Bestemmingsplan A15 -A20 (tracebesluit) bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Het Tracébesluit ligt ter inzage op de volgende plaatsentijdens reguliere openingstijden: het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Plesmanweg 1-6, Den Haag; Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, Boompjes 200, Rotterdam; het stadskantoor van Vlaardingen, Westnieuwland 6, Vlaardingen; stadswinkel Rozenburg, Jan van Goyenstraat 1, Rozenburg; stadswinkel centrum, Coolsingel 40, Rotterdam; gemeente Midden-Delfland, Anna van Raesfeltstraat 37, Schipluiden; gemeente Maassluis, Koningshoek 93.050, Maassluis; provincie Zuid-Holland, Zuid-Hollandplein 1, Den Haag; waterschap Hollandse Delta, Handelsweg 100, Ridderkerk; Hoogheemraadschap van Delfland, Phoenixstraat 32, Delft. De stukken zijn digitaal te vinden op www.platformparticipatie.nl. Een beroepschrift moet worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het beroepschrift dient ten minste de volgende onderdelen te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt; d. de redenen (gronden) waarom u beroep instelt; e. uw handtekening. U moet het beroepschrift ondertekenen; f. zo mogelijk dient tevens een kopie te worden toegevoegd van het besluit waarop het geschil betrekking heeft.
Op dit besluit is Afdeling 2 van hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat de belanghebbende in het beroepschrift de beroepsgronden gericht tegen het besluit moet opnemen. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard indien de beroepgronden niet binnen de beroepstermijn van
Pagina 23 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
zes weken zijn ingediend. Na afloop van de beroepstermijn kunnen beroepsgronden niet meer worden aangevuld. Vermeld in het beroepschrift dat de Crisis- en herstelwet van toepassing is. Voorlopige voorziening Indien een beroepschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten: a. naam en adres van de indiener; b. de dagtekening; c. vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt; d. de redenen (gronden) waarom u beroep instelt; e. uw handtekening. U moet het verzoek ondertekenen; f. zo mogelijk dient tevens een kopie te worden toegevoegd van het besluit waarop het geschil betrekking heeft; g. een afschrift van het beroepschrift. Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzitter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van het beroep, en voor het verzoek om een voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, is griffiegeld verschuldigd.
Indien het beroep- of verzoekschrift in een vreemde taal is gesteld, en een vertaling voor een goede behandeling van het verzoek noodzakelijk is, dient de indiener van het beroep- of verzoekschrift zorg te dragen voor een vertaling.
Pagina 24 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Bijlage
A
Nieuwe en verplaatste referentiepunten en nieuwe en gewijzigde geluidproductieplafonds
In tabel A.1 is de nummering en de ligging van de nieuwe referentiepunten aangegeven (in rijksdriehoekcoördinaten), alsmede de waarde van de vast te stellen geluidproductieplafonds op die punten. Tabel A.1
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductie
Nieuwe referentiepunten en
plafond
geluidproductieplafonds
(GPP) X
Y
[dB]
62230
77693,94
434691,95
61,5
62231
77731,13
434786,21
62,2
62232
77759,90
434883,54
61,5
62233
77787,63
434981,19
60,6
62234
77815,84
435078,69
61,4
62235
77846,34
435175,51
61,3
62236
77878,83
435271,65
61,0
62237
77920,15
435364,28
59,3
62238
77818,52
435451,05
58,4
62239
77773,68
435360,28
60,7
62240
77715,31
435272,50
52,2
62241
77684,98
435172,63
49,6
62242
77650,18
435080,82
48,8
62243
77636,35
434978,51
57,9
62244
77578,50
434894,01
50,9
62245
77539,17
434803,67
53,5
62246
77454,80
434747,49
54,6
62247
78652,01
435855,13
59,4
62248
78751,20
435870,21
61,3
62249
78850,23
435886,38
63,1
62250
78949,23
435902,79
62,1
62251
79047,78
435921,67
64,5
62252
79144,09
435949,66
64,4
62253
79237,37
435986,46
63,9
62254
79326,63
436032,11
62,1
62255
79411,25
436085,96
61,9
62256
79489,50
436148,70
60,7
62257
79559,98
436219,86
59,1
62258
79455,00
436294,28
59,8
62259
79380,85
436226,76
61,4
62260
79299,49
436168,14
61,6
62261
79212,54
436118,16
63,4
62262
79120,18
436079,07
64,9
62263
79024,09
436050,42
64,8
62264
78925,71
436030,89
64,4
Pagina 25 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductie plafond (GPP)
62265
78825,80
436014,45
62,3 [dB]
62266
78727,69
435998,21
61,8
62267
78628,61
435982,35
59,2
62268
79841,60
436636,03
58,8
62269
79901,28
436716,38
61,0
62270
79955,87
436802,10
61,6
62271
80010,46
436887,82
61,8
62272
80065,97
436972,89
62,0
62273
80132,48
437049,70
61,5
62274
80196,03
437128,80
62,4
62275
80259,09
437204,75
64,2
62276
79984,14
437094,18
62,3
62277
79931,67
437007,15
62,0
62278
79877,58
436921,12
61,5
62279
79823,15
436835,30
61,7
62280
79768,83
436749,41
60,7
In tabel A.2 zijn de referentiepunten aangegeven (in rijksdriehoekcoördinaten) die worden verplaatst. Zowel de oude als nieuwe ligging is aangegeven. De waarde van de geluidproductieplafonds op deze punten is aangegeven in tabel A.3. Tabel A.2
Referentiepunt
Te verplaatsen
Coördinaten
Coördinaten na
geluidregister
verplaatsing
referentiepunten X
Y
X
Y
4209
79930,17
437462,82
79891,43
437433,19
4210
80027,78
437441,06
79972,54
437374,17
4211
80125,27
437418,79
80022,83
437287,36
4212
80222,76
437396,52
80025,24
437186,59
4213
80320,25
437374,25
80349,19
437251,05
4214
80417,74
437351,97
80448,23
437271,92
4215
80515,23
437329,70
80549,76
437272,09
4216
80612,42
437306,41
80626,97
437267,38
31449
77504,25
434356,57
77552,58
434354,61
31450
77487,31
434454,79
77567,49
434449,97
31451
77451,07
434547,57
77585,28
434521,29
31452
77401,81
434634,15
77635,70
434608,97
31724
77151,36
434682,35
77117,07
434639,37
31725
77226,44
434616,94
77192,94
434579,42
In tabel I.33 zijn de referentiepunten aangegeven waarop het geluidproductieplafond moet worden gewijzigd als gevolg van de uitvoering van de maatregelen uit het akoestisch onderzoek op woning niveau.
Pagina 26 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Tabel A.3
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductieplafond (GPP)
Gewijzigde referentiepunten X
Y
[dB]
4007
82866,53
437412,36
68,7
4008
82772,84
437377,41
68,9
4009
82679,14
437342,47
69,0
4010
82583,92
437312,83
68,7
4011
82485,84
437293,29
67,4
4012
82387,77
437273,75
66,0
4013
82292,37
437245,67
65,4
4014
82206,41
437194,88
66,9
4015
82108,98
437172,61
67,4
4016
82011,29
437151,24
67,9
4017
81912,24
437148,57
68,1
4018
81813,25
437161,27
68,0
4019
81715,56
437182,65
68,2
4020
81617,87
437204,02
68,1
4021
81520,18
437225,40
68,1
4022
81421,04
437247,65
68,1
4023
81336,13
437266,37
68,0
4024
81241,41
437285,30
68,3
4025
81152,03
437306,14
67,8
4026
81057,16
437330,33
67,3
4027
80959,34
437351,04
67,9
4028
80861,70
437372,64
67,9
4029
80764,06
437394,23
67,3
4030
80666,42
437415,83
65,9
4031
80568,77
437437,42
64,5
4032
80471,13
437459,01
63,6
4033
80373,49
437480,61
62,7
4034
80275,85
437502,20
62,5
4035
80178,21
437523,80
62,6
4036
80080,57
437545,39
63,4
4037
79982,92
437566,98
64,6
4038
79885,28
437588,58
65,6
4039
79787,64
437610,17
66,6
4040
79690,00
437631,77
67,8
4041
79592,35
437653,36
69,5
4042
79494,71
437674,95
70,2
4043
79397,07
437696,55
70,2
4044
79299,43
437718,14
70,2
4202
79246,59
437613,59
69,9
4204
79441,90
437570,51
69,9
4205
79539,55
437548,97
69,6
4206
79637,21
437527,43
68,6
4207
79734,86
437505,89
67,4
4208
79832,52
437484,35
68,5
4209
79891,43
437433,19
65,0
Pagina 27 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductieplafond
4210
79972,54
437374,17
[dB] 63,3
4211
80022,83
437287,36
62,6
4212
80025,24
437186,59
62,6
4213
80349,19
437251,05
64,4
4214
80448,23
437271,92
64,3
4215
80549,76
437272,09
64,7
4216
80626,97
437267,38
64,5
4217
80698,62
437288,21
66,8
4218
80784,08
437268,30
58,6
4219
80878,67
437248,59
56,9
4220
80974,70
437223,86
54,6
4221
81072,42
437202,86
53,8
4222
81170,00
437181,01
53,2
4223
81267,59
437159,15
53,0
4224
81365,17
437137,30
53,2
4225
81462,76
437115,45
52,6
4226
81560,34
437093,59
52,2
4227
81657,93
437071,74
52,0
4228
81755,51
437049,89
52,5
4229
81853,72
437031,53
52,6
4230
81953,66
437028,09
54,0
4231
82053,30
437020,47
51,7
4232
82152,88
437015,34
55,1
4233
82251,99
437025,68
61,7
4234
82348,15
437052,48
64,7
4235
82439,06
437093,76
65,9
4236
82528,48
437138,54
67,1
4237
82617,90
437183,31
67,9
4238
82719,74
437228,49
68,2
4239
82821,81
437266,79
68,2
4240
82925,55
437305,92
66,9
27693
84593,62
438521,35
48,3
27694
84599,54
438421,20
50,0
27695
84604,17
438317,73
51,8
27696
84609,91
438229,75
53,8
27697
84543,97
438160,43
53,4
27698
84480,49
438083,35
56,8
27699
84425,15
438004,55
62,5
27700
84333,64
437963,28
59,9
27701
84240,45
437925,94
58,7
27702
84146,26
437891,05
57,4
27703
84052,04
437856,23
56,7
27704
83957,87
437821,31
56,5
27705
83863,68
437786,44
55,9
27706
83769,64
437751,18
55,7
27707
83672,40
437732,37
54,6
27708
83575,64
437757,89
56,6
(GPP)
Pagina 28 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductieplafond
27709
83478,31
437736,38
[dB] 61,2
27711
83368,92
437598,91
68,3
27712
83274,70
437564,11
68,5
27713
83177,59
437527,04
68,5
27714
83075,70
437487,22
68,9
27715
82971,98
437450,27
69,3
27717
83029,91
437343,13
58,2
27718
83134,41
437382,60
55,0
27719
83241,67
437410,48
54,4
27720
83338,45
437436,08
54,3
27721
83436,97
437455,56
55,1
27722
83533,33
437482,44
55,6
27723
83617,50
437536,81
53,6
27724
83706,26
437583,75
52,0
27725
83798,86
437622,41
52,0
27726
83893,06
437657,25
52,1
27727
83987,24
437692,16
52,4
27728
84081,42
437727,09
52,9
27729
84175,65
437761,84
53,7
27730
84269,79
437796,86
55,0
27731
84368,00
437813,66
56,3
27732
84462,69
437782,46
54,4
27733
84541,51
437720,54
53,7
27734
84607,46
437644,83
54,3
27735
84663,54
437562,25
55,0
27736
84681,80
437463,89
56,8
27737
84689,75
437363,76
57,0
27738
84698,07
437263,67
57,5
27739
84707,59
437163,68
57,4
27740
84719,38
437063,94
56,9
27741
84733,15
436964,45
56,9
27742
84751,16
436865,64
57,4
27743
84771,61
436767,32
57,6
31443
77357,93
433785,09
70,7
31444
77370,81
433884,01
69,9
31445
77405,68
433977,74
67,2
31446
77446,87
434068,86
65,6
31447
77488,38
434159,85
64,1
31448
77508,87
434256,91
62,6
31449
77552,58
434354,61
59,4
31450
77567,49
434449,97
58,3
31451
77585,28
434521,29
58,3
31452
77635,70
434608,97
59,9
31453
77334,89
434707,94
65,9
31454
77258,03
434771,92
62,0
31455
77171,70
434821,77
60,3
31456
77079,80
434860,31
60,9
(GPP)
Pagina 29 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductieplafond
31457
76984,75
434891,42
[dB] 62,2
31458
76889,70
434922,52
64,0
31459
76794,65
434953,63
64,0
31460
76699,60
434984,73
64,8
31461
76604,55
435015,84
65,4
31462
76509,50
435046,95
65,5
31463
76414,45
435078,05
65,5
31464
76319,40
435109,16
65,5
31713
76110,56
435034,64
58,4
31714
76206,39
435006,04
58,5
31715
76301,38
434974,76
58,3
31716
76396,37
434943,48
58,6
31717
76491,37
434912,20
58,9
31718
76586,36
434880,92
59,2
31719
76681,35
434849,64
62,7
31720
76776,34
434818,36
63,2
31721
76871,34
434787,08
63,2
31722
76966,33
434755,80
63,7
31723
77061,32
434724,52
65,8
31724
77117,07
434639,37
62,3
31725
77192,94
434579,42
61,2
31726
77283,82
434535,44
61,7
31727
77320,09
434442,52
59,9
31728
77332,87
434343,64
60,7
31729
77324,28
434244,13
63,0
31730
77301,51
434146,86
64,7
31731
77272,86
434051,04
64,6
31732
77249,61
433953,92
67,2
31733
77237,48
433854,71
67,8
31734
77230,16
433755,05
70,3
31735
77232,22
433655,22
69,6
62230
77693,94
434691,95
61,5
62231
77731,13
434786,21
62,2
62232
77759,90
434883,54
61,5
62233
77787,63
434981,19
60,6
62234
77815,84
435078,69
61,4
62235
77846,34
435175,51
61,3
62236
77878,83
435271,65
61,0
62237
77920,15
435364,28
59,3
62238
77818,52
435451,05
58,4
62239
77773,68
435360,28
60,7
62240
77715,31
435272,50
52,2
62241
77684,98
435172,63
49,6
62242
77650,18
435080,82
48,8
62243
77636,35
434978,51
57,9
62244
77578,50
434894,01
50,9
62245
77539,17
434803,67
53,5
(GPP)
Pagina 30 van 31
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Besluittekst | maart 2016
Referentiepunt
Coördinaten
Geluidproductieplafond
62246
77454,80
434747,49
[dB] 54,6
62247
78652,01
435855,13
59,4
62248
78751,20
435870,21
61,3
62249
78850,23
435886,38
63,1
62250
78949,23
435902,79
62,1
62251
79047,78
435921,67
64,5
62252
79144,09
435949,66
64,4
62253
79237,37
435986,46
63,9
62254
79326,63
436032,11
62,1
62255
79411,25
436085,96
61,9
62256
79489,50
436148,70
60,7
62257
79559,98
436219,86
59,1
62258
79455,00
436294,28
59,8
62259
79380,85
436226,76
61,4
62260
79299,49
436168,14
61,6
62261
79212,54
436118,16
63,4
62262
79120,18
436079,07
64,9
62263
79024,09
436050,42
64,8
62264
78925,71
436030,89
64,4
62265
78825,80
436014,45
62,3
62266
78727,69
435998,21
61,8
62267
78628,61
435982,35
59,2
62268
79841,60
436636,03
58,8
62269
79901,28
436716,38
61,0
62270
79955,87
436802,10
61,6
62271
80010,46
436887,82
61,8
62272
80065,97
436972,89
62,0
62273
80132,48
437049,70
61,5
62274
80196,03
437128,80
62,4
62275
80259,09
437204,75
64,2
62276
79984,14
437094,18
62,3
62277
79931,67
437007,15
62,0
62278
79877,58
436921,12
61,5
62279
79823,15
436835,30
61,7
62280
79768,83
436749,41
60,7
(GPP)
Pagina 31 van 31
Dit is een uitgave van
Rijkswaterstaat www.rijkswaterstaat.nl 0800 - 8002 (gratis, dagelijks 06.00 - 22.30 uur) maart 2016
46
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
47
Bijlage 3
Tracébesluit Blankenburgverbinding - toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
062200.20210267
Tracébesluit / MER Blankenburgverbinding Tracébesluit: Deel III Toelichting
Water. Wegen. Werken. Rijkswaterstaat.
Tracébesluit Blankenburgverbinding Toelichting TB
Datum Status
maart 2016 definitief
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Pagina 2 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Inhoud
1 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding 8 Aanleiding en historie van het project 8 Wettelijk kader 11 Tracéwet 11 Milieueffectrapportage 12 Relaties met andere projecten 12 Wijzigingen tussen Ontwerp-Tracébesluit en Tracébesluit 13 Leeswijzer 16
2 2.1 2.1.1 2.1.2 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5
Verantwoording keuze 18 Nut en noodzaak 18 Probleemanalyse 18 Projectdoelstellingen en doelbereik 19 Voorkeursvariant 21 Regionaal Kwaliteitsprogramma 22 Participatie en optimalisatie voorkeursvariant 23 Participatie en bestuurlijk overleg 23 Optimalisaties van de voorkeursvariant 24 Houdbaarheid planMER 25
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4 3.5
Uitgangspunten en beschrijving maatregelen 26 Huidige situatie 26 Inleiding 26 A20 26 A15 29 Aalkeetpolder (noordoever) 31 Zuidoever 31 Het Scheur 32 Infrastructurele maatregelen 32 Inleiding 32 A20 en knooppunt A20-A24 33 A24 inclusief tunnels 35 A15 en knooppunt A15-A24 39 Onderliggend wegennet 43 Spoorwegen 46 Kunstwerken en overige infrastructurele voorzieningen 47 Inleiding 47 Tunnels en bijbehorende maatregelen en bouwwerken 47 Kanteldijk noordoever 51 Overige kunstwerken 52 Kabels en leidingen 56 verleggen in zuidelijke richting van een persleiding in het Oeverbos van het Hoogheemraadschap van Delfland. Tolheffing 57 Tijdelijke maatregelen en voorzieningen 58 Duurzaam bouwen 59 Niet gesprongen explosieven 60 Uitmeet- en flexibiliteitbepaling 60
3.6 3.7 3.8 3.9
Pagina 3 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.3
Verkeer en verkeersveiligheid 62 Verkeer 62 Wettelijk kader en beleidskader 62 Aanpak 62 Onderzoeksresultaten 63 Conclusie en maatregelen 67 Verkeersveiligheid 67 Wettelijk kader en beleidskader 67 Aanpak 69 Onderzoeksresultaten 69 Conclusie en maatregelen 71 Incidentmanagement 71
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4 5.5.5 5.5.6 5.6 5.7 5.8
Geluid 73 Inleiding 73 Wettelijk kader 73 Beoordelingskader 77 Onderzoeksmethode 77 Hoofdwegennet 77 Onderliggend wegennet 78 Resultaten onderzoek hoofdwegennet 78 Afbakening studiegebied 78 Gedetailleerd akoestisch onderzoek 79 Maatregelonderzoek 83 Verkennend onderzoek A4 86 Aanpassing GPP’s en vervolgonderzoek 86 Niet geluidgevoelige bestemmingen 87 Resultaten onderzoek onderliggend wegennet 87 Sanering 88 Cumulatie van geluid 89
6 6.1 6.2 6.3
Luchtkwaliteit 91 Wettelijk kader 91 Resultaten 92 Maatregelen 93
7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Externe veiligheid 94 Wettelijk kader en beleidskader 94 Beoordelingskader 94 Aanpak 96 Resultaten 96 Maatregelen 100
8 8.1 8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4 8.1.5 8.2
Natuur 101 Wettelijk kader en beleid 101 Natuurbeschermingswet 1998 101 Ecologische hoofdstructuur (EHS) 103 Flora en faunawet (Ffw) 104 Boswet 105 Rode lijsten 105 Beoordelingskader 106
Pagina 4 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
8.3 8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.4.6 8.5 8.5.1 8.5.2 8.5.3 8.5.4 8.6 8.6.1 8.6.2 8.6.3 8.7 8.7.1 8.7.2 8.7.3 8.7.4 8.7.5 8.7.6 8.7.7 8.8 8.8.1 8.8.2 8.8.3 8.8.4 8.8.5 8.8.6 8.8.7 8.9
Aanpak 107 Effecten op Natura 2000-gebieden 108 Afbakening studiegebied 108 Effectafbakening 109 Stikstofdepositie 110 Geluid 111 Cumulatie 111 Conclusie 112 Ecologische hoofdstructuur (EHS) en weidevogelgebied 112 Studiegebied 112 Vernietiging 115 Versnippering 115 Verstoring door geluid 116 Maatregelen voor beschermde gebieden 120 Inleiding 120 Mitigerende maatregelen 120 Compenserende maatregelen 122 Effecten op beschermde soorten 123 Vaatplanten 123 Grondgebonden zoogdieren 124 Vleermuizen 124 Vogels 127 Amfibieën en reptielen 128 Vissen 128 Dagvlinders, libellen en overige ongewervelden 129 Maatregelen en ontheffingen voor beschermde soorten 129 Vaatplanten 129 Grondgebonden zoogdieren 130 Vleermuizen 130 Vogels 131 Amfibieën en reptielen 132 Vissen 132 Ontheffingen 133 Boswetcompensatie 135
9 9.1 9.1.1 9.1.2 9.1.3 9.1.4 9.2 9.3 9.4 9.4.1 9.4.2 9.5
Landschap, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit 137 Wettelijk kader en beleid 137 Europese verdragen en nationale wetgeving 137 Rijksbeleid 138 Provinciaal beleid 138 Gemeentelijk beleid 139 Beoordelingskader 139 Onderzoeksaanpak 140 Onderzoeksresultaten 141 Vormgeving- en inpassingsplan 141 Effecten 149 Maatregelen 150
10 10.1 10.2
Bodem 151 Wettelijk kader en beleid 151 Beoordelingskader 153
Pagina 5 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
10.3 10.4 10.4.1 10.4.2 10.4.3 10.4.4 10.4.5 10.5
Onderzoeksaanpak 153 Onderzoeksresultaten 154 Inleiding 154 Kwaliteit landbodem 154 Kwaliteit grondwater 156 Kwaliteit waterbodem 157 Bodemgesteldheid en zettingen 157 Maatregelen 157
11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.4.1 11.4.2 11.4.3 11.4.4 11.4.5 11.4.6 11.5
Water 159 Wettelijk kader en beleid 159 Beoordelingskader 162 Onderzoeksaanpak 162 Maatregelen 163 Inleiding 163 Waterkwantiteit 163 Waterkwaliteit 165 Waterveiligheid 167 Morfologie 167 Scheepvaart 167 Watertoets 167
12 12.1 12.2 12.3 12.4 12.5
Tunnelveiligheid 169 Wettelijk kader en beleid 169 Tunnelcategorie 169 Kenmerken Aalkeettunnel 170 Kenmerken Blankenburgtunnel 171 Toets aan wettelijke veiligheidnorm (QRA) 171
13 13.1 13.2 13.3 13.4 13.4.1 13.4.2 13.5 13.5.1 13.5.2 13.5.3 13.6 13.7
Vervolgprocedures en uitvoering 173 Zienswijzen en beroep 173 Bestemmingsplan en vergunningverlening 173 Grondverwerving en onteigening 174 Maatregelen tijdens de bouw- en aanlegfase 174 Hinder voor omwonenden 174 Hinder voor weggebruiker 175 Schadevergoeding 176 Planschade 176 Kabels en leidingen 176 Bouw- en gewassenschade 176 Opleveringstoets 176 Evaluatie milieueffectrapportage 177
14 14.1 14.2
Afkortingen en begrippen 178 Afkortingen 178 Begrippen 179
Bijlage
A Vormgeving- en inpassingsplan 180
Bijlage
B Tunnelveiligheidsplan 181
Pagina 6 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Bijlage
C Akoestisch onderzoek hoofdrapport 182
Bijlage
D Akoestisch onderzoek effectstudie algemeen 183
Bijlage
E Akoestisch onderzoek effectstudie specifiek 184
Bijlage
F Akoestisch onderzoek effectstudie referentiepunten 185
Bijlage
G Akoestisch onderzoek effectstudie OWN 186
Bijlage
H Natuurtoets 187
Bijlage
I Waterhuishoudingsplan 188
Bijlage
J Nota van Antwoord Zienswijzen 189
Bijlage
K MER Blankenburgverbinding 190
Pagina 7 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en historie van het project De regio Rotterdam is één van de economische kerngebieden van Nederland. Het is één van de meest dichtbevolkte gebieden van Nederland en huisvest het grootste havencomplex van Europa en diverse aanverwante industrieën. De regio Rotterdam biedt ook ruimte aan tal van zakelijke diensten en creatieve bedrijvigheid. Om de concurrentiekracht van de regio te versterken, wordt ingezet op het verder ontwikkelen van de economische structuur, een aantrekkelijke leefomgeving en een goede interne en externe bereikbaarheid. Ook binnen de Greenport Westland spelen de logistieke functie en distributiefunctie een belangrijke economische rol. De coördinatie van de logistiek en internationale handel in bloemen en fruit is in de regio Rotterdam gevestigd (Bloemenveiling Naaldwijk en Freshport Barendrecht). Dit biedt de regio Rotterdam de kans om zich, in samenhang met de aanwezige Greenports, te ontwikkelen tot een ‘hub’ voor versproducten in Europa. In de periode tot 2020 wordt al fors geïnvesteerd in de bereikbaarheid van de regio Rotterdam, onder meer door middel van de projecten A15 Maasvlakte-Vaanplein, A4 Delft-Schiedam, A13/A16 en Beter Benutten. Ondanks deze investeringen blijkt dat de bereikbaarheid van de Rotterdamse regio via de weg en met het openbaar vervoer ook na 2020 nog structurele problemen kent.
Vanwege het economische belang van de regio Rotterdam, de economische potenties in de regio en de bereikbaarheidknelpunten, besloten Rijk en regio om in 2008 de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit te starten. Deze verkenning resulteerde in 2009 in een ‘Masterplan Rotterdam Vooruit’: een ontwikkelingsvisie voor de Rotterdamse regio voor de periode 2020 - 2040 waarin de bereikbaarheidsopgave is afgestemd op de ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen in de regio, met het doel te komen tot een robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Op basis van dit document hebben de betrokken bestuurders in 2010 opdracht gegeven om met betrekking tot bereikbaarheid een vijftal prioritaire vraagstukken nader uit te werken1: 1. Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO)2; 2. kwaliteitssprong in ontwikkelingsopgave en OV Rotterdam Zuid; 3. integraal maatregelpakket verbeteren knooppunten; 4. verbreding A20 oost; 5. doorstroming Oostflank; nader onderzoek Brienenoordcorridor. De vijf vraagstukken zijn uitgewerkt in de periode 2010-2012. Het resultaat ervan is opgenomen in de Rijksstructuurvisie Bereikbaarheid Regio Rotterdam en Nieuwe 1
2
Het Masterplan is vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg MIRT van 29 oktober 2009, de afspraken zijn vastgelegd in de Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT najaar 2009 (Kamerstuk 32123-A nr. 19). In het Masterplan zijn twee locaties als meest kansrijk naar voren gekomen: de Blankenburgverbinding en de Oranjeverbinding.
Pagina 8 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Westelijke Oeververbinding. In de periode april/mei 2013 heeft de ontwerp Rijksstructuurvisie ter visie gelegen. De inspraakreacties en adviezen op de ontwerp Rijksstructuurvisie zijn meegewogen in de definitieve Rijksstructuurvisie die in november 2013 door de Minister van Infrastructuur en Milieu is vastgesteld. De Rijksstructuurvisie dient ter verankering van de resultaten van het Masterplan Rotterdam Vooruit en bevat een tweetal besluiten: 1. een bestuurlijke beslissing t.a.v. de aanpak van de vijf prioritaire vraagstukken; 2. een bestuurlijke voorkeursbeslissing t.a.v. een uit te voeren variant van de Nieuwe Westelijke Oeververbinding. Dit betreft de Blankenburgverbinding, variant Krabbeplas-West, inclusief een verdiepte ligging van de A24, vanaf de spoorlijn Vlaardingen - Maassluis tot voorbij de Zuidbuurt, en een overkapping ter plaatse van de verdiepte ligging. In de periode april/mei 2013 heeft de ontwerp Rijksstructuurvisie ter visie gelegen. De inspraakreacties en adviezen op de ontwerp Rijksstructuurvisie zijn meegenomen in de definitieve Rijksstructuurvisie die in november 2013 door de Minister van Infrastructuur en Milieu is vastgesteld.
De Rijksstructuurvisie en bijlagen zijn te vinden op de volgende website: http://www.blankenburgverbinding.nl/Bibliotheek/Documenten/default.aspx Met de vaststelling van de Rijksstructuurvisie eindigde de verkenningsfase en is de planuitwerkingsfase gestart. In deze fase is de Blankenburgverbinding, variant Krabbeplas-West, met belanghebbenden verder uitgewerkt in de vorm van een projectMER en voorliggend Tracébesluit. Afbeelding 1.1 toont de historie van het project in een schema. Afbeelding 1.1 bevat ook een doorkijk naar de realisatiefase. Dit is de fase die volgt op de huidige planuitwerkingsfase, waarin het Tracébesluit wordt opgesteld.
Pagina 9 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Afbeelding 1.1 Schematisch overzicht van de projecthistorie en doorkijk naar de realisatiefase
Project-MER & Ontwerp Tracébesluit
Pagina 10 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
1.2
Wettelijk kader
1.2.1
Tracéwet Voor de realisatie van de Blankenburgverbinding, inclusief de wijziging van de A20 en A15, dient op grond van de Tracéwet een Tracébesluit te worden genomen. De Tracéwet beoogt een zorgvuldige besluitvorming over de aanleg of het wijzigen van hoofdinfrastructuur. De Minister van Infrastructuur en Milieu is op grond van de Tracéwet het bevoegd gezag. Rijkswaterstaat voert het project voor de Minister uit en werkt daarbij samen met de andere relevante overheden, waaronder gemeenten, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap. De Tracéwet is op 1 januari 2012 gewijzigd. Deze wijziging betrof voor een belangrijk deel het opnemen van nieuwe regels over de verkenningsfase die aan de terinzagelegging van een ontwerp-Tracébesluit vooraf dient te gaan. Omdat deze fase voor het project Blankenburgverbinding al voor de wijziging van de Tracéwet is gestart, zijn deze regels op het voor dit project vast te stellen Tracébesluit niet van toepassing 3. Op de voorbereiding van het Tracébesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht door een ieder. Voor de besluitvorming over het project wordt een gecombineerde procedure op basis van de Tracéwet en de Wet milieubeheer gevolgd.
Deze procedure is gericht op de totstandkoming van het Tracébesluit, de milieueffectrapportage (projectm.e.r.) en de vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds langs rijkswegen. Op het Tracébesluit Blankenburgverbinding is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. De Chw heeft onder meer tot doel om de bestuursrechtelijke procedures voor specifieke plannen en besluiten te stroomlijnen en te versnellen. De Chw heeft vooral consequenties voor de beroepsfase, die mogelijk volgt nadat het Tracébesluit is vastgesteld. Zo dienen belanghebbenden in hun beroepschrift gericht tegen het Tracébesluit aan te geven welke bezwaren zij daartegen hebben. Het beroep wordt door de bestuursrechter niet ontvankelijk verklaard als de beroepsgronden niet binnen de beroepstermijn van zes weken zijn ingediend. Tevens is het zo dat na afloop van de beroepstermijn de beroepsgronden niet meer kunnen worden aangevuld. De Chw brengt verder met zich mee dat decentrale overheden tegen het Tracébesluit geen beroep kunnen instellen en dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes maanden, na afloop van de beroepstermijn, uitspraak moet doen op eventueel tegen het Tracébesluit ingediende beroepschriften.
3
In het Besluit aanwijzing projecten ex artikel III lid 2, wet van 1 december 2011 tot wijziging van de Tracéwet met het oog op versnelling en verbetering besluitvorming infrastructurele projecten (Staatscourant 17 december 2012, nr. 25926) is het project Nieuwe Westelijke Oeververbinding hiertoe aangewezen.
Pagina 11 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Voorts staat het project Blankenburgverbinding in bijlage II van de Chw. Dat wil zeggen dat het voor het project niet nodig is om in de project-m.e.r. alternatieven te onderzoeken en dat er geen advies aan de commissie voor de m.e.r. gevraagd hoeft te worden. 1.2.2
Milieueffectrapportage In het kader van het Tracébesluit Blankenburgverbinding is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De aanleg van een autosnelweg of autoweg is, op grond van onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), m.e.r. plichtig. Zie hiervoor kolom 1 van onderdeel C van de bijlage en specifiek activiteit C.1.2. Het doel van de m.e.r.-procedure is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming te betrekken. Dit om tijdig inzicht te krijgen in de effecten van de voorgenomen activiteit op de omgeving en om onderzoek te kunnen doen naar mogelijke maatregelen om negatieve effecten op de omgeving te verminderen. Resultaat van de m.e.r.-procedure is een Milieueffectrapport (MER). De grondslag van het MER is te vinden in de Wet milieubeheer. In het kader van het project Blankenburgverbinding zijn een planMER (behorende bij de Rijksstructuurvisie) en een projectMER (behorende bij het Tracébesluit) opgesteld. Een planMER dient te worden opgesteld ten behoeve van het plan dat een projectMER plichtig project of besluit mogelijk maakt. Een projectMER dient te worden opgesteld voor het relevante projectbesluit. De Rijksstructuurvisie is het plan-m.e.r. plichtige plan. Het Tracébesluit is het project-m.e.r. plichtige besluit.
Een belangrijk verschil tussen het planMER en het projectMER voor dit project is dat in het planMER diverse alternatieven zijn onderzocht en in het projectMER niet. Het onderzoek in de planuitwerkingsfase en in het kader van het projectMER en het Tracébesluit is gericht op de volgende onderdelen: 1. technische uitwerking van de voorkeursvariant en de inpassing ervan; 2. de effecten voor natuur en milieu; 3. maatregelen om de effecten te mitigeren of te compenseren; 4. de kosten. Het projectMER is opgenomen in bijlage K.
1.3
Relaties met andere projecten In het ontwerp van de Blankenburgverbinding en het onderzoek naar de Blankenburgverbinding is rekening gehouden met de autonome infrastructurele ontwikkelingen in tabel 1.1.
Pagina 12 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Tabel 1.1
Naam
Toelichting
A4 Delft - Schiedam (A4 DS)
in december 2015 is de A4 DS
de A4 DS sluit aan op het
opengesteld. Dit is een nieuwe
knooppunt Kethelplein en heeft
autosnelweg tussen Delft en
invloed op het verkeer in de regio
Schiedam
Rotterdam
in 2015 is de (verbreding van de)
de Blankenburgverbinding sluit
A15 van de Maasvlakte tot het
aan op de verbrede A15 en heeft
Vaanplein opengesteld
invloed op het verkeer in de regio
Autonome infrastructurele ontwikkelingen
Relevantie Blankenburgverbinding
A15 Maasvlakte - Vaanplein
Rotterdam A4 Haaglanden A13/A16 Rotterdam
opwaardering van de A4 bij Den
het project heeft invloed op het
Haag
verkeer in de regio Rotterdam
de nieuwe snelweg A13/A16
de A13/A16 is een extra
verbindt de A13 met de A16 en is
snelwegverbinding in de regio
naar verwachting in 2023 gereed
Rotterdam en heeft invloed op het verkeer in de regio Rotterdam
Verlengde Veilingroute, plus
de genoemde projecten staan ook
de projecten leiden tot
nieuwe verbinding tussen
bekend als het ‘3-in-1 project’.
aanpassingen aan het
Westerlee en Maasdijk plus
Het betreft de aanleg van nieuwe
onderliggende wegennet
tweede ontsluitingsweg Hoek van
wegen en infrastructuur
Holland afwaarden delen van de N57
kruising N57 - Groene Kruisweg
de maximumsnelheid wordt van
door de realisatie van de
100 km/u naar 80 km/u
Blankenburgverbinding rijdt meer
teruggebracht op de
verkeer via de N57 en via de
Brouwersdam
Brouwersdam
de huidige gelijkvloerse kruising
het project leidt tot aanpassingen
wordt gereconstrueerd en wordt
aan het onderliggende wegennet
een ongelijkvloerse kruising een opwaardering van het
Stedenbaan Plus omvat de
een verbeterd aanbod van
openbaar vervoer in de regio
realisatie van Hoogwaardig
openbaar vervoer kan het
(onder andere Stedenbaan Plus)
Openbaar Vervoer (HOV) in Zuid-
verkeersaanbod op de weg
Holland
beïnvloeden
verkeersbesluit 130 km/u op de
verhoging van de
het verkeersbesluit heeft mede
A4, A12, A20, A27 en A59
maximumsnelheid van 120 km/u
betrekking op de A20 in het
(ontwerp-verkeersbesluit
naar 130 km/u op de A20 tussen
plangebied van de
vastgesteld op 16 oktober 2014)
de aansluiting op de N213 (km
Blankenburgverbinding
11) tot de aansluiting Vlaardingen-West (km 12) A4 Dinteloord - Bergen op Zoom
van 2012 tot en met 2015 wordt
deze nieuwe verbinding heeft
(DB)
de A4 DB gerealiseerd
invloed op het verkeer in de regio Rotterdam
1.4
Wijzigingen tussen Ontwerp-Tracébesluit en Tracébesluit Ten opzichte van het Ontwerp-Tracébesluit is in het onderhavige Tracébesluit een aantal wijzigingen aangebracht. Deze betreffen zowel ambtelijke wijzigingen als wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen op het Ontwerp-Tracébesluit. Hieronder zijn de wijzigingen in tabel 1.2 tot en met tabel 1.4 benoemd. Voor alle zienswijzen en antwoorden op de zienswijzen wordt verwezen naar bijlage J (Nota van Antwoord).
Pagina 13 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Tabel 1.2
Omschrijving wijziging
Redenen/toelichting
Algemene en redactionele
Actualiseren van de tekst van het Tracébesluit aan
De procedurele fase Ontwerp-Tracébesluit is
wijzigingen
de procedurele fase
afgerond. De relevante teksten in het Tracébesluit daarover zijn aangepast en bijlage J (Nota van Antwoord Zienswijzen) is toegevoegd. In artikel 11 van de besluittekst is de compensatie van Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) definitief ingevuld.
Tabel 1.3
Omschrijving wijziging
Redenen/toelichting
Wijzigingen naar aanleiding
Redactionele wijzigingen en wijzigingen
Naar aanleiding van de zienswijzen is in de
van zienswijzen
Tracékaarten
toelichting van het TB, het Waterhuishoudingsplan, VIP en Natuurtoets een aantal redactionele wijzigingen doorgevoerd. Tevens is in de tracékaarten de aanduiding te amoveren objecten en in de besluittekst het bijbehorende artikel 5 aangepast. Aan het natuuronderzoek is nieuwe informatie van derde partijen over soorten (de bijenorchis) die tijdens het opstellen van het OTB nog niet beschikbaar was toegevoegd. De verlegging in zuidelijke richting van de bestaande persleiding van het Hoogheemraadschap Delfland in het Oeverbos is opgenomen in artikel 3 van de besluittekst. De aansluiting ten behoeve van Maasluissedijk 204 op de Maassluisedijk is geoptimaliseerd en gewijzigd opgenomen op de Tracékaart. Het restaurant in het Oeverbos is op de Tracékaart aangeduid als ‘Tijdelijke maatregelen en werkterreinen’ ( beiden kaartblad 9). In artikel 9 van de besluittekst is toegevoegd dat voor de tunnels en verdiepte delen van de A24 een waterdichte constructie wordt toegepast.
Actualisering van het akoestisch onderzoek
De inventarisatie van de adressen in het plangebied is geactualiseerd en er zijn meer geluidsgevoelige objecten in het onderzoek meegenomen. Aan de hand daarvan zijn nieuwe geluidsberekeningen uitgevoerd. Dit heeft niet geleid tot andere geluidmaatregelen. De resultaten zijn verwerkt in het akoestisch onderzoek en de toelichting van het TB.
Tabel 1.4
Omschrijving wijziging
Redenen/toelichting
Ambtelijke
Ontwerpoptimalisaties in knoop A15
In de knoop A15 is de verbindingsweg A15-Oost -
ontwerpoptimalisaties en
BBV ten opzichte van het OTB ontwerp naar het
andere wijzigingen
westen verschoven, ten behoeve van optimalisering van de verkeersveiligheid. Daarbij zijn ook aanpassingen in kunstwerken en de toerit Trentweg ontworpen. In onderstaande tekening is in rood het OTB-ontwerp en in blauw het TB-
Pagina 14 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Omschrijving wijziging
Redenen/toelichting ontwerp weergegeven.
Deze ontwerpwijzigingen zijn verwerkt in de Tracékaarten, de toelichting van het TB, het waterhuishoudingsplan en het VIP. De verschuiving van de verbindingsweg is ook verwerkt in het geluidmodel en het akoestisch onderzoek en heeft geleid tot een nieuwe berekening van GPP-punten. Deze is opgenomen in bijlage A van de Besluittekst. Deze beperkte lokale wijziging heeft geen effect op de conclusies en uitkomsten van het MER-onderzoek. In het knooppunt ligt een bestemde leidingenstrook. Deze leidingenstrook wordt bovenlangs gekruist door de verbindingsbogen van en naar de A15-A24. Om te voorkomen dat de bestemming leidingenstrook komt te vervallen is deze overlap voorzien van een dubbelbestemming.. Deze dubbelbestemming is opgenomen in artikel 3, vijfde lid, van de besluittekst. Aanpassingen Natuur
Vanwege de actualisatie van het instrumentarium bij de PAS zijn na het OTB nieuwe stikstofberekeningen uitgevoerd. Hierbij is gebruik gemaakt van het rekenmodel Aerius Calculator 2015. De resultaten daarvan zijn opgenomen in de
Pagina 15 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Omschrijving wijziging
Redenen/toelichting toelichting van het TB, de Natuurtoets en de Passende Beoordeling.
1.5
Leeswijzer Hieronder is kort ingegaan op de inhoud van de hoofdstukken in de toelichting: in hoofdstuk 2 is de keuze voor het voorkeursalternatief verantwoord en is ingegaan op de milieueffectrapportage voor dit project; in hoofdstuk 3 is ingegaan op het plan en de bijbehorende maatregelen; in hoofdstuk 4 tot en met 11 zijn de resultaten van de effectstudies beschreven. Achtereenvolgens is ingegaan op de volgende thema’s: verkeer en verkeersveiligheid; geluid; luchtkwaliteit; externe veiligheid; natuur; landschap, cultuurhistorie en archeologie; bodem; water, inclusief de watertoets; in hoofdstuk 12 zijn de relevante tunnelveiligheidsaspecten en -maatregelen beschreven en is het plan getoetst aan de relevante wetgeving op het gebied van tunnelveiligheid; in hoofdstuk 13 is ingegaan op de vervolgprocedures rondom en na vaststelling van het Tracébesluit; in hoofdstuk 14 zijn tot slot de relevante afkortingen en begrippen toegelicht. Voor hoofdstuk 4 t/m 11 geldt verder de volgende leeswijzer: eerst is het, voor het thema relevante, wettelijke kader en beleidskader beschreven. De wettelijke kaders en beleidskaders bevatten de normen en richtlijnen waaraan het plan is getoetst; vervolgens is het beoordelingskader beschreven. Het beoordelingskader is gebaseerd op het wettelijke kader en beleidskader.
In het beoordelingskader zijn de normen en richtlijnen overgenomen of, indien nodig, uitgewerkt tot meetbare criteria en indicatoren; vervolgens is de onderzoeksaanpak toegelicht. Hierbij is ingegaan op de afbakening van het onderzoek en de gebruikte onderzoeksmethoden; daarna zijn de resultaten van het onderzoek beschreven. Hierbij is het project getoetst aan de relevante normen, richtlijnen, criteria en indicatoren; tot slot zijn de relevante maatregelen beschreven die, op grond van het onderzoek, nodig zijn of wenselijk zijn en in het Tracébesluit zijn opgenomen.
Pagina 16 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Afbeelding 1.2 Overzicht plangebied en toponiemen
Pagina 17 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
2
Verantwoording keuze
2.1
Nut en noodzaak
2.1.1
Probleemanalyse De bereikbaarheid van de Rotterdamse regio is van zeer groot belang voor de economie. Naast het grootste havencomplex van Europa en Greenport Westland biedt de Rotterdamse regio ruimte aan zakelijke diensten en creatieve bedrijvigheid. Ondanks de investeringen in wegen en openbaar vervoer blijkt dat de bereikbaarheid van de Rotterdamse regio via de weg ook bij een lage economische ontwikkeling na 2020 nog steeds structurele problemen kent. Tussen 2010 en 2030 groeit de verkeersprestatie op het hoofdwegennet met ongeveer 35 tot 40% waardoor het hele hoofdwegennet rondom Rotterdam in 2030 zwaar wordt belast (bron: MER, effectstudie verkeer). Hierdoor worden niet alleen de havens, maar ook bijvoorbeeld delen van Rotterdam en Vlaardingen minder goed ontsloten via het hoofdwegennet. Streefwaarden op het gebied van reistijden worden op diverse trajecten niet gehaald. Op de wegvakken waar nu al sprake is van hoge I/C-verhoudingen neemt dit in 2030 alleen maar toe. In 2030 doen problemen zich vooral voor op de A4 Beneluxcorridor (Beneluxtunnel) en de A20. Recente tellingen (2014) laten ook zien dat er nog steeds sprake is van een aanzienlijke groei (met op de Beneluxcorridor groeipercentages van circa 1,5% per jaar), waarbij op een aantal wegvakken de RCprognoses voor 2030 nu al zijn gehaald dan wel dicht worden genaderd.
Robuust mobiliteitssysteem In het kader van de MIRT-verkenning ‘Rotterdam Vooruit’ is een netwerkstrategie opgesteld die richting geeft aan de ontwikkeling van een duurzaam en robuust mobiliteitssysteem. Het begrip ‘parallelliteit’ speelt daarbij een belangrijke rol. Binnen het wegennet bieden parallelle routes robuustheid: in geval van een incident op de ene route is er een alternatief beschikbaar. Binnen deze netwerkstrategie is het beperkt aantal oeververbindingen (de dwarsverbindingen tussen de parallelle routes) een probleem. Dit maakt ontsluiting van de Rotterdamse haven kwetsbaar. Bij een incident op bijvoorbeeld de Beneluxcorridor is de meest logische alternatieve route voor het noord-zuid verkeer de A16, maar het verkeer staat hier in de spits al grotendeels vast. Vrijwel al het verkeer van en naar het Haven Industrieel Complex heeft tot aan het knooppunt Beneluxplein als enige optie de A15. Op het moment dat er sprake is van een calamiteit in de Botlektunnel, staat het verkeer van en naar de haven vast. Pas vanaf het Beneluxplein zijn er twee routes mogelijk, de A4 (Beneluxcorridor) in noordelijke richting en de A15 in oostelijke richting. Nieuwe Westelijke Oeververbinding? Rijk en regio hebben ervoor gekozen om uit de MIRT verkenning ‘Rotterdam Vooruit’ een Nieuwe Westelijke Oeververbinding als eerste grote project te willen realiseren.
Door een extra oeververbinding te creëren aan de westzijde van Rotterdam wordt
Pagina 18 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
de A4 Beneluxtunnel ontlast en wordt de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven via de A15 minder kwetsbaar. Met de keuze voor de Blankenburgverbinding wordt het grootste effect gerealiseerd, namelijk een verlichting van de verkeersdruk op de Beneluxcorridor van ruim 11%. Ook ontstaat door de aanleg van de Blankenburgverbinding een alternatieve route in het geval van calamiteiten. Hierdoor zal de gebiedsveiligheid toenemen. 2.1.2
Projectdoelstellingen en doelbereik In de Rijksstructuurvisie zijn een viertal projectdoelstellingen geformuleerd: 1. het bieden van een oplossing voor het capaciteitsprobleem op de Beneluxcorridor in en na 2020; 2. verbetering van de ontsluiting van het Haven Industrieel Complex; 3. verbetering van de ontsluiting van de Greenport Westland; 4. ondersteuning van de ontwikkeling van de A4-corridor als vitale bereikbaarheidsas van dit deel van de Randstad.
Afbeelding 2.1 Trajecten in projectdoelstellingen
Op basis van het doelbereik, ofwel de mate waarin de alternatieven bijdragen aan de projectdoelstellingen, is in 2013 gekozen voor het alternatief Blankenburgverbinding, variant Krabbeplas-West. In het kader van het Project-MER en het Tracébesluit is deze variant geoptimaliseerd en is beoordeeld of deze voorkeursvariant verkeerskundig nog steeds aan de projectdoelstellingen voldoet. Dat is hieronder toegelicht.
Pagina 19 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
NRM 2014 Rijkswaterstaat actualiseert jaarlijks haar verkeersmodellen. Het betreft onder andere actualisaties van het wegennet, OV-systemen, sociaal economische ontwikkelingen, vrachtvervoer en beleidsuitgangspunten. Voor de onderzoeken naar de Blankenburgverbinding is gebruik gemaakt van het Nederlands Regionaal Model (NRM) 2014. Hierbij is vooruitlopend op de ministeriële regeling4 uitgegaan van de volgende toltarieven: EUR 1,18 voor personenvervoer en EUR 7,11 voor vrachtverkeer (prijspeil 2013). Het bieden van een oplossing voor het capaciteitsprobleem op de Beneluxcorridor Als gevolg van de aanleg van de Blankenburgverbinding vindt er een verschuiving plaats van de verkeersstromen: verkeer uit Europoort/Maasvlakte richting het noorden en vice versa krijgt met de Blankenburgverbinding een sneller en betrouwbaar alternatief. De intensiteiten op de Beneluxcorridor nemen hierdoor af met 11%. Als gevolg hiervan treedt er minder congestie op en daalt de reistijdverhouding op het traject onder de streefwaarde, zie tabel 2.1. Tabel 2.1
Streefwaarde
Reistijdfactoren A4/A20: van Kleinpolderplein naar Beneluxplein A4/A20: van Beneluxplein naar Kleinpolderplein
Ochtendspits
Avondspits
Zonder BBV
Met BBV
Zonder BBV
Met BBV
2,0
1,9
1,3
2,1
1,4
2,0
2,0
1,5
1,6
1,2
Verbetering van de ontsluiting van het Haven Industrieel Complex (HIC) Met de verschuiving van verkeer van de Beneluxcorridor naar de Blankenburgverbinding verbetert de doorstroming op de ontsluitingsroute van het HIC. Met de aanleg van een extra oeververbinding neemt de robuustheid van de ontsluiting van het HIC toe. In geval van stremmingen in bijvoorbeeld de Botlektunnel en/of Beneluxtunnel blijft de haven bereikbaar. In het geval van calamiteiten in het gebied kan de Blankenburgverbinding ook als een snelle evacuatieroute functioneren. Dit komt de gebiedsveiligheid ten goede. Verbetering van de ontsluiting van de Greenport Westland De bereikbaarheid van het Westland via bestaande routes blijft nagenoeg gelijk. De NoMo reistijdverhouding op het traject knooppunt Kethelplein Botlektunnel en/of Beneluxtunnel blijft de haven bereikbaar. In het geval van calamiteiten in het gebied kan de plaatselijk verhoogde I/C-verhoudingen op sommige wegvakken. Wel ontstaat door de aanleg van de Blankenburgverbinding een extra route van en naar het Westland. Verkeer met de bestemming Barendrecht (of Europoort/Maasvlakte) kan zo kiezen voor de snellere route via de Blankenburgverbinding. Voor het merendeel van de herkomst en bestemmingen van de Greenport Westland blijft de Beneluxcorridor de snelste verbinding.
In het geval van calamiteiten in de Beneluxtunnel vormt de Blankenburgverbinding een extra alternatieve route in plaats van de Brienenoordcorridor. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de robuustheid van de ontsluiting van de Greenport Westland.
4
I&M, 2013, Vaststelling van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2014, kenmerk 33750 A-19.
Pagina 20 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Ondersteuning van de ontwikkeling van de A4-corridor Als gevolg van de aanleg van de Blankenburgverbinding neemt de intensiteit op de Beneluxcorridor af. Hierdoor ontstaan er groeiruimte op dit deel van de A4. Conclusie De Blankenburgverbinding ontlast de Beneluxcorridor en levert zo een belangrijke bijdrage aan het functioneren van hoofdwegennet in de Rotterdamse regio en het economisch functioneren van de Rotterdamse regio. Het hoofdwegennet wordt robuuster en daarmee minder kwetsbaar voor calamiteiten. Hierdoor blijft de Rotterdamse haven ook bij calamiteiten beter bereikbaar en draagt de Blankenburgverbinding bij aan de veiligheid in het gebied. 2.2
Voorkeursvariant In deze paragraaf is de keuze voor de Blankenburgverbinding, variant KrabbeplasWest, onderbouwd. Rijk en regio hebben in 2013 gekozen om van de prioritaire vraagstukken in de MIRT verkenning ‘Rotterdam vooruit’ de Nieuwe Westelijke Oeververbinding als eerste grote project te realiseren. Het stellen van prioriteiten is noodzakelijk vanwege de gelimiteerde financiële middelen. De keuze om prioriteit te geven aan dit project ten opzichte van de andere projecten is gebaseerd op een combinatie van de volgende argumenten: urgentie van de bereikbaarheidsproblematiek; de ruimtelijk-economische betekenis; bijdrage aan een robuust netwerk; de faseerbaarheid door inzet van kleinere maatregelen; bestuurlijk draagvlak in de regio. Er is vervolgens gekozen voor de Blankenburgverbinding en niet voor de Oranjeverbinding omdat de Blankenburgverbinding beter voldoet aan de gestelde bereikbaarheidsdoelen en lagere kosten kent dan de Oranjeverbinding. Vervolgens is van de varianten voor de Blankenburgverbinding gekozen voor de variant Krabbeplas-West omdat deze variant minder negatieve milieueffecten heeft of omdat de milieueffecten het beste zijn te mitigeren of te compenseren.
Met de keuze voor variant Krabbeplas-West, inclusief een verdiepte ligging en overkapping in de Aalkeetpolder, vanaf de spoorlijn tot voorbij de Zuidbuurt, wordt het Volksbos ontzien en worden de effecten op veel bestaande recreatieve voorzieningen bij Vlaardingen beperkt. Onderdeel van de variant Krabbeplas-West is ook een verdiepte ligging van het knooppunt A20. Met deze keuze wordt ook geïnvesteerd in een landschappelijk goede inpassing en vermindering van negatieve milieueffecten. Afbeeldingen 2.2 en 2.3 tonen de alternatieven en varianten die in het kader van de Rijksstructuurvisie en het planMER zijn onderzocht.
Pagina 21 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Afbeelding 2.2 Varianten Oranjeverbinding (bron: Rijksstructuurvisie)
Afbeelding 2.3 Varianten Blankenburgverbinding (bron: Rijksstructuurvisie)
2.3
Regionaal Kwaliteitsprogramma Parallel aan het OTB hebben de regionale overheden onder regie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) gewerkt aan een kwaliteitsprogramma. Het Kwaliteitsprogramma is een pakket aan maatregelen dat komt bovenop de wettelijk verplichte maatregelen die de rijksoverheid bij de aanleg van de
Pagina 22 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Blankenburgverbinding treft. Het gaat om extra maatregelen die betrekking hebben op natuur, groen, water, recreatie en geluid. De Minister heeft 25,8 miljoen Euro (prijspeil 2015) ter beschikking gesteld voor de regionale inpassing. Tussen juni 2013 en mei 2015 is het Kwaliteitsprogramma uitgewerkt. De volgende drie onderdelen, feitelijk de onderleggers van het Kwaliteitsprogramma, staan daarbij centraal: 1. het landschapsplan, waarin weg en omgeving in samenhang worden bezien (gebiedsgerichte benadering); 2. het streven naar saldo 0 voor lucht en geluid; 3. maatregelen op het onderliggend wegennet. Het Kwaliteitsprogramma is geen onderdeel van het Tracébesluit. Wel is in het Tracébesluit rekening gehouden met het programma, zodat deze ontwikkelingen en maatregelen niet onmogelijk worden gemaakt. 2.4
Participatie en optimalisatie voorkeursvariant In de Rijksstructuurvisie is aangegeven dat in het kader van de planuitwerking de voorkeursvariant nader uitgewerkt wordt en dat hierbij optimalisaties zouden worden bezien, aansluitend bij de projectdoelstellingen en passend binnen de financiële kaders. Ook ingebrachte zienswijzen en participatie zijn in dit proces betrokken.
2.4.1
Participatie en bestuurlijk overleg Het doel van de participatie is dat de omgeving invloed heeft op de ontwikkeling van de Blankenburgverbinding. Rijkswaterstaat heeft stakeholders en omgevingspartijen die betrokkenheid en een direct belang hebben bij de Blankenburgverbinding, zo goed mogelijk geïnformeerd en betrokken. Dit door mee te laten denken over de uitwerking van het ontwerp, de vormgeving en inpassing van de Blankenburgverbinding en in het door de regionale overheden ontwikkelde Kwaliteitsprogramma. In onder meer ambtelijke begeleidingsgroepen, klankbordgroepen, online consultatie en tijdens informatieavonden zijn het ontwerp van de weg, de landschappelijke inpassing en de milieueffecten onderwerp geweest van nadere uitwerking, bespreking en discussie. Over de Reikwijdte en Detailniveau van het projectMER heeft afstemming plaatsgevonden met de wettelijke adviseurs. Bestuurlijk overleg Al sinds de verkenningsfase Rotterdam Vooruit en Nieuwe Westelijke Oeververbinding vindt er tussen het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de regionale partners intensieve samenwerking plaats. In de planuitwerkingsfase is deze lijn doorgezet. Betrokken bestuursorganen worden periodiek geïnformeerd via het bestuurlijke overleg en informatieve bijeenkomsten voor gemeenteraden, algemene besturen, e.d..
Vanuit de Bestuurlijke Afstemgroep (BAG) adviseren de regionale overheden de Minister over onderdelen van het OTB en nemen zij besluiten over het Kwaliteitsprogramma. Dit heeft geresulteerd in goede afspraken over de raakvlakken tussen het OTB en het Kwaliteitsprogramma en over de uitwerking en realisatie hiervan. Dit vormt mede de basis voor de afspraken die in de bestuurlijke overeenkomst en uitvoeringsovereenkomsten zijn opgenomen. Deelnemers aan de BAG zijn de bestuurders van: gemeente Vlaardingen, gemeente
Pagina 23 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
Rotterdam, Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam Den Haag (voorzitter), provincie Zuid-Holland, Waterschap Hollandse Delta, Hoogheemraadschap van Delfland, Rijkswaterstaat en Ministerie van I&M. Professionele stakeholders Er is doorlopend afstemming met professionele stakeholders (o.a. andere overheden en belangenorganisaties) en zij zijn betrokken bij verschillende begeleidingsgroepen van het project (o.a. ontwerp, vormgeving en inpassing, water). In de begeleidingsgroepen hebben deze partijen samen gewerkt aan de uitwerking van deel(oplossingen). Voorbeelden hiervan zijn de uitwerking van het knooppunt A15A24 en de inpassing van de weg in de Aalkeetpolder. Tevens is er veelvuldig overleg gevoerd met terreineigenaren over de grondverwerving en met kabels- en leidingeigenaren. Bewoners en gebruikers Ook de mensen die in of rond het plangebied van de Blankenburgverbinding wonen, werken en recreëren zijn in de planvorming betrokken. Naast communicatiemiddelen zoals digitale nieuwsbrieven, folders, Twitter en de (interactieve) website van het project, hebben Rijkswaterstaat en de regionale overheden informatieavonden georganiseerd, is gebruik gemaakt van klankbordgroepen en hebben er diverse ‘keukentafel’ gesprekken plaatsgevonden met direct betrokkenen.
Resultaten De samenwerking tussen de diverse partijen en consultatie van betrokkenen heeft geleid tot optimalisaties in het ontwerp en het milieuonderzoek en heeft de kwaliteit van het project en het Kwaliteitsprogramma naar een hoger niveau gebracht. 2.4.2
Optimalisaties van de voorkeursvariant In de planuitwerkingsfase is de voorkeursvariant Krabbeplas-West geoptimaliseerd en zijn gedetailleerde ontwerpkeuzen gemaakt, mede naar aanleiding van het hierboven beschreven participatieproces. Het betreft de volgende optimalisaties: de aanleg van kruipstroken op de zuidoever en benutting van de rechterrijstrook op de noordoever als kruipstrook; de aanleg van een extra rijstrook in de verbindingsweg vanaf de A24 richting de A15 (Europoort); optimalisatie van het knooppunt A15-A24 waardoor aansluiting 14 op de A15 een driekwart aansluiting is geworden. De afrit Rozenburg vanaf de A24 komt te vervallen; de Aalkeettunnel is ter plaatse van de Zuidbuurt zodanig verdiept dat de aanleg van sifons (zoals voorzien in de voorkeursvariant) niet meer nodig zijn. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren van het Hoogheemraadschap van Delfland tegen sifons in verband met onderhoud en vismigratie. De aanwezige watergangen worden nu over het tunneldak geleid. Deze maatregel betreft ook een optimalisatie vanuit landschappelijke inpassing; de Blankenburgtunnel is in het Oeverbos ten behoeve van de inpassing met maximaal 228 meter verlengd;
Pagina 24 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
ter hoogte van het knooppunt met de A20 is gekozen voor een uitvoeging ten noorden van de Aalkeettunnel in plaats van een splitsing voor de Aalkeettunnel tussen Blankenburgtunnel en Aalkeettunnel; de verzorgingsplaats Rijskade aan de noordzijde van de A20 blijft behouden, daartoe wordt de Broekpolderweg over een beperkte lengte verschoven; aantasting van het ‘Belangrijk weidevogelgebied’ ten westen van het knooppunt met de A20 is geminimaliseerd door optimalisatie van het ontwerp; de Rietputten tussen de Maassluissedijk en de spoorlijn Rotterdam - Hoek van Holland worden zoveel mogelijk behouden door optimalisatie van het ontwerp; ter hoogte van het knooppunt met de A20 is er voor gekozen om op de verbinding van de A24 naar de A20 (Vlaardingen) de rechter- en zuidelijke rijstroken samen te voegen, in plaats van de linker- en noordelijke rijstroken. Het vrachtverkeer vanaf de A24 hoeft zodoende niet meer het doorgaande verkeer op de A20 te kruisen en kan rechts blijven rijden; de Droespolderweg op de zuidoever wordt omgeleid.
Het ontwerp en de bovenstaande ontwerpkeuzes zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3. De optimalisaties leiden in veel gevallen tot een betere inpassing of een veiliger ontwerp. Een aantal optimalisaties hebben daarnaast ook een verkeerskundig effect. Verkeerskundig gezien is de aanpassing van het knooppunt A15-A24 het meest ingrijpend, vanwege de realisatie van een extra toerit en het vervallen van de afrit Rozenburg vanuit de Blankenburgtunnel. De vormgeving van het knooppunt A15A24 is in de varianten die in het planMER voor de Rijksstructuurvisie zijn onderzocht hetzelfde en daarom zijn in elke variant de ontwerpoptimalisaties in het knooppunt nodig. De optimalisaties hebben geen invloed op de keuzes die zijn gemaakt in de Rijksstructuurvisie. 2.5
Houdbaarheid planMER Voor het Tracébesluit Blankenburgverbinding is een projectMER opgesteld. Voor de Rijksstructuurvisie ‘Bereikbaarheid Regio Rotterdam en Nieuwe Westelijke Oeververbinding’ is een planMER opgesteld. De effectbeoordeling in het ProjectMER wijkt op enkele punten af van de effectbeoordeling van de variant Krabbeplas-West (alternatief Blankenburgverbinding) in het planMER behorend bij de Rijksstructuurvisie. Voor deze afwijkingen zijn twee oorzaken: 1) Het toepassen van mitigerende maatregelen en 2) het hanteren van een aangepast beoordelingskader. 1. er zijn enkele mitigerende maatregelen opgenomen in het ontwerp dat ten grondslag ligt aan het projectMER. Zo zijn in het ontwerp voor het projectMER geluidschermen opgenomen. Dit zorgt ervoor dat het thema geluid in het ProjectMER positief scoort, terwijl in het PlanMER (waar geluidschermen nog geen onderdeel uitmaakten van het ontwerp) het thema geluid negatief scoort; 2. voor enkele criteria is in het ProjectMER een beoordelingskader gehanteerd dat kleine aanpassingen kent ten opzichte van het gehanteerde beoordelingskader in het PlanMER. Dit hangt samen met het detailniveau dat in deze fase hoger is dan in de vorige fase van het project. Zo wordt voor het thema externe veiligheid in het PlanMER alleen gekeken naar de 10-6 risicocontour en beoordeelt het ProjectMER ook de 10-7 risicocontour.
Daardoor scoort het thema externe veiligheid in het ProjectMER negatief en in het PlanMER neutraal. Bovenstaande afwijkingen hebben geen invloed op de conclusies in het PlanMER.
Pagina 25 van 190
Tracébesluit Blankenburgverbinding - Toelichting TB | maart 2016
3
Uitgangspunten en beschrijving maatregelen
3.1
Huidige situatie
3.1.1
Inleiding In deze paragraaf is de huidige ruimtelijke situatie in het plangebied van de Blankenburgverbinding beschreven. Het plangebied wordt doorsneden door de waterweg het Scheur. Het plangebied betreft het gebied tussen Maassluis en Vlaardingen (op de noordoever van Het Scheur) en het gebied tussen Rozenburg en de Botlek (op de zuidoever van Het Scheur).
Afbeelding 3.1 Plangebied Blankenburgverbinding (globaal begrensd) en omgeving
Achtereenvolgens is in deze paragraaf ingegaan op de volgende onderdelen: A20 inclusief het project A4 Delft - Schiedam (paragraaf 3.1.2); A15 inclusief het project A15 Maasvlakte - Vaanplein (paragraaf 3.1.3); huidige ruimtelijke situatie Aalkeetpolder (noordoever) (paragraaf 3.1.4); huidige ruimtelijke situatie zuidoever (paragraaf 3.1.5); het Scheur (paragraaf 3.1.6). 3.1.2
A20 De autosnelweg A20 verbindt Gouda met Rotterdam en Hoek van Holland en is onderdeel van de Ruit van Rotterdam. Ten oosten van Rotterdam sluit de A20 aan op de A16 en ten westen van Rotterdam sluit de A20 aan op de A4. Tussen km 17,5 (kruising watergang Boonervliet) en km 23,4 (knooppunt Kethelplein) is de A20 onderdeel van het project Blankenburgverbinding. Op dit wegdeel zijn er de aansluitingen Vlaardingen en Vlaardingen-West plus een op- en afrit naar een verzorgingsplaats aan de noord- en zuidzijde van de A20, ten westen van Vlaardingen. Zie ook afbeelding 3.2.