar mogelijk, kunnen we deze beter beschikbaar stellen. Het digitaliseren van de collecties is op zich niet nieuw, zo is veel informatie met betrekking tot archeologische vindplaatsen inmiddels gedigitaliseerd, maar er wordt vanaf 2020 en de komende jaren nog meer op ingezet. Met name bij het Stadsarchief moet een grote inhaalslag worden gemaakt. Monumentenfonds Maassteden Het Fonds Schiedam Vlaardingen e.o. en het Nationaal Restauratiefonds hebben het Maassteden Monumentenfonds opgericht. Eigenaren van monumenten en beeldbepalende panden kunnen bij dit fonds een hypotheek aanvragen voor restauraties, verduurzaming en herbestemming. Het doel is hierbij om behoudenswaardige panden voor de toekomst te behouden. De gemeente heeft hierin zelf geen rol, maar kan in contacten met eigenaren en ontwikkelaren wel op dit fonds wijzen voor financieringsmogelijkheden van hun project.
Actuele ontwikkelingen Toekomstvisie Begin 2020 is de Toekomstvisie vastgesteld. In de Toekomstvisie wordt in ambitie 4 het belang van een historische en levendige binnenstad in 2040 aangeven. Een paar citaten uit deze Toekomstvisie: "Ook dagtoeristen komen graag naar het centrum, waar je van de rijke Vlaardingse historie en evenementen kunt genieten. De Vlaardingse binnenstad leeft!" "Het historisch verleden van de stad is een kracht: zo zijn er talloze mooie verhalen te vertellen over Vlaardingen als stad van Verzet." "Vanuit inwoners van Vlaardingen klinkt een duidelijke wens: het opknappen van de binnenstad moet een prioriteit worden." " In 2040 is Vlaardingen een populaire bestemming voor fietsrecreanten of liefhebbers van historie en cultureel erfgoed. Dankzij deze recreanten die een dagje Vlaardingen bezoeken is er nieuwewerkgelegenheid binnen de gemeente." "Het historische karakter van de stad is de afgelopen twintig jaar goed op de kaart
Erfgoedlijnen Provincie Zuid-Holland In Vlaardingen is voor twee projecten subsidie ontvangen in 2020 als onderdeel van de erfgoedlijn Trekvaarten: St. The Art Foundation voor het project: De Trekvaart in Beeld: beeld Heen en Weer en de gemeenten Midden-Delfland, Maassluis en Vlaardingen voor Beleving Delflandse Trekvaarten door routes voor fietsen, wandelen en varen. Voor Hollands Welvaren is een eigen huisstijl en website ontwikkeld die komend jaar verder worden ingevuld: https://www.hollandswelvaren.com/over-hollands-welvaren/ Op het moment van dit schrijven zal Gedeputeerde Staten nog gaan besluiten over: - het structureel maken van de middelen voor de erfgoedlijnen. Voorheen was dit steeds incidenteel. Het erfgoedlijnen-programma wordt nu na circa 7 jaar gezien als een structurele taak. - een meer integrale aanpak van de erfgoedlijnen (in verband met de opgave voor energietransitie, landschap, verstedelijking etc.). - het voorlopig niet toevoegen van de nieuwe erfgoedlijn Maritieme Industrie van Hoek van Holland naar Gorinchem (IJzeren eeuw).
43 Visserij Er wordt aandacht besteed aan het historisch karakter van de visserij voor Vlaardingen bij de herontwikkelingsprojecten. Corona De coronacrisis heeft grote impact op de instellingen die actief zijn in de culturele en erfgoed sector. Instellingen en mensen die werkzaam zijn in deze sector maken een zware tijd door. Met het schrijven medio 2020 is er nog geen zich wat de impact zal zijn op deze sector in 2021. Wel is duidelijk dat veel evenementen die in 2020 zouden plaatsvinden, uitgesteld zijn naar 2021. Dat betekent dat een belangrijk deel van de subsidiebudgetten die voor 2020 staan, in 2021 besteed zal worden, zie verder het meerjarenperspectief. Ook heeft de coronacrisis uitwerking op de gemeentelijke organisatie. Door het onder andere niet kunnen beleggen van bijeenkomsten, of het verleggen van prioriteiten door de crisis, zijn sommige trajecten vertraagd, zoals het opstellen van de nota kunst en cultuur en de kerkenvisie. Ontstaan van Holland en viering 2023: 750 stad Vlaardingen Met de viering en gedenking in 2018 van de Slag bij Vlaardingen is veel losgekomen. Het 'Holland-gevoel' willen we vasthouden en inbrengen in verschillende netwerken. De provincie is in 2020 met de Holland-tafel gestart en deze tafel staat onder leiding van de Vlaardingse wethouder cultuur.
De komende jaren zal ook de voorbereiding van de viering van 750 stad Vlaardingen in 2023 ter hand worden genomen. In 2021 willen we partijen in en buiten Vlaardingen gaan stimuleren om activiteiten te ontplooien die in het teken van de viering staan. Financieel meerjarenperspectief In dit programma zitten geen nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen met financiële consequenties.
Beleidsnota's De Creatieve Stad (cultuurnota) Richtinggevende nota Vlaardings Erfgoed Kadernota Erfgoed
Jaar 2013 2017 2019
Ambities Ambitie 21 – Kunst, Cultuur & Erfgoed Vanuit de visie van het team Kunst, Cultuur en Erfgoed: "Met hart voor ons vak stimuleren we het gebruik van Vlaardings(e) kunst, cultuur en erfgoed”.
We werken daarbij nauw samen met de partners in de stad en andere betrokkenen. Onze rol daarin is stimulerend en faciliterend. Wij vinden het belangrijk dat ieder kind in aanraking komt met cultuur, de beoefening van de kunsten en kennis neemt van het rijke verleden van Vlaardingen en de instellingen die in deze sectoren actief zijn. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit: Algemeen Wij sturen op de doelstellingen van de Toekomstvisie; Wij onderhouden goede contacten met de culturele instellingen; Wij monitoren hun ontwikkelingen en sturen bij waar mogelijk en gewenst; Samen met de culturele instellingen realiseren we meerwaarde voor de stad; Wij onderhouden contact met monumenteigenaren. Wij reguleren en stimuleren herbestemming, onderhoud en verduurzaming van rijks- en gemeentelijke monumenten. Kaders en uitvoering Wij stellen een nieuwe nota kunst- en cultuur op; Wij gaan verder met de uitvoering van de Kadernota Vlaardings Erfgoed; Wij gaan verder met het opstellen van een kerkenvisie; Wij voeren de projecten uit die genoemd zijn in het collectieplan; Wij actualiseren de monumentenverordening (in het kader van de omgevingswet); Wij stellen een geïntegreerde Welstands-/Monumentencommissie aan (in het kader van de omgevingswet). Wij gaan verder met de uitvoering van de Kadernota Vlaardings Erfgoed.
Wij gaan verder met het thema ‘Holland’ als inspiratiebron.
44
De komende jaren is er jaarlijks aandacht voor de Slag bij Vlaardingen en dienen de jaarlijks terugkerende evenementen die in het teken van het thema ‘Holland’ staan, als opmaat voor het jaar 2023: het jaar dat Vlaardingen 750 jaar stadsrechten heeft. De rol van de gemeente is in eerste instantie stimulerend, we willen dat burgers en organisaties initiatieven hierin gaan nemen. Vervolgens heeft de gemeente een faciliterende rol. De provincie is een nieuwe Holland-tafel gestart, waarbij het Ontstaan van Holland centraal staat. De Vlaardingse wethouder voor Kunst, Cultuur en Erfgoed fungeert als voorzitter van deze tafel. Wij onderhouden goede contacten met de grote culturele instellingen. Wij stellen een kerkenvisie op. Wij stellen een nieuwe nota kunst- en cultuur op. Wij zoeken aansluiting bij de Provinciale erfgoedlijn Trekvaarten en toekomstig relevante erfgoedlijnen. Wij stimuleren het behoud van monumenten en erfgoed door ontwikkeling. De rol van de gemeente is in eerste instantie stimulerend. We zorgen dat erfgoed wordt meegenomen in gebiedsvisies en (bestemmings)plannen. Vervolgens wordt de rol faciliterend door te zorgen dat voor eigenaren de routing voor vergunning en subsidies duidelijk is. Verplichte indicatoren Binnen het Programma Kunst, Cultuur & Erfgoed zijn er geen verplichte indicatoren.
De laatste jaren hebben we de bezoekersaantallen laten zien in de jaarrekening, dat doen we nu weer. Het gaat daarbij om de volgende instellingen: Bibliotheek Vlaardingen, Stadsgehoorzaal, Kroepoekfabriek, Kade 40 (voorheen Vrije Academie en Opmaat), Museum Vlaardingen en festivals. In de aanloop naar de nieuwe nota kunst en cultuur zoeken we ook andere indicatoren met betrekking kunst, cultuur en erfgoed met het oog op het SMART maken van de ambities en het monitoren van ontwikkelingen. Daarbij wordt ook gedacht aan indicatoren voor het nemen van initiatieven op het gebied van 750 jaar stad in 2023.
Lokale indicatoren Publieksparticipatie (bezoekersaantallen x 1.000) Bibliotheek Vlaardingen (bezoekers fysiek en digitaal)
Bron
2016
2017
2018
Bibliotheek
319,1
298,8
287,7
2019
Stadsgehoorzaal
St. Stadspodium
35
43,8
49,5
71,7
Kroepoekfabriek
Kroepoekfabriek
25,4
28,2
89,9
40
Kade 40 (voorheen Vr. Academie en Opmaat)
KADE40
16,6
18,2
24,9
Kade 40 bezoekersaantal - inclusief scholen en cursisten
KADE40
Museum
Museum Vlaardingen
13
12
12,5
Festivals
Organisatoren festivals
113
105
312
17 87,8 214,9
Bron: Rapportages culturele instellingen
Verbonden partijen Stadsherstel Maassteden Stadsherstel Maassteden richt zich op de combinatie van beschermen, (her)benutten en beleven van cultureel erfgoed in Maassluis, Schiedam en Vlaardingen. Zij wil op duurzame wijze bijdragen aan de versterking van het historische karakter en de leefbaarheid van deze steden en omgeving door het verwerven, restaureren en exploiteren van panden met een cultuurhistorische waarde. De gemeente is vooral betrokken bij de koers van deze besloten vennootschap in Vlaardingen.
45 Financieel deel programma Kunst, cultuur & erfgoed Baten en lasten meerjarig Bedragen x € 1.000
2020
2021
2022
2023
2024
Lasten
7.826
7.391
7.515
7.633
7.748
Baten Saldo van baten en lasten
782
795
807
818
830
7.045
6.596
6.709
6.815
6.918
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
668
257
257
257
257
6.377
6.339
6.452
6.558
6.661
Geraamd resultaat
Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2021-2024 het financieel deel van deze begroting. Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)
1/1/'21
+
-
31/12/'21
Archeologie
96
0
0
96
Beeldende kunst
110
0
0
110
810
0
145
665
1.015
0
145
871
Bibliotheek Totaal reserves
Reserve Archeologie De kosten van archeologieprojecten overschrijden het kalenderjaar. De reserve is getroffen voor specifieke uitgaven die niet in het jaarlijkse budget zijn voorzien en wordt gebruikt om verschillende jaar-overschrijdende projecten mee te financieren. Reserve Beeldende kunst Beeldende kunst in de openbare ruimte is kwetsbaar. Onvoorziene incidenten zorgen voor een onregelmatig patroon in uitgave op onderhoud, vervanging en reparatie. Als de uitgaven de raming overschrijden wordt het saldo ten laste gebracht van de reserve. Anderzijds vindt een storting plaats wanneer de uitgaven lager zijn dan het jaarbudget. Reserve Bibliotheek Deze reserve is gevormd voor de ontvlechtingskosten van de bibliotheek. Investeringen De komende jaren zijn in dit programma geen investeringen gepland.
46
9.
Sport en Recreatie
De SPUK wordt voor alle gerealiseerde bestedingen in verband met activiteiten in het kader van sport aan de gemeente uitgekeerd. Ook kunnen de stichtingen, verenigingen en B.V. ’s zonder winstoogmerk subsidie van het Rijk ontvangen voor het realiseren van bouw, aanschaf en het onderhoud van sportaccommodaties en sportmaterialen. We gaan in de periode 2021-2024 samen met de partijen in de stuurgroep van JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht) aan de slag met de uitvoering van het plan van aanpak. Partijen in de stuurgroep zijn: Un1ek Onderwijs en Opvang, Wijzer in Opvang, Centrum voor Jeugd en Gezin, DSW Zorgverzekeraar, Franciscus Gasthuis & Vlietland, Vlaardingen in Beweging, Stichting Aanzet, Minters en gemeente Vlaardingen. De uitvoering van dit plan van aanpak wordt gemonitord. Daarnaast wordt onderzocht of het mogelijk is om de uitvoering van het landelijke programma Kansrijke Start onder te brengen in de –reeds werkzame- JOGGstructuur. Financieel meerjarenperspectief In dit programma zitten geen nieuwe beleidsmatige ontwikkelingen met financiële consequenties.
Beleidsnota's Kadernota Sport en Bewegen Speelruimteplan Actuele ontwikkelingen In 2021 continueren we de uitvoering van het Vlaardings Sportakkoord met acties die gekoppeld zijn aan de thema’s inclusief sporten en bewegen, duurzame sportinfrastructuur, vitale sport- en beweegaanbieders, positieve sportcultuur, vaardig in bewegen en een integraal sport- en beweegbeleid. Daarnaast zetten we samen met allerlei maatschappelijke spelers in op het vroegtijdige signaleren van problemen waar sport en bewegen een oplossing voor kunnen zijn en stimuleren we preventieve activiteiten. Dat betekent dat we inzetten op sport en bewegen als middel voor zorg en armoedebestrijding. Dit doen we niet vanuit sport alleen, maar in samenwerking met onderwijs, zorg, welzijn en nog veel meer partijen in Vlaardingen. De sportaccommodaties verdienen meer aandacht, we gaan een plan maken om de sportaccommodaties toekomstbestendig te maken voor het bewegingsonderwijs en de sportsector. In 2021 benutten wij de specifieke uitkering stimulering (SPUK) en de subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA).
Jaar 2019 2013
Ambities Ambitie 22 – Inclusief sporten en bewegen Alle Vlaardingers worden actief gestimuleerd tot voldoende bewegen en een gezonde leefstijl. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit: Het Vlaardings Sportakkoord is opgesteld door de sportverenigingen, de gemeente, commerciële aanbieders, onderwijs, zorg en welzijnsinstanties. Er wordt door de sportverenigingen, de gemeente, commerciële aanbieders, onderwijs, zorg en welzijnsinstanties een vervolg gegeven aan de uitvoering van het Vlaardings Sportakkoord. We continueren de inzet op verenigingsondersteuning.
47 We continueren de JOGG-aanpak en Cool2BFit Vlaardingen.
Verplichte indicatoren Niet-sporters
Bron
% niet sporters
RIVM
We continueren de uitvoering van de Brede Regeling Combinatiefuncties. We gaan drie erkende interventies uitvoeren in coproductie met de andere beleidsdomeinen waarbij sport en bewegen als middel wordt ingezet. Ambitie 23 – Duurzame sportinfrastructuur Er zijn voldoende, schone, veilige, toegankelijke en duurzame sportaccommodaties. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit: De nieuwe Westwijkhal op het Erasmusplein is in 2020 operationeel. De nieuwe sporthal op de Claudius Civilislaan in de Westwijk wordt in 2021 opgeleverd. We gaan een Integraal Huisvestingsplan Bewegingsonderwijs opstellen om het bewegingsonderwijs in de toekomst te kunnen blijven faciliteren. We geven uitvoering aan de Routekaart Duurzaamheid opgesteld door het ministerie van VWS en de VSG bij het verduurzamen van sportaccommodaties. De huidige VOP Lijnbaanhal wordt vervangen door een gymlokaal op de Willem Pijperstraat. Ambitie 24 – Recreatie De openbare ruimte is een beweegvriendelijke omgeving, met voldoende speelplekken en sport- en recreatiefaciliteiten. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit: Uitvoeren van het Speelruimteplan: We gaan o.a. een centrale speelplaats in de MUWI 1 (Babberspolder) inrichten alsmede een speelplaats in de Prof. Teldersstraat.
Vlaardingen 50.000 2016 100.000 inw. 2018 54,9 51
Nederland 2019 n.n.b.
Vlaardingen 50.000 2019 100.000 inw. 2019 n.n.b. n.n.b.
Verbonden partijen Coöperatie 'Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland UA' (CBG) Per 01-01-2018 is de coöperatie CBG opgericht en is hiermee de (rechts)opvolger van het Recreatieschap Midden Delfland. De coöperatie stelt zich ten doel de leden te faciliteren in de doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken ter zake van recreatieve groengebieden in Midden-Delfland en al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De deelnemende partijen zijn de gemeenten Delft , Midden-Delfland, Maassluis, Schiedam, Vlaardingen en Westland.
48 Financieel deel programma Sport en recreatie Baten en lasten meerjarig Bedragen x € 1.000
2020
2021
2022
2023
2024
Lasten
5.968
6.149
6.440
6.484
6.541
Baten
800
794
806
817
829
5.168
5.355
5.635
5.667
5.712
Toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
0
0
0
0
0
5.168
5.355
5.635
5.667
5.712
Saldo van baten en lasten
Geraamd resultaat
Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2021-2024 het financieel deel van deze begroting. Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)
1/1/'21
+
-
31/12/'21
Nationaal actieplan sport en bewegen
50
0
0
50
Totaal reserves
50
0
0
50
Reserve Nationaal actieplan sport en bewegen Door het ministerie van VWS zijn middelen beschikbaar gesteld voor de realisering van beweeginterventies en de stimulering van gemeentelijke plannen voor het lokale gezondheidsbeleid. Deze middelen zijn in deze reserve opgenomen. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma de volgende investeringen gepland. Investeringen meerjarig (bedragen x € 1.000) Vervanging sportvelden
2020 522
2021 -
2022 -
2023 -
2024 -
Verduurzaming sporthallen (4 jaar € 100K)
200
-
-
-
-
Vettenoordse Polder Lijnbaanhal
1.800
1.300
-
-
-
Sportaccommodaties
529
-
-
-
-
Buitensportaccommodaties (kunstgrasveld)
-
335
-
-
-
Buitensportaccommodaties (verlichting)
20
-
-
-
-
Buitensportaccommodaties
710
-
-
-
-
Krabbepark
500
1.050
-
-
-
Krabbepark - bijdrage MRDH
-800
-
-
-
-
49
10. Financiën
Waardering
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
2,0
Uitstekend
B
1,5-1,9
Ruim voldoende
C
1,0-1,4
Voldoende
D
0,8-0,9
Matig
E
0,6-0,7
Onvoldoende
F
< 0,6
Slecht
Door middel van het vaststellen van een amendement bij de kadernota 2020 heeft uw raad besloten om de minimale weerstandsratio op 1,0 te stellen en zo spoedig mogelijk toe te werken naar herstel van de ratio naar 1,7. Een weerstandsratio van 1,0 betekent dat het weerstandsvermogen (lees: de algemene reserve) gelijk is aan de ingeschatte risico’s. De risico’s worden ingeschat op € 4,3 miljoen. Uit voorzichtigheidsoverwegingen gaan we voor de lange termijn uit van een geschatte omvang van de risico’s van € 5 miljoen. Bij een minimale weerstandsratio van 1,0 moet het minimale weerstandsvermogen daarom ook € 5 miljoen bedragen. Bij een weerstandsratio van 1,7 mag de algemene reserve nooit onder de € 8,5 miljoen (1,7 x € 5 miljoen = € 8,5 miljoen) dalen.
Actuele ontwikkelingen Weerstandsvermogen/weerstandsratio De incidentele financiële risico’s actualiseren we twee maal per jaar (inventarisatie risico’s in organisatie) en laten die door het accountantskantoor PwC via een kansberekening (de zgn. Monte Carlo-methode) vertalen in een minimaal benodigd vrij weerstandsvermogen. Dat vrije weerstandsvermogen gaat in de praktijk vooral om de Algemene reserve. PwC raamt in de meest recente rapportage de benodigde weerstandscapaciteit op € 4,3 miljoen, inclusief het Sociaal Domein. De weerstandsratio is het getal dat weergeeft in welke mate het vrije weerstandsvermogen voldoende is om de omvang van de risico’s te kunnen afdekken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is vastgesteld welke ratio de gemeente Vlaardingen nastreeft. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel.
Financieel meerjarenperspectief Onroerende zaakbelasting In het herstelplan is opgenomen om de OZB in de jaren 2021, 2022 en 2023 elk jaar met 3% extra te verhogen bovenop de reguliere aanpassing voor inflatie. In de raming van de OZB opbrengsten is op basis van het herstelplan rekening gehouden met de bouw van 500 extra woningen per jaar. Tevens is in het herstelplan opgenomen om het gebruikersdeel voor de nietwoningen over te hevelen naar het eigenarendeel zodat leegstand geen derving van inkomsten meer tot gevolg heeft. Ombuigingstaakstelling In de kadernota is vastgelegd om met ingang van 2021 structureel € 3,5 miljoen extra om te buigen bovenop de ombuigingen in het herstelplan. Hiertoe ontvangt uw raad een afzonderlijk voorstel. Privaatrechtelijke overeenkomst kabels en leidingen Netwerkbedrijf Stedin betaalt geen precariobelasting maar precariorecht op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst, die voor onbepaalde tijd geldt. In lijn met het vervallen van de precariobelasting heeft Stedin eenzijdig aangekondigd de privaatrechtelijke overeenkomst per 1 januari 2022 te willen beëindigen. De
50 wetgever heeft met de wetswijziging op de precariobelasting kabels en leidingen nutsbedrijven niet de privaatrechtelijke vergoedingen bedoeld. Het college heeft advies ingewonnen bij een externe deskundige over de te nemen vervolgstappen in het geschil met Stedin en heeft met dit advies ingestemd.
Beleidsnota's Richtlijn actieve informatieplicht Richtlijn begrotingsrechtmatigheid Treasurystatuut (actualisatie in 2019) Financieel beleidskader Nota reserves en voorzieningen Notitie leenschuld Financiële verordening Vlaardingen Nota waardering en activering Toekomstvisie
Jaar 2013 2013 2013 2016 2016 2016 2018 2018 2019
Ambities Ambitie 25 – Financiën Vlaardingen heeft een financieel gezonde positie. De begroting van de gemeente Vlaardingen is structureel in evenwicht, waarbij de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De vermogenspositie is voldoende om de risico’s af te dekken. Via risicomanagement worden de risico’s jaarlijks geïnventariseerd en worden beheersmaatregelen genomen. Om bij te dragen aan deze ambitie voeren wij de volgende acties uit: We voeren het door uw raad vastgestelde herstelplan uit. We buigen structureel minimaal € 3,5 miljoen extra om. Eenmaal per jaar verschaffen we inzicht in de prognoses, ontwikkelingen en risico’s van grondexploitaties met het Meerjarenprogramma Grondzaken. Incidentele voordelen voegen we aan de Algemene reserve toe. We treffen beheersmaatregelen om de risico’s te verminderen. We zetten ons optimaal in voor externe financiering.
Bij het afsluiten van nieuwe langlopende geldleningen worden diverse partijen benaderd en wordt de lening bij de voordeligste aanbieder afgesloten. Verplichte indicatoren Financiën
Bron
R 2019
B 2019
B 2020
B 2021
Aanwezige weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen)
Jaarstukken & begroting
21,0
24,1
21,6
6,9
Noodzakelijle weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen)
Jaarstukken & begroting
4,3
6,3
4,7
4,3
Omvang leenschuld (x € 1 miljoen)
Jaarstukken & begroting
240
265
250
245
De aanwezige weerstandscapaciteit 2021 wordt gepresenteerd door de prognose voor de stand van de Algemene reserve eind 2021 (= € 1 miljoen). Verbonden partijen Regionale Belasting Groep (RBG) Het heffen en invorderen van de gemeentelijke belastingen en heffingen en het uitvoeren van de werkzaamheden in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken.
51 Financieel deel programma Financiën Baten en lasten meerjarig Bedragen x € 1.000
2020
2021
2022
2023
2024
1.315
1.422
1.438
1.472
1.513
0
0
0
0
0
5.492
4.188
3.542
3.582
3.303
Lasten - lokale belastingen - vennootschapsbelasting (Vpb) - financiering - onvoorzien
25
26
26
26
27
- overig
541
2.713
2.496
2.618
2.596
Baten - lokale belastingen
20.622
22.083
22.780
23.948
24.289
- algemene uitkering
156.492
157.601
161.619
164.005
165.789
- dividend
1.255
1.502
1.502
1.502
1.502
- financiering
6.096
4.719
4.938
5.115
4.913
24
148
209
280
284
-177.118
-177.705
-183.546
-187.151
-189.338 0
- overig Saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen reserves
105
-10
0
0
0
-177.223
-177.695
-183.546
-187.151
-189.338
Geraamd resultaat
Zie voor de specificatie van de meerjarenraming 2021-2024 het financieel deel van deze begroting. Reserves en voorzieningen Reserves (x € 1.000)
1/1/'21
+
-
31/12/'21
Algemene Reserve
8.058
0
5.716
2.342
Totaal reserves
8.058
0
5.716
2.342
Algemene reserve De Algemene reserve wordt na het negatieve saldo van de jaarrekening 2019 en rekening houdend met een negatief saldo over 2020 van ruim € 10 miljoen geraamd op circa € 8 miljoen per 1 januari 2021. De komende jaren verwachten wij geen verdere groei van de Algemene reserve. De voor 2021 geraamde onttrekking van € 5,7 miljoen betreft de dekking van het geraamde tekort in 2021. Investeringen De komende jaren zijn er in dit programma geen investeringen gepland.
52
Algemene dekkingsmiddelen Inleiding De onderstaande tabel geeft een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Het gaat dan om middelen waar geen voorafgaand specifiek bestedingsdoel aan ten grondslag ligt. Bedragen x € 1.000 Onroerende zaakbelasting Hondenbelasting Precariobelasting en kabel- en buizenrecht Toeristenbelasting Algemene uitkering Gemeentefonds Dividenden Renteresultaat Geraamd resultaat
2020
2021
2022
2023
2024
18.310
19.750
20.821
21.977
22.306
292
297
302
306
311
1.740
1.751
1.368
1.372
1.375
276
281
285
289
294
156.492
157.601
161.619
164.005
165.789
1.255
1.502
1.502
1.502
1.502
831
647
1.511
1.648
1.726
179.196
181.829
187.408
191.100
193.301
Lokale heffingen De gemeente genereert zelf inkomsten door het heffen van belastingen. Het gaat dan met name om de onroerende zaak belastingen (OZB). De opbrengsten van belastingen kennen in tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel en behoren tot de algemene dekkingsmiddelen. In het coalitie akkoord is afgesproken om de OZB in 2020 eenmalig met 6% extra te verhogen ter dekking van een aantal noodzakelijk investeringen voor de stad en haar inwoners. De financiële verhouding met het Rijk De algemene uitkering uit het Gemeentefonds is een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De gemeente Vlaardingen ontvangt in 2020 € 156,5 miljoen aan inkomsten via de algemene uitkering. De raming voor de jaren 2021 tot en met 2024 is berekend op basis van de zogenaamde meicirculaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) d.d. 29 mei 2020. Dividenden De gemeente Vlaardingen neemt deel in het aandelenkapitaal van een aantal privaatrechtelijke organisaties die het publieke belang ondersteunen. De deelnemingen in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Waterbedrijf Evides en Irado genereren jaarlijks een winstafhankelijk dividend. De betreffende deelnemingen zijn opgenomen in de paragraaf Verbonden partijen.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) De aandelen BNG zijn voor 50% in handen van het Rijk en voor 50% in handen van gemeenten. De gemeente Vlaardingen heeft 0,36% van de aandelen in bezit. Op basis van de gerealiseerde dividendontvangsten in de afgelopen drie jaren wordt voor 2021 en verder een dividendontvangst van € 464.000 geraamd. Waterbedrijf Evides Het Waterbedrijf Evides is ontstaan uit de fusie van Waterbedrijf Europoort, waar de gemeente Vlaardingen in deelnam, en Delta Waterbedrijf. De fusiepartners hebben ieder 50% van de nieuwe aandelen in handen. Het Vlaardingse belang bedraagt op dit moment 1,8% van het nominale aandelenkapitaal. Op basis van de gerealiseerde dividendontvangsten in de afgelopen drie jaren wordt voor 2020 en verder een dividendontvangst van € 671.000 geraamd. Irado N.V. De aandelen Irado zijn in handen van de gemeenten Vlaardingen, Schiedam en Capelle a/d IJssel, ieder voor 33,33%. We verwachten een dividenduitkering van € 367.000. Een bedrag van € 110.000 wordt rechtstreeks als inkomsten verantwoord onder het programma Groen en Milieu, ten gunste van het product Afvalverwijdering. Het overige deel van € 257.000 wordt aangemerkt als algemeen dekkingsmiddel. Renteresultaat De aan de taakvelden toe te rekenen rente (omslagrente) is bepaald op 1,5%.
De afronding van dit percentage, binnen de door de commissie BBV toegestane marge van 0,5%, veroorzaakt het zogenaamde renteresultaat. Het meerjarig verloop van het renteresultaat tot circa € 2,2 miljoen in 2024, zoals hiervoor in de tabel weergegeven, is onder meer het gevolg van de huidige marktrente. Leningen worden aangetrokken tegen een lagere rente dan de rente van de af te lossen leningen waardoor de rentelasten gestaag dalen. Als gevolg hiervan hebben we de rekenrente al verlaagd van 2% naar 1,5%. Een nadere uiteenzetting over de totstandkoming van dit resultaat treft u aan in de paragraaf Financiering. Bedrag voor onvoorziene uitgaven Het is in de praktijk gangbaar dat als onderdeel van de weerstandscapaciteit c.q. in relatie tot het weerstandsvermogen door gemeenten een bedrag voor onvoorziene uitgaven wordt geraamd. De hoogte van deze post is niet voorgeschreven en wordt in Vlaardingen begroot op € 25.000. De hoogte van de post voor onvoorziene uitgaven is in basis overigens niet van dien aard dat omvangrijke afwijkingen op de begroting kunnen worden opgevangen. Daarvoor dient de beschikbare
53 weerstandscapaciteit. Zie ook de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Stelpost kapitaallasten investeringsprogramma In het investeringsprogramma zijn de voorgenomen investeringen opgenomen met de daarbij behorende kapitaallasten (rente en afschrijving). Deze kapitaallasten worden als stelpost in de meerjarenbegroting opgenomen.
54
Paragrafen
1. Lokale heffingen
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
3. Onderhoud kapitaalgoederen
5. Bedrijfsvoering
6. Grondbeleid
7. Verbonden partijen
4. Financiering
55
1.
Paragraaf Lokale Heffingen
De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn leges voor paspoort en rijbewijs. De tarieven van de lokale heffingen zijn vooralsnog volgens de uitgangspunten onder ‘Beleid’ aangepast. In 2021 wordt bij de voorjaarsnota de keuzenotitie ‘Lokale Lasten’ met de raad besproken en bepaalt de raad de nieuwe uitgangspunten voor de lokale heffingen. Deze uitgangspunten worden aan het einde van het jaar in de belastingverordeningen verwerkt zodat zij in werking treden voor het belastingjaar 2022. Beleid Uitgangspunten van het gemeentelijk beleid ten aanzien van de belastingen en heffingen zijn: Onroerendezaakbelastingen: de OZB-opbrengsten worden verhoogd met 4,7% bestaande uit de algemene indexering van 1,7% vermeerderd met 3% gedurende 3 jaar zoals is vastgelegd in het Herstelplan “Voor een leefbaar en financieel gezond Vlaardingen” dat in maart 2020 is vastgesteld. Deze stijging van de opbrengst is exclusief de areaaluitbreiding.”
Inleiding De lokale heffingen zijn de inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels. De heffingen zijn gebaseerd op wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies: De zuivere belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en zijn voor de uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. In Vlaardingen onderscheiden we onroerende zaakbelasting (OZB), hondenbelasting, precariobelastingen en toeristenbelasting. De heffingen zijn voor de dekking van de kosten voor uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de belastingplichtige ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing.
De tarieven van de overige gemeentelijke belastingen, heffingen en leges worden geïndexeerd met 1,7%, met uitzondering van de wettelijke tarieven en het tarief voor de Zeehavengelden en Binnenhavengelden, waarvoor Vlaardingen meelift met Rotterdam. Het tarief voor het rioolrecht, gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan, wordt ca. € 159. Het tarief voor de afvalstoffenheffing, gebaseerd op de gewenste opbrengst in combinatie met het aantal huishoudens, wordt verhoogd met ca. 5%. De opbrengst van de Bedrijven Investeringszone (BIZ) blijft ongewijzigd. De parkeertarieven kennen een eigen regime en worden bij afzonderlijk raadsbesluit vastgesteld. Woonlasten: lokale lastendruk Onder de woonlasten verstaan we het gemiddelde bedrag dat een huishouden in Vlaardingen betaalt aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. De ontwikkeling
56 van de woonlasten van de afgelopen jaren en een raming voor het komende jaar ziet er als volgt uit: Woonlasten
2017
2018
2019
2020
OZB-eigenaar
€ 255,47
€ 261,60
€ 267,85
€ 287,94
2021 P.m.
OZB-gebruiker Rioolheffing
n.v.t. € 157,80
n.v.t. € 157,80
n.v.t. € 157,80
n.v.t. € 161,36
n.v.t. € 159,28
Afvalstoffenheffing
€ 317,21
€ 325,14
€ 330,03
€ 356,43
€ 369,56
Totaal
€ 730,48
€ 744,54
€ 755,68
€ 805,73
€ 528,84
Bij de berekening van de totale woonlasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: We gaan uit van een eigen woning die wordt bewoond door een gezin;
Dit zijn gegevens gebaseerd op het peiljaar 2020. Bij de formele vaststelling van de verordening van de leges en tarieven voor 2021 worden de meest recente gegevens gebruikt als toetsing. Onroerendezaakbelastingen De hoogte van de onroerendezaakbelastingen is een combinatie van de waarde in het economische verkeer van een pand en het vastgestelde tarief. De waarde van alle onroerende zaken wordt jaarlijks vastgesteld. De onroerendezaakbelastingen bestaan uit een ‘eigenarenbelasting’ voor woningen en een ‘eigenarenbelasting’ en ‘gebruikersbelasting’ voor niet-woningen. In de belastingen van de niet-woningen is een extra verhoging inbegrepen. De extra opbrengst komt ten goede van het Ondernemersfonds.
De OZB-tarieven zijn gebaseerd op de gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Vlaardingen.
De grondslag van de OZB voor het jaar 2021 is de waarde van onroerende zaken op 1 januari van het peiljaar 2020. De ontwikkeling van de OZB-tarieven over de afgelopen jaren is als volgt:
De begrote inkomsten van de bovengenoemde gemeentelijke heffingen (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) in 2021 bedragen € 37,0 miljoen.
Ontwikkeling tarieven
Woonlasten: vergelijking met andere gemeenten en landelijk gemiddelde Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) geeft sinds 1997 met de ’Atlas van de lokale lasten‘ inzicht in de woonlasten per gemeente en de posities die de gemeenten ten opzichte van elkaar innemen in Nederland. Hierbij geldt dat nummer 1 de goedkoopste gemeente is en nummer 377 de duurste. In de atlas van 2020 neemt Vlaardingen de 197e plaats in op basis van de woonlasten zoals die in de tabel hierboven zijn berekend. In 2020 zat Vlaardingen € 30,00 boven de landelijk gemiddelde woonlasten. Overigens liggen de woonlasten van 80% van alle gemeenten heel dicht bij elkaar en rond het landelijk gemiddelde. Wat betreft de omringende gemeenten bedragen de woonlasten: Gemeente
Gemiddelde woonlasten Ranglijst Coelo (2020)
Capelle a/d IJssel
€ 634
Nissewaard
€ 722
75
Rotterdam
€ 776
153
Vlaardingen
€ 800
197
Schiedam
€ 803
205
Westland
€ 849
270
Delft
€ 861
287
Maassluis
€ 910
333
17
2016
2017
2018
2019
2020
2021
OZB (eigendom) niet-woningen
0,3058%
0,3142%
0,3025%
0,3470%
0,3631%
p.m. ¹
OZB (gebruik) niet-woningen
0,2571%
0,2335%
0,2194%
0,3039%
0,3212%
p.m. ¹
OZB (eigendom) woningen
0,1602%
0,1536%
0,1482%
0,1477%
0,1426%
p.m. ¹
¹ Omdat de jaarlijkse herwaardering in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken nog niet is afgerond, zijn de definitieve tarieven nog niet bekend. Bij de besluitvorming met betrekking tot de tarieven, in december 2020, worden de tarieven zodanig vastgesteld dat in combinatie met WOZ-waarden een 4,7% (= 1,7% trendmatig + 3,0% extra uit het herstelplan) hogere opbrengst resulteert (exclusief areaaluitbreiding).
Limitering OZB-tarieven Er komt een einde aan het monitoren met de macronorm onroerende zaakbelasting (ozb). Dat hebben het Rijk en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken. Vanaf 2020 komt er een benchmark, waarin naast de ozb ook de rioolen afvalstoffenheffing worden vergeleken. Door een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker worden. Ook moet de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals stijging van de lasten, bevorderen. Opbrengst niet-woningen: € 8,7 miljoen Opbrengst woningen: € 11,0 miljoen
57 Hondenbelasting De hondenbelasting heeft onder andere tot doel het aantal honden in de gemeente te beperken. Vandaar dat het tarief voor een tweede en volgende hond hoger is. De houder van de hond moet de belasting betalen. Regelmatig worden in de gemeente controleacties gehouden om het hondenbestand op peil te houden. Aantal eerste honden: 3.600
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding door niet-ingezetenen. Het tarief wordt verhoogd met het algemene indexpercentage van 1,7%. De opbrengst van de toeristenbelasting is afhankelijk van het aantal overnachtingen in de gemeente, zodat de opbrengst kan fluctueren. Economische ontwikkelingen kunnen zorgen voor een lagere of hogere opbrengst. Ontwikkeling tarieven
2017
2018
2019
2020
2021
Aantal tweede en volgende honden: 300
Toeristenbelasting
€ 2,12
€ 2,16
€ 2,48
€ 2,52
€ 2,56
Opbrengst: € 0,3 miljoen
Bij de aantallen overnachtingen is uitgegaan van hetzelfde aantallen als in de begroting voor 2020. Met eventuele corona-effecten is elders in de begroting rekening gehouden.
Ontwikkeling tarieven
2017
2018
2019
2020
2021
Eerste hond
€ 71,70
€ 73,40
€ 75,15
€ 76,25
€ 77,55
Tweede en volgende hond
€ 143,40
€ 146,80
€ 150,30
€ 152,50
€ 155,10
Precariobelasting De precariobelasting is een belasting op het hebben van voorwerpen op, in of boven gemeentegrond en -water. Bijvoorbeeld terrassen en bouwmaterialen, maar ook de leidingen, kabels en buizen in de grond. Vooruitlopend op de hervorming van het lokaal belastinggebied heeft het kabinet de precario op nutsleidingen per 1 juli 2017 afgeschaft. Dat betekent dat gemeenten in de toekomst geen precariobelasting meer kunnen heffen van nutsbedrijven over netwerken die ze in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Overgangsrecht Er geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2022 voor gemeenten die op 10 februari 2016, de datum waarop minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het wetsvoorstel voor afschaffing van de precariobelasting heeft aangekondigd, een verordening met tarief hadden vastgesteld voor precariobelasting op kabels en leidingen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal heffen naar het tarief zoals dat gold op 10 februari 2016. Opbrengst precariobelasting nutsbedrijven: € 0,5 miljoen Opbrengst precariobelasting in totaal: € 0,7 miljoen
Bijdrage Bedrijven Investeringszone (BIZ) Industrieterrein de Vergulde Hand is aangewezen als een BIZ waar een BIZ bijdrage wordt geheven. De bijdrage komt van de gebruikers van de op dit terrein gelegen bedrijven. De hoogte van de bijdrage is een vastgesteld percentage van de waarde van het bedrijfsobject. Opbrengst BIZ is een vast bedrag van: € 24.000 Rioolheffing De rioolheffing is een heffing om het beheer en het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging van de rioolheffing is dus afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Voor het beheer en onderhoud op de lange termijn is een gemeentelijk rioleringsplan opgesteld waarin onder andere de kosten zijn opgenomen die door middel van een rioolheffing moeten worden gedekt. Voor 2021 wordt de rioolheffing € 159,28.
58 Ontwikkeling tarieven Rioolheffing
2017
2018
2019
2020
2021
€ 157,80
€ 157,80
€ 157,80
€ 161,36
€ 159,28
Rioolheffing
Ontwikkeling tarieven
2017
2018
2019
2020
2021
Afvalstoffenheffing
€ 317,21
€ 325,14
€ 330,03
€ 351,53
€ 369,56
Afvalstoffenheffing 1-pers.
€ 247,10
€ 253,28
€ 257,08
€ 274,93
€ 289,03
2021 Afvalstoffenheffing
2021
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente
2.926.673
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
85.000
Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente
10.706.841
2.841.673
Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen
1.244.295
Netto kosten taakveld(en)
9.462.546
Netto kosten taakveld(en) Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente
320.826
Toe te rekenen kosten:
BTW
361.193
Overhead inclusief (omslag)rente
1.663.505
Totale kosten
11.198.840
-2.548.857
Opbrengst heffing
11.168.525
3.523.691
Voorziening
3.523.691
Opbrengst heffing
6.072.549
Voorziening Totale opbrengsten
72.789
BTW
Totale kosten
Dekkingspercentage
11.198.840
Dekkingspercentage
100%
100%
Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing om het ophalen en verwerken van de huishoudelijke afvalstoffen te bekostigen. Uitgangspunt bij deze heffing is dat de tarieven kostendekkend zijn. De stijging of daling van de afvalstoffenheffing is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de kosten. Bij deze heffing wordt een tariefdifferentiatie toegepast ten behoeve van één- en meerpersoonshuishoudens. De tarieven stijgen in 2021 met ongeveer 5% ten opzichte van 2020. Deze stijging heeft een aantal oorzaken. De belangrijkste oorzaak betreft de voorziening afvalstoffenheffing. Deze raakt ultimo 2020 nagenoeg leeg. In 2021 kan er € 465.400 minder aan de voorziening worden onttrokken dan in 2020 omdat de voorziening na de geraamde onttrekking voor 2020 van € 495.763 leeg is. Verder stijgen de kosten in 2021 door de reguliere aanpassingen voor inflatie. In 2021 kan er maar € 30.315 worden onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing aangezien deze voorziening daarna leeg is. Dit heeft ook voor 2022 een gering opdrijvend effect op de tarieven.
30.315
Totale opbrengsten
Reinigingsrecht Onder de naam reinigingsrecht wordt een retributie geheven voor het periodiek verwijderen en verwerken van bedrijfsafvalstoffen. Het reinigingsrecht wordt geheven van degene die van de dienst gebruik maakt afhankelijk van het aangeboden afval. De tarieven worden verhoogd met 1,7%. Reinigingsrechten Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 177.548 177.548
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
177.548
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
177.548 177.548
Dekkingspercentage
100%
59 Binnenhavengeld Deze retributie wordt geheven van vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions’, including renewed port tariffs, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V.
Havengeld vaste ligplaatsen Deze retributie wordt geheven voor het hebben van een vaste ligplaats aan een kade. Het ligplaatsgeld wordt geheven van degene die vaste ligplaats inneemt. De tarieven worden verhoogd met 1,7%. Havengeld vaste ligplaatsen Kosten taakveld (en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 5.740 5.740
Binnenhavengeld Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 166.190 166.190
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
5.740
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
166.190
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
1.067 1.067
Dekkingspercentage
19%
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
83.231 83.231
Dekkingspercentage
50%
Havengeld pleziervaartuigen Deze retributie wordt geheven van pleziervaartuigen en andere ter recreatie dienende vaartuigen die gebruik maken van het openbare gemeentewater, openbare werken en inrichtingen, en voor diensten die door de gemeente met betrekking tot een vaartuig verstrekt worden. In de regel wordt het havengeld voor pleziervaartuigen geheven van de schipper of de eigenaar van het vaartuig. De tarieven worden verhoogd met 1,7%. Havengeld pleziervaartuigen Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 16.643 16.643
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
16.643
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
14.328 14.328
Dekkingspercentage
86%
Zeehavengeld Deze retributie wordt geheven voor het verblijf met een zeeschip in de haven van Vlaardingen alsmede voor het gebruik van gemeente-eigendommen, havenfaciliteiten en dienstverlening in dat verband. In de regel wordt het zeehavengeld geheven van de kapitein, de schipper, de reder of de eigenaar van het schip, of degene die de handelingen heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het zeeschip. De tarieven in Vlaardingen sluiten aan bij de tarieven vermeld in de ‘General Terms and Conditions, including renewed port tariffs’, die zijn vastgesteld en bekendgemaakt door het Havenbedrijf Rotterdam N.V. Zeehavengeld Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 1.692.702 1.692.702
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
1.692.702
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
1.059.140 1.059.140
Dekkingspercentage
63%
60 Lijkbezorgingsrechten Deze retributie wordt geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor verleende diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten worden geheven van de aanvrager van de dienst, dan wel van degene voor wie de dienst wordt verricht. De tarieven worden verhoogd met 1,7%. Lijkbezorgingsrechten Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 587.102 587.102
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
132.461 719.563
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
811.366 811.366
Dekkingspercentage
113%
Parkeerbelastingen Deze belasting wordt geheven voor het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig binnen de gemeente. De belasting wordt geheven van degene die het voertuig heeft laten staan of de houder van het voertuig. De tarieven worden aan de hand van eigen beleid afzonderlijk vastgesteld. Parkeerbelasting Kosten taakveld(en) inclusief (omslag)rente Inkomsten taakveld(en), exclusief heffingen Netto kosten taakveld(en)
2021 1.600.592 20.725 1.579.867
Toe te rekenen kosten: Overhead inclusief (omslag)rente BTW Totale kosten
146.403 1.726.270
Opbrengst heffing Voorziening Totale opbrengsten
2.317.821 2.317.821
Dekkingspercentage
134%
Leges Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot aantal taken. Een deel van deze taken wordt in de vorm van een dienst door bewoners of bedrijven individueel afgenomen. Om gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gerelateerd
aan deze taken, betalen afnemers van gemeentelijke diensten leges. In de regel gaat het hierbij om het verstrekken van documenten of het verlenen van vergunningen. Leges behoren tot de retributies en worden geheven voor het in behandeling nemen van de aanvraag en worden geheven bij de aanvrager. Ook als de aanvraag niet leidt tot een positief resultaat moeten leges worden betaald. De tarieven worden verhoogd met 1,7% met uitzondering van de wettelijke leges. Kruissubsidiëring leges Net als bij alle andere retributies mogen de baten de lasten niet overstijgen, maar bij de leges gaat het om een groot aantal soorten van dienstverlening gebundeld in één belastingverordening. Omdat breed wordt gevoeld dat kruissubsidiëring tussen dienstverlening van volstrekt verschillende aard onwenselijk is, heeft de VNG de modelverordening onderverdeeld in drie titels: algemene dienstverlening, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving en dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn. De Vlaardingse legesverordening is naar dit model ingedeeld. Kruissubsidie tussen deze titels is ongewenst, maar niet verboden. Kruissubsidie binnen een titel in de legesverordening is toegestaan. Zolang het kruissubsidiëring tussen hoofdstukken betreft, blijkt de mate van kruissubsidiëring al uit de kostenopstelling.
Ook hier geldt dat de gemeente de reden van de kruissubsidie moet vermelden. Er is geen sprake van een rechtvaardigingsgrond, omdat kruissubsidiëring toegestaan is. Kosten taakvelden Overhead
Algemene Fysieke Europese dienstverlening leefomgeving Dienstenrichtlijn 544.181 734.634 18.156 282.931 641.357 853
Totale kosten
827.112
1.375.991
19.009
Totale opbrengsten
762.742
1.135.481
17.900
Dekkingspercentage
92,22%
82,52%
94,17%
Kwijtschelding Voor mensen met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale lasten. De regels voor het toekennen worden bepaald door de rijksoverheid in de Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. Gemeenten mogen hier in die zin van afwijken dat een lager inkomen wordt gehanteerd. De gemeente Vlaardingen hanteert de zogenaamde 100%-norm, dat betekent dat inwoners van Vlaardingen met een inkomen op bijstandsniveau in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen.
61 Voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend, mogen gemeenten zelf bepalen. In Vlaardingen kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing. Naar verwachting komen, rekening houdend met de ervaringen in voorgaande jaren, zo’n 3.700 huishoudens voor (gedeeltelijke) kwijtschelding in aanmerking. Wij verwachten in 2021 een bedrag van circa € 906.000 te besteden aan kwijtscheldingen. De ontwikkeling van deze post wordt nauwlettend gevolgd. Vaststellen nieuwe tarieven 2021 Nadat de begroting is vastgesteld worden de desbetreffende verordeningen hierop aangepast, alsmede aan wets- en beleidswijzigingen. De verordeningen worden daarna in de decembervergadering 2020 ter vaststelling aan de raad aangeboden.
62
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De gewenste weerstandscapaciteit is het geldbedrag dat idealiter aanwezig zou moeten zijn om risico’s af te dekken. De hoogte van de gewenste weerstandscapaciteit is volledig afhankelijk van de binnen de gemeente aanwezige risico's en vooral van de ingeschatte risicobedragen (per risico). Het gemeentelijk beleid streeft naar het realiseren van een weerstandsvermogen van 100%. Dit betekent dat de aanwezige weerstandscapaciteit niet langdurig en niet wezenlijk onder het niveau van de gewenste weerstandscapaciteit kan liggen. Aanwezige weerstandscapaciteit De aanwezige weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal aan middelen dat de gemeente beschikbaar heeft of op korte termijn vrij kan maken om financiële tegenvallers op te vangen. De algemene reserve vormt daarbij het reeds beschikbare deel. De aanwezige weerstandscapaciteit bedraagt bij aanvang van het begrotingsjaar 2021 € 6,85 miljoen. Gewenste weerstandscapaciteit De gewenste weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die de gemeente beschikbaar zou moeten hebben of op korte termijn vrij zou moeten kunnen maken om de waargenomen risico's financieel te kunnen dekken indien deze zich voordoen in de geschatte mate (kans x impact).
Inleiding Aandacht voor voldoende weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s van de gemeente is absolute noodzaak. In Vlaardingen heeft die aandacht vorm gekregen in risicomanagement dat structureel onderdeel uitmaakt van de planning-en-controlcyclus. Zo vindt op dit moment twee maal per jaar, zowel bij de begroting als bij de jaarrekening, een risico-inventarisatie en een risico-waardering plaats. Artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) beschrijft het weerstandsvermogen als volgt: “Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de weerstandscapaciteit (middelen om niet begrote kosten op te vangen) en de risico’s van mogelijk materiële financiële betekenis waar geen maatregelen voor zijn getroffen”. Dit weerstandsvermogen wordt weergegeven in een verhoudingsgetal of ratio. Weerstandsvermogen = aanwezige weerstandscapaciteit / aanwezige weerstandscapaciteit * 100%
Om dit bedrag te kunnen bepalen wordt externe deskundigheid ingeschakeld. Er wordt een simulatie uitgevoerd voor het berekenen van de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de Monte-Carlomethode. De basis van deze simulatie is het inventariseren en het kwantificeren van de risico’s. Met de Kadernota 2020 hebben wij u voorgesteld om voor de komende drie jaar een weerstandsratio van 1,0 als absolute ondergrens te hanteren en een ondergrens van € 5 miljoen vast te stellen voor de omvang van de algemene reserve. In de raadsmemo van 1 september 2020 betreffende uw amendement en motie weerstandsratio zijn een drietal scenario’s gepresenteerd. Alleen door middel van extra ombuigingen is het mogelijk om de weerstandsratio naar 1,7 te brengen. Wij hebben uw raad eind september meer ombuigingsmogelijkheden aangeboden dan de gevraagde € 3,5 miljoen. Uw raad heeft daarmee voldoende mogelijkheden aangereikt gekregen om invulling te kunnen geven aan extra bezuinigingen die de ratio weer naar 1,7 kunnen tillen. De voor deze begroting van toepassing zijnde risico-inventarisatie is die overeenkomstig de in de Jaarstukken 2019 opgenomen risico’s.
63 Gebleken is dat de benodigde weerstandscapaciteit weinig fluctuaties laat zien. Daarom is er voor gekozen om de risico-inventarisatie van maart jl. uit de Jaarstukken 2019 ook in deze begroting op te nemen. Op basis van de externe analyse betreffende de risico’s moet een totale weerstandscapaciteit van € 4,3 miljoen worden aangehouden. Tegen de omvang van de weerstandscapaciteit per 1 januari 2021 van € 6,85 miljoen levert dit een weerstandsratio op van:
Onderwerp
Risico
Maatregel
Gevolgen calamiteit/ramp
Als gevolg van calamiteiten / rampen, bestaat de kans dat kosten voor nazorg, tijdelijk onderdak, personele kosten e.d. voor rekening van de gemeente komen.
Rampenorganisatie, rampenplannen, coördinator rampenbestrijding, rampenoefeningen. Deelname aan de VRR, toezicht op bedrijven al dan niet via DCMR.
Gemeenschappelijke regelingen
Afgeleide risico's van gemeenschappelijke regelingen, m.n. afwezigheid van reserves bij de GR'en. Bij overschrijden van de begroting van een GR zal de gemeente als deelnemer een financiele bijdrage moeten leveren.
Notitie werkwijze Verbonden Partijen. Controleverklaringen bij de jaarrekeningen én de accountantsverslagen die gericht zijn aan het algemeen bestuur van de verbonden partijen.
Aftreden wethouders
Als gevolg van het tussentijds (moeten) Geen. aftreden van één of meerdere wethouders, bestaat de kans dat wachtgeld en kosten van sollicitatie - en loopbaanbegeleiding betaald moet worden.
Fouten inkoopprocedures
Als gevolg van (fouten in) de Er zijn inkoopspecialisten bij de inkoopprocedures/aanbestedingstraject afdelingen, Met specifieke en, bestaat de kans dat de gemeente trainingen en cursussen en de aansprakelijk wordt gesteld en mogelijk samenwerking van deze mensen in de leverancier moet compenseren voor een Inkoopadviesteam wordt de misgelopen winst. kennis vergaard en geborgd.
75
10%
Loonsom
Als gevolg van cao wijzigingen (loonsverhogingen) en stijging van werkgeverslasten bestaat het risico dat een overschrijding op de loonsom ontstaat.
180
50%
Gegarandeerde leningen zorgcentra
Als gevolg van het eventueel failliet van Geen. zorgcentra, bestaat de kans dat de gemeente rente en aflossingen moet betalen voor de gegarandeerde leningen aan deze zorgcentra.
220
10%
Weerstandsvermogen = € 6,85 miljoen / € 4,3 miljoen = 1,6 De beleidsdoelstelling van de gemeente om een weerstandsratio van minimaal 1 aan te houden is hiermee gehaald. Risico’s De activiteiten van de gemeente gaan over een breed scala aan beleidsterreinen. Dit betekent dat onze gemeente blootgesteld is aan een groot aantal risico’s. De actualisatie van de risico’s heeft geleid tot een verlaging van de benodigde weerstandscapaciteit van € 4,7 miljoen per september 2019 naar € 4,3 per maart 2020. De belangrijkste aanpassingen ten opzichte van de vorige inventarisatie, zoals die in de begroting van 2020 is opgenomen, betreffen: Vervallen van risico bij de inkomensvoorzieningen (bijstand); Zowel de specifieke risico’s als het risico van daling grondopbrengsten bij de grondexploitaties zijn afgenomen als gevolg van de voortgang van de projecten én de gunstige ontwikkelingen van economische omstandigheden. De gewenste weerstandscapaciteit van € 4,3 miljoen is gebaseerd op de volgende risico’s en bijbehorende kansverdeling:
De salarisbudgetten in de meerjarenbegroting aan de hand van de uitgangspunten in de meicirculaire gemeentefonds bijstellen.
Impact Kans op (x € 1.000) risico 250 25%
500
30%
Discreet
64 Onderwerp
Risico
Claims en nadeelcompensatie
Burgers en private partijen claimen meer en vaker bij de gemeente. Dit vraagt meer juridische inzet, zowel bij het aangaan van contracten en overeenkomsten, verzoeken tot nadeelcompensatie, maar ook bij schadegevallen, aansprakelijkstellingen en dergelijke.
Subsidies
Als gevolg van onjuiste interpretatie van Het proces inkomende subsidies subsidievoorwaarden bestaat de kans onderbrengen bij de verbijzonderde dat niet aan de voorwaarden wordt interne controle. voldaan en subsidiegelden lager of op nihil worden gesteld.
100
De gemeente heeft voor een De achtervang of totaalbedrag van € 517,4 miljoen aan zekerheidsstructuur bestaat uit drie garanties verstrekt. Van dit bedrag lagen: wordt € 497,2 miljoen gegarandeerd 1.Primaire zekerheid: de financiele door het Waarborgfonds Sociale middelen van de corporatie. Woningbouw. Pas als het 2.Secundaire zekerheid: de garantievermogen van het WSW daalt borgstellingsreserve van het WSW tot onder de drempel van 0,25% van 3.Tertiaire zekerheid: Rijk en het garantievolume, dan treedt de gemeenten achtervangpositie van het rijk en de gemeente in werking in de vorm van het verstrekken van renteloze leningen.
1.500
Garantiestelling woningcorporaties
Borgstelling Polderpoort
Maatregel
Impact Kans op (x € 1.000) risico Deskundigheid voor de afhandeling 120 25% verhaalschade. Verzekering voor de aansprakelijkstellingen, met eigen risico.
Bij de verkoop van de Polderpoort in Geen. 2010 is in het kader van een voortzetting van de sportactiviteiten een garantstelling verleend. De garantie wordt lineair afgebouwd over een periode van 10 jaar (tot 2020).
Jeugdhulp lokaal uitgevoerd Op grond van de sterk gestegen door ROGplus uitgaven in 2018 zijn de begrote uitgaven 2020 verhoogd tot een realistisch niveau. De prognose voor 2019 is indicatief voor het uitgavenniveau 2020.
Contract-afspraken met zorgaanbieders.
Onderwerp
Risico
Jeugdhulp regionaal uitgevoerd door GR Jeugdhulp Rijnmond
Het beroep op specialistische jeugd Wijkteams inschakelen voor hulp die via de GRJR wordt ingekocht is verwijzing naar jeugdhulp. in 2018 sterk gestegen. Voor 2020 is Praktijkondersteuners bij het begrote bedrag gebaseerd op het huisartsen. Ondezoek naar jeugdhulpgebruik in het lopende jaar processen bij de GRJR. 2019. Resultaten van onderzoek naar de tarieven van JBRR en een verdere toename van het aantal kinderen dat op deze vormen van jeugdhulp een beroep doet vormen nog wel een risico.