CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Toelichting - Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 10 februari 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stammershoefstraat-Hogelandseweg Vianen22.659 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

30

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

4.2

Luchtkwaliteit

4.2.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit (Wlk) genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Aspecten van de regelgeving op grond van de Wlk worden in afzonderlijke uitvoeringsregelingen uitgewerkt. De belangrijkste zijn: • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Besluit NIBM; • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Regeling NIBM; • Besluit gevoelige bestemmingen. Besluit NIBM Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project met ruimtelijke gevolgen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof.

Hiervan is sprake als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 of NO2. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Overigens geldt vanaf 1 januari 2015 dat het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook moet toetsen aan zwevende deeltjes in de atmosfeer, waarvan de omvang (aerodynamische diameter) kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze worden aangeduid met PM2,5. PM2,5 is in dit kader een deeltje uit de fractie PM10. De grenswaarde voor PM2,5 is gesteld op 25 µg/m3. Regeling NIBM In de Regeling NIBM is de 3%-bijdrage doorvertaald naar getalsmatige grenzen van diverse functies, onder andere voor kantoren en woningen. Zo is aangegeven dat bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak de 3%- grens wordt overschreden en er luchtkwaliteitberekeningen dan wel - onderzoek nodig is. Besluit gevoelige bestemmingen In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen.

Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

31

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Goede ruimtelijke ordening Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: "het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk". Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitssituatie. 4.2.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van maximaal 20 nieuwe woningen mogelijk. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wlk gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is volledigheidshalve ook nader inzicht gegeven in de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.

Daarbij is gebruik gemaakt van de door de ODRU opgestelde luchtkwaliteitskaarten (zie bijgaande figuren 13 en 14). Hieruit blijkt dat ruimschoots aan de wettelijke normering wordt voldaan. Voor stikstofdioxide (NO2) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie in 2018 tussen 22 en 24 μg/m³, en voor fijn stof (PM10) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie tussen 20 en 21 μg/m³. Op grond van dezelfde kaarten, maar dan voor de beschouwde situatie in de toekomst (het jaar 2030), blijkt dat deze concentraties nog lager zijn. Ook de grenswaarde voor PM2,5 wordt niet wordt overschreden (ligt tussen de 12 en 13 μg/m³, voor het jaar 2018).

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

32

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Figuur 13 – Uitsnede luchtkwaliteitskaart, concentratie NO2, peiljaar 2018 (bron: Geoloket Omgevingsdienst regio Utrecht)

Figuur 14 – Uitsnede luchtkwaliteitskaart, concentratie PM10, peiljaar 2018 (bron: Geoloket Omgevingsdienst regio Utrecht)

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

33

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Voorts zijn woningen in het Besluit gevoelige bestemmingen niet aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het plan voorziet derhalve niet in de realisatie van gevoelige bestemmingen. 4.2.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het plan. 4.3

Bedrijven en milieuzonering (omgevingsanalyse)

4.3.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.

Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. 4.3.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe woningen in het plangebied mogelijk. Het betreft een herstructurering van een binnenstedelijke locatie waar momenteel ook de woonfunctie overheerst. De dichtstbijzijnde niet-woonfunctie is gelegen aan de Hogelandseweg 44, op ca. 90 meter ten westen van het plangebied. De richtafstand behorend bij een kantoorfunctie is 10 meter, waarmee er in relatie tot het plan geen problemen voor doen. Verder is er op meer dan 200 meter afstand ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van het Merwedekanaal, het bedrijventerrein De Hagen gevestigd. Op dit gedeelte van het terrein is bedrijvigheid uit maximaal bedrijfscategorie 3.2 toegestaan. Dergelijke type bedrijvigheid heeft een richtafstand van 100 meter. Vanwege de relatief grote afstand tot aan het plangebied is er van onevenredige hinder over en weer geen sprake. Met andere woorden, de bestaande bedrijvigheid wordt niet in hun bedrijfsvoering gehinderd en er wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. 4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

34

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

4.4

Externe veiligheid

4.4.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels en horeca. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen. De risico’s worden onderverdeeld in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). • Het PR richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de te realiseren basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Het wordt uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van door die activiteit veroorzaakte calamiteit. Een kans op overlijden van 1 op de miljoen per jaar (PR=10-6) wordt aanvaardbaar geacht.

De PR 10-6 is een harde grenswaarde welke niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom de risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen. • Het GR is bedoeld voor het beperken van de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet “op de kaart” worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (F) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Belangrijke beleid- en regelgeving voor het aspect Externe Veiligheid is opgenomen in het: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Basisnet (Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water).

Hierbij geldt dat bebouwing niet is toegestaan binnen de zogenaamde 10-6-contour van het PR rond bedrijven waarin opslag en/of verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt, danwel langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder geldt dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Er dient een

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

35

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

verantwoording GR opgesteld te worden indien een bestemming gepland is binnen het invloedsgebied. Beleidskader elektromagnetische straling Risico’s van elektrische en/of magnetische straling vallen onder de noemer ‘volksgezondheid’ en zijn dus in beginsel geen externe veiligheidsaspect. Toetsing van stralingsrisico’s is ook gerelateerd aan risicoafstanden. Het ligt daarom voor de hand om de beoordeling van stralingsrisico’s onder het thema externe veiligheid te borgen. Voor hoogspanningslijnen is het beleidskader beschreven in het ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ (Min. VROM d.d. 5 oktober 2005). Hierin adviseert de Staatssecretaris van VROM het in acht nemen van een veiligheidszone, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Voor door zendmasten (omroep, GSM, UMTS, enz.) veroorzaakte elektromagnetische straling zijn in de EU-publicatie 1999/519/EG blootstellingslimieten aanbevolen voor personen die permanent in de nabijheid van zendmasten verblijven. Nederland heeft deze aanbeveling overgenomen en verankerd in de Telecommunicatiewet.

Figuur 15 – Uitsnede risicokaart, met daarin aangegeven de risicobronnen in relatie tot het plangebied (bron: risicokaart.nl)

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

36

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

4.4.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt. In figuur 15 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. De in de bijgaande figuur aangegeven LPG-tankstations liggen beiden op meer dan 500 meter afstand van het plangebied. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Transportroutes gevaarlijke stoffen In of direct nabij het plangebied zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water aanwezig. Op circa 300 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt de Rijksweg A2. Deze weg behoort tot het Basisnet weg voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vanwege deze relatief grote afstand tot aan het plangebied hoeft geen berekening van het GR plaats te vinden (het plan ligt immers op > 200 meter van de Rijksweg). Ook is het Plasbrandaandachtsgebied (30 meter) niet van belang. Echter, omdat er over deze weg transport van toxische stoffen plaatsvindt, dient wel het groepsrisico te worden verantwoord.

Verantwoording groepsrisico Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand van de A2 ligt, hoeft op grond van artikel 7 van het Bevt voor de verantwoording van het groepsrisico alleen ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de weg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de weg een ramp voordoet. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zullen de hulpdiensten zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met gevaarlijke stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron, in dit geval bij de snelweg. De hulpdiensten richten zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WASpalen) of NL-alert.

Voor de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen bij een ramp is van belang dat in het plangebied aanwezige personen over het algemeen zelfredzaam zullen zijn. Er is geen sprake van een functie voor minder zelfredzame personen. Daarnaast is hiervoor van belang dat er vanuit het plangebied in noordelijke richting, dus van de bron af, kan worden gevlucht. Gemeentelijke routering Voor de gemeentelijke en provinciale wegen is in de gemeente Vijfheerenlanden

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

37

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

een routering voor gevaarlijke stoffen vastgesteld. Deze route loopt niet langs of door het plangebied. Voor noodzakelijk transport ten behoeve van laden en/of lossen van gevaarlijke stoffen buiten de vastgestelde routes is een ontheffing nodig. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden om een veiligere leefomgeving te realiseren. Er kan langs het plangebied dus wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de niet-routeplichtige stoffen (zoals benzine) en routeplichtige stoffen (zoals propaan), maar de frequentie daarvan is (door het lokale karakter van het transport) dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn. Buisleidingen Uit de risicokaart komt naar voren dat in het plangebied of in de directe omgeving ervan geen buisleidingen zijn gelegen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Elektromagnetische straling Er zijn in de omgeving geen hoogspanningslijnen aanwezig waarvan de indicatieve magneetveldzones tot het plangebied reiken. Uit de gegevens op de website www.antenneregister.nl blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen zendmasten aanwezig zijn die overschrijdingen van de geldende blootstellingslimieten voor elektrische en magnetische veldsterkten veroorzaken. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor het plan. 4.5

Bodem

4.5.1 Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.5.2 Bodem in relatie tot het plangebied Om vast te stellen of de gronden binnen het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik is door milieu-adviesbureau Van der Poel B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd4. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 van deze plantoelichting. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten en conclusies weergegeven. Resultaten en conclusies bodemonderzoek Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit klei, zwak zandig of zand, matig fijn, zwak siltig. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,05 m-mv.

4

Van der Poel B.V., ‘Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van: Stammershoefstraat en Hogelandseweg te Vianen’, 5 maart 2020

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

38

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Tijdens het veldwerk zijn, behoudens enkele baksteensporen, geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat er in de grond en in het grondwater maximaal overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden uit de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee formeel verworpen. Gezien de aard en concentratie van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemming van het terrein, wordt geconcludeerd dat verhoogde risico’s voor de volksgezondheid en/of milieu op basis van de aangetoonde chemische milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. 4.5.3 Conclusie Op basis van de bevindingen van het uitgevoerde bodemonderzoek kan worden gesteld dat de bodem in het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. 4.6

Water

4.6.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Vijfheerenlanden wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap Rivierenland. 4.6.2 Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW).

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

39

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Deltaprogramma; • Waterwet. Provinciaal • Provinciale Omgevingsvisie; • Interim Omgevingsverordening. Regionaal / lokaal • Waterbeheerplan 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten'; • Keur en Legger waterschap Rivierenland. Op alle bestuursniveaus worden dezelfde basisprincipes gehanteerd over hoe om te gaan met water, te weten: Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit); Schoon houden - scheiden - zuiveren(waterkwaliteit); Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen(veiligheid). Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geïnfiltreerd. Het waterschap Rivierenland is primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater en worden er eisen gesteld aan watercompensatie voor initiatieven met een toename aan verhard oppervlak, aangezien er dan meer hemelwater versneld tot afvoer komt.

Door het waterschap Rivierenland zijn hiervoor vuistregels vastgesteld (436 m3 waterberging per hectare verharding). Voor berekening van de benodigde waterberging is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Dit is een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,20 meter. Bij berging in wadi’s en kunstmatige voorzieningen (zoals retentievijver) ligt de waterberging op 664 m3 (bij een bui van T=100+10%). De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van eventuele grondwaterproblemen. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. 4.6.3 Water in relatie tot het plangebied Oppervlaktewater en waterkeringen In het plangebied, alsook in de directe omgeving daarvan is geen oppervlaktewater aanwezig. Het Merwedekanaal ligt op ruim 150 meter ten oosten van het plangebied. Aan beide zijden van deze watergang ligt een zone waarop de Keur van

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

40

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

toepassing is, zodat het doelmatig beheer en onderhoud alsook de veiligheid gewaarborgd wordt. Het plangebied ligt (ruim) buiten deze zone. Er zijn ook geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied aanwezig. Grondwaterbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Wel ligt het plangebied binnen de ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ uit de provinciale Omgevingsvisie. De provincie stelt in deze zone geen nadere regels met betrekking tot ruimtelijke plannen van gemeenten. Wel wordt aan gemeenten gevraagd om bij nieuwe ontwikkelingen aandacht te hebben voor grond- en oppervlaktewaterkwaliteit. In dit kader wordt opgemerkt dat de beoogde woningbouw geen verslechtering ten opzichte van de bestaande (woon)functies en groenvoorzieningen (o.a. volkstuinen) met zich meebrengen. Bebouwing en verharding Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de gronden gelegen op de hoek Hogelandseweg – Stammershoefstraat en het achterliggende terrein in de kern Vianen mogelijk. Het betreft een herstructurering van de locatie Stammershoefstraat 2 t/m 10 en Hogelandseweg 64 t/m 68 en 68b. De planlocatie heeft een omvang van ca. 2.570 m2. Er worden op initiatief van woningbouwvereniging LEKSTEDEwonen 8 bestaande grondgebonden woningen gesloopt.

Ook het bestaande gebouw van De Vogelvriend wordt gesloopt en de aangrenzende volkstuinen worden verwijderd. Hiervoor in de plaats worden maximaal 20 woningen teruggebouwd (een combinatie van grondgebonden woningen en gestapelde woningen) en wordt ook voorzien in parkeerplaatsen en ontsluiting van het terrein. Momenteel is echter nog geen definitieve verkaveling voor het gebied beschikbaar. Zoals reeds in paragraaf 2.2 van deze plantoelichting is aangegeven is dit aan de ontwikkelende partij. Wel zijn op hoofdlijnen de ruimtelijke kaders aangegeven en is aan de hand daarvan wel een concept-inrichtingsplan opgesteld. Aan de hand daarvan is een indicatie te geven van de toename aan verharding in het gebied en de benodigde watercompensatie en waterbergingsopgave. De voorgenomen ontwikkeling mag immers geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan dient daarom "waterneutraal" ontwikkeld te worden. In dit kader is de verhouding ten opzichte van het verhard oppervlak in de huidige situatie en de toekomstige situatie van belang die in bijgaande tabel is weergegeven. Daarbij is voor het verhard oppervlak van het privéterrein van de bestaande en toekomstige woningen een aanname gedaan dat 80% van de oppervlakte van het privéterrein (= erf minus gebouw) is verhard. Verder wordt ervan uitgegaan dat de huidige volkstuinen (momenteel ca.

760 m2 groot) voor een klein deel worden verhard ten behoeve van de ontsluiting van het terrein in combinatie met parkeervoorzieningen. Het betreft vooral het gebied ten noordwesten van het huidige erf van de Vogelvriend. Het overige deel blijft onverhard. En omdat in het kader van wateroverlast, hittestress en biodiversiteit volledig verharde terreinen bij nieuwe ontwikkelingen niet meer worden toegestaan, is voor de beoogde nieuwe ontsluitingsweg en parkeervoorzieningen gerekend met een verhardingsgraad van 70%. Indien bij de uitwerking van de plannen specifieke

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

41

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

technische maatregelen worden getroffen zodat er minder verharding wordt gerealiseerd, hoeft er ook minder waterberging gerealiseerd te worden. Functie (verhardingsgraad in %)

Huidige situatie (in m2)

Nieuwe situatie (in m2)

Saldo (in m2)

Wonen Gebouwen

400

710 (totaal bouwvlakken) 630 (80% van 1.500 – 710)

+ 310

-

Erf / tuin (80%)

Maatschappelijk Gebouw Erf / tuin (huidig 100%)

660 (80% van 1.230 – 400)

50 110

-

- 30

- 50 - 110

Verharding openbaar; paden en parkeerplaatsen

190 (100%)

490 (70% van 700)

+ 300

Totaal verhard oppervlak

1.410

1.830

+ 420

Tabel 2 - Overzicht verharding (uitgesplitst in diverse functies) in zowel de huidige situatie alsook na de beoogde planontwikkeling (nieuwe situatie)

Figuur 16 – Overzicht verhardingen op hoofdlijnen voor het plangebied voor zowel de huidige situatie (links) en de toekomstige situatie (rechts).

Uit tabel 2 blijkt dat per saldo sprake is van een toename van verhard oppervlak van ca. 420 m2. Op grond van de ‘vuistregel waterberging’ van het waterschap is er bij een bui van T=10+10% in dit kader ca. 19 m3 waterberging nodig (420 x 0,0436) en bij een bui van T=100+10% is dit ca. 28 m3 (420 x 0,0664). Met een toelaatbare peilstijging van 0,2 m betekent dit dat rekening gehouden moet worden met ca. 92 m2 open water of 140 m2 bij een wadi. Er zijn verschillende methodieken en voorzieningen beschikbaar om invulling te geven aan de watercompensatie. Maar omdat er geen oppervlaktewater binnen of in de buurt van het projectgebied aanwezig is om (vertraagd) naar af te voeren, wordt gedacht aan de aanleg van een infiltratiesysteem waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld en in de bodem kan infiltreren, danwel de tijdelijke opslag van

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

42

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

water tijdens regenbuien. Dit kan zowel boven- als ondergronds. Hierbij valt te denken aan drainagebuizen, grindkoffers / infiltratiekratten, wadi’s, alsook het gebruik maken van halfopen bestrating (grasstenen). De effectiviteit van infiltratie is daarbij wel afhankelijk van de waterdoorlatendheid van de bodem, grondsoort en grondwaterstanden. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek (zie ook paragraaf 4.5) lijkt de ter plaatse voorkomende grondsoort tot een diepte van 2,2 m-mv (kleiig, zwak zandig) en de grondwaterstand (welke tijdens de veldwerkzaamheden zich op een diepte van 1,05 m-mv bevond) niet zonder meer geschikt voor infiltratie. In dit kader wordt momenteel onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor waterberging. In dat onderzoek wordt ook bezien welke maatregelen daarbij kunnen worden getroffen. Duidelijk is wel dat er binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om de berekende benodigde waterbergingsopgave van 28 m3 (bui T=100+10%) te kunnen realiseren. Het noordelijk deel van het plangebied (groen weergegeven in figuur 16) heeft namelijk een oppervlak van ca. 400 m2. Het hemelwater uit de waterberging mag niet op de bestaande riolering lozen. Dit zal verder uitgewerkt worden in het rioleringsplan.

Om ervoor te zorgen dat de benodigde waterberging bij de uitvoering van de plannen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd, is de waterbergingsopgave middels een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan geborgd door op de verbeelding de aanduiding ‘waterberging’ op te nemen en in de regels hieraan voorwaarden te verbinden. In dit kader is in de specifieke gebruiksregels van de bestemming ‘Wonen’ een extra sublid (artikel 6.4.3) toegevoegd. In dit artikel is aangegeven dat er sprake is van strijdig gebruik als er niet voorzien wordt in de aanleg van voldoende waterbergingsvoorzieningen. Afval- en regenwater De noodzakelijke vuilwaterriolering voor de huidige woningen, alsook het gebouw van de Vogelvriend, is aangesloten op de bestaande gemengde riolering. Deze is zowel aan de Stammershoefstraat, alsook aan de Hogelandseweg aanwezig. Het vuile afvalwater vanuit de nieuw te bouwen woningen zal worden afgevoerd via een nieuw aan te leggen vuilwaterriool/DWA-riool, als onderdeel van een gescheiden rioleringssysteem. De vuilwaterriolering kan vervolgens ook worden aangesloten op het bestaande (gemengde) rioleringssysteem in de directe omgeving. Via dit rioleringssysteem wordt het afvalwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie.

Daarbij wordt opgemerkt dat als onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunningen voor het woningbouwplan er een rioleringsplan zal worden opgesteld waarin dit nader wordt uitgewerkt. Waterkwaliteit Om het hemelwater van verhardingen en daken zo schoon mogelijk te houden, zodat het zuiveringsproces zo eenvoudig mogelijk is (bij afvoer via het gescheiden systeem), is het gewenst om bij het bouwen rekening te houden met de materiaalkeuze. Hiertoe zal het gebruik van zink, lood of andere uitlogende materialen bij het bouwen zoveel mogelijk worden vermeden. Watertoets en vervolgtraject Via de digitale watertoets is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Hiervoor is een stappenplan doorlopen. Het waterschap

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

43

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Rivierenland is hierover geïnformeerd. In dit kader wordt ook verwezen naar bijlage 4 van deze plantoelichting waarin de resultaten en samenvatting van de digitale watertoets zijn opgenomen. Vervolgens is met het waterschap overleg gevoerd, ook als onderdeel van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 7.2.1. Het plan is hierop aangepast. 4.6.4 Conclusie Als onderdeel van de beoogde woningbouwontwikkeling neemt de verharding binnen het plangebied toe. De waterbergingsopgave is in beeld gebracht en met een kwalitatieve verplichting geborgd in het bestemmingsplan. Bij de uitwerking van de plannen zullen de maatregelen verder worden uitgewerkt. Daar zal het waterschap Rivierenland nauw bij worden betrokken. Het bestemmingsplan staat watercompenserende maatregelen toe. Het aspect waterhuishouding staat de voorliggende woningbouwontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.7

Ecologie

4.7.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) vastgelegd.

Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten. Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

44

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 4.7.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde planontwikkelingen binnen het plangebied op de natuur, is door ecologisch-adviesbureau EcoTierra een Quickscan uitgevoerd5. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies worden hierna weergegeven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde.

Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 5.000 meter van een Natura2000-gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen enkele kleine boompjes gekapt en wat struiken gerooid. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wnb is echter niet van toepassing in onderhavige situatie. Stikstofdepositie In de genoemde Quickscan is expliciet aangegeven dat het thema verzuring (o.a. in relatie tot het aspect ‘stikstof’) niet onder de reikwijdte van het uitgevoerde onderzoek valt. In dit kader wordt het volgende opgemerkt en overwogen. Ruimtelijke projecten, waaronder (kleinschalige) woningbouwplannen kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000- gebied.

Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de 5

EcoTierra – ecologisch adviesbureau, ‘Hogelandseweg/ Stammershoefstraat te Vianen Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming’, 10 maart 2020

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

45

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

woningen. Omdat de nieuwe woningen in het plangebied gasloos worden gerealiseerd, is echter alleen het aspect auto- en vrachtverkeer van toepassing. De emissie (uitstoot) van stikstof in verband met de uitvoering van het bouwplan voor maximaal 20 woningen is echter zo beperkt dat op een afstand van ca. 5,9 km tot de ‘Uiterwaarden Lek’ (het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied) geen stikstofdepositie is te verwachten. Dat is omdat de stikstofemissie van verkeer niet ver draagt maar vlak bij de weg neer slaat, de locatie in het stedelijk gebied is gesitueerd (waarvan de bebouwing en beplanting in de weg staat aan een grote verspreiding van de uitstoot), en het betreffende Natura 2000-gebied op zeer ruime afstand is gesitueerd. Ditzelfde geldt voor de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase als gevolg van de nieuwbouw. Hierdoor is dan ook niet te verwachten dat sprake is van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jr) op het genoemde Natura 2000-gebied als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Soortenbescherming Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde soorten aangetroffen. Vogels De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus, alsook de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw, kon op basis van het veldbezoek niet worden uitgesloten.

De sloop van de woningen en de schuurtjes kan tot gevolg hebben dat dergelijke nestlocaties vernietigd worden. Dit is niet toegestaan zonder ontheffing van de Wnb. Verder wordt er binnen het plangebied gebroed door vogels zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen ingrepen mogen geen bezette nesten vernietigen of verstoren. Derhalve dienen de sloop- en rooiwerkzaamheden te starten voor de aanvang van het broedseizoen of geheel buiten deze periode plaats te vinden (broedseizoen loopt globaal van begin maart tot en met juli/ augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten of verblijfplaatsen ervan waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie Utrecht. Echter kon de aanwezigheid van een vaste verblijfplaats van de steenmarter in de opstallen niet worden uitgesloten tijdens het veldbezoek. Tijdens het nadere onderzoek naar vleermuis (zie hierna) dient tevens gelet te worden op sporen en exemplaren van de steenmarter. Door de provincie vrijgestelde soorten kunnen voorkomen. Vleermuizen De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen kon tijdens het veldbezoek niet worden uitgesloten. Mogelijk gaan er door de beoogde ingrepen dergelijke verblijfplaatsen verloren. Er zullen door de ingreep geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes verloren gaan.

Wel hangen er aan de te amoveren woningen vleermuiskasten. Mogelijk dienen deze kasten als tijdelijke mitigatie voor een ander project nabij en moeten ze blijven hangen totdat dat andere project is afgerond. Uiteraard kunnen de kasten

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

46

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

alleen worden verwijderd wanneer er geen vleermuizen in aanwezig zijn. Bij voorkeur worden de kasten verhangen naar een nabije locatie. Amfibieën, reptielen en vissen Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nietvrijgestelde nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Door de provincie vrijgestelde amfibiesoorten kunnen voorkomen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Conclusie en aanbevelingen quickscan Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte situatie procedurele gevolgen vooralsnog niet zijn uit te sluiten: • Er dient een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw plaats te vinden. • Tijdens het vleermuizenonderzoek dient eveneens gelet te worden op de aanwezigheid en sporen van de steenmarter. • Mogelijk dient er een ontheffing in het kader van de Wnb (soorten) aangevraagd te worden en/of dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. • Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. • De zorgplicht is altijd van toepassing.

Nader onderzoek Naar aanleiding van de uitgevoerde quickscan is vastgesteld dat een nader onderzoek naar de beschermde soorten vleermuizen, huismus en gierzwaluw nodig is, om een duidelijker beeld te krijgen van het voorkomen van deze soortgroepen binnen de plangrenzen. Daarbij dient ook gelet te worden op de aanwezigheid en sporen van de steenmarter. De desbetreffende quickscan is terug te vinden in bijlage 3. Dit nadere onderzoek door EcoTierra met verschillende veldbezoeken is gerapporteerd op 16 oktober 20206. De integrale rapportage is als bijlage 4 achter deze toelichting opgenomen. Hierna is een korte samenvatting opgenomen met de conclusies van het nader onderzoek. Het nadere onderzoek is gebaseerd op een bronnenonderzoek en diverse veldbezoeken. Deze veldbezoeken hebben op diverse data in 2020 plaatsgevonden. De onderzoeken zijn conform de vigerende onderzoeksprotocollen en Kennisdocumenten van BIJ12 en in de juiste periode en onder geschikte weersomstandigheden uitgevoerd, zodat de te verwachten soorten waargenomen konden worden. Het onderzoek heeft 1 zomerverblijf van de Gewone dwergvleermuis vastgesteld. Andere verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen tijdens de onderzoeken. Er wordt door Gewone dwergvleermuis gefoerageerd binnen het plangebied. 6

EcoTierra – ecologisch adviesbureau, ‘Hogelandseweg/Stammershoefstraat te Vianen Nader onderzoek naar vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus’, 16 oktober 2020

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

47

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Verder is er 1 nest van Gierzwaluw aangetroffen. Nesten van Huismus zijn niet aangetroffen. Er zijn geen waarnemingen van Steenmarter geweest. Voor de aangetoonde verblijfplaats van de Gewone dwergvleermuis en het jaarrond beschermde nest van de Gierzwaluw dient in principe een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Echter, onderhavig plangebied is onderdeel geweest van een groter plangebied dat in 2017 is onderzocht, onder andere op de aangetroffen soorten. Er is toen binnen onderhavig plangebied, op dezelfde locatie als in 2020, een Gierzwaluwnest aangetoond. Er zijn toen geen vleermuisverblijven aangetoond binnen het onderhavige plangebied, maar wel in woningen nabij. In het kader van het onderzoek 2017 is toen een ontheffing aangevraagd welke in 2018 is afgegeven door de provincie Utrecht. Er zijn toen veel tijdelijke nestkasten en vleermuiskasten opgehangen in de omgeving en er zijn tijdens de renovatie diverse verblijfplaatsen voor de soorten gecreëerd. De ontheffing is sinds 1 augustus 2019 echter verlopen en bovendien niet toereikend voor de in 2020 aangetroffen verblijfplaats van Gewone dwergvleermuis. Daartoe vindt overleg met de provincie Utrecht plaats om na te gaan of het mogelijk is de ontheffing te verlengen (in verband met de Gierzwaluw) en aan te vullen (in verband met het extra aangetroffen verblijf van Gewone dwergvleermuis).

Dit kan voorkomen dat er weer hoge kosten gemaakt moeten worden en er veel tijd verloren gaat door de lange doorlooptijd van een ontheffingsaanvraag. Voor de vaststelling van dit bestemmingsplan zal daar duidelijkheid over komen. 4.7.3 Conclusie Uit het nader onderzoek is er vast komen te staan dat er in het plangebied een gierzwaluwnest en een vleermuisverblijfplaats aanwezig zijn. In de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen dat er zal worden onderzocht of een eerdere ontheffing aangepast en verlengt kan worden. Indien dit niet mogelijk is moet een nieuwe ontheffing aangevraagd worden voor het plan. Voor de aanvraag omgevingsvergunning moet een van de volgende drie zaken worden toegevoegd: a. Een ontheffing voor de gierzwaluw en de dwergvleermuis of; b. Het bewijs dat er een ontheffing voor deze soorten in aanvraag is of; c. Alle benodigde stukken die voor de aanvraag van een ontheffing benodigd zijn. In de tabel hierna zijn de conclusies per soort weergegeven.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

48

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

4.8

Archeologie

4.8.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

49

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed was tot voor kort vastgelegd in de Monumentenwet uit 1988, inclusief de wijzigingen op gronde van de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz) uit 2007. Met deze wijzigingswet zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valetta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2022 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet, is in het overgangsrecht van de Erfgoedwet bepaald dat de regels met betrekking tot archeologie uit de Monumentenwet 1988 ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven dus onverminderd van kracht. Gemeentelijk beleid Naar aanleiding van de bovengenoemde Wamz heeft de voormalige gemeente Vianen een archeologische beleidskaart op laten stellen.

Deze archeologische beleidskaart (RAAP, 2012) geeft een overzicht van de archeologische vondsten, verwachtingen en vindplaatsen in de gemeente Vianen. Op deze beleidskaart en in de begeleidende tekst staat verwoord hoe in het planproces moet worden omgegaan met de verschillende bekende archeologische terreinen en met de verwachtingszones, in het bijzonder in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. Op de beleidskaart worden verschillende archeologische verwachtingszones en terreinen aangegeven. Onderscheid wordt gemaakt in: • Archeologisch waardevol gebied; • Archeologisch waardevol verwachtingsgebied (1 t/m 8). 4.8.2 Archeologie in relatie tot het plangebied Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart maakt het plangebied deel uit van ‘Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 2’ (AWV2). Concreet betekent dit dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m² én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm onder het maaiveld, een inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is. In het geldende bestemmingsplan is dit vertaald middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2”. Omdat al onderdeel van de beoogde herstructurering grondwerkzaamheden plaats vinden die groter zijn en dieper reiken dan hierboven aangegeven, is door adviesbureau ArcheoPro is een inventariserend veld-, bureauen karterend booronderzoek uitgevoerd7.

De rapportage is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. De resultaten laten zich kort als volgt omschrijven. Resultaten Archeologisch onderzoek Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging op de stroomgordel van Hagestein en op basis ArcheoPro, ‘Stammershoefstraat - Hogelandseweg, Vianen - Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek’, (Archeologisch rapport Nr 20009), 7 april 2020 7

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

50

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

van bekende gegevens omtrent archeologische waarden in het gebied, een hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de ijzertijd, de Romeinse tijd en de middeleeuwen. Voor resten uit de nieuwe tijd geldt op basis van het ontbreken van bebouwing op historische kaarten binnen het plangebied en de ligging op enige afstand van de (historische) Hogelandseweg, een lage verwachting. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied twaalf boringen gezet. Uit de resultaten hiervan blijkt dat het plangebied op de rand ligt van een komkleigebied met een oeverwal. Onderin elf van de twaalf boringen is matig grof zand aangetroffen dat beddingmateriaal vormt van de stroomgordel van Hagestein. Hier bovenop ligt een door zandlaagjes onderbroken kleipakket dat naar boven toe geleidelijk aan overgaat in steeds minder zandige klei. In de top van het beddingzand en in de daarop gelegen gelaagde klei zijn geen sporen aangetroffen van stilstandsfasen in de afzettingsgeschiedenis die geschikt zouden kunnen zijn geweest voor bewoning. De hier boven afgezette klei lijkt wel te zijn gevormd in een voor bewoning geschikt milieu.

Het naboren van deze klei heeft ondanks het zorgvuldig doorzoeken van het opgeboorde materiaal en de hoge boordichtheid van ruim veertig boringen per hectare, echter geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11. 4.8.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect archeologie. Er is geen dubbelbestemming (meer) opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. 4.9

Cultuurhistorie

4.9.1 Beleid en regelgeving Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.9.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere objecten met een belangrijke cultuurhistorische waarde.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

51

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Wel vormt de Hogelandseweg van oudsher een belangrijke uitvalsweg van Vianen, aangezien deze weg het oude Vianen met Hagestein verbond. De Hogelandseweg liep in het verleden door tot aan de andere kant van het Merwedekanaal, in de richting van wat nu de Sportlaan heet. Momenteel loopt de Hogelandseweg dwars door de wijk Hogeland / Zederik en is nu ook nog een bepalend element in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. In bijgaande figuur is dit in beeld gebracht.

Figuur 17 – De Hogelandseweg is een historische laan die al op oud kaartmateriaal te zien is

De overige straten sluiten aan op de Hogelandseweg. De Hogelandseweg als belangrijke historische laanstructuur wordt ondersteund door de platanen aan weerszijde van de weg. Met het voorliggende plan wordt de genoemde structuur van de Hogelandseweg niet aangetast. Door de aanduiding ‘gevellijn’ op de verbeelding van het bestemmingsplan op te nemen, welke parallel loopt aan de Hogelandseweg en waarmee in de regels wordt vastgelegd dat de nieuwe woningen met de voorgevel op deze lijn georiënteerd moeten worden, wordt deze juist versterkt.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

52

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

4.9.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor het plan. 4.10 Kabels en leidingen Voor planologisch relevante kabels en leidingen gelden verschillende beschermingsen veiligheidsafstanden waar bij de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Binnen het projectgebied voor de nieuwe woningbouwontwikkeling op het terrein zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig (zie hiervoor ook paragraaf 4.4 van deze plantoelichting). Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Verkeer Hoewel er nog geen nieuwe verkaveling van het nieuwe woongebied bekend is, is al wel duidelijk dat als onderdeel van de beoogde herstructurering op de locatie Stammershoefstraat-Hogelandseweg het aantal woningen zal toenemen. Immers, er worden 8 bestaande grondgebonden woningen gesloopt. Hiervoor in de plaats worden maximaal 20 woningen teruggebouwd (een combinatie van grondgebonden woningen en gestapelde woningen). Dit betekent dat er ten opzichte van de bestaande situatie maximaal 12 woningen worden toegevoegd.

Om een inschatting te maken van de hoeveelheid autoverkeer die met het plan wordt gegenereerd, zijn de kencijfers van het CROW geraadpleegd. Het CROW is een onafhankelijk kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. Op grond van CROW-Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, waarin ook kencijfers voor de verkeersgeneratie van verschillende functies (waaronder wonen) zijn aangegeven, blijkt dat voor appartementen (huur midden/goedkoop, incl. sociale huur) rekening gehouden moet worden met ca. 4,5 motorvoertuigen per etmaal / per woning. Dit kencijfer is gebaseerd op de in de CROW gehanteerde uitgangspunten8. Voor sociale grondgebonden huurwoningen (rijwoningen) en grondgebonden huurwoningen in de vrije sector dient aan de hand van de CROW-cijfers rekening gehouden met respectievelijk 6 en 7,8 motorvoertuigen per etmaal / per woning. Omdat ervaringen binnen de gemeente Vijfheerenlanden uitwijzen dat de verkeersbewegingen bij sociale huurappartementen hoger zijn dan de bovengenoemde CROW-cijfers, wordt in relatie tot het voorliggende plan uitgegaan van gemiddeld 6 tot 8 verkeerbewegingen per etmaal / per woning, vergelijkbaar met de (sociale) grondgebonden huurwoningen aan de hand van de CROWrichtlijnen.

8

Uitgegaan is van ‘huurwoningen, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’, weinig stedelijk gebied, rest bebouwde kom (De voormalige gemeente Vianen wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘weinig stedelijk gebied’)

Gemeente Vijfheerenlanden BP Stammershoefstraat-Hogelandseweg, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.456 – v9 / december 2021

53

NL.IMRO.1961.bpVIstamenhoge-VA01 Vast te stellen

Omdat met het beoogde woningbouwplan maximaal 12 woningen ten opzichte van de huidige situatie worden toegevoegd, betekent dit dat rekening gehouden moet worden met ca. 72 tot 96 extra verkeersbewegingen per etmaal. Dit betreft een relatief kleine hoeveelheid extra verkeer, welke zonder problemen opgaat in het huidige verkeersbeeld van het omliggende wegennet, waaronder de Stammershoefstraat en de Hogelandseweg. 4.11.2 Parkeren De voormalige gemeente Vianen had voor het aspect parkeren gemeentelijk beleid vastgesteld in de vorm van de ‘Nota Parkeernormen’ (2013). Deze nota is vanaf 1 januari 2021 komen te vervallen. Nieuwe bouwplannen worden momenteel getoetst aan de parkeernormen, zoals die in de reeds genoemde CROW-Publicatie 381 worden gehanteerd. In deze publicatie worden voor diverse functies minimale en maximale parkeerkencijfers getoond, afhankelijk waar de functie zal worden gerealiseerd. In relatie tot het voorliggende woningbouwplan op de hoek Stammershoefstraat en de Hogelandseweg wordt uitgegaan van de gemiddelde parkeerkencijfers, met de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en de categorie ‘rest bebouwde kom’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=cb42d584-c9c3-4c9d-b5a7-8f040eb9ee4c