Bijlage 1; Ruimtelijk Kwaliteitsbeleid Gemeente Vijfheerenlanden.pdf
Tekst van het document
RUIMTELIJKE KWALITEIT GEMEENTE VIJFHEERENLANDEN
September 2020
INHOUD Stroomschema Beoordeling uiterlijk bouwwerken
3
Hoofdstuk 1 Inleiding Doel Gebruik Leeswijzer
4 4 5
Hoofdstuk 2 Hoofdlijnen Grondslag Overwegingen ruimtelijke kwaliteit - Landschap - Stedenbouw - Erfgoed Criteria uiterlijk bouwwerken - Redelijke eisen - Algemeen - Excessen Niveaus en gebieden - Niveaus - Gebieden - Ontwikkelingen en beeldkwaliteitsplannen
6 7 7 8 10 13 13 13 14 16 16 17 17
Hoofdstuk 3 Gebieden Toelichting Binnenstad Vianen (gebied 1) Binnenstad Leerdam (gebied 2) Oosterwijk (gebied 3) Centrum Ameide (gebied 4) Stads- en dorpsranden (gebied 5) Dorpskernen (gebied 6) Landelijk gebied en linten (gebied 7) Woongebied (gebied 8) Bedrijventerrein (gebied 9)
20 21 24 27 29 32 34 37 41 44
Hoofdstuk 4 Objecten Toelichting Aanbouwen (object 1) Bijgebouwen (object 2) Dakkapellen (object 3) Nokverhogingen (object 4) Erfafscheidingen (object 5) Gevelwijzigingen en rolluiken (object 6) Dakramen, panelen en collectoren (object 7) Installaties (object 8) Kleine windturbines (object 9) Reclame (object 10)
46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56
Bijlagen Begrippenlijst Kaart niveaus ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden Kaart gebieden ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden
58 (separaat bestand) (separaat bestand)
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 2
Stroomschema beoordeling uiterlijk bouwwerken Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk?
Nee
Sommige objecten zijn vergunningvrij. Het uiterlijk van bouwwerken wordt dan niet preventief getoetst. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om geen exces te bouwen. Kijk op de kaarten voor niveaus en gebieden of, en zo ja, welke eisen er gelden (hoofdstuk 2). Mocht u willen weten hoe u kunt voorkomen dat u een exces bouwt, volg dan het schema en bekijk aan welke criteria een vergelijkbaar object getoetst zou worden.
Ja BETREFT HET EEN PLAN AAN OF BIJ CULTUREEL ERFGOED? beschermd gezicht monument beeldbepalend pand
Ja
Nee IS HET EEN OBJECT?
• aanbouw
Criteria voor erfgoed (hoofdstuk 2) Vijfheerenlanden heeft een rijke historie. Diverse panden zijn aangewezen als monument of historisch waardevol object. Daarnaast zijn er beschermde stadsen dorpsgezichten. Eventuele veranderingen aan, in of nabij deze gebouwen en in deze gebieden vragen om een zorgvuldige inpassing. Hiervoor zijn overwegingen opgenomen in hoofdstuk 2.
Ga verder met Ja
Criteria voor objecten (hoofdstuk 4) Voor plannen voor kleine vergunningplichtige bouwwerken bij en wijzigingen van bestaande panden zijn vereenvoudigde criteria opgenomen, waarmee snel uitsluitsel te geven is binnen welke grenzen het uiterlijk van het geplande bouwwerk in ieder geval aan redelijke eisen voldoet.
Ja
Criteria voor grotere plannen (hoofdstuk 3) Grotere plannen worden beoordeeld aan de hand van de criteria voor gebieden. Aan de hand van de bebouwingstypologie is de gemeente verdeeld in gebieden. Hiervoor zijn uitgangspunten en criteria opgesteld, waarmee de ontwerper rekening moet houden.
Ja
Criteria en overwegingen hoofdlijnen (hoofdstuk 2) Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving kunnen de criteria voor objecten en grotere plannen ontoereikend zijn. Voor de beoordeling wordt gebruik gemaakt van de criteria en overwegingen zoals beschreven in hoofdstuk 2 of aanvullend beleid zoals een beeldkwaliteitsplan. Een bouwwerk dat sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving kan gezien worden als een exces als er sprake is van een evidente buitensporigheid in het uiterlijk.
• bijgebouw • dakkapel • erfafscheiding • gevelwijziging of rolluik • dakraam, paneel of collector • installatie • kleine windturbines • reclame
Nee IS HET EEN GROTER PLAN? Een groter plan voor (ver)bouw dat past in de structuur en de architectuur van het betreffende gebied
Nee OVERIGE PLANNEN Afwijkingen van de gebiedsstructuur of architectuur
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 3
Hoofdstuk 1 INLEIDING De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan uit de fusie van Leerdam, Vianen en Zederik. De drie voormalige gemeenten hadden ieder een nota ruimtelijke kwaliteit met een vergelijkbare opzet. De fusie is aanleiding om deze drie samen te voegen in één nieuwe nota ruimtelijke kwaliteit, die de toetsing van het uiterlijk van bouwwerken met aandacht voor stedenbouw en landschap plaatst in de context van de Omgevingswet. DOEL Doel van de nota ruimtelijke kwaliteit is het behartigen van het publieke belang van de zorg voor de bebouwde omgeving door de lokale overheid. Daarbij wordt de individuele vrijheid van de inwoner of ondernemer afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met de verschijningsvorm van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte, dat kwaliteitstoezicht een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Van toetsen naar bespreken Van overheden mag worden verwacht dat zij minder toetsen en meer in gesprek gaan. Het is daarom van belang aanvragers door middel van de nota ruimtelijke kwaliteit van tevoren op de hoogte te stellen van de aspecten die een rol spelen bij het tot stand komen en beheren van ruimtelijke kwaliteiten. Waarden en ambities moeten worden gedefinieerd als uitgangspunt voor gesprekken met initiatiefnemers.
Het beleid maakt het mogelijk bij het opstellen van plannen het uiterlijk van bouwwerken een rol te geven en daarbij rekening te houden met cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden. De nota ruimtelijke kwaliteit is een kader, waarin het beleid zoveel mogelijk helder is beschreven als effectieve en controleerbare basis voor gesprekken. Vereenvoudiging Vijfheerenlanden kiest ervoor om keuzes te maken waardoor er meer aandacht en tijd kan worden besteed aan de kernwaarden en kwaliteiten van de gemeente. De aandacht gaat uit naar gebieden zoals de historische kernen, het landelijk gebied en hoofdroutes. Hiermee kan op beeldbepalende plekken gestuurd worden op het aanzien van de gemeente. In de overige gebieden wil de gemeente zich terughoudend opstellen en waar mogelijk ruimte laten voor vrije vormgeving. Wat betreft vergunningvrij bouwen wordt aangesloten op de mogelijkheden die het Rijk biedt. In een aantal gebieden is een vrij niveau van toepassing. Vrij is ook echt vrij. Hier kan de gemeente achteraf niet optreden tegen eventuele buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken. Wel zijn er twee uitzonderingen. De eerste betreft reclame-uitingen. De tweede betreft cultureel erfgoed: monumenten en panden die als cultureel erfgoed zijn opgenomen in de bestemmingsplannen, zoals karakteristieke of beeldbepalende panden.
GEBRUIK De nota ruimtelijke kwaliteit is niet bedoeld als leesboek, maar opgesteld als een naslagwerk. De nota bevat verschillende beoordelingskaders. De verschillende hoofdstukken bevatten de criteria, die de gemeente hanteert bij de beoordeling van bouwplannen. Wie wil weten welke criteria op een aanvraag van toepassing zijn, Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 4
doorloopt het stroomschema op pagina 3. Indien gewenst kunnen bij de gemeente inlichtingen worden ingewonnen over de interpretatie van de nota ruimtelijke kwaliteit in het licht van het beoogde plan. De in de nota opgenomen foto’s zijn te zien als afbeeldingen bij de gebiedsbeschrijvingen. Ze zijn geen illustraties van gewenste eigenschappen. LEESWIJZER Hoofdstuk 2 bevat de hoofdlijnen van het beleid met daarin een algemene toelichting op ruimtelijke kwaliteit en criteria voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken. De nota is in hoofdzaak geschreven voor het beheer van bestaande gebieden, plannen die de bestaande structuur of architectuur doorbreken zullen op een andere wijze beoordeeld worden. Voor grote plannen kan dit vooraf op basis van bijvoorbeeld een stedenbouwkundig plan of beeldkwaliteitsplan, voor kleine plannen op basis van de algemene criteria, die de regels beschrijven van het architectonische vakmanschap en gelden als uitgangspunt voor iedere beoordeling. Achteraf kan een plan beoordeeld worden aan de hand van de excessenregeling, waarin criteria staan voor bouwwerken die zonder vergunning of in afwijking van een vergunning zijn gerealiseerd. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf optreden tegen misstanden. Het hoofdstuk eindigt met een toelichting op niveaus en gebieden inclusief de daarvoor geldende beleidskaarten.
In hoofdstuk 3 wordt voor de gebieden in de gemeente aangegeven op welke wijze het vakmanschap zou moeten worden ingevuld. De beschrijvingen en criteria geven aan welke eigenschappen wenselijk zijn en dienen als agenda voor de beoordeling door de commissie. Hoofdstuk 4 bevat criteria voor veel voorkomende objecten als dakkapellen en bijgebouwen. In de bijlage zijn een begrippenlijst en de kaarten opgenomen.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 5
Hoofdstuk 2 HOOFDLIJNEN RUIMTELIJKE KWALITEIT Dit hoofdstuk is de basis van de nota. Het beschrijft de hoofdlijnen voor ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit krijgt inhoud in relatie tot voorwaarden en overwegingen op korte en op lange termijn en omvat een balans tussen behoud en ontwikkeling van waarden van een gebied. Dit is afhankelijk van de plaats en het initiatief. Gezien de identiteit van Vijfheerenlanden spelen bij deze weging landschap, stedenbouw en erfgoed een rol. De nota is geschreven om eigenaren en gebruikers in staat te stellen in samenspraak met de gemeente vanuit het algemeen belang verantwoordelijkheid te nemen voor ruimtelijke kwaliteit met uitwerkingen voor het uiterlijk van bouwwerken vanwege de raakvlakken met particuliere belangen. Iedere partij moet hiermee de eigen belangen kunnen wegen in zijn ruimtelijke context. Het tot stand komen en beheren van de ruimtelijke kwaliteit is immers een gedeelde verantwoordelijkheid. De overwegingen voor de ruimtelijke context worden gevolgd door criteria voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken. Daarmee wordt een relatie gelegd met erfgoed, landschap en stedenbouw als context voor interpretatie van de criteria.
De hoofdlijnen van ruimtelijke kwaliteit zijn niet alleen te lezen als het startpunt voor de nota ruimtelijke kwaliteit, maar ook te gebruiken als vangnet voor beoordelingen waarvoor de uitgewerkte beoordelingskaders voor gebieden en objecten niet toereikend zijn. Dit hoofdstuk begint met de grondslag voor beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken, geeft vervolgens overwegingen voor ruimtelijke kwaliteit en besluit met beoordelingscriteria voor het uiterlijk van bouwwerken. GRONDSLAG Met de nota ruimtelijke kwaliteit legt de gemeente vast, welke eisen worden gesteld aan het uiterlijk van bouwwerken. Deze hebben betrekking op het bouwwerk op zichzelf en in relatie tot de omgeving. Redelijke eisen In deze nota zijn het algemeen belang en de identiteit van de gemeente als uitgangspunt genomen. Dit is vertaald in een nadruk op de beleving van de bebouwing vanuit de openbare ruimte en het landschap. Bouwdelen in het zicht zijn vanuit dat oogpunt belangrijker dan bouwdelen die aan het zicht onttrokken zijn. De gemeente hanteert beoordelingskaders, waarin deze aspecten zijn verwerkt in beschrijvingen en criteria. Daarbij wordt onder meer de invloed van een plan op het straatbeeld en het aanzien van de gemeente als geheel gewogen.
Voor een straat in het woongebied gelden andere criteria dan voor een ingrijpende verbouwing van een monumentale kerk of een nieuw te bouwen woning aan een (dijk)lint. Naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de gemeente zullen er meer aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zorgvuldiger worden gewogen. Daarnaast moet worden bekeken of het een omgeving betreft, die vooral moet worden beheerd of een omgeving die aan verandering onderhevig is. Gebieden en objecten De nota maakt onderscheid in hoofdlijnen en uitwerkingen voor gebieden en objecten. De gebieden vormen de kern voor beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken. De gemeente is verdeeld in gebieden met een eigen identiteit zoals de historische kernen, het landelijk gebied, woonwijken en bedrijventerreinen. Van de gebieden waar criteria voor het uiterlijk van bouwwerken van toepassing zijn, is het ruimtelijk en architectonisch beeld beschreven gevolgd door een waardering Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 6
en een verwachting over eventuele veranderingen. Deze bepalen de uitgangspunten voor het uiterlijk van bouwwerken. De gebiedscriteria zijn te zien als een uitwerking van de algemene criteria, die de voor een bouwplan gewenste eigenschappen beschrijven. Naast gebieden hanteert de gemeente beoordelingskaders voor objecten. Dit zijn plannen, die zich lenen voor vereenvoudigde toetsing. Voorbeelden daarvan zijn bijgebouwen bij en dakkapellen op een woning. Voor dit soort plannen zijn zo eenduidig en meetbaar mogelijke criteria opgenomen, die de planindiener vooraf een grote mate van duidelijkheid geven over de uitkomst van de toetsing. OVERWEGINGEN RUIMTELIJKE KWALITEIT Met de nota ruimtelijke kwaliteit legt de gemeente vast, welke eisen worden gesteld aan het uiterlijk van bouwwerken in relatie tot ruimtelijke kwaliteit. Deze hebben dus betrekking op het bouwwerk op zichzelf en de omgeving. Voor de beoordeling is de context van belang. Deze bestaat niet alleen uit de belendingen, maar ook uit de landschappelijke en stedenbouwkundige structuur, waarin het bouwwerk is geplaatst en waarvan het deel uitmaakt. Ook erfgoedwaarden moeten worden meegewogen. Om de waarden van de context te duiden bevat de nota overwegingen voor ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van landschap, stedenbouw en erfgoed.
Landschap Het wijdse landschap met groene weiden, dijken en rivieren is van groot belang voor de identiteit van de gemeente. Het is een cultuurlandschap, dat in de loop der eeuwen constant is aangepast en veranderd om tegemoet te komen aan veranderende omstandigheden maar tegelijkertijd op hoofdlijnen goed bewaard is gebleven. Het is een landschap met een sterke identiteit. Het landschap is de overwegend onbebouwde ruimte van het veenweide- en rivierengebied, waarin agrarisch en recreatief gebruik grotendeels samenvallen met cultuurhistorische en ecologische waarden. De ruimtelijke kwaliteit van het landschap is het resultaat van een wisselwerking tussen menselijk handelen en natuurlijke processen, dat in zijn huidige vorm voor een aanzienlijk deel terug te voeren is op de ontginning en waterhuishouding van het gebied. In het landschap zijn de lange lijnen van de middeleeuwse verkavelingen goed herkenbaar. Het landschapsbeeld is tegelijkertijd wijds vanwege de open ruimte als afwisselend en kleinschalig door de smalle wegen met daarlangs agrarische erven en opgaand groen. In dit verband is ook het rivierenlandschap met kronkelende dijken en uiterwaarden langs de Lek te noemen.
Overwegingen landschap Voor het landschap is het duurzaam beheren van de ruimtelijke structuren en elementen uitgangspunt met aandacht voor het gebruik en de belevingswaarde alsmede het behoud van cultuurhistorische waarden. Beheer en gebruik Het cultuurlandschap is het resultaat van een langdurige en doorgaande ontwikkeling, waaraan eeuwenlang beheer is af te lezen en waaraan steeds nieuwe elementen zijn toegevoegd. Het overwegend open landschap is een goed behouden samenspel met weiden, water, dijken, bomen, wegen en bebouwing. Dit samenspel is van grote waarde voor de beleving, maar ook voor natuur en recreatief medegebruik. Het is afhankelijk van goed beheer en dus van passend gebruik. Voor het beheer van Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 7
het bestaande landschap is het nodig veranderingen in te passen met behoud van gebruik, structuur en belevingswaarde. Gebieden en structuren Veenweiden en het dijklandschap van de rivieren zijn de meest in het oog springende landschapstypen. Daarnaast zijn er onder meer het bebouwd gebied van de kernen, de doorgaande wegen en recreatiegebieden te onderscheiden als aparte gebieden. Deze gebiedstypen staan niet op zichzelf, maar zijn met elkaar verweven door wegen, watergangen, bomenrijen en zichtlijnen. Objecten als bruggen, gemalen, molens, (kerk)torens en groen zijn accenten die betekenis geven aan de gebieden en structuren. Naast deze objecten is ook de openheid daartussen het noemen waard. De openbare ruimte is bescheiden en valt wat betreft de beleving in hoofdzaak samen met de smalle wegen, maar het gevoel van ruimte is veel groter door het wijdse zicht over het landschap van weiden en water. Wijzigingen en toevoegingen moeten worden ingepast met respect voor het onderscheid in gebiedskarakter en de continuïteit van de doorgaande structuren, waarbij het in stand houden van het karakter van het veenweide- en rivierenlandschap van belang is. Bebouwingslinten De bebouwing in het landschap is voornamelijk geconcentreerd in de (dijk)linten met boerderijen, woonhuizen en een enkel bedrijf. De linten zijn van groot belang voor het karakter van de gemeente.
Ze zijn afwisselend, maar de bebouwing heeft in de regel wel een vergelijkbare maat en schaal, die bepalend is voor deze streek. De bebouwing is geordend per erf. Er is een standaard ordening met een hoofdgebouw aan de voorzijde en daarachter de eenvoudiger bebouwing van de bijbehorende schuren en stallen. Aan de achterzijde grenzen deze erven meestal aan het wijdse landschap en geregeld is er een zichtlijn over het erf. Tussen de erven door is er zicht op het landschap, dat afhankelijk van het lint breed of smal is en eenzijdig of tweezijdig. De meeste linten en wegen worden begeleid door bomen in een smalle berm en sloten. Veranderingen moeten met respect voor deze eigenschappen worden ingepast, waarbij met name de inrichting van het kavel met onderscheid eerste- en tweedelijns bebouwing de aandacht vraagt. Uitzonderingen In elk gebied zijn uitzonderingen aan te wijzen, wat niet wil zeggen dat ze zonder meer als aanleiding te gebruiken zijn om nieuwe uitzonderingen te rechtvaardigen. Soms zijn het waardevolle restanten van ouder gebruik zoals een watergang, dijk, een gemaal of watertoren. Deze historische uitzonderingen zijn het behouden waard en moeten zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Andere keren zijn het bijvoorbeeld bedrijven aan huis, die zijn uitgegroeid tot een maat en schaal die moeilijk in een lint past.
Bij veranderingen is in deze gevallen de kwaliteit in de omgeving maatgevend. Van plannen voor eventuele nieuwe uitzonderingen mag worden verwacht, dat deze de hoofdlijnen van de ruimtelijk kwaliteit van het landschap niet aantasten. Stedenbouw Landschappelijke en stedenbouwkundige structuren zijn vaak sterk verweven. De kernen zijn daarmee te zien als verbijzonderingen in het landschap op plekken waar lijnen elkaar kruisen of verschillende soorten gebruik elkaar raken. Dijken, linten en water lopen vanuit de omgeving door in de dorpen en steden. In de loop der tijd is het bebouwd oppervlak uitgebreid met woonwijken en bedrijventerreinen, die in deze structuur zijn ingepast. Binnen deze structuur heeft elke kern een eigen sfeer en Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 8
bebouwingspatroon. Binnen dit patroon zijn vaak accenten te vinden, die zowel een bijzonder gebouw kunnen zijn waaronder een kerk of brug als een bijzondere functie zoals een openbaar gebouw of een bijzondere plek zoals een marktplein. Overwegingen stedenbouw Uitgangspunt voor het beheer van de stedenbouwkundige waarden is het behoud van de ruimtelijke hoofdstructuren en het eigene van de kernen. Van belang daarbij zijn de ruimtelijke structuur met veelal doorgaande lijnen die de kernen verbinden met het landschap, beeldbepalende elementen, routes en zichtlijnen. Beheer en gebruik De kernen zijn net als het landschap het zichtbare resultaat van een langdurige en doorgaande ontwikkeling, waarin vooral in de naoorlogse periode van groei veel is veranderd. Samen met de van oorsprong landschappelijke structuren liggen functies en gebouwen aan de basis van de stedenbouwkundige opbouw. Elke kern is een samenspel van bebouwing, openbare ruimte, groen en water met eigen kenmerken en bijzonderheden. Iedere kern heeft daarbij een eigen sfeer gekregen. Voor het beheer van de stedenbouwkundige waarden is het van belang veranderingen in te passen met respect voor gebruik, structuur en belevingswaarde. Identiteit en structuur Een buurt met seriematige woningbouw heeft een geheel ander karakter dan een bedrijventerrein of een winkelcentrum.
Elke buurt of gebied heeft zijn eigen identiteit, die sterk samenhangt met de functies en de bebouwing. De huidige identiteit is een resultaat van een ontwikkeling. Stedenbouwkundige patronen zijn te definiëren aan de hand van de vorm van de verhouding tussen privé en openbaar, symmetrie, opeenvolging van rooilijnen, massavorm, voorgevels en hoeken, verhouding tussen individualiteit en herhaling, verbijzonderingen en accenten. De wijze waarop deze eigenschappen bij veranderingen invulling krijgen moet leiden tot een logisch geheel, waarin regel en uitzondering een logische plek hebben. In Vijfheerenlanden is daarnaast het respecteren van doorgaande landschappelijke structuren en de kwaliteit daarvan een punt van aandacht. Openbare ruimte De openbare ruimte is publiek terrein. In het algemeen dient het meerdere doelen, waarvan verblijven en verplaatsen de belangrijkste zijn. De inrichting van de openbare ruimte binnen de kernen hangt samen met het gebruik en gebiedskarakter. Het grootste deel ervan is ingericht als straat met daarlangs woningen, winkels of bedrijven. Dit zijn meestal straten met een eenvoudige inrichting in de vorm van een weg voor auto’s en fietsers met aan één of twee zijden parkeren en stoepen voor voetgangers. Bomen en groenperken vormen een aankleding, die de beleving ten goede komt.
Straatmeubilair is overwegend functioneel en bestaat uit verlichting, afvalpunten, verkeersborden en soms een bank. Plantsoenen en speelplekken vormen een welkome afwisseling. In de oudere delen van de kernen is de aankleding van de openbare ruimte in de regel traditioneel met een smalle weg en een beperkte stoep met een plein of water als verbijzondering. Wijzigingen moeten in beginsel aansluiten op de aanwezige kwaliteit en anders leiden tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit met oog voor de functionaliteit.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 9
Erfgoed De gemeente Vijfheerenlanden heeft een aanzienlijke hoeveelheid cultureel erfgoed. Dit erfgoed is divers. Er zijn gebieden waaronder de beschermde stads- en dorpsgezichten en het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar ook veel objecten zoals boerderijen en kerken. De erfgoedwaarde van een gebied of object is van invloed op de aanvaardbaarheid van wijzigingen en wordt daarom meegewogen bij de beoordeling. Van belang voor cultureel erfgoed is allereerst de waarde van het object op zich. Elk pand of bouwwerk heeft een eigen architectuur en daarmee wat betreft de vormgeving een eigen logica. Daarnaast is er veelal sprake van ensemblewaarde, die voor een binnenstedelijke straatwand een andere logica heeft dan voor een kerk met pastorie. Om recht te doen aan de bijzondere waarde stelt de gemeente aanvullende eisen aan plannen voor en binnen de invloedssfeer van cultureel erfgoed. De gemeente wenst de ontwikkeling in beginsel te beperken tot het versterken of herstellen van historisch wenselijke eigenschappen dan wel het faciliteren van nieuw gebruik met als doel het behoud van objecten en structuren. Bij de intrede van de Omgevingswet zal de omgeving van rijksmonumenten ook worden beschermd en wordt daarmee een dorpskern rond een monumentale kerk als geheel automatisch ook beschermd.
Deze bescherming is te vergelijken met die in een beschermd stads- of dorpsgezicht. De gemeente zet bij bouwwerken in op behoud dan wel versterking van het cultuurhistorisch karakter, waarbij voor kleine wijzigingen een onopvallende architectuur een logische keuze kan zijn en er voor grotere wijzigingen eerder gedacht zal worden aan een meer eigentijdse architectuur. Per geval zal worden bekeken of en in hoeverre het uitgangspunt gelijke architectuur van toepassing dient te zijn, dan wel een meer eigentijdse architectonische toevoeging. Aanpassingen betreffen in de regel kleine wijzigingen aan niet-monumentale delen, die het aanzien van de bouwwerken niet schaden zoals bescheiden dakkapellen aan de achterzijde of bijgebouwen uit het zicht vanuit de openbare ruimte. Bij de beoordeling van kleinere wijzigingen zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed (hierna: commissie) onder meer de inpassing daarvan in de ordening op het erf en het karakter van het pand bezien waarbij onder meer aandacht zal worden geschonken aan de architectonische uitwerking met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Ingrijpende wijzigingen zijn uitzonderingen, die in beginsel zorgvuldig en terughoudend in het bestaande beeld moeten worden ingepast.
Bij de beoordeling van eventuele grotere wijzigingen zal de commissie met name aandacht schenken aan een grote mate van terughoudendheid met een nadruk op de plaatsing ten opzichte van enerzijds de openbare ruime met inbegrip van het landschap en anderzijds het object of ensemble op zich, een terughoudende vormgeving met inbegrip van materiaal- en kleurgebruik. Zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken, heeft herstel van historisch wenselijke eigenschappen prioriteit. Omdat cultureel erfgoed vraagt om een specifieke benadering zal bij de beoordeling eveneens kunnen worden teruggegrepen op het vakmanschap van de ontwerper zoals bedoeld en beschreven in de algemene criteria. Overwegingen erfgoed Uitgangspunt voor het beheer van de cultuurhistorische waarden is behoud. Naast authenticiteit zijn daarbij de waarden van de objecten en structuren op zichzelf alsRuimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 10
mede de context en het gebruik van belang. Overwegingen bij het beoordelen van bouwplannen aan of in de invloedssfeer van cultureel erfgoed zijn: • Gebruiken en behouden Erfgoed moet worden onderhouden. Zonder functie en gebruik is dit niet op te brengen en kan het verloren gaan. Als de oorspronkelijke functie van een object of gebied niet langer is stand kan worden gehouden, is (her)bestemming op zijn plaats. Deze (her)bestemming moet de cultuurhistorische waarden respecteren en zich daar naar voegen. • Onderhoud en restauratie Behoud gaat voor vernieuwing. Door een monument, terrein of gebied goed te onderhouden kan restauratie worden voorkomen. Bij restauratie is de kans groter dat historisch waardevol materiaal of resultaat van oud vakmanschap verdwijnt. Zowel bij onderhoud als bij restauratie is eerbied voor historische materialen en structuren speerpunt. De esthetische en historische waarden van het erfgoed moeten behouden blijven. Indien traditionele methoden niet toereikend zijn, is gebruik van moderne methoden en technieken denkbaar op voorwaarde dat deze doeltreffend zijn en uit ervaring blijkt dat er geen schade ontstaat. • Onderzoeken en plannen Bij het maken van plannen voor bouw of verbouw staat respect voor cultuurhistorische waarden voorop. Om te bepalen wat die waarden zijn, is onderzoek nodig.
Hierbij kan gedacht worden aan cultuurhistorische, historisch geografische, bouwhistorische, archeologische of restauratietechnische verkenningen en onderzoeken. Aan de hand hiervan kan een plan in zijn opzet verrijkt worden, bijvoorbeeld doordat de sporen uit eerdere perioden gebruikt worden om het eigen unieke karakter verder te ontwikkelen. Aan de hand van de uitkomsten van onderzoek kunnen de cultuurhistorische waarden worden gewogen en plannen worden gemaakt met respect voor de historische waarden. De concrete resultaten van bijvoorbeeld bouwhistorisch onderzoek van een pand kunnen worden gehanteerd als richtinggevende aanwijzingen bij de ontwikkeling van het pand, dit zowel in zijn bouwstructurele opzet als in de vormgeving, detaillering en materiaal- en kleurkeuze. Daarbij staat de term authenticiteit voorop. Dit is niet per se een pleidooi voor historiserende reconstructie, maar voor de omgang met de historische gelaagdheid van bouwwerken en structuren in hun context. Zo kan bijvoorbeeld bij een goede afstemming op de karakteristiek van het stads- of dorpsgezicht ruimte geboden worden om beredeneerd af te wijken van conserverende regels als daarmee de authentieke kwaliteiten van het pand beter tot hun recht worden gebracht. • Respect voor de historische gelaagdheid Erfgoed is niet alleen van gisteren. Het is door de jaren heen tot stand gekomen.
Verschillende generaties gebruikers hebben lagen toegevoegd aan de geschiedenis. Een object, plek of gebied is daardoor te zien als een levend archief. Terugrestaureren naar een ‘oorspronkelijke’ versie is veelal een ontkenning van deze gelaagde geschiedenis en daarmee in beginsel ongewenst. De historische context en de bouwsporen van een monument hebben een eigen waarde en moeten afleesbaar blijven, landschappelijke elementen zijn niet los te zien van eeuwenoud beheer waarvan het veranderend gebruik zichtbaar moet blijven. De historische gelaagdheid is een waarde op zich. Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 11
• Herkenbaarheid nieuwe elementen Om een gebouw, plek of een gebied te kunnen blijven gebruiken, kan het nodig zijn aanpassingen te doen of om nieuwe elementen toe te voegen. Dergelijke veranderingen moeten harmonieus aansluiten op de omgeving en de historische gelaagdheid. Restauratie is op zijn plaats, reconstructie van verdwenen bouwwerken is in beginsel niet gewenst. Een ontwerp kan bijvoorbeeld aansluiting zoeken in maat, schaal en stijl van detailleren, maar door materiaalgebruik en uitvoering een eigen uitdrukking krijgen. Zo kan met respect voor de historische eigenschappen het nieuwe een herkenbare laag zijn. Veranderingen aan erfgoed moeten niet alleen herkenbaar, maar zoveel mogelijk ook omkeerbaar zijn en zonder schade weer verwijderd kunnen worden. • Respect voor de context Erfgoed is niet los te zien van zijn context. Een monumentaal woonhuis bijvoorbeeld komt niet tot zijn recht op een groot parkeerterrein, een brug kan niet zonder water en een glas-in-lood raam is meer op zijn plaats in een oude kerk dan in een schuur. De context is meer dan een waarde op zichzelf, het draagt bij aan de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het erfgoed. Een monument en de onderdelen daarvan hebben een (functionele) context. Dit is het schaalniveau van de objecten. Deze context kan zo groot zijn als een gebied of zo klein als een interieur.
Zowel de grote context van het monument in de omgeving als de kleine context van een interieurelement in een ruimte zijn van essentieel belang voor het behoud van de monumentale waarde. Het uitgangspunt is, dat het geheel in zijn context behouden blijft. Een hooiberg blijft op zijn plaats, een schoorsteen met schouw wordt niet verplaatst, decoraties worden niet verwijderd. Als behoud van onderdelen van een monument onmogelijk blijkt in de bestaande context, moet er binnen het monument of de omgeving daarvan een oplossing gezocht worden. Daarbij moet zichtbaar zijn dat er een wijziging is opgetreden, een nieuwe laag een de geschiedenis van het object is toegevoegd. Ook de verplaatsing van een geheel monument is niet toegestaan, tenzij het voortbestaan ervan wordt bedreigd of behoud op een andere manier niet mogelijk is. De omgeving van het monument draagt in schaal, materiaal en kleur bij aan de waarde van het monument. Als de originele context nog aanwezig is, moet deze gehandhaafd worden. Zo niet, dan sluiten nieuwe bouwwerken aan op de schaal van het monument. Nieuwe toevoegingen in de omgeving van het monument mogen geen afbreuk doen aan de monumentale waarden. Wat voor de context geldt op de schaal van objecten, geldt ook voor structuren en gebieden. De vestingwerken zijn zowel stad als landschap.
Boerderijen en agrarische erven zijn niet los te zien van de mogelijkheden om het landschap te gebruiken voor de veeteelt. Watergangen en kades worden gebruikt voor waterbeheer, maar hangen bijvoorbeeld ook samen met verkavelingspatronen en mogelijkheid gebieden te inunderen als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De uitwateringssluizen bijvoorbeeld zijn net als de vestingwallen en groepsschuilplaatsen onlosmakelijk verbonden met het militaire gebruik van het landschap. Veel objecten zijn op vergelijkbare manieren onderdeel van een groter geheel. Op dit hogere schaalniveau vormen landschappelijke patronen en stedenbouwkundige structuren een gelaagd samenspel, dat niet los kan worden gezien van het (historisch) gebruik. De respectvolle omgang met dit erfgoed is een constant zoeken naar mogelijkheden voor inpassingen, die in evenwicht zijn met te behouden kwaliteiten. Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 12
CRITERIA UITERLIJK BOUWWERKEN De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. De omschrijving van de redelijk eisen geeft aan op welke gronden het uiterlijk van bouwwerken wordt beoordeeld. Daarna volgen de algemene criteria en de criteria voor excessen. Redelijke eisen De gemeente zoekt naar een evenwicht tussen de bouwmogelijkheden voor inwoners en bedrijven enerzijds en het aanzien van de gemeente anderzijds. De basisgedachte is, dat er vrijheid moet zijn zonder het algemeen belang uit het oog te verliezen. Bespreken en beoordelen Het toetsen van het uiterlijk van bouwwerken moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Op plekken die minder bepalend zijn voor deze kwaliteit kan het aantal regels beperkt zijn. De rol van de gemeente verschuift ondertussen, waarbij er steeds meer met aanvragers vooraf wordt gesproken in plaats van alleen maar in het vergunningtraject getoetst. In de historisch waardevolle gebieden is een hoge beeldkwaliteit uitgangspunt en de beoordeling moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor de meeste bestaande woongebieden en bedrijventerreinen wil de gemeente zich wat de beoordeling betreft terughoudend opstellen en ruimte laten voor particulier initiatief. De nadruk ligt in deze gebieden op het zicht vanuit de openbare ruimte.
Vakmanschap Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van belanghebbenden om de kwaliteit van de leefomgeving in het oog te houden. Goed vakmanschap is daarbij van belang. De criteria voor gebieden en objecten gaan uit van de aanwezige kwaliteit en geven richtlijnen voor veranderingen, die redelijkerwijs passen in hun omgeving. Het kan voorkomen dat een bouwwerk of een plan afwijkt van zijn omgeving. In dat geval kan er gebruik worden gemaakt van de algemene criteria of van de criteria voor excessen. Algemeen De algemene criteria richten zich op het vakmanschap. Als de gebiedsgerichte en de objectgerichte criteria ontoereikend zijn, kan het nodig zijn expliciet terug te grijpen op de algemene criteria. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of de omgeving groter is.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 13
Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Schaal en maatverhoudingen Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Materiaal, textuur, kleur en licht Van het uiterlijk van een bouwwerk mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Excessen Van een exces is sprake als het uiterlijk van een bouwwerk sterk afwijkt van en afbreuk doet aan de omgeving. In zoverre er geen sprake is van een gebied waarin expliciet is aangegeven dat er geen eisen worden gesteld aan het uiterlijk van bouwwerken, moeten ook plannen die niet preventief worden getoetst passen in het beeld van de gemeente.
De inwoner heeft vrijheid binnen de structuur en architectuur van het bestaande gebied. De initiatiefnemer zal redelijkerwijs moeten aansluiten op wat in de omgeving gebruikelijk is (uitgezonderd bouwwerken die expliciet als vrij zijn aangewezen). Daarbij geldt, dat er eerder sprake is van strijdigheid naarmate een bouwwerk meer zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. Een aanbouw aan de achterzijde van een woning in een bouwblok is minder van invloed op het aanzien van de gemeente dan een aanbouw aan de zijgevel van een vrijstaande woning aan een doorgaande route. Ook is er eerder sprake van een exces bij cultureel erfgoed. Volgens de wet moeten de criteria voor het beoordelen op excessen in de nota ruimtelijke kwaliteit zijn opgenomen. De hier opgenomen criteria zijn in beginsel niet bedoeld om de plaatsing van een bouwwerk tegen te gaan. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het criterium, dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Vaak heeft dit betrekking op: Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is Een gevel kan door een veelvoud van kleine toegevoegde elementen te veel uit de toon vallen.
Daarnaast kunnen een of meerdere nieuwe gebouwen de samenhang in een gebied verstoren doordat de kenmerken hiervan teveel afwijken van wat gebruikelijk is.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 14
Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving Als een bouwwerk niet meer herkenbaar is in zijn omgeving, kan dit als exces bestempeld worden. Te denken valt aan een voor de voorgevel geplaatste schuur of reclamebord dan wel aan het dichttimmeren van gevelopeningen. Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden Aanpassingen aan een bouwwerk kunnen de architectonische bijzonderheden van een pand zodanig beschadigen dat het uiterlijk in strijd is met redelijke eisen. Een toegevoegd wezensvreemd element dat de architectuur van een pand ontkent, kan het oorspronkelijk karakter van een bouwwerk (deels) teniet doen, net als achterstallig onderhoud aan de buitenzijde van een bouwwerk. Van een andere orde zijn bouwwerken die door een calamiteit geheel of gedeeltelijk onherstelbaar zijn beschadigd. Het in stand laten van dit soort objecten kan een exces zijn. Het aantasten of vernietigen van cultuurhistorische waarden Het uiterlijk van een bouwwerk kan strijdig zijn met cultuurhistorische waarden van het object op zichzelf of van de omgeving. De reclame op de gevel van een winkel of de bouw van een garage vlak tegen een monumentaal huis kan een aantasting zijn van het uiterlijk van het pand of het aanzien van de straatwand.
Ook kan een schuur op een erf naast een monumentale boerderij een inbreuk zijn op de erfgoedwaarde van de ruimtelijke context. Armoedig materiaalgebruik Omdat materialen die niet geschikt zijn als bouwmateriaal kunnen leiden tot een armoedige en ook gevaarlijke situaties, kan de gemeente verlangen dat een ander materiaal wordt gebruikt. Felle of contrasterende kleuren Het toepassen van felle kleuren of kleuren die contrasteren met de directe omgeving, kan leiden tot een onrustig beeld en is daarom ongewenst. Te opdringerige reclames Een veelheid of hinderlijk in het oog springende reclame kan een exces zijn. Dat geldt niet alleen voor extern aangebrachte reclames, maar ook voor intern aangebrachte reclames die het uiterlijk van een gebouw beïnvloeden zoals beplakte glazen puien. Of er daadwerkelijk sprake is van een exces is onder andere afhankelijk van de ligging en de omvang van het gebouw. Aan de hand van de gebiedsgerichte criteria kan bekeken worden wat redelijkerwijs verwacht kan worden van een nieuw gebouw. Voor de gebieden met het soepele niveau zijn deze criteria wat grover gesteld en in de bijzondere gebieden juist wat preciezer. Bij de beoordeling of een object al dan niet een exces is, wordt hiermee rekening gehouden. In vrije gebieden is de excessenregeling niet van toepassing: vrij is vrij, ook achteraf.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 15
NIVEAUS EN GEBIEDEN Om in het beleid een onderscheid te maken naar aanwezige en gewenste verschillen, zijn er twee kaarten opgenomen. De invulling van deze beleidskaarten zijn een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit naar niveaus en gebieden ten behoeve van het toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. Niveaus De niveaus bepalen de ondergrens van redelijke eisen voor het uiterlijk van bouwwerken. De wens is de meeste inwoners en bedrijven veel ruimte te bieden voor initiatief en de nadruk te leggen op de kwaliteit van de beeldbepalende onderdelen van de gemeente. In de kaart worden vier niveaus onderscheiden. Het soepele niveau geldt voor de meeste woongebieden en bedrijven. Hier ligt de nadruk op het (eenvoudig) toetsen van plannen. Bij de niveaus gewoon en bijzonder verschuift de nadruk naar bespreken. Dit biedt meer interpretatieruimte voor de inpassing van plannen. Dit voorstel lijkt op de verdeling zoals die de afgelopen jaren in de voormalige gemeente Vianen gehanteerd is en betekent een eenvoudigere benadering op veel plekken in de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik. Ook is voor de voormalige gemeente Vianen opnieuw gekeken naar de invloed van de grenzen op de omgeving en zijn aan de hand hiervan enkele grenzen wat verschoven.
Bijzonder niveau Een bijzonder niveau kan gelden voor gebieden waar extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst is. Dit hoeft niet altijd te betekenen dat oorspronkelijke panden behouden blijven, ook nieuwbouw kan een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Dit is dus meer dan een aanvaardbaar straatbeeld. Bekeken wordt of de wijzigingen bijdragen aan de gewenste kwaliteiten. Voor de beschermde gezichten wordt uitgegaan van een bijzonder niveau. In de overwegend historische kernen is er aardig wat dynamiek in de vorm van verbouwingen en hier en daar vervanging van panden. Toch is het straatbeeld in de regel verzorgd en is de samenhang tussen de verschillende woningen bij tweekappers en korte rijen goed behouden. Een bijzonder niveau doet enerzijds recht aan de wens tot behoud van de (erfgoed)waarden en biedt anderzijds ruimte voor incidentele afwijkingen van hoge kwaliteit. Gewoon niveau Een gewoon niveau houdt rekening met belendingen en het zicht vanuit de openbare ruimte om de kwaliteit van de omgeving in stand te houden. Gekeken wordt of de wijzigingen leiden tot een aanvaardbaar straatbeeld en of het bouwwerk op zich consequent uitgewerkt is. De criteria geven duidelijkheid en bieden tegelijkertijd enige ruimte voor interpretatie.
Voor het landelijk gebied, de dorpslinten en de stedelijke uitlopers wordt uitgegaan van een gewoon niveau. Het buitengebied beslaat een groot deel van het grondgebied en is daarmee van belang voor de identiteit van Vijfheerenlanden. De sfeer van het landelijk gebied loopt door in de dorpslinten. Er is een bandbreedte aan bebouwing denkbaar, dat met een gewoon niveau ondersteund wordt.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 16
Soepel niveau Bouwplannen in gebieden met een soepel niveau doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit, gezien vanuit de openbare ruimte. De nadruk ligt daarmee op voorkanten. Aan achterkanten is het doel excessen te voorkomen. Standaardoplossingen zijn bij een soepel niveau in principe altijd goed. De criteria zijn zoveel mogelijk objectief en geven de planindiener vooraf veel duidelijkheid. Voor de meeste woongebieden en bedrijventerreinen gaat het scenario uit van een soepel niveau. Dit is een verruiming ten opzichte van huidige beleid van Leerdam en Zederik. Met een soepel niveau heeft de gemeente voldoende regie om de samenhang in het straatbeeld op hoofdlijnen te kunnen behouden. Vrij In vrije gebieden gelden geen criteria. De regie wordt gevoerd vanuit het bestemmingsplan: wat daarbinnen past mag worden uitgevoerd zonder naar het gebouw of de omgeving te kijken. De vorm van de massa is binnen de bouwvlek, goothoogte en maximale goothoogte vrij te kiezen. Ook de architectonische uitwerking wordt niet getoetst en materiaal en kleur zijn naar gelieven te wijzigen. Uitzonderingen op deze regel zijn reclame-uitingen en panden die als cultureel erfgoed zijn opgenomen in de bestemmingsplannen. Gebieden Ter ondersteuning van de verschillende niveaus zijn er gebieden onderscheiden met samenhangende bebouwingstypologieën.
Per gebied is een beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit en beoordelingscriteria opgenomen. Afhankelijk van het gevraagde niveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De per gebiedstype opgestelde criteria moeten in samenhang met beschrijving geïnterpreteerd worden. Ontwikkelingen en beeldkwaliteitsplannen De nota ruimtelijke kwaliteit bevat geen criteria voor planmatige (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. In deze gevallen zijn de gebiedsgerichte criteria niet toereikend voor een passende beoordeling. Tijdens de ontwikkeling van nieuwe gebieden kan in dit soort gebieden actief gestuurd worden door middel van een daarvoor vastgesteld beoordelingskaders zoals een beeldkwaliteits- of beeldregieplan. De gemeenteraad stelt de criteria vast als aanvulling op de nota ruimtelijke kwaliteit. De vastgestelde beoordelingskaders van lopende projecten zijn gedurende de ontwikkeling van het gebied geldig. Ingetekend zijn: • Beeldkwaliteitsplan Broekgraaf, Leerdam • Beeldkwaliteitsplan De Weide II, Meerkerk • Beeldkwaliteitsplan werklandschap Meerkerk IVa, Meerkerk • Het dozijn van Sluiseiland, Vianen • Beeldkwaliteitsplan de Blauwpoort, Vianen • Beeldregieplan Hoef en Haag, Vianen • Beeldregieplan Vrije kavels fase 1 Hoef en Haag, Vianen
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 17
Kaart niveaus
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 18
Kaart gebiedstypen
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 19
Hoofdstuk 3 GEBIEDEN Een belangrijke pijler van de nota ruimtelijke kwaliteit is het gebiedsgerichte beleid. Toelichting Om de verschillende gebieden te karakteriseren zijn gebiedsgerichte uitwerkingen gemaakt. Afhankelijk van het beoordelingsniveau zijn de onderscheidende karakteristieken meer of minder uitgebreid beschreven. De gebiedsgerichte criteria worden gebruikt voor afstemming op de ruimtelijke structuur. Beschrijving en criteria Per gebied zijn een beschrijving van de ruimtelijke kwaliteit en criteria voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken opgesteld, die samen een beoordelingskader vormen. De gebiedsgerichte criteria moeten worden gezien als de gewenste eigenschappen van het bouwplan. De criteria zijn onderverdeeld in criteria betreffende de ligging (relatie met de omgeving van het bouwwerk), de bouwmassa, de architectonische uitwerking, materiaal en kleur. Gebruiksregel Op basis van de gebiedscriteria kan binnen de grenzen van de ruimtelijke ordening een gewogen oordeel gevormd worden over bouwplannen. Voor objecten en ensembles met van het gebied afwijkende bouwstijlen kan voor de bespreking verwezen worden naar andere gebieden die beter aansluiten op de karakteristiek van deze bebouwing. Afbeeldingen In aanvulling op de tekst zijn foto’s opgenomen, die een impressie van het gebied geven.
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 20
Gebied 1 Binnenstad Vianen De binnenstad van Vianen heeft gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een kleinstedelijk karakter. Het gebied is vanwege het goed behouden historisch karakter aangewezen als beschermd stadsgezicht. RUIMTELIJKE KWALITEIT De binnenstad van Vianen is een historisch waardevol gebied met gemengde bebouwing aan oude straten. Het hart van de binnenstad bestaat uit de Voorstraat en een deel van de Kortendijk en de Langendijk. De Voorstraat wordt aan vier zijden omsloten door een vrijwel gesloten bebouwingswand. Deze wand is in hoofdzaak opgebouwd uit verschillende typen herenhuizen, het stadhuis, de Lekpoort, Grote Kerk en aan weerszijden winkels en huizen. Dit is ook het karakter van delen van de Kortendijk en Langendijk, die daarom samen met de Voorstraat als apart gebied met eigen beleid zijn onderscheiden. Het stratenpatroon van de rest van de binnenstad wordt gekenmerkt door evenwijdig aan elkaar lopende voor- en achterstraten. Het beeld van de Korten- en Langendijk is verwant aan dat van de Voorstraat. De overige straten zoals de Achterstraat zijn smaller en van minder allure. De binnenstad kenmerkt zich in het algemeen door een besloten karakter. Straten hebben voornamelijk aaneengesloten straatwanden met individuele panden.
Het karakter is stenig, met uitzondering van de groene randen rond de vesting. In het gebied is sprake van functiemenging. De bebouwing is aaneengesloten en staat in de voorgevelrooilijn direct aan de straat. Door de pandsgewijze opbouw is het karakter individueel en afwisselend. Bebouwing is in beginsel georiënteerd op de weg en vormt ondanks de gevarieerde straatwand een duidelijke stedenbouwkundige eenheid. De panden hebben over het algemeen een opbouw van één tot twee lagen met kap. De noklijn staat haaks op of loopt evenwijdig aan de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Winkels en bedrijven hebben een afwijkende begane grond. De architectonische uitwerking van de panden is gevarieerd en rijk. Dit komt naar voren in fijn gedetailleerde elementen als houten raam- en deurlijsten, veelkleurige siermetselwerkpatronen en natuurstenen speklagen. Gevels worden beëindigd met siermetselwerk of fijn bewerkte houten daklijsten. Materialen en kleuren zijn in de regel traditioneel en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint. De kap is veelal gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijgebouwen zijn van steen of hout. De begane grondlaag van bedrijven en winkels is vaak voorzien van afwijkende kleuren of reclame.
Uitzonderingen zijn de in het kader van de stadsvernieuwing seriematig gebouwde woningen zoals aan Weesdijk en Walsland. Hier is de individuele woning ondergeschikt aan de eenheid binnen de rij of het cluster. Gevels hebben in de regel een horizontale geleding. De detaillering is eenvoudig en seriematig. Materialen en kleuren zijn terughoudend en afgestemd op rij of cluster. Waarde De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de compacte structuur met gevarieerde bebouwing in relatie tot de historische context. Doordat de samenhang tussen de bebouwing en de historische wegenstructuur nog intact is, heeft de binnenstad een hoge cultuurhistorische waarde. Waar in het kader van de stadsvernieuwing historische panden gesloopt zijn, is deze samenhang aangetast. Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 21
UITERLIJK BOUWWERKEN De binnenstad is een historisch waardevol gebied met een bijzonder niveau. Het beleid is gericht op het behoud van het aanwezige historische karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur van afwisselende straten. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalige, gegroeide karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken gelden in de binnenstad van Vianen Voorstraat en omgeving In het gebied rond de Voorstraat wordt gebruik gemaakt van het beeldkwaliteitsplan “Voorstraat en omgeving”.
Binnenstad overig Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken in overige delen van de binnenstad wordt in samenhang met de beschrijving in deze nota getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden en versterken • rooilijnen van de hoofdmassa’s zijn aaneengesloten en verspringen hier en daar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) • per kavel is er één hoofdmassa, die direct aan de straat of het plein staat • bijgebouwen staan in beginsel uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Bouwmassa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met in beginsel een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben in beginsel één of twee lagen met eenduidige, nadrukkelijke kap (veelal zadeldaken van meer dan 45 graden) • de nok volgt de verkavelingsrichting of is evenwijdig aan de weg • goothoogten en gevelbeëindigingen verschillen van belendingen • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte •
uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • gebouwen met bijzondere functies kunnen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 22
• de architectuur volgt het beeld van kleinschalige bebouwing met nadruk op de kap, grotere massa’s onderverdelen • gevels hebben in beginsel een klassieke indeling met een verticale geleding • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn het uitgangspunt • ramen in beginsel staand of (verticaal) onderverdelen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn traditioneel of terughoudend en passen in het stadsbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of in een witte of lichte grijstint pleisteren • hellende daken dekken met (matte) keramische pannen, natuursteen leien of natuurlijk riet (zink in beperkte mate) • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op belendingen • aan- en bijgebouwen in kleur en materiaal afstemmen op het hoofdgebouw
Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 23
Gebied 2 Binnenstad Leerdam De binnenstad van Leerdam is aan de Linge ontstaan en wordt begrensd door de Meent, Provinciale weg, de Linge en de bebouwing aan de Oostwal. RUIMTELIJKE KWALITEIT Het oude centrum van Leerdam heeft voornamelijk smalle straten met overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met kleinstedelijk karakter. De straten zijn stenig met veelal aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Aan de straten haaks op de Fonteinstraat staan relatief veel stadsvernieuwingspanden. Aan de stadsrand komen voortuinen en grotere vrijstaande woningen voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg. Op achterterreinen komt soms grootschaligere bebouwing voor. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en variërende kappen of een plat dak. De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Winkels en bedrijven hebben veelal een afwijkende begane grond. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor.
De binnenstad heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, van sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en de kap is gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. De begane grondlaag van winkels en bedrijven is vaak voorzien van panelen, afwijkende kleuren en reclame. Uitzonderingen zijn de meer grootschalige inbreidingen, zoals in de omgeving van de Westwal en de Markthof. Deze gebouwen zijn in de oude structuur opgenomen, maar bestaan uit grotere eenheden dan de omgeving. Bijzondere elementen zijn de centraal gelegen kerk, molen Ter Leede en de resten van de vestingwerken aan de Zuidwal. Een andere bijzonderheid is het Hofje van Mevrouw van Aerden, eind 18e eeuw gebouwd op de plaats van het kasteel van Leerdam. Het hofje is nu in gebruik als museum. De bijzondere elementen wijken af in massa, opbouw en vorm. Waarde Het historisch centrum van Leerdam heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan straten.
Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. UITERLIJK BOUWWERKEN De binnenstad is een gebied met een gewoon niveau. Het beleid is gericht op het behoud van het aanwezige historische karakter met gevarieerde bebouwing in een samenhangende structuur van afwisselende straten. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalige, gegroeide karakter dat af te lezen is aan de mate van afwisseling Ruimtelijke kwaliteit Vijfheerenlanden | September 2020 | pagina 24
en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Criteria Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken wordt in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria (voor erfgoed zijn aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 2): Ligging • het kleinstedelijke karakter van het gebied behouden en versterken • rooilijnen van de hoofdmassa’s zijn aaneengesloten en verspringen hier en daar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte(n) • per kavel is er één hoofdmassa, die direct aan de straat of het plein staat • bijgebouwen staan in beginsel uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Bouwmassa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het gebiedskarakter en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met in beginsel een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij of complex is deel van het geheel • gebouwen hebben in beginsel één of twee lagen met eenduidige, nadrukkelijke kap (veelal zadeldaken van meer dan 45 graden) • de nok volgt de verkavelingsrichting of is evenwijdig aan de weg • goothoogten en gevelbeëindigingen verschillen van belendingen •