2025-12-16 Raadsmemo Onderzoek Van der Torre team OOV
Tekst van het document
Een minimale bezetting van de vroege dienst met drie koppels en in de late dienst met drie koppels van 9,5 uren. Dit werd in de gespreksronde genoemd als ‘basis-inzet’. Inzet gedurende zeven dagen per week, maar op zondag één dienst van 9 uur, net als in Schiedam van 10:00 tot 19:00 uur. We gaan ervanuit dat de late inzet (tot 01:00 uur) gedurende vijf (of zes) zomermaanden wordt gerealiseerd door de late dienst later te starten. De huidige overlap in de diensten maakt dit mogelijk.
Dit vergt de volgende personele inzet: −
− −
Zes dagen per week, 52 weken lang zes dienstkoppels (twaalf boa’s) met een dienst van 9,5 uren = 52 weken x (12 boa’s x 9,5 uren per dag) x 6 dagen = 35.568 boa-uren. Uitgaande van netto beschikbaarheid op jaarbasis van 1.364 uren per boa, is hiertoe 26,1 fte boa’s nodig.7 Eén dienst op elke zondag met inzet van twee koppels (4 boa’s): 52 x 4 x 9 uur = 1.872 uur. Uitgaande van bovengenoemde netto-beschikbaarheid vergt dit 1,4 fte. Bovenstaande betekent bij elkaar 27,5 fte gewenste BOA-capaciteit op straat.
Consequenties voor de benodigde formatie: −
Van de 16 beschikbare boa’s worden er telkens twee uitgeleend aan het Interventieteam, dus bedraagt de beschikbare capaciteit 14 fte. Er is dan dus (volgende bovenstaande redenering) 27,5 fte -/- 14 fte = 13,5 fte extra nodig
Stap 3 Er bestaat - zo bleek bij de gespreksronde en in de evaluatie van de pilot met de wijk-boa in het centrum - een harde politieke en ambtelijke wens om in elke wijk een wijk-boa aan te stellen. Een belangrijke vraag daarbij luidt: −
Dient de wijk-boa volledig te worden vrijgemaakt om, buiten het rooster om, 100% van de tijd beschikbaar te zijn voor de wijk? In het centrum werd dit gewaardeerd. We vinden het vanwege de verschillen tussen de wijken qua veiligheid en drukte op straat - voorbarig om dit nu al voor elke wijk te concluderen. Bovendien zal het lange tijd duren voordat de gewenste uitbreiding wordt gerealiseerd.
Voorstel voor inzet wijk-boa’s: −
7
Invoering van wijk-boa’s in acht wijken en één op de bedrijventerreinen: voor 50% meedraaien in bovengenoemde roosters (dit zit opgesloten in de extra 13,5 boa-fte); voor
Indien zou worden overgegaan op een dienst van 9 uur is dit 25,5 fte.
20
−
50% solo inroosteren in de wijk als het werkaanbod dat vraagt. Dit vergt 9 x 0,5 fte = 4,5 fte extra. Inzet van wijk-boa’s zodra de personele bezetting dit toestaat en als dit noodzakelijk blijkt bij ervaringen die worden opgedaan met de inzet van een wijk-boa in eerst twee of drie (verschillende) wijken. Indien ingeroosterd, kan een wijk-boa – voor zover de dienst dat toelaat – zich richten op zijn/haar wijk én ook collega-boa’s daartoe zo nodig en mogelijk instrueren via de briefing. Door de wijk-boa voor 50 procent in te roosteren, wordt de verdeling 80 procent voor/in de wijk en 20 procent generiek boa (ingebed in het team) hoogstwaarschijnlijk gerealiseerd. Zie verder de aanbevelingen.
Stap 4 Er bestaat behoefte aan coördinatie en sturing van de uitvoering binnen T&H. Om dit op een minimaal gewenst niveau te kunnen garanderen, is uitbreiding noodzakelijk. We rekenen met vier coördinatoren. Stap 5 Er dient te worden geïnvesteerd in administratieve ondersteuning en in een backoffice die meldingen ordent en verwerkt, in samenspel met de coördinatoren. Ook dient er capaciteit en kwaliteit te zijn voor de planning. We ramen de ondersteuning/ back office op 2 fte. We vatten de vijf stappen samen in de onderstaande tabel. Niet meegerekend: unitleider T&H Stap 1 Behoud van Westwijk-formatie (4 fte), 3fte algemeen toezichthouder, 2fte fietsenstalling, 2 fte boa t.b.v. Interventieteam Stap 2 Inzet semicontinu-rooster van 3 koppels (6 boa’s) van ma t/m zaterdag in dag- en avonddienst. Plus twee koppels (4 boa’s) tijdens 1 dienst op zondag. Stap 3 Inzet wijk-boa in het centrum. Volledig beschikbaar Inzet wijk-boa andere wijken en bedrijventerreinen, ingeroosterd en met streven dat ze 70 procent actief zijn in de wijk Stap 4 Coördinatie Stap 5 Administratie en backoffice Totale formatie ‘nu’ plus ‘extra’ = 27 + 22 = 49 fte
Formatie nu
Extra formatie
11 fte
-
14 fte
13,5 fte
-
4,5 fte
2 fte
2 fte
[circa 1 fte]8
2 fte
27 fte
22 fte
Totale operationele boa-formatie thans: 16 fte Totale operationele boa-formatie voorgesteld: 16 + 18 = 34 fte
3.3
Tot slot
Er is behoefte aan kwantitatieve en kwalitatieve groei binnen de unit T&H. In zekere zin is dit urgent, want de werkdruk en overvraging zijn fors. Toch is behoedzaamheid geboden. Het is waarschijnlijk verstandig om de uitbreiding stapsgewijs te realiseren. Dat biedt ook de kans om uit te zoeken wat de beste vorm is om wijk-boa’s aan te stellen. Zie de aanbevelingen in hoofdstuk 5.
8
Een administratief medewerker die in de unit Veiligheid is geplaatst werkt hoofdzakelijk voor de unit T&H.
21
4.
Openbare orde en veiligheid: kwantitatieve en kwalitatieve groei gerealiseerd
Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de unit Veiligheid en over de negen medewerkers die op teamniveau zijn gepositioneerd: drie leidinggevenden (de teammanager en twee unitleiders); drie procesregisseurs en drie beleidsadviseurs. Paragraaf 4.1 gaat in op de aanzienlijke formatieve groei tussen 2022 en december 2025. De twee paragrafen daarna gaan in op algemene kenmerken en patronen van het functioneren van deze veiligheidsambtenaren. Paragraaf 4.2 bespreekt de maatschappelijke urgentie van het veiligheidsbeleid in Vlaardingen en de doorwerking daarvan in de politieke en bestuurlijke steun en sturing van de ambtelijke veiligheidsorganisatie. Het heeft geresulteerd in kwantitatieve en kwalitatieve groei. Paragraaf 4.3 zoomt in op diverse dossiers en taken van medewerkers. Paragraaf 4.4 is een korte afsluiting. 4.1
Sinds 2022: formatie en groei
De gemeentelijke veiligheidsorganisatie - dat wil zeggen de huidige unit Veiligheid en de medewerkers op teamniveau – is stevig uitgebreid sinds 2022. Dit hangt samen met het belang en de status van veiligheid als een stadsprogramma, met de burgemeester als bestuurlijk trekker. Politiekbestuurlijk werd ingezien dat formatieve uitbreiding en versterking van de ambtelijke kennis en vaardigheden noodzakelijk waren vanwege de aanzienlijke en brede stedelijke veiligheidsproblematiek. De totale personele bezetting groeide vanaf 2022 met 19,89 fte: van 15,72 fte naar 35,61 fte. Als het onderbrengen van Bijzondere Wetten (5,89 fte) niet wordt gezien als personele uitbreiding (maar als ‘verplaatsing’ van personeel), komt de formatieve groei dus uit op precies 14 fte. Zie tabel 4.1 Er zijn op teamniveau (leiding plus OOV-functies) waren zes formatieplaatsen reeds beschikbaar in 2022. Dit is in 2025 uitgebreid met drie formatieplaatsen: een extra beleidsadviseur en twee Unitleiders (Veiligheid en T&H). De manager van het oude OOV-team werd teammanager Openbare Orde & Veiligheid. De grootste formatieve groei is gerealiseerd binnen de huidige unit Veiligheid. Die unit telt in december 2025 precies 25,61 fte. Daarvan was in 2022 ‘slechts’ 7,83 fte beschikbaar. In 2023 werd Bijzondere Wetten ondergebracht bij het toenmalige OOV-team (plus 5,89 fte).
In 2022 werd een Bibob-coördinator aangesteld, een jurist met het thema Wonen en een tweede coördinator van het Interventieteam. Dit was een impuls voor twee belangrijke Vlaardingse dossiers en opdrachten, namelijk ‘ondermijning’ en ‘veilig wonen’. Dat geldt ook voor de aanstelling van een BRP-toezichthouder in januari 2024 en voor het inhuren van een Toezichthouder woonfraude in januari 2025. In december 2023 werd een Trainee digitale veiligheid aangesteld en in januari 2025 een stagiair. In het eerste kwartaal van 2025 volgt nog uitbreiding met een Evenementen-coördinator en een Procesregisseur jeugd. In april 2025 wordt een juridisch medewerker APV aangesteld en wordt een BRP-toezichthouder ingehuurd. Per januari 2026 volgt uitbreiding met een medewerker Preventie digitale veiligheid. Zie tabel 3.1. De stadsmarinier viel en valt direct onder de burgemeester. Het valt op dat formatie op teamniveau en binnen de unit Veiligheid nagenoeg volledig zijn bezet met ‘eigen mensen’, dus nauwelijks via externe inhuur. De inhuur ligt in december 2025 op 2 fte.9
9
Eén inhuurtraject (van de BRP-toezichthouder) loopt af, omdat dit een vaste functie is geworden in het kader van personele uitbreiding in 2026 op het dossier Veilig wonen; zie tabel 3.2.
22
Tabel 4.1: Formatie op teamniveau en binnen de unit Veiligheid 202210
December
Functies
2025 Teambreed
6,0 fte
9,0 fte
(Unit) Veiligheid
7,83 fte
25,61 fte
Teammanager (1 fte) | Unitleiders (Veiligheid en T&H) (2 fte) Beleidsadviseurs (3 fte) | Procesregisseurs (3 fte) Coördinator vergunningverleners (1 fte) | Vergunningverleners (4,89 fte) | Evenementen-coördinator (1 fte) | Juristen en juridisch medewerker (4 fte) | Procesregisseur jeugd (1 fte) | Data-analist (1 fte) | OOV-medewerker (1 fte) BRP-toezichthouder (1 fte) | Bibob-coördinatie (1 fte) | Coördinatoren Interventieteam (2 fte) | Administratief medewerkers (3,83 fte) Trainee digitale veiligheid (1 fte) | Stagiair (0,89 fte) Inhuur: Toezichthouder woonfraude (1 fte) | BRP-toezichthouder (1 fte)
Overig
1 fte
1 fte
Totaal
15,72 fte
35,61 fte
4.2
Stadsmarinier (1 fte)
Dubbele groei: meer formatie en professionalisering
Er wordt in 2022 onderkend dat de stedelijke veiligheids-prioriteiten en -ambities het OOV-team structureel overvragen. Met steun van de gemeenteraad, de burgemeester en de ambtelijke directie werd uitbreiding van dit team gerealiseerd. In de afgelopen drie jaren zijn een kwantitatieve en kwalitatieve groei en ontwikkeling van het OOV-team gerealiseerd. De politieke-bestuurlijke en ambtelijke (directie) steun en sturing werken door in het handelen en presteren van leidinggevenden, beleidsadviseurs, procesregisseurs en de unit Veiligheid: a. De politiek-bestuurlijke prioriteit voor veiligheid laat zich voelen. Onze OOV-respondenten merken dat hun werkzaamheden ertoe doen, omdat bij bijna elk dossier of taak een relatie bestaat met manifeste veiligheidsproblematiek in de stad. Dit werkt motiverend, al is tegelijkertijd duidelijk dat prestaties worden gevraagd. b. Veiligheid heeft politiek-maatschappelijke prioriteit in Vlaardingen. Dit komt tot uitdrukking in moties en raadsvragen, alsook in een recent Rekenkamer-onderzoek naar ‘Toezicht en Handhaving’ (Rekenkamer Vlaardingen, 2025). Ook weten burgers de gemeente te vinden, onder meer via de verschillende kanalen (bijvoorbeeld de Meld een Vermoeden-app of de Buiten beter-app) om onveiligheid te melden.
Burgers benutten ook contacten met raadsleden en bestuurders of ze brengen hun wensen in bij vergaderingen of spreekuren op buurt- of wijkniveau. Het wijst op een bijzondere combinatie: onveiligheid met (groot)stedelijke kenmerken én directe of indirecte informatiestromen van burgers naar de ambtelijke veiligheidsorganisatie. Die organisatie kan daarvan profiteren, al werkt burgerinformatie ook dwingend: het wijst op problemen en vraagt om gepaste actie. a. We spraken met ambtelijke persoonlijkheden die de schouders onder hun taken zetten en in heldere taal uitleggen wat ze doen en waarom. Daarbij valt op dat ze de politiekmaatschappelijke urgentie van hun werkzaamheden zien en voelen. Dit komt door de aard van de materie; er gaat in de stad iets verkeerd en daarom is optreden geboden. Binnen het team en de unit wordt, op dossiers of bij concrete taken, gewerkt in ambtelijke coalities van 10
Bij ingang Coalitieakkoord 2022-2026.
23
enkele ambtenaren. Samen lukt het doorgaans om de klus te klaren, al is er werkdruk, zeker onder urgente omstandigheden (zoals Corona of de aanslagen-reeks). We proefden commitment bij respondenten; voor de stad en richting elkaar. c. De bestuurlijke afstemming over OOV-taken, zowel beleidsmatig als bij incidenten die politiek-maatschappelijke aandacht en/of media-aandacht krijgen, verloopt via de burgemeester. Dit gaat voornamelijk via de teammanager, al sluiten ook andere OOVambtenaren aan bij bestuurlijk overleg als dit thematisch past. De burgemeester stuurt op proces én inhoud, hetgeen resulteert in duidelijke lijnen en ambtelijke ruimte. Deze steun en sturing worden gewaardeerd en werken motiverend. Het helpt OOV-ambtenaren om zich niet alleen beleidsmatig en operationeel te ontwikkelen, maar ook oog te hebben voor politiekbestuurlijke processen. De burgemeester en de directie sloegen begin 2024 een soort piketpaal voor het OOV-team: in beginsel geen verdere formatie-uitbreiding. Echter, vooral op het dossier Veilig wonen wijst de beschikbaar gekomen informatie over woonoverlast en woonfraude – met name door optreden van het Interventieteam - op stevige problematiek. Bovendien zijn de wettelijke mogelijkheden om op te treden uitgebreid. Politiek-maatschappelijk wordt aangedrongen op meer actie en resultaten.
Er wordt ingezet op personele uitbreiding; zie sub-paragraaf 4.3.3. d. De ontwikkeling van (de prestaties van) het OOV-team verloopt goed, zo kregen we in de gespreksronde te horen. Het team werd qua veiligheidsproblematiek met de neus op de feiten gedrukt: een reeks aanslagen met explosieven legde een grote claim op de OOVcapaciteit en al doende bleek ook het dossier Veilig wonen écht complex. Het OOV-team weet in te spelen op dergelijke omstandigheden. Daarbij helpen de beschikbare kennis en vaardigheden, bijvoorbeeld vanwege een achtergrond bij politie of Veiligheidsregio. e. De ambtelijke professionals zijn actief op talrijke terrein en bij tal van uiteenlopende incidenten of kritische gebeurtenissen. Ze opereren op het brede terrein van moderne stedelijke onveiligheid. Dat vraagt om inhoudelijke kennis en daarmee om een zekere mate van specialisatie. Veiligheidsambtenaren weten ‘breed maken’ en ‘specialiseren’ te combineren. Een deel van de ambtenaren is meer specialist dan allrounder; bij anderen ligt dat net andersom. Er lijkt een goede mix van specialistische kennis en brede(re) inzetbaarheid te bestaan. f.
Er bestaat een hands-on mentaliteit, gericht op actie of op het organiseren daarvan. Door de jaren heen hebben zich heel wat (nieuwe) vormen van onveiligheid of (grote) incidenten voorgedaan. De dynamiek van het werkaanbod is fors. Als de omstandigheden dat verlangen, wordt handelend opgetreden: op de korte termijn, al wordt zo nodig ook vaart gezet achter het organiseren van een meer blijvende aanpak. Bijvoorbeeld de doorontwikkeling van het dossier Veilig wonen, de gebiedsgerichte inzet in de Westwijk en het verbeter-project dat het Versterkingsplan beschrijft.
g. De meeste medewerkers zijn actief op een breed dossier (bijvoorbeeld ondermijning en woonoverlast), hebben verschillende thema’s in portefeuille en/of worden ingeschakeld bij urgente kwesties. Deze variatie wordt gewaardeerd en verschilt bijvoorbeeld met de aard van de meer gespecialiseerde ambtelijke veiligheidstaken in grote gemeenten. De afwisseling in het werk is voor veel respondenten een motief om in Vlaardingen te willen werken. Op inhoud kunnen veiligheidsambtenaren zich ontwikkelen. Wel schuilt er een addertje onder 24
het gras. Het is lastig (en op enig moment niet meer mogelijk) om ambtelijke veiligheidsprofessionals een meerjarig of langdurig groeiperspectief te bieden, waarbij vakmanschap wordt gekoppeld aan ophoging van (de ‘schaal’ van het) het salaris. Dat kan resulteren in uitstroom, ook van ambtenaren die niet zomaar vallen te vervangen. 4.3
Ingezoomd: dossiers en taken
4.3.1
Juristen en vergunningverleners
a. De unit Veiligheid telt drie juristen en een juridisch medewerker; ze zijn voltijds in dienst. Dit is veel waard, want in de afgelopen zes tot tien jaren kampten veel gemeentelijke veiligheidsorganisaties (ook Vlaardingen) met juridische vacatures; vaak was externe inhuur noodzakelijk. De vier juridische krachten zijn ingebed in het OOV-team. Er wordt intensief samengewerkt met vakmatige specialisten (de regisseurs) en met veiligheidsambtenaren binnen de unit Veiligheid, onder andere met de Bibob-coördinator, met vergunningverleners en met de coördinatoren van het Interventieteam. In feite spelen er continu juridische vragen of dossiers; deels betreft het zaken die vragen om juridisch-inhoudelijke scherpte én om oog voor de bestuurlijke betekenis daarvan. b. De vergunningverleners beschikken over professionele kennis en werkroutines. Ze zien een toename in hun workload door de groei van het aantal evenementen (meer, een langer evenementenseizoen); door de populariteit daarvan (vraag en aanbod zoeken elkaar) én doordat de evenementencoördinator helpt om passende evenementen van de grond te tillen. Aanpassingen in het horecabeleid en in de APV leiden ook tot extra vergunningaanvragen. Hier staat doelmatigheidswinst tegenover door het inpassen van een modern zaaksysteem. c.
Het OOV-team staat in de actiestand, hetgeen tot uitdrukking komt in inspanningen wat betreft toezicht, controle en handhaving. Dit resulteert logischerwijs in een stevige werkvoorraad voor de (handhavings-)juristen. Het betreft onder andere toepassing van de opkoopbescherming (zelfbewoningsplicht), toezicht op de alcoholwet, bedrijvencontroles, prostitutiecontroles en handhaving bij overtreding van vergunningvoorschriften. In 2026 wordt handhaving van de Wet Goed Verhuurderschap ter hand genomen. Ook worden panden gesloten (bijvoorbeeld bij een drugsvondst) en spoedsluitingen opgelegd. Bestuurlijke rapportages die worden opgesteld door boa’s of politiemensen komen terecht bij de juristen. d. De juristen vervullen ook juridisch getinte beleids- en adviesfuncties. Ze lezen mee met beleidsstukken die het OOV-team opstelt, inclusief een helpende hand bij de juridische aspecten daarvan. Op casus-niveau verstrekken ze ook juridische adviezen. e. Bij handhavingstrajecten behandelen juristen de bezwaar- en beroepszaken. Deze zaken nemen toe, mede omdat burgers alert zijn geworden op afgegeven vergunningen in hun woon-of werkomgeving, mede doordat zij dit via de website ‘mijn overheid’ op de voet kunnen volgen. f.
De werkdruk is “best hoog”. Om hieraan het hoofd te bieden, worden meters gemaakt en worden prioriteiten gesteld. Er wordt liever niet gekozen voor externe inhuur; een jurist kan sneller en beter werk leveren als hij of zij de gemeente kent, zo wordt ingeschat. Het
25
juridische werk stapelt zich op het woonoverlast-dossier op; daar bestaat een tekort. Er zullen daartoe drie extra juristen worden aangesteld. Zie verder sub-paragraaf 4.3.3. g. Meer toezicht op straat en verdere intensivering van de aanpak van woonoverlast en woonfraude zal leiden tot een groeiend beroep op juridische kennis en inzet. Dit laat zien dat een ketenbenadering nodig is: meer personele inzet op bepaalde veiligheidstaken resulteert in een groter beroep op veiligheidsambtenaren elders in de ‘gemeentelijke keten’. 4.3.2
De klassieke OOV-functies
a. De drie beleidsadviseurs vervullen in veel opzichten de klassieke OOV-functies. Ze ondersteunen tal van interne en externe veiligheids-overleggen, schrijven mee aan beleidsstukken, rapporteren over de voortgang (politie, Veiligheidsregio) en richten zich op verschillende dossiers of thema’s, zoals Toezicht en handhaving, woonoverlast, ondermijning en arbeidsmigranten. Een adviseur schreef in korte tijd twee (scherp en helder geformuleerde) stukken met politiek-bestuurlijke relevantie: het Inrichtingsplan en het Versterkingsplan. b. De beleidsadviseurs fungeren als smeerolie. Ze slaan bruggen met het bestuur (met name de burgemeester), binnen het OOV-team (de twee units en de regisseurs), tussen dit team en de gemeentelijke organisatie en met externe partijen. De kwaliteit van de adviezen en geschreven stukken, en de snelheid waarmee dit zo nodig tot stand komt, wordt gewaardeerd. c. Tussen alle dagelijkse werkzaamheden door zijn er altijd wel urgente casus of beleidsdossiers die veel vragen van de beleidsadviseurs. Bijvoorbeeld het dossiers preventief fouilleren, de reeks aanslagen met explosieven, de slepende problemen bij Toezicht & Handhaving en het complexe dossier Veilig wonen. De adviseurs stoppen veel energie in hun werk en zijn gericht op vooruitgang.
De snelheid waarmee ze vooruitgang willen realiseren, kan botsen met de doorlooptijd van ambtelijke processen of met de prioriteiten binnen andere teams. d. De steun, sturing en betrokkenheid van de gemeenteraad laat zich voelen bij de beleidsadviseurs. Ze stellen stukken op die naar de raad gaan. Dat resulteerde onder meer in steun voor de reorganisatie (Inrichtingsplan) en voor het Versterkingsplan dat sterk is gericht op Toezicht & Handhaving. Voor zover de raadsbetrokkenheid leidt tot vragen, is het een ambtelijke plicht om deze te beantwoorden. Het is zo nu en dan wel een redelijke zware last voor beleidsadviseurs om dit - inclusief bestuurlijke afstemming - tussen andere werkzaamheden door ter hand te nemen. 4.3.3
Veilig wonen en ondermijning
a. De dossiers Veilig wonen en Ondermijning vallen van elkaar te onderscheiden, al lopen ze in zekere zin ook naadloos in elkaar over. Het huisvesten van veel arbeidsmigranten is een groot verdienmodel in Vlaardingen en gaat gepaard met overtredingen (bijvoorbeeld overbewoning, in strijd met het bestemmingsplan), woonoverlast en het mondt deels uit in dakloosheid (arbeidsmigranten die op straat belanden).11 Respondenten wijzen op signalen 11
Het is uiteraard mogelijk om rechtmatig woonruimte te verhuren; professioneel als verhuurder of als particuliere investering, bijvoorbeeld voor het pensioen. Investeringen in vastgoed in Vlaardingen waren lang een goed verdienmodel, ook bij regelnaleving. Met dergelijke bonafide verhuur van eenvoudige en beschikbare woonruimte werden en worden functies vervuld, zoals huisvesting van arbeidsmigranten, van kennismigranten, van studenten en van mensen die om wat voor reden dan ook (tijdelijk?) zonder woonruimte zitten. Wetgeving
26
van mogelijke arbeidsuitbuiting, al vergt dat een strafrechtelijke aanpak en valt voor ons niet te beoordelen in hoeverre dit speelt. Wat vaststaat, is dat in Vlaardingen veel arbeidsmigranten worden gehuisvest. Dit doet een fors beroep op de gemeentelijke veiligheidsorganisatie vanwege overlast en overtredingen. b. In 2022 is een Bibob-coördinator aangesteld; een young professional die deze taak voortvarend heeft opgepakt, zowel in RIEC-verband12 als binnen de gemeentelijke organisatie. Thans voert de Bibob-coördinator alle toetsen zelf uit; jaarlijks ongeveer honderd, met naar schatting zestig tot zeventig “horecatoetsen”. Het is de vraag of de toetsing in de toekomst centraal (bij de unit Veiligheid) wordt uitgevoerd of decentraal. De toegenomen complexiteit van de toetsen pleit voor centralisatie. In dat geval zou behoefte bestaan aan het aanstellen van een Bibob-onderzoeker, naast de coördinator. Er wordt overwogen het bereik van de toetsing uit te breiden tot het zorgdomein, aanbestedingen en subsidies. c. Woonoverlast en woonfraude komen overigens ook voor in sociale huurwoningen. Respondenten wijzen erop dat in dit woonsegment ook drugshandel (bijvoorbeeld opslag van drugs) en illegale prostitutie worden aangetroffen; ondermijnende praktijken dus. In 2025 worden 15.479 woningen in Vlaardingen verhuurd door een woningcorporatie. d.
De Wet aanpak woonoverlast levert veel kansen en werk (casuïstiek) op. Dit speelt vooral in goedkope huurwoningen, inclusief corporatiewoningen; er wordt dan ook samengewerkt met de corporaties. Het resulteert in dossier met ‘eenvoudige’ en complexe casus; het aantal casus is in 2024 verdubbeld ten opzichte van 2023, namelijk van 54 (waarvan 13 complex) naar 110 (waarvan 26 complex). De aanpak van complexe casuïstiek ligt vaak op het snijvlak van zorg en veiligheid. Dit vergt afstemming tussen de unit Veiligheid en het sociaal domein; dit loopt onder meer via het Kernteamoverleg zorg en veiligheid. Deze afstemming ligt onder andere in handen van de regisseur woonoverlast. e. Er worden in Vlaardingen veel inspanningen geleverd om op te treden tegen woonoverlast en woonfraude. Het is een complex en dynamisch dossier; beleidsmatig en juridisch, alsook vanwege calculerende gedragsreacties van verhuurders of uitzendbureaus. Respondenten tonen scherpte en overzicht op dit ingewikkelde dossier. Ze vertellen over acties en uitgevoerde controles en over de vele wetten die door elkaar heen een rol spelen: 1.) Wet aanpak woonoverlast; 2.) Wet basisregistratie persoonsgegevens (BRP); 3.) Woningwet; 4.) Omgevingswet; 5.) Huisvestingswet; 6.) Wet Goed Verhuurderschap (WGV)13; 7.) Wet betaalbare huur; en 8.) Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp).
(m.n. de Wet betaalbare huur en de box 3-heffing) heeft dit verdienmodel aangetast en particuliere huurwoningen worden daarom verkocht. Onze respondenten richten zich, vanuit een veiligheidsbril, op overtredingen bij particuliere verhuur van woonruimte. Daarnaast speelt dus ook de vraag welke functies worden vervuld met particuliere woningverhuur en hoe dit zich ontwikkelt in Vlaardingen. 12 Het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum is een samenwerkingsverband van overheidsinstanties (o.a. gemeenten, justitie, politie en Belastingdienst) die gezamenlijk de georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit bestrijden. 13 Deze wet bevat regels die arbeidsmigranten beschermen tegen druk of zelfs uitbuiting vanwege een afhankelijkheidspositie door de koppeling van ‘huur’ en ‘werk’, waardoor bijvoorbeeld onduidelijk kan zijn voor een migrant-huurder welk bedrag wordt betaald aan huur. De Wet Goed Verhuurderschap stelt o.a. dat er een duidelijk schriftelijk huurcontract dient te zijn.
27
f.
Het zogenoemde Interventieteam is ondergebracht bij de unit Veiligheid. Dit team voert bestuurlijke controles uit in woningen (met een flexibele blik op diverse woonwetten, zoals over-bewoning in het kader van de Omgevingswet en overtredingen van de WGV) en bij bedrijven, zowel op bedrijventerreinen als in de detailhandel. Dit is uitvoeringscapaciteit voor zowel (de procesregisseur) woonoverlast als (de procesregisseur) ondermijning. Het Interventieteam telt twee coördinatoren en de unit T&H levert continu twee (in persoon roulerende) boa’s. Voorts beschikt de unit Veiligheid over één BRP-toezichthouder en wordt een BRP-toezichthouder tijdelijk ingehuurd, net als een toezichthouder woonfraude. Vanuit Bouw- en woningtoezicht (BWT) nemen een jurist en een toezichthouder deel aan het Interventieteam. Bij controles van woningen wordt een brede blik gehanteerd: oog voor meerdere wetten en mogelijke overtredingen: bijvoorbeeld woonoverlast, over-bewoning, overtreding van de Huisvestingswet (zelfbewoning), onjuistheden in de BRP-registratie en/of overtreding van de WGV komen geregeld samen op één adres.
g. Het toepassen van de vele woon-gerelateerde wetten is belangrijk voor de leefbaarheid in Vlaardingen en voor de aanpak van woonoverlast, woonfraude en ondermijning. Dit loopt tegen grenzen aan; er is te weinig personeel beschikbaar voor toezicht en de nasleep daarvan. Uit het bovenstaande volgt dat een combinatie is geboden van brede en flexibele controles (met oog voor uiteenlopende wetten) en voldoende expertise. Het is met andere woorden minder doelmatig om louter op één wet te controleren, zoals over-bewoning op basis van de Omgevingswet. Respondenten hebben beredeneerd hoeveel extra capaciteit nodig is. Het was de vraag waar dit personeel wordt geplaatst. Tijdens ons veldwerk wordt duidelijk dat twee toezichthouders en twee juristen bij BWT worden geplaatst en de overige capaciteit bij het OOV-team. Interventieteam wordt met minimaal 4 fte uitgebreid; twee boa’s, een BRPcontroleur en een administratief medewerker.14 Zie tabel 3.2 voor de personele formatie in november 2025 en in 2026. Er kan in de uitvoering – na de personele uitbreiding – worden geprofiteerd van de aanjagende rol van de procesregisseur woonoverlast en door de coördinatoren van het Interventieteam.
Er bestaat langdurige en blijvende behoefte aan Interventieteam-controles vanwege het hoge niveau van regelovertreding of anders – na een afname van een concreet probleem – de kans dat het weer snel de kop op steekt als controles achterwege blijven. Een sterk punt van deze controles is de brede blik, gericht op diverse overtredingen en wetten. Tabel 4.2: Inzet vanuit unit Veiligheid en BWT op het dossier Veilig Wonen in november 2025 en in 2026 Unit Veiligheid (team OOV)
BWT
Capaciteit november
Regisseur woonoverlast (1 fte)
BWT-toezichthouder (1 fte)
2025
Jurist (1 fte)
Jurist (1 fte)
BRP-toezichthouder (1 fte) Tot eind 2025 > Inhuur: Toezichthouder Woonfraude (1fte) > BRP-toezichthouders (1 fte)15 Totale huidige capaciteit
5 fte (w.v. 2 fte tot eind 2025)
2 fte
14
Deze administratief medewerker voert voor de helft van de tijd de administratie van het Interventieteam en neemt daarnaast de screening in het kader van art. 10 Wbmgp ter hand. 15 Deze (tweede) BRP-toezichthouder betreft een tijdelijke functie tot eind 2025, gefinancierd vanuit het stadsprogramma ‘Leefbaar Vlaardingen’. Voor 2026 wordt deze functie dus als extra capaciteit structureel ingezet.
28
Extra capaciteit16
Boa’s (2 fte)
BWT- toezichthouders (2 fte)
BRP-toezichthouder (1 fte)
Juristen (2 fte)
Jurist (1 fte) Administratieve ondersteuning (1 fte) Inhuur 2026 Toezichthouder woonfraude (1 fte) Totale extra capaciteit
6 fte
4 fte
Totale capaciteit nieuw
9 fte
6 fte
4.3.4
Veiligheid, jeugd en zorg
a. De zogenoemde regisseur nazorg en veiligheid vervult schakelfuncties binnen het OOV-team en op het snijvlak van zorg en veiligheid. Wat jongeren betreft is daarbij de procesregisseur jeugd een belangrijke nieuwe speler binnen de Unit Veiligheid. De regisseur vervult dubbele schakelfuncties: als deelnemer van het kernteam zorg en veiligheid tussen het OOV-team en (de procesregisseurs op) het sociaal domein; en “als liaison” tussen de gemeente en de casusgerichte aanpak binnen het Zorg- en Veiligheidshuis. Via periodieke overlegvormen raakt de regisseur op de hoogte van concrete casuïstiek en/of van trends in de stad of op concrete locaties. Ten eerste het zogenoemde wekelijkse ‘operationeel veiligheidsoverleg’ met onder andere de procesregisseur jeugd, boa’s en de politie. Incidenten en meldingen worden besproken, om te bezien of er (nieuw op te starten) inzet nodig is. Ten tweede het Regieoverleg tussen de drie regisseurs, de dataanalist, een coördinator van het Interventieteam, de juristen en de Bibob-coördinator. Er worden (ook) concrete veiligheidskwesties besproken. Tot slot is er afstemming met het sociaal domein. Dit loopt via het zogenoemde Kernteam zorg en veiligheid, alsook via het stand up overleg (op dinsdag en donderdag) met procesregisseurs zorg en veiligheid. b.
Urgente zaken op het snijvlak van zorg en veiligheid worden opgepakt en, zo mogelijk, bij een professional ondergebracht: ook door de regisseur nazorg en veiligheid en (bij jongeren) door de procesregisseur jeugd. Dit wordt omschreven als de “waan van de dag”. Dit levert een stevige werklast op. De regisseur zorg en veiligheid neemt nog meer actuele kwesties onder zijn hoede, zoals de reeks aanslagen met explosieven, want dat was tijdelijk bijna een voltijds baan. Het toont de flexibiliteit én de kwetsbaarheid van het OOV-team: expertise, maar geen ‘slack resources’ voor piekgebeurtenissen. De inzet van een specialist voor de procesregie op de jongerenaanpak was dan ook noodzakelijk. Temeer omdat de regisseur ook verantwoordelijk is voor het organiseren van de ‘zorg na detentie’ en voor cameratoezicht. c. Bij “zorgwekkende casuïstiek” op het snijvlak van zorg en veiligheid stemt het OOV-team (de regisseur nazorg en de procesregisseur jeugd) - via het kernteam zorg en veiligheid - af met de zogenoemde procesregisseurs op het sociaal domein. Het gaat, simpel gezegd, om een combinatie van sociale problematiek met verslaving en/of (vermoedens over) strafbare feiten, zowel wat betreft daderschap als slachtofferschap.
Het onderscheid tussen daderschap en slachtofferschap kan flinterdun zijn, bijvoorbeeld als (jonge) personen onder druk zijn gezet om delicten te plegen of zich (vanwege armoede) daartoe makkelijk lieten verleiden. Ook bij controles van woningen stuit de unit Veiligheid (het Interventieteam) op personen of huishoudens waar zorg dient te worden gekoppeld aan een aanpak van onveiligheid of criminaliteit. In de gemeente Vlaardingen leunt de aanpak van dit soort zorgen veiligheids-casuïstiek sterk op de schouders van het sociaal domein. Wel legt de 16
Vacatures staan open.
29
procesregisseur jeugd huisbezoeken af, samen met de politie, om de (thuis)situatie van een jeugdige in te kunnen schatten. d. De procesregisseur jeugd geeft gestalte aan de persoonsgerichte aanpak (PGA) van jeugdigen van 12 t/m 23 jaar. De focus ligt daarbij op jongeren die strafrechtelijk zijn veroordeeld én op het voorkomen van jonge aanwas. Dit vergt samenwerking met onder andere politie, Mevis, Minters, Centrum Jeugd en Gezin, Bureau Leerrecht, jeugdzorg en jeugdreclassering. De procesregisseur is het vaste gemeentelijke aanspreekpunt voor het Zorg en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond bij jeugdcasuïstiek. Er wordt samengewerkt met een procesregisseur op het sociaal domein, onder meer bij het instellen van een Kernteam jeugd. Dat team zal domein-overstijgende problematiek bespreken waarbij procesregie is gevraagd; dit omvat de AVE-methode, gericht op het organiseren van een professionele inzet die past bij de ernst van de situatie. Hiertoe is inmiddels een toegangsloket in het leven geroepen, waar kernteampartners en onderwijsinstellingen casuïstiek kunnen melden bij de gemeente. e. De Westwijk kent een bijzondere aanpak, met extra middelen van het Rijk gericht op een langdurige gebiedsgerichte aanpak om de sociale en fysieke infrastructuur te versterken in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid.
De zogenoemde Preventie met Gezag-aanpak maakt hier deel vanuit. Deze wordt gericht op de preventieve en repressieve aanpak van overlast en criminaliteit door jongeren en jongvolwassenen tot en met 27 jaar. Daarbij worden onder andere twee professionals ingezet: een IPTA-coach17 en een Re-integratie-officier (RIO) die zich richt op het voorkomen van recidive. De IPTA-coach en RIO werken niet louter in de Westwijk, onder andere omdat de pleeg- en woonwijk niet overeen hoeven te stemmen. f.
4.4
De IPTA-coach en RIO stappen in een gat. Er bestaat namelijk behoefte aan intensief contact van een professional met jongeren en jongvolwassenen, zodat er een ‘klik’ tussen hen ontstaat als basis voor hulp én correctie. In het reguliere jongerenwerk bestaat daartoe geen tijd. Het valt ook niet mee om jongeren of volwassenen te koppelen aan effectieve specialistische zorg: het vergt specifieke kwaliteiten om deze doelgroep te steunen en bij te sturen. De tijd zal leren of de inzet van twee ‘steunende en corrigerende’ professionals toereikend is. Afsluiting
Vanaf 2022 zijn de negen ambtelijke professionals op teamniveau en de unit Veiligheid in positie gebracht om stevige inspanningen te leveren: door formatieve groei en door professionele kwaliteiten en actiegerichtheid. Er wordt voortdurend geschakeld tussen politiek, bestuur, beleid en operatie. In veel opzichten ‘staat’ de organisatie en is deze opgewassen tegen de taken en (hoge) politiek-maatschappelijke verwachtingen. Toch loopt de in gang gezette aanpak van woonoverlast en woonfraude – dossiers die verweven zijn met de ondermijningsaanpak - tegen knellende grenzen aan. Er bestaat behoefte aan meer toezicht en controle, en aan personeel om de nasleep (handhaving) daarvan ter hand te nemen. Dit heeft inmiddels geresulteerd in een besluit tot verdere personele groei. Bij enkele andere taken kondigt zich een bescheiden formatieve groei aan (bijvoorbeeld het aanstellen van een Bibob-onderzoeker) of dient te worden bewaakt of dit nodig is.
17
Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid.
30
5.
Aanbevelingen
We formuleren zeven aanbevelingen: 1. Het OOV-team dient in de komende jaren gestaag maar zeker en aanzienlijk door te groeien; richting in totaal ongeveer 100 fte.18 Dat wil zeggen kwalitatieve professionalisering en meer formatie. Daarbij ligt de prioriteit bij het uitbreiden van de unit T&H (zie de aanbevelingen 2, 3 en 4). 2. De formatieve bezetting van de unit T&H dient met urgentie én behoedzaam te worden uitgebreid. Op basis van de berekening in hoofdstuk 5 is 22 fte extra nodig om tenminste te voldoen aan de huidige wensen en verwachtingen. Het betreft vooral het op peil brengen van de boa-capaciteit; daartoe is uitbreiding met 18 fte nodig. Ook bestaat behoefte aan meer ruimte voor coördinatie (plus 2 fte) en in de backoffice (plus 2 fte), onder meer ten behoeve van sturing, inroostering en het professioneel selecteren en uitzetten van meldingen. 3. Door en met deze formatieve groei (conclusie 2.) wordt het mogelijk om - op basis van informatie en ervaringskennis – de inzet van toezichthouders en boa’s meer en meer aan te laten sluiten op ‘het ritme van de stad’, met aanwezigheid op die tijden en momenten dat het werkaanbod (o.a. meldingen), de drukte op straat en/of onveiligheid dat vragen. Om dit gestaag in de praktijk te brengen raden we stapsgewijze invoering aan – waarbij zo nu en dan een tussenbalans wordt opgemaakt – langs de volgende lijnen: a.
Het werven en inpassen van boa’s; kwaliteit gaat boven snelheid. b. Het organiseren van de backoffice, met prioriteit voor het organiseren van het selecteren en uitzetten van meldingen. c. Als de formatieve groei dit toestaat, raden we aan om (te overwegen) een gemakkelijk plan-baar en uitvoerbaar vierploegen-rooster in te voeren, met elk een coördinator die stuurt en steunt, deels ook met fysieke aanwezigheid op straat. d. Het aanstellen van senior-boa’s die sturen in de operatie, waardoor coördinatoren kunnen schakelen tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ en de tijd hebben om de operatie te organiseren en intern af te stemmen. e. Overweeg om de diensttijden aan te passen, met een kortere overlap tussen de vroege en late dienst (thans bedraagt die overlap 4 uren; van 13.30 uur tot 17:30 uur); dit is doelmatiger en biedt de mogelijkheden om - ‘in het ritme van de stad’ - de diensten eerder te starten en/of later te beëindigen. Bezie of het rooster-technisch belangrijke voordelen biedt als wordt overgestapt op 9 uurs-diensten (dit past beter in een 36-urige werkweek). f. Het geleidelijk inpassen van wijk-boa’s; zie aanbeveling 4. Coördinatoren (voorstel: één per ploeg), senior-boa’s en een werkende backoffice zijn belangrijke voorzieningen: zuurstof voor de operatie en betere sturing op inhoud en op sfeer, inzet en persoonlijke ontwikkeling. 4.
We hebben in de berekening voor extra boa-capaciteit (plus 18 fte) ruimte gereserveerd voor het aanstellen van negen wijk-boa’s. Daartoe dient wel eerst de basis op orde te worden gebracht, in die zin dat er voldoende boa’s zijn om de dienstroosters te vullen en vanuit die 18
De huidige formatie van 62,61 fte, plus groei van de T&H-unit (voorstel: 22 fte extra) en de uitbreiding van de unit Veiligheid op het dossier Veilig wonen (plus 6 fte) brengt de formatie op 90,61 fte. Tot welke formatieve groei het incorporeren van het parkeren en van het uitkijken van de camerabeelden leidt is nog niet bekend.
31
roosters meldingen af te handelen (ook simpelweg belangrijk en zichtbaar) en gestalte te geven aan toezicht. Als dat staat, kunnen wijkboa’s worden aangewezen langs de volgende lijnen: a. Hanteer als uitgangspunt: geen overhaaste inzet en beslissingen, want het werven van voldoende boa’s en het verstandig inpassen van wijk-boa’s in het functioneren van de T&H-unit vergt ‘slim maatwerk’. b. In twee of drie wijken een wijk-boa aanstellen die 50% wordt ingeroosterd (in een dienstkoppel, met deels ruimte voor de wijk) en die 50% uit het rooster wordt getild voor brede solo-inzet: op straat en in direct contact met burgers en ondernemers, bijvoorbeeld via spreekuren. Dit heeft verschillende doelen: i.) waarschijnlijk gemiddeld minstens 80 procent actief in en voor de wijk (na doorgevoerde ophoging van de formatie); ii.) inbedding van de wijk-boa in het functioneren van de T&H-unit; iii.) behoud van de hands-on-instelling van wijk-boa’s door blijvend optreden in een dienstkoppel; en iv.) de kans om in die diensten jonge boa’s te laten leren van ervaren wijk-boa’s (als bijdrage aan de versterking van de T&H-unit). c. Doe dit in twee of drie wijken en maak de tussenbalans op, alvorens de wijk-boa’s ‘uit te rollen’ over de stad. Ga vervolgens verder met het ‘slim’ aanstellen van wijk-boa’s in de stad, zodra de totale boa-formatie dit toelaat. 5.
Het is belangrijk en verstandig dat de komende periode meer capaciteit (in totaal 10 fte, waarvan 6 fte in de unit Veiligheid) wordt ingezet op het dossier Veilig wonen, hetgeen raakvlakken heeft met de gemeentelijke ondermijningsopgave. Een systematische en gerichte aanpak van woon-overlast, overtredingen en fraudepraktijken is een stedelijke prioriteit. In de kern is het een veiligheidsopdracht en geen bouwkundige kwestie. Het is goed om de controles zoveel mogelijk breed op te zetten. 6. De verschillende forse veranderingen en projecten die voor de korte termijn tegelijkertijd op de rol staan, zullen frictiekosten met zich meebrengen. Dat vraagt om tijdelijke (deels extern ingehuurde) extra capaciteit om te (re)organiseren. Het OOV-team maakt (absoluut en vergelijkenderwijs) schaars gebruik van externe inhuur; gezien de specificiteit en gevoeligheid van verschillende van de trajecten die worden doorlopen, is dat deze keer passend en tijdelijk noodzakelijk. Anders dreigt de risicovolle situatie waarin er te veel tegelijk verandert en mensen tegen grenzen aanlopen van wat redelijkerwijs gevraagd kan worden. 7. Het kondigt zich aan dat het OOV-team te groot wordt voor een ‘gewoon team’ binnen de ambtelijke organisatie.
De formatie loopt op – met uitbreiding op het dossier Veilig wonen en binnen de unit T&H (mede door het inpassen van het parkeren en het uitkijken van camerabeelden) - richting ongeveer 100 medewerkers (zie voetnoot 47). In feite is ‘veiligheid’ geen team meer, maar een zich ontwikkelende derde pijler in het lokaal bestuur van Vlaardingen. Naast formatieve groei is het werken aan blijvende kwaliteitsverbetering en binding van sterkhouders noodzakelijk. Wij raden aan om serieus te overwegen om van veiligheid – in de organisatorische zin – daadwerkelijk een derde pijler van te maken, met een directeur Veiligheid. Het waarborgt een integrale veiligheidsbenadering in het gemeentelijke denken en handelen. Het lijkt op termijn logisch of zelfs onvermijdelijk vanwege de formatieve groei en politiek-maatschappelijke betekenis van de ambtelijke veiligheidsorganisatie.
32
Bijlage 1
Stedelijke (on)veiligheid: Vlaardingse patronen Deze korte deelrapportage beschrijft eerst op hoofdlijnen de onveiligheid in Vlaardingen. Vervolgens wordt ingegaan op de (verhouding tussen) de zogenoemde objectieve veiligheid en de veiligheidsbeleving.19
1.
Onveiligheid in Vlaardingen: patronen en praktijken
De onveiligheid in Vlaardingen heeft een (groot)stedelijk karakter en is veelzijdig. Er is een kansenstructuur voor criminele praktijken en voor allerhande overlast die wortelt in tal van factoren, al springen er drie bovenuit: 1.) De nabijheid van de georganiseerde drugsmisdaad in de Rotterdamse regio, plus het daarmee verdiende misdaadgeld dat wordt witgewassen en geïnvesteerd; 2.) De grote voorraad goedkope en (deels) gedateerde huurwoningen, waar onder andere arbeidsmigranten worden gehuisvest en waar ook (andere) kwetsbare mensen en huishoudens wonen die problemen ondervinden en/of veroorzaken; en 3.) De nabijheid van gemeenten (waaronder de gemeente Westland) waar veel vraag is naar goedkope arbeid, hetgeen uitmondt in een permanente zoektocht (door uitzendbureaus) naar panden om arbeidsmigranten te huisvesten. Het resulteert in een optelsom van overlast en illegale praktijken (overtredingen en criminaliteit), met name in buurten en wijken met fysieke en sociale kwetsbaarheden. We gaan in op vijf belangrijke vormen van lokale onveiligheid: 1. 2. 3. 4. 5.
Drugscriminaliteit en (andere) ondermijning Jongeren: criminele aanwas, overlast, (online-)spanningen en geweld De fysieke en sociale infrastructuur: kwetsbaarheden Veilig wonen: een punt van zorg Omgaan met burger-meldingen en incident- en overlastgevoeligheid.
Ad 1.) Drugscriminaliteit en (andere) ondermijning a. Vlaardingen kent een kansenstructuur voor drugscriminaliteit door de ligging te midden van een grootstedelijk conglomeraat van steden – zoals Rotterdam, Schiedam en Den Haag – met onder meer (ook bovenlokale en internationale) drugshandel, drugsproductie en investeringen met (witgewassen) drugsgeld (zie bijvoorbeeld RIEC Den Haag, 2018 en Staring e.a., 2019). b. De Vlaardingse drugscriminaliteit is (deels) verweven met de drugsmarkten in Rotterdam, Schiedam, Den Haag en elders in de regio, bijvoorbeeld Maassluis. Er wordt in de criminele drugswereld veel geld omgezet en verdiend. Daardoor is deze misdaad niet alleen een bedreiging, maar wordt het ook gezien als een kans op inkomen en status, zo wordt benadrukt in het rapport ‘Preventie met Gezag’.20 Voor lokale criminelen en criminele (familie)netwerken biedt dit mogelijkheden om zich in de misdaadwereld op te werken of in elk geval een positie te verwerven met (de nodige) inkomsten en status. c. De Vlaardingse drugsmisdaad is ingebed in netwerken die deels bovenlokaal opereren, maar die tegelijkertijd lokaal zijn ingebed in een wijk, buurt, sociaal netwerk en/of familie. Een 19
Dit hoofdstuk is gebaseerd op de afgenomen vraaggespreken en op open bronnen. Er is daarnaast gebruikgemaakt van een LokaleZaken-rapport uit 2022 (Van der Torre, 2022) over ondermijning in Vlaardingen en van interviews en veldwerk in het kader van een lopend onderzoek naar (jeugd)overlast en criminaliteit in de Westwijk. 20 Noordanus e.a. 2021.
33
voorbeeld zijn zogenoemde uithalers: lokaal geronseld om in een zeehaven drugs veilig te stellen die worden geïmporteerd. Er zijn in het Rijnmondgebied netwerken met eigen drugslijnen. Voor een deel gaat het om criminelen die zijn opgeklommen van lokale dealer tot internationale speler. d. In Vlaardingen en Schiedam ontdekte in de jaren tachtig en negentig een categorie criminelen de hennepteelt. Die teelt was geconcentreerd in kwetsbare wijken in Vlaardingen. Als organisator valt (veel) geld te verdienen met hennepproductie en -handel. Een plantage met circa 200 planten levert in de tussenhandel (volgens behoedzame schattingen van justitie) ongeveer € 23.000,- per oogst op.21 De aanleg van de kwekerijen wordt georganiseerd vanuit netwerkjes met klusjesmannen die een soort bouwploeg vormen. De aanleg is sinds de jaren tachtig geprofessionaliseerd. Tussen 2029 en 2019 werden in Vlaardingen ongeveer driehonderd hennepkwekerijen aangetroffen. Zie tabel 2.1 over de hennep-aanpak en vondsten inde waterweg-gemeenten tussen 2009 en 2019. Er worden vandaag de dag veel minder hennepkwekerijen ontdekt dan in het recente verleden. Het is niet duidelijk waarom dit zo is. Mogelijk vindt de teelt (deels na verplaatsing vanuit Nederland) plaats in het buitenland en mogelijk worden minder kwekerijen ontdekt omdat ze beter zijn afgeschermd.
Er is in Vlaardingen nog een andere realistische verklaring voor de feitelijke afname van het aantal hennepkwekerijen. Kamerverhuur plaatst veel arbeidsmigranten en andere huurders in de wijk. Er wonen thans veel mensen in straten waar vroeger relatief vaak hennep werd aangetroffen. Ook wordt in die straten frequent gecontroleerd door het Interventieteam. Dat lijkt - vanuit crimineel oogpunt - geen ‘veilige’ of ‘slimme’ locatie voor een hennepkwekerij. Tabel 1: Krantenartikel over tien jaar hennepaanpak22 In drie Waterweggemeenten – Schiedam, Vlaardingen en Maassluis - zijn sinds de introductie van een hardere aanpak - tussen 2009 en 2019 - circa duizend hennepplantages opgerold. Schiedam spant de kroon. Sinds 2009 rolde de politie daar een kleine zevenhonderd hennepkwekerijen op. In Vlaardingen was het ongeveer driehonderd keer raak, in Maassluis ongeveer tachtig keer. Destijds introduceerden Schiedam, Vlaardingen en Maassluis nieuw beleid. De gemeentes spraken af om nauw samen te werken met onder meer het Openbaar Ministerie (OM), de politie, woningcorporaties, de Belastingdienst en Stedin om informatie uit te wisselen. Dit vergrootte, tot tevredenheid van de burgemeesters in de drie gemeenten, de pakkans. De aangetroffen plantages zijn in Schiedam het grootst: daar gaat het om gemiddeld 600 planten.
Specialisten treffen in Vlaardingen doorgaans tussen de 150 en 400 planten aan, in Maassluis schommelt de grootte tussen de 200 en 600 planten. Opkomend zijn plantages in bedrijfsruimtes. Die zijn vaak professioneler en groter opgezet.
e. In kwetsbare Vlaardingse wijken (goedkope woningen, sociaaleconomische problematiek) is relatief veel vraag naar drugs. Met drugsgebruik als gewoonte of als een soort uitvlucht. Vraag en aanbod vinden en versterken elkaar. Het is gemakkelijk om online drugs te bestellen, waarna het wordt geleverd door een drugs-bezorgdienst. Respondenten vertellen dat het zichtbaar is in het straatbeeld: drugsdealers stoppen voor de deur, waarna de klant naar buiten komt voor de deal of de dealer aanbelt en aflevert. Er worden handelsvoorraden (hard)drugs aangetroffen in (eenvoudige) woningen.
21
Noordanus e.a. 2020. Bron: Algemeen Dagblad, Waterweggemeenten jaarlijks 100 hennepkwekerijen op, plantages in Schiedam het grootst, 4 april 2019. 22
34
f.
Drugsmisdaad heeft een sociale olievlekwerking: drugscriminelen werven klanten - ook via sociale media - en ze rekruteren uitvoerders en loopjongens. Op die manier veroorzaakt en misbruikt drugsmisdaad de sociale problematiek.
g. Drugsmisdaad heeft ook criminele olievlekwerking, in die zin dat het leidt tot en samengaat met andere misdrijven. Bijvoorbeeld illegale handel in vapes, witwassen, wapenbezit, geweld en investeringen met (witgewassen) misdaadgeld. Tabel 2.: Enkele cijfers over drugscriminaliteit en (andere) ondermijning, ontleend aan het dashboard ‘Zicht op Ondermijning’
1.
Wat betreft de indicator ‘verdachten en veroordeelden’ (van een ondermijnend delict) scoort 91% van de Nederlandse gemeenten gunstiger dan Vlaardingen 1a. Een ondermijnend delict is een vorm van georganiseerde criminaliteit waarbij de grens tussen de illegale “onderwereld” en de legale “bovenwereld” vervaagt. Legale bedrijven worden gebruikt voor illegale activiteiten. In de periode 2021-2023 zijn in Vlaardingen 385 personen verdachte geweest van een ondermijnend delict: dat is 0,5% van de populatie; versus een landelijk gemiddelde van 0,4%. 1b. In de Westwijk lag dit percentage het hoogst: 0,8% (95 personen). 1c. In Vlaardingen werden in deze periode 140 personen veroordeeld voor een ondermijnend delict
2.
Woon- versus pleeggemeenten: indicaties voor bovenlokale criminaliteit in Vlaardingen 2a. 59,5% van de verdachten in Vlaardingen worden (tussen 2021 en 2023) verdacht van het plegen van ondermijnende delicten in een andere gemeente (235 personen). > Bij drugsdelicten ligt deze score op 61,3% (95 delicten). 2b. 55,8% van de ondermijnende delicten in Vlaardingen worden gepleegd door een vermoedelijke verdachte die daar zelf niet woont (290 delicten). > Bij drugsdelicten ligt deze score op 65,5% (95 personen).
3.
Bij de score (peiljaar 2022) van het aantal risicojongeren van 10 tot 23 jaar (met een verhoogde kans in de drugscriminaliteit te belanden) scoort 99% (!) van de Nederlandse gemeenten gunstiger dan Vlaardingen 3a. 7,7% van de jongeren in Vlaardingen zijn aangemerkt als risicojongeren (845 jongeren).
Bron: Zichtopondermijning.nl
Ad 2.) Jongeren: criminele aanwas, overlast, spanningen en geweld a. Het zogenoemde dashboard Zicht op Ondermijning heeft voor alle gemeenten het aantal risicojongeren23 berekend, met een verhoogde kans om in de drugscriminaliteit te belanden. Vlaardingen scoort ongunstig, met een stedelijke score van 7,7%; dat zijn 845 risicojongeren. Deze percentuele score ligt ruim boven het gemiddelde in Nederland (5,0%) en in de (RIEC)regio Rotterdam (6,3%). Ook is het een ongunstiger score dan in Schiedam (7,2%). De scores
23
Bron: Zichtopondermijning.nl, 2025
35
liggen binnen Vlaardingen op het hoogste niveau in de Westwijk (9,7%, 190 risicojongeren) en in Holy Zuid (8,1%, 120 risicojongeren). b. Het sociale en digitale leven van (risico)jongeren is – via onderwijs, sport, uitgaan en in de digitale omgeving – verbonden met jongeren in nabijgelegen steden of gemeenten, zoals Rotterdam, Schiedam en Maassluis. Met name Rotterdam en Schiedam tellen criminele netwerken, inclusief netwerken waarbinnen jongeren een criminele rol vervullen; er zijn linken met Vlaardingen. Er ontstaan ook contacten en relaties tussen risicojongeren. Het aantal risicojongeren stelt het dashboard Zicht op Ondermijning op 8.605 in Rotterdam, op 875 in Schiedam en op 330 in Maassluis. c. Jongeren wonen onder andere in kwetsbare wijken in kleine woningen, met relatief weinig eigen leefruimte. Mogelijk stuiten ze in huis op conflicten en problemen. Door dergelijke omstandigheden ‘trekken’ jongeren naar de straat; in de zomer ook op late tijdstippen. Groepsvorming en botsende levensstijlen (geluidshinder, ook op tijden dat veel mensen slapen) leiden tot overlast en tot irritatie onder inwoners. Zie tabel 2.4 voor politieregistraties over jeugdoverlast. d. Er zijn op straat spanningen tussen jongeren, inclusief geweld. Deels heeft dit te maken met criminele praktijken, al staat het daar ook los van: er is geweld tussen jongeren uit verschillende delen van de stad.
Dit is niet deels niet-instrumenteel (niet gericht op financieel gewin), maar een soort doel op zich. Het gaat gepaard met een zekere angst en zelfbescherming, inclusief wapenbezit. De omvang hiervan is voor ons niet duidelijk. Vlaardingen zet in op het ‘van straat halen van wapens’, onder andere met voorlichting en preventief fouilleren. e. Vlaardingen krijgt frequent te maken met doorwerking van allerhande online-conflicten in het sociale leven van jongeren. Presentatie en waardering in de online-wereld wegen zwaar voor jongeren. Er worden enorm veel berichten, foto’s en filmpjes gedeeld. Door die hoeveelheid en door de snelheid van communicatie ontstaan er al snel conflicten. Temeer omdat berichten ondoordacht worden geplaatst, bijna onuitwisbaar zijn en de reacties en conclusies een soort eigen leven leiden. Feiten, geruchten en halve waarheden lopen door elkaar, al hebben ze grote gevolgen door online-botheid en door het grote aantal betrokkenen. Dit geldt ook voor online-berichten die (mogelijk) strafbaar zijn, zoals belediging, intimidatie, bedreiging, het aanzetten tot geweld en het plaatsen van (compromitterende) privé-foto’s of video’s. Online-conflicten leiden tot spanningen en conflicten in het fysiek-sociale jongerenleven. De ‘daders’ en ‘slachtoffers’ lopen door elkaar heen; het zijn jongens én meisjes.
Ad 3.) De fysieke en sociale infrastructuur: kwetsbaarheden a. Vlaardingen telt (relatief) veel huurwoningen. Van het totale woningbestand in 2024 (36.856 woningen) is 41 procent sociale huur en 12 procent wordt particulier verhuurd. Dit gaat gepaard met een hoge bevolkingsdichtheid, getuige gemiddeld 3.283 inwoners per vierkante kilometer. De (vroeg-)naoorlogse wijken – in totaal 5.473 woningen zijn gebouwd tussen 1950 en 1970 – tellen veel gedateerde woningen.24 Die woningen zijn gebouwd volgens de destijds geldende normen qua bouwkwaliteit. Het zijn over het algemeen kleine woningen.
24
Bron: Allecijfers.nl/gemeente/Vlaardingen/.nl
36
Tabel 3.: Aantal woningen in Vlaardingen in totaal en per wijk, uitgesplitst naar koop, sociale huur en overige huur Aantal Koop Sociale Overige woningen huur huur Totaal (Vlaardingen) 36.856 47% 41% 12% Holy Noord 6.168 49% 46% 5% Holy Zuid 5.865 35% 54% 11% Broekpolder 5 100% 0% 0% Vlaardinger Ambacht 5.501 59% 34% 7% Westwijk 6.160 43% 46% 11% Centrum 8.018 48% 35% 17% Oostwijk 3.610 59% 30% 11% Vettenoordse Polder 1.529 16% 33% 51% Bron: Allecijfers.nl/gemeente/Vlaardingen/.nl
b. De fysieke bouw maakt relatief veel Vlaardingse woningen kwetsbaar voor woonoverlast. Ook leidt het kleine woonoppervlakte tot overlast op straat; jongeren en arbeidsmigranten verruilen de kleine woningen al snel voor de straat. Ze trekken de straat op voor leefruimte en privacy. c. Het gedateerde woningbestand gaat samen met sociaaleconomische kwetsbaarheden. Dit blijkt uit inkomensgegevens. Qua bruto-jaarinkomen per inwoner staat Vlaardingen - met een gemiddelde van € 30.200,- - op plaats 47 van 50 Zuid-Hollandse gemeenten. Het duidelijk laagste gemiddelde bruto-jaarinkomen per persoon wordt genoteerd in de Westwijk: € 26.800. In nog drie wijken ligt dit onder de dertigduizend euro: Vettenoordse Polder (€ 28.500,-); Centrum (€ 29.000,-) en Holy Zuid (€ 29.800.-).25 Geconcentreerde armoede resulteert (zo constateert bijvoorbeeld het CPB26) in probleemcumulatie: ongezondheid, armoede en binnen een kleine categoriehuishoudens in de buurt of wijk. Van dit laatste ondervinden vooral de bewoners van deze wijken of buurt de narigheid. d. De kwetsbare populatie leidt tot overlast door een subcategorie vanwege drugsgebruik, drankgebruik en/of verward (’onbegrepen’) gedrag. Het effect hiervan wordt versterkt door de hoge bevolkingsdichtheid en door de slechte kwaliteit van een deel van de (gedateerde) woningen.
Hier geldt: kleine aantallen (enkele personen of huishoudens) hebben impact op concrete locaties. Zie tabel 2.4 voor de politieregistraties van overlast. In 2024 wordt in Vlaardingen ‘geluidshinder overig’ het meest geteld (554 registraties), gevolgd door ‘overlast door verward persoon’ (493 registraties) en ‘overlast i.v.m. alcohol/ drugs’ (368 registraties). e. Er wordt gewezen op sociaal huurtoerisme: personen en huishoudens die, door de jaren heen, van ‘buitenaf’ naar Vlaardingen zijn verhuisd. Voor een groot deel verloopt dit rimpelloos, al verhuisde overlast-gevend of crimineel gedrag deels mee. Voor inwoners zijn verhuizingen in goedkope huurwoningen een kritisch moment; wat is de impact op de overlast en leefbaarheid? 25
Bron: Allecijfers.nl/gemeente/Vlaardingen/.nl Zie: Armoede in Nederland: een miljoen mensen hebben moeite om rond te komen, nu.nl, 5 oktober 2022, te downloaden via: https://www.nu.nl/economie/6227839/armoede-in-nederland-een-miljoen-mensen-hebbenmoeite-om-rond-te-komen.html 26
37
f.
De fysieke en sociale kwetsbaarheden leiden tot op zekere hoogte tot vervreemding. De sociale cohesie wordt aangetast door verhuisbewegingen, door de komst en roulatie van arbeidsmigranten (zie punt d.), door woonoverlast en door overlast op straat. Gevoelens van vervreemding (kunnen) ontstaan vanwege veranderingen in de sociale samenstelling van een wijk of (sub-)buurt, alsook door fysiek verval (gedateerde woningen, lelijke panden) en door nare micro-ervaringen, zoals concrete overlast in de directe woonomgeving.
Ad 4.) Veilig wonen: een punt van zorg a. Het aanzienlijke segment met gedateerde en goedkope huurwoningen resulteert in verhuur aan kwetsbare personen of huishoudens, waaronder een groot aantal arbeidsmigranten. Vlaardingen telt ruim 4.400 woningen die op de particuliere markt worden verhuurd, met name in de Westwijk, Vettenoordse Polder en het centrum. Vlaardingen is door de geografische ligging vatbaar c.q. aantrekkelijk voor huisvesting van arbeidsmigranten. Vlaardingen ligt onder andere op korte afstand van Rotterdam en van het Westland, met een grote vraag naar goedkope (tijdelijke) werknemers. b. In de gemeente Westland werken in het hoogseizoen 17.000 arbeidsmigranten en in het laagseizoen 12.000, terwijl er begin 2025 in deze gemeente (slechts) 5.000 huisvestingplekken beschikbaar zijn.27 Uit onderzoek van Decisio uit 202228 blijkt dat in de regio Rotterdam 68.670 arbeidsmigranten werken. In 2022 woonden er 45.135 arbeidsmigranten in de regio Rotterdam; dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2010. 57 procent van de arbeidsmigranten woont (in 2022) in de gemeente Rotterdam; dat zijn er 25.675. Andere “belangrijke woongemeenten” zijn, aldus Decisio (2022), Schiedam (4.240 arbeidsmigranten), Vlaardingen (3.120 arbeidsmigranten) en Dordrecht (2.960 arbeidsmigranten). c.