Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Ruimte in begrotingssaldo Het begrotingssaldo (na ombuigingen) in 2024 bedraagt, vooral dankzij een meevallende meicirculaire 2023, afgerond € 1,2 miljoen positief. Door de resterende € 100.000 niet in te vullen met maatregelen, maar ten laste te brengen van het begrotingssaldo daalt het resultaat in 2024 naar € 1,1 miljoen positief. Invulling ombuigingen vanaf 2025 Indien gekozen wordt voor deze invulling op korte termijn, dan bedraagt het begrotingssaldo in 2024 zo’n € 1,1 miljoen (voordelig). Het traject naar de Kadernota en meerjarenbegroting 2025-2028 kan dan gebruikt worden om, in afstemming met de gemeenteraad, fundamentele keuzes te maken voor de invulling van de resterende ombuigingen van € 2 miljoen in 2025 en € 4,5 miljoen structureel. Een structureel bedrag van € 4,5 miljoen is voor Vijfheerenlanden veel geld. Geld waar nu belangrijke en nuttige dingen voor gedaan worden. Dit betekent dat wanneer een dergelijk bedrag moet worden omgebogen, dat dit niet zonder ingrijpende en pijnlijke keuzes kan. Vooruitlopend op de afstemming met de gemeenteraad ziet het college daarbij een aantal uitgangspunten: Uitgangspunt 1: Hoe je het ook wendt of keert, ombuigingen gaan altijd ergens pijn doen. Wanneer een ombuigingsvoorstel een specifieke groep (kwetsbare) inwoners treft, kijken we naar mogelijkheden om de gevolgen hiervan voor hen te beperken.
Dit kan betekenen dat een beperkt deel van de besparing hiervoor wordt vrijgemaakt.
49
Uitgangspunt 2: Wij zijn een betrouwbare overheid. Dat betekent concreet dat onderwerpen waarbij toezeggingen zijn gedaan of verwachtingen zijn gewerkt bij inwoners, participatiegroepen en maatschappelijke partners in beginsel doorgang zullen vinden. Uitgangspunt 3: We zijn terughoudend in bezuinigingen op het sociaal domein. Zo geven we uitvoering aan de motie die bij de behandeling van de Kadernota is vastgesteld en die opriep om niet te bezuinigen op minimabeleid en armoedebeleid. Wel gaan we onderzoeken hoe de beschikbare middelen gerichter kunnen worden ingezet zodat de schaarse middelen terecht komen bij de mensen die dit het hardste nodig hebben. Uitgangspunt 4: Er is grote behoefte aan nieuwe woningen in alle kernen van onze gemeente. Hierop blijven wij inzetten. De € 80 miljoen investeringsruimte bestemmen we voor co-financiering van investeringen die een voorwaardenscheppend karakter hebben voor onze woningbouwopgave. Uitgangspunt 5: Wat we nu al goed doen hoeft niet nog beter of kan mogelijk een stukje minder/goedkoper worden uitgevoerd. Hierbij denken we concreet aan versobering op het gebied van openbare ruimte, veiligheid en dienstverlening. Uitgangspunt 6: Een deel van de extra inkomsten die het gevolg zijn van de groei van ons inwonersaantal is benodigd voor het dekken van de kosten van deze groei (inwonerbijdragen, areaal, beroep op voorzieningen).
Hiervan zetten we 50% in voor kwaliteitsverhogende investeringen. De overige 50% moet nog een invulling krijgen. Uitgangspunt 7: Niet alleen geld is schaars, maar ook de ambtelijke capaciteit. Dit betekent dat nieuwe investeringen niet bovenop de bestaande werkvoorraad komen maar realistisch in de tijd worden gepland. Dit betekent dat nieuwe zaken op zijn vroegst vanaf 2027 leiden tot aanvullende kapitaallasten. De bovenstaande uitgangspunten vormen het startpunt voor een bespreking, zonodig aanvulling en aanscherping in de discussie met de gemeenteraad, en vaststellen voor uitwerking in de begroting 2025. Bij de bespreking van de Kadernota 2024 is door de gemeenteraad al een aantal onderwerpen aangegeven waarop niet bezuinigd mag worden. Graag halen we in aanloop naar de Kadernota 2025 ook de suggesties op vanuit de gemeenteraad voor zaken waarop naar hun mening wel bezuinigd kan worden.
50
Algemene dekkingsmiddelen en overhead Inleiding Gemeenten geven hun geld uit aan een breed scala aan beleidsterreinen, variërend van bijvoorbeeld onderwijshuisvesting, tot het beheer van de openbare ruimte of de jeugdzorg. Voor een goede aggregatie en vergelijking tussen gemeenten zijn bij de laatste wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording Gemeenten en Provincies (BBV) gemeenten verplicht voorgeschreven ‘taakvelden’ gedefinieerd. Deze indeling in (hoofd)taakvelden is de gemeente verplicht te hanteren voor de informatieverstrekking via de zogenaamde “IV3” aan bijvoorbeeld het CBS. Gemeenten zijn wel vrij om zelf een eigen invulling aan het programmaplan te geven door middel van een programma-indeling die overeen komt met de eigen gemeentelijke beleidsvelden. Enige restrictie hierbij is dat gemeenten er voor moeten zorgen dat de administratie zodanig is ingericht dat de informatieverstrekking richting bijvoorbeeld het CBS aan de wettelijke eisen voldoet. Wij hanteren de programma indeling zoals deze is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 september 2022.
De navolgende onderwerpen worden in het programmaplan in een afzonderlijk hoofdstuk in beeld gebracht, maar zijn formeel geen onderdeel van een programma: • de algemene dekkingsmiddelen; • de kosten van overhead; • de onvoorziene uitgaven (en andere stelposten, taakstellende bezuinigingen, begrotingsruimte e.d.); • en het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting. Het zijn in feite algemene lasten en dekkingsmiddelen van de gemeente die betrekking hebben op alle programma’s/beleidsvelden van de gemeente. Deze algemene lasten en baten betreffen de gemeente als geheel en zijn niet aan een specifiek programma of beleidsveld toe te rekenen. Hierna gaan we afzonderlijk in op deze algemene dekkingsmiddelen, kosten van overhead en bedragen voor onvoorziene uitgaven, stelposten, vennootschapsbelasting en eventuele besparingen door taakstellingen en bezuinigingen. We beginnen met qua omvang de belangrijkste: de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn gemeentelijke inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dat betekent dat de gemeente deze vrij kan besteden (in tegenstelling tot de specifieke dekkingsmiddelen). Bij de algemene dekkingsmiddelen (en hierop betrekking hebbende uitgaven) gaat het om: 1. Algemene belastingen 2. Algemene uitkering en overige uitkeringen 3. Dividend 4. Saldo financieringsfunctie 5.
Overige algemene dekkingsmiddelen.
51
Ad 1. Algemene belastingen (taakveld 0.6 heffingen) Algemene belastingen zijn heffingen waarvan de besteding van de opbrengst niet gebonden is. Daarbij gaat het om de OZB, parkeerbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting. De kosten voor heffing en inning van deze heffingen worden als lasten in het overzicht meegenomen. Deze belastingen zijn onder de volgende verplichte taakvelden gerubriceerd: 0.61 OZB-woningen, 0.62 OZB-niet woningen, 0.63 Parkeerbelastingen en 0.64 Belastingen, overig. In de paragraaf Lokale Heffingen wordt onder andere op de financiële aspecten en de tarieven voor 2024 uitgebreid ingegaan. We verwijzen u hiervoor naar deze paragraaf.
Ad 2. Algemene uitkering en overige uitkeringen (taakveld 0.7 Algemene uitkering) De qua omvang belangrijkste uitkering die de gemeente van het Rijk ontvangt is de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Gemeenten hoeven zich niet te verantwoorden over de besteding van de Algemene uitkering richting het Rijk en kunnen deze, met inachtneming van wet- en regelgeving, vrij besteden aan taken die het Rijk heeft opgedragen of aan eigen beleid. Ad 3. Dividend (taakveld 0.5 treasury) Dividend is een vergoeding die wordt uitbetaald aan aandeelhouders. De gemeente Vijfheerenlanden heeft aandelen in Oasen, Bank Nederlandse Gemeenten en Stedin. Ad. 4 Saldo van de financieringsfunctie (taakveld 0.5 treasury) Dit is het verschil tussen de toegerekende rekenrente aan de programma’s en de werkelijk betaalde rente over de lang- en kortlopende leningen. Ad. 5 Overige algemene dekkingsmiddelen (taakveld 0.8 overige lasten en baten) Onder het taakveld overige lasten en baten is de post voor onvoorziene uitgaven geraamd. Overzicht van algemene dekkingsmiddelen
Overzicht van algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027
OZB, woningen OZB, niet-woningen Parkeerheffingen Precarioheffing Reclamebelasting Toeristenbelasting Uitvoeringskosten heffingen en belastingen Algemene uitkering uit het Gemeentefonds Dividenden Saldo van de financieringsfunctie Post voor onvoorziene uitgaven Saldo
0
8.411 5.559 509 71 197 255 -435 103.103 409 115 -50
8.722 5.765 528 73 205 372 -435 113.149 409 551 -50
8.742 5.778 528 73 205 372 -435 115.065 409 73 -50
8.742 5.778 528 73 205 372 -435 112.374 409 -51 -50
8.742 5.778 528 73 205 372 -435 110.805 409 -63 -50
118.144
129.289
130.760
127.944
126.364
52
Overhead Overheadkosten zijn de kosten die samenhangen met bijvoorbeeld huisvesting, automatisering en de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Ze zijn niet direct toe te rekenen en maken daarom onderdeel uit van dit hoofdstuk. In de programma’s A tot en met E worden de kosten opgenomen van het primaire proces. De kosten moeten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken en activiteiten. Voor 2024 zijn de overheadkosten geraamd op € 29,6 miljoen. Deze kosten zijn als volgt onder te verdelen: Overzicht van overheadkosten (bedragen x € 1.000)
Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
Loonkosten en overige personele kosten Inhuur derden Materiële lasten huisvesting Automatiseringskosten Overig Saldo
0
Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027
13.975 1.897 2.091 3.636 1.061
16.793 1.779 2.227 3.518 5.216
16.834 1.779 2.348 3.844 5.730
16.407 1.779 2.451 3.850 6.352
16.487 1.779 2.545 3.741 6.354
22.660
29.533
30.535
30.839
30.906
Afwijkingen toegelicht De toename van de loonkosten komt vanuit de doorwerking van de laatst afgesloten CAO en, de verwachting voor de komende nog af te sluiten CAO. De overige kosten nemen met name toe doordat de investering in de organisatie, waartoe besloten in de Kadernota 2024, vooralsnog als een stelpost op deze plek is opgenomen. Na invulling van de investering, worden deze kosten verdeeld over de beleidsprogramma’s.
53
Overzicht van baten en lasten De programmabegroting 2024 sluit met een positief saldo van € 1,2 miljoen (na bestemming). Ook jaarschijven 2025 tot en met 2027 sluiten met positieve resultaten, hier zijn wel ombuigingen voor opgenomen in de begroting. De risico’s zijn voldoende afgedekt via de algemene risicoreserves. Bedragen x € 1.000
54
Programma
2024
2025
2026
2027
A Bestuur, dienstverlening en organisatie
E Ontplooiing
12.411 28.091 82.592 28.826 11.061
12.344 28.099 83.016 25.194 11.310
12.322 27.953 80.694 17.712 11.526
12.569 28.204 80.942 15.148 11.598
F Financieel gezond
35.967
36.514
34.888
32.447
Overhead
30.033
30.985
31.305
31.373
Treasury
4.434
4.579
4.723
1.891
Heffingen
506
506
506
506
Algemene uitkering
207
237
237
237
Economische zaken
1.527
1.528
1.249
1.249
Overige b aten en lasten
-740
-1.321
-3.133
-2.809
Subtotaal lasten
198.947
196.477
185.094
180.907
A Bestuur, dienstverlening en organisatie
E Ontplooiing
1.203 18.311 16.471 23.892 2.697
1.203 18.078 16.489 20.362 2.697
1.203 18.007 16.495 12.978 2.636
1.203 18.007 16.495 10.416 2.636
F Financieel gezond
129.540
B Beheer en gebruik openbare ruimte C Sociaal domein D Ruimtelijke ontwikkeling
B Beheer en gebruik openbare ruimte C Sociaal domein D Ruimtelijke ontwikkeling
132.394
133.995
131.120
Overhead
500
500
517
517
Treasury
2.524
2.191
2.210
2.199
Heffingen
15.379
15.413
15.413
15.413
Algemene uitkering
113.249
115.149
112.458
110.889
Economische zaken
743
743
522
522
0
0
0
0
194.968
192.824
182.439
178.296
Saldo van baten en lasten
-3.978
-3.653
-2.655
-2.611
Vennootschapsbelasting Onttrekking aan reserves
100 0 6.291
100 0 6.372
100 0 3.666
100 0 3.666
Resultaat na bestemming
2.213
2.619
911
955
Overige b aten en lasten
Subtotaal baten
Toevoeging aan reserves
55
Overzicht van incidentele baten en lasten Om te bepalen of er in de begroting en meerjarenraming sprake is van structureel evenwicht dient inzichtelijk gemaakt te worden welke incidentele baten en lasten de begroting en meerjarenraming bevat. In artikel 19, onderdeel c, van het BBV is daarom geregeld, dat de toelichting op het overzicht van baten en lasten ten minste een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma bevat. Bedragen x € 1.000
Programma
2024
2025
2026
2027
A Bestuur, dienstverlening en organisatie L: B: Bijdrage uit Algemene reserve B Beheer en gebruik van de openbare ruimte L: Aanpassing verkeersveiligheid Mr. Vosschool L: Verbetering fietsverkeer L: Risicoanalyse en uitvoerinsagenda verkeersveiligheid L: Verkeerscirculatie en parkeren L: Overige verkeersmaatregelen C Sociaal domein L: Uitbreiding capaciteit kinderopvang B: Bijdrage uit Algemene reserve D Ruimtelijke ontwikkeling L: Duurzaamheid B: Bijdrage uit Algemene reserve
15 50 10 180
26
300 -300
E Ontplooiing L: Onderzoek betonrot L: Tijdelijke huisvesting De Kandelaar en El Boukhari L: Onderzoek leegloop scholen F Financieel gezond L: Uitgave Wet goed verhuurderschap L: Financiën advies B: Overige salariskosten L: Agio herfinanciering, vervroegde aflossing B: Bijdrage uit reserve dekking kapitaallasten Saldo incidentele baten en lasten
12 38 -48 2.889 -2.889
2.832 -2.832
2.832 -2.832
273
0
10
0
56
Stelposten in de begroting In de begroting wordt gewerkt met een aantal stelposten. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen:
2024
1 Investering in organisatie, vanuit Kadernota 2024 2 Toekomstige prijsontwikkelingen 3 Oplossen klifjaar en opschalingskorting Gemeentefonds 4 Te realiseren ombuigingen 5 Kapitaallasten Investeringsagenda Vijfheerenlanden 6 Groei Algemene uitkering op grond van areaalontwikkeling 7 Onderuitputting BTW Compensatiefonds
2025
2026
2027
2.200.000 2.800.000 3.300.000 3.300.000 337.000 337.000 337.000 337.000 -4.934.000 -3.249.000 -1.100.000 -2.000.000 -4.500.000 -4.500.000 800.000 1.200.000 1.600.000 -649.000 -1.180.000 -1.915.000 -1.915.000 -912.000 -675.000 -675.000 -675.000
Ad 1: Deze stelpost bestaat uit nog toe te delen lasten die voortkomen uit de investering in de organisatie waartoe via de Kadernota 2024 is besloten om deze in de begroting op te nemen. Ad 2: Voor het opvangen van prijsontwikkelingen is een stelpost opgenomen. Dit wordt gedurende het jaar via de bestuursrapportages aangewend dan wel valt deze post vrij indien er een saldo wordt verwacht. Ad 3: Deze stelpost wordt gevormd door het nadeel dat gemeente Vijfheerenlanden ondervindt als gevolg van het zogenaamde klifjaar en de opschalingskorting, die vooralsnog een terugval in de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds betekenen. De stelpost wordt ingevuld door de komende jaren de positieve accressen in het Gemeentefonds hiermee te verrekenen. Ad 4: Dit betreft de ombuigingen zoals op basis van de Kadernota 2024 is verwerkt in deze begroting, aangevuld met de inzichten na vaststellen van de Kadernota. Dit is verder ook beschreven in het hoofdstuk Financieel perspectief. Ad 5: Voor het uitvoeren van de Investeringsagenda is een stelpost kapitaallasten opgenomen als dekking. Zolang er nog geen daadwerkelijk te activeren uitgaven zijn gedaan, valt (het saldo van) deze stelpost vrij gedurende het jaar. Voor 2024 is de stelpost al ingezet ten behoeve van het begrotingssaldo.
Ad 6: De komende jaren wordt er veel woningbouw gerealiseerd (2.000 woningen tot en met 2026) op basis van vastgestelde plannen. Dit leidt tot meer uitgave maar ook tot meer inkomsten. Per saldo verwachten we een positieve uitkomst. Dit is inmiddels al deels geëffectueerd. Ad 7: Het BTW Compensatiefonds (BCF) is een fonds waaruit gemeenten de betaalde BTW op overheidstaken kunnen declareren. Dit fonds wordt gevoed vanuit het Gemeentefonds. Als het fonds in enig jaar niet volledig wordt aangesproken ontstaat er onderuitputting. Het saldo wordt dan alsnog uitbetaald aan gemeenten via de Algemene uitkering. Gemeenten mogen een stelpost ter hoogte van de laatste gerealiseerde onderuitputting opnemen in de begroting. Dit doen wij voor het begrotingsjaar (2024) voor 100% en voor de jaren daarna vanuit een voorzichtigheidsprincipe voor 75%. Structureel begrotingssaldo De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. Met het opnemen van alleen een (verplicht) cijfermatig overzicht van incidentele baten en lasten ontstaat nog niet automatisch het inzicht of er sprake is van een structureel begrotings- of jaarrekeningsaldo. Door het betrekken van de eindcijfers uit het overzicht van incidentele
57
baten en lasten bij het begrotingssaldo met de cijfers uit het overzicht van de (totale) lasten en baten wordt inzicht gegeven in het begrotingssaldo. Bedragen x € 1.000
Presentatie van het structureel begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
Saldo van baten en lasten (incl. Vennootschapsbelasting) Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
-4.078 6.291
-3.753 6.372
-2.755 3.666
-2.711 3.666
Begrotingssaldo na bestemming
2.213
2.619
911
955
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)
273 2.486
0 2.619
10 921
0 955
Structureel begrotingssaldo
Mutaties reserves In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen weergegeven, onderverdeeld naar de Algemene reserve, bestemmingsreserves en (nog te realiseren) resultaten. Onder het resultaat zijn ook de begrotingssaldo’s opgenomen van deze meerjarenbegroting. De saldo’s worden in het jaar na realisatie toegevoegd aan de Algemene reserve. Bedragen x € 1.000
31-12-2022 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2025 31-12-2026 31-12-2027
Algemene reserve Bestemmingsreserves
-46.837 -29.621
-46.344 -23.994
prognose resultaat -76.458
-70.338
-46.162 -20.885
-45.980 -17.776
-45.844 -14.667
-45.708 -14.390
-2.113
-2.519
-811
-855
-69.160
-66.275
-61.322
-60.953
58
Overzicht van baten en lasten per taakveld Bedragen * € 1.000
2024 Lasten
2025
Baten
Lasten
2026
Baten
Lasten
2027
Baten
Lasten
Baten
0 - Bestuur en ondersteuning 0.1 - Bestuur
3.365 1.531 447 30.033 4.434 0 0 0 506 207 -740 100 0 0
0 1.055 412 500 2.524 8.722 5.765 528 364 113.249 0 0 6.291 0
3.365 1.531 442 30.985 4.579 0 0 0 506 237 -1.321 100 0 0
0 1.055 412 500 2.191 8.742 5.778 528 364 115.149 0 0 6.372 0
3.365 1.531 421 31.305 4.723 0 0 0 506 237 -3.133 100 0 0
0 1.055 327 517 2.210 8.742 5.778 528 364 112.458 0 0 3.666 0
3.612 1.532 421 31.373 1.891 0 0 0 506 237 -2.809 100 0 0
0 1.055 327 517 2.199 8.742 5.778 528 364 110.889 0 0 3.666 0
4.520 2.618
6 42
4.459 2.618
6 42
4.458 2.618
6 42
4.458 2.618
6 42
9.451 62 39 0 170
803 14 42 0 0
9.340 62 42 0 170
576 14 42 0 0
9.373 62 42 0 170
576 17 42 0 0
9.436 62 42 0 195
576 17 42 0 0
446 4.045 224 857
276 4.045 83 384
446 3.067 224 858
276 3.067 83 384
168 3.128 224 857
56 3.128 83 383
168 3.191 224 857
56 3.191 83 383
216 4.491 4.348
0 655 1.862
225 5.177 4.348
0 715 1.862
225 5.334 4.347
0 715 1.862
225 5.583 4.347
0 715 1.862
1.368 5.744 1.372 1.000 370 1.322 4.842
453 1.843 122 15 21 185 92
1.368 5.998 1.368 1.000 369 1.321 4.846
453 1.843 122 15 21 185 92
1.368 6.416 1.367 800 369 1.321 4.484
453 1.843 61 15 21 185 102
1.368 6.491 1.364 800 368 1.321 4.551
453 1.843 61 15 21 185 102
8.019 0 18.889 4.309 2.709 3.116 11.336 19.841 345 2.116
1.228 0 12.290 85 0 19 425 0 0 0
7.973 0 18.834 4.309 2.709 2.986 11.297 19.841 345 2.116
1.228 0 12.290 85 0 12 390 0 0 0
7.692 0 18.399 4.309 2.709 2.986 11.165 18.477 345 1.848
1.228 0 12.290 85 0 19 390 0 0 0
7.692 0 18.399 4.309 2.709 2.986 11.165 18.477 345 1.848
1.228 0 12.290 85 0 19 390 0 0 0
3.163 3.820 8.496 3.937 1.141
0 5.595 10.478 1.260 975
3.163 3.984 8.496 3.587 1.088
0 5.589 10.478 960 975
3.163 4.190 8.495 3.490 1.066
0 5.589 10.478 960 975
3.163 4.303 8.495 3.490 1.050
0 5.589 10.478 960 975
8.3 - Wonen en bouwen
2.688 14.587 3.148
147 14.587 3.818
2.687 12.334 3.097
147 12.334 3.818
2.687 4.889 3.097
147 4.889 3.818
2.686 2.264 3.097
147 2.264 3.818
Totaal
199.047
201.260
196.577
199.196
185.194
186.105
181.007
181.962
0.2 - Burgerzaken 0.3 - Beheer overige gebouwen en gronden 0.4 - Overhead 0.5 - Treasury 0.61 - OZB woningen 0.62 - OZB niet-woningen 0.63 - Parkeerbelastingen 0.64 - Belastingen overig 0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 - Overige baten en lasten 0.9 - Vennootschapsbelasting (Vpb) 0.10 - Mutaties reserves 0.11 - Resultaat van de rekening van baten en lasten 1 - Veiligheid 1.1 - Crisisbeheersing en brandweer 1.2 - Openbare orde en veiligheid 2 - Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 - Verkeer en vervoer 2.2 - Parkeren 2.3 - Recreatieve havens 2.4 - Economische havens en waterwegen 2.5 - Openbaar vervoer 3 - Economie
3.1 - Economische ontwikkeling 3.2 - Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 - Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen 3.4 - Economische promotie 4 - Onderwijs 4.1 - Openbaar basisonderwijs 4.2 - Onderwijshuisvesting 4.3 - Onderwijsbeleid en leerlingzaken 5 - Sport, cultuur en recreatie 5.1 - Sportbeleid en activering 5.2 - Sportaccommodaties 5.3 - Cultuur 5.4 - Musea 5.5 - Cultureel erfgoed 5.6 - Media 5.7 - Openbaar groen en (openlucht) recreatie 6 - Sociaal domein 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 - Wijkteams 6.3 - Inkomensregelingen 6.4 - Begeleide participatie 6.5 - Arbeidsparticipatie 6.6 - Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 - Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 - Maatwerkdienstverlening 186.81 - Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 - Geëscaleerde zorg 187 - Volksgezondheid en milieu 7.1 - Volksgezondheid 7.2 - Riolering 7.3 - Afval 7.4 - Milieubeheer 7.5 - Begraafplaatsen en crematoria 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.1 - Ruimtelijke ordening 8.2 - Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Saldo
-2.213
-2.619
-911
-955
59
Paragraaf Lokale heffingen Algemeen Lokale heffingen bestaan uit ten eerste algemene belastingen zoals de onroerendezaakbelasting en parkeerbelasting en bestemmingsbelastingen zoals afvalstoffenheffing en rioolheffing. De opbrengsten van de algemene belastingen mogen vrij worden besteed. Bestemmingsbelastingen dienen ter dekking van de kosten van beheer. Bij de retributies, zoals leges en lijkbezorgingrechten, is sprake van een individuele tegenprestatie op verzoek en mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak. Beleid lokale heffingen De belastingtarieven en het tarievenbeleid worden in de eerste raadsvergadering na de vaststelling van de begroting vastgesteld. Op die manier kunnen financiële of beleidsmatige keuzes die de raad maakt bij de behandeling van de begroting worden verwerkt in de tarieven. We passen voor de belastingopbrengsten een trendmatige verhoging van 3,7% toe. Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing hanteren we als uitgangspunt 100% kostendekkendheid. Voor 2024 wordt voorgesteld het tarief van de rioolheffing niet te verhogen. Het hieruit ontstane nadeel van € 544.000 wordt ten laste gebracht van de voorziening riolering. Daarmee is de exploitatie niet 100% kostendekkend maar met het betrekken van de voorziening rioolheffing kunnen we alsnog 100% kostendekkendheid realiseren.
Nadere analyse van de voorziening laat zien dat deze financiële ruimte er is. Het saldo van de voorziening wordt betrokken bij een bredere afweging over het dekkingsplan bij het nieuw op te stellen VGRP. Ten aanzien van de afvalstoffenheffing hanteren we een 100% kostendekkend tarief als uitgangspunt. We zien dat de uitvoeringskosten van het ophalen en verwerken van de afvalstromen meerkosten met zich meebrengen, met name als gevolg van inflatie/prijsstijgingen. Om een kostendekkend tarief te blijven voeren, zijn de tarieven aangepast met 6,5%. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden wordt € 439 en voor een eenpersoonshuishouden € 349. Voor inwoners met een minimum inkomen en weinig tot geen vermogen bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale belastingen. De voorwaarden worden door het Rijk bepaald. Kwijtschelding is een vorm van inkomensbeleid en voorbehouden aan het Rijk (art. 219, lid 2, Gemeentewet). De regels voor het toekennen van kwijtschelding zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. De gemeente Vijfheerenlanden hanteert de zogenaamde 100%-norm.
Dit betekent dat inwoners met een inkomen op of onder bijstandsniveau en een beperkt bedrag aan spaargeld in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten bepalen zelf of en voor welke belastingen kwijtschelding wordt verleend. Bij Vijfheerenlanden bestaat de mogelijkheid tot kwijtschelding van gemeentelijke heffingen voor afvalstoffenheffing en voor rioolheffing.
60
Overzicht tarieven Soort heffing Onroerende zaakbelasting Woningen: - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde Niet-woningen - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde - Gebruikersheffing in procenten van de WOZ waarde Afvalstoffenheffing - Éénpersoonshuishouden - Meerpersoonshuishouden Rioolheffing
2023
2024
0,0907
0,0905
0,2863 0,2234
0,2502 0,1704
328 412 194
349 439 194
Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB-tarieven 2024 worden geheven als percentage van de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2023. Bij de OZB-tarieven houden we rekening met de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Ook wordt rekening gehouden met de areaaluitbreiding en inflatiecorrectie. Bij het bepalen van het tarief wordt een correctie voor de waardeontwikkeling toegepast. Voor de tarieven van 2024 wordt vooralsnog rekening gehouden met een gemiddelde stijging van de WOZ-waarde van woningen van 2%. Voor de niet-woningen wordt geen rekening gehouden met een stijging. Omdat de opbrengst wordt geïndexeerd, zou een stijging van het tarief worden verwacht. Echter, in de begroting 2023 was ook uitgegaan van het niet stijgen van de waarde van niet-woningen. Deze stijging in 2023 is wel opgetreden. Hierdoor is ruimte ontstaan om het tarief iets te verlagen en toch de inkomsten op het gewenste niveau te krijgen. Voor 2024 is pas in november de exacte stijging bekend, omdat dan alle verkoopcijfers zijn geanalyseerd. In december worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld door de raad, deze kunnen daarom afwijken van de tarieven zoals in deze paragraaf zijn opgenomen. Afvalstoffenheffing De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald.
Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Rioolheffing Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Een gemeente kan rioolheffing heffen om deze zorgplicht te betalen (artikel 228a van de Gemeentewet). Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. De heffingsmaatstaf is het waterverbruik per categorie.
61
Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten
2024
(x1000)
Belastingen Onroerendezaakbelasting op woningen (eigenaren) Onroerendezaakbelasting op niet-woningen (eigenaren) Onroerendezaakbelasting op niet-woningen (gebruikers) Toeristenbelasting
2025
2026
2027
8.722
8.722
8.722
8.722
3.429
3.429
3.429
3.429
2.336
2.336
2.336
2.336
372
372
372
372
Precariobelasting
73
73
73
73
Reclamebelasting
205
205
205
205
Parkeerbelasting
528
528
528
528
Totaal belastingen
15.663 15.663 15.663 15.663
Heffingen Rioolheffing
5.615
5.615
5.615
5.615
Afvalstoffenheffing
10.266
10.266
10.266
10.266
Begraafrechten
975
975
975
975
2.963
2.963
2.963
2.963
Leges Burgerzaken
919
960
960
960
Overige leges
544
544
544
544
Marktgelden
74
74
74
74
Leges omgevingsvergunningen
Totaal heffingen
21.355 21.396 21.396 21.396
Leges Leges Burgerzaken omgevingsvergun ningen Begraafrechten
Overige leges
Marktgelden
Onroerendezaakbelast ing op woningen (eigenaren)
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
Onroerendezaakb elasting op nietwoningen (eigenaren)
Onroerendezaakb elasting op nietwoningen (gebruikers) Toeristenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Parkeerbelasting
62
Kostendekkendheid belangrijkste retributies Het BBV schrijft voor, dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening (waar van toepassing) van overhead, BTW, kwijtschelding en straatvegen vindt daarbij extracomptabel plaats. Dat betekent dat het overheaddeel op de afzonderlijke programma’s niet aan deze programma’s zijn toegerekend. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die mogen worden toegerekend. Afvalstoffenheffing Voor het product afvalinzameling geldt dat de baten niet boven de kosten mogen uitkomen. Tarieven van de afvalstoffenheffing worden tegenwoordig sterk bepaald door milieueisen voor het gescheiden aanleveren van het afval. Daarnaast spelen verwerkingskosten van het afval een rol. Er is een voorziening afvalstoffenheffing ingericht. Rioolheffing De rioolheffing is een belasting waarvan de opbrengt door de gemeente gebruikt wordt voor het rioolbeheer.
Daaronder valt het uitvoeren van inspecties, reiniging, kolkenzuigen, de vervanging van bestaande rioleringen, de kosten van noodzakelijke verbeteringsmaatregelen en de inzameling en ver werking van hemel- en grondwater. Er is een voorziening riolering ingericht. Lijkbezorgingsrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het verlenen van diensten, bijvoorbeeld het begraven, en voor het gebruik van voorzieningen op gemeentelijke begraafplaatsen. Er is geen voorziening lijkbezorgingsrechten ingericht. Berekening kostendekkendheid Kosten taakvelden (incl. omslagrente) Inkomsten taakvelden (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen overhead (excl. licentiekosten) BTW (kosten zijn inclusief BTW) Beheer begraafplaats div taakvelden Kwijtschelding taakveld 6.3 Licentiekosten Straatvegen taakveld 2.1 30 % Totale kosten Opbrengst heffingen Overschot/tekort Dekkingspercentage
AfvalstoffenRioolheffing heffing 8.245.011 4.561.741 -211.665
-10.006
8.033.347 4.551.735 33.461 397.942 1.672.488
782.588
320.000
215.000
Begraaf rechten 1.174.477 -445 1.174.032 424.935
107.029 10.340 211.150 211.150 10.270.445 6.158.414 10.266.152 5.614.655 -4.293 -543.759 100% 91,2%
1.716.336 -974.908 -741.428 56,8%
63
Vergelijking met andere gemeenten/woonlasten (lokale lastendruk) Om inzicht te geven in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten. Het onderzoek is erop gericht de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, de belastingdruk en de woonlasten per gemeente te vergelijken. Het COELO stelt deze gegevens beschikbaar via de Atlas van de lokale lasten.
Gemeente
Bruto woonlasten éénpersoonshuishouden 2022
2023
Bruto woonlasten meerpersoonshuishouden 2022
2023
Vijfheerenlanden
920
924
1.004
1.008
Gorinchem
797
880
905
995
Nieuwegein
651
668
810
830
West-Betuwe
1.123
1.211
1.134
1.231
Molenlanden
726
812
893
950
64
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen De sterk opgelopen inflatie en daarmee gepaard gaande loon- en prijsstijgingen, de hogere energiekosten en de voorziene sterke daling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds vanaf 2026, zorgt voor een extra financiële druk op de begroting. Het belang van een gezonde buffer om ook na 2026 (het verwachte “klifjaar”) financiële risico’s te kunnen opvangen wordt steeds groter. Een aanzienlijke buffer, ofwel het “weerstandsvermogen”, is benodigd om de nadelige consequenties voor enige jaren te kunnen opvangen. Ook de begroting 2024 laat een gezonde buffer zien die zelfs boven de norm van 2,5 zoals deze is vastgelegd in het Coalitieakkoord 2022-2026, uitkomt. Daarmee is er ruimte om de vanaf 2026 de op gemeente afkomende structurele tekorten toch voor de eerste jaren te kunnen opvangen. Dit valt af te leiden uit het risicoprofiel bij deze programmabegroting 2024. Beleidskader Met risicomanagement krijgt de gemeente inzicht in de risico’s. Doel is het vergroten van het risicobewustzijn, het beheersen van de risico’s en het kunnen bepalen van een gezonde buffer (het weerstandsvermogen). Inzicht in de risico’s stelt ons in staat om verantwoorde besluiten te nemen.
De Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Vijfheerenlanden 2023-2026, die in februari 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, bevat hiervoor het beleidskader. In deze nota wordt o.a. het gestructureerde proces van de inventarisatie en kwantificatie van risico’s en vervolgens toegepaste risico-simulatie beschreven. Dit resulteert uiteindelijk in het totale risicoprofiel (zie hieronder) van de gemeente. Ook is aangegeven dat we de vrij aanwendbare algemene reserves en de post onvoorzien tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaalbedrag aan financiële risico’s geeft uitsluitsel over het weerstandsvermogen van de gemeente. Dit wordt uitgedrukt via: de weerstandsratio. Deze weerstandsratio dient ten minste 1,0 te zijn. Dat wil zeggen dat de beschikbare weerstandscapaciteit (de teller) minstens gelijk is aan het risicobedrag (de noemer). Er zijn dan net genoeg middelen aanwezig zijn om de risico’s op te vangen. Gelet op de huidige externe ontwikkelingen die mogelijk tot hoge uitgaven kunnen leiden, is in het coalitieakkoord bekrachtigd dat er wordt gestreefd naar een weerstandsratio van minimaal 2,5. Mocht de ratio lager uitvallen, dan wordt een voorstel met te treffen maatregelen aan de gemeenteraad voorgelegd om de ratio weer op niveau te krijgen.
Onderstaand wordt respectievelijk nader ingegaan in gegaan op het risicoprofiel (de 10 majeure risico’s) en de ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit voor de komende jaren. De grootste afwijkingen ten opzichte van de laatste inventarisatie bij de jaarrekening 2022 worden toegelicht.
65
Risicoprofiel Om de benodigde weerstandscapaciteit (het totale risicobedrag) te bepalen wordt tweemaal per jaar (bij begroting en jaarrekening) geïnventariseerd welke financiële risico’s de gemeente loopt waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. In totaal zijn er 30 risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn op basis van de financiële gevolgen in klassen ingedeeld en in een zogenaamde risicokaart geplaatst. Risicokaart Financieel x > € 1.000.000
Bruto 1
4
€ 500.000 < x < € 1.000.000
8
4
5
€ 250.000 < x < € 500.000
1
€ 100.000 < x < € 250.000 € 50.000 < x < € 100.000 Geen financiële gevolgen (tot 50.000) Kans
5 10%
2 25%
50%
75%
90%
Deze risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van onze organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. In de risicokaart zijn ook een zevental risico’s opgenomen die geen (directe) financiële gevolgen hebben. Deze risico’s hebben bij optreden een effect op de kwaliteit, tijd, reputatie/imago, veiligheid en duurzaamheid. Een van deze zeven risico’s betreft het risico van een onevenwichtige opbouw van het personeelsbestand. Een risico’s die eigenlijk ook in het rode gebied in thuishoort omdat dit ook de continuïteit van de organisatie bedreigt. In onderstaand risicoprofiel zijn alleen de tien belangrijkste risico’s opgenomen. Deze 10 risico, die afzonderlijk worden toegelicht, bepalen voor zo’n 76% het benodigde weerstandsbedrag. De overige kleinere risico’s (in totaal 20 risico’s) zijn als een totaalbedrag in het onderstaand geactualiseerde risicoprofiel opgenomen.
66
MAXIMAAL GEVOLG
VERWACHT GEVOLG
INVLOED% WEERSTAND
GROOTSTE RISICO’S (TOP 10)
€ 41.390.000
€ 20.400.000
76,08%
OVERIGE RISICO’S (20 STUKS)
€ 30.828.000
€
6.909.000
23,92%
TOTAAL ALLE RISICO’S
€ 72.218.000
€ 27.309.000
100%
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 72.218.000 - zie tabel 1) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie. Daarbij wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 90%.
Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
….
…..
75%
€ 16.690.650
80%
€ 17.505.791
85%
€ 18.440.106
90%
€ 19.615.257
95%
€ 21.436.471
Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen
67
worden afgedekt met een bedrag van afgerond € 19.615.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2023-2026 tellen we alleen de algemene reserves tot de aanwezige weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel bestaat de startcapaciteit uit de begin 2023 aanwezige algemene reserves na verwerking van het resultaat op de jaarrekening 2022. De op basis van de in 2023 genomen raadsbesluiten (inclusief beide tussentijdse bestuursrapportages 2023) is in onderstaand overzicht rekening gehouden met de begrote bij- en afboekingen op deze algemene reserves. De laatste kolom bevat de verwachte aanwezige capaciteit per 1-1-2024. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand
Algemene risicoreserve Reserve grondexploitatie
Werkelijke capaciteit
Verwachte stortingen
Verwachte onttrekkingen
Verwachte capaciteit
per 31-122022
In 2023
In 2023
per 1-1-2024
€ 40.955.000 €
2.870.000
€
3.012.000
+ € 4.928.000 -/- € 2.530.000 -/- €
€ 43.278.000
75.000 €
2.795.000
€
3.012.000
Reserve sociaal domein Totale incidentele € 46.837.000 + € 4.928.000 weerstandscapaciteit
-/- € 2.605.000
€ 49.085.000
Structurele weerstandscapaciteit: de ruimte binnen post onvoorzien: 4 x € 50.000 per jaar = € 200.000
€
200.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 49.285.000
De beschikbare weerstandscapaciteit zal in 2023 naar alle waarschijnlijkheid met zo’n € 2,3 miljoen groeien van ruim € 46,8 miljoen (werkelijke stand jaarrekening 2022) naar bijna € 49,3 miljoen begin 2024. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.
68
Risico's:
Weerstandscapaciteit : Begroting 2024
Bedrijfsproces Financieel Imago/politiek Informatie/strategie Juridisch/Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel/Veiligheid Materieel Milieu Personeel/Arbo Product Weerstandvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 49.285.000 € 19.615.000
= 2,51
De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Tabel 4: Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
uitstekend
B
1.4-2.0
ruim voldoende
C
1.0-1.4
voldoende
D
0.8-1.0
matig
E
0.6-0.8
onvoldoende
F
<0.6
ruim onvoldoende
De ratio van uw organisatie valt in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. De uitkomst van 2,51 is wel enkele tienden lager dan de uitkomst bij de jaarrekening 2022 (2,86). Alhoewel de beschikbare weerstandscapaciteit met ruim € 2,3 miljoen is toegenomen, is de benodigde weerstandscapaciteit sterker toegenomen als gevolg van de nieuwe risico’s i.v.m. het klifjaar 2026. Met een uitkomst van 2,51 blijven we nog net boven de in het coalitieakkoord vastgelegde norm van minimaal 2,50. Nieuwe ontwikkelingen In het risicoprofiel bij deze begroting is rekening gehouden met nieuwe risico’s die voortvloeien uit het voorziene klifjaar 2026. Ook is er binnen het risicoprofiel rekening gehouden met verschillende exogene factoren (sterke inflatie, moeilijke arbeidsmarkt) waar we als gemeente zelf geen invloed op hebben maar wel extra druk op de organisatie leggen. Daarnaast zijn er nog vele andere externe ontwikkelingen (energiecrisis, verslechtering van de economie/recessie) met een mogelijke financiële
69
impact. Om die reden willen we het aanwezige weerstandsvermogen volledig in tact houden en waar mogelijk verder vergroten. Niet alleen om boven de in het coalitieakkoord vastgestelde minimale norm van 2,50 te blijven maar ook om de solvabiliteit te verbeteren. Beoordeling financiële positie voor de komende vier jaren Naast de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt in deze paragraaf ook de financiële positie van de gemeente voor de komende vier jaren beoordeeld aan de hand de verplicht op te nemen financiële kengetallen. In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) is een verplicht voorgeschreven set van kengetallen opgenomen voor: • De netto schuldquote • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • De solvabiliteitsratio • De structurele exploitatieruimte • De grondexploitatie • De belastingcapaciteit Deze kengetallen geven in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente. Om verschillende financiële kengetallen te kunnen berekenen, is een meerjarige balans benodigd. De geprognotiseerde balans voor de periode 2023 t/m 2026 is onderstaand opgenomen. (bedragen x € 1.000)
Meerjarige balans voor 2024 t/m 2027 Activa Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Begr. 2024
Begr. 2025
18.582 211.143 48.719
18.582 227.044 48.719
18.582 230.822 48.719
18.582 236.453 48.719
3.204
-5.816 0 77.338 1.373 7.202
-7.784 0 92.187 1.373 7.202
378.220
396.731
Vlottende activa Voorraden Voorzieningen Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
48.903 1.373 7.202
-1.753 0 64.978 1.373 7.202
Totaal Activa
339.125
366.145
Passiva
Vaste passiva Eigen vermogen (*1) Voorzieningen Vaste schulden Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva Totaal Passiva
Begr. 2026 Begr. 2027
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026 Begr. 2027
69.160 20.468 216.754
66.528 20.468 230.503
61.575 20.468 243.753
61.206 20.468 257.003
21.567 11.177 0 339.125
37.469 11.177
41.247 11.177
46.878 11.177
366.145
378.220
396.732
70
De in deze balans opgenomen meerjarige ontwikkeling van onze bezittingen en schulden zijn bepalend voor onder andere de kengetallen netto schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie. De financiële kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit worden berekend op basis van respectievelijk de in het financieel hoofdstuk opgenomen verzamel- en consolidatiestaat en het tarievenoverzicht in de paragraaf lokale heffingen. Uiteindelijk geeft deze berekening de volgende uitkomsten voor 2024 t/m 2027: Financiële kengetallen
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
Netto schuldquote in %
88,2%
106,6%
115,3%
120,2%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in %
88,2%
106,6%
115,3%
120,2%
Solvabiliteitsratio
20,4%
18,2%
16,3%
15,4%
Grondexploitatie
1,6%
-0,9%
-3,2%
-4,4%
Structurele exploitatieruimte als percentage van inkomsten
1,3%
1,4%
0,5%
0,5%
106,8%
106,8%
106,8%
106,8%
(Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten (*1) Onbenutte belastingcapaciteit OZB als percentage van inkomsten
2,4%
2,4%
2,6%
2,6%
Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten
1,1%
1,3%
0,4%
0,5%
Financiële kengetallen
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote in %
< 90%
90%-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in %
< 90%
90%-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
> 30%
20%-30%
< 20%
Kengetal grondexploitatie
< 20%
20%-35%
>35%
n.v.t.
Begr en Mrj <0%
Structurele exploitatieruimte
Begr en Mrj >0%
(Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten
<95%
95-105%
>105%
Onbenutte belastingcapaciteit ozb in percentage van de inkomsten
>0% >0%
n.v.t. n.v.t.
< 0% < 0%
Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten
Netto schuldquote De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de gemeentelijke baten. Daarbij ligt de nadruk bij de beoordeling op de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen. Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden nuanceert namelijk het beeld. Immers uitgeleende gelden worden normaliter door de derden terugbetaald en zijn derhalve geen risico. Als we de uitkomst van deze netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bezien, blijven we in 2024 onder de eigen vastgelegde norm van maximaal 100%. Voor de komende jaren loopt de schuldpositie op waardoor we de eigen norm van 100% gaan overschrijden. Dit wordt vooral veroorzaakt door het in juni 2021 afgesloten financieringsarrangement met de BNG en NWB ten gevolge van de uitspraak Niemans. Dit resulteert in een stijging van de schuldenlast van circa € 40 miljoen in 2027 ten opzichte van het jaar begrotingsjaar 2024. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft aan in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd.
Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 20%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld.
71
Het laatste is in onze gemeente het geval. Zonder maatregelen daalt de solvabiliteit in de komende jaren naar zo’n 15% in 2027. Kengetal Grondexploitatie Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd. Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een uitkomst kleiner dan 20% wordt als gunstig beschouwd. Voor 2024 komt het kengetal op 1,7% uit. Dus een voldoende. In meerjarig perspectief verbeterd de ratio nog verder als gevolg van voltooiing van grondexploitaties. Kengetal Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen.
Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waar op grond van het BBV eveneens een overzicht van moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. De begroting sluit voor de jaren 2024 tot en met 2027 met structurele positieve saldo’s. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (de woonlasten van een gezin in een gemiddelde koopwoning) zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Net als voorgaande jaren blijkt uit de tabel dat we boven het landelijk gemiddelde zitten. De woonlasten van een gemiddeld gezin in Vijfheerenlanden komen in 2023 uit op € 1.008, het landelijk gemiddelde in 2023 is volgens de Lokale Atlas 2023 van het Coelo € 944. Dit levert een score op van 106,8% ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Onbenutte belastingcapaciteit ozb De onbenutte belastingcapaciteit ozb wordt gerelateerd aan de norm die wordt gehanteerd om als gemeente in aanmerking te kunnen komen voor een zogenaamde artikel 12-bijdrage uit het gemeentefonds. Wil een gemeente voor een dergelijke aanvullende bijdrage in aanmerking komen, moet de gemeente een redelijk tarief ozb hanteren van minimaal 0,1614% voor 2024 over zowel de WOZ-waarde woningen en niet-woningen. Hierbij wordt uitgegaan dat er sprake is van 100% kostendekking bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing.
Het tarief voor woningeigenaren zit nog ruimschoots onder dit percentage. Voor niet woningen hanteren we een hoger tarief. Wanneer de werkelijke opbrengst uit OZB vergelijken met de opbrengst op basis van het redelijk tarief ozb van 0,1614% is er in 2024 een onbenutte belastingcapaciteit ozb van afgerond € 4,7 miljoen, ofwel 2,4% van de totale inkomsten van de gemeente. Een uitkomst die redelijk vergelijkbaar is met de Begroting 2023. Beoordeling financiële positie in samenhang Wanneer we deze vijf kengetallen (de twee kengetallen inzake de schuldquote tellen we voor één) in samenhang met elkaar beoordelen, is onze financiële positie voor de komende vier jaar verbeterd ten opzichte van die bij de begroting 2023-2026. Een versterking van het eigen vermogen is echter nog steeds gewenst, wellicht noodzakelijk om onze weerbaarheid ook op de middellange termijn (van 5 tot 10 jaar) te versterken.
72
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Vijfheerenlanden zet zich in voor een veilige, groene en leefbare openbare ruimte. Om dit doel te bereiken investeren wij in onze kapitaalgoederen. Deze paragraaf beschrijft de onderwerpen die gezamenlijk de kapitaalgoederen (in bezit zijnde gemeentelijk vastgoed en openbare ruimte) vormen en hoe zij worden beheerd. Dit conform de regels zoals door de gemeenteraad vastgesteld in artikel 19 van de Financiële Verordening gemeente Vijfheerenlanden. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in vier beheerprogramma’s, waaronder elf beheerplannen vallen. Het vastgestelde beleidskader wordt verwerkt in de beheerplannen. Deze paragraaf heeft als doel inzicht te geven in het beleid en beheer betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen. Belangrijk is dat op hoofdlijnen het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen niet verslechtert. Uitzonderingen daargelaten zoals bepaalde gebouwen waarvan de raad op voorhand is geïnformeerd. Derhalve worden eens per vier à vijf jaar de kapitaalgoederen geïnspecteerd en vloeit daar het onderhoudsniveau uit. Tussentijdse inspecties worden in beperkte mate uitgevoerd, tenzij vanuit beheer reden is om hier op over te gaan. Beheerplannen Het beleidskader ligt vast in de onderstaande plannen.
Daar waar geen beheerplan was of nodig werd geacht, is door middel van uitvoeringsplannen het onderhoud uitgevoerd. In de financiële verordening Vijfheerenlanden is geregeld dat het beheerplan Riolering en het beheerplan Gebouwen eens in de vijf jaar geactualiseerd moeten worden en de overige plannen eens in de vier jaar. Beheerplannen Wegen Civiele kunstwerken Openbare Verlichting Begraafplaatsen Groen Spelen Straatmeubilair Creatieve kunstwerken Riolering (GRP) Baggeren/Beschoeiing Gebouwen/Vastgoed
Vast- Looptijd Actualisat Voor- Achterstelling ie ziening stallig 2021 5 jaar 2025 Nee Nee 2021 4 jaar 2025 Ja Nee 2019 5 jaar 2024 Nee Nee 2019 4 jaar 2024 Nee Nee 2023 4 jaar 2027 Nee Nee 2021 4 jaar 2024 Nee Nee 2022 5 jaar 2027 Nee Nee 2022 4 jaar 2025 Nee Nee 2020 5 jaar 2025 Nee Nee 2021 5 jaar 2025 Nee Nee 2021 4 jaar 2025 Ja Nee
Achterstand Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
73
Achterstand op de uitvoeringsplannen Veel werkzaamheden worden voorbereid in het jaar dat ze gepland zijn. De uitvoering wordt echter vaak uitgevoerd of afgerond in het opvolgende jaar. Er is daarmee geen sprake van achterstallig onderhoud maar een achterstand op de uitvoeringsplannen. Begin 2022 is een start gemaakt met het opstellen van integrale uitvoeringsplannen voor 2022 tot en met 2026. Hierin staan de diverse rioleringsprojecten en de daaraan gekoppelde maatregelen voor bijvoorbeeld wegen. Onder het kopje “beheerplannen | wegen” wordt hier verder op ingegaan. In 2022 is een start gemaakt met intensief inzetten op het op orde krijgen van onze beheerdata. In 2023 en verder werken we toe naar meer geïntegreerde projecten waaronder ook gekoppeld groenbeheer. Kwaliteitsniveaus In het algemeen wordt de openbare ruimte beheerd op kwaliteitsniveau B. Een uitzondering hierop zijn de begraafplaatsen in onze gemeente. Deze gedenklocaties worden op niveau A onderhouden. Voor het beeldkwaliteit van de openbare ruimte kennen we onderstaande niveaus: • A+ Zeer goed • A Goed • B Voldoende • C Matig • D Slecht Areaal In onderstaande tabel staan de kengetallen per kapitaalgoed zoals bekend bij de begroting 2024 – 2027.
KAPITAALGOEDEREN
OMSCHRIJVING
AANTAL
EENHEID
Wegen
Asfalt, elementverharding, halfverharding
260
ha
Openbare verlichting
aantal lichtpunten
14.049
stuks
Groen
Bos, bosplantsoen, hagen, heesters, vaste planten, bermen, gras en grasstenen
212
ha
Bomen
Bomengroep, laanbomen, solitairen
20.132
Stuks
Straatmeubilair
banken, afvalbakken, verkeersborden, palen
24.854
Stuks
Hekwerken*
speelplaatsen, langs het water etc.
9.639
M1
Water
watergangen
169
km
Riolering
vrijverval riolering
388
km
Riolering
drukriolering, persleiding
202
km
Gemalen
minigemalen, gemalen, bergbezinkvoorziening, vacuümstations, etc.
1.395
stuks
Baggeren
te baggeren watergangen
55.922
M1
Beschoeiing
hardhout, kunststof, etc.
42.514
M1
Speelplaatsen
speelplaats met verschillende toestellen
197
stuks
74
Speeltoestellen
voor diverse leeftijdscategorieën
1014
stuks
Gebouwen
schoolgebouwen, kerktorens, stadhuizen, dorpshuizen
120
stuks
Civiele kunstwerken
bruggen, duikers, steigers, kademuren, etc.
195
stuks
Creatieve kunstwerken
beeldende kunst
83
stuks
*historische hekwerken van bouwkundige aard zijn ondergebracht bij gebouwen
Voorzieningen beheer en onderhoud kapitaalgoederen
In de raadsvergaderingen van 4 februari 2021 en 8 juli 2021 zijn de meerjarenonderhoudsprogramma’s Kunstwerken en Vastgoed vastgesteld. Bij dat besluit zijn deze voorzieningen gevormd.
Opgenomen in de exploitatie (bedragen x € 1.000)
Hoofd-thema
Sub thema
2024
2025
2026
2027
Onderhoud
Wegbeheer
€ 1.930
€ 1.982
€ 1.982
€ 1.982
Onderhoud dag. + gr.onderhoud
Civiele kunstwerken
€ 158
€
€ 138
€ 144
Storting voorziening
Civiele kunstwerken
€ 113
€ 113
€
113
€
113
Onderhoud
Openbare verlichting
€ 297
€
€
297
€
297
€ 2.498
€ 2.481
€ 2.529
€ 2.536
Totaal hoofdthema Wegen
89
297
Onderhoud
Groenbeheer
€ 1.772
€ 1.770
€ 1.770
€ 1.386
MJOP (prognose)
Groenbeheer
€
300
€
300
€
300
€
300
Onderhoud
Sportvelden
€
257
€
257
€
257
€
257
Onderhoud
Speelruimteplan
€
114
€
89
€
89
€
89
75
Totaal hoofdthema Groen
€
2.443
€
2.416
€
2.416
€
2.032
Onderhoud
Rioolbeheer
€ 794
€ 794
€ 794
€ 794
Onderhoud
Baggeren/beschoeiingen € 560
€ 560
€ 560
€ 560
€ 1.354
€ 1.354
€ 1.354
€ 1.354
Totaal hoofdthema Water Onderhoud dag. + gr.onderhoud
Gebouwen
€ 1.101
€ 1.412
€ 872
€ 1.714
Storting voorziening
Gebouwen
€ 575
€ 575
€ 575
€ 575
Totaal hoofdthema Gebouwen
€ 1.675
€ 1.987
€ 1.447
€ 2.289
Totaal onderhoud kapitaalgoederen
€ 7.970
€ 8.238
€ 7.746
€ 8.211
NB: De huidige Meerjaren Onderhoudsplannen voor vastgoed gaan uit van het prijspeil van 2020. Er worden in 2024 nieuwe MJOP’s 2025-2028 vastgesteld die uitgaan van een actueel prijspeil. Beheerplannen Wegen In 2023 beheert de gemeente Vijfheerenlanden 2,6 miljoen m². Het wegenbeleidsplan 2021-2025 is gebaseerd op een areaal van 2,2 miljoen m². In 2023 is volop ingezet om de beheerdata qua eigendom en gegevens op orde te krijgen. In september 2022 is de Globale Visuele Weginspectie opgeleverd. Dit is het ijkmoment waarop de werkelijke technische kwaliteit wordt vergeleken met de vastgestelde beeldkwaliteit (B). De verhardingen waarvan de werkelijke kwaliteit onder de vastgestelde kwaliteit is gedaald worden met de onderhoudsprogramma's weer op het gewenst niveau gebracht. In 2023 wordt het raamcontract Onderhoud asfaltverhardingen opnieuw aanbesteed. In 2024 wordt de weginspectie eerder in het jaar gepland om eventuele financiële effecten mee te kunnen nemen in de Kadernota 2025 / begroting 2025.
76
Civiele kunstwerken Ook in 2024 zetten we intensief in op het reinigen van bruggen en steigers waardoor we de levensduur verlengen. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke openbare ruimte. Dit jaar is het renoveren van de kademuur in Leerdam afgerond. Het betreft een gemetselde kademuur van ca. 240 m1 op betonpalen met betonnen sloof waarvoor een loopsteiger en houten damwand zit. De ophaalbrug nabij de glasblazerij is voorzien van nieuwe dekplanken, brug blijft voorlopig een voetgangersbrug welke niet meer open gezet kan worden. Draaibrug in de haven van Leerdam is voorzien van een nieuw draaipunt. Openbare Verlichting De openbare verlichting wordt beheerd conform de uitgangspunten die staan beschreven in het beleid-, beheer- en vervangingsplan 2020-2024. Het dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd door bureau OVL. Alle nieuwe verlichting die wordt geplaatst is voorzien van led en van een connectiviteit module waarmee de lichtmasten op afstand worden uitgelezen en waardoor storingen direct inzichtelijk zijn bij Bureau OVL. Voor 2024 staat gepland om 60 verouderde masten en 600 verouderde armaturen te vervangen verspreid over het gebied van Vijfheerenlanden. Straatmeubilair Het straatmeubilair wordt beheerd conform de uitgangspunten die staan beschreven in het beleid-, en beheerplan straatmeubilair 2023-2027.
Het dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd door de eigen dienst. Groen Afgelopen jaar zijn wij aangesloten bij de groene stad challenge. Binnen deze challenge wordt onder andere gekeken waar overbodige verharding omgevormd kan worden naar groen, waar mogelijk extra bomen geplant kunnen worden en waar traditionele parkeervakken omgevormd kunnen worden naar groenparkeren. Binnen projecten proberen we zoveel mogelijk uitvoering te geven aan de uitkomsten van deze challenge. In de wintermaanden van 2023/2024 wordt uitvoering gegeven aan het vergroenen van het bedrijventerrein in Vianen. De huidige gazons krijgen toevoegingen van bomen, struikgroepen, hagen en plantgroepen. Daarnaast wordt overbodige verharding omgevormd naar ecologisch groen. Dit als bevordering van de biodiversiteit maar ook voor de uitstraling en leefbaarheid op het bedrijventerrein. Speelruimteplan Na vernieuwing van de speelplaatsen in Vianen Centrum en Hagestein, zijn we verder gegaan met de uitwerking van de renovatie ronde van de speelplaatsen in de wijken Leerdam Noord en Ter Leede. De terugkoppeling van de ontwerpen aan de buurt is gedaan. Echter is in overleg met de wethouder besloten om nog een bewonersbijeenkomst te organiseren. Deze zal door de wijkraad voorbereid worden. De uitvoering van de renovatiewerkzaamheden zal daardoor uitgesteld worden.
Voor VN Blanckenborch, VN Hogeland en VN Zederik is het participatie traject doorlopen door middel van inloopmiddag/avond. De resultaten zijn verwerkt in nieuwe inrichtingsvoorstellen die op korte termijn worden teruggekoppeld aan de buurt. Aansluitend zal de technische uitwerking opgepakt worden t.b.v. de realisatie. Voor Leerbroek, Tienhoven, en Zijderveld zal binnenkort het participatietraject worden opgestart. Creatieve kunstwerken In 2024 voeren we regulier onderhoud uit aan onze creactieve kunstwerken. Dit is na een aanbesteding in 2022 ondergebracht bij Kunstwacht. Er is in 2022 een beheerplan vastgesteld. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit reinigen en beschermen en
77
waar nodig herstellen. Op een aantal na is alles in de staat zoals in beheerplan afgesproken. In 2023 hebben we een 2 tal kunstwerken erbij gekregen. Riolering In 2022-2023 is het uitvoeringsplan riolering geoptimaliseerd met het uitvoeringsplan wegen. Aan deze herziende planning wordt invulling gegeven. Dit is in lijn met het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Speerpunt blijft de aanpak van wateroverlastlocaties binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Dit gebeurt in het centrum van Vianen door rioolvervanging in het westelijke deel van het centrum. Daarnaast vindt in de diverse kernen en locaties binnen de gemeente vervanging van riolering voor een gescheiden rioolstelsel plaats. Een groot vervangingsproject in 2023-2024 is wijk De Hagen (Herenbuurt en Vogelbuurt) in Vianen. Tevens vindt een vervolg plaats met de aanleg van wadi’s en het vergroenen van parkeerplaatsen voor extra waterberging en tegengaan van bodemverdroging. Gemalen In 2023 is gestart met het renoveren van gemaal de Meent in Leerdam, dit loopt door in 2024. In 2024 worden 15 wijkgemalen, 1 Vacuümgemaal, 1 RWA gemaal, 2 Bergbezinkvoorzieningen, 2 Oppervlaktewatergemalen en 69 minigemalen geheel of gedeeltelijk gerenoveerd. Watergangen We hebben de verplichting om gemeentelijke watergangen langdurig op diepte te houden. Daarom baggeren we planmatig, maar niet jaarlijks.