CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1; Ruimtelijk Kwaliteitsbeleid Gemeente Vijfheerenlanden.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 22 april 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststellen ruimtelijk kwaliteitsbeleid Vijfheerenlanden20.966 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa’s onderverdelen • gevels hebben in beginsel een klassieke indeling met een verticale geleding • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • ramen in beginsel staand of (verticaal) onderverdelen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel of terughoudend en passen in het stadsbeeld

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 25

• gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een witte of lichte grijstint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen, natuursteen leien of natuurlijk riet (zink in beperkte mate) • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op belendingen • aan- en bijgebouwen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 26

Gebied 3 Oosterwijk Oosterwijk is ontstaan aan de dijk van de Linge en vanwege het goed behouden historisch karakter aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het gebied bestaat in hoofdzaak uit de bebouwing aan Oudendijk en Kerkelaantje. RUIMTELIJKE KWALITEIT Oosterwijk bestaat uit enkele smalle straten met gevarieerde, kleinschalige en veelal vooroorlogse bebouwing in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met dorps karakter. In het gebied worden vrijstaande woningen afgewisseld met (voormalige) boerderijen en grotere gebouwen met publieke functies. Voortuinen komen veel voor. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg of de dijk, waarbij het hoofdgebouw direct op de kruin staat of laag in de polder ligt. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. De nokrichting varieert en loopt veelal evenwijdig aan of staat haaks op de weg of dijk. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De gebouwen hebben diverse architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, die varieert van sober tot rijk.

Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering veelal soberder is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is gedekt met riet of keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Uitzondering is de rij woningen aan het Kerkelaantje. Hier is de rooilijn in samenhang en de individuele woning onderdeel van het geheel. Bijzondere elementen zijn gebouwen als de kerk en het centraal gelegen buurtgebouw. Deze gebouwen zijn accenten in de buurt door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en vorm. Waarde Oosterwijk heeft een compacte bebouwingsstructuur met afwisselende bebouwing. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. UITERLIJK BOUWWERKEN Oosterwijk is een gebied met een bijzonder niveau. Het beleid is gericht op het behoud van het aanwezige historische karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur van afwisselende straten.

Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het landelijke karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2):

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 27

Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • nieuwe woningen aan de dijk alleen op kruinhoogte plaatsen tegen het oorspronkelijke dijkprofiel aan (niet aandijken) • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één laag met een eenduidige en nadrukkelijke kap (veelal een zadeldak van meer dan 45 graden) • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt bij voorkeur aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een

eenvoudige kap van minstens 30 graden • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • aanbouwen aan aanbouwen zijn mogelijk als het volume van de individuele aanbouw hoogstens 2/3 van het hoofdgebouw is Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met nadruk op de kap • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen en bij uitzondering met (natuurlijk) riet • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 28

Gebied 4 Centrum Ameide Ameide is ontstaan aan de dijk van de Lek en vanwege het goed behouden historisch karakter aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Het historisch hart bestaat onder andere uit de Voorstraat, Dam, Nieuwstraat, Molenstraat en de Fransestraat. RUIMTELIJKE KWALITEIT Het beschermde stads- en dorpsgezicht woongebied Ameide heeft zowel brede als smalle straten met overwegend gevarieerde, kleinschalige en veelal vooroorlogse bebouwing in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met (klein)stedelijk karakter. In het hele gebied worden korte rijtjes (arbeiders)woningen afgewisseld met grotere vrijstaande dorpsachtige woningen en in het woongebied ook met een enkele boerderij. Voortuinen komen nagenoeg alleen in het woongebied voor. In het hele gebied is sprake van enige functiemenging. Een deel van de bebouwing is vervangen door nieuwbouw. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komt grootschaligere bedrijfsbebouwing voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. Door individuele verbouwingen is bij rijen de eenheid veelal verloren gegaan.

De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en variërende kappen of plat dak. In de oude stad komen ook gebouwen met drie bouwlagen en een kap voor. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op-, aanbouwen voor. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond met luifels, zonwering en een etalageruimte. Historisch Ameide heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is afgedekt met riet of keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. De begane grondlaag van winkels en bedrijven is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren en reclame-uitingen. Uitzonderingen zijn de verspreid voorkomende geschakelde woningen. Bij deze twee onder één kapwoningen en korte rijen is de rooilijn in samenhang en is de individuele woning onderdeel van het geheel.

Ook bij de nieuwbouw ten westen van de Nieuwstraat komt beperkte herhaling van woningen voor. Bijzondere elementen zijn de relatief grootschalige gebouwen zoals het stadhuis en de kerk, die van oudsher een accent vormen door de vrije ligging en de afwijkende hoogte en/of vorm. Waarde Het beschermde stads- en dorpsgezicht Ameide heeft een compacte bebouwingsstructuur met afwisselende bebouwing. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing. Veel panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 29

UITERLIJK BOUWWERKEN Centrum Ameide is een gebied met een bijzonder niveau. Het beleid is gericht op het behoud van het aanwezige historische karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur van afwisselende straten. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalig historisch karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zowel dorpse als kleinstedelijke architectuur en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • het zowel kleinstedelijke als dorpse karakter van het gebied behouden • de rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar en zijn bij rijen in samenhang • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) • per kavel is er één hoofdmassa, die direct aan de straat of het plein staat • bijgebouwen staan in beginsel uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Bouwmassa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot

gedifferentieerde opbouw met in beginsel een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben in beginsel één of twee lagen met eenduidige, nadrukkelijke kap (veelal zadeldaken van meer dan 45 graden) • de nok volgt de verkavelingsrichting of is evenwijdig aan de weg • goothoogten en gevelbeëindigingen verschillen van belendingen • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa’s onderverdelen • gevels hebben in beginsel een klassieke indeling met een verticale geleding • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen,

dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • ramen in beginsel staand of (verticaal) onderverdelen Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 30

• wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel of terughoudend en passen in het stadsbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een witte of lichte grijstint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen, natuursteen leien of natuurlijk riet (zink in beperkte mate) • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op belendingen • aan- en bijgebouwen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 31

Gebied 5 Stads- en dorpsranden Aan de randen van de kernen van de steden en dorpen en langs de oude routes ligt een gemengd gebied met overwegend oudere woonbebouwing maar ook winkels en appartementengebouwen. Voorbeelden zijn de Buitenlandpoort en Aime Bonnastraat in Vianen, de Stationsweg en Oostwal in Leerdam, de Prinses Marijkeweg en het Raadhuisplein in Meerkerk, de Broekseweg en Hogewaard in Ameide en De Laak en de Kortenhoevenseweg in Lexmond. RUIMTELIJKE KWALITEIT De stads- en dorpsranden bestaan voor een groot deel uit gemengde bebouwing langs stenige straten afgewisseld met groen. Het is een zone net buiten de kernen en langs oudere wegen, die meestal aansluiten bij de kleine schaal van de historische bebouwing. Gevarieerde historische bebouwing staan hier naast recente bebouwing met vaak een meer seriematig karakter. Korte rijtjes woningen en vrijstaande panden worden afgewisseld met een enkele winkel of bedrijf. Op een enkele plek zijn appartementen gerealiseerd. Voortuinen komen veel voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is in het algemeen georiënteerd op de weg. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, bij rijen komt herhaling voor. Dit geldt met name voor recente woningen.

Door de mate van herhaling ogen deze uitbreidingen minder kleinschalig dan de rest van het gebied. De opbouw van de woningen is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en een kap. Verschillende kapvormen komen voor, waaronder samengestelde kappen. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg of verkavelingsrichting. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De stads- en dorpsranden hebben een grote diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering is zorgvuldig, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen en daklijsten komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering veelal verzorgd doch minder rijk is uitgevoerd. Materialen en kleuren zijn divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint. Kappen zijn in de regel gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met andere functies zoals scholen, winkels en bedrijven. Deze gebouwen en complexen staan vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Platte daken zijn bij deze objecten de regel. Afhankelijk van de plek in het gebied hebben deze gebouwen meerdere voorkanten.

Bovendien is de begane grondlaag van bedrijven en winkels vaak voorzien van afwijkende kleuren of reclame. Waarde De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met gevarieerde bebouwing in wisselende dichtheden. Diverse panden zijn cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument.

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 32

UITERLIJK BOUWWERKEN De stads- en dorpsranden zijn een gebied met een gewoon niveau en soms een soepel niveau. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het gegroeide en overwegend kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Criteria Bij de beoordeling van bouwplannen wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • het kleinstedelijke tot dorpse karakter van het gebied behouden • de rooilijnen van hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar en zijn bij rijen in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • bijgebouwen staan in beginsel achter de voorgevelrooilijn • gebouwen met een bijzondere functie als scholen en winkels kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Bouwmassa • bouwmassa en gevelopbouw harmoniëren met het dorpse gebiedskarakter • gebouwen zijn in het algemeen kleinschalig, individueel en afwisselend • herhaling is de leidraad bij dubbele panden en rijen • per kavel is er één hoofdmassa • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de

hoofdmassa (nokverhogingen richten naar de minst belangrijke openbare ruimte) • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en gevarieerd • bij rijen en clusters aan voorkanten de herhaling behouden • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel en passen in het stadsbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of een vergelijkbaar materiaal of in een lichte tint pleisteren of verven • hellende daken dekken met keramische pannen, natuursteen leien of natuurlijk riet (zink in beperkte mate) • kleuren afstemmen op de omliggende bebouwing

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 33

Gebied 6 Dorpskernen De dorpskernen in Vijfheerenlanden bestaan van oudsher uit afwisselende linten waaronder Schoonrewoerd, Meerkerk, Lexmond en Hagestein. Hier staat afwisselende bebouwing met zowelwoonhuize als boerderijen, maar ook winkels en een enkel bedrijfspand. RUIMTELIJKE KWALITEIT De meeste dorpen zijn ontstaan als lintbebouwing langs een watergang of dijk. Het zijn kernen waarin vrijstaande huizen en korte rijen woningen gecombineerd worden met enkele bedrijven en boerderijen. Het straatbeeld is afwisselende en heeft een kleinschalig karakter. Dorpskernen De dorpskernen hebben in de regel een groen karakter met afwisselende bebouwing uit verschillende tijdsperioden. Straatwanden zijn onderbroken en bestaan uit individuele panden, enkele korte rijen woningen, waaronder tweekappers, en hier en daar een bedrijf of (voormalige) boerderij. In de kernen is sprake van functiemenging. Bijgebouwen en bedrijfsgebouwen staan veelal achter het hoofdgebouw. Voortuinen komen vaak voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijwoningen en tweekappers is de rooilijn in samenhang. De bebouwing is veelal georiënteerd op de weg en heeft een gevarieerd en individueel karakter, hoewel bij rijwoningen herhaling voorkomt.

In afwijking van de gangbare oriëntatie op de weg is langs de Dorpsweg in Zijderveld recent een appartementenblok met de voorzijde op het achterliggende landschap gericht. Door individuele verbouwingen is bij rijwoningen de oorspronkelijke eenheid hier en daar verloren gegaan. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen met variërende kappen. De nokrichting loopt evenwijdig aan,staat haaks op de weg of volgt de verkavelingsrichting. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. De geleding is veelal verticaal met staande ramen. De linten hebben een aardige diversiteit aan architectuurstijlen en een verzorgde tot zorgvuldige detaillering, variërend van sober tot rijk. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden en bedrijfsgebouwen de detaillering vaak sober is. Hier en daar komen accenten voor als uitkragende dakgoten en schoorstenen, op andere plekken voeren accenten in metselwerk en stuc de boventoon. Materialen en kleuren zijn divers, terughoudend en overwegend traditioneel. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout.

Eigentijdse materialen als betonsteen en plaatmateriaal komen met name bij nieuwere panden en bedrijfsgebouwen voor. Bij de rijwoningen is het samenhangend kleurgebruik hier en daar doorbroken door individuele wijzigingen. Bijzondere elementen zijn de verspreid voorkomende gebouwen met andere functies zoals scholen, dorpshuizen en de bebouwing op sportcomplexen. Ook heeft iedere dorpskern een kerk. Deze staan veelal vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm. Vaak hebben deze gebouwen meerdere voorkanten.

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 34

Waarde De waarde van de dorpskernen is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met gevarieerde bebouwing aan overwegend groene straten. Met name in de historische delen van de dorpslinten zijn diverse panden cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is monument. UITERLIJK BOUWWERKEN De dorpskernen zijn gebieden, die gewoon niveau hebben. Het beleid is gericht op het behoud van het afwisselende en vaak groene karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalig karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een dorpse architectuur en traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving en het niveau getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • het kleinschalige en dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte • grootschalige bebouwing staat bij voorkeur op achterterreinen • gebouwen met een bijzondere functie als scholen en kantines op sportcomplexen kunnen een vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Bouwmassa • de bouwmassa harmoniëren met het dorpse karakter van het gebied en is afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • per kavel is er één hoofdmassa • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa (nokverhogingen richten naar de minst belangrijke openbare ruimte) • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben in gebieden met een bijzonder niveau in beginsel een eenvoudige kap van minstens 30 graden • dakkapellen raken de gootlijn als

dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van dorpse bebouwing met nadruk op de kap • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke met aandacht detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 35

Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend afgestemd op belendingen en in beginsel traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen en bij uitzondering met (natuurlijk) riet

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 36

Gebied 7 Landelijk gebied en linten Het uitgestrekte buitengebied van Vijfheerenlanden bestaat voor een groot deel uit vrijwel onbebouwd landschap met hier en daar een boerderij of (agrarische) woning en daarnaast uit lintbebouwing. Bijzondere elementen zijn onder meer de historische waterwerken waaronder molens en de forten van de waterlinie. Een deel van het gebied rond Oosterwijk is vanwege het goed behouden historisch karakter aangewezen als beschermd dorpsgezicht. RUIMTELIJKE KWALITEIT De bebouwing in het landelijk gebied is in hoofdzaak te beschrijven als lintbebouwing in de polder en langs dijken. Op de gebiedenkaart is een indicatie gegeven van deze bebouwingslinten. Daarnaast is er verspreid over het buitengebied gelegen overige bebouwing. Polderlinten De bebouwing van de linten in de polders staat in het algemeen langs de hoofdontsluitingswegen en ligt meestal iets terug op ruime kavels ontsloten door bruggen. De bebouwing bestaat voor het overgrote deel uit boerderijen, woningen en bedrijfsgebouwen. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erfdeel voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. De woningen zijn individueel en afwisselend.

Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. De gevels van woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen of riet. Naast woningen komen regelmatig schuren en bijgebouwen met gepotdekselde donkere houten gevels en een gemetselde onderbouw voor. Bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak op plat dak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen met veelal gevels van plaatmateriaal en een enkele keer van baksteen. Dijklinten De dijklinten liggen verhoogd in het buitengebied en hebben gevarieerde bebouwing, geclusterd in linten die variëren in openheid. De bebouwing staat in het algemeen langs de dijk, waarbij het hoofdgebouw op de kruin van de dijk is gesitueerd. De bebouwing varieert in dichtheid en bestaat voor het overgrote deel uit woningen. De bebouwing staat meestal vrij.

Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De woningen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op- en aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief. Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 37

De gevels van de woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal en soms gepleisterd. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen of riet. Bijgebouwen hebben soms gepotdekselde donkere houten gevels met een gemetselde onderbouw. Overige bebouwing buitengebied De bebouwing staat in het algemeen langs de ontsluitingswegen en ligt meestal iets terug op ruime kavels. De bebouwing bestaat voornamelijk uit (nieuwe) boerderijen, woningen en bedrijfsgebouwen. Daarnaast zijn er in het buitengebied sport- en recreatieterreinen te vinden. De bebouwing staat meestal vrij. Hoofdgebouwen zijn met de voorzijde gericht op de weg of zijn in oriëntatie afgestemd op het terrein. Rooilijnen volgen de weg en verspringen. De bedrijfsgebouwen als hallen en schuren liggen meestal achter en soms naast de woongebouwen. Het erfdeel voor het bedrijfsgedeelte is vaak verhard. Incidenteel zijn er kleine gebouwen in het buitengebied te vinden die los van de linten staan. Deze gemalen, elektriciteitshuisjes en dergelijke hebben een alzijdige oriëntatie. Woningen zijn voornamelijk individueel en afwisselend. Woningen hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw bestaande uit een onderbouw van één tot twee lagen met kap. Op-, aanbouwen komen veel voor en deze zijn in het algemeen ondergeschikt en opgenomen in de hoofdmassa. Gevels van woningen zijn veelal representatief.

Met name de oudere woningen zijn verticaal geleed met staande ramen. De detaillering is zorgvuldig en gevarieerd, van eenvoudig tot rijk. Gevels van oudere woningen zijn voorzien van elementen als siermetselwerk, gevellijsten, windveren en dergelijke. De gevels van de woningen zijn van baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal. De daken van de woningen zijn gedekt met pannen of riet. Naast woningen komen ook schuren met gepotdekselde donkere houten gevels en een gemetselde onderbouw voor. De (agrarische) bedrijfsgebouwen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een flauw hellend zadeldak op plat dak en zijn eenvoudiger gedetailleerd dan de woningen met veelal gevels van plaatmateriaal en een enkele keer van baksteen. Gebouwen op sport- en recreatieterreinen zijn in de regel eenlaags met een alzijdige oriëntatie. De architectuur is afgestemd op de functie en de omgeving. Bijzonderheden Bijzondere gebieden zijn het als beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied rond Oosterwijk en de zone van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tussen de Lek en de Linge. Bijzondere bouwwerken zijn enerzijds de historisch waardevolle bouwwerken als forten, sluizen, bruggen en molens en anderzijds recente bouwwerken met een geheel eigen karakter zoals infrastructurele kunstwerken ten behoeve van verkeer en water.

Waarde De waarde van het landelijk gebied is met name gelegen in de samenhang van het landschap met structuurelementen zoals dijken, uiterwaarden, verkavelingen, wegen en bebouwingslinten. In het gebied komen diverse cultuurhistorisch waardevolle gebouwen waaronder veel boerderijen voor. Een deel hiervan is monument.

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 38

UITERLIJK BOUWWERKEN Het landelijk gebied heeft vrijwel geheel een gewoon niveau. Het als beschermd gezicht aangewezen buitendijks gebied van Ameide en het landelijk gebied rond Oosterwijk hebben een bijzonder niveau. Het beleid is gericht op het behoud van het afwisselende en vaak groene karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalig karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa, waarbij de architectuur afwisselend dorps en landelijk is met traditioneel gebruik van materialen en kleuren.

Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving en het niveau getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • de hoofdbebouwing staat aan de straatzijde, bijgebouwen hebben bij voorkeur een ondergeschikte positie • de rooilijnen van de hoofdmassa’s verspringen ten opzichte van elkaar • de bebouwing met de voorgevel op de weg richten en concentreren in de ontginningslinten, met behoud van doorzichten naar het landschap • bedrijfsgebouwen liggen achter de voorgevelrooilijn • rooilijnen zijn per cluster of rij in samenhang • gebouwen liggen bij voorkeur op enige afstand van de perceelsgrenzen en slootkanten (bij voorkeur meer dan 3,00 m) • opslag vindt uit het zicht plaats, voorkom grootschalige verharding voorerven • gebouwen met een bijzondere functie zoals sportvoorzieningen en recreatieve bebouwing kunnen een meer vrije positie innemen met een daarop afgestemde meerzijdige oriëntatie Massa • de bouwmassa en gevelopbouw zijn evenwichtig en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (zoals hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben bij voorkeur een eenvoudige, eenduidige opbouw met een eenvoudige rechthoekige plattegrond • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één of twee lagen met een

eenduidige en nadrukkelijke kap (zoals zadeldaken van meer dan 45 graden) • bedrijfsgebouwen hebben één laag met eenvoudige kap, zoals een zadeldak • de nok is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting, bij bescheiden volumes dichtbij de weg is een nok haaks op de verkaveling ook mogelijk • zijgevels van vrijstaande woningen hebben vensters • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en afwisselend • bedrijfsgebouwen eenvoudig en zorgvuldig detailleren • zeer grote lengtes door middel van geleding van de wand doorbreken Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 39

• elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • gevels van woningen in hoofdzaak uitvoeren in baksteen • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen of (natuurlijk) riet • grote vlakken bestaan uit kleine elementen of hebben een duidelijke textuur • kleuren zijn traditioneel, terughoudend en in harmonie met de omgeving • aanbouwen en bijgebouwen in materiaal- en kleurgebruik afstemmen op de hoofdmassa en omgeving (aan een voorkant traditioneel uitvoeren)

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 40

Gebied 8 Woongebied In de woongebieden worden seriematige woningen afgewisseld met individuele panden en appartementenblokken. Baksteenarchitectuur is de standaard. RUIMTELIJKE KWALITEIT Binnen de woongebieden is een aantal hoofdtypen te onderscheiden met ieder een eigen karakter. Vroege uitbreidingen De eerste uitbreidingen liggen in de regel direct aan het historische linten. Ze worden gekenmerkt door een gegroeide en compacte structuur met smalle straten en kleinschalige bebouwing. Korte rijtjes arbeiderswoningen worden afgewisseld met traditionele vrijstaande woningen. Eén tot twee lagen met kap is standaard. In de vroege uitbreidingen is vaak sprake van functiemenging en een diversiteit aan architectuurstijlen. De detaillering is traditioneel met vaak accenten in metselwerk of stuc. Bijzondere zijn enkele planmatige straten en uitbreidingen in tuindorparchitectuur. Dit is samenhangende kleinschalige bebouwing in een baksteenarchitectuur van meestal één bouwlaag met een nadrukkelijke kap. De gevels hebben meestal een horizontale geleding met verticale accenten. De detaillering is eenvoudig maar zorgvuldig en uitgewerkt tot op het kleinste niveau. Rechte wijken De woningbouw in de rechte wijken heeft een samenhangende compositie door herhaling van rijen en blokken.

De veelal rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. De voorgevels zijn in principe georiënteerd op de straat. De ruime voortuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw, waarbij hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen geeft ritme aan het straatbeeld. Appartementenblokken hebben veelal eenvoudige vormen en zijn middelhoog. Detaillering en materialen zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig. De gemetselde gevels zijn veelal voorzien van houten of kunststof puien. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Meanderwijken In de planmatig opgezette wijken uit de jaren zeventig en tachtig zijn de woningen gegroepeerd in clusters of rijen, waarbinnen hetzelfde woningtype wordt herhaald langs woonerven en een deels meanderend stratenpatroon. Binnen een cluster komt over het algemeen één woningtype voor. Door een wisselende oriëntatie van de geschakelde woningen ten opzichte van elkaar en de openbare ruimte ontstaat er een gedifferentieerd beeld met verspringende rooi- en noklijnen. De opbouw van de woningen wisselt. Verlengde daken, diverse op- en aanbouwen komen veel voor. De detaillering is ook in deze wijken eenvoudig en seriematig. Thematische wijken Recente inbreidingen zijn veelal meer verzorgd in uitwerking en detaillering.

De buurten hebben een heldere structuur en gevarieerde woningen, die in architectuur en materiaal bewust zijn vormgegeven. De bebouwing heeft vaak een thematische samenhang. Per cluster is de rooilijn in samenhang en verspringt niet. De opbouw van de veelal seriematig gebouwde woningen is gevarieerd en gedifferentieerd. De woningen hebben meestal een onderbouw van twee lagen met zadeldak of lessenaarkap en Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 41

soms een terugliggende derde laag. Appartementengebouwen staan in beginsel vrij op de kavel en hebben vaak torenachtige volumes. De architectuur is verzorgd en gebaseerd op herhaling en een afwisselend beeld met accenten als uitstekende dakranden en structuur in het materiaal. Uitzonderingen Bijzondere elementen zijn gebouwen met een afwijkende functie, zoals scholen, sportvelden, kerken, instellingen en andere voorzieningen zoals buurtwinkelcentra. De daarbij behorende gebouwen en ensembles staan veelal vrij op de kavel en wijken af in massa, vorm en uitwerking. Waarde De woongebieden hebben vooral een waarde, die ligt in het gebruik en de het aanzicht van de openbare ruimte. Cultuurhistorische waarden zijn beperkt aanwezig. UITERLIJK BOUWWERKEN De woongebieden hebben óf een soepel niveau óf een vrij niveau (uitgezonderd een aantal doorgaande wegen en randen langs het buitengebied zoals aangeven op de niveaukaart). Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het straatbeeld met aandacht voor groen en het aanzien van de omgeving. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik.

Daarnaast worden bouwplannen in gebieden waarvoor een ontwikkelingskader is opgesteld getoetst aan de randvoorwaarden zoals vastgesteld in bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan of beeldregieplan. Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving en het niveau getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • vrijstaande woningen en gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen en sportvoorzieningen kunnen een meer vrije positie innemen met een daarop afgestemde meerzijdige oriëntatie Bouwmassa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied • uitbreidingen indien zichtbaar vanuit het openbaar toegankelijk gebied vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • nokverhogingen richten naar de minst belangrijke openbare ruimte • vrijstaande woningen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw, vorm en uitwerking

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 42

Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn eenvoudig maar degelijk • bij rijen en blokken aan voorkanten de herhaling behouden • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en aan voorkanten in samenhang met de rij of het cluster • kleuren afstemmen op de belendingenen de omgeving

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 43

Gebied 9 Bedrijventerrein Bedrijventerreinen liggen verspreid over de gemeente. Het zijn werkgebieden met bedrijfshallen, kantoren en grootschalige detailhandel. RUIMTELIJKE KWALITEIT De bebouwing van de bedrijventerreinen bestaat hoofdzakelijk uit gebouwen ten behoeve van grootschalige detailhandel, industrie,distributiebedrijven en kantoren. De bebouwing is eenvoudig van opzet en in uitwerking. Showrooms en entreepartijen vormen accenten in overwegend gesloten gevels. De detaillering van gebouwen met een publieksfuncties is veelal verzorgd. Overige gebouwen en gebouwdelen hebben een sobere en functionele uitstraling. Plaatmateriaal, baksteen en glas bepalen het beeld. Kleuren zijn rustig en sober, waarbij lichte grijzen overheersen. Traditionele terreinen Op meerdere plaatsen zijn traditionele terreinen te vinden met een eenvoudige hoofdstructuur, een sobere inrichting van de openbare ruimte en dicht op elkaar staande functionele loodsen en hallen in wisselende architectuur. De bebouwing op deze terreinen is hoofdzakelijk functioneel. Moderne terreinen Op de moderne terreinen is meer samenhang en staat representatieve bedrijfsbebouwing en voorzieningen. Deze terreinen hebben een meer verzorgde openbare ruimte, waarin representatieve bebouwing tot zijn recht kan komen.

De gebouwen hebben gevels met een heldere opzet en een detaillering die varieert van eenvoudig tot representatief. Het materiaalgebruik is overwegend modern en duurzaam. Gevels van plaatmateriaal en gevouwen staalplaat komen veel voor, net als glaspuien en gladde baksteen. De openbare ruimte is hier in de regel niet alleen doelmatig, maar is ook zorgvuldiger ingericht met bomen en groenstroken. Waarde De bedrijventerreinen hebben een waarde, die vooral ligt in het gebruik en de het aanzicht van de omgeving. Cultuurhistorische waarden zijn zeer beperkt aanwezig. UITERLIJK BOUWWERKEN De bedrijventerreinen hebben óf een soepel niveau óf een vrij niveau (uitgezonderd gebieden met een beeldkwaliteitsplan, een aantal doorgaande wegen en randen langs het buitengebied zoals aangeven op de niveaukaart). Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het straatbeeld met aandacht voor groen en het aanzien van de omgeving. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het materiaalgebruik. Daarnaast worden bouwplannen in gebieden waarvoor een ontwikkelingskader is opgesteld getoetst aan de randvoorwaarden zoals vastgesteld in bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan of beeldregieplan.

Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving en het niveau getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2):

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 44

Ligging • gebouwen in beginsel oriënteren op de weg • representatieve en openbare functies naar de straat richten • de rooilijnen kunnen verspringen ten opzichte van elkaar Bouwmassa • gebouwen zijn bij voorkeur individueel en afwisselend binnen de bandbreedte van het bestaande straatbeeld • gebouwen zijn eenvoudig van opbouw en hebben bij voorkeur een ongedeelde hoofdmassa Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn evenwichtig, gevarieerd en verzorgd • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk • wijzigingen in stijl, maat en afwerking afstemmen op het hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren afstemmen op omgeving waarbij accenten in huiskleuren • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering of gevouwen staalplaat • kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en in onderlinge samenhang

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 45

Hoofdstuk 4 OBJECTEN De gemeente streeft ernaar veel voorkomende kleine objecten snel te beoordelen. Het gaat daarbij om relatief eenvoudige en meetbare criteria, die de planindiener vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid geven. Toelichting Objectcriteria zijn opgesteld voor aanbouwen, bijgebouwen, dakkapellen, erfafscheidingen, gevelwijzigingen en rolluiken, dakramen panelen en collectoren, installaties, kleine windturbines en reclame. Deze bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen wat betreft het uiterlijk van bouwwerken niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen. Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, is een beoordeling nodig. In dit geval treedt de ruimtelijke ordening in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als dit geen bezwaar oplevert, wordt het bouwplan getoetst aan de objectcriteria. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de gebiedsgerichte criteria en eventueel de overwegingen en criteria opgenomen in het hoofdstuk ‘Hoofdlijnen ruimtelijke kwaliteit’. Standaardplan Een standaardplan is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden.

Ook als deze enigszins afwijkt van de criteria op de volgende bladzijden. Het zijn plannen die navolging verdienen, waarbij met name een gelijke uitvoering van belang is. Van belang daarbij zijn de architectonische verhoudingen, materiaal en kleur. Niet ieder bouwwerk is automatisch een standaardplan. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan is dit in de regel wel. Ook een oorspronkelijke optie voldoet aan redelijke eisen. Een standaardplan is van toepassing op een bouwblok, cluster of een groter gebied. Voor- en achterkant Bij de criteria is er onderscheid in de voor- en de achterkant van bouwwerken. Onder achterkant wordt verstaan het erf achter de lijn op 1,00 m achter de voorgevel die evenwijdig loopt aan het openbaar toegankelijk gebied, inclusief de grond onder het hoofdgebouw en het gehele achtererf, alsmede de gevels en dakvlakken ter plaatse van dit deel van het erf. Onder voorkant wordt verstaan het erf en de daarboven gelegen gevels en dakvlakken die geen onderdeel van een achterkant zijn.

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 46

Object 1 Aanbouwen Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gebouw zoals een uitbreiding van de woonkamer of keuken, erker, serre, garage of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft de rooilijnen en maximale afmetingen.

Goed geplaatste aanbouw in passende vormgeving, materialen en kleuren

Beoordeling Het uiterlijk van een aanbouw voldoet aan redelijke eisen als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van belendingen heeft de voorkeur in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria zoals bijvoorbeeld in beschermde gezichten of bij monumenten en beeldbepalende panden, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen in hoofdstuk 2 (hoofdlijnen) en hoofdstuk 3 (gebieden). Criteria Aanbouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:

Aanbouwen zijn ondergeschikt

Algemeen • aanbouwen zijn ondergeschikte toevoegingen aan het hoofdgebouw Plaatsing en aantal • aanbouw direct tegen de hoofdmassa plaatsen of een bestaande aanbouw vergroten in identieke vormgeving • plaatsen: - in het gebied met een bijzonder niveau alleen aan achterkanten of in de straatwand opnemen - in gebied met een soepel of gewoon niveau op ten minste 1,00 m achter de voorgevelrooilijn met uitzondering van erkers aan de voorgevel • in een gebied met een gewoon of bijzonder niveau hoogstens één aanbouw per gevel Vorm, maat en uitwerking • vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige of op de situatie aangepaste plattegrond • hoofdvorm:  - in de binnenstad van Vianen voorzien van een zadeldak of andere eenvoudige kap afgestemd op het hoofdgebouw - in andere gebieden aan voorkanten plat afdekken en aan achterkanten eventueel voorzien van eenvoudige kap of serredak • goothoogte en hoogte dakrand tot maximaal de bovenkant van de vloer van de verdieping van het hoofdgebouw • vormgeving afstemmen op oorspronkelijk pand met een bescheiden detaillering zonder nadrukkelijke ornamenten, boeiborden en overstekken • aan voorkanten voorzien van ramen, met uitzondering van overkappingen • overkappingen zijn minimaal aan twee zijden open • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw danwel uitvoeren in traditionele materialen als baksteen en hout in gedekte tinten of

als serre of overkapping • bij tussenwoningen een overgang toepassen door bijvoorbeeld een gemetselde muur op de erfgrens

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 47

Object 2 Bijgebouwen Een bijgebouw is een grondgebonden bouwwerk van in beginsel één bouwlaag los van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuur of overkapping. Het bestemmingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen.

Goed geplaatst bijgebouw in passende vormgeving, materialen en kleuren

Materiaal gelijk aan hoofdgebouw

Beoordeling Het uiterlijk van een bijgebouw voldoet aan redelijke eisen als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van belendingen heeft de voorkeur in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria zoals bijvoorbeeld in beschermde gezichten, bij monumenten en beeldbepalende panden en grote schuren in bijvoorbeeld het landelijk gebied, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen in hoofdstuk 2 (hoofdlijnen) en hoofdstuk 3 (gebieden). Criteria Bijgebouwen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Algemeen • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw (laat contour en silhouet hoofdgebouw intact) Plaatsing en aantal • minstens 1,00 m afstand tot de perceelsgrens • in de binnensteden alleen aan achterkanten plaatsen of in de straatwand opnemen • per erf één of twee bijgebouwen (eventueel te vergroten in identieke vormgeving)

Bijgebouw in hout

Vorm, maat en uitwerking • vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond • hoofdvorm:  - in het gebied met een bijzonder niveau voorzien van een zadeldak of andere eenvoudige kap - in een gebied met een soepel of gewoon niveau aan voorkanten plat afdekken en aan achterkanten eventueel voorzien van eenvoudige kap • een vrijstaande overkapping is minimaal aan twee zijden open • detaillering: - bescheiden zonder nadrukkelijke ornamenten, boeiboorden en overstekken - in het gebied met bijzonder niveau afstemmen op de vormgeving en maatvoering van het hoofdgebouw • materialen en kleuren gelijk aan hoofdgebouw of uitvoeren in traditionele materialen zoals hout en baksteen in gedekte tinten

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 48

Object 3 Dakkapellen Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap. Dakkapellen zijn sterk bepalend voor het straatbeeld. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak.

Dakkapellen in een bouwblok regelmatig op horizontale lijn rangschikken

Beoordeling Het uiterlijk van een dakkapel voldoet aan redelijke eisen als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van belendingen heeft de voorkeur in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria zoals bijvoorbeeld in beschermde gezichten of bij monumenten en beeldbepalende panden, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen in hoofdstuk 2 (hoofdlijnen) en hoofdstuk 3 (gebieden). Criteria Dakkapellen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:

Dakkapel niet op het wolfseind plaatsen

Bij schilddaken de kleinste afstand hanteren voor de plaatsing in het dakvlak

Dakkapel in mansardekap in onderste dakvlak plaatsen

Algemeen • een dakkapel is een ondergeschikte toevoeging op een hellend dakvlak Plaatsing • tussen 0,50 en 1,00 m dakvlak onder de dakkapel (of in de dakgoot als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel of straatwand) • minstens 0,50 m dakvlak boven en naast de dakkapel • meerdere dakkapellen op één dakvlak hebben een onderlinge afstand van minstens 1,00 m • meerdere dakkapellen op hetzelfde dakvlak of bij seriematige bouw regelmatig rangschikken op horizontale lijn (bovenlijn aanhouden) • in een mansardekap in beginsel aansluiten op de knik of in de gootlijn plaatsen • in het gebied met bijzonder niveau geen dakkapellen op aanbouwen en bijgebouwen Vorm, maat en uitwerking • een dakkapel op hetzelfde dakvlak of bij seriematige bouw gelijk aan reeds aanwezige dakkapellen uitvoeren • hoogte aan voorkanten maximaal 1,50 m • breedte aan voorkanten: - in het gebied met een bijzonder niveau is het aanzicht van de dakkapel in beginsel staand met een maximum van 1,40 m - in een gebied met een gewoon niveau tot 1/3 van de breedte van het dakvlak met een maximum van 5,00 m - in een gebied met een soepel niveau tot 2/3 van de breedte van het dakvlak met een maximum van 5,00 m • bescheiden detailleren zonder nadrukkelijke ornamenten • materialen en kleuren afstemmen op het hoofdgebouw • bij aankappen in uitvoering gelijk aan de kap van het hoofdgebouw • zijwangen: -

donker, zinkgrijs (materiaal) of in de kleur van het dakvlak • voorvlak overwegend invullen met glas (eventuele panelen of betimmeringen zijn ondergeschikt)

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 49

Object 4 Nokverhogingen Een nokverhoging is het verhogen van een kap om het bruikbaar oppervlak van een verdieping te vergroten.

De nokverhoging aan de achterzijde van de woning plaatsen

Beoordeling Het uiterlijk van een nokverhoging voldoet aan redelijke eisen als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van belendingen heeft de voorkeur in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria zoals bijvoorbeeld in beschermde gezichten of bij monumenten en beeldbepalende panden, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen in hoofdstuk 2 (hoofdlijnen) en hoofdstuk 3 (gebieden). Criteria Nokverhogingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:

Ten minste 0,5 meter uit de bouwmuur plaatsen

Algemeen • alleen op rijwoningen in gebieden met een soepel niveau Plaatsing • enkelzijdig aan de achterzijde van de woning • het hoofdgebouw heeft minstens twee bouwlagen en een symmetrisch zadeldak van maximaal één verdieping hoog • hoogstens één nokverhoging per woning Vorm, maat en uitwerking • op minimaal 0,5 m uit de bouwmuur of aansluitend op de nokverhoging van belending • de stahoogte in de bestaande ruimte is tussen de 2,00 m en 2,50 m • de goot van de nokverhoging is gelijk aan de bestaande daknok of lager • kozijnhoogte maximaal 1,00 m (geen dichte panelen onder kozijn toepassen) • hellingshoek opbouw is gelijk aan het bestaande dak • dakopbouwen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdgebouw • in materiaal en kleur gelijk aan het hoofdgebouw • beperk de toepassing van dichte panelen in het voorvlak

Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 50

Object 5 Erfafscheidingen Een erfafscheiding is bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare ruimte zijn van invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen te voorkomen.

Erfafscheidingen bijvoorbeeld van hout, gecombineerd met open delen

Beoordeling Het uiterlijk van een erfafscheiding voldoet aan redelijke eisen als deze gelijk is aan een standaardplan of als aan de onderstaande criteria wordt voldaan. Aansluiten op bouwplannen van belendingen heeft de voorkeur in rijen of clusters. Kleine afwijkingen van de criteria zijn denkbaar om herhalingen mogelijk te maken. Voldoet het plan hier niet aan of twijfel aan de toepasbaarheid van de criteria zoals bijvoorbeeld in beschermde gezichten of bij monumenten en beeldbepalende panden, dan wordt bij de beoordeling ook gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen in hoofdstuk 2 (hoofdlijnen) en hoofdstuk 3 (gebieden). Criteria Erfafscheidingen worden beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=5bce7946-9dc3-4ed8-8558-a3154692ff89