Begroting 2026 2029.docx
Tekst van het document
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Vestigingsplaats Den Haag Doel BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag
64
Programma Deelnemende partijen
Openbaar belang
Bestuurlijk belang
Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s Ontwikkelingen
NV Stedin Groep Vestigingsplaats Doel Programma Deelnemende partijen Openbaar belang Bestuurlijk belang
Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s Ontwikkelingen
houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Programma F. Financieel gezond Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, elf provincies en een hoogheemraadschap. Aandelen BNG Bank luiden op naam en zijn niet beursgenoteerd. De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen met een maatschappelijk belang. Met gespecialiseerde dienstverlening draagt de BNG bij aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. De gemeente heeft als aandeelhouder stemrecht in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA). Wethouder van Maanen vertegenwoordigt de gemeente in de AvA. De gemeente Vijfheerenlanden heeft 83.265 van de 55.690.720 aandelen BNG. De BNG baseert dividendvoorstellen op haar kapitaalbeleid. Over de boekjaren 2023 en 2024 bedroeg het uitkeringspercentage 50% van de netto winst. Dit is in lijn met Artikel 20 lid 4 van de BNG artikel van samenwerking. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: 4.721.000 4.777.000 Vreemd vermogen: 110.819.000 123.164.000 Totaal vermogen: 115.540.000 127.941.000 Baten VHL: 209 180 180 Baten alle deelnemers: 120.000 120.000 140.000 Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen.
Er zijn geen ontwikkelingen met beleidsmatige of financiële gevolgen.
Rotterdam Via energienetwerken zorgt Stedin voor de distributie van gas en elektriciteit in een groot deel van Nederland. Programma F. Financieel gezond Gemeenten in Zuid-Holland, Zeeland, Utrecht, Noord-Holland en Noordoost Friesland. Stedin is verantwoordelijk voor het transport van elektriciteit en gas naar circa 2,3 miljoen huishoudens en industriële klanten. De gemeente heeft als een van de 42 aandeelhouders stemrecht in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (AvA). Wethouder van Maanen vertegenwoordigt de gemeente in de AvA. De gemeente Vijfheerenlanden heeft 95.787 van de 5.684.687 gewone aandelen Stedin en 8.030 van de 416.068 cumulatief preferente aandelen (uitgegeven in 2021). De aandeelhouders zijn niet aansprakelijk voor eventuele tekorten bij Stedin. Stedin keert jaarlijks dividend uit. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: 3.221.000 3.370.000 Vreemd vermogen: 5.063.000 5.704.000 Totaal vermogen: 8.284.000 9.074.000 Baten VHL: 961 766 766 Baten alle deelnemers: 56.000 46.000 46.000 Het van Stedin te ontvangen dividend is afhankelijk van het financiele resultaat van Stedin. Dit kan jaarlijks verschillen. In 2023 zijn het Rijk en een aantal provincies toegetreden als aandeelhouders. Dit heeft geleid tot een verwatering van het belang van Vijfheerenlanden in Stedin.
Stedin heeft hiervoor 500 miljoen euro opgehaald voor de energietransitie. Dit heeft daarmee geleid tot een verwachte daling van het dividend voor Gemeente Vijfheerenlanden in de komende jaren.
65
MerwedeLingeLijn (MLL) Beheer BV Vestigingsplaats Gorinchem Doel Beheer en exploitatie van de spoorlijn inclusief stations tussen Dordrecht en Geldermalsen. Programma Programma F. Financieel gezond Deelnemende partijen Provincie Zuid-Holland; Gemeenten Dordrecht, Sliedrecht, Hardinxveld‐Giessendam, Molenlanden, Gorinchem, Vijfheerenlanden en Geldermalsen. Openbaar belang Openbaar vervoer Bestuurlijk belang De gemeente wordt in het bestuur van MLL Beheer vertegenwoordigd door wethouder van Montfoort. De gemeente Vijfheerenlanden is aandeelhouder voor een aandelenkapitaal van € 30.525,-. Financieel belang (x € Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 1.000) Eigen vermogen: 250 250 250 Vreemd vermogen: 219 Totaal vermogen: 469 Bijdrage VHL: 0 0 0 Bijdrage alle deelnemers: 0 0 0 Risico’s Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen. Ontwikkelingen Er loopt een onderzoek naar het slapend maken van de BV. Dit zal betekenen dat er in die vorm minder geld nodig is. De omvorming zal in dat geval zoveel mogelijk vanuit de reserves binnen de BV worden uitgevoerd. Stichtingen en verenigingen IBMN Vestigingsplaats Doel
Ontwikkelingen
Vianen De dienstverlening is gericht op het inkoop- en aanbestedingsbeleid van elke deelnemende gemeente. IBMN begeleidt zowel individuele als gezamenlijke inkoop- en aanbestedingstrajecten, helpt bij het opstellen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid en fungeert als vraagbaak/helpdesk op het gebied van inkoop- en aanbesteding. Programma A Bestuur, dienstverlening en organisatie Deelnemers zijn de gemeenten IJsselstein, Leusden, Molenlanden, Montfoort, Scherpenzeel, Vijfheerenlanden, De Bilt en Woudenberg. Gemeenschappelijke regelingen: Avres, RMN en RSDKRH. Voordelen behalen door efficiënte en effectieve inkoop en zo kosten reduceren. Daarnaast zorg dragen voor een rechtmatige inkoop die voldoet aan gemeentelijke, nationale en Europese aanbestedingsregels. De algemeen directeur/gemeentesecretaris vertegenwoordigt de gemeente Vijfheerenlanden in het Algemeen Bestuur. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: 213 219 Vreemd vermogen: 118 117 Totaal vermogen: 331 336 Bijdrage VHL: 161 90 Bijdrage alle deelnemers: 1.086 856 Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen. Er zijn geen ontwikkelingen met beleidsmatige of financiële gevolgen.
Stichting WerkwIJSS Vestigingsplaats
IJsselstein
Programma Deelnemende partijen Openbaar belang Bestuurlijk belang Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s
66
Doel Programma Deelnemende partijen Openbaar belang
Bestuurlijk belang Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s Ontwikkelingen
De stichting WerkwIJSS heeft als taak om beschutte werkplekken aan te bieden aan inwoners die daarvoor door de gemeenten worden aangedragen. Programma C Sociaal Domein Gemeenten Nieuwegein, Lopik, IJsselstein, Stichtse Vecht en Vijfheerenlanden. WerkwIJSS biedt mogelijkheden voor iedereen die zelf moeilijk aan een reguliere, betaalde baan kan komen. Denk hierbij aan mensen met een arbeidsbeperking, langdurig werklozen, bijstandsgerechtigden, statushouders of vroegtijdig schoolverlaters. De stichting heeft een eigen bestuur. Wethouder Hitipeuw vertegenwoordigt de gemeente Vijfheerenlanden in de Raad van Commissarissen. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: Vreemd vermogen: Totaal vermogen: Bijdrage VHL: 64 92 0 Bijdrage alle deelnemers: 755 853 Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen. WerkwIJSS groeit toe naar een integratie met Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) om in 2028 tot een integrale uitvoeringsorganisatie te komen. Omdat de gemeente Vijfheerenlanden al deelneemt in de gemeenschappelijk regeling Avres zal de gemeente geen mede-eigenaar worden van die nieuwe uitvoeringsorganisatie. Op 17 december 2024 is met de raad gedeeld dat vanaf 1-1-2026 de Dienstverleningsovereenkomst met WIL wordt beëindigt en dat vanaf dan een DVO met Avres wordt aangegaan.
Daarnaast is op 6 februari 2025 het voornemen om ook bestuurlijk uit te treden besproken in de raad wat vervolgens op 10 maart is gebeurd.
Overige verbonden partijen U10 Vestigingsplaats Doel
Programma Deelnemende partijen
Openbaar belang
Utrecht Netwerksamenwerking op de terreinen economie, ruimtelijk ontwikkeling, verkeer- en vervoer, sociaal domein en energietransitie om de maatschappelijke uitdagingen van de regio Utrecht om te zetten in kansen. Programma A Bestuur, dienstverlening en organisatie De U10 bestaat uit de volgende gemeenten: Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist. De U10 is een netwerkorganisatie waar op de diverse beleidsterreinen gekeken wordt naar meerwaarde in samenwerking en gelijke aanpak. Per onderwerp wordt binnen de bestuurstafels gezocht naar gemeenten die daarin willen samenwerken. De deelnemende gemeenten participeren ook in de Economic Board Utrecht (EBU) samen met private partijen. Op deze drie thema’s zijn convenanten gesloten: • samenwerking op het gebied van verkeer- en vervoer • brede samenwerking binnen de U10 • aansluiting bij de Economic Board Utrecht (EBU) Vanaf 2024 is de bijdrage voor de realisatie van het Integraal Ruimtelijk Perspectief structureel opgenomen. (RIB 1054288).
Op een aantal onderwerpen treedt U10 samen met provincie Utrecht en regio Amersfoort naar buiten (Rijk en EU) onder het label Metropoolregio Utrecht (MRU) om aandacht te vragen voor ruimtelijk-economische opgaven waar een bijdrage in gewenst of vereist is.
67
Bestuurlijk belang
Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s Ontwikkelingen
De U10 is strikt genomen geen verbonden partij maar een netwerk waarin gemeenten samenwerken op basis van een convenant. Gemeenten betalen een contributie. Het college is vertegenwoordigd door meerdere wethouders aan de diverse bestuurstafels. Naast de Bestuurstafels is burgemeester Fröhlich voorzitter van het voorzittersoverleg en vertegenwoordigt hij met de burgemeester Dijksma van Utrecht ook de U10 in en buiten de regio. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: n.v.t. n.v.t. n.v.t. Vreemd vermogen: n.v.t. n.v.t. n.v.t. Totaal vermogen: n.v.t. n.v.t. n.v.t. Bijdrage VHL: 232 250 261 Bijdrage alle deelnemers: 2.105 2.430 2.530 U10-organisatie werkt de laatste jaren binnen de opgestelde begroting en heeft in de periode 2024-2027 zelf een taakstelling opgenomen en werkt binnen de taakstelling. Een huidige ontwikkeling is de uitvoering van de uitvoeringsagenda IRP, waarbij we in gebiedsallianties gaan werken. Meer informatie is terug te lezen in de RIB 1496277 Uitvoeringsagenda IRP U10 d.d. 18 juni 2025. Er zijn er geen ontwikkelingen met beleidsmatige of financiële gevolgen.
Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) Vestigingsplaats Houten Doel De RBL voert namens de deelnemende gemeenten de inkoop en administratieve dienstverlening uit voor de uitvoering van de Jeugdwet. Vijfheerenlanden neemt ook deel aan de inkoop van Wmo individuele begeleiding, maar de backoffice van WMO doet Vijfheerenlanden zelf. Programma Programma C Sociaal Domein Deelnemende partijen De gemeenten Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein en Vijfheerenlanden Openbaar belang Het inkopen van individuele en collectieve begeleiding Wmo en specialistische jeugdhulp en uitvoeren van administratieve werkzaamheden (accounthouderschap) voor de uitvoering van de Wet op de Jeugdhulp. Bestuurlijk belang RBL is strikt genomen geen verbonden partij van de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden heeft geen bestuurlijk belang in RBL. De relatie is vormgegeven door middel van een samenwerkings- en dienstverleningsovereenkomst. Gezien het financieel belang, is RBL wel opgenomen in de paragraaf verbonden partijen. Er is een Bestuurlijk Platform Sociaal Domein (BPSDL). Dit platform heeft geen besluitvormende bevoegdheden. Hieraan neemt wethouders Bel deel.
Financieel belang (x € Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 1.000) Eigen vermogen: Vreemd vermogen: Totaal vermogen: Bijdrage VHL: 780 939 Bijdrage alle deelnemers: Risico’s Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen. Ontwikkelingen Er zijn geen ontwikkelingen met beleidsmatige of financiële gevolgen.
Stichting Gebiedsmarketing Vestigingsplaats Vianen Doel Door de inzet van strategische gebiedsmarketing het toeristisch bezoek aan de regio vergroten. De positionering van het gebied Tussen Lek & Linge en van de in het gebied liggende steden Leerdam en Vianen, maken daar onderdeel van uit. De activiteiten richten zich op het imago van het gebied en het vergroten van de kracht van het netwerk. Middelen die
68
Programma Deelnemende partijen Openbaar belang
Bestuurlijk belang Financieel belang (x € 1.000)
Risico’s Ontwikkelingen
hiervoor worden ingezet zijn samenwerking met toeristische partners, promotie en productontwikkeling. Programma E Ontplooiing. De Stichting Gebiedsmarketing werkt o.a. samen met de ondernemers(verenigingen) en gemeente Vijfheerenlanden. De gebiedsmarketingstichting Tussen Lek en Linge zal letterlijk en figuurlijk de verbinding maken tussen alle elementen die de cultuur, natuur en historie in het gehele gebied Vijfheerenlanden te bieden heeft en de aantrekkelijkheid hiervan op een toegankelijke wijze onder de aandacht brengen van potentiële bezoekers en bewoners in het gebied. De stichting is strikt genomen geen verbonden partij van de gemeente Vijfheerenlanden. Vijfheerenlanden is niet vertegenwoordigd in het bestuur, aangezien deze stichting onafhankelijk is van de gemeente. Toelichting Werkelijk 2024 Begroot 2025 Begroot 2026 Eigen vermogen: Vreemd vermogen: Totaal vermogen: Bijdrage VHL: Bijdrage alle deelnemers: Er zijn geen risico’s met financiële gevolgen die meegenomen moeten worden bij de bepaling van ons benodigd weerstandsvermogen. Er zijn geen ontwikkelingen met beleidsmatige of financiële gevolgen.
69
Paragraaf A3: WET OPEN OVERHEID
INLEIDING In deze paragraaf wordt beschreven hoe de gemeente omgaat met de Wet open overheid (Woo). De Woo regelt de procedure voor het opvragen van overheidsinformatie en stelt dat eenieder recht heeft op toegang tot publieke informatie zonder daartoe een belang te hoeven stellen. De wet vervangt sinds 1 mei 2022 de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het belangrijkste uitgangspunt is dat bestuursorganen verplicht zijn om actief informatie te publiceren, tenzij er uitzonderingen gelden. Welke informatie actief gepubliceerd moet worden wordt per categorie gefaseerd ingevoerd. Daarnaast biedt de Woo een duidelijke procedure voor het indienen en behandelen van informatieverzoeken. Om op termijn gestructureerd aan de Woo te kunnen voldoen is een goede informatiehuishouding essentieel. BELEIDSNOTA’S EN VERORDENINGEN Er zijn geen concrete beleidsnota’s of verordeningen die voortvloeien uit de Woo. Wel zijn er in het kader van de organisatiebrede informatiehuishouding en het beheer en behoud van de bekend te maken informatie raakvlakken met ander beleid. Zo zijn de ICT Visie Gemeente Vijfheerenlanden 2025-2029 (raad, 2025), de Archiefverordening gemeente Vijfheerenlanden 2019 (raad, 2019) en de Beheerregeling informatiebeheer Vijfheerenlanden 2020 (college, 2020) relevant voor het op orde brengen en houden van de informatiehuishouding en daarmee de uitvoering van de Woo.
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Relatie met informatiebeleid Steeds meer diensten zijn online beschikbaar en inwoners en ondernemers verwachten dat ook van ons. Daarnaast verandert ICT door de komst van cloud, data-analyse en kunstmatige intelligentie. Dit vraagt om een moderne ICT-organisatie en goede samenwerking met de uitvoerende teams. Het eenvoudig kunnen raadplegen van beschikbare bestaande documenten en informatie wordt binnen de gemeentelijke organisatie en door externe partijen verwacht. In de ICT visie 2025-2029 zijn kaders gesteld voor de toekomst van onze ICT omgeving. De uitvoering vindt plaats via een uitvoeringsprogramma. Daarin wordt ook gewerkt aan de verbetering van ons informatiebeheer, een randvoorwaarde om aan de Woo invulling te kunnen geven. Verplichte categorieën Bestuursorganen met dezelfde omvang als Vijfheerenlanden zetten in deze fase ook veelal in op het realiseren van een goede informatiehuishouding. Het actief publiceren van nog niet verplichte categorieën gebeurt nauwelijks. WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN Stand van zaken invoering Wet open overheid Zoals hiervoor al is vermeld, vervangt de Woo sinds 2022 de Wob. Het belangrijkste verschil is dat met de ingang van de Woo bestuursorganen verplicht zijn om bepaalde informatie en documenten actief openbaar te maken. Om welke informatie en documenten het gaat is per categorie ingedeeld.
Er zijn zeventien verschillende informatiecategorieën die in vier fasen worden ingevoerd. De eerste fase is op 1 november 2024 in werking getreden. Het gaat in deze fase om wetten en algemeen verbindende voorschriften, besluiten van algemene strekking, bereikbaarheidsgegevens van de gemeentelijke organisatie en de organisatie-indeling en werkwijzen. Vijfheerenlanden maakt op dit moment alle vereiste informatie openbaar. Het is nog niet bekend wanneer fase 2
70
wordt ingevoerd. De invoering van fase 1 is meerdere keren uitgesteld. Het is de verwachting dat dit voor fase 2 niet anders is. Het is bekend welke informatie met ingang van fase 2 openbaar moet worden gemaakt. Op dit moment wordt gewerkt aan het inrichten van systemen en werkwijzen om uitvoering mogelijk te maken. https://www.open-overheid.nl/onderwerpen/openbaar-maken/woo-informatiecategorieen-endefinities Relatie met Archiefwet Zolang documenten zich binnen het bestuursorgaan bevinden, is de Woo van toepassing. Na overbrenging naar een archiefbewaarplaats regelt de Archiefwet de openbaarheid, waarbij andere uitzonderingen kunnen gelden. Met de invoering van de nieuwe Archiefwet (in het najaar van 2026) worden de openbaarheidsbeperkingen van de Archiefwet gelijkgesteld aan die van de Woo. RISICO’S EN KANSEN Risico/kans Tempo van implementatie van de Woo (risico en kans)
Relatie met uitvoering ICT visie (kans)
Samenwerking (kans)
Toelichting Het kan voorkomen dat het niet lukt om, tijdig, te voldoen aan de nog in te voeren fasen en publicatieeisen. Hier staan niet direct consequenties tegenover. Wel is de verwachting dat met de in het verleden veelal uitgestelde invoering van fasen het nog jaren duurt voordat de Woo volledig van kracht is. Dat betekent echter niet dat we achterover kunnen leunen. De ICT-visie geeft de kaders voor de inrichting van onze ICT organisatie. Dit draagt bij aan de implementatie van de Woo. Voor de Woo zijn vooral de I-navigator en het digitaal archief relevant. Met het op orde brengen van de informatiehuishouding en het bedenken en implementeren van een systeem om een veelvoud aan documenten te publiceren kunnen in deze fasen veel keuzes worden gemaakt. Andere bestuursorganen zijn ook bezig met de implementatie van de Woo en we zetten in op kennisdeling zodat niet iedereen voor zichzelf het wiel hoeft uit te vinden. De VNG helpt gemeenten met het programma Grip op Informatie om kansen te benutten die zich voordoen op het gebied van transparantie, efficiëntie, innovatie, dienstverlening en de mogelijkheid om datagedreven te kunnen werken.
Impact 3
2
2
KENGETALLEN EN PRESTATIE-INDICATOREN We gebruiken benchmarks en periodieke audits om te controleren of onze informatie actueel en correct is. BESTUURLIJKE RESULTATEN •
Er zullen in 2026 naar verwachting geen voorstellen aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.
OVERIGE (WETTELIJK) VERPLICHTE INFORMATIE Niet van toepassing.
71
Paragraaf B1: ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
INLEIDING De gemeente Vijfheerenlanden zet zich in voor een veilige, groene en leefbare openbare ruimte. Om dit doel te bereiken investeren wij in onze kapitaalgoederen. Deze paragraaf beschrijft de onderwerpen die gezamenlijk de kapitaalgoederen (in bezit zijnde gemeentelijk vastgoed en openbare ruimte) vormen en hoe zij worden beheerd. Dit conform de regels zoals door de gemeenteraad vastgesteld in artikel 19 van de Financiële Verordening gemeente Vijfheerenlanden. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in vier beheerprogramma’s, waaronder elf beheerplannen vallen. Het vastgestelde beleidskader wordt verwerkt in de beheerplannen. Deze paragraaf heeft als doel inzicht te geven in het beleid en beheer betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen. Belangrijk is dat op hoofdlijnen het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen niet verslechtert. Uitzonderingen daargelaten, zoals bepaalde gebouwen waarover de raad vooraf is geïnformeerd. Derhalve worden eens per vier à vijf jaar de kapitaalgoederen geïnspecteerd en vloeit daar het onderhoudsniveau uit. Tussentijdse inspecties worden in beperkte mate uitgevoerd, tenzij er vanuit beheeroverwegingen reden is om hier op over te gaan. BELEIDSNOTA’S EN VERORDENINGEN Beleidsnota’s Het beleidskader ligt vast in de onderstaande plannen. Als er geen beheerplan is, dan wordt het onderhoud aan de hand van een uitvoeringsplan uitgevoerd.
In de financiële verordening Vijfheerenlanden is geregeld dat het beheerplan Riolering en het beheerplan Gebouwen eens in de vijf jaar geactualiseerd moeten worden en de overige plannen eens in de vier jaar. Naam Beheerplan onderhoud wegverhardingen Beheerplan civiele kunstwerken Beleid- en Beheerplan Openbare Verlichting Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen Groenbeheerplan Beheer- en uitvoeringsplan Spelen Beleid en beheerplan straatmeubilair Beleids- en beheerplan kunstwerken in de openbare ruimte Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) Oeverbeleidsplan Beheerplan gemeentelijk vastgoed
Jaar 2021 2025 2024 2023 2023 2025 2022 2022 2025 2026 2024
Verordeningen Naam Beheersverordening begraafplaatsen
Jaar 2025
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Kwaliteitsniveaus In het algemeen wordt de openbare ruimte beheerd op kwaliteitsniveau B. In het kader van de ombuigingen wordt op de bedrijventerreinen kwaliteit C geaccepteerd. Een uitzondering hierop zijn de begraafplaatsen in onze gemeente. Deze gedenklocaties worden op niveau A onderhouden. Voor het beeldkwaliteit van de openbare ruimte kennen we onderstaande niveaus:
72
Niveau Toelichting
A+ Zeer goed
A Goed
B Voldoende
C Matig
D Slecht
Wegverhardingen Het actueel houden van de beheerdata is een continu proces. De gemeente Vijfheerenlanden heeft 2,82 miljoen m² verharding in eigendom en beheer. Het huidige Wegenbeleidsplan 2021-2025 is gebaseerd op een areaal van 2,2 miljoen m². In 2026 wordt het wegenbeleidsplan geactualiseerd voor de periode 2026-2030. De Globale Visuele Weginspectie is het twee jaarlijkse ijkmoment waarop de werkelijke technische kwaliteit wordt vergeleken met de vastgestelde beeldkwaliteit (B). De verhardingen waarvan de werkelijke kwaliteit onder de vastgestelde kwaliteit is gedaald worden met een onderhoudsmaatregel weer op het gewenst niveau gebracht. Civiele kunstwerken We zorgen ervoor dat alle objecten veilig zijn. Dit gebeurt voornamelijk door preventief onderhoud, zoals reinigen en periodieke inspecties. Daarnaast vervangen we onderdelen tijdig waar het moet om groter onderhoud en daarmee hogere kosten te voorkomen. Ook wordt er snel gehandeld op meldingen. In 2026 worden er vier civiele kunstwerken compleet vervangen. Openbare Verlichting De openbare verlichting wordt beheerd conform de uitgangspunten die staan beschreven in het beleid- en beheerplan 2025-2028. Het dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd door bureau OVL. Voor 2026 staat gepland om 330 masten en 1500 armaturen te vervangen verspreid over het gebied van Vijfheerenlanden.
Groen Afgelopen jaar zijn wij aangesloten bij de groene stad challenge. Binnen deze challenge wordt onder andere gekeken waar overbodige verharding omgevormd kan worden naar groen, waar mogelijk extra bomen geplant kunnen worden en waar traditionele parkeervakken omgevormd kunnen worden naar groen-parkeren. Binnen projecten proberen we zoveel mogelijk uitvoering te geven aan de uitkomsten van deze challenge. In de wintermaanden van 2025/2026 gaan we voor elke ondergronds geplaatste vuilcontainer in het groen en elke kind en nieuwe woning op zoek naar locaties voor bomen. Groen De speelplaatsen in Leerbroek, Tienhoven, en Zijderveld zijn in de afrondingsfase van de renovatie. Er worden nog wat herstelwerkzaamheden uitgevoerd en ook het groen zal komend plantseizoen worden aangebracht. Voor Everdingen is het participatietraject afgesloten met de terugkoppeling van de definitieve ontwerpen. Inmiddels is de aanbesteding van een uitvoerder ook afgerond en deze zal op korte termijn het werk opstarten. Voor het eind van het jaar zal dit project zijn afgerond. Voor de wijken Leerdam Noord en Ter Leede was nog een extra participatieronde nodig. Maar inmiddels loopt de aanbesteding. Riolering en watergangen In 2025 is het Rioleringsprogramma 2026-2030 vastgesteld. In dit programma wordt stilgestaan bij de drie waterzorgtaken die de gemeente heeft.
Te weten afvalwater, hemelwater en grondwater. Het onderhoud aan het rioolsysteem en de vervangingsprojecten komen voort uit deze waterzorgtaken. De gemeente moet immers zorgen dat deze systemen naar behoren blijven werken. Zo wordt in het centrum van Vianen begonnen aan de laatste fase van het afkoppelen. Met het afkoppelen van riolen scheiden we hemelwater en vuil water van elkaar om ervoor te zorgen dat het water sneller kan worden verwerkt en er minder water op straat komt. In 2026 worden 5 rioolgemalen, 1 vacuümstation, 8 centrale voedingskasten en 114 drukrioolgemalen geheel of gedeeltelijk gerenoveerd.
73
We hebben de verplichting om gemeentelijke watergangen langdurig op diepte te houden. Daarom baggeren we planmatig, maar niet jaarlijks. De werkzaamheden voeren we uit aan de hand van het baggerbeheerplan dat is uitgesplitst naar wijk of dorpskern met een cyclus van 10 jaar. Daarnaast worden de sloten jaarlijks gemaaid en waar nodig 2 keer per jaar. In 2026 worden op diverse plekken binnen de gemeente beschoeiingen en damwanden vervangen. Ook wordt gestart met een areaalscan om de actuele onderhoudsstaat vast te stellen. Gebouwen In 2025 is gestart met de aanbesteding voor de verduurzaming van gemeentelijke panden op basis van de Routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025–2050. WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN Er is geen sprake van wettelijke ontwikkelingen. RISICO’S EN KANSEN Risico/kans Achterstand op de uitvoeringsplannen
Toelichting Veel werkzaamheden worden voorbereid in het jaar dat ze gepland zijn. De uitvoering wordt echter vaak uitgevoerd of afgerond in het opvolgende jaar. Er is daarmee geen sprake van achterstallig onderhoud maar wel van een achterstand op de uitvoeringsplannen.
Impact 2
KENGETALLEN EN PRESTATIE-INDICATOREN Kritische prestatie-indicatoren Beheer openbare ruimte Streefwaarde Vernielingen en beschadigingen in de openbare ruimte (per 1.000 inwoners) Buurt is voldoende groen (%) Perken, plantsoenen en parken zijn goed onderhouden (%) Staat van de buurt - Buurt is 'heel' (%) Staat van de buurt - Buurt is schoon (%) Staat van de buurt - Straten, paden en trottoirs zijn goed begaanbaar (%) Staat van de buurt - Groenvoorziening is goed onderhouden (%) Achterstallig onderhoud (€) 0 Aantal meldingen kwaliteit openbare ruimte
0 5.985
Gebouwen Achterstallig onderhoud (€)
2022 0
Streefwaarde 0
2022 4,5
2023 4,2
2024 4,3
2025
Bron W
75 54
73 53
WSJG WSJG
73 59 67
71 58 64
WSJG WSJG WSJG
54
53
WSJG
0 4.598
0 7.055
CA CA
2023 0
2024 0
2025
Bron CA
Overige indicatoren In onderstaande tabel staan de kengetallen per kapitaalgoed zoals bekend bij de begroting 2026 – 2028. Kapitaalgoederen Wegen Openbare verlichting Groen Bomen Straatmeubilair Hekwerken* Water
Omschrijving Asfalt, elementverharding, halfverharding Aantal lichtpunten Bos, bosplantsoen, hagen, heesters, vaste planten, bermen, gras en grasstenen Bomengroep, laanbomen, solitairen Banken, afvalbakken, verkeersborden, palen Speelplaatsen, langs het water etc. Watergangen
Aantal 282 14.253 270
Eenheid ha stuks ha
21.956 28.117 9.639 118
Stuks Stuks M1 km
74
Riolering Riolering Gemalen Baggeren Beschoeiing Speelplaatsen Speeltoestellen Gebouwen Civiele kunstwerken Creatieve kunstwerken
Vrij-verval riolering Drukriolering, persleiding Minigemalen, gemalen, bergbezinkvoorziening, vacuümstations, etc. Te baggeren watergangen Hardhout, kunststof, etc. Speelplaats met verschillende toestellen Voor diverse leeftijdscategorieën Schoolgebouwen, kerktorens, stadhuizen, dorpshuizen Bruggen, duikers, steigers, kademuren, etc. Beeldende kunst in de openbare ruimte
398 207 1.397
km km stuks
76.500 49.000 216 1103 120
M1 M1 stuks stuks stuks
203 99
stuks stuks
BESTUURLIJKE RESULTATEN •
In 2026 wordt het wegenbeleidsplan geactualiseerd voor de periode 2026-2030.
OVERIGE (WETTELIJK) VERPLICHTE INFORMATIE Exploitatie-uitgaven (bedragen x € 1.000) Hoofdthema Onderhoud Onderhoud Storting voorziening Onderhoud Onderhoud Totaal Wegen Onderhoud MJOP (prognose) Onderhoud Onderhoud Totaal Groen Onderhoud Onderhoud Totaal Water Onderhoud Storting voorziening Totaal Gebouwen
Sub thema Wegbeheer Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken Straatmeubilair Openbare verlichting Groenbeheer Groenbeheer Sportvelden Speelruimteplan Rioolbeheer Baggeren/beschoeiingen Gebouwen Gebouwen
2025 1.936 181 113 118 295 2.643 1.772 310 257 89 2.428 794 560 1.354 1.101 575 1.676
2026 1.936 215 113 148 275 2.687 1.770 561 257 89 2.677 794 560 1.354 1.412 575 1.987
2027 1.936 287 146 118 255 2.742 1.770 561 257 89 2.677 794 660 1.454 872 575 1.447
2028 1.936 287 212 118 235 2.788 1.386 561 257 89 2.293 794 660 1.454 1.714 575 2.289
Voorzieningen beheer en onderhoud kapitaalgoederen (bedragen x € 1.000) Onderhoudsvoorzieningen Kunstwerken Brede scholen Gebouwen van stichtingen Gemeentelijk vastgoed Totaal
Saldo 2022 85 332 316 2.119 2.852
Dotatie 118 64 86 425 693
Onttrekking 27 212 189 596 1.025
Saldo 2023 176 184 213 1.928 2.521
Dotatie 118 64 86 425 693
Onttrekking 88 45 57 446 637
Saldo 2024 207 203 242 1.926 2.577
75
Paragraaf C1: SOCIAAL DOMEIN
INLEIDING In deze paragraaf wordt bestuurlijk relevante achtergrondinformatie gegeven met betrekking tot het beleidsthema sociaal domein. Binnen het Sociaal Domein streven we naar een vitale samenleving met inwoners die naar vermogen mee kunnen doen in sterke gemeenschappen. Dit is niet voor iedereen makkelijk of vanzelfsprekend. De transformatie in het Sociaal Domein is een ‘beweging naar de voorkant’ waarbij zorg en ondersteuning steeds meer worden georganiseerd vanuit de kracht van de samenleving in plaats van voornamelijk via professionele hulp. Dit betekent dat gemeenten en maatschappelijke partners proberen om formele zorg en ondersteuning (zoals professionele begeleiding) zo veel mogelijk aan te laten sluiten bij informele ondersteuning (zoals familie, vrienden, buren en vrijwilligers). Transformatie betekent ook dat je met elkaar accepteert dat niet alles op te lossen is. Tegenslagen en het (ver)dragen daarvan horen ook gewoon bij het leven. In de komende jaren versnellen we deze beweging. De gemeente faciliteert of ondersteunt als de inwoners en hun netwerk, danwel ketenpartners het zelf niet kunnen oppakken. Een sterke sociale basis voorkomt of vertraagt het beroep op complexere en duurdere zorg en ondersteuning. Minder beroep op complexere en duurdere zorg en ondersteuning, kan de stijgende kosten van zorg en ondersteuning voorkomen of dempen.
Een sterke sociale basis is dus voorwaardelijk voor het slagen van de beweging naar de voorkant. Een voorkant waarin inwoners een steunend netwerk hebben, waarin gemeenschapskracht bloeit en waarin professionals zo nodig laagdrempelig, kortdurend, en als het even kan inwoners met een zorg- en ondersteuningsvraag collectief ondersteunen (samenredzaamheid). Daarom versterken we vanuit onze rol de sociale basis en trekken we samen op met de maatschappelijke partners om in te zetten op onder andere netwerkversterking, samenlevingsopbouw, elkaar ontmoeten en ondersteunen en positieve gezondheid. Omdat de maatschappelijke opgaven te groot zijn om alleen op te pakken, blijven we samenwerken met de hele keten, van partners in de sociaalpedagogische basis, met professionals van aanbieders, de kinderopvang, met scholen, jongerenwerkers, welzijnsorganisaties, sportverenigingen en huisartsen. Hierbij streven we naar goede mentale en lichamelijke gezondheid bij onze inwoners en de gelijke kans op het verkrijgen hiervan. Daarbij is het Sociaal Team laagdrempelig en zorgt het voor passende ondersteuning voor wie dat noodzakelijk is. We kijken strikter wie er geïndiceerde zorg of ondersteuning nodig heeft en zorgen zo dat de ondersteuning toegankelijk blijft voor degenen die dit het hardst nodig hebben. Collectieve ondersteuning gaat daarbij vóór op individuele ondersteuning.
Inwoners in een kwetsbare situatie gaan vóór veerkrachtige inwoners en kinderen gaan vóór volwassenen. BELEIDSNOTA’S EN VERORDENINGEN Beleidsnota’s Naam Sociaal Maatschappelijke Agenda (SMA) Actieplan Armoede en Schulden 2021-2026 Lokaal Gezondheidsbeleid in Vijfheerenlanden 2022-2027 Beleidsregels – Maatschappelijke ondersteuning Beleidsregels – Jeugdhulp gemeente Vijfheerenlanden Visie Wonen, Welzijn en Zorg Vijfheerenlanden 2025 Samen leven in Vijfheerenlanden; beleidsvisie sociale basis Aanvullende nadere regels Mantelzorgwaardering 2025/2026 Geweld hoort nergens thuis; Uitvoeringsplan aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling gemeente Vijfheerenlanden 2025-2027 Beleidskaders voor gemeenschapshuizen
Jaar 2020 2021 2022 2024 2024 2025 2025 2025 2025 2025
76
Verordeningen Naam Algemene Subsidieverordening gemeente Vijfheerenlanden Verordening inrichting antidiscrimininatievoorziening Gemeente Vijfheerenlanden Regionaal kader Handhaving op kwaliteit bij professionele Wmo-dienstverlening voor transparante en eenduidige handhaving in de regio Utrecht Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent voor- en vroegschoolse educatie Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit regiotaxi Utrecht 2023 Verordening huisvesting onderwijs gemeente Vijfheerenlanden 2022 Mandaat Huisvestingsverordening gemeente Vijfheerenlanden Verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden Aanwijzingsbesluit toezichthouder(s) rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet gemeente Vijfheerenlanden Verordening leerlingenvervoer gemeente Vijfheerenlanden 2025
Jaar 2020 2021 2021 2021 2022 2022 2023 2024 2025 2025
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Jeugd De Nederlandse jeugd beschouwt zichzelf als één van de gelukkigste van Europa. Anderzijds geven veel jeugdigen aan te kampen met mentale gezondheidsproblemen. Prestatiedruk (bijvoorbeeld in het onderwijs), de druk vanuit Social Media en zorgen over de toekomst (huisvesting, klimaat, bestaanszekerheid) veroorzaken onzekere, angstige of zelfs depressieve gevoelens. Onze jongeren hebben het goed, maar leven in een zeer complexe samenleving. Jarenlang is het antwoord hierop “jeugdhulp” geweest. Het aantal jeugdhulptrajecten is fors gestegen, ook in Vijfheerenlanden. Met als gevolg dat de jeugdhulp niet meer financieel houdbaar is. Daarnaast is de jeugdhulp door onder andere de lange wachtlijsten niet meer toegankelijk en beschikbaar voor kinderen in de meest kwetsbare situatie, bijvoorbeeld kinderen met een beschermingsmaatregel, met ernstige psychiatrische problematiek, met een beperking of chronische aandoening. In samenwerking tussen beleid en uitvoering (inclusief maatschappelijke partners) komen we tot een set aan maatregelen waarmee we sturen op inzet en uitgaven. Zoals genoemd in de kadernota, hierbij de meer gedetailleerde uitwerking in een meer projectmatige aanpak; • De vraag van inwoners normaliseren zodat zij geen gebruik hoeven maken van professionele ondersteuning. Dit vraagt een uitbreiding van de vraagverheldering.
Dit resulteert in meer contact met de inwoner. • Collectief voor individueel. Meer aanbod van trainingen en peer- to- peer contacten. • Benutten van de sociale basis (persoonlijke-, gemeenschappelijke- en institutionele sfeer). Een voorbeeld hiervan is een algemeen toegankelijk opvoedspreekuur. De relatie en scheidingsdesk in de institutionele sfeer van de sociale basis wordt uitgebreid. • Inzet hulpverlening alleen als dit strikt noodzakelijk is. Er wordt toegewerkt naar de scheiding tussen wenselijk en echt noodzakelijk. Dit resulteert in afwijzingen op aanvragen. • Niet effectief bewezen jeugdhulp stoppen en zorg- en trajectduur verkorten. • Verwijsgedrag proberen te beïnvloeden. Hierbij worden huisartsen en andere verwijzers betrokken. • Bij meervoudige problematiek de inzet prioriteren: eerst het hoofdprobleem (bijvoorbeeld schulden voorafgaand aan opvoedondersteuning of verslaving voorafgaand aan participatie), voordat alle hulp zomaar wordt ingezet. • Inzet van eHealth. In 2026 wordt gestart met een pilot waarbij elke inwoner toegang kan krijgen tot digitale ondersteuning We hebben te maken met vroegtijdig schoolverlaters en thuiszitters. Deze trend wordt mede veroorzaakt door wachtlijsten voor het speciaal onderwijs voor jonge kinderen. Omdat deze kinderen niet direct terecht kunnen bij een onderwijsinstelling, is er dure ondersteuning nodig ter overbrugging.
Voor niet-schoolrijpe kinderen is het aanbod van ondersteuning beperkt. Tevens is de drempel voor onderwijsvrijstelling laag. Daarom houden we collectieve voorzieningen in stand
77
en waar nodig breiden we die uit, zoals Onderwijszorgarrangementen (OZA's). We investeren dus in collectieve voorzieningen in het sociaal domein om specialistische jeugdhulp af te kunnen bouwen. Om het aanbod collectieve voorzieningen uit te breiden wordt een veel voorkomende vraag die zich leent voor collectieve of groepsaanpak gemonitord en gebundeld en wordt een passend en efficiënt aanpak aangeboden in de sociale basis of door het sociaal team zelf. Wmo Niet elke inwoner redt het binnen Vijfheerenlanden zonder ondersteuning. Echter, de ondersteuningsvragen en de beschikbare middelen lopen uit elkaar. Zonder ingrijpen neemt dit alleen nog maar toe. Een groot deel van de beschikbare middelen wordt ingezet voor huishoudelijke ondersteuning en (groeps-)begeleiding. In samenwerking tussen beleid en uitvoering komen we tot een set aan maatregelen waarmee we sturen op inzet en uitgaven. Zoals genoemd in de kadernota, hierbij de meer gedetailleerde uitwerking in een meer projectmatige aanpak; • Een uitbreiding van de vraagverheldering. Dit resulteert in meer contact met de inwoner. • Collectief voor individueel. Meer aanbod van trainingen en peer- to- peer contacten. Benutten van de sociale basis (persoonlijke-, gemeenschappelijke- en institutionele sfeer) en inzet hulpverlening alleen als dit strikt noodzakelijk is. In 2026 wordt het vrijwilligersvervoer ingericht.
• Inzet hulpverlening alleen als dit strikt noodzakelijk is. Er wordt toegewerkt naar de scheiding tussen wenselijk en echt noodzakelijk. Dit resulteert in afwijzingen op aanvragen. • Niet effectieve ondersteuning stoppen en zorg- en trajectduur verkorten. Een keer in de veertien dagen huishoudelijke ondersteuning wordt de norm. • Een indicatie voor individuele begeleiding wordt afgegeven voor een beperkt aantal doelen tegelijkertijd omdat gebleken is dat er niet aan alle doelen op hetzelfde moment gewerkt kan worden) en wordt actief gemonitord. • Meer focus op wat het sociaal netwerk kan betekenen. • Sturen op voorliggende wetgeving zoals Wlz. • Inzet van robotica in de huishoudelijke ondersteuning. • Inzet van eHealth. In 2026 wordt gestart met een pilot waarbij elke inwoner toegang kan krijgen tot digitale ondersteuning. • Eerst de mogelijkheid tot werk onderzoeken bij inwoners tot de pensioengerechtigde leeftijd alvorens groepsbegeleiding wordt aangeboden. • Stoppen met dubbele voorzieningen die hetzelfde doel hebben, hierbij denken we aan het afstemmen van collectief vervoer op andere vervoersvoorzieningen zoals scootmobiel of elektrische rolstoel. • Bij meervoudige problematiek de inzet prioriteren: eerst het hoofdprobleem (bijvoorbeeld schulden voorafgaand aan begeleiding of verslaving voorafgaand aan participatie) voordat alle hulp zomaar wordt ingezet.
Gezondheid Om volwassen te worden is een goede start belangrijk. Dit bereiken we door veilig en gezond op te groeien: goed onderwijs te genieten, vrienden te maken, onbekommerd buiten te spelen, een veilige leef- en leeromgeving creëren, te bewegen en te sporten. Een op de drie jongeren heeft mentale problemen. Het is noodzakelijk om mentale veerkracht en weerbaarheid van jongeren te versterken. Een actieve leefstijl houdt mensen fit en kan stress verminderen. Sport en bewegen bieden bovendien kansen om mensen te ontmoeten en vriendschappen te sluiten en dragen zo bij aan verbinding. Ook door cultuurparticipatie ontstaat een gevoel van verbondenheid en voelen mensen zich fitter, gezonder en vrolijker. Die verbondenheid tussen inwoners maakt en versterkt de sociale basis. Samenleving Onze gemeente groeit de komende jaren qua omvang verder. Met als gevolg dat de gemeentelijke dienstverlening ook dient mee te groeien. Daarbij krijgen we in 2040 ook te maken met de dubbele vergrijzing, waardoor er meer druk ontstaat op de beschikbare middelen in het sociaal domein. Zowel landelijk als lokaal wordt de verschuiving van het individu naar gemeenschapskracht gestimuleerd. Het versterken van de sociale basis staat daarbij centraal. De rol van de gemeente is
78
met name gericht op het investeren in de institutionele sociale basis. Met als effect een sterk persoonlijk en gemeenschappelijk netwerk. We doen dit bijvoorbeeld met de inzet van vrijwilligersplatforms, projecten als Homestart en Buurtgezinnen maar kijken ook hoe gemeentelijke spelregels en financiën de initiatieven in de sociale basis niet frustreren. Momenteel worden deze projecten deels gefinancierd uit IZA/AZWA en GALA middelen. Armoede, schulden & participatie Bestaanszekerheid is een voorwaarde voor een sterke sociale basis. Een inkomen, fijne woonplek, betaalbaarheid van zorg en geen schulden. Door bestaansonzekerheid ontstaat ook chronische (geld)stress, wat kan leiden tot verslechtering van de gezondheid en sociale uitsluiting. Het hebben van een bestaansminimum sluit ook aan bij de Participatiewet in Balans. Deze wet (de maatregelen uit spoor 1) gaan vanaf 1 januari 2026 in. Naast bestaansminimum is participeren naar vermogen het doel. Gemeenten hebben hierin de verantwoordelijkheid om een nieuw participatiearrangement te ontwikkelen en uit te voeren. Dit doen we niet alleen, maar samen met onze partners, zoals het werkbedrijf Avres, op (arbeidsmarkt-) regioniveau, als ook op lokaalniveau. Afgelopen jaar is met name ingezet op spoor 11. Daarnaast gaat volgend jaar ook de Wet van school naar Duurzaam werk in.
Het doel van deze wet is om de overgang van jongeren van school naar werk te verbeteren en voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Hierin opereren we in twee regio’s. Op dit moment wordt de governance uitgewerkt zodat onderwijs en werk intensief verder kunnen met het uitvoeren van deze opgave. Kinderen die opgroeien in armoede lopen vaak een achterstand op die moeilijk in te lopen is. We zetten daarom in op vroegsignalering en preventie van armoede om problemen te voorkomen of verminderen. Wij ontwikkelen niet stigmatiserend armoedebeleid specifiek gericht op kinderen. Daarbij wordt in het schoolcurriculum aandacht gevraagd voor het omgaan met geld. Wij willen daarmee kinderen mentaal voorbereiden op financiële keuzes die zij (later) kunnen maken, met als doel de financiële weerbaarheid van kinderen te verbeteren. Wij werken actief samen met gemeenschappelijke regelingen, andere overheden en bijvoorbeeld scholen, nutsbedrijven en woningcorporaties om het bereik van ons beleid te vergroten door de drempel voor deelname hieraan bij inwoners en gezinnen te verlagen. Daarbij hebben gezinnen met kinderen prioriteit. De stichting Leergeld vervult hierbij een belangrijke rol. Door middel van de eerste en tweede bestuursrapportage gaan wij u informeren over de voortgang.
Daarnaast richten we ons op jongvolwassenen tussen 18-27 jaar met problematische schulden binnen de Pilot Jongerenperspectieffonds. WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN IZA/AZWA In 2026 gaat de tijdelijke financiering middels IZA/AZWA- en GALA-middelen door. Dit heeft als voordeel dat we extra kunnen investeren op de korte termijn. Echter is het effect van investeren in versterking van de sociale basis vaak pas op lange termijn zichtbaar. Dit vraagt dus om structurele middelen. Decentralisatie maatschappelijke opvang en beschermd wonen De decentralisatie van Maatschappelijke opvang en beschermd wonen gaat, zoals nu laat aanzien, door, nadat deze eerder een aantal keer is uitgesteld. In deze decentralisatie vindt de beweging ‘ambulantisering’ plaats waardoor inwoners in de eigen omgeving hun thuis moeten gaan vinden. Hier zijn woningen voor nodig en het geeft druk op onder andere het Sociaal Team, omdat GGZ problematiek (verward gedrag wel of niet i.c.m. verslaving) dan ook op straat zichtbaar is.
Spoor 1 en 2 armoede verwijzen naar het tweesporenstelsel van het Nederlandse programma voor armoedebestrijding, waarbij Spoor 1 zich richt op directe wetswijzigingen en beleidsaanpassingen om de inkomenszekerheid op korte termijn te verbeteren, terwijl Spoor 2 een meer fundamentele, lange-termijnherziening van het sociale zekerheidsstelsel betreft, inclusief een heroverweging van de Participatiewet en het ontwikkelen van nieuwe beleidsopties 1
79
Eigen bijdrage Wmo en Jeugdhulp De eigen bijdrage op Wmo en Jeugdhulp is in verband met de val van het kabinet Schoof door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Onduidelijk is of de verwachte inkomsten die hiermee gemoeid waren, (volledig) gecompenseerd worden in het gemeentefonds. Nationale strategie voor implementatie van het VN-verdrag Handicap’ Het doel van de strategie is om de positie van mensen met een beperking uiterlijk in 2040 overeen te laten komen met de inhoud van het VN-verdrag Handicap. Dat betekent dat we een samenleving willen zijn waarin kinderen, jongeren en volwassenen met een beperking dezelfde mogelijkheden hebben als ieder ander om mee te doen en zich te ontwikkelen. De strategie bevat doelstellingen die alle betrokken partijen nastreven om dat voor elkaar te krijgen. Het kabinet komt opvolgend hieraan met een werkagenda VN-verdrag handicap. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/01/31/nationale-strategie-voor-deimplementatie-van-het-vn-verdrag-handicap Participatiewet in balans De Participatiewet uit 2015 die de bijstandsuitkeringen regelt moet beter aansluiten op wat mensen (aan) kunnen en nodig hebben. In dit wetsvoorstel staan ruim twintig maatregelen om de Participatiewet te verbeteren en de balans tussen rechten en plichten te herstellen.
De regels en procedures rondom bijstandsuitkeringen vereenvoudigen en gemeenten krijgen meer ruimte voor maatwerk. Hierdoor kunnen professionals beter inspelen op de persoonlijke situatie van mensen en hen effectiever helpen naar werk. Vertrouwen en de menselijke maat worden bij de uitvoering kernwaarden. https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/36582_participatiewet_in_balans Wet van school naar duurzaam werk De Wet van school naar duurzaam werk moet de overgang van school naar werk voor jongeren in Nederland verbeteren en duurzaam werk bevorderen. Het versterkt de samenwerking tussen scholen, Doorstroompunten (voorheen RMC) en gemeenten, verhoogt de doelgroep van Doorstroompunten tot 27 jaar en biedt scholen meer mogelijkheden om jongeren na diplomering loopbaanbegeleiding te bieden. Het doel is om meer jongeren, vooral die met een afstand tot de arbeidsmarkt, beter te ondersteunen zodat ze aan de slag komen en dat werk behouden. De inwerkingtreding is uitgesteld naar 1 januari 2026 https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK013026 RISICO’S EN KANSEN Risico/kans Blijvend ontbreken van een sociaal netwerk (risico)
Toelichting Als sociaal netwerk ontbreekt, dan zetten we in op het ontwikkelen hiervan. Dit is echter geen garantie tot succes. Sociale basis is niet te maken Sociale basis is niet iets wat ‘te sturen’ of ‘in te zetten’ (risico) is om beleidswensen mee te realiseren. Als deze in de persoonlijke sfeer niet te realiseren is, dan blijft alleen de institutionele sfeer over. Vrijwilligers staan onder druk Onvoldoende vrijwilligers om de activiteiten van de (risico) algemene voorzieningen uit te voeren. Mantelzorgers staan onder Overbelasting van mantelzorgers. druk (risico) We staan er niet alleen voor We doen het niet alleen: scholen, huisartsen en andere (kans) maatschappelijk partners hebben een rol om de beweging naar de voorkant te maken. Meer klachten en bezwaren Het niet oplossen van ondersteuningsvragen met zorg (risico) leidt in eerste instantie tot een toename van klachten en bezwaren. En keuzes ook werkelijk maken, vraagt lef en doorzettingsvermogen. De voorgestelde
Impact 2 2
2 3 2 2
80
Wachtlijst (risico en kans)
beweging vraagt niet alleen een verandering in beleid. Het vraagt ook een cultuur- en gedragsverandering van zowel bestuurders, professionals als inwoners: meer (eigen) verantwoordelijkheid en met oog voor inwoners in een kwetsbare situatie die extra hulp nodig hebben. Het uitvoeren van de kaders zoals beschreven in de visie in de kadernota vraagt om tijd en ruimte. Het voeren van (kritische) en ondersteunende gesprekken, het gezamenlijk anders leren kijken naar ondersteuningsvragen en het zelf bieden van intensievere ondersteuning, kost tijd. Dit betekent dat wachttijden en wachtlijsten voorlopig blijven bestaan en mogelijk tijdelijk oplopen. Door wachtlijsten lossen sommige problemen vanzelf op.
2
KENGETALLEN EN PRESTATIE-INDICATOREN Kritische prestatie-indicatoren Sociaal domein algemeen Jongeren met jeugdhulp (% jongeren tot 18 jaar) Jongeren met jeugdreclassering (% jongeren van 12 tot 23 jaar) Jongeren met een delict voor de rechter (%) Achterstand onder jeugd - kinderen in uitkeringsgezin (%) Achterstand onder jeugd - werkloze jongeren (%) Cliënten met een maatwerkarrangement WMO (per 10.000 inwoners)
Streefwaarde
Gezondheid Gebruik wijkverpleging (%) Mantelzorg verlenen (%) Mantelzorgers met hoge belasting (%)
Streefwaarde
Een leven lang ontwikkelen Relatief verzuim (per 1.000 leerlingen) Vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie (VO en MBO) (%) Aantal kinderen dat gebruikmaakt van voorschoolse educatie
Streefwaarde
Armoede en schulden Streefwaarde Personen met een bijstandsuitkering (per 10.000 inwoners) Lopende re-integratievoorzieningen (per 10.000 inwoners tussen 15 en 64 jaar) Werkloosheid (%) Beroepsbevolking met laag onderwijsniveau (aantal per 1.000 inwoners tussen 15 en 74 jaar)
2022 11,4
2023 11,2
2024 11,7
2025
0,2
0,2
0,2
1 4
1 4
W W
1
1
W
610
610
630
2022 3,2 13,4 42
2023 3,2
2024
2022 14 2
2023 17 2
W
W
2025
Bron WSJG WSJG WSJG
2025
Bron W W
13,5
2024 21 2,1
Bron W
CA
2022 215,3
2023 202,1
2024 203,2
2025
Bron W
134,1
144,9
180,4
W
2,9 215,3
3 202,1
3,1 203,2
WSJG W
BESTUURLIJKE RESULTATEN Niet van toepassing. OVERIGE (WETTELIJK) VERPLICHTE INFORMATIE Niet van toepassing.
81
Paragraaf D1: GRONDBELEID
INLEIDING Gemeentelijke grondexploitaties behoren tot de meest risicovolle activiteiten van een gemeente. Er gaat veel geld in om en de risico’s kunnen groot zijn. Het is belangrijk om jaarlijks een duidelijk en adequaat beeld te geven van alle huidige en toekomstige grondexploitaties. Dit doen we middels de Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële uitkomsten van de diverse grondexploitaties en de reserveposities van de gemeente Vijfheerenlanden. De gegevens in deze paragraaf zijn gebaseerd op het MPG 2025. BELEIDSNOTA’S EN VERORDENINGEN Beleidsnota’s Naam Nota Grondbeleid (incl. herziening 2025) Nota grondprijsbeleid Woonvisie Uitvoeringsnotitie woonvisie Economische Visie Samenhangend duurzaamheidsbeleid Omgevingsvisie
Jaar 2023 2025 2020 2023 2022 2020 2024
Verordeningen Naam Verordening financieel beleid, beheer en organisatie
Jaar 2025
TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Grondbeleid Vijfheerenlanden De gemeente heeft onder andere de Woonvisie, de Economische visie en het Samenhangend duurzaamheidsbeleid vastgesteld. Om onder andere deze doelen op een zo efficiënt mogelijke en financieel verantwoordelijke wijze gerealiseerd te krijgen, heeft de wetgever een uitgebreide set aan instrumenten aan gemeenten beschikbaar gesteld. Wil de beschikbare gereedschapskist met instrumenten echt een goede bijdrage leveren aan het inrichten van financieel verantwoorde en doelmatige ontwikkelingen, dan is het echter zaak hier vooraf een afgewogen en duidelijke visie op te hebben. Welke instrumenten in welke situaties gewenst zijn zonder onverantwoorde financiële risico’s te lopen, wordt op voorhand kaderstellend vastgelegd en voorkomt ad hoc handelen zoveel mogelijk. Dit staat bekend als grondbeleid. De “Nota Grondbeleid Vijfheerenlanden 2023” (hierna: de nota) biedt dit gestructureerde kader. In de nota heeft de gemeente gekozen voor situationeel grondbeleid. De gemeente streeft naar een zo sterk mogelijke mate van regie in gebiedsontwikkeling. Die regie ís het sterkst als we zelf eigenaar zijn of worden van de gronden waar we een gebiedsontwikkeling voorzien. We voeren dan een vorm van actief grondbeleid en kiezen díe instrumenten uit de gereedschapskist die daar invulling aan geven.
Om onze doelen te bereiken is actief grondbeleid echter lang niet altijd nodig of mogelijk. Niet altijd mogelijk als ontwikkelende partijen de door de gemeente gewenste ontwikkelingen oppakken en ook niet mogelijk als we de financiële middelen niet hebben, de risico’s te groot zijn of de ambtelijke capaciteit niet beschikbaar is. En ook niet altijd nodig, omdat de gereedschapskist instrumentarium bevat om de belangrijkste gemeentelijke beleidsdoelen te halen vanuit een faciliterende rol. Soms willen we echter iets extra’s of willen we dat ontwikkelingen (sneller) worden opgepakt en uitgevoerd zodat urgente beleidsdoelen sneller
82
worden behaald. Willen we de beleidsdoelen dan toch halen en is daar grond of vastgoed voor nodig dan ligt een keuze voor “echt” actief grondbeleid voor de hand. Besluit begroting en verantwoording (BBV) In het BBV zijn de verslagleggingsregels voor het grondbeleid vastgelegd. Concreet geeft het BBV aan op welke wijze betreffende onderwerpen in de begroting en de jaarrekening verwerkt en verantwoord kunnen of moeten worden. Kan, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet, als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities (meest recent: De Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023) van de commissie-BBV, bevatten dan ook aanbevelingen en stellige uitspraken voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Voor Vijfheerenlanden zijn de belangrijkste: 1. 2. 3. 4.
5. 6.
Een 10-jaarstermijn voor BIE (Bouwgrond In Exploitatie)-grondexploitaties was en blijft in beginsel bestaan. Benadrukt wordt dat een langere looptijd dan 10 jaar onder voorwaarden was en blijft toegestaan. Nieuwe categorie grond, bestemd voor concrete gebiedsontwikkeling op termijn door de gemeente, de zogenoemde ‘warme gronden’. Tussentijdse winstneming; met in achtneming van het realisatiebeginsel bestaat een verplichting de tussentijdse winst te verantwoorden. Als eenduidige systematiek is daartoe de Percentage of Completion (POC) methode voorgeschreven. Het BBV geeft voorschriften ten aanzien van de inrichting van de begroting en jaarverslaggeving, zoals deze aan de raad moeten worden voorgelegd en gepubliceerd. De gemeente heeft de vrijheid om ten aanzien van de sturing en beheersing keuzes te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld over interne spelregels over bevoegd- en verantwoordelijkheden, de inrichting van informatie- en administratieve systemen en het bedenken van verdeelsleutels om gezamenlijke kosten toe te rekenen. De toe te rekenen rente moet worden gebaseerd op de jaarlijks vast te stellen omslagrente. De discontovoet is opgegeven op 2,0% in plaats van het gemeente-specifiek percentage (veelal debetrente-percentage).
In de gemeente Vijfheerenlanden zijn op dit moment geen grondexploitaties met een looptijd langer dan 10 jaar. Alle grondexploitaties zijn opgesteld overeenkomstig de verplichte kostensoortenlijst onder de nieuwe Omgevingswet. In Vijfheerenlanden wordt voor een negatieve grondexploitatie een verliesvoorziening getroffen op het niveau van het saldo contante waarde. Op dit moment is er één grondexploitaties met een negatief saldo waarvoor een verliesvoorzieningen is gevormd. WETTELIJKE ONTWIKKELINGEN Omgevingswet De op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet richt zich onder meer op de versterking van de regierol van gemeenten door meer instrumenten te bieden voor actief grondbeleid zoals voorkeursrecht, onteigening en kostenverhaal. Dit om maatschappelijke doelen zoals woningbouw en energietransitie te realiseren. Het voorkeursrecht geeft de gemeente een voorkeurspositie om gronden aan te kopen als de eigenaar deze wil verkopen. Onteigening geeft de mogelijkheid om grond te onteigenen voor publieke doeleinden. Kostenverhaal maakt het mogelijk om de investeringskosten van ruimtelijke ontwikkelingen op grondeigenaren te verhalen. RISICO’S EN KANSEN Risico/kans Vennootschapsbelasting (risico)
Toelichting Fiscale resultaten kunnen afwijken van de bedrijfseconomische (BBV) resultaten. Dit is het gevolg van de fiscale beginwaarden van de grondexploitaties per 1-1-2016. Door afstemming met de belastingdienst worden posten fiscaal soms wel tot de grondexploitatie gerekend, maar bedrijfseconomisch (BBV) niet. Dit is
Impact 2
83
vooral het geval bij het Voorzieningencluster, Werklandschap Meerkerk IV en Broekgraaf. Hiermee is de belastingdruk verlaagd. Voor alle grondexploitaties is een risicoanalyse uitgevoerd op basis van de risk-mapping methode. De som van alle gewogen projectinhoudelijke risico’s bedraagt afgerond € 1,5 mln. De kansen bedragen afgerond € 1,4 mln. De risico’s in de grondexploitaties worden derhalve hoger ingeschat dan de kansen. Broekgraaf is het project met de hoogste risico’s. De gemeente voert hier zelf volledig de grondexploitatie en het financieel volume van dit project is hoger dan de andere projecten. Ten opzichte van 2024 is de som van alle gewogen projectinhoudelijke risico’s afgenomen met ongeveer € 1,4 mln. Dit heeft te maken met de voortgang in de grondexploitaties en daardoor een afname van de risico’s. Er is voldoende weerstandsvermogen aanwezig binnen de grondexploitaties en de ARG om de risico’s af te dekken.
Risico’s grondexploitaties (risico en kans)
1
Samenvatting risico's grondexploitaties Gewogen risico's
€
Werklandschap Meerkerk 91.200- € 516.750-
Gewogen kansen
€
36.400 €
701.100
€
54.800- €
184.350 €
Weide
Risico saldo
nihil
€
Voorzieningen Achter Van cluster Zuilenstraat 812.000- € 80.000- € 45.125-
nihil
€
606.000 €
38.000 €
17.000
€
1.398.500
- €
206.000- €
42.000- €
28.125-
€
146.575-
Sluiseiland
nihil
Broekgraaf
TOTAAL €
1.545.075-
Gewogen risico's
€
91.200- €
516.750-
€
812.000- €
80.000- €
45.125-
€
1.545.075-
Weerstansvermogen grex (resultaat)
€
3.157.621 €
210.623 €
6.806 €
1.847.306 €
883.483 €
192.681-
€
5.913.159
Aanvullend benodigde weerstandvermogen €
- €
306.127 €
- €
- €
- €
237.806
€
543.933
KENGETALLEN EN PRESTATIE-INDICATOREN Financiele uitgangspunten en rekenparameters De financiële spelregels voor grondexploitaties zijn te vinden in het BBV. Elke grondexploitatie kent een uniforme opbouw van de raming van kosten en opbrengsten. Elke grondexploitatie wordt minimaal één keer per jaar geactualiseerd, tenzij er redenen zijn om dit vaker te doen. Bijvoorbeeld als er fundamentele (plan)wijzigingen zijn. De grondexploitaties worden doorgerekend op basis van de dynamische eindwaarde-methodiek. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met een inflatiecorrectie voor de kosten- en opbrengstenposten en de rentelasten. Hiermee wordt het resultaat op eindwaarde verkregen. Vervolgens wordt het resultaat op netto contante waarde berekend. Dit betekent, dat de eindwaarde wordt teruggerekend naar heden door deze te corrigeren voor de rente. Dit is nodig voor het inzicht in de vermogenspositie van de gezamenlijke grondexploitaties op één dezelfde datum. Voor deze actualisatie is dat 1 januari 2025. De verwachte resultaten kunnen zo worden vergeleken met de stand van de reserves en voorzieningen per diezelfde datum. De Algemene Reserve Grondexploitaties (ARG) fungeert als verzamel- en verrekenpost voor de eindresultaten van de grondexploitaties. Winsten worden aan de ARG toegevoegd.