CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken Gemeente Vijfheerenlanden 2025

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 2 juli 2026, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Jaarrekening 202530.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Jaarstukken

57

Programma E: Ontplooiing Dashboard 11 Bestuurlijke resultaten 0%

Bedragen x € 1.000 Lasten

Baten

Reserves

Resultaat

€ 15.000 € 13.000 € 11.000 € 9.000 € 7.000 € 5.000 € 3.000

100%

€ 1.000

222

470

-€ 1.000

-260

432

-€ 3.000 Conform planning, budget en capaciteit Te rapporteren afwijkingen

-€ 5.000 Begroting 2025 (na wijziging)

Werkelijk

Verschil

Wat wilden we bereiken? Sport en bewegen Wij sluiten met ons sportbeleid “Heel Vijfheerenlanden beweegt” nauw aan bij de doelstellingen uit de Sociaal Maatschappelijke Agenda. Het uitvoeren van de nationale, provinciale en lokale sportakkoorden helpt ons daarbij. Hierbij richten wij ons op een inclusief en divers aanbod, leggen we een stevige bodem voor een actief beweegpatroon bij de jeugd, werken wij aan een sociaal veilige sportomgeving, zetten we in op duurzame en multifunctionele sportaccommodaties en hebben wij extra aandacht voor sportverenigingen in onze gemeente. Op deze wijze levert sport een stevige bijdrage aan de vele maatschappelijke uitdagingen. Rust, ruimte en recreatie Om het op gebied van recreatie voor de inwoner en bezoeker zo aantrekkelijk mogelijk te maken in Vijfheerenlanden werken we verder aan het uitvoeringsprogramma Recreatie en toerisme aan de hand van de 5 opgenomen ambities: gebiedsmarketing, recreatieve routes, duurzame recreatie, kleinschalige verblijfsconcepten en organisatie en samenwerking. Nu de basis, beleidsmatig, steeds meer op orde is, zetten wij in 2025 verder in op het ondersteunen van initiatieven en het verbeteren van de aanwezige voorzieningen.

Jaarstukken

58

Kunst en cultuur Inwoners en bezoekers van Vijfheerenlanden moeten geraakt worden door alles wat wij op het gebied van kunst en cultuur te bieden hebben. In het bijzonder, brengen wij daarbij ook de plaatselijke geschiedenis onder de aandacht. Kunst en cultuur verrijken immers ons leven. Waar mogelijk leggen wij dan ook bij de uitvoering van ons kunst- en cultuurbeleid een inhoudelijke relatie met de economische, toeristische, duurzame en ruimtelijke ontwikkeling van onze steden, dorpen en het buitengebied. We dragen bij aan de invulling van de samenleving door het gemeentelijke archief te beschermen en dit ter beschikking te stellen. We beschouwen het gemeentelijke archief als een waardevolle cultuur-historische informatiebron. Hiervoor zijn we aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling en archiefdienst van het Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU). Het RAZU beheert het gemeentelijke archief en zorgt ervoor dat het archief raadpleegbaar en openbaar is voor de inwoners. Zo kan de geschiedenis van de Vijfheerenlanden toegankelijk zijn en actief worden uitgedragen. Hiervoor verrijken wij de archiefdienst RAZU met archiefmateriaal.

Wat hebben we daarvoor gedaan? Sport en bewegen • Voor 1 april 2025 informeren wij de gemeenteraad over de uitkomsten naar de zwemvaardigheid en het (mogelijke) vervolg met een visie op schoolzwemmen. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd door middel van een Raadsinformatiebrief. •

In het tweede kwartaal van 2025 worden de vernieuwingen van Berenschot en Het Dak te Leerdam vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft besloten om te kiezen voor nieuwbouw en af te zien van het uitwerken van de optie renovatie. Aansluitend is het presidium akkoord gegaan met het verzoek om de nadere uitwerking te koppelen aan de uitwerking van de gebiedsvisie Leerdam.

•

In 2026 stelt de gemeenteraad een plan vast voor de ontwikkeling van multifunctionele accommodaties op sportpark Blankensteijn in Vianen. Om in 2026 een plan voor te kunnen leggen voor de ontwikkeling van multifunctionele accommodaties op sportpark Blankensteijn, hebben we samen met de beoogde (voorname) gebruikers meerdere resultaten bereikt. Zo hebben we voor één van de twee accommodaties akkoord bereikt op de ruimtestaat en het indicatieve huurbedrag, hebben we een voorkeurslocatie bepaald en hebben we een actieve bijdrage geleverd aan de informatiebijeenkomst waarin de leden van Brederodes hun bestuur akkoord hebben gegeven om de planvorming voort te zetten.

Jaarstukken

59

Dit traject hebben we afgesloten met een intentieovereenkomst. Voor de andere accommodatie hebben we de voorkeurslocatie bepaald en naderen we akkoord over de ruimtestaat en de daarmee samenhangende indicatieve huurprijs. Naast de twee nieuwe accommodaties maakt ook de instandhouding van een accommodatie op het sportpark, onderdeel uit van het totaalplan. Voor deze accommodatie hebben we de noodzakelijke werkzaamheden en kosten in kaart gebracht waarmee deze verduurzaamd en opgeknapt kan worden. Om naast de accommodaties ook de randvoorwaarden op en rondom het sportpark te verbeteren hebben we opdracht verleend voor een integraal verkeersonderzoek om de toegang, veiligheid en omvang van de parkeerplaats te verbeteren en hebben we de noodzaak voor uitbreiding van de speelcapaciteit op de voetbalvelden vastgesteld. •

In 2026 stelt de gemeenteraad een plan vast voor de ontwikkeling van club- en kleedgebouwen voor HSSC’61 in Hei- en Boeicop. Om in 2026 een plan voor te kunnen leggen voor de ontwikkeling van een club- en kleedgebouw voor HSSC ’61 hebben we de (on)mogelijkheden verkend voor een samenwerking met Internos, hebben we gezamenlijk met de vereniging de ruimtestaat vastgesteld, hebben we de gewenste locatie en ligging van de accommodatie en de sportvelden bepaald en zorgen we voor een juiste inpassing in de beoogde woningbouwontwikkeling op de huidige locatie van het club- en kleedgebouw en het hoofdveld.

•

In 2026 stelt de gemeenteraad, in samenwerking met LHV de Snoek, een gezamenlijke visie vast voor de herontwikkeling van het eiland in Leerdam. In 2025 hebben wij een intentie- en een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de vereniging waarin gezamenlijke uitgangspunten zijn opgenomen ten aanzien van hun wens om een clubgebouw te realiseren op het eiland en de inhoud van de Binnenstadsvisie Leerdam waarin opgenomen is om samen met de visvereniging te werken aan een vernieuwde inrichting en gedeeltelijke openstelling van ’t Oevertje.

Rust, ruimte en recreatie • Uiterlijk in het 1e kwartaal van 2025 is het beleidskader verblijfsrecreatie Vijfheerenlanden 2025-2035 vastgesteld. Het beleidskader verblijfsrecreatie Vijfheerenlanden 2025-2035 is tijdens de raadsvergadering van 20 maart vastgesteld door de gemeenteraad. •

De nadere regels subsidie recreatie en toerisme wordt in 2025 aangepast op basis van het herijken van vier waarderingssubsidies. De Nadere regels subsidie Recreatie en Toerisme zijn 28 oktober 2025 vastgesteld door het college en daarna gepubliceerd.

Jaarstukken

60

•

20% van de inwoners herkent in 2025 het merk tussen Lek & Linge. In 2025 volgt een nieuwe meting. In het vierde kwartaal van 2025 hebben we gewerkt aan de vragen voor het onderzoek en het onderzoek ook uitgebreid met een aantal andere thema's. In het eerste kwartaal van 2026 wordt het onderzoek uitgevoerd.

•

In 2025 evalueren we de gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap Lingegebied. De evaluatie gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap Lingegebied is afgerond. Dit resultaat is daarmee behaald. Nu is het aan de gemeentes om hier vervolgstappen op te gaan nemen.

Kunst en cultuur • Uiterlijk 1 september 2025 zijn de twee kunstwerken in de openbare ruimte van Leerdam (project Marinus Boezem) en Vianen (project Lekbrug) geplaatst. Het beeldend kunstwerk voor onder de Lekbrug in Vianen is eind 2024 gerealiseerd. Het kunstwerk in Leerdam is op 27 augustus 2025 gerealiseerd. De vertraging bij dit tweede kunstwerk werd veroorzaakt door langere levertijden van onderdelen van het kunstwerk. •

In 2025 worden minimaal 10 initiatieven gehonoreerd uit het Kunst & Cultuurfonds Vijfheerenlanden. Op 24 juli 2025 zijn er 18 initiatieven gehonoreerd uit het Kunst & Cultuurfonds Vijfheerenlanden.

Wat waren de kosten? E

Ontplooiing Begroting primair 2025

Werkelijk

Exploitatie

2024

Begroting wijzigingen 2025

Begroting na wijziging 2025

Werkelijk

Verschil

2025

2025

Lasten

11.169

12.225

1.121

13.346

13.124

222 V

Baten

-3.291

-2.862

-126

-2.988

-3.458

470 V

Saldo van baten en lasten

7.878

9.362

995

10.358

9.666

692 V

Toevoeging reserves

0

0

177

177

177

0

Onttrekking reserves

-352

-271

-830

-1.101

-841

260 N

Saldo reserves

-352

-271

-653

-924

-664

260 N

Totaal

7.526

9.091

343

9.434

9.002

432 V

Programma E is het programma waar de budgetten van de taakvelden met betrekking tot Sportbeleid, sportaccommodaties, Cultuur, musea, media en samenkracht worden verantwoord. Hieronder worden de resultaten per taakveld toegelicht. Op Programma E Ontplooiing resteert een voordeel (432 V).

Jaarstukken

61

Doorbelasting salarislasten 2025 (49 V) In het saldo van 432 voordelig is rekening gehouden met een voordeel op de doorbelasting van de salarislasten (L, 49 V). In programma A is toegelicht hoe het saldo op de doorbelasting salarislasten is ontstaan. Hieronder worden de afwijkingen op de taakvelden toegelicht (dit is exclusief de doorbelasting op de salarislasten 2025). Taakveld Sportbeleid (91 V) Dit voordeel bij de lasten wordt vooral veroorzaakt doordat bij de raming van de subsidies rekening is gehouden met mogelijke extra taken die voortkomen uit het sportbeleid (L, 35 V). Het voordeel op de batenkant wordt veroorzaakt door een te lage raming van de SPUK uitkering (B, 56 V). Taakveld Sportaccommodaties (304 V) Het voordeel op het taakveld sportaccommodaties wordt mede veroorzaakt door een voordeel bij de aanbesteding van de exploitatie van Berenschot (L, 72 V). Daarnaast resteert een voordeel op huurinkomsten Sportcomplex Blankensteijn (B, 59 V). Dit wordt veroorzaakt door een verrekening van de huur bij een vereniging over de afgelopen 3 jaren. Het voordeel op de subsidies buitensport (L, 45 V) is ontstaan doordat er minder gesubsidieerde onderhoudswerkzaamheden buitensport zijn uitgevoerd door de verenigingen dan waar rekening mee is gehouden.

De doorbelasting van de hogere lasten van de Linde heeft een nadelig effect op sportaccommodaties gebouwen beheer (L, 97 N) Hier staat een voordeel tegenover op de Linde gebouwen beheer (TV 6.1). Bij sportcentrum Berenschot is er aanvullend onderhoud gedaan voor instandhouding (L, 100 V). Hierdoor is er een voordeel op de uitgaven van het dagelijks onderhoud. Daarnaast is door de verkoop van fitnessapparatuur bij sportcentrum Berenschot een voordeel ontstaan (B, 25 V). Door de ontvangst van incidentele huuropbrengsten vanuit verschillen sportaccommodaties resteert een voordeel (B, 65 V). Op Helsdingen Sport en Cultuur is sprake van een nadeel. Dit wordt mede veroorzaakt door een nadeel op de aanschaf van een nieuw toegangsbeheer systeem (L, 23 N). Doordat er een nieuw toegangssysteem is aangeschaft moesten ook de toegangspoort naar het zwembad en het systeem voor de kluisjes worden omgebouwd (L, 25 N). Door een actievere acquisitie en goede dienstverlening wordt Helsdingen steeds beter gevonden door inwoners, bedrijven en instellingen, met als gevolg hogere opbrengsten voor de zaalverhuur (B, 59 V) en een hogere opbrengst van de horecavoorziening (B, 138 V). Daar tegenover staan ook hogere kosten voor de horeca (L, 49 N). Er is ook een nadeel op de geplande onderhoudskosten (L, 101 N).

Dit is veroorzaakt door een afrekening van buiten het contract geleverde onderhoud door de vaste onderhoudspartij over de afgelopen jaren vanwege extra werkzaamheden waarbij ook veranderingen in wet- en regelgeving spelen.

Jaarstukken

62

Bij de opbrengst van het zwemmen is er een nadeel (B, 33 N). Dit is veroorzaakt door het minder aan kunnen bieden van zwemlessen in verband met het pensioen van 2 zwemonderwijzers en een langer durend werving- en selectieproces voor gediplomeerde zwemonderwijzers. Een ander voordeel aan de batenkant wordt veroorzaakt door een te lage raming van de SPUK uitkering (B, 52 V). Er resteren nog diverse kleine verschillen sportaccommodaties (L 13 V B 4 V) Taakveld Cultuurpresentatie (103 V) Ook op het Taakveld Cultuurpresentatie is sprake van een voordeel. Dit wordt deels veroorzaakt door een voordeel op de subsidies (L, 46 V). Dit wordt veroorzaakt doordat enkele culturele instellingen hebben aangegeven in 2025 geen gebruik te willen maken van de subsidie, bijvoorbeeld in verband met ziekte van de culturele medewerker. Een voordeel op de opbrengst van de bioscoop in Vianen (B, 27 V) wordt veroorzaakt door een aanhoudende groei in het bezoekersaantal sinds de start in 2024. De hogere huuropbrengsten bij onder andere Het Podium in Vianen (B, 30 V) kunnen worden verklaard door een positieve stijging in de verhuur van onder andere het theater. Daarnaast is er sprake van diverse kleinere voordelen op musea en media (48 V). Taakveld Samenkracht en Burgerparticipatie Beheer (106 V) Op het taakveld Samenkracht en Burgerparticipatie beheer resteert er een voordeel.

Dit voordeel wordt grotendeels veroorzaakt bij gemeenschapshuis de Linde. Doordat de lasten van beheer van het pand van de Linde het afgelopen jaar aanzienlijk zijn toegenomen, vindt er een hogere doorbelasting plaats (L, 67 V). Daarnaast wordt er efficiënter omgegaan met de schoonmaak waardoor hierop bespaard wordt (L, 36 V). Door de verandering in de gebruikersconstructie voor de Linde wordt er minder huur ontvangen (B, 21 N). Bij de Sociale ontmoetingsplaatsen resteert een voordeel op het budget onderzoekskosten (L, 9 V) en het energienoodfonds (L,15 V). (zie ook verrekening met reserves). Verrekening met reserves (260 N) Dit nadeel wordt grotendeels veroorzaakt door een lagere onttrekking aan de reserve ‘overlopende posten’ voor de instandhouding van Berenschot en het Dak (B, 200 N). Ook waren er lagere onttrekkingen aan de reserve ‘inwonerinitiatieven’ (B, 9 N) en aan de ‘algemene reserve’ (B, 15 N) voor de onderzoekskosten en het energienoodfonds ten behoeve van de gemeenschapshuizen. Daarnaast resteert er een nadeel vanwege diverse lagere onttrekkingen aan de reserve ‘dekking kapitaallasten (B, 36N).

Jaarstukken

63

Programma F: Financieel gezond Dashboard 5 Bestuurlijke resultaten 0%

100%

Conform planning, budget en capaciteit Te rapporteren afwijkingen

Bedragen x € 1.000 Lasten € 170.000 € 150.000 € 130.000 € 110.000 € 90.000 € 70.000 € 50.000 € 30.000 € 10.000 -€ 10.000 -€ 30.000 -€ 50.000 -€ 70.000 -€ 90.000 -€ 110.000 -€ 130.000

Baten

Reserves Resultaat

-5.422 4.565

2.180

Begroting 2025 (na wijziging)

-12.168

Werkelijk

Verschil

Wat wilden we bereiken? Financieel gezond Vanuit een verantwoord financieel beleid zorgen wij dat onze meerjarenbegroting op orde is en wij financieel voldoende weerbaar blijven. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting houden wij rekening met noodzakelijk geachte uitgaven, zodat wij deze lasten niet doorschuiven naar de toekomst. Daarbij blijven de gemeentelijke woonlasten op een niveau dat zich verhoudt tot die van de buurgemeenten. Economie en werken Een gezonde lokale economie is belangrijk voor iedereen. Werkgelegenheid vormt daarbij de spil. Voor werkgevers en voor werknemers. Factoren als arbeidsmarkt, netcongestie, 5G en (digitale) bereikbaarheid hebben invloed op die werkgelegenheid, zorgen voor nieuwe uitdagingen en bieden kansen voor innovatieve oplossingen. Factoren die ook bijdragen aan de leefbaarheid in en de vitaliteit van onze gemeente. Werkgelegenheid vraagt ruimte en het zorgvuldig verdelen daarvan met een juiste balans tussen wonen, werken en mobiliteit speelt daarbij een rol. Bestaande en nieuwe werklandschappen zijn belangrijk voor de werkgelegenheid en daarmee voor een gezonde lokale economie. Deze werklandschappen voorbereiden op een duurzame toekomst vraagt een gezamenlijke inspanning van ondernemers, werknemers en gemeente.

Jaarstukken

64

Wat hebben we daarvoor gedaan? Financieel gezond • Voor 1 juni 2025 is het vernieuwen en verbeteren van de informatiewaarde in de P&Cdocumenten vastgesteld en worden deze geïmplementeerd bij de Programmabegroting 2026. In 2022 is gestart met de doorontwikkeling van de gemeentelijke P&C-cyclus. Doelstelling voor 2024 was het invoeren van kritische prestatie-indicatoren en het doorontwikkelen van programma’s en paragrafen. Daarbij moet ieder programma worden voorzien van in ieder geval één paragraaf, waarbij de bestuurlijk relevante sturingsinformatie in de programma’s is opgenomen en de relevante (en de soms ook wettelijk verplichte) achtergrondinformatie in de paragrafen. Het invoeren en doorontwikkelen van de kritische prestatie-indicatoren heeft plaatsgevonden in 2024. De doorontwikkeling van programma’s en paragrafen heeft in 2025 vorm gekregen en bij de vaststelling van de begroting 2026-2029 in november 2025 is de implementatie afgerond. •

In samenwerking met de gemeenteraad is het ombuigingstraject verwerkt in de kadernota 2026-2029. De kadernota 2026-2029, inclusief het ombuigingstraject, is op 15 juli 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.

Economie en werken • Voor 1 mei 2025 is het werklandschap Gaasperwaard 3 in Vianen vastgesteld door de gemeenteraad. Het werklandschap Gaasperwaard 3 is op 17 april 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. •

Uiterlijk 1 januari 2029 is werklandschap IV in Meerkerk gerealiseerd. Door netwerkcongestie is er sprake van vertraging. Een pilot met bedrijven wordt opgestart. Het doel van de pilot/het nadere onderzoek is om te kijken of er mogelijkheden zijn voor een haalbare, stabiele en betrouwbare alternatieve energievoorziening. Aangepaste planning is dat vanaf half 2027 de kavels uitgegeven kunnen worden.

•

De gemeente heeft uiterlijk 1 januari 2027 de juiste basis voor het faciliteren van providers bij de landelijke uitrol van 5G. In 2025 is de opdracht extern uitgezet voor het opstellen van een antennebeleid voor de gemeente. Dit is het belangrijkste onderdeel van de uitwerking van het, eerder door het college vastgestelde, routeplan 5G.

Jaarstukken

65

Dit antennebeleid wordt in het eerste kwartaal van 2026 in concept verwacht waarna verdere afstemming volgt. In 2026 kan het antennebeleid worden vastgesteld waarmee de juiste basis voor 5G wordt gelegd.

Wat waren de kosten? F

Financieel gezond Werkelijk

Exploitatie

2024

Begroting primair 2025

Begroting wijzigingen 2025

Begroting na wijziging 2025

Werkelijk

Verschil

2025

2025

Lasten

37.682

33.514

4.984

38.498

33.932

4.565 V

Baten

-141.794

-145.487

-4.976

-150.463

-152.643

2.180 V

Saldo van baten en lasten

-104.112

-111.973

8

-111.965

-118.710

6.745 V

Toevoeging reserves

14.854

68

7.526

7.595

15.858

8.263 N

Onttrekking reserves

-15.548

-7.617

-11.437

-19.054

-15.150

3.904 N

-694

-7.549

-3.910

-11.459

708

12.168 N

-104.806

-119.521

-3.903

-123.424

-118.002

5.422 N

Saldo reserves Totaal

Programma F is het programma waar de budgetten van de taakvelden met betrekking tot de algemene dekkingsmiddelen en de gemeentelijke overhead worden verantwoord. Hieronder worden de resultaten per taakveld toegelicht. Het budget en de werkelijke uitgaven zijn opgenomen in bovenstaande tabel. Taakveld resultaat van de rekening van baten en lasten (6.024 V) De verwerking van de resultaten van de 1e en 2e bestuursrapportage 2025 en de financiële slotwijziging 2025 worden verantwoord op programma F (6.024 V). Taakveld Overhead (1.623V) De gemeentelijke overhead betreft kosten die samenhangen met bijvoorbeeld huisvesting, automatisering en de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Ze zijn niet direct toe te rekenen aan het primaire proces, dus de overige programma’s, en maken daarom onderdeel uit van dit hoofdstuk. In de programma’s A tot en met E worden de kosten opgenomen van het primaire proces. Gemeentelijke organisatiekosten moeten immers zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken en activiteiten. Bij de verantwoording van de salariskosten wordt geconstateerd dat er het gehele jaar door financiële mutaties plaatsvinden. Dit ontstaat door vertrek van medewerkers en het weer invullen van de vacatures of tijdelijk invullen van vacatures door externe inhuur.

Per saldo veroorzaakt dit op het totaal van salariskosten en nihuurkosten 2025 geen grote afwijkingen. Voor de uitvoering van de regeling CDOKE (Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaaten Energiebeleid) zijn er in 2025 medewerkers aangetrokken (L, 829 N). Hier tegenover staat een vergoeding voor deze regeling van het Rijk (B, 829 V).

Jaarstukken

66

Daarnaast zijn ook gelden ontvangen voor vergoedingen vanuit de ziektewet (B, 352 V) en vanwege detacheringsvergoedingen (B, 845 V). Detacheringsvergoedingen zijn inkomsten die we ontvangen voor het tijdelijk inzetten van collega’s buiten de eigen organisatie, inclusief het doorbelasten van gewerkte uren (bijvoorbeeld voor andere teams), waarbij de afgesproken doorbelastingen maandelijks via HRM worden verwerkt. In de begroting 2025 worden uitgaven verantwoord met betrekking tot de licentiekosten van softwareapplicaties. De raming is verantwoord binnen de Overhead. In verband met het doorbelasten van de licentiekosten naar de betreffende taakvelden op programma’s A tot en met E ontstaat een voordeel (L, 468 V). In 2025 is per saldo een overschot gerealiseerd (L, 201 V). Dit resultaat is toe te schrijven aan een gereserveerde post die vrij is gevallen voor het SIEM/SOC project, dat in het uitvoeringsprogramma niet voor 2025 maar voor 2026 is gepland. Ook bleek de impact van de verwachte prijsstijgingen van softwarelicenties minder groot dan vooraf ingeschat, waardoor extra budgetruimte is ontstaan. Het nadeel dat is gerealiseerd bij de gemeentehuizen (L, 202 N) is veroorzaakt door het afboeken van het voorbereidingskrediet herbestemming Vianen op de exploitatie. Er is daarnaast besloten om dit tekort te dekken uit de algemene reserve.

Bij de overige budgetten die worden verantwoord binnen de overhead (zoals communicatie, control en juridische zaken) is sprake van een nadeel dat grotendeels veroorzaakt is door de verantwoording van contributies en lidmaatschappen (L, 45 N). Taakveld Saldo Financieringsfunctie/treasury (71 V) In 2025 is er meer rente ontvangen, doordat er meer niet aangewende liquide middelen zijn weggezet via het schatkistbankieren. Dit ondanks een lager rentepercentage als vergoeding. Ook is er een hogere rente ontvangen vanuit de startersleningen als gevolg van hoger uitgeleende bedragen (B, 83 V). Daartegenover staat een hogere beheerdersvergoeding 2025 (L, 12 N) voor de SVN (Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten). Taakveld belastingen (204V) In verband met het aanscherpen van het invorderingsproces zijn er meer inkomsten ontvangen met betrekking tot aanmanings- en deurwaarderskosten (B, 96 V). Met betrekking tot de opbrengst onroerende zaakbelasting woningen en niet-woningen 2025 is er per saldo een voordeel van (B, 128 V). Dit ontstaat met name bij de woningen omdat ten tijde van de tariefberekening rekening is gehouden met een waardeontwikkeling van 4,26%. Uiteindelijk is 5,87% gerealiseerd. Bij de parkeerbelasting is sprake van een inkomstenderving (B, 25 N) door onder andere het verwerken van verminderingen op de opgelegde parkeerleges.

Taakveld algemene uitkering (36 N) Bij de algemene uitkering is per saldo sprake van een nadeel van 36. Dit komt deels voort uit een verrekening van eerdere uitkeringsjaren 2023 en 2024 in 2025 (L, 773 N). In de septembercirculaire zijn gelden beschikbaar gesteld waarvoor de uitgaven en inkomsten zijn geraamd op het taakveld algemene uitkering (L, 237 V).

Jaarstukken

67

De daadwerkelijke uitgaven vinden op de programma’s A t/m E plaats en dus niet op programma F. Dit betreft minimale bedragen voor decentralisatie uitkeringen zoals voor het register externe veiligheidsrisico's, versterking omgevingsveiligheidsdiensten en verhoging impulsbudget sociale infrastructuur. Na aanleiding van de Decembercirculaire 2025 hebben er nog twee verrekeningen plaatsgevonden en zijn de laatste drie termijnbetalingen van 2025 hoger uitgevallen (B, 500 V). Taakveld overige algemene dekkingsmiddelen (1.308 N) Op deze post worden onder andere de stortingen in een aantal gemeentelijke voorzieningen verantwoord (L, 30 N). De post onvoorzien die verplicht is opgenomen in de begroting is in 2025 niet ingezet (L, 50 V). In 2025 zijn er twee voertuigen verkocht waarbij de incidentele opbrengst wordt verantwoord (B, 24 V). Op deze post staan diverse verzamelde stelposten en is een post opgenomen waarvan de verantwoording binnen andere programma’s plaatsvindt (L, 600 N). Zo worden onder andere de correcties BTW-compensatiefonds en de naheffingsaanslagen omzetbelasting verantwoord. Via raadsvoorstellen zijn budgetten voor onderhoud openbaar groen en onkruidbestrijding beschikbaar gesteld (L, 560 N). Deze stelpost wordt opgeheven. Taakveld economische ontwikkelingen (77 V) Het beschikbare budget voor Economische Ontwikkelingen is in 2025 niet volledig benut.

Een aantal geplande activiteiten, zoals opleidingen, representatie en de aanschaf van duurzame goederen, is niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Dit leidt per saldo tot een onderbesteding op de lasten (L, 21 V). Ook heeft de gemeente een hogere opbrengst uit belastingen producenten ontvangen (B, 17 V) ten behoeve van het ondernemingsfonds. Deze opbrengsten worden volledig doorgestort naar de betreffende ondernemingsfondsen. Daarnaast zijn er meer huuropbrengsten reclameborden gegenereerd (B, 38 V). Taakveld economische promotie (106 V) Het voordeel op dit taakveld wordt onder andere verklaard doordat er dit jaar nauwelijks projecten- en evenementensubsidies zijn aangevraagd (L, 30 V). Verder heeft het Klompenpad vertraging opgelopen, waardoor slechts 80% van de kosten is betaald. De voetgangersborden in het centrumgebied van Leerdam zijn grotendeels betaald vanuit mobiliteitsbudgetten. Daarnaast zijn verschillende onderhoudskosten lager uitgevallen of dit jaar niet van toepassing gebleken (Klompenpad, OHW‑borden, Kloeg‑borden). De contractkosten van de touchscreens zijn daarnaast overgenomen door Tussen Lek en Linge. Ook is een aantal projecten (uitwerking datagebruik, verblijfsrecreatie en Balkhaven Leerdam) doorgeschoven naar 2026 (L, 68 V).

Een deel van het budget is ingezet om de uitwerking van drie projecten op te pakken (toeristische informatieborden, Beleef Vianen en datagebruik) (L, 20 N). Op de opbrengst toeristenbelasting resteert een voordeel (B, 17 V). Dit wordt veroorzaakt door een hoger aantal toeristische overnachtingen dan geraamd.

Jaarstukken

68

Taakveld reserves (12.168 N) Bij de verrekeningen met reserves ontstaat een nadeel van in totaal 12.168. Vanuit voorgaande meerjarenbegrotingen is een bedrag ter dekking van een geraamd begrotingstekort in 2025 opgenomen. De geraamde bijdragen uit de reserves hoefden niet allemaal geboekt te worden (2.516 N). Met de vaststelling van de Jaarrekening 2024 zijn er bedragen overgeheveld naar 2025 via het bestemmingsvoorstel. Deze bedragen zijn niet volledig aangewend in 2025. Er ontstaat een voordeel (537 V) in verband met de vrijval van de reserve overlopende posten met betrekking tot o.a. de plankosten, schoolmaatschappelijk werk en het instandhoudingsbudget Berenschot. Daarnaast is het resultaat van de primaire begroting 2025 en 1e wijziging begroting 2025 opgenomen (1.925 N). Als laatste is het jaarrekeningresultaat 2025 opgenomen. Op het taakveld toevoeging aan de reserves resulteert dit in 8.263 N.

Prestatie indicatoren In onderstaand overzicht treft u per beleidsthema de kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) aan. Daarbij is in de laatste kolom de afkomst van de kpi weergegeven. Daarbij worden drie afkortingen gehanteerd, te weten: WSJG (waar staat je gemeente); CA (coalitieakkoord) en W (wettelijk, deze zijn al opgenomen in de begroting en jaarrekening op grond van een wettelijke verplichting).

Financieel gezond Solvabiliteitsratio (%) Netto schuldquote (incl. uitgeleende gelden) (%) Weerstandsratio Economie en werken Glasvezelaansluitingen (% mogelijk aansluitingen)

Streefwaarde: 2021 2022 2023 2024 2025 Bron: 20 31,50 26,30 25,90 25,97 25,74 WSJG 90-130 2,5 Streefwaarde: 100

76,1 3,32

84,4 2,86

79 65,71 93,6 WSJG 2,65 2,74 2,86 CA

2021 2022 2023 2024 2025 Bron: x

x

x

x

96,3 CA

Vennootschapsbelasting Inleiding Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht gemeenten om Vennootschapsbelasting (VPB) te vermelden in de programmabegroting en jaarstukken. Gemeenten die winst maken op ondernemingsactiviteiten (dus niet vanuit hun maatschappelijke rol) betalen hierover VPB. Met de VPB-winsttoets berekent de gemeente jaarlijks of er winstgevende ondernemingsactiviteiten zijn.

Jaarstukken

69

Gemeenten worden volgens de wet belastingplichtig indien zij een onderneming drijven. Praktisch gezien betekent dit, dat alleen die activiteiten van de gemeente in de VPB-heffing worden betrokken die als ‘zelfstandig onderdeel’ kunnen worden beschouwd en die voldoen aan de voorwaarden om als (belaste) onderneming te worden aangemerkt. Dit betreft de volgende cumulatieve voorwaarden: de activiteit kwalificeert als een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, die deelneemt aan het economische verkeer en die structureel fiscale winsten of overschotten beoogt of behaalt. Hierbij is sprake van deelname aan het economische verkeer bij een individualiseerbare prestatie aan een derde. Een derde is daarbij iedere andere persoon of organisatie, niet zijnde de gemeente zelf. Van een winstoogmerk is sprake wanneer een activiteit meer dan incidenteel een fiscale winst behaalt of wanneer er in concurrentie wordt getreden met private partijen. In de wet is een drietal objectieve vrijstellingen vastgesteld voor winst die is behaald door overheidslichamen. Deze vrijstellingen komen pas aan de orde als er sprake is van een belastingplichtige activiteit.

Dit betreft een vrijstelling voor diensten ten behoeve van de eigen gemeente (dus geen deelname aan het economische verkeer); een vrijstelling voor overheidstaken (mits niet in concurrentie met private partijen wordt getreden) en een samenwerkingsvrijstelling (die de samenwerking tussen overheden beoogt vrij te stellen. Wat waren de kosten ? PROGRAMMA: Vennootschapsbelasting Bedragen x € 1.000, N = nadelig) Lasten Af: Baten Saldo Bij: Toevoeging reserves Af: Onttrekking reserves Resultaat

Werkelijk Begroting Begroting Werkelijk Verschil 2024 2025 2025 (na 2025 2025 (primair) wijziging) 491 0 491 250 -220 521

100 0 100 0 0 100

685 0 685 0 0 685

706 0 706 0 0 706

N 21 0 N 21 0 0 N 21

Het nadeel op de vennootschapsbelasting van 21 is het gevolg van het verwerken van de definitieve aanslag over 2024 van 384 en een voorlopige aanslag over het jaar 2025 van 322. De betaalde belasting in 2025 komt daarmee uit op 706. Op begrotingsbasis na wijziging is rekening gehouden met een bedrag van 685 aan te betalen belasting (L, 21 N). In 2026 ontvangen we de definitieve aanslag over het jaar 2025. De uitkomst van deze definitieve aanslag verwerken we in de exploitatie 2026.

Jaarstukken

70

Restantkredieten Per ultimo 2025 was er sprake van circa 160 nog openstaande gemeentelijke investeringskredieten. Hiervan kan 80% nog niet worden afgesloten (deze zijn dus nog in uitvoering). Voor een nadere toelichting over de voortgang van de restantkredieten willen we u verwijzen naar het onderdeel kredietrechtmatigheid bij hoofdstuk 3 van deze jaarrekening.

Jaarstukken

71

Hoofdstuk 2: De paragrafen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt bepaald dat in de begroting en bij de jaarstukken paragrafen moeten worden opgenomen waarin de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Doel van de paragrafen is dat onderwerpen die versnipperd in de begroting staan worden gebundeld in een kort overzicht, waardoor de gemeenteraad voldoende inzicht krijgt. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de begroting en de jaarstukken. Het betreft acht verplichte paragrafen. Deze zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Met de genoemde onderwerpen is telkens een groot financieel belang gediend. De paragrafen geven daardoor extra informatie voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Vijfheerenlanden op de korte en langere termijn. De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de paragrafen kan verschillen. Indien er voor een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld de verbonden partijen of het grondbeleid, al een actuele nota bestaat, dan kan in de paragrafen worden volstaan met een korte weergave van de actuele stand van zaken. De paragraaf vervult dan een rol in het planning & control proces. Indien er echter een actuele nota ontbreekt, dan dient een uitvoerigere paragraaf te worden gemaakt. De paragraaf vervult dan nadrukkelijker een rol in de kaderstelling binnen de gemeente.

Het werken met beleidsnota's voor de onderwerpen van de paragrafen wordt vanuit de BBV aanbevolen.

Jaarstukken

72

Paragraaf 1: Lokale Heffingen Inleiding De lokale heffingen zijn een belangrijke bron van inkomsten. Lokale heffingen bestaan uit algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en retributies. Bij de retributies, zoals leges en lijkbezorgingrechten, is sprake van een individuele tegenprestatie op verzoek en mogen de geraamde opbrengsten niet hoger zijn dan de geraamde kosten van de gemeente voor de uitoefening van de taak. De paragraaf Lokale heffingen geeft inzicht in de diverse gemeentelijke belastingen en de consequenties daarvan voor de inwoners en is als volgt opgebouwd: • Beleid lokale heffingen • Overzicht tarieven • Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten; • Kostendekkendheid belangrijkste retributies; • Vergelijking met gemeenten met een vergelijkbare omvang en met de regio.

Beleid lokale heffingen •

•

•

•

• •

De belastingtarieven en het tarievenbeleid zijn in de eerste raadsvergadering na de vaststelling van de begroting 2025 vastgesteld. Op die manier zijn financiële of beleidsmatige keuzes die de raad maakt bij de behandeling van de begroting verwerkt in de tarieven. Bij de belastingopbrengsten is een verhoging van 2,6% toegepast. Dit bestaat uit een verwachte inflatie voor 2025 van 2,8% verminderd met de correctie van de te veel in rekening gebrachte werkelijke inflatie over 2024 van 0,2%. De inflatiecorrectie is niet van toepassing op de tarieven van de rioolheffing en afvalstoffenheffing. Voor het jaar 2025 is het tarief van de rioolheffing verlaagd naar € 168. Het nadeel dat hierdoor is ontstaan is ten laste gebracht van de voorziening riolering. Ten aanzien van de afvalstoffenheffing hanteren we een 100% kostendekkend tarief als uitgangspunt. We zien dat de uitvoeringskosten van het ophalen en verwerken van de afvalstromen meerkosten met zich meebrengen, met name als gevolg van inflatie/ prijsstijgingen. Om een kostendekkend tarief te blijven voeren, zijn de tarieven verhoogd met 10,9%. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden is € 486 en voor een éénpersoonshuishouden € 386. In 2025 is voor de afvalstoffenheffing in totaal een bedrag van € 398.401 en voor de rioolheffing een bedrag van € 156.917 aan kwijtschelding verleend.

Voor inwoners met een minimum inkomen en weinig tot geen vermogen bestaat de mogelijkheid van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lokale belastingen. De voorwaarden worden door het Rijk bepaald. Kwijtschelding is een vorm van inkomensbeleid en voorbehouden aan het Rijk (art. 219, lid 2, Gemeentewet).

Jaarstukken

73

•

De regels voor het toekennen van kwijtschelding zijn vastgesteld in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet. Deze regels komen erop neer dat kwijtschelding mag worden verleend aan belastingplichtigen, die een inkomen hebben dat niet hoger ligt dan de bijstandsnorm. De gemeente Vijfheerenlanden hanteert de zogenaamde 100%-norm. Dit betekent dat inwoners met een inkomen op of onder bijstandsniveau en een beperkt bedrag aan spaargeld in beginsel voor kwijtschelding in aanmerking komen. Gemeenten mogen wel zelf bepalen of en voor welke belastingen zij kwijtschelding verlenen. Kwijtschelding van gemeentelijke heffingen is mogelijk voor de “onvermijdelijke” belastingen: - Afvalstoffenheffing - Rioolheffing (tot 300 m3)

Overzicht tarieven Onroerende zaakbelastingen (OZB) De opbrengst van de OZB behoort tot de algemene dekkingsmiddelen en mag vrij worden besteed. De OZB-tarieven worden uitgedrukt in een vast percentage van de economische waarde van de onroerende zaken (WOZ-waarde). Ze worden berekend door de geraamde opbrengst te delen door de te belasten waarde, het heffingsareaal. De waarde wordt getaxeerd in overeenstemming met de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. De taxaties zijn gebaseerd op het marktniveau op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het belastingjaar. De waardeschommelingen worden vereffend via de tarieven, zodat de hertaxatie zelf niet leidt tot een verhoging van de belastingdruk. Afvalstoffenheffing De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald. Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Rioolheffing Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Een gemeente kan rioolheffing heffen om deze zorgplicht te betalen (artikel 228a van de Gemeentewet). Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid.

Jaarstukken

74

Soort heffing

2025

Onroerende zaakbelasting Woningen: - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde

0,0877

Niet-woningen - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde - Gebruikersheffing in procenten van de WOZ waarde

0,2487 0,1967

Afvalstoffenheffing - Éénpersoonshuishouden - Meerpersoonshuishouden

386 486

Rioolheffing

168

Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (x1000)

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Belastingen Onroerendezaakbelasting op woningen (eigenaren) Onroerendezaakbelasting op niet-woningen (eigenaren) Onroerendezaakbelasting op niet-woningen (gebruikers) Toeristenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Parkeerbelasting Totaal belastingen

9.133 3.526

9.274 3.503

2.402 347 87 180 492 16.167

2.412 372 90 153 467 16.270

Heffingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing Begraafrechten Leges omgevingsvergunningen Leges Burgerzaken Overige leges Marktgelden Totaal heffingen

4.859 11.421 1.025 4.490 1.343 386 76 23.601

4.847 11.424 1.554 4.633 1.366 484 65 24.374

Jaarstukken

75

Meerjarig overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (x € 1.000) Belastingsoort Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Begraafrechten Vergunningen Leges Burgerzaken Toeristenbelasting Precariobelasting Parkeerbelasting Reclamebelasting Overige Leges Marktgelden Totale opbrengsten

2020

2021

2022

2023

2024

2025

11.953

13.381

13.862

14.338

14.327

15.189

7.159 6.359 1.085 3.364 599 228 948 390 61 514 59 32.719

5.843 7.581 1.129 3.914 481 255 951 427 114 643 56 34.775

5.333 9.233 863 3.587 517 339 25 473 176 548 65 35.021

5.496 9.350 1.104 3.664 767 304 303 480 161 777 64 36.808

5.541 10.252 947 3.486 1.352 333 65 467 158 790 62 37.781

4.847 11.424 1.554 4.633 1.366 372 90 467 153 484 65 40.644

Kostendekkendheid belangrijkste retributies Het BBV schrijft voor, dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening (waar van toepassing) van overhead, BTW, kwijtschelding en straatvegen vindt daarbij extracomptabel plaats. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die mogen worden toegerekend. Afvalstoffenheffing Voor het product afvalinzameling geldt dat de geraamde baten niet boven de geraamde kosten mogen uitkomen. Tarieven van de afvalstoffenheffing worden tegenwoordig sterk bepaald door milieueisen voor het gescheiden aanleveren van het afval. Daarnaast spelen verwerkingskosten van het afval een rol.

Jaarstukken

76

Rioolheffing De rioolheffing is een belasting waarvan de opbrengt door de gemeente gebruikt wordt voor het rioolbeheer. Daaronder vallen het uitvoeren van inspecties, reiniging, kolkenzuigen, de vervanging van bestaande rioleringen, de kosten van noodzakelijke verbeteringsmaatregelen en de inzameling en verwerking van hemel- en grondwater. De rioolheffing is niet kostendekkend en daarom wordt € 1.254.000 onttrokken aan de voorziening riolering om de kosten te dekken. De stand van de voorziening op 31-12-2025 is dan € 8.642.000. Zie voor meer informatie de toelichting opgenomen in programma B en bij de voorzieningen bij de balans. Begraafrechten Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het verlenen van diensten, bijvoorbeeld het begraven en voor het gebruik van voorzieningen op gemeentelijke begraafplaatsen. Er is geen voorziening begraafrechten ingesteld. Zie voor meer informatie de toelichting opgenomen in programma B. x1.000

Berekening kostendekking Afvalstoffenheffing Rioolheffing Begraafrechten Kosten taakvelden (incl. omslagrente) 9.149 3.634 1.257 Inkomsten taakvelden (excl. heffingen) -452 -387 Netto kosten taakveld 8.697 3.247 1.257 Toe te rekenen overhead 35 452 481 Toe te rekenen BTW 1.867 819 Kwijtschelding taakveld 6.3 398 157 Straatvegen taakveld 2.1 30% 223 223 A kwaliteit beheer begraafplaats div taakvelden 107 Licentiekosten 11 Totale kosten 11.220 4.898 1.856 Opbrengst heffingen 11.424 4.847 1.554 Tekort (+) Overschot (-) -204 51 302 Dekkingspercentage % 101,82% 98,96% 83,73% Leges Leges zijn retributies voor diensten die door de gemeente worden verleend. Vaak gaat het om de aanvraag van vergunningen of documenten. Denk aan omgevingsvergunningen, paspoorten of een uittreksel uit het bevolkingsregister. Ook activiteiten van het gemeentearchief kunnen in de legesverordening worden geregeld. Alle diensten met betrekking tot Burgerzaken vallen onder Titel 1. Verstrekkingen van onder andere omgevingsvergunningen vallen onder Titel 2.

Jaarstukken

77

Vergunningen met betrekking tot bijvoorbeeld evenementen en horeca vallen onder Titel 3. Op begrotingsbasis mag het dekkingspercentage van de gehele legesverordening (Titel 1, 2 en 3) niet boven de 100% uitkomen. x1000

Berekening kostendekking Kosten taakvelden (incl. omslagrente) Inkomsten taakvelden (excl. heffingen)

Titel 1 Titel 2 Titel 3 Algemene Fysieke Europese Dienstverlening leefomgeving dienstrichtlijn 1.133 3.074 136 0

0

0

Netto kosten taakveld

1.133

3.074

136

Toe te rekenen overhead

343

545

109

Toe te rekenen BTW

17

17

17

Totale kosten

1.493

3.636

262

Opbrengst heffingen

1.481

5.161

45

12

-1.525

217

141,94%

17,18%

Tekort (+) Overschot (-) Dekkingspercentage Dekkingspercentage gehele legesverordening

99,20%

124,0%

Vergelijking met andere gemeenten/woonlasten (lastendruk) Om inzicht te geven in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten. Het onderzoek is erop gericht de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, de belastingdruk en de woonlasten per gemeente te vergelijken. Het COELO heeft over 2025 deze gegevens beschikbaar gesteld via de Atlas van de lokale lasten. In de COELO Atlas wordt het rangnummer bepaald als volgt: nummer 1 heeft de laagste woonlasten en nummer 346 de hoogste. Gemeente Vijfheerenlanden heeft rangnummer 217 in de COELO Atlas.

Jaarstukken

78

In onderstaand overzicht worden de woonlasten van huishoudens weergegeven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de COELO Atlas van de lokale lasten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen éénpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. De bedragen in onderstaande tabel zijn in hele euro’s. Bruto woonlasten éénpersoonshuishouden 2024 2025 956 973 878 885 697 771 1.277 1.384 901 954

Gemeente Vijfheerenlanden Gorinchem Nieuwegein West-Betuwe Molenlanden

Bruto woonlasten meerpersoonshuishouden 2024 2025 1.046 1.073 1.009 1.023 866 950 1.289 1.402 1.078 1.141

Lokale lastendruk gemeente Vijfheerenlanden De lokale lastendruk geeft voor de belangrijkste tarieven weer wat een inwoner van de gemeente betaalt en hoe deze zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld (fictief huishouden). Het bedrag voor 2025 is gebaseerd op een gezin in een woning met een gemiddelde waarde voor belastingjaar 2025: € 478.000.

LOKALE LASTENDRUK VHL OZB

Afvalstoffenheffing

Rioolheffing

194

194

194

412

412

439

486

398

402

413

419

2022

2023

2024

2025

168

216 343

320 2021

Jaarstukken

79

Paragraaf 2: Weerstandsvermogen Algemeen De afgelopen jaren hebben we een gezonde buffer gevormd om risico’s te kunnen opvangen. Het belang van een gezonde buffer om (financiële) risico’s op te vangen wordt steeds groter. Ook onze gemeente ontkomt niet aan grote ombuigingen. Een gezonde buffer biedt ruimte en tijd om structurele ombuigingen door te voeren. Deze buffer wordt het “weerstandsvermogen” genoemd. Deze paragraaf laat zien dat we eind 2025 als gemeente een gezonde buffer hebben en zelfs ruim boven de norm uitkomen zoals opgenomen in het Coalitieakkoord 2022-2026. Een buffer die we de komende jaren mogelijk moeten aanspreken om de financiële gevolgen van financiële bedreigingen die op ons afkomen voor enige jaren op te kunnen vangen. Dit valt af te leiden uit het risicoprofiel bij deze jaarrekening 2025.

Beleidskader Met risicomanagement krijgt de gemeente inzicht in de risico’s. Doel is het vergroten van het risicobewustzijn, het beheersen van de risico’s en het kunnen bepalen van een gezonde buffer (het weerstandsvermogen). Inzicht in de risico’s stelt ons in staat om verantwoorde besluiten te nemen De Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Vijfheerenlanden 2023-2026, die in februari 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld, bevat hiervoor het beleidskader. In deze nota wordt o.a. het gestructureerde proces van de inventarisatie en kwantificatie van risico’s en vervolgens toegepaste risico-simulatie beschreven. Dit resulteert uiteindelijk in het totale risicoprofiel (zie hieronder) van de gemeente. Ook is aangegeven dat we de vrij aanwendbare algemene reserves en de post onvoorzien tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen. De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en het totaalbedrag aan financiële risico’s geeft uitsluitsel over het weerstandsvermogen van de gemeente. Dit wordt uitgedrukt via: de weerstandsratio. Deze weerstandsratio dient ten minste 1,0 te zijn. Dat wil zeggen dat de beschikbare weerstandscapaciteit (de teller) minstens gelijk is aan het risicobedrag (de noemer). Er zijn dan precies genoeg middelen aanwezig om de risico’s op te vangen.

Gelet op de externe ontwikkelingen en financiële bedreigingen waarmee de gemeente al enige jaren geconfronteerd wordt en die tot hoge uitgaven kunnen leiden, streven we naar een weerstandsratio van minimaal 2,5.

Jaarstukken

80

Mocht de ratio lager uitvallen, dan wordt een voorstel met te treffen maatregelen aan de gemeenteraad voorgelegd om de ratio weer op niveau te krijgen. Onderstaand wordt respectievelijk nader ingegaan op het risicoprofiel (de 20 majeure risico’s met een impactscore 1) en de ontwikkeling van de beschikbare weerstandscapaciteit voor de komende jaren. Hierbij is in eerste instantie het risicoprofiel zoals opgenomen in de begroting 2025 als uitgangspunt genomen en laten we in deze jaarrekening een actualisatie van dit risicoprofiel zien. In de loop van 2025 is er bij de samenstelling van de begroting 2026 gekozen voor een andere invulling van de weerstandsparagraaf. Minder financieel gericht maar meer gericht op de beleids- en uitvoeringsrisico’s die samenhangen met de maatschappelijke opgaven en wettelijke taken. Hierbij worden ook kansen meegenomen. Voor de begroting 2026 is een volledige nieuwe risico- en kanseninventarisatie gemaakt aan de hand van de strategische doelen die we als gemeente willen realiseren. De risico- en kansenafweging is nu vanaf de begroting 2026 binnen de programma’s opgenomen. De hernieuwde inventarisatie die in 2025 heeft plaatsgevonden, leidt in totaal tot 121 risico’s, waarvan 87 risico’s met een mogelijke financiële impact. Daarnaast zijn er ook vele kansen geïnventariseerd.

Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen wordt echter louter gekeken naar de 87 financiële risico’s en moeten we de kansen uit voorzichtigheidsoogpunt buiten beschouwing laten. Gelijktijdig met deze hernieuwde inventarisatie hebben we ook gekozen voor een andere wijze van onderverdeling van de risico’s op basis van de mogelijke financiële impact: - Impactscore 3 (gering): financiële risico’s tot bruto € 50.000; - Impactscore 2 (gemid.): financiële risico’s tussen bruto € 50.000 en € 250.000; - Impactscore 1 (groot): financiële risico’s vanaf bruto € 250.000. Door deze rubricering kunnen we als gemeente met name de aandacht richten op de belangrijkste risico’s met een impactscore 1 (in totaal zo’n 20 financiële risico’s). De 67 risico’s met een gemiddeld of geringe financiële impact kunnen (wanneer ze gelijktijdig optreden) een grote financiële impact hebben. Bij de begroting 2026 is ervoor gekozen om voor deze kleine en gemiddelde risico’s een afzonderlijke risicoreservering van € 5 miljoen aan te houden binnen het aanwezige weerstandsvermogen (de algemene reserves). We passen deze systematiek nu ook toe voor het risicoprofiel in deze jaarrekening. De hernieuwde inventarisatie en gewijzigde waardering heeft wel als consequentie dat een goede vergelijking met het risicoprofiel zoals opgenomen in de begroting 2025 niet meer mogelijk is.

Risicoprofiel Om de benodigde weerstandscapaciteit (het totale risicobedrag) te bepalen wordt normaliter tweemaal per jaar (bij begroting en jaarrekening) geïnventariseerd welke financiële risico’s de gemeente loopt waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten.

Jaarstukken

81

In totaal zijn er bij de in 2025 vernieuwde inventarisatie 121 risico’s in kaart gebracht, waarvan 87 risico’s met een mogelijke financiële impact. De risico’s met een mogelijk grote financiële impact vanaf € 250.000 (impactscore 1) zijn op de volgende twee pagina’s opgenomen in de risicokaart. Financieel

Netto

x > € 2.000.000

1

4

5

1

€ 1.500.000 < x <= € 2.000.000

1

1

2

1

1

1

€ 1.000.000 < x <= € 1.500.000

€ 500.000 < x <= € 1.000.000

1

€ 250.000 < x <= € 500.000

1

Financiële gevolgen tot € 250.000

6

15

40

6

10%

25%

50%

75%

Kans

Jaarstukken

90%

82

Jaarstukken

83

Van deze 20 risico’s met een mogelijke grote financiële impact zijn er 15 risico’s die als gevolg van de kans van optreden aandacht vragen (zijn oranje of rood gekleurd). Er is een risico die in het rode gebied zit en direct aandacht vraagt.

Jaarstukken

84

In de risicokaart zijn ook enkele risico’s opgenomen die eigenlijk pas vanaf 2026 of later financiële impact kunnen hebben wanneer deze daadwerkelijk optreden. We hebben het dan bijvoorbeeld over het risico op het niet realiseren van de noodzakelijke ombuigingen in verband met het aankomende ravijnjaar 2028. Ook het risico is meegenomen dat de accresstanden van de algemene uitkering uit het gemeentefonds, nadat ze drie jaar tot 2025 vastgezet zijn, vanaf 2026 weer kunnen gaan fluctueren met mogelijke aanzienlijke budgettaire schommelingen. Deze beide risico’s zijn toch financieel meegenomen omdat het risicoprofiel bij deze jaarrekening niet zozeer een terugblik geeft, maar juist naar de toekomst kijkt voor een goede risicoafweging bij toekomstige beslissingen. Het risicoprofiel met de majeure financiële risico’s (impactscore 1) dat op de volgende pagina’s staat opgenomen, bepaalt het benodigde weerstandsvermogen. In het profiel wordt toegelicht hoe de maximale financiële impact van het risico is berekend en wordt per risico aangegeven welk invloed% het risico in de bepaling van het risicobedrag heeft. Alle majeure financiële risico’s opgeteld geven een totaal risicobedrag van € 75,45 miljoen. Vervolgens wordt er een risicosimulatie volgens de Monte-Carlo-methode uitgevoerd.

Een dergelijke simulatie is toegestaan en wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale risicobedrag ongewenst is. Deze majeure risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Figuur 1 en de bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie op basis van 100.000 trekkingen. Daarbij wordt uitgegaan van een zekerheidspercentage van 90%.

Simulatie

Jaarstukken

85

ZekerheidspercentageBedrag 10% € 7.095 25% € 9.334 50% € 12.221 75% € 15.542 80% € 16.455 90% € 19.525 95% € 21.316 99% € 25.635

Statistieken

Waarde

Minimum

€0

Maximum

€ 38.626

Gemiddeld

€ 12.712

Standaarddeviatie

€ 4.701

Absolute maximum

€ 75.453

Aantal trekkingen

100.000

Uit de grafiek en de bijbehorende tabel (in bedragen x € 1.000) volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van afgerond € 19.525 (benodigde weerstandscapaciteit).

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van Gemeente Vijfheerenlanden bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Op basis van de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2023-2026 tellen we alleen de algemene reserves tot de aanwezige weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is de aanwezige capaciteit op balansdatum 31-12-2025 voor resultaatbestemming weergegeven. Er wordt voor de bepaling van de weerstandscapaciteit bij de jaarrekening geen rekening gehouden met aanwezige structurele weerstandscapaciteit binnen de begroting, zoals de post onvoorzien. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand (bedragen x € 1.000)

Algemene risicoreserve Reserve grondexploitatie Reserve sociaal domein Incidentele weerstandscapaciteit

Jaarstukken

Startcapaciteit Bijboekingen

Afboekingen

Huidige capaciteit

€ 643 € 956 € 198 €1.797

€ 52.309 € 5.139 € 3.421 € 60.870

Totale weerstandscapaciteit (bruto) Af: reservering t.b.v. risico’s met impact 2 en 3 Weerstandscapaciteit (netto)

€ 60.870 -/- € 5.000 € 55.870

€ 49.621 € 3.601 € 3.084 € 56.306

€ 3.331 € 2.494 € 337 € 6.162

86

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven. Risico's:

Weerstandscapaciteit :

Bedrijfsproces Financieel Imago / politiek Informatie / strategie Juridisch / Aansprakelijkheid Kennisbank Letsel / Veiligheid Materieel Milieu Personeel / Arbo Product

Jaarrekening 2025 voor bestemming

i

i

Weerstandvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000).

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit

=

€ 55.870 € 19.525

= 2,86

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio.

Jaarstukken

87

Tabel 4: Weerstandsnorm Waarderingscijfer

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

De ratio van onze gemeente valt ruim in klasse A. Dit duidt op een uitstekend weerstandsvermogen. De uitkomst van 2,86 is zelfs 0,36 hoger dan de in het coalitieakkoord vastgelegde norm van minimaal 2,50. De beschikbare weerstandscapaciteit van € 55,87 miljoen is op dit moment € 7,1 miljoen hoger dan de norm (€ 19,525 mln. x 2,5 = afgerond € 48,81mln.). Bij de bepaling van de weerstandsnorm hebben we nog geen rekening gehouden met het nog te bestemmen resultaat op de jaarrekening 2025 van ruim € 8,6 miljoen.

Nieuwe ontwikkelingen In 2025 zijn weer vervolgstappen gezet om het risicobewustzijn binnen de gemeenteraad, het college van B&W en organisatie verder te verdiepen. De risico’s en kansen worden nog nadrukkelijker gekoppeld aan de doelen die gesteld worden en maken we bewuste keuzes over het al of niet treffen van maatregelen om de risico’s te beheersen. In de begroting 2026 zijn de eerste resultaten hiervan zichtbaar. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in het aangepaste format voor college- en raadsvoorstellen. De nieuwe opzet die in de begroting 2026 is toegepast, is nu ook voor zover mogelijk in deze paragraaf overgenomen.

Is er ruimte om af te romen? Alhoewel de weerstandsnorm van 2,86 op dit moment 36 procentpunten hoger is dan de in het coalitieakkoord vastgelegde norm van 2,50, zien we nu nog geen mogelijkheden om de omvang van de algemene reserves af te romen, mede om de solvabiliteit voor de toekomst verder te vergroten. Nog steeds een belangrijk risico voor de toekomst, zoals in het volgende deel van deze paragraaf, over de financiële kengetallen, nader wordt ingegaan. Bovendien zijn we als gemeente na balansdatum geconfronteerd met nieuwe risico’s door ontwikkelingen in de wereld (zoals de nieuwe energiecrisis door de oorlog van de VS met Iran).

Jaarstukken

88

Financiële kengetallen In onderstaand overzicht worden de financiële kengetallen zoals de netto schuldquote en de solvabiliteitsratio van de gemeente Vijfheerenlanden weergegeven:

Duiding van de kengetallen in bovenstaande tabel Als we deze kengetallen in samenhang beoordelen, kunnen we onze huidige financiële conditie als voldoende beoordelen. De kengetallen schuldquote, solvabiliteit en kengetal grondexploitatie zeggen iets over de weerbaarheid. De score op solvabiliteit is matig. De scores op de kengetallen van ‘Netto schuldquote’, ‘Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' en grondexploitatie zijn daarentegen voldoende. De score op de ‘Netto schuldquote’ en die van de ‘Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' is in vergelijking tot de jaarrekening 2024 en de begroting 2025 verbeterd. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat bij de berekening van de netto vlottende schuld in de begroting 2025 rekening werd gehouden met de uitvoering van de voorgenomen investeringsagenda 2025. De investeringsagenda is echter nog niet tot uitvoering gekomen. De totale baten in de rekening 2025 zijn hoger dan in de begroting 2025. Hierdoor verbetert ook de verhouding van de schuldpositie ten opzichte van de baten. Wanneer de voorgenomen investeringen ook voor de komende jaren achterblijven (wat niet de verwachting is), dan zullen de kengetallen voor de beide ‘Netto schuldquotes’ verder verbeteren.

De solvabiliteitsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2024 licht gedaald, maar ten opzichte van de begroting 2025 is de solvabiliteitsratio gestegen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat in de begroting 2025 nog geen rekening kon worden gehouden met het positieve jaarrekeningresultaat over 2024 en 2025. Hierdoor is de algemene reserve toegenomen ten opzichte van de begroting.

Jaarstukken

89

De kengetallen die de flexibiliteit van onze jaarlijkse exploitatie beoordelen (vooral structurele exploitatieruimte en onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting) staan op groen. Er is nog financiële ruimte binnen de exploitatie en onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting aanwezig om nadelen op te vangen. De aanwezige ruimte binnen de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting is echter wel relatief, omdat de totale woonlasten van een gezin in de gemeente Vijfheerenlanden boven het landelijk gemiddelde ligt. In de tabel scoort de gemeente hier dan ook een matig resultaat . De flexibiliteit binnen de onbenutte belastingcapaciteit onroerendezaakbelasting is eigenlijk louter van belang voor de houdbaarheid van de gemeentefinanciën op de middellange termijn. We hebben dan als het ware nog een onbenutte belastingcapaciteit achter de hand om een tegenvaller op middellange termijn op te vangen. Conclusie Op dit moment is de financiële conditie van de gemeente voldoende. Een belangrijke maatregel die al deels verwerkt is in de jaarrekening 2025 is het proces rond de ombuigingen. Hierna gaan we ter info afzonderlijk in op de verschillende kengetallen. Netto schuldquote (NSQ) en netto schuldquote inclusief alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft het niveau aan van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4862847a-94b7-4a03-a5e8-e03b06a70d2e