Jaarstukken Gemeente Vijfheerenlanden 2025
Tekst van het document
Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) - Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (MOBW) (1.115 V) Het resultaat op de Wmo in 2025 is per saldo 209 V. Dit komt doordat de vraag naar dagbesteding lager was dan verwacht (L, 321 V) Deze daling hangt samen met een lagere instroom en verschuivende cliëntstromen gedurende het jaar. Daarnaast vallen de kosten voor hulpmiddelen hoger uit dan geraamd, wat resulteert in een nadeel (L, 112 N). Dit komt vooral door hogere uitgaven aan vervoers- en rolstoelvoorzieningen en deels begeleiding. Hierbij speelt de toenemende vergrijzing in Vijfheerenlanden een steeds grotere rol: vooral de groei van het aantal 75- en 80-plussers leidt tot complexere ondersteuningsvragen en toenemende druk op Wmo voorzieningen. Bij MOBW is sprake van een voordeel (L, 865 V en B, 41 V). Voor de uitvoering van lokaal maatwerk ontvangt de gemeente middelen ter dekking van de kosten. De lagere lasten worden veroorzaakt doordat minder maatwerkbegeleiding is geweest dan verwacht en door de projecten voor woonvoorzieningen die nog niet afgerond zijn. De hogere baten worden verklaard doordat binnen de regio Lekstroom extra uren voor regionale projecten zijn gedeclareerd. Het budget MOBW heeft zowel een structurele als een incidentele component.
Voorgesteld wordt om - in lijn met regionale afspraken - het incidentele resultaat (754 V) te storten in de reserve sociaal domein geoormerkt voor MOBW. Jeugd (882 V) De kosten op Jeugd worden met name gemaakt via de Regionale Backoffice Lekstroom. Het voordeel op Jeugd in 2025 heeft voor het grootste deel te maken met (incidentele) voordelen uit de jaren 2020 t/m 2024 (L, 800 V). De belangrijkste oorzaak hiervan is de eindafrekening van cliëntgebonden kosten over 2020 tot en met 2023.
Jaarstukken
32
Na verwerking van de eindafrekening van RBL over 2025 blijkt dat op het totale budget van ongeveer € 25 miljoen sprake is van iets lagere kosten (L, 98 V). De helft hiervan betreft een voordeel op de bedrijfsvoeringskosten en de andere helft de uitvoering van de Jeugdwet. Daarnaast valt een bedrag aan Rijksmiddelen voor caseloadreductie (L, 89 V) vrij omdat deze in 2025 niet zijn ingezet. Tegenover deze voordelen staat een nadeel op jeugdhulpvervoer (L, 105 N). Dit wordt verklaard door de relatief hoge inzet van individueel zorgvervoer door problemen met de aanbesteding. Onderwijs (142 N) Op Onderwijshuisvesting is sprake van hogere kosten voor klein onderhoud en klachten, onder meer door extra werkzaamheden bij De Prenter en hogere onderhoudskosten bij De Brink (klimaat- en toegangssysteem) (L, 48 N). Een wijziging in de systematiek van het Rijk voor de vergoeding van Materiële Instandhouding leidt tot hogere baten. (B, 53 V). In 2025 is de verordening leerlingenvervoer vernieuwd. Deze verordening geeft meer ruimte om te kijken of vervoer nodig is. En zo ja, welke vorm het meest passend is. De nieuwe verordening is ingegaan op 1 april 2025. Hierdoor hebben we in het eerste deel van 2025 nog relatief hoge vervoerskosten gemaakt. Daarbij hebben we voor een aantal leerlingen een overgangsregeling ingezet.
Vanaf september (nieuwe schooljaar) is een daling van de vervoerskosten zichtbaar. Hierdoor is er in vergelijking met voorgaande jaren sprake van een relatief lage overschrijding (L, 63 N). Extra uitgaven voor onderwijsachterstandenbeleid (OAB) (L, 409 N) zijn verrekend met de extra middelen die in de afgelopen jaren zijn ontvangen van het Rijk (B, 409 V). Dit verloopt budgetneutraal. Op overige onderwijszaken resteert een nadeel. Dit wordt veroorzaakt doordat de extra inhuur voor de uitvoering van de NPO-regeling hier is geboekt (L, 79 N), terwijl het inhuurbudget op programma A is begroot. Participatie en inkomensregelingen (32 V) Op dit taakveld is sprake van een klein voordeel van per saldo 32. Dit saldo wordt echter veroorzaakt door een aantal (vaak forse) verschillen tussen geraamde baten en lasten. Deze vallen grotendeels tegen elkaar weg. Bij kinderopvangtoeslag zijn de baten en lasten budgetneutraal geraamd, omdat het uitgangspunt is dat alle kosten worden gedekt uit het normbedrag dat we ontvangen. Het verschil tussen baten en lasten leidt tot een resultaat van 277 (L, 309 V en B, 32 N). Het voordeel op de lasten betreft lagere realisatie bij uitkeringen aan gedupeerden en inzet van personeel. Het nadeel op de baten is een gevolg van de lagere realisatie. Het totaalbedrag dat we aan normbedragen van het Rijk ontvangen, was hierdoor lager dan begroot.
Voor de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (BUIG-regeling), die via de GR Avres wordt uitgevoerd, zijn eind 2025 extra middelen ontvangen (B, 998 V). Avres heeft het merendeel van deze middelen verwerkt in de Eindejaarsnota (L, 984 N). Daarnaast is sprake van een nadeel door een licht negatieve afrekening Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig
Jaarstukken
33
Ondernemers (TOZO) 2024 (L, 47 N) en heeft er een eindafrekening plaatsgevonden van bijzondere bijstand (L, 155 N). Voor de uitvoering van begeleide participatie heeft Avres hogere kosten in rekening gebracht dan geraamd. Ook de ontvangen Rijksmiddelen (zie programma F) voor de uitvoering van de Participatiewet waren hoger. Op programma C leidt dit tot een nadeel (L, 250 N), terwijl dit voor de gemeente als geheel budgetneutraal verloopt. Binnen het gemeentelijk minimabeleid is er sprake van een onderbesteding (L, 149 V) doordat diverse subsidies en uitvoeringskosten lager zijn uitgepakt dan begroot. In de Arbeidsmarktregio Gorinchem, waar Vijfheerenlanden in 2025 penvoerder is geweest, zijn voor de uitvoering van de actieplannen meer middelen ingezet dan begroot (L, 78 N). Daartegenover staan hogere baten (B, 192 V). Het voordeel van per saldo (114 V) op de Arbeidsmarktregio is niet voor de gemeente Vijfheerenlanden, maar is in de reserve Arbeidsmarktregio gestort (zie toelichting onder reserves). Voor de aanpak van energiearmoede zijn in eerdere jaren middelen door het Rijk beschikbaar gesteld. In 2025 is een deel van deze middelen niet ingezet (L, 79 V). Als gevolg hiervan blijven de baten eveneens achter (B, 79 N). De inzet van de resterende middelen staat gepland voor 2026. Verder is er nog sprake van enkele kleine verschillen van per saldo 76 N (L, 83 N en B, 7 V).
Mutaties reserves (708 N) Bij de verrekening van de reserves is sprake van een per saldo nadeel van 708 ten opzichte van de begroting 2025 na wijziging. Het nadeel bij de toevoegingen wordt verklaard door de storting van het voordeel op de begroting van de Arbeidsmarktregio Gorinchem in de bestemmingsreserve Arbeidsmarktregio (L, 114 N). Daarnaast heeft een extra storting plaatsgevonden voor de inwonersinitiatieven (L, 114 N). Met het resterende budget voor inwonersinitiatieven is de daaraan gekoppelde reserve aangevuld tot het vastgestelde maximum van 500. Ook bij de onttrekkingen is sprake van een aantal nadelen. In 2025 zijn de kosten voor het woontrainingshuis gedekt uit het reguliere (programma)budget. Hierdoor heeft er geen onttrekking uit de reserve plaatsgevonden (B, 55 N). Ook voor schoolmaatschappelijk werk was het reguliere budget toereikend, waardoor geen onttrekking heeft plaatsgevonden (B, 91 N). De onttrekking voor de projectorganisatie projectorganisatie Team Huisvesting speciale doelgroepen (HSDI) is lager uitgevallen door lagere personele lasten (B, 87 N). Voor de inwonersinitiatieven is een onttrekking begroot, maar door de onderbesteding was dit niet nodig (B, 125 N). Tot slot is voor de kapitaallasten met betrekking tot onderwijshuisvesting minder onttrokken dan geraamd (B, 122 N).
Prestatie indicatoren In onderstaand overzicht treft u per beleidsthema de kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) aan. Daarbij is in de laatste kolom de afkomst van de kpi weergegeven. Daarbij worden drie afkortingen gehanteerd, te weten: WSJG (waar staat je gemeente); CA (coalitieakkoord) en W
Jaarstukken
34
(wettelijk, deze zijn al opgenomen in de begroting en jaarrekening op grond van een wettelijke verplichting).
Sociaal domein algemeen Jongeren met jeugdbescherming (%) Tevredenheid cliëntervaringsonderzoeken Jeugd Tevredenheid cliëntervaringsonderzoeken Wmo Een leven lang ontwikkelen Absoluut verzuim (per 1.000 leerlingen) Zorg en wonen Gemiddelde wachtlijst WMO (in weken) Elkaar ontmoeten Elke kern/woonplaats heeft een sociale ontmoetingsplek
Jaarstukken
Streefwaarde: 2021 2022 2023 2024 2025 Bron: n.n.b.
1,1
1
1
1
n.n.b. W
8
8,35
7,86
7,15 7,10
7,13 CA
8 x x 7,18 7,78 n.n.b. CA Streefwaarde: 2021 2022 2023 2024 2025 Bron: n.n.b. 2,1 1,3 4,2 4,4 n.n.b. W Streefwaarde: 2021 2022 2023 2024 2025 Bron: 6 n.n.b. n.n.b. 16 8,5 10 CA Streefwaarde: 2021 2022 2023 2024 2025 Bron: 16
x
x
x
x
19
CA
35
Programma D: Ruimtelijke ontwikkeling Dashboard Bedragen x € 1.000
55 Bestuurlijke resultaten
Lasten
42%
58%
Conform planning, budget en capaciteit Te rapporteren afwijkingen
€ 30.000 € 27.500 € 25.000 € 22.500 € 20.000 € 17.500 € 15.000 € 12.500 € 10.000 € 7.500 € 5.000 € 2.500 €0 -€ 2.500 -€ 5.000 -€ 7.500 -€ 10.000
1.728
Baten
Reserves Resultaat
892
-603
2.017
Begroting 2025 (na wijziging)
Werkelijk
Verschil
Wat wilden we bereiken? Samen bouwen en wonen Wonen Wij willen beschikken over een gedragen visie voor al onze kernen en ons landschap. Zo borgen en bevorderen we de kwaliteit, vitaliteit en het financieel gezond houden van onze kernen en koesteren we de groene oase die ons landschap is. Bouwen en wonen – 2.000 woningen bouwen in deze collegeperiode en het maken van ruimte voor 3.000 woningen voor de periode daarna - is één van de leidende opgaven. Dat bouwen doen we duurzaam en met oog voor de grote landschappelijke waarden van Vijfheerenlanden. Naast het daadwerkelijk realiseren van woningen, speelt ook de invulling (programma) en de kwaliteit een belangrijke rol om deze woningen ook beschikbaar te hebben en te houden voor diverse doelgroepen. We willen dit ook betaalbaar doen en willen daarom met ontwikkelaars en bouwers uitvoering geven aan de door de Raad vastgestelde normen voor het bouwen van betaalbare woningen.
Jaarstukken
36
Om die reden is er ook aandacht voor de directe ondersteuning van starters met betrekking tot betaalbare woningen. Zo vergroten wij de kans voor alle woningzoekenden om een passende woning te vinden in onze gemeente. Als gevolg van de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt het voor alle gemeenten een verplichting een Volkshuisvestingsprogramma te hebben. Met dit programma willen wij uitvoering geven aan de visie op Wonen in Vijfheerenlanden. Wonen en zorg Een vitale samenleving draagt ook zorg voor passende huisvesting voor inwoners en voor toekomstige inwoners. We willen daarom een passende plek voor alle inwoners, ook als ze een ondersteuning- of zorgbehoefte hebben. De norm, afgeleid uit het landelijke programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) wordt: zelf als het kan; thuis als het kan en digitaal als het kan. Vijfheerenlanden werkt daarom actief aan de opgaven op het gebied van meerdere verbijzonderde doelgroepen. Het uitvoeren van deze opgave raakt zowel ruimtelijke aspecten (het zoeken en realiseren van huisvesting) alsook sociale aspecten (opvang, begeleiding, werk en inkomen en meedoen). Wonen Speciale aandacht gaat in 2025 naar de doelgroepen: 1. Vluchtelingen met een tijdelijke beschermde status: In 2025 biedt onze gemeente opvang aan vluchtelingen met een tijdelijke beschermde status (Oekraïners).
Op basis van de huidige prognoses en de daarbij door het Veiligheidsraad gehanteerde verdeelsleutel gaat het hierbij om 261 gemeentelijke opvangplekken. Het streven is om in 2025 dit aantal opvangplekken gerealiseerd te hebben. 2. Opvanggerechtigden: Wij zetten ons in om voor 1 juli 2025 te voldoen aan de uitdagende wettelijke verplichting volgend uit de Spreidingswet. De wettelijke verplichting schrijft voor VHL een opvangcapaciteit voor van 346 plekken. 3. Opvang statushouders: De gemeente krijgt elk halfjaar een taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Door de grote instroom van asielzoekers wordt in 2025 opnieuw een hoge taakstelling verwacht. De gemeente ervaart de druk en dilemma’s op de woningmarkt waar het de huisvesting van statushouders betreft en blijft zich actief inzetten voor de invulling van deze complexe taakstelling conform de wettelijke verplichting. Een van de acties is om uiterlijk zo spoedig mogelijk (uiterlijk 2026) flexhuisvesting te realiseren voor statushouders.
Jaarstukken
37
Omgevingswet, -visie en -plan Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een grote stap gezet in de modernisering van het omgevingsrecht. Evenwichtigheid in de toedeling van functies, participatie en integrale afweging zijn belangrijker geworden. Bouwen en wonen, mobiliteit, natuurontwikkeling en (bijvoorbeeld) veel duurzaamheidsbeleid krijgen vorm binnen de kaders van de omgevingswet. Een grote stap en tegelijkertijd is er nog veel te ontwikkelen. Het versterken van een cultuur van werken waarin we ‘helpen het mogelijk te maken’, via de intaketafel en betere samenwerking in de voorbereiding op projecten en vergunning aanvragen. De digitale systemen (voor het aanvragen van vergunningen of waarmee het omgevingsplan kan worden bevraagd) hebben begin 2025 nog niet de gebruikersvriendelijkheid die verwacht mag worden. We werken in 2025 verder aan het Omgevingswet-stelsel zodat we beter inspelen op de ambities en doelen van onze inwoners en ondernemers. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is het kaderstellend document voor de ontwikkeling en het beheer van de fysieke leefomgeving. Hierin zijn onze lange termijn doelen beschreven voor de thema’s wonen, werkgelegenheid, mobiliteit, de energietransitie en het behoud en de versterking van het landelijk gebied. Bij de uitwerking van deze thema’s is het behoud van een vitale samenleving onze leidraad.
Een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving zijn de bouwstenen. Alle ontwikkelingen in de ruimte worden hieraan getoetst en ze zijn de basis voor afwegingen die we maken. In 2025 werken we verder aan de uitvoering van de omgevingsvisie, zoals beschreven in het in 2024 opgestelde uitvoeringsplan omgevingsvisie. We doen dit onder andere via omgevingsprogramma’s. Uitvoering geven aan de omgevingsvisie kan ook via het opstellen van beleid. Het is uitdrukkelijk de bedoeling dat het beleid over de fysieke leefomgeving niet losstaat van de doelen en ambities in de omgevingsvisie. Omgevingsplan We gaan verder met het plan van aanpak planomzetting, waarin we de lokale regels over de fysieke leefomgeving (waaronder dus ook de naar de gemeente overgehevelde rijks- en provinciale regels daarover) beleidsneutraal (van het tijdelijk omgevingsplan) naar het omgevingsplan volgens de Omgevingswet omzetten. Het betreft buiten de bruidsschat en de verordeningen ook ruim 300 (oude) bestemmingsplannen die de gemeente Vijfheerenlanden rijk is. Na het in 2024 technisch in beheer nemen van de bruidsschat en het omzetten van de verordeningen fysieke leefomgeving worden in 2025 de woongebieden Meerkerk, Leerdam en Vianen omgezet; het streven is om de planomzetting van deze woongebieden eind 2025 ter vaststelling aan de gemeenteraad aan te bieden.
Jaarstukken
38
Een duurzame toekomst Wij willen onze mooie gemeente goed doorgeven aan toekomstige generaties door intensieve inzet voor een leefbare, gezonde en toekomstbestendige omgeving waar nagenoeg alle bouwwerken circulair zijn, energie duurzaam wordt opgewekt en er een gezonde omgeving is die klimaatrobuust en biodivers is. In 2050 willen wij 95% CO2 reductie hebben bereikt ten opzichte van 1990. In 2030 gaan we uit van 55%. Dit kunnen we bereiken door in al ons handelen de CO2-uitstoot te verminderen. Zo gaan we klimaatverandering tegen en streven we ernaar dat iedereen beschikt over voldoende duurzaam opgewekte energie. Deze ambities worden - voor zover nog niet in huidig beleid vormgegeven - nader uitgewerkt passend bij de gemeente Vijfheerenlanden. In 2050 willen wij een gemeente zijn die klimaatrobuust is ingericht en waar de biodiversiteit in een natuurlijke balans is hersteld. Wij staan voor een groene leefomgeving die aantrekkelijk en gezond is. We willen samen met onze inwoners werken aan een leefomgeving waar het fijn is om te verblijven voor mens en dier. In 2050 willen wij volledig circulair zijn. In 2030 streven naar 50% circulair. We staan dan ook voor een gemeente Vijfheerenlanden waar in 2050 geen (rest)afval en verspilling bestaat maar die volledig circulair is. Als opdrachtgever willen we hierin onze verantwoordelijkheid nemen.
We zoeken daarom graag de samenwerking met de samenleving. Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar Wij willen een verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar Vijfheerenlanden, waarbij de verkeersveiligheid, leefbaarheid, bereikbaarheid van bestaande wijken en dorpen, werklandschappen en voorzieningen is gewaarborgd en wordt verbeterd en nieuwe woongebieden, werklandschappen en voorzieningen goed ontsloten worden door openbaar vervoer, (snel)fiets en auto. Daarnaast is aandacht voor regionale ontwikkelingen en verduurzaming. Vitale landbouw in een aantrekkelijk buitengebied Een waardevol landschap, gekenmerkt door rust en ruimte. In het buitengebied wordt gewoond, gewerkt en geleefd. Dit betekent dat verschillende functies naast en met elkaar plaatsvinden in het buitengebied. Daarom werken wij samen met alle belanghebbenden aan een buitengebied, waarin onder andere de agrariër zijn werk kan doen passend in een vitale landbouwsector, er plek is voor recreatie en voldoende ruimte voor herstel van de natuur en biodiversiteit. Om dit te realiseren zijn de maatregelen uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Landelijk A5H gebied 2024-2027.
Met de uitvoeringsagenda landelijk gebied wordt duidelijk voor de agrariërs, de samenleving, de raad en onze partners wanneer Vijfheerenlanden welke inzet pleegt om te komen tot een toekomstbestendig landelijk gebied waarin agrariërs economisch rendabel produceren en iedereen kan genieten van het landschap en de natuur. De uitvoeringsagenda is gericht op het behoud en waar mogelijk versterking van de agrarische sector en het ontwikkelen van een aantrekkelijk, vitaal en toekomstbestendig landschap voor mens, plant en dier.
Jaarstukken
39
De verdere uitwerking van deze uitvoeringsagenda gebeurt in samenhang met de ontwikkeling van het Nationale Programma Landelijk Gebied en de provinciale programma’s van de provincies Utrecht en Zuid-Holland. We streven ernaar om zoveel mogelijk gezamenlijke trajecten te doorlopen en afgestemde producten op te leveren. Veel activiteiten pakken we gezamenlijk op met beide provincies en met gemeente Molenlanden en de overige activiteiten stemmen we nauw met elkaar af.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Samen bouwen en wonen • Voor 1 juli 2025 actualiseren wij de huisvestingsverordening. De Eerste wijziging Huisvestingsverordening gemeente Vijfheerenlanden 2023 is op 20 maart 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. •
Op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) stellen wij in 2025 een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast. Op 24 juni 2025 heeft het college het "Jaarverslag VTH Vijfheerenlanden 2024", de "Uitvoerings- en handhavingsstrategie Fysieke Leefomgeving VTH 2025-2028" en het "Uitvoeringsprogramma 2025 VTH" vastgesteld.
•
1 januari 2026 is de visie voor Parc Merwede in Meerkerk vastgesteld. In 2024 is de start van dit project, met inzet van een extern bureau, Spacevalue, ingezet. Er ligt een rapport met bevindingen (inclusief peiling onder parkeigenaren) die aanleiding geeft voor nieuw parkmanagement om in 2026 met een aantal zaken aan de slag te gaan. De gemeente zal dit proces volgen.
•
Voor 1 juli 2025 is de strategische aankoop van een locatie in de kern Hoef en Haag afgerond waarbij invulling kan worden gegeven aan maatschappelijke voorzieningen voor deze kern. De strategische aankoop van het pand in de kern Hoef en Haag is afgerond door de vaststelling door de gemeenteraad in de raadsvergadering op 20 maart 2025.
•
Voor 1 juli 2025 is het Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Het MPG 2025 is vastgesteld in de raadsvergadering van 5 juni 2025.
•
Voor 1 mei 2025 is het gebiedsontwikkelingsprogramma Lexmond-West vastgesteld door het college. Het gebiedsontwikkelingsprogramma Lexmond-West is op 15 april 2025 vastgesteld door het college.
Jaarstukken
40
Wonen en zorg • Ieder half jaar realiseren we de halfjaarlijkse taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Voor het jaar 2025 bedroeg de totale taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders 97 personen. In samenwerking met de woningcorporaties heeft de gemeente voldoende vergunninghouders gehuisvest. Naast plaatsing binnen de reguliere sociale huursector is aanvullend ingezet op kamergewijze verhuur gericht op met name alleenstaande statushouders. Deze maatregelen hebben geleid tot volledige realisatie van de taakstelling, maar niet op het inlopen van de huidige achterstand. De provincie Utrecht heeft de gemeente op trede 3 van de interventieladder laten staan. In bestuurlijk overleg met de provincie worden vervolgstappen verkend om de huisvestingsopgave te versnellen en de achterstand terug te dringen. De achterstand staat voor 2025 op 65 personen. Gelet op de structurele schaarste op de woningmarkt, de relatief hoge instroom van alleenstaanden en de bestaande achterstand uit eerdere perioden blijft het realiseren van de taakstelling een substantiële opgave. •
Voor 1 mei 2025 wordt de visie op wonen, welzijn en zorg Vijfheerenlanden 2025 vastgesteld. De Visie Wonen, Welzijn en Zorg Vijfheerenlanden 2025 - 2030 is op 17 april 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
•
Wij bieden asielzoekersopvang in onze gemeente volgend uit de wettelijke verplichting vanuit de Spreidingswet. Op 1 februari 2024 is de Spreidingwet aangenomen wat de asielopvang binnen gemeenten een wettelijk verplichte taak maakt. Om invulling te geven aan deze wettelijke verplichting (338 plekken genoemd in het Verdeelbesluit dat eind december 2024 bekend is gemaakt) heeft de raad op 17 april 2025 besloten om het voormalig kantoorpand aan de Ir. D.S. Tuijnmanweg 1d-3-5 te Vianen aan te wijzen als opvanglocatie voor vluchtelingen. Het COA bouwt deze locatie om tot een duurzame opvangvoorziening. In de eerste 2 jaar zal het pand als noodopvang voor 250 vluchtelingen dienen. Tegelijkertijd wordt het verbouwd tot een reguliere opvanglocatie voor 338 vluchtelingen met een looptijd van 15 jaar. Hiermee geeft VHL invulling aan de wettelijke taak vanuit de Spreidingswet. Na besluitvorming op 17 april 2025 is het participatietraject gestart. Samen met de kerngroep (inwoners) wordt nagedacht op welke wijze ingezet kan worden op het verbeteren van de leefbaarheid op en rondom de locatie. Daarnaast vindt er communicatie richting inwoners via diverse kanalen plaats. Op 16 december 2025 is door de raad positief besloten op het bindend advies waarmee op 19 december 2025 de omgevingsvergunning voor de periode van noodopvang is verleend. Dit besluit staat open voor bezwaar en beroep.
Daarnaast is het college op 19 december 2025 met het COA de bestuursovereenkomst met nadere werkafspraken aangegaan.
Jaarstukken
41
Met deze opvanglocatie worden uiteindelijke voldoende opvangplekken gerealiseerd waarmee voldaan wordt aan de wettelijke verplichting vanuit de Spreidingswet. •
Wij bieden Oekraïense ontheemden in onze gemeente en veilige plek. De voortdurende oorlog in Oekraïne zorgt nog steeds voor een aanhoudende stroom van Oekraïense ontheemden naar Nederland. Als gemeente hebben we hierin onze verantwoordelijkheid genomen door het aantal opvangplekken uit te breiden. Op 1 januari 2025 verbleven er 171 Oekraïense ontheemden in onze opvang. Op 31 december 2025 waren dat er 194. De kosten van de opvang van Oekraïense ontheemden worden volledig gedekt door de Rijksbijdrage. Oekraïense ontheemden met voldoende inkomen dragen zelf ook bij in de kosten van de opvangvoorziening waarin zij wonen. De eigen bijdrage van de Oekraïense ontheemden moeten wij afdragen aan het Rijk. Naast de gemeentelijke opvang verbleven er in 2025 ook nog steeds zo'n 30 Oekraïense ontheemden bij gastgezinnen.
•
We werken verder aan de decentralisatie van Beschermd Wonen. Door ambulantisering verschuift de zorg van intramurale voorzieningen naar wonen in de wijk met ambulante begeleiding. Daarnaast maakt de decentralisatie gemeenten zelf verantwoordelijk voor toegang, ondersteuning en beleid rondom Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Hierdoor staat lokale uitvoeringskracht centraal, met Utrecht nog deels als budgethouder maar met sterke groei van lokale en regionale samenwerking. Ook in 2026 zetten we deze beweging voort.
Omgevingswet, -visie en -plan • Uiterlijk 1 april 2025 stellen we de gebiedsvisie Vianen vast. Op 20 maart 2025 is de gebiedsvisie Vianen vastgesteld door de gemeenteraad. •
Voor 1 maart 2025 stelt de gemeenteraad de dorpswoonvisie vast voor Kedichem. De dorps(woon)visie Kedichem is afgerond en aan de bewoners van het dorp gepresenteerd. Op 6 februari 2025 is de dorps(woon)visie door de gemeenteraad vastgesteld.
•
Voor 1 augustus 2025 is de dorps(woon)visie voor de kernen Ameide-Tienhoven vastgesteld. Tijdens de raadsvergadering op 3 juli 2025 heeft de gemeenteraad de dorps(woon)visie voor de kernen Ameide-Tienhoven vastgesteld.
•
Voor 1 oktober 2025 is de dorps(woon)visie voor de kern Leerbroek vastgesteld. De dorps(woon)visie voor de kern Leerbroek is op 6 november 2025 door de gemeenteraad vastgesteld.
Jaarstukken
42
•
Uiterlijk 1 juli 2026 is de gebiedsvisie Leerdam vastgesteld. De gebiedsvisie Leerdam is tijdens de raadsvergadering van 5 februari 2026 vastgesteld.
•
In 2025 treffen we voorbereidingen voor de herinrichting van de binnenstad Leerdam, in vervolg op uitvoering van de maatregelen uit het verkeerscirculatieplan. Door het ingenieursbureau is een herinrichtingsplan opgesteld voor de binnenstad van Leerdam. Hierbij zijn diverse partijen betrokken geweest, waaronder de Leerdamse Ondernemers Vereniging (LOV), de wijkraad en de Hervormde kerk. Ook zijn er twee avonden georganiseerd waarbij inwoners en ondernemers input konden leveren op schetsen. De uitvoering voor het herinrichtingsplan staat gepland in 2027.
Een duurzame toekomst • Gemeente Vijfheerenlanden is verantwoordelijk voor het voeren van de regie, zodat de omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) tijdig de juiste taken uitvoert. Vorming nieuwe omgevingsdienst In 2025 is er naast de reguliere werkzaamheden veel aandacht uitgegaan naar de vorming van de nieuwe gemeenschappelijk regeling Omgevingsdienst Utrecht (ODU). De formele oprichting heeft plaatsgevonden op 10 november 2025, per 1 januari 2026 gaat de ODU de milieutaken voor de deelnemers uitvoeren. Regionale Uitvoering- en Handhavingsstrategie Regio Utrecht 2026 Alle aan de Omgevingsdienst Utrecht deelnemende partijen (26 gemeenten en de provincie Utrecht) hebben de Uitvoering- en Handhavingsstrategie Regio Utrecht 2026 (U&H-strategie) vastgesteld. Zo ook het college van Burgemeester en Wethouders van Vijfheerenlanden. Deze U&H-strategie is het gemeenschappelijk uitvoeringskader voor de taken die Omgevingsdienst Utrecht (ODU) voor haar deelnemers uitvoert. Het gaat om taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTHA). Een uniforme werkwijze voor de VTHA-taken zorgt ervoor dat er een gelijk speelveld ontstaat voor alle inwoners en bedrijven binnen de Provincie Utrecht. Milieutaken Op hoofdlijnen heeft de ODRU in 2025 de taken uitgevoerd conform de afspraken in het Uitvoeringsprogramma 2025.
Daarbinnen is op een aantal producten en diensten sprake van relatief kleine afwijkingen in urenbesteding, zowel positieve als negatieve. Deels hebben die te maken met de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden. Naast de al bestaande vergunning- en meldingsplicht is er nu een informatieplicht. Deze laatste geldt voor de minder risicovolle activiteiten. Voor alle drie geldt dat er meer aanvragen en meldingen zijn gedaan dan verwacht. Overigens is in het algemeen een trend waarneembaar dat inwoners meer gebruik maken van mogelijkheden om klachten en/of handhavingsverzoeken in te dienen, bezwaar te maken of beroep in te stellen en Woo-verzoeken in te dienen.
Jaarstukken
43
Per saldo was de bijdrage aan de ODRU in 2025 lager dan geraamd. Circa 2% van de geplande uren is niet gerealiseerd en er heeft terugbetaling plaatsgevonden van een budget dat nog bij de ODRU stond. •
In 2025 harmoniseren we het beleid volkstuinen. Het Algemeen belang besluit grondgebruik volkstuinen is tijdens de raadsvergadering op 17 april 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
•
Het programmaplan duurzaamheid wordt uiterlijk 1 juli 2025 vastgesteld door het college. Op 20 mei 2025 is het programmaplan duurzaamheid vastgesteld door het college en via een raadsinformatiebrief aangeboden aan de gemeenteraad.
•
Uiterlijk 1 oktober 2025 is het beleid voor de kinderboerderijen ter vaststelling aangeboden aan het college. Het nieuwe kinderboerderijenbeleid is op 15 juli 2025 vastgesteld door het college.
•
1 oktober 2025 is de gewijzigde gemeenschappelijke regeling GEVUDO vastgesteld. Het college heeft op 1 april 2025 de gewijzigde gemeenschappelijke regeling GEVUDO vastgesteld.
•
Voor 1 juni 2025 is het document toekomstbestendig bouwen versie 2.0 vastgesteld. Het document is 19 augustus 2025 aangegaan door het college. Hiermee is een solide basis gelegd voor effectieve implementatie.
•
Voor 1 februari 2025 is de proeftuin deelmobiliteit Hoef en Haag vastgesteld. De proeftuin deelmobiliteit Hoef en Haag is op 21 januari 2025 vastgesteld door het college.
•
Voor 1 maart 2025 is de Verordening Leningregeling Asbestdaken Vijfheerenlanden vastgesteld door de gemeenteraad. De Verordening Leningregeling Asbestdaken Vijfheerenlanden is op 20 maart 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.
•
Voor 1 maart 2025 is de geactualiseerde Groene Kaart vastgesteld in combinatie met de bomenverordening. 28 januari 2025 is de geactualiseerde Groene Kaart vastgesteld door het college.
Jaarstukken
44
•
Uiterlijk 1 augustus 2025 is de Regionale Energiestrategie herijkt en vastgesteld door de gemeenteraad. De Regionale Energiestrategie Herijking is tijdens de raadsvergadering op 15 juli 2025 door de gemeenteraad vastgesteld.
Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar • Uiterlijk 1 januari 2026 is het parkeerbeleidsplan voor Vijfheerenlanden vastgesteld inclusief maatregelenplan. Het Beleidsplan parkeren stond eerst voor december 2025 op de agenda van de gemeenteraad. Vanwege de volle agenda van de gemeenteraad heeft het presidium dit doorgeschoven naar de raadsvergadering op 5 februari 2026. Bij indiening van een amendement bij het beleidsplan staakten de stemmen (14-14) waardoor de stemmingen over het beleidsplan, de moties en de amendementen zijn doorgeschoven naar de eerstvolgende raadsvergadering. •
Uiterlijk 1 januari 2026 is het fietsbeleidsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Het fietsbeleidsplan is op 16 december door het college aangeboden ter vaststelling aan de gemeenteraad op 5 februari 2026.
•
Voor 1 januari 2026 stelt de gemeenteraad de beleidsnota parkeernormen vast. De beleidsnota parkeernormen is op 2 december door het college aangeboden ter vaststelling aan de gemeenteraad op 5 februari 2026.
Vitale landbouw in een aantrekkelijk buitengebied • Voor 1 oktober 2025 is het Beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB-beleid) vastgesteld door gemeenteraad. Het Beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing is op 16 december 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. •
Voor 1 november 2025 is het convenant Regio Deal Fundamentele Waarde(n) Groene Hart vastgesteld door het college. Het college heeft op 9 september 2025 ingestemd met het convenant Regio Deal Waarden van het Groene Hart. De Regio Deal is op 17 september 2025 in een overleg met het Rijk bekrachtigd.
Jaarstukken
45
Wat hebben we (nog) niet gedaan? Samen bouwen en wonen • Uiterlijk 1 januari 2026 is het onderzoek naar de mogelijkheid van Skaeve Huse in de gemeente Vijfheerenlanden afgerond. De beoogde locatie voor een Skaeve Huse is voorlopig niet beschikbaar in verband met de vertraging op de verplaatsing van de huidige functie. In het kader van het lopende woonwagenlocatie-onderzoek wordt ook met een scheef oog gekeken naar de geschiktheid voor een eventuele Skaeve Huse locatie. Dit onderzoek was eind 2025 gereed. •
Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 realiseren we flexhuisvesting voor de opvang van extra vergunninghouders. Voor de locatie waar sprake is van realisatie van flexhuisvesting voor opvang van vergunninghouders (Monnikendreef), loopt een bezwaar- en beroepsprocedure, ingediend door omwonenden. Hierdoor is de realisatie doorgeschoven naar 2026.
•
Voor 1 januari 2026 actualiseren wij de Reserve Fonds Volkshuisvesting. In 2024 is er prioriteit gegeven aan de wijzigingen van de huisvestingsverordening. En verder is er besloten om de Reserve Fonds Volkshuisvesting te bezien in relatie tot het gewenste vereveningsfonds en de door het Rijk geïntroduceerde Realisatiestimulans (vanaf 2026). Via het raadsvoorstel Compensatieregeling Volkshuisvestingsprogramma Vijfheerenlanden zal dit in het eerste kwartaal van 2026 worden uitgewerkt.
•
Voor 1 januari 2026 zijn de Kaders Betaalbare Woningbouw vastgesteld. De kaders betaalbare woningbouw zijn in december 2023 vastgesteld. Aangezien de wet versterking regie volkshuisvesting betekenis zal hebben voor de programmering en deze in 2026 zeer waarschijnlijk in werking zal treden, is in 2025 met de huidige kaders gewerkt. Daarnaast zal in 2026 het Volkshuisvestingsprogramma worden opgesteld als opvolger van de woonvisie. Daarin zal ook aandacht zijn voor deze kaders.
•
Voor 1 januari 2026 is de beleidsregel vereveningsfonds vastgesteld door het college. Over dit onderwerp is met het college gesproken in september 2025. Het advies is om dit instrument in een breder perspectief te zien. Daartoe is besloten om dit met het KSG Wonen te bespreken. In overleg met de Griffie is er een raadsvoorstel geschreven voor een breder compensatieregeling gekoppeld aan het volkshuisvestingsprogramma dat in 2026 wordt opgesteld.
Jaarstukken
46
•
Voor 1 juli 2025 is de Gewijzigde aanwijzingslijst adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld door het college. Er dient eerst een volledige evaluatie van de aanwijzingslijst plaats te vinden alvorens bepaald kan worden of een wijziging van de aanwijzingslijst voor de hand ligt. Een volledige evaluatie is in voorgaande jaren, sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, nog niet uitgevoerd vanwege de beperkte ervaringen. De evaluatie is geborgd in de RaadsRoutePlanner en belegd bij de griffie. Gelet op de volgordelijkheid van evaluatie en mogelijke aanpassing van de aanwijzingslijst is dit resultaat niet uitgevoerd. De evaluatie wordt eerst uitgevoerd alvorens de afweging wordt gemaakt om de aanwijzingslijst wel of niet aan te passen.
Wonen en zorg • Uiterlijk 31 december 2027 realiseren we voldoende huisvesting voor sociaal en psychisch kwetsbare inwoners. In 2025 heeft de gemeenteraad de visie ‘Wonen, Welzijn en Zorg’ vastgesteld na een uitgebreid participatieproces. De vertaling naar een uitvoeringsagenda is gestart, waarbij regionale en lokale samenwerking tussen wethouders Wonen en Zorg centraal staat. Ondanks personeelstekorten en wisselingen is met tijdelijke ondersteuning de continuïteit sinds september 2025 hersteld. Succesvolle mijlpalen zijn onder meer de opening van een tweede woontrainingenhuis en de voorbereiding van kortdurende opvang, waarvan de eerste plaatsingen in 2026 plaatsvinden. Door deze gezamenlijke aanpak verwachten we uiterlijk eind 2027 voldoende en passende huisvesting voor sociaal en psychisch kwetsbare inwoners te realiseren. Wij blijven de voortgang nauwgezet monitoren en waar nodig bijsturen. •
In 2025 geven we de ambitie "Een Thuis Voor Iedereen" vorm door woonvormen voor aandachtsgroepen te realiseren. Hierbij gaat het om woonvormen zoals een woontrainingshuis, Onder de Pannen, kamergewijze verhuur en Huisbaas, waarmee we inspelen op de diverse woonbehoeften. In 2025 is er een tweede woontrainingshuis (dit keer in Vianen) in gebruik genomen. De beleidsregels voor kamergewijze verhuur bij sociale huurwoningen zijn in 2025 voor vergunninghouders en wonen en zorg aangepast. Dit heeft ook de eerste kamergewijze verhuringen aan vergunninghouders opgeleverd, waarmee de woningcorporaties (met relatief veel grotere gezinswoningen in hun bezit) minder woningen hoeven in te zetten om aan de taakstelling te voldoen. Ten aanzien van het project Huisbaas en een locatie voor uitstroom Beschermd Wonen zijn in 2025 twee locaties aangewezen waar dit gerealiseerd zal worden. In 2026 volgt de verdere uitwerking ervan.
Jaarstukken
47
Met betrekking tot ouderenhuisvesting zijn er in 2025 een aantal interessante projecten opgeleverd (zoals de Brinkhoef in Hoef en Haag) en gestart, zoals het project Hazelaarplein met 128 sociale huur- en middenhuur appartementen, deels bedoeld voor de doorstroming van ouderen naar deze locatie, naast het naastgelegen zorgcomplex Hof van Batenstein. Het project Onder de Pannen wordt in 2026 tot uitvoering gebracht. •
Opvolgend aan de visie op wonen, welzijn en zorg Vijfheerenlanden 2025 stellen we in 2025 een uitvoeringsagenda vast waarin we de visie op wonen, welzijn en zorg vertalen naar een concrete aanpak. In 2024 hebben er meerdere stakeholdersbijeenkomsten plaatsgevonden met o.a. woningcorporaties, welzijnsorganisaties en zorgpartijen om gezamenlijk de opgave in beeld te krijgen en na te gaan op welke manier de uitvoering hierin vorm moet krijgen. Dit krijgt ook een plek in de visie Wonen, Welzijn en Zorg. In het voorjaar van 2025 is de visie vastgesteld en is gestart met het opstellen van de uitvoeringsagenda bij deze visie. Vanwege capaciteitsproblemen is de uitvoeringsagenda verschoven naar de eerste helft van 2026.
Omgevingswet, -visie en -plan • Als opvolging van de woonvisie wordt vanaf 2025 het volkshuisvestingsprogramma opgestart. Het volkshuisvestingsprogramma valt onder de kapstok van de Omgevingswet en vormt de opvolging van woonvisies (in onze gemeente van de woonvisie 2020-2025) die eerder op basis van de Woningwet werden verlangd. Daarnaast is de wet versterking regie volkshuisvesting van belang. Deze is nog niet vastgesteld. Deze wet stuurt op een aantal volkshuisvestelijke doelen (betaalbaarheid, huisvesting aandachtsgroepen, leefbaarheid). De verwachting is dat deze uiterlijk begin 2026 wordt vastgesteld. Zodra deze wet van kracht is moeten gemeenten binnen 2 jaar een volkshuisvestingsprogramma opstellen. Het doel van het volkshuisvestingprogramma is de verdere uitwerking van de visie op het woonbeleid. Het moet concrete maatregelen bevatten om tot realisering van het beleid te komen. Het volkshuisvestingprogramma geeft een beschrijving van het beleid voor in ieder geval de eerstkomende vijf jaar. Hierin wordt aandacht besteed aan de gevolgen van bevolkingsprognoses voor woonbehoefte (regulier en voor aandachtsgroepen) en de daarmee samenhangende opgave voor woningbouw (kwantitatief en kwalitatief) en passende huisvesting. Ook het thema wonen – zorg en ondersteuning krijgt in dit programma aandacht evenals de thema's leefbaarheid en verduurzaming van de woningvoorraad.
Het volkshuisvestingsprogramma dient regionaal en provinciaal te worden afgestemd.
Jaarstukken
48
Vanwege de val van het Kabinet en het feit dat de wet versterking regie nog niet is vastgesteld (en daarmee de kaders nog niet vaststaan), zal Vijfheerenlanden dit volkshuisvestingsprogramma in 2026 opstellen. De middelen die daarvoor waren gereserveerd worden om die reden overgeheveld naar volgend jaar. •
De woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag. In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 voert de gemeente Vijfheerenlanden een gefaseerde planomzetting uit. Dit betreft de overgang van bestaande bestemmingsplannen naar één samenhangend omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente. De planomzettingen worden stapsgewijs uitgevoerd volgens een meerjarenplanning, waarbij per gebied het ontwerp omgevingsplan wordt voorbereid, ter inzage gelegd en vervolgens door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Deze aanpak waarborgt een zorgvuldige, beleid neutrale omzetting die voldoet aan de wettelijke eisen en ruimte biedt voor participatie van inwoners en belanghebbenden. De planning omvat de volgende fasen: woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag (2025–2026); buitengebied Leerdam (2026); centra Leerdam en Vianen (2027); buitengebied Vianen (2028); deelgebieden kleine kernen (2029); deelgebieden bedrijventerreinen (2030); en buitengebied Zederik (2031). Voor elk van deze deelgebieden wordt het proces van voorbereiding, participatie en vaststelling volgens de Omgevingswet zorgvuldig doorlopen.
Concreet is in 2025 het traject voor de planomzetting van de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag voortgezet. De voorbereidingen, waaronder de technische uitwerking en toetsing van het ontwerp wijzigingsbesluit tijdelijk omgevingsplan, zijn afgerond. Daarnaast is het ontwerp inhoudelijk afgestemd met betrokken interne partijen. Op 10 februari 2026 heeft het college besloten het ontwerp wijzigingsbesluit ter inzage te leggen. Gedurende de formele terinzagelegging worden twee uitgebreide informatieavonden georganiseerd, waarin de planomzetting wordt toegelicht en er ruimte is voor vragen en antwoorden. Ook is er een mailbox geopend voor individuele vragen en maatwerk. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijk voorgeschreven participatieverplichtingen. Tijdens de terinzagelegging kunnen inwoners en belanghebbenden hun zienswijzen indienen. Na verwerking van deze zienswijzen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het omgevingsplan. Voor de eerste deelgebieden van Vijfheerenlanden hebben we de volledige werkwijze moeten ontwikkelen. Dit onderwerp is volledig nieuw in Nederland er bestond er geen voorbeeld om op terug te vallen. Hierdoor kostte het meer tijd dan vooraf ingeschat. Inmiddels zijn we vier jaar verder en hebben we de kennis opgebouwd, waardoor we zeker verwachten een inhaalslag te kunnen maken.
Jaarstukken
49
Ook kwamen er tussentijds aanvullende werkzaamheden bij die direct aandacht vroegen om correct, efficiënt en transparant vergunningen te kunnen blijven verlenen en handhaven. Zoals bijvoorbeeld het corrigeren van eerder overgezette APV-regelgeving. Deze gefaseerde aanpak stelt de gemeente in staat om de complexe planomzetting beheersbaar en transparant uit te voeren, waarbij wettelijke termijnen worden gerespecteerd en belanghebbenden actief worden betrokken. •
Het buitengebied Leerdam zetten we in 2026 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad de omzetting volgens de Omgevingswet uiterlijk 1 januari 2027 vast voor het buitengebied Leerdam. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
•
De centra Leerdam en Vianen zetten we in 2027 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2028 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de centra Leerdam en Vianen. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
•
Het buitengebied Vianen zetten we in 2028 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad de omzetting volgens de Omgevingswet uiterlijk 1 januari 2029 vast voor het buitengebied Vianen. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
•
De deelgebieden van de kleine kernen zetten we in 2029 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2030 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de deelgebieden van de kleine kernen. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
Jaarstukken
50
•
De deelgebieden bedrijventerreinen zetten we in 2030 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2031 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de deelgebieden bedrijventerreinen. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
•
Het buitengebied Zederik zetten we in 2031 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad de omzetting volgens de Omgevingswet uiterlijk 1 januari 2032 vast voor het buitengebied Zederik. Zie de toelichting bij het resultaat “de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag zetten we in 2025 om naar het omgevingsplan. Aansluitend stelt de gemeenteraad voor 1 januari 2026 de omzetting volgens de Omgevingswet vast voor de woongebieden Meerkerk, Leerdam, Vianen en Hoef en Haag”.
Een duurzame toekomst • Samen met Waardlanden moderniseren wij in 2025 onze afvalbrengstations. Het college heeft opdracht gegeven om een integrale visie uit te werken op het ruimtevraagstuk rondom de modernisering van onze milieustraten in samenwerking met Waardlanden, en de huisvesting van de wijkteams uitvoering. Daartoe zijn in overleg met een projectgroep waaraan vertegenwoordigers van Waardlanden en de wijkteams uitvoering deel hebben genomen, de volgende drie scenario’s uitgewerkt: a) Afvalbrengvoorzieningen gezamenlijk met de buitendienst en gemeentewerf op één nieuwe, centrale locatie. b) Afvalbrengvoorzieningen op de huidige twee locaties. Buitendienst met de werflocaties op één of meerdere nieuwe locatie(s). c) Buitendienst met werflocaties blijft op de huidige twee locaties. Waardlanden zoekt voor de afvalbrengvoorziening(en) één of meer andere locatie(s) in de gemeente Vijfheerenlanden. Deze scenario’s zijn begin december 2025 besproken met de betrokken portefeuillehouders. Tijdens dit overleg is door de portefeuillehouders de voorkeur uitgesproken voor scenario 3 en dat voorkeursscenario zal in maart 2026 aan het college voorgelegd worden. •
In de tweede helft van 2025 evalueren we samen met Waardlanden de ingevoerde maatregelen uit stap 1 en 2 van de Strategienota 2021 - 2025 en adviseren we hoe om te gaan met diftar. In het tweede kwartaal van 2025 is de tussentijdse evaluatie waarin de stappen 1 en 2 geëvalueerd worden, aan de raad toegestuurd. Waardlanden heeft op 15 januari 2026 op het VHL plein een presentatie gehouden over deze evaluatie.
Jaarstukken
51
Op 15 april 2026 komen de gegevens over de resultaten in Vijfheerenlanden op het gebied van de hoeveelheid restafval in vergelijking tot die in de andere drie (diftar)gemeenten in de regio over 2025 aan de orde in de bestuursvergadering van Waardlanden. Hierdoor kan de raad in de raadsvergadering van 2 juli 2026 een besluit nemen over de invoer van het recycletarief aan de hand van die cijfers. Bij de afweging over de keuze zullen ook de hoogte van de afvalstoffenheffing, de circulaire doelstellingen van de gemeente en de service aan de inwoners een rol spelen. Verkeersveilig, leefbaar en bereikbaar • Wij implementeren in 2025 maatregelen voor de aanpak van sluipverkeer op de routes Lexmond-Meerkerk-Noordeloos en Vianen-Culemborg. Wij zijn in 2025 gestart met het traject richting maatregelen en implementatie voor de aanpak van sluipverkeer op de routes Lexmond-Meerkerk-Noordeloos en VianenCulemborg middels het meten van verkeersstromen/intensiteit, het aandeel sluipverkeer en participatie. Verdere uitwerking en implementatie volgt medio 2026/2027. •
In 2027 wordt het OV-beleidsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Zoals vorig jaar aangekondigd heeft er binnen verkeer een herprioritering plaatsgevonden. De OV-visie wordt een OV-beleidsplan en schuift door naar 2027.
•
Uiterlijk 1 juli 2026 wordt het verkeerscirculatieplan voor de kern Vianen inclusief maatregelenplan vastgesteld door de gemeenteraad. De voorbereidingen zijn gestart, waardoor in september 2025 met het onderzoek en de opstelling van het verkeerscirculatieplan is begonnen (dit is een traject inclusief participatie).
•
Voor 1 oktober 2026 is het beleidsplan reclame openbare ruimte vastgesteld door de gemeenteraad. Onze leefomgeving wordt beïnvloed door reclame. Daarom is het van belang om de manier waarop reclame wordt gemaakt in regels vast te leggen/reclamebeleid op te stellen. Dit betekent dat er enerzijds rekening wordt gehouden met de wens om reclame te maken in de openbare ruimte, maar anderzijds dat er oog is voor de effecten van reclame. Het zo goed mogelijk vastleggen van reclamebeleid geeft duidelijkheid over de wijze waarop een verzoek tot plaatsing van buitenreclame wordt getoetst aan de gestelde criteria. Ook voor een goede afronding van een eventueel te volgen handhavingstraject is het van belang om voor de van toepassing zijnde toetsingscriteria te kunnen verwijzen naar een vastgestelde beleidslijn.
Jaarstukken
52
Wat waren de kosten? D
Ruimtelijke ontwikkeling Werkelijk
Exploitatie
2024
Begroting primair 2025
Begroting wijzigingen 2025
Begroting na wijziging 2025
Werkelijk
Verschil
2025
2025
Lasten
32.581
25.414
2.649
28.063
26.335
1.728 V
Baten
-32.510
-18.109
-3.302
-21.411
-22.303
892 V
71
7.305
-652
6.652
4.033
2.620 V
Toevoeging reserves
3.673
0
2.946
2.946
2.946
0
Onttrekking reserves
-1.026
-375
-909
-1.284
-681
603 N
Saldo reserves
2.647
-375
2.037
1.662
2.265
603 N
Totaal
2.718
6.930
1.384
8.314
6.297
2.017 V
Saldo van baten en lasten
D is het programma waar de budgetten van de taakvelden met betrekking tot fysieke bedrijfsinfrastructuur, musea, cultureel erfgoed, milieubeheer, ruimtelijk ordening, grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) en wonen en bouwen worden verantwoord. Hieronder worden de resultaten per taakveld toegelicht. Doorbelasting salarislasten 2025 Het saldo van lasten en baten op programma D is 2.017 voordelig. In dit saldo is rekening gehouden met een voordeel op de doorbelasting van de salarislasten (L, 35 V). In programma A is toegelicht hoe het saldo op de doorbelasting salarislasten is ontstaan. Hieronder worden de afwijkingen op de taakvelden toegelicht (dit is exclusief de doorbelasting op de salarislasten 2025). Taakveld fysieke bedrijfsinfrastructuur (129 V) Binnen dit taakveld worden de ontwikkelingen in de grondexploitaties toegelicht. De enige actieve grondexploitatie binnen deze categorie is Meerkerk IVA . In het in juni 2026 vastgestelde Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) is hiervoor nadere duiding opgenomen. In 2025 zijn er meer werkzaamheden uitgevoerd dan geraamd. Hierdoor vallen de lasten hoger uit (L, 65 N). Deze lasten worden verwerkt binnen de grondexploitatie en worden toegevoegd aan de boekwaarde voor de gronden (B, 65 V). Voor Gaasperwaard II zijn voorbereidingskosten begroot (L, 140 V).
De gemaakte kosten zijn echter geactiveerd en op de balans opgenomen en worden daarom pas op een later moment in de exploitatie verantwoord. Daarnaast zijn er nog nagekomen lasten (L, 5 N) en negatieve baten (B, 6 N) verwerkt van afgesloten grondexploitaties, waaronder Gaasperwaard II en Meerkerk IVA.
Jaarstukken
53
Taakveld milieubeheer (180 N) Binnen het budget Milieu is sprake van een voordeel. De eindafrekening van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) (L, 38 V) valt lager uit doordat circa 2% van de geraamde uren niet is gerealiseerd. Daarnaast is een onderschrijding ontstaan door de afwikkeling van een ouder project uit de vorming van Vijfheerenlanden (L, 34 V), waarbij het resterende budget is terugbetaald. Vanaf 2026 worden de werkzaamheden voortgezet onder de naam Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Verder zijn de legesopbrengsten hoger dan geraamd (B, 49 V), doordat er meer vergunningaanvragen zijn ingediend na de invoering van de Omgevingswet; een deel hiervan betreft aanvragen uit eerdere jaren. De kosten voor milieuadvisering zijn doorbelast aan projecten en HSDI (L, 48 V). Tot slot is in 2025 slechts een deel van de archiefwerkzaamheden van de ODRU in rekening gebracht (L, 52 V). De resterende kosten worden in 2026 verwacht. De budgetneutrale ramingen voor 'capaciteit decentrale overheden voor klimaat' (CDOKE), Duurzaamheid, 'lokale aanpak isolatie' (LAI) en het 'Nationale isolatieprogramma' (NIP) zorgen in totaal voor een resultaat op zowel lasten (L, 2.552 V) en baten (B, 2.953 N). Het verschil is toe te schrijven aan algemene kosten die buiten de reikwijdte van de subsidie vallen.
Taakveld ruimtelijke ordening (26 N) Het nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt door kosten voor werkzaamheden in verband met anterieure overeenkomsten. In 2025 zijn hogere kosten vanuit kredieten naar de exploitatie doorbelast dan was geraamd (L, 467 N). Dit hogere niveau komt vooral door de voorbereidings- en haalbaarheidskosten voor het sportcomplex Hei- en Boeicop, evenals de planvorming voor Hagestein en Lexmond West en de uitbreiding en modernisering van supermarkt Aldi in Vianen. Aan de batenkant zijn opbrengsten verantwoord, voornamelijk door afrekeningen van haalbaarheidsonderzoeken waarbij de opbrengsten hoger uitvielen dan de kosten (B, 117 V). Dit voordeel compenseert een deel van het nadeel aan de lastenkant. Daarnaast is sprake van een onderbesteding doordat de geplande planomzettingen in 2025 niet konden worden uitgevoerd. Voor diverse woongebieden en centrumprojecten waren vervolgstappen voorzien, maar door beperkingen in de geometrische ondergrond konden deze gebieden nog niet digitaal worden ontsloten. Hierdoor konden de benodigde wijzigingen niet tijdig in procedure worden gebracht (L, 231 V). Bij het vaststellen van de notitie grondbeleid is er een budget van 75 beschikbaar gesteld om eventuele voorstudiekosten te dekken. In 2025 is dit budget niet volledig benut en is er een voordeel ontstaan (L, 61 V).
Tot slot is de inzet bij bestemmingsplannen van de ODRU lager geweest (L, 23 V). Door de overgang naar de Omgevingswet zijn er minder plannen ingediend waarvoor inzet van de ODRU nodig was.
Jaarstukken
54
Taakveld grondexploitaties (woningbouw) (2.694 V) Op grondexploitaties (woningbouw) komen vooral de (tussentijdse) winstnemingen tot uitdrukking. Bij de grondexploitaties Broekgraaf, Voorzieningencluster Broekgraaf, Sluiseiland en de Weide II is er sprake van verplichte tussentijdse winstnemingen (L, 2.341 V). Daarnaast is er een voordeel op de grondverkoop Killesteijnstraat Lexmond (B, 317 V). Hierdoor kon ook de voor dit project gevormde voorziening vrijvallen (L, 181 V). Totaal voordeel van deze verkoop komt daarmee uit op bijna € 0,5 miljoen. In de in de raadsvergadering van juni 2026 vast te stellen Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG) 2026 en in de in deze jaarrekening opgenomen paragraaf grondbeleid wordt een nadere toelichting op deze tussentijdse winstnemingen gegeven. Het voornemen bestaat om het totaal aan tussentijdse winstnemingen (€ 2,34 mln) en het voordeel door de grondverkoop Killesteijnstraat (€ 0,5 mln) via de resultaatbestemming toe te voegen aan de Algemene Reserve Grondbeleid. Tegenover alle voordelen verwachten we op de grondexploitatie Van Zuilenstraat Hei- en Boeicop een iets hoger verlies (L, 41 N). De voor dekking van het verwachte tekort gevormde voorziening wordt hiervoor verhoogd ten laste van de Algemene Reserve Grondbeleid (B, 41 V) waarmee het verlies volledig wordt opgevangen.
Taakveld bouwen en wonen (24 V) Dit resultaat wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd binnen de vergunningentaak (Omgevingswet). Het aantal en de omvang van aanvragen is in de loop van het jaar gestegen ten opzichte van de op basis van extrapolatie berekende prognose voor de financiële slotwijziging 2025. Dit resulteert in een voordeel op de legesinkomsten (B, 143 V). Daartegenover staan hogere lasten voor inhuur. De werkvoorraad is verder toegenomen door de woningbouwambities en het aantal aanvragen is, anders dan voorzien, niet afgenomen. Door schaarste aan ervaren personeel bleef externe inzet noodzakelijk om de vergunningverlening tijdig af te handelen (L, 39 N). Daarnaast is sprake van een nadeel bij de advies- en onderzoekskosten. Het aantal bouwtechnische aanvragen lag hoger dan voorzien, waardoor extra adviezen van externe deskundigen noodzakelijk waren (L, 35 N). Voor welstand is een voordeel gerealiseerd doordat meer leges zijn ontvangen dan geraamd (B, 28 V). In 2025 zijn meer aanvragen afgehandeld dan verwacht, waarbij advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed (welstandscommissie) nodig was. Daartegenover staat een nadeel bij de advies- en onderzoekskosten. Door het hogere aantal aanvragen waren extra adviezen van de welstandscommissie nodig (L, 65 N). Verrekening met reserves (603 N) In 2025 was een onttrekking van 1.284 geraamd.
De werkelijke onttrekking bedroeg 681 (B, 603 N). Dit lagere beroep op de reserves komt doordat de uitvoering in 2025 achterbleef bij de planning, met name binnen de uitvoeringsagenda wonen en de planomzetting.
Jaarstukken
55
De onttrekkingen hebben betrekking op de dekking van plankosten voor de uitvoeringsagenda wonen (UAW), planomzetting, de invoering van de Omgevingswet, het project Hazelaarplein, het project Van Zuilenstraat en de voorbereidingskosten voor gemeentehuis Meerkerk en Parc Merwede. Verder leiden diverse kleine verschillen tot een per saldo nadeel (L, 57 N) op dit programma.
Prestatie indicatoren In onderstaand overzicht treft u per beleidsthema de kritische prestatie-indicatoren (kpi’s) aan. Daarbij is in de laatste kolom de afkomst van de kpi weergegeven. Daarbij worden drie afkortingen gehanteerd, te weten: WSJG (waar staat je gemeente); CA (coalitieakkoord) en W (wettelijk, deze zijn al opgenomen in de begroting en jaarrekening op grond van een wettelijke verplichting). Samen bouwen en wonen Nieuw gebouwde woningen (per 1.000 woningen) Nieuw gebouwde woningen Nieuw gebouwde betaalbare woningen Woningen totaal Kopers uit eigen gemeente (%)* Toegewezen huurders uit eigen gemeente (%)* Omvang planvoorraad t/m 2040
Streefwaarde: 2021
2022
2023
2024
2025 Bron:
15-20
16,8
14,3
30,9
13,2
14,1
W
400-425
443
373
786
340
367
CA
265-300 238 238 201 129 141 CA n.n.b. 24.196 24.611 25.013 25.850 26.185 WSJG >50
x
50,7
x
x
x
WSJG
50
43
49
45
50
50
CA
6.000
x
x
x
x
4.581 CA
2022
2023
2024
2025 Bron:
65
117
92
95
2022
2023
2024
2025 Bron:
0
1
7
Streefwaarde: 2021
Wonen en zorg Aantal gehuisveste statushouders 97 82 Omgevingswet, -visie en Streef-plan waarde: 2021 Aantal dorps- en wijkvisies 13 0
Jaarstukken
5
CA
CA
56
StreefEen duurzame toekomst waarde: 2021 Omvang huishoudelijk restafval (kg per inwoner) 100 219 Vergunde bijdrage RES (in Twh) 0,03 0,03 Aantal nieuw aangeplante bomen 705 495 Aantal vergunde innovatieve pilots energieopwekking x 0 Verkeersveilig, leefbaar Streefen bereikbaar waarde: 2021 Verkeersongevallen (per 100.000 inwoners) x 28,1
2022
2023
2024
2025 Bron:
203
182
139
113** W
0,03
0,03
0,03
0,03
CA
415
882
171
523
CA
0
0
1
0
CA
2022
2023
2024
2025 Bron:
29,5
29,7
23,5
n.n.b. WSJG
*Toegewezen kopers en huurders is zeer lastig te achterhalen. **Waarden vanaf 2025 is specifiek voor Vijfheerenlanden. Waarden van voor 2025 zijn een gemiddelde voor de vier deelnemende gemeente in Waardlanden.