Begroting 2026 2029.docx
Tekst van het document
Impact 3
3
1
23
Realisatie langzaamverkeerstunnel Broekgraaf/Broekgraaf-Noord te Leerdam (risico)
een onveilige situatie, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade. De aanleg van een langzaam-verkeerstunnel onder het spoor is mogelijk een oplossing om de noodzakelijke spoorveiligheid te verbeteren. Het besluit voor extra krediet voor de realisatie van deze tunnel is uitgesteld. Het college heeft opdracht gegeven voor een onderzoek naar nut en noodzaak en de meest geschikte locatie zodat voldoende gebruik en de sociale veiligheid verzekerd is. Zonder concrete maatregelen ter verbetering van de spoorveiligheid, wordt de realisatie van Broekgraaf-Noord bemoeilijkt.
1
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • • • • •
Wij leggen het Ambitiedocument Broekgraaf-Noord ter vaststelling aan de raad voor. Wij starten met de uitvoering van het eind 2025 door de raad vast te stellen parkeer- en fietsbeleid. Wij leggen het verkeerscirculatieplan Vianen ter vaststelling aan de raad voor. Wij leggen een voorstel aan de raad voor betreffende de mogelijke aanleg van een randweg Lexmond. Wij leggen een voorstel aan de raad voor betreffende het verbeteren van de spoorveiligheid in Leerdam.
Thema: Vitale landbouw in een aantrekkelijk buitengebied Doel (beoogd effect) Een waardevol landschap, gekenmerkt door rust en ruimte. In het buitengebied wordt gewoond, gewerkt en geleefd. Dit betekent dat verschillende functies naast en met elkaar plaatsvinden in het buitengebied. Daarom werken wij samen met alle belanghebbenden aan een buitengebied, waarin de agrariër zijn werk kan doen, passend in een vitale landbouwsector, er plek is voor recreatie en voldoende ruimte voor herstel van de natuur en biodiversiteit. Daartoe geven we invulling aan de maatregelen zoals zijn opgenomen in de Uitvoeringsagenda Landelijk A5H gebied 2024-2027. Dit doen we zoveel mogelijk in samenwerking met beide provincies en de gemeente Molenlanden. Onzekerheden en kansen Risico/kans Handhaving in het kader van PAS-melders (risico)
Toelichting Impact PAS-melders zijn bedrijven en ondernemers die tot voor 2 kort voor het Programma Aanpak Stikstof konden volstaan met een melding van de berekende stikstofbelasting bij een voorgenomen bedrijfsuitbreiding. PAS blijkt in strijd met Europees recht waardoor PASmelders illegaal zijn geworden en ook bij een bedrijfsuitbreiding een natuurvergunning moeten aanvragen. De Provincie kan de gemeente vragen handhavend op te treden tegen PAS-melders. De gevolgen kunnen groot zijn, met name voor de PASmelder. De gemeente kan zelf bij bouwprojecten ook tot die groep behoren. Het uitvoeren van activiteiten in samenwerking met de Provincie en landbouw is van groot belang om de kans op optreden beperkt te houden.
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) •
Indien de raad in 2025 het beleid voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB-beleid) vaststelt wordt dit in 2026 uitgewerkt en verwerkt in het Omgevingsplan.
24
INKOMSTEN EN UITGAVEN
Baten en lasten programma D (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten programma D Baten programma D Saldo van baten en lasten
32.581 32.510
27.403 19.478
30.026 22.010
23.513 15.416
18.944 10.860
18.867 10.860
71
7.925
8.016
8.097
8.084
8.007
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
3.673 1.026
0 909
0 140
0 140
0 140
0 0
Saldo
2.718
7.016
7.876
7.957
7.944
8.007
Toelichting op de afwijking van de baten en lasten van programma D Lasten Met de vaststelling van de kadernota 2026 zijn budgetten beschikbaar gesteld voor nieuwe uitgaven: € 75.000 voor een subsidie aan de stichting Duurzaam Vijfheerenlanden (voor de duur van drie jaar); € 0,15 miljoen voor de uitvoering van het programma Circulair en schoon (waarvan € 71.000 structureel); € 0,56 miljoen voor de implementatie en uitvoering van het Soortenmanagementplan (waarvan € 0,18 miljoen structureel). Baten Voor de implementatie van het Soortenmanagementplan wordt een subsidie van de provincie Utrecht ontvangen van € 0,3 miljoen van de provincie.
25
PROGRAMMA E: ONTPLOOIING
INLEIDING Wij willen een actieve bijdrage leveren aan een fitte, vitale en veerkrachtige samenleving. Dit door inwoners en bezoekers bij elkaar te brengen, zich te laten ontwikkelen en zingeving te bieden door er actief op uit te gaan. Dat doen wij onder meer met onze aantrekkelijke recreatiegebieden, onze robuuste en toekomstbestendige sportaccommodaties en met culturele voorzieningen zoals theaters, musea en gemeenschapshuizen. Met deze aanpak willen wij de leefkwaliteit en sociale cohesie verbeteren, onze inwoners trots laten zijn op ons gebied en bezoekers laten genieten van Vijfheerenlanden, het gebied tussen Lek en Linge. Met dit brede aanbod dragen wij ook randvoorwaardelijk bij aan een sterke sociale basis waarmee een beroep op complexere en duurdere zorg en ondersteuning wordt voorkomen of vertraagd. Dit doen wij natuurlijk niet alleen, maar in nauwe en creatieve wijze met een hele keten van partners. Daarmee versterken wij onder meer door de inzet van kunst & cultuur en recreatie & toerisme het lokale vestigingsklimaat en verbeteren wij samen met het onderwijs de motorische vaardigheden van onze jeugd. Ontspanning, ontwikkeling, expressie, ontmoeting en het dialoog zijn voor ons daarbij belangrijke uitgangspunten.
BELEIDSTHEMA’S Thema: Sport en bewegen Doel (beoogd effect) Het sportbeleid geeft beleidsmatig invulling aan de gemeentelijke visie op de sociale basis en op het uitgangspunt “gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen” zoals uitgewerkt in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) 2021-2040. Wij willen een gezonde gemeente zijn met inwoners die voldoende bewegen. Als gemeente vertalen wij dit in een doelstelling om de sportparticipatie van onze inwoners op het huidige niveau te behouden of idealiter te vergroten. Daartoe ligt onze focus op het waarborgen van robuuste en toekomstbestendige sportverenigingen en van sportaccommodaties (zowel gemeentelijke- als in eigendom van sportverenigingen) die voldoen aan de huidige eisen, zowel op het gebied van functionaliteit als duurzaamheid. Onzekerheden en kansen Risico/kans
Toelichting
Sportcentrum Berenschot (risico)
Dit sportcentrum is verouderd. Volledige nieuwbouw wordt voorbereid. Tot het moment van oplevering hiervan dient het huidige complex echter operationeel te worden gehouden. Dit vraagt mogelijk extra kosten voor tijdelijke instandhouding. De ontwikkeling van de nieuwe sportaccommodatie is afhankelijk van de voortgang van de planontwikkeling van woningbouw in Hei- en Boeicop. Dit kan tot vertraging leiden in de oplevering van de accommodatie. Een deel van de kosten van Sportcentrum Helsdingen wordt gedekt door inkomsten van derden voor zwemles, zaalhuur en horeca. De omvang hiervan is deels afhankelijk van de economische conjunctuur. Na de discussies over mogelijke gezondheidsrisico’s van rubbergranulaat in kunstgrasvelden, zijn wij overgegaan op andere vormen van infill. Een infill
Accommodatie HSSC’61 (risico)
Exploitatie Helsdingen (risico) Infill kunstgrasvelden
Impact 1
2
2
2
26
Beschikbaarheid rijksmiddelen voor sportstimulering (risico en kans) Combinatie van functies (kans)
product is de ‘vulling’ tussen de kunstgras sprieten van een kunstgrasveld. In de praktijk blijkt dat alle varianten tot op heden negatieve bijwerken hebben zoals het aan elkaar klonteren, schimmelvorming en/of wegdrijven bij flinke regenval. Tot er een goed alternatief ontwikkeld is, is de kans reëel dat we regelmatig extra investeringen moeten doen om de infill te vervangen. Veel sportstimuleringsactiviteiten worden mede mogelijk gemaakt door de inzet van rijksmiddelen. Het bereik van sportstimulering en het effect op sportparticipatie is dan ook voor een belangrijk deel afhankelijk van de omvang van de te ontvangen rijksmiddelen. Bij de vernieuwing van sport- en onderwijsaccommodaties kunnen meerdere functies worden gecombineerd. En kunnen daardoor bijvoorbeeld ook een rol vervullen als ontmoetingsplaats. Dit kan het gebruik van de accommodaties en dus de maatschappelijke waarde verhogen.
2
3
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • • • • • • • • • • •
Wij stellen een visie op open sportparken op. Daarmee willen wij sport en bewegen toegankelijker maken en de maatschappelijke waarde van sportparken vergroten. Onderdeel hiervan is het Actieplan rookvrije sportparken. Wij stellen een visie op de gewenste exploitatie van gemeentelijke sportaccommodaties op. Wij ontwikkelen een nieuwe methodiek voor de verstrekking van budgetsubsidies en passen de nadere regels voor budget- en waarderingssubsidies aan. Wij leggen een kredietaanvraag voor de verplaatsing van het sportpark van HSSC’61 aan de raad ter besluitvorming voor. Wij leggen een kredietaanvraag voor de nieuwbouw van MFA Tiendweg aan de raad ter besluitvorming voor. Wij leggen een kredietaanvraag voor de uitbreiding van Sportpark Glaspark met een extra veld aan de raad ter besluitvorming voor. Wij leggen een kredietaanvraag voor het vervangen van de binnensportaccommodatie in Lexmond aan de raad ter besluitvorming voor. Wij leggen een kredietaanvraag voor het uitbreiden van de veldcapaciteit bij v.v. Ameide aan de raad ter besluitvorming voor. Wij stellen nieuwe nadere regels budgetsubsidies sport op, inclusief de eventuele financiële wijzigingen. Deze worden -indien nodig- voorgelegd aan de gemeenteraad. Wij leggen een kredietaanvraag voor de herontwikkeling van het eiland langs de Zuidwal in Leerdam, aan de raad ter besluitvorming voor.
Wij leggen een kredietaanvraag voor minimaal één van de twee nieuwe accommodaties op sportpark Blankensteijn aan de raad ter besluitvorming voor.
Thema: Kunst en cultuur Doel (beoogd effect) Kunst en cultuur brengt mensen bij elkaar en vormt een essentieel onderdeel van een vitale en veerkrachtige samenleving. Om mensen bij elkaar te brengen zijn culturele voorzieningen nodig zoals theaters, musea, gemeenschapshuizen én culturele activiteiten. Daarbij hoort een breed aanbod van voorzieningen en activiteiten van goede kwaliteit voor onze inwoners en bezoekers. Het doel van de culturele voorzieningen en activiteiten is het bijdragen aan: een goede leefkwaliteit; sociale cohesie; economische ontwikkeling en de individuele ontwikkeling van onze inwoners. Bij de uitvoering van kunst en cultuur werken we samen met inwoners, lokale makers, professionele makers, culturele instellingen, scholen en maatschappelijke partners aan brede welvaart en leefbare kernen en steden. Het brede aanbod aan cultuureducatie op basisscholen blijft belangrijk om onze jongste jeugd in aanraking te brengen met kunst en cultuur. Op het gebied van
27
participatie (jong en oud) moet er genoeg te doen zijn (talentontwikkeling, muziek, theater, amateurkunst, film, beeldende kunst, media en erfgoed). Ook de geschiedenis van Vijfheerenlanden maken we toegankelijk en dragen we actief uit. Kritische prestatie-indicatoren Kunst en cultuur Streefwaarde 2022 Aantal deelnemende scholen aan projecten 36 cultuureducatie Aantal bezoekers musea en theaters *) 82.000 *) Het aantal bezoekers van theater Helsdingen wordt niet geregistreerd.
2023 33
2024 33
75.000
79.000
2025 33
Bron CA CA
Onzekerheden en kansen Risico/kans
Toelichting
Provinciale ombuigingen op cultuureducatie (risico)
De provincie subsidieert de stichting Kunst Centraal die een bedrage levert aan cultuureducatie in Vijfheerenlanden. Mogelijk verlaagt de provincie de subsidie aan Kunst Centraal. Dit kan consequenties hebben voor onze gemeente. Het Stedelijk Museum is een van de mogelijke nieuwe gebruikers van het Stadhuis Vianen. Schaalvergroting van het Stedelijk Museum kan bijdragen aan het beter ontsluiten van onze historische collectie. Door een betere koppeling met de beleidsdoelstellingen uit de visie sociale basis Vijfheerenlanden kan het bereik van het kunst- en cultuurbeleid mogelijk vergroot worden alsook de daarvoor beschikbare middelen.
Toekomst Stedelijk Museum Vianen (kans) Koppeling met doelstellingen sociale basis (kans)
Impact 3
3
3
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • • • •
Wij leggen een kredietaanvraag voor de nieuwbouw van het MFA Tiendweg aan de raad ter besluitvorming voor. Wij betrekken het Stedelijk Museum Vianen bij het voorstel dat wij aan de raad voorleggen betreffende de herbestemming van het Stadhuis Vianen. Wij investeren in de verduurzaming van de Glasblazerij/Houtloods in Leerdam als onderdeel van de verduurzamingsopgave van ons gemeentelijk vastgoed. Wij koppelen projecten in het kader van ons kunst- en cultuurbeleid aan de uitvoering van de gemeentelijke visie op de sociale basis.
Thema: Rust, ruimte en recreatie Doel (beoogd effect) Recreatie en toerisme draagt bij aan het kwalitatief toegankelijk houden van Vijfheerenlanden voor zowel inwoners als bezoekers, als een oase van rust in het Groene Hart. Hierdoor kunnen zowel inwoners als bezoekers blijven genieten in het gebied tussen Lek en Linge. Wij willen onze inwoners inspireren om er actief op uit te trekken op de fiets en te voet. Hierdoor dragen we bij aan een gezonde gemeente. Verder stimuleren wij een toename van meer divers en bijzonder recreatief aanbod en stimuleren in het kader van de landbouwtransitie het agrotoerisme en de ontwikkeling van ambachtelijke streekproducten. Kritische prestatie-indicatoren Rust, ruimte en recreatie Aantal overnachtingen toeristenbelasting
Streefwaarde
2022
2023
2024
2025
Bron
Onzekerheden en kansen Risico/kans
Toelichting
Impact
28
Afhankelijkheid van andere partijen (risico) Aanbod van overnachtingsmogelijkheden (risico en kans) Gebiedsmarketing (risico en kans) Regionale samenwerking (kans) Aanhaken bij overige doelen gemeente (kans)
Regelgeving van andere overheden kan de ontwikkeling van extra recreatief aanbod bemoeilijken. Het beleidskader verblijfsrecreatie beoogt nieuwe initiatieven gericht op vergroting van het aantal overnachtingsplekken actief te ondersteunen. Dit betekent dat de richtlijnen uit de visie ook tijdig moeten worden opgenomen in het Omgevingsplan. Het succes van het gemeentelijk beleid is mede afhankelijk van de gebiedsmarketingstichting Tussen Lek en Linge. Dit vereist een nauwe samenwerking. Door bij de ontwikkeling van recreatieve voorzieningen aan te haken bij de Regiodeal Waarden van het Groene Hart en andere regionale samenwerkingsinitiatieven kunnen mogelijk extra geldstromen worden ontsloten. Door actieve (en bij voorkeur duurzame) recreatie te bevorderen kunnen wij aansluiten bij de gemeentelijke visie “op de sociale basis” en op het uitgangspunt “gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen” zoals uitgewerkt in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) 2021-2040.
3 3
3 3
3
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • •
• •
Wij maken de ruimtelijke consequenties van het vastgestelde beleidskader verblijfsrecreatie concreet. Dit ter voorbereiding op de verwerking hiervan in het gemeentelijk Omgevingsplan. Wij onderzoeken de wijze van samenwerken met Uiterwaarde BV en de deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling Lingegebied. De samenwerking willen we graag handhaven maar de manier waarop kan effectiever door de constructie eenvoudiger en minder zwaar te maken. Wij willen meer data vergaren over dag en meerdaags-bezoek. Wij onderzoeken wat hier de beste tools en (ICT) manier voor is. Wij stimuleren de ontwikkeling (van bij voorkeur ambachtelijke) streekproducten.
INKOMSTEN EN UITGAVEN Baten en lasten programma E (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten programma E Baten programma E Saldo van baten en lasten
11.085 3.291 7.793
13.124 3.034 10.090
12.901 2.755 10.147
13.202 2.756 10.446
13.302 2.782 10.519
14.739 2.787 11.952
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
0 352
0 405
0 298
0 298
0 212
0 212
7.441
9.685
9.849
10.148
10.307
11.740
Saldo
Toelichting op de afwijking van de baten en lasten van programma E Lasten De ombuigingen waartoe is besloten bij de Kadernota 2026 verlagen de lasten op dit programma met € 0,25 miljoen. De indexatie van subsidies op dit programma zorgen voor € 0,2 miljoen hogere lasten. De kapitaallasten dalen met € 0,6 miljoen ten opzichte van de oude raming als gevolg van lagere investeringen in het voorgaande jaar. Als gevolg van een veranderde inzet van personeel stijgen de personeelslasten die aan dit programma worden toegerekend met € 0,3 miljoen.
29
PROGRAMMA F: FINANCIEEL GEZOND
INLEIDING Wij willen een moderne en resultaatgerichte gemeente zijn. Een gemeente die uitgaat van de kracht van de samenleving, die opgavegericht werkt, wijk- en dorpsgericht is en nieuwe bestuurskracht benut. Daarbij behoort onlosmakelijk, dat die gemeente ook financieel gezond is en blijft. De financiële positie van veel gemeenten in Nederland is onzeker. Dat wordt veroorzaakt door de nog steeds bestaande onzekerheid over de bekostiging van gemeentelijke taken door het rijk. Dat betreft vooral ook de bekostiging van gemeentelijke taken in het sociaal domein. In onze Kadernota 2026 hebben wij geconstateerd dat zonder ingrijpende ombuigingen er voor de gemeente Vijfheerenlanden geen sprake kan zijn van een meerjarig sluitend financieel perspectief. Daarom is in de Kadernota voorgesteld om in de periode 2026-2029 een aantal ombuigingsmaatregelen te effectueren. Dit ombuigingsvoorstel was gebaseerd op een in nauwe samenwerking met de Raad doorlopen keuzeproces. Het uiteindelijk door de raad geamendeerde besluit is verwerkt in deze Programmabegroting 2026. Financieel gezond betekent ook een gezonde en toekomstbestendige Vijfheerenlandse economie. Dit als waarborg voor een goede balans tussen wonen, werken en de bijbehorende mobiliteit.
In dat kader zetten wij de komende periode extra in op onder meer de modernisering, verduurzaming en uitbreiding van werklandschappen en op het voorkomen van nadelige gevolgen van netcongestie. BELEIDSTHEMA’S Thema: Economie en werken Doel (beoogd effect) Een gezonde en toekomstbestendige Vijfheerenlandse economie waarbij voldoende ruimte is voor ondernemers om te ondernemen en voor werknemers om te werken in aantrekkelijke, goed bereikbare, duurzame en toekomstbestendige werklandschappen en winkelgebieden. Samen met ondernemers, inwoners, instellingen en overige overheden pakken wij daarbij uitdagingen op als bijvoorbeeld arbeidsmarkt en werkgelegenheid, netcongestie, digitale bereikbaarheid, verduurzaming en mobiliteit en zorgen wij voor goede, gedragen en waar mogelijk ook innovatieve oplossingen. Daarbij staat het in onze gemeente blijvend waarborgen van een goede balans tussen wonen, werken en mobiliteit altijd voorop. Kritische prestatie-indicatoren Economie en werken Streefwaarde 2022 2023 2024 2025 Bron Glasvezelaansluitingen (percentage van 100 50 80 95 CA mogelijke aansluitingen) - bedrijventerreinen Glasvezelaansluitingen (percentage van 100 10 20 30 CA mogelijke aansluitingen) – bebouwde kommen Glasvezelaansluitingen (percentage van 100* 30 50 50 CA mogelijke aansluitingen) – buitengebieden Ontwikkeling aantal banen 30.300 30.110 30.930 30.150 n.n.b.
LISA/UWV Banen (per 1.000 inwoners van 15 en 64 jaar) 818,7 826,0 W Netto arbeidsparticipatie (%) 74 75,1 75,5 W Functiemenging (%) 54,9 55,2 W Vestiging van bedrijven (per 1.000 inwoners 179,5 189,2 W tussen 15 en 64 jaar) Demografische druk (%) 77,7 77,4 76,9 W Gestarte vestigingen (per 10.000 inwoners) 127,4 131,2 WSJG Gestopte vestigingen (per 10.000 inwoners) 64,8 80,4 WSJG *Voor de Bazeldijk zijn in de gesloten samenwerkingsovereenkomst met de marktpartij specifieke afspraken gemaakt die invloed hebben op de streefwaarde.
30
Onzekerheden en kansen Risico/kans Inrichting werklandschappen (kans)
Toelichting De huidige inrichting van oudere werklandschappen is niet altijd toekomstbestendig en daardoor niet aantrekkelijk genoeg voor ondernemers en werknemers. Het is zaak hierin samen met ondernemers verbetering aan te brengen. Dat vraagt naast private ook gemeentelijke investeringen. Organisatiegraad Om een goede en daadkrachtige samenwerking met ondernemers (kans) ondernemers te waarborgen is het van belang dat deze goed georganiseerd zijn en blijven. Omgevingsplan (risico) Eventuele nieuwe eisen van de Provincie Utrecht wat betreft de intensiveringsopgave werklandschappen moeten tijdig verwerkt worden in het Omgevingsplan. Stapsgewijze verduurzaming Verduurzaamde werklandschappen zijn voor werklandschappen (kans) werknemers aantrekkelijker om op te werken. De verduurzaming vraagt budget maar kan idealiter in combinatie met regulier onderhoud. Betaalbaarheid van percelen De te maken afweging tussen de aard van de gewenste nieuwe werklandschappen bedrijvigheid op nieuwe werklandschappen en de (risico) gewenste opbrengst per perceel. Krapte op de arbeidsmarkt Het waarborgen van de aantrekkelijkheid van (risico) Vijfheerenlanden als woon- en werkgemeente. Bijvoorbeeld door aantrekkelijke werklandschappen, goed OV en een woonprogramma dat is afgestemd op het banenaanbod in de gemeente.
Druk op winkelgebieden Verlichten door het aantrekkelijk maken van (risico) winkelgebieden als verblijfsgebied en het herbestemmen van structurele leegstand. Energietransitie/Netcongestie Bestaande en nieuw te ontwikkelen werklandschappen (risico) zijn steeds meer afhankelijk van de beschikbaarheid van stroom. Samenwerking, tussen ondernemers en met de gemeente, verkleint de afhankelijkheid.
Impact 2
3 3 3
2 3
2 2
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • • •
Wij passen het Omgevingsplan aan ten behoeve van de realisatie van het werklandschap Gaasperwaard II. Dit doen wij op basis van het medio 2026 vast te stellen stedenbouwkundig plan. Wij passen het Omgevingsplan aan ten behoeve van de realisatie van het werklandschap Gaasperwaard III. Dit doen wij op basis van het medio 2026 vast te stellen stedenbouwkundig plan. Samen met ondernemers maken wij bestaande werklandschappen toekomstbestendig. Daarbij is het onze doelstelling om bedrijfskavels beter te benutten via het verhogen van het bebouwingspercentage en de -hoogte. Daarvoor worden omgevingsplannen aangepast.
Thema: Financieel gezond Doel (beoogd effect) Een gemeentelijke begroting en meerjarenbegroting die structureel in evenwicht is en voldoet aan de eisen van de wetgever en de toezichthouder. Daarbij schuiven wij geen lasten door naar de toekomst en hebben wij gemeentelijke woonlasten die passend zijn bij ons ambitieniveau. Wij streven naar een solvabiliteit die structureel hoger is dan 20% en naar een goedkeurende verklaring van de accountant bij de oplevering van onze jaarstukken.
31
Kritische prestatie-indicatoren Financieel gezond Solvabiliteitsratio (%) Netto schuldquote (inclusief uitgeleende gelden) (%) Weerstandsratio
Streefwaarde Minimaal 20 90-130
2022 26,3 84,4
2023 25,9 79
2024 26,0 65,7
Minimaal 2,5
2,86
2,65
2,74
2025
Bron W W CA
Onzekerheden en kansen Risico/kans Implementatie ombuigingen (risico)
Solvabiliteit (risico)
Woningbouw (kans)
Ramingen loon- en prijscompensatie (risico) Rente (risico)
Gemeentefonds/overige rijksuitkeringen (risico)
Wachtgelden bestuurders
Toelichting De implementatie moet succesvol zijn. Strakke monitoring is vereist om ervoor te zorgen dat de besparing niet alleen wordt ingeboekt, maar ook wordt gerealiseerd. Daarnaast is het van belang dat nog uit te werken maatregelen (in het bijzonder in het sociaal domein) tijdig worden geconcretiseerd. Anders bestaat het risico dat de toezichthouder deze ombuigingstaakstelling als onvoldoende concreet kenmerkt en buiten de toetsing houdt. Wanneer de solvabiliteit op of onder de 20% ligt, neemt de flexibiliteit van de begroting af, omdat gemeentelijke reserves niet ingezet kunnen worden ter dekking van gemeentelijke uitgaven. Streven moet zijn om solvabiliteit te verhogen tot ruim boven de 20%. Door te investeren in de realisatie van 3.000 nieuwe woningen nemen de opbrengsten uit het Gemeentefonds en de OZB toe. Door deze groei ook concreet te gaan uitwerken (in meerdere scenario’s) kunnen de financiële consequenties exacter berekend worden, waardoor meerjarig beter inzicht ontstaat in de te realiseren extra begrotingsruimte. Gemeentelijke uitgaven nemen toe door loon- en prijsontwikkeling. Het is zaak ook de gemeentelijke inkomsten in gelijke mate te laten toenemen. Rentestijgingen (in combinatie met aflossingsverplichtingen) maken dat de begroting meerjarig onder druk komt te staan.
Dit is op de korte en middellange termijn geen probleem door het veertigjarig financieringsarrangement dat is afgesloten met BNG bank. Circa tweederde van de gemeentelijke inkomsten betreft bijdragen van het rijk. Deze inkomsten moeten een adequate en passende vergoeding zijn voor de gemeentelijke taken. Via VNG behartigen gemeenten daartoe hun belangen bij het rijk. Het rijk heeft besloten dat met de invoering van het nieuwe pensioenstelsel ook de Appapensioenaanspraken van politieke ambtsdragers in het pensioenfonds ABP ondergebracht moeten worden. Dit zal naar verwachting per 1 januari 2028 plaatsvinden. Omdat het ABP strengere rekenregels hanteert voor de berekening van de pensioenverplichtingen, kan de overgang (negatieve) gevolgen hebben.
Impact 1
1
1
1 3
1
1
32
Doen (bestuurlijke resultaten in 2026) • • • • • •
Wij actualiseren de financiële verordening, waarbij wij in het bijzonder aandacht besteden aan de verantwoording van de rechtmatigheid van lasten en baten en aan projectmanagement en -beheersing. Wij actualiseren de Nota reserves en voorzieningen. Wij gaan de concretisering en invulling van de gemeentelijke ombuigingstaakstelling actief monitoren en rapporteren daarover aan de raad bij de bestuursrapportages 2026 en in de jaarstukken 2026. Wij actualiseren ons financieringsbeleid en treasurystatuut. Wij beoordelen of de huidige toegepaste indexfactor (CPI: consumenten prijsindex) nog wel de juiste is en leggen de resultaten hiervan aan de raad voor bij de Kadernota. Wij werken de verwachte financiële meeropbrengsten verbonden aan de realisatie van 400 nieuwe woningen per jaar meerjarig uit in meerdere scenario’s. Wij rapporten hierover bij de Kadernota 2027.
INKOMSTEN EN UITGAVEN
Baten en lasten programma F (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Lasten programma F Baten programma F Saldo van baten en lasten
37.682 141.794
33.823 147.478
31.029 153.238
27.021 152.835
26.984 149.392
27.495 150.498
-104.112
-113.655
-122.208
-125.814
-122.408
-123.003
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
8.391 15.548
0 5.692
0 2.955
0 122
0 122
0 122
-111.269
-119.347
-125.163
-125.937
-122.531
-123.126
Saldo
Lasten De ombuigingen waartoe is besloten bij de Kadernota 2026 verlagen de lasten op dit programma met € 2,8 miljoen. De kapitaallasten dalen met € 0,4 miljoen ten opzichte van de oude raming als gevolg van lagere investeringen in het voorgaande jaar. Vanaf 2027 volgt een verdere afname doordat de afschrijving van de vervroegde afgeloste langlopende geldleningen (agio) dan volledig is verwerkt. Overigens wordt de afschrijving gedekt vanuit een bijdrage uit de reserve kapitaallasten. Als gevolg van een veranderde inzet van personeel stijgen de personeelslasten die aan dit programma worden toegerekend met € 2,4 miljoen. De onttrekkingen aan de reserves dalen in 2027 doordat de afschrijving op de vervroegd afgeloste langlopende geldlening volledig is verwerkt. De afschrijving werd gedekt door een bijdrage uit de reserve kapitaallasten. Baten De baten stijgen ten opzichte van de aanvankelijke raming voor 2026, hoofdzakelijk als gevolg van een hogere uitkering uit het gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2025. Deze uitkomsten zijn verwerkt in de Kadernota 2026. De baten stijgen verder als gevolg van de indexatie van gemeentelijke belastingen met € 1,1 miljoen. De onttrekkingen aan de reserves dalen in 2027 doordat de afschrijving op de vervroegd afgeloste langlopende geldlening volledig is verwerkt. De afschrijving werd gedekt door een bijdrage uit de reserve kapitaallasten.
33
FINANCIEEL PERSPECTIEF 2026-2029
INLEIDING In de programmabegroting worden de bestuurlijke doelstellingen van de gemeente vertaald in beleidsmatige consequenties en in te maken keuzes, met de bijbehorende financiële consequenties. In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten van de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 van de gemeente Vijfheerenlanden gepresenteerd. FINANCIELE GRONDSLAGEN PROGRAMMABEGROTING 2026 Algemeen De Programmabegroting 2026 is opgesteld op basis van het stelsel van baten en lasten. Dit betekent, dat geraamde lasten en baten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben, het jaar waarin de onderliggende prestatie naar verwachting wordt geleverd. Alle meerjarig geraamde baten en lasten zijn op het loon- en prijsniveau van het begrotingsjaar geraamd. In deze Programmabegroting 2026 is dus zowel het begrotingsjaar 2026 alsook de meerjarenraming van de jaren 2027 tot en met 2029 gebaseerd op loon- en prijsniveau 2026. Personeelslasten Salarissen en overige personeelslasten worden toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Uitzondering hierop vormen de lasten met betrekking tot de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Hiervoor mogen geen voorzieningen of schulden worden getroffen. Daarom worden deze lasten toegerekend aan het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt.
De in de Programmabegroting 2026 opgenomen salarislasten zijn gebaseerd op de goedgekeurde formatie per 1 mei van het voorgaande begrotingsjaar. Salarissen worden geïndexeerd voor de verwachte loonstijgingen zoals vastgelegd in de CAO. Eventuele uitbreiding van formatie die in de Programmabegroting is opgenomen, maar waarover door de raad (bij de Programmabegroting) nog een besluit moet worden genomen is in de vorm van een separate stelpost opgenomen. Salarislasten worden conform de uitgangspunten van de Nota organisatiekosten 2023 toegerekend aan de programma’s. Daarbij worden de salarissen van de productieve medewerkers toegerekend aan de programma’s A tot en met E en de salarissen van alle overhead medewerkers aan programma F. Materiële uitgaven Materiële uitgaven worden jaarlijks geïndexeerd voor prijsinflatie. Subsidies en overdrachtsuitgaven Subsidies en overdrachtsuitgaven worden jaarlijks geïndexeerd voor loon- en prijsinflatie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt voor de subsidies en overdrachtsuitgaven met betrekking tot jeugdhulp en Wmo. Deze worden niet automatisch geïndexeerd maar geraamd met behulp van de meest recente rapportages en prognoses en op basis van een zero based benadering. Kapitaallasten De berekening van de gemeentelijke omslagrente wordt toegelicht in de paragraaf financiering.
Over de boekwaarde per 1 januari van een investering (actief) wordt - ongeacht of de investering voltooid is of niet - omslagrente berekend. Indien projectfinanciering is toegepast wordt het rentepercentage van de projectfinanciering toegepast. Afschrijving van activa vindt plaats conform de in de financiële verordening opgenomen tabel. Van nieuwe investeringen die in het begrotingsjaar worden gestart wordt aangenomen dat de eerste afschrijving plaatsvindt in het jaar na de kredietverstrekking. Binnen de gemeente Vijfheerenlanden wordt de methode van bespaarde rente - het toerekenen van rente over de reserves en voorzieningen bij de bepaling van de omslagrente - niet toegepast. Dit betekent dat geen rente uit bestemmingsreserves kan worden onttrokken.
34
Belastingen Vanaf 2016 moeten gemeenten vennootschapsbelasting betalen over de winst die ze met hun ondernemingsactiviteiten maken. Dit bedrag moet jaarlijks worden bepaald op basis van de fiscale grondslag. Hierin zijn de standpunten van de Belastingdienst betreffende het wel of niet in aanmerking mogen nemen van baten en lasten voor de fiscale winstbepaling van groot belang. In de programmabegroting is voor de eventueel te betalen vennootschapsbelasting een stelpost opgenomen. Deze wordt nader toegelicht bij programma F. Lokale heffingen De hoogte van de lokale (belasting)tarieven en heffingen wordt door de gemeenteraad vastgesteld. De wijze waarop deze tarieven worden berekend wordt toegelicht in de paragraaf lokale heffingen van deze begroting. Rente en dividenden De in deze begroting opgenomen dividendramingen zijn gebaseerd op de werkelijk ontvangen dividenden over 2024 (ontvangen in 2025). Dividenden van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld. Specifieke uitkeringen De omvang van deze van het Rijk te ontvangen uitkeringen wordt geraamd op basis van door het Rijk in circulaires en overige correspondentie gedane mededelingen. Gemeentefonds De meerjarige omvang van de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt berekend op basis van de meest recente gemeentefondscirculaire.
Dat is voor deze begroting de Meicirculaire 2025. De Septembercirculaire 2025 komt te laat beschikbaar om nog in deze begroting te kunnen worden verwerkt. De financiële effecten van de Septembercirculaire 2025 worden daarom aan de raad medegedeeld via een na te zenden raadsinformatiebrief en via de 1e begrotingswijziging gelijktijdig met de begroting vastgesteld. Reserves en voorzieningen Conform het Besluit begroting en verantwoording (BBV) worden de stortingen in en onttrekkingen aan de reserves, separaat verantwoord. FINANCIEEL PERSPECTIEF Eerst wordt ingegaan op de (veelal technische) bijstellingen die gevolgen hebben voor de uitkomsten van de Kadernota 2026 die in juli 2025 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze Kadernota vormt het uitgangspunt voor de totstandkoming van de begroting. In de onderstaande tabel is het financieel beeld opgenomen na vaststelling van de Kadernota 2026, zoals gehanteerd als basis voor deze begroting:
Saldo Kadernota 2026 na vaststelling
2026
2027
2028
2029
Primair saldo Kadernota 2026 2.550 Amendement A2, schrappen bezuiniging op onderwijshuisvesting DIHPO 0 Amendement A4, schrappen bezuiniging op preventie veiligheid -40
5.529 0 -40
2.621 PM -40
2.159 PM -40
Geraamd saldo van baten en lasten
5.489
2.581
2.119
2.510
Sinds de vaststelling van de Kadernota is er sprake van nieuwe ontwikkelingen die wij moeten verwerken in de cijfers. Dit betreft bijvoorbeeld de structurele doorwerking van de 2e bestuursrapportage 2025, de ontwikkeling van de kosten van de uitvoering van de jeugdzorg en het effect van de latere uitvoering en afronding van de investeringsagenda. Ontwikkeling begrotingssaldo na Kadernota 2026 De hiervoor geschetste ontwikkelingen leiden tot een nieuw verwacht begrotingssaldo dat er negatiever uitziet dan waarmee in de Kadernota rekening werd gehouden. In de tabel hieronder zijn de financiële gevolgen opgenomen, deze worden onder de tabel per regel toegelicht:
35
Ontwikkeling begrotingssaldo na vaststelling kadernota
2026
2027
2028
2029
Uitgangspunt meerjarenbegroting 2026-2029 (saldo Kadernota 2026 Structureel effect van de 2e bestuursrapportage 2025 Ontwikkeling kosten in de jeugdzorg Fasering uitvoeringinvesteringsplanning Overige verschillen Septembercirculaire 2025
2.510 -731 -1.471 1.490 164 PM
5.489 -731 -1.471 977 42 PM
2.581 -731 -1.471 -206 -188 PM
2.119 -731 -1.471 -774 126 PM
Geraamd saldo van baten en lasten
1.962
4.306
-15
-731
2e bestuursrapportage 2025 In de tweede bestuursrapportage 2025 zijn een aantal ontwikkelingen opgenomen die een structurele doorwerking hebben. Dit effect zorgt voor een negatieve bijstelling van het meerjarenperspectief. Ontwikkeling kosten in de jeugdzorg Op de openeinderegelingen, waaronder de Jeugdwet, is in de Kadernota 2026 besloten om een bezuinigingstaakstelling toe te passen. Om hierop effectief te kunnen sturen, is het belangrijk dat we bezuinigen ten opzichte van het juiste vertrekpunt. Voorheen werd de begroting van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) aangehouden, die was gebaseerd op de laatst bekende realisatiecijfers waarbij voor één jaar werd geïndexeerd. In de praktijk liepen we daarmee een jaar achter, wat leidde tot (extra) nadelen waarover in de bestuursrapportages aan de gemeenteraad werd gerapporteerd. In de begroting 2026 hanteren we daarom een iets aangepaste werkwijze voor het indexeren van de budgetten voor de uitvoering van de Jeugdwet. We werken nu met de realisatie van 2024 en brengen die naar het prijspeil van 2026 door twee jaar loon- en prijsontwikkeling (OVA-index) toe te passen. Op dit geïndexeerde bedrag wordt vervolgens de taakstelling afgeboekt. Daarmee wijken we af van de ramingen die we vanuit de RBL ontvangen, maar begroten we wel realistischer.
We indexeren dus wél voor loon- en prijsontwikkeling (waar we geen of slechts beperkt invloed op hebben), maar níet voor volumeontwikkeling (waar we wel invloed op hebben door het anders indiceren of inzetten van andere producten). Zo voorkomen we dat de taakstelling feitelijk neerkomt op een dubbele bezuiniging op Jeugd. Het nadeel is dat deze werkwijze leidt tot een hogere kostenraming in de begroting. Omdat we twee jaar indexeren in plaats van één, stijgen de kosten eenmalig met ongeveer 5%. Deze extra stijging is eenmalig, maar werkt wel structureel door in de jaren hierna. Dit betekent dat er in de begroting 2026 een extra kostenpost van circa € 1,5 miljoen is opgenomen voor de Jeugdwet. Effecten latere uitvoering en afronding investeringsagenda Er zijn een aantal investeringen doorgeschoven naar latere jaren. Dit leidt tot lagere kapitaallasten in de jaren 2026 en 2027. Door het uitstel is wel een prijsbijstelling gedaan, welke dan leidt tot hogere kapitaallasten in 2028 en 2029. Overig Er zijn verschillende kleine onderwerpen die per saldo een positieve ontwikkeling laten zien. Met deze bijstellingen worden de begrotingssaldo’s bijgesteld. Septembercirculaire Gemeentefonds Op Prinsjesdag verschijnt de septembercirculaire van het Gemeentefonds.
De mogelijke effecten hiervan (bijstelling van loon- en prijspeil, doorwerking van het nieuwe regeerakkoord) zijn onbekend bij het opstellen van de begroting. De resultaten worden separaat aan uw raad voorgelegd en als eerste begrotingswijziging bij de vaststelling van de begroting 2026 betrokken.
36
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN OVERHEAD Gemeenten geven hun geld uit aan een breed scala aan beleidsterreinen, variërend van bijvoorbeeld onderwijshuisvesting, tot het beheer van de openbare ruimte of de jeugdzorg. Voor een goede aggregatie en vergelijking tussen gemeenten zijn bij de laatste wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording Gemeenten en Provincies (BBV) gemeenten verplicht voorgeschreven ‘taakvelden’ gedefinieerd. Deze indeling in (hoofd)taakvelden is de gemeente verplicht te hanteren voor de informatieverstrekking via de zogenaamde “IV3” aan bijvoorbeeld het CBS. Gemeenten zijn wel vrij om zelf een eigen invulling aan het programmaplan te geven door middel van een programma-indeling die overeen komt met de eigen gemeentelijke beleidsvelden. Enige restrictie hierbij is dat gemeenten er voor moeten zorgen dat de administratie zodanig is ingericht dat de informatieverstrekking richting bijvoorbeeld het CBS aan de wettelijke eisen voldoet. Wij hanteren de programma indeling zoals deze is vastgesteld in de raadsvergadering van 22 september 2022.
De navolgende onderwerpen worden in het programmaplan in een afzonderlijk hoofdstuk in beeld gebracht, maar zijn formeel geen onderdeel van een programma: • de algemene dekkingsmiddelen; • de kosten van overhead; • de onvoorziene uitgaven (en andere stelposten, taakstellingen, begrotingsruimte e.d.); • en het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting. Het zijn in feite algemene lasten en dekkingsmiddelen van de gemeente die betrekking hebben op alle programma’s/beleidsvelden van de gemeente. Deze algemene lasten en baten betreffen de gemeente als geheel en zijn niet aan een specifiek programma of beleidsveld toe te rekenen. Hierna gaan we afzonderlijk in op deze algemene dekkingsmiddelen, kosten van overhead en bedragen voor onvoorziene uitgaven, stelposten, vennootschapsbelasting en eventuele besparingen door taakstellingen en bezuinigingen. We beginnen met qua omvang de belangrijkste: de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen zijn gemeentelijke inkomsten waarvoor geen bestedingsdoel is bepaald. Dat betekent dat de gemeente deze vrij kan besteden (in tegenstelling tot de specifieke dekkingsmiddelen). Bij de algemene dekkingsmiddelen (en hierop betrekking hebbende uitgaven) gaat het om: 1. Algemene belastingen 2. Algemene uitkering en overige uitkeringen 3. Dividend 4. Saldo financieringsfunctie 5.
Overige algemene dekkingsmiddelen. Ad 1. Algemene belastingen (taakveld 0.6 heffingen) Algemene belastingen zijn heffingen waarvan de besteding van de opbrengst niet gebonden is. Daarbij gaat het om de OZB, parkeerbelasting, toeristenbelasting, precariobelasting en reclamebelasting. De kosten voor heffing en inning van deze heffingen worden als lasten in het overzicht meegenomen. Deze belastingen zijn onder de volgende verplichte taakvelden gerubriceerd: 0.61 OZB-woningen, 0.62 OZB-niet woningen, 0.63 Parkeerbelastingen en 0.64 Belastingen, overig. In de paragraaf Lokale Heffingen wordt onder andere op de financiële aspecten en de tarieven voor 2026 uitgebreid ingegaan. We verwijzen u hiervoor naar deze paragraaf. Ad 2. Algemene uitkering en overige uitkeringen (taakveld 0.7 Algemene uitkering) De qua omvang belangrijkste uitkering die de gemeente van het Rijk ontvangt is de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Gemeenten hoeven zich niet te verantwoorden over de besteding van de Algemene uitkering richting het Rijk en kunnen deze, met inachtneming van wet- en regelgeving, vrij besteden aan taken die het Rijk heeft opgedragen of aan eigen beleid.
37
Ad 3. Dividend (taakveld 0.5 treasury) Dividend is een vergoeding die wordt uitbetaald aan aandeelhouders. De gemeente Vijfheerenlanden ontvangt dividend vanuit haar aandelen in de Bank Nederlandse Gemeenten en Stedin. Ad. 4 Saldo van de financieringsfunctie (taakveld 0.5 treasury) Dit is het verschil tussen de toegerekende rekenrente aan de programma’s en de werkelijk betaalde rente over de lang- en kortlopende leningen. Ad. 5 Overige algemene dekkingsmiddelen (taakveld 0.8 overige lasten en baten) Onder het taakveld overige lasten en baten is de post voor onvoorziene uitgaven geraamd. Overzicht van algemene dekkingsmiddelen Overzicht van algemene dekkingsmiddelen OZB woningen OZB niet-woningen Parkeerbelasting Precarioheffing Reclamebelasting Toeristenbelasting Uitvcoeringskosten heffingen en belastingen Algemene uitkering uit het gemeentefonds Dividenden Saldo van de financieringsfunctie Post voor onvoorziene uitgaven Saldo
Rekening 2024
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029
8.892 5.703 484 75 173 333 -318
9.133 5.929 542 75 180 372 -259
9.772 6.344 508 77 185 358 -259
10.137 6.581 508 77 185 372 -259
10.137 6.581 508 77 185 358 -259
10.137 6.581 508 77 185 358 -259
119.966
121.404
126.970
125.917
122.491
123.204
1.288 613 -50
1.059 554 -50
1.288 549 -50
1.288 446 -50
1.288 381 -50
1.288 489 -50
137.160
138.937
145.743
145.203
141.698
142.519
Overhead Overheadkosten zijn de kosten die samenhangen met bijvoorbeeld huisvesting, automatisering en de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Ze zijn niet direct toe te rekenen en maken daarom onderdeel uit van dit hoofdstuk. In de programma’s A tot en met E worden de kosten opgenomen van het primaire proces. De kosten moeten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken en activiteiten. Voor 2026 zijn de overheadkosten geraamd op € 25,2 miljoen. Deze kosten zijn als volgt onder te verdelen: Overzicht van overheadkosten
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Loonkosten en overige personele kosten Inhuur derden Materiële kosten huisvesting Automatiseringskosten Overig
17.109 7.368 2.116 2.726 1.913
16.762 2.697 2.996 4.024 1.858
13.907 2.629 3.551 4.024 1.148
13.740 2.629 3.551 4.024 1.127
13.740 2.629 3.551 4.024 1.592
13.740 2.629 3.551 4.024 1.703
Saldo
31.232
28.337
25.259
25.071
25.536
25.647
38
Overzicht van baten en lasten De programmabegroting 2026 sluit met een positief saldo van € 2 miljoen (na bestemming). Ook jaarschijf 2027 kent een positief resultaat en jaarschijf 2028 sluit met een minimaal tekort nagenoeg op “nul”. Jaarschijf 2029 kent vooralsnog een negatief resultaat van € 0,7 miljoen. De risico’s zijn voldoende afgedekt via de algemene risicoreserves. Bedragen x € 1.000
Programma
2024
A Bestuur, dienstverlening en organisatie B Beheer en gebruik openbare ruimte C Sociaal domein D Ruimtelijke ontwikkeling E Ontplooiing
2027
2028
2029
14.334 15.319 15.504 28.519 31.069 30.797 98.365 102.671 101.757 32.581 27.403 30.026 11.085 13.124 12.901
15.485 31.222 99.366 23.513 13.202
15.499 31.938 99.759 18.944 13.302
15.497 32.221 99.727 18.867 14.739
F Financieel gezond
37.682
33.823
31.029
27.021
26.984
27.495
Overhead Treasury Heffingen Algemene uitkering Economische zaken Overige baten en lasten Vennootschapsbelasting Rekening van baten en lasten
31.232 4.431 577 0 1.591 342 -491 0
28.337 4.575 982 0 1.704 -1.282 100 -593
25.259 4.753 958 0 1.729 -1.709 40 0
25.071 2.058 958 0 1.729 -2.835 40 0
25.536 2.106 958 0 1.728 -3.385 40 0
25.647 2.106 958 0 1.728 -2.985 40 0
Subtotaal lasten
222.566 223.408 222.015
209.809
206.424
208.546
A Bestuur, dienstverlening en organisatie B Beheer en gebruik openbare ruimte C Sociaal domein D Ruimtelijke ontwikkeling E Ontplooiing
2.226 19.096 29.957 32.510 3.291
1.557 20.330 20.387 22.010 2.755
1.557 20.320 20.448 15.416 2.756
1.557 20.320 20.801 10.860 2.782
1.557 20.320 21.237 10.860 2.787
F Financieel gezond
141.794 147.478 153.238
Overhead Treasury Heffingen Algemene uitkering Economische zaken Overige baten en lasten Rekening van baten en lasten
Subtotaal baten
2025
1.494 19.190 24.044 19.478 3.034
2026
152.835
149.392
150.498
1.561 3.691 16.973 130.055 958 0 0
1.561 3.739 17.575 129.002 958 0 0
1.561 3.722 17.575 125.576 958 0 0
1.561 3.830 17.575 126.574 958 0 0
228.875 214.717 220.276
213.332
205.712
207.258
2.136 3.434 15.128 120.233 828 35 0
1.076 3.380 15.944 124.213 940 0 1.925
Saldo van baten en lasten
6.308
-8.691
-1.739
3.523
-712
-1.288
Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves
17.839 17.993
190 8.535
0 3.701
0 783
0 697
0 557
Resultaat na bestemming
6.463
-345
1.962
4.306
-15
-731
Presentatie van het structureel begrotingssaldo
2024
2025
2026
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
6.308 155 6.463 0 6.463
-8.691 8.345 -345 0 -345
-1.739 3.701 1.962 546 2.508
2027 3.523 783 4.306 75 4.381
2028 -712 697 -15 75 60
2029 -1.288 557 -731 0 -731
39
Overzicht van ombuigingen In de begroting zijn de onderstaande ombuigingen verwerkt, zoals besloten bij de vaststelling van de Kadernota 2026. 2026
2027
2028
2029
Bezuiniging ruimtelijke domein: investeringsplanning 1 Strategie investeringsagenda aanpassen, opbouwen vanaf 2028
1.200 1.200
1.600 1.600
1.600 1.600
1.200 1.200
Bezuiniging ruimtelijke domein: beheer openbare ruimte 2 Inspectiecyclus naar 4 jaarlijks (beheer openbare ruimte) 3 Beeld werklandschappen beheer openbare ruimte minimaal 4 Onkruidbestrijding 5 Uitvoering groenbeleidsplan koppelen aan vervangingsmomenten 6 Ieder kind een boom stoppen
535 5 150 100 250 30
535 5 150 100 250 30
535 5 150 100 250 30
535 5 150 100 250 30
Bezuiniging ruimtelijke domein: overig 7 Fasering amendement MJOP 8 Openbaar vervoer, onderzoek spoorveiligheid 9 Beinvloedbaar deel budget ruimtelijke ordening 10 Voorstudiebudget grondbeleid
788 710 20 20 38
788 710 20 20 38
788 710 20 20 38
788 710 20 20 38
Bezuiniging sociaal domein: preventie 11 1e uur bewegingsonderwijs, 25% vergoeden ipv 50% 12 Budget onderwijshuisvesting huren
175 135 40
175 135 40
175 135 40
175 135 40
1.330 250 480 0 0 600
2.240 500 480 0 60 1.200
3.092 800 480 62 150 1.600
3.442 1.000 480 62 300 1.600
Bezuiniging sociaal domein: participatie 18 Inwonerinitiatieven
300 300
300 300
300 300
300 300
Bezuiniging sociaal domein: sport en cultuur 19 Gerealiseerde besparing ivm nieuwe exploitatieovereenkomst sportfondsen 20 Verlagen budget uitbestede werkzaamheden musea (gerealiseerd)
86 60 26
86 60 26
86 60 26
86 60 26
1.086 35 60 741 250 0
1.432 35 60 741 500 96
1.432 35 60 741 500 96
1.432 35 60 741 500 96
650 50 600
1.250 50 1.200
1.250 50 1.200
1.250 50 1.200
subtotaal ruimtelijk domein subtotaal sociaal domein subtotaal bedrijfsvoering en dienstverlening
2.523 1.891 1.736
2.923 2.801 2.682
2.923 3.653 2.682
2.523 4.003 2.682
Totaal generaal
6.150
8.406
9.258
9.208
nr. Bezuiniging (x 1.000)
Bezuiniging sociaal domein: hulp en ondersteuning 13 Huishoudelijke Ondersteuning aanpassen (inclusief invoeren eigen bijdrage 14 2026) Verlagen budget leerlingenvervoer 15 Samenwerken preventieve Wmo-investeringen 16 Beweging van individuele naar collectieve ondersteuning Wmo 17 Besparing op uitvoering openeinderegelingen sociaal domein
Bezuiniging bedrijfsvoering en dienstverlening: organisatie 21 Informatiepagina Kontakt, halveren 22 Vennootschapsbelasting (gerealiseerde besparing) 23 Vermindering uitvoeringskosten (gemeentelijke) organisatie 24 Efficientiemaatregelen 25 Besparing op huurkosten servicecentra Bezuiniging bedrijfsvoering en dienstverlening: lokale lasten 26 Verhoging leges op kostendekkend niveau 27 Verhogen OZB (4% in 2026 en nogmaals 4% in 2027, bovenop inflatie)
40
Overzicht van incidentele baten en lasten Om te bepalen of er in de begroting en meerjarenraming sprake is van structureel evenwicht dient inzichtelijk gemaakt te worden welke incidentele baten en lasten de begroting en meerjarenraming bevat. In artikel 19, onderdeel c, van het BBV is daarom geregeld, dat de toelichting op het overzicht van baten en lasten ten minste een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma bevat. Bedragen x € 1.000
Programma
2026
2027
B Beheer en gebruik van de openbare ruimte L: Risicoanalyse en uitvoeringsagenda verkeersveiligheid
10
C Sociaal domein L: Inloopvoorziening
100
D. Ruimtelijke ontwikkeling L: Subsidie stichting Duurzaam Vijfheerenlanden L: SMP 2026 implementatie B: SMP subsidie provincie L: Circulair en schoon 2026
75 380 -332 78
2028
2029
75
75
75
75
F Financieel gezond L: E-mail Archivering implementatie L: Agio herfinanciering, vervroegde aflossing B: Bijdrage uit reserve dekking kapitaallasten
235 2.832 -2.832
Saldo incidentele baten en lasten
546
0
Stelposten in de begroting In de begroting wordt gewerkt met een aantal stelposten. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen: Stelposten in de begroting
1. Stelpost groei algemene uitkering op grond van areaalontwikkeling 2. Stelpost BCF 3. Stelpost kapitaallasten investeringsagenda Vijfheerenlanden
Begroting Begroting Begroting Begroting 2026 2027 2028 2029 -735 -996
-735 -996
-735 -996 400
-735 -996 800
Ad 1: De komende jaren wordt er veel woningbouw gerealiseerd (2.000 woningen tot en met 2026) op basis van vastgestelde plannen. Dit leidt tot meer uitgave maar ook tot meer inkomsten. Per saldo verwachten we een positieve uitkomst. Dit is inmiddels al deels geëffectueerd. Bij de verwerking van de septembercirculaire 2025 wordt verwacht dat het restant is ingevuld. Ad 2: Gemeenten mogen de onderuitputting van het BTW-Compensatiefonds als stelpost opnemen in de begroting, voor het bedrag dat in het laatste rekeningjaar (2024) is gerealiseerd. Ad 3: Voor het uitvoeren van de Investeringsagenda is een stelpost kapitaallasten opgenomen als dekking. Zolang er nog geen daadwerkelijk te activeren uitgaven zijn gedaan, valt (het saldo van) deze stelpost vrij gedurende het jaar.
41
Structureel begrotingssaldo De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. Met het opnemen van alleen een (verplicht) cijfermatig overzicht van incidentele baten en lasten ontstaat nog niet automatisch het inzicht of er sprake is van een structureel begrotings- of jaarrekeningsaldo. Door het betrekken van de eindcijfers uit het overzicht van incidentele baten en lasten bij het begrotingssaldo met de cijfers uit het overzicht van de (totale) lasten en baten wordt inzicht gegeven in het begrotingssaldo. Bedragen x € 1.000
Structureel begrotingssaldo
2026
2027
2028
2029
Lasten exclusief mutaties reserves Baten exclusief mutaties reserves Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen reserves Onttrekkingen reserves Geraamd resultaat Incidentele lasten incl. incidentele toevoegingen reserves Incidentele baten incl. incidentele onttrekkingen reserves
222.015 220.276 -1.739 0 3.701 1.962 3.710 3.164
209.809 213.332 3.523 0 783 4.306 75 0
206.424 205.712 -712 0 697 -15 75 0
208.546 207.258 -1.288 0 557 -731 0 0
2.508
4.381
60
-731
Structureel begrotingssaldo
De jaarschijven 2026 t/m 2028 laten positieve resultaten zien. Jaarschijf 2029 kent vooralsnog een negatief resultaat van € 0,7 miljoen. De risico’s zijn voldoende afgedekt via de algemene risicoreserves. Mutaties reserves In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen weergegeven, onderverdeeld naar de Algemene reserve, bestemmingsreserves en (nog te realiseren) resultaten. Onder het resultaat zijn ook de begrotingssaldo’s opgenomen van deze meerjarenbegroting. De saldo’s worden in het jaar na realisatie toegevoegd aan de Algemene reserve. Bedragen x € 1.000 einde jaar
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene reserves Bestemmingsreserves prognose resultaat
56.306 29.932 6.463
66.108 25.641 -1.590
64.368 22.098 1.962
66.266 21.387 4.306
70.572 20.690 -15
70.557 20.133 -731
saldo
92.701
90.159
88.428
91.959
91.247
89.959
42
Beoordeling financiële positie voor de komende vier jaren Naast de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt de financiële positie van de gemeente voor de komende vier jaren ook beoordeeld aan de hand de verplicht op te nemen financiële kengetallen. In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) is een verplicht voorgeschreven set van kengetallen opgenomen voor: • De netto schuldquote • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • De solvabiliteitsratio • De structurele exploitatieruimte • De grondexploitatie • De belastingcapaciteit Deze kengetallen geven in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente. Om verschillende financiële kengetallen te kunnen berekenen, is een meerjarige balans benodigd. De geprognotiseerde balans voor de periode 2026 t/m 2029 is hierna volgend opgenomen.
Meerjarige balans voor 2026 t/m 2029 Activa Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Begr. 2026
Begr. 2027
Begr. 2028
Begr 2029
13.610 258.583 29.193
13.610 293.845 29.193
13.610 300.213 29.193
13.610 306.488 29.193
-402 0 79.735 561 6.784
-1.966 0 58.336 561 6.784
-3.959
Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
459 0 87.093 561 6.784
36.506 561 6.784
Totaal Activa
396.283
423.325
406.731
389.183
Vlottende activa Voorraden
Passiva
Begr. 2026
Begr. 2027
Begr. 2028
Begr. 2029
Vaste passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden
88.428 18.887 243.753
91.959 18.887 257.003
91.247 18.887 249.753
89.674 18.887 242.503
Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva
24.995 20.219
35.257 20.219
26.625 20.219
17.900 20.219
Totaal Passiva
396.283
423.325
406.731
389.183
De in de balans opgenomen meerjarige ontwikkeling van onze bezittingen en schulden zijn bepalend voor onder andere de kengetallen netto schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie. De financiële kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit worden berekend op basis van respectievelijk het overzicht van baten en lasten en het tarievenoverzicht in de paragraaf lokale heffingen.
43
Uiteindelijk geeft deze berekening de volgende uitkomsten voor 2026 t/m 2029: Begroting 2026 88,3% 80,8% 22,3% 0,2% 1,9% 104,5% 0,7% 0,9%
Begroting 2027 105,7% 98,4% 21,7% -0,2% 2,4% 106,0% 0,7% 2,0%
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote in %
< 90%
90%-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in %
< 90%
90%-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
> 30%
20%-30%
< 20%
Kengetal grondexploitatie
< 20%
20%-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
Begr en Mrj >0%
n.v.t.
Begr en Mrj <0%
(Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten
<95%
95-105%
>105%
Onbenutte belastingcapaciteit ozb in percentage van de inkomsten
>0% >0%
n.v.t. n.v.t.
< 0% < 0%
Financiële kengetallen Netto schuldquote in % Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in % Solvabiliteitsratio Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte (Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten Onbenutte belastingcapaciteit ozb in percentage van de inkomsten Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten Financiële kengetallen
Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten
Begroting Begroting 2028 2029 112,3% 114,3% 105,2% 107,8% 22,4% 23,0% -1,0% -1,9% 0,4% -0,1% 106,0% 106,0% 0,8% 0,8% 0,0% -0,4%
Netto schuldquote De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de gemeentelijke baten. Daarbij ligt de nadruk bij de beoordeling op de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen. Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden nuanceert namelijk het beeld. Immers uitgeleende gelden worden normaliter door de derden terugbetaald en zijn derhalve geen risico. Als we de uitkomst van deze netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bezien, blijven we vanaf 2027 boven de eigen vastgelegde norm van maximaal 100% (nota Risicomanagement en weerstandsvermogen). Voor de komende jaren loopt de schuldpositie verder op. Dit wordt mede veroorzaakt door het in juni 2021 afgesloten financieringsarrangement met de BNG en NWB ten gevolge van de uitspraak Niemans. Vanuit het financieringsarrangement wordt jaarlijks t/m 2027 €20 miljoen geleend om in de investeringsbehoefte te voorzien. Dit resulteert in een stijging van de schuldenlast van circa € 13 miljoen in 2027 ten opzichte van het jaar begrotingsjaar 2026. Dit is de jaarlijkse geldlening minus de aflossing hierop. Daarnaast nemen de uitzettingen in de Rijksschatkist jaarlijks af vanwege de verwachte uitgaven voor investeringsbehoefte tot en met 2029. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten.
Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft aan in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd. Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 20%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Voor de jaren 2026 tot en met 2029 bevindt de solvabiliteitsratio zich boven de 20% en wordt daarmee als matig gekwalificeerd. Kengetal Grondexploitatie Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd. Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een uitkomst kleiner dan 20% wordt als gunstig
44
beschouwd. Voor 2026 komt het kengetal op 0,2% uit. Dus een voldoende. In meerjarig perspectief verbeterd de ratio nog verder als gevolg van voltooiing van grondexploitaties. Kengetal Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen. Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waar op grond van het BBV eveneens een overzicht van moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. De begroting sluit voor het jaren 2026 tot en met 2028 op een positief saldo. Voor het jaar 2029 sluit de begroting op een negatief saldo van circa € 0,7 miljoen. Dit wordt mede veroorzaakt door de fasering van investeringen op de investeringsplanning, het realistisch begroten van de kosten van jeugdzorg en het structurele effect van de 2e Bestuursrapportage 2025.