2025-12-16 Raadsmemo Onderzoek Van der Torre team OOV
Tekst van het document
RAADSMEMO Aan
De gemeenteraad van Vlaardingen Portefeuillehouder
Wijbenga - van Nieuwenhuizen, B. Onderwerp
Onderzoek Van der Torre team OOV Datum
Registratienummer
Aantal bijlagen
16 december 2025
2047561
1
Geachte leden van de raad, Graag informeer ik u over het onderzoek dat is uitgevoerd door Edward van der Torre samen met Menno van Duin naar de doorontwikkeling van de ambtelijke veiligheidsorganisatie van de gemeente Vlaardingen. Dit rapport is een aanvulling op het reeds eerder besproken Rekenkamerrapport naar Toezicht & Handhaving. Ik bied u dit rapport aan als input voor een nieuwe collegeperiode. De gemeentelijke veiligheidsorganisaties in ons land hebben, in het afgelopen decennium, te maken gekregen met een groei van hun taak. Door deze taakuitbreiding van gemeenten is in de meeste (middel-)grote gemeenten geïnvesteerd in de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de ambtelijke veiligheidsorganisatie, zo ook binnen onze gemeente. Edward van der Torre en Menno van Duin hebben binnen het team Openbare Orde & Veiligheid (OOV) onderzoek gedaan, waarbij de hoofdvraag als volgt is geformuleerd: Hoe is de gemeentelijke veiligheidstaak georganiseerd, hoe verhoudt dit zich tot de lokale problematiek en op welke punten behoeft de veiligheidsorganisatie dientengevolge (verder) te worden ontwikkeld in de periode tot en met 2030? Uit dit onderzoek zijn verschillende conclusies en aanbevelingen gekomen.
Samengevat zijn de onderzoekers tot de conclusie gekomen dat het team OOV flinke stappen heeft gezet de afgelopen jaren, maar dat het de komende jaren nog enorm zal moeten investeren om de forse en blijvende veiligheidsopgave te kunnen hanteren. Dit geldt met name voor de unit Toezicht & Handhaving en daarbinnen de boa-capaciteit. We nodigen u uit het gedegen onderzoek te lezen. De heer Van der Torre zal op 15 januari een presentatie geven over het rapport, waarbij er ruimte zal zijn voor vragen. Hoogachtend, de burgemeester
drs. B. Wijbenga - van Nieuwenhuizen
-
Bijlage: Rapport “Vlaardingen, Door-ontwikkeling van de ambtelijke veiligheidsorganisatie” door Edward van der Torre en Menno van Duin
Gemeente Vlaardingen Doorontwikkeling van de ambtelijke veiligheidsorganisatie 2025-2030
December 2025
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Onderzoeksvragen Veiligheidsbeleid in Vlaardingen: visie, prioriteiten én een stevige opdracht Aanpassingen in de veiligheidsorganisatie Leeswijzer
2 2 3 4 5
Samenvatting
6
2. 2.1 2.2
2.4
Toezicht en handhaving: kwantitatieve en kwalitatieve groei gevraagd Sinds 2022: formatie en enige uitbreiding Toezicht en handhaving in Vlaardingen: veeleisende trends en omstandigheden 2.2.1 Algemene trends 2.2.2 De Vlaardingse behoefte aan meer boa-inzet en -zichtbaarheid Hoge verwachtingen en knellende grenzen 2.3.1 Knellende bijzonderheden 2.3.2 De rek is er (al jaren) uit 2.3.3 Parallelle trajecten: camerabeelden uitkijken en parkeerhandhaving Tot slot
9 9 10 10 11 12 12 14 16 16
3. 3.1 3.2 3.3
Toezicht en handhaving: zoeken naar de ondergrens Vergelijkenderwijs De Vlaardingse situatie: uitbreiding en stroomlijning gevraagd Tot slot: behoedzaamheid gevraagd
17 17 19 21
4. 4.1 4.2 4.3
4.4
Openbare orde en veiligheid: kwantitatieve en kwalitatieve groei gerealiseerd Sinds 2022: formatie en groei Dubbele groei: meer formatie en professionalisering Ingezoomd: dossiers en taken 4.3.1 Juristen en vergunningverleners 4.3.2 De klassieke OOV-functies 4.3.3 Veilig wonen en ondermijning: in de actiestand op taaie dossiers 4.3.4 Veiligheid, jeugd en zorg Afsluiting
22 22 23 25 25 26 26 29 30
5.
Aanbevelingen
30
2.3
Bijlage 1: Stedelijke (on)veiligheid: Vlaardingse patronen (33) Literatuur (46) Colofon (48)
1
1.
Inleiding
1.1
Onderzoeksvragen
De gemeentelijke veiligheidsorganisaties in ons land hebben, in het afgelopen decennium, te maken gekregen met een vierdubbele groei van hun takenpakket. Ten eerste meer taken en bevoegdheden, onder andere door uitbreiding van zogenoemde burgemeesters-bevoegdheden. Ten tweede een toename van de complexiteit van beleid, casuïstiek en allerhande kleine of lokale (mini-)crises. Dit vraagt ambtelijke scherpte, met oog voor de juridische, politieke en maatschappelijke aspecten of dilemma’s. Ten derde tekent zich een (doorgaande) taakoverdracht af van politie naar het lokaal bestuur. Ten vierde meer meldingen en verzoeken van burgers, omdat die de gemeente hebben leren kennen als orgaan dat bereikbaar en aanspreekbaar is en zich verantwoordelijk toont bij allerhande onveiligheid (Tops e.a., 2017). Door deze taakuitbreiding van gemeenten is in de meeste middelgrote en grote gemeenten geïnvesteerd in de kwantitatieve en kwalitatieve groei van de ambtelijke veiligheidsorganisatie. Dit fenomeen heeft zich ook voorgedaan in Vlaardingen, met een ‘groeispurt’ in de lopende collegeperiode. In Vlaardingen is dit gepaard gegaan met een reorganisatie, met als kern daarvan de samenvoeging van ‘Openbare Orde & Veiligheid’ en van ‘Toezicht & Handhaving’. Het Inrichtingsplan Openbare Orde & Veiligheid (2024, p.
3) wijst op de groei en dynamiek in de gemeentelijke veiligheidstaak, met spanning tussen urgente taken en de strategische opgave: “Niet alleen de politiek vraagt steeds meer van het veiligheidsdomein, ook vanuit de wetgeving en de samenleving neemt de vraag toe. Er zijn steeds meer incidenten die directe aandacht en actie vragen, terwijl de vraagstukken voor de lange termijn ook aandacht nodig hebben”. In de nasleep van het Rekenkamer-rapport naar Toezicht & Handhaving (Rekenkamer Vlaardingen, 2025) - en in aanloop naar de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen (maart 2026) - is het een goed moment voor strategische bezinning over de positie, betekenis en formatie van de gemeentelijke veiligheidsorganisatie. Het Rekenkameronderzoek constateert dat de capaciteit van de buitengewone opsporingsambtenaren (geüniformeerde boa’s, actief op domein 1) ontoereikend is. Met de huidige capaciteit is het niet mogelijk om te reageren op het aantal meldingen, werk te maken van veiligheidsprioriteiten en te voldoen aan de politiek-maatschappelijke vraag naar zichtbaarheid en bekendheid van de boa’s. Een verdere groei van deze unit kondigt zich aan.
De hoofdvraag van dit rapport formuleren we als volgt: Hoe is de gemeentelijke veiligheidstaak georganiseerd, hoe verhoudt dit zich tot de lokale problematiek en op welke punten behoeft de veiligheidsorganisatie dientengevolge (verder) te worden ontwikkeld in de periode tot en met 2030? De volgende deelvragen worden beantwoord: 1. Wat is bekend over de lokale (gemeentelijke) veiligheidssituatie en welke trends tekenen zich daarbij af tot en met 2030? 2. Hoe verhoudt deze lokale (on)veiligheid zich tot: a. De formatie, taakverdeling en beleidsmatige en operationele inspanningen van de gemeentelijke veiligheidsorganisatie? b. De bestuurlijke en ambtelijke visie op veiligheid als onderdeel van de algemene ontwikkeling van Vlaardingen tot en met 2030? 3. Wat valt, meer in het bijzonder, te zeggen van de verhouding tussen aan de ene kant het werkaanbod en de beleidsambities, en aan de andere kant de taakuitoefening door 2
toezichthouders en buitengewone opsporingsambtenaren (domein 1) van de unit Toezicht & Handhaving? 4. Welke conclusies aanbevelingen kunnen (op basis van bovenstaande vragen) worden geformuleerd? Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we verschillende activiteiten uitgevoerd. Het belangrijkste waren de gesprekken met ambtenaren/ professionals, werkzaam binnen het team Openbare Orde & Veiligheid. We hebben twaalf vraaggesprekken gevoerd, met in totaal 23 respondenten: de burgemeester; de gemeentesecretaris; de teammanager; de unitleider Veiligheid en de unitleider T&H; een ambtelijk ondersteuner; drie beleidsadviseurs; twee juristen; vijf medewerkers van de unit T&H; en zeven medewerkers van de unit OOV. Daarnaast spraken we (in het kader van een lopend onderzoek naar veiligheid in de Westwijk) met twee andere medewerkers van de unit Veiligheid. De tekst-passages (in hoofdstuk 4) die we (mede) op basis van die gesprekken hebben geschreven, hebben we persoonlijk voorgelegd aan deze ambtelijke professionals. Op de gehele concepttekst hebben we, ter controle op feitelijke onjuistheden, feedback ontvangen. Voorts hebben we documenten bestudeerd en in open bronnen gezocht, zoals het dashboard Zicht op ondermijning, politieregistraties, de Veiligheidsmonitor en mediaberichten.
Tot slot hebben we - ten behoeve van een beknopte benchmark wat betreft Toezicht & Handhaving - per mail en telefoon contact gehad met leidinggevende veiligheidsambtenaren van de gemeenten Schiedam en Roosendaal. 1.2
Veiligheidsbeleid
In december 2023 heeft de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsplan voor de periode van 2024 tot en met 2027 vastgesteld (verder: IVP), met vijf prioriteiten: 1. 2. 3. 4. 5.
Versteviging van de aanpak van ondermijning Intensivering van de aanpak van woonoverlast Versterking van de samenwerking tussen zorg en veiligheid, met focus op jongeren Waarborging van de digitale veiligheid Aanpak van de problematiek rond arbeidsmigranten.
Het IVP beschrijft en beargumenteert wat de belangrijkste trends zijn in de lokale veiligheidssituatie, gebaseerd op lokale kennis en registraties. Ook worden organisatorische randvoorwaarden benoemd. Dat past bij de onderzoeksopdracht die de directie – in november 2023; een maand voor het vaststellen van het IVP – geeft aan de teammanager OOV/T&H, namelijk om via een reorganisatie de ambtelijke veiligheidsorganisatie toekomstbestendig te maken. Het IVP sluit aan op het Stedelijke programma veiligheid en op de hoofdvraag van dit rapport. Er bestaat in Vlaardingen reeds een ontwikkeling om de veiligheidsorganisatie steeds beter af te stemmen op de aard en omvang van de onveiligheid in de stad. Het valt op dat de gemeenteraad daar waarde aan hecht, invloed op uitoefent en een vinger aan de pols houdt. Deze in gang gezette ontwikkeling is gunstig, al is de Vlaardingse veiligheidsorganisatie bezig is met een onvoltooide (want doorgaande) ontwikkeling én inhaalslag. De opdracht om de huidige unit T&H kwantitatief en kwalitatief te ontwikkelen springt daarbij in het oog, zo blijkt uit het Versterkingsplan ‘Openbare orde & veiligheid. Beter, bekender en bereikbaarder’ (verder: Versterkingsplan). 1.3
Aanpassingen in de veiligheidsorganisatie
De positionering van Openbare Orde en Veiligheid in de ambtelijke organisatie van de gemeente Vlaardingen is in de afgelopen jaren aangepast. De belangrijkste veranderingen worden beschreven in 3
het ‘Inrichtingsplan Openbare Orde & Veiligheid’ (verder: Inrichtingsplan) uit juni 2024. Op 30 november 2023 gaf de ambtelijke directie opdracht om onderzoek te doen naar de meest passende organisatorische inrichting van het team Toezicht & Handhaving. Die opdracht werd verstrekt aan de (waarnemend) manager van dit team én van het team Openbare Orde & Veiligheid. Op dat moment waren die teams bij twee verschillende directies ondergebracht. Het Inrichtingsplan opteert voor een reorganisatie, met als kern daarvan de samenvoeging van de twee genoemde ‘oude teams’ in één team Openbare Orde & Veiligheid (verder: team-OOV). Dit is gerealiseerd per 1 januari 2025. Aan het hoofd van het nieuwe team staat een teammanager, met daar direct onder twee unitleiders. Die unitleiders geven leiding aan de twee oude teams die nu elk een unit worden: de unit Toezicht & Handhaving (verder: unit-T&H) en de unit Veiligheid. De invulling van de functie van unitleider vergt formatieve uitbreiding. Dat geldt ook voor de aanstelling van een extra coördinator binnen de unit-T&H; er was slechts één coördinator en dat leverde een veel te grote span of control op. Per december 2025 bedraagt de totale formatie van het team-OOV in totaal 62,61 fte. De formatie van de unit Veiligheid komt (inclusief de Stadsmarinier) uit op 26,61 fte en die van de unit-T&H op 27,0 fte.
Op teamniveau zijn de teammanager en de twee unitleiders gepositioneerd, plus drie beleidsadviseurs en drie procesregisseurs; in totaal 9,0 fte. Die procesregisseurs maken werk van prioriteiten in het Integraal Veiligheidsplan: woonoverlast, ondermijning en zorg en veiligheid. Zie tabel 1.1. Met deze totale formatie - dus 62,61 fte - is het team-OOV binnen de gemeente Vlaardingen het team met duidelijk het meeste personeel. Tabel 1.1: Formatie en functies van het OOV-team per december 2025 Formatie
Functies
Dec. 2025 Formatie op teamniveau 9,0 fte
Teammanager (1 fte) | Unitleiders (Veiligheid en T&H) (2 fte) Beleidsadviseurs (3 fte) | Procesregisseurs (3 fte) Formatie unit Veiligheid
25,61 fte
Coördinator vergunningverleners (1 fte) | Vergunningverleners (4,89 fte) | Evenementencoördinator (1 fte) | Juristen en juridisch medewerker (4 fte) | Procesregisseur jeugd (1 fte) | Dataanalist (1 fte) | OOV-medewerker (1 fte) BRP-toezichthouder (1 fte) | Bibob-coördinatie (1 fte) | Coördinatoren Interventieteam (2 fte) | Administratief medewerkers (3,83 fte) Trainee digitale veiligheid (1 fte) | Stagiair (0,89 fte) Inhuur: Toezichthouder woonfraude (1 fte) | BRP-toezichthouder (1 fte)
1 fte
Stadsmarinier (1 fte) Formatie Unit Toezicht & Handhaving
27,0 fte
Coördinatoren (2 fte) Wijk-boa’s (16 fte), waarvan > 14 fte ingezet in dienstrooster > 2 fte ingezet bij Interventieteam Gebiedsgerichte inzet in de Westwijk: > Jeugd-boa’s (2 fte) > Toezichthouders Westwijk (2 fte) Toezichthouders algemeen (3 fte) Medewerkers fietsenstalling (2 fte)
62,61 fte
4
1.4
Leeswijzer
Direct na dit hoofdstuk worden in de samenvatting de hoofdconclusies gepresenteerd. Hoofdstuk 2 gaat over de unit T&H. Daarna wordt in hoofdstuk 3 beredeneerd welke minimale personele inzet nodig is binnen deze unit. Vervolgens gaat hoofdstuk 4 in op de (negen) medewerkers op teamniveau en op de unit Veiligheid. Hoofdstuk 5 presenteert de aanbevelingen. In een deelrapportage (in de bijlage) wordt de veiligheidssituatie in Vlaardingen beschreven, met aandacht voor de verhoudingen tussen zogenoemde ‘objectieve’ en ‘subjectieve’ veiligheid.
5
Samenvatting We formuleren zes hoofdconclusies: 1. Wij zijn al met al onder de indruk geraakt van de stappen die de laatste jaren, sinds 2022, gemaakt zijn in Vlaardingen op het gebied van gemeentelijk veiligheidsbeleid en van de werking van de ambtelijke veiligheidsorganisatie. Er is - met een impuls door de samenvoeging van ‘Openbare orde en veiligheid’ en ‘Toezicht en handhaving’ tot één team Openbare Orde & Veiligheid (verder: OOV-team) - een organisatie gekomen die beschikt over een mix van professionele kwaliteiten en die ‘ervoor gaat’: a. Er zijn enkele ronduit steekhoudende notities (o.a. het IVP, het Inrichtingsplan en het Versterkingsplan) gemaakt die duidelijk aangeven wat er gedaan en gewenst wordt. Deze stukken waren en zijn belangrijk voor de reorganisatie en/of het functioneren van het OOV-team. b. Op belangrijke en/of niet eenvoudig in te vullen functies (bijvoorbeeld juristen, beleidsadviseurs, regisseurs en leidinggevenden) is het gelukt capabele professionals aan te trekken en in te passen. Het OOV-team beschikt bijna louter over ‘eigen mensen’. Dat geeft stabiliteit, helpt bij de interne en externe netwerkvorming en het is doelmatig (weinig externe inhuur). c.
Door een goede mix van professionele persoonlijkheden in het OOV-team wordt een hands-on-instelling (de schouders eronder op korte termijn) gecombineerd met de nodige aandacht voor beleidsmatige en politiek-bestuurlijke aspecten van de gemeentelijke veiligheidstaak. d. Veiligheidsambtenaren ondersteunen het bestuur en de directie met adviezen; die adviezen worden gewaardeerd en, omgekeerd, werkt de steun en sturing door de burgemeester stimulerend voor ambtenaren. e. Sturing en coördinatie worden gekoppeld aan inhoudelijke kennis en drive. Dat lijkt gewoon, maar ontbeert vaak genoeg in een ambtelijk apparaat; de gesprekken en geschreven stukken getuigden voortdurend van een oriëntatie op inhoud en daarmee op feitelijke problemen in de stad. De gemeenteraad dringt daar ook op aan en dat laat zich voelen in het OOV-team. f. Het OOV-team werkt volop samen met interne en externe partners, zowel beleidsmatig als operationeel. g. Met een gegroeide maar zeker niet volgroeide organisatie wordt door drie leidinggevenden, zes medewerkers (beleidsadviseurs en juristen) en het OOV-team (in december 2025 met een formatie van 35,61 fte) zo goed als mogelijk geanticipeerd en gereageerd op situaties van onveiligheid en criminaliteit. Tegelijkertijd wordt invulling gegeven aan langdurige beleidsopdrachten, bijvoorbeeld veilig wonen en ondermijning.
Ondanks een aanzienlijke personele groei sinds 2022 (van 15,72 fte naar 35,61 fte) wordt dit team overvraagd door het werkaanbod dat schuilt in de (trend van de) Vlaardingse veiligheidssituatie (zie conclusie 2). Op het dossier ‘Veilig wonen’ is recent besloten tot uitbreiding van de unit Veiligheid met 6 fte. h. De versterking van de unit Toezicht & Handhaving is in gang gezet (sinds 2022 groeide de formatie met 6 fte), maar dit team wordt overspoeld door urgent werkaanbod (meldingen) en gegronde politiek-maatschappelijke verwachtingen omtrent lokale aanwezigheid.
6
2. Naast inzet en in gang gezette versterking zien we tegelijkertijd dat de opgave waarvoor Vlaardingen zich gesteld weet op het gebied van openbare orde en veiligheid groot is en verder is gegroeid sinds 2022. De veiligheidsorganisatie weet en ziet ook steeds beter wat er speelt in de stad; door haar inzet en actie (bijvoorbeeld door het energieke Interventieteam) én door de meldingsbereidheid van heel wat Vlaardingers. Op de volgende gebieden is sprake van een toename van de veiligheidsproblemen en/of (tot 2030 of 2034) van een forse en blijvende veiligheidsopgave: a. Drugs-gerelateerde criminaliteit, met doorwerking in het leefklimaat, onder meer via actieve werving van drugsklanten, door rekrutering van (ook jonge) uitvoerders en door investeringen of pronken met drugsgeld. b. Drugsmisdaad is verweven met andere misdaad, zoals witwassen, geweld, wapenbezit en verdachte investeringen. c. Het dossier ‘Veilig wonen’ heeft en houdt grote betekenis in Vlaardingen. Het gaat om woonoverlast, woonfraude en in feite brede woonproblematiek. Bijvoorbeeld gedateerde woningen, illegaal wonen en overtreding van talrijke woonwetten. In het oog springen grote aantallen (roulerende) arbeidsmigranten die sober of onwettig worden gehuisvest. Vooralsnog groeit het aantal arbeidsmigranten dat in de regio werkt en woont. d.
De overlast op straatniveau en in wooncomplexen is toegenomen in de stad en is geconcentreerd in verschillende (kwetsbare) wijken (of buurten) en in het centrum; het betreft alcohol, drugs, woonoverlast, dakloosheid en problemen van en door personen met onbegrepen gedrag. e. Er is een blijvende verschuiving van politie naar gemeente wat betreft toezicht en handhaving. Zowel bij regulier toezicht (preventieve aanwezigheid, aanspreekbaarheid) als bij controles en in reactie op overlast en/of overtredingen. f. Vlaardingen is geconfronteerd met enkele energievretende casus, in het bijzonder de reeks aanslagen met explosieven. Door sociaaleconomische en fysieke kwetsbaarheden én door inmiddels gewortelde woonpraktijken en (drugs)misdaad, zal het OOV-team geconfronteerd blijven worden met kleine en grotere casus die vragen om onmiddellijk optreden en stevige personele inzet (kwantitatief en kwalitatief). g. Het aantal evenementen groeit, net als allerhande beroeps- en bezwaarzaken. Dit vergt de nodige ambtelijke inspanningen. 3. De unit T&H kampt met hoge verwachtingen die vastlopen op organisatorische en personele knelpunten. Dit wordt onderkend in het Versterkingsplan en in onze gesprekronde; er wordt geconstateerd dat jarenlange verwaarlozing dient te worden bijgebogen naar kwantitatieve en kwalitatieve groei.
Overigens wordt door de nadruk op noodzakelijke versterking soms onderschat dat de unit-T&H ook beschikt over sterkhouders: uitvoerders en leidinggevenden die zich flexibel tonen en/of sterk hebben ontwikkeld als (young) professional. Personele uitbreiding is noodzakelijk omdat er de facto slechts 16 boa’s beschikbaar zijn, waarvan er 14 kunnen worden ingeroosterd, o.a. vanwege de structurele inzet van twee boa’s bij het Interventieteam(zie tabel 1.1). Dit botst hard met het werkaanbod en het blijft ver achter bij het aantal ‘straat-boa’s’ in de sterk vergelijkbare stad Schiedam (28 fte). Ook heeft Schiedam nog vijf vaste boa’s en negen toezichthouders ten behoeve van twee Interventieteams (woonoverlast en ondermijning). Er bestaat in Vlaardingen een sterke politiek-maatschappelijke behoefte om het toezicht en de handhaving te versterken; meer zichtbare boa’s, ook op zondag en met wijkgerichte inzet en taken. Uitbreiding van de boa-
7
formatie is noodzakelijk in de komende jaren. Daarbij is doortastendheid en behoedzaamheid geboden; kwaliteit en maatwerk gaan boven snelheid (zie aanbevelingen). 4. De gewenste en beredeneerde uitbreiding van de formatie van de unit-T&H met 22 fte (met name, boa-capaciteit) betreft het noodzakelijke (zie hoofdstuk 2 en de vijf aangegeven stappen in hoofdstuk 3). Het is niet bedoeld om nieuwe taken op te pakken, maar vooral om te kunnen doen wat op de unit afkomt en wat politiek-maatschappelijk wordt gevraagd met betrekking tot wijkgerichtheid en zichtbare aanwezigheid. Het is feitelijk nodig om een been bij te trekken na jarenlange onder-bemensing en overvraging. 5. De komende maanden en in 2026 komen verschillende forse veranderingen en projecten op het team-OOV af. De implementatie daarvan vraagt een stevige tijdsinvestering van de leiding en van veel medewerkers. Dit brengt risico’s en veel extra werk met zich mee. De implementatie zal met frictiekosten gepaard gaan. Belangrijke voorbeelden zijn (dit is geen uitputtende lijst): a. De overgang van het uitkijken van alle camerabeelden (nu in Rotterdam) naar de eigen organisatie in Vlaardingen. b. Het herorganiseren van het parkeertoezicht, mogelijk met integratie van personeel dat dit uitvoert. c. Het goed organiseren van zowel de intake als het uitzetten van de dagelijkse meldingen (ruim 10.000 op jaarbasis). d.
Het werven en inwerken van nieuwe boa’s en coördinatoren, inclusief de daarbij passende hervormingen, zoals een andere inroostering en de kans om hierbij gebruik te maken van vier dienstploegen en om uit te zoeken hoe precies gestalte wordt gegeven aan wijkgericht boa-werk (zie aanbevelingen). e. Het inpassen van het extra personeel (6 fte) binnen de unit Veiligheid op het dossier Veilig wonen ten behoeve van brede controles, plus het organiseren van de samenwerking hierbij met de (meer monodisciplinaire) controles van BWT (waar vier formatieplaatsen bijkomen). f. Het kanaliseren van de portefeuille-overdracht naar de nieuwe burgemeester plus het ondersteunen van de collegevorming in 2026 en de daaraan verbonden (her)formulering van de stedelijke veiligheidsstrategie. 6. De inbedding van het veiligheidsbeleid is thans vooral bestuurlijk stevig verankerd, maar de organisatorische positionering is relatief beperkt of ‘licht’ ten opzichte van: 1.) de huidige en vooral toekomstige formatie van het OOV-team (in feite te groot voor een team); en 2.) de politiek-maatschappelijk betekenis van veiligheid in Vlaardingen. De afgelopen jaren was met name de burgemeester trekker en aanjager. Er wordt bij grote en middelgrote gemeenten steeds meer een koers uitgezet waarbij de hoogste ambtenaar op dit thema deel uitmaakt van de concerndirectie of van het managementteam.
Dat ontlast ook tot op zekere hoogte de burgemeester in zijn rol als trekker. Een dergelijke ontwikkeling achten wij ook voor Vlaardingen goed mogelijk; het valt serieus te overwegen door de grote groei en politiekmaatschappelijke betekenis van veiligheid in Vlaardingen.
8
2.
Toezicht en handhaving: kwantitatieve en kwalitatieve groei gevraagd
Inleiding Hoofdstuk 2 en 3 gaan over de unit T&H en over de werkzaamheden die de medewerkers verrichten. Er is wat dat betreft één rode draad: de uitvoerders en coördinatoren worden (ruimschoots) overvraagd door het werkaanbod en door de politiek-maatschappelijke behoefte omtrent de inzet en prestaties van geüniformeerde boa’s en toezichthouders. Paragraaf 2.1 presenteert de huidige personele samenstelling van de unit T&H. Paragraaf 2.2 gaat in op algemene én Vlaardingse trends die ertoe leiden dat meer en meer wordt gevraagd van toezichthouders en handhavers. Paragraaf 2.3 beschrijft de knellende grenzen waar de unit T&H mee te maken krijgt. Paragraaf 4.4 is een korte afsluiting 2.1
Sinds 2022: formatie en enige uitbreiding
De formatie van de unit T&H komt in 2022 uit op 22 fte en ligt in december 2025 op 27 fte. De formatieve groei bestaat uit een extra boa in januari 2022 (1 fte), twee jeugdboa’s in de Westwijk per augustus 2024, een coördinator (vanuit de boa-poule aangesteld) in januari 2025 en tot slot een extra toezichthouder voor de Westwijk. Bij het opstellen van dit rapport is de personele samenstelling van de unit daarmee als volgt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Coördinatoren: 2 fte Wijkboa’s: 16 fte Jeugdboa’s: 2 fte Toezichthouders algemeen: 3 fte Toezichthouders Westwijk: 2 fte Medewerkers fietsenstalling: 2 fte.
Als bij deze formatie rekening wordt gehouden met de structurele inzet van twee boa’s voor het Interventieteam, dan kunnen ten behoeve van het semicontinu rooster maximaal 14 boa’s (14 fte) worden ingeroosterd. Zie tabel 2.1 voor de T&H-formatie. Tabel 2.1: Formatie van de unit T&H 20221
December
Functies
2025 (Unit)
21,0 fte
27,0 fte
T&H
Coördinatoren (2 fte) Wijk-boa’s (16 fte), waarvan > 14 fte ingezet in dienstrooster > 2 fte ingezet bij Interventieteam Gebiedsgerichte inzet in de Westwijk: > Jeugd-boa’s (2 fte) > Toezichthouders Westwijk (2 fte) Toezichthouders algemeen (3 fte) Medewerkers fietsenstalling (2 fte)
Overig
Eén administratief medewerker, ondergebracht bij unit Veiligheid, werk hoofdzakelijk voor Toezicht & Handhaving.
1
Bij ingang Coalitieakkoord 2022-2026.
9
2.2
Toezicht en handhaving in Vlaardingen: veeleisende trends en omstandigheden
2.2.1
Algemene trends
a. De taken van geüniformeerde boa’s zijn door de jaren heen uitgebreid. De belangrijkste basistaak is toezicht en handhaving in het publieke domein. Dit omvat onder andere optreden tegen overlast (bijvoorbeeld vuurwerk, jeugdoverlast of overlast van daklozen), de opruim- en aanlijnplicht van honden, fout geplaatste objecten, toezicht op het verkeer (bijvoorbeeld helmplicht, op de stoep rijden met fiets, fat bike of scooter) en reageren op meldingen. Er zijn specialistische taken bijgekomen, zoals inzet bij gerichte (integrale) jeugdaanpak, inzet tijdens horeca-avonden, controleren op vergunning-voorwaarden bij evenementen en inzet bij allerhande controles. Bijvoorbeeld horeca-controle, BRP-controle en controles van het Digitaal opkopers register. Boa’s worden - door het Interventieteam ingezet bij controles bij de ondermijningsaanpak en in het kader van woonoverlast. b. De politie bakent haar taken af in reactie op overvraging. Daardoor komen meer werkzaamheden en meer meldingen terecht bij gemeentelijke boa’s en toezichthouders. Ook de lokale aanwezigheid op straat, in wijken, wordt meer en meer een boa-taak. Wijkagenten hebben structureel (te) weinig tijd om op straat te surveilleren en al doende met burgers te spreken. Wat dit betreft wordt steeds meer gerekend op (wijk-)boa’s. c.
Doordat boa’s en toezichthouders op straat werken en optreden bij overlast, krijgen ze te maken met overlast-gevende personen. Daarbij stuiten ze ook en vaker op personen die zich ‘lastig’, agressief en/of onvoorspelbaar gedragen, zoals de categorie personen met ‘onbegrepen gedrag’ en jongeren die frequent de orde verstoren en er niet van gediend zijn als ze worden aangesproken. Dit vergt training, professionals en beschikbare back up; van collega-boa’s en van politiemensen. d. Er is door gemeenten geïnvesteerd in boa-capaciteit; de formatie is gegroeid en in absolute zin gaat het in grote en middelgrote gemeenten om een aanzienlijk aantal formatieplaatsen. Toch geldt vaak: schijn bedriegt. Namelijk als onvoldoende rekening wordt gehouden met enkele bijzondere werkomstandigheden van gemeentelijke handhavers en toezichthouders, te weten: o o
o
o
In veel diensten worden boa’s als een dienstkoppel ingezet. Dat heeft grote gevolgen voor het inroosteren; twee boa’s treden vaak op als één (koppel). De werktijden zijn veel ruimer dan de zogenoemde kantooruren, want er wordt gewerkt op de avonden en op weekenddagen (thans in Vlaardingen op zaterdag). In Vlaardingen wordt gewerkt in een semi-continu rooster, met twee diensten: van 08:00 tot 17.30 uur en van 13:30 tot 23.00 uur. Er is een pilot geweest in de zomermaanden, met boa-inzet op vrijdag en zaterdag tot en met 01:00 uur. De bekwaamheden en vaardigheden van boa’s dienen op peil te blijven en dat resulteert in noodzakelijke trainingen en opleidingen: de Permanente Her- en Bijscholing (PHB) en de RTGB-trainingen voor de inzet van geweldsmiddelen. Hier komen - vanwege de toename van de specialistische taken - aanvullende trainingen bij. Bijvoorbeeld voor de omgang met jongeren, ter voorbereiding op wijkgerichte taken, over het opstellen van bestuurlijke rapportages, over het signaleren van mogelijke ondermijning en/of over het uitvoeren van bestuurlijke controles.
10
Het bovenstaande leidt ertoe dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de bruto beschikbare boa-capaciteit en de netto inzetbaarheid. De VNG (2025, p. 24) rekent met circa 1.364 productieve werkzame uren op jaarbasis voor een boa bij een 36-urige werkweek (fulltime).2 2.2.2 De Vlaardingse behoefte aan meer boa-inzet en -zichtbaarheid De bovengenoemde algemene patronen tekenen zich af in Vlaardingen. Er zijn echter patronen en omstandigheden waardoor de behoefte aan meer inzet, zichtbaarheid en prestaties van boa’s in Vlaardingen urgent en bovengemiddeld is: a. Sinds een jaar of vijf à zes gaan de overlast, de criminaliteit, de vastgoed-problematiek (woon-overlast, woonfraude), dakloosheid en/of de onveiligheidsgevoelens in Vlaardingen over een drempel heen (zie bijlage 1). Er is mede daardoor behoefte aan meer gemeentelijk blauw op straat en om meer “zichtbaarheid”. b. Bewoners en ondernemers tonen zich meldingsbereid, getuige zo’n 10.100 meldingen die Toezicht en handhaving kreeg te verwerken in 2024.3 De gemeente legt de drempels om te melden zo laag mogelijk, getuige onder meer (reclame voor) de Buiten Beter-app en Meld een Vermoeden-app. Dit hoge aantal meldingen zorgt voor werkdruk bij de unit T&H; om te selecteren, uit te zetten en af te handelen.
Er is een continue meldingenstroom die op een hoog peil ligt voor de huidige ‘roosterbare’ boa-capaciteit om deze af te handelen; 14 fte. c. In de Vlaardingse Westwijk wordt onder de vlag van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid langdurig geïnvesteerd in verbetering van de wijk. Dit gebeurt met fysieke (sloop, nieuwbouw) en sociale investeringen, alsook met een gezamenlijke aanpak van onveiligheid. Daarbinnen wordt het zogenoemde project Preventie met Gezag specifiek gericht op de aanpak van jeugdoverlast en -criminaliteit (tot en met 27 jaar). Met extra personele inzet wordt actie ondernomen, onder meer door inzet van jongerenwerk en van wijk-gebonden jeugdboa’s (2 fte) en toezichthouders (2 fte). d. De wijkgerichte inzet van boa’s en toezichthouders komt tegemoet aan een breder gevoelde behoefte in Vlaardingen, namelijk de gebiedsgerichte inzet van ‘gekende’ en ‘zichtbare’ (wijk)boa’s. Een pilot met een voltijds beschikbare wijk-boa (vrijgemaakt uit het semi-continu rooster) voor het centrum werd enthousiast ontvangen door inwoners en ondernemers; het voorziet daar in een behoefte. Er wordt door respondenten gepleit voor de inzet van een wijk-boa in elke wijk. Op basis van een pilot in het bijzondere centrum valt niet meteen te concluderen of dat dit een boa dient te zijn die volledig uit het semicontinu-rooster wordt getild. e.
Er is in de zomermaanden een pilot georganiseerd met een late avonddienst. Op vrijdag en zaterdag werden twee koppels (dus vier boa’s) ingezet van 15:30 tot 01:00 uur. Respondenten vinden dat dit in de zomer - met horecabezoek, evenementen en (soms veel) mensen op straat – nuttig en logisch is, omdat het inspeelt op het (ritme van het) stadsleven. In andere maanden zien zij de noodzaak niet, omdat het dan rustiger is op straat.
2
Exclusief verlofdagen en ziektedagen. Bij gebrek aan goede screening is het precieze aantal niet bekend. Er kunnen bijvoorbeeld dubbele meldingen zijn via verschillende kanalen of herhaalde meldingen als een situatie (bijvoorbeeld een fietswrak) niet is opgelost. 3
11
f.
2.3
In het kader van city marketing, en in de nasleep van 750 jaar Vlaardingen, worden meer evenementen opgezet, ook verspreid over een langere periode. Die evenementen hebben ook op zondag plaats. Dat vergt toezicht en handhaving. Dat geldt sowieso (dus los van evenementen) voor de zondagen, omdat de winkels open zijn en dit mensen trekt. Ook hier zou inzet van boa’s aansluiten op het ritme van de stad en op een publieke behoefte. Op dit moment werken boa’s niet standaard op zondagen; wel als dit nodig is vanwege een evenement. Dit valt lastig in te roosteren en gaat ten koste van de personele inzet op andere momenten. Hoge verwachtingen en knellende grenzen
De unit T&H kampt met hoge verwachtingen die vastlopen op organisatorische en personele knelpunten. Er wordt onderkend dat verbetering noodzakelijk is in het zogenoemde Versterkingsplan ‘Openbare orde & veiligheid. Beter, bekender en bereikbaarder’ beschrijft de hoofdlijnen van een in gang gezette inhaalslag. In de gespreksronde wordt geconstateerd dat de ontwikkeling van T&H in feite jarenlang heeft stilgestaan. Dit kwam tot uiting in verouderde middelen (gedateerde auto’s en fietsen, versleten uniformen) en in achterstanden bij het trainen en opleiden van boa’s, waardoor bijvoorbeeld noodzakelijke certificaten niet werden behaald. Het Versterkingsplan is een startpunt en pleidooi voor een langdurige opdracht om de kwaliteit van T&H te verbeteren, zodat de stad dit merkt. Op verschillende onderdelen was haast geboden om vooruitgang te realiseren. Dit heeft geresulteerd in een inhaalslag op verschillende punten, zoals: ▪ ▪ ▪
▪
▪
Er zijn nieuwe voertuigen gekocht, met de moderne (landelijke) striping. Er zijn acht nieuwe elektrische fietsen gekocht. Er zijn bodycams in gebruik genomen, als extra hulpmiddel om situaties met agressie en geweld te kunnen beheersen. Dit is een aanvulling op andere veiligheidsmiddelen: kogel- en steek-werende vesten, handboeien en portofoons, zo nodig voor direct contact met de meldkamer van de politie. Er is meer aandacht gekomen voor het bijscholingsprogramma; planning van tijdige trainingen, bewaken van de voortgang en samenwerking met de politie, onder meer bij het trainen van professionele standaards bij interventies. Nieuwe huisvesting voor het gehele team, waarbij de stad en de twee units dicht bij elkaar zitten. De fysieke ruimte van de boa’s en toezichthouders is wel krap bemeten.
Er zijn ook maatregelen in gang gezet. Een belangrijk punt betreft digitalisering van het registratiesysteem (City Control) en van het boeteproces. Het Versterkingsplan ademt realisme, want het laat zien dat er veel dient te gebeuren om de ambities in de praktijk te kunnen brengen. De huidige toezichthouders en boa’s worden chronisch overvraagd. Deze paragraaf gaat eerst in op enkele bijzondere omstandigheden in Vlaardingen en daarna op (andere) knelpunten. 2.3.1 Knellende bijzonderheden In de gespreksronde wordt gewezen op enkele bijzondere knelpunten in het functioneren van T&H, namelijk: a. Het schaal 8-besluit. In 2022 had het de gemeente Vlaardingen dringend behoefte aan nieuwe boa’s. Daartoe waren vacatures uitgezet voor allround-boa’s in salarisschaal 7, maar het lukte niet om deze in te vullen. Dat was en is een breder (landelijk) probleem: de vraag naar gemeentelijke boa’s is groter dan het aanbod. Er werd voor een bijzondere oplossing gekozen. De geworven boa’s kregen schaal 8, ook als ze over weinig of geen ervaring beschikten. Dit werd gelijkgetrokken met zittende schaal 7-boa’s; zij werden ook in 12
salarisschaal 8 geplaatst.4 De Vlaardingse schaal 8-boa’s worden ingezet als generalistische boa’s die surveilleren en reageren op meldingen. In het gebruikelijke ‘functiehuis’ krijgen wijk-boa’s of senior boa’s schaal 8 en generalistische boa’s schaal 7. In Vlaardingen was schaal 8 geen beloning voor bewezen diensten of voor extra taken en verantwoordelijkheden. Sinds januari 2025 worden nieuw aangenomen allround-boa’s (die meedraaien in het semicontinurooster) in schaal 7 geplaatst. b. Het bovenstaande leidt tot een bijzondere situatie: op de personeelslijst staan ‘16 fte wijkboa’s, terwijl Vlaardingen (buiten de pilot in het centrum) geen enkele wijk-boa heeft. In het verleden waren wel wijken toebedeeld aan boa’s, maar dit werd onmogelijk door de meldingen- en rooster-druk. Verschillende boa’s proberen, in de reguliere diensten, nog wel extra alert te zijn op hun oude wijk en onderhouden daar in enige mate opgebouwde contacten. c. Er bestaat ongenoegen op de werkvloer vanwege ‘achterstallig onderhoud’. Het Versterkingsplan wijst op verouderde middelen, een slechte fysieke werkomgeving, veel handmatige werkzaamheden, achterstand bij het opleidingsprogramma en een tekort aan operationele en tactische sturing en steun. De bovengenoemde inhaalslag heeft gezorgd voor verbetering. De voornemens en inspanningen om de boa-kwaliteit te verbeteren, leiden deels ook tot onzekerheid.
Medewerkers vragen zich af wat de gewenste kwaliteitsslag voor hen zal betekenen. Het Versterkingsplan (p. 6) hanteert klare taal: “De kwalitatieve ontwikkeling van het team (…) is (…) een speerpunt. Daarbij hoort ook de andere kant: lukt het ondanks hulp en begeleiding niet om mee te komen? Dan helpen we iemand om een andere werkomgeving te vinden die beter past”. d. Onder de schaal 8 boa’s bestaan verschillen wat betreft leeftijd, ervaring, loopbaan-pad en door de jaren heen – op straat of in opleidingen – opgebouwde en geëtaleerde kwaliteiten. Hoe dit precies zit, wordt voor ons niet duidelijk in een gespreksronde. Deels was of is individuele begeleiding nodig ter verbetering, al zijn er ook boa’s die zich vakmatig goed hebben ontwikkeld. e. De twee coördinatoren binnen de unit T&H worden overvraagd. Toch is pas in 2025 een tweede coördinator aangesteld. De span of control is nog te groot, met de operationele formatie van 25 fte (zie hoofdstuk 3). Er zijn diensten waarbij geen enkele coördinator in dienst is. Om dit op te vangen werd tot voor kort een boa aangewezen als ‘dagverantwoordelijke’ of ‘avond-verantwoordelijke’ ten behoeve van coördinatie. Die boa heeft echter geen formele positie en wordt op dat moment deels onttrokken aan de operatie. Sinds kort wordt elke dienst een boa aangesteld als Backoffice centralist.
Dit is een noodgreep, bij gebrek aan voldoende coördinatie en aan een backoffice die onder andere meldingen weegt en uitzet. f.
De coördinatoren hebben het door een optelsom van redenen nog drukker dan redelijkerwijs valt te verwachten op basis van de huidige operationele formatie: o
4
Hoewel de operationele formatie van de unit T&H 25 fte bedraagt, is uiteindelijk slechts 14 fte beschikbaar om in te delen in het semicontinu rooster. Tabel 2.1 geeft duidelijk aan dat er 16 boa’s zijn waarvan er twee structureel worden ingezet bij het Interventieteam. Het overige uitvoerende personeel is geen boa.
Dit is in januari 2023 per brief bekendgemaakt aan de medewerkers.
13
o
o
o
2.3.2
Bij werkpieken (bijvoorbeeld een evenement op zondag), bij trainingen of opleidingen in diensttijd, bij een actie op straat en/of bij ziekteverzuim dienen de coördinatoren te ‘jongleren’ om het dienstrooster te vullen. Regelmatig moeten ze daartoe bellen met boa’s en hen overreden om een dienst te wisselen. Er is al lang geen roostersysteem, waardoor dienstroosters handmatig moe(s)ten worden opgemaakt. Dit wordt onderkend (in het Versterkingsplan). Er is een roosterprogramma ingekocht en er wordt getracht dit in te voeren. Er is echter geen planner beschikbaar die dit programma kan gebruiken. Vanwege de (politieke) wens dat T&H bereikbaar is buiten kantooruren (als het KIC is gesloten) zijn de coördinatoren (of de boa die optreedt als stand-in) als pilot (van zes maanden) telefonisch bereikbaar voor spoedmeldingen: op weekdagen van 17:30 tot 22:00 uur en op zaterdag van 08.00 uur tot 23.00 uur. Het is een extra belasting.
De rek is er (al jaren) uit
a. De toezichthouders en boa’s in Vlaardingen zijn door een optelsom van omstandigheden fors belast en inmiddels is de rek er (al jaren) uit: de unit T&H wordt overvraagd. De coronacrisis was veeleisend, al geldt dat ook door het dagelijkse werkaanbod vanwege (meer) meldingen, allerhande overlast en regelovertredingen. In de Westwijk wordt langdurig voorzien in gebiedsgebonden taken (twee jeugdboa’s en twee toezichthouders) en in het centrum gebeurde dit in 2025 tijdelijk, als pilot. Er is een politieke vraag naar meer wijkgerichte inzet van boa’s. b. Het is voor de unit T&H onvoldoende mogelijk drie hoofdtaken te combineren: 1.) het organiseren van dagelijkse surveillance door de stad, inclusief het reageren op (burger)meldingen; 2.) wijk- of gebiedsgebonden aanwezigheid en inzet; en 3.) een zekere specialisatie op taken of doelgroepen, zoals het uitvoeren van controles (met het Interventieteam) of aandacht voor jongeren (jeugd-boa’s). Het is goed - zo benadrukken operationele respondenten - om te beseffen dat alle drie de activiteiten, op een eigen manier, bijdragen aan de politiek-maatschappelijke gewenste ‘bekendheid’ en ‘bereikbaarheid’. c. Om bekendheid en bereikbaarheid te bewerkstellingen is een flexibele personele inzet en flexibele ‘geest’ nodig van T&H, zodat de aanwezigheid en werkwijzen als het ware het ‘ritme van de stad’ volgen.
Dat kan door dáár aanwezig te zijn waar er werkaanbod is. Dus aanwezigheid op tijden en locaties waar: a.) (veel) mensen aanwezig zijn; en b.) waar problemen vallen te verwachten. Dit vergt een uitgekiende informatie- en ervaringsgestuurde inzet. Om dit te kunnen bewerkstelligen is in Vlaardingen meer T&H-personeel nodig. Met de huidige capaciteit botsende bestaande verwachtingen: de wens dat boa’s op straat lopen en fietsen om direct aanspreekbaar te zijn en bekend te raken versus de wens dat snel (per auto) en daadkrachtig wordt gereageerd op meldingen om zo bereikbaar, zichtbaar en klantgericht te zijn. d. Om de semicontinu-roosters te kunnen vullen werd regelmatig een beroep gedaan op de flexibiliteit van boa’s. Bijvoorbeeld bij het wisselen van diensten. Uit de gespreksronde blijkt dat tegenover het beeld van boa-flexibiliteit ook wordt gewezen op starre operationele gedragspatronen. Bijvoorbeeld niet of nauwelijks gemotiveerde weerstand tegen surveillance te voet of op de fiets.
14
e. De boa-formatie telt (ook) sterkhouders, dat wil zeggen flexibele medewerkers en/of medewerkers die zich professioneel (kwalitatief) hebben ontwikkeld. Bijvoorbeeld jong binnengekomen en dubbel volwassen geworden: als persoon en vakmatig, met een scala aan opgedane ervaringen tijdens het werk (ook in samenwerking met de politie of door inzet bij het Interventieteam) en via opleidingen. Deze categorie wijst in zekere zin de weg voor de toekomstige ontwikkeling van de unit T&H (ze belichamen de beoogde ‘versterking’): na de werving veel leren tijdens het werk (learning on the job) en breed inzetbaar worden, met de optie na verloop van tijd op onderdelen te specialiseren of meer verantwoordelijkheden te krijgen. Het zou logisch zijn als deze krachten in schaal 7 starten, met de kans door te groeien naar een schaal 8-boa. f.
Een belangrijk operationeel en tactisch knelpunt is de niet goed georganiseerde triage van de vele meldingen; het beoordelen, selecteren en ‘afboeken’ of uitzetten naar boa’s of toezichthouders van de vele duizenden losse meldingen; circa 10.100 in 2024. Gemiddeld dus ongeveer dertig per dag. De gespreksronde wijst op de volgende knelpunten: o o o
o
De meldingen komen langs verschillende kanalen5 binnen en daarvan dient handmatig een overzicht te worden gemaakt. Doordat meldingen via verschillende kanalen binnenkomen zijn er dubbele meldingen; het feitelijke aantal ‘unieke’ meldingen is daardoor niet bekend. Er is niet voorzien in personeel (functies) of een backoffice waar de meldingen bijeen worden gebracht, worden gewogen en worden uitgezet. Dit ligt nu versnipperd in handen van de twee coördinatoren, een Backoffice centralist en/of een administratief ondersteuner. Deze medewerkers dienen dit te doen tussen andere (drukke) werkzaamheden door. Dit is kwetsbaar. Het wegen en beoordelen van meldingen vergt professionele know how, om te kunnen beoordelen wat een passende reactie is.
g. Door de werk- en rooster-druk kent Vlaardingen in de praktijk al jaren geen wijk-boa. Politiekmaatschappelijk wordt daar wel om gevraagd: een gekende en gecommitteerde boa op wijkniveau. In juni 2025 is in het centrum, als pilot, een wijk-boa aangesteld die daartoe uit het semicontinu-rooster werd gehaald. Dit beviel goed bij bewoners en ondernemers. De evaluatie van deze pilot (p. 8) concludeert “(…) dat een wijk-boa effectief inzetbaar is voor de gehele stad”. In hoofdstuk 3 gaan we uit van de aanstelling van wijk-boa’s, als onderdeel van de toekomstige unit T&H. Dit dient aan te sluiten op andere boa-taken en het dient te passen bij het wijk-gebonden werkaanbod. h. In hoeverre is een verbeterslag noodzakelijk, omdat zittende boa’s of toezichthouders mogelijk niet zijn opgewassen tegen hun taak? Er zijn in de afgelopen jaren individuele trajecten opgestart. Dit heeft onder meer geleid tot uitstroom (o.a. herplaatsing binnen de gemeente) en enkele medewerkers transformeerden van boa in toezichthouder. In welke mate dergelijke problemen zich vandaag de dag nog voordoen valt in een korte
5
Het gaat om de volgende ‘meld-kanalen’: het Klant informatiecentrum (KIC) van Burgerzaken, via whatsapp (De Buiten beter-app en de Meld een Vermoeden-app), vanaf de straat via boa’s of toezichthouders (zogenoemde “zelfconstateringen”, inclusief meldingen die burgers mondeling op straat plaatsen), via de politie (“vanwege onderbezetting bij de politie”) en per telefoon. Wat dit laatste betreft; tijdens ons veldwerk (november 2025) dient de unit T&H - als ‘telefoon-pilot’ - na sluiting van het KIC bereikbaar te zijn (van maandag tot en met vrijdag) tussen 17:30 en 22:00 uur. Plus op zaterdag, van 08.00 uur tot 23.00 uur.
15
gespreksronde voor ons niet te beoordelen. We houden er daarom geen rekening mee bij de zoektocht naar de gewenste ondergrens van de T&H-formatie in Vlaardingen. 2.3.3
Parallelle trajecten: camerabeelden uitkijken en parkeerhandhaving
a. Op dit moment verzorgt de gemeente Rotterdam het live uitkijken van het cameratoezicht in de eigen stad en - tegen betaling - voor verschillende gemeenten, waaronder Vlaardingen. Dit uitkijkcentrum is niet meer toereikend en de gemeente Rotterdam heeft besloten tot de bouw van een nieuw centrum. Daarnaast is een indexering uitgevoerd van de kosten die de gemeente Rotterdam maakt ’per uitgekeken camera’. De slotsom is dat de gemeente Rotterdam per 1 januari 2026 een ongeveer vier keer hoger tarief zal rekenen. Vanwege deze forse kostenstijging onderzoekt de gemeente Vlaardingen de mogelijkheid om intern een uitkijkcentrum te organiseren of om dit uit te besteden, dus bij een externe partij uit te besteden. Op dit moment gaat de voorkeur uit naar een ‘eigen’ uitkijkcentrum. b. Bij de Voorjaarsnota 2025 is toegezegd te onderzoeken of de samenwerking met P1 – ten behoeve van de parkeerhandhaving in Vlaardingen - kan worden ‘uit-gefaseerd’. Dit onderzoek brengt de financiële, organisatorische en operationele gevolgen in kaart indien parkeerhandhaving (deels) wordt overgenomen door de gemeente Vlaardingen. Daarnaast wordt onderzocht onder welke voorwaarden inzet van een scanvoertuig mogelijk is en in hoeverre middelen die dan beschikbaar komen herverdeeld kunnen worden ten behoeve van de algemene gemeentelijke boa-capaciteit en -werkzaamheden.
Er wordt rekening gehouden met het scenario dat er een aantal formatieplaatsen bijkomt binnen de unit T&H ten behoeve van parkeerhandhaving. Het voornemen bestaat om dit per 1 augustus 2026 gereed te hebben. 2.4
Tot slot
De ‘Waan van de dag’ laat zich steeds voelen: een werkvoorraad met meldingen, problemen om het dienstrooster te vullen, extra inzet bij evenementen, invulling geven aan pilots (de wijk-boa in het centrum; telefonische bereikbaarheid), zoveel mogelijk lopen en fietsen, personeel leveren aan het Interventieteam (op zich leerzaam en nuttig) en verplichte trainingen en opleiding. De continue druk vanwege onveiligheid in de stad én vanwege talrijke interne knelpunten verhinderde een lange termijnperspectief. Dat is nodig om ruimte te scheppen voor de kwalitatieve ontwikkeling van het personeel en voor het organiseren van de noodzakelijke randvoorwaarden. Het Versterkingsplan laat zien dat het OOV-team hiervan is doordrongen. De gewenste kwaliteit leveren zal echter onvoldoende mogelijk zijn zonder meer personele capaciteit; dat is een must en komt aan bod in het volgende hoofdstuk.
16
3
Toezicht en handhaving: zoeken naar de ondergrens
Inleiding In dit hoofdstuk beredeneren we wat - qua personele bezetting - minimaal nodig is of lijkt om de basis op orde te brengen binnen de unit T&H. Het betreft een redenering en geen rationele rekensom met slechts één uitkomst. Paragraaf 3.1 treft vergelijkingen tussen Vlaardingen en andere gemeenten, met name Schiedam. Paragraaf 3.2 zoekt in vijf stappen naar de gewenste ondergrens van de T&Hformatie. Paragraaf 3.3 is een korte afsluiting. 3.1
Vergelijkenderwijs
We vergelijken de beschikbare capaciteit qua boa’s (en toezichthouders) in Vlaardingen met die in enkele andere gemeenten of gemeente-categorieën. Dit verschaft de nodige inzichten, al stuit het ook op problemen. Ten eerste vallen gemeenten moeilijk te vergelijken op basis van enkele kenmerken, zoals het inwonertal. Ten tweede hebben veel meer gemeenten dan Vlaardingen geconstateerd dat de beschikbare capaciteit voor toezicht en handhaving tekortschiet.6 In tal van gemeenten is de kwantitatieve en kwalitatieve groei in gang gezet of wordt dit overwogen, maar is dit zeker niet volbracht. Door al deze dynamiek is een vergelijking slechts een momentopname, waarbij nauwelijks een standaard valt te bepalen vanwege de thans vaak knellende capaciteit, afgezet tegen het werkaanbod en de (stijgende) politiek-maatschappelijke verwachtingen. De volgende drie vergelijkingen geven een indruk van de situatie en personele krapte in Vlaardingen: 1. Landelijke gegevens (VNG-rapport uit 2025) 2. Schiedam 3. Roosendaal. Ad 1.) Landelijke gegevens (VNG-rapport uit 2025) Het VNG-rapport ‘Handhavingsbeleid & uitvoeringsplan’ (2025) presenteert gegevens op basis van een enquête onder gemeenten; 159 van de 342 gemeenten werkten mee. Het rapport zet op een rij wat het gemiddelde aantal ‘handhavers’ is, per gemeentecategorie, afgezet tegen het inwonertal: ▪ ▪ ▪
50 tot 100 duizend inwoners: 100 tot 300 duizend inwoners: meer dan 300 duizend inwoners:
1 handhaver op 4.900 inwoners 1 handhaver op 3.800 inwoners 1 handhaver op 1.650 inwoners.
In Vlaardingen wonen op 1 januari 2025 precies 77.382 bewoners. Dat komt - gebaseerd op 16 voltijds boa’s (14 in het dienstrooster en twee in het Interventieteam) - uit op 1 boa per 4.836 inwoners. Dat past qua inwonertal bij de bovenstaande gegevens. De Vlaardingse capaciteit blijft wel achter bij gemeenten met meer dan 100.000 inwoners; het is ook veel minder dan gemeenten met meer dan 300.000 inwoners. De Vlaardingse veiligheidsproblematiek heeft echter (groot)stedelijke kenmerken. Mede daarom blijven dit soort algemene gegevens een wankele basis om vergelijkingen te treffen wat Vlaardingen betreft. Wel kan in algemene zin worden gesteld dat heel wat grote(re) gemeenten al een inhaalslag hebben gemaakt wat betreft toezicht en handhaving. Terwijl die in middelgrote gemeenten, zoals Vlaardingen, vaker in de kinderschoenen staat. Ad 2.) Schiedam Schiedam telt 82.018 inwoners en ligt ingeklemd tussen Rotterdam en Vlaardingen. Schiedam kent 6
Zie bijvoorbeeld rapporten over Hoorn (Van der Torre, 2021), de stad Groningen (Van der Torre en Tops, 2022) en de rest van de provincie Groningen (Van der Torre e.a., 2023), de gemeente Leeuwarden (Van der Torre, Tops en Jongepier, 2023) en de rest van provincie Fryslân (Van der Torre e.a., 2024) en acht gemeenten in de Achterhoek (Van der Torre en Jongepier, 2025).
17
net als Vlaardingen - (groot)stedelijke onveiligheid, getuige bijvoorbeeld deelname aan het Nationaal programma Leefbaarheid en Veiligheid en het programma Preventie met Gezag. Beide gemeenten krijgen te maken met stevige drugsmisdaad en met stevige huisvestings-vraagstukken en -problemen vanwege grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten. Kortom, de twee ‘oude steden’ vallen goed met elkaar te vergelijken. De personele samenstelling van het team Toezicht & Handhaving van de gemeente Schiedam is als volgt: ▪ ▪ ▪
▪
▪
Een teamleider. Een administratief ondersteuner (1 fte); dit wordt uitgebreid met een centralist ten behoeve van het afhandelen van meldingen. Vijf coördinatoren (schaal 10; 5 fte); er zal een zesde coördinator worden aangesteld. Ze zijn belast met overleg, grote evenementen en de coaching en aansturing van de vier dienstploegen en van de boa’s die daarbinnen actief zijn. De boa-formatie in het T&H-team bedraagt 28 fte; er zijn in november 2025 twee vacatures. De boa’s worden allemaal ingeroosterd in een volcontinu-rooster én ze zijn tevens aangewezen als wijk-boa of jeugdboa’s. Idealiter is daarbij de werkverdeling 80 procent voor de wijk of de jeugd en twintig procent meldingen. Die verdeling wordt niet gehaald door het hoge aantal meldingen; circa 11.500 in 2024. Er bestaat wel tevredenheid over de combinatie van inroostering en wijk-boa. De boa’s zijn ingedeeld in vier dienstploegen. Het grote voordeel is dat de boa’s elkaar “door en door” kennen; de vier ploegen (vier keer 7 boa’s) zijn de basis voor de inroostering. Elke ploeg telt één senior boa in schaal 8 (1 fte) en zes boa’s in schaal 7. De rooster- en werktijden zijn in Schiedam als volgt van maandag tot en met zaterdag: een dagdienst (07.30 uur tot 16:30 uur) en een avonddienst (14.00 tot 23.00 uur). Op zondag wordt gewerkt van 10.00 tot 19.00 uur.
Het uitgangspunt is dat er steeds één ploeg in dienst is; van zeven boa’s.
En verder: ▪
Schiedam beschikt over een interventieteam Woonoverlast met 10 formatieplaatsen (1 coördinator in schaal 10 en negen toezichthouders in schaal 8) en een Interventieteam Ondermijning met zes formatieplaatsen (1 coördinator, 1 senior boa schaal 9 en vier boa’s in schaal 8). Het T&H-team hoeft dus geen boa-capaciteit te leveren, zoals de inzet van 2 boa-fte in het Vlaardingse Interventieteam. De hoge inschaling van de Schiedamse ondermijningsboa’s valt op.
Schiedam telt dus 28 ‘reguliere’ boa’s binnen het T&H-team. Dat komt neer op 1 boa per 2.929 inwoners. Als we dit vergelijken met Vlaardingen trekken we van de beschikbare boa-formatie (18 fte) de 2 fte af die constant wordt geleverd aan het Interventieteam. Uitgaande van 16 fte, beschikt Vlaardingen over 1 boa op 4.836 inwoners; dat is véél minder dan in Schiedam. Als de vijf Vlaardingse toezichthouders bij de 16 fte boa-capaciteit worden opgeteld, ligt de score nog steeds ruim onder die van Schiedam: 1 op 3.385 inwoners.
Verder valt, op hoofdlijnen, het volgende op als Schiedam en Vlaardingen worden vergeleken: ▪
Schiedam telt duidelijk (veel) meer coördinatoren dan de twee in Vlaardingen, namelijk vijf (dit wordt uitgebreid naar zes). Dat is thans 1 Schiedamse coördinator op 5,6 boa’s. In Vlaardingen is de span of control veel groter: 1 coördinator op 9 boa’s of op 12,5 uitvoerders, als de vijf toezichthouders worden meegerekend. 18
▪
▪ ▪ ▪
De Vlaardingse unit T&H kent geen ‘eigen’ administratieve ondersteuning; de 3,83 fte ondersteuning is onderbracht bij de unit Veiligheid en 1 fte daarvan is beschikbaar voor de unit T&H. Toezicht & Handhaving in Schiedam beschikt over eigen administratieve ondersteuning (1 fte) en werft een centralist (1 fte). De diensten duren in Schiedam 9 uur en in Vlaardingen 9,5 uur, met de dienstploeg als basis voor het rooster. Schiedam maakt onderscheid tussen schaal 7-boa’s en schaal 8-boa’s; schaal 8 is een beloning en schept verantwoordelijkheden binnen het team en binnen de dienstploeg. De Schiedamse ondermijningsboa’s (actief in het Interventieteam) zijn hoog ingeschaald: schaal 8 voor een boa en schaal 9 voor een senior boa.
Ad 3.) Roosendaal Roosendaal is een Brabantse gemeente, op korte afstand van de Belgische grens en met een historie van drugsoverlast en -criminaliteit. De gemeente telt 78.084 inwoners en is (net als Vlaardingen en Schiedam) een zogenoemde Preventie met Gezag-gemeente, met Rijksgelden voor een gebiedsgerichte aanpak van criminaliteit door jongeren in de leeftijd tot en met 27 jaar. Roosendaal telt 23 boa-formatieplaatsen, waarvan twee vacatures en waaronder een toezichthouder kamerverhuur. Die laatste trekken we van de boa-formatie af; 22 boa-fte komt in Roosendaal neer op 1 boa per 3.549 inwoners; duidelijk meer dan Vlaardingen (1: 4.836) en minder dan Schiedam (1: 2.929). Er zijn vier sturende professionals aangesteld: twee coördinatoren en twee senioren. Als we strikt naar de coördinatoren kijken is de verhouding 1 op 11,5 boa’s. Tegenover 1 op 12,5 uitvoerders in Vlaardingen. Als ook de twee senioren tot de leiding in Roosendaal worden gerekend, pakt de verhouding (heel) anders uit: 1 coördinator of senior op 5,8 boa’s. Vlaardingen telt een grote boacategorie in schaal 8 die op papier gelijkwaardig is, dus zonder formeel aangewezen senioren. Het team handhaving in Roosendaal heeft een eigen ‘administratief medewerker’ (1 fte); de unit T&H in Vlaardingen beschikt daar niet over, al wordt gebruikgemaakt van administratieve professionals van de unit Veiligheid.
In Roosendaal is ook een adviseur handhaving aangesteld 3.2
De Vlaardingse situatie: uitbreiding en stroomlijning gevraagd
Welke formatie van de unit T&H past bij de Vlaardingse situatie? Die vraag is relevant, maar valt niet volledig te beantwoorden in een beknopt onderzoek. Wel kan worden gezocht naar de ondergrens. Wat is of lijkt minimaal nodig, met inachtneming van het werkaanbod, ambtelijke wensen en politiekmaatschappelijke vragen en behoeften? Ook het beantwoorden van die vraag is geen harde wetenschap; uiteindelijk vergt het politiek-bestuurlijke afwegingen. Deze paragraaf is een professioneel-kwalitatieve redenering die helpt bij die afweging. Het is dus niet bedoeld als blauwdruk. We bouwen de redenering stapsgewijs op. Daarbij gaan we er net als de VNG (2025) vanuit dat een voltijds aangestelde boa, met een 36-urige werkweek, netto 1.364 uren per jaar valt in te zetten (‘in te roosteren’). Stap 1 We rekenen met het behoud van de volgende personele inzet: − − −
Gebieds-gebonden formatie/ inzet in de Westwijk, namelijk twee jeugdboa’s en twee toezichthouders. Daarnaast telt de formatie drie toezichthouders ‘algemeen’ en twee medewerkers van de fietsenstalling. Inzet van twee boa-formatieplaatsen op jaarbasis ten behoeve van het Interventieteam.
19
Stap 2 Dit betreft de inroostering van boa’s in het semicontinu-rooster, met als kerntaken: meldingen afhandelen en algemeen toezicht en handhaving, gericht op de tijden en locaties waar dat nodig is. We hanteren het volgende uitgangspunt: om de zichtbaarheid en bereikbaarheid te vergroten, wordt eerst deze boa-capaciteit uitgebreid. Het vergt (vanwege de schaarste aan boa’s op de arbeidsmarkt), zo veronderstellen wij, minimaal twee jaren om dit te realiseren. De meldingen en de standaard-aanwezigheid in de stad gaan qua prioriteit voor ten opzichte van de wens om wijkboa’s aan te stellen. Het reageren op meldingen en basis-inzetbaarheid door de stad zijn een must. Als de onderstaande ondergrens is gerealiseerd, dient te worden gekozen (of uitgeprobeerd) hoe wijk-boa’s worden aangesteld. Zie stap 3 en aanbevelingen. We rekenen met: − − −