bijlage 5 plan-oer vijfheerenlanden.pdf
Tekst van het document
Drie gemeentelijke ambities voor Vijfheerenlanden De gemeente Vijfheerenlanden richt zich in de Omgevingsvisie op drie ambities voor 2040: • We hebben een vitale samenleving en zetten onze inwoners en ondernemers centraal. • We hebben een gezonde, veilige leefomgeving waar iedereen prettig kan leven. • We zijn een aantrekkelijke, duurzame en groene gemeente. In het OER is verkend welke ruimtelijke opgaven zijn te onderscheiden om deze ambities en opgaven te vertalen in de omgevingsvisie. Met behulp van de uitkomsten van het OER wordt uiteindelijk één strategie gekozen die in de omgevingsvisie wordt vastgesteld. De te onderzoeken opgaven van de gemeente Vijfheerenlanden zijn opgebouwd rondom de drie gemeentelijke ambities voor Vijfheerenlanden en vijf pijlers uit de IRP, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de onderlinge samenhang zodat een integrale benadering ontstaat. Hieronder is beschreven voor welke opgaven de gemeente de komende jaren staat en welke ruimtelijke opgaven in dit OER worden onderzocht.
blad 25 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
3.4
Wonen Kwantitatieve woningbouwopgave De gemeente Vijfheerenlanden staat voor een grote woningbouwopgave. In afstemming met de regio U10 is in de komende vijftien - twintig jaar een opgave van 3.000 tot 5.250 woningen beoogd (zie Fout! Verwijzingsbron n iet gevonden.). Tabel 3.2: Overzicht geplande woningbouw Vijfheerenlanden voor komende 15-20 jaar (Bron: IRP regio U10, 2021).
In de woonvisie van de gemeente Vijfheerenlanden 2020 -2025 ‘Samen sterk, met eigenheid en diversiteit’ (2020) is de woningbouwopgave voor de periode 2020 – 2040 geraamd op 3.860 extra woningen. De woonvisie geeft geen verklaring welke projecten of welke woningaantal buiten de genoemde 3.860 woningen worden gerekend. Geacht wordt dat deze opgave exclusief de bestaande woningbouwontwikkelingen Hoef & Haag (1.800 woningen) en Broekgraaf (1.250 woningen) is. De opgave is ook exclusief de 30% overplanning, een uitgangspunt dat de provincie Utrecht hanteert bij het Regionaal Programmeren. De praktijk leert dat diverse plannen in de praktijk uiteindelijk niet of heel veel later dan verwacht gerealiseerd kunnen worden. Feitelijk bedraagt de opgave tot 2040 (3.860 * 1,3=) circa 5.000 woningen. Dit komt overeen met de geformuleerde opgave in de IRP (5.250 woningen). Circa 2.100 van de 5.000 woningen bestaan uit harde plannen en liggen vooral in en nabij de stadjes (Vianen, Leerdam en Meerkerk) (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.). In Leerdam is daarnaast aanvullend uitleg b eoogd in Broekgraven Noord met 500 extra woningen. Deze locatie wordt beoordeeld door de Provincie Utrecht en in januari 2023 wordt duidelijk of deze ontwikkeling wel of niet definitief doorgaat.
De locaties voor inbreiding zijn in de meeste kernen al ingevuld, er is nog beperkte ruimte voor inbreiding en transformatie van bedrijventerreinen/bedrijfspanden binnen de kernen. Naar verwachting kunnen er binnenstedelijk nog ca. 800 woningen worden toegevoegd (waarvan nu ca. 200 hard en 600 beoogd op potentiële transformatielocaties). Hiermee resteert een opgave van 1.600 woningen. Woningbouw op uitbreidingslocaties zijn niet altijd mogelijk vanwege de waarden van deze gebieden (bijv. Natura 2000-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebieden, hoge landschappelijke waarden, etc.). Het wordt een uitdaging om ruimte te vinden voor de overige circa 1.600 van de 5.000 woningen. Tabel 3.3 Harde plannen en geplande opleveringen woningbouw Vijfheerenlanden (Planregistratie wonen, Provincie Utrecht)
Naam plan
2022
Hoef & Haag fase 2 Hoef & Haag fase 3 Hoef & Haag fase 4 Sluiseiland Vianen Buitens van Iperen Leerdam Weide II Meerkerk Weide II Meerkerk eiland west Ameide Benedendamsestr./Vaarsloot
33 110 252 68 14 30 1 11
Leerdam Broekgraaf Totaal
90 609
2023
2024
2025
110 167 76
154
136
30 1
30 1
30
150 534
150 335
70 236
25-'30
220
140 360
Totaal 33 220 929 144 14 120 3 11 600 2.074
blad 26 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Locatiekeuzes Uitgangspunt bij de woningbouwopgave is verdichting in of uitbreiding bij bestaande kernen, nabij OVknooppunten en/of nabij werklocaties, mits daarbij de bedrijvigheid niet wordt belemmerd in hun eventuele groeipotentie. In grote lijnen betekent dit dat de meeste woningbouw plaatsvindt in Vianen, Leerdam en Meerkerk. Van belang is dat de kernen een vitaal2 toekomstperspectief hebben. Daarom is ook een belangrijk uitgangspunt in de Woonvisie dat er in principe in elke kern bouwmogelijkheden zijn. Dit sluit ook aan bij het provinciaal beleid, waarin de provincie ruimte biedt aan kernen voor kleinschalige uitbreiding ten behoeve van de lokale vitaliteit (lokaal maatwerk). Wat betreft de kernen onderscheidt de gemeente in de Woonvisie Vijfheerenlanden drie soorten: ▪ In de kleine kernen staan we autonome groei toe, voor de eigen behoefte van de kern. We richten ons daarbij op kleine bouwstromen (elk jaar enkele woningen), zodat inwoners uit deze kernen hier goed mee uit de voeten kunnen. ▪ In de verzorgingskernen Lexmond, Meerkerk, Ameide en Schoonrewoerd willen we bouwen naar behoefte toestaan voor alle generaties bewoners van binnen en buiten de kern. Daarmee waarborgen wij ook de vitaliteit van deze kernen door het behoud van het draagvlak voor het voorzieningenniveau. ▪ Voor onze twee stedelijke kernen Leerdam en Vianen hanteren wij een gelijke doelstelling.
Wij zien bij deze twee kernen echter ook mogelijkheden om bij te dragen aan de regionale opgave. Deze bijdrage betreft indicatief een percentage van circa 10% van het huidige inwoneraantal, ofwel een aantal van circa 800 woningen per kern in de periode tot 2040. ▪ Over de gehele gemeente hanteren wij een percentage van tenminste 30% sociale huur- of koopwoningen. Kwalitatieve woningbouwopgave Bij nieuwbouw is aandacht voor wonen in een gezonde en aantrekkelijke omgeving het uitgangspunt. Dat betekent dat er ook aandacht is voor groen en water (klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen) bij planinrichting. Belangrijke thema’s zijn het creëren van ruimte voor doorstroming in de lokale woningmarkt en het ondersteunen van lokale voorzieningen en werkgelegenheid. Bij het bouwen van nieuwe woningen hoort daarom ook het realiseren van voldoende voorzieningen (waaronder bedrijfslocaties, mobiliteit, onderwijs, zorg en welzijn, sport en recreatie), passend bij de kern. Landelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en de behoefte aan nieuwe woonvormen (o.a. als gevolg van vergrijzing) hebben grote invloed op het realiseren van de woningbouwopgave. Dit speelt een rol bij de locatiekeuze (waar?) en bij de concrete planinvulling (hoe?). Deze ontwikkelingen maken tevens het verduurzamen van de bestaande woningen noodzakelijk.
3.4.1
Opgave 1: Kansrijke woningbouwgebieden Doel: In beeld brengen kansrijke woningbouwzones voor de circa 1.600 extra woningen tot 2040. Stap 1: Bepalen ruimteclaim per woningtypevariant Vijfheerenlanden heeft momenteel een woningvoorraad van ruim 24.000 woningen. De toevoeging van circa 1.600 extra woningen (dus exclusief de reeds bekende plannen) in de periode 2022-2040 is een toevoeging van 6,67% aan de bestaande woningvoorraad. Als eerste stap wordt gekeken hoeveel ruimte nodig is voor de toevoeging van 1.600 woningen inclusief de ruimte voor bijbehorende voorzieningen, groen, water, infrastructuur en energie (denk aan lokale warmtepompen, trafostations, e.d.). Het ruimtebeslag is sterk
2
Ten aanzien van de vitaliteitsopgave voor kernen is in de IRP onderscheid gemaakt in zelfstandige vitaliteit en verbonden vitaliteit (bron: IRP, 2021): ▪ Zelfstandige vitaliteit; de mate waarin een kern zelf vitaal is en aspecten als wonen, werken en voorzieningen in balans zijn; ▪ Verbonden vitaliteit: ook al zijn voorzieningen en werk niet in dezelfde omvang in elke kern aanwezig, een kern kan toch vitaal zijn als deze zaken in de omgeving goed toegankelijk zijn met eigen of openbaar vervoer.
blad 27 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
afhankelijk van het woningtype wat wordt gebouwd: overwegend grondgebonden woningen of gestapelde woningen. Daarom wordt van twee woningtypevarianten het ruimtebeslag in beeld gebracht. Variant 80% grondgebonden eengezinswoningen – 20% gestapelde meergezinswoningen (doorgaan op huidige situatie) Vijfheerenlanden kent momenteel een verdeling van 20,9% meergezinswoningen (appartementen, e.d.) en 79,1% eengezinswoningen. Het gemiddelde bebouwd oppervlak van een woning in Vijfheerenlanden is 118 m 2 (bron: waarstaatjegemeente.nl). In deze variant gaan we uit van dezelfde verdeling: 80% grondgebonden eengezinswoningen en 20% gestapelde meergezinswoningen. Het gemiddelde ruimtebeslag, incl. bijbehorende voorzieningen, groen, water, infrastructuur en energie (denk aan lokale warmtepompen, trafostations, e.d.) wordt mede bepaald aan de hand van het huidige ruimtebeslag in diverse wijken in Vijfheerenlanden, waaronder ook de recente ontwikkeling Hoef & Haag. Variant 50% grondgebonden eengezinswoningen – 50% gestapelde meergezinswoningen Er is momenteel met name behoefte aan woningen voor starters en ouderen. Voor deze doelgroepen zijn gestapelde meergezinswoningen geschikt. In deze variant gaan we uit van 50% grondgebonden eengezinswoningen en 50% gestapelde meergezinswoningen.
Een variant met overwegend gestapelde meergezinswoningen (70 à 80%) is passend in sterk stedelijk gebied, zoals in de gemeente Utrecht. Een dergelijke variant is minder passend binnen de gemeente Vijfheerenlanden en daarom niet als een realistische variant beschouwd. Stap 2: Afpellen kansrijke / niet kansrijke gebieden In stap 2 wordt afgepeld in welke gebieden woningbouw onder voorwaarden mogelijk is: ▪ Gebieden waar geen woningbouw is toegestaan (bijv. niet in Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebied) worden in beeld gebracht; ▪ Gebieden waar woningbouw (op voorwaarden) is toegestaan, mede in relatie tot het provinciale beleid. Dit leidt tot een kaart met indicatieve gebieden waar woningbouw (op voorwaarden) mogelijk is (zie Figuur 3.1). Deze gebieden dienen nader onderzocht te worden op de daadwerkelijke mogelijkheden voor woningbouw.
Figuur 3.1 Indicatieve zones om te onderzoeken voor mogelijke uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen onder voorwaarden. (bron: Interim Verordening provincie Utrecht, 2022)
blad 28 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Stap 3: Afwegen kansrijke gebieden Vervolgens vindt een afweging van de overgebleven gebieden plaats op hoofdlijnen, waarbij omgevingsfactoren een rol spelen. Bijvoorbeeld: ▪ Gebieden met beperkingen, o.a. in bodemdalingsgebieden, gebieden met overstromingsrisico, cultuurhistorische en landschappelijke waardevolle gebieden met behulp van de waardenkaart, nabij snelwegen, veehouderijen, etc.; ▪ Gebieden waar de voorkeur naar uitgaan, zoals op inbreidingslocaties, op te transformeren bedrijventerreinen of bedrijfspercelen, nabij (te ontwikkelen) OV-knooppunten (bij de beoogde hubs Regiopoort Vianen en Meerkerk) en/of nabij werklocaties. Stap 4: Effecten en mogelijkheden voor planinvulling in kansrijke gebieden In stap 4 wordt afgewogen in hoeverre de circa 1.600 extra woningen (twee woningtypevarianten) passen op deze overgebleven gebieden en wat de effecten zijn op de fysieke omgeving. In deze stap toetsen we de overgebleven gebieden aan het beoordelingskader. Hierbij worden opties en aandachtspunten meegenomen als: ▪ Meer evenredig verspreiden over kernen of juist nog grotere focus van de opgave op de grotere kernen ten opzichte van de beleidsuitgangspunten in de Woonvisie; ▪ In welke gebieden past hoogbouw beter en welke minder.
Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurszones voor woningbouw, effecten van deze voorkeurszones en aandachtspunten voor de verdere planinvulling voor deze gebieden.
3.5
Werken Kwantitatieve opgave werklandschappen De uitdaging voor de gemeente Vijfheerenlanden is om de komende jaren aan de toenemende en veranderende vraag naar arbeid van het bedrijfsleven uit de gemeente en nabije omgeving te blijven voldoen. De opgave waar de gemeente voor staat op het gebied van werken/economie is nauw verbonden met de opgaven op het thema wonen en het thema mobiliteit. Naast de solitaire doorontwikkeling van bedrijven dragen ook nieuwe woningen bij aan de groei van de potentiële beroepsbevolking en dus behoefte aan meer ruimte om werken in de eigen gemeente/regio te faciliteren. Hiervoor is het noodzakelijk om voldoende arbeidsmogelijkheden te blijven bieden. Het dichter bij huis werken heeft andere gevolgen voor mobiliteit dan dit niet te faciliteren, waardoor de druk op snelweg en OV verder toeneemt. Naast de lokale economische groei en de daarmee samenhangende werkgelegenheid draagt de gemeente ook bij aan de regionale economie. De opgave krijgt mede vorm door de huidige werklocaties die voor transformatie naar wonen in aanmerking komen daarin te betrekken en datzelfde te doen met de intensiveringsopgaaf van bestaande werklocaties.
Dat alles vertaalt zich in een potentiële doorontwikkeling van werklandschappen van circa 30 hectare bruto voor lokale bedrijvigheid (combinatie van uitbreidingsvraag en vervangingsvraag) en circa 40-45 hectare bruto voor regionale bedrijvigheid. Voor deze opgaven zijn de volgende ontwikkelingen reeds beoogd: • Voor de lokale bedrijvigheid gaat het om de mogelijke uitbreidingen Meerkerk (16 ha), Gaasperwaard 2 (9 ha) en uitbreiding Nieuw Schaik (5 ha). • Voor de regionale bedrijvigheid gaat het om de ontwikkeling van Gaasperwaard 3 (40-45 ha). Ondanks de typering regionaal bedrijventerrein ontstaat hier ook ruimte voor lokale bedrijven waarvan de huidige locatie onvoldoende mogelijkheden biedt of de locatie in aanmerking komt voor transformatie (naar bv. wonen). De intensivering en herstructurering van bedrijventerreinen maakt geen onderdeel uit van deze uitbreidingsopgave. Dit betreft vaak maatwerk. Kwalitatieve opgave werklandschappen Het lokale midden- en kleinbedrijf speelt een belangrijke rol in de maatschappelijke structuur. Ook het behouden van voldoende werkgelegenheid, vooral in de doe- en maakindustrie, is voor verschillende vitale kernen een
blad 29 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
belangrijk thema. Verder spelen de sectoren handel en gezondheidszorg en belangrijke rol in de werkgelegenheid van Vijfheerenlanden Bij de inrichting van toekomstige werklandschappen wordt rekening gehouden met een goed verblijfsklimaat voor de werknemers. Voor de werklocaties in Vijfheerenlanden is bereikbaarheid per auto van belang, maar voor alle werklocaties geldt dat de bereikbaarheid per fiets en OV steeds belangrijker wordt, dit laatste in combinatie met een goede last-mile voorziening. De grotere, landelijke opgave, de transitie van de huidige economie naar een duurzame en circulaire economie in 2050 is hierbij ook van belang. Industrieën en bedrijven maken dan alleen nog gebruik van duurzame, alternatieve energiebronnen, stoten geen broeikasgassen meer uit en de terreinen zijn klimaatadaptief en natuurinclusief ingericht. De werklocaties kunnen zelf ook een bijdrage leveren aan de energievraag van de toekomst, zon op dak en windenergie zijn daar voorbeelden van. Binnen de circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Versterken van de werkgelegenheid en verduurzamen van industriële processen hebben tevens een positief effect op de gezondheid en vitaliteit van inwoners.
3.5.1
Opgave 2: Kansrijke zones voor werklandschappen Doel: In beeld brengen kansrijke gebieden voor werklandschappen voor circa 30 hectare voor lokale bedrijvigheid en 40-45 hectare voor regionale bedrijvigheid tot 2040. De aanpak is vergelijkbaar met de aanpak voor kansrijke woningbouwzones (opgave 3). Stap 1: Afpellen kansrijke / niet kansrijke gebieden In stap 1 wordt afgepeld in welke gebieden werklandschappen onder voorwaarden mogelijk zijn: ▪ Gebieden waar geen werklandschappen zijn toegestaan (bijv. niet in Natura 2000-gebieden, NNN-gebieden, weidevogelkerngebieden, stiltegebieden) worden in beeld gebracht; ▪ Gebieden waar een werklandschap (op voorwaarden) is toegestaan, mede in relatie tot het provinciale beleid. Stap 2: Afwegen kansrijke gebieden Vervolgens vindt een afweging van de overgebleven gebieden plaats op hoofdlijnen, waarbij omgevingsfactoren een rol spelen. Bijvoorbeeld: ▪ Gebieden met beperkingen, o.a. in bodemdalingsgebieden, gebieden met overstromingsrisico en cultuurhistorische en archeologische en landschappelijke waardevolle gebieden met behulp van de waardenkaart; ▪ Gebieden waar de voorkeur naar uitgaat (met koppelkansen), nabij (te ontwikkelen) OV-knooppunten (bij de beoogde hubs Regiopoort Vianen en Meerkerk), nabij snelwegen en/of woonlocaties (vanwege werkgelegenheid).
Stap 3: Mogelijkheden voor planinvulling in kansrijke gebieden In stap 3 wordt afgewogen in hoeverre de circa 30 ha bruto lokale bedrijvigheid en 40-45 ha bruto regionale bedrijvigheid passen op deze overgebleven gebieden en wat de effecten zijn op de fysieke omgeving. In deze stap toetsen we de overgebleven gebieden aan het beoordelingskader. Hierbij worden opties en aandachtspunten meegenomen zoals meer evenredig verspreiden over kernen of concentratie op één of meerdere locaties. We brengen daarnaast de voor- en nadelen (kwalitatieve effecten) van meer de hoogte in bouwen op de werklandschappen in beeld. In de meeste bestemmingsplannen wordt momenteel een maximale bouwhoogte van 12- 15 meter toegestaan. Door hoger bouwen toe te staan kan mogelijk geïntensiveerd worden op bestaande en nieuw te ontwikkelingen werklandschappen waarmee het ruimtebeslag kan afnemen. Daarnaast beschouwen we ook het hanteren van een hoger bebouwingspercentage. Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurszones voor werklandschappen, effecten van deze voorkeurszones en aandachtspunten voor de verdere planinvulling voor deze gebieden.
blad 30 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
3.6
Mobiliteit De ontwikkeling en groei van mobiliteit hangen nauw samen met welvaart, economie, het aantal inwoners en of er in de toekomst veel thuisgewerkt gaat worden. Voor de toekomst wordt verwacht dat een deel van de werkgelegenheid in de regio zich verder gaat concentreren in de gemeente Utrecht. Omdat de gemeente Utrecht de komende jaren het betaald en vergunning parkeren gaat uitbreiden en de verwachting is dat de drukte op de wegen naar Utrecht verder zal toenemen, wordt het steeds minder aantrekkelijk om met de auto naar Utrecht te reizen. Dit betekent dat er voor autoverplaatsingen naar Utrecht alternatieven zullen worden gezocht, zoals de fiets, het openbaar vervoer en een combinatie van beiden. Daarnaast is voor mobiliteit het begrip nabijheid van belang. De functies wonen, werken, voorzieningen, recreatie en groen moeten goed bereikbaar zijn, voor de eigen inwoners en bezoekers. Goede verbindingen met fiets en het openbaar vervoer zijn belangrijk. Daarbij zal in de toekomst de keuze voor duurzame mobiliteit vanzelfsprekend moeten worden. Voor Vijfheerenlanden is regionale samenwerking hierbij van belang. Bijvoorbeeld door openbaarvervoersknooppunten te versterken. De gemeente kiest, conform de reeds vastgestelde Mobiliteitsvisie 2040, voor een duurzaam verkeer- en vervoerssysteem en streeft naar een optimaal netwerk voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer.
Een belangrijk onderwerp in de gemeente is de vermindering van het sluipverkeer afkomstig van de snelwegen. In het autosnelwegennet dat door de gemeente Vijfheerenlanden loopt zitten diverse knelpunten. Voor het autoverkeer is het om die reden vaak aantrekkelijk om binnendoor te rijden en gebruik te maken van het onderliggende wegennet. De verbreding van de A27 zal deze knelpunten maar ten dele oplossen. Om ongewenst doorgaand verkeer te verminderen is het van belang dat de A27 ook wordt verbreed tussen Everdingen en Houten en dat het knooppunt Everdingen volwaardig wordt. Maar ook de gemeente zelf kan maatregelen treffen om het sluipverkeer te verminderen. De aanleg van snelfietsroutes is een belangrijk onderdeel van de oplossing voor duurzaam vervoer. De provincie Utrecht werkt aan een netwerk van snelle fietsroutes zodat fietsen naar het werk, scholen en andere bestemmingen vlotter, veiliger en comfortabeler wordt. Onderstaande opgaven voor mobiliteit hebben ook consequenties voor de locatiekeuze van de woningbouwopgave en uitbreiding van werklandschappen.
Het gaat om de volgende opgaven: ▪ (Snel)fietsnetwerk tussen de kernen versterken en uitbreiden voor een goede bereikbaarheid, ook naar omliggende steden; ▪ Uitbreiding en verbetering van opstappunten voor het openbaar vervoer (HUBs) en behoud en verbeteren huidige OV-verbindingen (smart mobility); ▪ Voorkomen en verminderen van overlast veroorzaakt door sluipverkeer, vrachtverkeer en landbouwverkeer; ▪ Zorgen voor meer ruimte voor fietsen en wandelen. O.a. door een veilige verkeersstructuur te creëren; ▪ De energietransitie veroorzaakt een verschuiving naar andere typen brandstof (elektrisch en waterstof). Hierdoor ontstaat o.a. de noodzaak van uitbreiding van elektrische laadpalen met aandacht voor de op termijn (te) beperkte capaciteit van het netwerk.
3.6.1
Opgave 3: Mobiliteitsopgaven Doel: In beeld brengen van de mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s en daaruit volgend een strategie voor uitwerking van de mobiliteitsopgaven. Stap 1: Opgaven nader definiëren en uitwerken Verzamelen van de ideeën en mogelijkheden voor de verschillende opgaven. Welke plannen liggen er voor de (snel)fietsnetwerken, hubs en OV-verbindingen, eventuele maatregelen om de verkeersoverlast te verminderen, de verkeersveiligheid te verbeteren en voor de uitbreiding van elektrische laadpalen? Voor twee hublocaties is het volgende beoogd:
blad 31 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
▪
▪
Regiopoort Vianen3: optimaliseren van het huidige busstation in Vianen-West naar een regionaal ovknooppunt voor bovenregionale busverbindingen met first/last mile voorzieningen, bijpassende commerciële voorzieningen en mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt; OV-knooppunt langs de A27 bij Meerkerk (afrit 5 Noordeloos / N214): concentreren en optimaliseren van overstaphalte voor buslijnen op dit knooppunt met first/last mile voorzieningen (zoals OV-fiets en deelauto), eventuele bijpassende commerciële voorzieningen en ook eventuele mogelijkheden voor woningbouw en/of werklocaties nabij het knooppunt.
Bij de opgave 4 kansrijke woonlocaties en opgave 5 kansrijke werklocaties komen deze meekoppelkansen tussen hubs en opgaven voor woningbouw en werklocaties ook terug. Stap 2: Afwegen mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s Onderzoeken hoe invulling kan worden gegeven aan de opgaven. Wat zijn logische (extra) maatregelen? Wat zijn de belangrijkste effecten van deze opgaven en maatregelen en wat zijn de meekoppelkansen en risico’s? Beoogd resultaat: Strategie (koers) voor de verdere uitwerking van deze mobiliteitsopgaven. Aanbevelingen geven hoe deze strategie verder kan worden uitgewerkt, waar bijvoorbeeld nog verdiepend onderzoek naar moet worden gedaan voordat maatregelen worden afgewogen.
3.7
Energie Inzetten op energietransitie Het behalen van de klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord resulteert in de volgende opgaven waar de gemeente de komende jaren aan moet werken om de energietransitie te bevorderen: ▪ Via de RES wordt in de komende jaren invulling gegeven aan het inpassen (grootschalige opwek) van duurzame energie (zonne- en windenergie) in de gemeente. De opgave voor zonne-energie wordt op daken die geschikt (te maken) zijn gerealiseerd, niet op (agrarische) grond; ▪ De Transitievisie Warmte (2021) geeft vorm aan het aardgasvrij maken van woningen in de gemeente. In 2022 wordt gestart met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Er wordt vooral ingezet op isoleren, zodat woningen in de toekomst geschikt zijn om te verwarmen met lage temperatuurbronnen. ▪ Stimuleren en faciliteren emissie vrij vervoer; ▪ Stimuleren verduurzaming bedrijven en woningen. Energie gaat in de toekomst meer ruimte vragen, de omvang van de transitie leidt tot inpassing en daarmee zichtbaarheid in het landschap. De vraag naar elektrische energie zal naar verwachting de komende jaren enorm stijgen, door de overgang naar onder andere het gasloos verwarmen en koelen van de gebouwde omgeving en de overgang naar elektrisch rijden alsook door de bouw van nieuwe woningen en de nieuw te realiseren werklandschappen.
Om aan die toenemende vraag te voldoen, is het landelijk streven om in 2030, 70% hiervan duurzaam op te wekken. De uitkomst voor de RES 1.0 U16 voor de gemeente Vijfheerenlanden is, zoals vastgesteld in de raadsvergadering van 30 september 2021, inclusief een aangenomen amendement (zie het tekstkader), een bijdrage aan duurzame elektriciteit van 0,072 TWh (streefgetal). Het gaat hierbij voornamelijk om windturbines, zonnevelden (ook zonneakkers, of zonneweides genoemd) en zonnepanelen op gebouwen. Omdat binnen de gemeente Vijfheerenlanden bestuurlijk gekozen is om geen zonnevelden op agrarische gronden te willen faciliteren, dient de opgave voor duurzame opwek van elektriciteit ingevuld te worden door middel van windturbines en grootschalig zon-op-dak.
3
Een Regiopoort is een stedelijk centrumgebied, buiten het stedelijk kerngebied, met een regionaal invloedsgebied. Een Regiopoort heeft een gemengd stedelijk milieu met ruimte voor wonen, werken, detailhandel en voorzieningen. Een goede ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer is minimaal vereist, evenals goede fietsverbindingen. Regiopoort Vianen is binnen de regio U10/U16 aangewezen als één van de zeven belangrijke regionale ov-knooppunten Bron: Utrecht Nabij. Ontwikkelperspectief verstedelijking en bereikbaarheid Metropoolregio Utrecht 2040, met een doorkijk naar 2050. U Ned, 2020.
blad 32 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Tabel 3.4 Opgave duurzame elektriciteit gemeente Vijfheerenlanden (RES 1.0 U16, 2022)
Bron (TWh)
Operationeel
Pijplijn
Ambitie 2030
Totaal
Wind groot
0,02
0
0,033
0,053
Zon op veld
0
0
0
0
Zon op dak
0,019
0
Nog niet gekwantificeerd
0,019
Totaal
0,039
0
0,033
0,072
Vooralsnog worden de meeste bestaande gebouwen binnen de gemeente verwarmd met aardgas. De gemeente heeft de ambitie om in 2050 95% CO2-reductie te behalen en om dan aardgasvrij te zijn. Op het gebied van warmtebronnen zet de regio in op mogelijke samenwerking en regionale kennisdeling en wordt in regionaal verband onderzoek gedaan naar de inzet van bijvoorbeeld aquathermie en geothermie. Dit laatste is beperkt aangezien het grondgebied van Vijfheerenlanden strategisch drinkwaterwingebied is. In de Transitievisie Warmte is een routekaart voor duurzaam verwarmen uiteengezet. Voor een groot gedeelte van het vastgoed in de Vijfheerenlanden geldt dat isoleren de voornaamste prioriteit is. Daarnaast dient voor al het vastgoed een transitie plaats te vinden naar een alternatieve warmte-oplossing, uiteenlopend van all-electric en warmtenetten. De gemeente wil inzetten op verwarmen met energie die er al is en de lokale initiatieven stimuleren en ondersteunen in heel Vijfheerenlanden. Kansrijke gebieden om te starten met aardgasloos te verwarmen zijn aangewezen in Everdingen en Ameide. Dit betreffen onder andere initiatieven uit het dorp zelf, waarbij nog onderzocht moet worden of er sprake is van kansrijke mogelijkheden.
3.7.1
Opgave 4: Toepassing van duurzame energiebronnen Doel: in beeld brengen ruimtelijke effecten van duurzame energiebronnen op hoofdlijnen. Hoewel er al keuzes zijn gemaakt ten aanzien van duurzame elektriciteitsbronnen en momenteel onderzoek loopt naar warmtebronnen, worden in dit OER met behulp van beschikbaar onderzoek uit o.a. de RES en de Transitievisie Warmte de ruimtelijke effecten voor duurzame energieopwekking op hoofdlijnen in beeld gebracht. Stap 1: Opgave en potentie van duurzame energiebronnen nader definiëren Als eerste stap brengen we de potentie van verschillende duurzame energiebronnen binnen de gemeente Vijfheerenlanden in beeld: te weten, van windenergie, zonne-energie, aquathermie en geothermie. De analyse vindt plaats op basis van beschikbare onderzoeken en analyses in het kader van het RES en de Transitievisie warmte. Stap 2: Afwegen effecten, mogelijkheden en risico’s duurzame energiebronnen In stap 2 brengen we de effecten van de verschillende duurzame energiebronnen in beeld. Denk aan ruimtebeslag, landschap, bodem en grondwater, geluid, natuur, omgevingsveiligheid, CO 2-winst, etc. en specifieke effecten van windturbines (zie opgave 5). Daarbij worden ook aandachtspunten voor de verdere uitwerking meegegeven. Tevens komen in deze stap de mogelijkheden en risico’s in relatie tot de capaciteit van het netwerk aan de orde.
Beoogd resultaat: Integraal zicht op de potentie en effecten van duurzame energie-opwekking binnen de gemeente en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de energietransitie. Opgave 4a: Potentiële locaties voor windenergie Doel: onderzoek naar mogelijkheden, effecten en risico’s van veertien locatie-alternatieven voor windenergie, met aandacht voor grote en kleine windturbines in drie windturbinevarianten. Binnen de gemeente zijn in het kader van de RES en het aangenomen amendement door de raad (zie tekstkader) veertien potentiële gebieden voor windenergie aangeduid. In dit OER worden deze gebieden onderzocht op hun
blad 33 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
geschiktheid voor het plaatsen van windturbines, mede in relatie tot de andere vier pijlers en de omgevingseffecten die kunnen optreden als windturbines worden geplaatst. Daarbij zal, in lijn met het aangenomen amendement ook worden gekeken naar grote en kleine windturbines. Per locatie worden drie categorieën windturbines onderzocht. Stappen: De drie categorieën windturbines en het stappenplan voor het windonderzoek is nader weergegeven in paragraaf 6.4. Beoogd resultaat: een overzichtskaart met voorkeurslocaties voor windturbines, aanbevelingen voor de afmetingen van de windturbines en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van deze voorkeurslocaties.
Figuur 3.2: De veertien potentiële locaties voor windenergie in Vijfheerenlanden
3.8
Groen, water en landschap Vijfheerenlanden heeft een typisch Hollands landschap. De gemeente staat in het buitengebied voor grote opgaven waaronder een omvangrijke transitie van de landbouw, een energietransitie en klimaatadaptie die samen komen met de specifieke gebiedsopgaven zoals remmen van bodemdaling in het veen en de zorg voor de weidevogels en biodiversiteit. Voor een duurzame toekomst is naast duurzame voedselproductie ook de zorg voor de kwaliteit van de bodem, het (grond)water, de biodiversiteit en het landschap essentieel. De ambities voor 2040 gaan uit van een landschap waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon en voldoende water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap. De uitdagingen en claims met hun onderlinge relaties, kunnen samengebracht worden onder de noemer ‘circulair landschap’. Hierbij is veel aandacht voor het terugbrengen van de kringloop binnen de agrarische sector, regionale productie van gezond voedsel en extra economische dragers voor het landelijk gebied zoals energieproductie,
blad 34 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
productie bio-based materialen (voor bouw of kleding), passende woonvormen, recreatie en toerisme (overnachtingsmogelijkheden) en zorg. Daarnaast wordt hierbij ingezet op herstel van de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Dit alles met het behoud van het landschap, de cultuurhistorie en versterking van groenstructuren en natuurgebieden. Invulling dient te worden geven aan de water- en klimaatopgaven, waaronder het borgen van veiligheid bij overstromingen, voldoende water ondanks droogte, schoon en gezond water en de bestrijding van hittestress. Verder is het van belang de toegankelijkheid van landschap, natuur en water te verbeteren en daarmee ruimte te creëren voor de groeiende recreatiebehoefte van een groeiende bevolking in de regio Utrecht. Ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin dient zoveel mogelijk te worden behouden en meegroeien met de verstedelijkingsopgave, in weerwil van de groeiende druk op de ruimte. De openbare ruimte wordt ingericht met gezond leven als uitgangspunt. Het groen begint in de gehele gemeente zoveel mogelijk bij de voordeur en staat in verbinding met grotere groenstructuren met wandel- en fietspaden.
3.8.1
Opgave 5: Opgaven in het landelijk gebied Doel: In beeld brengen van de mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s en daaruit volgend een strategie voor uitwerking van de opgaven in het landelijk gebied. Stap 1: Opgaven nader definiëren en uitwerken De opgave omvat de zorgvuldige inpassing en beheer van de bestaande en nieuwe functies binnen de (cultuurhistorische) landschappelijke waarden. Dit omvat landbouw, nieuwe economische dragers (bijv. een minicamping, een kinderopvang, een zorgboerderij, e.d.), natuur, water, klimaatadaptatie en recreatie. Maar ook nieuwe functies zoals (wind)energie. In deze stap worden de opgaven nader gedefinieerd tegenover de waarden van het landelijk gebied met behulp van de waardenkaart. Stap 2: Afwegen mogelijkheden, effecten, meekoppelkansen en risico’s Verzamelen van de ideeën en mogelijkheden voor uitwerking en combinatie van de verschillende opgaven.
Welke plannen liggen er voor de transitie van de landbouw, in welke mate kan de gemeente hierin faciliteren? Welke invloed heeft het remmen van de bodemdaling op de ambitie om een landschap te creëren waarin agrarische productie wordt gecombineerd met het realiseren en behouden van een gezonde bodem, schoon en voldoende water, schone lucht, hoge mate van biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap? Wat zijn logische (extra) maatregelen? Wat zijn de belangrijkste effecten van deze opgaven en maatregelen en wat zijn de meekoppelkansen en risico’s? Beoogd resultaat: Strategie (koers) voor verdere uitwerking van opgaven in het landelijk gebied. Aanbevelingen geven hoe deze strategie verder kan worden uitgewerkt, waar bijvoorbeeld nog verdiepend onderzoek naar moet worden gedaan voordat maatregelen worden afgewogen.
blad 35 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
4
Rol en aanpak van het OER
4.1
De vraagstukken en de aanpak In dit OER komen twee samenhangende, maar gedeeltelijk ook afzonderlijk te onderzoeken onderwerpen aan de orde, namelijk het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie en als bijzonder onderdeel daarvan het beleid van de gemeente ten aanzien van de mogelijke locaties voor windenergie. Het OER heeft als primaire doel het in beeld brengen van de omgevingseffecten (in brede zin) van het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie en van de alternatieven (beleidsopties) die daarbij aan de orde zijn. Een bijzonder onderdeel van de omgevingsvisie is het beleid van de gemeente met betrekking tot het opwekken van duurzame energie in relatie tot de uitkomsten van de RES. Deze vraag aan de o.e.r. komt voort uit het besluit van de gemeenteraad 4 om de uitkomsten van de RES (in de vorm van veertien mogelijke locaties voor windturbines) in een plan-m.e.r. te onderzoeken. Het tweede doel van het OER is daarom het onderzoeken van de veertien mogelijke locaties voor windenergie. Vanwege de bijzondere onderzoeksvragen voor de potentiële locaties voor windenergie is dit in een apart spoor opgepakt, maar wel in onderlinge samenhang met de andere opgaven voor de omgevingsvisie (zie Figuur 4.1).
Figuur 4.1: Schematische weergave van de samenhangende processen in de o.e.r. en omgevingsvisie Vijfheerenlanden.
Staat van de fysieke leefomgeving De aanpak voor deze o.e.r. bestaat daardoor uit twee sporen, schematisch weergegeven in Figuur 4.1. Na een gezamenlijke start worden twee sporen gevolgd. De gezamenlijke start bestaat uit de NRD en de inspraak daarop, en vervolgens een beschrijving van de bestaande en toekomstige staat van de leefomgeving, waarbij ervan wordt uitgegaan dat het vigerende beleid in de komende 15-20 jaar wordt uitgevoerd. Hierbij zijn ook de resultaten van het participatietraject betrokken. Dit leidt tot de referentiesituatie voor beide sporen. Onderzoek naar windlocaties en effecten Het ene spoor richt zich op het onderzoeken van de veertien locaties, het tweede spoor gaat over de overige opgaven en ambities van de omgevingsvisie die zijn uitgewerkt in vijf opgaven. De effecten van de windlocaties en de opgaven worden in beeld gebracht ten opzichte van de referentiesituatie, zoals weergegeven in de staat van de fysieke leefomgeving. In beide sporen (wind en opgaven omgevingsvisie) is aandacht voor de onderlinge samenhang en effecten van de verschillende opgaven. Onderzoek naar effect van de opgaven In de Notitie reikwijdte en detailniveau was voorgenomen om een beoordeling van alternatieven en een beoordeling van het voorkeursalternatief in het OER op te nemen.
Het visievormingsproces is anders gelopen dan destijds verwacht, waardoor dit niet als zodanig is gedaan. In plaats van een beoordeling van alternatieven zijn voor wonen, werken en windenergie zoekgebieden beoordeeld. Er wordt in de omgevingsvisie nog geen concrete keuze gemaakt over voorkeurslocaties en ook op andere thema’s is er geen sprake van een duidelijk 4
Raadsbesluit 30 september 2011.
blad 36 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
voorkeursalternatief. Dit betekent enerzijds dat er nog concretisering van de omgevingsvisie nodig is. Anderzijds is het niet zinvol bevonden om op dit moment een nader uitgewerkt voorkeursalternatief te beoordelen. Met de beoordeling van de voorgenomen aanpak van de verschillende opgaven en van zoekgebieden sluit het OER aan bij de omgevingsvisie en het daarin gekozen abstractieniveau. Bij verdere uitwerking kan uiteraard voortgebouwd worden op de reeds verzamelde informatie. In de navolgende paragrafen zijn de verschillende onderdelen van het OER (en de input die elk onderdeel levert voor de omgevingsvisie) nader toegelicht.
4.2
Staat van de fysieke leefomgeving Om de huidige omgevingskwaliteit in beeld te brengen is de gemeenteatlas opgesteld. De fysieke leefomgeving is een breed begrip, waar geen harde afbakening voor opgenomen is in de Omgevingswet. In het OER wordt op basis van deze gemeenteatlas de staat van de fysieke leefomgeving in beeld gebracht aan de hand van de belangrijkste indicatoren, opgenomen in Tabel 4.1. In de leefomgevingsfoto (hoofdstuk 5) is voor elk aspect op basis van bestaand gemeentelijk beleid en/of landelijke wetgeving aangegeven wat het ambitieniveau en de gewenste beweging is. Dit vormt het beoordelingskader voor het OER. Aan de hand van deze thema’s en aspecten is niet alleen de staat van de fysieke leefomgeving beschreven. Ze zijn ook gebruikt om de effecten van het voorgenomen beleid in hoofdstuk 6 te beoordelen. Tabel 4.1: Beoordelingskader OER omgevingsvisie Vijfheerenlanden.
Thema Energie en circulariteit
Vitaliteit en inclusiviteit
Economie Mobiliteit
Groen en landschap
Gezondheid en milieu
Klimaatadaptatie
Aspecten CO2-uitstoot Energievraag Duurzame energiebronnen Circulariteit (grondstoffengebruik, afval) Woningaanbod Voorzieningen Leefbaarheid Inclusiviteit Sociale cohesie Werkgelegenheid Werklocaties Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid langzaam verkeer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte Gezonde leefstijl Geluid Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte Droogte Bodemdaling
blad 37 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
De beschrijving van de huidige situatie van de leefomgeving uit de gemeenteatlas vormt de basis voor de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie (2040) in de gemeente, zonder het beleid uit de omgevingsvisie. Om de referentiesituatie te schetsen wordt ervan uitgegaan dat het huidige gemeentelijke beleid wordt voortgezet. Daarnaast beïnvloeden trends en ontwikkelingen de leefomgeving van de gemeente Vijfheerenlanden. Een voorbeeld van een trend is de autonome verbetering van de luchtkwaliteit en een ontwikkeling is de geplande verbreding van de A27 door het rijk. In hoofdstuk 5 is op basis van de gemeenteatlas, trends en ontwikkelingen de referentiesituatie geschetst in de vorm van een trendgrafiek. Per thema is een trendgrafiek opgesteld. Deze grafiek geeft weer hoe de staat van de leefomgeving zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld en welke ontwikkeling de komende jaren wordt verwacht. Hieronder is een voorbeeld weergegeven waarin de leefomgeving zich heeft ontwikkeld van slecht (oranje smiley) naar redelijk (gele smiley). De verwachting is dat tot 2040 de huidige kwaliteit van de leefomgeving ten minste behouden blijft of de huidige trend verder doorzet. Deze onzekerheidsmarge is met de bredere blauwe kleur weergegeven. Deze trendgrafiek kan bijvoorbeeld gelden voor luchtkwaliteit.
Voorbeeld luchtkwaliteit Sinds 2000 (en ervoor) dalen de achtergrondconcentraties fijnstof en stikstofdioxide, waardoor sprake is van een verbetering in de luchtkwaliteit (stijgende lijn). Dat komt doordat wegverkeer schoner is geworden en er betere technieken zijn om de uitstoot van de industrie te beperken. De verwachting is dat de kwaliteit van de lucht verder zal verbeteren tot 2040. Wel is nog onzeker hoe sterk de verbetering van de luchtkwaliteit zich zal voordoen. Vandaar de mate van onzekerheid in de beoordeling. Figuur 4.2:Voorbeeld trendgrafiek huidige en referentiesituatie staat van leefomgeving van een thema.
4.3
Impactbeoordeling
4.3.1
Effectbeoordeling opgaven Samenstelling opgaven In het OER zijn de effecten van de opgaven voor de omgevingsvisie in beeld gebracht. Hiermee zijn verschillende vraagstukken in relatie tot de ambities en opgaven uitgewerkt en verkend. Een deel van de opgaven en vraagstukken voor de gemeente is kwantitatief en programmatisch, bijvoorbeeld de groei met 3.000-4.000 woningen en daarnaast nog 2.250 woningen voor zogenaamd ‘zachte’ plannen, voldoende arbeidsmogelijkheden en de opwekking van duurzame energie. Andere opgaven zijn juist kwalitatief, zoals de ontwikkeling van vitale kernen, een duurzaam verkeers- en vervoerssysteem, de water- en klimaatopgaven en het versterken van de biodiversiteit. De invulling van de verschillende opgaven zoals deze in de (ontwerp) omgevingsvisie wordt beoogd is beoordeeld op effecten. Er zijn geen alternatieven onderzocht, omdat de omgevingsvisie met name door middel van een uitgebreid participatietraject en het bijeenbrengen van bestaand beleid tot stand is gekomen. Er worden zeer beperkt nieuwe keuzes gemaakt, waardoor het afwegen van alternatieven niet zinvol is bevonden. Voor de opgaven die een nadere invulling vereisen, is wel een alternatievenonderzoek uitgevoerd. Dat geldt voor de woon-, werk- en windlocaties.
De keuze voor voorkeurslocaties wordt hiervoor nog niet gemaakt, al zijn voor de opwekking van windenergie inmiddels veel locaties afgewezen door de gemeenteraad. Effecten opgaven De effecten zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van het beoordelingskader. Hiervoor is gebruik gemaakt van dezelfde thema’s en indicatoren zoals beschreven in de staat van de leefomgeving (Tabel 4.1). Concreet betekent dit dat elk alternatief op zeven thema’s en daarbij behorende omgevingsaspecten is beoordeeld. Echter, voor sommige opgaven is er geen dosiseffectrelatie tussen de opgave en de beoordelingsaspecten. Daarom is als
blad 38 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
eerste stap een analyse gemaakt in hoeverre een relatie tussen de opgave en de beoordelingsapecten is aan te duiden. Bijvoorbeeld, voor het vraagstuk van de windlocaties zijn niet alle onderdelen van het beoordelingskader uit het OER onderscheidend. Belangrijk zijn in geval de effecten op energie (CO2-reductie, energieopbrengst/potentie), de leefomgeving (geluid, slagschaduw, omgevingsveiligheid), landschap, cultuurhistorie, archeologie en natuur (soorten, Natura 2000, NNN en weidevogelgebieden). Verder blijkt dat voor een aantal aspecten uit het beoordelingskader geldt dat uitwerking van de opgave (bijv. de wijze waarop een woningbouwlocatie ontwikkeld wordt) bepalend is voor de mate waarin de locaties positief of negatief scoren. Daar is in deze fase nog geen zicht op. In onderstaande tabel is weergegeven in hoeverre een beoordelingsaspect impact kan hebben op de opgave en vervolgens ook in hoofdstuk 6 zijn meegenomen in de effectanalyse- en beoordeling. In principe zijn er diverse relaties aan te duiden tussen de opgaven en de aspecten uit het beoordelingskader. Deze kunnen ook verschillen vanuit verschillende oogpunten. De uitkomsten in onderstaande tabel betreffen een screening op hoofdlijnen die gericht is op grote impact. Daarnaast is dit bekeken vanuit het algemeen belang.
In hoofdstuk 5 is per beoordelingsaspect beschreven wat hier precies onder verstaan wordt en wat de beoordeling inhoudt. Tabel 4.2 Mogelijke impact aspecten uit beoordelingskader op de opgaven.
Één-op één-relatie Impact op de opgave Nauwelijks impact Opgave 1: kansrijke woningbouwzones
Opgave 2: kansrijke werklandschappen
Opgave 3: mobiliteit
Opgave 4: energietransitie
Opgave 5: locaties windenergie
Opgave 6: landelijk gebied
CO2-uitstoot Energievraag Duurzame energiebronnen Circulariteit Woningaanbod Voorzieningen Leefbaarheid Inclusiviteit Sociale cohesie Werkgelegenheid Werklocaties Bereikbaarheid openbaar vervoer Bereikbaarheid langzaam verkeer Autobereikbaarheid Verkeersveiligheid Archeologie Cultuurhistorie Landschap Natuurgebieden Biodiversiteit Groene leefomgeving en kwaliteit openbare ruimte Gezonde leefstijl Geluid
blad 39 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Luchtkwaliteit Geur Omgevingsveiligheid Slagschaduw en schittering Bodemkwaliteit Waterkwaliteit Wateroverlast Waterveiligheid Hitte Droogte Bodemdaling
De effecten van de opgaven zijn gegeven ten opzichte van de referentiesituatie zoals die is beschreven in hoofdstuk 5. Op basis van de analyse van de effecten per thema is bepaald in hoeverre de invulling van de opgave leidt tot een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. Per aspect (bijvoorbeeld wateroverlast of bodemdaling) zijn de effecten kort beschreven, waarbij de effecten per overkoepelend thema (bijvoorbeeld klimaatadaptatie) zijn samengevat tot een beoordeling (tussen negatief en positief). De effectbeoordelingen van de opgaven zijn aan het eind van de analyse samengevat weergegeven in een dashboard (zie onderstaand voorbeeld). Dit is gedaan door middel van expert judgement, waarbij de initiële beoordeling is getoetst door verschillende mensen met kennis van de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de wijze waarop beleid in de praktijk kan doorwerken in effecten op de fysieke leefomgeving. Vanwege de grote rol die uitwerking van de visie in plannen en projecten heeft in de uiteindelijke impact, is de samenvattende beoordeling geen absolute waarheid, maar heeft deze het karakter van een kansen- en risicoanalyse. Bij het bepalen van een beoordelingsscore wordt geaccepteerd dat verschillende effecten worden gereduceerd tot één samenvattende beoordeling.
Licht positieve effecten op het ene aspect kunnen daarbij wegvallen tegen negatieve effecten op een ander aspect. Deze werkwijze kent daarom nadelen, maar is gekozen omdat hiermee de beslisinformatie op verschillende abstractieniveaus voor verschillende lezers en gebruikers beschikbaar wordt. Met de bovenstaande tabel kan bij de concretisering van keuzes snel worden bepaald of een thema meer of minder aandacht vraagt. Tabel 4.3 Indicatief voorbeeld weergave beoordeling opgave.
Voor een aantal opgaven zijn locatie-afwegingen uitgevoerd, te weten voor de opgave 1) kansrijke woningbouwzones, 2) kansrijke zones voor werklandschappen en 3) potentiële locaties voor windturbines. Voor de beoordeling van woon- en werklocaties is een zevenpunts- beoordelingsschaal (van - - tot en met ++) gehanteerd. Daarbij gaat het om beoordelingen ten opzichte van de referentiesituatie. De potentiële locaties voor windturbines zijn in een afzonderlijk rapport beschouwd. De gemaakte keuzes zijn in samenhang beoordeeld als opgave 4a in paragraaf 6.4.5. Tabel 4.4 Beoordelingsschaal locatie-afwegingen.
Score ++ + 0/+ 0 0/-
Toelichting Sterk positief effect ten opzichte van de referentie Positief effect ten opzichte van de referentie Licht positief effect ten opzichte van de referentie Neutraal (geen) effect ten opzichte van de referentie Licht negatief effect ten opzichte van de referentie Negatief effect ten opzichte van de referentie
blad 40 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
--
4.3.2
Sterk negatief effect ten opzichte van de referentie
Effecten van de locaties voor windenergie De geschiktheid van de locaties voor windturbines en de effecten die bij de locaties kunnen optreden zijn onderzocht in het Locatieonderzoek wind. In dit parallelspoor zijn alle locaties met een kwantitatieve aanpak zijn onderzocht. Het daarvoor gebruikte onderzoek wordt gebruikt om de omgevingseffecten te beschrijven voor de keuze die in de omgevingsvisie is opgenomen naar aanleiding van een reeds genomen raadsbesluit.
4.3.3
Synthese en aanbevelingen Bij het opstellen van de ontwerp-omgevingsvisie wordt gebruik gemaakt van de input uit het OER, maar ook de informatie uit het participatieproces in het kader van de omgevingsvisie. Voor de locaties voor windenergie wordt eveneens gebruik gemaakt van de onderzoeksresultaten voor de veertien locaties en het specifieke participatieproces voor deze windlocaties. Als afsluiting van de effectbeoordeling is een synthese uitgevoerd van de verschillende opgaven. De aanbevelingen voor het vervolg zijn in het laatste hoofdstuk uitgewerkt. Hierin is bijvoorbeeld aangegeven dat een nadere concretisering van keuzes en doelstellingen. Dit kan in een actualisatie van de omgevingsvisie of in programma’s. Bij de afweging daarvan kan dit OER worden aangevuld.
4.4
Aanzet voor monitoring en evaluatie De omgevingsvisie vormt de basis voor de ontwikkeling van de gemeente Vijfheerenlanden. Met behulp van monitoring kan de gemeente in de komende jaren bijsturen en bijvoorbeeld de omgevingsvisie actualiseren aan de behoeften en omstandigheden van de toekomst of voortschrijdende inzichten. Om de impact van de omgevingsvisie te volgen is een monitorings- en evaluatieprogramma aan te bevelen. Hierin kan ten opzichte van de staat van de leefomgeving worden onderzocht hoe deze is veranderd en of er aanleiding is om bij te sturen. Bij het verder uitwerken van beleid en plannen kunnen doelstellingen verder worden geconcretiseerd, waarmee ook duidelijke indicatoren en streef- en grenswaarden aan het monitoringsprogramma kunnen worden toegevoegd. Deze monitoring en evaluatie is bedoeld om ook in de toekomst een goede wisselwerking te borgen tussen de besluitvorming over en de afweging van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving.
blad 41 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
5
Leefomgevingsfoto van Vijfheerenlanden In dit hoofdstuk is de fysieke leefomgeving in de huidige situatie (2022) en de referentiesituatie (2030-2040) geschetst zonder de ontwikkelingen en maatregelen uit de omgevingsvisie. Voor de referentiesituatie wordt ervan uitgegaan dat het vigerend gemeentelijk beleid wordt uitgevoerd. Per beoordelingsthema wordt een beoordeling van de huidige situatie en de referentiesituatie gegeven. Dit is dus de toekomstige situatie in de gemeente, zonder het beleid van de omgevingsvisie. Het hoofdstuk eindigt met een samenvattend overzicht.
5.1
Energie en circulariteit
5.1.1
Beleid en beoordelingskader De verandering van het klimaat als gevolg van toename van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer is één van de grootste problemen die op mondiale schaal spelen. Koolstofdioxide (CO 2) is het belangrijkste broeikasgas, maar daarnaast zijn er andere stoffen die bijdragen aan het broeikaseffect, zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O). We willen van een fossiel systeem overschakelen op een duurzaam energiesysteem. Daarin is nog een lange weg te gaan. Het onderwerp van energie, alsook de circulaire economie is nog volop in ontwikkeling en beweging. In een circulaire economie consumeren we minder en produceren we veel efficiënter. Ook zorgen we ervoor dat organische grondstoffen, zoals voedsel maar ook (drink)water, terugvloeien in het ecosysteem en gebruiken we materialen langer en telkens opnieuw zodat we hun waarde behouden en afval voorkomen. Beleid In het klimaatakkoord heeft Nederland zich gecommitteerd aan een reductie van de CO2-uitstoot van 49% in 2030 in vergelijking met 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen verder zijn gereduceerd, namelijk met 95%. In het ‘Circulair Nederland en Grondstoffenakkoord’ is vastgesteld dat de Nederlandse economie in 2030 voor 50% op hergebruikt materiaal draait, in 2050 moet dit 100% zijn.
Via de RES U16 wordt in de komende jaren het beleid voor grootschalige opwek en inpassing van duurzame energie (zonne- en windenergie) uitgewerkt. Daarnaast is de inzet gericht op de transitie naar een circulaire economie met ruimte voor duurzame, circulaire werklocaties. De Transitievisie Warmte (2021) geeft vorm aan het aardgasvrij maken van gebouwen in de gemeente. De gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft op 4 februari 2021 het samenhangend duurzaamheidsbeleidsplan vastgesteld. Dit is het kader en richtinggevende beleidsplan voor diverse activiteiten op het gebied van duurzaamheid. Het biedt een fundering voor drie pijlers: (1) energie en verantwoord, (2) circulair en schoon en (3) klimaatrobuust en biodivers. Beoordelingskader In de volgende tabel is het beoordelingskader voor energie en circulariteit opgenomen. Het thema wordt beoordeeld op vier criteria. Tabel 5.1 Beoordelingskader Energie en circulariteit.
Thema Energie en circulariteit
Criterium CO2-uitstoot
Gewenste beweging Verminderen CO2 uitstoot
Energievraag
Stimuleren en faciliteren van meer duurzame woningvoorraad en utiliteitsbouw Meer elektriciteit duurzaam opwekken met zonne- en
Duurzame energiebronnen
Streefwaarde/Ambitie 49% CO2 reductie in 2030 t.o.v. 1990 en 95% CO2 reductie in 2050 Alle woningen en utiliteitsbouw aardgasvrij in 2050 Uiterlijk in 2030 in totaal 0,072 TWh duurzame elektriciteit opwekken.
blad 42 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Thema
Criterium
Circulariteit (grondstoffengebruik, afval)
Gewenste beweging windenergie (alleen zon op daken, geen zonnevelden). Grondstoffen hoogwaardig in de keten houden.
Streefwaarde/Ambitie
Grondstoffenkringlopen sluiten en materialen die vrijkomen een nieuwe bestemming geven. Het doel is 50% circulair in 2030 en 100% in 2050.
Resultaten participatietraject Hieronder zijn op basis van het participatieverslag de belangrijkste resultaten voor het thema energie en circulariteit weergegeven: • Klimaatneutraal wonen wordt vaak genoemd als ontwikkeling waarop moet worden ingezet bij nieuw te bouwen woningen. • Verduurzaming/energietransitie van bedrijventerreinen is belangrijk. • Aandacht voor duurzaamheid, wind- en zonne-energie. Benut eerst de daken voor zonnepanelen. Hier is nog genoeg ruimte voor op de bedrijventerreinen. Denk ook aan kleine groene molentjes. Neem in nieuwe vergunningen op dat de dakconstructie geschikt moet zijn voor zonnepanelen en/of ondersteun dit via subsidie. In het unieke landschap liever geen windturbines. • Onder jongeren bestaat verdeeldheid over windturbines. Enerzijds zien zij de noodzaak voor de energietransitie, anderzijds willen zij liever geen windturbine in de achtertuin.
5.1.2
Huidige situatie CO2-uitstoot Onder het criterium CO2-neutraal wordt specifiek ingegaan op de huidige uitstoot van Vijfheerenlanden. De klimaatmonitor van Rijkswaterstaat laat zien dat de totale CO2-uitstoot van Vijfheerenlanden in 2019 570.800 ton bedroeg. Sinds 2015 is een dalende trend te zien in de totale CO 2-uitstoot van de gemeente. Het grootste aandeel van de CO2-uitstoot is afkomstig van verkeer en vervoer en de gebouwde omgeving. De klimaatmonitor van Rijkswaterstaat toont echter niet het complete beeld, hierin worden alleen de fossiele bronnen gemeten, andere factoren die zorgen voor CO2-uitstoot (zoals bodemdaling/veenoxidatie) worden hierin niet meegenomen.
Figuur 5.1 CO2 uitstoot Vijfheerenlanden (klimaatmonitor, 2020).
De glasfabriek in Leerdam, de kaasfabriek in Schoonrewoerd en Friesland Campina in Leerdam zijn de grootste uitstoters van de gemeente. Deze gegevens komen uit 2013 (zie Figuur 5.2).
blad 43 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Figuur 5.2 CO2 Emissies industrie Vijfheerenlanden (2013).
Binnen het maatschappelijk vastgoed heeft de sportsector de hoogste uitstoot (Republiq, 2021, waarstaatjegemeente.nl). De grootste vervuilende bronnen komen van de welzijnsinstellingen. Deze stoten per kg de meeste CO2 uit (Republiq, 2021, waarstaatjegemeente.nl). Energievraag Het totale energieverbruik in Vijfheerenlanden was in 2019 circa 8.509 TJ (exclusief autowegen betrof dit 5.450 TJ). Het verbruik voor woningen betrof ca. 1.200 TJ. Zowel het gemiddelde gasgebruik als het gemiddelde elektriciteitsgebruik is licht gedaald de afgelopen jaren (CBS 2015-2019) (Figuur 5.3).
Figuur 5.3 Energie- en aardgasverbruik in Vijfheerenlanden (CBS, 2020).
In Vijfheerenlanden is bijna tweederde van de woningen gebouwd tussen 1945 en 1990 (met de nadruk op de periode 1970-1990). Dit aandeel ligt hoger dan het gemiddelde voor heel Nederland (55%). Qua energieverbruik zijn deze woningen meestal ook minder zuinig. De meeste woningen in Vijfheerenlanden zijn geclassificeerd met energielabel ‘C’. Het gaat om zo’n 29% van de totale woningvoorraad. 30% heeft het meest zuinige energielabel ‘A’. Ten opzichte van Nederland heeft een iets groter aandeel woningen in Vijfheerenlanden een A of B energielabel, maar A+ of A++ komen in de gemeente niet voor (Figuur 5.4).
blad 44 van 160
datum 4 maart 2023 projectnummer 0472188.100 betreft Omgevingseffectrapportage - Omgevingsvisie Vijfheerenlanden
Figuur 5.4 Woningvoorraad naar energielabel in Vijfheerenlanden en Nederland (waarstaatjegemeente.nl, 2020).
Duurzame energiebronnen In de gemeente zijn drie windturbines aanwezig, deze liggen langs de A2 bij knooppunt Deil (zie onderstaand figuur). Het aandeel hernieuwbare energie ten opzichte van het totale energiegebruik van Vijfheerenlanden ligt op 5,5% (waarstaatjegemeente.nl, 2019). De gemeente ligt iets achter op het Nederlandse gemiddelde, over heel Nederland ligt dit aandeel namelijk hoger, op 8,5%. Volgens berekening van het CBS ligt het aandeel hernieuwbare energie in 2020 op 11,1 % (CBS, 2021). Het aandeel woningen met zonnepanelen is juist hoger dan het Nederlands gemiddelde. In Vijfheerenlanden heeft 20,7% van de woningen zonnepanelen, in Nederland is dit 15,7% (CBS, 2016-2020, waarstaatjegemeente.nl). In onderstaande figuur is aangegeven welke panden kansrijk zijn voor een warmtenet. Deze zijn vooral geconcentreerd in Vianen, Leerdam en Meerkerk.